[I25.07077] Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijzing 2025)
Tekst van het document
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
25
2.3 Weerstandsvermogen en risicomanagement Het doel van risicomanagement is structureel bij te dragen aan het in control zijn van de VRR. De doelstellingen en de kaders van risicomanagement zijn beschreven in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Het Algemeen bestuur heeft in de vergadering van december 2024 deze nota vastgesteld met een aantal wijzigingen ten opzichte van de vorige nota. De belangrijkste wijziging betreft een uitspraak over de mate waarin de VRR in staat is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Hiervoor wordt de weerstandsratio gehanteerd en besloten is om de norm hiervoor te verlagen van 1.0 naar een bandbreedte van 0.5-0.8. Dit betekent dat de VRR ervoor kiest om niet meer middelen aan te houden dan strikt noodzakelijk is. Tevens is in de nota opgenomen dat bij de berekening van de weerstandsratio wordt uitgegaan van netto-risico’s en om de inventarisatie van de risico’s op te splitsen naar de 3 grootste stakeholders van de VRR, namelijk de gemeenten, zorgverzekeraars en het Rijk. 2.3.1 Weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Benodigde weerstandscapaciteit: De benodigde weerstandscapaciteit is gebaseerd op de risico’s die kunnen optreden in de periode 2025-2029. Deze risico’s zijn opgenomen in onderstaande tabel. Risico s = structureel i = incidenteel
Raming 2025
Risico's stakeholder gemeenten Duurzame piketorganisatie Vakbekwaamheid Claims van onverzekerbare risico's Personele capaciteit brandweer Bouwsteen verplichtend karakter Niet of beperkt verzekerbare schade Fiscale risico's Ontwikkeling GHOR Verlofsparen Totaal Risico's stakeholder gemeenten
s s s s s s s s s
Risico's Stakeholder Zorgverzekeraar Niet leveren van afgesproken diensten ambulancezorg Niet of beperkt verzekerbare schade Fiscale risico's Totaal Risico's stakeholder zorgverzekeraar
s s s
Risico's Stakeholder Rijk Fiscale risico's Alarmering bevolking Totaal Risico's stakeholder Rijk Totaalbedrag bruto risico's (bedrag x C1.000)
s s
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
-
-
-
-
115 511 PM
PM
PM
PM
PM
532 467 100 750
532 3.400 467 100 750
532 3.400 467 100 750
532 3.400 467 100 750
532 3.400 467 100 750
2.474
5.249
5.249
5.249
5.249
233 100 333
400 233 100 733
400 233 100 733
400 233 100 733
400 233 100 733
50 140 190 6.172 ||
50 140 190 6.172
50 140 190 6.172 H
50 140 190 6.172
50 50 2.857
De totaalbedragen betreffen de bruto-risico’s van dat jaar. Dat wil zeggen dat dit de verwachte kosten zijn als de risico’s zich voordoen zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. Er is een aantal risico’s waarvan wordt verwacht dat hier tegenover een compensatie zal staan. Het gaat dan om de risico’s: ^ ^ ^ ^
Bouwsteen verplichtend karakter, compensatie C 3.400k per jaar vanaf 2026 Alarmering bevolking compensatie C 140k per jaar vanaf 2026 Niet of beperkt verzekerbare schade, compensatie C 500 k per jaar. Ontwikkeling GHOR, compensatie C 750k per jaar.
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
26
Als deze verwachte compensatie van het totaalbedrag aan risico’s wordt afgetrokken resteert het bedrag aan netto-risico’s: Totaal Risico's Totaalbedrag risico's (bedrag x C1.000) Totaalbedrag verwachte compensatie (bedrag x C1.000) Totaal netto- risico's stakeholder gemeenten (bedrag x
Raming Raming 2025 2026 2.857 6.172 -1.250 -4.790 1.607 n 1.382
Raming Raming Raming 2027 2028 2029 6.172 6.172 6.172 -4.790 -4.790 -4.790 1.382 | 1.382 || 1.382
De verschillende risico’s zijn hieronder kort omschreven: Duurzame piketorganisatie en vakbekwaamheid De afgelopen jaren was door het oppakken van nieuwe ontwikkelingen en maatschappelijke veranderingen de kwaliteit van een aantal basistaken weggezakt. Dit is vooral naar voren gekomen bij de piketorganisatie en vakbekwaamheid. Met het aannemen van de Ontwikkelagenda is besloten om te investeren in o.a. de piketorganisatie en vakbekwaamheid. De investeringen in het kader van de Ontwikkelagenda zijn in 2023 gestart en dit loopt door tot en met 2026. Eind 2026 zal de kwaliteit dan op het vereiste niveau zijn. Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s Bij dit risico gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims. Omdat het bedrag hiervan moeilijk is in te schatten is advies van de Bestuurlijke Auditcommissie dit risico als PM-post opgenomen in de risicoinventarisatie. Personele capaciteit brandweervrijwilligers De personele capaciteit van de brandweervrijwilligers staat onder druk. Zeker in kleinere dorpskernen is het lastig om de paraatheid 24 uur per dag, 7 dagen in de week te garanderen. Om het probleem van de capaciteit op de kazernes op te lossen zal mogelijk extra beroepspersoneel ingezet moeten worden. Het inzetten van een beroepsmedewerker in dagdienst op een kazerne kost inclusief bijkomende kosten uit op ongeveer C 100k per jaar.
Dit bedrag is bij de 1e begrotingswijziging geactualiseerd. Bouwsteen verplichtend karakter (voorheen Deeltijdregeling brandweervrijwilligers) De positie van de brandweervrijwilligers op grond van de deeltijdrichtlijn is op grond van Europese regelgeving juridisch niet meer houdbaar. Om hiervoor een oplossing te vinden is landelijk onderzocht hoe brandweervrijwilligers te onderscheiden zijn van de beroepskrachten. Hieruit is een denkrichting ontstaan die bestaat uit 4 met elkaar samenhangende bouwstenen waarvan de eerste “Verplichtend karakter” is. Dit betekent o.a. dat een vrijwilliger te allen tijde werkt op basis van vrijwilligheid en niet kan worden verplicht om taken uit te voeren of aanwezig te zijn op een bepaald moment. Verder zijn vormen van kazernering en consignatie van vrijwilligers niet meer aan de orde. Het veiligheidsberaad heeft voor deze eerste bouwsteen een implementatieplan opgesteld dat eind 2022 is gepresenteerd. De meerkosten worden op landelijk niveau ingeschat op C 35 mln. per jaar (berekening van november 2023), en voor de VRR komt het uit op een bedrag van C 3.4 mln per jaar. In het implementatieplan was opgenomen dat de nieuwe werkwijze vanaf 2023 zou worden ingevoerd indien er dekking komt voor de extra kosten vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Het veiligheidsberaad heeft ook in 2024 nog niet besloten om tot implementatie over te gaan. Dit wordt op z’n vroegst in 2026 verwacht. Voor de komende jaren blijft het risico dat er extra kosten gemaakt moeten worden die niet worden gedekt door extra middelen wel bestaan.
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
27
Niet of beperkt verzekerbare schade De VRR krijgt steeds meer te maken met extreme premiestijging van verzekeringen. Daarnaast bestaat de kans dat een aantal risico’s niet meer verzekerbaar blijven. Deze ontwikkeling geldt voor alle veiligheidsregio’s. Sinds 2024 is de stichting Waarborgfonds in werking die is bedoeld voor nietverzekerbare risico’s in relatie tot personele verzekeringen waaraan alle veiligheidsregio’s een financiële bijdrage zullen leveren. Dit betekent dat vanaf 2024 er een nieuwe aanbieder is van de ongevallenverzekering voor alle Veiligheidsregio's in Nederland. Voor de verzekering van voertuigen blijft dit risico nog wel bestaan omdat er veel schades zijn. Dit risico zal dan ook op de lijst van risico’s blijven staan voor C 200k. Fiscale risico’s Er is regelmatig overleg met de rijksbelastingdienst over diverse fiscale onderwerpen. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van de BTW voor verschillende wettelijke en niet-wettelijke activiteiten en de vennootschapsbelasting. De VRR beschikt niet over fiscaal specialisten om de juiste toepassing van de regelgeving te waarborgen. Landelijk wordt gekeken of deze functie in gezamenlijkheid met alle regio’s kan worden geleverd. De VRR huurt hier nu expertise voor in of vraagt collegiaal advies bij andere veiligheidsregio’s.
Desalniettemin kunnen er verschillen van inzicht blijven bestaan waarin beroep en bezwaarprocedures van toepassing zijn. De uitkomst van dergelijke trajecten zijn ongewis. Daarnaast vinden er regelmatig controles plaats. Zo hebben we de afgelopen jaren controle gehad op de loonheffing en het gebruik van dienstvoertuigen. Hier zijn naheffingen uit voortgekomen. Ondanks afspraken en goede controles is dit niet altijd te voorkomen. Het risico wordt ingeschat op C250k per jaar. Ontwikkeling GHOR Op basis van onderzoek is vastgesteld, dat de GHOR voor uitdagingen staat die niet binnen de huidige formatie kunnen worden opgevangen. Uitdagingen die van belang zijn om het openbaar bestuur, gemeenten, provincie en Rijk, goed in positie te kunnen brengen en houden in geval van een crisis. Deze uitdagingen zijn ontstaan door een veranderend landschap van wet- en regelgeving en verantwoordelijkheden binnen het veiligheidsdomein en binnen het gezondheidszorgdomein. Er zal versterkt ingezet worden op het thema zorgcontinuïteit en op het ontwikkelen van zorgrisicoprofielen. Daarnaast heeft de Covid-crisis aangetoond, dat het in het belang is van het openbaar bestuur om goed zicht te hebben op de effecten van ernstige verstoringen in de continuïteit van de zorgketen. Dit moet bestendigd worden in de reguliere organisatie van de GHOR. Op dit moment vindt een nadere uitwerking hiervoor plaats.
Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat extra financiële lasten die hiermee gepaard gaan, gedekt zullen worden door het Rijk. Op basis van een verwachte uitbreiding van formatie wordt dit risico nu ingeschat op C 750k per jaar. Niet leveren van afgesproken diensten ambulancezorg Jaarlijks wordt onderhandeld met zorgverzekeraars over het budget inzake spreiding en beschikbaarheid van de ambulancezorg. Het risico bestaat dat de VRR de gemaakte afspraken met de zorgverzekeraars over het te leveren aantal diensten niet kan nakomen, bijvoorbeeld door schaarste aan personeel. Het leveren van minder diensten dan overeengekomen kan leiden tot een lager budget. Alarmering bevolking Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) in Nederland is een netwerk van ongeveer 3.800 sirenes die draadloos en onafhankelijk van elkaar aangezet kunnen worden vanuit de meldkamer. Het wordt gebruikt om te waarschuwen voor (dreigend) gevaar, met name als er gevaarlijke stoffen in de lucht aanwezig (kunnen) zijn. Plannen om het WAS op te heffen en te vervangen door NL-Alert, calamiteitenzenders en sociale media zijn meermaals uitgesteld maar het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft dit jaar aangegeven het WAS per 2025 uit te faseren. Mede op aandringen van de VRR is onderzocht om het WAS in stand te houden op risicolocaties.
Het gaat dan om risicolocaties waar sprake is van grote industriële complexen en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij zal het lokaal bestuur verantwoordelijk zijn voor het aanwijzen van deze locaties en voor het beheer van de sirenes op die locaties. Uit een onderzoek in opdracht van Justitie en Veiligheid is nu aangegeven dat het eerst en Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
28
vooral een verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s zelf is als ze ervoor kiezen het systeem nog in de lucht te willen houden. De lijn die hiermee landelijk lijkt te worden bekrachtigd wijkt af van de lijn die in onze eigen regio tot op heden is aangehouden. Voor de regio Rotterdam-Rijnmond, en met name het effect gebied van het havenindustrieel complex, heeft het systeem tot heden een duidelijke toegevoegde waarde gehad als het gaat om bijvoorbeeld het waarschuwen bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Het Dagelijks Bestuur houdt dan ook vast aan het aanhouden van het WAS systeem. Een extra risico dat naar voren is gekomen betreft het feit dat de huidige leverancier van WAS-palen de productie heeft stopgezet. Dit betekent dat gemeenten geen nieuwe WAS-palen meer kunnen plaatsen. Het risico bij instandhouding van het WAS op risicolocaties is dat de kosten door de VRR zelf gedragen zullen moeten worden. Gezien het grote aantal locaties in de regio wordt het risico voor de VRR ingeschat op C 140k per jaar. Dit is gebaseerd op een onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het najaar 2021. De uitfasering staat nu gepland vanaf 2026. Ontwikkeling vermogenspositie en weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de financiële robuustheid aan van de begroting, de jaarrekening en de financiële positie.
De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (algemene reserve) en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico’s). beschikbare weerstandscapaciteit Ratio = benodigde weerstandscapaciteit VRR hanteert voor een gezond weerstandsvermogen een bandbreedte van 0.5-0.8 waarbij voor de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van de netto-risico’s. Op basis van de verwachte ontwikkeling van het resultaat de komende jaren en de inschatting van de risico’s ontwikkelt de weerstandsratio als volgt:
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
29
Raming 2025
Weerstandsratio
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Totaal VRR Beschikbaar (x C 1.000) Benodigd, netto-risico's (x C 1.000)
4.297 1.607
4.297 1.382
4.297 1.382
4.297 1.382
4.297 1.382
Weerstandsratio netto-risico's
2,7
3,1
3,1
3,1
3,1
Benodigd, bruto-risico's (x C 1.000)
2.857
6.172
6.172
6.172
6.172
Weerstandsratio bruto risico's
1,5
0,7
0,7
0,7
0,7
Beschikbaar (x C 1.000) Benodigd, netto-risico's (x C 1.000)
1.543 1.391
1.543 765
1.543 765
1.543 765
1.543 765
Weerstandsratio netto-risico's
1,1
2,0
2,0
2,0
2,0
Beschikbaar (x C 1.000) Benodigd, netto-risico's (x C 1.000)
2.754 167
2.754 567
2.754 567
2.754 567
2.754 567
Weerstandsratio netto-risico's
16,5
4,9
4,9
4,9
4,9
-
-
-
-
-
Stakeholder Gemeente
Stakeholder zorgverzekeraar
Stakeholder Rijk Beschikbaar (x C 1.000) Benodigd, netto-risico's (x C 1.000)
50
50
50
50
50
0,8
0,8
0,8
0,8
0,8
V
Weerstandsratio netto-risico's Norm = 0,8
Ontwikkeling weerstandsratio stakeholder gemeenten 2,5
ļ-----
2,0
I-----
ļ^
J___________________________________________________ _
^^“Weerstandsratio nettorisico's ^^“Weerstandsratio bruto risico's
„ „
1/0 I!----------------------------------------------
0,5
^^“Minimumorm = 0,5
i-------
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
2025
2026
2027
2028
2028
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
30
VRR hanteert voor een gezond weerstandsvermogen een ratio tussen de 0.5 en 0.8 waarbij voor de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van de netto-risico’s. Door de daling van de nettorisico’s in de loop van de jaren komt de ratio voor de netto-risico’s ruim boven deze norm uit. Voor de bruto-risico’s ligt de ratio binnen de bandbreedte van 0.5-0.8. Voor de stakeholder zorgverzekeraar is de weerstandsratio ruim boven de norm. Omdat er voor de stakeholder Rijk geen vermogen beschikbaar is, is er geen ruimte om het risico op te vangen 2.3.2 Kengetallen en beleidsindicatoren Financiële kengetallen Kengetallen
2e BW 2025
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Begroting
19,2/ 19,2/ 13,4/ 0,8/
Plan 2027
20,5/ 20,5/ 13,9/ 0,1/
Plan 2028
25,7/ 25,7/ 13,3/ -0,1/
Plan 2029
24,4/ 24,4/ 13,7/ 0,1/
20,2/ 20,2/ 13,6/ -0,1/
Door het dalen van het saldo bestemmingsreserve en het gelijk blijven van de algemene reserve loopt de solvabiliteitsratio terug vanaf 2025. Omdat in 2027 en 2029 relatief hoge bedragen worden onttrokken aan de bestemmingsreserves is de structurele exploitatieruimte voor deze jaren negatief. Onttrekkingen aan de bestemmingsreserves worden als incidentele baten beschouwd.
Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren taakveld Bestuur & Ondersteuning
|
2e BW 2025 Totaal
Apparaatkosten
C 2.530.446
Externe Inhuur Overhead
C 7.995.022 C 34.775.138
Beleidsindicatoren UCICIUull lUlwulVI VI 1 taakveld IHurWClU Bestuur UCďlUUl & UI Ondersteuning
per inwoner
b/o van Totaal
1,85 -
4,5/ 15,3/
-
Totaal C
2.581.055
C C
5.773.959 35.374.527 -
Formatie 2024 Totaal Fte
Begroting 2026 per inwoner 1 “/o van Totaal 1,89 3,3/ 15,3/
Formatie 2025
Fte per 1.000 inw.
Totaal Fte
Fte per 1.000 inw.
Formatie
2.266
1,68
2.276
1,68
Bezetting
2.255
1,67
2.265
1,68
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
31
2.4 Financiering Voor de uitvoering van de begroting is het van belang dat de veiligheidsregio voldoende financiële middelen heeft. Naast de inkomsten kunnen hiervoor extra middelen worden aangetrokken. In het treasurystatuut dat wordt gehanteerd zijn uitgangspunten en richtlijnen opgenomen voor het aantrekken van deze financiële middelen. Hierbij is onder andere aangegeven dat alleen financiering kan worden aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak en dat financiering zoveel mogelijk wordt beperkt en wordt afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning. In hoofdstuk 3.10 is een overzicht opgenomen van de leningen die de VRR op dit moment heeft en ook is een prognose opgenomen van nog aan te trekken leningen. Prognose nieuwe leningen Voor de uitvoering van de plannen van de veiligheidsregio zal er de komende jaren nieuwe financiering moeten worden aangetrokken. Voor 2025 en 2026 gaat het om nieuwe leningen van C 5 mln. Voor deze leningen is uitgegaan van een rentepercentage van 4,5Zo en aflossing van de lening in 10 jaar tijd. Rentegevoeligheid De VRR heeft geen derivaat overeenkomsten. Alle leningen kennen een vaste renteperiode tot het einde van de looptijd. Kredietfaciliteiten De VRR heeft geen kredietlimiet op haar rekening-courant.
Ontwikkelingen schatkistpapier Alle provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen houden hun tegoeden aan bij de Nederlandse schatkist. Schatkistbankieren betekent voor decentrale overheden, waaronder de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond valt, dat zij hun overtollige middelen aanhouden bij de schatkist bij het ministerie van Financiën. Dit houdt in dat geld niet langer bij banken buiten de schatkist mag worden aangehouden. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. Op deze gelden wordt ook rente ontvangen. In de begroting is rekening gehouden met 2Zo rente over deze middelen vanaf 2025. Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De kasgeldlimiet stelt derhalve dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal.
De kasgeldlimiet is dus een voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting voor het hele verslagjaar aangehouden. Voor de gemeenschappelijke regelingen bedraagt het percentage voor de berekening van de kasgeldlimiet voor het jaar 2025 en verder 8,20Zo.
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
32
Kasgeldlimiet 2025-2029 (bedragen x ē 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
227.629
230.744
231.321
231.310
231.763
8,2yo
8,2y0
8,2y0
8,2y0
8,2y0
-18.666
-18.921
-18.968
-18.967
-19.005
Grondslag: Lasten Begroting in procenten van de grondslag Toegestane netto vlottende schuld : Toetsing : Omvang vlottende schuld (a.) Af: Vlottende vorderingen (b.)
20.344
14.147
4.735
4.237
11.165
Saldo netto vlottende middelen (a+b)
20.344
14.147
4.735
4.237
11.165
Ruimte
39.010
33.068
23.703
23.204
30.170 ^
Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De VRR loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet Financiering decentrale overheden de renterisiconorm geformuleerd. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 2007o van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de lange leningenportefeuille zodanig over de jaren verdeeld is dat het renterisico dat voortkomt bij herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren wordt gespreid. Renterisiconorm 2025-2029 (bedragen x ē 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Netto renteherziening op vaste schuld (o/g./.u/g) Aflossingen
7.477
7.948
7.538
8.284
7.727
Renterisico
7.477
7.948
7.538
8.284
7.727
227.629
230.744
231.321
231.310
231.763
200Zo
200Zo
200Zo
200Zo
200Zo
Renterisiconorm
45.526
46.149
46.264
46.262
46.353 46.353
Lasten begroting Percentage cf. regeling
Renterisiconorm
45.526
46.149
46.264
46.262
Renterisico
7.477
7.948
7.538
8.284
7.727
Ruimte onder renterisiconorm:
38.049
38.201
38.726
37.978
38.625 ,
2.5 Onderhoud kapitaalgoederen De VRR heeft 85 panden in beheer, hiervan zijn er 24 in eigendom en 61 huur. Dit betekent dat het overgrote deel van de panden die de VRR in gebruik heeft, wordt gehuurd. De verhuurders zijn voornamelijk gemeenten. De panden verkeren over het algemeen in een voldoende tot ruim voldoende staat van onderhoud. De VRR is verantwoordelijk voor het meerjarig onderhoud op de panden in eigendom en op de gehuurde panden voor zover de VRR daar aanpassingen in heeft aangebracht. De VRR is verantwoordelijk voor het hebben van een (recent) meerjarig onderhoudsplan en maakt hiervoor gebruik van een onderhoudsbeheerssysteem. Het MJOP wordt op het moment geactualiseerd en in de loop van 2025 zal ook de omvang en noodzaak van de reserve voor het groot onderhoud die gebaseerd is op het MJOP worden geactualiseerd. De uitkomsten worden in het onderhoudsbeheerssysteem geregistreerd en de meerjarige onderhoudsplannen worden hierop aangepast. Onderhoudswerkzaamheden worden conform het meerjarig onderhoudsplan uitgevoerd.
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
33
In een aantal gevallen is de verhuurder verantwoordelijk voor het contractonderhoud (bijvoorbeeld voor gebouw-gebonden installaties). In die situaties betaalt de VRR een vergoeding aan de verhuurder. De VRR heeft een voertuigenbestand bestaande uit o.a. 182 1e lijn voertuigen zoals tankautospuiten en ambulances. Het onderhoud hiervan is merendeels uitbesteed aan derden middels onderhoudscontracten. In paragraaf 3.9 zijn overzichten opgenomen over de investeringen.
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
34
2.6 Verbonden partijen. In onderstaande tabel worden de verbonden partijen genoemd waarin de Veiligheidsregio RotterdamRijnmond een financieel, dan wel, bestuurlijk belang heeft. Naam Stichting FERM
Vestigingsplaats Rotterdam
Openbaar belang Beheersing digitale verstoringen
De stichting FERM is een in 2021 opgerichte stichting gevestigd in Rotterdam met de volgende ambitie: “Rotterdam bevindt zich in 2023 in de top van de wereld ten aanzien van het weerbaar zijn tegen digitale verstoringen.” Dat wil zeggen dat het Haven Industrieel Complex in Rotterdam digitale dreigingen - zoveel als mogelijk is - ziet aankomen en zo georganiseerd is dat het de impact van digitale verstoringen weet te beheersen. Hierdoor wordt de bedrijfscontinuïteit ondersteund, het veiligheidsrisico voor omwonenden verkleind en wordt eventuele economische schade beperkt gehouden.
De implementatie van de Europese NIS-2 richtlijn in de Nederlandse wetgeving is vertraagd naar het derde kwartaal van 2025. Hierdoor blijft er nog veel onduidelijk over de invulling van de nieuwe rol van de Inspectie Leefomgeving en Transport als landelijke toezichthouder op de voorbereiding van Cybercrisis door bedrijven. De gevolgen voor de industriële bedrijven en de VRR zullen daarom pas later duidelijk worden. Eind 2024 is bekend geworden dat in 2025 het Havenbedrijf Rotterdam een prominentere rol gaat innemen in de Stichting FERM en de financiering hiervan. Gezien de huidige geopolitieke dreiging zal het concept van FERM worden uitgebreid naar alle Nederlandse zeehavens en zal er nadrukkelijker worden gekeken om cruciale bedrijven lid te laten zijn van FERM. Dit past in de inspanningen van de VRR voor het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid Behoudens eventuele bestuursaansprakelijkheid welke verzekerd is, is er geen sprake van financiële aansprakelijkheid.
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
35
3 Financiën 3.1 Financiële ontwikkelingen Op basis van de realisatie 2024, zoals opgenomen in het jaarverslag en de jaarrekening 2024, en de laatste bekende gegevens is een 2e begrotingswijziging 2025 en begroting 2026 opgesteld. Tevens heeft een toetsing van de omvang en noodzaak van de reserves en voorzieningen plaatsgevonden. Doordat de financiële situatie van gemeenten verslechtert de komende jaren is in 2024 en begin 2025 heeft het bestuur meerdere bezuinigingsmogelijkheden besproken. Het Algemeen Bestuur heeft in de vergadering van 19 februari 2025 besloten dat voor 2026 definitief 47o bezuinigd moet worden en dat komt neer op een bedrag van ruim C 4,5 mln. Dit betreft alleen het deel van de organisatie dat wordt gefinancierd door gemeenten en niet de ambulancedienst. De Algemeen Directeur heeft de opdracht gekregen om de bezuiniging in te vullen en het Algemeen Bestuur hier periodiek over te informeren. Hierbij is aangegeven dat de bezuinigingen niet ten koste mogen gaan van de brandweerzorg. Dit is verwerkt in de begroting van 2026. Zoals afgesproken hebben we in 2025 al maatregelen genomen in ons personeelsbeleid om de personeelskosten te laten dalen. Het effect hiervan bedraagt 1,3 mln. Dit betekent dat het voordelig saldo 2025 stijgt naar 2,7 mln. De weerstandsratio komt hierdoor naar verwachting boven de 0,8.
Het Algemeen Bestuur kan besluiten om bij een weerstandsratio boven de 0,8 het voordelig saldo in relatie tot de inwonerbijdrage terug te laten vloeien naar de deelnemende gemeenten. Conform het besluit in het bestuur wordt het positief resultaat structureel doorgetrokken als onderdeel van de bezuinigingsopdracht. In de begroting 2026 leidt de aanpassing van de gemeentelijke bijdrage van C 4,5 mln. er toe dat de begroting nog met een tekort van C 1,2 mln. zou sluiten als er geen aanpassing van de kosten zou plaatsvinden. Daarom is aan de kostenkant een verdere bezuiniging doorgevoerd. Deze kostenbijstelling is conform het besluit in het Algemeen Bestuur verwerkt op de onderdelen: - het stoppen met advisering op brandveiligheidsaspecten van kleine (0 en A) evenementen, totaal C 250k. - het niet toekennen van een deel van de gelden vanuit de tranche ontwikkelagenda 2026. Het gaat dan om de gelden voor omgevingswet, hoogbouw, beveiliging ICT, doorontwikkeling business intelligence en operationele ICT. De gelden voor piket en vakbekwaamheid worden wel toegekend. Totale bezuiniging is C 650k. - het verder bezuinigen op de bedrijfsvoering en overhead, totaal C 326k. De bezuiniging zal worden gerealiseerd door natuurlijk verloop en mogelijke herplaatsing van personeel.
Voor de ambulancedienst, gefinancierd door de zorgverzekeraars, wordt een resultaat van nihil begroot in de jaren 2025-2029. De belangrijkste financiële uitgangspunten en ontwikkelingen worden hieronder toegelicht: Ambulancedienst: De begroting van het programma ambulancezorg is gebaseerd op de afspraken 2025 met de zorgverzekeraars. De gesprekken voor 2026 zullen medio 2025 starten. Dit is de reden waarom is uitgegaan van de conceptafspraken 2024. Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage: In de gemeentelijke bijdrage van 2026 verwerkt is de bezuinigingsopdracht van 47o, C4.5 mln. verwerkt. Voor 2026 is de index voor de gemeentelijke bijdrage vastgesteld op 5.27o. Hiervan heeft 2.207o betrekking op de indexatie voor 2026 en 37 betreft een inhaalindex voor de jaren 2023-2025. Naast de indexatie is rekening gehouden met de afspraken over de ontwikkelagenda. In 2026 komt de 4e (laatste) tranche van de ontwikkelagenda beschikbaar. Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
36
Totaal bijdrage 2025 (incl. ingroei Goeree Overflakkee) Bezuiniging Indexatie 2026 Tranche ontwikkelagenda Ingroei Goeree Overflakkee
Totaal bijdrage 2026 (incl. ingroei Goeree Overflakkee)
123.281.692 -4.544.751 6.174.321 1.378.525 -105.724
126.184.063
Voor 2025 is de gemeentelijke bijdrage niet gewijzigd ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025. Brede doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR): Voor de hoogte van de BDuR is uitgegaan van de brief van het ministerie van Justitie en veiligheid van december 2024 waarin de hoogte van de bijdrage van 2025 is opgenomen en tevens een prognose is afgegeven voor de jaren 2026-2028. In deze bedragen zijn nog niet de indexaties meegenomen. Voor de begrotingswijziging wordt hiervoor nu ingeschat dat het bedrag voor 2025 met 2.50Zo wordt geïndexeerd (C 467k) en voor 2026 met 2.20Zo (C 623k). Er is geen rekening gehouden met een mogelijke bezuiniging op deze uitkering zoals is opgenomen in het Hoofdlijnenakkoord. Definitieve besluitvorming hierover wordt in de loop van 2025 verwacht. Loonstijging CAO versus begroot accres: De huidige CAO van de veiligheidsregio loopt tot 31 juli 2025. Er is nog geen nieuwe CAO afgesloten en de laatste salarisverhoging dateert van 1 mei 2024. De CAO van de veiligheidsregio heeft meestal een vergelijkbare salarisstijging als de CAO van de gemeenten. Over de nieuwe CAO van de gemeenten word bij het opstellen van de begroting nog onderhandeld. Op basis van de inzet van de VNG enerzijds en de vakbonden anderzijds wordt in de begroting 2025 nu uitgegaan van een salarisstijging van 60Zo per 1 augustus. Voor 2026 wordt dit nog geïndexeerd met 2.20Zo.
Dit laatste is conform de indexatie die door de colleges van Burgemeesters en Wethouders van de deelnemende gemeenten is vastgesteld. Voor de ambulancedienst is uitgegaan van de huidige CAO-ambulancezorg die loopt tot en met einde 2024. Wel is rekening gehouden met een verwachte salarisstijging als gevolg van een nieuwe CAO. Hiermee is ook rekening gehouden in de budgetafspraak met de zorgverzekeraars. Personele inzet: De begroting is gebaseerd op een volledige bezetting van de vastgestelde formatie. FLO-Brandweer: Voor de medewerkers die onder de regeling FLO vallen is een nieuwe prognose gemaakt. Op basis van deze prognose zijn de dotaties en onttrekking aan de reserve hiervoor opnieuw bepaald. 2s loopbaanbeleid In 2024 heeft het bestuur ingestemd met het plan DOOR010 waarbij medewerkers in een bezwarende functie de mogelijkheid krijgen om langer door te werken. In een enquête hebben veel medewerkers aangegeven hiervan gebruik te willen gaan maken. Door deze regeling is de verwachting dat er minder gebruik gemaakt zal worden van de faciliteiten in het kader van het 2e loopbaanbeleid. Er heeft daarom een herijking plaatsgevonden van de omvang van de reserve die voor het 2e loopbaanbeleid is gevormd. Ontwikkeling overige kosten en investeringen: Voor de kosten van huisvesting, middelen en overige kosten is rekening gehouden met een indexatie van 30Zo in 2026.
Ook de investeringen zijn geïndexeerd met 3Z per 1-1-2026. Kapitaallasten: Afschrijvingen: De afschrijvingen zijn gebaseerd op de investeringen die zijn geactiveerd enerzijds en de verwachte afschrijvingen op de geplande investeringen anderzijds. Op basis van de verwachte ingebruikname datum en de regels rondom afschrijvingen zijn de afschrijvingen berekend. De geplande investeringen vanaf 2026 zijn geïndexeerd met 3Z.
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
37
Rentelasten: De rentelasten zijn gebaseerd op de rentekosten van de bestaande leningen en de rentekosten van nieuwe leningen die naar verwachting nog zullen worden aangegaan. Voor de nieuwe leningen in 2025-2029 is uitgegaan van een rentepercentage van 4,507o. Renteopbrengsten: Door de gestegen rente wordt er over beschikbare liquide middelen ook rente ontvangen. De hoogte van de opbrengsten is berekend op basis van een liquiditeitsprognose en een verwachte rentevergoeding van 2,507o. Projecten: In de begrotingen 2025 en 2026 en de meerjarenraming is ervan uitgegaan dat voor diverse projecten de subsidies zullen worden gecontinueerd. Het gaat dan o.a. om subsidies voor spoorincidentbestrijding (25KV), Industriële veiligheid (o.a. BRZO) en MIRG. Voor al deze projecten geldt dat zij kostendekkend zijn opgenomen. Kosten van grote crises: In het kader van de opvang ontheemden uit Oekraïne verricht de Veiligheidsregio ook in 2025 nog een aantal werkzaamheden. Er is in de begroting voor 2025 C 2,5 miljoen aan kosten en opbrengsten meegenomen. Dit is gelijk aan de aanvraag die is gedaan bij het ministerie voor vergoeding van deze kosten. Het is de bedoeling dat begin 2026 de werkzaamheden stoppen en daarom is voor dat jaar nog voor C 500k meegenomen aan kosten en opbrengsten.
3.2 Overzicht van baten en lasten per programma 2025-2029 Voor 2025 wordt nog een positief resultaat begroot. Vanaf 2026 zijn de resultaten begroot op nihil. Oorzaak hiervoor is de bezuiniging die is verwerkt. Programma's ( x C 1.000)
2e BW 2025
Begroting 2026
Plan 2027
Plan 2028
Plan 2029
Ambulancezorg
72.174
72.273
72.174
72.074
72.074
Brandweerzorg
103.769
107.677
108.167
107.996
108.323
Risico- en Crisisbeheersing
16.241
14.589
14.593
14.600
14.532
Weerbaarheid Overhead Financieringsfunctie Totaal lasten
120
120
120
120
120
34.754
35.345
35.346
35.349
35.191
1.081 231.221 II
1.122 231.362
572
741
921
227.629
230.744
231.321
Ambulancezorg
78.250
78.250
78.250
78.250
78.250
Brandweerzorg
132.189
135.231
135.443
135.654
135.654
Risico- en Crisisbeheersing
18.421
16.853
16.853
16.853
16.853
Weerbaarheid
120
120
120
120
120
Overhead
82
85
85
85
85
Financieringsfunctie Totaal baten Resultaat voor bestemming
400
400
400
229.462
230.940
231.151
400 231.362||
400 231.362
1.833
196
-170
141
0
1.138
1.133
910
627
601
627
601
Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Toevoeging bestemmingsreserve
1.138
1.133
910
Ambulancezorg
99
199
99
Brandweerzorg
1.315
739
981
486
913
Risico- en Crisisbeheersing
575
Onttrekking bestemmingsreserve
1.990
938
1.080
486
913
Resultaat na bestemming
2.685
0
0
0
311
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
38
3.3 Verschillenanalyse per programma De verschillen tussen de 1e en 2e begrotingswijziging 2025 en de 2e begrotingswijziging 2025 en begroting 2026 zijn per programma als volgt:
1e BW 2025 63.556 104.246 15.640 32.709 575 216.725 68.422 130.636 17.508 82 400 217.049 324 864 00 O)
Programma's ( x C 1.000) Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Weerbaarheid Overhead Financieringsfunctie Totaal lasten Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Weerbaarheid Overhead Financieringsfunctie Totaal baten Resultaat voor bestemming Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Toevoeging bestemmingsreserves Ambulancezorg Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Onttrekking bestemmingsreserves Resultaat na bestemming
199 967 575 1.741 1.200
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
Wijzigingen 8.618 -477 601 120 2.045 -3 10.904 9.828 1.553 913 120 12.413 1.509 274 274 -99 348 249 1.484
2e BW 2025 72.174 103.769 16.241 120 34.754 572 227.629 78.250 132.189 18.421 120 82 400 229.462 1.833
2e BW 2025
Wijzigingen
72.174 103.769 16.241 120 34.754 572 227.629 78.250 132.189 18.421 120 82 400 229.462 1.833
99 3.908 -1.653 591 169 3.115 3.042 -1.568 3 1.477 -1.638 -5 -
1.138
1.138
1.138 99 1.315 575 1.990 2.686
1.138 99 1.315 575 1.990 2.686
-5 99 -576 -575 -1.052 -2.685
39
Begroting 2026 72.273 107.677 14.589 120 35.345 741 230.744 78.250 135.231 16.853 120 85 400 230.940 196 1.133 1.133 199 739 938 0
Ambulancezorg
Ambulancezorg ( x C 1.000) Totaal lasten Totaal baten Saldo van de baten en lasten
1e BW 2025
Wijzigingen
63.556 68.422 4.8671|
8.618 9.828 1.209
2e BW 2025 72.174 78.250 6.076
2e BW 2025
Wijzigingen
72.174 78.250 6.076
99 -99
Begroting 2026 72.273 78.250 5.977
Toelichting 2025 Ambulancezorg Hogere salarislasten
Wijzigingen 2025
Incidenteel
8.329
Pilot elektrische voertuigen Hogere overige lasten
8.329
99 190
99
99
Totaal wijzigingen op de lasten
8.618
Afspraken zorgverzekeraars Overige baten
9.194 633
Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen
9.827 1.209
Structureel
190
8.519 9.194 633
-99
9.827 1.308
^ Hogere salarislasten: Voor de begroting 2025 is uitgegaan van de nieuwe afspraak met de zorgverzekeraars. Daarbij is rekening gehouden met een toename van het aantal ambulanceritten en daarmee ook hogere salarislasten. Tevens is rekening gehouden met een salarisstijging als gevolg van een nieuwe CAO. ^ Pilot elektrische voertuigen: In het kader van verduurzaming is begin 2024 gestart met een pilot van elektrische voertuigen. De elektrische voertuigen zullen naar verwachting medio 2025 in gebruik worden genomen en daardoor nemen de afschrijvingslasten toe. Dit zal gefinancierd worden uit een daarvoor gevormde bestemmingsreserve. ^ Hogere overige lasten: Voor de overige lasten is rekening gehouden met een stijging als gevolg van gestegen prijzen. ^ Afspraken zorgverzekeraars: Voor 2025 zijn er afspraken met de zorgverzekeraars over te leveren diensten en budget. Hierbij is rekening gehouden met de gestegen kosten.
Toelichting 2026: Ambulancezorg
Wijzigingen 2026
Incidenteel
Pilot elektrische voertuigen
Totaal wijzigingen op de lasten Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen
99
99
99 -
99 -
99
Structureel
99
-
Voor 2026 is voor nu dezelfde begroting gehanteerd als voor 2025. Voor de pilot elektrische voertuigen stijgen de kosten wel in 2026. Net als in 2025 zal dit gefinancierd worden uit een daarvoor gevormde bestemmingsreserve
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
40
Brandweerzorg Brandweerzorg ( x C 1.000) Totaal lasten Totaal baten Saldo van de baten en lasten
1e BW 2025
. . Wijzigingen
2e BW 2025
M M
104.246
-477
103.769
103.769
3.908
Begroting 2026 107.677
130.636 26.390 IH
1.553 2.030
132.189 28.420
132.189 28.420
3.042 -866
135.231 27.555
2e BW 2025
Wijzigingen
Toelichting 2025 Brandweerzorg
Wijzigingen 2025
Incidenteel
Structureel
Spaarverlof
419
419
FLO en 2e loopbaanbeleid
-551
-551
Kapitaalslasten Overige mutaties
-317 -28
-317 -28
Totaal wijzigingen op de lasten
-477
Projecten
1.553
Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen
1.553 2.030
^
^
^
^ ^
-
-477 1.553
-
1.553 2.030
Spaarverlof: In de begrotingswijziging is rekening gehouden met een hogere dotatie aan de voorziening spaarverlof. Op basis van ervaring uit de laatste jaren is het bedrag aangepast. FLO en 2 loopbaanbeleid: De begroting FLO is aangepast op basis van de laatste prognose die begin 2025 is gemaakt. De kosten voor het 2e loopbaanbeleid zijn geactualiseerd waarbij er rekening is gehouden dat een deel van de medewerkers gebruik zal maken van DOOR010. Kapitaalslasten: Op basis van de laatste prognose van de investeringen zijn ook de kapitaalslasten geactualiseerd. Deze vallen per saldo lager uit. Overige mutaties: Dit betreft o.a. aanpassing in de DVO+^rojecten. Projecten: Bij de projecten waren in de 1e begrotingswijziging een aantal opbrengsten onterecht toegerekend aan het programma Risico & Crisisbeheersing. In deze begrotingswijziging is dit gecorrigeerd naar het programma brandweer.
Toelichting 2026 Brandweerzorg
Wijzigingen 2026
Incidenteel
Indexatie kosten Extra inzet crisisbeheersing (BDuR) Bezuiniging Mutatie kosten gefinancierd via reseves
5.136 -258 -394 -576
-576
Totaal wijzigingen op de lasten
3.908
-576
Gemeentelijke bijdrage bezuiniging Gemeentelijke bijdrage indexatie Gemeentelijke bijdrage ontwikkelagenda tranche 2026 Indexatie opbrengsten projecten
-4.545 6.068 1.379 140
Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen
3.042 -866
Structureel 5.136 -258 -394
4.484 -4.545 6.068 1.379 140
576
3.042 -1.442
^ Indexatie kosten: De kosten zijn geïndexeerd met de indexatiepercentages zoals deze zijn opgenomen in indexeringsbrief van de colleges van Burgemeesters en wethouders van de deelnemende gemeenten. ^ Extra inzet crisisbeheersing (BDuR): In 2025 wordt er extra ingezet op crisisbeheersing en informatievoorziening dat wordt gefinancierd uit een daarvoor gevormde bestemmingsreserve van de extra BDuR-gelden. Deze kosten zijn niet meer in de begroting 2026 opgenomen. Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
41
^ Bezuiniging'. Dit betreft de bezuiniging op de kosten voor het deel dat betrekking heeft op het programma brandweer. Het gaat hierbij niet om operationele taken van de brandweerzorg. ^ Kosten gefinancierd via reserves: In de begroting zijn kosten opgenomen die gefinancierd worden uit de daarvoor gevormde bestemmingsreserves. Dit gaat o.a. om kosten aanschaf bedrijfskleding en groot onderhoud. De kosten voor aanschaf bedrijfskleding zijn eenmalig en komen niet meer terug in 2026. ^ Gemeentelijke bijdrage: De gemeentelijke bijdrage wijzigt door: ^ De bezuiniging van 407o. ^ Indexatie: hierin is ook de ingroei in de kostenverdeelsystematiek van de gemeente Goeree Overflakkee meegenomen ^ Door toekenning van de 4e tranche van de ontwikkelagenda. De bezuiniging leidt tot een daling van de gemeentelijke bijdrage, de indexatie en de toekenning van de tranche van de ontwikkelagenda leiden tot een stijging van de gemeentelijke bijdrage. Per saldo stijgt de gemeentelijke bijdrage 2.9 mln. ^ Indexatie opbrengsten projecten: Voor een aantal projecten wordt ook externe financiering ontvangen. De verwachte stijging van de kosten als gevolg van indexatie zal ook worden gecompenseerd door hogere opbrengsten.
Risico- en Crisisbeheersing Risico- en crisisbeheersing ( xC 1.000)
1e BW 2025
Totaal lasten Totaal baten Saldo van de baten en lasten
2e BW 2025
Wijzigingen
15.640 17.508 1.868
601 913 312
2e BW 2025
16.241 18.421 2.180
Begroting 2026
Wijzigingen
16.241 18.421 2.180
-1.653 -1.568 85
14.589 16.853 2.265
Toelichting 2025: Risico- en crisisbeheersing
Wijzigingen 2025
Spaarverlof
Incidenteel 39
Kosten opvang ontheemden Oekraine Naar programma weerbaarheid
2.104 -120
Kapitaalslasten Daling p-lasten
-71 -1.351
Totaal wijzigingen op de lasten
601
39 2.104 -120 -71 -1.351
2.104
Indexatie BDuR Projecten
460 -1.531
Naar programma weerbaarheid Baten t.b.v. opvang ontheemden Oekraine
-120 2.104
2.104
913 312
2.104 -
Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen
Structureel
-1.503 460 -1.531 -120
-1.191 312
^ Spaarverlof: In de begrotingswijziging is rekening gehouden met een hogere dotatie aan de voorziening spaarverlof. Op basis van ervaring uit de laatste jaren is het bedrag aangepast. ^ Kosten en baten opvang ontheemden Oekraïne: Voor de opvang van ontheemden uit de Oekraïne worden ook in 2025 nog kosten gemaakt. Deze kosten worden ook vergoed. ^ Naar programma weerbaarheid: Met de start van het programma weerbaarheid worden kosten overgeheveld vanuit het programma R&C. ^ Kapitaalslasten: Op basis van de laatste prognose van de investeringen zijn ook de kapitaalslasten geactualiseerd. Deze vallen per saldo lager uit. ^ Daling p-lasten: De personele lasten komen lager uit dan eerder was begroot. ^ Indexatie BDuR: Dit betreft de indexatie van de uitkering BDuR van 2026.
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
42
^
Projecten: Bij de projecten waren in de begrotingswijziging een aantal opbrengsten onterecht toegerekend aan het programma Risico à Crisisbeheersing. In deze begrotingswijziging is dit aangepast.
Toelichting 2026 Wijzigingen 2026
Risico- en crisisbeheersing Indexatie kosten Extra inzet crisisbeheersing
Incidenteel
Structureel
817
817
(BDuR
-227
-227
Bezuiniging Kosten opvang ontheemden Oekraine
-240 -2.003
-2.003
Totaal wijzigingen op de lasten
-1.653
-2.230
BDuR
-240
577
421
421 14
Indexatie opbrengsten projecten Baten t.b.v. opvang ontheemden Oekraine
14 -2.003
-2.003
Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen
-1.568 85
-2.003 227
435 -141
^ Indexatie kosten: De kosten zijn geïndexeerd met de indexatiepercentages zoals deze zijn opgenomen in indexeringsbrief van de colleges van Burgemeesters en wethouders van de deelnemende gemeenten. ^ Extra inzet crisisbeheersing: In 2025 wordt er extra ingezet op crisisbeheersing dat wordt gefinancierd uit een daarvoor gevormde bestemmingsreserve van de extra BDuR-gelden. Deze kosten zijn niet meer in de begroting 2026 opgenomen. ^ Bezuiniging: Dit betreft de bezuiniging op de kosten voor het deel dat betrekking heeft op het programma Risico à Crisisbeheersing. ^ Kosten en baten opvang ontheemden Oekraïne: Voor de opvang van ontheemden uit de Oekraïne worden in 2024 nog kosten gemaakt. Uitgangspunt is dat in 2025 dit project volledig is overgedragen. ^ BDuR: Dit betreft de indexatie van de uitkering BDuR van 2026. ^ Indexatie opbrengsten projecten: Voor een aantal projecten van Risico à Crisisbeheersing wordt ook externe financiering ontvangen. De verwachte stijging van de kosten als gevolg van indexatie zal ook worden gecompenseerd door hogere opbrengsten. Weerbaarheid Weerbaarheid ( x C 1.000) Totaal lasten Totaal baten Saldo van de baten en lasten
1e BW 2025
Wijzigingen -
120 120
2e BW 2025 120 120
2e BW 2025 Wijzigingen 120 120
Begroting 2026 120 120
-
In 2025 wordt gestart met het programma weerbaarheid zoals afgesproken in het bestuur. Hiervoor is vooralsnog C 120k begroot dat vanuit het programma Risico à Crisisbeheersing wordt overgeheveld. Voor 2026 is nog niet duidelijk wat dit financieel gaat betekenen. Vooralsnog is voor 2026 hetzelfde bedrag opgenomen als voor 2025.
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
43
Overhead Overhead ( x t 1.000)
1e BW 2025
Totaal lasten
32.709
Totaal baten Saldo van de baten en lasten
82 -32.626
2e BW 2025
Wijzigingen 2.045 -
2e BW 2025 Wijzigingen
Begroting 2026
34.754
34.754
591
35.345
82 -34.672
82 -34.672
3 -588
85 -35.260
, . . . , Incidenteel
Structureel
-2.045
Toelichting 2025: Overhead
Wijzigingen 2025
Spaarverlof Saas Overhead ambulance Overige mutaties
35 348 1.250
35 348 1.250
412
412
Totaal wijzigingen op de lasten
2.045
348
1.697
Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen
-
-
-
2.045
348
1.697
^ Spaarverlof: In de begrotingswijziging is rekening gehouden met een hogere dotatie aan de voorziening spaarverlof. Op basis van ervaring uit de laatste jaren is het bedrag aangepast. ^ Saas (Software as a service): In 2025 zijn er extra kosten in de begroting opgenomen voor de implementatie van 2 nieuwe softwarepakketten.. ^ Overhead ambulance: Door de nieuwe afspraken met de zorgverzekeraar stijgen de kosten van de ambulancedienst en daarmee ook de kosten die aan de overhead worden toegerekend. Daarnaast bleek dat in de 1e begrotingswijziging de kosten van overhead van de ambulancedienst te laag waren opgenomen., Toelichting 2026 Overhead
Wijzigingen 2026
Incidenteel
Structureel
Indexatie kosten
1.591
SAAS Bezuiniging
-410 -590
-410
Totaal wijzigingen op de lasten
591
-410
1.001
-410
1.001
Indexatie
Totaal wijzigingen op de baten Saldo verschillen
1.591 -590
3
3 588
^ Indexatie kosten: De kosten zijn geïndexeerd met de indexatiepercentages zoals deze zijn opgenomen in indexeringsbrief van de colleges van Burgemeesters en wethouders van de deelnemende gemeenten. ^ Saas (Software as a service): In 2025 zijn er extra kosten in de begroting opgenomen voor de implementatie van 2 nieuwe softwarepakketten. In de begroting 2026 zijn deze kosten niet meer meegenomen. ^ Bezuiniging: Dit betreft de bezuiniging op de kosten voor het deel dat betrekking heeft op het programma overhead.
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
44
3.4 Overzicht van baten en lasten - structureel en incidenteel Incidentele baten en lasten (incl. mutaties bestemmingsreserves) Totale lasten begroting Lasten t.b.v. opvang ontheemden Oekraine Totaal incidentele lasten Totaal Structurele lasten Totale baten begroting Baten t.b.v. opvang ontheemden Oekraine Totaal Incidentele baten Totaal structurele baten Resultaat (* é 1.000,-) Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel saldo (* é 1000)
Program ma
2e BW2025
Begroting 2026 230.744 |H 501 501 230.243 230.940 501 501 230.439 196 1.133 938 0 196 196
227.629 2.504 2.504 225.125 229.462 2.504 2.504 226.958 1.832 1.138 1.990 2.686 -852 1.834
R&C
R&C
2027
2028
2029
231.321
231.2211|
231.362
231.321 231.151
231.221 231.3621|
231.362 231.362
231.151 -170 910 1.080 0 -170 -170
231.362 141 H 627 486 0||
231.362 0 601 913 311 -311 0
141 141 H
De incidentele lasten en baten t.b.v. opvang ontheemden Oekraïners lopen door tot begin van 2026. In 2025 is er een positief saldo. Door de bezuiniging die in de begroting 2026 is verwerkt daalt het resultaat na bestemming in 2026 en ook het structurele saldo daalt daardoor in dat jaar. In 2027 ontstaat er een negatief structureel saldo. In dit jaar is het resultaat na bestemming nihil en doordat de onttrekking aan de reserves hoger is dan de toevoeging aan de reserves ontstaat een negatief structureel saldo. Er zijn geen structurele mutaties in de bestemmingsreserves.
3.5 Overzicht van baten en lasten - taakvelden Taakvelden 2e begrotingswijziging 2025: 0.1 Bestuur
0.4 Overhead
0.5 Treasury
0.10 Mutaties Reserves
2e Begrotingswijziging 2025
Ambulancezorg Brandweerzorg
158 332
Risico- en Crisisbeheersing Overhead
60 21
Lasten Ambulancezorg
128
34.626
128
34.626
Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Overhead Baten
-
82 82
1.138 99
263 66
1.315 575
400
1.989
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
1.2 Openbare orde en veiligheid
2.1 Verkeer en vervoer
7.1 Volks gezondheid
8.3 Wonen en bouwen
72.174 1.138
571 71
Saldo van baten en lasten (* é 1.000,-)
0.11 1.1 Resultaat van Crisis de rekening beheersing en van baten en brandweer lasten 100.951
-
1.329
10.541
2.504
111.492
2.504
1.490 3.316
1.329 H
72.174 78.250
-
132.189 16.037
2.504
148.226
2.504
-
78.250
2.685
45
4.806
Taakvelden begroting 2026: 0.1 Bestuur
0.4 Overhead
0.10 Mutaties Reserves
0.5 Treasury
Begroting 2026
Ambulancezorg
158
Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing
468 84
Overhead Lasten
128 128
35.217 35.217
0.11 1.1 Resultaat van Crisis de rekening beheersing en van baten en brandweer lasten
1.2 Openbare orde en veiligheid
2.1 Verkeer en vervoer
7.1 Volks gezondheid
8.3 Wonen en bouwen
72.273 1.133
104.802 10.825
501
115.627
501
30 740
1.133
Ambulancezorg Brandweerzorg
71 263
199 739
135.232
Risico- en Crisisbeheersing Overhead
66
-
16.472
1.355
1.519 3.383
1.355 H
72.273
4.902
78.250 501
85 -
Resultaat na bestemming Saldo van baten en lasten (* C 1.000,-)
-
3.6 Ontwikkeling van het Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de Algemene reserve en de Bestemmingsreserves en kan voor de komende jaren als volgt worden weergegeven: Eigen vermogen Algemene reserve gefinancierd zorgverzekeraars Algemene reserve VRR Totaal Algemene reserve Nog te bestemmen resultaat ARR Nog te bestemmen resultaat VRR Nog te bestemmen resultaat Bestemmingsreserves Totaal per ultimo jaar (* C 1.000,-)
Realisatie 2024
2e BW 2025
Begroting 2026
Plan 2027
Plan 2028
Plan 2029
1.768
2.754
2.754
2.754
2.754
2.754
1.182 2.950 986 361 1.347 7.448 11.745
1.543 4.297 2.685 2.685 6.596 13.578
1.543 4.297 2.685 2.685 6.792 13.774
1.543 4.297 2.685 2.685 6.622 13.604
1.543 4.297 2.685 2.685 6.763 13.745
1.543 4.297 2.996 2.996 6.451 13.744
Het verwachte positieve resultaat van 2025 is nu opgenomen als nog te bestemmen resultaat VRR. Vanaf 2026 worden resultaten van nihil verwacht en daardoor wijzigt de algemene reserve in deze jaren niet. Het verloop van het saldo van de bestemmingsreserves kan als volgt worden gespecificeerd: Bestemmingsreserves 2e Loopbaanbeleid
2024
2025
2026
2027
2028
2029
3.423
3.345
3.241
3.048
3.046
3.062
Groot onderhoud gebouwen
744
952
1.119
1.080
1.240
1.399
Eenmalige bijdrage uitw.kader i.v.m. transitie na!
212
-
-
-
-
-
Spoorincidentbestrijding
375
231
89
CBRN-steunpuntregio Rotterdam-Rijnmond
213
161
102
Bedrijfskleding
435
-
-
Innovatie vervoer
-
43
-
0
-
0 -
397
298
99
-
-
-
1.074
1.611
2.142
2.451
2.476
1.990
BDUR Crisisbeheersing
575
-
-
-
-
-
Totaal per ultimo jaar
7.448
6.596
6.792
6.622
6.763
6.451
FLO
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
46
Ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025 zijn er de volgende mutaties: il mutaties bestemmingsreserves jen in C x 1.000) 2e Loopbaanbeleid Groot onderhoud gebouwen Eenm. bijdrage uitw.kader i.v.m. transitie Spoorincidentbestrijding CBRN-steunpuntregio Rotterdam-Rijnmond Bedrijfskleding Innovatie vervoer FLO BDUR Crisisbeheersing Totaal per ultimo jaar (* C 1.000,-)
1e BW 2025 Dotatie
Wijzigingen
2e BW 2025
Onttrekki Onttrekki Onttrekki ng Dotatie ng Dotatie ng
265
-
-348
270
-348
331
-124
-
5
-
331
-124
-
-212
-
-
-
-212
-
-144
-
-
-
-144
-
-52
-
-
-
-52
-
-435
-
-
-
-435
-
-99
-
-199
-
268
-
269
-
99
537
-
-
-575
-
-
-
-575
864
-1.741
274
-249
1.138
-1.990
De reserves zijn hieronder kort toegelicht. Tweede loopbaanbeleid Ter dekking van de kosten van de uitvoering van het 2e loopbaanbeleid voor een periode van 10 jaar is in 2013 een bestemmingsreserve ingericht. Jaarlijks wordt een bedrag gedoteerd. In 2024 heeft het bestuur ingestemd met DOOR010 waarbij medewerkers in een bezwarende functie de mogelijkheid krijgen om door te blijven werken. Als gevolg hiervan zal er naar verwachting minder gebruik worden gemaakt van het 2e loopbaanbeleid. De omvang van de reserve is daarom herijkt waarbij het uitgangspunt is dat 500Zo van de medewerkers van het 2e loopbaanbeleid gebruik zullen maken. Op basis van dit uitgangspunt wordt er jaarlijks een bedrag gedoteerd van C 270k. Het is de verwachting dat de reserve tot 2043 voldoende zal zijn om de kosten van het 2e loopbaanbeleid te dekken. Groot onderhoud gebouwen In 2021 is een nieuw meer jaren onderhoudsplan gemaakt en op basis van dit plan is de jaarlijkse dotatie opnieuw bepaald. Uitgangspunt daarbij is dat de voorziening per einde 2035 op nul staat. Op basis daarvan wordt vanaf 2025 een bedrag van C 331 toegevoegd. In 2025 zal een nieuw MJOP geïmplementeerd worden. De bedragen hiervan zijn nog niet bekend. Daarom is nu nog uitgegaan van het vorig MJOP uit 2021. Uitwerkingskader meldkamer i.v.m.
transitie naar Politie Deze bestemmingsreserve is gevormd in het kader van de transitie van het beheer van de meldkamer naar de Politie. Hieraan ligt een sociaal plan ten grondslag dat tot 5 jaar na de transitie beschikbaar is voor de medewerkers die hier nog gebruik van willen maken. Op het moment zijn er geen medewerkers die hebben aan gegeven dat te willen gaan doen. Het jaar 2024 is het laatste jaar dat medewerkers hiervan gebruik kunnen maken. Spoor-incidentbestrijding Voor spoor-incidentbestrijding is een vast budget beschikbaar vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Alle incidentele lasten die dit budget te boven gaan, worden gefinancierd vanuit de bestemmingsreserve. De prognose is vooralsnog dat deze bestemmingsreserve in 2027 zal worden opgemaakt. CBRN-steunpunt Voor het CBRN-steunpunt zijn in het verleden middelen ontvangen die niet allemaal zijn gebruikt. De komende jaren worden de kosten voor het CBRN-steunpunt die niet uit de reguliere middelen kunnen worden gedekt vanuit deze reserve gefinancierd. De prognose is vooralsnog dat deze bestemmingsreserve in 2028 zal worden opgemaakt. Bedrijfskleding Om de piek in vervanging van bedrijfskleding op te vangen was een bestemmingsreserve gevormd. Hieraan is in 2023 nog een extra dotatie gedaan. In 2024 is een deel van de kleding uitgeleverd.
Het gedeelte voor de overige kleding zal in 2025 worden uitgegeven en hiervoor zal de bestemmingsreserve volledig gebruikt worden. Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025) 47
Innovatie vervoer In het kader van een duurzamere organisatie is in 2023 een pilot gestart met een elektrische ambulance die in 2024 geleverd zou worden. Door opstartproblemen zal de levering pas medio 2025 plaats gaan vinden. De pilot zal 2 jaar duren. FLO Door een wijziging in de regelgeving in 2023 werden de kosten van FLO naar achteren geschoven. In 2024 is daarom een bestemmingsreserve gevormd voor FLO om de kosten te egaliseren. Dat houdt in dat tot en met 2028 er bedragen worden gedoteerd aan de reserve en in de jaren 2029-2037 er wordt onttrokken aan de reserve. Vanaf 2027 is er geen bestemmingsreserve en zullen de kosten van FLO volledig in de exploitatie worden opgenomen. Vanaf 2037 zullen de kosten wel gaan dalen. De dotaties en onttrekkingen aan de reserve zijn geactualiseerd op basis van een nieuwe prognose die begin 2025 is opgesteld. BDUR Crisisbeheersing In 2023 is vanuit de BDuR geld ontvangen voor crisisbeheersing dat niet volledig gebruikt is, omdat de gelden pas later in het jaar beschikbaar kwamen. Met het Rijk is afgesproken, dat hiervoor een reserve gevormd kan worden die in latere jaren wordt ingezet. De VRR wil dit geld in 2025 gebruiken om de crisisorganisatie te versterken
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
48
3.7 Ontwikkeling van de voorzieningen In de jaren 2025 tot en met 2029 is de verwachting dat de ontwikkeling van de voorzieningen als volgt verloopt: Omschrijving (bedragen in Cx 1.000)
Begroting 2026
2e BW 2025
Stand 31 12-2024
Verlofsparen Ziektwet Verlofsparen DOOR010 RVU
4.944 44 2.295 168
5.944 2.295 80
Totaal
7.450
8.319
Plan 2027
6.964
Plan 2028
Plan 2029
2.295 30
7.984 2.295 -
9.004 2.295 -
10.024 2.295 -
9.289
10.279
11.299
12.319
Ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025 zijn er de volgende mutaties: Verschil mutaties voorzieningen
1e BW 2025
(bedragen in C x 1.000) Dotatie
Wijzigingen
Onttrekki ng
Dotatie
Verlofsparen
504
-
496
2e BW 2025
Onttrekki ng
Dotatie 1.000
-44
Onttrekki ng -
Ziektewet
-
-
-
Verlofsparen DOOR010
-
-
-
RVU
-
-52
-
-36
-
-88
Totaal per ultimo jaar (* C 1.000,-)
504
-52
496
-80
1.000
-132
-
-
-44 -
De verschillende voorzieningen zijn hieronder kort toegelicht. Verlofsparen Conform de CAO mogen werknemers sinds 2022 hun bovenwettelijk deel van de verlofuren inzetten voor spaarverlof. Dit spaarverlof kan ingezet worden voor een sabbatical of vervroegd pensioen. De BBV schrijft hierbij voor dat hiervoor een voorziening getroffen moet worden. Voor 2025 zal naar verwachting een bedrag van C 1.000k worden toegevoegd op basis van de ervaring van de afgelopen jaren. Na 2025 wordt een jaarlijkse dotatie voorzien van C1.020k. Ziektewet In 2023 is een nieuwe voorziening gecreëerd in het kader van de recente ontwikkelingen rondom werknemers die ziek uit dienst zijn gegaan. De VRR is wettelijk verplicht om maximaal 2 jaar door te betalen voor een ex-werknemer. De BBV-regelgeving schrijft voor dat voor de verwachte lasten in 2025 en 2026 een voorziening getroffen dient te worden. Er is ook een bureau ingeschakeld dat helpt bij het re-integratietraject van deze ex-werknemers. Naar verwachting zal het gereserveerde bedrag (C 44k) in 2025 onttrokken worden aan de reserve. Verlofsparen DOOR010 In het kader van DOOR010 hebben medewerkers bij de Brandweer de mogelijkheid om bij te tekenen en als brandweerman te blijven werken. Om van deze regeling gebruik te maken moeten medewerkers verlof sparen via het spaarverlof zodat zij eerder kunnen stoppen met werken.
In de regeling is opgenomen dat ze met het sparen bij indiensttreding moeten beginnen. Omdat medewerkers die al in dienst zijn niet de gelegenheid hebben gehad om hiervoor te sparen en ze wel in de gelegenheid worden gesteld om van DOOR010 gebruik te maken is deze voorziening gevormd in 2024. RVU Voor mensen die van de RVU (Regeling vervroegde uittreding) gebruik maken en niet onder de FLO vallen dient een verplichting opgenomen te worden conform de regelgeving van de BBV. Het betreft hier nu 3 personen die tot in 2026 en 2027 hiervan gebruik maken.
Begroting 2026 (incl. 2e begrotingswijziging 2025)
49
3.8 Financiële positie EMU-Saldo De ontwikkeling van het EMU-saldo is voor de komende jaren in onderstaande tabel opgenomen. 2025
saldo 1. Í+)
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Mutatie (im)materiële vaste activa 2. (-) Mutatie voorzieningen 3. Í+) Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 4. (-) Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van 5. (-) financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Totaal (* C 1.000,-)
2026
2027
2028
1.833
196
-170
141
-311
6.289 869
4.415 970
12.693 990
-1.624 1.020
-8.947 1.020
-3.587
-3.250
-11.873
2.785
9.656
Geprognosticeerde begin- en eindbalans De meerjarig geprognosticeerde balans geeft inzicht in de ontwikkeling van de investeringen, het aanwenden van de reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte.
Activa
Realisatie 2024
2e BW 2025
Begroting 2026
Plan 2027
Plan 2028
Plan 2029
Vaste Activa Materiële vaste activa Waarborgsommen
58.853
65.142
69.557
82.250
80.626
71.679
110
110
110
110
110
110
882
882
882
882
882
882
Vlottende Activa Voorraden Uitzettingen < 1 jaar
34.038
28.057
21.860
12.448
11.950
19.189
Overlopende activa
6.565
6.565
6.565
6.565
6.565
6.565
Liquide middelen
396
396
396
396
396
396
100.844
101.152
99.370
102.651
100.529
98.822
Realisatie 2024
2e BW 2025