[BV25.0075] Verslag Gemeenteraad van 17 juli 2025
Tekst van het document
Maar wanneer dat niet lukt, om wat voor reden dan ook, moet er toch één van de twee overwicht hebben en dat is in dit geval de hulpverlening. Zo werkt het nu eenmaal. Dat is mijn antwoord. En over het woord ‘zo mogelijk’ toevoegen, dat brengt wat ons betreft in de uitvoering geen verandering met zich mee. Dus ook dat steunen wij niet. Dank u wel. De voorzitter: Kom ik bij de heer Lieverse. De heer Lieverse: Ik had eigenlijk verwacht, voorzitter, dat ik na de vele amendementen die ik had ingediend ook een eerste termijn zou kunnen starten. Nu aarzelde ik of ik mevrouw Draak of mijnheer Bergwerff moest interrumperen met zaken die ik eigenlijk zelf naar voren had willen brengen. Maar dat doe ik dan bij deze. En dan zullen we misschien toch een tweede termijn nodig hebben. Het eerste amendement, wat gaat over eigen kracht, dat voegt een korte zin toe, maar wel een belangrijke. Het gaat er namelijk om dat de eigen kracht beoordeeld wordt en dat er dan expliciet gekeken wordt naar belemmerende omstandigheden. ‘Zoals’ staat er met nadruk. Het is niet uitputtend, het lijstje. Psychische belasting van ouders bijvoorbeeld kan reden zijn om daar anders naar te kijken. We voorkomen hiermee dat we iets gaan vragen van mensen, van een gezin, dat op dat moment dat helemaal niet kan waarmaken. Er wordt wel gezegd, en mevrouw Draak zei dat een beetje, maar het is toch wel praktijk.
Dan is het ook goed om het te borgen in de verordening, juist om gezinnen in kwetsbare situaties helderheid te bieden. Dat is van belang. Ook richting bezwaar- en beroepsprocedures. Een ander amendement, wat gaat over de wederkerigheid, ook een groot onderwerp, dat voegt iets toe aan een artikel dat zegt dat de jeugdhulp niet mag worden beëindigd als het ernstige schade toebrengt aan het kind. Het klinkt zo vanzelfsprekend. Eigenlijk is het niet bedoeld als een beleidswijziging, dit amendement, maar het borgen van het belang van het kind als eerste overweging. Het blijft tenslotte de Jeugdwet die ons plichten oplegt. Van ouders mag iets worden verwacht, maar van een kind mag je nooit verlangen dat het zonder hulp verder moet. Het amendement van de PvdA en GroenLinks samen ‘bekijkt’ tegenover ‘bespreekt.’ Dat lijkt een klein punt. Het moet niet de suggestie bieden, dat zeg ik tegen mijnheer Bergwerff naar aanleiding van zijn woordvoering, dat de verantwoordelijkheid van wie de indicatie stelt voor welke zorg ingezet gaat worden verschuift naar de hulpvrager. Dat blijft de professional. Maar het idee van bespreken geeft duidelijker weer dat uitgelegd wordt, in heldere bewoordingen, wat verwacht wordt bij het vragen van eigen kracht en wat daarin wel kan en wat daarin niet kan. De voorzitter: De heer Bergwerff, interruptie.
35/52
De heer Bergwerff: Toch even een vraag gelijk. Maar verwacht dan de ChristenUnie dat dat zonder dit amendement niet gebeurt? Dus die samenspraak. De voorzitter: De heer Lieverse. De heer Lieverse: Ik vind het belangrijk om in de verordening zo goed mogelijk te verwoorden hoe wij het willen hebben. En niet om het op zijn beloop te laten en het aan de goedbedoelende zorgverlener over te laten. Vandaar. En als er dan spanning zou kunnen ontstaan, zoals in procedures, bezwaarschriften enzovoorts, dan moeten we kunnen terugvallen op een tekst die helder is. Vandaar. Dan over de motie, voorzitter. De verordening benadrukt het belang van samenwerking. Ik ga hier wat uitvoeriger op in, omdat er nog weinig steun is voor de motie. Maar in de praktijk is het overleg met onderwijs nauwelijks gestart, zo hoorden we tijdens de commissiebehandeling. Daar was ik geschokt over. Met het voortgezet onderwijs zelfs nog helemaal niet. Deze motie vraagt om het overleg alsnog structureel op te zetten en de raad hierover te informeren, vóór eind 2025. Ik ga het scherp zeggen, het is een gemiste kans om er pas na de vaststelling mee te starten. Maar dat kan niet anders, want we gaan vandaag de verordening vastleggen. De verordening gaat over normaliseren, over samenwerking in de leefomgeving, over eigen kracht.
Maar met het onderwijs, de plek waar problemen vaker eerst zichtbaar worden, moet het overleg nog op gang komen. Terwijl daar heel veel in de verordening over gezegd wordt. Onbegrijpelijk. Juist daar moet je op voorhand afstemmen hoe je elkaars signalen versterkt, hoe je rollen zuiver houdt, hoe je verwijtbaarheid voorkomt. Zie alstublieft deze motie niet als een extra last, zoals mijnheer Bergwerff dat opperde, dat het college een extra taak gaat krijgen. Het is een basisvoorwaarde. Het tweede punt roept op de raad mee te nemen in wat er wel of niet gaat lukken hierin. Als het straks niet goed loopt, mogen wij het uitleggen. Wij stellen de verordening vast en wij zijn daarvoor verantwoordelijk. De voorzitter: Dank u wel. Dan heeft de heer Azzouzi het woord in eerste termijn. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Ik loop de amendementen en de motie langs. Dan begin ik met de amendementen van de ChristenUnie, waar wij ook mede-indiener zijn. Het huidige voorstel stelt eisen aan de medewerking van ouders bij systeemproblematiek en daar is niks mis mee. Maar kinderen hebben geen invloed op het gedrag van hun ouders en ze mogen daar nooit de dupe van worden. Met dit amendement zorgen we ervoor dat de gemeente altijd moet afwegen of de weigering van hulp negatief uitpakt voor het kind. Dat is niet meer dan wat de Jeugdwet en het Kinderrechtenverdrag van ons vragen.
Daarom dit amendement. Amendement twee, ‘Waarborgen bij toepassing eigen kracht.’ PvdA steunt het idee dat we inzetten op eigen kracht, maar alleen als we eerlijk zijn over wat mensen aankunnen. Daarom dit amendement. We voegen toe dat de gemeente bij het beoordelen van eigen kracht ook kijkt naar belemmeringen zoals armoede, psychische problemen of taalachterstand. Zonder deze waarborg lopen kwetsbare gezinnen het risico onterecht buiten de hulp te vallen. Niet omdat ze niet willen, maar omdat ze niet kunnen. Ons eigen amendement. De huidige tekst zegt dat de gemeente kijkt naar wat ouders doen. Dat klinkt echt als een beoordeling van bovenaf. Met dit amendement maken wij er een gelijkwaardig gesprek van. Je hebt voor dat gesprek ook medewerking nodig van de ouders, dat is het doel. Daarom stellen wij voor om er een bespreking van te maken, om toch die medewerking te krijgen. En de andere ‘zo mogelijk’ is duidelijk. De motie van de ChristenUnie is wel een goede motie. Wij steunen dat. De school is vaak de eerste plek waar zorgen over kinderen zichtbaar worden. Maar zonder goed overleg tussen onderwijs en gemeente riskeren we dat we signalen missen. Ik zou ook pleiten om die samenwerking met het onderwijs ook, als het gaat om armoede en kinderen in
36/52
armoede, in beeld te krijgen. Maar laten we het houden bij deze motie van de ChristenUnie. Deze steunen wij. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Azzouzi. Dan is de heer Alsemgeest aan het woord. De heer Alsemgeest: Voorzitter, dank u wel. Wij zijn mede-indiener van de twee amendementen van de ChristenUnie. Duidelijk is, voor onze fractie in ieder geval, dat de verordening in principe goed is. Het mag, en misschien moest het zelfs wel, een beetje strakker op papier gezet worden om de mensen die met deze verordening moeten werken handvatten te geven. Handvatten om te zorgen dat de hulp die wij als gemeente kunnen aanbieden aan de jeugd, ook terechtkomt bij diegenen die het hardst nodig hebben. Dat er in de verordening duidelijk naar voren komt dat we op alle fronten medewerking van de ouders verwachten, is voor onze fractie eigenlijk klip en klaar. Maar toch het amendement. De amendementen waarvan wij mede-indiener zijn, behelst uiteindelijk maar één ding. De jeugdige mag nooit de dupe worden als de ouders niet in staat zijn of niet mee kunnen werken aan verandering in bijvoorbeeld de gezinssituatie. De heer Lieverse zei het al, het is duidelijk omschreven welke dingen dat zijn. Psychische problemen, taalbelemmering of armoede. Onze fractie gaat ervan uit dat de medewerkers van onze afdeling jeugdzorg prima in staat zijn hierin een afweging te maken.
Het amendement van de PvdA/GroenLinks haalt wat onze fractie betreft een beetje de druk weg die we er eigenlijk net op hebben gelegd met de regel ‘we verwachten medewerking op alle fronten van de ouder of ouders.’ Er staat niet in de verordening dat we overleggen met de ouders over die medewerking en dat is misschien wel een betere insteek voor een goedlopend gesprek. Verder zijn er nog twee kleine wijzigingen op onderdelen waar iets nogal dwingends omschreven staat. Daar zijn woorden als ‘zo mogelijk’ toegevoegd. Onze fractie staat niet negatief tegenover dit amendement, maar we horen graag hoe de wethouder daarover denkt. Verder de motie van de ChristenUnie, waarin zij het college opdragen structureel in overleg te gaan met het primair en voortgezet onderwijs over de uitvoering van het jeugdbeleid en de rol van het onderwijs daarin. De heer Lieverse vroeg zich af waarom er niet zo heel veel medeindieners waren bij zijn motie, maar ook ik heb dat niet gedaan. Want na het vele overleg dat we gehad hebben met de medewerkers die werkzaam zijn voor onze gemeente in de jeugdzorg, was ik zelf van mening dat dit overleg er al was. Maar misschien heb ik me daarin vergist. Ook daar hoor ik graag de wethouder. Dit is de eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is de heer Van der Stad de volgende spreker. De heer Van der Stad: Dank u wel, voorzitter.
Zoals in de commissie aangegeven, voor D66 zijn de doelstellingen die beoogd worden, normaliseren en sturen waar het kan, geheel akkoord. We spraken echter onze zorg uit over de invulling die gegeven kan worden aan de kapstok ‘eigen kracht.’ Wat we niet willen, is dat een kind door een onvoorziene situatie in de regelgeving de dupe wordt en belemmerd wordt om tot bloei te komen. Wij waren niet de enige partij met die zorgen na het lezen van de stukken. En uit de bespreking bleek dat de aanpassing broodnodig was. Met dank aan de heer Lieverse voor het brengen van scherpte en het leveren van inspanning om de juiste teksten af te stemmen, zijn we gekomen tot twee amendementen. ‘Waarborgen bij toepassing eigen kracht’ en ‘Kindbelang voorop bij systeemproblematiek.’ Die dekken af dat er ongewenste situaties ontstaan waarbij een kind niet de zorg krijgt die het wel nodig heeft. Maar ook brengt het een handvat voor situaties waarin ouders wel willen en theoretisch zouden kunnen, maar door een praktische situatie niet kunnen, of waarin dit andere ongewilde gevolgen heeft.
Van gelijksoortige aard is het amendement van de PvdA/GroenLinks en de ChristenUnie, genaamd ‘Gespreksonderwerpen vergroten en versterken eigen kracht.’ Hiermee wordt de consulent een actiegericht instrument in handen gegeven om tezamen met de aanvrager te bespreken of en hoe de eigen kracht kan worden verbeterd, met de nadruk op een realistisch haalbare benadering en
37/52
niet op een systeembenadering. Dat amendement zullen we steunen. Dan de motie ‘Structurele afstemming met onderwijs over jeugdhulp’ van de ChristenUnie. Ook in de commissie haalden wij dit onderwerp reeds aan. Het is eerder benoemd met de opmerking dat de verantwoordelijkheid nergens formeel is vastgelegd en dat het noodzakelijk is om ergens op te kunnen bouwen als je iets extern wil beleggen. Deze motie roept op om tot die afspraken te komen en die zullen we ondersteunen. Samenvattend zal D66 op dit onderwerp dus vanavond vijf keer voorstemmen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan is mevrouw Van Olst degene die bovenaan staat voor mij. Mevrouw Van Olst: Dat is fijn om te horen. Dank u wel. De voorzitter: Ik bedoel in de sprekersvolgorde. Mevrouw Van Olst: Om te beginnen vind ik het voorstel sowieso akkoord. Het had sowieso al goed geweest. Ik overweeg eigenlijk ook alle wijzigingen goed te keuren. Het kindbelang voorop, dat lijkt me evident. De motie over onderwijs en gemeente, als dat op dit moment nog niet gebeurt dan vind ik dat ook inderdaad schokkend. Dus dat moet zeker snel gebeuren. Het voorstel van GroenLinks, dat klinkt dan misschien wel een beetje als afzwakken, om het dan met extra woorden nog wat softer te maken. Maar het is toch waar dat we zaken moeten bespreken en niet alleen bekijken. Dus ik kan me daar wel heel goed in vinden.
En de eigen kracht van de ouders, dat lijkt me een prima wijziging. Dank u wel. De voorzitter: U ook dank voor uw inbreng. De heer Erwich is de volgende spreker. Gaat uw gang. De heer Erwich: Dank u wel, voorzitter. Het maakt het mij natuurlijk wel een stuk makkelijker. Punt een, ik wil u vragen of mevrouw Gielis de laatste twee onderwerpen mag doen en ik pak de twee amendementen van de ChristenUnie. En het is natuurlijk fijn als de heer Lieverse alles al voor je heeft verteld, dan kan ik me daar gewoon bij aansluiten. Leefbaar 3B is niet voor niets indiener van het amendement en staat er ook volledig achter. De voorgestelde wijzigingen. De tekst is helder, juridisch haalbaar en vooral in het voordeel en belang van het kind. Het amendement versterkt de rechten voor het kind en voorkomt dat kwetsbare jongeren tussen wal en schip vallen. Toepassing met terugwerkende kracht is wat ons betreft haalbaar, zolang het gaat om de lopende cases en de beleidstoepassingen. Voor Leefbaar 3B zijn de regels om richting te geven, maar nooit om kinderen in de kou te laten staan. Laten we daar glashelder over zijn. Hulp moet altijd voorgaan op de regels. Tweede, voor kinderbelang en de systeemproblematiek. Zijn we ook indiener van dit amendement, omdat het een waarborg is voor de kwetsbare gezinnen. De kwetsbare kinderen mogen niet de dupe worden.
En als ouders niet kunnen of geen hulp willen, dan moet daar toch iemand anders voor in de bres springen. Wel eerst de ouders natuurlijk, want ouders moeten hun uiterste best doen. Maar als dat niet lukt, dan mag het kind daar nooit de dupe van zijn. Ook hier geldt hulp moet altijd voorgaan op de regels. Dit amendement zorgt daarvoor. Dus het voorkomt jeugdhulpweigering zonder de gevolgen voor het kind te toetsen. Het geeft consulenten duidelijkere kaders voor moeilijke situaties. En het maakt ons beleid menselijker en juridisch steviger. Want kinderbelang moeten we borgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. U vroeg via mij mevrouw Gielis ook het woord te geven, dus u heeft het woord, mevrouw Gielis. Mevrouw Gielis: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat ik op de valreep voor het zomerreces nog even letterlijk mijn stem mag laten horen. Dat gaat over de motie van de ChristenUnie. We hebben het
38/52
hier over een herziene verordening voor de jeugdhulp, dus nog een beetje nieuw en grijs gebied. De communicatie met de scholen is de verantwoordelijkheid van het college en we gaan ervan uit dat het college ook structureel overleg met de scholen heeft. En indien nodig, als dat problemen oplevert met jeugdbeleid of andere problemen, de raad daar tijdig over informeert. En we vertrouwen erop dat het college deze taak als vanzelfsprekend ervaart. En om die reden waren wij voornemens om de motie af te wijzen. Maar we zijn wel heel gevoelig voor de woorden en de zorgen van de heer Lieverse, zoals hij die net heeft geuit en met name op het gebied van de communicatie. En daar was de heer Lieverse toch wel heel stellig in. Dus wij wachten vooralsnog eerst even de reactie van het college af, voordat wij bepalen of we de motie gaan steunen of niet. En dank daarvoor. De voorzitter: Dank ook voor uw inbreng. De heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Laat ik beginnen met GroenLinks en de PvdA hebben niet altijd dezelfde overtuigingen. Dat zal niemand... Of GroenLinks en de ChristenUnie, mijn excuses, hebben niet altijd dezelfde overtuiging. GroenLinks en de PvdA ook niet. Maar wij komen steeds nader tot elkaar. Met de ChristenUnie in ieder geval inderdaad hebben wij ook niet altijd dezelfde overtuiging, behalve als het gaat om zorg.
En dan gaat het om zorg voor de samenleving, zorg voor het milieu. Maar het gaat met name ook om zorg in preventieakkoorden en als het gaat om jeugdhulp. Vandaar dat alle voorstellen die de ChristenUnie hier gedaan heeft, sommige dienen we mee in, anderen steunen we gewoon. Het zijn gewoon goede voorstellen die van belang zijn. Dan over die samenwerking met de PvdA. Dit amendement wat nu gemaakt is, en nu ga ik heel moeilijk mijn bril opzetten want ik moet mensen recht doen, is niet door mij gemaakt, laat ik heel eerlijk zijn. Dit is gemaakt door mevrouw Gabin en mevrouw Bihari. De een is jurist in bestuursrecht, de ander werkt in de zorg. Dit zijn twee mensen die hartstikke professioneel zijn en goed zijn om dit soort dingen te bekijken en te beoordelen. En ik zet nu twee brillen dus op omdat ik recht wil doen en ik wil citeren uit wat zij schrijven. Wat stellen we voor? Kort gezegd, we willen in artikel 5.3.7 lid 4 van de verordening vastleggen dat de gemeente met ouders in gesprek gaat over wat zou je kunnen doen? In plaats van alleen maar kijken of ze bepaalde stappen wel of niet nemen. Ik heb net al eerder gezegd bij een interruptie, kijken en beoordelen is niet hetzelfde. Kijken is echt daadwerkelijk dat je van bovenaf kijkt of iemand iets doet en je bij wijze van spreken een vinkje zet van ja, je hebt het wel, of ja, je hebt het niet gedaan.
Dat kan wantrouwen, dat kan angst oproepen en wat we niet willen is angst hebben. Wat we willen gaan doen is met dat in gesprek gaan, dat mensen daadwerkelijk weten je hebt iets niet gedaan, waarom heb je iets niet gedaan? En hoe kunnen we eventueel ervoor zorgen dat je het wel gaat doen? Heb je daar wat meer dwang voor nodig? Of heb je daar een goed gesprek voor nodig? Dat is wat we willen veranderen. We voegen ook het zinnetje ‘zo mogelijk’ toe, bij acties zoals het aanpassen van werktijden of het inzetten van kinderopvang. Want wat op papier logisch lijkt, is in het echte leven niet altijd haalbaar. Aanpassen van werktijden, daar heb je namelijk ook gewoon een werkgever voor nodig. En een werkgever kan in bepaalde economische omstandigheden besluiten om niet mee te willen werken aan het aanpassen van je werktijden. Dan staat het heel mooi in een verordening, maar daar heb je niks aan. Inzetten van kinderopvang, ook dat kan je niet altijd zomaar doen. Er moet plek zijn. We weten allemaal dat de wachtlijsten bij de kinderopvang groot zijn. Op het moment dat je nu weet dat je twaalf weken zwanger bent, moet je bijna je kind al inschrijven op de kinderopvang, omdat je anders geen plek hebt. Dus ook hierbij, het zomaar inzetten, het staat mooi op papier. Maar ik zei eerder al vanavond papier is geduldig, het is niet de werkelijkheid.
Dit amendement is nadrukkelijk geen semantische wijziging. We veranderen niet zomaar woorden, we veranderen de houding die daaruit spreekt. Kijken suggereert een eenzijdige beoordeling. Bespreken benadrukt de samenwerking. En dat is precies waar het sociaal domein op gebouwd is, gelijkwaardigheid, vertrouwen, maatwerk. We willen geenszins afbreuk doen aan de
39/52
verantwoordelijkheid van de hulpverlener. Maar we willen wel in de verordening het goed juridisch neerzetten, zodat er handvatten zijn zodat het goede gesprek gevoerd kan worden. Dat is wat dit amendement beoogt. En daar wil ik het bij laten. De voorzitter: U moet nog wel een interruptie ondergaan van de heer Bergwerff. De heer Bergwerff: GroenLinks noemt nu zelf dat dwang ook een optie is. En als dwang een optie is, dan beoordeelt de hulpverlener toch de situatie? En we zeiden net het bekijken is eigenlijk beoordelen. Dus volgens mij willen we gewoon hetzelfde met andere woorden. De voorzitter: Dat gaan we zien. Als de heer Ruijtenberg het woord neemt. De heer Ruijtenberg: Dwang is een laatste punt. Je gaat kijken, kan meteen namelijk overgaan tot dwang. Bespreken waarom een bepaalde situatie is en dan een oplossing bieden in het goede gesprek. En als dan uit dat gesprek zou blijken dat iemand echt met de hakken in het zand staat omdat iemand echt niet wil, terwijl die persoon de mogelijkheden heeft, dan kun je daarover gaan. Maar als je nu opschrijft ‘kijkt’ is dat eenzijdig. Kijken is ik kijk of jij het goed hebt gedaan. De leraar beoordeelt en kijkt of jij je huiswerk goed hebt gemaakt. Dat is niet wat we hiermee willen. We willen maatwerk. We willen bespreken. En daarna, na die besprekingen, dan zou je kunnen concluderen.
De voorzitter: Dit hebben we in uw termijn ook al twee keer gewisseld, dus ik denk dat we dat nu afdoende gedaan hebben in deze eerste ronde. Heb ik het correct dat de raad zijn inbreng geleverd heeft en dat wij toe zijn aan wethouder Hoek? Wethouder Hoek. Beantwoording College De heer Hoek: Dank u wel, voorzitter en dank ook voor de ingediende amendementen en de motie. Voor ons ligt de wijziging verordening Sociaal Domein en daar vinden een aantal aanscherpingen plaats die gaan over de toegang. De toegang willen we verkleinen. En het fenomeen normaliseren. En het college waardeert de insteek dat u opkomt voor de kwetsbaren in onze samenleving. Want daar zijn we het volledig mee eens. Daar moeten we altijd oog voor hebben. Dat hebben we in de huidige verordening, dat hebben we ook altijd in de nieuwe verordening. Daar verandert absoluut niks. Waar we wel mee te maken hebben, is dat de afbakening met name is bedoeld voor kinderen en ouders in een niet of minder kwetsbare positie. Daar is de verordening voor bedoeld en daarop wordt hij ook aangescherpt. De strekking blijft in principe hetzelfde. In de zin van de voorgestelde wijzigingen die u aangeeft blijven ervoor zorgen dat die afbakening niet voor de meest kwetsbare is. Of nee, ik moet het goed zeggen, dat het voor kinderen en ouders in een niet of minder kwetsbare positie is.
En als u zegt, wij voelen er ontstaat toch meer senang bij om dat middels deze amendementen en deze motie te onderstrepen, dan is het aan de raad of u daar vorm en inhoud aan wil geven. In ieder geval zegt het college, het is aan u. Met betrekking tot de motie structurele afstemming met onderwijs over jeugdhulp, daar zijn we al mee begonnen. En dat komt niet uit de lucht vallen. Het is nu net of we dat een beetje onder het tapijt hebben geschoven of niet wilden, maar op 22 mei 2024 hebben we daar met de schoolbesturen een besluit over genomen. We hebben een lange termijn agenda opgesteld en een korte termijn agenda, samen met de schoolbesturen. Wat heeft prioriteiten? Toen is er uitgekomen dat de grootste prioriteit lag bij de onderwijshuisvesting. Inmiddels zijn we drie keer bij elkaar geweest om inhoudelijk met het onderwijs te discussiëren over een aantal thema's, dus die overleggen zijn nu opgepakt. Maar het is niet zo dat daar geen goede wil was vanuit het college, maar dat dat echt in goed overleg met de schoolbesturen op deze manier vorm is gegeven. Dank u wel.
40/52
De voorzitter: Dank u wel. Zijn er interrupties of is dit voor de tweede termijn? Interrupties? De heer Lieverse is dan de eerste die drukte. Tweede termijn De heer Lieverse: Om helderheid te hebben over wat gezegd wordt over het overleg met het onderwijs. In de commissie gaf u aan dat op 7 of 9 juli een eerste overleg met het primair onderwijs zou plaatsvinden over de nieuwe verordening. Dat u zegt dat u vaker met onderwijs gesproken heeft, met name over onderwijshuisvesting, dat weten we. Daar is namelijk heel veel overleg over gehad in onze commissie ook. Maar dat is toch een heel ander issue dan waar we nu over spreken. We hebben toen ook vastgesteld in de commissie, klopt dat, wethouder, dat met het voortgezet onderwijs het overleg nog helemaal niet op gang gekomen is. Terwijl daar de kinderen gezien worden die snijden in polsen, die vereenzamen, die niet functioneren enzovoorts? Juist als onderwijsman die u ook was, zou ik u willen vragen of u het ermee eens bent dat dat toch een gemiste kans is dat we pas nu, nu we het gaan vaststellen, dit traject ingaan? De voorzitter: Wethouder Hoek. De heer Hoek: Een gemiste kans vind ik grote woorden. We hebben het samen met het schoolbestuur dus afgesproken op die manier. We hebben inmiddels het derde overleg gehad. En inderdaad het voortgezet onderwijs, daar staat de eerste vergadering in de agenda.
Dus daar gaan we mee aan de slag. De voorzitter: Tweede interruptie om dit punt af te ronden, mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Om het af te ronden. U zegt nu derde overleg, maar zeg ik het verkeerd dat u in de commissie zei eerste overleg en dat aansluitend de opgavemanager nog erbij aan toevoegde is het nodig dat ik erbij ben? Eigenlijk wel, vroeg hij toen aan u. De voorzitter: Wethouder. De heer Hoek: Mijnheer Lieverse, we hebben drie overleggen tot nu toe gehad. De voorzitter: We hebben ook een tweede termijn. Mijnheer Ruijtenberg wilde ook interrumperen. De heer Ruijtenberg: Dank u wel. Ik wilde graag even heel klip-en-klaar hebben van de wethouder, over alle amendementen zegt u dus eigenlijk van het is oordeel raad en heel nadrukkelijk ik verwerp ze niet? De heer Hoek: Dat is een correcte constatering. De voorzitter: Dan is er nog een interruptie van mevrouw Draak. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen aan de wethouder over twee onderwerpen. De eerste gaat eigenlijk over de kwetsbare kinderen. Ik heb wel het woord maatwerk gehoord, maar ik ben toch een beetje verbaasd dat u zegt de verordening is eigenlijk alleen voor de kinderen waar geen grote problemen zijn. Wilt u dat alstublieft nog een keer aan mij uitleggen? En dan de tweede vraag, dan kunt u in één keer antwoorden, hoe is het dan met de signalerende rol van de JOS op school?
41/52
De voorzitter: Wethouder. De heer Hoek: Volgens mij heb ik gezegd dat de aanscherping met name bedoeld is, de afbakening, voor met name de kinderen die niet zo kwetsbaar zijn, maar die nu een beroep doen op onze weten regelgeving. En op basis van de verordening dat ook kunnen en ook kunnen blijven doen. Alleen we hebben nu wel instrumenten om te zeggen wat gaat u doen? We kunnen wat meer... Terugdrukken vind ik een oneerbiedig woord, maar we kunnen het wel hebben over verantwoordelijkheden waar die liggen op dat moment. Dus zo heb ik hem bedoeld. De JOS, die functioneren prima op scholen. Dat is natuurlijk een eerste doorgeeflijn op het moment dat de school problemen ziet. Dan gaat ofwel ouders worden op het pad van de JOS gezet of het kind heeft een gesprek met de JOS. En eigenlijk is dat het eerste contact om te kijken is er meer nodig? En niks meer, niks minder. Het is juist vanwege de laagdrempelige constatering. De voorzitter: Dan zie ik de heer Alsemgeest voor een interruptie. Gaat uw gang. De heer Alsemgeest: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, met betrekking tot de motie van de ChristenUnie hoor ik eigenlijk niet de wethouder zeggen dat hij dat ook van plan is te gaan doen. Dus structureel overleg met primair onderwijs en het voortgezet onderwijs en ons daarvan later op de hoogte te stellen.
De heer Hoek: Volgens mij heb ik gezegd dat we dat doen en dat dat inderdaad een structureel karakter heeft, absoluut. Dus dat krijgt absoluut een vervolg. Dus we doen het en ik ben ten alle tijden bereid om daar een terugkoppeling op te geven. Absoluut. De voorzitter: Kunnen we daarmee de eerste termijn afronden dan? Kijk ik rond voor de tweede termijn. Mevrouw Draak, heeft u nog behoefte? Ja, gaat uw gang. Tweede termijn Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. Heel kort, want ik ben in de eerste termijn vergeten te reageren op de motie. Het voordeel is dat ik nu ook de beantwoording van de wethouder heb gehoord. Ik wil daarover nog toevoegen dat ook zonder de motie de acties in gang worden gezet en ik de motie iets te gedetailleerd vind opdragen wat het college moet doen. Dus die gaan wij ook niet steunen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de heer Bergwerff. De heer Bergwerff: Ik zal het nu kort houden, tweede termijn. Ik denk dat het antwoord van de wethouder exact is hoe wij vooraf ook dit als fractie hebben voorbereid en onze beoordeling was. Amendementen brengen in de uitvoering eigenlijk niets teweeg. Dat neemt niet weg dat wij alsnog het amendement ‘Kindbelang voorop bij systeemproblematiek’ dus wel zullen steunen, zeker voor het onzekere nemen. De rest steunen wij niet. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de heer Lieverse.
De heer Lieverse: Dank u wel, voorzitter. Het amendement laat ik maar even rusten, want als ik kan tellen dan zijn die wel binnen. En bovendien vindt de wethouder ze ook eigenlijk in lijn met wat in de verordening staat. En de verordening gaan wij sowieso steunen. Wat de motie betreft, dat blijft toch staan. Ik vind het een beetje wringen dat we nu krijgen te horen over drie overleggen... Ik ga het niet herhalen, maar wat we krijgen te horen over wat we in de commissie besproken hebben,
42/52
dat wat nu gezegd wordt, dat vind ik eigenaardig. Terecht zegt Leefbaar dat het de verantwoordelijkheid van het college is hoe het overleg met het onderwijsveld vorm te geven. Natuurlijk, maar het is onze taak om daarop toe te zien als het erop lijkt dat het nog niet op gang gekomen is in voldoende mate, met het voortgezet onderwijs al helemaal niet. Ook de ASD heeft op het hiaat gewezen. Dat vind ik harde argumenten om de motie te handhaven, voorzitter. De voorzitter: Helder, dank u wel. De heer Azzouzi, tweede termijn? Nee, geen behoefte. Dan de heer Alsemgeest. Gaat uw gang. De heer Alsemgeest: Dank u wel, voorzitter. Even steun aan de heer Lieverse. Ook wij steunen alle amendementen en ook de motie. De voorzitter: Genoteerd. Zal straks blijken. Dan gaan we naar de heer Van der Stad. Tweede termijn geen behoefte. Dan kom ik bij de heer Erwich. Hij kijkt... Is dat behoefte of geen behoefte? De heer Erwich: Ik kijk ook vooruit, burgemeester. Dus wij willen het amendement van de ChristenUnie natuurlijk sowieso steunen. Het amendement van GroenLinks, na het horen van de wethouder, zien wij van af om dat te steunen. Maar de motie van de ChristenUnie zijn we ook voor. Dus twee amendementen voor, GroenLinks tegen en de motie krijgt steun. Voor. De voorzitter: Dank u wel. U werd nog geflankeerd ook door een fractiegenote, mevrouw Gielis. Die was al genoegzaam aan het woord geweest.
Prima. Dan kom ik tenslotte nog bij de heer Ruijtenberg. Geen behoefte. Dan gaan we de besluitvorming in. Wacht even, heb ik u overgeslagen, mevrouw Van Olst? Ik had u eerst bovenaan gezet. Dat krijg je er dan van. Dus het is een glijdende schaal, geloof ik. Gaat uw gang, neem me niet kwalijk. Mevrouw Van Olst: Ik wilde eigenlijk het woord niet, maar nu doe ik het toch want ik stond bovenaan uw lijstje. Ik had net de overweging uitgesproken, maar ik ga alle wijzigingsvoorstellen en de motie accepteren. Dank u wel. De voorzitter: Prima. Dat loopt vrij tot de besluitvorming, waar we dan ook nu naartoe gaan.
Stemming De voorzitter: Het eerste amendement dat ik in stemming wil brengen luidt 'Waarborgen bij toepassing eigen kracht' van de ChristenUnie [A2025-018 Waarborgen bij toepassing eigen kracht]. In ieder geval als eerste indiener. U bent voor of tegen. We hebben dertig aanwezigen. Dat amendement haalt het met 21 stemmen voor en 9 stemmen tegen. Dan kom ik bij het volgende amendement, ook ingediend door de ChristenUnie 'Kindbelang voorop bij systeemproblematiek' [A2025-019 Kindbelang voorop bij systeemproblematiek]. Brengt u uw stem uit. Dat wordt met algemene stemmen aangenomen. Dan heb ik een derde en laatste amendement. Gaat over ‘Gespreksonderwerpen vergroten en versterken eigen kracht’ [A2025-020 Gespreksonderwerpen vergroten en versterken eigen kracht] van GroenLinks. Stemt u. Deze stemming staakt. Dan moeten we een volgende keer bij de raadsvergadering hier verder op terugkomen. Dan gaan we vandaag dus niet verder stemmen over dit agendapunt en komt dit terug in de raad na het reces. Dan hebben we nog iets na te praten straks, ook met een drankje erbij.
43/52
De voorzitter: Dan sluit ik punt 8.b af. En kom ik toe aan de motie vreemd, 'Rode lijn', en het college heeft bedacht dat ik de beantwoording daarvan zal doen. En de heer Machielse is voorbereid op het feit dat hij dan hier in de stoel plaatsneemt. Mevrouw Draak, nog een vraag over de orde? Ja, mevrouw Draak eerst nog even. Jongens, even nog geconcentreerd graag. Mevrouw Draak. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. U en de griffier hebben daar natuurlijk veel meer verstand van dan ik, maar kan de motie bij agendapunt 8.b. niet in stemming worden gebracht? De voorzitter: Nee. Dit heb ik ook in een commissie zien gebeuren. Het presidium bepaalt wat de regels zijn en wij passen die gewoon toe. En dan gaan we daar niet op marchanderen. Dus dit is wat het is. Als de stemmen staken, dan gaat het punt door naar de volgende vergadering, met alles erbij. Dus die toelichting verstrekt hebbende, de heer Machielse is al een heel stuk opgeschoven zie ik. Aan u de voorzittersstoel. 8.c. Motie Vreemd M2025-008 Rode Lijn De plaatsvervangend voorzitter: En dan gaan wij ook op dit moment verder met agendapunt 8.c. Dat is de motie vreemd, 'Rode lijn', aangekondigd door de heer Ruijtenberg. Ik wil u graag het woord geven om deze motie in te dienen en u mag dan ook gelijk de eerste termijn openen.
Motie Vreemd M2025-008 Rode Lijn Eerste termijn De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. En goed u ook hier eens als voorzitter te zien. Dat zien we graag. Namens GroenLinks en namens de PvdA wil ik graag de motie 'Rode lijn' indienen. En ik zal de motie niet voorlezen omdat ik dat niet kan en omdat u allemaal zelf heel goed kunt lezen. Dus ik ga, zoals u van mij gewend bent, het traditioneel uit mijn hoofd proberen te doen. De motie 'Rode lijn' roept eigenlijk op dat… Lansingerland is een betrokken, betrouwbare gemeente die midden in de samenleving staat. En we hebben al vaker dingen gedaan die de samenleving raken. Ik kan me herinneren dat we in 2015, na de aanslag op Charlie Hebdo, hebben gesproken over een economisch stedenverband met Yangling in China, wat we toen uiteindelijk problematisch vonden vanwege de cultuur in China en dan met name de politieke cultuur. We hebben in 2021 zonder stemming, raad breed, een motie aangenomen die ging tegen zonnepanelen die mogelijk gemaakt werden door dwangarbeid. We hebben het gehad over Oekraïne, over de hulp bij aardbevingsslachtoffers in Turkije. Internationaal zijn wij betrokken als samenleving. En daarom vinden wij dat wij deze motie moeten gaan indienen. Omdat namelijk wat er nu gebeurt in het Midden-Oosten, dat gaat eigenlijk alle perken te buiten.
En dat geldt voor beide partijen, dat geldt zowel voor de ene partij die strijdt als voor de andere partij die strijdt. Er worden daar dingen gedaan die het daglicht niet kunnen verdragen. Wij vinden dat we dan ook aan moeten geven dat we als Lansingerland ons daar actief mee doen. Dat wij aan de regering een oproep willen doen om een duidelijke grens te stellen, geen politieke, economische of militaire steun aan staten of actoren die structureel het internationaal humanitair recht en mensenrechten schenden. En dit standpunt actief over te brengen aan het kabinet en de Tweede Kamer onder verwijzing naar deze motie en de zorgen van Lansingerlandse inwoners over het voortdurende geweld in Gaza. Omdat dat ook ons raakt. Het raakt mensen in Nederland, meer dan 100.000 mensen hebben gedemonstreerd. Bij de laatste demonstratie waren ook vele Lansingerlanders die nu hier aanwezig zijn. We weten dat men in Tel Aviv of in de krochten van Hamas waarschijnlijk niet zal opluchten van oh, nu gaan we stoppen. Maar we vinden het wel belangrijk dat wij ons geluid laten horen en dat we daarom die brief sturen. Dat was hem.
44/52
De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ruijtenberg. Is dat nog een interruptie, mijnheer Lieverse? Anders wil ik graag eerst de mede-indiener, de heer Azzouzi, het woord geven. Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Namens GroenLinks en PvdA hebben wij deze motie ingediend om een duidelijke morele grens te trekken. Sinds 2023 zijn tienduizenden burgers, onder wie veel vrouwen en kinderen, omgekomen door aanhoudend geweld in Gaza. Humanitaire hulp wordt structureel geblokkeerd en de schendingen van internationaal recht stapelen zich op. Die realiteit raakt ook onze inwoners. Velen van hen zijn bezorgd, verdrietig en boos. Wij vinden het tijd dat ook Lansingerland zich uitspreekt. Niet uit partijpolitiek, maar uit principe. Met deze motie zeggen we geen steun aan staten of actoren die stelselmatig mensenrechten en het internationaal humanitair recht schenden. Lokaal bestuur gaat ook over het zichtbaar uitdragen van onze waarden, rechtvaardigheid, menselijkheid, internationale solidariteit. Ik vraag uw steun voor deze motie. Dank u wel, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Azzouzi. Dan ga ik nu naar u, mijnheer Lieverse. Uw enthousiasme om 23:00 uur deze avond is aanstekelijk. De heer Lieverse: Misschien na mijn woordvoering ook nog wel.
Want voorzitter, ik begrijp heel goed dat inwoners geraakt zijn door het geweld in Gaza en dat ze verlangen naar een duidelijke stem voor mensenrechten. Die zorgen verdienen erkenning. Maar deze motie schuift het college een rol toe die niet van de gemeente is. Buitenlands beleid is een nationale aangelegenheid. Als raadsleden kunnen we individueel betrokken zijn, maar dat is iets anders dan namens de hele raad spreken over internationale sancties. Onze opdracht ligt hier lokaal, bij een gebiedsuitwerking, een omgevingsvisie en zorg voor jongeren. Hoe schrijnend het ook is, Gaza is niet de enige plek waar het misgaat. Van Soedan tot de Oekraïne, van Iran tot de VS, overal worden mensenrechten geschonden. Als gemeente kunnen we het onrecht niet allemaal wegen, laat staan bestrijden. Laten we onze stem gebruiken waar hij het meest telt. Dicht bij huis. Laten we onze rol niet overspelen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lieverse. Dan heb ik nog een interruptie voor u van de heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Ik wil de heer Lieverse vragen, we hadden in 2022 een motie hierover ‘Wij staan achter Oekraïne.’ En hoe bekijkt u… Vindt u dat daar een verschil zit tussen die twee, omdat wij daar ook internationaal bezig waren? De plaatsvervangend voorzitter: De heer Lieverse. De heer Lieverse: De overeenkomst begrijp ik.
Toen was er een collectieve onrust van zo dichtbij huis, waar allerlei dingen aan het gebeuren waren en mis aan het gaan waren. Dat we inderdaad een grote meerderheid vonden om een vlag te gaan hijsen voor Oekraïne. Maar de woordvoering die ik nu gedaan heb, die blijft staan. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lieverse. Dan ga ik naar de heer Van den Beukel, CDA. De heer Van den Beukel: Voorzitter, ik had in de voorbereiding exact dezelfde tekst voorbereid als de heer Lieverse. Ik ga me daar kort bij aansluiten. Ik vind dat hij gewetensvol en goed en gebalanceerd heeft uitgedrukt waarom we inderdaad ook als CDA Lansingerland niet achter deze motie staan.
45/52
De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Beukel. Wie mag ik dan het woord geven? De heer Jumelet, WIJ Lansingerland. De heer Jumelet: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me eigenlijk aansluiten bij de woorden van de heer Van den Beukel, als het gaat om hetgeen wat de heer Lieverse heeft verwoord. Dat geldt ook voor WIJ Lansingerland. We zullen ook tegen de motie stemmen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jumelet. De heer Weerheim, D66. De heer Weerheijm: Dank, voorzitter. Ik ga er toch iets meer woorden aan besteden dan mijn voorgangers, al is het al laat op de avond en op het randje van het reces. Op het randje van de avond nog even deze motie. Na alle belangrijke lokale onderwerpen van vandaag, toch ook een onderwerp van een heel andere orde. Want ik weet niet hoe het met u zit, maar als ik 's ochtends de kranten opensla, word ik in ieder geval overvallen door een gevoel van machteloosheid en verdriet over de staat van de wereld en zeker de situatie in het Midden-Oosten. Het stemt gewoon ontzettend somber. Wat er gebeurt in Palestina, wat er gebeurt in Israël, wat er gebeurt in Jemen en Syrië. Iedere dag weer lijken we met elkaar verder weg te komen van wereldvrede, om het zo maar te zeggen. Dat is een pijnlijke constatering. Iets waarvan ik hoop dat daar snel een einde aan komt.
Er is, zoals de indieners zeiden, een verschrikkelijke oorlog gaande in Gaza. Gevolg van een eveneens verschrikkelijke terreuraanval. En een spiraal van eindeloos geweld met ontzettend veel burgerslachtoffers. Voorzitter, dat moet gewoon stoppen. Los van welke kant of welke partij of waar je ook van bent, dit is voor niemand wenselijk. Zoals de indieners ook zeiden, afgelopen weken en maanden hebben veel mensen zich in demonstraties uitgesproken tegen het geweld in Gaza. Ook een aantal gemeenten zijn Lansingerland voorgegaan om hier een standpunt over uit te brengen. Vooral om het kabinet te bewegen richting een steviger standpunt. Het gaat natuurlijk inderdaad niet omdat we in Lansingerland hier de wereldpolitiek kunnen beïnvloeden, was het maar zo’n feest. Maar het gaat erover dat we wel een kabinet hebben waar we misschien enige invloed op hebben. De situatie, het leed blijft maar voortduren. Er is amper noodhulp. De terroristen van Hamas zijn vooral bezig met hun eigen machtspositie te blijven versterken en de regering van Israël is doof voor kritiek uit eigen land en uit de internationale gemeenschap. Wij denken dat het kabinet wel degelijk een kans heeft om hier invloed op uit te oefenen, zowel vanuit Nederland als in Europees verband. En het stelt ons ook teleur dat een duidelijk standpunt van het kabinet eigenlijk tot nu toe steeds uitblijft.
Als we door als Lansingerland hier een kleine bijdrage kunnen leveren om misschien het kabinet net even de goede richting in te duwen en een standpunt in te nemen wat ons ook maar ietsjes dichter bij vrede brengt, dan moeten we dat volgens mij gewoon doen. Dus ook al overschat ik zeker niet de invloed die we hier hebben als Lansingerland. Als dat ook maar enig effect heeft, lijkt het ons de moeite waard. En daarom zullen we ook voor deze motie stemmen. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Weerheim. De heer De Graaf, VVD. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Mijn vrouw werkt in de zorg en afgelopen dinsdag kwam ze thuis met een verhaal van haar werk. Ze had, dat verbaast u misschien, ze had even tijd voor een praatje aan het bed en sprak met een medewerker van Buitenlandse Zaken die in Gaza was geweest om te helpen met de evacuatie van Nederlanders. En die patiënt, of relatie van de patiënt, ik weet niet precies wie het betrof, had hartverscheurende verhalen over kinderen die mee moesten als Nederlands staatsburger met Buitenlandse Zaken, losgeweekt werden van hun Gazaanse grootouders omdat de ouders inmiddels uit beeld waren. En dat deze persoon in contact was met hulpverleners een paar honderd meter verderop en door een grote bom een definitief einde kwam
46/52
aan dat gesprek met die persoon aan de andere kant van de lijn. En als je dat hoort, en de beelden op het nieuws ziet, dan draait je maag om en voel je je machteloos. En het is een woord dat een beetje een verkeerde connotatie heeft gekregen in dit huis, maar wij vinden de motie oprecht heel sympathiek. Maar we sluiten ons wel aan, om principiële reden, bij andere partijen die van mening zijn dat de raad van Lansingerland niet het instituut is wat we moeten inzetten om met de motie binnenlandse en buitenlandse politiek te beïnvloeden. In oktober hebben wij verkiezingen, dat is al vrij dichtbij. En dan hebben alle inwoners van Lansingerland de mogelijkheid en de keuze om hun stem te laten gelden en daar hun kijk op de situatie in Gaza heel nadrukkelijk bij mee te wegen. En daar nodigen we onze inwoners dan ook van harte toe uit. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Graaf. Dan ga ik naar de heer Duivesteijn, Leefbaar 3B. De heer Duivesteijn: Voorzitter, ik wil om te beginnen benadrukken dat ik het persoonlijk verschrikkelijk vind wat er in de wereld gebeurt. En onze inwoners in Lansingerland zullen hier ook alles van vinden. Maar of zij of wij het nu eens of oneens zijn met wat er allemaal gebeurt, daarvoor hebben wij de Tweede Kamer gekozen. En hebben wij een kabinet dat het buitenlandbeleid voert.
Maar ik zit hier dus ook niet voor mijn persoonlijke mening, ik zit hier voor mijn oordeel en mening als raadslid. En als raadslid zit ik hier niet voor wat wij van de wereldproblematiek vinden. Wij zitten hier om besluiten te nemen voor de gemeente Lansingerland. En als lokale partij moeten wij vooral ons bezighouden met lokale problematiek. De gemeenteraad is geen buitenlands parlement. En ik hoorde de indiener net ook op een ander bespreekpunt al Jupiter en Saturnus erbij halen. Ik mag toch hopen dat wij bij Lansingerland blijven. Artikel 153 van onze grondwet geeft de gemeenteraad nadrukkelijk de bevoegdheid om de regeling en het bestuur van de huishouding van de gemeente te verzorgen. En daarom verwacht ik van mijn fractie, zoals ik het heb opgehaald, dat zij tegen deze motie stemmen. Als iemand daar anders principieel in staat, dan is dat vrij. Maar ik vind, en Leefbaar 3B vindt, dat onze inzet als gemeenteraad hoort te gaan over Lansingerland. Over schone en veilige straten en wijken en betaalbare woningen. En daar willen wij als Leefbaar 3B verantwoordelijkheid voor nemen. Dank u wel, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duivesteijn. En dan tot slot in deze eerste termijn mevrouw Van Olst, VOOR Lansingerland. Mevrouw Van Olst: Ik kan me eigenlijk vinden in alle spreekbeurten van iedereen.
Het is een veel grotere en bredere discussie waar wij niet over gaan, dat klopt. En ik zou willen pleiten voor wereldvrede, maar daar gaan we niet over. Het geweld in Gaza moet sowieso stoppen en ik vind het een zeer sympathieke motie. Ik vind het echt sympathiek, want ik ga hem wel steunen. Want dat onze regering geen actie onderneemt in deze casus is beschamend zelfs. Dus ik hoop dat wij, ik kan goed tellen dus het gaat het hem niet halen, maar ik zou het toch wel fijn vinden als wij toch een kleine inspanning doen om dat toch voor de bühne te brengen daar. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Olst. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de raad en wil ik de burgemeester, de heer Bijl, vragen voor een reactie vanuit het college. U heeft het woord. Beantwoording college De heer Bijl: Ik hoor het dilemma ook door de raad heen trekken. Dus iedereen voelt natuurlijk dat de problematiek die daar gaande is, eigenlijk onmenselijk geworden is. Maar stelt zich dan ook
47/52
weer de vraag van moeten wij daar dan een uitspraak over doen? En ik heb in mijn vorige waarnemingen ook de situaties meegemaakt met aardbevingen, donaties, 7 oktober, toen het hele gebeuren startte, in Schiedam. En ik heb er eigenlijk in alle gemeenten stappen in zien worden gezet. Totdat je op een punt komt waar je in een dilemma gaat verkeren. En ik denk over deze kwestie dat er ook een dilemma in Nederland gaande is. En dan wordt het toch eigenlijk voor gemeenten bijzonder ingewikkeld om daar een goede uitspraak en weg mee te vinden. Je hebt daar eigenlijk de instrumenten niet voor. En dat leidde destijds in Schiedam al tot de wens om een notitie op te stellen van waar je wel van bent en waar je niet van bent. En waar je aan meedoet en niet aan meedoet. Zonder dat je daarmee uitdrukking geeft aan gevoel of sympathie of afschuw of welke gevoelens we ook allemaal kunnen hebben als we naar dit conflict kijken. Niettemin, wat mij betreft is het oordeel van de raad. Maar… De plaatsvervangend voorzitter: Voor u daar mee verder gaat, burgemeester, een interruptie van de heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Ik ben benieuwd hoe de burgemeester kijkt naar andere gemeentes, gemeenteraden die dat wel hebben gedaan. De plaatsvervangend voorzitter: De burgemeester. De heer Bijl: Er zijn ook raden die het niet hebben gedaan. Dus ik zeg het is het oordeel van de raad.
Ik geef u eigenlijk ook, denk ik, met enig persoonlijk gevoel aan dat ik het dilemma ook wel voel. Dat wil ik niet ontkennen. Dat voel ik en dat zie ik ook bij iedereen in de inbreng. Maar de vraag is, zijn wij hier het gremium om daar dan uiting aan te geven, zoals dat in de motie wordt gevraagd? En dan zit ik er klassieker in, om eerlijk te zijn. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Azzouzi nog voor een vervolg. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Ik wil wel opmerken dat wij dat in het verleden wel gedaan hebben, over internationaal. De heer Bijl: Waarvan akte. Dat gaf ik ook weer, denk ik, in mijn betoog. En ik heb ook, zal ik maar zeggen, de dilemma’s zien groeien in gemeentes die de eerste stappen hebben gezet, maar dan onderweg toch denken we gaan een beetje struikelend verder. Moeten we dat wel doen, eigenlijk? Dus ik wil gewoon afronden in eerste termijn en zeggen het is aan de raad. Ik snap de sympathie van deze motie, maar begrijp ook wel de fracties die zeggen hier zijn wij niet toe in het leven geroepen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, burgemeester. Dan gaan we over tot de tweede termijn. Is er behoefte aan bespreking? Dat is in ieder geval bij de indieners het geval. De heer Ruijtenberg, u heeft het woord. Tweede termijn De heer Ruijtenberg: Dank u wel. Ik vraag hier namelijk niet om partijpolitiek te doen.
Ik neem aan dat alle 33, 30 vandaag dan hoe we hier zitten, dat we allemaal al onze mening hierover hebben en dat die niet zo heel erg zullen verschillen. Maar wat wij wel vragen is om het morele kompas te laten spreken. Wat wij vragen is nadrukkelijk aan deze raad om een oproep te doen. Niet om aan buitenlandpolitiek te doen, niet om sancties af te vaardigen. Niet om daar iets in te eenzijdig in te doen, maar wel om aan te geven bij de regering dat wat ons betreft de Nederlandse regering moet
48/52
optreden tegen alle actoren, alle staten, die structureel internationaal humanitair recht en mensenrechten schenden. Laat dat goed zijn. Vervolgens hoorde ik sommige partijen zeggen internationaal beleid, dat is eigenlijk niet iets waar wij voor op aarde zijn als raad. Maar dan pak ik weer het collegeakkoord erbij en dan in de inleiding lezen wij daar “De oorlog in Oekraïne heeft onze wereld recentelijk ingrijpend veranderd en ons voor nieuwe vraagstukken gesteld. Het conflict heeft effect op onze welvaart, op onze economie en brengt in onze gemeente ook een nieuw opvangvraagstuk.” Bij dit conflict zeg ik ook dit conflict heeft onze wereld recentelijk ingrijpend veranderd en ons voor nieuwe vraagstukken gesteld. Namelijk hoe zorgen wij dat deze gemeente zelf niet polariseert met mensen die voor of tegen zijn? Daarom vraag ik om het goede te doen. Tot slot… De plaatsvervangend voorzitter: Voordat u daaraan toekomt heb ik nog een interruptie voor u. Ik denk op het vorige punt, van de heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. De heer Ruijtenberg benoemt de Oekraïneproblematiek en de impact die dat heeft op onze gemeente.
Bent u het toch niet met mij eens dat de impact op onze gemeente die dat heeft, met al die vluchtelingen die hier zijn, de ontheemden, dat dat veel concreter is dan waar u het nu over heeft? De plaatsvervangend voorzitter: De heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Hoeveel vluchtelingen denkt u dat er nog gaan komen? Vanuit Gaza? Vanuit Jemen, vanuit Syrië wat er nu is, misschien wel vanuit Iran, vanuit Soedan? Hoeveel vluchtelingen zullen dat zijn? Mensen die vanuit Oekraïne komen worden vaak niet gezien als vluchtelingen maar als ontheemden, er is een andere status voor. Juist vluchtelingen vanuit Gaza, en als dit conflict doorgaat zullen er meer komen, zullen een grotere druk hebben op onze voorzieningen dan mensen die ontheemd zijn. Tot slot wil ik daarin aangeven, er werd vandaag ook gezegd Oekraïne is dichterbij, dus dat raakt ons toch ook meer. Ik wil graag aangeven dat de afstand tussen Lansingerland en Donetsk is 2782 kilometer. De afstand tussen Lansingerland en Gaza is 3350 kilometer. Dat is 568 kilometer verschil. Gaza is ook onze achtertuin. Wat daar gebeurt, is ook onze achtertuin. Ik vraag niet om partijpolitiek. Ik vraag niet om sancties. Ik vraag niet om buitenlands beleid. Maar ik vraag wel om het juiste morele kompas. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Azzouzi, nog behoefte in deze tweede termijn? U heeft het woord.
De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Met alle respect voor alle fracties, ik heb hier voor me de stemming over de motie ‘We staan achter Oekraïne’ en dan zie ik ook een aantal fracties die wel consequent zijn, maar ook andere fracties die… Ik wil het niet zeggen, maar het is echt de grens van meten met twee maten. Het vraagstuk van vluchtelingen raakt ons ook. Als wij echt geen stem geven of de situatie gaan gedogen, als onze gemeente dat niet gaat doen, andere gemeentes ook niet, dan gedogen wij wat daar gebeurt aan oorlogen. De oorlog gaat ook niet alleen in Gaza. Hij is verspreid. Kijk naar het nieuws. Vroeg of laat komen ook vluchtelingen vanuit Iran, vanuit Syrië. Daar zijn ook bombardementen. Dus als die hier komen, dan wil ik eigenlijk ook de andere fracties niet horen dat wij dat niet... De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Azzouzi, Ik heb u even gelaten nu. En ik snap het, u krijgt de ruimte voor uw debat. Maar het onderwerp vluchtelingen komt niet in uw motie naar voren. Dus ik wil wel vragen om in uw argumentatie te blijven bij de essentie van de motie deze avond. En nogmaals, ik heb u wat ruimte gegeven, maar zou u wel tot uw punt willen komen alstublieft.
49/52
De heer Azzouzi: Mijn punt is als wij niks zeggen en andere gemeentes doen ook niks, dan raakt het ons vroeg of laat ook hier. Dat was hem, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dat is een helder punt. Dank u wel, mijnheer Azzouzi. Is dat een interruptie nog, mijnheer Van den Beukel? Dan ga ik even een controle doen. Zijn er nog andere fracties die nu het woord wensen? Dan ga ik even in de volgorde van zojuist eerst naar u, mijnheer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Dank u wel. Slechts een reactie op de heer Azzouzi. Hij zegt het niet, maar ik hoor het hem wel zeggen, dat er wordt gemeten met twee maten. Ter duiding, want ik wil het graag toelichten. De motie Oekraïne, dat zal iedereen scherp hebben, die hebben we aangenomen de dag na de inval. Staat ook in de motie. De nacht daarvoor was die inval gebeurd en vervolgens hebben we de krant gelezen en zaten we hier in de raadzaal. Zo vers was dat op dat moment. Dus dat is onder andere om die reden een andere situatie. En de heer Azzouzi ook ter verklaring. Weet u, op een vergelijkbare afstand als Gaza vindt er ook oorlog plaats in Syrië. Afgelopen week is daar weer een slachtpartij geweest, waar wederom minderheden, de zoveelste op rij, weer het onderspit hebben gedolven. Die oorlog daar hebben wij nooit een motie over aangenomen.
Dat betekent niet dat ik er niet wakker van lig, dat mijn fractie zich daar geen zorgen over maakt, of zich er niet voor inzet. Maar het betekent wel dat we inderdaad selectief zijn in waarover wij ons uitspreken en waarover niet. De plaatsvervangend voorzitter: Helder. Nog een interruptie voor u van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ik vind het eerste gedeelte van de beantwoording van de heer Van den Beukel opmerkelijk. Beweert hij nu echt dat we de motie over Oekraïne hebben aangenomen alleen maar omdat het een dag erna was, omdat het vers is? Wilt u daarmee impliceren dat wat er nu gebeurt daar in Gaza, dat dat niet vers is? De plaatsvervangend voorzitter: De heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Nee, voorzitter, dat wil ik niet beweren. Dit is net zo vers in Gaza, als in Syrië, als in Soedan. Alleen de situatie toen bij de inval van Oekraïne dat was inderdaad letterlijk de nacht daarvoor gebeurd. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Beukel. Dan zag ik de heer Weerheijm nog in deze tweede termijn. U heeft het woord. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Ik wil eigenlijk nog even een korte reflectie delen. Ook de worsteling die de burgemeester illustreerde, is iets wat wij in onze fractie herkennen.
Want hoe ga je nu inderdaad met een issue als dit om? Ook die eerdere motie die we hebben gehad over Oekraïne in 2022, dat was een motie die ik toen samen met de heer Jonker, toen nog raadslid, heb geschreven. Kwam dat ook duidelijk voort uit een gevoel van verbazing en ontzetting, op die dag zelf. Maar ik denk diezelfde machteloosheid die wij toen voelden, voel ik op dit moment nog steeds. In een situatie waarin wij denken dat de Nederlandse regering daadwerkelijk iets kan doen om in ieder geval vrede te bepleiten, zo niet in internationaal verband. En dat dat dus voor ons ook in deze situatie weer de reden is dat ons standpunt richting voorstemmen kantelt. Maar we snappen heel goed de moeite en ook de complexiteit, ook geschetst door de burgemeester. We respecteren het standpunt van de andere fracties ook volledig. Dank u wel.
50/52
De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Weerheijm. Dan zag ik u nog, denk ik, mijnheer Duivesteijn. Klopt dat, voor deze tweede termijn? Ja, u heeft het woord. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch even reageren op een aantal uitspraken van de indieners. Want GroenLinks had het over een moreel kompas, maar we kunnen een moreel kompas hebben en bij onze verantwoordelijkheid blijven. En over de Oekraïners uit de EU, die zijn nu eenmaal hier. Die kunnen hier verblijven, die zijn hier. Vluchtelingen buiten de EU, dat is een hele andere discussie. Dat is een nationale aangelegenheid. Ik vind dat een hele andere orde van grootte voor onze gemeente. De plaatsvervangend voorzitter: Een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Mag ik de heer Duivesteijn eraan herinneren dat hij zelf dat ter berde bracht? De plaatsvervangend voorzitter: Dat mag, denk ik. Maar we gaan even terug naar de heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Waarvan akte. Dan nog even de uitspraak van de PvdA. Ik vind dat toch lastig, dat hier nu wordt gedaan alsof de partijen die hier zitten geen zorgen hebben, of hier niks om geven. Dat er wordt gemeten met twee maten, in ieder geval niet voor onze fractie. Bij ons is er bij Oekraïne verdeeld gestemd. Ik heb aangegeven dat ieder principieel mag staan waar hij voor staat. Dat baart mij ook zorgen.
Ik mag toch hopen dat het weekbericht van de PvdA niet meer impliceert alsof een tegenstem betekent dat wij tegen iedereen anders dan onze eigen inwoners zijn. Dank u wel, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duivesteijn. Kan ik daarmee concluderen dat we aan het einde zijn van de tweede termijn van de zijde van de raad? Ik zie instemmend geknik. Ik heb geen vragen meer gehoord of reacties aan u, klopt dat, burgemeester? Dat klopt. Stemming Motie Vreemd M2025-008 Rode Lijn Dan gaan wij direct over naar de stemming over de motie ‘Rode lijn.’ Ik open de stemming. En deze motie is verworpen met 24 stemmen tegen en zes stemmen voor. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van agendapunt 8.c. En staat er nog één zaak tussen u en de borrel en dat wordt door de burgemeester weer gedaan. 9. Hamerstukken 9.a 9.b 9.c 9.d 9.e 9.f
Bindend adviesrecht BOPA de Snip Opheffen geheimhouding Vaststellen wijziging omgevingsplan - bouwsteen 1 bestaande woonwijken Voorfinanciering IKC-meters semipermanente onderwijshuisvesting Wilderszijde Wijziging samenstelling vertrouwenscommissie benoeming burgemeester Benoeming lid Rekenkamer Lansingerland
De voorzitter: Laten we vooral ook de hamerstukken niet overslaan. Niet dat ik u oproep daar nog iets over te zeggen, dat is ook weer niet zo. Niemand? Dan stellen we 9a t/m 9f ongewijzigd vast. 10. Sluiting De voorzitter: Dan zijn we aan de sluiting. En dat is toch nog wel aardig om zelf te doen. Ik ben nu een paar maandjes in uw midden en ik heb er lol in. Ik heb nog een paar maandjes te gaan, dus u