[BV25.0084] Verslag commissie Samenleving d.d. 11 september 2025
Tekst van het document
En wij zouden heel graag van andere partijen willen weten waarom hun voorkeur uitgaat naar overnemen van de Rekenkamer of aansluiten bij het college. En we zouden van het college graag willen weten op welke termijn het college denkt met een evaluatie van het huidige model te kunnen komen. Want als dat op kortere termijn kan, dan kunnen we dat nog meenemen in onze overwegingen. Dus we willen heel graag de discussie hierover aangaan met de anderen om te kijken hoe ze hierin staan, want wij verkeren in tweestrijd. Dat is een ander woord voor op twee benen hinken. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Gielis. Dan ga ik nu naar de heer Xhemaili, PvdA. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik ga de vraag van mevrouw Gielis in mijn betoog proberen of trachten te beantwoorden. Voorzitter, uit het rapport van de Rekenkamer blijkt dat de GRJR stappen heeft gezet in de organisatie van de regionale jeugdhulp, maar dat er nog belangrijke tekortkomingen zijn die ons als gemeenteraad direct raken in onze controlerende taak en dat baart ons zorgen. Wij als PvdA willen heel graag meer resultaat, betere zorg voor onze kinderen en tegelijkertijd verantwoord omgaan met gemeenschapsgelden. Nu kom ik bij die zorgen. Onvoldoende sturingsinformatie en transparantie. Gemeenten krijgen nog steeds niet de informatie die nodig is om goed te kunnen sturen, toezicht te houden.
Begrotingen wijken af, die structureel van de realisaties, waardoor wij nauwelijks grip hebben. De resultaten van zorg zijn niet inzichtelijk, wat heeft het opgeleverd, waardoor we niet weten of de hulp daadwerkelijk effect heeft op de jeugdigen. Risicobeheersing ontbreekt. Het model van systeemaanbieders en onderaannemers leidt tot weinig grip op kwaliteit, prijs en prestaties. Gemeenten ervaren de macht bij onderaannemers. Systeemaanbieders hebben dan minder grip op de prijs. Kostenontwikkeling buiten controle. Dus dat baart ons allemaal zorgen en geeft ook aan waarom het belangrijk is dat wij alle aanbevelingen van het Rekenkamerrapport opnemen. Ik kom ook met wat voorstellen voor het college, richting GRJR. Het is belangrijk om harde afspraken te maken om te komen tot goede informatieverstrekking. Dit betekent, vastleggen in de regeling welke sturingsinformatie structureel op welk detailniveau aan de gemeenteraden wordt geleverd. Meer inzicht in resultaten van zorg door zorgaanbieders te verplichten outcomegegevens aan te leveren. Transparante kostenanalyses. Structureel onderzoek naar de oorzaak van de kostenstijging zodat beleid en inkoop daarop gestuurd kunnen worden. Beter grip op systeemaanbieders en onderaannemers door contractueel meer voorwaarden op te nemen over kwaliteit, prijsafspraken en rapportages.
Dit geeft mijn betoog mee aan de vraag van mevrouw Gielis, we moeten zo snel mogelijk alle aanbevelingen van de Rekenkamer opnemen, omdat zij nu
33/43
al aangeven, het gaat niet goed de afgelopen jaren. En als we nog langer wachten betekent niet dat het beter gaat. Ik heb nog een viertal vragen aan het college. Waarom zij niet gaan voor aanbeveling 2. De Rekenkamer zegt dat nu al sturen op resultaat onvoldoende gebeurt. Waarom kiest het college ervoor om pas richting 2029 inkoopstrategie te ontwikkelen terwijl de jongeren nu al zorg ontvangen. Vraag 2, wat gaat het college concreet doen om in de tussenliggende tijd tot al die inzichten te komen op resultaten van de jeugdzorg. Het college geeft aan, ze gaan een evaluatie doen. Dat is de derde vraag, hoe ziet de evaluatie eruit van het huidige inkoopmodel? Wie voert die uit? Welke partijen worden betrokken? En hoe wordt de raad geïnformeerd? En een onderdeel van deze vraag is, worden ook de jongeren die jeugdhulp gebruiken en gezinnen ook zelf betrokken bij de evaluatie? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Xhemaili. Mevrouw Gabin, GroenLinks. Mevrouw Gabin: Dank u wel, voorzitter. Wij begrijpen de behoefte van het college om het huidige inkoopmodel zorgvuldig te evalueren en te vergelijken met alternatieven. Maar wij zien wel een risico dat zo'n evaluatie veel tijd en energie vraagt, terwijl de problemen die de Rekenkamer signaleert nu al om actie vragen. De Rekenkamer zegt duidelijk, er is geen bewijs dat een ander model beter werkt.
Het gaat erom hoe we het bestaande model invullen met betere indicatoren, betere contracten en meer zicht op resultaten van de zorg. Dus ons pleidooi is, het huidige model verbeteren zoals de Rekenkamer adviseert en die verbeteringen parallel uitvoeren aan de evaluatie, dus en-en. Zo voorkomen we dat jongeren en gezinnen de dupe worden van uitstel. En wij vragen dus de wethouder, hoeveel tijd verwacht u dat de evaluatie van het huidige model en de vergelijking met alternatieven in beslag neemt? Bent u bereid om ondertussen al te starten met de verbeteringen die de Rekenkamer voorstelt? Dus inclusief aanbeveling 2. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Gabin. Wie mag ik dan het woord geven? Mijnheer Weerheijm, D66. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Allereerst altijd leuk om even bij een andere commissie te mogen buurten. Daarbij wil ik wel aangeven dat de bijdrage van mijn partij is voorbereid door mijn collega's hier uit Samenleving. Dus ik hoop niet dat u al te ingewikkelde interrupties gaat plaatsen, dan zou ik u misschien het antwoord schuldig moeten blijven. Ik zal mijn bijdrage ook vooral beperken naar inderdaad dat punt 2 waar de discussie voornamelijk over gaat. Wij snappen als D66 de keuze die door het college is gemaakt om die aanbeveling nog even niet over te nemen.
In het rapport van de Rekenkamer worden voldoende punten aangehaald die laten zien wat nu ook al de knelpunten zijn met het gekozen inkoopmodel. Dat er op resultaat bekostigd wordt, maar dat de blik op resultaten er ook eigenlijk al niet is en dat er veel informatie ontbreekt, waardoor het daarop sturen erg lastig is. Wij vinden het daarom ook logisch om de mogelijkheden open te houden om ook naar andere inkoopmodellen te kijken. Daarbij denken we ook vooral aan het belang van preventie. Dat is natuurlijk iets wat vaak lastig is om uit te drukken in concrete resultaten, want iemand die niet ziek wordt of voordat er zorg nodig is alweer beter wordt, die komt ook niet in een cijfer naar voren als een concreet resultaat. Dus dat zou ook vooral het uitgangspunt moeten zijn van alle vormen van jeugdzorg, wat ons betreft. Dus we zullen ook moeten zoeken naar een bekostigingsmodel wat daar het beste bij past. Daarnaast wil ik nog wel meegeven dat we zeker ook aanbeveling 1 dat we daar blij mee zijn, het punt over betere dataverzameling, betere data-analyse, beter koppelen van data, is iets wat al door mijn collega's hier regelmatig is aangedragen in deze commissie de afgelopen jaren. Veel op is gehamerd. We zijn blij dat dat hier ook in dit rapport terugkomt. Dat dat iets is waar actie op ondernomen
34/43
moet worden. Ik denk dat dat voor nu even de belangrijkste punten zijn. Ik ben benieuwd naar de andere partijen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Weerheijm. ChristenUnie of CDA, wie gaat er eerst? Mijnheer Lieverse, u heeft het woord. De heer Lieverse: CDA mag ook, hoor. De ChristenUnie, voorzitter, is bezorgd over wat er zoal staat in het rapport. Dat heeft vooral te maken met wat een beetje verscholen staat in dit rapport is hoe slecht het met de GRJR gaat. Ik ga daar wat context bij geven, voordat ik iets zeg over de aanbevelingen die nu ons voorgelegd worden. Voordat gedacht wordt dat ik wijs naar onze wethouder, er zijn meerdere partijen in het spel. Dat zijn wij zelf als raad, dat is de Rekenkamer die een oordeel heeft gedaan namens ons, dat is natuurlijk ons eigen college, maar het is ook de hele GR met een heleboel raden die erbij betrokken zijn en daar ook sturing aan horen te geven. Het Rekenkamerrapport heet, Samen op zoek naar zicht. En het werd al gezegd, dat woord zegt eigenlijk alles, we hebben het niet. De Rekenkamer stelt vast dat gemeenteraden niet de informatie krijgen die nodig is om hun werk te doen. We weten niet wie de zorg levert. We weten niet wat de zorg of het wel werkt. We weten niet waar het grote deel van het geld naartoe gaat. En ondertussen geven wij iets van 30 miljoen uit aan jeugdhulp, waarvan de helft via de GR.
100 euro per inwoner meer dan in vergelijkbare gemeenten. We hebben dat wel eens eerder aan bod laten komen, maar de analyse ervan ontbreekt nog steeds. En toch wachten kinderen soms een jaar of langer op hulp. Er zijn voorbeelden van kinderen die tussen wal en schip vallen. Ouders die verdwalen in het systeem. En wij als raad kunnen niet vaststellen of de miljoenen die we uitgeven daadwerkelijk leiden tot herstel of perspectief. Daar komt bij dat cruciale schakels als Jeugdbescherming en Veilig Thuis structureel tekort schieten. De inspectie concludeert dat de problematiek door de Jeugdbescherming geheel onvoldoende wordt behartigd. Staat letterlijk in hun rapport. Wat doet de GR? Niks. Het heeft geen consequenties. Veilig Thuis blijft financieel en inhoudelijk een zorgenkind. Maar er worden wel weer miljoenen extra ingestoken, zonder structurele oplossing. Voorzitter, dat is bestuurlijk falen. De Rekenkamer doet duidelijke aanbevelingen. Geef de GRJR de taak om sturingsinformatie te verzamelen. Analyseer de oorzaken van kostenstijgingen. Neem maatregelen tegen de risico's van systeemaanbieders. De heer Xhemaili vatte dat al heel keurig samen. Toch zien we dat de GRJR zelf zijn functioneren gaat evalueren. Een organisatie die al jaren geen grip heeft, gaat zichzelf beoordelen.
Dat versterkt de indruk van een gesloten bestuurscultuur, waarin kritiek wordt weggepoetst in plaats van opgepakt. Voorzitter, we maken ons zorgen. Nogmaals, voordat gedacht wordt dat wij wijzen naar onze eigen wethouder, wij beseffen heel goed dat de GR een log instrument is wat heel moeilijk te keren is. Zeker door maar één wethouder. De Rekenkamer heeft ons gewaarschuwd en gezegd, dat deed de interim directeur die ons toesprak voor de zomer, ga niet te gauw besluiten om naar een andere GR te gaan, want het is, we zijn bezig, de GR is bezig met een verbeterslag. Maar vanwege de context die ik schets over het functioneren, wil ik graag vragen aan de wethouder, als we de aanbevelingen overnemen, waar wij voor pleiten, geef ons dan ook, periodiek, zeg per kwartaal, een rapportage over hoe het ermee staat. Dan kan het zijn dat we te horen krijgen, weinig voortgang, dat is ook rapportage. Want het is niet de verantwoordelijkheid van de wethouder om het in zijn eentje te regelen, maar wel om vanuit de GR dan ons op de hoogte te houden van hoe het daarmee gaat. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lieverse. Dan, voor de derde keer deze avond, de heer Oosterlaan als hekkensluiter. De heer Oosterlaan: Dank u wel, voorzitter. De Rekenkamer heeft onderzoek aangeleverd waarin verslag wordt gedaan over de opdracht die zij hebben uitgevoerd.
Zij doen vijf aanbevelingen, waarvan vier worden overgenomen door het college. Er worden conclusies
35/43
gegeven, opmerkingen gemaakt, onder andere op het inkoopbeleid van Lansingerland. De Rekenkamer vindt dat bij het gebruikte inkoopmodel de ambitie moet zijn om het resultaat zo goed mogelijk in beeld te brengen. Deelnemende gemeenten zoals Maassluis, Vlaardingen en Schiedam hebben een ander inkoopmodel. Lansingerland wil eerst evalueren voor zij overgaan tot een ander beleid. Wat wij begrijpen, een nieuw beleid zou uiteindelijk moeten resulteren in een regionale inkoop van specialistische jeugdhulp. Wij vragen ons daarom af wat afzonderlijke evaluatie door de gemeente oplevert. Kan de wethouder hierop reageren? Volgens de Rekenkamer wordt de raad nu onvoldoende geïnformeerd over de zaken, onder andere die gaan over het inkopen. Het beter in beeld brengen en krijgen van resultaten maakt naar onze mening de boel gemakkelijker om beter te kunnen sturen op het resultaat. Alvorens wij hierover een besluit nemen wil toch eerst even de reactie van de wethouder aanhoren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Oosterlaan. Daar hoeft u niet lang op te wachten, want wij zijn al aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de commissie. Wethouder Hoek, het woord is aan u. Met nadrukkelijk dus een onderscheid dat het stuk is geen collegestuk, maar het stuk is van de Rekenkamer en van u.
Maar het college kan uiteraard antwoorden op haar eigen advies, wat ook al is verwerkt in het rapport. Wethouder Hoek. Beantwoording college De heer Hoek: Ik zal alle partijen aflopen. Hoe gaan we hier mee om, stelt de VVD. Die aanbevelingen maken onderdeel uit van de evaluatie die de GRJR zelf gaat doen en wij zijn een van die dertien gemeenten. Overigens zijn zes van de deelnemende gemeenten het wel eens met het gegeven dat we het inkoopbeleid wel moeten evalueren. Dus wat dat betreft maakt dat wel kans van slagen. De eerste veranderingen, daar zijn we natuurlijk al een tijdje mee bezig en die hele evaluatie GRJR maakt daar ook wel enigszins onderdeel van uit. Maar we zijn natuurlijk al met de hervormingsagenda aan de slag gegaan. Toekomstscenario, de RBOK. Dus daar worden wel al stappen gezet. Alleen de echte GRJR evaluatie, die zal nog moeten plaatsvinden. Maar stappen met betrekking tot kostenbeheersing, al dat soort zaken, die lopen al even. De voorzitter: Wethouder, een interruptie van de heer Alsemgeest. De heer Alsemgeest: Voorzitter, dank u wel. De wethouder gaf aan dat zes gemeenten wel overeenstemming hebben over dat inkoopbeleid. Zijn dat de zes gemeenten die hier in het rapport benoemd worden? Want volgens mij zijn er maar twee gemeenten die daar ja op zeggen en vier gemeenten staat bij, onduidelijk. Dus dan blijft het voor mij ook een beetje onduidelijk.
De voorzitter: Wethouder. De heer Hoek: Ik moet het even nuanceren, vier van de zes die aangesloten zijn bij de Rotterdamse Rekenkamer staan er hetzelfde in als wij. De voorzitter: Nog even voor de scherpte, mijnheer Alsemgeest. De heer Alsemgeest: Dus even voor de scherpte, die staan er hetzelfde in als wij, dus die doen aanbeveling 2 eigenlijk niet. De heer Hoek: Die willen een evaluatie van het inkoopbeleid. En een evaluatie van het inkoopbeleid, het is niet gezegd dat het inkoopbeleid op de helling gaat of zo. Er is alleen
36/43
gezegd, voor de aanbesteding die in 2029 plaatsvindt vinden wij het wel echt zinvol om het inkoopbeleid onder de loep te nemen. Waarom? Tussentijds kunnen wij wel afspraken maken met partijen, maar we kunnen geen contracten openbreken. Dit is wel het momentum, zou je dat willen, dus compleet anders die inkoop ingaan, dan moet je daar van tevoren wel een evaluatie op van toepassing laten zijn. Die staat dus komend jaar gepland, voordat we de aanbesteding ingaan. Het zou even zo goed kunnen zijn dat we uitkomen bij dezelfde conclusie van de GRJR die stelt, van de GRJR, van de Rekenkamer, die stelt van, ga door met dit inkoopbeleid. Alleen we willen wel de mogelijkheid hebben voordat we het hele aanbestedingscircuit ingaan en gaan inkopen om te kijken, waar is het de vorige keer misschien wat minder gegaan en waar kunnen we nu verbeteringen aanbrengen. Zijn alle vijf de aanbevelingen uitvoerbaar? Die zijn wel uitvoerbaar. Dat staat ook heel duidelijk in het Rekenkamerrapport en die hebben aanbevelingen gegeven die natuurlijk wel te realiseren zijn. Leefbaar 3B, evaluatie inkoopbeleid. Daar heb ik al het een en ander over gezegd. Het gaat met name dat we daar klaar voor zijn voordat de nieuwe aanbesteding en dus de nieuwe inkoop dat die plaatsvinden. Dus we gaan daar zo snel mogelijk mee beginnen. De Partij van de Arbeid heeft al een voorschot op de aanbevelingen gegeven.
Dat is mooi. U heeft het over een stukje invulling al gehad. Aanbeveling 2 heb ik iets over gezegd. Ik vind het wel een goede dat u stelt van, hoe worden jongeren zelf betrokken bij de evaluatie? Hoewel natuurlijk datgene wat de GRJR bepleit is meer procesmatig in plaats van inhoudelijk natuurlijk. Ik bedoel, het is veel meer gericht op, hoe ga je processen anders inrichten, zodat je meer zicht krijgt op de juiste zorg en dus ook op de inhoud. Maar ik ben het wel met u eens. Ik wil best eens kijken van, op wat voor manier zou je nou jongeren daar ook zelf bij kunnen betrekken? Ik weet nog niet, ik heb nog niet op het netvlies staan hoe dat zou kunnen. Maar ik wil daar wel over nadenken. De voorzitter: Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik zit naar de wethouder te luisteren, terecht dat hij aangeeft dat het goed is dat hij het omarmt om de jongeren te betrekken. Dat lijkt me juist uitstekend, want als je die processen gaat veranderen, moet wel gekeken worden hoe de zorg terecht komt bij de jongeren. Want nu gaat het blijkbaar niet goed al zes tot acht jaar en dat geeft ook het Rekenkamerrapport aan. Dus neem de jongeren echt wel mee in de evaluatie, om te kijken hoe de zorg terecht komt bij de jongeren. Of niet. De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Ik ben het met u eens.
Maar hoe we dat dan moeten doen, het staat natuurlijk niet hier heel erg duidelijk vermeld. Dat is dan nog een beetje een vraagteken. En hoe we dat dan inpassen in het hele evaluatieproces, dat is voor mij ook nog even een puzzel. Maar ik ben er altijd wel een voorstander van om jongeren mee te laten praten met betrekking tot, doen we de juiste dingen voor het geld. Maar of dat nou in deze reeks mee moet of dat het op een ander moment moet, daar moeten we nog even over nadenken. De voorzitter: Zou u iets meer dan weer richting de microfoon willen komen, wethouder? De heer Hoek: Zeker. De ChristenUnie, ik ben blij dat u nuance aangeeft met betrekking tot de GRJR. Dat het niet iets is van de gemeente Lansingerland sec, maar dat daar een hele organisatie achter zit met heel veel gemeenten, met heel veel wethouders, met heel veel meningen, met heel veel gemeenteraden. Dus wat dat betreft maakt het echt niet slagkrachtiger, maar het is wel een gegeven. Dus wat dat betreft ben ik het met u eens. U heeft het over de 100 euro per inwoner die wij meer uitgeven. Daar heb ik voor de vakantie een toezegging op gedaan dat daar een duiding op komt. Die hebben we uitgezet bij transitiepartners en het is de bedoeling dat voor de behandeling van de begroting u daar
37/43
een duiding op krijgt. Even kijken hoor. U stelt, de GRJR gaat zichzelf beoordelen. Ik snap dat dat een ingewikkelde is. Dat vind ik ook. Maar er zitten wel dertien wethouders aan tafel om ook invloed uit te oefenen met betrekking tot die evaluatie. Dus wat dat betreft, en ik merk ook wel dat het gehalte kritische houding de afgelopen tijd toeneemt, omdat we ook wel zien dat, wij als Lansingerland hebben het afgelopen jaar heel goed gedaan of goed gedaan. Maar dat was in ieder geval niet geprognotiseerd door bijvoorbeeld de GRJR. Wij hadden onze eigen berekeningen erop losgelaten en die bleek te kloppen. En die was een stuk gunstiger voor Lansingerland dan wat zij geprognotiseerd hadden. Dus de kritiek op dit soort processen die neemt wel toe, ook bij andere gemeenten. We zijn er allemaal bij gebaat wanneer de GRJR op een goede manier functioneert. De directeur van de Rekenkamer zei ook al van op de vraag, moeten we dan misschien de GRJR verlaten? Hij zei, dat vind ik wel de minst goede actie, want daarmee haal je heel veel op je hals. Drie andere gemeenten hebben dat ooit op onderdelen ook gedaan. Of nee, in ieder geval die wilden aanvankelijk helemaal uit de GRJR, die zijn voor onderdelen weer teruggekomen en de hervormingsagenda stelt straks dat ze weer volledig terug moeten komen.
De frictiekosten die dat met zich meebrengt daar zou ik geen verantwoording voor durven nemen, want dat is echt gigantisch. Dus ik denk dat het zo is dat we met de GRJR de komende tijd de juiste stappen moeten maken. De juiste stappen met betrekking tot evaluatie, inkoopbeleid en aanbesteding. En ook, de aanbevelingen die hierin staan met betrekking tot de aanbieders, de onderaanbieders dat we daar heel erg goed en scherp op moeten acteren om inderdaad de GRJR te verbeteren. U vraagt om periodiek te rapporteren hoe het ermee staat. We moeten even kijken hoe we dat vorm en inhoud geven. We zouden het gewoon op de agenda kunnen zetten van de GRJR, periodieke evaluatie, of periodieke rapportage van de evaluatie. We zouden ook het onderdeel uit kunnen laten maken van de bestuursrapportage. Maar ik ben het wel met u eens dat het wel handig is om in deze een duidelijke vinger aan de pols te houden. Dank u wel. De voorzitter: Is er nog een interruptie, mevrouw Gabin? Ja, mevrouw Gabin nog. Mevrouw Gabin: Wij willen de wethouder nog graag horen over de bijdrage van GroenLinks en de gestelde vragen. De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Even kijken hoor. U vroeg volgens mij of we daar meteen mee aan de slag zouden kunnen gaan. Of heb ik het… De voorzitter: Mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: Ja, ons voorstel was om en aanbeveling 2 aan te nemen en de evaluatie, dus tegelijkertijd.
De heer Hoek: We gaan daar in ieder geval zo snel mogelijk mee beginnen. Maar wanneer die nou exact gepland staat, dat weet ik niet. Ik hoor, Q4 tot halverwege volgend jaar. Dus dat is al redelijk snel. We zitten bijna in Q4. Dus uw wens om er redelijk snel mee aan de slag te gaan, wordt daarmee ook ingewilligd. Is dit voldoende? Via de voorzitter, neemt u mij niet kwalijk. Mevrouw Gabin: Is dat een toestemming op het voorstel om en aanbeveling 2 in te laten gaan en de evaluatie? Heeft u daar bezwaren tegen? De heer Hoek: Ik snap uw vraag niet zo goed. Kunt u die verhelderen, via de voorzitter?
38/43
De voorzitter: Ja, dat mag hoor. Mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: In het voorstel staat dat het college ervoor kiest om een evaluatie te laten plaatsvinden en aanbeveling 2 wordt niet aangenomen. Zou dat en-en kunnen? Dus en aanbeveling 2 wordt aangenomen en de evaluatie. De heer Hoek: Volgens mij is aanbeveling 2 onderdeel van de evaluatie. De voorzitter: Zonder het een heel semantische discussie te maken, wethouder, het college stelt voor aanbeveling 2 nog niet over te nemen om eerst te evalueren. De vraag van de commissie die ik meermaals heb gehoord, in mijn eigen woorden, is kan het dan kwaad om aanbeveling 2 wel over te nemen, zodat er twee sporen parallel lopen. De heer Hoek: Ja, in principe zou dat kunnen, denk ik. De voorzitter: Controleer ik even bij de commissie of dat een beetje… Is dat de vraag die u beantwoord wilde hebben? Ja? Oké. De wethouder. De heer Hoek: Ik krijg net, misschien is het handiger dat je zelf even het antwoord geeft. De voorzitter: Dat mag zeker. Dan gaan we even naar de microfoon rechts. Het is de middelste. De ambtenaar. Ambtelijke ondersteuning: De aanbeveling 2 gaat erover dat we het inkoopmodel wat we nu hebben blijven hanteren. Als we de evaluatie gaan uitvoeren, daarin worden verschillende inkoopmodellen ook naast elkaar gehouden.
Want wat de wethouder net vertelde, drie gemeenten moeten ook weer terug de GRJR in en die hebben een ander inkoopmodel. Dus we moeten die inkoopmodellen ook naast elkaar houden om te kijken, wat heeft nou het beste effect gehad voor de jeugdigen, voor de kosten. En als we aanbeveling 2 overnemen, dan leggen we onszelf er al dus op vast dat we het huidige inkoopmodel wat de GRJR nu hanteert, blijven houden vanaf 2029. Want dat is het eerstvolgende moment dat er een volgende inkoop is. Maar als er dus uit de evaluatie blijkt dat het huidige inkoopmodel misschien niet het beste heeft gewerkt en misschien niet de beste zorg voor onze financiën heeft gegeven, dan kunnen we, als we aanbeveling 2 overnemen, daar geen gevolg aan geven. Om het even helemaal plat te slaan, met aanbeveling 2 leggen we onszelf vast op het huidige inkoopmodel. Als er uit de evaluatie blijkt dat een ander inkoopmodel beter zou zijn, dan kunnen we daar dus geen gevolg aan geven, want dan kunnen we niet meer overstappen. De voorzitter: Een vraag nog van de heer Xhemaili. Even puur feitelijk, mijnheer Xhemaili, u kunt de ambtenaar niet interrumperen, maar u kan de wethouder wel interrumperen. Dus zo ga ik hem even interpreteren. De heer Xhemaili: Absoluut, ik wil de wethouder de concrete vraag stellen die ik net heel goed in mijn hoofd had.
Betekent dit, met de toelichting van de wethouder, dat als wij voor de evaluatie kiezen en eruit blijkt dat, allebei de tracken tegelijk kiezen en eruit blijkt uit de evaluatie dat een ander model beter is, dat we dan niet meer naar dat betere model kunnen gaan? Vanaf ‘29. De voorzitter: De wethouder, hoe strikt is die formulering? Is het zo zwart-wit of niet? De heer Hoek: Daar worstel ik een beetje mee. In feite heb je natuurlijk nog tot 2029 om over dat inkoopmodel na te denken. Volgens mij is dat niet aan cruciale termijnen
39/43
gehangen, denk ik. Die andere aanbevelingen, die kunnen morgen beginnen bij wijze van spreken. Maar aanbeveling nummer 2, dat heeft wel gevolgen voor de totale evaluatie ook. De voorzitter: Mijnheer Xhemaili nog. De heer Xhemaili: Voorzitter, misschien ligt het aan mij, het is laat, maar ik begin een beetje te duizelen nu over die aanbevelingen met evaluatie, wel of niet overnemen. Is het mogelijk dat de wethouder daar schriftelijk op antwoord en toelichting geeft wat het nou wel of niet uitmaakt welke route je kiest en wat de gevolgen zijn? De voorzitter: Dat is een ja-nee-vraag aan de wethouder. En dan gaan we echt afronden. Dat ga ik u helpen. Wethouder, allereerst, kunt u daar nog schriftelijk op terugkomen? De heer Hoek: Dat kan ik toezeggen. Ik bedoel, het is best ingewikkeld. Het is een beetje kip-of-het-ei-verhaal, zo lijkt het wel. Maar ik snap wel waar hem de crux zit alleen, ik probeer ook even in te schatten van, wat voor gevolgen heeft het dan? Maar we gaan er even rustig over nadenken en dan zullen we u schriftelijk in kennis stellen van hoe of wat. De voorzitter: Mijnheer Xhemaili, u kunt alleen maar vragen stellen via de microfoon en via de voorzitter. Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Met heel duidelijk toegelicht per optie wat de gevolgen zijn van optiekeuze A, optiekeuze B of optiekeuze C, allebei tegelijk.
De heer Hoek: Ik vind het met de minuut ingewikkelder worden. Dus ik ben een beetje de weg kwijt. Maar misschien kunnen we na de vergadering even kijken wat u nu precies bedoelt, want ik snap het niet meer. De voorzitter: Dat lijkt me een uitstekende suggestie van de wethouder, maar de heer Xhemaili wil het nu weten. Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Ik wil duidelijk hebben dat het schriftelijk komt, dat die opties duidelijk worden uitgelicht, wat ze betekenen voor de gevolgen in de toekomst. De voorzitter: Ik ga jullie even helpen jongens, want dit leidt voor mijn gevoel tot te weinig. Concreet, er ligt een raadsvoorstel met vijf aanbevelingen. Mijn voorstel aan u is om dat door te geleiden naar de raadsvergadering over twee weken. Daarmee geeft u het college twee weken de tijd om toe te lichten wat de consequentie is van het ongewijzigd vaststellen van dat raadsvoorstel. En als het college daarin toelicht dat daar risico's in zitten, is het aan u om te beoordelen of dan alsnog aan aanbeveling 2 eruit te amenderen. Maar dat is dan aan de raad. U als raad, een deel van u. Dat is mijn concrete voorstel en dat betekent dat de opdracht die u het college heeft meegegeven, waar de wethouder ja tegen heeft gezegd, is om dat schriftelijk toe te lichten.
Als u het ongewijzigd vaststelt, wat is daar dan de consequentie van? En dan is het aan u om af te wegen of u die consequentie accepteert of niet. Ja? Ik zie voor de goede orde veel instemmend geknik. Bent u akkoord met mijn voorstel? Helder. Dan gaan we dat zo regelen. De formulering die de griffier graag hoort, in principe als hamerstuk, tenzij u op basis van de notitie van het college anders beslist over twee weken. Ja? Oké, helder. Dan zijn we aan het einde gekomen van agendapunt 6.b. Ik wil u allen hartelijk danken voor uw inbreng. Gaan we over naar agendapunt 7, de actualiteiten uit het college. Is dat een punt van orde, mijnheer Wezenberg? Die heeft u toch al gehad of ben ik zeer abuis? Nee, dat is een goede. Het is een fout van mij. Ik dacht dat we hem al hadden gehad, eigenlijk de tweede termijn. Maar dat is wel even een goede vraag. Heeft er iemand behoefte aan nog een tweede termijn, nu
40/43
we al hebben besloten wat we met het stuk gaan doen? Het wordt wel laat zo, jongens. Maar, excuus, mijn fout. Dan gaan we bij u beginnen, mijnheer Wezenberg. Tweede termijn De heer Wezenberg: Ik stelde in de eerste termijn stelde ik eigenlijk twee hele korte vragen. Ik heb daar niet heel duidelijk antwoord op gekregen, dus ik zal het nu weer heel kort stellen. Wat merkt Lansingerland van de veranderingen en wat gaan de inwoners ervan merken? Die vraag heb ik gesteld. De wethouder gaf terecht aan, een aantal dingen kan je nog niet invoeren, omdat je afhankelijk bent van alle anderen, maar er zijn ook dingen die hij al in gang gezet heeft. Zou hij daar wat voorbeelden van kunnen geven? Dank u wel. De voorzitter: Anderen nog in deze tweede termijn? Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik heb denk ik nog wel redelijk wat tijd. Waarom ik net zat te drukken op de goede toelichting vanuit de wethouder, waarom wij het belangrijk vinden vanuit PvdA is, de PvdA wil dat de GRJR niet alleen efficiënter werkt, maar ook vooral de gemeenten echt in de positie brengt om hun controlerende taak waar te maken. Dat vraagt om duidelijke afspraken en meer transparantie, zodat we de jeugdhulp, waar we gezamenlijk voor zoveel geld investeren, ook daadwerkelijk het verschil laten maken voor onze kinderen en gezinnen die dat nodig hebben.
Daarom vind ik het heel belangrijk dat hier echt met heel veel urgentie naar wordt gekeken. Dus voor de kinderen en de gezinnen die het nodig hebben. Niet voor de lol heel lang discussiëren. Dus dat wil ik echt heel graag meegeven. Dank u wel. De voorzitter: Helder, mijnheer Xhemaili. Anderen nog in deze tweede termijn? Mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Het voorstel van de voorzitter namen wij al over en wij vinden het een hamerstuk, zoals het nu gepresenteerd is. We vonden het namelijk meer belangrijk om de context aan te geven van wat ons zorgen baart. En voor zover u in het stuk al gelezen heeft, anders zou ik u er toch nog op willen wijzen, de alinea die begint op het eind van pagina 15 en doorloopt in het begin van pagina 16, die zou je eigenlijk kunnen vertalen van we, de GRJR, weet eigenlijk niet of de vele miljoenen die we uitgeven aan jeugdzorg, wat die opleveren. En dat is nogal een zorgelijke conclusie. Alleen dat is geen ambtelijke taal die ik nu gebruik, maar het staat er kort gezegd wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lieverse. Mevrouw Gielis, zag ik u nog in deze tweede termijn? Mevrouw Gielis: Voorzitter, wij gaven in eerste termijn aan dat wij op twee gedachten hinken. En dat loopt niet soepel, zal ik u vertellen. Maar we zijn heel blij met alle input van iedereen. Vooral met de toezegging van de wethouder dat hij met informatie komt.
Ik neem aan dat wij met een amendement gaan komen. Dank u wel. De voorzitter: Even voor het begrip van alle aanwezigen, een amendement om aanbeveling 2 er dan uit te halen. Mevrouw Gielis: Yes, sir. De voorzitter: Oké, dat is dan het mogelijke amendement wat voor ligt. Mevrouw Gielis: Tenzij de informatie ons op andere gedachten brengt.
41/43
De voorzitter: We houden het zo heel erg overzichtelijk. De heer Xhemaili heeft daar een interruptie bij. De heer Xhemaili: Volgens mij hadden we afgesproken dat we geen amendementen zouden indienen tot de informatie komt en dan kijken in de raad zelf. Of begrijp ik mevrouw Gielis… De voorzitter: Het wordt een beetje een technische discussie, mijnheer Xhemaili, maar u kunt geen amendement indienen tot de raadsvergadering is begonnen. Dus donderdagavond om acht uur is de allereerste optie, over twee weken, om een amendement in te dienen. En de wethouder heeft toegezegd dat die informatie voor die tijd beschikbaar is. De beoordeling is dan aan de raad op dat moment. Anderen nog in deze tweede termijn? Nee. Het is laat. Excuses dat dit wat rommelig is gelopen, maar volgens mij zijn we dan nu echt aan het einde gekomen van de behandeling aan de zijde van de commissie. Gaan we nog voor een laatste reactie naar wethouder Hoek. Beantwoording college De heer Hoek: Sorry, mijnheer Wezenberg. Wat merken de Lansingerlandse inwoners hiervan? We zitten natuurlijk volop in transitie en de plannen die u vanavond heeft gezien, met name ook met betrekking tot Veilig Thuis, daar merken de inwoners meteen al maanden iets van, in meer negatieve zin. Dus alles wat we vandaag zo'n beetje aan de orde stellen dat is een gevolg van het hele verhaal wat hier op tafel ligt.
Er zijn heel veel zaken die met jeugd te maken hebben die meteen impact hebben op hoe wij daarop acteren op dit moment. De inrichting van de lokale teams, de hervormingsagenda, de regionale bestuursopdracht kostenbesparing, daar zijn we volop mee bezig. En of de gemiddelde jongere op dit moment daadwerkelijk iets merkt, dat weet ik niet. We zorgen wel voor een continue goede zorg. Maar we zijn natuurlijk volledig in transitie en het hele nieuwe model staat nog niet, want dat zal met name met de lokale teams veel meer vorm en inhoud krijgen. De voorzitter: Bij interruptie, mijnheer Wezenberg. De heer Wezenberg: Dank u wel voor dit antwoord, maar kunt u ook wat concrete voorbeelden geven? Want die had ik gevraagd. Fijn dat u ermee bezig bent. De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Nee, dat wordt ingewikkeld. Het gaat nu heel erg over processen en de uitvoering die volgt. Dus ik moet u het antwoord even schuldig blijven, maar we gaan er ontegenzeggelijk iets van merken. Daar ben ik van overtuigd, want anders zijn we ook niet goed bezig. Laat dat ook duidelijk zijn. Dan de vraag nog van de Partij van de Arbeid, de controlerende taak. En met name, we doen het voor onze kinderen, helemaal mee eens. We hebben een aantal controlerende mechanismen. Dat zijn de zienswijzen, dat is ook de input die u geeft aan de raadsrapporteur.
En we voorzien u regelmatig van raadsinformatiebrieven met betrekking tot de stand van zaken. U kunt altijd via de raadsrapporteur, of ook direct richting mij, allerlei zaken meegeven. Maar het liefst via de raadsrapporteur, zodat er wel een bundeling is van wat we met zijn allen vinden, om dat in een vergadering in te brengen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Hoek. Dan zijn we nu aan het einde gekomen van agendapunt 6.b.
42/43
7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Gaan we over naar agendapunt 7, de actualiteiten uit het college. Er is nog geen actualiteitenrapportage, die volgt in oktober weer. Dat heeft u ook kunnen zien op de agenda. Wethouder, zijn er actualiteiten te melden op dit moment? De heer Hoek: Nee, op dit moment niet. De voorzitter: Dan was dat agendapunt 7. 8. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 8, actualiteiten uit de commissie. Heeft één van u een actualiteit? Is iemand ergens mee bezig wat noemenswaardig is om te melden voor de hele commissie? Nee? Niks in het koffiefilter, mevrouw Draak? Niks in het koffiefilter, oké. 9. Verbonden partijen De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 9, de verbonden partijen. Allereerst dank aan de heer Lieverse, de raadsrapporteur van de GGD en de GRJR heeft de verslagen aangeleverd. Zijn er vragen over? Eén van de commissieleden allereerst? Nee. Mijnheer Lieverse, toelichting? De heer Lieverse: Doen we dat na of voor het drie minuten rondje, voorzitter? Ik wilde voorstellen om het te laten bij deze schriftelijke verslaglegging, omdat het ook weer even geleden is. Morgenochtend is de volgende GRJR-vergadering. Als iedereen belangstelling heeft, kan je ook allemaal inloggen, want het is niet alleen voor de raadsrapporteur toegankelijk. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lieverse.
Andere zaken nog te melden voor verbonden partijen? Dat is niet het geval. 10. Rondvraag en sluiting De voorzitter: Dan zijn we aangekomen bij agendapunt 10, de rondvraag. Die zijn er niet gemeld. En de sluiting. Ik wil u allen hartelijk danken voor uw aanwezigheid en inbreng weer deze avond. Zoals gezegd, we hebben er nog vijf te gaan, met effect voor de inwoners. Dank u wel. Ik sluit de vergadering.
43/43