CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

T21.00265 Ruimtelijke Adaptatie Strategie

Gemeenteraad 3 juni 2021, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Ruimtelijke Adaptatie Strategie (amendement div fracties)20.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Acti­ viteit 1

Nader onderzoek naar de ernst en omvang van de risico’s in de specifieke situaties zoals aangegeven in hoofdstuk 2. Op basis van dit onderzoek worden de specifieke situaties afgewogen op noodzaak, doelmatigheid en potentie om meekoppelkansen te verzilveren, en op basis hiervan geprioriteerd. Vervolgens kan er een uitvoeringsbudget bepaald en gereserveerd worden.

Acti­ viteit 2

We verkennen in een gebiedsdialoog met lokale bewoners, bedrijven, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere externe stakeholders mogelijke maatregelen, die vervolgens geprogrammeerd en uitgevoerd worden. Indicatie externe kosten activiteit 2: Voorbereidend onderzoek risico’s en afweging, incl. schets­ ontwerpen € 9.000,-. Voeren interactieve gebiedsdialoog per locatie € 5.000,- tot € 7.000,-. Het aantal locaties volgt uit het voorbereidend onderzoek, en zal tussen de 5 en 15 locaties liggen.

Resul­ taat

De kwetsbaarste gebieden in Lansingerland worden op korte termijn klimaatbestendig gemaakt.

4.

Nader onderzoek en aanpak overige onaanvaardbare risico’s

Doel

Het nemen van maatregelen om onaanvaardbare risico’s in nog onbekende specifieke situaties rond wateroverlast, hitte, droogte en overstroming te verkleinen naar een acceptabel niveau.

Wie

De gemeente voert het onderzoek uit, met ondersteuning van een technisch adviesbureau. De afdelingen rioolbeheer, kabels en leidingen zijn in ieder geval betrokken. Daarnaast zullen de waterschappen betrokken worden.

Acti­ viteit

Uitvoeren van nader onderzoek naar de ernst en omvang van risico’s rond waterkwaliteit bij overstorten, waterkwaliteit bij hitte, schade aan ondergrondse infrastructuur bij droogte, en slachtoffers bij overstromingen vanuit het regionaal watersysteem. Op basis van dit onderzoek worden actieplannen/ projecten gemaakt. Indicatie externe kosten activiteit: Nader te bepalen, voorlopig € 10.000,- tot € 25.000,-

Resul­ taat

30

De onaanvaardbare risico’s rond wateroverlast, hitte, droogte en overstroming worden op korte termijn aangepakt.

GEMEENTE LANSINGERLAND

5.

Lokale voorlichting risico’s en mogelijke gevolgen bewoners en bedrijven

Doel

Inwoners en bedrijven voorlichten over hinderlijke en overlast gevende gevolgen van klimaatverandering, de aanpak van de gemeente en mogelijke handelingsperspectieven.

Wie

Onze afdeling communicatie in samenwerking met het projectteam klimaatadaptatie.

Acti­ viteit

Verwerken in lopende publiekscampagnes rond klimaatadaptatie: Tuin van de Toekomst, groenblauwe schoolpleinen. Daarnaast geven we als gemeente het goede voorbeeld door bij eigen vastgoed de buitenruimte klimaatbestendig in te richten (zoals project klimaatadaptief gemeentehuis). Indicatie externe kosten activiteit: Klimaatwinkel (in combinatie met energiewinkel) € 10.000,-. Communicatiemateriaal € 10.000,-. De genoemde projecten hebben een eigen financieringsparagraaf.

Resul­ taat

Verhoogd bewustwordings- en acceptatieniveau van klimaatverandering en tijdelijke hinderlijke situaties. Verhoogde zelfredzaamheid bij overlastsituaties.

6.

Stimuleren van private partijen tot het nemen van maatregelen

Doel

Inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties stimuleren zelf adaptatiemaatregelen te nemen aan en rond hun vastgoed, tuinen en terreinen.

Wie

Onze afdeling communicatie in samenwerking met het projectteam klimaatadaptatie.

Acti­ viteit

Publiekscampagne en stimuleringsprogramma (Tuin van de Toekomst, groenblauwe schoolpleinen en bedrijventerreinen). Indicatie externe kosten activiteit: Is opgenomen in de projectplannen.

Resul­ taat

Verhoogde bereidheid bij private partijen leidt tot gerichte adaptatiemaatregelen aan gebouwen, in tuinen en op terreinen.

7.

Dialoog aanpak droogte tuinbouw en landbouw

Doel

De landbouw- en tuinbouwsector is kwetsbaar voor droogte in Lansingerland. We verkennen met de sector en gebiedspartners de mogelijkheden om deze kwetsbaarheid te verkleinen. En waar de tuinbouwsector oplossingen kan bieden. Dit pakken we op in Greenport West Holland verband.

Wie

De gemeente initieert en leidt het gesprek met in ieder geval glastuinbouw Nederland, de waterschappen, Dunea, LTO.

Actie

Verdiepende dialoog met de sector, mogelijk verdiepende studies. We maken zoveel mogelijk gebruik van bestaande kennis in de regio. Indicatie externe kosten activiteit: Voeren en voorbereiden van de dialoog: € 7.500,-

Resul­ taat

Actieplan aanpak droogte inclusief afspraken met de sector.

31

BOUWSTENEN VOOR DE UITVOERINGSAGENDA

8.

Dialoog aanpak gevolgenbeperking natuur, recreatie en buitengebied

Doel

Onze natuur en de recreatiesector zijn kwetsbaar voor droogte, hitte en wateroverlast in Lansingerland. We verkennen met de sector en gebiedspartners de mogelijkheden om deze kwetsbaarheid in samenhang te verkleinen.

Wie

De gemeente initieert en leidt het gesprek met in ieder geval lokale, regionale en landelijke natuur­ belangenverenigingen en -stichtingen, natuurbeheerders, recreatieschap Rottemeren, en een nader te bepalen vertegenwoordiging uit de recreatiesector.

Actie

Verdiepende dialoog met de sector, mogelijk verdiepende studies. We maken zoveel mogelijk gebruik van bestaande kennis in de regio. Indicatie externe kosten activiteit: Voeren en voorbereiden van de dialoog: € 7.500,-

Resul­ taat

Actieplan aanpak gevolgenbeperking natuur, recreatie en buitengebied inclusief afspraken met de sector en uitwerking van ambitieniveaus voor het buitengebied.

9.

Dialoog aanpak gevolgenbeperking overstromingen

Doel

Lansingerland is kwetsbaar voor overstromingen. We verkennen de mogelijkheid om aanvullende maatre­ gelen te nemen die deze kwetsbaarheid verkleinen.

Wie

De gemeente initieert en leidt het gesprek met in ieder geval de waterschappen en veiligheidsregio.

Acti­ viteit

Verdiepende dialoog.

Indicatie externe kosten activiteit: Voeren en voorbereiden van de dialoog: € 7.500,Resul­ taat

Actieplan aanpak gevolgenbeperking overstromingen inclusief afspraken met de gebiedspartners.

10.

Dialoog aanpak gevolgen bodemdaling

Doel

Lansingerland is kwetsbaar voor bodemdaling. We verkennen de mogelijkheid om aanvullende maatrege­ len te nemen die deze kwetsbaarheid verkleinen.

Wie

De gemeente initieert en leidt het gesprek met in ieder geval de waterschappen en netwerkbeheerders.

Acti­ viteit

Verdiepende dialoog met in ieder geval de waterschappen en veiligheidsregio.

Indicatie externe kosten activiteit: Voeren en voorbereiden van de dialoog: € 7.500,Resul­ taat

32

Actieplan aanpak gevolgenbeperking bodemdaling inclusief afspraken met de gebiedspartners.

GEMEENTE LANSINGERLAND

33

GEMEENTE LANSINGERLAND

Achtergrondrapportage 1 KLIMAATVERANDERING

38

2 GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

40

2.1 Inleiding 2.2 Gevolgen per sector 2.2.1 Wateroverlast per sector 2.2.2 Wateroverlast per kern 2.3 Hitte 2.3.1 Gevolgen hitte 2.3.2 Hittestress per kern 2.4 Droogte 2.4.1 Gevolgen droogte 2.4.2 Droogte in Lansingerland 2.5 Overstroming 2.5.1 Gevolgen overstromingen 2.5.2 Overstromingsrisico Lansingerland

40 41 42 44 52 52 54 58 58 59 62 62 64

3 AMBITIES EN STRATEGIE PER GEBIEDSTYPES

65

3.1 Inleiding 3.2 Gebiedstype 3.3 Ambitieniveaus 3.4 Ambitieniveau groen-stedelijk woongebied 3.5 Ambitieniveau Kerngebied 3.6 Ambitieniveau Nieuwbouw 3.7 Ambitieniveau Bedrijventerreinen en glastuinbouw 3.8 Van ambitie naar uitvoering

4 STRESSTEST KAARTEN

65 65 66 67 68 69 70 71

73

5 VISIE DUURZAAM LANSINGERLAND 6 FINANCIËLE INSTRUMENTEN KLIMAATADAPTIEF BOUWEN Deloitte Real Estate i.o.v. Provincie Zuid Holland, 20 april 2020

35

INLEIDING

36

GEMEENTE LANSINGERLAND

Inleiding De hoofdrapportage is kort, bondig en gefocust met een duidelijk verhaal. In deze achtergrondrapportage is er ruimte om wat dieper op zaken in te gaan. Deze volgt de structuur van de hoofdrapportage. Ten eerste gaan we in op klimaatveran­dering, daarna zetten we uiteen wat de gevolgen van klimaatverandering zijn voor de ver­ schillende sectoren in Lansingerland. Tevens zoomen we per thema – hitte, droog­ te, wateroverlast en overstromingsrisico – in op de knelpunten die uit de stresstest naar voren kwamen. Ten slotte geven we een aanzet voor de invulling van een bouwsteen; de ambitie-dialoog. Hierin presenteren wij de ambities en strategie per gebiedstype zoals deze is opgehaald tijdens de risicodialoog.

37

KLIMAATVERANDERING

1. Klimaatverandering 1.1 Inleiding Deze bijlage biedt ruimte voor een samenvatting van wat klimaatverandering nu precies inhoudt voor Nederland. In het hoofddocument werd de wereldwijde situatie al even geschetst en waren de hoofdlijnen kort uiteengezet van de gevolgen voor Nederland. Hier is er ruimte om iets dieper te duiken in de materie aan de hand van een aantal figuren.

1.2 Wateroverlast

1.3 Droogte

Figuur 1 laat de situatie zien waar er meer dan 100 mm valt in 2 dagen in augustus 2010 (links) en met een klimaat dat 2 ˚C warmer is (rechts). Zoals zichtbaar wordt is dat nogal een verschil. Bij de rechterkaart (met 2 graden opwarming) krijgt een veel groter gedeelte van Nederland te maken met hevigere neerslag. De grote hoeveelheden neerslag hebben in verschillende delen van Nederland verschillende gevolgen. Door de hoge grond­ waterstanden tegen of boven het oppervlak aan kunnen de laaggelegen polders in het westen van Nederland het wateroverschot soms lastig verwerken, waar het in de hogere zandgronden gemakkelijker in de bodem wegzakt.

Naast periodes van hevige neerslagen krijgen we te maken met langere periodes van droogte. Dit heeft weer andere gevolgen voor verschillende gebieden in Nederland. Zo zullen de veengebieden te maken krijgen met een sterkere toename in bodemdaling. Veen vergaat als het droog komt te staan en hierdoor in aanraking komt met zuurstof. Hogere zandgronden worden geraakt door droogte, maar op een geheel andere manier waarbij mislukte oogsten, bosbranden e.d. tot schade leiden. Zoals te zien in figuur 2 en 3, is klimaatadaptatie niet alleen iets van de toekomst; het speelt nu al.

Figuur 1. Situatie met meer dan 100 mm neerslag in 2 dagen in augustus 2010 (links), en de transformatie naar een 2 ˚C warmer Huidige klimaat

38

Toekomstige klimaat

klimaat (rechts) (bron: KNMI)

GEMEENTE LANSINGERLAND

1.4 Trends

Figuur 2. Klimaatverandering manifesteert zich ook nu al door droogte in de Achterhoek (Meibeek - foto Achterhoek Nieuws Jan Hendriksen)

Naast dat de gevolgen per gebied anders zijn, is de langjarige trend anders per gebied. Droogte is in 2020, door een gezamenlijke studie van het KNMI en de Universiteit Utrecht, gekoppeld aan klimaatverandering, zoals weergegeven in figuur 4. Hieruit wordt duidelijk dat er met name in het oosten van Nederland een grote toename bestaat van soms meer dan 25% in potentiële verdamping. Daarnaast wordt aan de kusten meer zomerregen voorspeld. In de studie wordt vermeld dat het modelleren van de kustgebieden erg lastig is waardoor er niet al te veel waarde aan moet worden gehecht.

1.5 Conclusie Concluderend kan gezegd worden dat Nederland steeds vaker te maken krijgt met extreem weer zoals de model­ len voorspellen. De modellen zijn weliswaar niet perfect, maar als we naar de dagelijkse realiteit kijken zien we steeds meer schade ontstaan door extreem weer. Naast klimaatmitigatie om de opwarming te beperken, dient Nederland zich aan te passen aan de ver­andering die ons te wachten staat. Overlast door extreem weer kan helaas niet voorkomen worden, maar door maatregelen te treffen kunnen we wel inzetten op het voorkomen van schade. Maatregelen kun je echter alleen nemen als je inzicht hebt in wat er op ons afkomt aan problema­ tiek en daarom blijven het KNMI en andere partijen hun modellen verbeteren. De stresstest, de risicodialoog en de klimaatadaptatiestrategie maken onderdeel uit van een iteratief proces, waarbij het beeld steeds completer wordt en de werkelijkheid beter gaat benaderen. Figuur 3. Kaart meldingen funderingsschade bij KCAF augustus 2019

Langjarige trend Neerslag

Temperatuur

Zonnestraling

Pot.verdamping

Figuur 4. Effecten klimaatverandering voor april-september gemiddelden (KNMI, Universiteit Utrecht, 2020) Bron: Jan Willem Groen

39

GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

2. Gevolgen van klimaatverandering in Lansingerland 2.1 Inleiding Nadat in het vorige hoofdstuk van deze Achtergrondrapportage ruimte werd ingeruimd om wat uitgebreider stil te staan bij klimaatverandering is het nu tijd om, in lijn met de Ruimtelijke Adaptatie Strategie, dit op te volgen met wat dit concreet voor de gemeente Lansingerland betekent. Een eerste analyse. In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de gevolgen van klimaatverandering voor de gemeente Lansingerland. Alle informatie komt voort uit de stresstesten en de risicodialogen. Dit hoofdstuk begint met uitkomsten uit de risicodialogen waarin stakeholders werd gevraagd aan te geven of zij worden geraakt door deze gevolgen. Dit benoemen we. We gaan uit van de vier effecten: wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen. Vervolgens bespreken we ieder effect per sector in een aparte sectie. Hiervoor gebruiken we de sectoren die door de NAS (Nationale Adaptatie Strategie) zijn gedefinieerd. Na iedere uiteenzetting in tabellen per sector volgt iedere keer per kern een eerste scan op basis van een uitsnede uit de klimaatstresstest van de geïdentificeerde klimaatstressknelpunten, die we hier vinden per thema: wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen.

40

GEMEENTE LANSINGERLAND

2.2 Gevolgen per sector In de Nationale Adaptatie Strategie zijn de volgende sectoren gespecificeerd.

Water en ruimte Keringen, gemalen, oppervlaktewater, grondwater, drinkwater, dijken

Natuur Ecologie, flora en fauna, natuurgebieden, natuur in de stad/biodiversiteit

Infrastructuur Wegen, spoor, lightrail

Landbouw en tuinders Veehouderij, open teelt, tuinbouw

Gebouwde omgeving Woningen, industrie, BRZO1, bedrijven, bouwsector

Veiligheid Politie, brandweer, medische hulpdiensten, calamiteitenbestrijding

Energie Distributienetwerk, warmtenet

ICT en telecom Radio, tv, internet, telefonie, datacentra

Gezondheid Huisartsen, gezondheidszorg, ouderenzorg, kinderopvang, bewegen

Recreatie Recreatiegebieden, horeca, kunst en cultuur, sport­ voorzieningen, waterrecreatie

Om meer inzicht te geven in de risico’s van de klimaat­ verandering maken we gebruik van kaart­uitsneden uit de stresstest. We maken één voorbehoud met betrekking tot de beschrijving van het kaart­materiaal. De kaarten zijn het resultaat van een model­matige berekening en kunnen daarom afwijken van de werkelijkheid. Het model bestaat uit de meest recente hoogtekaart (AHN3) waarop een vulmodel wordt toegepast. Van deze hoogte­

kaart (AHN3) is weliswaar de meest recente beschik­ baar, maar die stamt toch alweer uit 2014. Afgelopen jaar is de nieuw­e AHN4 gemaakt, maar deze is nog niet beschikbaar. Zeer recente woningbouw is in de gebruikte kaarten nog niet opgenomen. De relevante grondwater­ standkaart van de Provincie Zuid-Holland hebben we bij onze analyse gebruikt.

Bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn bóven een bepaalde drempelwaarde,

1

vallen onder de werking van het Besluit Risico’s Zware Ongevallen 2015

41

GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

2.2 Wateroverlast Met het veranderende klimaat wordt het neerslagpatroon extremer. Piekbuien komen vaker voor en zijn steeds in­ tenser. Het stedelijk watersysteem in Lansingerland houdt bij neerslag onze voeten droog. Maar de capaciteit van het rioleringsstelsel en het oppervlaktewater heeft haar beperkingen. Wanneer dit watersysteem en de bodem die extreme neerslag niet kunnen verwerken, zijn we kwetsbaar voor wateroverlast of -schade. Dan zien we bijvoor­ beeld straten en delen van weilanden en natuurgebieden blank staan of zelfs hemel- of grondwater in woningen. 2.2.1 Wateroverlast per sector De gevolgen van extreme neerslag voor Lansingerland zijn veelzijdig en raken meerdere sectoren. De volgende sectoren zijn in Lansingerland het meest kwetsbaar voor wateroverlast:

WATER EN RUIMTE Deze sector betreft de infrastructuur rond oppervlakte-, grond- en drinkwater. Gevolgen

Als het harder en vaker regent zal het riool vaker overstorten in het oppervlaktewater. Vuil rioolwater komt dan in het (relatief) schone oppervlaktewater terecht. De gevolgen kunnen groot zijn, met risico’s voor de volksgezondheid, schade aan het ecosysteem en daardoor stank, visuele vervuiling en een afname van de biodiversiteit. Deze vervuiling kan zich boven­ dien verspreiden over het hele watersysteem. Aangezien Nederland al niet voldoet aan de Europese Kaderrichtlijn Water moet alles in het werk gesteld worden om deze richtlijn wel te gaan halen en boetes te vermijden. Het in stand houden van overstorten draagt hier niet aan bij. In Lansingerland zijn door de hele gemeente overstorten te vinden. Daarnaast zijn de riolering en drinkwaterleidingen kwetsbaar voor verzakkingen, wat op zijn beurt weer impact kan hebben op het functioneren van het bluswaternet.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap van Delfland, Dunea

INFRASTRUCTUUR Deze sector omvat de infrastructuur voor het transport van voertuigen, vaartuigen en vliegtuigen. Gevolgen

Extreme neerslag kan schade aan fysieke infrastructuur (wegen en spoor) veroorzaken in L­ansingerland, en beperkt het gebruik ervan. Wegen kunnen onbegaanbaar worden voor hulpdiensten en normaal verkeer. In veel gevallen zijn de locaties waar schade aan gebouwen optreedt slecht bereikbaar voor verkeer. Voordat het hemelwater gebouwen instroomt zal zich dit eerst verzamelen in de openbare ruimte. Hulpdiensten moeten zich te allen tijde door de gemeente kunnen bewe­ gen. Bijvoorbeeld de politie, brandweer en ambulancedienst om noodhulp te verlenen. In Lansingerland zijn naast 12 locaties met schade aan gebouwen en potentiële onbegaanbare wegen, nog eens 9 locaties geïdentificeerd met een risico op onbegaanbare wegen. In enkele gevallen zijn dit relatief kleine tunnels, waar een weggebruiker moeilijk een snelle alter­ natieve route omheen kan plannen.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

42

Provincie Zuid-Holland (beheerder provinciale wegen), RET, logistieke bedrijven, buurgemeenten, Veiligheidsregio en hulpdiensten

GEMEENTE LANSINGERLAND

GEBOUWDE OMGEVING Deze sector omvat de openbare ruimte, bestaande bouw (woningen, bedrijven en industrie) en nieuwe ontwikkelingen (bouwsector). Gevolgen

Op basis van een neerslagmodel zijn 12 risicolocaties geïdentificeerd waar hemelwater bij extreme neerslag schade kan veroorzaken aan gebouwen. Volgens het stresstestmodel worden er dan problemen verwacht met het afvoeren van hemelwater en is er onvoldoende ruimte om het water in de buitenruimte te bergen. Als hemelwater via gevelopeningen de woning binnenkomt veroorzaakt dit schade aan de inventaris en mogelijk aan de gebouwstructuur. De gemiddelde schade voor een woonhuis met een grondoppervlak van 50 m2 is € 12.500,-. In Lansingerland is de totale potentiële schade aan gebouwen bij een T=1002 bui ingeschat op 9 tot 14 miljoen euro. Dit is exclusief schade aan tuinbouwkassen. Bij zeer langdurige of hevige neerslag is het mogelijk dat de ondergrond en drainage het water niet snel genoeg kunnen verwerken en het peil te hoog komt te staan. In stedelijk gebied kan door hoge grondwaterstanden overlast ontstaan, zoals natte kelders en kruip­ ruimtes en langs muren optrekkend vocht. Vochtige woningen hebben een nadelig gezond­ heidseffect op de bewoners. Daarnaast kunnen elektriciteitshuisjes onder water komen te staan, alsook elektravoor­ zieningen in kelders van woningen, etc., waardoor door kortsluiting brand kan ontstaan. Kwetsbare objecten als verzorgingstehuizen kunnen onder water komen te staan.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Gebouweigenaren, -huurders en ontwikkelende partijen (particulieren, bedrijven, woningcorporaties, ontwikkelaars) en de waterschappen (Hoogheemraadschap van Delfland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard), Veiligheidsregio

VEILIGHEID Deze sector omvat alle hulp- en veiligheidsdiensten. Gevolgen

Bij extreme neerslag zijn sommige wegen en tunnels onbegaanbaar voor hulpdiensten en normaal verkeer. Hulpdiensten moeten zich te allen tijde kunnen bewegen in de gemeente. Voorzieningen, zoals scholen, zorgvoorzieningen en verzorgingstehuizen zijn extra kwetsbaar voor wateroverlast. De norm vanuit de veiligheidsdienst is 15 centimeter, daarboven is een weg voor normaal verkeer niet meer begaanbaar.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond

ENERGIE Deze sector betreft de distributie van energie. Gevolgen

De levering van gas en elektriciteit in Lansingerland kan lokaal kwetsbaar zijn. Water op straat kan het lokale distributienetwerk op wijk, buurt- of straatniveau beschadigen.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Stedin

Een T100-bui is een bui die theoretisch eens in de honderd jaar voorkomt en waarbij tussen de 45-90 mm/uur valt.

2

Omdat het gaat om kansberekeningen, is het ook mogelijk dat deze bui twee keer achter elkaar valt. De riolering wordt in de berekening meegenomen al zijnde de eerste 20 mm van de bui daarin wordt afgevoerd. We weten niet of er al een verzwaarde riolering is aangelegd, waardoor er geen knelpunt meer is. Zoals gezegd is dit een eerste scan om inzicht te krijgen in wat we mogen verwachten en om eventuele valse knelpunten eruit te halen.

43

GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

2.2.2 Wateroverlast per kern Hieronder bespreken we per wijk wat de risico’s zijn door het huidige kaartmateriaal te interpreteren. Het maakt inzichtelijker wat voor onze gemeente urgent is en waar we onze prioriteiten gaan stellen. Voor dit moment is dit het meest concrete beeld dat we kunnen geven. Dit betekent echter niet dat er elders binnen de gemeen­ ten geen problemen verwacht worden, maar dat we de geselecteerde gebieden vooral moeten zien als wijken waar meerdere problemen voorkomen en die dus urgentie hebben. Zo kan het zijn dat hier op meerdere plekken water tegen gevels staat, of dat er meerdere straten ernstige mate van wateroverlast kennen. Op andere plekken binnen de gemeenten kan dit ook voorkomen, maar blijft het alleen bij wateroverlast op straat en heeft dit geen schade aan gebouwen tot gevolg. Door dit scherp te houden stappen we niet over meekoppelkansen heen.

Bleiswijk In kern Bleiswijk zijn 3 risico’s zichtbaar voor wat betreft wateroverlast zoals te zien in figuur 5. We zien: 1. De Zeeheldenbuurt 2. De Oranjebuurt 3. De Vogelbuurt Daarnaast is er nog een letter A, die aangeeft waar de onbegaanbare wegen liggen.

Figuur 5. Kern Bleiswijk knelpunten en probleemgebieden

1.  Zeeheldenbuurt, omgeving Admiraal Helfrichplein, Bleiswijk In deze buurt zien we vooral in het zuidelijke gedeelte vanaf de Heemskerkstraat problemen ontstaan met hevige neerslag. Zo is het groen op het Admiraal Helfrichplein hoger gelegen, waardoor het water zich vooral verzamelt in de parkeerkoffers. Dit kan bij een bui van 70 mm al leiden tot waterdieptes tussen de 25 en 30 centimeter, wat schade kan veroorzaken aan de daar geparkeerde auto’s. Naast eerder genoemd plein zullen De Sportlaan, Evertsenlaan, Witte de Withstraat en de Marijkelaan plus het aangrenzende park vergelijkbare waterhoogtes kennen. De ontsluiting voor hulpdiensten van deze wijk komt in gevaar aangezien er op een van de hoofdontsluitingswegen, de Karel Doormanlaan, wateroverlast­problemen te verwachten zijn. Tevens zien we verschillende tuinen, achterpaden plus aangrenzende schuurtjes onder­lopen waardoor schade kan ontstaan. Daarnaast wordt zichtbaar dat in verschillende gevallen 10 tot 20 centimeter water tegen de gevel staan, wat waterschade kan veroorzaken. Figuur 6. Wateroverlast T100 Zeeheldenbuurt Bleiswijk

44

GEMEENTE LANSINGERLAND

2.  Oranjebuurt, omgeving Zorglocaties Oranjetuin, Bleiswijk Als we naar wateroverlast kijken verwachten we in de omgeving van de huisarts (Oranjetuin) en de woonzorglocaties de Tuinen problemen met water tegen de gevel. Aangezien het hier gaat om een plek waar kwetsbare groepen wonen en de huisarts bezoeken, moet de bereikbaarheid te alle tijden gegarandeerd worden. De parkeerkoffers aangrenzend aan de Terrastuinen lopen vol water met waterdieptes tot 24 centimeter. Daarnaast zien we op meerdere plekken in deze buurt water tegen de gevels van woningen staan. Het gaat dan in de meeste gevallen om een bescheiden hoeveelheid water (5-20 centimeter) maar toch kunnen de hoogtes op enkele plaatsen tot 30 centimeter oplopen. Figuur 7. Wateroverlast Oranjebuurt Bleiswijk

3.  Vogelbuurt, omgeving Nachtegaallaan, Bleiswijk In deze buurt zijn er een aantal kwetsbare functies aanwezig, zoals de school en een verzorgingstehuis. In deze wijk is vooral de ontsluitingsweg, de Nachtegaallaan, gevoelig voor wateroverlast met water­diepten van 15 tot 25 centimeter. Een aantal parkeerkoffers zal met vergelijkbare waterstanden te maken krijgen.

Figuur 8. Wateroverlast Vogelbuurt Bleiswijk

Onbegaanbare wegen A. Nieuwe Hoefweg Op de kaart is het lastig te zien, maar er bevinden zich op deze weg een viertal punten waar de weg niet meer goed begaanbaar zal zijn door te hoge waterdieptes.

Figuur 9. Onbegaanbare wegen Hoefweg

45

GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

Bergschenhoek In Bergschenhoek is één gebied uitgelicht waar proble­ men te verwachten zijn voor wat betreft wateroverlast. Het gaat in dit geval om het Dorp. Daarnaast zijn een tweetal gebieden aangemerkt waar we problemen ver­ wachten met onbegaanbare wegen door water op straat. Het gaat hier om de Tunnel Hoeksekade (B) en de kruising Berkelseweg-HSL (C).

Figuur 10. Bergschenhoek knelpunten en probleemgebieden

4.  Dorp, omgeving Dominee van Couwenhovelaan, Bergschenhoek Deze wijk is gekozen omdat hier meerdere kwetsbare groepen gehuisvest zitten, zoals het kinderdagverblijf Het Paleisje, zorgcomplex De Rozenhoek en Christelijke Basisschool De Regenboog. Daarnaast zien we bij een centrale kruising in de wijk, Ds. van Couwenhovelaan en de Akkerdistel waterdieptes van 10 tot wel 35 centi­ meter. Deze waterdieptes verwachten we ook in andere straten in de wijk zoals de Marius Richterslaan, de Vogelwikke, Laan van de Vrijheid. Ook andere straten kennen wateroverlast, weliswaar met lagere dieptes tot 20 centimeter zoals o.a. de Notaris Kruytstraat, en John F. Kennedylaan. Hier loopt al een pilotproject afkoppelen hemelwater van riolering aan de voorkant van de woningen. Figuur 11. Dorp Noord-Oost Bergschenhoek

Onbegaanbare wegen B. Tunnel Hoeksekade Figuur 12 geeft inzicht in de te verwachten problemen bij de tunnel Hoefkade/Julianalaan met verwachte waterdieptes van meer dan 2 meter. Deze weg is dus voor geen enkele hulpdienst bereikbaar.

Figuur 12. Tunnel Hoeksekade Bergschenhoek

46

GEMEENTE LANSINGERLAND

Onbegaanbare wegen C. Kruising Berkelseweg-HSL De problemen die op deze ongelijkvloerse kruising zou­ den kunnen ontstaan liggen vooral bij de HSL. De bak zou door de verdiepte ligging vol kunnen lopen met water. De gemeente is hiervoor niet verantwoordelijk aangezien het gaat om eigendom van ProRail.

Figuur 13. Kruising Berkelseweg-HSL

Berkel en Rodenrijs In Berkel en Rodenrijs onderscheiden we een zestal knelpunten met betrekking tot wateroverlast, te weten:

Daarnaast onderscheiden we nog zes aanvullende gebieden waar wegen onbegaanbaar dreigen te worden door wateroverlast, te weten:

5.  Sterrenbuurt, omgeving Sterrenweg 6.  Merenbuurt, omgeving Brandemeerplantsoen 7.  Oranjebuurt, omgeving Wethouder Schipperstraat 8.  Dorp, omgeving Johan van Oldenbarneveltlaan 9.  Weidebloembuurt, omgeving Speenkruidstraat 10. Park Rodenrijs, omgeving Anthuriumsingel

D.  Kruising N472 – HSL (in Bergschenhoek, niet in Berkel en Rodenrijs) E.  Toegang zorgcomplex Muiderstraat F.  Kruising N471 - Randstadrail G.  Kruising Stationssingel - Randstadrail H.  Tunnel Oudelandselaan I.  Kruising Rodenrijseweg - Randstadrail

Figuur 14. Wateroverlast Berkel en Rodenrijs

47

GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

7.  Sterrenbuurt, omgeving Sterrenweg, Berkel en Rodenrijs In deze wijk zien we vooral problemen ontstaan bij de parkeerplaatsen/achterterreinen (o.a. Saturnus) en de toegangswegen naar die parkeerplaatsen (o.a. Poolsterstraat). Het gaat dan echter om waterhoogtes tot 25 centimeter. Een aantal plantsoenen kent wateroverlast tot 40 centimeter.

Figuur 15. Wateroverlast Sterrenbuurt

8.  Merenbuurt, omgeving Brandemeerplantsoen, Berkel en Rodenrijs In deze buurt zien we lichte problemen in het Jentjemeerhof en de Brielse Meerstraat met water­ dieptes oplopend tot 20 centimeter op straat. Daarnaast staan verschillende schuren onder water en zien we in sommige achtertuinen ongeveer 12 centimeter water tegen de gevel staan.

Figuur 16. Wateroverlast Merenbuurt omgeving Brandemeerplantsoen

9.  Oranjebuurt, omgeving Wethouder Schipperstraat, Berkel en Rodenrijs In de wijk zien we met name op de Wethouder Schipperstraat veel water op straat tot 30 centimeter en 10 tot 20 centimeter tegen de gevel. De Burgemeester Gründemannstraat, Oranjestraat, Wilhelminastraat, Egmondstraat, Coornwinderlaan, Huijgenslaan, Florisstraat en Ruijterstraat laten veel (20-30 centimeter) water op straat zien en in sommige gevallen tegen de gevels. Op verschillende plekken zullen tuinen en schuren onder water lopen met schade tot gevolg.

Figuur 17. Wethouder Schipperstraat, Oranjebuurt, Berkel en Rodenrijs

48

GEMEENTE LANSINGERLAND

10. Dorp, omgeving Johan van Oldenbarneveltlaan, Berkel en Rodenrijs In deze wijk is zichtbaar dat er veel water op straat staat bij een T100-bui. Zo staat er 30 centimeter water tegen de zijgevel van woningen aan de Johan van Oldenbarneveltlaan via het achterpad. Er lopen veel schuurtjes onder water en er staat op de Johan van Oldenbarneveltlaan 30 centimeter water. Op de Van der Hoevenlaan zal 20-25 centimeter water staan. Tussen de twee woontorens bij het Raadhuishof zal schade ontstaan doordat het water hier tot ruim 30 centimeter kan stijgen op het parkeerterrein. Figuur 18. Omgeving van Johan van Oldenbarneveltlaan, Dorp

11. Weidebloembuurt, omgeving Speenkruidstraat, Berkel en Rodenrijs In deze buurt treden er met name rond de Klaverweide problemen op waar parkeervakken tot bijna 40 centimeter vol kunnen lopen met hemelwater. Bij de Sleutelbloemstraat gaat het met meer dan 25 centimeter water op straat niet goed. Op sommige plaatsen in de wijk staat het in de achter- of voortuin tot 10 centimeter tegen de gevel.

Figuur 19. Omgeving Speenkruidstraat, Weidebloembuurt, Berkel en Rodenrijs

12. Parc Rodenrijs, omgeving Anthuriumsingel, Berkel en Rodenrijs

Figuur 20. Omgeving Anthuriumsingel, Parc Rodenrijs, Berkel en Rodenrijs

De Anthuriumsingel werd al eerder gebruikt als voorbeeld in de gemeente waar het niet goed gaat na zware neer­ slag. Op de dag van de foto viel 60 mm (weeronline.nl), maar er staat geen tijdsindicatie bij, dus we gaan uit van een 24-uurssom. Op de foto was de kruising Hyacinthlaan met de Anthuriumsingel te zien, waar bij een bui van 70 mm/uur wel tot 60 centimeter water op straat te verwachten valt. Het water staat hier in het slechtste geval met 26 centimeter tegen de gevel. Dit komt mede door het hoogteverschil, waarbij dit het laagste punt is. De aangrenzende Irislaan kent problemen met meer dan 30 centimeter op straat en 10 centimeter tegen de gevel. Er zijn aan de Hyacinthlaan een aantal huizen met een verdiepte garage en bijbehorende toegang die met 76 centimeter water gevuld zal worden, waardoor de gehele garage onder water zal komen te staan.

49

GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

D. Kruising N472 – HSL Het gaat hier om wateroverlast waar de Zijde de Boterdorpseweg onderlangs kruist. Hier voorziet het model in 40 centimeter water op de weg.

Figuur 21. Kruising N472 – HSL

E.  Toegang zorgcomplex Muiderstraat Het parkeerterrein en de ingang kan met 10 tot 15 centimeter water vollopen. Daarnaast is de bereikbaarheid van de omliggende wegen slecht, aangezien hier wel tot 34 centimeter water op straat kan komen te staan.

Figuur 22. Toegang zorgcomplex Muiderstraat

F.  Kruising N471 – Randstadrail Bij deze kruising is gebruikgemaakt van een tunnel onder de Randstadrail, maar dit heeft tot gevolg dat er tot bijna 80 centimeter water in de tunnel te verwachten valt, wat uiteraard de gehele doorgaande weg blokkeert.

Figuur 23. Kruising N471 – Randstadrail

50

GEMEENTE LANSINGERLAND

G. Kruising Stationssingel – Randstadrail Hier is gebruikgemaakt van een tunnel onder de Randstadrail door en dit kan leiden tot erg hoge waterstanden in de tunnelbak, oplopend van 50 centimeter in het fiets/voetgangersgedeelte tot meer dan 2 meter in het auto/bus-gedeelte.

Figuur 24. Kruising Stationssingel – Randstadrail

H.  Tunnel Oudelandselaan Wederom zien wij een tunnel onder de Randstadrail, met dit keer waterdieptes tot 1,25 meter.

Figuur 25. Tunnel Oudelandselaan

I.  Kruising Rodenrijseweg – Randstadrail Nogmaals een tunnel onder de Randstadrail met waterdieptes tot iets over de 60 centimeter tot gevolg.

Figuur 26. Kruising Rodenrijseweg – Randstadrail

51

GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

2.3 Hitte Door klimaatverandering wordt het in Nederland gemiddeld warmer. Volgens de laatste KNMI-klimaatscenario’s zal de maximumtemperatuur in 2050 op de heetste dag van het jaar 1,0 tot 3,8 °C hoger liggen dan nu. In stedelijk gebied wordt het doorgaans warmer dan in het omliggende buitengebied doordat steden meer warmte vasthouden. Dit wordt het stedelijk hitte-eilandeffect genoemd. Door veranderingen in onze verstedelijking (meer bebouwd oppervlak, dichtere bebouwing en toenemende ‘verstening’ in de bebouwde kom) neemt het hitte-eilandeffect toe. Naast dat we de temperatuur kunnen meten, ervaren wij de temperatuur. Dat noemen we gevoelstemperatuur. De gevoelstemperatuur is een temperatuur die aangeeft hoe warm een persoon een bepaalde weersituatie beleeft, dat wil zeggen: hoe gemakkelijk een persoon warmte kan afstaan. Niet alleen temperatuur, maar ook zonnestraling, windsnelheid en luchtvochtigheid bepalen de gevoelstemperatuur. Bijvoorbeeld, in de zon en uit de wind is het warmer dan in de schaduw. In het eerste geval kan het voelen alsof je in een kamer met de verwarming op 30 ºC zit (de PET is dan 30 ºC) terwijl de temperatuur die je in de schaduw ervaart veel meer overeenkomt met de feitelijk gemeten temperatuur (bijvoorbeeld een PET van 25 ºC).

Je ervaart (lichte) hittestress vanaf 23 ºC zoals weergegeven in figuur 28, waarbij we vanaf 41 ºC kunnen spreken van extreme hittestress.

Figuur 27. Stedelijk hitte-eilandeffect

Figuur 28. Wanneer ervaar je temperatuurstress (bron: Santos Nouri, et. al., 2018)

2.3.1 Gevolgen hitte In Lansingerland worden verschillende sectoren geraakt door hitte-extremen. Zo leidt toenemende hitte tot gezondheidsproblemen en extra sterfte onder kwetsbare groepen, zoals ouderen en chronisch zieken. En hitte kan leiden tot verminderde arbeidsproductiviteit en slaapstoornissen. Deze sectoren zijn het meest kwetsbaar voor hitte-extremen:

GEBOUWDE OMGEVING Deze sector omvat de openbare ruimte, bestaande bouw (woningen, bedrijven en industrie) en nieuwe ontwikkelingen (bouwsector).

52

Gevolgen

Afhankelijk van de inrichting van de fysieke ruimte zullen straten, wijken en bedrijvenparken overdag opwarmen en ‘s nachts slecht afkoelen. Dit gaat ten koste van een goede nachtrust en arbeidsproductiviteit, en daarmee van de aantrekkelijkheid van woon- en werkmilieus. Winkelgebieden worden geraakt, doordat men deze hetere plekken vermijdt.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Gebouweigenaren, -huurders en ontwikkelende partijen (particulieren, bedrijven, woningcorporaties, ontwikkelaars)

GEMEENTE LANSINGERLAND

WATER EN RUIMTE Deze sector betreft de infrastructuur rond oppervlakte-, grond- en drinkwater. Gevolgen

In de zomer kan de ondiepe ondergrond opwarmen tot 25 ºC. Drinkwaterleidingen liggen ongeveer 1 meter onder maaiveld en nemen de warmte van de ondergrond over. Op hotspots zou de temperatuur boven de wettelijke maximumnorm van 25 ºC kunnen komen. De kwali­ teit van het drinkwater kan dan in gevaar komen. Opwarming van het oppervlaktewater heeft een negatief effect op de waterkwaliteit. Blauwalg groeit veel beter bij temperaturen boven 20°C en ziekteverwekkers (botulisme) groeien vaak makkelijker in warm water. Exoten voelen zich beter bij hogere watertempe­ raturen. Alhoewel watertemperatuur een belangrijke indicator is voor waterkwaliteit, is het niet de enige factor van belang. De mate van eutrofiëring en doorstroming zijn van grote invloed op de waterkwaliteit. Droogte heeft een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Als het waterpeil daalt door verdamping en er is niet genoeg doorspoeling, neemt de watertemperatuur sneller toe. Bij hoge temperaturen kunnen brugdelen uitzetten. Beweegbare bruggen kunnen dan klem komen te zitten en kunnen niet meer open of dicht waardoor ze onbegaanbaar worden voor hulpdiensten. In Lansingerland zijn er drie kleine beweegbare bruggen, die geen belangrijke vaarwegen kruisen. Bij hoge temperaturen kunnen pompen en gemalen (tijdelijk) uitvallen als deze oververhit zijn.

De bemaling van riolen en polders komt dan tijdelijk stil te liggen.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Dunea en de Hoogheemraadschappen

ENERGIE Deze sector betreft de energie-infrastructuur (van productie tot levering). Gevolgen

Tijdens hittegolven neemt de koelingsbehoefte toe. De energievraag zal toenemen naarmate meer huishoudens, bedrijven en voorzieningen overstappen op actieve koelingsvormen zoals airconditioning, of deze vaker inschakelen.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Stedin en Tennet

RECREATIE Deze sector betreft inrichtingen en activiteiten omtrent vrijetijds­ besteding buitenshuis, de mensen die er werkzaam zijn en de gebruikers ervan. Gevolgen

De natuur- en recreatiegebieden in Lansingerland komen door de toename in hete perioden onder grotere druk om meer recreanten te faciliteren waardoor de bereikbaarheid voor hulpdiensten van groter belang wordt. Tegelijkertijd is er bij hitte een slechtere zwem­ waterkwaliteit.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Recreatiesector, natuurorganisaties, Recreatieschap Rottemeren, Staatsbosbeheer, water­ schappen, Natuurmonumenten, Delfland en de Provincie Zuid-Holland, Veiligheidsregio

53

GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

GEZONDHEID Deze sector betreft alle zorg verlenende diensten en instanties, de ouderenzorg en het onderwijs, en overheden die zich inzetten voor de volksgezondheid en de bescherming van kwetsbare groepen mensen. Gevolgen

Inwoners van Lansingerland kunnen bij hoogoplopende temperaturen hittestress ervaren. Bij kwetsbare groepen zoals ouderen, jonge kinderen en chronisch zieken brengt hittestress serieuze gezondheidsrisico’s. De druk op zorgvoorzieningen zal bij hittegolven toenemen. Hogere sterfte- en ziektecijfers, lagere arbeidsproductiviteit en meer agressie zijn ernstige gevolgen van de hittestress die kan ontstaan tijdens een hittegolf. Voor kwetsbare groepen, met name ouderen, mensen met longaandoeningen en kinderen, is toegang tot koelte tijdens hittegolven essentieel voor de gezondheid. Actieve koelingsvoorzieningen zijn niet overal aan­ wezig of gewenst. In 2003 stierven in Frankrijk 50.000 mensen vroegtijdig als gevolg van de extreme hitte. In datzelfde jaar vielen volgens het CBS in Nederland tussen de 1400 en 2200 extra doden als gevolg van de hogere temperaturen dan gebruikelijk.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

GGD Rotterdam Rijnmond, alle zorgvoorzieningen en de ouderenzorg, scholen en kinder­ opvang, Veiligheidsregio, Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio (GHOR)

Hieronder bespreken we per wijk wat de risico’s zijn door het huidige kaartmateriaal te interpreteren. Het maakt inzichtelijker wat voor onze gemeente urgent is en waar we onze prioriteiten gaan stellen. Voor dit moment is dit het meest concrete beeld dat we kunnen geven. 2.3.2 Hittestress per kern Hittestress-hotspots kunnen we identificeren op basis van de eerdergenoemde PET-kaarten. PET-kaarten, of fysiologisch equivalente temperatuurkaarten, presenteren de gemiddelde gevoelstemperatuur. De PET-kaarten zijn gemaakt op basis van voorschriften DPRA en geven de gemiddelde gevoelstemperatuur voor het tijdvak van 12.00-18.00 uur lokale tijd op een hete zomerdag. Hiervoor is de hete zomerdag van 1 juli 2015 (temperatuur in De Bilt 3 2.7 ºC) genomen met een herhalingstijd van T1000, dus 1 keer in de 1000 jaar in 2014-2018. Dit soort zomerse dagen zal in frequentie naar verwachting toenemen en daarom is de herhalingstijd in 2050 toegenomen naar T450, ofwel 1 keer in de 450 jaar).

HitteStressKaart < = 31 oC 34 oC 37 oC 39 oC 40 oC 43 oC > 49 oC Figuur 29. Hittestress Bleiswijk

54

Figuur 30. Hittestress Oranjebuurt

GEMEENTE LANSINGERLAND

Bleiswijk In Bleiswijk identificeren we één gebied (figuur 31) als mogelijk knelpunt, namelijk de omgeving Zorglocaties Oranjetuin. Hier wonen kwetsbare groepen die een verhoogd risico lopen op overlijden door hittestress. De tem­ peratuur loopt op veel plekken op tot 47 °C. Bij parkeerplaatsen, zoals op het Wilhelminaplein of het Herstelhotel Medisch Hart Bleiswijk loopt de temperatuur op tot 47 °C. Ook hier komen kwetsbare groepen. Hetzelfde geldt voor de aangrenzende Dorpstraat en enkele parkeerkoffers die we aan De Plaats kunnen vinden. Hier is overigens het effect van groen- en slagschaduw van gebouwen zichtbaar bij twee aan elkaar grenzende parkeerkoffers waar de temperatuurverschillen tot 12 graden oplopen. Over het algemeen is voor deze gebieden meer aandacht nodig om hittestress te beperken. In figuur 32 zien we dat het dak van het zorgcomplex 46 °C of meer wordt en we zien enkele hotspots bij de parkeerplaatsen, de terrassen in de tuinen, etc.

Bergschenhoek In Bergschenhoek verwachten we problemen op een viertal locaties:

HitteStressKaart < = 31 oC

2.  Centrum Bergschenhoek 3.  Omgeving Laan der Vrijheid 4.  Omgeving Eiberplein 5.  Omgeving Valeriusstraat

34 oC 37 oC 39 oC 40 oC 43 oC > 49 oC Figuur 31. Hittestress Bergschenhoek

2. Dorp, omgeving Centrum Bergschenhoek

Figuur 32. Hittestress Bergschenhoek Centrum

Inzoomend op het centrum van Bergschenhoek (figuur 32) zien we vooral veel verharding die problemen veroorzaakt. Als voorbeeld valt De Kruin aan te halen, waar weliswaar een paar struikjes in bakken staan, maar ze halen vrij weinig uit op de grote versteende vlakte. Bovendien zijn ze klein dus je kunt er niet echt onder gaan zitten en ze zijn vooral van esthetische waarde. De grotere bomen die richting de Dorpsstraat staan hebben meer effect, maar deze staan in zo’n versteend vlak dat ze waarschijnlijk nooit hun maximale potentie kunnen behalen, door de hete omgeving met weinig grond en weinig water dat via de minimale stalen boomspiegel en de klinkerverharding de wortels kan bereiken. Voor de rest zijn grote delen van straten zoals de Rondom, de Kerkstraat en de Julianalaan niet prettig om door het centrum te wandelen met een gevoelstemperatuur van 47 °C. Zoals al eerder gezegd bij wateroverlast, liep er ten tijde van schrijven al een project in Dorp, het project Centrum Bergschenhoek.

55

GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

3. Dorp, omgeving Laan der Vrijheid, Bergschenhoek Als we dan kijken naar de omgeving van de Laan van de Vrijheid, of probleemgebied 3, dan zien we vooral hoge temperaturen tot 47 ºC op de Laan der Vrijheid. Aange­ zien er in deze wijk meerdere voorzieningen zijn voor kwetsbare groepen, dient hier extra aandacht voor te zijn. Zo zijn er de huisartsenpraktijk De Zorghoek en de Rozenhoek van Stichting Sprank voor mensen met lichte psychische problemen of autistische stoornissen. Hier kunnen op de binnenplaats de temperaturen tot 47 ºC op­ lopen. Bij Kinderopvang het Paleisje verwachten we niet direct problemen, maar bij de speeltuin aan de Ereprijs zien we zelfs een piek van 48 ºC. De Notaris Kruytstraat warmt op tot 47 ºC en veel andere weggedeeltes in de wijk zien vergelijkbare temperaturen. Figuur 33. Hittestress omgeving Laan van de Vrijheid

4. Dorp, omgeving Eiberplein, Bergschenhoek Het Eiberplein (zowel het plein als de straten) bij Chris­ telijke Basisschool De Regenboog warmt op tot 47 ºC, wat niet wenselijk is bij een school. Enkele straten zoals de Dominee van Couwenhovenlaan en gedeeltes van de Meeuwenweg kunnen tot rond de 45-47 ºC opwarmen.

Figuur 34. Hittestress omgeving Eiberplein

5. Eilandenbuurt, omgeving Valeriusstraat, Bergschenhoek In deze wijk zien we heel weinig koele plekken. De verwachting is wel dat als de bomen aan de randen van de wijk wat in volume toenemen, er in ieder geval een koelere schil omheen komt te liggen. De Valeriusstraat springt er echt uit met 47 ºC en daarnaast valt op dat er hier in veel particuliere gebieden temperaturen van 4547 ºC gehaald worden.

Figuur 35. Hittestress omgeving Valeriusstraat

56

GEMEENTE LANSINGERLAND

Berkel en Rodenrijs In Berkel en Rodenrijs voorzien we één knelpunt voor wat betreft hittestress en dat is nummer 6, het centrum­ gebied. Daarnaast zijn er problemen te verwachten bij twee beweegbare bruggen omdat ze door uitzetting vast kunnen komen te zitten. HitteStressKaart < = 31 oC 34 oC 37 oC 39 oC 40 oC 43 oC > 49 oC Figuur 36. Hittestress Berkel en Rodenrijs

6. Berkel en Rodenrijs Centrum

Figuur 37. Hittestress centrum Berkel en Rodenrijs

Inzoomend op het centrum zien we een vergelijkbare situatie als bij het centrum Bergschenhoek. Plein Het Vierkantje kent veel verharding, maar door een water­ partij toe te voegen (staat nog niet op de kaart) is hier wel een verkoelend element aan toegevoegd. Feit blijft dat het nog steeds een vrij versteende omgeving is. Er zijn verschillende parkeerplekken waar de temperatuur behoorlijk kan oplopen. Soms staan er bomen, maar deze staan dan in een minimale boomspiegel met weinig goede grond en weinig water dat bij de wortels kan infiltreren doordat ze in een geheel verhard vlak staan. Er mag aan getwijfeld worden of deze bomen hun maximale potentie kunnen behalen. Bij de centrumpassage, bij uitstek een plek om even op de trap te zitten om de wereld aan je voorbij te laten gaan, is het met 46 ºC bij nader inzien toch niet echt een plek om lang te verblijven. Op weg terug naar je auto kom je er vervolgens achter dat je auto, die je geparkeerd had op het Westerplein met een gevoelstemperatuur van 46 ºC, niet echt de plek is waar je in wilt stappen.

57

GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

2.4 Droogte Het veranderende neerslagpatroon in Nederland betekent dat de kans op langdurige droge periodes toeneemt. Met name extreem droge zomers zullen vaker voorkomen. Droogte merken we in Lansingerland aan het neerslagtekort (het verschil tussen verdamping en neerslag). Onder de grond dalen ondertussen de grondwaterstanden en moet er steeds meer water worden aangevoerd om het oppervlaktewater op peil te houden. Droogte maakt ons kwetsbaar. Zo wordt oppervlaktewater steeds belangrijker als primaire bluswatervoorziening, maar in tijden van droogte kan dit voor problemen zorgen. Op verschillende plekken zien we dan dat het groen verandert in geel. En het zorgt ook voor onzichtbare problemen, zoals het risico op bodemdaling dat in delen van Lansingerland aanwezig is. 2.4.1 Gevolgen droogte De toenemende droogte heeft gevolgen voor verschillende belangrijke sectoren in Lansingerland. Het raakt het groen en de natuur in onze omgeving, en gebouwen en agrarische bedrijven in Lansingerland ondervinden schade in droge periodes. Deze sectoren zijn het meest kwetsbaar voor droogte:

INFRASTRUCTUUR Deze sector omvat de infrastructuur voor het transport van voertuigen, vaartuigen en vliegtuigen. Gevolgen

Door dalende grondwaterstanden kunnen verzakkingen optreden. Leidingen voor de distribu­ tie van gas, water, elektriciteit, glasvezelkabels, warmtenetten en riolering lopen over grote lengtes door onze gemeente. Als de bodem plaatselijk verzakt komt deze lijninfrastructuur onder spanning te staan en kan afbreken. De continuïteit van vitale functies komt daardoor in gevaar. De kosten voor reparatie zijn relatief hoog. Bij lage grondwaterstanden kunnen verzakkingen optreden, waarbij schade ontstaat aan de ondergrondse infrastructuur en schade aan veendijken.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Gebouweigenaren, Stedin, Dunea

NATUUR Deze sector omvat alle flora en fauna (niet door de mens gehouden), zowel in natuurgebieden als in gebieden met een andere bestemming (zoals industrie of binnensteden).

58

Gevolgen

Bomen, planten en dieren hebben water nodig om te kunnen overleven. In droge periodes loopt het neerslagtekort op en verdamping neemt toe. Dit gebrek aan water kan leiden tot schade en sterfte onder flora en fauna. Daarnaast zal de oppervlaktewaterkwaliteit afnemen en watergangen en plassen worden ondieper en warmen sneller op. Bijvoorbeeld in de Rot­ temeren. Verzilting speelt een rol; als er minder water beschikbaar is om de polders door te spoelen dringt zout water de polders in. Als stedelijke groenvoorzieningen en natuur afsterven gaat dit ten koste van recreatiemogelijkheden, en mogelijkheden om verkoeling te zoeken tijdens hete periodes. En de kans op natuurbranden wordt groter.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en verschillende lokale natuur- en belangenverenigingen zoals Natuur- en vogelwacht Rotta, KNNV Delfland, Alliantie GroenBlauwe Rotte, Veiligheids­ regio, Hoogheemraadschappen, Recreatieschap Rottemeren

GEMEENTE LANSINGERLAND

LANDBOUW EN TUINDERS Deze sector omvat alle veehouderijen, alle typen open teelten en bedekte en onbedekte tuinbouw. Gevolgen

Bij droogte (vaak in combinatie met hitte) neemt de watervoorraad van de glastuinbouw af. En dit gaat ten koste van de kwaliteit van producten en zorgt voor een lagere opbrengst qua aantal stuks, stelen of kilo’s. Droogte leidt voor de glastuinbouw tot lagere omzet en tot een stijging van de kosten. In de kassen is de teelt te kostbaar en zal er niet minder water gegeven worden. Als het regenwaterbassin leeg is, worden er kosten gemaakt om water te laten aanvoeren, of door leidingwater te gebruiken. Droogte kan leiden tot financiële schade en in het uiterste geval zelfs tot faillissementen en daarmee gevolgen voor de werkgelegenheid en aantrekkelijkheid van de regio voor glastuinbouw en landbouw.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Boeren en tuinders, LTO, Glastuinbouw Nederland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap van Delfland

GEBOUWDE OMGEVING Deze sector omvat de openbare ruimte, bestaande bouw (woningen, bedrijven en industrie) en nieuwe ontwikkelingen (bouwsector). Gevolgen

Bij huizen met een houten paalfundering kan funderingsschade ontstaan als de houten paal­ koppen droog komen te staan bij lage grondwaterstanden ten gevolge van droogte. In Lansin­ gerland zijn een aantal risicogebieden. Vervanging van de fundering is kostbaar. Verschillende gebieden in Lansingerland zijn kwetsbaar voor bodemdaling, met name rond de oude veendijken in Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk en Bergschenhoek. In 2018-2019 was de totale schade door droogte aan infrastructuur 200.000 euro, mede door bijvoorbeeld een veendijk met fietspad die door grote scheuren in het wegdek gesloten moest worden. Lan­ singerland heeft veel droogtegevoelige waterkeringen en het bezwijken daarvan vormt een risico voor het achterland en de daar gelegen functies. Droogte raakt hier dus aan het thema overstromingsrisico. Bodemdaling is onomkeerbaar en vergroot de kans op wateroverlast en schade aan onder­ grondse infrastructuur. Als gebieden verder dalen kan er in droge periodes meer zoute kwel in de bodem en het oppervlaktewater komen, wat ten koste gaat van groenvoorzieningen, natuur, landbouw en tuinbouw.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Gebouweigenaren in gebieden met hoog risico op paalrot, Hoogheemraadschappen

2.4.2 Droogte in Lansingerland Binnen het knelpunt droogte kunnen we uit onze eigen stresstest opmaken dat er vooral aandacht moet zijn voor de historische linten. Langs deze linten zien we aanvullende bodemdaling en een verhoogd risico op paalrot. Door de kaarten van het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek te combineren met data uit de BAG en met bodemgesteldheidskaarten kan een inschatting worden gemaakt van de kwetsbaarheid van een gebied. Dus als een woning van voor 1970 is en deze in veen- of kleigebied ligt, dan is er een groter risico op funderings­problematiek. Deze kaarten worden per 2021 vervangen door het funderingslabel, maar in de huidige situatie kom je tot de kaart zoals in figuur 38.

59

GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

Risico droogtestress Matig (10-20% opbrengstderving bij gras) Risico droogtestress

Hoog (10-20% opbrengstderving bij gras) Matig (10-20% opbrengstderving bij gras) Hoog (10-20% opbrengstderving bij gras)

Risico bodemdaling

Risico bodemdaling

> 15cm aanvullende bodemdaling door > 15cm aanvullende bodemdaling door

klimaatverandering klimaatverandering Risico paalrot

Risico paalrot Groot risicoop op paalrot paalrot Groot risico

Kwetsbaar groen en landbouw Openbaar groen Grasland Akkerbouw

Risico droogtestress

Kwetsbaar groen en landbouw

38. Droogtekaart gemeenteOpenbaar Lansingerland Matig (10-20% Figuur opbrengstderving bij gras) groen Hoog (10-20% opbrengstderving bij gras) Grasland Akkerbouw

Risico bodemdaling

> 15cm aanvullende bodemdaling door klimaatverandering

Risico paalrot Groot risico op paalrot

Kwestbaar gebied = 0 - 20% Kwestbaar gebied = 20 - 40% Kwestbaar gebied = 40 - 60% Kwestbaar gebied = 60 - 80% Kwestbaar gebied = 80 - 100%

Figuur 39. Risico op funderingsschade KCAF

60

Kwetsbaar groen e

Openbaar gr Grasland Akkerbouw

GEMEENTE LANSINGERLAND

De Provincie Zuid-Holland heeft kaarten met betrekking tot het thema droogte die aanvullende inzichten bieden. Zo biedt vooral de kaart die het huidige gemiddelde laagste grondwaterpeil weergeeft veel inzicht. Op deze kaart is zichtbaar dat het grondwaterpeil op een aantal plekken binnen onze gemeente al tegen het maaiveld aan ligt. Een voorspellende kaart tot 2050 laat zien dat dit nog sterker wordt. De bodem blijft dalen en het grondwaterpeil zakt niet. De figuur hieronder bestaat uit uitsneden van respectievelijk Bleiswijk, Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs. Zoals gezegd is zichtbaar dat een aantal wijken waar wateroverlast verwacht wordt, zich bevindt op plaatsen waar het gemiddeld laagste grondwaterpeil nog steeds betrekkelijk hoog is, namelijk minder dan 0 meter onder het maaiveld. Dit zien we in Bleiswijk bij de Zeeheldenbuurt heel sterk, rondom het centrumgebied van Bergschenhoek en rondom het centrumgebied van Berkel en Rodenrijs, zoals bij het Dorp. Deze inzichten geven alvast richting aan de maatregelen die we kunnen toepassen, want infiltreren in een gebied waar het grondwaterpeil gelijk is aan het maaiveld is niet mogelijk.

GHG huidig < 0 meter onder maaiveld 0 - 0.5 meter onder maaiveld 0.5 - 1 meter onder maaiveld 1 - 1.5 meter onder maaiveld > 1.5 meter onder maaiveld Figuur 40. Gemiddeld Laagste Grondwaterpeil Huidig

61

GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

2.5 Overstroming Nederland is goed beschermd tegen overstromingen. In Lansingerland is de kans op overstromingen vanuit het regionaal watersysteem (waar bijvoorbeeld de Rotte deel van uitmaakt) het grootst. De overstromings­ kans wordt beïnvloed door klimaatverandering. Denk hierbij aan de stijgende zeespiegel en veranderende rivierafvoer en aan de versterkingen van dijken en waterkeringen. De plaatsgebonden overstromingskans in Lansingerland varieert sterk (tussen eens per 100-1000 jaar en minder dan eens per 1.000.000 jaar) en blijft tot 2050 ongeveer gelijk. In geval van een overstroming vanuit het regionaal watersysteem varieert de waterdiepte tussen 0 en 1,5 meter, met zeer lokaal uitschieters tot 5 meter. Het Rijk en het waterschap zijn verantwoordelijk voor de waterveiligheid. In Lansingerland kunnen we onze kwetsbaarheid voor overstromingen verkleinen door hier bij de inrichting van gebieden rekening mee te houden. 2.5.1 Gevolgen overstromingen Een overstroming vanuit het regionaal watersysteem betekent directe en indirecte schade aan alle sectoren in Lansingerland.

WATER EN RUIMTE Deze sector betreft de infrastructuur rond oppervlakte-, grond- en drinkwater. Gevolgen

Een eventuele overstroming heeft grote gevolgen voor de hele waterhuishouding in de regio. Mocht er een regionale waterkering doorbreken, dan breekt er een schakel in het gehele watersysteem en dan kan dit systeem niet meer optimaal functioneren. Hulp­ diensten kunnen de plek waar ze het meest nodig zijn wellicht niet goed bereiken door water-/modderoverlast etc.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Waterschappen (zij zijn de beheerders van deze waterkeringen), de Veiligheidsregio en hulpdiensten (aangezien de hoofdinfrastructuur in de nabijheid van een bres onbegaanbaar wordt)

INFRASTRUCTUUR Deze sector omvat de infrastructuur voor het transport van voertuigen, vaartuigen en vliegtuigen. Gevolgen

Een eventuele overstroming heeft grote gevolgen voor de vitale infrastructuur in Lansingerland, waaronder wegen, hoofdontsluitingen en spoor. In termen van schade maar ook onbereikbaarheid, wat in de overstromingssituatie van groot belang is. In het overstromingsgebied ontstaat directe schade aan gebouwen en bovengrondse en ondergrondse infrastructuur. Buiten het overstromingsgebied zal indirecte schade ontstaan door keteneffecten.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

62

Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, de waterschappen (Hoogheemraadschap van Delfland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard)

GEMEENTE LANSINGERLAND

GEBOUWDE OMGEVING Deze sector omvat de openbare ruimte, bestaande bouw (woningen, bedrijven en industrie) en nieuwe ontwikkelingen (bouwsector). Gevolgen

In de buurt van de bres zal de gebouwde omgeving veel schade dan wel hinder ondervinden afhankelijk van de afstand tot de bres in de secundaire waterkering. Zo kunnen gebouwen verzakken, verschuiven, overspoeld worden of andere vormen van schade en hinder onder­ vinden.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Bedrijven, inwoners, waterschappen, woningbouwcoöperaties, winkeliers, veiligheidsregio

ENERGIE Deze sector betreft de energie-infrastructuur (van productie tot levering). Gevolgen

Vitale voorzieningen, zoals de energievoorziening in Lansingerland, zijn kwetsbaar in geval van overstroming. Als deze infrastructuur uitvalt door schade, draagt dat bij aan de overlast voor inwoners en bedrijven in de overstromingssituatie en daar buiten. De keteneffecten (uitval van andere functies door het uitvallen van een vitale functie) zijn groot. Als vitale en kwetsbare voorzieningen direct geraakt worden door een overstroming, vallen deze uit. De energievoorziening, drinkwatervoorziening en communicatievoorzieningen kun­ nen dan uitvallen voor een gebied groter dan het overstromingsgebied alleen. Dit vormt weer een gevaar voor de continuïteit van bijvoorbeeld zorgdiensten. De herstelkosten van deze voorzieningen bij een overstroming zijn hoog.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, Tennet, Stedin, de waterschappen (Hoogheemraadschap van Delfland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard)

VEILIGHEID Deze sector omvat alle hulp- en veiligheidsdiensten en betreft de bescherming tegen risico’s. Gevolgen

In geval van overstroming is de veiligheid in Lansingerland, door de fysieke impact en sociale instabiliteit, op vele vlakken in het geding. Specifiek voor de hulp- en veiligheidsdiensten leiden onbegaanbare wegen en wijkontsluitingen in overstroomd gebied ertoe dat calami­ teitenplannen niet kunnen worden uitgevoerd. Het risico op slachtoffers is sterk afhankelijk van de overstromingsdiepte, de aankomsttijd van de overstroming en de evacuatiemogelijkheden. Deze verschillen sterk per breslocatie (de locatie waar een dijk doorbreekt). In het algemeen kunnen we stellen dat er relatief veel zorgfuncties in kwetsbaar gebied liggen, met overstromingsdieptes hoger dan 1 meter.

Dit raakt de volgende externe stakeholders

Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, de waterschappen (Hoogheemraadschap van Delfland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard)

63

GEVOLGEN VAN KLIMAATVERANDERING IN LANSINGERLAND

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=9e80880c-9b29-40ec-b2cf-ad3d15eae426