[I25.04107] Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 129 juni 2023
Tekst van het document
3.2
Toegankelijkheid van het onderzoeksgebied
Ten tijde van het onderzoek was het plangebied vrij toegankelijk. Het plangebied was echter wel deels bebouwd en begroeid met bomen en struiken waardoor boren niet op iedere locatie mogelijk was. Voorafgaand aan het onderzoek is een KLIC-melding gedaan en is het boorplan daarop aangepast. Er lag echter een gastank binnen het plangebied waarvan de leiding naar het huis niet duidelijk gekarteerd was. Het was daarom niet mogelijk om de boringen nabij de gekarteerde molen uit te voeren. 3.3
Onderzoeksmethode
Door middel van het booronderzoek (VS03) zijn de fysisch-geografische en bodemkundige gegevens getoetst (verkennend booronderzoek). Daarnast is een veldverkenning uitgevoerd. Er is geboord in een grid van 10 boringen/ha, aansluitend op het grid uit 2021. Dit kwam voor het onderhavige plangebied neer op 4 boringen. (Kaart 2). De boringen zijn gezet met behulp van een edelmanboor diameter 7 cm, onder grondwater met behulp van een guts diameter 3 cm. De boringen zijn gezet tot een diepte van 4-5 meter beneden maaiveld. De opgeboorde grond is verbrokkeld, versneden, en handmatig onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals houtskool, aardewerkfragmenten, vuursteen, (verbrand) bot, grind en het voorkomen van fosfaatvlekken. NAP-hoogtes zijn via het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN-3) verkregen. De boorpunten zijn met GPS ingemeten en op een boorpuntenkaart geplot. De boorstaten zijn beschreven conform de ASB. Het onderzoek is uitgevoerd conform de in de beroepsgroep geldende richtlijnen vastgelegd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). 3.4
Resultaten veldonderzoek
De locaties van de boringen zijn weergegeven op Kaart 2. Hier zijn ook in rood de locaties weergegeven waar boringen waren gestuit op baksteen/puin, als indicatie van de posities waar de fundamenten van historische bebouwing kan worden aangetroffen.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
23
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
De vier diepe boringen (gericht op de diepere archeologie) zijn gezet tot een diepte van 4 of 5 meter beneden maaiveld. De resultaten van het aanvullende booronderzoek sluiten aan bij het onderzoek dat direct ten oosten en westen van het plangebied is uitgevoerd. In de boringen is onder een bouwvoor van 10-65 cm vooral zwak siltige klei en kleiig veen aangetroffen. Dit soort sediment is kenmerkend voor het buitengebied/komgebied. Hier werd enkel sediment afgezet bij overstromingen, terwijl in rustige periodes veen kon groeien. Alleen onderin de boringen, vanaf een diepte van 185 centimeter beneden maaiveld of meer, kunnen zandlagen worden aangetroffen. Deze wijzen op een getijdesysteem met hogere stroomsnelheden. In geen van de boringen zijn cultuur- of laklagen of kenmerken van bodemvorming aangetroffen die kunnen duiden op een archeologische vindplaats van de periode vóór de inpoldering. Boring 5353-01 is gezet direct naast de locatie die op de Kadastrale Minuut was aangegeven als watergang/boezem bij de molen. In deze boring is tot een diepte van 190 centimeter beneden maaiveld verstoorde grond aangetroffen met daaronder tot een diepte van 250 detritus met een stukje baksteen. Onder de laag detritus is de natuurlijke ondergrond van zwak siltige klei of kleiig veen aangetroffen. De boring geeft aan dat dit een locatie was net binnen de boezem.
Vervolgens is gepoogd te boren in een raai haaks op de boezem. Deze boringen stuitten allemaal vrij ondiep op puin. Bij boring 5353-01 geeft het profiel aan dat de boezem is uitgegraven, en vervolgens langzaamaan is opgevuld met detritus. Bij de sloop van de molen is het restant van de boezem opgevuld met zandige klei met baksteen en puinfragmenten. Naast het aanvullende booronderzoek is een veldverkenning uitgevoerd, gericht op restanten van historische bebouwing, met name dus de molenaarswoning en de molen zelf. Uit de veldverkenning bleek dat de restanten van de molen nog in de ondergrond zitten op de locatie van de Kadastrale Minuut; deze resten waren ondanks de begroeiing met gras nog duidelijk zichtbaar (afbeelding 4 en 5). Vanwege het risico op een niet-gekarteerde gasleiding die zich volgens de beheerder in de buurt zou bevinden, was het niet mogelijk om meer gericht onderzoek te doen in de diepere ondergrond op die locatie, maar met de boorkop kon het puin vrij gemakkelijk worden 'aangetikt' vlak onder de graszoden. Dit wijst er op dat van de molen waarschijnlijk alleen het opgaande muurwerk is gesloopt, maar dat de ondergrondse resten waarschijnlijk nog behoorlijk intact in de grond zitten.
Afbeelding 11 De locatie van de molenrestant. Op de achtergrond is het hoogteverschil tussen de Berkelsche Polder en Westpolder duidelijk zichtbaar. Foto Vestigia 23-03-2023.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
24
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Afbeelding 12 De locatie van de molenrestant met zichtbare baksteenresten (naast de tablet en vuilniszak met de eerste boormonsters). Foto Vestigia 23-03-2023.
Tijdens de gecombineerde archeologisch/cultuurhistorische veldverkenning werd duidelijk dat de bestaande molenaarswoning geen voorlopers heeft gehad. Dit zal verder worden uitgewerkt in het volgende hoofdstuk. 3.5
Conclusies veldonderzoek
Wat zijn de geo(morfo)logische en bodemkundige kenmerken van de ondergrond van het plangebied? Tijdens het aanvullende veldonderzoek is onder een bouwvoor van 10-65 cm vooral komklei met veen aangetroffen. Dit duidt op een landschap dat te nat was voor bewoning. Naar onder toe (vanaf 185 cm -mv) kwamen er tot einde boringen op 4-5 m -mv meer zandlaagjes in het natuurlijke sediment voor. In hoeverre is de oorspronkelijke bodemopbouw intact met het oog op de eventuele aanwezigheid en gaafheid van archeologische vindplaatsen? De bodemopbouw is onder de bouwvoor redelijk intact. Bevinden zich in de ondergrond van het plangebied archeologische indicatoren en zo ja, waaruit bestaan deze? Met uitzondering van de boringen die zijn gezet bij de opgevulde boezem en molenlocatie, zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren of aanwijzingen voor een vindplaats aangetroffen uit de periode van vóór de inpoldering. In geen van de boringen zijn kenmerken van bodemvorming, lak- of cultuurlagen of andere aanwijzingen voor een archeologische vindplaats aangetroffen.
Valt op basis van booronderzoek en veldverkenning vast te stellen of er binnen het plangebied sprake is van historische bebouwing, met name eventuele voorgangers van de molenaarswoning en de molenlocatie ? Op basis van het booronderzoek en veldverkenning is vastgesteld dat zowel de locatie van de molenaarswoning als de molenlocatie overeenkomen met die op de Kadastrale Minuut. Er worden geen resten van bebouwing verwacht in het noordelijke deel van het plangebied bij de bestaande
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
25
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
molenaarswoning (zie ook Hoofdstuk 4). Op de locatie van de molen zijn nog duidelijk ondergrondse resten aanwezig; waarschijnlijk is bij de sloop alleen het opgaande muurwerk verwijderd. Wat is de archeologische verwachting en wat is deze na het booronderzoek? Voor het booronderzoek bestond er een archeologische verwachting voor de zandige geullichamen van de Gantel, een veraarde laag in de top van het veen en op de zandige geulen van het Laagpakket van Wormer. Tijdens het booronderzoek zijn geen zandige geulen aangetroffen en het veen was ook onveraard. De verwachting voor restanten van de boezem en de molen is echter wel bevestigd. Geven de resultaten van het veldonderzoek aanleiding tot vervolgstappen in het kader van de planontwikkeling in relatie tot de archeologische monumentenzorg? Op basis van het booronderzoek kan de archeologische verwachting voor het aantreffen van een archeologische vindplaats uit de periodes van vóór de inpoldering naar beneden worden bijgesteld tot 'laag'. De fundering van de molen met de bijbehorende boezem is nog wel aanwezig. De meest geëigende methode om deze resten nader te karteren en te waarderen is het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek.
3.6
Conclusie en aanbevelingen op basis van het veldonderzoek
Op basis van het aanvullende inventariserend veldonderzoek door middel van boringen en een veldverkenning is vastgesteld dat de bevindingen geen aanleiding geven tot vervolgonderzoek naar een archeologische vindplaats uit de periodes van vóór de inpoldering. Binnen het plangebied zijn nog wel de resten van een molen in de ondergrond aanwezig. Geadviseerd wordt om bij de planvorming deze resten ongestoord in de bodem te laten. Indien dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd om een proefsleuvenonderzoek uit te voeren om de molen nader te karteren en te waarderen, met als doel om te bepalen of de resten nog behoudenswaardig zijn of dat deze te slecht zijn geconserveerd. Mogelijk kunnen de resten nog zichtbaar worden gemaakt, en/of kan de molenlocatie als inspiratie dienen voor het ruimtelijk ontwerp. Het bevoegd gezag, de gemeente Lansingerland, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Het is mogelijk dat dit besluit afwijkt van het advies in dit rapport. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst).
Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische 'toevalsvondst' wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Lansingerland, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
26
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
4 4.1 4.1.1
Inventarisatie en waardering cultuurhistorie Beleid Wettelijk kader
In de Erfgoedwet is voorgeschreven dat het college van burgemeester en wethouders een gemeentelijk erfgoedregister van aangewezen cultureel erfgoed bijhoudt. De wijze waarop zo'n lijst wordt gemaakt is vormvrij en hierin kunnen alle gemeentelijke erfgoederen worden opgenomen zoals monumenten, gemeentelijke cultuurgoederen en beschermde gemeentelijke verzamelingen. Voor wat betreft het gemeentelijk instrumentarium op het gebied van het beheer van het materieel erfgoed binnen de fysieke leefomgeving (het gemeentelijk grondgebied) voorziet de Erfgoedwet nadrukkelijk in de koppeling met de Omgevingswet en zo lang die niet van kracht is met de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Overheden kunnen beschikken over verschillende beleidsinstrumenten en wettelijke regelingen om het materieel erfgoed in de fysieke leefomgeving te beschermen. Dit kan op een directe wijze door de aanwijzing van een monumentale status (door het Rijk, de provincie of de gemeente) en/of het opnemen van vergunningsregels in een bestemmingsplan of provinciale omgevingsverordening. Daarnaast kunnen overheden op een indirecte wijze het materieel erfgoed in de fysieke leefomgeving beschermen via het gemeentelijk erfgoedbeleid, een erfgoedverordening of uitvoeringsvoorschriften als onderdeel van de omgevingsvergunning.
4.1.2
Provinciaal beleid
Het beleid voor cultureel erfgoed van provinciaal belang is vastgelegd in de provinciale Omgevingsvisie. Er
gelden richtlijnen of regels voor de thema's en gebieden van provinciaal belang (unieke 'Kroonjuwelen', Werelderfgoed, Archeologie, Molens, Landgoederen, Kasteelterreinen). Naast deze selectie van waarden van provinciaal belang, heeft de provincie een Cultuurhistorische Kaart opgesteld die een overzicht geeft van de cultuurhistorische kenmerken en waarden in de provincie op hoofdlijnen. Doel hiervan is om de bredere context en de ruimtelijke kwaliteit van het hierboven benoemde erfgoed van provinciaal belang te behouden en te versterken28. Op de Cultuurhistorische atlas van de provincie zijn binnen het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied geen thema's of gebieden van provinciaal belang gelegen. De net buiten het plangebied gelegen dijkrestant van de Westpolder wordt als poldergrens van redelijk hoge waarde aangegeven. Er zijn geen aanvullende bouwhistorische waarden geïnventariseerd.29
4.1.3
Gemeentelijk kader
De gemeente Lansingerland heeft de ambitie om uit te groeien tot een aantrekkelijke parkstad waarin het goed wonen, werken en recreëren is. Om die ambitie te verwezenlijken voert de gemeente een uitgesproken ruimtelijk kwaliteitsbeleid. De welstandnota en de Nota Cultuurhistorie Plus vormen hiervoor belangrijke bouwstenen. Wanneer een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist, moet het bouwplan voldoen aan redelijke eisen van welstand. Deze zijn gebiedsgericht en objectgericht opgesteld. Het plangebied valt in de categorie Agrarisch gebied: Ordenende principes en dragende kwaliteiten die van toepassing zijn op het plangebied zijn: o de herkenbare hoogteverschillen tussen dijken, bovenland en dorpspolder enerzijds en de laaggelegen droogmakerijen anderzijds (vooral Noordeinde, Klappolder, Rotte) o het watersysteem, gebiedstype Waterstructuur: voor het plangebied relevante Ordenende principes en dragende kwaliteiten zijn: ^ tussen de (hiërarchische) niveaus waterstaatkundige installaties van wisselende herkenbaarheid
28 Provincie Zuid-Holland, Cultuurhistorische kaart: https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuur-landschap/erfgoedcultuur/cultuurhistorische/ . 29 Cultuurhistorische Atlas Zuid-Holland: https://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur historische atlas.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
27
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
^
waar markante waterlopen samengaan met beeldbepalende, historische of moderne gemalen e.d. krijgt het systeem een grote leesbaarheid
De molenaarswoning en de molenrestant zijn opgenomen in bijlage 1 van de Nota Cultuurhistorie Plus als gemeentelijke monumenten, maar ze hebben deze status nooit gekregen. Het betreft dus cultuurhistorisch waardevolle objecten: (vm) Westpolder 1, nu Lies Frankenweg 1: molenfundering en vijzelgang (vm) Westpolder 2, nu Lies Frankenweg 1: molenaarswoning Cultuurhistorisch waardevolle objecten zijn van aanzienlijke betekenis voor de cultuurhistorie en/of van belang voor de beeldkwaliteit. Deze objecten worden in het bestemmingsplan aangeduid als 'cultuurhistorisch waardevol en krijgen via het bestemmingsplan bescherming van de cultuurhistorische waarde, met name wat betreft situering, volume en architectonische kenmerken.30 De objecten vallen in de categorie Voormalig historisch waterstaatsbouwwerk: een historisch waterstaatsbouwwerk die hun oorspronkelijke functie hebben verloren en nu een andere functie hebben. Ze zijn van belang als beelddragers van de geschiedenis van het waterbeheer, dat voor Lansingerland cruciaal was en is.31 4.2
Werkwijze
Voor het onderzoek zijn de Richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek (2008) en de richtlijnen voor Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de ruimtelijke ordening (2013) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gevolgd. Bij de inventarisatie gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Nota Cultuurhistorie Plus en Welstandsnota Gemeente Lansingerland Historisch kaartmateriaal Architectuurhistorische en historisch-geografische literatuur Daarnaast is op 11 april 2023 het plangebied bezocht waarbij de cultuurhistorische waarden van het erf en het exterieur van de molenaarswoning zijn geïnventariseerd en gefotografeerd. In paragraaf 3.8 wordt de huidige situatie beschreven en met foto's gedocumenteerd en in paragraaf 3.9 worden de onderdelen gewaardeerd. Paragraaf 3.10 bevat tenslotte een conclusie en aanbevelingen. 4.3 Beschrijving huidige situatie 4.3.1
Algemeen
De oude molenaarswoning, molenrestant en atelier bevinden zich op een dichtbegroeid en omheind erf aan de rand van een nieuwbouwwijk (Afbeelding 13). Het erf bevindt zich lager dan de huidige weg (de voormalige dijk) en wordt daarvan gescheiden door enkele oude wilgen. Aan de oostzijde bevindt zich een watergang van de Berkelsche Polder (Afbeelding 14) en aan de noordoostzijde de lage boezem van de Westpolder. De watergang aan de westzijde (hoge boezem) is gedempt.
30 Nota Cultuurhistorie Plus 2012, p. 98. 31 Nota Cultuurhistorie Plus 2012, p. 102.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
28
Afbeelding 13 Ligging van het erf (doorsnede noordwest - zuidoost). Links de geplande nieuwbouw in de polder, rechts de dijk. Van links naar rechts bij de rode pijlen de molenaarswoning, de molenrestant en het atelier. Foto's Vestigia 23-03-2023.
IGIA Cultuurhistorie
Afbeelding 14 De toegang tot het erf met een oude, solitaire boom. Rechts het boezemwater van de Berkelsche Polder. Foto Vestigia 23-03-2023.
4.3.2
Molenaarswoning
De eenvoudige rechthoekige molenaarswoning bestaat uit twee bouwvolumes: een oorspronkelijk deel dat ook op de Kadastrale Minuut zichtbaar is en een later toegevoegd deel. Het oorspronkelijk deel is langwerpig, heeft één woonlaag met schilddak gedekt met rode, keramische pannen en heeft twee deuropeningen en twee vensteropeningen met 16-ruits vensters aan de voorzijde (Afbeelding 15) en 12ruits venters aan de achterzijde (afbeelding 16). De gevelopeningen hebben halfsteense rollagen. De dorpels en houten kozijnen zijn gewijzigd (Afbeelding 16). De gevels hebben muurankers en zijn gedeeltelijk verzakt. De molenaarswoning is op basis van de uiterlijke kenmerken hoogst waarschijnlijk de oorspronkelijke woning uit ca. 1773, ten tijde van de bouw van de molen. Er worden daarom geen resten van voorgangers verwacht anders dan op de locatie van de bestaande molenaarswoning. De eerste aanbouw dateert waarschijnlijk van rond 195 032. Het betreft een eenlaags, gemetselde, zwart geschilderde rechthoekige aanbouw met een zolderverdieping met venster (Afbeelding 17-19). In een later stadium, mogelijk bij de plaatsing van een tweede uitbouw, is de benedenverdieping met houten planken betimmerd. Tenslotte bevindt zich aan de achterzijde nog een moderne overkapping/serre.
Vestigia BV 3811 MN Amersfoort Op basis van vermelding bouwjaar 1950 in BAG telefoon 033 277 92 00 info@vestigia.nl
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Afbeelding 15 De voorgevel van het oorspronkelijke deel van de molenaarswoning. Foto Vestigia 23-03-2023.
Afbeelding 16 (onder) Links het sterk aan de verzakking aangepaste kozijn van de voordeur; rechts het 16-ruits venster met vernieuwde dorpel. Foto's Vestigia 23-03-2023.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
31
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Afbeelding 17 Achtergevel (nu binnenmuur): Deels gewijzigde vensters en kozijnen, vernieuwd voegwerk. Foto Vestigia.
Afbeelding 18 (onder) links de noorder kopgevel is vanwege begroeiing onbereikbaar; rechts: tegen de zuider kopgevel is een aanbouw geplaatst. Foto's Vestigia 23-03-2023.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
32
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Afbeelding 19 De zuidgevel van de zwart geschilderde aanbouw. Foto Vestigia 23-03-2023. Afbeelding 20 (onder) links de aansluiting van de aanbouw op het oorspronkelijke deel van de molenaarswoning; rechts: aan de achterzijde van de aanbouw is nog een tweede aanbouw aanwezig, gemetseld in een ander type (moderne) steen. Foto's Vestigia 23-03-2023.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
33
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Afbeelding 21 Links de achtergevel van de zwart geschilderde aanbouw; rechts de derde aanbouw I serre. Foto's Vestigia 23-03-2023.
4.3.3
Molenrestant
De molenrestant is zoals eerder vermeld in hoofdstuk 3 herkenbaar als een verhoogd, zonder struikgewas of bomen bevattend, gedeelte in het gras. Aan de oppervlakte is baksteenpuin aanwezig en uit de gezette boringen blijkt, dat het puin en dus mogelijk de gehele fundering in de ondergrond aanwezig is (afbeelding 11 en 12, Hoofdstuk 3). De boezem waarop het water werd uitgeslagen is gedempt, de boezemdijk is geslecht. De watergang die zichtbaar is op afbeelding is een verbrede teensloot. 4.3.4
Erf en atelier
Het erf is sterk begroeid en doorkruist met paden (zie afbeelding 22). Er staan enkele zeer oude bomen, waaronder de boom bij de toegang tot het erf, een aantal bomen rondom de molenaarswoning en langs de erfgrens (zie afbeelding 23).
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
34
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Afbeelding 22 Sterk begroeid erf met betegelde paden, onder andere van het atelier naar de molenaarswoning. Foto's Vestigia 23-03-2023.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
35
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Afbeelding 23 Oude bomen op het erf met linksboven de boom bij de toegang tot het erf, rechtsboven en linksonder restanten van de oude boomgaard rondom de molenaarswoning en rechtsonder uitgegroeide erfgrensbeplanting. Foto's Vestigia 23-03-2023.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
36
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Op het erf staat een aantal losse objecten en elementen, die verwijzen naar het gebruik van het erf nadat het de functie van waterbeheer had verloren. Bij de ingang van het erf is in 195033 een deels gemetseld, deels houten, schuur geplaatst, dat later is gebruikt als atelier (afbeelding 24 en 25). In de schuur bevinden zich veel oude gebruiksvoorwerpen (afbeelding 26) . Verder bevinden zich op het erf een graskuil (afbeelding 27), een wateropslag (afbeelding 28) en een kleine kas (afbeelding 29).
Afbeelding 24 Het blauw met zwart geschilderd atelier met golfplaten dak en diverse aanbouwen staat dwars op de ingang tot het erf van de molenaarswoning. Foto Vestigia 23-03-2023.
Afbeelding 25 Achterzijde Z erfzijde van het atelier. Foto Vestigia 23-03-2023.
33 Op basis van vermelding bouwjaar 1950 in BAG.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
37
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Afbeelding 26 In de schuur van het atelier liggen diverse oude gebruiksvoorwerpen. Foto Vestigia 23-03-2023.
Afbeelding 27 De betonnen graskuil is sterk overgroeid. Foto Vestigia 23-03-2023.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
38
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Afbeelding 28 Aan de voorzijde van de molenaarswoning bevindt zich een betonnen wateropslag voor regenwater. Foto Vestigia 23-03-2023.
Afbeelding 29 In het gedeelte ten oosten van de molenaarswoning is een tuin met terras aangelegd, met een kleine kas. Foto Vestigia 23-03-2023.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
39
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
4.4
Waardering molenaarswoning, molenrestant en erf
Beoordelingscriteria zijn: 1. Architectuurhistorische en bouwhistorische waarden: de mate van gaafheid en uniciteit van de molenaarswoning, de molenrestant en het erf, de mate waarin latere wijzigingen afbreuk hieraan hebben gedaan; 2. Ensemblewaarde of landschappelijke waarde: de mate van gaafheid, uniciteit en herkenbaarheid van de samenhangende onderdelen in landschappelijke context (zichtbaar); 3. De (cultuur)historische betekenis van de molenaarswoning, de molenrestant en het erf vanuit de algemene historie en gebruikshistorie (onzichtbaar).
In tabel 2 wordt een overzicht gegeven van alle cultuurhistorische waarden in het plangebied. In de volgende paragrafen wordt de waardering nader toegelicht.
Object 7 element 7 structuur Molenaarswoning - totaal
Ensemble- en Architectuur landschappelijke Cultuurhistorische betekenis Datering /bouwhistorisch waarde Hoog hoog hoog
Molenaarswoning oorspronkelijke deel
Zeer hoog
n.v.t.
Zeer hoog
Molenaarswoning - 1e aanbouw
hoog
n.v.t.
hoog
Molenaarswoning achteraanbouw en serre
Geen waarde
n.v.t.
Geen waarde
Molenrestant
hoog
hoog
Zeer hoog
Erf - totaal
hoog
Redelijk hoog
hoog
Erfgrens
hoog
n.v.t.
Zeer hoog
Erfscheiding (groen)
hoog
n.v.t.
Hoog
Oude bomen m.n. rondom woning Atelier
zeer hoog
hoog
Hoog
Geen waarde
n.v.t.
Redelijk hoog
n.v.t.
Redelijk hoog
Overige erfbeplanting en Geen waarde tuinaanleg, wateropslag, graskuil Tabel 2 Overzicht van in het plangebied gelegen cultuurhistorie.
4.4.1
Architectuur- en bouwhistorische waarden
De molenaarswoning is niet meer volledig gaaf en kent veel latere aanpassingen. De molenrestant is alleen landschappelijk herkenbaar als verhoging in het erf, de architectuur- en bouwhistorische waarden zijn daardoor onbekend. Echter, vanwege de uniciteit (het betreft één van de drie molens van de Westpolder) en vanwege de ouderdom (vroeg 19e eeuws of ouder) worden deze onderdelen hoog en zeer hoog (het oorspronkelijk deel van de molenaarswoning) gewaardeerd. Het atelier betreft een karakteristieke, maar architectuur- en bouwhistorisch afwijkende, toevoeging uit de jaren '50 aan het ensemble. De huidige erfgrens dateert van vóór 1832 en kent een kenmerkende dichte groene erfafscheiding van geriefhout, daterend van ná de ontmanteling van de molen. De inrichting van het erf is niet meer oorspronkelijk, maar er staan nog wel enkele oude (fruit)bomen die passen bij de boomgaard die een deel
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
40
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
van het erf had in 1832. Vanwege de ouderdom van enkele onderdelen op het erf wordt deze als hoog gewaardeerd.
4.4.2
Ensemble- en landschappelijke waarden
De ensemblewaarde betreft de inhoudelijke en visuele samenhang tussen de objecten onderling. Deze is met name aanwezig tussen de molenaarswoning, de oude bomen (restant boomgaard) rondom de molenaarswoning en de nabijgelegen verhoging met daarin de ondergrondse resten van de molen. Ze hebben een hoge ensemblewaarde omdat ze één van de laatste onderdelen zijn van het historische polder en waterbeheer van de 18e-eeuwse Westpolder van Berkel. De sterke en hoge begroeiing draagt echter niet bij aan de inhoudelijke leesbaarheid van het ensemble; de windmolen had genoeg windvang nodig en dus zal de begroeiing in het verleden veel beperkter zijn geweest. De landschappelijke waarde betreft de waterstaatsfunctie van het molenensemble binnen het hiërarchisch samenhangend waternetwerk van het waterbeheer: van poldersloten (diepste niveau), naar tochten en boezemvaarten (hoogste niveau). De nog aanwezige watergang en dijkrestant net buiten het plangebied en de lage ligging van het plangebied als onderdeel van de droogmakerij, dragen bij aan de herkenbaarheid van de functie, maar het dempen van de boezem en de sterke begroeiing heeft de (landschappelijke) herkenbaarheid van de functie van het ensemble in het waterbeheer sterk aangetast: redelijk hoge waarde.
4.4.3
Waarden vanuit de algemene historie en gebruikshistorie
De gebruiksgeschiedenis is grofweg in te delen in twee: - de waterstaatsfunctie van de molen met molenwoning van eind 18e eeuw tot 1926 - de gebruiksfunctie van het erf als boerenwoning met boomgaard en later atelier Z kunstbeoefening nadat de molen zijn functie verloor De molenaarswoning, molenrestant en erfgrens scoren zeer hoog vanwege hun belang als dragers van de laatste restanten van de geschiedenis van het waterbeheer in de Westpolder. De restanten van de overige gebruikshistorie scoren redelijk hoog (alleen behorend tot de laatste gebruiksfunctie) tot hoog (relaterend aan beide gebruiksfuncties). 4.5
Conclusie en aanbevelingen
Het onderzoek heeft zich toegespitst op een algemene waardestelling van de onderdelen op het gehele terrein om een advies te kunnen geven over de behoudenswaardigheid van de verschillende onderdelen in het kader van de voorgenomen ontwikkelingen van woningbouw. Het interieur is hierbij buiten beschouwing gelaten. De molenaarswoning en molenrestant zijn opgenomen in het gemeentelijk beleid als cultuurhistorisch waardevol object. Hieraan is geen beleid verbonden. Uit het onderzoek komt naar voren dat de locatie met name zeer waardevol is vanwege de bouwhistorische waarde van het oudste gedeelte van de molenaarswoning, de oorspronkelijke erfgrens, enkele oude bomen en de cultuurhistorische betekenis van de molenaarswoning en molenrestant als dragers van de laatste restanten van de geschiedenis van het waterbeheer in de Westpolder. Voor de toekomstige ontwikkelingen (mogelijk sloop en nieuwbouw) wordt daarom geadviseerd het oudste deel van de molenaarswoning, de molenrestant en de oude bomen te behouden in de huidige staat, te restaureren en beter herkenbaar en toegankelijk te maken. Indien gebouwde onderdelen worden gesloopt, wordt geadviseerd ze volledig te documenteren.
De hoog gewaardeerde onderdelen (eerste aanbouw molenaarswoning, erf en erfgrensbegroeiing) zouden zoveel mogelijk ontwikkelingsgericht benut dienen te worden in het toekomstig ontwerp (thema waterbeheer) en de redelijk hoog gewaardeerde onderdelen (atelier, gebruiksvoorwerpen, overige erfbeplanting en tuinaanleg) zoveel mogelijk als inspiratie voor het ontwerp te worden gebruikt (thema boerenerf/kunstbeoefening en creatieve activiteiten).
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
41
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Literatuur Bakker, H. de/J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus, Wageningen (Staring Centrum). Beek, M., J. van Campen & M. Kooiman, 2012: Nota Cultuurhistorie Plus. Gemeente Lansingerland. Beek, M., J. van Campen & M. Kooiman, 2012: Welstandsnota. Gemeente Lansingerland. Berendsen, H.J.A., 1997: Landschappelijk Nederland, Assen. Nederlands Normalisatie Instituut, 1989: Geotechniek: Classificatie van onverharde grondmonsters, Delft (NEN 5104). Rasmussen, S.O./K.K. Andersen/A.M. Svensson/J.P. Steffensen/B.M. Vinther/H.B. Clausen/M.-L. SiggaardAndersen/S.J. Johnsen/L.B. Larsen/D. Dahl-Jensen/M. Bigler/R. Röthlisberger/H. Fischer/K. Goto-Azuma/M.E. Hansson/U. Ruth, 2006: A new Greenland ice core chronology for the last glacial termination, Journal of Geophysical Research 111, D06102. Weerts, H.J.T./P. Cleveringa/J.H.J. Ebbing/F.D. De Lang/W.E. Westerhoff, 2000: De lithostratigrafische indeling van Nederland - Formaties uit het Tertiair en Kwartair. Utrecht (TNO-rapport 00-95-A). Vos, G.A., 1992: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50000, Toelichting bij kaartblad 24 - 25 West, Zandvoort - Amsterdam, Wageningen (Staring Centrum-DLO). Vos, P. & S. de Vries, 2013. 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0), Utrecht. Weerheijm, W.J./H.J. Pierik, 2012: Woningbouwlocatie Westpolder/Bolwerk deelplan 7 te Berkel en
Rodenrijs, gemeente Lansingerland. Ruimtelijk advies op basis van archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen, Amersfoort (Vestigia- rapport V980). Weerheijm, W.J./E.R.J.G. Picard/F.P.J. van Puijenbroek, 2020: Archeologisch vooronderzoek in het kader van nieuwbouwlocaties Westpolder/Bolwerk deelplan 4-West, deelplan 6 & Rand Bolwerk te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland. Ruimtelijk advies op basis van archeologisch bureauonderzoek, Amersfoort (Vestigia- rapport V1980). Weerheijm, W.J./F.P.J. van Puijenbroek, 2021: Archeologisch vooronderzoek in het kader van
nieuwbouwlocaties Westpolder/Bolwerk deelplan 4-West, deelplan 6 & Rand Bolwerk te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland. Ruimtelijk advies op basis van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen, Amersfoort (Vestigia- rapport V2042). Westerhoff, W.E./T.E. Wong/E.F.J. de Mulder, 2003: Opbouw van de ondergrond - Opbouw van het Neogeen en Kwartair, in: E.F.J. de Mulder/M.C. Geluk/I.L. Ritsema/W.E. Westerhoff/T.E. Wong (red.), De ondergrond van Nederland, Houten.
Digitale bronnen -
Archeologisch Informatiesysteem (Archis): httpsy/archis.cultureelerfgoed.nl^/login Kadaster, Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl/ Kadaster, Tijdreis over 200 jaar topografie: http://topotijdreis.nl/ Ruimtelijke Plannen: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Rijksmonumentenregister: https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/ Verstoringsbronnenkaart: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-enkaarten/overzicht/verstoringsbronnenkaart Archief Hoogheemraadschap Delfland: www.hhdelfland.nl Molendatabase: www.allemolens.nl;www.molendatabase.org
VESTIGIA Archeologie ă Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
42
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Afbeeldingen Afbeelding 1 Ligging plangebied op de meest actuele luchtfoto. Bron: PDOK.......................................................4 Afbeelding 2 Kaart van 't Hooge Heemraedschap van Delflant door Kruikius uit 1712. Bron: TU-Delft......... 12 Afbeelding 3 Kaart van Droogmakinge van Noord-, Zuid en Westpolders onder Berkel, Rodenrijs en Tempel door D. Graat, 1776. Bron:het Nationaal Archief, Den Haag (Provinciaal Bestuur Zuid-Holland: Kaartencollectie Ernsting, voor 1850, nummer toegang 4.ZHPB4, inventarisnummer 85).............................. 12 Afbeelding 4 Afbeelding van de middelste molen in de Westpolder.....................................................................13 Afbeelding 5 Schilderij met de (door het archief gegeven?) titel: 1689 "Middelste" molen, in Westpolder in polder Berkel, 1990. Bron: Archief Hoogheemraadschap van Delfland................................................................13 Afbeelding 6 Verzamelplan en Kadastrale Minuut 1811-1832, gemeente Berkel, sectie B, blad 03. Bron: Beeldbank van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed................................................................................................ 14 Afbeelding 7 Chromotopografische kaart, situatie rond 1900. Bron: website Topotijdreis, Kadaster........... 15 Afbeelding 8 Chromotopografische kaart, situatie rond 1950.
Bron: website Topotijdreis, Kadaster........... 15 Afbeelding 9 Chromotopografische kaart, situatie rond 1975. Bron: website Topotijdreis, Kadaster........... 16 Afbeelding 10 Chromotopografische kaart, situatie rond 2000. Bron: website Topotijdreis, Kadaster.......... 16 Afbeelding 11 De locatie van de molenrestant. Op de achtergrond is het hoogteverschil tussen de Berkelsche Polder en Westpolder duidelijk zichtbaar. Foto Vestigia 23-03-2023............................................... 24 Afbeelding 12 De locatie van de molenrestant met zichtbare baksteenresten (naast de tablet en vuilniszak met de eerste boormonsters). Foto Vestigia 23-03-2023........................................................................................ 25 Afbeelding 13 Ligging van het erf (doorsnede noordwest - zuidoost). Links de geplande nieuwbouw in de polder, rechts de dijk. Van links naar rechts bij de rode pijlen de molenaarswoning, de molenrestant en het atelier. Foto's Vestigia 23-03-2023............................................................................................................................... 29 Afbeelding 14 De toegang tot het erf met een oude, solitaire boom. Rechts het boezemwater van de Berkelsche Polder. Foto Vestigia 23-03-2023.............................................................................................................
30 Afbeelding 15 De voorgevel van het oorspronkelijke deel van de molenaarswoning. Foto Vestigia 23-03 2023................................................................................................................................................................................... 31 Afbeelding 16 (onder) Links het sterk aan de verzakking aangepaste kozijn van de voordeur; rechts het 16ruits venster met vernieuwde dorpel. Foto's Vestigia 23-03-2023........................................................................ 31 Afbeelding 17 Achtergevel (nu binnenmuur): Deels gewijzigde vensters en kozijnen, vernieuwd voegwerk. Foto Vestigia..................................................................................................................................................................... 32 Afbeelding 18 (onder) links de noorder kopgevel is vanwege begroeiing onbereikbaar; rechts: tegen de zuider kopgevel is een aanbouw geplaatst. Foto's Vestigia 23-03-2023............................................................... 32 Afbeelding 19 De zuidgevel van de zwart geschilderde aanbouw. Foto Vestigia 23-03-2023..........................
33 Afbeelding 20 (onder) links de aansluiting van de aanbouw op het oorspronkelijke deel van de molenaarswoning; rechts: aan de achterzijde van de aanbouw is nog een tweede aanbouw aanwezig, gemetseld in een ander type (moderne) steen. Foto's Vestigia 23-03-2023....................................................... 33 Afbeelding 21 Links de achtergevel van de zwart geschilderde aanbouw; rechts de derde aanbouw Z serre. Foto's Vestigia 23-03-2023............................................................................................................................................. 34 Afbeelding 22 Sterk begroeid erf met betegelde paden, onder andere van het atelier naar de molenaarswoning. Foto's Vestigia 23-03-2023.......................................................................................................... 35 Afbeelding 23 Oude bomen op het erf met linksboven de boom bij de toegang tot het erf, rechtsboven en linksonder restanten van de oude boomgaard rondom de molenaarswoning en rechtsonder uitgegroeide erfgrensbeplanting. Foto's Vestigia 23-03-2023........................................................................................................ 36 Afbeelding 24 Het blauw met zwart geschilderd atelier met golfplaten dak en diverse aanbouwen staat dwars op de ingang tot het erf van de molenaarswoning.
Foto Vestigia 23-03-2023........................................ 37 Afbeelding 25 Achterzijde Z erfzijde van het atelier. Foto Vestigia 23-03-2023.................................................. 37 Afbeelding 26 In de schuur van het atelier liggen diverse oude gebruiksvoorwerpen. Foto Vestigia 23-03 2023................................................................................................................................................................................... 38 Afbeelding 27 De betonnen graskuil is sterk overgroeid. Foto Vestigia 23-03-2023.......................................... 38 Afbeelding 28 Aan de voorzijde van de molenaarswoning bevindt zich een betonnen wateropslag voor regenwater. Foto Vestigia 23-03-2023........................................................................................................................ 39 Afbeelding 29 In het gedeelte ten oosten van de molenaarswoning is een tuin met terras aangelegd, met een kleine kas. Foto Vestigia 23-03-2023.................................................................................................................... 39
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
43
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Tabellen
Tabel 1 In Archis geregistreerde onderzoeken binnen een straal van 300 meter rondom het plangebied. Bron: RCE/Archtó............................................................................................................................................19 Tabel 2 Overzicht van in het plangebied gelegen cultuurhistorie................................................................... 40
Bijlagen en kaarten
Bijlage 1:
Overzicht van archeologische en geologische perioden
Kaart 1: Kaart 2:
Ligging plangebied Boorpuntenkaart
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
44
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Bijlage 1
Overzicht van archeologische en geologische perioden
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
45
V23-5353: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek Lies Frankenweg 1 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland
Periode Vroeg Paleolithicum Midden Paleolithicum Laat Paleolithicum Vroeg Mesolithicum Midden Mesolithicum Laat Mesolithicum Vroeg Neolithicum Midden Neolithicum Laat Neolithicum Vroege Bronstijd Midden Bronstijd Late Bronstijd Vroege IJzertijd Midden IJzertijd Late IJzertijd Vroeg Romeinse Tijd Midden Romeinse Tijd Laat Romeinse Tijd Vroege Middeleeuwen Late Middeleeuwen Nieuwe Tijd A Nieuwe Tijd B Nieuwe Tijd C
Van-tot Tot 300.000 voor Chr. 300.000 voor Chr. - 35.000 voor Chr. 35.000 voor Chr. - 8800 voor Chr. 8800 voor Chr. - 7100 voor Chr. 7100 voor Chr. - 6450 voor Chr. 6450 voor Chr. - 4900 voor Chr. 5300 voor Chr. - 4200 voor Chr. 4200 voor Chr. - 2850 voor Chr. 2850 voor Chr. - 2000 voor Chr. 2000 voor Chr. - 1800 voor Chr. 1800 voor Chr. - 1100 voor Chr. 1100 voor Chr. - 800 voor Chr. 800 voor Chr. - 500 voor Chr. 500 voor Chr. - 250 voor Chr. 250 voor Chr. - 12 voor Chr. 12 voor Chr. - 70 na Chr. 70 na Chr. - 270 na Chr. 270 na Chr. - 450 na Chr. 450 na Chr. - 1050 na Chr. 1050 na Chr. - 1500 na Chr. 1500 na Chr. - 1650 na Chr. 1650 na Chr. - 1850 na Chr. 1850 na Chr. - 1950 na Chr.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2436, definitief, versie 2.0, d.d. 29 juni 2023
46
Bijlage 2 Boorstaten
Profielkolom en - beschrijving
5353-01
Projectnummer: 5353 Projectnaam: Lies Frankenweg Datum boring: 23-3-2023 U itvoerder (s): FvP X-coordinaat: 90879 Y-coordinaat: 444679 Maaiveldhoogte t.o.v. NAP (cm): -337
Type: Boring, handmatig Boormethode: handmatig
Positiebepaling: differentieel GPS, nauwkeurig \ lm Coordinaatsysteem: Rijksdriehoekstelsel Referentievlak: Normaal Amsterdams Peil Maaiveldhoogtebepaling: Landmeting
maaiveld
10 - 90: Klei, matig zandig, grijs-bruin,
donker-bruin, matig stevig, laaggri
basis scherp,
.atig stevig, laaggrens: basis scherp,
i gewerkte
grond, met puin en ijzer, weinig bakstt
-100
90 - 150: Klei, matig zandig, grijs, stevig, laaggrens: basis scherp, omgewerkte grond, met puin, weinig baksteen
150 - 190: Klei, zwak zandig, blauw-grijs, slap, spoor schelpmateriaal, laaggrens: basis scherp
-200
190 - 250: Detritus, sterk kleiig, zwart, slap, onderin stukje baksteen, ingevallen?
250 - 295: Klei, zwak siltig, bruin-grijs, slap, laaggrens: basis geleidelijk, sterk venig met riet
-300
295 - 330: Veen, sterk kleiig, rood-bruin, rietveen, slap, laaggrens: basis geleidelijk
330 - 355: Klei, zwak siltig, grijs, zeer slap, laaggrens: basis diffuus, met riet
355 - 435: Klei, zwak siltig, grijs, zeer slap, laaggrens: basis diffuus
-400
435 - 455: Klei, zwak siltig, grijs, zeer slap, zandlagen, laaggrens: basis diffuus
455 - 500: Klei, zwak siltig, grijs, zeer slap
-500
-600 .
-700 .
-800 J cm
BSBP 2021.08 b02, (c) R.Schrijvers
Profielkolom en - beschrijving
5353-02
Projectnummer: 5353 Projectnaam: Lies Frankenweg Datum boring: 23-3-2023 U itvoerder (s): FvP X-coordinaat: 90893 Y-coordinaat: 444707 Maaiveldhoogte t.o.v. NAP (cm): -404
Type: Boring, handmatig Boormethode: handmatig
Positiebepaling: differentieel GPS, nauwkeurig \ lm Coordinaatsysteem: Rijksdriehoekstelsel Referentievlak: Normaal Amsterdams Peil Maaiveldhoogtebepaling: Landmeting
maaiveld 0 - 65: Klei, matig zandig, matig humeus, donker-bruin, stevig, laaggrens: basis scherp, gewerkte grond
65 - 85: Klei, matig zandig, licht-grijs, weinig bruine vlekken, matig stevig, bioturbatie,
-100
■estvlekken, laaggrens: basis scherp 85 - 95: Veen, sterk kleiig, zwart, sterk amorf, matig stevig, laaggrens: basis scherp
95 - 105: Veen, sterk kleiig, bruin, rietveen, slap, laaggrens: basis geleidelijk
-200
105 - 120: Klei, zwak siltig, bruin-grijs, rietveen, slap, laaggrens: basis diffuus
120 - 180: Klei, zwak siltig, blauw-grijs, slap, laaggrens: basis diffuus, met riet
180 - 200: Klei, zwak siltig, bruin-grijs, rietveen, slap, laaggrens: basis diffuus
-300 200 - 220: Veen, sterk kleiig, rood-bruin, rietveen, slap, laaggrens: basis scherp
220 - 340: Klei, zwak siltig, grijs, slap, laaggrens: basis diffuus
-400
340 - 500: Klei, zwak siltig, grijs, zeer slap, zandlagen
-500
-600 .
-700 .
-800 J cm
BSBP 2021.08 b02, (c) R.Schrijvers
Profielkolom en - beschrijving Projectnummer: 5353 Projectnaam: Lies Frankenweg Datum boring: 23-3-2023 U itvoerder (s): FvP X-coordinaat: 90866 Y-coordinaat: 444708 Maaiveldhoogte t.o.v. NAP (cm): -512
5353-03 Type: Boring, handmatig Boormethode: handmatig
Positiebepaling: differentieel GPS, nauwkeurig \ lm Coordinaatsysteem: Rijksdriehoekstelsel Referentievlak: Normaal Amsterdams Peil Maaiveldhoogtebepaling: Landmeting
maaiveld 0 - 25: Klei, matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, laaggrens: basis scherp, bouwvoor 25 - 60: Klei, matig zandig, zwak humeus, donker-grijs-bruin, matig stevig, laaggrens: basis ■cherp, omgewerkte grond
-100
60 - 75: Klei, matig zandig, matig humeus, donker-bruin, matig stevig, laaggrens: basis ■cherp, omgewerkte grond 75 - 115: Klei, zwak siltig, grijs, matig stevig, veel stukjes zachtgefragmenteerdbbaksteen, veel baksteen 115 - 125: Klei, zwak siltig, grijs, slap, met riet
-200 125 - 150: Veen, sterk kleiig, bruin, rietveen, slap, laaggrens: basis scherp
150 - 185: Klei, zwak siltig, blauw-grijs, slap, zandlagen, laaggrens: basis geleidelijk
-300
185 - 360: Klei, zwak siltig, grijs, slap, zandlagen
360 - 400: Klei, zwak siltig, grijs, slap
-400
-500
-600 .
-700 .
-800 J cm
BSBP 2021.08 b02, (c) R.Schrijvers
Profielkolom en - beschrijving Projectnummer: 5353 Projectnaam: Lies Frankenweg Datum boring: 23-3-2023 U itvoerder (s): FvP X-coordinaat: 90896 Y-coordinaat: 444677 Maaiveldhoogte t.o.v. NAP (cm): -521
5353-04 Type: Boring, handmatig Boormethode: handmatig
Positiebepaling: differentieel GPS, nauwkeurig \ lm Coordinaatsysteem: Rijksdriehoekstelsel Referentievlak: Normaal Amsterdams Peil Maaiveldhoogtebepaling: Landmeting
maaiveld 0 - 50: Klei, matig zandig, bruin-grijs, matig stevig, laaggrens: basis scherp, omgewerkte grond, spoor baksteen 50 - 135: Klei, matig zandig, grijs, veel bruine vlekken, matig stevig, laaggrens: basis scherp, boring tweemaal gestaakt op 65, weinig baksteen
135 - 300: Veen, sterk kleiig, bruin, rietveen, matig stevig, laaggrens: basis diffuus
300 - 350: Veen, sterk kleiig, grijs-bruin, rietveen, matig slap, laaggrens: basis diffuus
350 - 400: Klei, zwak siltig, blauw-grijs, slap, veel riet
-500 .
-600 .
-700 .
-800 J cm
BSBP 2021.08 b02, (c) R.Schrijvers
KAART 1 - LIGGING PLANGEBIED LEGENDA LJ Plangebied
Overige topografie
Project: Rapport: Datum: Bron:
April 2023 Top10NL, CC-BY Kadaster jan. 2019
Tekenaar: Schaal:
FvP 1:20.000 Z A4
0 89000
89500
90000
90500
91000
91500
92000
92500
V23-5353: BO IVO Lies Frankenweg 1 Berkel en Rodenrijs
500 m
KAART 2 - BOORPUNTENKAART LEGENDA LJ Plangebied
Overige topografie Boorresultaten !
Historische bebouwing
!
Boorpunt
Project: Rapport: Datum: Bron:
April 2023 Top10NL, CC-BY Kadaster jan. 2019
Tekenaar: Schaal:
FvP 1:500
0 90850
90900
V23-5353: BO IVO Lies Frankenweg 1 Berkel en Rodenrijs
10 m
Z A4
This text was set using the following freely available font software: Allerta
Copyright (c) 2010, Matt McInerney (http://pixelspread.com), with Reserved Font Name Allerta.
Inconsolata_dz
Copyright (c) 2006, Raph Levien (http://www.levien.com), with Reserved Font Name -dnconsolataX Copyright (c) 2009, David Zhou (http://blog.nodnod.net/) with Reserved Font Name <Inconsolata_dz>.
Molengo^estigia
Copyright (c) 2007, Denis Moyogo Jacquerye, with Reserved Font Name -cMolengoX Copyright (c) 2011, Vestigia BV Archeologie k Cultuurhistorie (www.vestigia.nl), with Reserved Font Name -cMolengo^estigiaX available at www.vestigia.nl/fonts.
tPJ
This Font Software is licensed under the SIL Open Font License, Version 1.1. The license is available with a FAQ at: http://scripts.sil.org/OFL
Vestigia BV Archeologie ů Cultuurhistorie Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort Nederland Telefoon 033 277 92 00 E-mail info@vestigia.nl Website www.vestigia.nl K.v.K. Gooi- en Eemland 32078894
Erf goed ingenieurs “Engineering the past, creating the future