CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

T21.05411 Ontwerp omgevingsvisie 1.0 gemeente Lansingerland

Commissie Ruimte 14 september 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststellen ontwerp-Omgevingsvisie 1.022.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

We dragen hieraan bij door gebieden te verbinden, exoten aan te pakken, ecologisch te beheren en de milieukwaliteit te verbeteren ((ontwikkelen en) verstevigen van gebieden*). De grote groenstructuren worden gekoesterd. Deze mogen dan ook niet worden aangetast door nieuwe ontwikkelingen. De Rottezoom, Bleiswijkse fles en het gebied tussen de Chrysantenweg (zuidkant) en Heulslootweg (noordkant Lange Vaart) zijn de enige open gebieden die verbonden zijn met de hoofdgroenstructuur.

De openheid van deze gebieden wordt zoveel mogelijk in stand gehouden. Voor het recreatiegebied Rottemeren is een visie gemaakt met uitwerkingen voor de realisatie van het Landschapspark De Rotte. De betekenis van het gebied wordt versterkt door een koppeling te leggen met de maatschappelijke agenda’s van de gemeenten en de organisaties die hier (mede) uitvoering aan geven. Zie ook de deelgebieduitwerking op pagina 78. Een herkenbaar landschap, met duidelijke ontstaansgeschiedenis Een heldere groen- en bomenstructuur benadrukt het water, de lintbebouwing en andere historische structuren (polders en parken, linten en waterwegen, kernen en entrees) (groenblauwe ribben en kwaliteitsimpuls entrees N209*). N209*) Cultuurhistorisch waardevolle elementen maken we beleefbaar en zichtbaar, bijvoorbeeld door ze er met aantrekkelijke en toegankelijke informatiepanelen bij te zetten. Wijken met waardevol en multifunctioneel groen Openbaar groen in de wijken is een belangrijke ontmoetingsplek en nodigt uit tot meer beweging en sport in de open lucht. Daarnaast draagt het bij aan klimaatadaptatie, ecologie en welzijn. Het openbaar groen in de wijken moet van goede kwaliteit zijn om die functies optimaal te kunnen vervullen.

* dit verwijst naar een legenda item op de kaart ‘Verbonden in de metropool’ op pagina 43

Ontwerp omgevingsvisie

45

3.2.3. Toekomstbestendige omgeving1 Inleiding Wij maken Lansingerland klimaat-proof. De ambitie voor Nederland en Lansingerland is om per 2050 volledig klimaatadaptief ingericht te zijn. Een helder beeld van lokale risico’s zoals beschreven in de Ruimtelijke Adaptatie Strategie Lansingerland (2021) vormt de basis voor onze aanpak. We zorgen als volgt dat de korte en middellange termijnontwikkelingen geen bedreiging vormen voor onze ambitie. Integreren in beleid Alle ontwikkelingen moeten het hoofd bieden aan risico’s zoals overstromingen, wateroverlast door piekbuien, hittestress en droogte. Daarom integreren we klimaatadaptatie in het gemeentelijk beleid2. In onze eigen ontwikkelingen maken we gebruik van klimaatbestendige inrichtingsprincipes3. Een groene gemeente Een groene gemeente houdt in dat we veerkrachtige natuurlijke systemen aanleggen ter voorkoming van hittestress en wateroverlast. Bijkomende voordelen zijn het verhogen van de kwaliteit van de openbare ruimte en de biodiversiteit in Lansingerland. Een robuust watersysteem Een robuust watersysteem houdt in dat we overstromingen, wateroverlast, lage waterkwaliteit en droogte zoveel mogelijk voorkomen. Dit kan dankzij een watersysteem dat water opslaat, vasthoudt en weer beschikbaar stelt bij droogte.

Bij nieuwe ontwikkelingen zetten we in op voldoende waterbergende mogelijkheden, waar mogelijk versterkt met gebouwgebonden maatregelen zoals groene of blauwe daken, groene gevels en ondergrondse waterberging (klimaatadaptieve nieuwbouw*). * dit verwijst naar een legenda item op de kaart ‘Verbonden in de metropool’ op pagina 43

46

Voorzorgsbeginsel We houden de langetermijneffecten in acht en passen het voorzorgsbeginsel toe: we nemen maatregelen om mens en omgeving te beschermen tegen risico’s die nog onzeker zijn, maar wel mogelijk schade kunnen brengen. Dat doen we in samenwerking met waterschappen, de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en milieudienst DCMR.

Samenwerking Omdat meer dan 60% van het bebouwd oppervlak in eigendom is van private partijen, houdt het klimaatbestendig maken van de gemeente niet op bij de overheid. Samenwerking is essentieel en er moet actie worden ondernemen in de private ruimte. In samenwerking met de waterschappen stimuleren wij bewoners en bedrijven hun tuinen te vergroenen en gaan op zoek naar mogelijkheden om hier een stap verder in te zetten.

1 Bekijk de duurzaamheidsvisie, het uitvoeringsprogramma en de duurzaamheidsvisie water en de Ruimtelijke Adaptatie Strategie voor aanvullende informatie, betrokken stakeholders en korte termijn acties. 2 Omgevingsplan, Waterplan, Gemeentelijk Rioleringsplan, Groenstructuurplan, groenbeheerplannen, DGO en DIOR. 3 Zie de richting Duurzame Gebiedsontwikkeling (DGO en de Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) voor de concrete principes. Daarnaast zijn wij sinds september 2019 aangesloten bij het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Wij passen het convenant toe in onze

3.2.4. Goed bereikbaar en moderne mobiliteitsvormen Inleiding We kiezen niet voor verdere uitbreiding van wegen, maar zetten vol in op alternatieven om de regionale bereikbaarheid optimaal te houden. Daarbij kiezen we voor de volgende uitgangspunten4. We gaan voor 0 verkeersslachtoffers door vermijdbare oorzaken Verkeersveiligheid is een heel belangrijke pijler onder een gezonde en plezierige openbare ruimte. Daarbij krijgen de zwakkere verkeersdeelnemers (fietsers, voetgangers), ouderen en mindervaliden expliciet de aandacht. We streven naar een eenduidige en eenvoudige weginrichting en bebording (versterken langzaamverkeersverbindingen*). We faciliteren de toenemende behoefte aan mobiliteit Een groei van het aantal inwoners van de regio gaat gepaard met meer vervoersbewegingen. Desondanks proberen we de bereikbaarheid te vergroten. Per locatie en per doelgroep zal hier verschil in zitten. Onze oriëntatie op de regio maakt hoogwaardig openbaar vervoer onmisbaar (Verstevigen metro E-lijn*). Ook de fietsverbindingen moeten zowel tussen de kernen als binnen de regio sterk zijn. Mobiliteit in enige vorm moet voor iedereen toegankelijk en nabij zijn (Metropolitaan fietsnetwerk*).

We maken onze mobiliteit duurzamer en gezonder We geven de ruimte aan de actieve en duurzame vormen van mobiliteit. We hanteren daarbij de volgende prioritering: 1. fietsen en wandelen; 2. openbaar vervoer; 3. slimme vervoeroplossingen; 4. schone automobiliteit; 5. brandstofauto’s. De invulling van deze volgorde is gebiedsgericht en wisselt ook per doelgroep. We hanteren hierbij een reële adaptieve maar ambitieuze aanpak. Groenblauwe corridors (stroken met water en beplanting) langs de routes zorgen ervoor dat de wandel- en fietspaden herkenbaar en aantrekkelijk zijn en dat ze bijdragen aan een prettig leefklimaat. Bovendien dragen ze bij aan goede verbindingen voor planten en dieren (ontwikkelen groenblauwe ribben*). Daarnaast is het van belang dat er voldoende rustpunten zijn en dat ze overzichtelijk zijn, zeker op kruispunten en oversteekplaatsen. Routes voor voetgangers moeten ook toegankelijk zijn voor mensen die minder mobiel zijn, onder andere door drempelloze opgangen. We werken aan moderne vervoersoplossingen Bij nieuwe ontwikkelingen kijken we kritisch naar de traditionele plek van de auto. Ingrepen in de inrichting van onze infrastructuur horen daarbij. Denk aan maximumsnelheden, fysieke maatvoering, parkeer- en stallingsgelegenheid, ruimte voor keten- en deelmobiliteit et cetera. Deze transitie geldt voor nieuw én bestaand gebied.

4 Uitgangspunten, betrokken stakeholders en korte termijn acties zijn uitgewerkt in de Mobiliteitsvisie (2021). * dit verwijst naar een legenda item op de kaart ‘Verbonden in de metropool’ op pagina 43

De grote vervoerstromen in onze regio worden bediend met hoogwaardig openbaar vervoer. Er zal echter ook behoefte zijn aan fijnmazigere oplossingen, bijvoorbeeld tussen de kernen en in de centra. Hier is maatwerk mogelijk. Ontwerp omgevingsvisie

47

3.3. Vindingrijk en ondernemend 3.3.1. Ambitie op hoofdlijnen Lansingerland blijft zich ontwikkelen als vindingrijke en ondernemende gemeente. Centraal hierbij staan onze vernieuwingskracht en blik op de toekomst. Het glastuinbouwcluster is een innovatieve wereldspeler. Lansingerland is de ‘Home of Horti Science’. Deze positie willen we verder versterken. Dat betekent dat we samen met de sector stevig in blijven zetten op innovatie. Ook de rest van de Lansingerlandse economie floreert dankzij betrokken ondernemers en vitale centra. Dat willen we doorontwikkelen. Als vindingrijke gemeente zetten we ook op een passende manier in op slimme verduurzaming. Het energiesysteem, onze afvalstromen en onze economie worden duurzaam en circulair. De kaart ‘vindingrijk en ondernemend’ toont de fysieke vertaling van de ambities in dit hoofdstuk. De verschillende economische clusters en relevante gebieden zoals de ‘dagelijkse voorzieningen’ in de centra, ‘glastuinbouw van wereldformaat’ en de verschillende ‘werklocaties’ staan hier centraal. Pictogrammen, lijnen en arceringen geven de belangrijkste ontwikkelingen en ambities weer. De betekenis van de legenda items is beschreven in de volgende paragrafen.

48

Ontwerp omgevingsvisie

49

50

3.3.2. Home of Horti Science Inleiding Uit recent onderzoek blijkt dat ons greenportcluster is uitgegroeid tot het meest innovatieve glastuinbouwcluster ter wereld. Onze Greenport gaat zich daarom verder ontwikkelen tot Home of Horti Science. De ambitie is dat in 2030 Lansingerland excelleert als ‘internationale hotspot voor fundamentele en toegepaste innovatie in de Greenport’. Daar werken we als volgt naartoe. Samenwerken aan maatschappelijke opgaven Ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden werken samen aan het versterken van de economie en aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Zo wordt de economie in de breedte versterkt en nemen werkgelegenheid, inkomen en welzijn van Lansingerlanders toe. Meer ruimte voor innovatieve bedrijven In het kader van Home of Horti Science zetten we stevig in op het ruimte bieden aan bedrijven met een hoge mate van onderzoek en ontwikkeling. Die bedrijven kunnen met hun innovaties de totale keten toekomstbestendig houden. Een deel van de traditionele bulkproducenten zal daarom en omdat ze meer invloed hebben op de leefomgeving, afvloeien. Voor een goed toekomstperspectief in de sector is het nodig dat sommige deelgebieden gemoderniseerd of geherstructureerd worden (Herstructurering FES-gebied*).

In gebieden die niet langer doelmatig zijn voor glastuinbouw, wordt planologische ruimte gemaakt voor functieverandering (transformatiegebied Chrysantenweg*). Dit biedt ruimte voor bedrijven die op andere manieren betrokken zijn bij de sector, zoals onderzoek en ontwikkeling. Daarnaast wordt er extra ruimte geboden voor innovatie in het gebied (kennisen innovatiecluster*). Dit gaat zowel over organisatorische ruimte en ruimte in het beleid, zoals het stimuleren van vernieuwende samenwerkingsverbanden. Om innovatie in het gebied te stimuleren, is het ook van belang dat de

bereikbaarheid van het gebied en de doorstroming van bedrijfsmatig verkeer geoptimaliseerd worden. Een modern en duurzaam glastuinbouwcluster De glastuinbouwsector wil in 2040 klimaatneutraal zijn. Dit betekent dat de sector niet meer negatief bijdraagt aan klimaatverandering. Het doel is om geen aardgas meer te gebruiken voor het verwarmen en belichten van kassen (verduurzaming energie en processen*). De uitstoot die overblijft, moet gecompenseerd worden. Gezien het grote aandeel van de sector in het energieverbruik van de gemeente gaan wij gezamenlijk op zoek naar manieren om deze transitie te versnellen. Een sterk glastuinbouwcluster heeft daarnaast een duurzaam klimaatbestendig watersysteem nodig. Dat betekent onder andere het voorkomen van wateroverlast en watertekort, een goede waterkwaliteit, faciliteiten voor waterzuivering en de beschikbaarheid van gietwater.

Glastuinbouw De glastuinbouw in Lansingerland is onderdeel van het glastuinbouwcluster ‘Het Oostland’. Het is de ambitie van de vier Oostland-gemeenten en de provincie Zuid-Holland om de regio verder te ontwikkelen als een sterk, duurzaam en internationaal concurrerend glastuinbouwcluster. Samen met strategische partners ontwikkelen we vanuit een economisch en sociaalmaatschappelijk perspectief een Horti Science Visie en een meerjarig uitvoeringsprogramma.

* dit verwijst naar een legenda item op de kaart ‘Vindingrijk en ondernemend’ op pagina 49

Ontwerp omgevingsvisie

51

3.3.3. Lokaal en regionaal werken en ondernemen Na de ontwikkeling van verschillende grote bedrijventerreinen in de afgelopen jaren, ligt de nadruk de komende tijd op het behouden van de kwaliteit van bestaande terreinen. Waar nodig werken we samen met de ondernemers aan een impuls van het gebied. Er wordt op dit moment niet ingezet op de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. In een nog op te stellen ‘Strategie Bedrijventerreinen en Voorzieningencentra’ gaan we gedetailleerd in op de verschillende kansen en opgaven per locatie. Lokaal werken we aan het vitaal houden van de centra en kijken we samen met winkeliersverenigingen naar ontwikkelingen zoals veranderingen in samenstelling van winkelstraten, leegstand en de invloed van de steeds verdergaande digitalisering. Het centrum van Berkel en Rodenrijs blijft het hoofdwinkelcentrum van de gemeente (bovenlokaal voorzieningencentrum*). Bergschenhoek en Bleiswijk zijn de twee andere belangrijke centra in de gemeente (lokaal voorzieningencentrum*). Daarnaast wordt bij nieuwe ontwikkelingen gekeken naar passende kleinschalige voorzieningen.

De Regionale Energie Strategie (RES) Rotterdam Den Haag In een RES hebben we in regionaal verband afspraken gemaakt over de opwekking en het gebruik van duurzame elektriciteit en warmte. De regionale inzet is een jaarlijkse energieopwekking van 2,8 tot 3,2 TWh in 2030 als bijdrage aan de nationale doelstelling van 35 TWh. Het regionale doel is 40% van het geschikte dakoppervlak te benutten en waar mogelijk grote parkeerplaatsen te overkappen met PV-panelen. * dit verwijst naar een legenda item op de kaart ‘Vindingrijk en ondernemend’ op pagina 49

52

3.3.4. Slimme verduurzaming1 Inleiding Lansingerland wordt een groene gemeente waarbij het innovatieve karakter optimaal is ingezet en de transitie is gemaakt naar een toekomstbestendige leefomgeving op basis van onze eigen kwaliteiten. Energietransitie In 2050 zijn wij klimaatneutraal. Dat betekent dat alle elektriciteit en warmte die gebruikt wordt door inwoners, bedrijven en mobiliteit volledig afkomstig is uit hernieuwbare bronnen. Om dat te bereiken zetten we in op energiebesparing, stappen we over naar een duurzame warmtevoorziening en wekken we voldoende duurzame elektriciteit op. Energiebesparing We zetten in op een elektriciteitsbesparing van 35% in Lansingerland in 2050 ten opzichte van het gebruik in 2018. We werken ons aandeel in het RES-verband verder uit. Naast het volgen van de bestaande nationale duurzaamheidseisen, maken we afspraken met lokale woningbouwcoöperaties over het verduurzamen van hun vastgoed. We gaan op een verstandige manier om met het verbruik van fossiele brandstoffen en voorkomen daarbij zoveel mogelijk de uitstoot van schadelijke broeikasgassen. Duurzame elektriciteit opwekken We streven ernaar om in 2030 ongeveer 12% van ons elektriciteitsverbruik binnen de gemeente duurzaam op te wekken. Dat groeit tot 25% in 2050. Hierin zijn we beperkt door de beschikbare ruimte.

De twee voornaamste duurzame energiebronnen op de korte termijn zijn zonne- en windenergie. Om zonneenergie te benutten, zetten we allereerst stevig in op zonnepanelen op daken. Daar draagt de duurzaamheidslening aan bij. In 2021 starten we bovendien met 1 Bekijk de duurzaamheidsvisie, het uitvoeringsprogramma en de duurzaamheidsvisie water (2018) voor aanvullende informatie, betrokken stakeholders en korte termijn acties.

een pilot om ondernemers te stimuleren en ondersteunen hun bedrijfsdaken te voorzien van zonnepanelen. Ook bekijken we de mogelijkheden die het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) biedt om zon op industriële daken te verplichten, in ieder geval bij nieuwbouw en, indien daar aanleiding toe is, bij bestaande daken. Voor zonnepanelen werken we met een duidelijke voorkeursvolgorde. Allereerst willen we zoveel mogelijk zonnepanelen op grote (bedrijfs)daken, dan waterbassins, gevolgd door kansrijke koppelkansen en meervoudig ruimtegebruik en het verkennen van restruimtes en pauzelandschappen. Pas als blijkt dat die ontwikkelingen onvoldoende bijdragen of niet haalbaar zijn, kijken we naar grondgebonden zonnevelden (zoekgebied: zon (RES)*). Er is weinig ruimte voor windturbines in de gemeente door de beperkingen vanuit het vliegveld en nabijheid van geluidsgevoelige objecten (zoals huizen en scholen). Daarnaast willen we ook grote delen van de gemeente vrijwaren van windturbines met het oog op de ruimtelijke kwaliteit. De mogelijkheden voor wind blijven we nader verkennen (zoekgebied: zon en wind (RES)*). Dit past bij onze inpassingsverplichting die volgt uit het regionale windconvenant en ligt in lijn met onze gemeentelijke en regionale duurzaamheidsambities.

Eventuele ontwikkelingen moeten sowieso voldoen aan de uitgangspunten uit de gemeentelijke ‘Routekaart’ en het ‘Toetsingskader voor windenergie’. Daarin staan leidende principes zoals een goede verdeling van lusten en lasten, ruimtelijke kwaliteit en mede-eigenaarschap (bewoners delen in de opbrengsten van wind).

* dit verwijst naar een legenda item op de kaart ‘Vindingrijk en ondernemend’ op pagina 49

Ontwerp omgevingsvisie

53

Warmte Nieuwbouwwoningen worden al sinds medio 2018 niet meer aangesloten op aardgas, maar krijgen een alternatieve warmtebron. Om bestaande wijken van het gas te halen werken we aan een transitievisie warmte en wijkuitvoeringsplannen met daarin de verwachte beste warmtealternatieven per wijk. Bij het opstellen en uitvoeren van die plannen hebben we oog voor de ruimtelijke, maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid. Ook zoeken we een koppeling met andere ruimtelijke opgaven in de wijken, zoals waterberging, groenstructuren, rioolvernieuwing en netwerkverzwaring. Daarnaast hebben wij ruime aandacht voor de haalbaarheid en betaalbaarheid van deze transitie voor de inwoners en andere belanghebbenden. We volgen daarbij ook de landelijke beleidslijn.

De grootste bijdrage in onze gemeente wordt geleverd door innovatie in de glastuinbouw (zie ook paragraaf 4.4.). Wij zien geen, of hooguit een zeer beperkte, rol van biomassaverbranding in het energiesysteem van de toekomst. Dus de bouw van nieuwe biomassa-installaties vinden wij onwenselijk. Omdat de lokale duurzame opwekpotentie onvoldoende is om de warmtevraag in te vullen, zetten we ons ook in voor een aansluiting op het regionale warmtenet. De uiteindelijke vorm van het regionale netwerk is nog niet zeker, maar vanwege het lokale belang maken we ons als gemeente sterk bij de provincie en andere overheden om dit te realiseren. Om de warmte te kunnen gebruiken, willen we een uitbreiding van de bestaande warmtenetten in de gemeente. Dit geldt zowel voor de glastuinbouw als voor bestaande wijken waar dit een geschikte oplossing is (nieuw warmtenet*). Circulaire economie Conform de landelijke doelstelling heeft Lansingerland in 2050 een volledig circulaire economie. Dat betekent dat al het materiaal wordt hergebruikt en er

Klimaat of CO₂-neutraal? ‘Klimaatneutraal’ en ‘CO₂-neutraal’ zijn termen die aangeven dat een proces niet bijdraagt aan klimaatverandering (en dat is ook de bedoeling). ‘Klimaatcompensatie’ en ‘CO₂-compensatie’ zijn termen die aangeven dat voor een organisatie, een proces of een product, de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO₂ of methaan, wordt gecompenseerd. Zoekgebieden voor 2030 in de RES-regio Rotterdam Den Haag – RES 1.0 Rotterdam – Den Haag

54

* dit verwijst naar een legenda item op de kaart ‘Vindingrijk en ondernemend’ op pagina 49

dus nul kilo restafval is. In 2030 willen we een circulaire afval(water)keten in regionaal verband. Dat betekent dat we kringlopen sluiten met zoveel mogelijk behoud van waarde. Dat geldt voor onze eigen bedrijfsvoering, voor inwoners en bedrijven en voor alle bouwprojecten. De kaders hiervoor werken we in aanvullend beleid verder uit1. Samen met bedrijven en ketenpartners ontwikkelen we nieuwe mogelijkheden voor afval(water)verwerking, duurzame inkoop en circulaire processen. Bij nieuwbouw onderzoeken we samen met ontwikkelaars de kansen voor gerecyclede en ‘biobased’ materialen en het gebruik van materiaalpaspoorten. We stimuleren hen bij het maken van de beste keuze door instrumenten zoals GPR-gebouw en -stedenbouw in te zetten. Daarnaast zetten we regelgeving, zoals het Omgevingsplan, in om bepaalde aanvullende eisen af te dwingen. Voor bewoners maken we de circulaire keuze makkelijker door afvalscheiding verder te faciliteren. We werken samen met inzamelaars en bieden hen prikkels om circulair te werken.

Ondergrond Er moet veel gebeuren bovengronds, maar veel daarvan heeft ook een ruimtelijke weerslag op de ondergrond. Naast opgaven zoals bodemdaling, bodemkwaliteit en waterberging en -onttrekking, moet er onder de grond ook nog ruimte zijn voor funderingen, kabels, leiding en warmtewinning en -opslag. De Omgevingswet schuift het beheer van de ondergrond door van de provincie naar gemeenten2. De doelstelling is dat een zorgvuldige afweging van gebruik en bescherming van bodem en ondergrond in de komende jaren structureel onderdeel wordt van alle relevante ruimtelijke planprocessen in Lansingerland.

Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte en nieuwe gebiedsontwikkelingen gaan we slim om met materialen die vrijkomen bij het onderhoud of de ontwikkeling. We stellen de aankoop van nieuwe materialen uit door producten zoveel en zo goed mogelijk te repareren. Indien nieuwe materialen noodzakelijk zijn, kiezen we bij voorkeur voor de optie met een lage milieu impact, bijvoorbeeld door het gebruik van circulaire of ‘biobased’ materialen. We waarderen onze afvalbrengstations op tot circulaire punten, waar reststromen een nieuw leven kunnen krijgen (circulair afvalbrengstation*).

1 Onder andere nieuwe circulaire voorwaarden in vergunningen, regelgeving en aanbesteding voor onderhoud, verbouwing, nieuw en grond, weg en waterbouw en afvalbeleid. 2 Alles is vanaf een bepaalde diepte (100 tot 500 meter afhankelijk van de functie) geregeld onder de Mijnbouwwet. * dit verwijst naar een legenda item op de kaart ‘Vindingrijk en ondernemend’ op pagina 49

Er gebeurt veel in de ondergrond (provincie Zuid-Holland)

Ontwerp omgevingsvisie

55

3.4. Gezond samen leven 3.4.1. Ambitie op hoofdlijnen In Lansingerland staat het gezond samen leven centraal in 2040. We staan voor elkaar klaar en houden rekening met elkaar. We willen wonen, werken en ontspannen in een gezonde en fraaie omgeving. Nieuwe ontwikkelingen zijn van hoge kwaliteit, sluiten aan bij onze kenmerkende kwaliteiten en zijn gelijktijdig gericht op een moderne toekomst in de metropoolregio. Samen met onze inwoners maken we werk van een duurzame woonomgeving. De kaart ‘gezond samen leven’ toont de fysieke vertaling van de ambities in dit hoofdstuk. De verschillende gebieden die relevant zijn voor deze pijler zijn herkenbaar gemaakt: de ‘vitale centra’, de verschillende kernen en linten en buurtschappen. Woningbouwlocaties zijn genummerd weergegeven (1-8). Pictogrammen, lijnen, pijlen en arceringen visualiseren de ontwikkelingen ambities. De betekenis van de legenda items is beschreven in de volgende paragrafen.

56

Ontwerp omgevingsvisie

57

58

3.4.2. Een sterke samenleving met oog voor mensen Inleiding We koesteren het verenigingsleven, maatschappelijk middenveld en vrijwilligers, omdat zij de ‘smeerolie’ in de samenleving zijn. Daarnaast is onze ambitie dat iedereen mee kan doen en dat mensen die hulp nodig hebben, op de gemeente kunnen rekenen. Dat betekent voor ons het volgende. Toegankelijk en sociaal veilig De openbare ruimte moet ook voor mensen die minder mobiel zijn, goed toegankelijk zijn. Zij moeten zich vrij van punt a naar b kunnen bewegen. Als er op dit vlak belemmeringen zijn, worden deze weggehaald. Ook is het van belang dat de sociale veiligheid in de gemeente hoog is. Mensen moeten zich veilig voelen op straat en in de openbare ruimte. Mochten er plekken zijn waar het onveilig is (of voelt), dan krijgen deze extra aandacht. Ook bij nieuwe ontwikkelingen is hier vanaf het begin voldoende aandacht voor. Dit kan door te zorgen voor voldoende levendigheid, licht en hoogwaardig groen (oog voor mensen*).

Regionale voorzieningen Voorzieningen die zich niet binnen de gemeentegrenzen bevinden, maar wel in de omgeving, moeten goed bereikbaar zijn met verschillende vervoersvormen. Dit geldt zeker voor de zorgvoorzieningen, die ook voor kwetsbare groepen op een laagdrempelige manier te bereiken moeten zijn. Met name op het gebied van kunst- en cultuur vult het regionale aanbod ons eigen voorzieningenaanbod goed aan.

Dagelijkse voorzieningen Ook in de toekomst zijn in elke kern zijn dagelijkse voorzieningen aanwezig en is sprake van een passende mix van horeca, winkels en cultuur. Winkelgebieden worden compacter waarbij aandacht is voor kansen in functiemenging en het verhogen van levendigheid en ontmoeting (vitale centra*). Dit wordt gerealiseerd door op logische plekken voorzieningen te clusteren en ook de aanloopstraten aantrekkelijk te maken (dagelijkse voorzieningen + clusteren voorzieningen*).

* dit verwijst naar een legenda item op de kaart ‘Gezond samen leven’ op pagina 57

Ontwerp omgevingsvisie

59

3.4.3. Gezonde levensstijl in een passende omgeving Inleiding We zetten in op een leefomgeving die gezond voor je is en waar je gezond in kan zijn. We gaan uit van de volgende uitgangspunten. Beperkte gezondheidsrisico’s Een gezonde leefomgeving heeft beperkte gezondheidsrisico’s. Geluids- en luchtvervuilingsbronnen die overlast bezorgen, pakken we waar mogelijk aan. Daarom hebben we ons ook verbonden aan het ‘Schone Lucht Akkoord’. De ambitie daarvan is om toe te werken naar een substantiële reductie van de gezondheidsschade door luchtverontreiniging in 2030. Daarnaast zorgen we er samen met lokale tuinders, bedrijven, buurgemeenten en de waterschappen voor dat de water- en bodemkwaliteit in de gemeente voldoet aan de wettelijke kaders. Daarnaast zorgen we voor een groene leefomgeving om zo de vele gezondheidseffecten te maximaliseren: minder stress, minder angststoornissen of andere psychische problemen en een actievere levensstijl (groenblauwe verweving*). Door de biodiversiteit te verhogen in groengebieden, komen daarnaast ecosystemen meer in balans. Daardoor is er minder kans op overlast door bijvoorbeeld de eikenprocessierups of de blauwalg. Iedereen beweegt Een gezonde omgeving zet aan tot gezond gedrag. We willen dat Lansingerland actiever, fitter en sterker wordt1.

Daarom wordt de openbare ruimte het grootste sportpark van onze gemeente, met veel speel- en beweegruimte voor jong en oud in de woonwijken zelf. Daarnaast helpen we scholen met goede sportaccommodaties om beweging op school te stimuleren (iedereen kan sporten*).

60

1 In onze visie Scoren met Sport (2019) hebben we een aantal ambities opgenomen voor 2030. * dit verwijst naar een legenda item op de kaart ‘Gezond samen leven’ op pagina 57

Sport zit in ons DNA Lansingerland staat in 2030 op de kaart als sportiefste gemeente van Nederland: met een bovengemiddelde sportdeelname (zowel georganiseerd als ongeorganiseerd) en bovengemiddeld ervaren gezondheid van inwoners. In de Omgevingsvisie streven we daarom duidelijk naar het creëren van ruimte voor sport, beweging en ontspanning dicht bij huis en in het groen. Iedereen kan sporten We voorkomen dat een kleine portemonnee, beperking of hoge leeftijd een belemmering is om te sporten. Afhankelijk van de opgaven nemen we passende maatregelen. We streven ernaar om meer kinderen tussen de 14-17 jaar te laten sporten. Daarnaast willen we dat er in 2030 meer 65-plussers lid zijn van een sportvereniging. Vitale sportverenigingen We werken samen met de sportverenigingen aan onderlinge kennisdeling en toegankelijke informatie om ervoor te zorgen dat de sportaccommodaties passen bij de vraag vanuit de samenleving. Ook zorgen we voor een passend huurtarief.

3.4.4. Ontwikkelen met karakter Inleiding Bij het vervullen van onze overkoepelende ambities (zie paragraaf 3.1) hoort een woningaanbod dat past bij de opbouw van de samenleving, dat oog heeft voor onze kwaliteiten en dat het vizier op de toekomst heeft. Dit draagt bij aan een krachtige samenleving. Om hier vorm aan te geven werken we via drie pijlers aan onze woonopgave2. Een plek voor iedereen Lansingerland wil iedereen een plek kunnen bieden. Dit betekent dat we de komende jaren extra aandacht hebben voor groepen waar op dit moment onvoldoende aanbod voor is: jongeren, ouderen, ‘empty-nesters’3, spoedzoekers en lage en middeninkomens. Daarnaast hebben we ook aandacht voor groepen die gebaat zijn bij bijzondere woonvormen, zodat alle inwoners zoveel mogelijk kunnen wonen in een voor hen passende woning. Nieuwe ontwikkelingen (zie paragraaf 4.2.3.) moeten zorgen voor variatie in de woningvoorraad (woningbouwlocatie*). Zo garanderen we een gezonde bevolkingsopbouw op de lange termijn. Daarnaast moeten ze aansluiten op de identiteit van de huidige woonmilieus, zoals ruimtelijk wonen, groen en ruimte voor ontmoeting. Bij inbreidingslocaties en (her)ontwikkelingen wegen we het woningbouwprogramma af, waarbij we rekening houden met identiteit, woningbehoefte, differentiatie, leefbaarheids- en duurzaamheidsdoelstellingen en financiële haalbaarheid.

2 Dit werken we verder uit in onze gemeentelijke Woonvisie 3 Huishoudens, waarbij de kinderen uit huis zijn. * dit verwijst naar een legenda item op de kaart ‘Gezond samen leven’ op pagina 57

Fijn en toekomstbestendig wonen Om fijn en toekomstbestendig te kunnen wonen, stemmen we woningbouwontwikkelingen af op het karakter van de gemeente en de samenstelling van de bevolking. We ontwikkelen aantrekkelijke woonwijken met een mix van woningtypologieën en prijscategorieën die past bij de toekomstige behoeften en doelgroepen. Daarbij leggen we de nadruk op een gezonde en groene omgeving. In bestaande woonwijken blijven we inzetten op een goede kwaliteit en woongenot (verduurzamen woningvoorraad*). Wonen in verbondenheid Wonen zien we niet als een los thema, maar verbinden we aan thema’s zoals economie, mobiliteit, duurzaamheid en de sociale- en fysieke leefomgeving. Wij vinden dat wonen een bijdrage kan leveren aan de sociale verbondenheid in een wijk of buurt. Verder werkt de gemeente niet alleen aan fijn en toekomstbestendig wonen, maar in nauwe samenwerking met de woningcorporatie en diverse andere belanghebbenden. Hoogwaardige knooppunten In aanvulling op bestaande ontwikkelingen kunnen nieuwe woningbouwinitiatieven ontstaan. Die moeten zoveel mogelijk worden geclusterd nabij vervoersknooppunten en voorzieningencentra (knooppuntontwikkeling*).

Door de ontwikkeling van hoogwaardige knooppunten kunnen we nieuwe woonvormen realiseren, bijdragen aan onze eigen vraag en de regionale opgave en gelijktijdig de hoogwaardige verbindingen, goede voorzieningen en karakteristieke kwaliteiten versterken. Dit maakt het makkelijker voor mensen om primair voor het openbaar vervoer te kiezen als ze langere afstanden moeten afleggen. Door op deze plekken mensen de mogelijkheid te bieden om gebruik te maken van mobiliteitsdeelconcepten (zoals e-scooters, e-auto’s en deelfietsen), wordt het een echt knooppunt. Ontwerp omgevingsvisie

61

3.5. Omgevingsvisiekaart In de afgelopen hoofdstukken zijn de ambities en gewenste ontwikkelingen voor Lansingerland toegelicht in tekst, beeld en kaartmateriaal. Uit de drie voorgaande kaarten per pijler zijn de belangrijkste ontwikkelingen geland op de Omgevingsvisiekaart die hiernaast te zien is.

62

Ontwerp omgevingsvisie

63

4

64

4. Een koers voor de verschillende delen van Lansingerland 4.1. Gebiedskwaliteiten Inleiding De overkoepelende visie die in hoofdstuk 3 is beschreven - een verbonden, vindingrijk en gezond Lansingerland - gaat over de hele gemeente, maar de uitwerking is verschillend per gebied. In een glasgebied hebben we niet dezelfde ambities als in een woonwijk, en in de Groenzoom streven we naar andere gebiedskwaliteiten dan in één van de bebouwingslinten. Deze benadering past ook in de geest van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk beschrijven we daarom de koers per specifiek deelgebied. Hierbij benoemen we de gewenste gebiedskwaliteiten en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. Waar relevant geven we aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. Op basis van de eerder beschreven identiteit, kwaliteiten en opgaven onderscheiden we de volgende deelgebieden: • Levendige kernen, linten en buurtschappen • Groene flanken • Hoogwaardige bedrijvigheid Het afwegingskader dat we in hoofdstuk 3 hebben geïntroduceerd laat zien wat de ambities van de Omgevingsvisie zijn. Door per deelgebied accenten te geven laten we zien welke ambities het belangrijkste zijn in het betreffende deelgebied. Dit heeft ook betrekking op de activiteiten die hier wenselijk zijn en welke niet, en welke mogelijk gestimuleerd zullen worden.

Per ambitie beschrijven we wat het betekent als die ambitie op ‘maximaal’ staat.

Ontwerp omgevingsvisie

65

Oog voor mensen Het bevorderen van sociale cohesie, het voorkomen van sociale problemen en het zorgen voor een inclusieve leefomgeving voor allen staat hier centraal.

Gezond en veilig Gezondheidsrisico’s beperken en om zowel sociale als fysieke veiligheid zoveel mogelijk te bevorderen.

Sterke ruimtelijke structuren en groengebieden Bescherming van de kwaliteit van groengebieden en verbindingen, historische structuren, waterstructuren en herkenbare landschappelijke elementen.

Ontwikkelen met karakter De woningvoorraad, huisvestingsopgave en het beschermen van ruimtelijke kwaliteit staan centraal.

Toekomstbestendige omgeving Het bevorderen van een klimaatadaptieve en natuurinclusieve omgeving die tevens energiezuinig is.

Innovatieve kennisteelt Research & design, innovatieve experimenten en vernieuwende bedrijvigheid krijgen voorrang.

Modern bereikbaar en verbonden Maximaal inzetten op de bereikbaarheid in dit gebied voor alle modaliteiten. Mobiliteit is modern, duurzaam en schoon.

Slimme verduurzaming Verduurzamen van processen rondom het energiesysteem, afvalverwerking en de circulaire economie. 66

Lokaal en regionaal werken en ondernemen Bevorderen van een goed vestigings- en ondernemersklimaat, voldoende werkgelegenheid en een gezonde middenstand.

Toelichting milieumengpanelen Milieufactoren hebben een grote invloed op de gezondheid van onze inwoners. De (klassieke) milieuthema’s zijn luchtkwaliteit, licht, geur, geluid, trillingen en bodem- en waterkwaliteit. Als gemeente kunnen we hier op verschillende manieren invloed op uitoefen. Zo kan het scheiden van milieubelastende activiteiten en kwetsbare functies, zoals wonen, scholen en kinderdagverblijven en het verminderen van uitstoot, bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Per deelgebied hebben we een set milieuambities bepaald. Die hangen samen met de huidige activiteiten en de gewenste ontwikkelingen in die gebieden. In de Omgevingsvisie spreken we nog over lagere, standaard of hogere ambitie milieukwaliteit. Dat betekent dat we nog geen harde norm bepaald hebben, zoals bijvoorbeeld een maximaal belasting in decibel op het gebied van geluid. Bij het opstellen van het Omgevingsplan werken we dit verder uit en leggen we het ook daadwerkelijk juridisch vast.

leefomgeving echter gezonder en veerkrachtiger maken. Hier hanteren we dan een hogere ambitie milieukwaliteit. Het ambitieniveau biedt een globale indicatie voor het gehele deelgebied, maar is niet specifiek bindend per locatie. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat we centraal in het gebied andere ambities hanteren dan aan de randen, waar bijvoorbeeld al een weg of spoorlijn loopt. De uiteindelijke, verplichtende normen worden opgenomen in het Omgevingsplan.

Het gaat om relatieve ambities. Dat wil zeggen een hogere of lagere ambitie dan gemiddeld in de gemeente. De minimale wettelijke grenswaarde is hierbij onze ondergrens. Wanneer we voor een lagere ambitie milieukwaliteit kiezen, voldoen de waarden nog steeds aan de wettelijk normen. Er zal dus nooit sprake zijn van méér overlast dan wettelijk toegestaan. We zien ook ruimte om voor bepaalde milieuthema’s in de gemeente hogere ambities te stellen, waarmee we de omgevingskwaliteit in de komende jaren willen verhogen. In veel gevallen is het ambitieniveau gelijk aan het huidige niveau. Hier gaan we dan ook uit van het behouden en waarborgen van de huidige omgevingskwaliteit. Door verduurzaming van onze woningvoorraad, mobiliteit en economische activiteiten en met behulp van bijvoorbeeld groenvoorzieningen kunnen we de

Voorbeeldinvulling van een milieumengpaneel voor de verschillende milieuthema’s.

Ontwerp omgevingsvisie

67

4.2. Levendige kernen, linten en buurtschappen 4.2.1. Omschrijving deelgebied De ligging in het hart van de metropool, op korte afstand van de grote steden, omgeven door groen en een eigen aantrekkelijk woonmilieu maakt Lansingerland een geliefde plek om te wonen. Onze kernen zijn nog volop in ontwikkeling. We begeleiden die ontwikkeling op een passende manier. We leveren een bijdrage aan de Randstedelijke woningbehoefte en zetten gelijktijdig in op het versterken van lokale kwaliteiten, voorzieningen en bereikbaarheid. Dat doen we op basis van onze kenmerkende Lansingerlandse kwaliteiten en passend bij het karakter van de individuele kernen, linten en buurtschappen. Naast een overkoepelende koers voor deze gebieden zetten we ook in op specifieke ontwikkelingen in Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek, Bleiswijk, de linten en buurtschappen en nieuwe ontwikkellocaties.

Deelgebied Levendige kernen, linten en buurtschappen

68

Het afwegingskader laat zien welke ambities extra belangrijk zijn in dit deelgebied.

Ontwerp omgevingsvisie

69

4.2.2. Algemene uitgangspunten Inleiding In dit deelgebied gaan we in op de woonplaatsen en centra. Dit zijn de plekken waar mensen wonen en ontspannen. Het streven naar een gezonde en veilige samenleving, in mooie en groene omgeving met een passend woningaanbod staat hier centraal. Gezond Samen Leven Het bereiken van een positieve gezondheid is leidend is bij de inrichting van de openbare ruimte. Hierbij ligt de focus op sociaal en inclusief: het ruimte bieden aan ontmoeten, het stimuleren en koesteren van diversiteit en het waarborgen van sociale veiligheid. Verenigingen hebben hierin een belangrijke rol en worden gefaciliteerd en er is flexibele ruimte voor het organiseren van evenementen en bijeenkomsten. De openbare ruimte nodigt uit tot bewegen en spelen en bevordert op die manier een gezondere levensstijl. Voor wat betreft milieufactoren maken we een nader indicatief onderscheid per deelgebied. Daarbij houden we rekening met het karakter van de plek. Op verschillende locaties zijn we druk bezig met het ontwikkelen van nieuwe woongebieden, of zijn we de mogelijkheden hiervoor aan het onderzoeken. In de kernen willen we voorzien in de woonbehoefte van jongeren, gezinnen en ouderen uit Lansingerland en de regio. Op de korte termijn ligt de nadruk op de ontwikkeling van Westpolder/Bolwerk en Wilderszijde.

Metrostations Westpolder en Rodenrijs zijn locaties met (beperkte) kansen voor knooppuntontwikkeling. Daarna kijken we naar ontwikkel- en verdichtingskansen rondom voorzieningencentra en OV- en auto-verbindingen.

70

Voor de langere termijn onderzoeken we de kansen voor Bleizo-West. Dit is het gebied rondom het treinstation Lansingerland-Zoetermeer. Dankzij de ligging op een knooppunt, nabij trein, tram, bus en snelweg is het een ideale locatie voor een moderne invulling. Er wordt momenteel een ontwikkelperspectief opgesteld waarin de mogelijkheden nader worden uitgewerkt. Daarbij is in principe geen sprake meer van een traditioneel bedrijventerreinen, maar er is wel ruimte voor werken. Qua karakter mag deze plek op zichzelf staan, maar het gebied moet goed met de rest van de gemeente verbonden zijn. Vindingrijk en ondernemend We willen dat onze inwoners beter ervaren wat er in de kassen gebeurt en er trots op kunnen zijn. De nu soms wat afstandelijke relatie willen we betekenisvoller maken. Evenementen zoals ‘Kom in de Kas’ en activiteiten die de WUR met zich meebrengt voor toegankelijkheid voor een breder publiek, passen hier uitstekend bij. Binnen dit deelgebied is er geen extra ruimte voor de aan teelt gerelateerde functies. Voor de verduurzaming van de woongebieden zetten we in op een sterke relatie met het glasgebied door duurzame (rest)warmte te koppelen aan de warmtevraag van de wijken. Dit kan ook andere koppelkansen en schaalvoordelen bieden. Dit geldt eveneens voor het aanleggen van geothermie putten waar woningen op termijn op kunnen aansluiten.

De wijktransitieplannen bepalen welke wijken als eerste van het gas af kunnen gaan. We zetten onze ambities kracht bij door bij nieuwe ontwikkelingen hogere duurzaamheidseisen te stellen. We streven naar centra die het elkaar ontmoeten stimuleren. Winkel- en horecavoorzieningen die passen bij de maat en schaal van de betreffende kern. Er is geen ruimte voor nieuwe intensieve bedrijvigheid in de kernen.

Verbonden in de metropool Het groen en water in de kernen moet onderling beter verbonden worden en met de grote gebieden buiten de kernen. Speciale aandacht gaat uit naar het beschermen van historische dorpsgezichten en structuren. Indien nodig kunnen bepaalde ontwikkelingen uitgesloten worden in gebieden om daar het groene karakter te behouden. Aandachtsgebieden die uit de klimaatstresstest naar voren zijn gekomen, worden aangepakt. We benutten meekoppelkansen zoals wijkrenovaties, om klimaatadaptieve maatregelen te nemen. Ook stimuleren we woning- en gebouweigenaren om hun tuin klimaatbestendig en groen in te richten. Voor wat betreft mobiliteit maken we allereerst ruimte voor fietsen en wandelen. Daarna volgt emissieloos autoverkeer en dan pas de brandstofauto. Er wordt ruimte geboden aan alternatieve, schone vervoermiddelen zoals elektrische deelmobiliteit in woonwijken, een netwerk van voldoende laadpalen en post- en pakketdiensten met nieuwe soorten voertuigen. Daarnaast zetten we in op betere bereikbaarheid van openbaar vervoerhaltes, onder andere door meerdere vervoersvormen daar samen te brengen. Bij een bushalte moet men ook de (deel)fiets of -auto kunnen pakken.

Ontwerp omgevingsvisie

71

4.2.3. Berkel en Rodenrijs & Bergschenhoek Omschrijving gebied In beide kernen is het rustig en ruim wonen in moderne en aantrekkelijke wijken. De RandstadRail, verschillende busverbindingen en de nabijheid van doorgaande wegen zorgen voor sterke regionale verbindingen. Het centrum van Berkel is het hoofdvoorzieningencentrum van de gemeente. Het Annie M.G. Schmidtpark is een groot verbindend stadspark met groen, sport en recreatie en met Groenzoom en Landschapspark de Rotte zijn de kernen verbonden met grote doorgaande groenstructuren.

Ambities Verbonden in de Metropool • Het Annie M.G. Schmidtpark wordt (nog meer) een groene ontmoetingszone tussen de kernen met sport- en recreatievoorzieningen voor alle leeftijden. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan het groene karakter en de oversteekbaarheid van het park. • Station Rodenrijs is een recreatieve schakel in de Vlinderstrik en wordt als zodanig geactiveerd. De tunnel onder het station is een belangrijke recreatieve doorgang en krijgt de juiste uitstraling. Het busstation wordt aangepakt en er komt een recreatieve route door het Rotterdamse deel van de Vlinderstrik. • Om een robuust groenblauw netwerk te krijgen moeten de ribben vanuit de Rottezoom verbonden worden of doorlopen tot aan de Groenzoom. Vindingrijk en ondernemend • Het centrum van Berkel blijft het regionale voorzieningencentrum van Lansingerland. Het centrum van Bergschenhoek heeft een meer lokale functie. • Het afvalbrengstation verhuist naar de Dorsvloerweg in Bergschenhoek (op bedrijventerrein Weg en Land) en wordt doorontwikkeld tot circulair punt waar reststromen een nieuw leven kunnen krijgen. Gezond Samen Leven • Wilderszijde en Westpolder/Bolwerk zijn grote ontwikkellocaties (deze zijn aangewezen als versnellingslocatie in de Woondeal Zuid-Holland).

Met de ontwikkeling van Wilderszijde ontstaat een toekomstgerichte en groene ontwikkellocatie in een aantrekkelijk woonmilieu met goede voorzieningen en ruimte voor ontmoeting. Het geplande voorzieningenniveau past bij de schaal van de wijk.

Kern Berkel en Rodenrijs & Bergschenhoek

72

•

•

Andere locaties waar we op termijn aan woningbouwontwikkelingen denken zijn: ◦ Wolfend (noordoosten van het centrum van Bergschenhoek); ◦ Het gebied grenzend aan de Jacob Marislaan; ◦ Driehoek Noordpolder; ◦ Kansen voor verdichting aan knooppunten en nabij voorzieningencentra. Metrostation Rodenrijs wordt opgewaardeerd tot een belangrijk OVknooppunt, waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van onze kernen en in het bijzonder de nieuwe wijk Wilderszijde. Ook een aantal andere OV-haltes aan vde ZoRo-buslijn zullen meeliften op de ontwikkeling van Wilderszijde. De horecaprogrammering van het Annie M.G. Schmidtpark draagt hier ook aan bij.

Gewenste milieukwaliteit Centra Berkel en Rodenrijs Centrum is een levendig centrum met een regionale functie. Zeker ‘s zomers zijn er veel drukke terrasjes. Bovendien is er plaats voor markten, braderieën en thema festiviteiten. Dankzij dit levendige karakter is er meer ruimte voor activiteitengeluid gerelateerd aan evenementen en horeca. Woonwijken In een woonwijk past rust, vooral ‘s nachts. Overdag past het geluid van spelende kinderen in een woonwijk. Ook in de toekomst wordt deze kwaliteit behouden. Daarnaast wordt ook voor de andere milieufactoren een hogere ambitie dan gemiddeld in Lansingerland nagestreefd.

Ontwerp omgevingsvisie

73

4.2.4. Bleiswijk Omschrijving gebied Bleiswijk is van oorsprong een tuindersdorp en heeft een knusse en authentieke uitstraling. De kern kan worden gekarakteriseerd als een hechte gemeenschap met een sterke sociaal maatschappelijke binding, voorzien van een krachtig verenigingsleven, een actieve kerkgemeenschap en veel vrijwilligers.

Ambities Verbonden in de Metropool • De verbinding tussen het centrum van Bleiswijk en de Rotte wordt verbeterd. Dit gaat niet alleen om fysieke verbindingen, maar ook over de beleefbaarheid van het gebied. De Lange Vaart, het Kooipad en de Merenweg zijn groenblauwe ribben die het recreatiegebied Rottemeren verbinden met de omgeving. • De oversteekbaarheid van de N209 moet verbeterd worden, met name voor voetgangers en fietsers. • De noordelijke entree aan de N209 moet aantrekkelijker en herkenbaarder worden. • Het versterken van openbaar vervoer en fietsverbindingen naar knooppunten bij station Lansingerland-Zoetermeer en de E-lijn is van belang het station optimaal te kunnen benutten. Nu is de reistijd met het openbaar vervoer van en naar verschillende plekken in de gemeente vaak dubbel zo lang als met de auto. Dat maakt het geen aantrekkelijk alternatief. Vindingrijk en ondernemend • Het centrum van Bleiswijk heeft een lokale functie. De toegestane activiteiten en milieunormen sluiten hierop aan. • In het recreatieseizoen verwelkomt Bleiswijk extra bezoekers. Eventuele evenementen en activiteiten passen bij de aard en schaal van het centrum. • De mogelijke uitbreiding van het vaarnetwerk van de Rotte biedt op termijn kansen voor toerisme en recreatie in Bleiswijk.

Kern Bleiswijk

74

Gezond Samen Leven • De vraag naar woningen is in Bleiswijk met name kwalitatief van aard. Er is behoefte aan woningen voor senioren en starters in de vorm van appartementen, gelijkvloerse woningen en betaalbare woningen. Naast het tegemoetkomen aan de behoefte van de eigen (oudere) inwoners, is er behoefte aan ‘jonge’ aanwas om het krachtige verenigingsleven en de sterke sociale structuur in stand te houden. • Aan de Merenweg en Lange Vaart wordt ingezet op woongebieden met een passende mix (starters en toekomstbestendig) en een koppeling met relevante voorzieningen (o.a. zorg voor ouderen en verbinding richting centrum). • Naast de Merenweg en Lange Vaart/Korenmolenweg is er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen zolang die bijdragen aan de ruimtelijke vitaliteit van Bleiswijk en die voorzien in de behoefte van ouderen om, in de nabijheid van voorzieningen, gelijkvloers te wonen.

Gewenste milieukwaliteit Centrum Bleiswijk centrum is nu een gezellige dorpskern. Dit moet zo blijven. Er is ruimte voor specifieke centrumvoorzieningen en activiteiten, maar wel in beperkte mate. Het toegestane geluidniveau/geluidprofiel sluit hierop aan. Alleen een beperkt aantal kleine festiviteiten, zoals een braderie, is toegestaan. Bovendien zijn deze beperkt tot een maximaal aantal dagen in het jaar. Evenementen en horeca mogen hier dan ook minder geluid voortbrengen dan in de twee andere centra. Woonwijken Voor de woonwijken geldt dezelfde gewenste milieukwaliteit zoals beschreven onder 4.2.3. Ontwerp omgevingsvisie

75

4.2.5. Linten en buurtschappen Omschrijving gebied De bebouwingslinten bepalen het oorspronkelijke karakter van Lansingerland. Ze blijven belangrijk voor de ruimtelijke structuur en de ervaring van het landschap. De variatie in (monumentale) bebouwing met historische boerderijen, (historische) woonhuizen, bedrijfsgebouwen, tuinders- en arbeiderswoningen, nieuwbouw, en een gemaal bepalen de kenmerkende uitstraling van de linten. Dit is illustratief voor het karakter van Lansingerland als ‘ondernemende’ gemeente. De panden dateren uit verschillende tijden en zijn in verschillende stijlen gebouwd en de percelen hebben verschillende kavelbreedtes. Het is belangrijk dat deze worden beschermd. Lansingerland heeft drie doorgaande noord-zuid linten. De linten van Berkel en Rodenrijs en Bleiswijk en Bergschenhoek zijn polderlinten die door de kernen lopen. De Rottekade/Rottedijk is een dijklint. De buurtschappen Noordeinde, Rotte en Kruisweg liggen aan de linten. Berkelseweg-Julianalaan en Leeweg zijn twee dorpslinten die van west naar oost lopen. Met name de polderlinten zijn bepalend voor de ruimtelijke structuur. De drie kernen liggen aan de linten en het zijn nog deels belangrijke ontsluitingsroutes. Linten zijn altijd in ontwikkelingen, omdat nieuwe initiatieven zich blijven zich aandienen. Zolang die zich voegen in het karakter van het lint hoeft dit geen probleem te zijn.

Linten en buurtschappen

76

Ambities Verbonden in de Metropool • De linten zijn belangrijke identiteitsdragers maar ze zijn ook altijd in ontwikkeling. Daarbinnen is er ruimte voor initiatieven zolang de kenmerkende structuur, opbouw, samenhang en doorzichten naar het open landschap niet aangetast worden. Bij voorkeur worden deze kenmerken versterkt. • Watergangen (onder andere voormalige molentochten) blijven behouden. • De N209 heeft verschillende ruimtelijke en verkeerskundige opgaven en verdient, als belangrijke entree, een kwaliteitsimpuls.

Gewenste milieukwaliteit De linten huisvesten een mix van wonen en werken. Enig geluid van activiteiten van karakteristieke (kleinschalige) bedrijvigheid is daarom acceptabel. Geluid van verkeer dient beperkt te worden, om een prettige leefkwaliteit te kunnen behouden.

Vindingrijk en ondernemend • Aangezien historisch gezien in de linten gewoon en gewerkt wordt, is hier in de toekomst ook ruimte voor, zolang beide functies geen hinder van elkaar ondervinden. Gezond Samen Leven • De linten lopen als herkenbare, doorgaande elementen door de kernen. De structuur en opbouw van ieder lint (type bebouwing, percelen, dichtheid, watergang, bruggen en bomen) is leidend voor wat er mogelijk is. Zo zijn in sommige linten de oorspronkelijke structuren nog deels intact, waarbij het van belang is om de gebieden die nog cultuurhistorisch betekenisvol zijn, zoveel mogelijk te behouden. Bij linten die ingrijpend zijn getransformeerd, zijn weer andere uitgangspunten van belang, zoals het verbeteren van ruimtelijke kwaliteit. • De buurtschappen Kruisweg en Rotte hebben een vergelijkbaar karakter als de linten waarbij doorzichten bij de Rotte op de achtergelegen dreef behouden moeten blijven. Aan de Kruisweg worden alleen nog ontwikkelingen geaccepteerd die passen in de identiteit van de buurtschap. Ontwerp omgevingsvisie

77

4.3. Groene flanken 4.3.1. Omschrijving deelgebied Aan de randen van de gemeente zijn omvangrijke open en groene gebieden aaneengeschakeld. De Rotte vormt de oostelijke gemeentegrens waar de recreatiegebieden aan liggen. De bosrijke deelgebieden die in Lansingerland liggen, bestaande uit het Hoge en Lage Bergse Bos, het Hoekse Park, de Bleiswijkse Zoom en Bleiswijkse Fles, worden beter op elkaar aangesloten door de ontwikkeling van nieuw bos en slim bosbeheer. In de noordelijke polders met de deelgebieden die in Lansingerland en Zuidplas liggen, wordt samen met de provincie, de agrariërs en andere stakeholders verkend wat een duurzame toekomst voor dit gebied kan zijn. Langs de stadse Rotte worden de oevers groener en worden langzame verbindingen tussen stad en buitengebied gemaakt. Het recreatiegebied langs de Rotte wordt als één samenhangend landschap vormgegeven: een landschapspark. Via het Triangelpark en de Vlinderstrik gaat de groene verbinding in westelijke richting door naar Midden-Delfland. Het gebied rondom de Rotte kenmerkt zich door een afwisselend geheel van openheid, beplanting en water. De Bergboezem en Groenzoom zijn ontstaan als onderdeel van de Groenblauwe Slinger, die van Midden-Delfland via de westkant van Zoetermeer naar Alphen aan den Rijn loopt.

Het is de groenblauwe ruggengraat van Lansingerland en legt een verbinding met het Groene Hart en Midden-Delfland. Het Annie M.G. Schmidtpark is hét park van Lansingerland en volgt de lijn van de oude Landscheiding (de naamgever van de gemeente). Langs de gehele lengte van deze landscheiding bevindt zich groen. Verder hebben alle kernen een rijke aaneenschakeling van kleinere en grotere groen- en waterstructuren, waar de vaak groene tuinen van de inwoners verder aan bijdragen.

Deelgebied Groene Flanken

78

Het afwegingskader laat zien welke ambities extra belangrijk zijn in dit deelgebied.

Ontwerp omgevingsvisie

79

4.3.2. Algemene uitgangspunten Centraal in dit gebied staan het versterken van groenstructuren, het vergroten van biodiversiteit, het toekomstbestendig maken van het buitengebied en het verbeteren van recreatieve routes en activiteiten voor fietsers en wandelaars. Er zijn verschillende koppelkansen met andere ontwikkelingen, zolang die het karakter van het gebied versterken.

de biodiversiteit door ecologische vormen van beheer toe te passen, bijvoorbeeld door verschillende zaaimengsels te gebruiken en insectenhotels en nestgelegenheden voor vogels en vleermuizen te plaatsen. Ook zorgen we dat de juiste voedselbronnen aanwezig zijn voor de soorten die we willen aantrekken.

Verbonden in de Metropool

Modern bereikbaar en verbonden In dit gebied is de auto te gast. In de Groenzoom, Vlinderstrik en het Annie M.G. Schmidtpark is de auto helemaal niet welkom. De prioriteit ligt bij het faciliteren van fietsers en voetgangers. Daarom zorgen we voor veilige en aantrekkelijke routes, die zowel van recreatieve hoge waarde zijn, als functioneel. Zo kunnen bewoners zich snel van A naar B bewegen in de gemeente, maar ook lopend boodschappen doen, een ommetje maken, zelf naar school fietsen en onderweg even op een bankje zitten. We zoeken naar de beste locaties voor snelfietsroutes. wij zien het als prioriteit om betere oost-west fietsverbindingen te realiseren. In het landschapspark worden er speciale routes gemaakt voor snelle fietsers, recreatieve fietsers, mountainbikers, ruiters, kanoërs en wandelaars.

Sterke ruimtelijke structuren en groengebieden In regionaal verband verhogen we de waarde van doorgaande groenstructuren en versterken we de verbinding met de verschillende kernen aan die route. De ecologische en recreatieve verbindingen tussen de grote groenstructuren en vaarten worden versterkt. Hetzelfde geldt voor het fijnmazig groen en water in de kernen, glasgebieden en bedrijventerreinen. Er is speciale aandacht voor het verbinden van woongebieden met de groengebieden en het versterken van de groene oost-west verbindingen via ‘groeneblauwe ribben’. Die ribben verbinden de gebieden voor mensen en dieren en dragen zo bij aan het verbeteren van respectievelijk de recreatieve waarde en de lokale biodiversiteit. De N209 is daarbij een, zij het te nemen, obstakel. Toekomstbestendige omgeving In het Landschapspark De Rotte hebben zich veel ecologische kwaliteiten kunnen ontwikkelen waardoor het hele gebied in potentie één grote ecologische verbinding is geworden. Wij bouwen voort op de huidige kwaliteiten en zorgen voor een structurele verbetering van de huidige natuurwaarden. Daartoe richten we het beheer meer dan nu op het verhogen van de biodiversiteit en vragen andere terreinbeheerders en eigenaren dit ook te doen. We verbeteren

80

De auto krijgt een minder prominente rol bij de ontsluiting van het gebied en de bereikbaarheid met het openbaar vervoer wordt verbeterd. Op parkeerplaatsen en OV-haltes komen ‘Gastvrije Ontvangsten’.

Vindingrijk en ondernemend Innovatieve kennisteelt Er is geen ruimte voor de ontwikkeling van bedrijvigheid, met uitzondering van bedrijvigheid die is gericht op recreatie en horeca. Plekken die nu voor de landbouw bedreven wordt, maar waar dat in de toekomst niet meer rendabel is, of waar een noodzaak is voor andere ontwikkelingen, kunnen een andere functie krijgen. Ze worden dan onderdeel van de groenstructuur aan de Rotte. Hier streven we naar een natuurinclusieve landbouw met meer biodiversiteit en recreatieve voorzieningen. De noordelijke polders hebben primair een agrarische functie, maar op de langere termijn is hier ook een transitie mogelijk naar een meer natuurinclusieve landbouw met recreatieve voorzieningen waarbij de nadruk ligt op het behoud van het open landschap. Er is ruimte voor initiatieven op het gebied van natuureducatie, als dat waarde kan toevoegen is en als er een link met de kennis uit het glastuinbouwcluster gelegd kan worden. Dit doen we samen met relevante partners in de gemeente. Slimme verduurzaming Grootschalige energieopwekking is in principe niet toegestaan in de groengebieden. Alleen voldoende ingepaste initiatieven met breed draagvlak komen in aanmerking, maar pas nadat alle andere mogelijkheden op daken en binnenstedelijk uitvoerig onderzocht zijn.

We zoeken naar slimme combinaties van energieopwekking en koppelkansen met onder meer natuurontwikkeling, waterberging of recreatieve activiteiten. Lokaal en regionaal werken en ondernemen We zoeken een balans tussen recreatieve en natuurlijke waarden. Specifieke waardevolle gebieden worden gekoesterd en in de andere groengebieden is plek voor intensieve of extensieve recreatie. In de Groenzoom is geen ruimte voor intensieve recreatie en het organiseren van grote evenementen. Het Annie M.G.

Schmidtpark is een groene plek waar meer mogelijkheden zijn op het gebied van recreatie en evenementen. In het Rottegebied is juist meer ruimte voor recreatieve kansen. Dit is samen met het Recreatieschap Rottemeren uitgewerkt in het Ontwikkelplan Rottemeren.

Gezond Samen Leven Oog voor mensen Groen kan pas optimaal gewaardeerd worden als mensen het weten te vinden en het kunnen beleven. Daarom is een goede toegankelijkheid van de gebieden van groot belang. Hiervoor zijn in eerste instantie duidelijke routes nodig, ondersteund door goede bewegwijzering vanaf de omliggende wegen en paden, waardoor de entrees van de gebieden goed te vinden zijn. De entrees zelf moeten bovendien herkenbaar zijn vanuit de omgeving. Bewegwijzering is eveneens van belang in de groene gebieden zelf, zodat mensen routes kunnen vinden en met gemak kunnen volgen. Ook minder mobiele mensen moeten kunnen genieten van het groen. Daarom zijn er speciale routes die extra goed toegankelijk worden gemaakt. In het Landschapspark De Rotte wordt een overkoepelend routenetwerk gemaakt met duidelijke parkentrees en randen, gastvrije ontvangstgebieden en lommerrijke verbindingen met de omgeving. Hier wordt gewerkt aan een nieuwe bewegwijzering. Ook wordt er onderscheid gemaakt in routes voor gewone fietsers, racefietsers en mountainbikers zodat deze groepen elkaar niet in de weg zitten. Als er meer behoefte is aan gescheiden routes voor bepaalde recreanten, wordt daar op termijn naar gekeken. Hetzelfde geldt voor de routes in de Groenzoom en verbindingen richting Midden-Delfland. Ontwerp omgevingsvisie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=711049f7-9de0-4847-ad55-cd59d96c0caf