T21.05413 Leefmilieu Effect Rapportage (L.E.R.) Omgevingsvisie gemeente Lansingerland
Tekst van het document
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland
projectnummer 0469513.100 definitief 2 juli 2021
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland
projectnummer 0469513.100 definitief 2 juli 2021
Auteurs Kjell Spillekom Johnno Kuipers Jelte van den Broek
Opdrachtgever Gemeente Lansingerland Tobias Asserlaan 1 2662 SB BERGSCHENHOEK
Gecontroleerd: Laura Neijenhuis
datum 2 juli 2021
beschrijving definitief
vrijgave T. Artz
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Waarom een leefmilieuimpactbeoordeling? Leeswijzer
1 1 1
2
De toekomst van Lansingerland
2
2.1 2.2 2.3
Autonome trends Autonome ontwikkelingen binnen de gemeente De Omgevingsvisie van Lansingerland
2 2 3
3
Aanpak van de LER
4
3.1 3.2
Opbouw van de beoordeling Het beoordelingsmethode
4 4
4
Mobiliteit
7
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Introductie Huidige situatie Referentiesituatie Mobiliteit in de Omgevingsvisie Beoordeling Aandachtspunten
7 7 9 9 11 11
5
Geluid
13
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Introductie Huidige situatie Referentiesituatie Geluid in de Omgevingsvisie Beoordeling Aandachtspunten
13 13 17 18 21 22
6
Luchtkwaliteit
24
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Introductie Huidige situatie Referentiesituatie Luchtkwaliteit in de Omgevingsvisie Beoordeling Aandachtspunten
24 24 28 28 29 29
7
Externe veiligheid
31
7.1 7.2
Introductie Huidige situatie en referentiesituatie
31 31
7.3 7.4 7.5 7.6
Referentiesituatie Externe veiligheid in de Omgevingsvisie Beoordeling Aandachtspunten
35 36 38 38
8
Overige gezondheidsaspecten
40
8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6
Introductie Huidige situatie Referentiesituatie Gezondheid in de Omgevingsvisie Beoordeling Aandachtspunten
40 40 42 43 43 44
9
Bodem
46
9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6
Introductie Huidige situatie Referentiesituatie Bodem in de Omgevingsvisie Beoordeling Aandachtspunten
46 46 47 47 48 48
10
Water en klimaatadaptatie
49
10.1 10.2 10.3 10.4 10.5 10.6
Introductie Huidige situatie Referentiesituatie Water in de Omgevingsvisie Beoordeling Aandachtspunten
49 49 52 54 54 55
11
Ecologie
56
11.1 11.2 11.3 11.4 11.5 11.6
Introductie Huidige situatie Referentiesituatie Ecologie in de Omgevingsvisie Beoordeling Aandachtspunten
56 56 58 58 60 60
12
Cultuurhistorie en archeologie
62
12.1 12.2 12.3 12.4 12.5 12.6
Introductie Huidige situatie Referentiesituatie Cultuurhistorie en archeologie in de Omgevingsvisie Beoordeling Aandachtspunten
62 62 64 64 65 65
13
Duurzaamheid
66
13.1 13.2 13.3 13.4 13.5 13.6
Introductie Huidige situatie Referentiesituatie Duurzaamheid in de Omgevingsvisie Beoordeling Aandachtspunten
66 66 67 67 69 70
14
Conclusies en aanbevelingen
71
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De Omgevingswet komt eraan! Dit is het moment voor alle gemeenten in Nederland om hun Structuurvisies te herzien en in te zetten op een nieuwe toekomstvisie die rekening houdt met de trends en ontwikkelingen die nu en de komende decennia spelen in de fysieke leefomgeving. Het energieverbruik verandert, de manier van personenvervoer staat onder spanning, en het klimaat staat in het middelpunt van de belangstelling. De Omgevingsvisie wordt het nieuwe visiedocument waar gemeenten hun beleid en toekomstige plannen en besluiten aan kunnen toetsen. Ook de gemeente Lansingerland stelt een Omgevingsvisie op. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie wil de gemeente nadrukkelijk aandacht besteden aan de effecten op de leefomgeving, waaronder de effecten op het milieu. De effecten van de opgaven en de beleidsopties wegen mee in de totstandkoming van en de besluitvorming over de Omgevingsvisie.
1.2
Waarom een leefmilieuimpactbeoordeling? Een leefmilieuimpactbeoordeling (LER) focust zich vooral op conflicterende belangen. Ten behoeve van de Omgevingsvisie zijn meerdere keuzes voor de fysieke leefomgeving gemaakt. De gemeente Lansingerland en haar inwoners willen immers ergens naartoe de komende decennia. Met deze LER wordt het milieubelang meegewogen in de besluitvorming van de Omgevingsvisie. Het milieugeweten krijgt op deze manier een plek in het proces. In dit rapport zijn de te maken keuzes voor de Omgevingsvisie beoordeeld op de impact op de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld: een ruimteclaim op het buitengebied botst wanneer deze òf voor woningbouw òf voor natuurontwikkeling wordt benut. In de leefmilieuimpactbeoordeling zijn de gemaakte keuzes zoals deze in Omgevingsvisie landen getoetst op tien verschillende milieuaspecten.
1.3
Leeswijzer Dit LER bestaat uit de volgende onderdelen: In hoofdstuk 2 komen de maatschappelijke trends, ontwikkelingen en de Omgevingsvisie aan bod; In hoofdstuk 3 wordt aandacht besteed aan de wijze van beoordeling van de milieuaspecten; Hoofdstukken 4 t/m 13 gaat in op alle relevante milieuaspecten voor Lansingerland. Hier wordt telkens kort de huidige situatie en de referentiesituatie beschreven. Daarna volgt wat de Omgevingsvisie zegt over dat aspect en wordt beoordeeld in hoeverre de Omgevingsvisie aan enkele ambities voldoet. Daarna volgen aandachtspunten voor het vervolgtraject vanuit milieuperspectief bezien. Hoofdstuk 14 is de conclusie van het stuk.
Blad 1 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
2
De toekomst van Lansingerland
2.1
Autonome trends Het beleid van de Omgevingsvisie is gericht op de komende 20 jaar. In die tussentijd kan er veel veranderen. Ontwikkelingen die plaatsvinden of geleidelijk ontwikkelen noemen we autonome ontwikkelingen. Hierbij maken we onderscheid tussen autonome trends op nationaal niveau en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving in en rond Lansingerland die de leefomgeving kunnen beïnvloeden. Demografische ontwikkeling Een belangrijke autonome ontwikkeling is de demografische ontwikkeling: de verandering van de bevolkingssamenstelling. Vergrijzing is een bekende (landelijke) trend. Het aandeel ouderen neemt toe. Ook het aandeel eenpersoonshuishoudens neemt toe. Deze trends zijn van invloed op de fysieke leefomgeving. Met name de kwalitatieve vraag naar woningen wordt hierdoor beïnvloed. Eenpersoonshuishoudens vragen om meer kleinschalige woningen en voor ouderen zijn gelijkvloerse woningen nodig. Levensloopbestendige woningen passen goed bij deze trend. Dat zijn woningen die geschikt (te maken) zijn voor meerdere levensfase. Klimaatverandering Veranderingen in het klimaat zijn de laatste jaren steeds nadrukkelijker merkbaar. De gemiddelde temperatuur stijgt en de weersextremen nemen toe. Klimaatverandering leidt tot diverse knelpunten voor de fysieke leefomgeving. Door temperatuurstijging neemt het risico op hittestress toe.
Toenemende droogte leidt tot verdrogingsproblemen door wegzakkende grondwaterstanden en risico’s op natuurbranden. Tegelijkertijd neemt de intensiteit van buien toe, wat kan leiden tot wateroverlast in stedelijke gebieden en overstromingsgevaar bij hoog water. Energietransitie en circulaire economie Een algemeen bekende ontwikkeling de afgelopen jaren is de energietransitie en de totstandkoming van de circulaire economie, teneinde negatieve milieueffecten terug te dringen en op een verantwoordelijk manier omgaan met onze planeet. Het beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen zoals broeikasgassen en fijnstof is een belangrijke opgave voor de mobiliteit en de gebouwde omgeving, in Lansingerland met name relevant voor de glastuinbouw. In de autobranche is er al jaren een sterke groei van het aandeel elektrische voertuigen. Technieken die leiden tot schonere verbrandingsmotoren en energiezuinige gebouwen zijn volop in ontwikkeling. De energietransitie betekent dat er mogelijkheden worden onderzocht om woningen en bedrijven van het gas af te koppelen, alsmede verduurzaming van de mobiltieit. Warmte (en koude) worden daar waar mogelijk uit andere hernieuwbare bronnen gehaald. Binnen Nederland zijn regio’s aangewezen die zelf een strategie opstellen hoe aan de energievraag en energieopwekking te kunnen voldoen.
Daarnaast geven steeds meer gemeenten een invulling hoe om te gaan met circulariteit, afvalverwerking, recycling, etc.
2.2
Autonome ontwikkelingen binnen de gemeente De Omgevingsvisie Lansingerland schetst een toekomstbeeld voor de gemeente. Een onderdeel van die toekomst zijn plannen die al een juridisch-planologische status hebben, of bijna een status
Blad 2 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
hebben. Dit zijn autonome plannen. Om een goede vergelijkingssituatie te hebben, is het relevant deze harde plannen inzichtelijk te hebben. De visie borduurt immers voort op de situatie waarin deze autonome plannen zijn gerealiseerd. Dit wordt de referentiesituatie genoemd – met name in het MER bij de Omgevingsvisie wordt de vergelijking met de referentiesituatie gemaakt om te toetsen welke effecten de Omgevingsvisie heeft. Twee grotere autonome ontwikkelingen waar al een m.e.r.-procedure voor is opgestart zijn Bleizo (ontwikkeling bedrijventerrein tussen Bleiswijk en Zoetermeer) en Wilderszijde (woningbouwontwikkeling aan de zuidzijde van Bergschenhoek).
2.3
De Omgevingsvisie van Lansingerland Gemeente Lansingerland zet in op een verbonden, vindingrijk en gezonde gemeente in 2040. De gemeente Lansingerland staat voor een groene, gezonde en (sociaal) duurzame leefomgeving, waar alle inwoners veilig en prettig kunnen wonen, werken, recreëren en zich verplaatsen. Om dat te realiseren is de visie gebaseerd op drie pijlers: ‘Verbonden in de Metropool’, ‘Vindingrijk en ondernemend’ en ‘Gezond samen leven’. Elke pijler beschrijft belangrijke ambities en ontwikkelingen voor de hele gemeente. Die ontwikkelingen zijn niet overal in Lansingerland hetzelfde. Een eigen koers per deelgebied zorgt ervoor dat de overkoepelende ambitie gebiedsgericht kan landen. In de paragrafen hierna wordt deze koers per deelgebied verder toegelicht. De figuur hierna toont de visiekaart die in de Omgevingsvisie landt. Hierin zijn inbreidingslocaties, uitbreidingslocaties, nieuwe (langzaam) verkeerroutes en versterkende groenvoorzieningen opgenomen. Figuur 2-1: Omgevingsvisiekaart Lansingerland (Bron: KC).
Blad 3 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
3
Aanpak van de LER
3.1
Opbouw van de beoordeling In dit stuk is de Omgevingsvisie voor Lansingerland beoordeeld op de potentiële milieueffecten die optreden als gevolg van implementatie ervan. Dit wordt gedaan op basis van enkele milieuaspecten. Het gaat om de volgende milieuaspecten waarop de effecten inzichtelijk worden gemaakt. De beoordeling wordt gedaan op vier domeinen: gezond en veilig, omgevingskwaliteit, leefbaarheid en duurzaamheid (zie ook de paragraaf hierna). Mobiliteit Geluid
Luchtkwaliteit
Externe veiligheid
Gezondheid
Aspecten voor het Leefmilieueffectrapport Wijze van verplaatsing Ecologie Gebiedsbescherming Verkeersafwikkeling Soortenbescherming Verkeersveiligheid Biodiversiteit Wegverkeerlawaai Bodem Bodemkwaliteit Spoorweglawaai Niet-gesprongen explosieven Industrielawaai Luchtvaartlawaai Cumulatief geluid Stikstofdioxiden Water Oppervlaktewater (Zeer) fijnstof Grondwater Roet Waterkwaliteit Geur Klimaatadaptatie Risicovolle inrichtingen Cultuurhistorie Cultuurhistorie Transportroutes en archeologie Archeologie Buisleidingen Milieugezondheidsrisico’s Duurzaamheid Energie Lichthinder Circulariteit Hittestress
Elk afzonderlijk milieuaspect is op dezelfde manier opgebouwd. Eerst wordt er een zo volledig mogelijk beeld gegeven van de huidige situatie en de referentiesituatie van Lansingerland. De referentiesituatie is de situatie in de toekomst (2040) wanneer er geen Omgevingsvisie van kracht is en de huidige situatie als het ware wordt voortgezet. Dit geeft een vergelijkingssituatie waarmee de effecten van de Omgevingsvisie inzichtelijk worden. Vervolgens wordt gekeken hoe elk milieuaspect is opgenomen in de Omgevingsvisie. Concrete maatregelen en ingrepen zijn goed milieutechnisch te toetsen en te beoordelen. Minder concrete maatregelen zijn lastiger te beoordelen. Het geheel eindigt in een beoordeling en op een conclusie voor dat milieuaspect. Er volgen aandachtspunten voor verdere uitwerking en attentiepunten voor de gemeente wanneer er onvoldoende informatie beschikbaar is in dit stadium.
3.2
Het beoordelingsmethode
3.2.1
De vier domeinen Gezondheid en veiligheid Op dit domein treden positieve effecten op als sprake is van een afname van milieuhinder die optreedt door bijvoorbeeld luchtverontreiniging of geluidemissies. Ook zijn er positieve effecten
Blad 4 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
als een maatregel leidt tot een omgeving die (meer) bijdraagt aan het stimuleren van gezond gedrag, zoals sport en bewegen. Het voorkomen van ongevallen en mitigeren van veiligheidsrisico’s wordt eveneens positief beoordeeld. Een negatieve beoordeling wordt gegeven als de keuze leidt tot een toename van verontreiniging en/of hinder, van gezondheidseffecten en/of van veiligheidsrisico’s. Ook wanneer een keuze ongezond gedrag stimuleert of leidt tot toename van risico’s voor kwetsbare groepen is dit aanleiding voor een negatieve beoordeling. Omgevingskwaliteit Op dit domein treden positieve effecten op als een maatregel bijdraagt aan een toekomstbestendig natuurlijk systeem, waarbij de fysieke leefomgeving is afgestemd op de aanwezige functie(s) en het klimaat. Maatregelen waarmee verstoring van processen - als gevolg van klimaatverandering – wordt voorkomen worden positief beoordeeld. Daarnaast wordt een positieve beoordeling gegeven als de keuze leidt tot meer omgevingskwaliteit. Die kwaliteiten kunnen betrekking hebben op landschap, cultuurhistorie, archeologie, ondergrond, water en natuur. Een negatieve beoordeling wordt gegeven wanneer de keuze bijdraagt aan toename van risico’s als gevolg van klimaatverandering, zoals droogtestress, hittestress en wateroverlast.
Ook bij aantasting van historisch en landschappelijk kapitaal of van het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, waaronder effecten op de biodiversiteit, de kwaliteit en omvang van natuur- en groengebieden en het watersysteem leidt dit tot een negatieve beoordeling en (andere) aanwezige waarden in de fysieke leefomgeving wordt een negatieve beoordeling gegeven. Wanneer de (relatieve) kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen en ecosysteemdiensten wordt aangetast, is dat ook een reden voor een negatieve beoordeling. Leefbaarheid Met de leefbaarheid worden economische en maatschappelijke aspecten van de fysieke leefomgeving bedoeld. Een positieve beoordeling wordt gegeven als een maatregel leidt tot een betere afstemming van de woningmarkt op de behoefte. Of als deze bijdraagt aan een toekomstbestendige economie, met banen die passen bij het arbeidspotentieel en opleidingen die passen bij de vacatures. Ook keuzes die bijdragen aan de levendigheid, sociale cohesie en een passend voorzieningenniveau worden positief beoordeeld. Het bieden van een betere bereikbaarheid van woon- en werklocaties wordt eveneens positief beoordeeld.
Een negatieve beoordeling wordt gegeven wanneer de toekomst van belangrijke economische sectoren in gevaar wordt gebracht en wanneer keuzes leiden tot knelpunten in de bereikbaarheid, scheve verhoudingen op de woningmarkt of een onvoldoende voorzieningenniveau. Ook wanneer keuzes leiden tot verlies aan sociaal kapitaal en sociale cohesie wordt dit negatief beoordeeld. Duurzaamheid Wanneer keuzes bijdragen aan de energietransitie, de transitie naar een circulaire economie en naar kringlooplandbouw, dan wordt dit positief beoordeeld. Voorbeelden van positieve gevolgen zijn beperking van de CO2-uitstoot, vergroenen van de energiebalans; reductie van het gebruik van grondstoffen; stimulering van hergebruik en duurzaam en meervoudig ruimtegebruik. In principe worden maatregelen die bijdragen aan een goede balans tussen de maatschappelijke behoeften en de draagkracht van de fysieke leefomgeving positief beoordeeld.
Blad 5 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Een negatieve beoordeling wordt gegeven aan maatregelen die deze balans (verder) in gevaar brengen, bijvoorbeeld doordat deze leiden tot onomkeerbare milieugevolgen, de productie van afvalstoffen of (onevenredige) uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Ook wanneer een keuze de mogelijkheid tot duurzaam, doelmatig en meervoudig ruimtegebruik in de toekomst onmogelijk maakt, kan een negatieve beoordeling worden gegeven.
3.2.2
Scorebord en beoordelingsmethode Op basis van de bovenstaande domeinen wordt elk milieuaspect afzonderlijk beoordeeld aan de hand van de referentiesituatie (zie paragraaf 2.3) en op basis van expert judgement. Hierbij wordt aan elk domein een waarde verbonden volgens onderstaande scorebalk. De score kan variëren van zeer negatief tot zeer positief. Een neutrale beoordeling wordt toegekend als het betreffende alternatief geen wezenlijke impact heeft op het betreffende domein. Positieve en negatieve beoordelingen worden gegeven aan de hand van de beschrijving in de voorgaande paragraaf. Het verschil tussen een positieve (of negatieve) en een zeer positieve (of zeer negatieve) beoordeling is relatief. Een extremere beoordeling wordt gegeven wanneer een milieuaspect op meerdere onderdelen significante effecten veroorzaakt, of bepalend is voor het doelbereik van de Omgevingsvisie. Per milieuaspect wordt de beoordeling toegelicht. Zeer negatief
Negatief
Neutraal
Positief
Zeer positief
Figuur 3-1 Scorebalk die gebruikt is bij de beoordeling van de alternatieven
Een voorbeeld van een scorebord is hieronder weergegeven.
Figuur 3-2 Een voorbeeld van een scorebord per milieuaspect.
Blad 6 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
4
Mobiliteit
4.1
Introductie Mobiliteit is een belangrijk thema in de leefomgeving. Binnen het thema mobiliteit is niet alleen het snel van A naar B kunnen komen met verschillende modaliteiten belangrijk, maar ook de verkeersveiligheid. Tot 2015 is het aantal verkeersslachtoffers en doden gestaag gedaald, maar die trend is sindsdien gestagneerd. Het streven is om die daling opnieuw in te zetten, totdat er in de toekomst 0 verkeersdoden zijn. Drie aspecten van mobiliteit worden in dit hoofdstuk behandeld: de wijze van verplaatsing, de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid.
4.2
Huidige situatie
4.2.1
Infrastructuur De infrastructuur in de gemeente Lansingerland bestaat uit verschillende dragers zoals te zien op onderstaande kaart.
Figuur 4-1: Belangrijke wegen in en rondom de gemeente Lansingerland.
Blad 7 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Ten eerste er is de A12 die door het noorden van de gemeente loopt, binnen de gemeente is één op- en afrit aanwezig naar deze snelweg. Deze vormt de voornaamste verbinding tussen Den Haag en Utrecht. Daarnaast lopen verschillende provinciale wegen door de gemeente die de regio verbindt met Rotterdam en ander omliggende kernen als Zoetermeer en Pijnacker. Binnen Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk en Bergschenhoek liggen weer verschillende ontsluitingswegen naar de provinciale wegen, bijvoorbeeld de Berkelseweg, en Oudelandselaan. In het oosten van de gemeente bij de Rottemeren loopt een landelijke fiets- en wandelroute. Daarnaast lopen door de gemeente verschillende regionale fietsroutes.
Figuur 4-2: Landelijke fietsroutes (donkergroen), regionale fietsnetwerk (lichtgroen) en lange afstands wandelroutes (rood) in en rondom Lansingerland.
Blad 8 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
4.2.2
Verkeersveiligheid De onderstaande geeft de locaties weer van ongevallen in en rondom de kernen. Het merendeel van de ongevallen vindt plaats op de provinciale wegen of op grotere gebiedsontsluitingswegen binnen bebouwde kom. Binnen de kernen gaat het veelal om ongevallen tussen gemotoriseerd verkeer en fietsers. Buiten de kernen gaat het vooral om blikschade aan auto’s.
Figuur 4-3: Verkeersongevallen in de kernen.
4.3
Referentiesituatie Het verkeer neemt de komende jaren autonoom toe. De landelijke trend is dat elk jaar meer en meer motorvoertuigen de weg op gaan. Daarnaast neemt ook de frequentie op het spoor toe. Het gevolg van de toename van verkeer is dat er meer druk op de bestaande infrastructuur toe. De spitsen worden langer en de doorstroming op de kruispunten gaat langzaamaan achteruit. Daarnaast neemt ook het aantal verkeersongevallen toe bij de toename van verkeer. Vooral in de kernen waar veel niet-gescheiden verkeerstromen aanwezig zijn, gaat het in toenemende mate mis. Daarnaast verandert mogelijk ook de doorstroming binnen de gemeente, en de te nemen routes van het verkeer, als gevolg van de ingebruikname van de Groene Boog in 2024. Dit is een onderdeel dat vanuit dat project gemonitord wordt.
4.4
Mobiliteit in de Omgevingsvisie ‘Verbonden in de metropool’ is een van de hoofdambities in de Omgevingsvisie van gemeente Lansingerland. De gemeente wil haar positie in midden in de Randstad versterken door de mobiliteit te verbeteren, maar wel in de gewenste richting. ‘Verbonden’ is hierbij een breed begrip. Enerzijds gaat het om onze fysieke verbindingen. Voorbeelden zijn de groei van de kernen aan oude linten en onze groen- en waterstructuren die doorlopen tot aan het Groene Hart en het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Het gaat ook over (snel)wegen en metro- en spoorlijnen, die Lansingerland verbinden met alle steden in de regio. Bovendien gaat het
Blad 9 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
verbonden zijn gaat ook over het aangaan van samenwerkingen in de regio. De gemeente Lansingerland kiest niet voor verdere uitbreiding van wegen, maar zet in op alternatieven om de regionale bereikbaarheid optimaal te houden. Wijze van verplaatsing In de gemeente Lansingerland wordt nu nog vooral gekozen voor de auto als modaliteit. Dit is bijvoorbeeld te zien aan het straatbeeld, waarbij de meeste parkeerplekken bezet zijn. De gemeente geeft ruimte aan actieve en duurzame vormen van mobiliteit, waaronder fietsen en lopen. Gekozen is voor een prioritering: Eerst wandelen en fietsen, dan openbaar vervoer, vervolgens slimme vervoersoplossingen, schone automobiliteit en als laatste brandstofauto’s. De genoemde prioritering wordt gebiedsgericht uitgewerkt en verschilt daarmee van plek tot plek. Groenblauwe corridors (fiets en wandelpanden omringd door groen en water) zijn belangrijk in de visie. Daarnaast moeten er voldoende rustpunten zijn op deze routes. Routes voor voetgangers en wandelaars moeten ook toegankelijk zijn voor mensen die minder mobiel zijn, onder andere door drempelloze opgangen te hebben. De ruimte voor de auto wordt ingeperkt. Hierbij horen ingrepen in de inrichting van de infrastructuur, zoals onder andere maximumsnelheden, fysieke maatvoering, parkeer- en stallingsgelegenheden en ruimte voor deelmobiliteit.
Deze transitie geldt voor het gehele gemeentelijk gebied. In de toekomst moeten grote vervoerstromen in de regio van de gemeente worden bediend met hoogwaardig openbaar vervoer en zware reizigersstromen worden gebundeld. Voornamelijk wordt ingezet op hoogwaardig openbaar vervoer (zoals de vertramming van de ZoRo-baan). Ook moeten fietsverbindingen tussen de kernen sterk zijn. Bijkomend aandachtspunt is de toegankelijkheid van voorzieningen en openbaar vervoer: gelijkvloerse instappen, oversteekbaarheid om bij haltes te komen, en haltes op logische plekken nabij voorzieningen. Verkeersafwikkeling De beoogde groei van het aantal inwoners van de gemeente Lansingerland (en de omliggende regio) gaat gepaard met meer vervoersbewegingen van, naar en door de gemeente. In de Omgevingsvisie wordt daarom ook ingezet op een betere bereikbaarheid. De bereikbaarheid en maatregelen daartoe zullen per locatie en doelgroep verschillen. Hoogwaardig vervoer is in de gemeentelijke visie een belangrijke pijler. Ook de fietsverbindingen moeten zowel tussen de kernen als binnen de regio sterk zijn. Mobiliteit in enige vorm moet voor iedereen toegankelijkheid en nabij zijn. Verkeersveiligheid In de Omgevingsvisie heeft verkeersveiligheid ruimte door expliciete aandacht voor de zwakkere verkeersdeelnemers (fietsers, wandelaars) en minder validen.
Eenduidige en eenvoudige weginrichtingen en bebording wordt nagestreefd. Daarnaast moeten er voldoende rustpunten zijn op deze routes en dat ze overzichtelijk zijn, zeker op kruispunten en oversteekplaatsen. De fiets en wandelpaden in de gemeente moeten overzichtelijk zijn, zeker op kruispunten en oversteekplaatsen.
Blad 10 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
4.5
Beoordeling De beoordeling van mobiliteit op de vier beoordelingsdomeinen is in de figuur hieronder opgenomen. De toelichting volgt daarna.
De verkeersveiligheid verslechtert autonoom, doordat er meer verplaatsingen en daarmee meer opstoppingen en ongevallen. Zonder enig ingrijpen van de gemeente is er wel een positieve trend te herleiden in de technologische vooruitgang, immers wordt de veiligheid in de auto steeds verbeterd. Hiertegenover staat de ambitie van de gemeente om het gemotoriseerd verkeer meer terug te dringen en vooral de voetganger en fietser centraal te stellen, en vervolgens het openbaar vervoer te prioriteren. De keuze voor deze twee vormen van mobiliteit geven een licht-positieve draai aan de ambitie ‘gezond en veilig’. Dit heeft ook een licht-positieve impact op de ambitie ‘leefbaarheid’, aangezien de inwoners van Lansingerland bij uitvoering van de Omgevingsvisie meer leefruimte en meer bewegingsruimte krijgen ten opzichte van de automobilist. Wel liggen er aandachtspunten ter verbetering van de verkeersveiligheid en het borgen van de prioritering in modaliteiten. De uitgesproken ambitie om gemotoriseerd verkeer in mindere mate te faciliteren en met name in te zetten op vervoer middels openbaar vervoer, fiets en wandelen, leidt tot een licht-positieve score op ‘duurzaamheid’. Ook de toename van elektrisch rijden draagt hieraan bij. Op ‘omgevingskwaliteit’ heeft mobiliteit in dit stadium geen blijvende impact, waardoor deze dan ook neutraal zijn beoordeeld.
4.6
Aandachtspunten In deze paragraaf zijn enkele maatregelen opgenomen die bij kunnen dragen aan het verder concretiseren en uitwerken van het verkeerbeleid. De Omgevingsvisie geeft handvatten maar vult nog niet in op welke manier gemeente Lansingerland haar doelstellingen concreet wil behalen. Onderstaande aandachtspunten kunnen mogelijk hierbij helpen. Opstellen van een gemeentelijk mobiliteitsvisie Om de effecten van verkeer op de leefomgeving in beeld te brengen en vroegtijdig eventuele effecten te monitoren en te mitigeren is een concretiseringsslag in de ambities noodzakelijk. Een mogelijkheid kan zijn om deze concretiseringsslag te maken in toekomstige actualisaties van de Omgevingsvisie, of door een gemeentelijk Verkeer- en Mobiliteitsplan op te stellen. Reduceer de snelheid van diverse wegen naar 30 km/uur Een maatregel om de verkeersveiligheid te verbeteren, is om de snelheid op de doorgaande wegen in de kernen te verlagen naar 30 kilometer per uur. Enerzijds bevordert dit de verkeersveiligheid
Blad 11 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
en de leefbaarheid van de kernen, anderzijds werkt dit positief door op gezondheidsbeschermingsaspecten zoals geluid en luchtkwaliteit. Opstellen van een milieubeleidsplan De mate van verkeersdruk heeft een directe impact op milieuaspecten als geluid en lucht. Het is raadzaam dit ook als één bundel te beschouwen. Wanneer men ergens de kraan voor verkeer dichtdraait zal daar de geluidsituatie en de luchtkwaliteit direct verbeteren. Het tegenovergestelde is uiteraard het geval wanneer ergens meer verkeer wordt toegestaan. Mogelijkheden om woonbuurten van autoverkeer te ontzien, of om gemotoriseerd verkeer in de centra van de kernen te ontmoedigen, kunnen positief bijdragen aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Het is raadzaam om de integrale benadering van verkeer, geluid en luchtkwaliteit te vatten in een milieubeleidsplan.
Blad 12 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
5
Geluid
5.1
Introductie Overlast als gevolg van geluid kan leiden tot gezondheidsklachten bij de gehinderden. Denk hierbij aan slaapverstoring en het gebrek aan rust. De scheidslijnen tussen rust en reuring en hoe een individu deze ervaart, zijn echter subjectief. Desondanks wordt zowel vanuit de wetgever als vanuit instanties als de GGD en de World Health Organization (WHO) gepoogd een acceptabel leefklimaat te borgen door een zo gezond mogelijke geluidsituatie na te streven. Wegverkeer, treinen op het spoor, luchtvaartlawaai, en de industrie zijn de voornaamste lawaaimakers in Lansingerland. Daarnaast kunnen tijdelijke activiteiten, zoals evenementen en buurtfeesten, maar ook vliegverkeer naar Rotterdam-The Hague Airport overlast in de omgeving veroorzaken. De wettelijke waarden en de WHO-advies waarden staan in de tabel hieronder vermeld. Type Industrie Spoorweg
Juridische voorkeursgrenswaarde 50 dB(A) 55 dB
Juridische maximale ontheffingswaarde 55 dB(A) 68 dB
Wegverkeer
48 dB
Luchtvaart
48 dB
53 dB buitenweg 63 dB binnen kom -
Cumulatief
-
-
5.2
Huidige situatie
5.2.1
Wegverkeerlawaai
WHO maximale advieswaarde 54 dB (44 dB in de nachturen) 53 dB (45 dB in de nachturen) 45 dB (40 dB in de nachturen) -
De hoogste geluidniveaus als gevolg van wegverkeer zijn in de gemeente Lansingerland te vinden langs de Rijks- en provinciale wegen. Het gaat in het noorden om de Rijksweg A12. Daarnaast zijn de N470, N471, N472 en N209 de belangrijkste veroorzakers van wegverkeerslawaai. De provinciale wegen lopen langs of door de kernen Bleiswijk, Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek. In de kernen is het wegverkeerlawaai zeer aanwezig. In het buitengebied is dit aanmerkelijk minder. Dit betekent ook dat in de kernen niet overal aan de WHO-advieswaarden worden voldaan, wat resulteer in mogelijke gezondheidseffecten op de inwoners van de betreffende kernen. Uiteraard is de geluidbelasting per locatie verschillend. Direct aan de doorgaande wegen gelegen – de wegen waar grote aantal gemotoriseerd verkeer per etmaal overheen komt – is de geluidbelasting aanmerkelijk hoger dan achter afschermende bebouwing. Dit resulteert in dat in woonbuurten wel wordt voldaan aan de WHO-advieswaarden maar aan de doorgaande wegen niet. De figuur hierna toont op grof abstractieniveau de geluidbelasting binnen de gemeente Lansingerland. Overgrote delen van de gemeente vallen in de categorieën ‘redelijk’ tot ‘goed’. Aan
Blad 13 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
de doorgaande wegen wordt de geluidbelasting grotendeels geklassificeerd als ‘matig’ of zelfs slechter.
Figuur 5-1: Het geluidniveau als gevolg van wegverkeer (Lden). Bron: RIVM.
5.2.2
Industrielawaai In de gemeente Lansingerland ervaart tussen de 1 en 1,5 procent ernstige geluidhinder door bedrijven en industrie. Dit volgt uit een onderzoek van het RIVM op basis van de Nationale Monitor Volksgezondheid. Geluid kan afkomstig zijn van individuele bedrijven, maar ook van gezoneerde industrieterreinen. Deze gezoneerde industrieterreinen kennen een zogeheten geluidszone waarbinnen grote lawaaimakers zich mogen vestigen. Hiermee wordt planologisch geborgd dat de geluidbelasting op nabijliggende woningen niet boven vastgestelde waarden komen: doorgaans wordt hier 50 dB(A) voor gehanteerd. Binnen de geluidszone zijn wel bedrijfswoningen toegestaan die niet hetzelfde beschermingsregime kennen als ‘gewone’ woningen (en andere geluidgevoelige bestemmingen).
Blad 14 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
In de gemeente zijn geen gezoneerde industrieterrein aanwezig. Wel zijn de volgende bedrijventerreinen aanwezig: Bedrijvenpark Oudeland Bedrijventerrein Leeuwenhoekweg Prisma Bedrijvenpark.
5.2.3
Spoorweglawaai Het spoorweglawaai wordt veroorzaakt door twee trajecten: de HSL van Rotterdam naar Amsterdam en de spoorlijn tussen Den Haag en Gouda. De HSL is gesitueerd in de smalle strook tussen Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek. Het geluidniveau als gevolg van het spoor is het overgrote deel van deze kernen lager dan 55 dB (Lden). De spoorlijn ligt hier grotendeels in een verdiepte bak. Desondanks is langs het spoor sprake van enige geluidhinder. Momenteel is ProRail bezig met maatregelen aan het spoor om eventuele geluidhinder terug te dringen. De spoorlijn Den Haag-Gouda loopt parallel aan de A12. Deze trajecten vormen samen een geluidsbron in het noorden van de gemeente.
Figuur 5-2: Het geluidniveau als gevolg van treinverkeer (Lden). Bron: RIVM.
Blad 15 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Door Berkel en Rodenrijs loopt ook de RandstadRail die Rotterdam Centraal verbindt met Den Haag Centraal. Het geluidsniveau als gevolg van deze metrolijn is niet opgenomen in de bovenstaande kaart, maar deze heeft wel een negatief effect op geluid in Berkel en Rodenrijs, met name de eerste lijn direct aan het spoor gelegen.
5.2.4
Luchtvaartlawaai De gemeente Lansingerland ligt deels onder de aanvliegroute van Rotterdam-The Hague Airport. Dit is te zien op de onderstaande kaart. Met name in Bergschenhoek ervaart men grotere hinder van geluid van overvliegend vliegverkeer: 13-28% van de inwoners ervaart de hinder. In Bleiswijk en in Berkel en Rodenrijs ervaart men ook hinder, maar in beperktere mate: 5-13% van de inwoners. Momenteel wordt er een nieuw luchthavenbesluit voorbereid voor Rotterdam-The Hague Airport met een uitgebreid participatietraject. Hinderbeperking is belangrijk onderdeel van dit traject. Gemeente en bewonersvertegenwoordiging van Lansingerland participeren in dit proces. Desondanks is de luchthaven en het vliegverkeer een gegeven waar moeilijk sturing aan te geven is vanuit de gemeente.
Figuur 5-3: Percentage inwoners dat ernstige geluidhinder ervaart door de luchtvaart (Bron: Atasleefomgeving.nl).
5.2.5
Cumulatief geluid Op de onderstaande kaart is de gezamenlijke geluidbelasting te zien van wegverkeer, treinverkeer, industrie en windturbines. Geluidhinder als gevolg van Rotterdam The Hague Airport en de RandstadRail door Berkel en Rodenrijs is echter niet opgenomen in deze kaart. Uit de valt op te maken dat de cumulatieve geluidbelasting vooral in de kernen het hoogst is en langs de aders van de A12 en de HSL. In het buitengebied is de cumulatieve geluidbelasting beperkt, met uitzondering van het gebied direct grenzend aan de A12 en de HSL.
Blad 16 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Figuur 5-4: Het cumulatieve geluidniveau van alle geluiden (Lcum). Bron: RIVM.
5.3
Referentiesituatie In de referentiesituatie is de Groene Boog (A16/A13) gerealiseerd. Deze loopt door de gemeente, maar ligt langs Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs grotendeels verdiept. Hierdoor blijft de geluidbelasting en uitstraling ervan op de omgeving enigszins beperkt tot de bak waarin de weg ligt. Dit is ook een afspraak in het kader van ‘Saldo nul’ waarbij omwonenden de nieuwe snelweg niet mogen zien, horen of ruiken. Daarnaast is een algemene landelijke trend dat de geluidbelasting als gevolg van gemotoriseerd verkeer steeds verder afneemt. Dit komt door stiller wordende motoren, maar ook door de steeds grotere toepassing van stil asfalt. Ruimtelijke ingrepen, zoals geluidschermen, dienen gematigd toegepast te worden als gevolg van de landschappelijke en ruimtelijke impact hiervan. Desondanks neemt de frequentie op de spoorlijnen door de gemeente de komende jaren wel toe – er gaan meer metro’s en meer treinen rijden om het toenemende reizigersaanbod te vervoeren. Zonder maatregelen aan deze geluidbronnen wordt de potentiële hinder op (bestaande) woningen en andere geluidgevoelige objecten als gevolg hiervan groter. Het aandeel vliegverkeer neemt niet zondermeer toe. De luchtvaartbranche kan enkel groeien wanneer de potentiële hinder afneemt – dit is opgenomen in de Luchtvaartnota van het Rijk.
In hoeverre Rotterdam-The Hague Airport dus verder groeit, is afhankelijk van technologische
Blad 17 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
ontwikkelingen en het milieu- en gezondheidsbeleid hieromtrent. Daarnaast verandert het beoordelingskader voor geluid onder de Omgevingswet. Dit houdt in dat er standaardwaarden en grenswaarden worden vastgesteld. Ook zal er een nieuw rekenmodel worden gehanteerd voor cumulatief geluid, waarin luchtvaartlawaai een grotere bijdrage aan de algehele cumulatieve geluidbelasting levert dan in de huidige situatie het geval is.
5.4
Geluid in de Omgevingsvisie Eén van de hoofdambities van de Omgevingsvisie is ‘gezond samen leven’, voor alle kernen van de gemeente en in het buitengebied. De Omgevingsvisie stelt dat een gezonde leefomgeving leidt tot een beperking van de gezondheidsrisico’s. Bestaande bebouwing In de kernen is de geluidbelasting vaak hoog als gevolg van de cumulatie van diverse geluidbronnen. In Berkel en Rodenrijs gaat het vooral om de combinatie van spoorweg (metro) en wegverkeer, in Bergschenhoek gaat het om het spoor (HSL) en druk bereden provinciale weg N209, en in Bleiswijk gaat het ook om de N209. Daarnaast speelt aan de randen van deze kernen ook nog eventueel bedrijfs- en industrielawaai en speelt over heel de gemeente luchtvaartlawaai een rol. Binnen de kernen is vooral het autoverkeer dominant. Het gaat om veelal om verkeer dat van buiten de kern naar de woning rijdt, of dat binnen de kern naar voorzieningen (supermarkt, etc.) rijdt. In de centra draait het om reuring en de mogelijkheid tot ontmoeten, inclusief de mogelijkheid voor evenementen. Hier hoort mobiliteit en bewegingsvrijheid bij. Daarom wordt in de centra uitgegaan van het hanteren van een standaard geluidkwaliteit – dit betekent geen wettelijke normoverschrijdingen (> 63 dB) en waar mogelijk maatregelen treffen om onevenredige geluidbelasting tegen te gaan.
De wegen in de kernen zijn veelal 50 m/u op doorgaande wegen en 30 km/u in de woonbuurten. In de Omgevingsvisie wordt gesteld dat in woonbuurten de leefkwaliteit voorop staat. Hier mag de geluidsituatie niet verslechteren. In de linten en de buurtschappen – die grotendeels aan de doorgaande routes door de gemeente liggen – wordt terughoudend omgegaan met nieuwe activiteiten die meer verkeer en milieuhinder als gevolg hebben. Dit is het geval voor Kruisweg en Noordeinde. In het buitengebied wordt juist meer ingezet op de rust en hogere kwaliteitsnormen. Nieuwe ontwikkelingen De Omgevingsvisie maakt enkele nieuwe ontwikkelingen mogelijk, alsmede enkele al eerder vastgestelde nieuwe ontwikkelingen (Bleizo en Wilderszijde). Denk hierbij aan knooppuntontwikkelingen langs de metro en langs de spoorlijn Den Haag-Utrecht, en de ontwikkeling van diverse nieuwe woongebieden. Knooppuntontwikkeling Knooppuntontwikkelingen hebben een tweeledig positief effect. Enerzijds worden hier voorzieningen, bedrijvigheid en woningen geclusterd waardoor een hoogstedelijke dichtheid ontstaat. Anderzijds leidt deze vorm van ontwikkelen tot het pro-actief weren van individueel gemotoriseerd verkeer – immers, je kan met het openbaar vervoer vanuit de regio direct naar dit knooppunt toe. Knooppuntontwikkelingen bij stations zijn wel uitdagingen op gebied van geluid.
Een hoge frequentie van metro’s en treinen leidt potentieel tot een hoge geluidbelasting. Stedenbouwkundig dient dit optimaal ingepast te worden om zo geluidhinder op de omgeving te beperken. Dit kan door aan de overdrachtszijde van geluid maatregelen te treffen, zoals een groot
Blad 18 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
deel van het spoor te overkluizen en het station inpandig in te passen. Aan de ontvangerszijde van het geluid kan extra isolatie helpen, maar ook andere maatregelen zijn mogelijk. Zo kan het helpen om direct langs de spoorlijn de eerstelijns bebouwing te voorzien van niet-wonenfuncties. Op deze manier kan een niet-geluidgevoelige bestemming als het ware een scherm vormen voor de woonfuncties die dan achter de eerstelijns bebouwing worden gepositioneerd. Ook kan de architectonische uitwerking van een pand helpen. Indien de slaapvertrekken van een woning aan een stille zijde worden gepositioneerd, kan in elk geval geborgd worden dat toekomstige bewoners een relatief stille nacht ervaren. Daarnaast is het materiaal waarmee een pand wordt uitgerust ook relevant voor de mogelijkheden om reflectie van geluid te absorberen. Gebiedsontwikkeling: Berkel en Rodenrijs Naast knooppuntontwikkeling wordt er in de Omgevingsvisie van Lansingerland ook op meerdere plekken de ontwikkeling van nieuwe woonbuurten toegestaan. (N.B. Bleizo en Wilderszijde zijn twee van deze ontwikkelingen waarvoor al een m.e.r.-procedure is doorlopen. De regels die daaruit voort zijn gekomen gelden ook hier.) De visiekaart laat zien dat de meeste nieuwe woningbouwlocaties aan de randen van de kernen zijn.
De nieuwe locatie Westpolder (Berkel en Rodenrijs) ligt in relatief hoog geluidbelast gebied: aan de westzijde wordt het gebied afgebakend door de metrolijn en in het oostelijk deel ligt de drukke N471. De gecumuleerde geluidbelasting ligt hier parallel aan het spoor tussen de 56-60 dB. In het binnengebied ligt de gecumuleerde geluidbelasting wat lager: 51-55 dB. Afscherming van het spoor (door geluidschermen of afschermende eerstelijns bebouwing) kan de geluidbelasting voor een groter gebied van de Westpolder lager uitvallen. De mate waarin dergelijke maatregelen bijdragen dient echter onderzocht te worden. Ditzelfde geldt voor Driehoek Noordpolder. Hier ligt een potentiële woningbouwopgave op de plek waar de HSL uit de open tunnelbak komt en op hoogte door het glastuinbouwgebied verder beweegt. De contouren van de HSL worden hier zichtbaar omvangrijker. Ook hier kent een groot deel van het gebied dat aan het spoor kruist een hogere geluidbelasting: 56-60 dB. Verder van het spoor af neemt de geluidbelasting af tot 51-55 dB. Er worden echter momenteel werkzaamheden aan het spoor uitgevoerd waarbij ProRail geluidschermen realiseert. In de eindsituatie zal de geluidbelasting hier dus drastisch beperkt worden en het overgrote deel van Driehoek Noordpolder een ‘goed’ tot ‘redelijk’ cumulatieve geluidsituatie kennen.
Figuur 5-5: Uitsnede cumulatieve geluidbelasting Westpolder en Driehoek Noordpolder.
Blad 19 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Gebiedsontwikkeling: Bergschenhoek In Bergschenhoek zijn twee locaties aangewezen voor potentiële woningbouw. Beide bevinden zich in de oosthoek van de kern: Wolfend en Jacob Marislaan. De beoogde locatie Wolfend bevindt zich op een relatief leeg gebied. Er staat een enkel bedrijf (agrarisch en glastuinbouw) en aan de randen bevinden zich woningen. De locatie ligt verder direct aan de N209. Hierdoor ligt aan de rand van het gebied de geluidbelasting het hoogst: 56-60 dB. Verder in het gebied van de weg af neemt de cumulatieve geluidbelasting af tot 51-55 dB. Aan de overzijde van de N209 bevindt zich tevens een bedrijventerrein. Mogelijke geluiduitstraling hiervan is realistisch. Door afscherming van het wegverkeerlawaai (door geluidschermen of afschermende eerstelijns bebouwing) kan de geluidbelasting voor een groter gebied van Wolfend lager uitvallen. De mate waarin dergelijke maatregelen positief bijdragen dient echter onderzocht te worden. De locatie Jacob Marislaan betekent een gedeeltelijke transformatie van een gebiedje dat nu uit glastuinbouw bestaat. De geluidbelasting is daar relatief laag, met uitzondering het deel direct aan de N209 gelegen. Ook hier geldt dat een stedenbouwkundige inpassing rekening dient te houden met de geluidsituatie ter plaatse.
Aandachtspunt bij deze locatie is dat luchtvaartlawaai niet opgenomen is in de cumulatieve geluidkaarten van het RIVM, terwijl het juist op deze locatie erg relevant is. Duidelijker inzicht in de geluidbelasting door de luchtvaart dient hier nader onderzocht te worden (maar eigenlijk ook voor heel Lansingerland).
Figuur 5-6: Uitsnede cumulatieve geluidbelasting Wolfend en Jacob Marislaan.
Gebiedsontwikkeling: Bleiswijk In de kern Bleiswijk zijn ook nog twee ontwikkellocaties aangewezen. Hier gaat het om de Merenweg aan de zuidzijde en de Lange Vaart aan de noordzijde. Beide locaties hebben nagenoeg dezelfde kenmerken: een groot deel van het aangewezen terrein heeft geen bebouwing en een klein deel is bebouwd met glastuinbouw of andersoortige bedrijvigheid. De locatie Lange Vaart ligt echter in meer geluidbelast gebied. Het ligt aan eveneens aan de N209, maar geheel aan de
Blad 20 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
noordkant. De verkeersintensiteiten liggen hier het hoogst van de N209 omdat hier de N209 vanaf Bleiswijk direct naar de wat noordelijk gelegen A12 loopt. Hierdoor is de geluidbelasting in deelgebied Lange Vaart wat hoger: 56-60 dB langs de N209 en 51-55 dB oostelijker. In het andere potentiële ontwikkelgebied, Merenweg, ligt de geluidbelasting lager. Grote delen van het gebied kent een cumulatieve geluidbelasting tussen de 46-50 dB. Dit betekent dat er mogelijk op delen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerlawaai van 48 dB. Wel liggen er ten oosten van Merenweg enkele sportverenigingen. Deze leveren met name in de avonduren doordeweeks en gedurende de dagperiode in het weekend voor piekgeluiden van afen aanrijdend verkeer, sporters en supporters.
Figuur 5-7: Uitsnede cumulatieve geluidbelasting Merenweg en Langevaart.
Voor beide gebieden in Bleiswijk dient nader onderzocht te worden hoe aan de gestelde ambitie uit de Omgevingsvisie voor een gezond leefomgeving kan worden voldaan. In paragraaf 5.6 zijn enkele aandachtspunten en denkrichtingen geformuleerd die mogelijk hierbij kunnen helpen.
5.5
Beoordeling De beoordeling van geluid op de vier beoordelingsdomeinen is in de figuur hieronder opgenomen. De toelichting volgt daarna.
Blad 21 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Te zien is dat geluid negatief scoort op ‘gezond en veilig’. Hoewel Lansingerland wel de ambitie uitspreekt om de geluidbelasting en de hinderbeleving ervan te verminderen, wordt in de Omgevingsvisie nergens een uitspraak gedaan hoe en in welke mate zij actief de geluidbelasting omlaag wil brengen. Met de verwachting dat het gemotoriseerd nog steeds autonoom toeneemt de komende jaren, de frequentie op het spoor wordt uitgebreid, en er een nieuw deel A16 in de gemeente komt te liggen, heeft de gemeente een forse taak om haalbare ambities op te stellen ten aanzien van het verminderen van de geluidbelasting. Ook met zicht op het nieuwe luchthavenbesluit voor Rotterdam-The Hague Airport is het nog onduidelijk hoe de cumulatieve geluidbelasting boven de gemeente ontwikkelt. Onder de Omgevingswet zal luchtvaartlawaai strenger worden meegewogen in deze cumulatieve geluidbelasting. Daar komt nog bij dat er meerdere woningbouwlocaties in de gemeente zijn aangewezen op locaties waar al een relatief hoge gecumuleerde geluidbelasting aanwezig is, waardoor nieuwe bewoners onvermijdelijk in geluidbelast gebied komen te wonen. Hiermee is niet gezegd dat woningbouw in deze locaties onmogelijk is, maar wel dat er gekeken dient te worden naar hoe een zo optimaal en gezond mogelijke leefomgeving tot stand kan komen.
In de paragraaf hierna volgen enkele aandachtspunten die meegenomen kunnen worden om geluid volwaardig mee te nemen bij de thematische uitwerking van geluid in de toekomst. Op de overige drie thema’s blijft de score neutraal. Geluid heeft geenszins impact op de omgevingskwaliteit, leefbaarheid en/of duurzaamheid zoals de criteria hiervoor in hoofdstuk 3.2 zijn opgenomen.
5.6
Aandachtspunten In deze paragraaf zijn enkele maatregelen opgenomen die bij kunnen dragen aan het verder concretiseren en uitwerken van het geluidbeleid. De Omgevingsvisie geeft handvatten maar vult nog niet in op welke manier gemeente Lansingerland haar doelstellingen wil behalen. Onderstaande aandachtspunten kunnen mogelijk hierbij helpen, maar het is aan de gemeente om dit te borgen. Voldoen aan de WHO-advieswaarden Om een gezondere en stillere gemeente te krijgen, wordt geadviseerd om toe te werken naar de WHO-advieswaarden voor geluid. Deze liggen veelal lager dan de grenswaarden die wettelijk zijn vastgesteld. Dit betekent dat de gemeente actief beleid (zie hieronder) moet opstellen en de mogelijkheden om geluidbelasting naar beneden te krijgen moet onderzoeken. Opstellen van een milieubeleidsplan De mate van verkeersdruk heeft een directe impact op milieuaspecten als geluid en lucht. Het is raadzaam dit ook als één bundel te beschouwen. Wanneer men ergens de kraan voor verkeer dichtdraait zal daar de geluidsituatie en de luchtkwaliteit direct verbeteren. Het tegenovergestelde is uiteraard het geval wanneer ergens meer verkeer wordt toegestaan. Mogelijkheden om woonbuurten van autoverkeer te ontzien, of om gemotoriseerd verkeer in de centra van de kernen te ontmoedigen, kunnen positief bijdragen aan de luchtkwaliteit ter plaatse.
Het is raadzaam om de integrale benadering van verkeer, geluid en luchtkwaliteit te vatten in een milieubeleidsplan.
Blad 22 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Slaapkamers aan de stille zijde Bij nieuwe ontwikkelingen kunnen ontwikkelaars gestimuleerd worden de slaapvertrekken van woningen aan een stille zijde te positioneren. Dit is vooral relevant bij ontwikkelingen aan de randen van de gebieden waar mogelijk geluidhinder van spoorwegen en wegverkeer aanwezig zijn. Deze maatregelen is bedoeld ter bevordering van de nachtrust in geluidbelast gebied. Voorkomen/beperken geluidsweerkaatsing van gebouwen In bebouwde gebieden kan door het toepassen van geluidsabsorberende materialen een sterke weerkaatsing van het geluid voorkomen worden. Door een gevel waar dit van toepassing op kan zijn uit te voeren met dempend materiaal, of niet te vlak of schuin hellen naar boven toe, wordt het geluid respectievelijk gedempt, verstrooid of naar boven weerkaatst. Positioneren niet-woonfuncties De positionering van de niet-woonfuncties dient nader onderzocht te worden ter beperking van het wegverkeerlawaai en het spoorweglawaai. Omdat het gebied direct grenzend aan deze geluidbronnen het meest geluidbelaste gebied is, zou dit de ideale plek zijn om niet-woonfuncties (kantoren, bedrijvigheid etc.) te vestigen om zo een buffer te creëren tussen de geluidbron en de (toekomstige) geluidgevoelige bestemmingen in het gebied.
Geluidluwe plekken realiseren De realisatie van nieuwe gebouwen/ heeft een groot effect op de geluidbelasting in een specifiek deelgebied. Zo kan een bepaalde stedenbouwkundige vormgeving voor geluidsluwe plekken rondom het gebouw/kavel realiseren. Door hier bij de realisatie expliciet aandacht voor te vragen, bijvoorbeeld door dit als aandachtspunt mee te geven bij de architectonische uitwerking, kunnen meer van dergelijke plekken ontstaan. Reduceer de snelheid van diverse wegen naar 30 km/uur Een maatregel om de verkeersveiligheid te verbeteren, is om de snelheid op de doorgaande wegen in de kernen te verlagen naar 30 kilometer per uur. Niet alleen wordt onnodig doorgaand verkeer hierdoor ontmoedigd, het draagt ook bij aan een lagere geluidbelasting en een verbeterde luchtkwaliteit. Groenstructuren als effectief middel om geluid te verstrooien Bomen en beplanting kunnen windsnelheden reduceren en op die manier de geluidoverlast op afstand door de wind helpen voorkomen. Ook zorgen bomen en beplanting voor een lichte verstrooiing van het geluid.
Blad 23 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
6
Luchtkwaliteit
6.1
Introductie Voor het aspect luchtkwaliteit is gekeken naar de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Een verhoogde concentratie luchtverontreinigende stoffen kan van invloed zijn op de positieve gezondheid van bewoners in een gebied. De luchtverontreiniging is altijd een mix van diverse stoffen en de mate van verontreiniging is afhankelijk van verschillende bronnen die emitteren. Zo zijn verkeer en houtstook belangrijke een bronnen voor luchtverontreinigende stoffen, maar ook bedrijven en veehouderijen hebben (grote) invloed op de luchtkwaliteit. De twee meest kritieke stoffen die luchtverontreiniging veroorzaken zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2.5). Fijn stof bestaat uit een verzameling van diverse elementen, waaronder ook natuurlijke stoffen zoals zeezout en bodemstof. Maar het bevat ook kleine schadelijke deeltjes, zoals roet die tot diep in de longen kunnen doordringen. Daarom is naast de wat grotere deeltjes (PM10) ook naar de kleinere deeltjes (PM2.5) gekeken. In de Nederlandse wet- en regelgeving zijn de grenswaarden voor verschillende luchtverontreinigende stoffen opgenomen. De belangrijkste staan in de tabel hieronder. Daarnaast wordt in toenemende getoetst aan de strengere streefwaarden van de World Health Organization (WHO). Ook deze zijn opgenomen in de tabel. Stof NO2 PM10 PM2,5
Toetsingsperiode Jaargemiddeld Jaargemiddeld Jaargemiddeld
Wettelijke grenswaarde 40 μg/m3 Maximaal 40 μg/m3 Maximaal 25 μg/m3
WHO Streefwaarde Maximaal 40 μg/m3 Maximaal 20 μg/m3 Maximaal 10 μg/m3
Er zijn per type stof wettelijke normen vastgesteld waar de waardes onder dienen te blijven. Dat betekent niet dat de aanwezigheid van deze stoffen onder deze norm vervolgens geen gezondheidsrisico’s voor bewoners van een gebied meer oplevert. Vooral kinderen, ouderen en mensen met luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten zijn vatbaar voor klachten ten gevolge van luchtverontreiniging. De verwachting is dat de achtergrondconcentratie luchtverontreinigende stoffen de komende jaren af zal nemen door schonere auto’s, de landbouwtransitie, en andere verduurzamingsmaatregelen. De visie stelt dat de gemeente Lansingerland medeondertekenaar is van het Schone Lucht Akkoord (SLA) dat in 2020 is gesloten tussen het Rijk, provincies en gemeenten. Hiermee committeert de gemeente zich aan het treffen van maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren.
6.2
Huidige situatie
6.2.1
Stikstofdioxiden In de onderstaande kaart zijn de concentraties stikstofdioxide te zien (NO2). Deze liggen onder de grenswaarde van 40 µg/m³. De grootste uitschieters zijn te zien rond de A12 en sporadisch rond de N209, hier liggen de waarden rond de 30 µg/m³. In het buitengebied zijn de concentraties het
Blad 24 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
laagst tussen de 18 en 20 µg/m³. In de Bleiswijk, Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek liggen de concentraties NO2 tussen de 20 en 25 µg/m³.
Figuur 6-1: Concentraties stikstofdioxide (NO2) in 2019. Bron: RIVM.
6.2.2
Fijnstof In de onderstaande kaart zijn de concentraties fijnstof (PM10) te zien. Deze liggen in de gehele gemeente onder 20 µg/m³, In het buitengebied liggen de concentraties lager dan in de kernen. Overal liggen de waarden ruim onder de grenswaarde van 40 µg/m³.
Blad 25 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Figuur 6-2: Concentraties fijnstof (PM10) in 2019. Bron: RIVM.
Net als voor de jaargemiddelde concentratie PM10 is voor de jaargemiddelde concentratie PM2,5 ook een grenswaarde vastgesteld (25 µg/m³). PM2,5 (zeer fijnstof) is een deelverzameling van PM10, de PM10- en PM2,5-concentraties zijn dan ook sterk aan elkaar gerelateerd. Ook aan de grenswaarden voor PM2,5 wordt voldaan in de gemeente.
6.2.3
Roet Roet is elementair koolstof (EC) en ontstaat door de samenklontering van ultra fijnstof. De belangrijkste uitstoter hiervan is het verkeer, maar ook houtstook en barbecue is een belangrijke bron voor de roetuitstoot. Roet kan lokaal grotere gezondheidseffecten – zoals ademhalingsproblemen – veroorzaken wanneer er sprake is van stelselmatige blootstelling eraan. Voor de uitstoot van roet bestaan geen Europese of nationale normen. Ook de WHO heeft geen advieswaarde, alleen een informeel (gezondheidskundige) richtwaarde van 1,03 µg/m3. In de gemeente Lansingerland liggen de concentraties in de kernen over het algemeen tussen de 0,6 en 0,7 µg/m³, er zijn enkele uitschieters te zien richting 0,8 µg/m³ in Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek. Ook rond de A12 zijn de concentraties hoger. In het buitengebied liggen de concentraties onder de 0,6 µg/m³.
Blad 26 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
Figuur 6-3: Concentraties roet (EC). Bron: RIVM.
6.2.4
Geur Geur is overal om ons heen. Vaak is er nauwelijks besef dat we verschillende geuren ruiken. Echter kan geur ook een negatief effect hebben, dan spreken we van geurhinder of geuroverlast. Als iemand geurhinder ervaart, betekent dat nog niet dat het maatschappelijk of volgens de wetgeving onacceptabel is. De emissie van geur kan leiden tot gezondheidsklachten zoals een negatief effect op het welbevinden of een belemmering voor de dagelijkse bezigheden. Geurbelastende activiteiten zijn er in diverse vormen. Zo kunnen mensen geurhinder ondervinden van bedrijven en fabrieken, horecagelegenheden, agrarische bedrijven en mestuitrijding of wegverkeer. Maar ook barbecues, vuurkorven en openhaarden kunnen een bron van geurhinder zijn. De Atlas Leefomgeving geeft aan dat de geurhinder door bedrijven en fabrieken sinds 1993 drastisch afgenomen is. Desondanks ervaart 1,3 % van de inwoners van Lansingerland geurhinder.
Blad 27 van 73
Leefmilieuimpactbeoordeling t.b.v. Omgevingsvisie Lansingerland projectnummer 0469513.100 2 juli 2021 Gemeente Lansingerland
6.3
Referentiesituatie Autonoom neemt de concentratie van luchtverontreinigende stoffen af. Volgens de NSL Monitoringstool neemt deze in de bebouwde kernen grofweg af tot waarden tussen de 14 en 17 µg/m3 voor stikstofdioxide en tussen de 15 en 16 µg/m3 voor fijnstof. Dit betekent dat de concentraties autonoom, zonder enige actieve sturing van de gemeente, al fors afnemen. Autonoom is voor roet, in lijn met de kwaliteitsslag bij stikstofdioxide, aan te nemen dat de uitstoot van roet afneemt doordat auto’s de komende jaren schoner en meer elektrisch worden. Ook is er een algemene trend waarbij gemeenten in toenemende mate het stoken van hout verbieden of dit enkel nog toestaan bij gunstige weertypen zodat er zo min mogelijk gezondheidsklachten voor de omgeving kunnen optreden.
6.4
Luchtkwaliteit in de Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie is luchtkwaliteit opgenomen als onderdeel van de ambitie ‘gezond samen leven’. Een afname van luchtverontreinigende stoffen maakt hier een onderdeel van uit. De doelstelling van het SLA is om de gezondheidsschade als gevolg van een slechte luchtkwaliteit te beperken. Voor de delen in Nederland waar de lucht het meest vervuild is, komen er extra maatregelen. Dan gaat het om de gebieden rond de grote steden en in de buurt van intensieve veehouderijen. De gezondheidsschade door luchtverontreiniging moet in 2030 zijn gehalveerd. In het SLA zijn enkele maatregelen opgenomen die dit (in elk geval ten dele) moet bewerkstelligen. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen waar Lansingerland zich dus mede aan committeert: De Europese (en nationale) grenswaarde zijn een absolute ondergrens, gemeenten zetten zich actief in om aanmerkelijk beter te scoren dan deze grenswaarden; Dieselmotoren (met name verouderde) worden uitgefaseerd; Er wordt schonere bouwmachinerie toegepast met strenge eisen voor milieu; Houtstook wordt in nieuwbouwwijken aan banden gelegd; Gemeente krijgen de ruimte aanvullende maatregelen (eventueel in regionaal verband) op te stellen. Met name binnen de kernen, de woongebieden en de recreatieve natuurgebieden is een schone lucht belangrijk.