[I25.08925] Voorjaarsnota 2025
Tekst van het document
Dit komt doordat de uitgaven aan Defensie zijn gekoppeld aan 2% van het bbp en het kabinet aanvullend structureel 0,7 miljard euro beschikbaar stelt. De begroting van het ministerie van Financiën daalt met 7 miljard euro. Dat komt door het feit dat de Hersteloperatie Toeslagen een tijdelijk karakter heeft. De begroting van Asiel en Migratie daalt met ongeveer 4 miljard euro. Dit komt ten eerste doordat in 2025 en 2026 incidenteel budget beschikbaar gesteld is voor de meerkosten van crisisnoodopvang. Ten tweede heeft het kabinet in het hoofdlijnenakkoord de al aflopende uitgaven aan asiel met aanvullend structureel circa 1 miljard euro verlaagd, gekoppeld aan een maatregelenpakket om de asielinstroom fors te verlagen. Bij deze Voorjaarsnota stelt het kabinet structureel 374 miljoen euro beschikbaar voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om asielaanvragen te kunnen blijven afhandelen.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
27
Figuur 5 Verschil begrotingstotaal 2030 ten opzichte van 2025 (Bedragen in miljarden euro) Zorg
14
Sociale Zekerheid
10
Buitenlandse Zaken (inclusief BHO) Gemeentefonds en Provinciefonds (incl. Accres) Defensie (inclusief Defensiematerieelbegrotingsfonds) Klimaat en Groene Groei (incl. Klimaatfonds) Infrastructuur en Waterstaat (inclusief Mobiliteitsfonds en Deltafonds) Algemene Zaken en De Koning Economische Zaken (inclusief Nationaal Groeifonds) Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Justitie en Veiligheid Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (incl. BES-fonds en Hoge Colleges van Staat) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Asiel en Migratie Financiën (exclusief Nationale Schuld) -10
-5
0
5
10
15
20
M Verschil 2030-2025 in miljarden euro
Bron: ministerie van Financiën 3.3 Internationale veiligheid 3.3.1 Oekraïne Nederland blijft Oekraïne politiek, militair, financieel en moreel actief en onverminderd steunen in tijd van oorlog, herstel en wederopbouw. Op 24 februari 2025 was het drie jaar geleden dat Rusland de grootschalige invasie van Oekraïne startte. De oorlog is een ongekende daad van agressie tegen een democratisch Europees land met vreselijke gevolgen voor alle Oekraïners. Dit is onlosmakelijk verbonden met de afschrikking van verdere Russische agressie. In internationaal verband ondersteunt het kabinet Oekraïne op militair gebied en draagt het kabinet bij aan niet-militaire steun. De totale inter nationale steun aan Oekraïne wordt gecontinueerd met 3,5 miljard euro. Daarnaast zijn niet alle middelen voor militaire en niet-militaire steun in 2024 tot besteding gekomen. Deze worden weer toegevoegd aan de begroting.
Militaire en niet-militaire steun Het kabinet heeft besloten om de militaire steun te continueren met 3.1 miljard euro op de Defensiebegroting. Dit komt bovenop de circa 10 miljard euro die sinds het uitbreken van de oorlog reeds beschikbaar
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
28
is gesteld aan militaire steun. De militaire en geopolitieke ontwikkelingen rondom Oekraïne leiden ertoe dat 2 miljard euro van dit pakket versneld in 2025 wordt geplaatst. Hier worden onder meer drones van gekocht, in samenwerking met de Oekraïense industrie. Daarnaast wordt 100 miljoen euro bijgedragen aan het Ukraine Compre hensive Assistance Package (UCAP). Hieruit wordt niet-dodelijke militaire steun geleverd, zoals brandstof, medische voorzieningen en winteruitrusting. Deze middelen worden toegevoegd aan de begroting van Buiten landse Zaken. Tot slot kent het kabinet met deze Voorjaarsnota 252 miljoen euro in 2026 voor niet-militaire steun aan Oekraïne toe aan de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Via de reguliere begrotingsmomenten wordt de invulling van deze middelen aan de Kamer voorgelegd. Naast de middelen die in deze Voorjaarsnota aanvullend zijn toegekend, levert Nederland reeds niet-militaire steun via de Europese Unie (EU) en via internationale financiële instellingen als de Wereldbank en het International Monetair Fonds (IMF). Tabel 7 Uitgaven internationale steun Oekraïne In miljoenen euro's
2025
2026
2027
2028
2029
Stand Miljoenennota 2025
3.122
2.924
327
513
84
Militaire ondersteuning
2.256
2.321
22
511
80
-
866
603
305
3
4
-
Mutaties Voorjaarsnota 2025
2.555
435
1.101
75
40
45
Militaire ondersteuning
2.527
163
1.097
73
40
40
28
272
4
2
-
5
Stand Voorjaarsnota 2025
5.676
3.359
1.428
588
124
45
Militaire ondersteuning
4.783
2.484
1.119
584
120
40
893
875
309
4
4
5
Niet-militaire steun
Niet-militaire steun
Niet-militaire steun
2030
Bron: ministerie van Financiën
Binnenlandse regelingen Ook in 2025 blijft het kabinet zich inzetten voor de opvang van Oekraïense ontheemden en het aanbieden van de juiste voorzieningen. Hierbij blijft de focus liggen op het vergroten van participatie en zelfredzaamheid. Voor de uitgavenraming van de binnenlandse regelingen wordt gebruik gemaakt van dezelfde prognose van het aantal Oekraïense ontheemden in Nederland als bij Najaarsnota 2024. Deze raming gaat uit van gemiddeld 133.000 Oekraïense ontheemden in 2025 en dat wekelijks gemiddeld 350 ontheemden meer zullen instromen dan de opvang zullen verlaten. Dit is een lagere netto-instroom dan bij de Miljoenennota 2025 gedacht. Dit leidt derhalve tot meevallers bij de opvang voor de jaren 2025 en 2026. De meevallers bij de opvang voor de jaren 2025 en 2026 worden ook veroorzaakt door een verlaging van de normvergoeding voor opvang plekken op basis van het kostprijsonderzoek dat eind 2024 is uitgevoerd. Bij zorg is voor de jaren 2025 en 2026 sprake van tegenvallers doordat de gemiddelde zorgkosten per ontheemden hoger zijn dan eerder werd ingeschat. Daarnaast is eenmalig 19 miljoen euro teruggevorderd op het
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
29
gebied van voorschoolse educatie en noodhuisvesting voor Oekraïense leerlingen na afhandeling van de verantwoording over de specifiek e uitkering voor deze middelen bij gemeenten. Tot slot raamt het kabinet, vooruitlopend op een mogelijke verlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) tot 4 maart 2027, de uitgaven tot 4 maart 2028. De reden hiervoor is de Tijdel ijke wet opvang ontheemden Oekraïne waardoor gemeenten tot een jaar na afloop van de RTB verant woordelijk bl ijven voor de opvang. In de Miljoenennota 2025 zijn budgetten opgenomen tot 4 maart 2027 De mogelijke verlenging tot 4 maart 2028 verklaart de tegenvallers voor opvang en zorg in de jaren 2027 en 2028. Deze middelen worden op de Aanvullende Post gereserveerd. Tabel 8 Uitgaven binnenlandse regelingen Oekraïne In miljoenen euro's
2025
2026
2027
2028
2029
Stand Miljoenennota 2025
3.913
3.858
1.168
-
-
-
Opvang Ontheemden
3.666
3.762
1.168
-
-
-
247
96
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Mutaties Voorjaarsnota 2025
- 1.199
- 1.003
1.649
1.021
-
-
Opvang Ontheemden
- 1.223
- 1.097
1.440
876
-
-
43
94
208
146
-
-
Onderwijs
- 19
-
-
-
-
-
Stand Voorjaarsnota 2025
2.715
2.855
2.817
1.021
-
-
Opvang Ontheemden
2.443
2.665
2.608
876
-
-
Zorg
290
190
208
146
-
-
Onderwijs
- 19
-
-
-
-
-
Zorg Onderwijs
Zorg
2030
Bron: ministerie van Financiën
Leveringszekerheid Om de leveringszekerheid van aardgas te versterken heeft Energie Beheer Nederland (EBN) de afgelopen jaren op aanwjzen van de Staat gas opgeslagen in de gasberging in Bergermeer. Deze kosten zíjn voor de vulseizoenen 2023/2024, 2023/2024 en 2024/2025 als onderdeel van de maatregelen voor Oekraïne behandeld vanwege de energiecrisis. Ook voor de vulseizoenen 2025/2026 en 2026/2027 heeft het kabinet geld vrijgemaakt voor een vulmaatregel, deze uitgaven vallen echter weer regulier onder het uitgavenkader. De kosten voor de vulmaatregelen worden via een opslag op de transporttarieven van Gasunie Transport Services (GTS) doorbelast aan gasgebruikers. De verwachte kosten van de heffing zijn naar beneden bijgesteld. Daarnaast worden de inkomsten doorgeschoven naar de periode vanaf 2027 omdat de Wet Bestrijden Energieleveringscrisis (WBE) op zijn vroegst per 1 januari 2026 in werking treedt en de heffing pas daarna kan worden geïmplemen teerd.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
30
Tabel 9 Uitgaven leveringszekerheid In miljoenen euro's
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Stand Miljoenennota 2025
257
- 88
- 88
- 88
- 88
Leveringszekerheid
257
- 88
- 88
- 88
- 88
-
Mutaties Voorjaarsnota 2025
- 168
88
66
66
66
- 22
Leveringszekerheid
- 168
88
66
66
66
- 22
Stand Voorjaarsnota 2025
88
-
- 22
- 22
- 22
- 22
Leveringszekerheid
88
-
- 22
- 22
- 22
- 22
Bron: ministerie van Financiën 3.3.2 NAVO Op 24 en 25 juni 2025 is Nederland gastland van de NAVO-top. De additionele uitgaven voor de NAVO-top 2025 komen vooralsnog uit op 183,4 miljoen euro. Een deel hiervan (76,8 miljoen euro) komt uit het HGIS-budget. Wegens noodzakelijke veiligheidsmaatregelen is dit hoger dan opgenomen in de Voorjaarsnota 2024, aangezien deze uitgaven toen nog niet konden worden ingeschat. De totale uitgaven worden gedaan vanuit de begrotingen van JenV (81,7 miljoen euro), BZ (53 miljoen euro), Defensie (42,6 miljoen euro) en IenW (6,1 miljoen euro). In het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensieuitgaven en minimaal 207o van het Nederlandse bbp. Daarnaast investeert het kabinet aanvullend reekstructureel 0,7 miljard euro in Defensie. De volgende tabel toont de standen van de defensie-uitgaven en corresponde rende percentages bbp in- en exclusief militaire steun aan Oekraïne. Tabel 10 Nominale defensie-uitgaven en percentage bbp1 In miljoenen euro's Totaal Defensie-uitgaven (excl. OEK)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
21.373
24.953
26.573
28.077
29.205
29.795
%-bbp (excl. OEK)
1,790Zo
2,0007o
2,0507o
2,0807o
2,0907o
2,0507o
Totaal Defensie-uitgaven (incl. OEK)
26.145
27.532
27.921
28.662
29.325
29.835
%-bbp (incl. OEK)
2,1907o
2,2107o
2,1507o
2,1207o
2,0907o
2,0607o
1 Nominale defensie-uitgaven zíjn inclusief budgetten op begrotingen van andere ministeries die worden meegerekend in de NAVO-norm en de prjsreservering op de Aanvullende Post.
3.4 Energie- en klimaatbesluitvorming Binnen het kabinet is een pakket met energie- en klimaatmaatregelen, om de doelen voor energie en klimaat binnen bereik te brengen, tot stand gekomen. De minister van Klimaat en Groene Groei informeert de Kamer voor 1 mei nader over dit pakket. De maatregelen passen binnen de bestaande middelen op de Rijksbegroting. Budgettaire verwerking en autorisatie door de Kamer zal op een later moment plaatsvinden. Pas na die autorisatie zullen de uitgaven daadwerkelijk plaats kunnen vinden. 3.5 Herstel- en Veerkrachtplan Door middel van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) maakt Nederland aanspraak op 5,4 miljard euro aan middelen uit de Europese Herstel en Veerkrachtfaciliteit (HVF). Het HVP is een rijksbreed programma met
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
31
hervormingen en investeringen.7 8De HVF is zo opgebouwd dat uitbetaling conditioneel is aan het behalen van hervormingen en investeringen. De middelen worden in vijf tranches uitgekeerd als de vastgelegde mijlpalen en doelstellingen zijn behaald. In 2024 zijn de eerste twee (van in totaal vijf) betaalverzoeken ingediend met in totaal een waarde van 2,5 miljard euro. Het eerste betaalverzoek is in september 2024 uitbetaald. Het tweede betaalverzoek is inmiddels positief beoordeeld door de Europese Commissie en de Raad. Nederland verwacht de uitbetaling voor de zomer van 2025. Om ook de volgende betaalverzoeken in te kunnen dienen is het van belang dat alle investeringen en hervormingen tijdig kunnen worden behaald. Voor deze investeringen en hervormingen is onder andere een spoedige implementatie van een aantal wetgevingstrajecten van belang. Het gaat hier om de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting, de Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) en de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR). Voor een spoedige implementatie van het HVP is een tijdige parlementaire behandeling van deze wetgevingstrajecten van belang.
Als mijlpalen en doelstellingen niet worden gehaald of behaalde mijlpalen en doelstellingen worden teruggedraaid, leidt dit tot een korting op grond van een kortingsmethodologie.8 Deze methodologie is opgesteld door de Europese Commissie en is in lijn met de rol die lidstaten hebben voorzien voor de Europese Commissie om toe te zien op de naleving van de plannen. De methodologie sluit ook aan bij de Nederlandse inzet om een prikkel voor hervormingen mee te geven aan lidstaten. Deze korting kan oplopen tot 600 miljoen euro per niet (volledig en tijdig) behaalde mijlpaal of doelstelling. Een eventuele korting leidt tot een tegenvaller op de rijksbe groting. Het kabinet is aanhoudend gemotiveerd om samen het rijksbrede programma van hervormingen en investeringen in het Nederlandse HVP volledig uit te voeren. Op deze manier kan het kabinet de volledige 5,4 miljard euro aan EU-middelen inzetten voor belangrijke investeringen in Nederland. Zoals afgesproken zal de Tweede Kamer over de implementatie van het HVP worden geïnformeerd bij het indienen van een betaalverzoek en ieder voorjaar en najaar over de algemene voortgang. 3.6 Medeoverheden De afgelopen maanden hebben het Rijk en medeoverheden intensieve gesprekken gevoerd om invulling te geven aan onze gezamenlijke verant woordelijkheid.
Jeugdzorg en de financiële situatie van gemeenten zijn daarbij nadrukkelijk onderwerp van gesprek geweest met gemeenten. Het kabinet zet in op goede en beheersbare jeugdzorg en een gezonde financiële positie voor gemeenten. Voor 2025 tot en met 2027 komt daarom in totaal circa 3 miljard euro cumulatief beschikbaar voor jeugdzorg en gemeenten (zie tabel 11), waarvan ook middelen voor de terugval in 2026 in het Gemeentefonds. Verder worden de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt op inhoud en beheersbaarheid en vanaf 2028 worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. Hierover worden met gemeenten afspraken gemaakt, waarbij ook wordt verwacht dat zij werken
7 Nederlands Herstel- en Veerkrachtplan | Herstel- en Veerkrachtplan | Rijksoverheid.nl 8 Kamerstuk II 21 501-07 nr. 1970
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
32
aan een adequate en doelmatige uitvoering van de Jeugdwet. In figuur 6 staat weergegeven hoe het Gemeentefonds (nominaal, dus inclusief accres) zich ontwikkelt de komende jaren. Tabel 11 Reeks Gemeenten/Jeugd
1
In miljoenen euro's ( - is saldoverbeterend)
2025
2026
2027
Reeks Gemeenten/Jeugd
414
1.312
1.283
-9
-7
3
-
400
422
412
414
424 414
1. w.v. Demping terugval gemeentefonds 2026
2028
2029
2030
2. wv Tekorten voor rekening rijk
414
414
414
414
414
3. wv. Groeipad maatregelen HA
-
498
447
-
-
-
4. wv. Eigen bjdrage Jeugdzorg
-
-
-
- 260
- 260
- 260
5. wv. Sturen op trajectduur jeugdzorg
-
-
-
- 68
- 68
- 68
6. wv. Indexeren opbrengst hervormingsagenda
-
-
-
- 507
- 507
- 507
1. Demping terugval gemeentefonds 2026 Er wordt structureel 424 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de terugval in het Gemeentefonds vanaf 2026.
2. Tekorten voor rekening rijk De deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. De structurele kosten voor het Rijk zijn 414 miljoen euro.
3. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt in 2028 gerealiseerd.
4. Eigen bijdrage jeugdzorg Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet 260 miljoen euro opleveren.
5. Sturen op trajectduur jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet 68 miljoen euro opleveren vanaf 2028.
6. Indexeren opbrengst hervormingsagenda De besparingsopgave van de Hervormingsagenda is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronder stellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. Hiernaast werken Rijk en de VNG door aan nieuwe financiële arrange menten voor Jeugdzorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning die (beter) aansluiten bij de (financieel) bestuurlijke verhoudingen en meer duidelijkheid en voorspelbaarheid voor beide partijen bieden. In afwachting van deze uitwerking is voor Wmo bij Voorjaarsnota 2024 een reeks van jaarlijks 75 miljoen euro oplopend naar 300 miljoen euro in 2029 gereser veerd voor aanvullende indexatie voor demografie/vergrijzing. Het kabinet voegt hier voor 2030 een extra tranche van 75 miljoen euro aan toe. Voor 2030 is daarmee nu 375 miljoen euro gereserveerd, structureel. Tot slot worden in de Voorjaarsnota ook andere mutaties gedaan die medeoverheden raken. Deze staan toegelicht in de verticale toelichting bij begrotingshoofdstukken 50 en 51 (gemeente- en provinciefonds).
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
33
Figuur 6 Ontwikkeling gemeentefonds inclusief accres
Bron: ministerie van Financiën
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
34
4 INKOMSTEN 4.1 Inkomstenkader
Besluitvorming Het inkomstenkader zorgt voor stabiliteit van de lastendruk voor huishoudens en bedrijven en helpt bij het beheersen van de overheidsfi nanciën. De manier om dit te doen is het compenseren van beleidsaanpas singen met gevolgen voor de inkomsten van het Rijk. De onderstaande tabel bevat een overzicht van de besluitvorming over de derving die aan de inkomstenkant is ontstaan sinds de Miljoenennota 2025 en de dekking daarvan. Het kabinet draait de voorgestelde verhoging van het btw-tarief op cultuur, media en sport terug. De Kamer had met de motie Van Dijk c.s. gevraagd om een alternatieve invulling. Dit levert een structurele derving op van 1,3 miljard euro vanaf 2026. Als dekking wordt ongeveer de helft van de reguliere inflatiecompensatie binnen de inkomstenbelasting (via de tabelcorrectiefactor) per 1 januari 2026 niet toegekend. Dit betekent dat de belastingschijven en heffingskortingen binnen de inkomstenbelasting beperkt worden gecompenseerd voor hogere inflatie. De energiebelasting voor huishoudens wordt verlaagd. De belastingver mindering binnen de energiebelasting is een vast bedrag per elektriciteitsaansluiting dat ongeacht de hoeveelheid verbruikte energie in mindering wordt gebracht op de energierekening. Deze belastingvermindering wordt in 2026, 2027 en 2028 voor met 200 miljoen euro verhoogd.
In 2026 bedraagt de belastingvermindering hierdoor 529,10 euro. Het kabinet geeft binnen box 3 definitief invulling aan de dekking voor de budgettaire derving door Hoge Raad-arresten uit juni 2024 en het jaar uitstel van de Wet werkelijk rendement. Conform de Kamerbrief uit december 2024 bestaat deze invulling uit een hoger forfait voor overige bezittingen (stijging van 1,78%-punt per 2026) en een verlaging van het heffingsvrije vermogen (naar 51.396 euro). Het forfaitaire rendement voor overige bezittingen stijgt doordat vanaf 2026 ook huurinkomsten en voordelen als gevolg van eigen gebruik worden meegerekend. Het definitieve heffingsvrije vermogen wordt vastgesteld op basis van de cMEV-raming van het CPB in augustus. Het kabinet introduceert een fiscale regeling om medewerkersparticipaties voor startups en scale-ups te stimuleren. Deze regeling biedt medewerkers van innovatieve startups en scale-ups een lagere belastingheffing in box 1, met als doel om innovatieve bedrijven en het aantrekken van talent te stimuleren. De lagere heffing wordt zo vormgegeven dat de grondslag van het inkomen uit aandelenopties wordt versmald tot 65%. Daardoor is het effectieve tarief ongeveer gelijk aan wat de heffing zou zijn als de aandelenopties in box 2 zouden zijn belast. De grondslagversmalling wordt vormgegeven in de loonheffing.
De dekking bestaat uit de afschaffing van de meewerkaftrek en de stakingsaftrek. Het toeslagpartnerschap wordt vereenvoudigd door het afschaffen van het criterium samengestelde gezinnen per 2027. Toeslagpartnerschap is één van de grootste knelpunten in het huidige toeslagenstelsel, zowel voor burgers als voor de uitvoeringsorganisaties. Het partnerbegrip is onduidelijk en sluit niet altijd goed aan op de situatie van mensen. Hierdoor ontstaan nu onwenselijke toeslagenpartnerschappen, zoals bij mantelzorgers, mensen
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
35
die tijdelijk een familielid of vriend in huis nemen, of mensen die gaan samenwonen (woningdelers) omdat zij geen eigen woning kunnen betalen. De regel dat mensen toeslagpartner worden als zij samenwonen met één andere volwassene en er daarnaast een minderjarig kind van één van beiden op het adres is ingeschreven, wordt om deze reden afgeschaft. Dit wordt gedekt door het verlagen van de vermogensgrenzen in het kindgebonden budget en de zorgtoeslag tot 113.000 euro (alleenstaanden) en 150.000 (partners). Tabel 12 Inkomstenkader Voorjaarsnota 2025 Standen in C mln. İ+ s saldoverbeterend)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
struc
1 Schrappen btw verhoging op cultuur, media en sport
- 1326
- 1326
- 1326
- 1326
- 1326
- 1326
2 Beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor
1336
1336
1336
1336
1336
1336
- 259
- 259
- 259
- 259
- 259
- 259
36
36
36
36
36
Btw cultuur, media en sport
Stelpost fiscale regelingen en constructies 3 Stelpost fiscale regelingen en constructies 4 Aanpakken constructie «vleugje zuivel» in alcoholvrije dranken Aanpakken schenk- en erfbelasting constructie estate planningstools 5 in huweljksvermogensrecht
3
4
4
4
4
4
6 Beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor
126
126
126
126
126
126
- 189
- 2381
0
1267
1267
0
Box 3 7 Uitstel WWR inclusief niet voorinvullen eigen gebruik
190
Dekking d.m.v. verhoging forfait inclusief verlagen heffingsvrije 8 vermogen in 2026 en 2027 Overige besluitvorming voorjaar 2025 9 Verhoging arbeidsongeschiktheidspremies
225
225
225
225
225
10 Verlagen energiebelasting huishoudens
- 200
- 200
- 200
0
0
0
11 Invoeren fiscale regeling werknemersopties voor startups en scale-ups
- 20
- 20,6
- 21,2
- 21,8
- 25
12 Stakingsaftrek 75^i versoberen en in 2030 afschaffen
14
14
14
19
19
13 Meewerkaftrek 75% versoberen en in 2030 afschaffen
5
5
5
7
7
Aanpassen samenvoegbepaling arbeidskorting over 14 sociale zekerheidsuitkeringen
34
33
33
33
32
- 34
- 33
- 33
- 33
- 32
Kadercorrectie: middelen voor sociale advocatuur en sociaal domein, 15 naar aanleiding van samenvoegbepaling arbeidskorting 16 Uitstel pensioen bedrag ineens
- 13
- 13
225
0
17 Verlagen lage Aof-premie
- 130
- 165
0
18 Verhogen hoge Aof-premie
130
165
0
Laten vervallen criterium samengestelde gezinnen binnen 19 de zorgtoeslag
- 1,5
- 18
- 18
- 18
- 18
- 18
5
62
70
74
70
70
20 Verlagen vermogensgrens binnen de zorgtoeslag Kadercorrectie voor dekking vervallen samengestelde gezinnen binnen 21 het WKB via verlagen vermogensgrens zorgtoeslag
-4
- 44
- 52
- 56
- 52
- 52
22 Zorgpremie-ontwikkeling door Zvw-uitgaven
- 542
- 524
- 491
- 492
- 492
- 492
23 Doorwerking ontwikkeling zorgpremies op zorgtoeslag
102
100
95
95
95
95
Compensatie zorgpremies via tarief eerste en tweede schijf IB (voor 24 deel burgers)
264
253
237
237
237
237
25 Compensatie zorgpremies via Aof (voor deel bedrjven)
176
170
160
160
160
160
Herijkingen 26 Tijdelijke tariefkorting motorrijtuigenbelasting (mrb)
36
38
15
7
1
26
17
Aanpassen toeslagpartnerbegrip zorgtoeslag: oplossing voor 27 achterblijvers noodgedwongen elders verblijvende partner
0,3
2,8
2,8
2,8
2,8
2,8
2,8
21
25
30
31
31
29 Verhogen forfait leefkilometers IB aftrek specifieke zorgkosten
-1
-1
-1
-1
- 1
-1
-1
30 Matigingsbeleid belastingrente erfbelasting
-6
Overige ontwikkelingen Ingekomen en uitgezonden werknemers betrekken bj de invoering van 28 een constant forfait van 27% voor expats
-6
-5
-5
-5
-5
-5
31 RVU-vrjstelling verlengen met 3 jaar en drempelbedrag verhogen
- 23
- 48
- 74
- 72
- 43
0
32 Verhogen RVU-heffing voor 3 jaar (tot max. 65%)
23
48
52
52
43
0
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
36
Standen in C mln. İ+ s saldoverbeterend)
2025
33 Verhogen AOF-premie voor 3 jaar (dekking rest)
2026
2027
2028
2029
2030
0
0
22
20
0
0
- 14
- 43
- 86
34 Enveloppe voor verlenging RVU-vrijstelling na ijkmoment
struc
35 Reservering verhogen RVU-heffing
0
9
52
36 Reservering verhogen AOF-premie
14
34
34
37 Amendementen bj het wetsvoorstel Belastingplan 2025
11
9
5
10
20
104
38 Doorwerking afschaffen belastingrente op zorgtoeslag
-2
2,1
2,2
2,2
2,3
2,4
2,4
Indexatie van de doelmatigheidsgrens op de invorderingsrente binnen 39 de zorgtoeslag
- 0,4
- 0,5
- 0,5
- 0,5
- 0,5
- 0,5
40 Jaar uitstel verhogen AWf-premie voor Wpc
- 96
0
41 Kadercorrectie jaar uitstel verhogen AWf-premie voor Wpc
96
0
Belastingplan 2026 42 Aanpassing SW voor biologisch kind
-9
43 Verruimen/verduidelijken fietsregeling loonbelasting
-7
-7
-7
-7
-7
-7
-3
-3
-3
-3
-3
-3
1
1
1
1
44 Afschaffen kwarttarieven motorrijtuigenbelasting (MRB) 45 Verhogen budgetreserve MIA
- 35
46 Verlagen budgetreserve VAMIL
35
47 Aanpassing aangiftetermijn erfbelasting Totaal stand inkomstenkader
195
1 0 0
-1
- 10
- 13
- 15
- 15
- 15
1005
- 1149
- 46
155
198
271
Toelichting maatregelen
1. Schrappen btw-verhoging op cultuur, media en sport Conform de motie Van Dijk c.s. wordt de verhoging van het btw-tarief op cultuur, media en sport naar 2"^ teruggedraaid. Dit levert een structurele derving op van 1,3 miljard euro vanaf 2026.
2. Beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor (TCF) De tabelcorrectiefactor is een parameter die volgt uit de inflatiecijfers van het CBS (de berekeningswijze is wettel ijk vastgelegd), waarmee onder andere de inkomstenbelasting standaard wordt aangepast aan de i nflatie. De tabelcorrectiefactor binnen de inkomstenbelasting wordt voor 5^ toegepast (per 1 januari 2026), in plaats van 100%. Dit betekent dat de belas tingschijven en heffingskortingen binnen de inkomstenbelasting beperkt worden gecompenseerd voor hogere inflatie. Dit is een lastenverzwaring ten opzichte van het basispad. Dit percentage is inclusief de dekking voor de stelpost fiscale regelingen en constructies uit de TCF.
3. Stelpost fiscale regelingen en constructies In het HLA is een stelpost opgenomen om fiscale regelingen af te bouwen en onbedoelde belastingconstructies aan te pakken.
4. Aanpakken constructie «vleugje zuivel» in alcoholvrije dranken Op alcoholvrije dranken zoals frisdrank en vruchtensappen wordt verbruiks belasting geheven. Zuivel- en sojadranken zijn vrijgesteld van verbruiks belasting. Door een klein beetje zuivel toe te voegen aan frisdrank of vruchtensappen is het mogelijk de dranken onder de uitzondering te brengen en zo de heffing te omzeilen. Met deze maatregel wordt deze constructie aangepakt. Ook suikerrijke zuiveldranken, zoals chocolade- en frambozenmelk worden hierdoor voortaan belast.
5. Aanpakken schenk- en erfbelasting constructie estate planningstools in huwelijksvermogensrecht Gehuwden kunnen in het zicht van overlijden de huwelijkse voorwaarden zo aanpassen dat erfbelasting voor een groot deel wordt vermeden. Om dit te voorkomen wordt voorgesteld dat wanneer er sprake is van een gemeenschap van goederen, schenk- of erfbelasting wordt geheven voor
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
37
zover een belastingplichtige meer dan 50X verkrijgt bij ontbinding van die gemeenschap. Deze aanpassing volgt op een uitspraak van de Hoge Raad en leidt tot een opbrengst.
6. Beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor (TCF) De tabelcorrectiefactor is een parameter die volgt uit de inflatiecijfers van het CBS (de berekeningswijze is wettel ijk vastgelegd), waarmee onder andere de inkomstenbelasting standaard wordt aangepast aan de i nflatie. De tabelcorrectiefactor binnen de inkomstenbelasting wordt voor 46,2X toegepast (per 1 januari 2026), in plaats van 51X. Dit betekent dat er binnen de belastingschijven en heffingskortingen in de inkomstenbelasting beperkt worden gecompenseerd voor hogere inflatie. Dit is een lastenverzwaring ten opzichte van het basispad. Dit percentage is een tweede stap, bovenop de dekking voor het terugdraaien van de verhoging van de btw cultuur, media en sport.
7. Uitstel WWR inclusief niet voorinvullen eigen gebruik De implementatie van de Wet Tegenbewijsregeling (compensatiestelsel) heeft geleid tot een jaar uitstel van de Wet Werkelijk Rendement (toekomstig stelsel) tot 2028. Daarnaast heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bij de tegenbewijsregeling box 3 het eigen gebruik van onroerende zaken op nihil wordt gesteld, zolang er geen wettelijke regeling is. Ook heeft er een herijking van de Wet Tegenbewijs plaatsgevonden naar aanleiding van het certificeringsproces met het CPB.
8. Dekking d.m.v. verhoging forfait inclusief verlagen heffingsvrije vermogen in 2026 en 2027 In het najaar is het kabinet een dekking overeengekomen om de derving van het uitstellen van de WWR en het niet kunnen belasten van eigen gebruik binnen de Wet Tegenbewijsregeling tot en met 2025 te dekken met twee maatregelen: een verhoging van het forfait voor overige bezittingen en een verlaging van het heffingsvrij vermogen. Het forfait voor overige bezittingen wordt verhoogd naar 7,78X. Het heffingsvrij vermogen wordt verlaagd naar 51.396 euro. Dit leidt tot een opbrengst in 2026 en 2027, tot aan de invoering van de WWR in 2028. Deze dekking zit reeds in het basispad van het CEP, en in de saldoberekeningen en hebben een positief effect op het saldo in 2026 en een negatief effect in 2027
9. Verhoging arbeidsongeschiktheidspremies De Aof-premie wordt structureel verhoogd. Dit levert 225 miljoen euro op.
10. Verlagen energiebelasting huishoudens Energiebelasting (EB) wordt geheven over het verbruik van aardgas en elektriciteit. De EB kent ook een belastingvermindering. Dit is een vast bedrag per elektriciteitsaansluiting dat ongeacht de hoeveelheid verbruikte energie in mindering wordt gebracht op de energierekening Met deze maatregel wordt de belastingvermindering in 2026, 2027 en 2028 voor 200 miljoen euro verhoogd. In 2026 wordt de belastingvermindering hierdoor 529,10 euro.
11. Invoeren fiscale regeling werknemersopties voor startups en scale-ups Er wordt een nieuwe fiscale regeling geïntroduceerd ter stimulering van medewerkersparticipatie voor startups en scale-ups. De regeling biedt medewerkers van dit soort bedrijven een lagere loonbelasting door de grondslag van inkomen uit aandelenopties te versmallen tot 65X. Ook
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
38
wordt het moment van heffing uitgesteld tot het moment van de daadwer kelijke verkoop van de aandelen. Dit leidt tot een derving. Dit wordt gedekt door de stakingsaftrek en de meewerkaftrek stapsgewijs af te schaffen.
12. Stakingsaftrek 75X versoberen en in 2030 afschaffen De stakingsaftrek is een regeling in de IB voor ondernemers die stoppen (bijvoorbeeld door verkoop van de onderneming) waardoor er over een deel van de stakingswinst geen belasting betaald hoeft te worden. Uit de evaluatie blijkt dat de regeling geen legitiem doel heeft. Met deze maatregel wordt de aftrek per 2027 verlaagd naar 908 euro en per 2030 afgeschaft, ter dekking van de nieuwe regeling voor startups en scale-ups.
13. Meewerkaftrek 75X versoberen en in 2030 afschaffen De meewerkaftrek is een regeling in de IB waardoor ondernemers van wie de partner onbetaald in de onderneming meewerkt, minder belasting over hun winst hoeven te betalen. Uit de evaluatie blijkt dat het doel van de regeling achterhaald en niet meer legitiem is. Tijdens de totstandkoming van de regeling was het voor een IB-ondernemer niet toegestaan om zijn of haar partner in dienst te nemen. Tegenwoordig is dit wel mogelijk. Met deze maatregel worden de aftrekpercentages van de winst per 2027 verlaagd en wordt de regeling per 2030 afgeschaft, ter dekking van de nieuwe regeling voor startups en scale-ups.
14. Aanpassen samenvoegbepaling arbeidskorting over sociale zekerheidsuitkeringen In maart is het parlement geïnformeerd dat het kabinet naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad de reikwijdte van de arbeidskorting gaat inperken, via de zogeheten samenvoegbepaling. Hierdoor is de arbeids korting niet meer van toepassing op sociale zekerheidsuitkeringen die via de werkgever worden betaald.
15. Kadercorrectie: middelen voor sociale advocatuur en sociaal domein, naar aanleiding van samenvoegbepaling arbeidskorting Een kadercorrectie om het mogelijk te maken dat de middelen uit de maatregel Aanpassen samenvoegbepaling arbeidskorting over sociale zekerheidsuitkeringen, kunnen worden aangewend voor sociale advocatuur en binnen het sociaal domein.
16. Uitstel pensioen bedrag ineens De invoering van de Wet herziening bedrag ineens is opnieuw uitgesteld. Pensioenuitvoerders hebben aangegeven na instemming van beide Kamers ten minste zes tot negen maanden nodig te hebben om deelnemers goed te kunnen informeren over het keuzerecht voor opname van een bedrag ineens van het ouderdomspensioen. Daarom wordt de invoering uitgesteld naar 1 juli 2026. Dit leidt tot een derving in 2025 en 2026.
17. Verlagen lage Aof-premie In 2022 heeft het kabinet, als onderdeel van het «MKB-pakket» geld vrijgemaakt voor een extra verlaging van het lage Aof-tarief. Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2025 (BP 2025) in de Tweede Kamer is dat pakket gewijzigd en de premieverlaging kleiner geworden. De aanpas singen waren daarmee niet in elk jaar even groot, waardoor het Aof-tarief voor kleine werkgevers nu een afwijkend verloop kent en het verschil met het hoge tarief in 2026 en 2027 incidenteel oploopt. Met deze maatregel wordt de korting via het lage tarief voor het mkb in 2026 en 2027 gelijk gehouden. Hiervoor wordt het lage Aof-tarief verlaagd met 0,21%-punt in 2026 en 0,23%-punt in 2027
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
39
18. Verhogen hoge Aof-premie Om het gelijk houden van de korting voor het mkb in de Aof-premie te dekken wordt het hoge Aof-tarief verhoogd met 0,03%-punt in 2026 en 0,04%-punt in 2027.
19. Laten vervallen criterium samengestelde gezinnen binnen de zorgtoeslag Het toeslagpartnerschap wordt vereenvoudigd door het afschaffen van het criterium samengestelde gezinnen per 2027 Toeslagpartnerschap is één van de grootste knelpunten in het huidige toeslagenstelsel, zowel voor burgers als voor de uitvoerbaarheid. Het partnerbegrip is onduidelijk en sluit niet altijd goed aan op de situatie van mensen. Hierdoor ontstaan nu onwenselijke toeslagenpartnerschappen, zoals bij mantelzorgers, mensen die tjdeljk een familielid of vriend in huis nemen, of mensen die gaan samenwonen (woningdelers) omdat zij geen eigen woning kunnen betalen. Deze maatregel wordt gedekt door het verlagen van de vermogensgrens in het kindgebonden budget (deze valt niet binnen het inkomstenkader) en de zorgtoeslag.
20. Verlagen vermogensgrens binnen de zorgtoeslag Het schrappen van het criterium voor samengestelde gezinnen in de toeslagen wordt gedekt door de vermogensgrenzen in de zorgtoeslag (en kindgebonden budget) voor alleenstaanden en partners respectievelijk te verlagen naar 113.000 en 150.000 euro.
21. Kadercorrectie voor dekking vervallen samengestelde gezinnen binnen het WKB via verlagen vermogensgrens zorgtoeslag Het afschaffen van het criterium samengestelde gezinnen binnen het kindgebonden budget wordt deels gefinancierd met het verlagen van de vermogensgrens in de zorgtoeslag. Om dit mogelijk te maken wordt het kader gecorrigeerd.
22. Zorgpremie-ontwikkeling door Zvw-uitgaven De meevaller binnen de Zvw-uitgaven is gebruikt om tegenvallers elders aan de uitgavenkant te dekken. Volgens de begrotingsregels moeten de lasten worden verzwaard voor het deel van de Zvw-meevaller dat elders is ingezet aan de uitgavenkant. Conform reguliere systematiek wordt dit gecompenseerd via de eerste en tweede schijf van de IB (voor het deel dat burgers afdragen) en de Aof-premie (voor het deel dat werkgevers afdragen).
23. Doorwerking ontwikkeling zorgpremies op zorgtoeslag Zie maatregel Zorgpremie-ontwikkeling door Zvw-uitgaven.
24. Compensatie zorgpremies via tarief eerste en tweede schijf IB (voor deel burgers) Zie maatregel Zorgpremie-ontwikkeling door Zvw-uitgaven.
25. Compensatie zorgpremies via Aof (voor deel bedrijven) Zie maatregel Zorgpremie-ontwikkeling door Zvw-uitgaven.
26. Herijking tijdelijke tariefkorting motorrijtuigenbelasting (mrb) In het Belastingplan 2025 is bepaald dat er een tijdelijke mrb-tariefkorting wordt ingevoerd voor emissievrije personenauto's. De raming van deze maatregel is aangepast naar aanleiding van het doorlopen van het certificeringsproces met het CPB. Met deze herijking wordt dit verwerkt.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
40
27. Herijking aanpassen toeslagpartnerbegrip zorgtoeslag: oplossing voor achterblijvers noodgedwongen elders verblijvende partner Deze maatregel is onderdeel van de maatregel Aanpassen toeslagpartner begrip: oplossing voor achterblijvers noodgedwongen elders verblijvende partner, uit de Miljoenennota 2025 (tabel 8, maatregel G5). Deze maatregel kost minder dan destijds verwacht.
28. Ingekomen en uitgezonden werknemers betrekken bij de invoering van een constant forfait van 270Zo voor expats Conform de tweede nota van wijziging van het BP25 geldt het nieuwe constante forfait van 27% van de expatregeling voor ingekomen en uitgezonden werknemers, zoals militairen en diplomaten. Ten aanzien van de ingekomen werknemers is sprake van een derving die al is meegenomen in de Miljoenennota 2025. Voor de uitgezonden werknemers leidt de versobering van 30% naar 27% tot een opbrengst die nog niet was verwerkt.
29. Verhogen forfait leefkilometers IB aftrek specifieke zorgkosten In het BP2025 en de tweede nota van wijziging zijn de vervoerskosten in de regeling aftrek specifieke zorgkosten in de IB aangepast, onder andere door invoering van een forfait voor leefkilometers. Dit forfait is vervolgens verhoogd. De wijzigingen zijn in werking getreden per 1 januari 2025. Dit leidt tot een derving die nog niet was verwerkt.
30. Matigingsbeleid belastingrente erfbelasting Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad hanteert de Belasting dienst een matigingsbeleid voor belastingrente die wordt geheven bij de erfbelasting. Dit komt er op neer dat bij een foutieve of een onvolledige aangifte de rente niet meer wordt geheven over de verschuldigde belasting, maar over het verschil tussen de verkeerde en de definitieve aangifte. Dit leidt tot een derving.
31. RVU-vrijstelling voor drie jaar verlengen en bedrag verhogen In oktober 2024 is er een akkoord bereikt over de Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU). Met dit nieuwe akkoord wordt de drempelvrijstelling in de RVU-heffing per 2026 verhoogd en voor drie jaar verlengd. Daarnaast is er middels een envelop geld gereserveerd voor het mogelijk verlengen van de drempelvrijstelling daarna. Dit wordt deels gedekt door een verhoging van het tarief van de RVU-heffing in stappen tot 65% in 2028 en voor het overige door een verhoging van premie voor het AOF
32. Verhogen RVU-heffing voor drie jaar Zie maatregel 31.
33. Verhogen AOF-premie voor drie jaar Zie maatregel 31.
34. Enveloppe voor verlenging RVU-vrijstelling na ijkmoment Zie maatregel 31.
35. Reservering verhogen RVU-heffing Zie maatregel 31.
36. Reservering verhogen AOF-premie (RVU) Zie maatregel 31.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
41
37. Amendementen bij het wetsvoorstel Belastingplan 2025 Bij de behandeling van het wetsvoorstel BP25 zijn acht amendementen aangenomen. De som van deze amendementen leidt tot een structurele opbrengst van 104 miljoen euro. De structurele overdekking komt door het amendement Grinwis, Stoffer en Van Dijk waarmee de uitbetaling van de algemene heffingskorting is verbreed. Dit leidt tot een derving van 102 miljoen euro in 2028, afbouwend naar nul in 2039. Er is echter een structurele dekking tegenover gezet door de reguliere i nflatiecompensatie binnen de inkomstenbelasting (via de TCF) beperkt toe te passen. Hierdoor wordt er structureel meer geld opgehaald en leidt de som van alle amende menten dus tot een structurele overdekking.
38. Doorwerking afschaffen belastingrente op zorgtoeslag De afschaffing van de belastingrente op terugvorderingen en nabetalingen werkt door op de zorgtoeslag.
39. Indexatie van de doelmatigheidsgrens op de invorderingsrente binnen de zorgtoeslag De indexering van UR IW 1990 art. 33. De doelmatigheidsgrens op de invorderingsrente wordt geïndexeerd.
40. Jaar uitstel verhogen AWf-premie voor Wpc In de Voorjaarnota 2024 is het besluit verwerkt om de crisisuitgaven van de Wet personeelsbehoud bij crisis (Wpc) te dekken door middel van een premieverhoging van het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf). Er is destijds een kadercorrectie toegepast binnen het inkomstenkader om de dekking via de AWf-premie mogelijk te maken. De begrotingsregels bieden hier de mogel ijkheid toe, omdat het een hervorming betreft. Het ingaan van de Wpc is een jaar vertraagd. Daarmee is de dekking ook een jaar later pas nodig. Dit uitstel wordt middels een kadercorrectie verwerkt.
41. Kadercorrectie jaar uitstel verhogen AWf-premie voor Wpc Zie maatregel Jaar uitstel verhogen AWf-premie voor Wpc.
42. Aanpassing schenk- en erfbelasting voor biologisch kind De Hoge Raad heeft geoordeeld dat er binnen de schenk- en erfbelasting geen onderscheid mag worden gemaakt tussen kinderen die zijn geboren binnen of buiten het huwelijk. Ter reparatie wordt voorgesteld om biologische kinderen voor de schenk- en erfbelasting gelijk te stellen met juridische kinderen, zodat ook biologische kinderen recht hebben op de kindvrijstelling en het lagere tarief. Dit leidt tot een derving.
43. Verruimen/verduidelijken fietsregeling loonbelasting Op dit moment geldt er een bijtellingsregeling voor de terbeschikkinggestelde (elektrische) fiets. Deze bijtelling geldt alleen voor fietsen die ook worden gebruikt voor privédoeleinden. Een fiets die wordt gebruikt voor woon-werkverkeer wordt geacht voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld. Dit levert problemen op voor fietsen die voor woon werkverkeer worden gebruikt, maar over het algemeen niet mee naar huis worden genomen, zoals hubfietsen. Met deze maatregel wordt de fietsregeling verduidelijkt zodat dit onbedoelde effect wordt verholpen. De maatregel zorgt ervoor dat voor 'zakel ijke' fietsen die over het algemeen niet thuis worden gestald geen bijtelling geldt. Dit leidt tot een derving.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
42
44. Afschaffen kwarttarieven motorrijtuigenbelasting (mrb) In de mrb zijn er twee kwarttarieven. Eén voor motorijtuigen die worden gehouden door kermis- of circusexploitanten en één voor motorrijtuigen die zijn ingericht als werktuig of -plaats. Met deze maatregel worden deze kwarttarieven afgeschaft. Dit leidt tot een opbrengst.
45. Verhogen budgetreserve milieu-investeringsaftrek (MIA) Het budget van de MIA is in 2024 wederom overschreden door het grote aantal aanvragen. Dit betekent dat er geen ruimte meer is bij een eventuele overschrijding in 2025 of 2026. Vanuit het oogpunt van budgettaire beheers baarheid is dat niet wenselijk. Met deze maatregel wordt de MIA budge treserve verhoogd met 35 miljoen euro. Dit voorkomt dat ondernemers onverhoopt geen gebruik meer van de MIA kunnen maken als gevolg van een verhoogd risico op vroegtijdige sluiting van de regeling. Dit leidt tot een derving. Deze wordt gedekt door de budgetreserve van de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) te verlagen.
46. Verlagen budgetreserve VAMIL Ter dekking van de verhoging van de MIA budgetreserve wordt de budge treserve van de VAMIL met 35 miljoen euro verlaagd. In tegenstelling tot de MIA werd het budget van de VAMIL de afgelopen jaren niet volledig opgemaakt.
47. Aanpassing aangiftetermjn erfbelasting Voor de erfbelasting geldt een aangiftetermjn van acht maanden na het overlijden. Deze termijn is voor de burger vaak te kort om juist en volledig aangifte erfbelasting te kunnen doen. Met deze maatregel wordt de aangif tetermjn verlengd. Dit leidt tot een derving. Budgettaire verwerking moties en amendementen najaar 2024. Bj de Algemene Politieke Beschouwingen 2024 en de behandeling van de verschillende begrotingen en het Belastingplan, is een aantal amendementen en moties aangenomen met gevolgen voor de inkomsten. De gevolgen hiervan voor het inkomstenkader worden in deze Voorjaarsnota verwerkt. Het opgetelde effect is opgenomen in het inkom stenkader. Hieronder worden alle moties en amendementen die verwerkt zijn weergegeven. Tabel 13 Budgettaire moties en amendementen najaar 2024 Stapgswjs verhogen eerste sch jf werkkostenregeling van 1,92^i 1 naar 2,16%
2025
2026
2027
2028
2029
2030 Structureel
- 20
- 20
- 59
- 59
- 59
- 59
- 59
Stapgswjs afschaffen heffingskorting 2 groen beleggen inkomstenbelasting (IB)
1
1
0
0
0
0
0
Stapsgewijs afschaffen box 3 vrijstelling 3 groen beleggen
19
19
59
59
59
59
59
Verhogen plafond periodieke giftenaftrek IB van C 250.000 naar 4 C 1,5 miljoen
-4
-8
- 11
- 15
- 19
- 19
- 19
Terugdraaien afschaffing giftenaftrek in 5 de vennootschapsbelasting (Vpb)
- 24
- 24
- 24
- 24
- 24
- 24
- 24
Verlagen budgetten willekeurige afschrjving milieu-investering (VAMIL) 6 en milieu-investeringsaftrek (MIA)
10
10
10
10
10
10
10
Twee jaar aftoppingsgrens pensioenopbouw 2e en 3e p ijler 7 niet indexeren
18
33
33
33
33
33
33
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
43
2025
2026
2027
Schrappen vermindering uitbetaling algemene heffingskorting (AHK) met de arbeidskorting (AK) bij de 8 alleenverdieners maatregel Tabelcorrectiefactor (TCF) IB voor 9 95,7% toepassen
2028
2029
2030 Structureel
- 102
- 92
- 83
0
103
103
103
103
Verhogen budget Wet Bevordering 10 Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO)
- 100
- 100
- 100
- 100
- 100
- 100
- 100
Verhogen arbeidsongeschiktheidsfonds 11 (AOF) premie met 0,04%
100
100
100
100
100
100
100
Terugdraaien drempel generieke renteaftrekbeperking (earningsstripping) voor vastgoedlichamen met verhuurd 12 vastgoed buiten toepassing laten
- 53
- 48
- 44
- 43
- 42
- 41
- 40
Beperken verhoging percentage generieke renteaftrekbeperking 13 tot 24,50Zo
51
48
45
43
41
41
41
- 54
- 54
- 54
- 54
- 54
- 54
54
54
54
54
54
54
75
75
75
- 75
- 75
- 75
10
20
104
Terugdraaien afschaffing verlaagde motorrjtuigenbelasting (mrb) tarief personenauto's die rijden op Compressed Natural Gas (CNG), Liquified Natural Gas (LNG) of Liquified 14 Petroleum Gas (LPG) 15 Verlagen budget MIA Taakstellende invoering belasting op e16 sigaretten (vapes) Kadercorrectie belasting op e17 sigaretten (vapes) Totaal
-2
11
9
5
Toelichting maatregelen
1. Stapsgewijs verhogen eerste schijf werkkostenregeling van 1,92X naar 2,16X Het percentage van de eerste schijf van de vrije ruimte van de werkkos tenregeling wordt in 2025 verhoogd van 1,92% naar 2% en vanaf 2027 naar 2,16%. Hiermee krijgen werkgevers, relatief gezien met name het mkb, meer fiscale ruimte voor goed werkgeverschap. Door uitbreiding van de vrije ruimte kunnen werkgevers bijvoorbeeld makkelijker duurzame arbeidsvoorwaarden, sportabonnementen of een extra thuiswerkvergoedingen aanbieden.
2. Stapgswjs afschaffen heffingskorting groen beleggen IB De vrijstelling groen beleggen is met ingang van 1 januari 2025 verlaagd naar 26.312 euro en de heffingskorting groen beleggen is met ingang van 1 januari 2025 verlaagd naar 0,^. Zowel de vrijstelling groen beleggen als de heffingskorting groen beleggen vervallen per 1 januari 2027
3. Stapsgewijs afschaffen box 3 vrijstelling groen beleggen Zie onderdeel 2.
4. Verhogen plafond periodieke giftenaftrek IB van 250.000 naar 1,5 miljoen euro Sinds 1 januari 2023 geldt voor de aftrek van periodieke giften aan ANBI's en verenigingen een plafond van 250.000 euro per kalenderjaar per huishouden, waarbij overgangsrecht geldt tot en met 2026. Per 1 januari 2025 zijn als gevolg van een amendement periodieke giften tot een plafond van 1,5 miljoen euro per kalenderjaar per huishouden aftrekbaar.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
44
5. Terugdraaien afschaffing giftenaftrek in de vennootschapsbelasting Als gevolg van het amendement is de giftenaftrek in de vennootschapsbe lasting (ten hoogste 50% van de winst met een maximum van 100.000 euro) niet afgeschaft.
6. Verlagen budgetten willekeurige afschrijving milieu-investering (VAMIL) en milieu-investeringsaftrek (MIA) Als onderdeel van de dekking van amendement 36602, nr. 90 is het budget voor de MIA en de Vamil met ingang van 1 januari 2025 met (in totaal) 10 miljoen euro verlaagd. Hiermee is rekening gehouden bij de jaarlijkse aanpassing van de Milieulijst.
7. Twee jaar aftoppingsgrens pensioenopbouw tweede en derde pijler niet indexeren De aftoppingsgrens van het pensioengevend loon uit de Wet op de loonbe lasting 1964 en de maximale premiegrondslag voor het bepalen van de jaarruimte voor inleg van premies voor lijfrenten uit de Wet inkomstenbe lasting 2001, worden bij het begin van kalenderjaar 2025 en 2026 niet geïndexeerd. De niet-indexering is voorgesteld ter dekking van het in stand houden van de giftenaftrek in de winstbelasting en het verruimen van de giftenaftrek in de IB.
8. Schrappen vermindering uitbetaling algemene heffingskorting (AHK) met de arbeidskorting (AK) bij de alleenverdienersmaatregel Door het amendement is de fiscale oplossing voor eenverdieners (beoogde inwerkingtreding per 2028) aangepast. In het BP2025 werd een gerichte verruiming van de uitbetaling van de algemene heffingskorting (AHK) aan de minstverdienende partner geregeld. Oorspronkelijk moest hierbij aan twee voorwaarden voldaan worden. Eén van de voorwaarden is met dit amendement vervallen. Het gaat om de vermindering van het uit te betalen bedrag met het bedrag van de arbeidskorting waar de (bijna-)alleenverdiener recht op heeft. De inkomensgrens en afbouw van de uitbetaling met het verzamelinkomen blijft bestaan.
9. Tabelcorrectiefactor (TCF) IB voor 95,70Zo toepassen Ter dekking van de budgettaire gevolgen worden de bedragen in de belastingwetten die geïndexeerd worden bij het begin van het jaar 2028 niet vermenigvuldigd met de tabelcorrectiefactor (TCF), maar met een afwijkende formule (1 + (95,7% x (TCF - 1)). Daardoor worden de bedragen minder geïndexeerd.
10. Verhogen budget Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) Het budget voor de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O), ook wel WBSO genoemd, wordt structureel verhoogd met 100 miljoen euro. De afdrachtvermindering S&O is de belangrijkste Nederlandse subsidie voor innovatieve bedrijven, waar ook kleinere bedrijven toegang toe hebben. Om juist innovatieve- en onderzoekspro jecten binnen die kleinere bedrijven meer te stimuleren, worden de percentages afdrachtvermindering voor startende en kleinere bedrijven en de grens tot waar het hogere percentage van de eerste sch ijf loopt, verhoogd.
11. Verhogen arbeidsongeschiktheidsfonds (AOF) premie met 0,040Zo De verhoging van het budget voor de afdrachtvermindering S&O wordt structureel gedekt door een verhoging van de Aof-premie met 0,04%.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
45
12. Terugdraaien drempel generieke renteaftrekbeperking (earningsstripping) voor vastgoedlichamen met verhuurd vastgoed buiten toepassing laten In het BP2025 was een antifragmentatiemaatregel opgenomen als gevolg waarvan de door de drempel geboden aftrekruimte in de generieke renteaf trekbeperking buiten toepassing zou blijven voor vastgoedlichamen met aan derden verhuurd vastgoed. De Kamer heeft met dit amendement besloten om deze antifragmentatiemaatregel niet in te voeren. De dekking hiervoor is gevonden in het gedeeltelijk niet doorvoeren van de voorgenomen verhoging van het percentage van de generieke renteaftrek beperking. Dit betekent dat het verschil tussen de rentelasten en rentebaten ter zake van geldleningen (saldo aan renten) niet aftrekbaar is voor zover het hoger is dan 24,5% van de gecorrigeerde winst, dit percentage zou aanvankelijk 25% zijn.
13. Beperken verhoging percentage generieke renteaftrekbeperking tot 24,50Zo Zie onderdeel 12.
14. Terugdraaien afschaffing verlaagde motorrijtuigenbelasting (mrb) tarief personenauto's die rijden op Compressed Natural Gas (CNG), Liquified Natural Gas (LNG) of Liquified Petroleum Gas (LPG) In het Belastingplan 2024 is besloten om per 1 januari 2026 de kortingsre geling in de motorrijtuigenbelasting af te schaffen voor personenauto's die rijden op CNG, LNG of LPG. Via een amendement op het BP2025 is echter geregeld dat deze regeling toch behouden blijft. De hierdoor ontstane derving (54 miljoen euro) is gedekt door het budget van de MIA te verlagen.
15. Verlagen budget met MIA Als onderdeel van de dekking van amendement 36602, nr. 66 wordt het budget van de MIA vanaf 2026 met 54 miljoen euro verlaagd via een aanpassing van de Milieulijst, die jaarlijks wordt vastgesteld.
16. Taakstellende invoering belasting op e-sigaretten (vapes) Ter dekking van de OCW-begroting is taakstellend per 2029 de invoering van een belasting op e-sigaretten (vapes) opgenomen. De vormgeving en uitvoerbaarheid van deze maatregel wordt op dit moment onderzocht.
17. Kadercorrectie belasting op e-sigaretten (vapes) Een kadercorrectie om dekking van de OCW-begroting mogelijk te maken. 4.2 Inkomstenraming In 2025 bedragen de ontvangsten naar verwachting 428,7 miljard euro. In de periode 2026-2030 lopen de ontvangsten verder op tot 534,9 miljard euro. Deze paragraaf begint met een korte toelichting op de gehanteerde ramingsmethodiek, gevolgd door een toelichting op de ontwikkeling van de ontvangsten tussen 2025 en 2030. Vervolgens worden voor 2025 de belangrijkste mutaties ten opzichte van de Miljoenennota 2025 toegelicht en uitgesplitst naar belastingsoort. Bijlage 6 bevat een uitsplitsing op detail niveau van de raming van de ontvangsten, op zowel EMU- als kasbasis. De inkomstenraming is een belangrijke bouwsteen voor het bepalen van het begrotingssaldo en de financieringsbehoefte van het Rijk. De inkomsten zijn sterk gevoelig voor economische ontwikkelingen. Daarom worden diverse macro-economische variabelen als input voor het ramingsmodel benut, zoals de groei van het bbp, de werkgelegenheid en de groei van
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
46
de lonen. De ontwikkeling van deze economische variabelen wordt geschat door het CPB. Via een econometrisch model wordt wat er in de economie gebeurt per belastingsoort vertaald naar een verwachte ontwikkeling van de opbrengst: de endogene ontwikkeling. Om vervolgens te komen tot een raming van de ontvangsten wordt die informatie gecombineerd met recente realisaties van de ontvangsten, de effecten van nieuw beleid en eventuele specifieke bijstellingen (bijvoorbeeld vanwege relevante uitvoeringsinformatie). Tabel 14 laat zien dat de ontwikkeling van de ontvangsten grotendeels wordt gedreven door endogene ontwikkelingen en daarbij ongeveer gelijke tred houdt met de waardeontwikkeling van het bbp. De tabel toont de ontwikkeling van de totale ontvangsten over de periode 2025 tot en met 2030. De raming van de endogene groei is gebaseerd op het economisch beeld zoals geraamd door het CPB in het CEP 2025. De regel voor beleids maatregelen bevat de geraamde effecten van beleid, inclusief het beleid aangekondigd in deze Voorjaarsnota.9 Tabel 14 Ontwikkeling van de opbrengst uit belastingen en premies op EMU-basis (in miljarden euro) 2025
2026
2027
2028
2029
2030
Belastingen en premies volksverzekeringen
326,5
346,7
359,7
374,8
389,9
403,3
- waarvan belastingen
281,8
301,4
311,3
323,1
336,2
347,5
- waarvan premies volksverzekeringen
44,6
45,3
48,4
51,7
53,7
55,8
Premies werknemersverzekeringen
102,2
106,3
115,9
121,0
126,0
131,6
Totaal
428,7
534,9
453,0
475,6
495,8
515,9
Mutatie
24,3
22,6
20,2
20,1
19,0
- waarvan endogene groei
18,4
17,5
20,4
17,8
18,2
- waarvan beleid
5,9
5,0
- 0,2
2,3
0,8
Endogene groei in 7
4,37
3,907o
4,37
3,67
3,57
Waardeontwikkeling bbp in 7
4,37
4,007o
4,17
3,77
n.n.b.
Bron: ministerie van Financiën Ten opzichte van de stand Miljoenennota 2025 zijn de geraamde inkomsten voor 2025 opwaarts bijgesteld met 3,6 miljard euro. Tabel 15 splitst de mutatie van de geraamde ontvangsten in 2025 uit in een deel dat wordt verklaard door beleidswijzigingen die sinds de Miljoenennota 2025 zijn doorgevoerd en een overig deel. Het overige deel bestaat uit de doorwerking van de inmiddels bekende definitieve realisaties van 2024 op de raming voor 2025, en uit nieuwe inzichten in de groei van de ontvangsten in 2025 zelf ('endogene ontwikkeling'). De endogene ontwikkeling hangt in de regel samen met ontwikkelingen in de economie die anders uitpakken dan verwacht en met algemene ramingsonzekerheid. Voor 2025 is de verticale endogene ontwikkeling per saldo positief. De doorwerking van de ontvangsten in 2024 - die nader worden toegelicht in het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2024 - is negatief: - 2,9 miljard euro.10 Het economisch beeld voor 2025 op basis van
9 Hierbij geldt als kanttekening dat deze nieuwe beleidsmaatregelen ook weer de groei van de economie, en daarmee van de belastingen zelf, kunnen beïnvloeden. Omdat geen nieuwe economische raming van het CPB beschikbaar is, is dit effect (de «ex post» doorwerking van beleid) geen onderdeel van deze raming. Het beleid is dus alleen «ex ante» meegenomen. 10 De gerapporteerde doorwerking 2024 komt in deze tabel niet exact overeen met het verschil tussen geraamde en gerealiseerde ontvangsten in 2024. Dit verschil is aanvullend gecorrigeerd voor de opwaartse effecten in 2024 als gevolg van anticipatie box 2 en de gewijzigde boekingswaijze van het box 3-arrest (in totaal 4,6 miljard euro). Deze effecten werken namelijk per definitie niet door in toekomstige jaren.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
47
het CEP 2025 leidt juist tot hogere geraamde ontvangsten 1+4,4 miljard euro) dan het beeld op basis van de vorige raming (MEV 2025). Dit komt onder meer door een hogere geraamde groei van het nominale bbp (5,6% in plaats van 4,3%) en een groter aantal gewerkte uren. Daarnaast zijn er wijzigingen in de geraamde effecten van beleid. Dit is grotendeels terug te voeten op een aangepaste boekingswijze sinds het opstellen van de Miljoenennota 2025 van de derving van belastinginkomsten voor de tegenbewijsregeling voor box 3. Tabel 15 Overzicht mutaties van de inkomsten sinds Miljoenennota 2025 (in miljarden euro) Stand Miljoenennota 2025 Mutatie - waarvan doorwerking 2024* - waarvan economisch beeld 2025 - waarvan beleid Stand Voorjaarsnota 2025
Inkomsten 425,1 3,6 - 3,0 4,4 2,3 428,7
Bron: ministerie van Financiën Figuur 5 toont voor enkele belangrijke belastingsoorten de verticale ontwikkeling van de verwachte ontvangsten. De verschillen bij de meeste belastingsoorten zijn beperkt. De ontvangsten van de loon- en inkomensheffing vormen de belangrijkste inkomstenbron.11 De geraamde inkomsten hiervan zijn nauwelijks gewijzigd. Bij de meeste andere belastingsoorten is sprake van een lichte stijging van de geraamde ontvangsten, in lijn met het gunstigere economische beeld. De accijnzen vormen hierop een uitzon dering. Onderliggend heeft dit betrekking op lagere verwachte ontvangsten uit de tabaksaccijns. Dit hangt samen met lager-dan-verwachte ontvangsten gedurende de laatste maanden van 2024, die ook doorwerken in de verwachting voor 2025.11
11 De loon- en inkomensheffing bestaat uit inkomsten uit zowel de loon- en inkomstenbelasting als de premies volksverzekeringen, die als één geheel worden geïnd.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
48
Figuur 7 Vergelijking inkomsten in 2025 volgens Miljoenennota 2025 en Voorjaarsnota 2025 (in miljarden euro) Loon- en inkomensheffing Premie werknemersverzekeringen (incl. zorgpremies) Omzetbelasting Vennootschapsbelasting Auto- en milieuheffingen Accijnzen Overdrachts- en assurantiebelasting (rechtsverkeer) Dividendbelasting Overig 0 U MN25
50
100
150
200
U VJN25
Bron: ministerie van Financiën Het ministerie van Financiën corrigeert de verwachte ontvangsten op EMU-basis voor ontvangsten die betrekking hebben op coronaschulden. Betalingen die hierover plaatsvinden, worden teruggelegd naar het jaar waarin de schuld is ontstaan (2020 of 2021). Per eind 2024 staat nog een totale schuld van 10,2 miljard euro open. De raming van de belas tingontvangsten houdt er rekening mee dat een deel van de schuld niet wordt afbetaald, bijvoorbeeld door faillissement. In de raming van de kasontvangsten is aangenomen dat 3,5 miljard euro (35%) van de resterende schuld uiteinde! jk oninbaar is. Deze inschatting is gebaseerd op de verdeling van de resterende schulden naar status (bij met termijnen, kleine achterstand, grote achterstand, of in invordering).12
12 Voor een uitgebreide toelichting op de laatste stand van zaken met betrekking tot coronabelastingschulden wordt verwezen naar Kamerstukken II 2024-2025 31066-1463.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 725, nr. 1
49
5 OVERHEIDSSALDO EN SCHULD 5.1 Ontwikkeling overheidssaldo en schuld Het geraamde EMU-saldo blijft in de kabinetsperiode tussen - 1,9/ bbp en - 3,0/ bbp. Dit jaar zal de schuld naar verwachting uitkomen op 45,2 0Zo bbp en 50,0X bbp bedragen aan het einde van de meerjarenperiode. Daarmee blijft Nederland voldoen aan de Europese grenswaarden. De totale overheidsfinanciën bestaan uit verschillende onderdelen. Dit is te zien in tabel 16. De inkomsten worden opgeteld bij de netto-uitgaven binnen het uitgavenkader, de overige netto-uitgaven en de correcties voor het EMU-saldo. Dit leidt tot het saldo van de centrale overheid. Hier wordt het EMU-saldo decentrale overheden bij opgeteld om tot het totale EMU-saldo voor de collectieve sector te komen. Tabel 16 Ontwikkeling overheidsfinanciën (in miljarden euro, tenzij anders aangegeven) 2025