CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

T21.01062 Accommodatieplan Sport 2021-2030 (concept)

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Accommodatieplan Sport 2021-2030 (diverse amendementen/moties)23.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ontwikkeling aantal leden sportbonden 2008-2018

Badmiton

-5%

Tennis korfbal Volleybal Voetbal Gymnastiek Zwembond Hockey -4%

-3%

-2%

-1%

0%

1%

2%

3%

Figuur 5.4: relatieve groei en krimp van een aantal grotere sportbonden tussen 2008 en 2018.

De onderstaande figuur geeft een indicatief beeld van de ontwikkeling van de landelijke populariteit van een aantal sporten in de afgelopen jaren.

Krimp Badminton Tennis Judo Tafeltennis Base-/Softball Jeu de Boules Korfbal Gymnastiek Atletiek

stabiel

---

Zwemmen Volleybal Watersport Handbal Voetbal Schermen

groei (kick)boksen Yoga Padel Bootcamp Beachsporten Basketball Hockey Rugby Oost. Gevechtsk.

+++ +++ +++ +++ ++ + + + +

Figuur 5.5: landelijke ontwikkelingen van het aantal beoefenaars van verschillende vormen van sportbeoefening, met een (indicatieve) omvang van deze groei of krimp

Verenigingen onder druk De hiervoor beschreven ontwikkelingen zorgen ervoor dat bij sommige sportverenigingen onder druk staan of dit zo voelen. Met name het aantal vrijwilligers wordt door veel besturen genoemd als aandachtspunt. Hoewel het aantal zeer actieve vrijwilligers vooralsnog stabiel blijft, neemt het aantal minder actieve vrijwilligers (eens per maand of meerdere keren per 13 Gebaseerd op cijfers van NOC*NSF. Deze mate van groei is indicatief en gebaseerd op de ontwikkeling van

het aantal leden van sportbonden en de sportdeelnameindex (SDI). Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 25/66

T21.01062

jaar) af. Dit is met name het geval bij vrijwilligers met facilitaire taken, zoals de exploitatie van horeca en schoonmaak. Vooral teamsportverenigingen ervaren dit als een financieel- en organisatorisch knelpunt. Hiernaast hebben een aantal verenigingen, met name buitensportverenigingen, te maken met krimpende aanwas van nieuwe leden. Dit kan verklaard worden door trends als individualisering, toenemende diversiteit en internet. De belangrijkste uitdagingen voor verenigingen in de komende periode lijken te liggen op het inspelen van de vergrijzing van sporters, het duurzaam aan zich blijven binden van vrijwilligers en het inspelen op de vraag naar meer flexibele vormen van sport (en hierbij tevens het ‘verenigingsgevoel’ en de sociale functie van de sportvereniging te handhaven).

5.3

Trends in Lansingerland Lansingerland is allesbehalve gemiddeld. Dit zien wij terug in de sportbeoefening in onze gemeente. Om deze reden moeten voorzichtig zijn met het van toepassing verklaren van de in de voorgaande paragraaf gesignaleerde trends: deze zijn niet per definitie ook op onze gemeente van toepassing. In deze paragraaf gaan we daarom nader in op de trends en ontwikkelingen die we in de sportbeoefening in Lansingerland zien. Wij zijn sportiever dan gemiddeld Vergeleken met de rest van Nederland sporten en bewegen inwoners van Lansingerland meer dan gemiddeld:  Ongeveer een derde van onze inwoners geeft aan (bijna) dagelijks te bewegen. Ruim de helft beweegt twee tot vijf dagen per week. Slechts 12 procent geeft aan minder dan twee dagen per week matig intensieve beweging te hebben 14.  70% van onze inwoners sport actief, waarvan 10% zelfs dagelijks.  85% van de kinderen van 13 en 14 jaar sport wekelijks bij een vereniging of sportschool 15. In de regio Rotterdam is dit 75%. Voor kinderen van 15 en 16 jaar zijn deze cijfers respectievelijk 80% en 70%.  In Lansingerland zijn meer kinderen lid van een sportvereniging dan gemiddeld in ZuidHolland en Nederland.  84% van onze kinderen van 4 t/m 11 jaar beweegt dagelijks een uur matig intensief 16, in de regio Rotterdam is dit 80%.

 53% van onze inwoners van 19 jaar en ouder voldoet aan de beweegrichtlijn voor volwassenen17. Voor heel Nederland is dit 51,3%.

14 Bron: Sport en bewegen in Lansingerland (Burgerpanel Lansingerland), i&o research, 2018 15 Bron: Gezondheidsmonitor jeugd, GGD Rotterdam Rijnmond, 2019 16 Bron: Gezondheidsmonitor kinderen, GGD Rotterdam-Rijnmond, 2018 17 Minimaal 150 minuten matig intensieve inspanning, bron: RIWM, 2016

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 26/66

T21.01062

Wij sporten (veel) vaker in verenigingsverband Inwoners van Lansingerland sporten niet alleen vaker, maar doen dit vooral ook veel vaker in verenigingsverband. In 2019 was 30,9% van onze inwoners lid van één of meer sportvereniging(en). Dit is aanzienlijk hoger dan het gemiddelde in zuid-Holland (22,6%) of Nederland (25,1%). In de onderstaande figuur geeft het verloop weer van het precentage inwoners met een lidmaatschap van één of meer sportvereniging(en).

% inwoners lid van één of meer sportverenigingen

34% 32% 30% 28% 26% 24% 22% 20% 2012

2013

2014 Nederland

2015

2016

2017

2018

2019

Lansingerland

Figuur 5.6: percentage inwoners dat lid is van één of meer sportverenigingen (bron: NOC*NSF)

Het percentage bij verenigingen aangesloten sporters kent ook in onze gemeente een licht dalende trend. Dit is in lijn met het landelijke beeld wat we in paragraaf 5.2 schetsten. Meer ouderen lid van een vereniging, minder volwassenen In de onderstaande figuur is de licht dalende trend uit figuur 5.6 inzichtelijk gemaakt voor de verschillende leeftijdscategorieën.

Ontwikkeling % leden sportverenigingen 2019 vs. 2014

30%

20%

10%

0% 5 t/m 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 80 85 9 t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m -10% 14 19 24 29 34 39 44 49 54 59 64 69 74 79 84 89

-20% Figuur 5.7: % inwoners Lansingerland met een lidmaatschap bij één of meer sportbonden, 2019 vergeleken met 2012 (Bron: NOC*NSF)

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 27/66

T21.01062

Uit figuur 5.7 blijkt dat met name 75+’ers veel vaker bij verenigingen zijn gaan sporten. Bij de meeste volwassenen en jeugd is juist sprake van een afname van het percentage dat lid is van een vereniging, met uitzondering van de leeftijdscategorie 15 t/m 19 en 55 t/m 59. Overigens houdt dit niet in dat de verenigingen in onze gemeente de afgelopen periode gekrompen zijn: onze bevolkingsgroei was ruim voldoende om de relatieve daling van het aantal leden van sportverenigingen te compenseren.

% inwoners lid van één of meer sportverenigingen

Bij volwassenen is het verschil in lidmaatschap het grootst In paragraaf 5.1 zagen wij dat het percentage lidmaatschap van een sportvereniging sterk verschilt tussen verschillende leeftijdscategorieën. Uit de onderstaande figuur blijkt dat dit lidmaatschapspercentage voor alle leeftijdscategorieën hoger ligt dan landelijk.

70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 80 85 t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m 9 14 19 24 29 34 39 44 49 54 59 64 69 74 79 84 89 Nederland

Lansingerland

Figuur 5.8: percentage inwoners dat lid is van een sportvereniging (Bron: NOC*NSF)

Omdat het lidmaatschapspercentage met name voor kinderen in de leeftijd tussen 5 en 18 jaar erg hoog ligt (zowel landelijk als in onze gemeente) en wij een kinderrijke gemeente zijn leidt dit tot een groot aantal sporters en daarmee vraag naar sportaccommodaties in onze gemeente18. Als we kijken naar de relatieve afwijking tussen Lansingerland en Nederland valt op dat het grootste verschil zich in de leeftijdscategorieën 20-29 en 45-64 bevindt. In deze leeftijdsgroepen zijn inwoners van onze gemeente gemiddeld ongeveer 30% vaker lid van een sportvereniging dan landelijk.

18 Het Mulier Instituut geeft aan dat niet alle leden van sportverenigingen automatisch lid zijn van een

sportbond. Dit verschilt per sport. Uitgaande van een gelijkblijvend percentage sporters dat lid is van een sportbond kunnen deze cijfers wel gebruikt worden om ontwikkelingen in beeld te brengen. Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 28/66

T21.01062

Afwijking leden sportverenigingen Lansingerland vs. Nederland

40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 80 85 90 t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m 9 14 19 24 29 34 39 44 49 54 59 64 69 74 79 84 89 94 Figuur 5.9: relatief verschil tussen lokale en landelijke lidmaatschappen van sportverenigingen (groen = grootste afwijking t.o.v. het landelijke gemiddelde)

We sporten anders dan andere gemeenten Naast het feit dat inwoners van Lansingerland sportiever zijn dan gemiddeld en vaker in verenigingsverband sporten beoefenen zij ook andere soorten sporten. In de onderstaande figuur is het ledenpercentage van de zes grootste sportbonden in onze gemeente vergeleken met het landelijke gemiddelde. Deze bonden vertegenwoordigen circa 60% van alle bij verenigingen aangesloten sporters in onze gemeente.

% inwoners lid van vereniging

7% 6% 5% 4% 3% 2% 1% 0% Voetbal

Tennis

Hockey Lansingerland

Zwemmen

Atletiek

Gymnastiek

Nederland

Figuur 5.10: percentage inwoners dat lid is van de grootste sportbonden in Lansingerland en in Nederland als geheel (bron: NOC*NSF)

Uit de bovenstaande figuur blijkt dat met name hockey bovengemiddeld populair is in onze gemeente: het aantal leden ligt in Lansingerland bijna 2,5 maal hoger dan gemiddeld. Ook atletiek, zwemmen en tennis zijn veel populairder dan gemiddeld (respectievelijk 1,8, 1,6 en

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 29/66

T21.01062

1,4 maal populairder dan gemiddeld). Gymnastiek is een van de weinige georganiseerde sporten die in onze gemeente relatief gezien minder beoefend wordt dan landelijk. Onze verenigingen groeiden de afgelopen jaren Ondanks de hiervoor gesingaleerde relatieve afname van het ledenpercentage van sportverenigingen in onze gemeente groeiden de meeste sportverenigingen de afgelopen jaren. Dit laat zich verklaren door de groei van onze bevolking (zoals toegelicht in paragraaf 5.1). De onderstaande figuur geeft een beeld van het aantal leden van de grootste sportbonden in onze gemeente in 2019 ten opzichte van 2014.

Aantal leden sportverenigingen 20142019 tov 2014

340 290 240 190 140 90 40 -10

Voetbal

Tennis

Hockey

Zwemmen

Atletiek

Gymnastiek

-60 -110

Figuur 5.11: absolute ledenontwikkeling sportbonden in Lansingerland 2015-2019 t.o.v. 2014 (bron: NOC*NSF)

Het totale aantal bij de in de figuur hierboven weergegeven verenigingen aangesloten sporters name in de periode 2014-2019 met bijna 700 toe. Hierbij bestaat er een verschil tussen de verschillende sporten: hockey, atletiek en zwemmen groeiden sterk, terwijl het aantal tennissers kromp en het aantal leden van gymnastiek min of meer gelijk bleef. Opvallend is het verloop bij voetbal: na een sterke stijging in 2016 en 2017 lijkt deze groei de afgelopen jaren af te vlakken, ondank een toename van het aantal inwoners in onze gemeente over deze periode. Een gedeelte van deze wijzigingen lijkt overigens een administratief karakter te hebben. Zo is de plotselinge toename van gymnastiek in 2016 met bijna 200 leden ten opzichte van het voorgaande jaar gebaseerd op een correctie in de telling van de gymnastiekbond. Omdat het aantal inwoners van onze gemeente de komende jaren verder toe zal nemen verwachten wij dat de meeste sportverenigingen ook tot 2030 in absolute zin zullen blijven groeien.

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 30/66

T21.01062

Relatief gezien is er bij een aantal verenigingen sprake van krimp Naast de hierboven beschreven absolute groei van sportverenigingen is er bij een aantal verenigingen de afgelopen jaren sprake van relatieve krimp: het percentage inwoners dat lid is van deze verenigingen neemt af. In de onderstaande tabel is deze relatieve groei en krimp voor de grootste sportbonden in onze gemeente weergegeven voor de periode 2014-2019. 150 140 130 120 110 100 90 80 2014

2015

2016

2017

2018

2019

Voetbal

Tennis

Hockey

Zwemmen

Atletiek

Gymnastiek

Figuur 5.12: relatieve ledenontwikkeling sportbonden in Lanslngerland, 2014=100 (bron: NOC*NSF)

Uit de bovenstaande figuur blijkt dat met name tennis (90) en gymnastiek (92) de afgelopen jaren een relatieve krimp lieten zien. Voetbal en hockey bleven stabiel, terwijl het aantal leden van atletiek (116) en met name zwemverenigingen (140) sterk toenam. Deze ontwikkeling is relatief: de absolute ontwikkeling van het ledenaantal lichtten wij toe in figuur 5.11.

Beoordeling sportmogelijnheden in Lansingerland (n=767)

Wij zijn tevreden met de mogelijkheden voor sportbeoefening Uit de in 2018 uitgevoerde peiling onder het Burgerpanel Lansingerland blijkt dat de meerderheid van onze inwoners tevreden is met de kwaliteit van onze accommodaties.

55+

32%

19%

23-55 jaar

5%

44%

51%

13-22 jaar

25%

40%

6-12 jaar

16%

46% 0%

10%

20%

(zeer) goed

2%

15% 30%

40%

voldoende

3%

50%

42%

2% 60%

(zeer) slecht

21%

36% 70%

80%

90%

100%

weet niet

Figuur 5.13: oordeel sportmogelijkheden in Lansingerland (bron: Burgerpanel)

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 31/66

T21.01062

De meerderheid vindt dat het zwembad, sportvelden en de sporthallen in (zeer) goede staat zijn19. Slechts 2-5% van onze inwoners beoordeelt deze sportvoorzieningen als slecht. Ook het aanbod van sport- en beweegmogelijkheden wordt positief beoordeeld. Ruim 82% van de respondenten geeft aan dat het sport- en/of beweegaanbod in Lansingerland voldoende of (zeer) goed aan hun persoonlijke behoefte voldoet. Slechts 7% vindt dat het aanbod (zeer) slecht aansluit bij hun persoonlijke behoefte.

5.4

Gevolgen van corona op sportbeoefening Uiteraard stond 2020 ook voor de sportbeoefening in onze gemeente in het teken van het coronavirus. Naast de heftige en directe impact van de afgelopen en komende maanden is het voor de voorliggende rapportage de vraag of, en zo ja, welke effecten dit op langere termijn heeft. Op dit moment laat zich dit nog onmogelijk voorspellen. Wel kunnen we een aantal trends van de afgelopen maanden benoemen20. Corona leidt tot een stijging van ongeorganiseerd sporten Tijdens de eerste lockdown in maart-juni 2020 was georganiseerd sporten niet of beperkt mogelijk. Er was in deze maanden sprake van een sterke stijging in individueel- en ongeorganiseerd sporten. Hoewel het relatieve aandeel van het ongeorganiseerd sporten in de zomer daalde (toen er weer georganiseerd gesport kon worden) was dit aandeel ook in september 2020 hoger dan voor maart. Het valt niet uit te sluiten dat de coronacrisis de opkomst van ongeorganiseerd sporten die we in paragraaf 5.2 signaleerden zal versnellen.

Invloed van corona op het aantal sporters, oktober 2020

Meer buitensport, minder zaalsport Een ander voorspelbaar gevolg van de coronacrisis is een tijdelijke, maar mogelijk ook structurele, verschuiving van binnensport naar buitensport. Hoewel er op dit moment nog geen cijfers voorhanden die deze ontwikkeling bevestigen zijn hier wel aanwijzingen voor. De onderstaande figuur geeft een samenvatting van een enquête naar de invloed van corona op ledenaantallen die in het najaar van 2020 werd gehouden onder bestuurders van sportverenigingen.

Veldsport

31%

Overig buitensport

47%

22%

Zaalsport

59%

10%

18%

48%

Overig binnensport 4% 0%

21%

42%

47% 10%

20%

gestegen

30%

49% 40%

gelijk gebleven

50%

60%

70%

80%

90%

100%

gedaald

Figuur 5.14: gepercipieerde invloed van coronacrisis op de groei of krimp van het aantal leden van verschillende soorten sportbeoefening, oktober 2020 (bron: Mulier Instituut)

19 Bron: Sport en bewegen in Lansingerland (Burgerpanel Lansingerland), i&o research, 2018 20 De inhoud van deze paragraaf is met name afkomstig uit de rapportage ‘Gevolgen coronacrisis voor

sportverenigingen’ en de ‘Monitor Sport en corona 12 II’ van het Mulier Instituut uit November 2020. Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 32/66

T21.01062

In de bovengenoemde enquête kwamen verder de volgende resultaten naar voren:  Bij 31% van de onderzochte verenigingen is het ledental tussen september 2019 en september 2020 gedaald. Van deze verenigingen geeft driekwart aan dat de ledendaling in ieder geval deels aan de coronacrisis kan worden toegeschreven. De helft van deze heeft in het afgelopen jaar meer dan 10% van het totale ledenaantal verloren. In Lansingerland krijgen we overigens tot op heden nog geen signalen van sterk teruglopende ledenaantallen.  Met name binnensport- en zaalsportverenigingen, teamsportverenigingen en kleine sportverenigingen (<100 leden) hebben met ledendalingen te maken.  Van de verenigingen waar leden hun lidmaatschap opzegden als gevolg van de coronacrisis geeft ongeveer de helft aan dat dit gaat om specifieke groepen zoals 65-plussers, mensen met een beperking en/of chronische aandoening en mensen met beperkte financiële middelen.  Bij één op de zes verenigingen is het aantal leden in het afgelopen jaar gestegen. Dit zijn met name veldsportverenigingen (voornamelijk bij tennis, golf, honk- en softbal) en grote verenigingen (>250 leden). Tennis in de lift Tennis is een van de sporten die slechts beperkt geraakt werd door de lockdowns van de afgelopen maanden. Sinds de start van de coronacrisis zien verschillende tennisverenigingen hun ledentallen toenemen.

De Koninklijke Nederlandse Lawn Tennisbond geeft aan dat zij afgelopen jaar met 18.000 leden is gegroeid, dit is een stijging van ruim 3%. In deze cijfers wordt overigens geen onderscheid gemaakt tussen tennis en padel: een belangrijk deel van deze groei lijkt veroorzaakt te worden door de populariteit van padel. Ook In onze gemeente zien verenigingen hun ledenaantal toenemen: ATV Berkel geeft aan het afgelopen jaar met bijna 6% te zijn gegroeid. Hiermee is de in paragraaf 5.3 beschreven trend van dalende ledentaantallen in ieder geval voorlopig doorbroken. De vraag is uiteraard of deze ontwikkeling zich in de toekomst voort zal zetten. We sporten minder door Corona Het RIVM constateert dat de sport- en beweegdeelname van volwassenen in het najaar van 2020 nog altijd lager is dan in de periode voor maart 2020. In april gaf 53% van de volwassen ondervraagden aan dat zij minder sporten en bewegen dan in de periode hiervoor. In de zomer van 2020 daalde dit percentage, maar deze bedroeg in oktober 2020 nog altijd 28%. Overigens laat onderzoek van de NOC*NSF een ander beeld zien: zij constateert dat de sportdeelname in september 2020 weer op hetzelfde niveau was als voor de start van de coronacrisis. De nieuwe maatregelen die sinds het vierde kwartaal genomen leidt naar verwachting wederom tot een daling van de sportdeelname.

De vraag of deze afname structureel zal blijken te zijn is op dit moment niet goed te beantwoorden. Corona vergroot de verschillen tussen bevolkingsgroepen In 2019 was het aandeel wekelijkse sporters onder 25-plussers twee keer zo hoog onder hoogopgeleiden als onder laagopgeleiden. Sinds de start van de coronacrisis is dit verschil groter geworden. De sportdeelname van lager opgeleiden daalde tijdens de eerste lockdown sterker dan die van hoogopgeleiden en normaliseerde de afgelopen zomer minder snel. Ook de sportdeelname van mensen met een lichamelijke beperking of een chronische aandoening lijkt sterker gedaald dan van mensen zonder dergelijke beperkingen.

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 33/66

T21.01062

Conclusie: blijven monitoren Uit het bovenstaande blijkt dat, hoewel er een beeld begint te ontstaan over de gevolgen van het coronavirus op de sportbeoefening, het niet mogelijk is om hier conclusies aan te verbinden. Het is op dit moment onmogelijk om een onderscheid te maken tussen effecten die een tijdelijk dan wel structureel effect zullen hebben op de sportbeoefening in Nederland, laat staan specifiek voor onze gemeente. Uiteraard hangt een en ander sterk af van de verdere ontwikkelingen op het gebied van vaccinaties en mutaties. Op dit moment kunnen we alleen maar de vinger aan de pols blijven hangen en de ontwikkelingen volgen. Pas op het moment dat we enige tijd terug zijn in het ‘oude normaal’ kunnen we een inschatting maken van de blijvende gevolgen van het coronavirus op de sportbeoefening in onze gemeente.

5.5

Conclusie: geraamde sportcapaciteit in 2030 Op basis van de voorgaande paragrafen hanteren we de volgende uitgangspunten ten aanzien van de ontwikkeling van de sportdeelname van georganiseerd sporten in de gemeente Lansingerland tot 2030: 

Het totale ledenpercentage van de georganiseerde sport in onze gemeente blijft tot 2030 gelijk op het niveau van 2019 (30,5%, zie paragraaf 5.1). Er is landelijk en lokaal de afgelopen jaren sprake is van een lichte daling van het ledenpercentage, te verwachten is dat deze daling vanwege de vergrijzing van onze bevolking en de (ondanks het actiever worden van ouderen, zie paragraaf 5.2) relatief lagere participatie van deze leeftijdsgroep in verenigingsactiviteiten toe zou kunnen nemen. Het Mulier Instituut geeft aan dat dit uitgangspunt om deze reden mogelijk een overschatting is. Wij verwachten echter dat de introductie van nieuwe sporten, de inspanningen van ons sterke verenigingsleven en de uitvoering van ons sportbeleid voldoende zal zijn om deze daling te compenseren. De populariteit en daarmee het ledenpercentage van atletiek, padel, beachsporten en een aantal zaalsporten zoals boksen, yoga en gevechtsporten neemt naar verwachting verder toe. Het is niet mogelijk om hier een kwantitatieve inschatting van te maken. Voor de overige sporten waarop dit plan betrekking heeft zijn er onvoldoende harde gegevens voorhanden om voor te sorteren op een stijging dan wel daling van de ledenaantallen tot 2030.

De grootste sporten in onze gemeente (voetbal, tennis, hockey en zwemmen) blijven gelijk in populariteit: o De populariteit van voetbal stabiliseert zich de afgelopen jaren, na een piek in 2015-2017. Deze stabilisatie is in lijn met het landelijke beeld. o Hoewel tennis de afgelopen jaren in populariteit daalde lijkt de coronacrisis en de komst van padel de populariteit van deze sport een impuls te geven. o De populariteit van hockey en zwemmen is in onze gemeente hoog. Verdere groei valt niet uit te sluiten, voorsorteren hierop ligt momenteel niet voor de hand. De lange termijn gevolgen van het coronavirus op de sport zijn momenteel nog niet in te schatten. Wij nemen deze daarom niet mee in onze prognoses.

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 34/66

T21.01062

Geprognosticeerde basisgroei sport 2030 Omdat we voor de meeste sporten uitgaan van een gelijkblijvende populariteit hanteren we als uitgangspunt voor de ontwikkeling van sportbeoefening en sportaccommodaties in onze gemeente de zogenaamde basisgroei de we in paragraaf 5.1 vaststelden. Deze basisgroei houdt alleen rekening met de toename van onze inwoners en gaat ervan uit dat de andere factoren gelijk blijven (ceteris paribus). Tenzij anders vermeld vormen deze cijfers de basis voor onze verdere capaciteitsberekeningen. In de onderstaande figuur is deze geraamde basisgroei voor het aantal bij verenigingen aangesloten sporters tot 2030 weergegeven 21. Leeftijd

% lid sportver.

sporters 2019

4 t/m 19

55,0%

7.359

7.990

631

8,6%

20 t/m 64

27,2%

9.509

11.195

1.686

17,7%

65 t/m 89

20,0%

1.798

2.378

580

32,2%

18.666

21.562

2.896

15,5%

gemiddeld

sporters 2030

groei sporters

groei sporters

Figuur 5.15: geraamde basisgroei sporters 2019-203022

De toepassing van de hierboven geformuleerde basisgroei bij de capaciteitsberekeningen verschilt bij binnensportaccommodaties/zwembad en buitensportaccommodaties. Binnensport & zwembad: capaciteitsberekening op basis van bezetting Onze binnensportaccommodaties en het zwembad zijn multifunctioneel te gebruiken. Vanwege de grote variëteit aan activiteiten die in deze accommodaties plaatsvinden is het bij het uitvoeren van capaciteitsberekeningen ondoenlijk om een onderscheid te maken in verschillende sporten. Wij voeren onze capaciteits-berekeningen voor deze accommodaties dan ook uit door het toepassen van de hiervoor geformuleerde basisgroei op het aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van een accommodatie. Rekenvoorbeeld: op basis van gebruik Een binnensportaccommodatie wordt op jaarbasis 1.000 uur door diverse verenigingen gebruikt. Op basis van de bovenstaande basisgroei gaan wij uit van een groei van het aantal gebruikte uren tot 2030 met 155 uur (15,5*1.000) tot 1.155 uur per jaar in 2030. De bezetting van de accommodatie wordt bepaald door het vergelijken van deze uren met een eerder vastgesteld maximumaantal beschikbare normuren.

Buitensport: capaciteitsberekening op basis van ledenaantallen Anders dan bij de binnensport betreft de buitensport in onze gemeente een relatief klein aantal sporten die door grote verenigingen uitgeoefend worden op speciaal daarvoor aangelegde accommodaties. Hierdoor kunnen we een onderscheid maken tussen verschillende vormen van sport. Aan de hand van het huidige ledenaantal van de verenigingen en de samenstelling hiervan stellen we de basisgroei per sport vast.

21 Het Mulier Instituut geeft aan dat het wenselijk zou zijn om in plaats van een eenduidige raming een

bandbreedte te formuleren van de ontwikkeling van het aantal sporters. Gezien de complexiteit van de uit te voeren capaciteitsberekeningen hebben wij hier niet voor gekozen. In plaats hiervan kiezen wij ervoor de ontwikkeling van de sportbehoefte in onze gemeente periodiek te monitoren (zie hoofdstuk 5.6). 22 Het Mulier Instituut geeft aan dat het hanteren van de ‘smallere’ leeftijdscategorieën zoals weergegeven in bijlage 1 een beter beeld geeft van de geprognosticeerde groei. Wegens het ontbreken van gedetailleerde gegevens over de opbouw van de sporter van verenigingen houden wij de geaggregeerde indeling in bredere leeftijdscategorieën aan. Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 35/66

T21.01062

Rekenvoorbeeld: op basis van ledenaantallen Een vereniging heeft 100 jeugdleden en 100 volwassen leden jonger dan 64 jaar. Op basis van de bovenstaande basisgroei gaan wij uit van een groei tot 2030 met 9 jeugdleden (8,6%*100) en 18 volwassen leden (17,7%*100). In totaal groeit deze vereniging hierdoor van 200 leden in 2020 tot 227 in 2030. De bezetting van de accommodatie wordt vervolgens bepaald aan de hand van specifiek voor deze vorm van sport geldende normen ten aanzien van de capaciteit.

5.6

Monitoring Het is een zekerheid dat de werkelijkheid af zal wijken van zelfs de beste prognose. Buiten de algehele omvang en complexiteit van het voorliggende onderwerp kunnen we prognoses per definitie alleen baseren op het doortrekken van bestaande ontwikkelingen en trends door te trekken naar de toekomst. Onvoorzienbare en onverwachte maatschappelijke ontwikkelingen worden hierbij niet meegenomen. Ook wijzigingen in de woningbouwplanning kunnen invloed hebben op de benodigde capaciteit en de afwegingen die wij maken over de noodzaak en/of wenselijkheid van investeringen. De uitkomsten van de in de voorgaande paragrafen beschreven cijfers en ontwikkelingen beschouwen wij daarom ook niet als een blauwdruk voor de toekomst maar als een richtingaanwijzer. De komende periode blijven wij checken of we met onze inzichten op de goede weg zitten. Zeker gezien de in paragraaf 5.4 beschreven ontwikkelingen en mogelijke structurele effecten van het coronavirus is het zaak om de ontwikkelingen nauwgezet te blijven volgen. Om dit te bereiken brengen wij de komende periode tenminste éénmaal per twee jaar in beeld of de algemene ontwikkelingen in lijn zijn met onze verwachtingen. Door een uitvraag bij het NOC*NSF, Sportfondsen en waar nodig bij onze verenigingen brengen wij relevante ontwikkelingen in de vraag naar sport hierbij in beeld.

Hiernaast bekijken wij voorafgaand aan grote investeringen of de vraag naar deze accommodaties nog actueel is en welke trends hierin te zien zijn. Waar wij een groot verschil constatering zit tussen vraag en aanbod nemen wij de ruimte om onze eerdere besluiten en voornemens te heroverwegen.

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 36/66

T21.01062

6 Binnensport In dit hoofdstuk gaan wij in op het huidige en toekomstige gebruik van onze gemeentelijke binnensportaccommodaties.

6.1

Bewegingsonderwijs De huidige capaciteit van onze binnensportaccommodaties is voldoende om te voldoen aan onze wettelijk taken ten aanzien van bewegingsonderwijs. Voor het primair onderwijs is er voldoende capaciteit beschikbaar om te voldoen aan de vastgestelde normen, ook met de uitbreiding van het minimale aantal uren bewegingsonderwijs naar 2 uur. De vraag in schooljaar 2021-2022 bedraagt op basis van deze normen 470 uur, er is 527 uur beschikbaar. Hierbij hanteren we in de beleidsregels vastgesteld maximale verwijsafstanden. Ook voor het voortgezet onderwijs is voldoende capaciteit beschikbaar. De realisatie van een extra sporthal in Wilderszijde is voldoende om de geprognosticeerde groei van leerlingen op te vangen. De precieze verdeling van de scholen over de verschillende sportaccommodaties valt buiten het kader van dit plan. Wij blijven jaarlijks met alle scholen en sportfondsen in overleg over de verdeling van de capaciteit, de inroostering en de aanwezige voorzieningen.

6.2

Sportbehoefte in 2030 Zoals wij in paragraaf 5.5 aangaven voeren wij de capaciteitsberekeningen voor de binnensport uit door het toepassen van de geformuleerde basisgroei23 van 15,5% op de uren dat gebruik wordt gemaakt van een accommodatie. Onze uitgangspunten Om te bepalen of een accommodatie ‘vol’ zit vergelijken we het huidige en geprognosticeerde aantal uren voor iedere accommodatie met een normbezetting. In theorie kan iedere accommodatie dagelijks 15 uur gebruikt worden (van 08.00 tot 23.00). Dit is echter geen redelijke aanname. Tijdens weekdagen wordt het overgrote gedeelte van onze accommodaties immers tijdens schooluren gebruikt voor bewegingsonderwijs. Hiernaast is er op deze tijd nauwelijks vraag naar gebruik van deze accommodaties door verenigingen. We hanteren daarom de volgende uitgangspunten: 

Onze berekeningen betreffen het gebruik van onze accommodaties tussen 17.00 en 23.00. Hiernaast zouden we hierbij idealiter op zaterdag de gehele dag meenemen. Door de wijze waarop de bezetting door Sportfondsen Lansingerland geadministreerd worden is het echter niet mogelijk om deze apart in beeld te brengen 24. Deze bezetting blijft hierdoor in de berekeningen buiten beeld. Naast de bovenstaande gebruiksperiode brengen we de primetime-uren in beeld: dagelijks van 17.00 tot 21.00. In deze periode is de vraag naar sportaccommodaties door

23 Het Mulier Instituut geeft aan dat het hanteren van deze groei voor de binnensportaccommodaties

waarschijnlijk leidt tot een overschatting van de groei in 2030. Binnensportaccommodaties worden immers hoofdzakelijk door kinderen en jongeren gebruikt voor de sportbeoefening, de groei van deze leeftijdsgroepen is lager dan de gemiddelde groei (zie paragraaf 5.1). Bij gebrek aan betrouwbare cijfers over de samenstelling van gebruikers van binnensportaccommodaties houden wij echter dit algemene cijfer aan. 24 Het Mulier Instituut adviseert om in dit geval enkel de doordeweekse bezetting in beeld te brengen. Ook dit is echter door de administratieve verwerking van de bezettingsgraden niet mogelijk. Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 37/66

T21.01062

 

verenigingen het hoogst, voornamelijk omdat tijdens deze uren ook kinderen kunnen sporten. Bij deze berekeningen houden wij rekening met vakanties. Tijdens vakanties maken veel gebruikers niet of minder gebruik van onze accommodaties. We hanteren voor de jaarlijkse bezetting een gebruik van 42 weken in plaats van 52. We brengen de bezetting tijdens de wintermaanden (november tot en met maart) apart in beeld. Omdat verschillende sporten (met name hockey) die normaal buiten beoefend worden in deze periode ook binnensportaccommodaties gebruiken is de bezetting van onze accommodaties in deze periode het hoogst. Dit is ook de periode waarin onze gebruikers de meeste knelpunten bij de inroostering ervaren. We spreken van mogelijke knelpunten in het gebruik indien de bezetting boven de 80% ligt. Hoewel de accommodaties op dit moment nog niet vol zijn, zijn er bij een hogere bezettingsgraad beperkte mogelijkheden om te voldoen aan wensen en beperkingen van gebruikers (bijvoorbeeld beschikbaarheid van trainers, geschiktheid van verschillende accommodaties voor verschillende sporten en de mogelijkheid/bereidheid om uit te wijken naar verschillende accommodaties). We gaan uit van gelijkblijvende vraag van de individuele accommodaties. Uiteraard kan er bij knelpunten geschoven worden tussen de accommodaties.

Omdat wij geen onderscheid maken tussen verschillende sporten houden wij in de berekeningen geen rekening met de geschiktheid van verschillende accommodaties voor verschillende soorten sporten. Deze knelpunten worden door Sportfondsen Lansingerland gesignaleerd en waar mogelijk opgelost, dit blijft maatwerk. Wij baseren onze berekeningen op de bezetting van het kalenderjaar 2018/2019 zoals aangeleverd door Sportfondsen Lansingerland.

De bovenstaande uitganspunten leiden tot de volgende drie maatgevende tijdsperiodes waarop we de bezetting in beeld brengen:

 

Jaarbasis verenigingen 1.512 uur/ jaar 42 weken/jaar Weekdagen & zaterdag 17.00 – 23.00

 

Jaarbasis primetime 756 uur/jaar 42 weken/jaar Weekdagen & zaterdag 17.00 – 21.00

Winterseizoen primetime 333 uur/jaar  1 november tot 31 maart, minus 3 weken vakantie  Weekdagen & zaterdag 17.00 – 20.00

Figuur 6.1: maatgevende uren voor het bepalen van bezettingsgraad binnensportaccommodaties

De figuren 6.2 en 6.3 geven de bezettingsgraad weer van onze binnensportaccommodaties in de huidige situatie (2018/2019) en de prognose voor 2030. Omdat er geen kwantitatieve informatie beschikbaar is over de huidige ‘onvervulde behoefte’ van binnensportaccommodaties is deze niet meegenomen in deze berekeningen.

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 38/66

T21.01062

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

'Jaarbezetting'

Jaar primetime

Winter primetime

Figuur 6.2: bezettingsgraden binnensportaccommodaties 2018/2019

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Jaarbezetting

Jaarbezetting primetime

Winter primetime

Figuur 6.3: geprognosticeerde bezettingsgraden binnensportaccommodaties 2030

Uit de bovenstaande figuren blijkt dat zowel de huidige als toekomstige (ervaren) knelpunten in de capaciteit zich vooral voordoen bij onze sporthallen, en dan met name in de winterperiode. Met name onze gymzalen worden buiten schooluren slechts beperkt gebruikt. Het gebruik van sportzalen ligt hoger, doch ook hier is slechts in enkele uitschieters sprake van bezettingsgraden boven 60%.

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 39/66

T21.01062

In deze berekeningen van figuur 6.3 is nog geen rekening gehouden met de realisatie van Sporthal Wilderszijde (zie paragraaf 6.1). De extra vraag naar accommodaties in 2030 is hierin wel opgenomen. Indien wij deze extra capaciteit die deze sporthal oplevert meenemen daalt de gemiddelde bezettingsgraad van onze sporthallen in de winterperiode van 87% na 72%. Voor de beide andere maatstaven (jaargebruik en jaargebruik primetime) ligt daalt de gemiddelde bezettingsgraad respectievelijk van 57% naar 49% en van 61% naar 52%. Hiermee liggen de gemiddelde bezettingsgraden ruim beneden het geformuleerde maximum van 80%.

87%

74%

72%

SPORTHALLEN ZONDER SPORTHAL WILDERSZIJDE

SPORTHALLEN MET SPORTHAL WILDERZIJDE

Met toevoeging van een extra sporthal in Wilderszijde is de capaciteit van onze binnensportaccommodaties voor verenigingsgebruik tot 2030 derhalve toereikend.

6.3

Wensen verenigingen In de uitgezette enquêtes en de gesprekken die wij gehad hebben met gebruikers van onze accommodaties blijkt dat zij in de praktijk druk ervaren op de inroostering. Met name in de winterperiode zijn er op populaire uren onvoldoende geschikte ruimtes beschikbaar. Er is hierdoor sprake van een ‘onvervulde behoefte’: niet alle aanvragen tot gebruik van de accommodaties kunnen worden ingewilligd. Dat deze problematiek voornamelijk in de wintermaanden speelt wordt veroorzaakt doordat in de winterperiode een aantal verenigingen die normaal op buitensportvelden sport in deze periode gebruikmaken van binnensport-accommodaties. Het gaat hierbij vooral om hockey en handbal. Hiernaast wijzen verenigingen erop dat niet iedere zaal geschikt is voor iedere soort sport. Zoals wij in de uitgangspunten toelichtten is het door de gebruikte berekeningsmethodiek niet mogelijk om onderscheid te maken in verschillende soorten sporten. Het oplossen van deze knelpunten is maatwerk. Door de realisatie van een volwaardige sporthal in De Zijde, die geschikt is voor vrijwel alle gebruikelijke vormen van sportbeoefening, vergroten wij de mogelijkheden voor een passende inroostering.

6.4

Oplossingsrichtingen Er bestaan een aantal mogelijkheden om de ervaren druk op de binnensportaccommodaties tegen te gaan zonder over te gaan tot uitbreiding van onze accommodaties. Wij nemen deze aanpassingen op in de tarievennota sportaccommodaties 2021-2022. a) Optimaliseren inroostering

Door nadere regels vast te stellen over de wijze van inroostering en de voorwaarden voor gebruik zien wij mogelijkheden om de gebruiksdruk op onze binnensportaccommodaties beter te verdelen. Hierbij gaan we uit van de volgende uitgangspunten.

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 40/66

T21.01062

  

Tijdens primetime25* uren is het alleen mogelijk om een hele sporthal te huren. Het huren van aparte zaaldelen (1/2 of 1/3 hal) is niet meer mogelijk. Wel is het mogelijk voor twee verenigingen/gebruikers samen een aanvraag doen voor een gehele sporthal en het gebruik onderling verdelen. Tijdens primetime* uren krijgt jeugd (<18 jaar) in principe voorrang op oudere doelgroepen. Verhuur is alleen mogelijk voor hele of halve uren. Per kwartier huren is niet meer mogelijk.

Het is binnen een reservering niet meer mogelijk de zaal een periode leeg te laten staan.

In de tarievennota sport gaan wij nader in op de wenselijkheid en gevolgen van de bovenstaande uitgangspunten. Naast het terugdringen van de ervaren gebruiksdruk streven we hierbij naar het verder verbeteren van het maatschappelijke rendement van onze accommodaties en het terugdringen van het negatieve exploitatieresultaat. b) Gelijktrekken tarieven zaaldelen en gymzalen

In de capaciteitsberekeningen blijkt dat met name onze gymzalen beperkt benut worden door verenigingen. Hoewel gymzalen niet voor iedere sport geschikt zijn, zien wij mogelijkheden om een verschuiving te realiseren van een deel van het gebruik van sporthallen naar gymzalen. Een obstakel hierbij is een ongerijmdheid in ons huidige tarievenstelsel: zaaldelen in grotere sporthallen (met een vergelijkbaar gebruiksoppervlakte als een gymzaal) zijn nu goedkoper dan het gebruik van een gymzaal. Gymzaal

1/2 sporthal

1/3 sporthal

€ 25,79

€ 16,71

€ 20,67

Tarieven voor het gebruik van een gebruik zaaldeel, 2021(excl. btw)

Om de gewenste verschuiving van de sporthallen naar gymzalen te faciliteren doen wij bij het opstellen de tarievennota een voorstel voor het aanpassen van deze tarieven. c)

Blaashal Hockey

Een deel van de hoge gebruiksdruk in de winterperiode wordt zoals aangegeven veroorzaakt doordat verschillende sporten die normaal buiten beoefend worden in deze periode ook binnensportaccommodaties gebruiken. HBR is een van deze gebruikers: in de winterperiode maken zij circa 550 uur gebruik van binnensportaccommodaties. Door het realiseren van een overkapping van een veld van HBR door middel van een blaashal kan dit gebruik met circa 300 uur verminderd worden. Dit draagt bij aan het verlagen van de gebruiksdruk in de winterperiode. Dit leidt tot een vermindering van de inkomsten uit de verhuur van onze binnensportaccommodaties met naar schatting € 18.000. De verwachting is dat dit deels gecompenseerd zal worden door gebruik door andere verenigingen (de huidige ‘onvervulde behoefte’). In hoofdstuk 7 gaan wij nader in op dit initiatief.

25 Primetime: maandag t/m vrijdag 17.00 – 20.00 uur en zaterdagen 9.00 – 18.00 uur

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 41/66

T21.01062

7 Buitensport In dit hoofdstuk gaan wij nader in op het huidige en toekomstige gebruik van onze gemeentelijke buitensportaccommodaties.

7.1

Sportbehoefte in 2030 In de onderstaande tabel passen wij de basisgroei zoals geformuleerd in paragraaf 5.5 toe op de huidige aantallen sporters26 om zo een prognose vast te stellen voor de ontwikkeling van het aantal leden van buitensportverenigingen in 2030. Sport

Sporters 2020

Sporters 2030

toename

Voetbal

4.368

4.950

13%

Tennis (excl. padel)

2.991

3.500

17%

Hockey

1.818

2.30027

27%

Korfbal

225

250

11%

Honk- en softbal

243

275

13%

Handbal

210

Atletiek

186 500

600

13% 20%

Jeu de Boules

59

75

27%

Padel

244

nb

nb

Beachvolleybal

nb

nb

nb

27

Figuur 7.1: prognose ontwikkeling sporters buitensportverenigingen

7.2

Capaciteit en wensen sportverenigingen In deze paragraaf vergelijken we de capaciteit van onze sportaccommodaties met de in de voorgaande paragraaf geformuleerde sportbehoefte in 203028. Hierbij hanteren wij de capaciteitsnormen die voor verschillende soorten sport aanbevolen worden door sportbonden. We sluiten hierbij aan bij de in 2019 in de uitgangspuntennotitie geformuleerde uitgangspunten. Hierbij zijn met name de onderstaande uitgangspunten relevant. 

Capaciteit: sport- en gemeentebreed: Wij beschouwen de benodigde capaciteit per sport over de hele gemeente. Wij maken in principe geen onderscheid in capaciteit van individuele verenigingen of kernen. Als er in een kern/vereniging een tekort aan capaciteit is en in de andere kern een overschot compenseren deze elkaar. ‘de 40/75-regel’: wij starten een onderzoek naar de mogelijkheden voor aanpassingen of uitbreidingen als de geprognosticeerde capaciteitsvraag tenminste 40% van een beoogde uitbreiding bedraagt ten tijde van de geplande realisatie. Aanvullend hierop dient er een realistisch zicht te zijn op 75% gebruik van de extra capaciteit binnen 10 jaar. In bijlage 2 is de toelichting hierop zoals vastgelegd in de uitgangspuntennotitie opgenomen.

26 Volgens opgave van verenigingen 27 Inclusief huidige wachtlijsten. Het Mulier Instituut adviseert om terughoudend te zijn bij het opnemen van

wachtlijsten in de capaciteitsberekeningen. Zo kunnen wachtlijsten ook bestaan uit sporters die zich bij meerdere verenigingen inschrijven of reeds bij andere verenigingen sport beoefenen. HBR geeft echter aan dat de wachtlijst ‘opgeschoond’ is. 28 De capaciteitsberekeningen betreffen globale verkenningen en zijn gebaseerd op de berekeningen van Drijver & Partners uit 2019. Waar relevant voor de uitkomsten zijn deze gecorrigeerd voor geactualiseerde ontwikkelingen. Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 42/66

T21.01062

Naast de uitkomsten van de capaciteitsberekeningen lichten we de door verenigingen geuite wensen ten aanzien van uitbreidingen en/of aanpassingen van hun accommodaties toe. In hoofdstuk 9 wegen wij deze wensen af aan de hand van de bepalingen zoals vastgelegd in de uitgangspuntennotitie en het afwegingskader in hoofdstuk 4.1. Voetbal De benodigde capaciteit voor voetbalvelden wordt berekend op basis van het aantal normteams. Op basis hiervan wordt de benodigde capaciteit berekend in trainingsuren (per jaar) en wedstrijduren (waarbij zaterdagen maatgevend zijn). De beschikbare capaciteit verschilt per type veld: een kunstgrasveld heeft bijvoorbeeld een hogere trainingscapaciteit dan een natuurgrasveld. In figuur 1.2 vergelijken wij de huidige en toekomstige capaciteit. wedstrijduren (zaterdag)

Saldo wedstrijduren

trainingsuren (seizoen)

Saldo trainingsuren

2020

160/191

31

7.964/8.580

616

2030

183/191

8

9.135/8.580

-555

Figuur 7.2: huidige en toekomstige benutting capaciteit voetbal

Uit de figuur 1.2 blijkt dat de capaciteit van de velden op zaterdagen nu en in de toekomst voldoende is. In 2030 verwachten we een tekort aan trainingsuren. Er is sprake van een disbalans in de beschikbare overcapaciteit tussen de verschillende kernen. In Bleiswijk en Bergschenhoek is momenteel ruim voldoende capaciteit beschikbaar. In 2030 is deze overcapaciteit geslonken, maar nog steeds voldoende om te voldoen aan de (geprognosticeerde) vraag. De huidige en toekomstige druk concentreert zich op Het Hoge Land. Zowel CVV Berkel als TOGB hebben in de huidige situatie te maken met een beperkt tekort aan capaciteit. Dit tekort neemt naar 2030 toe. In de bovenstaande berekeningen wordt overigens geen rekening gehouden met het voetbal/tennisveld van TOGB. Deze wordt in de praktijk alleen als tennisveld gebruikt, maar kan ook als voetbalveld (voor zowel trainingen als wedstrijden) gebruikt worden. Het tekort aan trainingsuren kan opgelost worden door een bestaand natuurgrasveld om te bouwen tot een kunstgrasveld. Dit levert volgens de normen van de KNVB bijna 500 extra trainingsuren op. Deze uitbreiding voldoet hiermee aan de ’40-75-regel’. Wensen verenigingen Soccer Boys en BVCB hebben geen wensen voor uitbreiding van hun accommodaties.

TOGB verwacht haar groei en de huidige gebruiksdruk op te kunnen vangen door het bestaande wetraveld of een natuurgrasveld om te bouwen tot een kunstgrasveld (waarbij het aanbrengen van verlichting bij het natuurgrasveld wenselijk geacht wordt). CVV Berkel heeft dezelfde wens. Hiernaast heeft zij de wens om haar accommodatie uit te breiden met een extra kunstgrasveld. Wensen verenigingen  Extra voetbalveld (CVV)  Natuurgrasveld ombouwen naar kunstgras (CVV)  Wetraveld of natuurgrasveld ombouwen naar kunstgras (TOGB)

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 43/66

T21.01062

Tennis (exclusief padel) De capaciteit van tennisbanen wordt gemeten in baandruk: het aantal spelers per beschikbare baan. De KNLTB hanteert een richtlijn van 70-90 spelers per baan. In onze berekeningen gaan we uit van 90 leden per baan. In de onderstaande figuur is de huidige en de in 2030 geprognosticeerde29 baandruk in onze gemeente samengevat. Benodigde banen

Saldo banen

Baandruk

2020

33/42

9

71 (78%)

2030

39/42

3

84 (93%)

Figuur 7.3: huidige en toekomstige benutting capaciteit tennisbanen

Uit de bovenstaande cijfers blijkt dat de huidige capaciteit aan banen voldoende is. In 2030 worden de banen intensiever gebruikt, maar de norm voor baandruk worden niet overschreven. Er is sprake van een disbalans in de beschikbare overcapaciteit tussen de verschillende kernen. Met name TOGB heeft op sportpark Het Hoge Land zowel nu als in de toekomst een overcapaciteit beschikbaar (baandruk 2020/2030: 49/59). De baandruk bij andere verenigingen ligt hoger. Wensen verenigingen ATV Berkenrode geeft aan de huidige capaciteit aan banen als beperkt te ervaren. Hoewel de capaciteit van deze vereniging voldoet aan de norm (baandruk 2020/2030: 72/84) geeft zij aan dat de reële baandruk afhankelijk is van het soort vereniging. De banen van ATV Berkenrode worden ook door Tennisschool de Brug gebruikt en de vereniging heeft spelers op topsport-niveau. Dit leidt ertoe dat de banen intensiever gebruikt worden dan bij andere verenigingen in onze gemeente. ATV Berkenrode heeft de wens hun accommodatie uit te breiden met twee extra tennisbanen. Er lijkt in geen ruimte beschikbaar te zijn op sportpark het Hoge Land om deze banen in de nabijheid van het huidige terrein te realiseren. LTC Triomf heeft op basis van de normen een hogere gebruiksdruk dan ATV Berkenrode.

Zij geeft echter aan dat op basis van het feitelijke gebruik van de banen hun capaciteit ruim voldoende is en nog groei kan opvangen. LTC Triomf heeft de wens geuit een van hun tennisbanen om te bouwen tot een padelbaan (zie verder het kopje ‘padel’). Naast het bovengenoemde geven zowel ATV Berkenrode en LTC Triomf aan de mogelijkheden te willen verkennen om het eigendom van de accommodaties over te nemen van de gemeente. Het beeld bestaat dat het huurtarief dat zij betalen hoger ligt dan de kostprijs30. Hiernaast wijzen beide verenigen erop dat veel tennisbanen, ook in onze omgeving, (semi)privaat geëxploiteerd worden. Wensen verenigingen  Onderzoek privatisering (LTC Triomf en ATV Berkenrode)  Uitbreiding: 2 tennisbanen (ATV Berkenrode)

29 Conform toegelicht in hoofdstuk 5.6 uit van de basisgroei. Mogelijke structurele effecten van de toename

van tennis door corona of de extra groei ten gevolge van padel zijn hierin niet meegenomen 30 Dit brengen wij in beeld in de tarievennota 2021

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 44/66

T21.01062

Hockey Bij Hockey wordt de benodigde capaciteit, net als bij voetbal, bepaald aan de hand van het aantal normteams. Normstellend is hierbij de bezetting van de velden op zaterdagen en zondagen. In de onderstaande figuur zijn de uitkomsten van de capaciteitsberekeningen samengevat. Velden zaterdag

Saldo zaterdag

Velden zondag

Saldo zondag

2020

7,2/7,0

-0,2

2,2/7,0

4,8

2030

8,2/7,0

-1,2

2,6/7,0

4,4

Figuur 7.4: huidige en toekomstige benutting capaciteit hockeyvelden

Uit figuur 7.4 blijkt dat de hockeyvelden momenteel op zaterdagen vrijwel volledig benut worden. De groei van onze bevolking zal leiden tot een hogere vraag naar hockeyvelden. Om aan deze vraag te voldoen is uitbreiding van de huidige velden noodzakelijk. Een dergelijke uitbreiding voldoet aan de ’40-75-regel’. Wensen verenigingen HVB verwacht dat haar ledenaantal de komende jaren stabiel blijft en geeft geen wensen voor uitbreiding van hun velden. HBR herkent de geprognosticeerde stijging van het aantal hockeyers en voorziet een verdere groei van haar vereniging. HBR heeft de wens om haar accommodatie uit breiden met een extra hockeyveld. Deze omvang vraagt wat van vrijwilligers en bestuur. Hiernaast is uitbreiding van de kleedkamers en kantine noodzakelijk. HBR acht uitbreiding in 2024/25 opportuun. Hiernaast geeft HBR in het kader van onze uitvraag over prestatiesport aan dat zij het wenselijk acht watervelden als standaard te hanteren in plaats van de huidige zandvelden. Watervelden hebben een hogere ‘balsnelheid’ en bieden een hoger speelcomfort dan zand ingestrooide velden. De Hockeybond geeft aan dat alle verenigingen in de hoofdklasse en veel verenigingen in de overgangsklasse op watervelden spelen. HBR heeft reeds de beschikking over twee watervelden, de meerkosten ten opzichte van een zandveld zijn bij de aanleg betaald door HBR zelf.

In een ideale situatie streeft HBR naar een 50/50 verhouding tussen watervelden en zand ingestrooide velden. HBR heeft nu de beschikking over 3 zandvelden en 2 watervelden, de meerkosten voor de realisatie van watervelden zijn bij recente renovaties door HBR zelf bekostigd. Een derde wens van HBR betreft de realisatie van een zogenaamde ‘blaashal’ waarmee (een deel van) een hockeyveld in de winter overkapt zou kunnen worden (zie ook hoofdstuk 6.2). HBR is bereid om de kosten hiervoor op zich te nemen. Om dit te realiseren is het noodzakelijk extra voorzieningen, waaronder ankerpunten voor de blaashal, aan te leggen op bestaande velden. Deze werkzaamheden kunnen meegenomen worden bij de renovatie van veld 3 van HBR. Dit sluit aan bij de wens van HBR om al de komende winter gebruik kunnen maken van de blaashal.

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 45/66

T21.01062

Wensen verenigingen  Extra Hockeyveld (HBR)  Blaashal (HBR)  Waterveld in plaats van zandveld als standaard bij renovatie en uitbreidingen (HBR) Handbal Het huidige handbalveld van TOGB wordt op dit moment vrijwel optimaal gebruikt. De groei zoals geformuleerd in paragraaf 7.1 kan opgevangen worden op met het huidige veld. Wensen verenigingen TOGB geeft aan een hogere groei te verwachten dan de geformuleerde groei. De afgelopen jaren is de handbalafdeling van TOGB per saldo steeds met circa 5% gegroeid. Waarschijnlijk spelen de prestaties van het Nederlands team hier een rol bij. De groei wordt voornamelijk veroorzaakt door de jongste jeugd, ook stoppen minder leden rond hun 14 e jaar. Op basis hiervan verwacht TOGB tot 2030 een groei met circa 25%. Voor het opvangen van een dergelijke groei is een uitbreiding met een tweede veld noodzakelijk. Ook met deze bovenmatige groei wordt niet voldaan aan de ‘40/75-regel’ voor uitbreidingen. Op termijn lijkt er wel fysieke ruimte op het sportpark te zijn voor de realisatie van een extra handvalveld op het terrein van waar zich tot 2024 de dependance van de Prins Johan Frisoschool bevindt. Wens vereniging  Extra handbalveld (TOGB) Atletiek De Kieviten hebben een beperkte accommodatie: op sportpark Merenveld hebben zij de beschikking over een grasveld met een springbak, een slingerkooi en een stootcirkel.

Het grootste gedeelte van de activiteiten van de Kieviten speelt zich af op de openbare weg. Er is geen sprake van capaciteitsnormen voor deze voorzieningen. Wens vereniging De Kieviten pleit al langere tijd voor de aanleg van een volwaardige 400 meter atletiekbaan in onze gemeente. Een kleinere 300 meter baan zou een alternatief kunnen zijn, maar biedt volgens de Kieviten en de Atletiekunie wel aanzienlijk minder meerwaarde dan een volwaardige baan. Wens vereniging  Atletiekbaan (De Kieviten) Honk- en softbal De huidige voorzieningen van de honk- en softbal zijn voldoende om de geprognosticeerde groei van sporters op te vangen. Wens vereniging Honk- en Softbalvereniging Orioles heeft de wens om hun velden te voorzien van veldverlichting. Zij geeft aan dat het ontbreken van veldverlichting tot beperkingen leidt in trainingstijd en wedstrijden. Wedstrijden van honk- en softbal worden anders dan de meeste sporten ook op weekdagen in de avonduren gespeeld. Bij doordeweekse wedstrijden maakt

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 46/66

T21.01062

The Orioles nu gebruik van accommodaties buiten Lansingerland die wel beschikken over veldverlichting. Wens vereniging  Realisatie verlichting honk- en softbalvelden (The Orioles) Korfbal De velden van Korfbalvereniging Weidevogels worden momenteel vrijwel optimaal gebruikt maar kunnen de geprognosticeerde stijging van leden opvangen. De vereniging geeft aan geen capaciteitsproblemen met betrekking tot deze velden te voorzien, maar ziet wel een knelpunt in de winterperiode voor de binnensportaccommodaties (zie hoofdstuk 6). Jeu de boules Er zijn geen capaciteitseisen voor jeu de boules banen. Wens vereniging De Bleiswijkse Jeu de boulesclub geeft al enige tijd aan dat zij graag een overdekte locatie willen realiseren om zo het hele jaar door te kunnen spelen. Zij noemen hierbij de realisatie van een zogenoemde ‘romneyloods’ als een goede oplossing. Hierbij wijst zij erop dat de bevolking in Bleiswijk relatief snel zal vergrijzen en dat jeu de boules een ideale sport is voor de oudere doelgroep. Wens vereniging  Realisatie binnen accommodatie (Bleiswijkse Jeu de Boules club) Padel In 2020 heeft LTC Triomf twee padelbanen aangelegd 31. Uit een evaluatie van het eerste halfjaar blijk deze sport populair: momenteel spelen er 244 leden padel, waarvan ongeveer de helft ook gebruik maakt van de tennisbanen.

De banen worden met een bezettingspercentage tussen 80 en 100% optimaal gebruikt. Wens verenigingen LTC Triomf heeft aangegeven op korte termijn 3 extra padelbanen aan te willen leggen. Vanwege de inpassing op het terrein en de lagere kosten voor de aanleg door het hergebruik van de ondergrond wil zij hiervoor een van de huidige tennisbanen ombouwen. Hoewel de normatieve baandruk van Triomf hoog is geeft zij aan dat het feitelijke gebruik van de banen beperkt is en dat veel gebruikers (deels) overstappen van tennis naar padel. Hierdoor leidt het vervangen van 1 tennisbaan door 3 padelbanen tot een uitbreiding van de capaciteit. Op basis van de overeenkomst overweegt Triomf het gebruik van één van haar tien banen op te zeggen. Triomf kan de kosten voor deze ombouw en de exploitatie van deze velden zelf bekostigen. Zij verzoekt de gemeente wel om een deel van de kosten voor het ombouwen van deze velden (circa € 12.000,-) voor haar rekening te nemen.

31 Vooruitlopend op het vaststellen van dit accommodatieplan hebben wij hiervoor een eenmalige bijdrage

verstrekt van € 50.000,-. De overige kosten zijn door Triomf zelf betaald. De banen zijn in eigendom en exploitatie van de vereniging zelf. Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 47/66

T21.01062

Ook de andere twee tennisverenigingen die gebruik maken van gemeentelijke accommodaties, ATB Berkenrode en TOGB, geven aan graag padelbanen aan te willen leggen32. De uitbreiding van ATV Berkenrode kan waarschijnlijk gerealiseerd worden door grasvelden aansluitend op hun terrein bij de accommodatie te betrekken. TOGB ziet twee opties: realisatie van de padelbanen op een strook grond tussen de bestaande velden in of het ombouwen van een aantal tennisbanen tot padelbanen. Padel maakt geen onderdeel uit van de basis sportinfrastructuur zoals geformuleerd hoofdstuk 4. Wensen verenigingen  Aanleggen padelbanen (ATV Berkenrode, LTC Triomf, TOGB) Beachvolleybal Momenteel zijn er geen beachvolleybalvelden in onze gemeente aanwezig. De velden die in 2016 door Volley2B op eigen initiatief zijn aangelegd werden verwijderd bij de aanleg van ombouw van het naastgelegen veld tot waterveld. Parallel aan het opstellen van dit accommodatieplan werkten wij samen met Volley2B aan een plan om op het voormalige softbalveld in Bergschenhoek volleybalvelden te realiseren. Wens vereniging Volley2B heeft de wens op korte termijn beachvelden aan te leggen op het voormalige oefenveld voor honk- en softbal in Bergschenhoek. Deze velden kunnen desgewenst ook gebruikt worden voor andere sporten/verenigingen.

De raad heeft middels motie M²021-003 het college opgedragen om deze grond vooruitlopend op de behandeling van dit plan te bestemmen als beachvolleyballocatie en een besluit te nemen over de kosten voor het gereedmaken van dit terrein voor de aanleg van de beachvelden. In de raad van 25 maart 2021 vond hierover besluitvorming plaats door de Raad. Daarmee valt de aanleg van de velden buiten het kader van dit plan. De tweede fase van dit plan bestaat uit het realiseren van voorzieningen, waaronder een paviljoen. Volley2B geeft aan deze voorzieningen zelf te kunnen aanleggen en te exploiteren en vraagt de gemeente om een eenmalige bijdrage van maximaal € 40.000,-. Wens vereniging  Aanleg paviljoen en voorzieningen t.b.v. beachvelden (Volley2B) Vierde sportpark Een aantal sportverenigingen signaleert dat de in onze gemeente aanwezige velden en accommodaties momenteel intensief gebruikt worden en dat de druk op deze voorzieningen de komende jaren toe zal nemen. De vrees bestaat dat de huidige accommodaties na 2030, of bij een grotere groei dan geraamd, tegen hun grenzen aan lopen. Gezien de huidige gebruiksdruk en de uitbreiding van het aantal woningen in Wilderszijde zijn zorgen over de capaciteit in de voorzienbare toekomst met name relevant voor de accommodaties op sportpark Het Hoge Land.

Omdat de huidige sportparken weinig ruimte bieden voor uitbreidingen wordt het realiseren van een extra sportpark als mogelijkheid genoemd, bijvoorbeeld door het uitplaatsen van een vereniging naar een nieuw te ontwikkelen locatie.

32 Ook LTV Bleiswijk (verzelfstandigde tennisvereniging) wil graag padelbanen realiseren. Wij zijn momenteel

met hen in overleg om het recht van opstal uit te breiden om een uitbreiding mogelijk te maken. Omdat deze vereniging verzelfstandigd is, is de gemeente bij de verdere realisatie geen partij. Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 48/66

T21.01062

De vrijgekomen ruimte op het sportpark kan gebruikt worden voor het uitbreiden van de accommodaties voor de ‘achterblijvende’ verenigingen of het aanleggen van nieuwe voorzieningen. Tevens wordt er gesuggereerd om een deel van het sportpark Het Hoge Land te herontwikkelen tot woningbouw, waarmee mogelijk (een deel van) de kosten voor het aanleggen van de nieuwe accommodaties gedekt kan worden. In de bijeenkomst van de commissie Samenleving in oktober 2020 werd verzocht om ook deze optie mee te nemen in dit accommodatieplan. In bijlage 3 is een globale kostenraming opgenomen van het ‘uitplaatsen’ van een vereniging. Een alternatief op het bovenstaande is het reserveren van gronden voor een mogelijke uitbreiding. De zorg bestaat dat als wij hier niet op anticiperen, er in de nabije toekomst onvoldoende percelen beschikbaar zullen zijn om te blijven voldoen aan de toenemende vraag naar sport en sportaccommodaties. Besluiten ten aanzien van grondgebruik zijn immers onomkeerbaar: grond kan maar eenmaal gebruikt worden.

Accommodatieplan Sport 2021-2030

Pagina 49/66

T21.01062

8

Zwembad In dit hoofdstuk gaan wij nader in op het huidige en toekomstige gebruik van zwembad De Windas.

8.1

Sportbehoefte in 2030 Zoals wij in paragraaf 5.5 aangaven voeren wij de capaciteitsberekening voor het zwembad uit door het toepassen van de groei op de huidige uren dat gebruik wordt gemaakt van de accommodatie. Omdat bij het gebruik van het zwembad onderscheid gemaakt kan worden tussen een aantal specifieke activiteiten, die veelal gekoppeld kunnen worden aan specifieke leeftijdscategorieën, spitsen wij dit nader toe op de groei van deze leeftijdscategorieën. De onderstaande figuur geeft de huidige geprognosticeerde behoefte voor het gebruik van het zwembad tot 2030 weer. Activiteit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=bf155976-f2fb-4fb5-89a7-5ad77a9a2c81