CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

T21.04463 Kadernota 2022-2025

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Kadernota 2022-202514.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

150.000

200.000

200.000

200.000

Stoppen met de pilot ‘Het Nieuwe Wij’ voor inwoners met een bijstandsuitkering

50.000

50.000

50.000

50.000

30.000

30.000

30.000

30.000

Inperken inzet re-integratievoorzieningen Totaal Sociaal Domein

4.3.1

375.000 525.000 625.000 625.000

Minder inzet Jeugdhulp door strategisch contractmanagement en intensieve casusregie

Strategisch contractmanagement We voorkomen inzet van jeugdhulp die niet op onze beleidsdoelen aansluit en/of onrechtmatig is, waardoor we kosten besparen. We investeren hiervoor incidenteel (2022 en 2023) in extra fte voor strategisch contractmanagement voor de jeugdhulp die wij lokaal inkopen. Met deze tijdelijke investering professionaliseren we ons contractmanagement, waardoor we sterker kunnen sturen en controleren op de doelmatigheid en rechtmatigheid van de lokaal gecontracteerde zorgaanbieders. Op deze manier zorgen we ervoor dat de hulp die wij hebben ingekocht, wordt ingezet voor het beleidsdoel dat wij ermee hebben en dat het geld dat wij hieraan besteden op de juiste plek terecht komt. We sluiten hiermee aan op de landelijke aandacht voor aanbodsturing en de rechtmatigheid van zorguitgaven (o.a. Follow the money). Op dit moment zijn lokaal gecontracteerd: basis ggz, dyslexiezorg en hulp aan jeugdigen met een beperking. In 2022 levert dit een bruto-besparing op van € 145.000 bij een investering van € 50.000 (0,5 fte inhuur); de netto-besparing bedraagt € 95.000. In 2023 is de netto-besparing € 195.000 bij een investering van € 100.000 (1 fte inhuur). Vanaf 2024 betreft het een blijvende netto-besparing met professioneel contractmanagement van € 295.000 en is er geen investering meer benodigd.

Intensivering casusregie We bevorderen doorstroom en uitstroom van Jeugdhulp door 1 fte jeugdconsulenten toe te voegen voor de inzet van intensieve casusregie. Met deze investering (1 fte) kunnen we de inzet van jeugdhulp beter monitoren en eerder stoppen met niet-effectieve inzet. Dit levert een besparing op voor verschillende soorten jeugdhulp. Deze intensieve casusregie zetten we in voor de relatief kleine groep cliënten die ‘verantwoordelijk’ is voor een relatief groot deel van de zorguitgaven. In 2020 onderzochten we deze groep en concludeerden we dat het moeilijk is om voor deze groep de juiste hulp te vinden die goed aansluit. Hiervoor is veelvuldig contact nodig met het gezin en betrokken partijen en een strakke regie op de hulp. Het recent gepubliceerde AEF-onderzoek naar jeugdhulp noemt het versnellen van uitstroom en doorstroom naar de wlz als belangrijke sturingsknoppen. Met deze werkwijze zetten we daar op in. Dit is in lijn met de wens van de raad. Het betreft een structurele bruto-besparing van € 130.000 bij een investering van € 80.000; de netto-besparing bedraagt € 50.000 per jaar. De totale besparing van de twee maatregelen bedraagt € 145.000 in 2022, oplopend naar € 245.000 in 2023 en € 345.000 in 2024 en verder.

4.3.2

Minder instroom in maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugdhulp door aanpassingen in onze indicatiewerkwijze en verordening

Indicatiesturing huishoudelijke hulp Wmo We wijzigen onze indiceringswerkwijze, waardoor we bij bepaalde aanvragen minder uur huishoudelijke hulp toekennen. Hiermee verwachten we gemiddeld 30 minuten minder te indiceren per week voor 21

inwoners die nog niet eerder Hulp bij het huishouden (Hbh) gehad hebben. Pas wanneer echt nodig breiden we uit. Dit levert een kostenbesparing op vanaf 2022 die toeneemt met het aantal nieuwe indicaties. De verwachte besparing in 2022 bedraagt minimaal € 50.000 die oploopt in 2023 naar € 100.000. Inkomenstoets informele pgb’s Jeugd We stoppen boven een bepaalde inkomensgrens met het vergoeden van informele pgb’s voor ouders die zelf jeugdhulp bieden aan hun kind,. Dit nemen we op in de verordening, waardoor we deze maatregel kunnen toepassen voor alle nieuwe aanvragen van informele pgb’s. Dit geldt ook voor informele pgb’s die aflopen. Dit levert een kostenbesparing op vanaf 2022 die toeneemt met het aantal afgelopen indicaties en nieuwe aanvragen van informele pgb’s. Naar verwachting levert dit uiteindelijk een financieel nadeel op voor 30-40 gezinnen, ten opzichte van de huidige situatie waarin zij dit pgb wel krijgen, van gemiddeld € 12.500,- per jaar. De verwachte structurele besparing bedraagt vanaf 2022 € 100.000 per jaar, omdat we reeds in de begroting rekening houden met een afname van pgb’s als effect van de Veranderopgave Jeugd. Uitgangspunt daarbij is dat ten minste 20% van de 30-40 gezinnen die gebruik maken van het informele pgb niet overgaat naar een formeel pgb of Zorg in Natura (ZIN).

De totale besparing van de twee maatregelen bedraagt € 150.000 in 2022, oplopend naar € 200.000 in 2023 en verder.

4.3.3

Stoppen met de pilot ‘Het Nieuwe Wij’ voor inwoners met een bijstandsuitkering

We beëindigen de pilot ‘Het Nieuwe Wij’. We constateerden dat de coronamaatregelen grote impact hadden op de uitvoering van deze pilot. Zo waren groepsbijeenkomsten voor zowel ondernemers als kandidaten niet toegestaan. Mede daarom heeft deze aanpak onvoldoende geleid tot de verwachte duurzame uitstroom naar betrokken Lansingerlandse werkgevers. Wel hebben we lering getrokken en gezien dat de deelnemers de persoonlijke aandacht in deze werkwijze erg waarderen. 30 deelnemers namen deel aan deze pilot. Door met deze pilot te stoppen besparen we vanaf 2022 structureel € 50.000. 4.3.4

Inperken inzet re-integratievoorzieningen

We verlagen opnieuw het budget voor re-integratietrajecten, waardoor een beperkt budget overblijft van ongeveer € 120.000. De besparing in combinatie met de verwachte stijging van het aantal uitkeringen betekent dat we keuzes moeten maken voor de inzet van re-integratietrajecten. Dit heeft gevolgen voor de begeleiding van onze werkzoekenden. Een keuze kan zijn dat we geen re-integratie meer inzetten voor inwoners met een lange afstand tot de arbeidsmarkt en geen scholingstrajecten meer vergoeden voor inwoners met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Hierdoor daalt de participatie van onze kandidaten en stromen er minder inwoners uit ons bijstandsbestand. Er is een risico dat de uitkeringslasten voor de gemeente hierdoor toenemen. Het Rijk heeft incidentele middelen aan de

arbeidsmarktsregio verstrekt met als doel een gerichte aanpak te ontwikkelen tegen de groeiende werkeloosheid als gevolg van de coronacrisis. Dit kan de toename van de uitkeringslasten in Lansingerland mogelijk wat verzachten. Bij de begroting 2021 is al de keuze gemaakt om het budget voor re-integratie niet mee te laten stijgen met de verwachte stijging van het aantal uitkeringen. Hierdoor moeten er nu al keuzes worden gemaakt in de begeleiding door focus op bepaalde doelgroepen. Door de aanvullende ombuigingen op dit budget is het onvermijdelijk om ingrijpende keuzes te maken in de begeleiding aan uitkeringsgerechtigden. Dit effect versterkt nog verder door de verwachte stijging van het aantal bijstandsgerechtigden. Volgens het CPB zorgt het aflopen van de coronasteunmaatregelen voor herstructureringen en faillissementen, waardoor de werkloosheid oploopt. Hoe groot de stijging van het aantal uitkeringen precies zal zijn, is op dit moment nog onduidelijk. Met een verlaging van het re-integratiebudget, kunnen we de huidige 789 inwoners (inclusief partners) inwoners met een bijstandsuitkering niet allemaal ondersteunen richting de arbeidsmarkt. De verwachte stijging van het aantal uitkeringen betekent dat we nog meer inwoners niet kunnen ondersteunen bij hun re-integratie. Dit heeft zowel gevolgen voor de uitstroom, als voor het ontwikkelperspectief van kandidaten. 22

Ook zijn we bezig met een aanbesteding voor nieuwe re-integratiebedrijven. Hoe lager het budget, hoe lastiger het is om goede partijen te laten reageren en aan ons te binden. De kwaliteit van onze reintegratievoorzieningen kunnen dan onder druk komen te staan. De verlaging van het budget levert vanaf 2022 een structurele besparing op van € 30.000.

4.4

Beleidsveld 5.1 Openbare Ruimte: Naar een schoon en sober beleid

De beeldkwaliteit van de openbare ruimte is belangrijk. Onze inwoners hechten veel waarde aan de openbare ruimte, zeker tijdens deze Corona-pandemie. De afgelopen jaren is er veel aan gedaan om de beeldkwaliteit op gewenst niveau te brengen. Het beheer van de openbare ruimte was dan ook één van de speerpunten uit het coalitieakkoord. Uit een recent uitgevoerd belevingsonderzoek openbare ruimte (najaar 2020) blijkt dat onze inwoners de kwaliteit van de openbare ruimte erg waarderen. Uiteraard zouden we het kwaliteitsniveau graag willen vasthouden. Echter zal ook de openbare ruimte moeten bijdragen aan het oplossen van de financiële opgave, door een verlaging van het algehele niveau van de beeldkwaliteit. Te denken valt hierbij aan minder frequent grasmaaien, meer zwerfafval, meer oneffenheden in stoepen, minder strak asfalt etc. Begrotingsknoppen

2022

2023

2024

2025

Verlagen beeldkwaliteit van de openbare ruimte (centra A->B, rest B->C)

350.000

350.000

350.000

350.000

Totaal Openbare Ruimte

350.000

350.000

350.000

350.000

4.4.1

Verlagen beeldkwaliteit van de openbare ruimte

We verlagen de beeldkwaliteit van de openbare ruimte (reguliere areaal) van B naar C. Centra en stationsgebieden verlagen we van A naar B. Daarmee draaien we deels de verhoging van de beeldkwaliteit van de openbare ruimte terug, zoals vastgelegd in het Coalitieakkoord. Met de bijstelling van het regulier areaal van B naar C besparen we vanaf 2022 structureel € 250.000. De beeldkwaliteitsverlaging in de centra en stations van A naar B (station Lansingerland-Zoetermeer uitgezonderd, hier zijn aparte privaatrechtelijke afspraken over) levert vanaf 2022 een structurele besparing op van € 100.000. De totale beeldkwaliteitsverlaging leidt tot een besparing van maximaal € 350.000. Bij deze te realiseren besparing verwachten we, als gevolg van de beeldkwaliteitsverlaging, meer meldingen en klachten te moeten afhandelen. In de coronaperiode is nu al een stijging van het aantal (complexe) klachten en meldingen te zien. Dit vergt veel capaciteit. We zien dat inwoners steeds mondiger worden en zich soms minder goed neerleggen bij een afwijzing. Het zou goed kunnen dat deze trend zich voortzet. Een beeldkwaliteitsverlaging versterkt dit effect. Om deze reden stellen we voor om tijdelijk capaciteit toe te voegen van 1 fte in schaal 9 (€ 76.000 per jaar), zie hiervoor de incidentele claims ten laste van de algemene reserve in hoofdstuk 3.

Na een nader te bepalen periode kan bezien worden of dit structureel nodig is. Of structureel meer capaciteit nodig is, hangt af van de mate waarin de trend dat we als organisatie steeds meer meldingen en klachten moeten afhandelen doorzet. Riolering In tegenstelling tot andere kapitaalgoederen, heeft Riolering geen beeldkwaliteitscriterium waaraan het moet voldoen. Voor Riolering geldt dat we aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater moeten voldoen. De invulling hiervan is beschreven in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2025, dat op 26 november 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het GRP is het huidige kader voor beheer- en onderhoudsactiviteiten voor het kapitaalgoed Riolering. Daarnaast zijn in het GRP enkele thema's benoemd die we belangrijk vinden en waar we de afgelopen jaren aandacht aan besteed hebben, maar zeker ook in de toekomst aandacht voor hebben. Klimaatadaptatie en aandacht voor duurzaamheid zijn een gemeente brede thema’s waar Riolering actief 23

aan deelneemt. Bij de voorbereiding van werkzaamheden nemen we maatregelen om eventuele toekomstige problemen - als gevolg van klimaatverandering - op te lossen en zo wateroverlast of droogteproblemen te voorkomen. Om het beheer en onderhoud optimaal uit te voeren is meten, monitoren, op orde brengen en houden van gegevens noodzakelijk. Afgelopen jaren hebben we de eerste stappen hiertoe gezet en daar gaan we de komende jaren mee verder. Om het aantal storingen van drukrioleringsgemalen terug te dringen, investeren we extra om de gemalen en drukriolering te optimaliseren. Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)

Op 26 november 2020 is het nieuwe GRP 2021-2025 vastgesteld. Tijdens de behandeling van het plan in de Raad is toegezegd dat de financiering van de rioleringsprojecten op de lange termijn nader zou worden onderzocht. Omdat in Lansingerland in de jaren rond de eeuwwisseling veel is gebouwd (VINEX), zullen de vervangingsinvesteringen over 30-40 jaar een piek kennen. Om de kosten als gevolg van de vervangingen ook op lange termijn te kunnen dekken, stijgt de rioolheffing vanaf 2022 met 1,25% per jaar. Daarnaast houden we rekening met een indexering van de kosten met 1,6% per jaar. De tarieven voor de rioolheffing vanaf 2022 zijn gebaseerd op bovenstaande uitgangspunten. 4.5

Beleidsveld 6.3 Economie: Terug naar de basis

We bouwen de economische portefeuille af en gaan terug naar de basis, wat betekent dat we stoppen met de A12 corridor en de economische dienstverlening en -beleid afschalen tot wettelijke minimaal beleid. Dit vertaalt zich in het beperken van de economische beleidsadvisering aan ondernemers en het stopzetten van het project voor A12 corridor. Het economische beleidsveld wordt hierdoor beperkt, waardoor er op complexere economische onderwerpen minder kan worden geadviseerd. In totaal besparen we op de economische portefeuille vanaf 2022 structureel € 140.000: Begrotingsknoppen 2022 2023 2024 2025 Economische dienstverlening en beleid afschalen tot wettelijke minimaal beleid Stoppen met A12 corridor Totaal Economie

4.6

95.000

95.000

95.000

95.000

45.000

45.000

45.000

45.000

140.000 140.000 140.000 140.000

Beleidsveld 6.4 Duurzaamheid: Focus op de grootste impact

We gaan het duurzaamheidsbeleid aanscherpen aan de hand van drie principes: concentreren, normaliseren en toevertrouwen. Zo maken we van de financiële nood een deugd. De herijkte uitvoeringsagenda duurzaamheid die u binnenkort ontvangt zal langs die principes tot stand zijn gebracht. Wat betekent dit? Concentreren: Door binnen de meer dan 20 lopende duurzaamheidsprojecten nog meer focus aan te brengen, stellen we zeker dat we tijd en middelen richten op die thema’s die uiteindelijk de meeste duurzaamheidsimpact opleveren én waar we als lokale overheid een essentiële bijdrage aan moeten leveren zoals publieke coördinatie of infrastructuur. De herijkte uitvoeringsagenda duurzaamheid die u binnenkort ontvangt zal bijvoorbeeld de energietransitie in de glastuinbouw centraal stellen, omdat die sector vele malen meer CO2-uitstoot veroorzaakt dan onze complete gebouwde omgeving en voor zijn concurrentievermogen afhankelijk is van het slagen van deze transitie (impact), en omdat publieke coördinatie vereist blijkt in dit complexe speelveld (essentiële overheidsbijdrage). Anderzijds kiezen we zo voor een terughoudende en reactieve rol in een minder prioritair project als de Regionale Energie Strategie (RES). Normaliseren: Centraal voor ons staat dat het ambitieniveau van duurzaamheidsbeleid binnen projecten en gebiedsopgaven ondanks deze ombuigingen op gelijk niveau kan blijven.

De reeds gestelde kaders zijn leidend en investeringen worden door initiatiefnemers betaald (zoals een klimaatadaptieve inrichting van

24

de openbare ruimte al vanuit grondexploitaties betaald wordt). Duurzaamheid vormt op steeds meer terreinen een vast onderdeel van de norm. Dit is binnen veel beleidsvelden al gebeurd, bijvoorbeeld door opname in de leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) en leidraad Duurzame Gebiedsontwikkeling (DGO)). Waar nodig actualiseren we dergelijke normen om aan te blijven sluiten bij onze duurzaamheidsdoelen. Zo wordt de verantwoordelijkheid binnen de organisatie gelegd waar die hoort en spelen we capaciteit vrij binnen team duurzaamheid voor de meer innovatieve projecten en die zaken die onder ‘concentreren’ genoemd zijn. Toevertrouwen: Samenwerking met bewonersinitiatieven op duurzaamheidsvlak doen we al volop, zowel ambtelijk als ook steeds frequenter bestuurlijk. We faciliteren de initiatieven vanuit deze organisaties. Denk aan de Plukberm langs de Hoeksekade door Lansingerland Samen Duurzaam, de samenwerking met energiecoöperatie Nieuwe Lansinger Stroom en op heel veel plekken het zelfbeheer door Rottavrijwilligers. Ook werken we samen met warmtecoöperaties in de tuinbouw en heel vele anderen. Het is wenselijk om nog veel steviger vanuit onze visie op kracht van onze samenleving aan maatschappelijk initiatief de ruimte te geven, maar het initiatie niet over te nemen.

Er zit zoveel energie in onze samenleving! Concreet: Medewerkers duurzaamheid zien erop toe dat de gemeenten randvoorwaarden schept, maar neemt geen eigenaarschap over van iets wat als een goed idee vanuit de samenleving begon. Hoe we dat doen? Na het succes van de eerste drie groenblauwe schoolpleinen ondersteunen we bij het verspreiden van kennis en houden we budget beschikbaar voor realisatie. Maar, scholen kunnen geheel zelf bepalen hoe en wanneer ze hiervoor een plan (laten) maken en of ze voor hulp bij de gemeenten aankloppen. Ander voorbeeld: het project Tuin van de toekomst is uit de pilotfase en kan na onze opstart landen bij maatschappelijke partners die tot nu toe al enthousiaste ambassadeurs hiervan geweest zijn, zoals een natuurorganisatie en hoveniers. Waar we zien dat mede-overheden hun verantwoordelijkheid pakken, zoals de waterschappen van Schieland en Delfland die per 1 juli allebei een subsidieregeling voor groene daken etc. aanbieden, zullen we voortaan doorverwijzen naar die regelingen en onze regeling beëindigen. Ook dragen we het project Holland Rail Terminal (HRT) over aan de initiatiefnemers. We weten namelijk dat de volgende stap bij Provincie en Rijk vandaan moeten komen die vooralsnog op deze lijn personenvervoer voorrang geeft boven goederenvervoer.

Ook zijn de betrokken ondernemers nu druk met het uitrollen van hun concept aan de Betuwelijn en komen zij vanzelf bij ons terug bij gebleken succes. Samenvattend: door te concentreren, normaliseren toe te vertrouwen krijgen we een duurzaamheidsbeleid dat niet alleen aansluit bij onze financiële mogelijkheden, maar tegelijk impact maakt, duurzaam als het nieuwe normaal inregelt en tegelijk onze sterke samenleving in staat stelt om zelf door te gaan waar onze rol ophoudt. In totaal besparen we op duurzaamheid vanaf 2022 structureel € 216.000: Begrotingsknoppen 2022 2023

2024

2025

Stoppen met het initiëren en begeleiden van duurzaamheidsprojecten

40.000

40.000

40.000

40.000

Duurzaamheidsbeleid terug naar de basis (verminderen bijdragen aan de projecten)

100.000

100.000

100.000

100.000

Stoppen met Holland Rail Terminal (HRT)

45.000

45.000

45.000

45.000

Advisering duurzaamheid in gebiedsontwikkeling toerekenen aan de projecten (AOK) en investeringen

31.000

31.000

31.000

31.000

Totaal Duurzaamheid

4.7

216.000 216.000 216.000 216.000

Algemene dekkingsmiddelen: In de richting van, maar nog onder het landelijk gemiddelde

In tegenstelling tot de ombuigingen uit de paragrafen 4.1 t/m 4.6, waarbij de maatregelen met name betrekking hebben op het besparen van kosten, realiseren we bij de algemene dekkingsmiddelen de ombuiging door het verhogen van de inkomsten. 25

Begrotingsknoppen

2022

2023

2024

2025

Kapitaalinjectie in Stedin

400.000

400.000

400.000

400.000

Samenvoegen OZB-tarieven gebruikers en eigenaren niet-woningen

250.000

250.000

250.000

250.000

OZB-tarief niet-woningen

250.000

250.000

250.000

250.000

OZB-tarief woningen

200.000

200.000

200.000

200.000

Totaal Algemene Dekkingsmiddelen

4.7.1

1.100.000 1.100.000 1.100.000 1.100.000

Kapitaalinjectie in Stedin

Tijdens de raadsvergadering van 3 juni is de raad gevraagd akkoord te gaan met het voorstel om een deel van de Eneco-gelden in te zetten als investering in aandelen van Stedin (kenmerk BR2100035). Door het doen van een kapitaalinjectie in Stedin behalen we extra dividend. Momenteel bezitten we 3,38% van de aandelen van Stedin. De aandeelhouders is verzocht om gezamenlijk € 200 mln. te storten. Omgerekend naar de fair share van Lansingerland, betekent dit voor ons een storting van € 6.760.000 waar we 3,02% cumulatief preferent dividend over krijgen. Hiermee verkrijgen we een aanvullend structureel rendement van € 204.152 per jaar. Er is mogelijk ook de optie om 150% tot 200% van onze fair share in te leggen, als niet alle aandeelhouders naar rato van hun aandelenbezit besluiten te storten. Dit biedt ons de kans om een extra investering te doen, aanvullend op de storting van € 6.760.000. Deze aanvullende kapitaalstorting is echter onzeker en afhankelijk van het meedoen van andere gemeenten. In beginsel zijn er voor ons 4 mogelijkheden: 1. Niets doen  geen extra investering levert € 0 op; 2. 100% fair share  investering van € 6.760.000 levert € 200.000 op; 3. 150% fair share  investering van € 10.140.000 levert € 300.000 op; 4. 200% fair share  investering van € 13.522.000 levert € 400.000 op.

Na de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) van 25 juni 2021 wordt duidelijk welk aandeel Lansingerland kan nemen. In deze kadernota gaan we uit van het voor ons meest gunstige geval, namelijk dat we de mogelijkheid hebben om 200% van onze fair share aandelen te storten en daarmee een structureel rendement behalen van € 400.000 per jaar.

4.7.2

Samenvoegen OZB-tarieven gebruikers en eigenaren niet-woningen

We kunnen extra inkomsten genereren op de OZB-heffing voor niet-woningen als we de tarieven voor gebruikers en eigenaren samenvoegen. Momenteel hanteren we drie tarieven: een eigenarentarief en een gebruikerstarief voor niet-woningen en een eigenarentarief voor woningen. Voor de tarieven gelden geen absolute of relatieve limieten. Bij leegstand wordt er nu geen OZB gebruikers geïnd. Door aanhoudende leegstand van vooral winkel- en kantoorpanden worden er door verschillende gemeenten pogingen gedaan om pandeigenaren te bewegen in het vinden van een huurder. Een mogelijke fiscaal instrument dat daarbij wordt gehanteerd is het afschaffen van de gebruikersbelasting, dan wel het op nihil stellen van de OZB-tarief gebruikers nietwoningen en dit tarief optellen bij het OZB-tarief eigenaren niet-woningen. Zowel het deel van de belasting dat een huurder/gebruiker als een eigenaar van een bedrijfspand moet betalen wordt dan volledig door de eigenaar van het pand betaald, die het vervolgens gedeeltelijk kan doorbelasten aan de gebruiker. Een dergelijke heffing op leegstand bij de eigenaar draagt er aan bij dat pandeigenaren gestimuleerd worden om een huurder te vinden. Samen met het SVHW bekijken we ook hoe deze wijziging praktisch vormgegeven kan worden.

In verband met lopende (huur)contracten is het benodigd om gedurende een overgangsperiode inzicht te verschaffen in het fictieve gebruikers deel van de belasting, zodat zowel voor de eigenaren als de gebruikers duidelijk is welk bedrag doorbelast kan worden. 26

De raming van het SVHW voor 2021 laat een grondslag eigenaren niet-woningen zien van € 1.823.000.000 en een grondslag gebruikers niet-woningen van € 1.647.000.000. De verwachte “leegstand” in 2021 is dus € 176.000.000, ofwel 9,65% van het totaal. De facto is de derving van OZB baten bij een gelijkblijvend tarief dus 0.1895% * € 176.000.000 = € 333.520. Gecorrigeerd voor het vastgoed wat in eigendom is van de gemeente, oninbaarheid, administratieve kosten, etc. is potentiële additionele structurele OZBopbrengst niet-woningen naar verwachting € 250.000. De implementatie van deze maatregelen doen we samen met het SVHW die namens onze gemeente de OZB-belasting heft. Er zijn al diverse gemeenten die volgens deze methodiek werken, waaronder Rijswijk, Nijmegen, Eemnes, Leidschendam-Voorburg, Lelystad en Vlaardingen. De praktijk laat dus zien dat het implementeren van deze maatregel haalbaar is.

4.7.3 OZB-tarief niet-woningen De grote financiële opgave waar onze gemeente de komende jaren voor staat heeft gevolgen voor de OZB-heffing in 2022. Een verhoging van het tarief van zowel de niet-woningen als woningen (paragraaf 4.1.4) is onvermijdelijk bij ons voornemen om in 2022 een structureel sluitende begroting te realiseren. In de begroting 2021 is gekozen voor een trapsgewijze verhoging van het OZB-tarief op niet-woningen (€ 400.000 in 2021, € 750.000 in 2022 en € 1.050.000 in 2023 en 2024). Deze trapsgewijze verhoging is reeds ingeboekt in onze begroting. In deze kadernota kiezen we ervoor om de trapsgewijze verhoging te versnellen en al in 2022 € 250.000 extra OZB op niet-woningen te realiseren, in plaats van hiermee te wachten tot 2023. Door nu deze extra stap te zetten van € 250.000 behalen we een structureel voordeel. Dit betekent een zwaardere OZB-last in 2022 voor de ondernemingen in onze gemeente. Bedrijven die hierdoor in financiële problemen komen kunnen aanspraak maken op het incidentele fonds van € 500.000 ten behoeve van corona-ondersteuning. Dit fonds is onder andere bedoeld als tegemoetkoming voor lokale bedrijven, die, op basis van diverse criteria, in aanmerking komen voor ondersteuning in de vorm van een subsidie. Het huidige tarief 2021 van de OZB niet-woningen (gebruikers + eigenaren) is 0,4227%.

De reeds ingeboekte ophoging van € 750.000 en de versnelde ophoging van € 250.000 resulteren in een verhoging van het tarief in 2022 met ongeveer 14,65% ten opzichte van de ‘oude stand’ voor ophoging in 2021. Rekening houdend met de inflatiecorrectie van 1,6% bedraagt de procentuele verhoging van het OZBtarief niet-woningen 16,25%. Dit betekent dat het OZB-tarief voor niet-woningen in 2022 ongeveer 0,4915% zal bedragen. Hiermee zitten we nog onder het landelijk gemiddelde in 2021 van 0,5146%. De versnelde verhoging van € 250.000 heeft bij onderstaande WOZ-waarden het volgende effect: WOZ-waarde Effect OZB-aanslag (op jaarbasis) € 200.000

€ 45,95

€ 300.000

€ 68,90

€ 400.000

€ 91,90

€ 500.000

€ 114,90

Grofweg is het effect van de extra verhoging op jaarbasis € 22,95 per € 100.000 WOZ-waarde. Dit is inclusief de inflatiecorrectie van 1,6%.

4.7.4

OZB-tarief woningen

Naast de OZB op niet-woningen, verhogen we ook het OZB-tarief op woningen. Het OZB-tarief woningen bedraagt in 2021 in onze gemeente 0,0953%. Om een structurele extra opbrengst te realiseren van € 200.000 moet het tarief worden verhoogd met ongeveer 2,25%. Rekening houdend met de inflatiecorrectie van 1,6% bedraagt de procentuele verhoging van het OZB-tarief 3,85%. Gerekend met deze verhoging wordt het nieuwe OZB-tarief ongeveer 0,0990% (dit is voor correctie van de WOZwaardestijging). Hiermee blijven we onder het landelijk gemiddelde OZB-tarief op woningen in 2021 van 0,1043%. In het coalitieakkoord is afgesproken dat de OZB voor woningen dient te dalen tot onder het 27

landelijk gemiddelde niveau. Deze doelstelling is reeds behaald. Ook na de stijging van de OZB op woningen is het OZB-tarief lager dan het landelijk gemiddelde. Deze tariefsverhoging van 3,85% heeft bij onderstaande WOZ-waarden het volgende effect op de OZBaanslag: WOZ-waarde Effect OZB-aanslag (op jaarbasis) € 200.000

€ 7,30

€ 300.000

€ 11,00

€ 400.000

€ 14,70

€ 500.000

€ 18,40

Grofweg is het effect op jaarbasis € 3,70 per € 100.000 WOZ-waarde. Dit effect is inclusief de inflatiecorrectie van 1,6%.

4.7.5

Aanvullende dekkingsmiddelen in latere jaren

Naast de ombuigingen binnen de algemene dekkingsmiddelen die vanaf 2022 extra opbrengsten realiseren, zien wij ook twee mogelijkheden om vanaf 2023 en latere jaren aanvullende opbrengsten te verwezenlijken. Dit betreft het heffen van forensenbelasting en erfpacht. Forensenbelasting Op het moment van opstellen van deze kadernota zijn we begonnen met de voorbereiding op de invoering van forensenbelasting. Het heffen van forensenbelasting gebeurt bij personen die, zonder dat ze hun hoofdverblijf in onze gemeente hebben, meer dan negentig dagen per jaar een gemeubileerde woning tot hun beschikking hebben voor zichzelf of voor hun gezin. De aanslag wordt opgelegd aan degene die de gemeubileerde woning tot zijn beschikking heeft. De heffing kan op verschillende manieren: 1. Een tarief gebaseerd op de WOZ-waarde, eventueel met een onderverdeling in waardeklassen. 2. Een tarief gebaseerd op de vloeroppervlakte en de beschikbare grond bij de woning. 3. Een vast tarief per woning. Forensenbelasting wordt vaak geheven op recreatiewoningen en tweede woningen, chalets en stacaravans. Het aantal hiervan in Lansingerland is beperkt. Daar staat tegenover dat met name seizoenarbeiders in aanmerking komen voor het heffen van forensenbelasting.

Een bijvangst van het invoeren van forensenbelasting is dat we als gemeente een extra handvat hebben om toe te zien op de registratieplicht van arbeidsmigranten. Hiermee krijgen we beter inzicht hoeveel van deze vaak kwetsbare seizoenarbeiders binnen onze gemeentegrenzen verblijven. We zijn op dit moment aan het onderzoeken op hoeveel en op welke forensen belasting kan worden geheven. Het is nog onduidelijk hoe hoog de uitvoeringskosten zijn om deze belasting te heffen. Het SVHW kan namens de gemeente deze belasting heffen. De uitvoeringskosten vallen in de hoogste categorie, wat te maken heeft met de complexiteit van de jaarlijkse mutaties en de aanvullende controlewerkzaamheden die nodig zijn om de volledigheid van de belastingheffing te garanderen. Onderzocht wordt of de opbrengsten van deze belasting opwegen tegen de uitvoeringskosten. Afhankelijk hiervan zal worden besloten om forensenbelasting te gaan heffen, op zijn vroegst vanaf 2023. Erfpacht Een andere optie is het beschikbaar stellen van grond, onder andere voor bedrijventerreinen, op basis van erfpacht. Met erfpacht ontstaan er structurele baten. Belangrijk daarbij is in beeld te krijgen of het instrument erfpacht nu wel of juist niet belemmerend werkt bij het realiseren van groei in het woningaanbod. Op dit moment onderzoeken we de mogelijkheden die het instrument erfpacht ons biedt.

28

5

Verantwoord vooruit

De ombuigingen die wij voorstellen in deze kadernota leiden tot een structureel sluitende begroting in 2022 en een klein overschot voor 2023, maar hebben vooral een fors dempend effect op de structurele tekorten in latere jaren. Daarmee voldoen wij aan de vereisten van de provincie zonder dat er aan ons (beperkende) maatregelen zullen worden opgelegd door de financieel toezichthouder. Wij houden daarmee het heft in eigen handen. Op een verantwoorde wijze gaat Lansingerland de toekomst tegemoet.

Structureel begrotingssaldo na nieuwe mutaties en structurele claims Ombuigingen Begrotingssaldo na ombuigingen

2022

2023

2024

2025

-2.537.000

-2.349.000

-3.669.000

-5.975.000

2.527.000

2.677.000

2.777.000

2.777.000

-10.000

328.000

-892.000

-3.198.000

Belangrijk om ons te realiseren is dat de financiële opgave in deze kadernota een momentopname is van de op dit moment bekend zijnde mutaties en ontwikkelingen. De risico’s en onzekerheden in de baseline kunnen de financiële opgave voor onze gemeente zowel positief als negatief beïnvloeden. Dat geldt voor 2022, maar zeker ook voor de latere jaren. De financiële implicaties van de Meicirculaire 2021 hebben wij op dit moment nog niet in beeld. Ook kunnen zich ontwikkelingen voordoen die we op dit moment nog niet (kunnen) voorzien. Wij weten bijvoorbeeld nog niet hoe de Corona-pandemie voor de financieeleconomische situatie in Nederland verder zal uitpakken. In de komende begroting volgt een geactualiseerd beeld van structurele financiële opgave voor onze gemeente. Met het evenwichtige pakket aan maatregelen in deze kadernota kan Lansingerland verantwoord vooruit. We houden het huis op een verantwoorde wijze op orde en we zorgen ervoor dat we onze autonomie behouden. We richten ons op de toekomst door het doen van investeringen vanuit een solide financiële basis. De komende maanden stellen we de Begroting 2022-2025 op waarin we keuzes, afwegingen en ambities van deze kadernota zullen verwoorden. Dan weten we ook of de voorgestelde ombuigingen in deze kadernota voldoende zijn om een structureel sluitende begroting te realiseren, of dat er aanvullende maatregelen nodig zijn.

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=7e047875-483b-445f-964d-cd63dd11c432