I21.08731 Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening" (excl. bijlagen bij de toelichting)
Tekst van het document
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening”
3 mei 2021
Vast te stellen
2
Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening”
Vast te stellen
INHOUD: -
TOELICHTING PLANREGELS VERBEELDING
Identificatiecode: NL.IMRO.1621.BP0177H01-VAST Werknummer: Datum: 3 mei 2021
Adviesbureau Urban Jazz B.V.
Gemeente Lansingerland Team Omgevingsrecht
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
3 Procedureoverzicht datum Concept Voorontwerp • Inspraak •
Overleg
5 febr 2019 14 febr t/m 13 maart 2019 6 febr t/m 21 maart 2019
document 1e concept 2e concept
Opmerkingen 10 oktober 2018 24 oktober 2018 12 december 2018
Ontwerp • inzage
21 mei 2019 30 mei t/m 10 juli 2019 Vaststelling 31 okt 2019 Uitspraak Raad 17 juni 2020 van State Vast te stellen 1e 3 mei 2021 herziening
Contactpersoon gemeente:
Reint Honders
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
4
Toelichting
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
5
Inhoudsopgave van de toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding ................................................................................................................ 8
1.1
Aanleiding ................................................................................................................................ 8
1.2
Vigerend bestemmingsplan..................................................................................................... 9
1.3
Leeswijzer .............................................................................................................................. 10
Hoofdstuk 2 Huidige en beoogde situatie ................................................................................. 11 2.1
Lansingerland ........................................................................................................................ 11
2.2
Plangebied ............................................................................................................................. 13
2.3
Beoogde situatie.................................................................................................................... 15
Hoofdstuk 3 Beleidskaders ....................................................................................................... 17 3.1
Rijksbeleid.............................................................................................................................. 17
3.2
Provinciaal en regionaal beleid ............................................................................................. 18
3.3
Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 21
3.4
Toetsing beleidskaders .......................................................................................................... 26
Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten, kwaliteit van de leefomgeving................................................ 27 4.1
Bodem ................................................................................................................................... 27
4.2
Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 28
4.3
Water ..................................................................................................................................... 31
4.4
Geluidhinder .......................................................................................................................... 36
4.5
Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 37
4.6
Externe veiligheid .................................................................................................................. 39
4.7
Ecologie / flora en fauna ....................................................................................................... 42
4.8
Milieuhinder .......................................................................................................................... 43
4.9
Verkeer .................................................................................................................................. 45
4.10
Overige belemmeringen, kabels en leidingen ....................................................................... 45
4.11
Duurzaamheid ....................................................................................................................... 46
4.12
Besluit m.e.r. ......................................................................................................................... 47
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten .............................................................................................. 49 5.1
Planvorm ............................................................................................................................... 49
5.2
Toelichting op de bestemmingen .......................................................................................... 49
1
INLEIDENDE REGELS .............................................................................................................. 49
2
BESTEMMINGSREGELS .......................................................................................................... 49
3
ALGEMENE REGELS................................................................................................................ 51 Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
6 4
OVERGANGS- EN SLOTREGELS .............................................................................................. 52
5.3
Handhaving............................................................................................................................ 52
Hoofdstuk 6 Economische en financiële uitvoerbaarheid .......................................................... 54 6.1
Regelgeving grondexploitatie ................................................................................................ 54
6.2
Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 54
Hoofdstuk 7 Procedurele haalbaarheid..................................................................................... 55 7.1
Overleg .................................................................................................................................. 55
7.2
Maatschappelijke toetsing .................................................................................................... 55
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1: Econsultancy, Quickscan flora en fauna Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B te Lansingerland, 15 oktober 2018 Bijlage 2: Econsultancy, Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B te Lansingerland, 17 oktober 2018 Bijlage 3: Econsultancy, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B te Lansingerland, 15 oktober 2018 Bijlage 4: Econsultancy, Watertoets Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B te Lansingerland, 5 november 2018 Bijlage 5: Econsultancy, Notitie externe veiligheid Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B te Bergschenhoek, 5 november 2018 Bijlage 6: AVIV, Externe veiligheid RtHA bestemmingsplan Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie A te Bergschenhoek, 20 juli 2016 Bijlage 7: SPA Ingenieurs, Milieuzonering Bergschenhoek, Hoeksekade (ong), 25 april 2016 Bijlage 8: Urban Jazz B.V., Beeldkwaliteitplan Hoeksekade Noord, deellocatie B – Bergschenhoek, Lansingerland, 4 april 2018 Bijlage 9: Econsultancy, Nader bodemonderzoek Hoeksekade Noord, deellocatiie B te Lansingerland, 30 april 2019 Bijlage 10: Gemeente Lansingerland, Nota inspraak en overleg en staat van wijzigingen bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B”, 21 mei 2019 Bijlage 11: Gemeente Lansingerland, M.e.r.-beoordelingsbesluit
Woningbouwlocatie Hoeksekade Noord, deellocatie B, 21 mei 2019
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
7
Bijlage 12: Gemeente Lansingerland, Nota zienswijzen en staat van wijzigingen bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B”, 31 oktober 2019 Bijlage 13: Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 17 juni 2020 Bijlage 14: SPA WNP ingenieurs, Akoestisch onderzoek Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 22 april 2021
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
8
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op 30 juni 2011 heeft de gemeenteraad besloten om de locatie aan de Hoeksekade Noord aan te wijzen als ontwikkellocatie voor woningbouw. Hierbij worden twee deelgebieden onderscheiden, te weten het noordelijk (deellocatie A) en zuidelijk deel (deellocatie B) (zie figuur 5b). Deellocatie B vormt een kleinschalige woonbuurt met 13 grondgebonden woningen. Op 25 februari 2014 is voor de ontwikkeling een intentieovereenkomst gesloten. Het perceel is momenteel agrarisch in gebruik en onbebouwd. Het onderhavige bestemmingsplan wordt opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken én planologisch vast te leggen. Gelijktijdig worden de bestaande woningen Hoeksekade 109 en 111 in het plan meegenomen, om het feitelijk gebruik vast te leggen. Het bestemmingsplan voor deellocatie A (47 woningen) is op 23 februari 2017 vastgesteld. Op 31 oktober 2019 is het bestemmingsplan voor deellocatie B vastgesteld. Vervolgens is dit raadsbesluit door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd op 17 juni 2020 (zie bijlage 13) naar aanleiding van ingesteld beroep. De Raad van State is van mening dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de bij de voorbereiding van het besluit te betrachten zorgvuldigheid en niet berust op een deugdelijke motivering. De geluidemissie van het naastgelegen bedrijf mag niet alleen op basis van de VNG systematiek worden ingeschat.
Er had een akoestisch onderzoek uitgevoerd moeten worden. Met de 1e herziening van het bestemmingsplan wordt aan dit gebrek tegemoet gekomen. In figuur 1 en 2 zijn respectievelijk de ligging van het plangebied en een straatnamenkaart weergegeven.
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
9 Figuur 1: Ligging plangebied (topografische kaart)
Figuur 2: Straatnamenkaart (bron: NSL)
1.2
Vigerend bestemmingsplan
Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan (figuur 3) “Oosteindsepolder en Warmoeziersweg”, vastgesteld door de gemeenteraad van Lansingerland op 26 september 2013. De locatie is bestemd als ‘Agrarisch-Glastuinbouw’ met bijbehorende bouwvlak en ‘Agrarisch’ met een bouwvlak en functieaanduiding voor de voormalige bedrijfswoningen aan de Hoeksekade 109 en 111. Binnen eerstgenoemde bestemming kunnen bedrijfsgebouwen worden gerealiseerd tot een maximum bedrijfsvloeroppervlak van 12,5% van een glastuinbouwbedrijf met een bouwhoogte van maximaal 12 meter. Binnen de agrarische bestemming is bedrijfsbebouwing niet toelaatbaar. De bestemmingen maken de realisatie van burgerwoningen niet mogelijk. Evenmin zijn er passende afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. De plannen voor de herontwikkeling van het gebied zijn dan ook in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een afwijking van het bestemmingsplan of nieuw bestemmingsplan nodig; dit document voorziet in het laatste.
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
10
Figuur 3: Vigerend bestemmingsplan
1.3
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en verbeelding (plankaart). De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende gedeelte van het plan. Daarop wordt een toelichting gegeven. In de onderhavige toelichting worden de uitgangspunten voor de planherziening weergegeven. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en beoogde situatie. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan het ruimtelijk beleid dat op de beoogde ontwikkeling van toepassing is. De milieu- en duurzaamheidaspecten worden behandeld in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vorm van het bestemmingsplan beschreven. De economische uitvoerbaarheid komt in hoofdstuk 6 aan de orde en tot slot wordt in hoofdstuk 7 de maatschappelijke toetsing en overleg behandeld.
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
11
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige en beoogde situatie
Lansingerland
Sinds 1 januari 2007 bestaat de gemeente Lansingerland in de provincie Zuid-Holland, waarvan Bergschenhoek een van de kernen is. Het aantal inwoners per 1 januari 2020 bedraagt 62.283, waarvan 18.762 in Bergschenhoek. Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk en Bergschenhoek zijn in de periode 11e/13e eeuw ontstaan aan de ontginningsassen binnen het gebied, ter plaatse van een zijweg. Deze min of meer noord-zuid lopende lijnen (het lint van Berkel en Rodenrijs, het lint Bleiswijk - Bergschenhoek en de Rottekade) fungeerden als verbindingswegen. Bergschenhoek is in de 13e eeuw ontstaan langs de hoofdwetering van de polder Bleiswijk. De kern ontstond waar de doorlopende weg, de Dorpsstraat, de hoekige knik maakt waar het dorp zijn naam aan dankt. De Kerkstraat staat haaks op de Dorpsstraat. Historische kaarten laten zien dat in Bergschenhoek in het begin van de 18e eeuw zes wegen bij elkaar kwamen, waarvan er twee naderhand zijn ‘verdronken’ in de steeds groter wordende veenplassen. Na de droogmaking zijn ze weer aangelegd: de Hoeksekade en de Berkelseweg. De Schiebroekseweg, parallel aan de Landscheiding, is vanaf de RK kerk ‘geamputeerd’ toen de Boterdorpsche polder werd gerealiseerd. Hieraan is de eigenaardige vorm van het groengebied rond de kerk te danken. De grond is verkaveld waardoor strakke rechthoekige kavels ontstonden die loodrecht op de linten waren gesitueerd.
Hier heeft de (glas)tuinbouw zich goed kunnen ontwikkelen. Al in de 18e eeuw stond rond het kruispunt van wegen tweezijdige en aaneengesloten bebouwing. Na de droogmaking van het omringende gebied werd rond de kern van Bergschenhoek, net als rond de andere kernen, een ringgracht gelegd. De kern kreeg een eigen polderpeil hoger dan de omgeving; over de ringgracht werden ophaalbruggen gelegd. Door de groei van de tuinbouw na 1900 nam het aantal bewoners toe. Grotere gebouwen als een nieuw raadhuis, een polderhuis en een RK kerk werden gebouwd. Het lint werd vanuit de Dorpsstraat verlengd en verdicht naar het noorden (Oosteindseweg) en naar het zuiden (Bergweg Noord). Tussen de boerderijen kwamen ook woonhuizen, vooral tuinderswoningen, te staan, zo nodig bereikbaar via een brug. In de jaren 20 van de vorige eeuw werd voor het eerst de polder in gebouwd, langs de Julianalaan (toen nog Hoeksekade) haaks op het lint. Hier verrezen vooral arbeiderswoningen, aan beide kanten van de weg. Na 1945 werd de rest van de ruimte tussen de oude kern en de provinciale weg ingevuld met onder andere de volkswoningbouwcomplexen aan de Wilhelminastraat en omgeving. Het gaat hier vooral om rijtjeswoningen aan twee kanten van de straat, vaak met een kleine voortuin. In de kern zelf is veel van de historische bebouwing inmiddels door nieuwbouw vervangen.
Rond de Vlashoeck is een nieuw winkelgebied aangelegd rond een groot plein. Na 1960 breidde het dorp zich uit in westelijke richting. Grenzend aan de kern is eerst de Beemdenbuurt gebouwd, ontworpen met een woonervenstructuur. De andere, latere wijken vallen onder het gebiedstype woongebieden na 1985. Ten noorden van het dorp verrezen steeds meer kassen en meer naar het zuiden werden bedrijventerreinen aangelegd. De kern Bergschenhoek kent als droogmakerij een ondergrond bestaande uit wadplaat- en kwelderafzettingen, die ontstaan zijn in de periode waarin de zee een grote rol speelde in het gebied. Door de zeespiegelstijging en vele overstromingen in het gebied, zijn tot ver in het huidige binnenland zee-afzettingen te vinden. In de jaren 80 is Bergschenhoek begonnen met de grootschalige uitbreiding vanaf de Berkelseweg in noordelijke richting. Deze uitbreiding is in de jaren 90 doorgezet, mede ten gevolge van de Vinextaakstelling (Vierde Nota Ruimtelijke Ordening extra, 1993). Hierdoor ontstonden de wijken Bergsche Acker en Bergsche Acker Noord. In aansluiting hierop is de woonwijk Oosteindsche Acker gerealiseerd. Eind jaren 90 heeft Bergschenhoek de overstap gemaakt naar de zuidelijker gelegen polder voor de realisatie van de woonwijk Boterdorp Zuidwest.
Gelijktijdig is de uitbreiding van het bestaande Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
12 dorpscentrum opgepakt om het voorzieningenniveau binnen de gemeente meer af te stemmen op de snelgroeiende populatie. In figuur 4 is de ontwikkeling door de tijd weergegeven.
1850
1900
1925
1950
1965
1985
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
13
2000 Figuur 4: Uitsnede topografische kaart
2.2
2017
Plangebied
Het woongebied van de kern Bergschenhoek wordt aan de zuidoostzijde grofweg begrensd door de Leeuwenakkerweg (N209). Aan de zuidoostzijde van deze weg bevindt zich voornamelijk (agrarische) bedrijvigheid en het sportpark. Een uitzondering hierop vormt de bestaande lintbebouwing aan de Hoeksekade. Het plangebied is gelegen aan het einde van de lintbebouwing. Aan de noordoostzijde van het plangebied is het Glastuinbouwbedrijf Stolk Flora B.V, gelegen, en ten zuidwesten is het sportpark van Bergschenhoek gesitueerd. De Hoeksekade kan grofweg in drie deelgebieden worden opgesplitst. Het deel tussen de N209 en het sportcomplex wordt gekenmerkt door het bebouwingslint met een formeel straatprofiel met parkeren aan beide zijden van de weg en een groenstrook met bomen tussen de woningen en de weg. Aan beide zijden van de Hoeksekade bevindt zich een doorlopend bebouwingslint. Het betreffen hier tweeonder-één-kap-woningen en aaneengebouwde woningen in blokken van maximaal vier woningen. De bebouwing bestaat hierbij uit twee lagen met een kap, al dan niet met een opbouw. De korrelgrootte van de bebouwing aan de Hoeksekade wordt naar het zuidoosten toe kleiner. De bebouwing wordt voornamelijk gevormd door vrijstaande woonhuizen bestaande uit één bouwlaag met kap, die geen agrarische of bedrijfsfunctie meer hebben.
Het profiel van de Hoeksekade verandert hierbij in een meer landelijk profiel met een haag, sloten en bomenrijen langs de kant van de weg. Dit gebied kan worden bestempeld als een tussenzone. Na de kruising met het Sporthoekpad verandert het profiel van de Hoeksekade naar een polderweg en is sprake van een weids uitzicht op het landschap. Hier is sprake van een verspringend bebouwingslint, voornamelijk bestaande uit vrijstaande tot een (agrarisch) bedrijf behorende woningen. De omvang van het plangebied bedraagt circa 8000 m2. (figuur 5 en 6). Voor de deelgebieden A en B gezamenlijk, is in januari 2015 een programma van eisen opgesteld, waarin uitgangspunten en stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de ontwikkeling zijn vastgelegd. Het uitgangspunt voor de ontwikkeling van het gebied is gericht op het behoud van de kwaliteiten van de landelijke omgeving. Het gebied is hierbij niet geschikt voor repetitie van dezelfde woontypologieën en ook niet voor hoge appartementenblokken. Kleinschalige dorpsuitbreiding, zoals woningen met een kap, landelijke woningen, vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen, past meer in het toekomstbeeld van deze locatie. In beide deelgebieden samen mogen in totaal 60 woningen ontwikkeld worden, waarbij minimaal 30% sociaal bereikbaar is.
In het plangebied gaat het om 13 Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
14 woningen, waarvan er 4 sociaal bereikbaar zijn. Hieronder wordt verstaan: de ontwikkeling van betaalbare en bereikbare woningen voor starters en senioren, maar kan ook vertaald worden naar zorgprogramma en daaraan gerelateerde woningen. Daarnaast dient water een toegevoegde waarde te geven aan het nieuwbouwplan. De ontsluiting van het noordelijk deel dient plaats te vinden via de Hoeksekade; het zuidelijk deel van de ontwikkellocatie wordt ontsloten via het Sporthoekpad. Het Programma van Eisen met haar uitgangspunten en stedenbouwkundige randvoorwaarden is vertaald naar een Stedenbouwkundig plan. Dit stedenbouwkundig plan vormt de basis voor dit bestemmingsplan.
Figuur 5a: Luchtfoto plangebied (bron: Google)
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
15
Figuur 5b: Luchtfoto plangebied
Figuur 6: Zicht op het plangebied (bron: Google)
2.3
Beoogde situatie
In het plangebied zullen, na sloop van een schuur, 4 rijwoningen aan de Hoeksekade worden gerealiseerd alsmede aan een nieuwe ontsluiting 6 halfvrijstaande woningen en 3 vrijstaande woningen (figuur 7). Het stedenbouwkundig verkavelingsplan van de ontwikkelaar voorziet op hoofdlijnen in twee zones. De twee zones worden verbonden via een ruim opgezette (interne) ontsluitingsstructuur, met veel groen, bomen en water en voldoende ruimte voor parkeren. In het stedenbouwkundig verkavelingsplan is uitgegaan van het beeld van het omliggende landschap en de geschiedenis van het gebied als tuinderslocatie. Kenmerkende elementen in het landschap zoals de lange watergangen en elzensingels, die ook onderdeel zijn van het Masterplan Hoekse Park, zijn meegenomen in het plan voor de Hoeksekade Noord, deellocatie B. De karakteristiek van de locatie, onder meer de verkavelingsrichtingen en het bestaande groen, zijn opgenomen in het plan. De geschiedenis van de tuinderslocatie is vertaald naar kenmerkende elementen in de buitenruimte en de architectuur. Deze elementen zijn de identiteitsdragers van het plan en zijn opgenomen in de beeldkwaliteitscriteria. In het totale plan wordt een beeldkwaliteit gevraagd die past bij het landelijke karakter van het gebied, in zowel de architectuur als de buitenruimte, en de erfscheidingen.
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
16
In paragraaf 3.3 wordt de welstandsnota besproken. Echter aanvullend op de welstandsnota is voor deellocatie B aan de Hoeksekade in april 2018 een beeldkwaliteitplan opgesteld, waarbij aansluiting is gezocht met deellocatie A. In bijlage 8 is dit beeldkwaliteitplan opgenomen, met zowel aandacht voor het verkavelingsplan, woningen, erfafscheidingen, buitenruimte, beheer, beplanting en verharding. Kortheidshalve wordt ernaar verwezen. Gelijktijdig met het bestemmingsplan, zal dit beeldkwaliteitplan worden vastgesteld. De woningen worden uitgevoerd in één laag met kap, goothoogte 4 meter, bouwhoogte 9 meter. Er is een verplichte kap met helling tussen 30 en 50 graden voor het hoofdgebouw. 30% van de 13 woningen (4 woningen) dient sociaal bereikbaar te zijn in plangebied B; dit komt overeen met de 4 aaneengesloten woningen aan de Hoeksekade. Verkeer en parkeren Ter hoogte van het perceel Hoeksekade 109 is in de openbare weg een ‘knip’ aangebracht, waardoor doorgaand verkeer over de Hoeksekade op werkdagen niet mogelijk is. Doorgaand verkeer van Bergschenhoek in de richting van het recreatiegebied Rottemeren (Hoge en Lage Bergse Bos) rijdt op werkdagen - vanwege de knip - om via het Sporthoekpad. Ook het verkeer vanuit het dorp naar het sportcomplex ‘De Sporthoek’ en naar het plangebied maakt dan gebruik van deze ontsluitingsroute.
Locatie A ligt dus “binnen de poller” en locatie B “buiten de poller”. Gedurende het weekend wordt deze knip opgeheven en is de gehele Hoeksekade geopend voor het doorgaand verkeer. Vanzelfsprekend betekent dit, dat in het weekend de Hoeksekade wat drukker is met gemotoriseerd verkeer dan tijdens werkdagen. De toekomstige woningen op deellocatie B worden via een centrale as ontsloten op het deel van de Hoeksekade dat ‘buiten’ het dorp ligt. De toekomstige bewoners/bezoekers van het plangebied parkeren hun auto op eigen terrein, dan wel in de nieuw gerealiseerde semi-openbare ruimte. Parkeren in de buitenruimte wordt informeel op straat opgelost door gebruik van alternatieve bestrating met groene bermen en met bomen. Op grond van de geldende gemeentelijke Parkeernota 2013 dienen in totaal 26,8 parkeerplaatsen in het plangebied aanwezig te zijn. Het bouwplan voorziet in de realisatie van 29 parkeerplaatsen (inclusief de berekeningsaantallen die gehanteerd worden voor opritten en garages) en voldoet daarmee aan de gemeentelijke parkeernota.
Figuur 7: Verkavelingsstructuur Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
17
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskaders
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om die nieuwe aanpak vorm te geven. De verschillende beleidsnota’s op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen die onder andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. In de structuurvisie (SVIR) van 13 maart 2012, schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De forse bezuinigingsopgave maakt dat er scherp geprioriteerd moet worden. Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt, als opvolger van de SVIR, een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050.
Met de NOVI van 11 september 2020 geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; • kenmerken en identiteiten van een gebied staan centraal; • afwentelen wordt voorkomen.
Aangezien een structuurvisie geen bindende werking heeft, zijn de nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen opgenomen in de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte. Deze AMvB wordt aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en richt zich op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Daarnaast zorgt de AMvB voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Het Barro trad op 10 oktober 2012 in werking. Ladder voor duurzame verstedelijking Uit het gewijzigde Barro blijkt dat artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangevuld is. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe ruimtevraag en een zorgvuldige inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De term SER-ladder is verder geïntroduceerd. Drie stappen moeten worden doorlopen met een motivatie in de toelichting bij het betreffende ruimtelijke plan: Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
18 1.
2. 3.
beoordeling of de beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale, intergemeentelijke vraag voor bedrijven- en haventerreinen, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties en andere stedelijke voorzieningen. Naast de kwantitatieve beoordeling gaat het ook om kwalitatieve vraag op regionale schaal; beoordeling of de ontwikkeling kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten; beoordeling door betrokken overheden of er sprake is van een passende ontsluiting.
De ladder moet worden doorlopen als het gaat om bouwmogelijkheden van enige omvang. Op 1 juli 2017 is de gewijzigde ladder in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen zijn gelegen in het vervallen van de begrippen ‘actuele regionale’ bij de behoeftebepaling. Aangezien de huidige jurisprudentie van toepassing blijft op de nieuwe ladder, leidt dit niet tot een wijziging in de toepassingspraktijk van de ladder. Daarnaast zijn treden 1 en 2 samengevoegd en is trede 3 komen te vervallen. De ladder moet worden doorlopen, bij een ontwikkeling van meer dan 11 woningen. Zie ook de overzichtsuitspraak van de Raad van State van 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, 201608869/1/R3. Het bestemmingsplan maakt een buitenstedelijke ontwikkeling mogelijk, waarbij wordt voorzien in de bouw van 13 woningen in diverse typologieën en voor diverse doelgroepen. De ontwikkeling van deze woningen is opgenomen in de woningmarktanalyse en –afspraken van de stadsregio uit april 2014. Daarin is geconcludeerd dat Lansingerland tot 2020 jaarlijks 400 woningen mag bouwen, zodat voldaan kan worden aan zowel de eigen als de bovenregionale behoefte. Het is hierbij wenselijk om de scheefstand in de sociale sector omlaag te brengen.
Met het voorgestelde bouwplan wordt hierop ingespeeld, door niet alleen woningen in de vrije sector, maar ook 4 sociaal bereikbare woningen (starterswoningen tot € 180.000,- v.o.n.; prijspeil 2016) aan te bieden. Hierdoor wordt de doorstroming op de woningmarkt (extra) bevorderd. Gesteld wordt, dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de eerste trede van de ladder. Het plangebied is momenteel nagenoeg volledig onbebouwd en maakt volgens de provinciale Verordening geen deel uit van het bestaand stads- en dorpsgebied. Hiernaar kijkende is dus sprake van een nieuw ruimtebeslag. Hierbij dient opgemerkt te worden, dat het plangebied in de gemeentelijke structuurvisie, die eerder is vastgesteld dan de provinciale verordening, is aangemerkt als nieuw stedelijk gebied. Het plangebied is gelegen aan de rand van het bestaand stedelijk gebied en grenst aan het bestaande woonlint langs de Hoeksekade. Het gebied is goed ontsloten. De gestelde stedenbouwkundige randvoorwaarden, alsook het Programma van Eisen, zorgt ervoor dat het bouwplan op zo’n optimaal mogelijke wijze wordt ingepast in zijn omgeving. Ontwikkeling van woningen op deze locatie levert een positieve bijdrage aan het gebied, dat nu te klein is voor een agrarische functie en in de huidige situatie te kostbaar is om het alleen als landschap te onderhouden.
Conclusie Op grond van bovenstaande beschouwing wordt geconcludeerd, dat de voorgenomen (her)ontwikkeling van het projectgebied voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
Visie Ruimte en Mobiliteit Als gevolg van grote veranderingen, zoals een veranderende economie, op sommige plaatsen een krimpende bevolking en meer behoefte aan duurzame energievoorzieningen, hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland op 9 juli 2014 de Structuurvisie "Ruimte en Mobiliteit" vastgesteld (geconsolideerde versie 29 juni 2018).
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
19 Ook de Verordening Ruimte 2014 en de Programma's 'Ruimte' en 'Mobiliteit' maken hier onderdeel vanuit. In deze documenten is het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid van de provincie tot aan 2030 vastgelegd, waarbij de programma's een grotere dynamiek kennen dan de visie. Het strategisch ruimtelijk beleid zoals verwoord in de structuurvisie "Ruimte en Mobiliteit" is operationeel vertaald in het Programma Ruimte. Dit programma verwijst naar de kwaliteitskaart, die bij ontwikkelingen buiten of grenzend aan het 'bestaand stads- en dorpsgebied' (BSD) gebruikt wordt als richtingskader. Hierbij is de inzet van de provincie, dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en de versterking van de op deze kaart benoemde ruimtelijke kwaliteit. Op de kaartlaag van de stedelijke occupatie is de locatie geduid als ‘verspreid glas buiten glastuinbouwgebied’ en ‘stads- of dorpsrand’. Op de kaartlaag van de ondergrond is de locatie aangegeven als oude zeeklei met water als structuurdrager. De belangrijkste provinciale doelen uit de visie en het programma zijn vastgelegd in de Verordening Ruimte 2014. Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland als opvolger van eerdergenoemde visie het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving.
Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. In oktober 2020 is een ontwerp van de Omgevingsvisie Zuid-Holland Koers 2020 en Omgevingsprogramma Zuid-Holland Koers 2020 met ontwerp-verordening vastgesteld. Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken.
De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • de ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing: De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd ; • een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit: Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’;
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
20 •
de samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving: De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening.
Programma Ruimte provincie Zuid-Holland Het programma Ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie. Op basis van het programma dient voor plannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling een toelichting op de ladder voor duurzame verstedelijking worden gegeven. Verordening en Programma's Ruimte en Mobiliteit Het plangebied was volgens de Verordening ruimte 2014 gelegen buiten het bestaand stads- en dorpsgebied. Ingevolge artikel 2.1.1 Verordening ruimte 2014 (geconsolideerde versie 31 januari 2019) was het mogelijk om buiten het bestaand stads- en dorpsgebied een stedelijke ontwikkeling toe te staan. In dat geval dient gebruik te worden gemaakt van locaties die voldoen aan de ‘ladder-toets’ én -indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is- wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma Ruimte.
Het bouwplan Hoeksekade Noord is één van de woningbouwlocaties groter dan 3 hectare die in het Programma Ruimte zijn genoemd. Op de kwaliteitskaart van de Visie Ruimte maakt het plangebied deel uit van het veencomplex. Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het behoud van het veen en gericht te zijn op het beperken van bodemdaling. Daarnaast dragen de ontwikkelingen bij aan een duurzame waterhuishouding. Het plangebied maakt tevens deel uit van de stads- en dorpsranden. Dit zijn zones die zijn gelegen op de grens van bebouwd gebied en landschap. Dergelijke gebieden hebben een potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat voorzieningen in de nabijheid zijn gelegen en sprake is van vrij zicht en het directe contact met het buitengebied. De relatie tussen bebouwd gebied en het landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Hierbij worden drie typen ‘overgangskwaliteiten’ onderscheiden: • front (contrast): een scherpe rand tussen bebouwing en land, waarbij de bebouwing en het landschap met het gezicht naar elkaar zijn gekeerd. Stad en buitengebied brengen hun eigen eigenschappen maximaal tot expressie. • contact: bebouwd gebied en landschap zijn verbonden door zichtbare en begaanbare doorlopende structuren, zoals wegen, paden, dijken, lanen, linten of waterlopen.
De structuur die stad en land verbindt, kan een herkenbare landschappelijke onderlegger hebben. In andere gevallen is het kavelpatroon doorlopend. Stad en land blijven beide in hun eigen hoedanigheid herkenbaar en onderscheidend, maar worden in staat gesteld in elkaar door te dringen. • overlap (contract): tussen bebouwd gebied en landschap is een geleidelijke overgang; stedelijk en landschappelijke programma’s vloeien in elkaar over. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Op 20 februari 2019 is een nieuwe Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld (geconsolideerd 1 augustus 2020). Verstedelijkingsscenario Stadsregio 2010 - 2020 en Woningmarktstrategie en Woonvisie Regio Rotterdam 2014 - 2020 Op 13 oktober 2010 heeft de Stadsregio het verstedelijkingsscenario “Op weg naar een gezonde woningmarkt” vastgesteld. Daarin is een beeld geschetst van de opbouw van de woningvoorraad op Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
21 basis van een analytische indeling van negen woonmilieus (Rosetta-indeling): landelijk, dorps, exclusief suburbaan, grondgebonden suburbaan, compact suburbaan, rustig stedelijk, levendig stedelijk, exclusief stedelijk en hoogstedelijk. Met deze benadering is getracht om de regionale opgave te formuleren en om met gemeenten, corporaties en marktpartijen het gesprek aan te kunnen gaan over vormen van woningbouw die iets toevoegen aan het regionale aanbod. De ontwikkelingen op de woningmarkt dwongen echter tot een ingrijpende herziening van de verstedelijkingsafspraken. In april 2014 is die herziening neergelegd in de Woningmarktstrategie en Woonvisie Regio Rotterdam 2014 - 2020. Tegelijk met deze strategie zijn op subregionaal niveau samenwerkingsafspraken uit onderhandeld in de Woningmarktafspraken subregio Noord 2014-2020. Conclusie Het plangebied is volgens de Verordening Ruimte 2014 gelegen buiten het bestaand stads- en dorpsgebied. Ingevolge artikel 2.1.1 Verordening Ruimte 2014 is het echter mogelijk hier een stedelijke ontwikkeling toe te staan indien deze passend is ontsloten, past in de doelstellingen en richtpunten van de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit én is opgenomen in het Programma Ruimte (voor zover het gaat om locaties groter dan 3 hectare). Aan deze voorwaarden wordt voldaan.
Het bouwplan Hoeksekade Noord is immers één van de woningbouwlocaties, groter dan 3 hectare die in het Programma Ruimte wordt genoemd. Het is binnen haar stedelijke context goed ontsloten en draagt bij aan een geleidelijke overgang tussen bebouwd gebied en landschap, waarbij de stedelijke en landschappelijke programma’s in elkaar overvloeien. De nieuwe Omgevingsvisie en verordening maken deze conclusie niet anders. Dit komt in het plan tot uiting door de ruime opzet van de verkaveling, omsloten door watergangen die tevens bijdragen aan de op basis van de visie noodzakelijke duurzame waterhuishouding. De gemeente Lansingerland behoort tot de subregio ‘Noord’. In deze subregio is het vertrekpunt voor de programmering de eigen behoefte. Voor Lansingerland geldt, dat zij in het kader van de Vinex een grote regionale bouwopgave heeft gekregen. Lansingerland kan de komende jaren dan ook boven op de eigen behoefte bouwen, waardoor jaarlijks zo’n 400 woningen gebouwd mogen worden (tot 2020). Daarnaast geldt voor de subregio ‘Noord’ dat de sociale voorraad beter benut moet worden. Zo dient het percentage ‘scheefwoners’ actief omlaag gebracht te worden. Het project Hoeksekade Noord past binnen de doelstelling ten aanzien van het aantal te realiseren woningen, waarvan tenminste 30% in het goedkopere segment, dat wil zeggen met een VON-prijs van ten hoogste € 180.000,-.
3.3
Gemeentelijk beleid
Toekomstvisie Lansingerland In de nota ‘Lansingerland op weg naar 2040’ wordt het perspectief van de toekomst als volgt geschetst, als voorbereiding op de structuurvisie. Focus op een woningvoorraad die aansluit op de (veranderende) bevolkingssamenstelling met als belangrijkste doelgroepen starters en senioren. Volgens dit gezichtspunt betekent dit minder bouwen van eengezinswoningen en meer bouwen van levensloopbestendige woningen. Met zorgzame wijken wil Lansingerland wijken bieden met een passend aanbod van woningen, voorzieningen, activiteiten en diensten waardoor iedereen zo lang mogelijk zelfstandig in een eigen huis of leefomgeving kan blijven wonen. Opererend vanuit de vraag vindt verruiming plaats om individuele woonwensen te faciliteren. Daarbij wordt ook ingespeeld op het alsmaar duurder worden van mobiliteit. Werken aan huis wordt beter gefaciliteerd. Omdat energie-uitgaven een steeds groter deel van de woonlasten beslaan, wordt bij nieuwbouw aandacht besteed aan duurzaamheid en toepasbare alternatieve mogelijkheden voor energiegebruik (warmteweb, elektriciteit in plaats van gas). Bij bestaande bouw wordt het gebruik van zonnepanelen gestimuleerd (zonder regeling van de gemeente). De kwaliteit van wonen richt zich ook op de leefomgeving. Aandacht voor groen en voorzieningen op acceptabele afstand is daarvoor nodig.
Met betrekking tot het aspect ‘wonen’ wordt in de toekomstvisie gesteld, dat tot 2025 nog zo’n 12.000 woningen aan de voorraad wordt toegevoegd. Het merendeel van deze woningen wordt gebouwd in Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
22 de Vinex-wijken. De rest is voorzien op diverse andere plekken, waaronder aan de linten. Om de woningvoorraad nu en in de toekomst aan te laten sluiten op de bevolkingssamenstelling, is het wenselijk om de te bouwen woningen af te stemmen op de markt. Bij nieuwbouwprojecten dient daarbij nadrukkelijk rekening te worden gehouden met de wensen van de belangrijkste doelgroepen. Hierbij wordt gedacht aan woningen in de goedkope sector, alsook voor senioren. Daarnaast vormen ‘variatie’ en ‘diversiteit’ de sleutelwoorden binnen de woningbouw; een mix aan woningtype zorgt ervoor dat iedereen een wooncarrière kan maken in de vertrouwde buurt of wijk. Na 2025 vindt geen grootschalige uitbreiding van de bebouwde kom meer plaats. De nadruk komt dan te liggen op vernieuwing van de woningvoorraad in bestaande wijken. Structuurvisie Lansingerland Op 18 februari 2010 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Lansingerland vastgesteld. Het plangebied is gelegen zoals weergegeven in figuur 8. De ‘Structuurvisie Lansingerland’ is te zien als een ruimtelijke vertaling van de toekomstvisie 2040. Bij de structuurvisie hoort een uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven op welke wijze de beoogde ontwikkelingsprojecten tot realisatie kunnen komen. Veel van de ontwikkelingen tot 2025 komen voort uit bestaand beleid.
Voor een zeer belangrijk deel ligt de ruimtelijke structuur van Lansingerland dan ook al vast. Het document vormt het toetsingskader voor nieuwe initiatieven en de basis voor de actualisatie van bestemmingsplannen en de mogelijkheden om kosten te verhalen. In dit document wordt gesteld om met de woningproductie aandacht te besteden aan de totstandbrenging van zorgzame wijken. Voorrang dient gegeven te worden aan lopende woningbouwplannen, vooralsnog geen nieuwe opstarten (behalve bij bijzondere omstandigheden). Er wordt vastgehouden aan de beoogde kwaliteit van nieuwe woonwijken met onder andere aandacht voor voldoende groen en speelplekken. Differentiatie in woningbouw. Versterking van het voorzieningenniveau vindt vooral plaats in de bestaande winkelcentra van de dorpskernen. Bij bouwontwikkelingen is voor wat betreft de linten het uitgangspunt dat het cultuurhistorisch waardevolle karakter ervan behouden blijft Op de structuurvisiekaart is het plangebied aangemerkt als ‘nieuw stedelijk gebied’. Het betreffen hier de woningbouwlocaties waar in het kader van de Vinexopdracht woningen zijn voorzien. Bij de ontwikkeling hiervan is rekening gehouden met afspraken binnen de stadsregio. Het betreffen echter ook locaties die niet volgen uit de Vinexopdracht.
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
23
Figuur 8: Uitsnede structuurvisie Voor deze locaties geldt, dat sterker toegespitst moet worden op een grotere variatie van het woningaanbod, afgestemd op de bevolkingsontwikkeling en een evenwichtige opbouw van de wijken. De woningbouwproductie wordt daarbij verdeeld over een langere periode, zodat het aanbod kan worden afgestemd op de bevolkingsontwikkelingen. Geconcludeerd wordt dat het plan past binnen de uitgangspunten van de structuurvisie. Voor de realisatie van nieuwe woningbouwlocaties gelden daarbij nog enkele uitgangspunten. Zo dient vastgehouden te worden aan een woningbouwprogramma, dat past bij de behoefte op de langere termijn. Daarnaast dienen de nieuwe woonwijken voldoende aandacht te hebben voor groen- en speelplekken en is differentiatie in woningbouw zeer gewenst. Voor de periode na 2025 wordt gesteld, dat geen uitbreidingen meer plaatsvinden. Nieuwe woningen worden dan alleen gerealiseerd door inbreiding. In de structuurvisie is een projectprogramma opgenomen, dat ook opgenomen is op de structuurvisiekaart. Een van de opgenomen projecten betreft het nieuwbouwplan ‘Hoeksekade Noord’. Hier zijn op de korte / middellange termijn in totaal 60 woningen voorzien. Woonvisie Lansingerland 2015-2020 De Woonvisie Lansingerland 2015-2020 is vastgesteld op 9 juli 2015. Sinds 2008 is het beleidsveld Wonen sterk aan veranderingen onderhevig.
De koopwoningmarkt is veranderd door de financiële crisis, woningcorporaties zijn geconfronteerd met een verhuurders- en solidariteitsheffing en hebben Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
24 in toenemende mate moeite met de verkoop van hun bezit. Tevens is de opgave voor het bouwen van sociale huurwoningen problematischer geworden, doordat woningcorporaties veel minder investeringscapaciteit hebben dan in het verleden. Daarbij zijn woonconsumenten kritischer geworden, beïnvloeden vergrijzing en ontgroening de mate van prioritering van doelgroepen en is het een stuk lastiger geworden voor een hypothecaire lening in aanmerking te komen. Mede daardoor is de haalbaarheid van projecten momenteel een grote uitdaging, hetgeen grote (financiële) gevolgen heeft voor de gemeente Lansingerland, die sinds de jaren 90 behoort tot de gemeenten met een aanzienlijke opdracht in de regionale verstedelijkingsopgave. De gemeente Lansingerland wil met de woonvisie Lansingerland 2015-2020 in elk geval tot 2021 haar visie en beleid uitdragen op het vlak van woningen, woonomgeving, woningbouw en doelgroepen van woonbeleid. Daarbij vindt aansluiting plaats met de overkoepelende missie van de gemeente om zorg te willen dragen voor een gevoel van welbevinden bij iedere inwoner op het terrein van wonen, werken en recreëren in Lansingerland. Het geformuleerde beleid houdt rekening met alle factoren die de afgelopen en komende jaren van invloed waren en zijn. Het uitgangspunt is de toekomstvisie: Lansingerland op weg naar 2040.
Extra aandacht in deze woonvisie gaat uit naar de effecten van de wijziging van de woningwet (novelle van Blok), waardoor gemeenten vanaf 2015 (meer) wettelijke verantwoordelijkheden krijgen naar de in haar gemeente actieve woningcorporaties (3B Wonen en Havensteder) en op basis van de woonvisie sturing gaan geven aan de opgaven die zij van de corporaties verlangt. Lansingerland vindt het belangrijk om vanuit haar visie en ondanks de onzekere tijden op het vlak van de economie en betaalbaarheid van woningen de beleidsdoelen zo concreet mogelijk te vertalen naar wat ze wil en voor wie ze dat wil. Initiatieven op het terrein van duurzaamheid worden gewaardeerd, ondersteund en gestimuleerd. De gemeente Lansingerland wil samen met haar partners investeren in een groene en duurzame leefomgeving, waar alle inwoners veilig en prettig kunnen wonen, werken en recreëren, met een gevarieerd woningaanbod, passend bij de sociale en demografische opbouw van de samenleving, met behoud van historische en culturele waarden’. • vergroten van keuzevrijheid en gevarieerd woningaanbod; • bieden van gevarieerde en veilige woonmilieus; • versterken van duurzame woon- en leefomgeving; • woningmarktafspraken 2014-2020 regio Rotterdam.
De kaders van het Rijk en ook de provincie hebben de Woningmarktafspraken 2014-2020 regio Rotterdam, die in 2014 door Lansingerland en samen met de andere gemeenten en woningbouwcorporaties uit de regio zijn ondertekend, beïnvloed. Welstandsnota 2012 Op 26 april 2012 is de Welstandsnota 2012 vastgesteld. De gemeente Lansingerland heeft de ambitie om uit te groeien tot een aantrekkelijke parkstad waarin het goed wonen, werken en recreëren is. Om die ambitie te verwezenlijken voert de gemeente een uitgesproken ruimtelijk kwaliteitsbeleid. De welstandsnota vormt hierin een belangrijke bouwsteen. Omdat de gemeente haar burgers niet wil belasten met een overmatige regeldruk is deze nieuwe welstandsnota zo beknopt en duidelijk mogelijk gehouden. Het voor het ruimtelijk kwaliteitsbeleid onmisbare onderliggende ‘verhaal’ over de ruimtelijke geschiedenis van het gebied, is opgenomen in de Nota Cultuurhistorie Plus. Aanvullend op deze nota wordt een specifiek beeldkwaliteitplan voor het project vastgesteld.
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
25
Figuur 9: Uitsneden welstandsnota De locatie (figuur 9) is gelegen in een gebied met licht welstandsniveau. Daar is de preventieve welstandsbeoordeling primair gericht op het bewaren van de stedenbouwkundige en architectonische samenhang. Dit welstandsniveau is toegekend aan veel woonwijken buiten de kernen. In deze gebieden worden de openbaarheid en de publieke ruimte vooral beleefd door de mensen die er wonen of werken. Het zijn ‘rustige’ gebieden waar de leefbaarheid vangroot belang is omdat mensen er langdurig (moeten) verblijven. De ordende principes en dragende kwaliteiten zijn: • ruimtelijke structuur: kassencomplexen met bijbehorende woonhuizen, gekoppeld aan de historische bovenland-linten en de (insteek)wegen in de droogmakerijen vrijwel monofunctioneel ruimtelijk karakter: glastuinbouw- en sierteeltcomplexen bestaand uit kassen, gietwaterbassins en bedrijfshallen e.d. • individuele vormgeving van de woonhuizen Uitgangspunten welstandsbeleid Ondernemers en bewoners zijn zelf verantwoordelijk voor de ruimtelijke kwaliteit. Gezien het monofunctionele en minimaal publieke karakter kan de rol van welstand beperkt blijven. Aanwezige ruimtelijke kwaliteit wordt via het bestemmingsplan gewaarborgd. De woon-werklinten zijn daarom qua welstand ‘vrij’. Een uitzondering hierop is gemaakt bij een strook ten westen van de N209 ter hoogte van Bleiswijk.
Gezien de grote zichtbaarheid van het glastuinbouwgebied vanaf de N209 is het gewenst dat voor deze zone een excessenregeling van toepassing is. Transformatiegebieden zijn aangewezen om op termijn te transformeren naar een ander gebiedstype, maar nog niet daadwerkelijk in ontwikkeling. Daarmee zijn ze een ‘voorloper’ of voorfase van de ontwikkelingsgebieden. De transformatiegebieden hebben nu nog de verschijningsvorm van het gebiedstype waar ze tot dusver bij horen. Met name bij ruimtelijke ingrepen wordt al rekening
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
26 gehouden met de toekomstige bestemming, totdat de stedenbouwkundige planvorming start en er een nieuwe welstandsparagraaf wordt vastgesteld. Bomenverordening 2012 De gemeenteraad heeft in de raadsvergadering van 26 april 2012 de Bomenverordening Lansingerland 2012 vastgesteld. Met deze verordening wordt het kapvergunningstelsel uit de Algemene Plaatselijke Verordening gehaald en in deze bomenverordening opgenomen. Volgens de Bomenverordening zijn de bomen langs de Hoeksekade waardevolle houtopstanden. Conclusie gemeentelijk beleid Zowel uit de toekomstvisie als uit de woonvisie blijkt, dat Lansingerland tot 2020 een bovenregionale woningbouwopgave kent. In de regionale woningbouwafspraken is dan ook afgesproken, dat Lansingerland jaarlijks 400 woningen mag bouwen (zie § 3.2). In de structuurvisie zijn de locaties vastgelegd waar nieuwe woningbouw voorzien is. Een van deze ontwikkellocaties betreft ‘HoeksekadeNoord’. Ten behoeve van de ontwikkeling van deze locatie is een Programma van Eisen opgesteld, waarbij in het gebied in totaal 60 woningen zijn voorzien. Op grond van de woonvisie, alsook de aangenomen motie, is 30% van deze woningen sociaal bereikbaar. Het plangebied betreft het noordelijk deel van de ontwikkellocatie ‘Hoeksekade-Noord’. De ontwikkeling van dit gebied tot woningbouwlocatie past dan ook binnen de toekomstvisie en de structuurvisie.
Ten behoeve van de herontwikkeling van het plangebied is het Programma van Eisen vertaald in een stedenbouwkundig plan, dat op 30 juni 2015 door het college is vastgesteld. Hiermee wordt gesteld, dat dit stedenbouwkundig plan past binnen de in het Programma van Eisen opgenomen uitgangspunten en randvoorwaarden. Aangezien het stedenbouwkundig plan de onderligger vormt voor dit bestemmingsplan, wordt laatstgenoemde ook als passend binnen dit programma ervaren.
3.4
Toetsing beleidskaders
Een en ander is derhalve passend binnen het rijks- en provinciaal en gemeentelijk beleid, met uitzondering van het bestemmingsplan. Het rijksbeleid wordt niet aangetast. Het provinciaal beleid wordt in acht genomen door een zuinig ruimtegebruik, zoals deze uit de Verordening Ruimte blijkt. Om deze reden is er dan ook planologisch gezien geen probleem om de ontwikkeling door te zetten.
Bestemmingsplan “Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening“ Toelichting, Vast te stellen, 3 mei 2021
27
Hoofdstuk 4
Sectorale aspecten, kwaliteit van de leefomgeving
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de (milieukundige) uitvoerbaarheid beschreven voor de 13 woningen. Het betreft de thema's geluid, milieuzonering, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
4.1
Bodem
De Wet bodembescherming (Wbb) vormt het wettelijk kader bij de bepaling van de mate en de ernst van een bodemverontreiniging. Conform de Wbb wordt op grond van de mate en omvang van een verontreiniging in grond en/of grondwater bepaald of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierop is de principiële noodzaak tot sanering gebaseerd. In de Wbb wordt op basis van risico’s voor mens en ecosysteem onderscheid gemaakt tussen spoedeisende en niet spoedeisende sanering. Bij eerst genoemde dient binnen vier jaar aangevangen te worden met de sanering; bij laatstgenoemde kan gewacht worden totdat op de locatie een herinrichting en/of bestemmingswijziging aan de orde is. Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Wettelijk is bepaald dat een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu.
De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of afwijkingsbesluit. Bij grondafvoer en grondverzet vanaf het plangebied naar elders treden de regels van het Besluit bodemkwaliteit in werking. De uiteindelijke beslissing met betrekking tot de functionele geschiktheid van de bodem voor de beoogde doelstelling is strikt voorbehouden aan het bevoegd gezag. In dit kader is een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd door Econsultancy, met rapportage d.d. 17 oktober 2018 (bijlage 2). De bovengrond van de gehele onderzoekslocatie is plaatselijk zwak tot matig puinhoudend. Verder is de bovengrond plaatselijk zwak baksteen- en plastichoudend. In de bovengrond is plaatselijk een lichte verontreiniging lood, minerale olie, kwik en PAK aangetroffen. In de bovengrond van het noordwestelijk terreindeel is plaatselijk (boring 19 en 20) een sterke verontreiniging met lood aangetroffen die tevens de regionale achtergrondwaarden overschrijden voor dit gebied. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met barium aangetroffen. Nader onderzoek is geadviseerd en uitgevoerd naar de aard en de omvang van de geconstateerde sterke verontreiniging met lood. De rapportage van Econsultancy d.d. 30 april 2019 is opgenomen in bijlage 9.