T21.04463 Kadernota 2022-2025
Tekst van het document
Kadernota 2022
Lansingerland verantwoord vooruit
Datum: 3 juni 2021 Corsa: T21.04463
1
Inhoud 1 2
Inleiding ................................................................................................................ 3 Baseline van de Kadernota .......................................................................................... 6 2.1 Vertrekpunt structureel begrotingssaldo ................................................................... 6 2.2
3
Nieuwe mutaties ............................................................................................... 6
2.2.1
Autonome ontwikkelingen ................................................................................. 7
2.2.2
Algemene mutaties ......................................................................................... 9
2.2.3
Stelposten.................................................................................................. 11
2.3
Aanvullende structurele claims ............................................................................ 12
2.4
Bijgesteld structureel begrotingssaldo inclusief nieuwe mutaties en structurele claims ........ 12
2.5
Risico’s en onzekerheden in de baseline ................................................................. 13
Incidentele claims ten laste van reserves ....................................................................... 14 3.1 Incidentele claims ten laste van de algemene reserve ................................................ 14 3.2
4
Incidentele claims ten laste van specifieke reserves .................................................. 16
Ombuigingen per beleidsveld ..................................................................................... 18 4.1 Beleidsveld 1.3 Dienstverlening: Op naar een passende maat ....................................... 18 4.1.1
Stoppen opdracht Veranderopgave Visie op Dienstverlening ...................................... 18
4.1.2
30% kortere afhandeltijden en openingstijden, sluiten Snip ...................................... 18
4.1.3
Processen kostendekkend inrichten ................................................................... 19
4.1.4
Beleid rondom Lansingerlands Initiatief niet meer uitvoeren ..................................... 20
4.2
Beleidsveld 2.1 Veiligheid: Advisering efficiënter ..................................................... 20
4.2.1 4.3
Beleidsveld 4.1 Samenleving, 4.2 Jeugd, 4.3 Participatie en 4.4 Wmo (Sociaal Domein): Strenger aan de poort .................................................................................................... 20
4.3.1
Minder inzet Jeugdhulp door strategisch contractmanagement en intensieve casusregie .... 21
4.3.2
Minder instroom in maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugdhulp door aanpassingen in onze indicatiewerkwijze en verordening .................................................................... 21
4.3.3
Stoppen met de pilot ‘Het Nieuwe Wij’ voor inwoners met een bijstandsuitkering ........... 22
4.3.4
Inperken inzet re-integratievoorzieningen ........................................................... 22
4.4 4.4.1
5
Afschalen niveau van juridische dienstverlening t.b.v. aanvraag vergunningen ............... 20
Beleidsveld 5.1 Openbare Ruimte: Naar een schoon en sober beleid ............................... 23 Verlagen beeldkwaliteit van de openbare ruimte ................................................... 23
4.5
Beleidsveld 6.3 Economie: Terug naar de basis ........................................................ 24
4.6
Beleidsveld 6.4 Duurzaamheid: Focus op de grootste impact ........................................ 24
4.7
Algemene dekkingsmiddelen: In de richting van, maar nog onder het landelijk gemiddelde .. 25
4.7.1
Kapitaalinjectie in Stedin ............................................................................... 26
4.7.2
Samenvoegen OZB-tarieven gebruikers en eigenaren niet-woningen ............................ 26
4.7.3
OZB-tarief niet-woningen ............................................................................... 27
4.7.4
OZB-tarief woningen ..................................................................................... 27
4.7.5
Aanvullende dekkingsmiddelen in latere jaren ...................................................... 28
Verantwoord vooruit................................................................................................ 29
2
1
Inleiding
Voor Lansingerland wenkt een mooi perspectief. Dat vraagt dan wel om een toekomstgerichte houding en om investeringen te doen vanuit een solide basis. In de Kadernota 2022 kijken wij vooruit. Het laat de keuzes, afwegingen en ambities zien die wij zullen verwoorden in de Begroting 2022-2025. Maar dan wel op een verantwoorde wijze. Net als andere gemeenten wordt de gemeente Lansingerland geconfronteerd met een oplopend tekort op haar begroting. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo is dit tekort een gevolg van de toenemende kosten vooral binnen de Wmo en ook Jeugdzorg, in combinatie met de achterblijvende compensatie van het Rijk voor de kosten van deze doorgedecentraliseerde taken. Ook zijn de weggevallen dividenden van Eneco en Stedin nog niet volledig opgevangen. In deze kadernota zijn de mutaties tot en met medio april 2021 verwerkt. De structurele doorwerking van de Zomerrapportage 2021 zijn in deze kadernota reeds in de baseline opgenomen. Heft in eigen handen De provincie vraagt van elke gemeente een structureel sluitende begroting. Zonder dat zal de provincie zich manifesteren als financieel toezichthouder en maatregelen opleggen (preventief toezicht). Daarom is het van belang dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Wij willen het heft in eigen hand houden en zelf aan de knoppen zitten wanneer er pijn verdeeld moet worden.
Omdat onze autonomie ons lief is en omdat we onze verantwoordelijkheid nemen. Mens en samenleving centraal Ombuigingen doen pijn, maar daarbij blijven voor ons mens en samenleving voorop staan. We ontzien de uitvoering zo veel mogelijk en korten op beleid. We blijven kwetsbare mensen en bedrijven die het moeilijk hebben steun bieden. We zijn en blijven in verbinding met onze inwoners. We korten op zaken die later ook nog kunnen, zodat we blijvende schade voorkomen. Financiële opgave Voor 2022 wordt een tekort voorzien van € 2,5 miljoen structureel. Daarna kan dit structurele tekort verder oplopen. Dat is echter met onzekerheid omgeven. Wanneer het Rijk gemeenten gaat compenseren voor de tekorten op de jeugdzorg, dan zal naar verwachting het tekort niet of nauwelijks verder oplopen. Tegelijkertijd is onduidelijk hoe de economie zich gaat ontwikkelen en wanneer de pandemie is bedwongen. Komt er nog een crisis of trekt de economie weer snel aan? In dat licht huldigen we het adagium ‘better safe then sorry’. We dekken het tekort voor 2022 en schuiven daarmee de rekening niet door naar een volgende collegeperiode. Juist omdat zo veel nog onduidelijk is voor de jaren na 2022, willen wij ons nu maximaal inspannen om het huis op een verantwoorde manier op orde te houden. Als het dan straks mee blijkt te vallen is er nog iets extra’s te verspijkeren.
Mocht het tegenvallen, dan is het grootste deel van de nodige besparingen al gerealiseerd. Parallel aan het maken van de Kadernota 2022, kijken we nu reeds financieel verder vooruit. Hoewel nu nog met onzekerheden omgeven willen we zo snel mogelijk een scherper zicht krijgen op de jaren na 2022 en op die manier anticiperen op mogelijke extra ombuigingen. Blijven voortuit kijken en dus ook investeren We nemen onze verantwoordelijkheid door de begroting op orde te houden en structureel te laten sluiten, maar we kijken ook vooruit door incidenteel te investeren en zo perspectief te bieden. Een voorbeeld is Horti Science waarbij wij ons in deelprojecten richten op campusontwikkeling, onderwijsarbeidsmarkt, gezondheid & welzijn, gebiedsontwikkeling (wonen en bereikbaarheid), duurzaamheid en city marketing. Vangnet voor kwetsbare mensen en lokale bedrijven in zwaar weer We bieden aanvullend op landelijke regelingen al coronasteun. We zullen die steun uitbreiden, specifiek voor kwetsbare mensen en lokale ondernemingen die het zwaar hebben.
3
Uitgangspunten verantwoord financieel beleid We hebben gekozen voor een aantal uitgangspunten bij deze kadernota, die indicaties zijn van verantwoord financieel beleid en wij zullen die ook toepassen bij de komende begroting. Het gaat om: Sluitende begroting in 2022: vanwege de structurele financiële opgave is het uitgangspunt dat de begroting in 2022 moet sluiten. Dat betekent dat er in 2022 voor € 2,5 miljoen aan structurele ombuigingen nodig zijn. Solide financiële systematiek: ondanks de financiële opgave vormt solide financiële systematiek de basis. Dit houdt onder andere in dat we materiële budgetten, belastingen, heffingen en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen indexeren. We maken gebruik van verschillende stelposten, onder andere voor CAO 2021, areaaluitbreiding en MIP, onvoorziene kosten en de raming van het gemeentefonds op basis van vaste/gefixeerde prijzen. De financiële effecten van de uitwerking van de nota Activabeleid, waaronder de urentoerekening aan investeringen, gebruiken we als algemeen dekkingsmiddel. De bekostiging van jeugdzorg ramen we structureel. Tot slot vormen we de bestemmingsreserves Baggeren en Onderhoud om naar incidenteel dekkingsmiddel, conform de eis van onze toezichthouder. Formatie volgt beleid: de ombuiging van € 2,5 miljoen kan ook effect hebben op de formatie.
Er zijn echter eerst beleidsinhoudelijke keuzes gemaakt, waarna de gevolgen voor de formatie helder worden. In andere woorden, het laten afnemen van de formatie is geen doel op zich, maar een gevolg van beleidsinhoudelijke keuzes. Daarbij is de uitvoering zoveel mogelijk ontzien. Het betekent dat de formatie voor de huidige taken die in 2021 incidenteel is gefinancierd voor 2022 structureel aan de formatie is toegevoegd. Vanzelfsprekend kan een deel van die toegevoegde formatie weer verdwijnen als gevolg van beleidsinhoudelijke keuzes, maar dit geldt evenzeer voor de gehele formatie van de gemeente. Incidentele middelen worden niet ingezet voor dekking van structurele kosten: dit geldt met name ook voor de Eneco-middelen. Eneco middelen zijn beschikbaar voor twee doelen: 1. financieel-technisch moet het wegvallen van dividendopbrengsten worden opgevangen. Dat kan door schuldreductie en door het verantwoord opnieuw investeren/beleggen van deze middelen zodanig dat dit een zekere bron van structurele inkomsten oplevert1; 2. investeringen met een belangrijk maatschappelijk rendement. Van grof naar fijn: de eerste stap was het vinden van een verdeling van de ombuiging van € 2,5 miljoen over de verschillende beleidsvelden. Hierbij zijn per beleidsveld zoekrichtingen geëxpliciteerd, maar nog niet uitgewerkt in concrete maatregelen.
Deze verdeling op hoofdlijnen inclusief de zoekrichtingen zijn in een tussenstap door het college aan de raad aangeboden. In een tweede stap zijn per beleidsveld de zoekrichtingen uitgewerkt in concrete beleidsmaatregelen. Inzet was om meer potentiële ombuigingen te inventariseren dan de financiële taakstelling betrof, om zo integrale afwegingen te kunnen maken in de keuzes. Op 30 april jl. hebben wij u hierover geïnformeerd (brief met kenmerk U21.02681 en bijlage T21.04463). Op die manier is inzicht geboden in de integrale afwegingen die zijn gemaakt bij het maken van keuzes tussen verschillende beleidsopties binnen een beleidsveld. Geen taboes: De noodzakelijke ingrepen voor 2022 zijn fors. Daarbij zijn op voorhand geen onderwerpen uitgesloten: er is derhalve breed gekeken naar mogelijkheden.
1
Zie onze brief ‘Afloop bestuursopdracht Herziening financieringsstructuur’ van 25 mei jl. (kenmerk U21.01307) 4
Proces totstandkoming Kadernota 2022 Deze kadernota is tot stand gekomen door het doorlopen van verschillende fases; van grof naar fijn. Gedurende het proces heeft het college de raad telkens meegenomen in de afwegingen en keuzes die zijn gemaakt en die nu voorliggen in deze kadernota. De raad is daarover meermaals geïnformeerd2; steeds is relevante achtergrondinformatie met u gedeeld, zoals de sjablonen per beleidsveld (T21.02748) en de formats met achtergrondinformatie bij de begrotingsknoppen (T21.02747). Op die manier heeft u als raad de beschikking gekregen over dezelfde informatie als dat wij hadden, op basis waarvan wij uiteindelijk tot een integrale afweging zijn gekomen om het structurele tekort van € 2,5 miljoen in 2022 op te lossen. Door deze informatie in een vroeg stadium met de raad te delen, heeft het college gehoor gegeven aan de wens van de raad om aan de voorkant van het traject van de Kadernota 2022 te worden meegenomen in het proces van inhoudelijke financiële oplossingen zoals verwoord in de motie Proces bezuinigingsscenario’s 2021 starten voor de kadernota (M2020-017). Verdeling ombuiging Het college is tijdens twee retraites gekomen tot een verdeling van de ombuiging van € 2,5 miljoen. De verdeling is tot stand gekomen op basis van concrete maatregelen die aan het college zijn aangereikt.
Flankerend aan het pakket van structurele besparingen zal incidenteel maximaal € 0,5 miljoen beschikbaar komen in een fonds voor Corona-ondersteuning. Dit fonds zetten we in voor subsidie aan lokale bedrijven en kwetsbare mensen, nadat al gebruik gemaakt is van (compensatie)regelingen van het Rijk, bijvoorbeeld als tegemoetkoming voor de OZB-stijging op niet-woningen. Deze incidentele uitgave dekken we uit de reserve Crisismaatregelen. In onderstaand overzicht staat de verdeling van de ombuiging zoals door het college in deze kadernota is voorgesteld. Beleidsveld
Ombuiging
Dienstverlening
246.000
Openbare Ruimte
350.000
Economie
140.000
Sociaal & Zorg
375.000
Veiligheid
100.000
Duurzaamheid
216.000
Algemene dekkingsmiddelen
Totaal
1.100.000
OZB Niet-woningen
500.000
OZB Woningen
200.000
Stedin
400.000
2.527.000
Hoofdstuk 4 beschrijft de invulling van de ombuigingen. Aan de hand van begrotingskoppen, zijnde besparingen of het verhogen van opbrengsten, is de ombuiging per beleidsveld geconcretiseerd.
2
Zoals in de brieven ‘Achtergrondinformatie traject Kadernota 2022’(kenmerk U21.01749) en ‘Uitkomst 2e retraite in traject Kadernota
2022’(kenmerk U21.02681), of door middel van beeldvormende avonden. 5
2
Baseline van de Kadernota
2.1
Vertrekpunt structureel begrotingssaldo
Beginstand begrotingssaldo 2022-2025 (incl. incidentele baten en lasten) Effecten amendement formatie-uitbreiding Eliminatie incidentele baten en lasten
2022
2023
2024
2025
-2.238.000
-3.510.000
-2.883.000
-2.779.000
1.447.000
1.447.000
1.447.000
1.447.000
-170.000
285.000
-111.000
0
Effecten correctie reserves Baggeren en Groot Onderhoud
-260.000
130.000
-203.000
-203.000
Nieuw beginstand structureel begrotingssaldo 2022-2025
-1.221.000
-1.648.000
-1.750.000
-1.535.000
De beginstand van het begrotingssaldo 2022-2025 betreft het meerjarige saldo na de eerste begrotingswijzing bij de Begroting 2021-2024, waarover de raad in november 2020 is geïnformeerd door middel van het raadsvoorstel BR2000120 met daarbij de raadsbrief U20.08290. Dit saldo is inclusief de structurele effecten van de septembercirculaire en het saldo van de incidentele baten en lasten. De provincie vraagt van elke gemeente een structureel sluitende begroting. Vandaar dat wij de incidentele baten en lasten op de derde regel in bovenstaand overzicht uit het structurele beeld hebben gehaald.
2.2
Nieuwe mutaties
In onderstaand overzicht staan de nieuwe structurele mutaties die wij op het moment van opstellen van deze kadernota inzichtelijk hebben. Hierin is een onderscheid gemaakt tussen autonome ontwikkelingen, algemene mutaties en stelposten. Het totaal aan nieuwe mutaties telt op bij het structurele begrotingssaldo 2022-2025 en vergroot de financiële opgave van onze gemeente. Nieuwe mutaties
2022
2023
2024
2025
Decembercirculaire 2020
162.000
215.000
225.000
225.000
Herijking gemeentefonds
PM
PM
PM
PM
Indexatie materiële budgetten (1,6%)
-472.000
-474.000
-479.000
-479.000
Indexatie Wmo
-307.000
-307.000
-307.000
-307.000
Indexatie Jeugd
-95.000
-95.000
-95.000
-95.000
Indexatie verbonden partijen (1,9%)
-131.000
-131.000
-131.000
-131.000
Nieuwe CAO (2% van € 35 mln.)
-700.000
-700.000
-700.000
-700.000
Compensatie nieuwe CAO uit gemeentefonds
700.000
700.000
700.000
700.000
0
0
0
0
-843.000
-792.000
-787.000
-787.000
-1.670.000
-1.670.000
-1.670.000
-1.670.000
Bijstelling BUIG-gelden (inkomensdeel)
-500.000
-350.000
-350.000
-350.000
Bijstelling BUIG-gelden (inkomensdeel)
500.000
350.000
350.000
350.000
0
869.000
869.000
869.000
Urentoerekening aan investeringen
1.915.000
1.569.000
1.199.000
802.000
Urentoerekening aan Grex
-358.000
-454.000
-1.134.000
-1.377.000
Autonome ontwikkelingen
Meerjarige effecten Zomerrapportage 2021 Totaal Autonome ontwikkelingen Algemene mutaties Onoverkomelijke mutaties (claims): Bijstelling Wmo
Overige (technische) mutaties: Landelijke ontwikkeling Jeugd en compensatie van het Rijk
6
Overheadtoerekening aan Grex
65.000
28.000
-330.000
-465.000
Rentetoerekening aan Grex
-21.000
322.000
305.000
-100.000
Mutatie afschrijvingen afgesloten investeringen
1.561.000
2.711.000
3.729.000
3.975.000
Investeringen in nieuwe activa o.b.v. MIP 2021
-166.000
-284.000
-534.000
-1.103.000
0
0
0
0
Technisch noodzakelijke investeringen MIP
-625.000
-1.188.000
-1.618.000
-2.166.000
Vervangingsinvesteringen MIP
-287.000
-890.000
-1.077.000
-1.525.000
Mutatie reserve dekking kapitaallasten
-176.000
-190.000
-140.000
-161.000
Nog te dekken BTW leerlingenvervoer
-90.000
-90.000
-90.000
-90.000
Aanpassing formatie aan huidige taken
-1.447.000
-1.447.000
-1.447.000
-1.447.000
Totaal Algemene mutaties
-1.299.000
-714.000
-1.938.000
-4.458.000
1.115.000
1.115.000
1.115.000
1.115.000
-15.000
-16.000
-18.000
-19.000
Investeringen in nieuwe activa o.b.v. nieuw beleid
Stelposten Algemene uitkering indexatie prijspeil 2021 naar 2022 Onvoorzien Stelpost MIP
-250.000
-250.000
-250.000
-250.000
Totaal Stelposten
850.000
849.000
847.000
846.000
-1.292.000
-657.000
-1.878.000
-4.399.000
Totaal Nieuwe mutaties
In de komende paragrafen 2.2.1 t/m 2.2.3 zijn achtereenvolgens de autonome ontwikkelingen, algemene mutaties en stelposten van een korte toelichting voorzien.
2.2.1
Autonome ontwikkelingen
Autonome ontwikkelingen zijn de ontwikkelingen in 2022 en verdere jaren die wij met zekerheid voorzien, waar we geen invloed op kunnen uitoefenen en die hoe dan ook optellen bij de financiële opgave van onze gemeente. Decembercirculaire 2020 Op 2 februari 2021 is de raad door middel van een brief met kenmerk U21.00084 geïnformeerd over de effecten van de Decembercirculaire 2020. De meerjarige effecten van de Decembercirculaire verwerken we in deze kadernota. Indexatie materiële budgetten (1,6%) Met het oog op verantwoord financieel beleid en systematiek indexeren we jaarlijks de aan inflatie gerelateerde materiële budgetten. In de begroting 2021 hebben we de indexatie bij uitzondering achterwege gelaten, vanwege de grote financiële opgave waar we ook vorig jaar mee te maken hadden. In de toezichtbrief over onze begroting heeft de provincie een opmerking gemaakt over het ontbreken van de loon- en prijsindexatie. De provincie schreef hierover dat het van groot belang is om bij het opstellen van de begroting 2022 rekening te houden met het realistisch ramen van loon- en prijsindexering. Door een structurele indexatie van 1,6% toe te passen (op basis van Consumentenprijzen (CPI) van januari 2021) geven we hier gehoor aan.
Indexatie Jeugd (voor zover lokaal ingekocht) en Wmo Net als de aan inflatie gerelateerde budgetten indexeren we jaarlijks ook de budgetten van het sociaal domein. Het gaat onder andere om Hulp bij het huishouden, Dagbesteding, Mantelzorg, Collectief vervoer, Jeugdgezondheidszorg CJG (allen Wmo) en Jeugd met een beperking, Jeugd en Jongerenwerk, Basis GGZ en Ernstige enkelvoudige dyslexie (allen Jeugd). Om onze wettelijke taken te kunnen blijven uitvoeren is het van belang om deze budgetten jaarlijks te indexeren. Dit is bovendien conform de contractafspraken die wij met onze zorgaanbieders hebben. 7
Indexatie verbonden partijen (1,9%) Jaarlijks stellen we in de begroting de budgetten van onze gemeenschappelijke regelingen (GR’en) bij. Dat gebeurt aan de hand van twee methoden: 1. De budgetten indexeren met een vastgesteld indexpercentage voor het komende begrotingsjaar 2022. In opdracht van de Kring van Gemeentesecretarissen Rotterdam-Rijnmond en GoereeOverflakkee berekent een financiële werkgroep jaarlijks het indexpercentage voor gemeenschappelijke regelingen. Hiermee kunnen GR’en de door de deelnemende gemeenten te leveren bijdragen verhogen in verband met loon- en prijsstijging. Voor 2022 is het percentage berekend op 1,9%. Dit percentage bestaat uit CPI, loonindexatie en een eventuele bijstelling (naar boven óf beneden) op het afgegeven indexpercentage van de afgelopen 3 jaar. Wij gaan akkoord met de berekende index van 1,9%, omdat wij het reëel vinden dat de budgetten van de GR’en op niveau blijven om hun wettelijke taken te kunnen blijven uitvoeren. Het toekennen van indexatie aan de GR’en laat onverlet dat er aan de Kring van Gemeentesecretarissen de opdracht is meegegeven om binnen een GR te zoeken naar generieke bezuinigingsmogelijkheden voor deelnemende gemeenten. Als die worden gevonden maken wij daar gebruik van. 2. De budgetten verhogen (of verlagen) aan de hand van de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen van komend begrotingsjaar.
Een GR geeft in de eigen begroting aan wat elke deelnemende gemeente moet bijdragen aan de GR. Vervolgens passen wij hier het budget in onze eigen begroting op aan. Er zijn twee GR’en die volgens deze afwijkende systematiek van indexering werken en waarvan de bijdrage jaarlijks apart wordt vastgesteld, namelijk de GR Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) en het SVHW. Bij de GRJR maakt de indexering onderdeel uit van het totaal aan budgetbesprekingen. Voor wat betreft de indexering van de deelnemersbijdrage SVHW wordt dat meegenomen in de zienswijze van de SVHW-begroting. Voor 2022 is dat 1,39% met een bedrag van € 12.000. Beide methoden moeten ervoor zorgen dat de GR’en over voldoende budget beschikken om hun taken te kunnen uitvoeren. De bijdrage die onze gemeente levert is onderdeel van het totaal aan ontvangsten van een GR. Andere deelnemende gemeenten leveren naar rato ook een bijdrage. De indexering van de GR’en in deze kadernota is als volgt: Gemeenschappelijke regeling Indexering DCMR Milieudienst Rijnmond
29.000
GGD Rotterdam-Rijnmond
9.000
Recreatieschap Rottemeren
4.000
MRDH (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag)
3.000
VRR (Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond)*
74.000
SVHW
12.000
Totaal
131.000
* De bijdrage aan de VRR is gerelateerd aan het aantal inwoners van een gemeente vermenigvuldigd met een vast tarief. Nieuwe CAO en compensatie uit gemeentefonds Hoewel de nieuwe CAO onderhandelingen voor 2021-2022 voorlopig zijn opgeschort, houden we in onze begroting alvast rekening met een te verwachten loonstijging. Dit is conform de opmerking van de provincie om bij het opstellen van de begroting 2022 de loon- en prijsindexering realistisch te ramen. We gaan uit van een CAO stijging van 2% op het totaal aan salarisbudgetten van € 35 mln. Tegelijkertijd verwachten we hiervoor te worden gecompenseerd vanuit het Gemeentefonds. Vooralsnog gaan we daarom uit van een budgettair neutraal effect op het begrotingssaldo. Het zal nog moeten blijken of de verwachte compensatie er ook (volledig) komt.
8
Meerjarige effecten Zomerrapportage 2021 De structurele effecten van de Zomerrapportage 2021 zijn reeds verwerkt in het financiële beeld van deze kadernota.
2.2.2
Algemene mutaties
Naast autonome ontwikkelingen zijn er ook verschillende algemene mutaties die van invloed zijn op het structurele begrotingssaldo. Hierin maken we een onderscheid tussen enerzijds onoverkomelijke mutaties (claims) en anderzijds mutaties die meer technisch van aard zijn. Onoverkomelijke claims Bijstelling Wmo De afgelopen jaren zien wij, net als veel andere gemeenten forse kostenstijgingen op de Wmovoorzieningen. Sinds 2019 geldt het abonnementstarief, een vast tarief voor de eigen bijdragen aan Wmovoorzieningen die gebruikers betalen, ongeacht hun inkomen. Het tarief is voor iedereen gelijk. Dit heeft een aanzuigende werking op het gebruik van de voorzieningen en beperkt de sturingsmogelijkheden van gemeenten, want er zijn weinig gronden om toegang te beperken. Zo is een inkomenstoets niet toegestaan. Tevens betreft het open-einde regelingen, wat betekent dat gemeenten geen cliëntenstop kunnen afkondigen als het budget ontoereikend is. De stijging in gebruik en kosten maatwerkvoorzieningen oversteeg de eerdere prognoses voor 2020. Op basis van de werkelijke realisatie stellen we de huidige budgetten naar boven bij. We houden qua rekensystematiek vast aan een jaarlijkse groei van 7%, maar verhogen het basisbedrag voor 2021 en verder. We zetten deze namelijk af tegen de realisatie in het laatste kwartaal van 2020. Dit betekent dat we het budget met € 1,67 mln.
naar boven moeten bijstellen. Daarnaast indexeren we de budgetten (zie eerdere post). Bijstelling BUIG-gelden (inkomensdeel) In de begroting 2021 is het inkomensdeel BUIG vastgesteld op € 10.160.000. De rijksbijdrage BUIG 2021 valt volgens de meeste recente informatie (april 2021) fors lager uit dan tot op heden begroot voor 2021. De voorlopige beschikking van het Rijk voor de BUIG is namelijk vastgesteld op € 9.018.618. Dit resulteert in een verlaging van het inkomensdeel. Mogelijk moet het inkomensdeel van de BUIG-gelden in 2022 naar beneden worden bijgesteld. Het is echter nog te vroeg om een goede inschatting te kunnen maken van de hoogte van de bijstelling. Andere factoren spelen hierin ook een rol, zoals de ramingen van het aantal bijstandsuitkeringen (de CPB-raming is naar beneden bijgesteld) en ons toezicht op de rechtmatigheid van lopende uitkeringen en het kunnen beëindigen van onrechtmatige uitkeringen om kosten te besparen. De hoogte van de BUIG-uitkering die wij van het Rijk ontvangen voor de financiering van bijstandsuitkeringen en re-integratievoorzieningen kan op termijn namelijk worden aangepast op basis van een afnemend aantal uitkeringen. Omdat het maken van een goede inschatting op dit moment niet mogelijk is, is ervoor gekozen de bijstelling budgettair neutraal te verwerken.
Nog te dekken BTW leerlingenvervoer In de nieuwe aanbesteding voor leerlingenvervoer was per abuis geen rekening gehouden met BTW. Overige (technische) mutaties Landelijke ontwikkeling Jeugd en compensatie van het Rijk Andersson Elffers Felix (AEF) heeft in opdracht van het Rijk en de VNG onderzocht of er structureel extra middelen nodig zijn voor de uitvoering van de Jeugdwet, en welke maatregelen er genomen kunnen worden om de kosten te verlagen. Uit het rapport (gepubliceerd op 15 december 2020) blijkt onder andere dat gemeenten in 2019 zo’n € 1,7 miljard meer uitgaven aan jeugdzorg dan dat ze aan middelen ontvangen. Het onderzoek laat zien dat dit verschil tussen inkomsten en uitgaven niet houdbaar is. Dit
9
onderstreept de noodzaak voor een structurele oplossing voor de toenemende kosten binnen de jeugdzorg. Naar aanleiding van het AEF rapport is er door de VNG en het Rijk een stuurgroep ingesteld die een reeks maatregelen in kaart heeft gebracht die moeten leiden tot een toekomstbestendig jeugdstelsel. Het rapport van de stuurgroep laat eveneens zien dat het nodig is om de beheersbaarheid van het jeugdstelsel ingrijpend te verbeteren, zowel door effectievere en meer doelmatige sturing door (samenwerkende) gemeenten als door aanpassingen in het stelsel. In een arbitrageprocedure tussen rijk en gemeenten heeft de arbitragecommissie geoordeeld dat er voor jeugdzorg structureel extra geld van het rijk naar de gemeenten moet. In de brief over de septembercirculaire (kenmerk U20.07959) is voor 2022 eenmalig € 869.000 toegevoegd aan de algemene uitkering voor het jeugdhulpbudget. In afwachting van het besluit van het (nieuwe) kabinet trekken we, op basis van het oordeel van de arbitragecommissie en het AEF rapport, deze eenmalige toevoeging structureel door voor de jaren 2023-2025. Actualisatie/bijstelling MIP Jaarlijks vindt er een actualisatie van het MIP plaats.
Gekeken wordt onder andere welke investeringen kunnen worden afgesloten of doorgeschoven, welke nieuwe- technische noodzakelijke en vervangingsinvesteringen gepland staan en hoe de afschrijven van de afgesloten investeringen en nieuwe investeringen zich verhouden ten opzichte van de huidige begroting. Dit is een technische exercitie waarvan we het resultaat verwerken in het structurele begrotingssaldo. De bijstelling heeft betrekking op de volgende investeringen in de categorieën ‘nieuw’, ‘technisch noodzakelijk’ en ‘vervanging’: Categorie
Investering
Totaal krediet
Nieuw
Klimophoeve Vervangende nieuwbouw
4.243.782
Klimophoeve ENG
143.000
Wilgenhoek verduurzaamheidsmaatregelen
442.347
Sporthal Wilderszijde
4.220.243
Investeringen ICT 2022 Hardware
355.000 Totaal Nieuw
Technisch noodzakelijk
384.755
HBR veld 3 - Totaal renovatie
392.864
Weidevogels (korfbal kunstgras) - Totaal renovatie
319.794
HVB veld 2
411.490
Groen investering Schildersbuurt
111.475
Vervangen speeltoestellen 2022
927.250
Duiker Julianalaan
145.765
Vervangen bruggen
220.495
Renovatie OVL installaties 2022
76.725
Vervangen OVL Julianalaan/Hoeksekade
158.100
Vervangen OVL Bergweg-zuid
183.450
Reconstructie Sterrenbuurt
1.491.700
Reconstructie Kerkstraat (centrum bgh)
188.869
Investeringen 2022 (nieuw BHP) - Wegen
909.275
Reconstructie Weidebloemwijk (br)
412.325
Reconstructie Dorp Zuid
Vervanging
9.404.371
HBR veld 4 - Totaal renovatie
1.064.351
Vervangen en renovatie riool de Kruin (centrum Bhoek)
350.000
Renovatie hoofd- en gebiedsrioolgemaal 2022
262.692
Vervangen pompen en datatransmitter drukriolering 2022
355.511
Totaal Technisch noodzakelijk
8.366.885
Vervangen BBS 2022
209.450
Verzamelcontainers 2022
378.968
Investeringen voertuigen 2022
105.000
10
Investeringen ICT 2022 Overig
50.000 Totaal Vervanging
743.418
Totaal
18.514.674
De kapitaallasten van deze investeringen verwerken we in het structurele begrotingssaldo. Urentoerekening aan investeringen In deze kadernota is de nota Activabeleid 2020 (kenmerk T20.11073) nader uitgewerkt, wat betekent dat alle te relateren kosten aan de investeringen zijn toegerekend. Ook intern gemaakte uren van projectmedewerkers zijn aan de betreffende investering toegeschreven, hetgeen een aanzienlijk voordeel oplevert in onze begroting. Conform de notitie Overhead en notitie Materiële Vaste Activa van de commissie BBV zijn gemeenten verplicht om de zogenoemde direct aan de investering toe te rekenen VAT-kosten (voorbereiding, administratie en toezicht), i.c. de uren van zowel interne als externe medewerkers, toe te rekenen aan de investering in het actief. Dit leidt op termijn tot hogere kapitaallasten en de komende jaren dus een afnemend 'voordeel'. Uren- overhead en rentetoerekening aan grondexploitaties Net als bij de investeringen, rekenen we bij de grondexploitaties ook alle te relateren kosten toe. Het gaat daarbij om het toerekenen van uren, overhead en rente. Met name bij de urentoerekening ontstaat er ten opzichte van de huidige begroting een nadeel. Dit is het gevolg van een lager aantal uren in het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) in 2022 in vergelijking met 2021, doordat er een aantal projecten in 2022 en verdere jaren worden afgerond.
In het MPG gaan we alleen uit van de projecten die we in exploitatie hebben. Het is echter aannemelijk dat er in de komende jaren weer nieuwe projecten bij zullen komen. Aanpassing formatie aan huidige taken Bij de behandeling van de begroting 2021 is amendement A2020-020 Loonkosten aangenomen, waarmee de toen voorgestelde formatie-aanpassing alleen incidenteel in 2021 is toegekend. In deze kadernota kiezen we ervoor om die formatie-aanpassing vanaf 2022 structureel in te vullen. Zodat de formatie aansluit bij de taken van onze gemeente en we de bestaande beleidsinhoudelijke ambities kunnen realiseren. Als gevolg van de ombuigingen die voortkomen uit de integrale afweging kan beleid of de uitvoering daarvan worden afgeschaald, stopgezet of geïntensiveerd.
2.2.3
Stelposten
Algemene uitkering indexatie prijspeil 2021 naar 2022 (voorschot op de Meicirculaire 2021) Bij het opstellen van de kadernota is de Meicirculaire 2021 nog niet bekend. Desalniettemin maken we alvast een inschatting op het te verwachten financiële effect van de Meicirculaire. Hiervoor grijpen we terug naar de meest recente circulaire: de Decembercirculaire 2020. In die circulaire is het ritme van de uitkeringsfactor berekend tegen constante prijzen, wat betekent dat de indexatie aan de batenzijde nog niet is verwerkt. In 2022 corrigeren we de budgetten aan de lastenkant met inflatie. Derhalve mogen we de inkomsten uit de algemene uitkering ook met inflatiecorrectie indexeren. Dit levert een voordeel op van € 1,115 mln. Het verwachte voordeel verwerken we in deze kadernota als voorschot op de Meicirculaire 2021, door middel van het vormen van een stelpost aan de batenkant. Na ontvangst van de Meicirculaire 2021 kunnen we het werkelijke financiële effect berekenen en zal blijken of de stelpost juist is geraamd. Onvoorzien We stellen voor om de huidige stelpost Onvoorzien van € 50.000 te verhogen met € 15.000, door deze te relateren aan het aantal inwoners van onze gemeente (€ 1 per inwoner).
11
Stelpost MIP Deze stelpost had betrekking op de haalbaarheid van investeringen. Jaarlijks zien we dat het investeringsvolume niet wordt uitgegeven en investeringen daardoor niet zijn afgerond of worden doorgeschoven. Hierdoor ontstaat er een voordeel op het begrotingssaldo. Door middel van deze stelpost namen we alvast een deel van het voordeel op. Vanwege het beter begroten van onze investeringen is deze stelpost niet meer nodig en kan die worden afgeraamd. Dit is in lijn met een beter te realiseren en uit te voeren MIP. Er ontstaat daardoor een structureel nadeel van € 250.000.
2.3
Aanvullende structurele claims
In aanvulling op de nieuwe mutaties zijn er in deze kadernota ook een aantal structurele claims aangedragen die optellen bij het structurele begrotingssaldo en de financiële opgave van onze gemeente vergroten. Vanwege het grote structurele tekort waar we op afstevenen is geprobeerd om de aanvullende structurele claims tot een minimum te beperken. Structurele claim 2022 2023 2024 2025 Presentiegelden Raad
-14.000
-14.000
-11.000
-11.000
Onderzoeken door Raad
-10.000
-10.000
-10.000
-10.000
Omgevingswet Totaal aanvullende structurele claims
-
-20.000
-20.000
-20.000
-24.000
-44.000
-41.000
-41.000
Presentiegelden Raad en Onderzoeken door Raad De presentiegelden voor raadsleden zijn structureel te laag geraamd in onze begroting en dienen te worden opgehoogd met € 14.000. Daarnaast zien we een toename in het aantal aangevraagde onderzoeken door raadsleden. Het hiervoor beschikbare budget verhogen we structureel met € 10.000. Omgevingswet Vanwege de invoering van de Omgevingswet stijgen vanaf 2023 de structurele licentiekosten van software met € 20.000.
2.4
Bijgesteld structureel begrotingssaldo inclusief nieuwe mutaties en structurele claims
In onderstaand overzicht zijn paragraaf 2.1 t/m 2.3 cijfermatig samengevat in één tabel. Het structurele begrotingssaldo na nieuwe mutaties en structurele claims bedraagt € 2.537.000 negatief in 2022, oplopend naar € 5.954.000 in 2025. Het begrotingssaldo in 2025 is op het moment van opstellen van de kadernota een eerste inschatting, grotendeels op basis van een kopieslag van jaarschijf 2024. Onder andere de effecten van de bijstelling algemene uitkering, daling van de kapitaallasten en groei areaal kunnen het saldo in 2025 nog flink doen wijzigen. Hierdoor valt het begrotingssaldo in 2025 naar verwachting minder negatief uit. Bij het opstellen van de Begroting 2022-2025 is er een nauwkeuriger beeld van jaarschijf 2025.
Nieuw beginstand structureel begrotingssaldo Autonome ontwikkelingen
2022
2023
2024
2025
-1.221.000
-1.648.000
-1.750.000
-1.535.000
-843.000
-792.000
-787.000
-787.000
-1.299.000
-714.000
-1.938.000
-4.458.000
Stelposten
850.000
849.000
847.000
846.000
Structurele claims Structureel begrotingssaldo na nieuwe mutaties en structurele claims
-24.000
-44.000
-41.000
-41.000
-2.537.000
-2.349.000
-3.669.000
-5.975.000
Algemene mutaties
12
2.5
Risico’s en onzekerheden in de baseline
De structurele financiële opgave van onze gemeente in 2022 telt op tot een bedrag van € 2,5 mln. In hoofdstuk 4 staan de structurele ombuigingen en oplossingsrichtingen waarmee we deze financiële opgave willen tackelen. Ondanks dat de opgave waar we nu voor staan een vrij compleet en volledig beeld geeft, zijn nog niet alle posten uitgekristalliseerd. Onvermijdelijk zitten er nog een aantal risico’s en onzekerheden in de baseline die van invloed kunnen zijn op het begrotingssaldo: 1. De bijstelling van de BUIG-gelden is vooralsnog budgettair neutraal verwerkt. We hebben op dit moment nog onvoldoende zicht op de ontwikkeling van de BUIG-gelden voor onze gemeente. Het kan zijn dat hier een fors nadeel op ontstaat, maar er kan ook een klein voordeel uit komen. Bij het ontvangen van de Meicirculaire 2021 kunnen we hier waarschijnlijk meer duidelijkheid over geven. 2. Binnen het sociaal domein zijn er risico’s op structurele tegenvallers in de open-einden regelingen, waarbij niet of nauwelijks financiële plafonds zijn in te bouwen. De afgelopen jaren laten zien dat onder andere door besluiten van het Rijk (bijvoorbeeld abonnementstarief Wmo) de lasten in een korte periode zeer snel kunnen groeien en het tempo van de groei ook steeds sneller toeneemt. Voor de Jeugdwet werken we aan een veranderprogramma dat moet leiden tot een afvlakking c.q.
stabilisering van de stijging van de lasten (los van de groei van het aantal inwoners). De potentiele opbrengsten/besparingen van dit veranderprogramma zijn in de meerjarenraming verwerkt. Risico is dat we deze besparingen uiteindelijk niet (kunnen) realiseren en er structurele tegenvallers ontstaan. De eerstvolgende actualisatie van de risico’s op structurele tegenvallers in het meerjarenbeeld vindt plaats bij de Begroting 2022-2025. 3. We hebben alvast een inschatting gemaakt van € 1.115.000 op de ontwikkeling van algemene uitkering in 2022. Deze inschatting kan zowel positiever als negatiever uitpakken. Ook hierover kunnen we na ontvangst van de Meicirculaire 2021 meer duidelijkheid geven. Een onzekere factor is de ontwikkeling van de WOZ-waarden. Bij een grotere stijging dan het landelijk gemiddelde zal dat in Lansingerland leiden tot een lagere uitkering. 4. Wij zijn er van uitgegaan dat de extra kosten van de nieuw af te sluiten CAO voor ambtenaren die in 2022 en verder neerslaan expliciet gedekt worden door een verhoging van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. 5. Eventuele structurele meevallers voor 2022 en verder die voortkomen uit de Meicirculaire 2021 kunnen worden ingezet als compensatie voor een van de ombuigingen voor het structurele tekort; daarbij is het wel van belang eventuele risico’s mee te nemen.
Als er daarentegen sprake is van tegenvallers zal er een aanvullende taakstelling nodig zijn. 6. Het beeld van het begrotingssaldo is onzekerder in latere begrotingsjaren, met name in het jaar 2025. Het oplopende tekort in 2025 komt met name door een stijging van de kapitaallasten, op basis van het huidige te verwachten investeringstempo. Als dit investeringstempo niet wordt gehaald heeft dat een dempend effect op de kapitaallasten en dus op het begrotingssaldo in latere jaren. Naast deze geïdentificeerde risico’s en onzekerheden, kunnen zich op basis van voortschrijdend inzicht nieuwe ontwikkelingen en mutaties voordoen die wij op dit moment nog niet voorzien. Ook hierdoor kan het structurele begrotingssaldo nog wijzigen, zowel positief als negatief.
13
3
Incidentele claims ten laste van reserves
Naast de structurele claims zoals beschreven in paragraaf 2.3, zijn er in deze kadernota ook verschillende incidentele claims die door middel van reserves incidenteel worden gedekt. Incidenteel houdt in dat een claim zich maximaal 3 jaar achter elkaar voordoet. Vanwege de dekking uit reserves zijn de incidentele claims niet van invloed op het structurele begrotingssaldo.
3.1
Incidentele claims ten laste van de algemene reserve
In onderstaand overzicht staan de incidentele claims waarvan wordt voorgesteld om die uit de algemene reserve te dekken. Incidentele claim
2022
2023
2024
2025
Praktijkondersteuners huisartsen (POH)
-307.000
-
-
-
Schuldhulpverlening
-150.000
-150.000
-150.000
-
Verkiezingen
-125.000
-
-
-
Verkiezingen (griffie)
-20.000
-
-
-
Opleidingskosten raadsleden
-20.000
-
-
-
Tijdelijke toename meldingen openbare ruimte
-76.000
-76.000
-76.000
-
Ernstig enkelvoudige dyslexie (EED)
-95.000
-
-
-
PM
-
-
-
-793.000
-226.000
-226.000
-
Frictiekosten flankerend beleid Totaal
Praktijkondersteuners huisartsen (POH) In het kader van de veranderopgave jeugdhulp is er in 2020 en 2021 door de raad incidenteel budget beschikbaar gesteld voor de invoering van praktijkondersteuners jeugd bij de huisartsen (POH). In het landelijk onderzoek van AEF naar het structureel financieel tekort van gemeenten voor jeugdhulp wordt de invoering van POH’ers genoemd als belangrijke maatregel om de uitgaven te beheersen. De inzet van POH’ers helpt ons om de financiële taakstelling die is opgenomen in de meerjarenbegroting te kunnen halen. In de tweede helft van 2021 neemt de raad een besluit over de inzet van POH’ers per 2022. Tot het besluit is genomen nemen we in deze kadernota nog eenmalig een incidenteel budget op van € 307.000 voor 2022. Schuldhulpverlening In februari 2021 stelde de raad onder voorbehoud van financiering het Plan schuldhulpverlening vast. Voor de uitvoering van schuldhulpverlening is inzet noodzakelijk van 2 fte in de functie ketenregisseur om de beleidsvoornemens en nieuwe wettelijke taken uit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) uit te voeren. Dit betreffen beleidsvoornemens die op aanbeveling van de Rekenkamer zijn gemaakt. Er is voor gekozen om hier 3 jaar lang een incidenteel budget voor vrij te maken van € 150.000 per jaar ten laste van de algemene reserve.
Later zullen wij na evaluatie besluiten of wij het beleid willen continueren en het budget structureel in de begroting opnemen. Verkiezingen Op dit moment is er maar beperkt budget beschikbaar voor verkiezingen, terwijl het inwonersaantal groeit en dus ook het aantal stemgerechtigden. De kosten (drukwerk, verzendkosten, communicatie, opkomstbevordering) nemen in de komende jaren toe. Bovendien zorgt het coronaproof organiseren van de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 voor aanvullende kosten. In 2022 is er daarom incidenteel extra budget nodig van € 145.000.
14
Opleidingskosten raadsleden Vanwege het aantreden van een nieuwe raad in 2022 dienen de opleidingskosten voor raadsleden in 2022 incidenteel te worden opgehoogd met € 20.000. Tijdelijke toename meldingen openbare ruimte Er is tijdelijk extra capaciteit nodig voor de afhandeling van klachten als gevolg van verlaging van de beeldkwaliteit in de openbare ruimte. Deze incidentele claim hangt samen met de ombuiging verlagen beeldkwaliteit van de openbare ruimte (zie paragraaf 4.5.1). Ernstig enkelvoudige dyslexie (EED) In 2019 en 2020 zagen we een flinke toename in het aantal EED-trajecten. Het aantal jeugdigen dat is aangemeld is twee tot driemaal zo hoog als de landelijke norm. We weten nog niet of corona hier nog extra invloed op heeft gehad. Wellicht zijn achterstanden eerder zichtbaar geworden door het thuisonderwijs. Onze inzet in de veranderopgave jeugdhulp is er op gericht het aantal aanmeldingen voor EED terug te brengen. In 2022 willen we de afwijking terugbrengen naar € 95.000 en in 2023 moet deze weer binnen de begroting blijven. Frictiekosten flankerend beleid Een aantal ombuigingen per beleidsveld (hoofdstuk 4) heeft personele consequenties. Er dient rekening te worden gehouden met frictiekosten bij afvloeiing van personeel in 2022.
Effect op het weerstandsvermogen Bovenstaande onttrekkingen aan de algemene reserve hebben een effect op het weerstandsvermogen en– ratio van onze gemeente. Het weerstandsvermogen geeft aan of de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen en/of de lokale lasten te verhogen. De stand van de algemene reserve is berekend op basis van de stand per 1 januari 2021 zoals gepresenteerd in de Jaarstukken 2020, namelijk € 75,8 mln. De stortingen en onttrekkingen in 2021 die reeds door de raad zijn vastgesteld, tellen op tot de beginstand per 1 januari 2022. Dit is exclusief de reservemutaties van de Zomerrapportage 2021 waar de raad nog formeel over moet besluiten. In onderstaande tabel staat het verloop van het weerstandsvermogen en –ratio over de jaren 2022-2025. Bedragen x € 1.000 Stand algemene reserve per 01/01
2022
2023
2024
2025
67.514
76.198
75.748
74.926
Bestaande toevoegingen
75
59
355
355
Bestaande onttrekkingen
-888
-611
-59
59
Nieuwe onttrekkingen kadernota Terugstorten onttrekking instellen reserve Boeterente
-793
-226
-226
-
10.300
-
-
-
-10
328
-892
-3.198
Weerstandsvermogen per 31/12
76.198
75.748
74.926
72.142
Benodigde weerstandscapaciteit
47.900
47.900
47.900
47.900
1,6
1,6
1,6
1,5
Saldo kadernota
Ratio weerstandsvermogen
Met een ratio weerstandsvermogen van 1,6 in de jaren 2022, 2023 en 2024 en 1,5 in 2025 is Lansingerland ruimschoots in staat om financiële tegenvallers op te vangen. De ratio ligt binnen de bandbreedte van de door de raad gewenste marge ‘ruim voldoende’ (tussen de 1,4 en 2,0), waarbij de raad streeft naar een ratio van 1,7. In 2025 daalt de ratio naar 1,5, mede door het negatieve begrotingssaldo in deze kadernota. Zoals reeds aangegeven is het saldo in 2025 op het moment van opstellen van de kadernota een eerste inschatting, wat nog zal wijzigen naar gelang er meer duidelijkheid komt over effecten van onder andere de bijstelling algemene uitkering, daling kapitaallasten en groei areaal. Hierdoor valt het begrotingssaldo in 2025 naar verwachting minder negatief uit.
15
Het weerstandsvermogen zal nog stijgen door het voorstel over het verkrijgen van cumulatief preferente aandelen van Stedin. Voorgesteld wordt om voor maximaal € 13,5 mln. aan aandelen te verkrijgen. Als de raad akkoord gaat met het voorstel zal de algemene reserve worden verhoogd met het bedrag waarvoor de nog uit te geven aandelen worden verkregen, ten laste van de reserve Enecogelden. Hierover neemt de raad op 3 juni 2021 een besluit. Afhankelijk van de hoogte van de te verkrijgen aandelen, stijgt de ratio met minimaal 0,1 en maximaal 0,3 en komen we op of boven de streefratio van 1,7 uit.
3.2
Incidentele claims ten laste van specifieke reserves
In onderstaande tabel staan twee incidentele claims waarvan wordt voorgesteld om die ten laste te brengen van de reserve Enecogelden en de reserve Crisismaatregelen. Incidentele claim
Reserve
Horti Science
Enecogelden
Compensatieregeling t.b.v. bedrijven en kwetsbare mensen
Crisismaatregelen
2022
2023
2024
2025
-1.205.000
-1.205.000
-1.205.000
-
-500.000
-
-
-
Actieplan -530.000 -330.000 Omgevingswet Totaal incidentele claims ten laste van specifieke reserves -2.235.000 -1.535.000 -1.205.000 Omgevingswet
Horti Science Horti Science is één van de tien opgaven van het Toekomstperspectief Lansingerland. Een belangrijke opgave, want dit economische cluster is goed voor éénderde van de werkgelegenheid in Lansingerland én staat centraal in de profilering van onze gemeente (‘Lansingerland: Home of Horti Science’). Innovatie binnen zowel de tuinbouwsector als duurzaamheid zijn onderdeel van het coalitieakkoord. We hebben een groot innovatief cluster aan glastuinbouwbedrijven inclusief drie wereldmarktleiders, Wageningen Universiteit als internationaal gerenommeerd onderzoeksinstituut en groene onderwijsinstellingen in onze gemeente of om de hoek. De vele kansen die dit biedt voor onze inwoners, ondernemers en kennisinstellingen willen we de komende jaren verzilveren. Dit vraagt om investeringen in uitvoeringscapaciteit en projecten gericht op 5 verschillende deelonderwerpen: Innovatie, Onderwijsarbeidsmarkt, Gezondheid & Welzijn, Duurzaamheid en Gebiedsontwikkeling. Dit werken we komende maanden uit in de Horti Science Visie en bijhorend uitvoeringsprogramma. Op basis van de huidige inzichten is er voor de jaren 2022, 2023 en 2024 incidenteel € 1,2 miljoen per jaar nodig. Compensatieregeling t.b.v. bedrijven en kwetsbare mensen Er zal incidenteel maximaal € 500.000 beschikbaar komen in een fonds voor corona-ondersteuning.
Dit fonds is bedoeld voor subsidie aan lokale bedrijven en kwetsbare mensen, nadat al gebruik is gemaakt van compensatieregelingen van het Rijk. Gedacht kan worden aan (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor de OZB-stijging op niet-woningen. Omgevingswet De Omgevingswet zal op 1 juli 2022 in werking treden. Dit betekent concreet dat vanaf die datum alles wat in de fysieke omgeving gebeurt onder de Omgevingswet valt. Ten behoeve van de invoering van de Omgevingswet is er gewerkt aan een projectplan, inclusief projectbegroting. De projectbegroting bestaat uit drie onderdelen: 1. kosten voor het instellen van het projectteam; 2. programmatische kosten: kosten per spoor die voortkomen uit bijvoorbeeld leveringen van derden; 3. personele kosten: personele kosten die wij met een uurtarief op basis van ingeschatte uren van medewerkers hebben bepaald (urenraming). Voor het uitvoeren van de projectbegroting is in de jaren 2022 en 2023 budget nodig van respectievelijk € 530.000 en € 330.000. De structurele kosten en financiële effecten van de Omgevingswet zijn niet in de
16
-
projectbegroting opgenomen. Het gaat hier dus uitsluitend om incidenteel benodigd budget, wat wordt onttrokken aan de reserve Actieplan Omgevingswet. In totaal zijn de incidentele claims over de jaren 2022-2024 € 6.220.000. Hiervan wordt voorgesteld om € 1.245.000 te dekken uit de Algemene reserve, € 3.615.000 te dekken uit de reserve Enecogelden, € 500.000 te dekken uit de reserve Crisismaatregelen en € 860.000 te dekken uit de reserve Actieplan Omgevingswet.
17
4
Ombuigingen per beleidsveld
Een structureel sluitende begroting in 2022 is ons voornaamste uitgangspunt en tevens een vereiste van de provincie. Zonder maatregelen stevenen we af op een groot structureel tekort van € 2,5 miljoen in 2022. Door middel van verschillende ombuigingen per beleidsveld zorgen we ervoor dat we de financiële opgave het hoofd bieden. Ombuigingen doen altijd pijn, maar door zelf aan de knoppen zitten nemen we onze verantwoordelijkheid voor een gezonde financiële huishouding en behouden we onze autonomie. In dit hoofdstuk beschrijven we de ombuigingen op het niveau van maatregelen per beleidsveld. Er is gezocht naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling van de pijn, waarbij onze inwoners en de samenleving altijd centraal staan en de uitvoering zoveel mogelijk is ontzien. Ombuigingen per beleidsveld
2022
2023
2024
2025
Beleidsveld 1.3 Dienstverlening
246.000
246.000
246.000
246.000
Beleidsveld 2.1 Veiligheid
100.000
100.000
100.000
100.000
Beleidsveld 4.1 Samenleving, 4.2 Jeugd, 4.3 Participatie en 4.4 Wmo (Sociaal Domein)
375.000
525.000
625.000
625.000
Beleidsveld 5.1 Openbare Ruimte
350.000
350.000
350.000
350.000
Beleidsveld 6.3 Economie
140.000
140.000
140.000
140.000
Beleidsveld 6.4 Duurzaamheid
216.000
216.000
216.000
216.000
Algemene dekkingsmiddelen
1.100.000 1.100.000 1.100.000 1.100.000 2.527.000 2.677.000 2.777.000 2.777.000
Totaal ombuigingen
4.1
Beleidsveld 1.3 Dienstverlening: Op naar een passende maat
Binnen het beleidsveld Dienstverlening kennen we veel wettelijke taken en uitvoeringsverplichtingen. In de manier waarop deze taken en verplichtingen vorm krijgen, zijn wij grotendeels vrij. Afgelopen jaren is regelmatig zeer kritisch gekeken naar de taakverdeling binnen, en het herstructureren van, het team Service & Contact om te komen tot een toekomstbestendig team in een digitale wereld. Door het doorvoeren van verdere en veel ingrijpendere herzieningen, zijn ombuigingen in uitvoering en beleid te realiseren. Begrotingsknoppen
2022
2023
2024
2025
Stoppen opdracht Veranderopgave Visie op Dienstverlening
85.000
85.000
85.000
85.000
30% kortere afhandeltijden en openingstijden, sluiten Snip
79.000
79.000
79.000
79.000
Processen kostendekkend inrichten
62.000
62.000
62.000
62.000
20.000
20.000
20.000
20.000
Beleid rondom Lansingerlands Initiatief niet meer uitvoeren Totaal Dienstverlening
4.1.1
246.000 246.000 246.000 246.000
Stoppen opdracht Veranderopgave Visie op Dienstverlening
We vullen de functie projectleider Veranderopgave Dienstverlening niet langer in. We stoppen daarmee met de Veranderopgave Visie op Dienstverlening. Ook de uitkomsten uit het uitwerkingsplan worden niet geïmplementeerd waardoor organisatiebreed geen nieuwe beleidslijnen ontstaan. Overigens werd en wordt onze dienstverlening al hoog gewaardeerd door onze inwoners. Met deze ombuiging stellen we derhalve onze hoge ambities bij naar een gemiddelde gemeente. De projectleider levert in april de bevindingen van het onderzoek op en daarmee stoppen wij de Veranderopgave Visie op Dienstverlening. Hiermee wordt besparing gerealiseerd van € 85.000 structureel.
4.1.2
30% kortere afhandeltijden en openingstijden, sluiten Snip
De dienstverlening van de gemeente verloopt via verschillende kanalen: post, telefonie, digitaal 18
(e-mail, sociale media en website) en fysiek (balie en receptie). Door de focus te verleggen naar digitale kanalen en het dienstverleningsniveau op het gebied van telefonisch en fysiek contact te verlagen is het mogelijk om hier efficiëntie winst te behalen in de organisatie. Deze beweging is gebaseerd op het omvormen van het Servicepunt en het terugbrengen van het serviceniveau en –normen in de fysieke dienstverlening. De herontwikkeling van de Snip is definitief. De gemeente sloot een huurcontract van 5 jaar af voor het realiseren van een servicepunt in Bleiswijk. Het inrichten van de locatie (meubels, ICT, verhuizing) kost € 20.000 incidenteel in 2022. Met het definitief sluiten van het servicepunt in Bleiswijk worden deze kosten niet gemaakt. Het afgelopen jaar is gebleken dat de balie in Bergschenhoek heel prima alle klantstromen uit de drie kernen kan opvangen en zeer efficiënt kan wegwerken. Met de sluiting van het servicepunt moet het huurcontract worden afgekocht, of een andere huurder worden voorgedragen die het contract kan overnemen. Naast het definitief sluiten van het servicepunt in Bleiswijk, brengen we de openingstijden van de receptie en balie terug van 5 dagen per week van 12:00 tot 19:00 uur naar een raam van 5 dagen per week van 12:00 tot 17:00 uur.
Door de beschikbare tijd per afspraak in de afsprakenplanner terug te zetten van 15 minuten naar 10 minuten verwerken wij nagenoeg hetzelfde aantal producten per dag in een kortere openingstijd. Het terugbrengen van de beschikbare tijd per klant betekent dat we geen luisterend oor kunnen bieden en geen extra vragen kunnen beantwoorden, of extra dienstverlening kunnen bieden. We schroeven de dienstverlening per tijdslot terug tot de basis (het sec aanvragen of uitreiken van documenten). We zorgen ervoor dat we blijven voldoen aan de uitvoering van onze wettelijke taken op mimimaal serviceniveau. Met het verkorten van de openingstijden en het verkorten van de beschikbare tijd is het noodzakelijk dat we een Servicecontactcenter inrichten en goed prioriteren op taken en producten met een wettelijke afhandeltermijn en spoedafspraken. Hierdoor daalt het servicelevel op taken en producten met niet wettelijke afhandeltermijnen waardoor het risico op klachten en een politiek afbreukrisico bestaat. Bijkomende ombuiging is dat de inzet van de beveiliger in Bleiswijk niet langer nodig is en dat de inzet van de beveiliger in Bergschenhoek kan worden afgeschaald. In totaal levert deze ombuiging een structureel bedrag op van € 79.000 en daarbovenop een incidenteel bedrag van € 20.000 in 2022.
4.1.3
Processen kostendekkend inrichten
Medische keuring GPK Momenteel wordt de medische keuring die bij de aanvraag van een Gehandicaptenparkeerkaart (GPK) hoort, vergoed door team Service & Contact. Deze kosten laten betalen door de inwoner levert een besparing op van € 27.000 (300 aanvragen x € 90 kosten medische keuring). Verhogen leges huwelijken De leges voor de huwelijken verhogen we met € 115 per product. Deze verhoging zorgt ervoor dat we de huwelijken, inclusief de wettelijke verplichting tot het aanbieden van gratis huwelijken, kostendekkend kunnen wegzetten (dichten van gat € 35.000: 300 huwelijken x € 115 per huwelijk). Thuisbezorgen reisdocumenten Voor het team Service & Contact ligt een motie ter behandeling aangaande het thuisbezorgen van reisdocumenten. Wij geven gehoor aan deze motie. Wij bieden het thuisbezorgen aan tegen kostprijs. Het thuisbezorgen van reisdocumenten tegen kostprijs levert dan wel geen besparing op, maar zorgt er tegelijk wel voor dat er geen extra gat van € 45.000 ter dekking ontstaat (3.000 documenten per jaar x € 15 per document).
19
De medische keuring GPK en het verhogen van de leges op huwelijken levert gezamenlijk een structureel bedrag op van € 62.000.
4.1.4
Beleid rondom Lansingerlands Initiatief niet meer uitvoeren
Door het schrappen van het Lansingerlands Initiatief vervalt de mogelijkheid voor inwoners om aanspraak te maken op een stimuleringsbijdrage voor het realiseren van inwoners-initiatieven door middel van het wedstrijd-concept van het Lansingerlands Initiatief. Inwoners kunnen nog altijd initiatieven indienen, die dan vervolgens door de vakafdeling getoetst worden op meerwaarde, haalbaarheid en passendheid binnen de beleidskaders. Vervolgens bepaalt het team of er ondersteuning (in welke vorm dan ook) of een aanmoedigingsbedrag vanuit een eigen budget of een subsidieregeling wordt toegekend. Centrale regie en coördinatie op en begeleiding van de initiatieven komt te vervallen. Dit levert een besparing op van € 20.000 structureel.
4.2
Beleidsveld 2.1 Veiligheid: Advisering efficiënter
Het beleidsveld Veiligheid beschikt over een beperkt budget, waarvan meer dan de helft wordt besteed aan de Veiligheidsregio (VRR). Daar hebben wij beperkte invloed op. Desondanks is het gelukt om ook binnen het beleidsveld Veiligheid een ombuiging te realiseren. Begrotingsknoppen
2022
2023
2024
2025
Afschalen niveau van juridische dienstverlening t.b.v. aanvraag vergunningen
100.000
100.000
100.000
100.000
Totaal Veiligheid
100.000 100.000 100.000 100.000
4.2.1
Afschalen niveau van juridische dienstverlening t.b.v. aanvraag vergunningen
Bij vergunningverlening en juridische advisering herordenen we de taken. Dit is een relatief beperkte ombuiging en leidt tot structureel lagere lasten. Bij vergunningverlening gaan we de medewerkers meer inzetten op de individuele kwaliteiten en we passen de werkprofielen daarop aan. De functiewaardering wordt op het takenpakket afgestemd. We voeren een efficiency door in de adviesfuncties (rest-uren) en de juridische advisering. Het nadelige effect hiervan kan zijn dat de vergunningverlening een langere doorlooptijd krijgt en dat bij piekbelastingen incidenteel extra capaciteit moet worden ingehuurd. Het ‘voordeel’ van deze maatregel is dat de burger daar relatief weinig van zal merken. Ook de veiligheids- en handhavingsdoelstellingen worden hierdoor niet nadelig beïnvloed. Met deze maatregel wordt er structureel € 100.000 bespaard. Dit is als volgt opgebouwd: Besparingsmaatregel Effect Besparing advies
€ 31.000
Besparing junior jurist
€ 75.000
Besparing ondersteuning (resturen) Extra voor functiebeschrijving- en waardering (fuwa) vergunningverlening Totaal besparing
€ 10.000
4.3
-/- € 16.000 € 100.000
Beleidsveld 4.1 Samenleving, 4.2 Jeugd, 4.3 Participatie en 4.4 Wmo (Sociaal Domein): Strenger aan de poort
Ook de beleidsvelden binnen het sociaal domein moeten naar rato een bijdrage leveren aan de te realiseren structurele ombuiging. Door het maken van strategische keuzes, beleid nauwkeuriger en
20
effectiever in te zetten en daar ook intensief regie op te voeren proberen we het grootste deel van de ombuiging te realiseren zonder daarbij de meest kwetsbare inwoners van onze gemeente te raken. Begrotingsknoppen
2022
2023
2024
2025
Minder inzet Jeugdhulp door strategisch contractmanagement en intensieve casusregie
145.000
245.000
345.000
345.000
Minder instroom in maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugdhulp door aanpassingen in onze indicatiewerkwijze en verordening