[BV25.0068] Verslag commissie Samenleving d.d. 26 juni 2025
Tekst van het document
18/31
De heer Hoek: Ja, dat is aan u. Daarnaast worden de teams natuurlijk ook specifiek getraind met betrekking tot de juiste uitvraag. Dus ook de teams die worden daarop geschoold, zeg maar. Het onderwijsveld, dat is een… De voorzitter: Wethouder, toch nog een herhaalinterruptie van de heer Lieverse. De heer Lieverse: Heel kort. We weten van die training, dat is al eerder verteld, ook in de verschillende beeldvormingen, maar het gaat om de verordening in dit geval. De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Helder. Dus ik zeg ook, wanneer u een aanscherping wilt, dan is dat uiteraard aan u. Ik zeg alleen, het gebeurt al wel, maar ik begrijp dat u zegt, dan wil ik het ook borgen. Dus dat is prima. Het onderwijsveld. Vandaag ben ik bij een bijeenkomst geweest in Lommerrijk, waarin dit onderwerp aan de orde was. De gemeente Lansingerland was daar, evenals de hele regio. Waarbij we dit soort dilemma's hebben besproken. Met betrekking tot het LEA zitten we nu in de inventariserende fase met betrekking tot de onderwerpen en ik kan u niet toezeggen dat we aankomende 7 juli al heel veel informatie te melden hebben met betrekking tot hoe we het een en ander gaan invullen. Dan, WIJ Lansingerland. Het is niet om te bezuinigen. Nee, dat is niet de primaire doelstelling.
Uiteraard vinden we het wel prettig, zeker gezien de toename van het lokale palet en dat is ook de wens van u, die spade dieper, om te kijken hoe we met name wel die toename wat meer kunnen afbakenen. De voorzitter: Wethouder, een interruptie van mevrouw Bouman. Over het vorige punt denk ik nog, mevrouw Bouman. Mevrouw Bouman-Quist: Ja, helemaal. Even over dat onderwijs. Wat bedoelde u te zeggen met, dat is binnenkort nog niet te melden? Waar hebt u het dan over? De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Zoals u weet wordt er ook gesproken over jeugdhulp versus onderwijs. Wie pakt welk deel voor zijn rekening? Dat is een discussie die breed in de regio gevoerd wordt. En we zijn nu inderdaad in gesprek met het onderwijs, op 7 juli met name, om te kijken hoe we daarmee omgaan. We hebben een aantal wettelijke taken in het LEA, dit is er één van n daar gaan we uiteraard mee aan de slag. Maar ik kan nog niet, want daarvoor zitten we te veel aan het begin van die discussie, ik kan nog niet zeggen of ik 7 juli al resultaat heb. Dat verwacht ik absoluut niet. Maar de inspanning wordt gepleegd. En ik zei al, vanmorgen was er een mooie bijeenkomst waarin dit onderwerp ook aan de orde was en we gezamenlijk kijken hoe we daar wat meer vorm en inhoud aan kunnen geven, want het is wel heel erg belangrijk. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder.
De heer Hoek: Ik was bij WIJ Lansingerland gebleven. U zegt, de uitvoering die staat niet in de verordening. Nee, dat klopt. Die staat ook in de beleidsregels. En de uitvoering vindt natuurlijk door de verschillende teams plaats. En uiteraard vindt er regelmatig contact plaats met de stakeholders om te kijken of de uitvoering aansluit bij datgene wat we met zijn allen bedacht hebben. Wat als een jeugdige toch niet, hoe zei u dat nou? Er zijn jeugdigen die hebben eigenlijk blijvend hulp nodig. Dat klopt. We hebben de
19/31
activeringshulp die ervoor zorgt dat jongeren geactiveerd worden om uiteindelijk zelf de oplossingen te kunnen bieden samen met ouders en verzorgers. En we hebben de ondersteunende hulp. En ja, natuurlijk is het prettiger wanneer dat eindig is. Maar we kunnen ons zeker goed voorstellen dat sommige jongeren heel lang hulp nodig hebben. En daar willen we ook niet aan tornen. De hulplijnen korter, 3B. Dat is ook onze insteek. En dat heeft alles te maken met de sterke lokale teams. En dan kiezen we meer voor één gezinsaanpak en het liefst ook dat een jongere maar één keer zijn verhaal hoeft te doen. Hoewel, en dat heeft u ook kunnen lezen, het best in de fase van puberen zo is dat het soms nodig is om meerdere gesprekken te voeren, omdat er nogal wat verandert in die leventjes. Als veiligheid in het geding is, mag je de AVG-regels overtreden. Mits je daar een goede reden voor hebt. Dat is de tendens van vandaag. Dat mag. GroenLinks, ouders werktijden aanpassen. U moet niet denken dat we bij iedere ouder die aan het loket staat zeggen van, u moet uw werktijden aanpassen. Maar we willen wel ouders tot het inzicht brengen van, is het misschien een mogelijkheid dat u minder gaat werken om de verantwoordelijkheid richting de opvoeding wat meer op te pakken? En ja, als een gezin daardoor in de financiële problemen dreigt te raken dan is dat geen goede oplossing.
Dus het is meer in de vorm van verleiden dan dat dat een harde eis is. Maar ja, ik vind wel dat het een onderwerp is dat we in deze gesprekken aan de orde moeten stellen. Dan heeft u een aantal vragen nog gesteld die van technische aard zijn. Ik zal ze beantwoorden, maar wellicht dat straks via de voorzitter de heer Zegers wellicht nog wat meer duiding kan geven. Dat ging over de onafhankelijke cliëntondersteuning. Dat doen we nu ook en dat doet MEE, de organisatie, bedoel ik. Samenwerking van domeinen, u had het over de Jeugdwet, passend onderwijs. De bedoeling van de sterke lokale teams is dat dat daar meer gaat landen. En hoofdstuk 2 van de verordening, die geeft daar ook wat meer inzicht in. De hardheidsclausule, zei u, die wordt gemist. Dat klopt ten dele. Er zijn wel een hoop artikelen die eindigen met tenzij. Dus er is dan een artikel die een bepaald probleem beschrijft en daar proberen we dan de oplossing voor te bedenken. Maar er kan altijd een tenzij zijn waarom dat op deze manier niet lukt. En u weet ook, de Jeugdwet geeft in ieder geval genoeg ruimte om ook out of the box te denken. Dus die ruimte is er vaak wel. De hardheidsclausule als vangnet, zo vertelde u dat. D66, de rol en de verantwoordelijkheden van de wijkteams. De voorzitter: Wethouder, voordat u die beantwoordt is er nog een interruptie van mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: Dank u wel.
Ik hoor de wethouder zeggen dat bepaalde artikelen een tenzij-formule hebben en dat er dan afgeweken kan worden eventueel. Maar dat is dan wel specifiek gericht op die artikel en wat de omvang van die artikel betreft. Het gaat niet over de gehele verordening. Dus wat zijn de bezwaren om een hardheidsclausule op te nemen in de verordening? De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Ik denk dat het ene artikel zich meer leent dan het andere artikel. Kijk, in feite, dat heb ik hier ook al gezegd, die hardheidsclausule die, doordat we ook out of the box denken, probeer je wel altijd met maatwerk te komen. Dus wat dat betreft zit er wel ruimte in, maar het is nu juist ook de bedoeling dat we de verordening afbakenen. Dus in feite moet je ook wel in diezelfde verordening, als je hem wilt afbakenen, grenzen stellen. En ja, we hebben een aantal uitzonderingen. En die hebben we met de tenzij-clausule ondervangen.
20/31
De voorzitter: Mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: Wat ik heb begrepen is dat de verordening ook een duidelijk document is voor de uitvoerende instantie, voor de werknemers. Dus een hardheidsclausule opnemen biedt een werknemer dus ook meer zekerheid en ruggengraat om daadwerkelijk over te gaan tot een schrijnend geval dan als er geen hardheidsclausule in zo'n verordening is opgenomen. De voorzitter: De wethouder nog voor een reactie. De heer Hoek: Dat zou kunnen. Het is met name ook diezelfde organisatie die heeft gevraagd om zaken ook duidelijk af te bakenen om het gesprek op een goede manier te voeren. D66, de rol en verantwoordelijkheden van de wijkteams, daar zijn we nu mee bezig. U weet dat de wijkteams op dit moment worden opgetuigd. We hebben daar een projectleider voor die daar druk mee bezig is. Dus dat loopt. En dus die rol en verantwoordelijkheden, die komen zeker op een later tijdstip nog terug. De Partij van de Arbeid, de meeste vragen van de Partij van de Arbeid heb ik beantwoord. Met name, u haakte erg aan op de bijdrage van de ChristenUnie. Daar heb ik het een en ander over gezegd. Even kijken hoor. Dan de laagdrempeligheid van de sociale basis in relatie tot allerlei initiatieven vanuit de samenleving, zo interpreteer ik het maar even. Daar is ruimte voor.
We hebben daar een subsidieverordening voor die ruimte geeft aan aanbieders om met betrekking tot die sociale basis een aantal zaken te doen. Dus daar is zeker rekening mee gehouden. Dan had het CDA het over nadere regels en dan ook de nadere uitwerking van die regels. Daar ben ik een beetje het spoor bijster geraakt. Dus ik wil u straks vragen om die vraag te herhalen. U kwam zelf tot de conclusie dat het een technische vraag was. Dus wellicht dat de heer Zegers die straks kan beantwoorden. Het borgen achter de voordeur, dat is de meest ingewikkelde natuurlijk die er is. Wij kunnen niet achter iedere voordeur kijken. En dat is ook het ingewikkelde van deze materie. Want hoe ga je dat organiseren? We hebben natuurlijk wel de meldcode en allerlei anonieme meldsituaties waar u dat kan melden. Maar een gemeente kan niet proactief achter een voordeur gaan kijken. Je bent wel afhankelijk van of er meldingen op dat adres binnenkomen en of er een vermoeden is van. Maar ik ben het met u eens, we hebben misschien nog maar een klein deel van het probleem inzichtelijk. Het zou mooi zijn als we dat helemaal inzichtelijk. Maar ik denk dat we, dat dat een utopie is. Volgens mij heb ik zo alles gehad, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Bouman denkt daar anders over. Mevrouw Bouman. Mevrouw Bouman-Quist: Nou, helemaal. Ik heb nog een vraag gesteld over die TWK. En de toekomst per 1-1-26.
Waarom daar? En dat is de eerste vraag. De heer Hoek: Die zal de heer Zegers zo meteen beantwoorden. Mevrouw Bouman-Quist: En de tweede vraag, hoe gaat de communicatie straks plaatsvinden? Als het een en ander, met al die amendementen, hoe gaat dat plaatsvinden naar de inwoners, de nodige instanties die betrokken zijn bij het gebeuren? En moet ik gelijk nog even de vraag… Doe ik het in tweede termijn. De voorzitter: De wethouder nog.
21/31
De heer Hoek: Communicatie gebeurt natuurlijk op de gebruikelijke manier. Maar ook bijvoorbeeld via de huisartsen, die een belangrijke spil in het hele verhaal zijn. En volgens mij hebben we afgelopen week nog een gesprek gehad met de huisartsen, tenminste de ambtenaren en daar is het met name ook over gegaan. De voorzitter: Helder. Dan ga ik even naar de heer Zegers voor nog een verdere technische beantwoording. Is het nog een interruptie aan de wethouder, mijnheer Erwich? Ja. Dan geef ik daar eerst kans voor. Mijnheer Erwich. De heer Erwich: Dank u wel. Wat ik eigenlijk nog even zocht is dat er minder jongeren zijn, maar toch de kosten stijgen. En daar heb ik eigenlijk niks op gehoord. De voorzitter: Is daar een reactie op op dit moment, wethouder? Die is er. Wethouder Hoek. De heer Hoek: Ja, dat komt sowieso door de prijsstijgingen. Als je alleen de indexatie al meerekent, dan kom je al echt op substantiële bedragen uit. Dus dat verklaart die prijsstijgingen. De voorzitter: Oké, dan gaan wij nu voor een verdere reactie in aanvulling van die van de heer Hoek naar de heer Zegers. U heeft het woord. Als u op de knop heeft gedrukt. Ja, mijnheer Zegers. Ambtelijke ondersteuning: Dank. Eerst even die TWK-bepalingen. Iedere keer als wij de verordening aanpassen, nu is natuurlijk het hoofdthema jeugdhulp, maar dan nemen we ook altijd mee wat er in nadere regelgeving is veranderd.
Dus alle andere data, dus 1-1-‘25 gaat bijvoorbeeld over Wmo beschermd wonen, naar aanleiding van de aanpassing van de verordening Wmo Rotterdam. En zo moet u die andere data ook zien. Als het gaat over de jeugdhulpaanpassing is dat allemaal 1-7. Dus die andere data gaan allemaal over Wmo, niet over jeugd. Dan een reactie op, denk ik, twee dingen uit de verordening Vlissingen. Kennelijk mis ik er nog één, maar dat hoor ik dan zo wel even. De hardheidsclausule, dat is dus een overweging. Je kunt in zijn algemeenheid een soort totale bezweringsformule over het geheel uitspreken door één hardheidsclausule op te nemen. Dat is overigens in hoofdstuk 6 van de verordening wel, staat er een hardheidsclausule in, maar voor het jeugddeel niet. Hebben we niet voor gekozen. Juist omdat we liever werken, vanwege dat maatwerk, wat anderen ook al hebben genoemd, met een aantal tenzij-bepalingen. Omdat we denken dat dat op die punten juist beter werkt, zowel voor de werknemer waar u naar verwees in de uitvoering, als naar iemand die daar later een beroep op wil doen. Dus wij hebben gekozen, niet voor één hardheidsclausule, maar voor tenzij-bepalingen. Er was volgens mij nog een derde punt van Vlissingen, die andere was MEE cliëntondersteuning. Die heeft de wethouder beantwoord, maar dat derde punt, dat ben ik even kwijt. Die zou ik ook nog beantwoorden. Het derde punt van Vlissingen.
De voorzitter: Wilt u dat nog kort herhalen, mevrouw Gabin, welk punt dat was? Oké. Mijnheer Zegers. Ambtelijke ondersteuning: Dus in hoofdstuk 2 van onze verordening, dat is eigenlijk het integrale hoofdstuk van de toegang. Dus daar pakken we alle sociale wetten bij elkaar. Dus dat is ons antwoord in ieder geval op die uitspraak van de Centrale Raad voor Beroep, dat we één hoofdstuk hebben voor een totale toegang. En wat de wethouder ook al zei, we zijn
22/31
natuurlijk bezig met de stevige lokale teams, waarin we die toegang nog integraler en laagdrempeliger enzovoorts willen maken. De voorzitter: Helder. Mevrouw Bouman. Mevrouw Bouman-Quist: Dank u, voorzitter. Ik had een vraag los van de TWK. Waarom gekozen is voor per 1-1-2026? Want er kan van alles nog gebeuren. Nu doen we ook per TWK. Dus als we deze verordening vaststellen en er gebeurt wat en we laten 2026… De voorzitter: Mevrouw Bouman, volgens mij is uw vraag helder. Alleen ik heb het gevoel dat de heer Zegers daar al een antwoord op heeft gegeven, maar dat gaat hij met veel plezier herhalen, denk ik. Mijnheer Zegers. Ambtelijke ondersteuning: Omdat ze niet over jeugd gingen, dacht ik. Ik ga niet al die data langs, maar de 1-1-‘26, dat gaat over het abonnementstarief Wmo. De voorzitter: En even voor de scherpte van mevrouw Bouman, jeugd gaat allemaal over… Ambtelijke ondersteuning: 1-7-‘25. De voorzitter: Mevrouw Bouman, het kwartje is gevallen? Ik zie mevrouw Bouman knikken. Helder. Oké, dan gaan we nu naar deze tweede termijn van de commissie. En ik wil u, beste commissieleden, er wel even aan herinneren dat we al met verlengde spreektijd werken, dus ik wel wat streng ga zijn in deze tweede termijn. Ook omdat ik het gevoel heb dat we wel een conclusie kunnen uiten over welke amendementen al dan niet aangekondigd worden en hoe dit dossier verder gaat.
Ik ga dat in dezelfde volgorde doen, dus ik begin bij u, mijnheer Lieverse. Tweede termijn De heer Lieverse: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor bij de wethouder weinig tegenargumenten tegen de gedachten die wij geuit hebben rond de zorgen die we hebben. En dat betekent dat wij ons gesterkt voelen om inderdaad die amendementen door te gaan zetten richting de raadsvergadering. Verder hoor ik ook van verschillende kanten enige soort van steun. Maar ik zal voor alle zekerheid het breed rond mailen via de griffie, nadat ik het eerst getoetst heb bij de griffie wat hierover zo te zeggen is. Ik denk dat mevrouw Gabin het niet zo vervelend bedoelde, maar het klonk een beetje vilein wat ze zei over dat VVD en ChristenUnie op één lijn zitten. Want ik denk dat wat ik van de VVD hoorde, dat klonk mij als gezond, liberaal denken. Om namelijk te erkennen dat eigen kracht niet bij iedereen gelijk is, dat je daar dus rekening mee houdt. Dat geeft juist het concept eigen kracht in deze verordening zijn legitimiteit. Dus ik vond het juist een hele sterke opmerking. Ik ga niet de sprekers langs, voorzitter, dat verwacht u ook niet. Ik was wel teleurgesteld wat de wethouder zei over het onderwijs, wat hij zei over Lommerrijk, want het LEA gaat over lokaal.
En lokaal verwachten wij dat onderwijs en gemeente tot afspraken komen en niet straks ruzie gaan maken, maar wij hebben nou eenmaal in de verordening vastgelegd dat het voor het onderwijs is. Dat kan je niet doen buiten het onderwijs om. Dus om nou te zeggen, ik ga geen toezegging doen om al iets te zeggen over de eerste bijeenkomst die op 7 of 9 juli of zo gaat plaatsvinden, vind ik spijtig. Dus dat betekent dat wij het extra ingewikkeld hebben tijdens onze raadsvergadering.
23/31
De voorzitter: Wellicht ben ik er zelfs bij, mijnheer Lieverse. Wij gaan door naar WIJ Lansingerland, mijnheer Alsemgeest. U heeft het woord. De heer Alsemgeest: Dank u wel, voorzitter. Ik wist niet dat ik al zo snel aan de beurt was. Voorzitter, het is goed om te horen dat de meeste fracties de verordening onderstrepen. Al is er wel een beetje angst dat er mogelijk jeugdigen tussen de wal en het schip zouden vallen, door welke omstandigheden dan ook. Het is ook goed om te horen van de wethouder dat er al op getoetst wordt op het punt of ouders wel willen en kunnen meewerken. En als dat niet zo is, er toch hulp geboden gaat worden. De ChristenUnie zou dat graag geborgd hebben en wil via een amendement aan dit voorstel toevoegen. Dit voorstel zal dan ook niet als hamerstuk naar de raad gaan, denk ik. Ik hoor graag van de wethouder hoe hij aankijkt naar een op handen zijnde amendement. Dan gaan wij in de komende weken wel kijken of wij dit wel of niet gaan steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alsemgeest. Dan ga ik naar de heer Erwich, Leefbaar 3B. De heer Erwich: Dank u wel, voorzitter. Ik kan kort zijn. We wachten het amendement af en kunnen we kijken of we mee kunnen gaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Erwich. Mevrouw Draak, VVD. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, de amendementen, daar kijk ik naar uit.
Ik heb getwijfeld of ik er iets over zou zeggen, maar nu de heer Lieverse er iets over heeft gezegd, ga ik het ook doen. Het treft mij inderdaad in mijn hart dat iemand in deze raadzaal denkt dat VVD'ers kwetsbare jongeren niet willen ondersteunen. Ik sla het nu misschien een beetje plat, maar los van de liberale principes die de heer Lieverse uitstekend heeft uitgelegd, ken ik heel veel VVD'ers in het sociaal domein, bij ministeries, in onderwijs, in zorg, in arbeidsparticipatieorganisaties, in de Tweede Kamer, in gemeenteraden overal. En er is echt niet één liberaal die er genoegen in schept om kwetsbare mensen pijn te doen. Doet niks af aan het feit dat GroenLinks en de VVD misschien politiek dingen anders benaderen. Maar dat beeld dat heeft mij gekwetst en ik hoop echt dat deze vergadering eraan bijdraagt dat mevrouw Gabin of haar fractie bij GroenLinks daar eens een heroverweging in wil doen. En ik wil er ook graag over praten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Draak. Dan ga ik verder naar mevrouw Gabin. U heeft dertien seconden, mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: Uitspraken zijn totaal uit de context getrokken. Dus mijn bedoeling was niet om u te kwetsen of uw partijstandpunt in een verkeerd daglicht te zetten. Dus ik ben bereid om even na de vergadering met elkaar te kletsen. Maar ik vind het ook schreef dat een korte uitspraak zo uit de context wordt getrokken.
Maar goed, zoals oud-collega Wouter Hoppenbrouwer dat ooit zei, gaan wij als fractie kauwen op eventuele amendementen of moties. Dus geen hamerstuk. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mevrouw Gabin. Dan ga ik naar de heer Van der Stad, D66.
24/31
De heer Van der Stad: Zoals ik al aangaf in de eerste termijn, denken we graag mee over het amendement. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Stad. Dan ga ik nog naar mevrouw Biharie, Partij van de Arbeid, u heeft het woord. Mevrouw Biharie: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog twee vragen aan de wethouder. De zorgprofessional bepaalt hoelang de hulpvraag loopt. Op basis waarvan is mijn vraag en welke criteria wordt hier toegepast om tot dit besluit te komen door de zorgprofessional? En hoe wordt dit geborgd? En de tweede vraag, u had over de LEA. En in de verordening staat over speciaal onderwijs dat die kinderen in een reguliere op scholen moeten om inclusief mee te kunnen doen. Komt dit ook in uw gesprekken met de school ook ter sprake? En daarnaast, ik kijk uit naar alle amendementen. En mevrouw Draak, ik ken u, ik waardeer uw inzet net en ook uw voorstel om gewoon na een tijdje ook de verordening scherp te kijken en eventueel waar nodig bij te sturen. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bihari. En dan tot slot in deze eerste termijn kom ik weer bij u, mevrouw Bouman. En u heeft het gezien, mevrouw Bouman, één minuut veertien. Mevrouw Bouman-Quist: Dank u wel. We wachten de amendementen af.
En nog even naar de heer Zegers, ik heb gelezen dat, eens even kijken, als het een en ander niet lukt, bijvoorbeeld de kwetsbare ouders, dat zij dus niet in staat zijn tot, dan kan er een voorziening verstrekt worden. En dan wordt er verder bij die uitleg gegeven dat de gemeente daar beleidsregels voor kan opstellen. En dan is de vraag, volgt dat nog? Dat is misschien uitvoering, maar dat was even de vraag. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bouman. En ik ga er daar maar van uit dat die vraag via de voorzitter is gesteld aan het college, want u kunt de heer Zegers helemaal geen vraag stellen. Maar wellicht dat de wethouder het verstandig vindt dat de heer Zegers hem voor u beantwoordt. Daar gaan we zo achter komen, want wij zijn aangekomen bij de beantwoording van de wethouder. Mijnheer Hoek, u heeft het woord. Beantwoording college De heer Hoek: Dank u wel. Over het amendement, daar zijn wat vragen over gesteld. Is dat nou strikt noodzakelijk? Ik denk van niet. De verordening is duidelijk. Maar als het u helpt, wie ben ik om daar tegen te zijn? Maar strikt is een verordening nou juist een verordening die dit soort zaken regelt. Dus wat dat betreft is die niet echt nodig. Dan, er werd gesproken over vanmorgen. U zei, dat is een lokale aangelegenheid. Dat klopt. Maar alle dertien gemeenten, die waren vanmorgen vertegenwoordigd bij deze bijeenkomst.
Dus er is wel degelijk integraal gesproken over een mogelijke lokale invulling. Dan de, even kijken hoor, u had het over… De voorzitter: Voordat u verder gaat, wethouder, mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: U maakt het een beetje klein wat ik erover gezegd heb, want de verordening is toch niet integraal voor de hele GR? De heer Hoek: Sorry, ik verstond het niet.
25/31
De voorzitter: Mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: U zegt, in Lommerrijk hebben we gesproken en het is best interessant, want allerlei gemeenten hebben daar mee te maken. En het onderwijsveld heeft er ook mee te maken. Maar de verordening waar we nu over spreken is toch een lokale aangelegenheid? De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Dat klopt helemaal, maar daar had ik het niet over. Het was nou met name over het onderwijs waar u het over had. Daar ging het vanmorgen met name over. En dan, juist de afbakening waar deze verordening voor zorgt en de Wet op het passend onderwijs, die zorgen ervoor dat het grijze gebied afgebakend is en dat we het met name over dat gebied kunnen hebben. Want anders zou het zomaar kunnen zijn dat heel veel van deze uitdagingen bij de jeugdzorg terecht zouden komen. Dus de verordening zorgt voor de juiste afbakening. De voorzitter: Wethouder, dan heb ik een interruptie voor u van mevrouw Biharie. Mevrouw Biharie: Dank u, voorzitter. Ik had een opmerking over die grijze veld tussen de onderwijs en de gemeente vraag gesteld. Ik wil even op terugkomen op mijn vraag, want die is niet beantwoord. Ik had gevraagd of het onderwijs en de gemeente naar de gezinnen als ze hulp nodig hebben en men weet niet bij wie van de twee terecht moet of dat proactief opgepakt kan worden. Of neemt u dat mee in uw bespreking? Kunt u daarop reactie geven? Dank u.
De voorzitter: De wethouder nog. De heer Hoek: Ja, daar zijn we natuurlijk ook altijd op uit, maar zowel in het onderwijs als in de jeugdzorg, als in de zorg zitten professionals die daar natuurlijk verstand van hebben. Dus ja, natuurlijk word je verder geholpen op het moment dat dat aan de orde is. De voorzitter: Mevrouw Biharie, tot slot. Mevrouw Biharie: Dank u, voorzitter. Het gaat mij erom dat dat aan de voorkant duidelijk gemaakt wordt bij de intakegesprek en niet dat de ouders heen en weer dat zelf moeten doen. Daar was mijn punt. Dank u. De heer Hoek: Nee, volgens mij heb ik dat in eerste termijn al beantwoord dat dat inderdaad aan de orde is. De voorzitter: Gaat u nog verder met de laatste beantwoording, alstublieft. De heer Hoek: Dan de zorgprofessional, daar had u het over. Hoe bepaalt hij nou wat nodig is? Ik zou bijna zeggen, daar is hij ook zorgprofessional voor. En ik kan dat moeilijk inschatten. Daar is hij voor opgeleid. En ik mag veronderstellen dat zo'n zorgprofessional ook goed een analyse kan maken samen met jongeren, ouders, verzorgers, wat er nodig is. Daar rolt een beschikking uit met een einddatum, met doelen. Dat is de werkwijze.
26/31
De voorzitter: Was dat ook het einde van uw beantwoording, wethouder? De heer Hoek: Ja. De voorzitter: Is er dan nog behoefte aan een reactie vanuit de heer Zegers? Ik sta dat uiteraard toe, mijnheer Zegers. Ambtelijke ondersteuning: Die vraag over de voorziening. De voorziening is in principe natuurlijk het algemene begrip van een voorziening, dat kan heel veel uitingsvormen hebben. Dat kan een geïndiceerde hulpvraag zijn binnen de Jeugdwet. Maar het kan ook bijvoorbeeld een voorziening zijn van iemand doorverwijzen naar het voorveld. Wat ook gewoon vrij toegankelijk is. U moet dat eigenlijk zo zien dat wat we nu doen in de afweging of een gezin bepaalde hulp ook in het eigen netwerk kan vinden, die afweging die maken we nu en die maken we straks na 1 juli niet op een andere manier. Het enige wat we eigenlijk in deze verordening hebben gedaan is een aantal dingen ook teruggebracht in de verordening, zodat onze medewerkers in de uitvoering juist mogelijkheden hebben om daar waar het wel goed mogelijk is makkelijker naar de verordening te verwijzen. Dus juist die kinderen die tussen het wal en schip zouden kunnen vallen, met misschien een kwetsbare thuissituatie, die zijn voor 1-7 even zeker, slash onzeker, dan na 1-7. Daar gebeurt, daar zit geen verschil tussen. Ik hoop dat dat een antwoord is op uw vraag. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Zegers.
En dank u wel, wethouder, voor de beantwoording. Ik heb ook begrepen van wethouder Cnossen dat een verdere beantwoording vanuit het college niet nodig is. Dus daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze tweede termijn en stel ik vast dat, met mogelijke amendementen, dit stuk op de eerstvolgende raadsagenda zal landen. 6.b Voorfinanciering IKC-meters semipermanente onderwijshuisvesting Wilderszijde De voorzitter: Dan gaan we over naar agenda punt 6.b. Dat is de voorfinanciering van de IKC-meters voor de semipermanente onderwijshuisvesting in Wilderszijde. Waarom doen we dat? Want in dit voorstel wordt aan de raad gevraagd om geld beschikbaar te stellen voor het kinderopvangdeel van driehonderd vierkante meter van een integraal kindcentrum bij een semipermanente onderwijshuisvesting. En juist dat laatste is essentieel, omdat ons eigen IKC-beleid net niet voorziet in een IKC-samenwerking bij semipermanente huisvesting. Dus dat is even de essentie van wat het college voor legt vanavond. Een ander iets wat ik u nog even wil melden is dat er door de fractie van WIJ Lansingerland technische vragen zijn gesteld die kort voor deze vergadering zijn beantwoord. Die stukken vindt u in iBabs bij dit agendapunt, mocht u dat nog tot u willen nemen. Kan ik dan ook gelijk WIJ Lansingerland vragen om deze eerste termijn te openen? Ja? Mijnheer Afalah, dan is de eerste termijn geopend.
U heeft het woord. Eerste termijn De heer Afalah: Dank u wel, voorzitter. Dan kan de rest, die technische vragen. Alhoewel, ik kreeg hem ook kwart voor acht binnen geloof ik, zag ik hem binnenkomen. Dus het heeft mij ook niet heel veel tijd gekost gelukkig. Ik wil wel de organisatie hiervoor bedanken dat ze zo snel die vraag hebben beantwoord. Dat was eigenlijk de enige, want wij hebben natuurlijk samen besloten en gezegd van, wij willen die voorfinanciering heel graag doen voor de IKC, omdat dat belangrijk is voor het opgroeien van de kinderen en omdat daar heel
27/31
veel vraag naar is vanuit het onderwijsveld. Ik heb het idee dat ik niet goed te horen ben of is dat… Ja? Oké. Dus daar gaan we mee akkoord. Wat ik wel heb, ook naar aanleiding van de beantwoording van die vragen, ik vind het wel apart dat het niet expliciet benoemd is omdat, volgens mij kost het toch geld om iets te creëren, een speelplaats te creëren buiten de school, zal ik maar zeggen. En omdat het nu alleen maar ging over de financiering van de driehonderd vierkante meters vraag ik me nu af, hoe kunnen we dat waarborgen dat dat ook wel duidelijker straks staat, want wij kunnen geen raadsvoorstellen volgens mij amenderen van hoe we dat nou daarin kunnen verwerken, dat het wel heel duidelijk is dat dat geld wat nu beschikbaar wordt gesteld, dat dat dus inclusief de buitenruimte is. Dus dat was eigenlijk het enige waar ik mee zat eigenlijk. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel, mijnheer Afalah. Is dat een interruptie, mijnheer Bergwerff, of gelijk een termijn? U heeft het woord, CDA. De heer Bergwerff: Dank u, voorzitter. Ik drukte hem in toen de heer Afalah, dank u wel zei. Toen dacht ik, dan ben ik aan de beurt. We hebben allemaal al eerder aangegeven. We snappen de vraag naar een IKC in plaats van een school met een losse kinderopvang elders. We hebben eerder vastgesteld dat bij permanente huisvesting altijd vanaf nu een IKC gerealiseerd kan worden.
Inclusief dan voorfinanciering vanuit de gemeente. Maar ja, we hebben het nu over een nieuwe wijk en we wisten dat we hierop terug zouden komen, omdat dit dus een uitzondering op de regel zou zijn. Dus wat dat betreft is dit voorstel helemaal niet verrassend en hadden we dit absoluut zien aankomen. Ook bij Wilderszijde, zijn er natuurlijk nog helemaal geen actieve kinderopvangorganisaties. Dus het zou ook heel onlogisch zijn als de nu eerste particuliere organisaties, kinderopvang, daar tijdelijk dan actief moeten worden totdat die IKC’s van start kunnen. Dus wat ons betreft zijn we voor het voorstel. Inderdaad, we hadden wel die scherpte van WIJ Lansingerland, hadden wij ook. Die speelplaats, we missen inderdaad die vierkante meters, ergens in de negentig. En dat snapten we ook niet helemaal. Er zal best een goede uitleg voor zijn. Maar er werd inderdaad alleen gesproken over die driehonderd vierkante meters voor het gebouw, maar je zou verwachten eigenlijk dat daar die speelplek ook bij moet. Dus misschien kan de, dus wij hebben eigenlijk dezelfde vraag nog steeds als WIJ Lansingerland. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bergwerff. Mijnheer Xhemaili, PvdA. De heer Xhemaili: Dank u wel voorzitter.
Als PvdA-fractie vinden wij het verstandig dat het krediet van ruim 1,2 miljoen volledig kostendekkend wordt terugverdiend via een integrale vergoeding door de betrokken schoolbesturen. Door de risico-opslag en de afspraken over intentie en vaststellingsovereenkomsten wordt het leegstandsrisico zoveel mogelijk beperkt. De keuze om dit budgetneutraal in de begroting op te nemen waarderen wij zeer. Zeker in het licht van de huidige financiële druk door het ravijnjaar. Wij vinden het positief dat het college afwijkt van het zeer strikte IKC-beleid waar dat nodig is om maatschappelijke doelen te realiseren. Beleidsregels zijn immers geen doel op zich. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Xhemaili. Wie mag ik het woord geven? Dat is mevrouw Molenaar, ChristenUnie. Mevrouw Molenaar-Van der Beek: Dank u wel, voorzitter. Ik ga het heel kort houden. We snappen helemaal dat dit de meest logische route is om de IKC en de kinderopvang daar in deze nieuwe wijk te realiseren. We vinden dat een zeer goed plan. Ook heel fijn dat er voor
28/31
de ouders die daar wonen kinderopvang zo snel mogelijk komt. Dus we zijn het er gewoon mee eens. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Molenaar. Ook helder. Dan heb ik mevrouw Gielis, Leefbaar 3B. Mevrouw Gielis: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat ik vanavond ook wat even mag zeggen. Maar ik kan het ook kort houden, want wij snappen dat dit voorstel inspeelt op de behoefte voor de levensvatbaarheid van de nieuwe scholen. En we willen het vooral dat er snel actie wordt ondernomen. Tegelijkertijd constateren we dat het college met dit voorstel afwijkt van het bestaande IKC-beleid. Maar wij vinden het geen probleem om dat nu voor deze keer te doen. Uiteraard zijn wij ook benieuwd naar het antwoord op de vraag van WIJ Lansingerland. En we hebben hier al zoveel over gesproken dat wij eigenlijk wel willen zeggen, geef er maar een klap op. De voorzitter: Ik heb goed nieuws voor u, mevrouw Gielis, dat mag u zelf doen, er een klap op geven. U als commissie. Wie mag ik dan het woord geven in deze eerste termijn? Mijnheer Van der Stad, D66. De heer Van der Stad: Ook wij kunnen kort zijn. Mooi dat in overleg met de schoolbesturen een oplossing gevonden is. Hiermee realiseren we op korte termijn al IKC's op Wilderszijde en dat draagt bij aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de wijk alsmede versterkt het de onderwijsconcepten en kans op het voortbestaan van de scholen.
We gaan er inderdaad dus een klap op geven. De voorzitter: Fijn, mijnheer Van der Stad. Dank u wel. Mevrouw Draak, VVD. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. Dit is wat de VVD betreft echt een schoolvoorbeeld van hoe een overheid kan helpen om bij de samenleving een ontstaan probleem op te lossen. Dit is gewoon een hartstikke goed voorstel om het IKC-beleid ook nu voort te zetten voor de semipermanente school. Dit is gewoon nodig. We hebben met elkaar besloten dat IKC's bijdragen aan prettige ontwikkeling van kinderen en aan onderwijs en opvang op één locatie. Dus helemaal goed wat ons betreft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Draak. En dan tot slot mevrouw Gabin, GroenLinks, u heeft het woord. Mevrouw Gabin: Ook GroenLinks staat positief tegenover dit voorstel. We vinden het verstandig dat het college kiest voor een constructie waarbij het gevraagde krediet op verantwoorde wijze wordt terugverdiend. Dus voor ons een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Gabin. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de commissie en gaan we voor een reactie naar wethouder Hoek. Wethouder Hoek, u heeft het woord. Beantwoording college De heer Hoek: Dank u wel voor een ieders bijdrage. Volgens mij kan ik redelijk kort zijn. Vanuit de stichtingskosten zit de buitenruimte altijd in die stichtingskosten. Dus wat dat
29/31
betreft is dat standaard. En misschien hadden we dat beter uit moeten leggen, maar het is dus de 300 vierkante meter stenen en de 96 meter buitenruimte. Dank u wel. De voorzitter: Dan is mijn vraag aan de commissie, met dat antwoord, wenst u nog een tweede termijn? Nee, ik zie geen wens meer voor een tweede termijn. Dat betekent dat met uw instemming dit als hamerstuk naar de eerstvolgende raadsvergadering gaat. Heb ik dat correct samengevat? Ik zie knikkende gezichten, dus dan gaat de voorfinanciering van de IKC-meters voor semipermanente onderwijshuisvesting in Wilderszijde als hamerstuk naar de raadsvergadering. 7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Gaan wij in deze commissie over naar agendapunt 7. Dat zijn de actualiteiten uit het college. U heeft allemaal de voortgangsrapportage, denk ik, gezien en kunnen lezen. Zijn daar allereerst verhelderende vragen over op dit moment? Ik heb er twee. Ik ga bij u beginnen, mevrouw Biharie. Mevrouw Biharie: Dank u wel, voorzitter. Het gaat over participatie Doorstroompunt. Als je dat stuk leest, dat komt nu wettelijk naar ons toe en in juni zou de gemeente inzicht krijgen in de beschikbare middelen. En mijn vraag is, is dat al binnen? Juni is nog niet afgelopen. En ik weet niet of ik die vraag hier mag stellen.
En hoe ziet de wethouder om die taak nu, in plaats van uit te besteden, nu bij onze gemeente qua formatie in beschikbare middelen te kunnen uitvoeren? Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dan gaan we eerst eens kijken of wethouder Hoek daar op dit moment op kan reageren. Zo lijkt het wel. Wethouder Hoek, u heeft het woord. De heer Hoek: Jazeker wel. Het Doorstroompunt wordt gefinancierd met Rijksgelden, waarbij Capelle aan den IJssel penvoerder is en wij een 0,6 fte krijgen om hier binnen de gemeente Lansingerland vorm en inhoud te geven aan het doorstroompunt. Dus dat. De voorzitter: Ik zie mevrouw Biharie knikken. Dan had ik nog een vraag van mevrouw Molenaar naar aanleiding van de actualiteitenrapportage. Mevrouw Molenaar-Van der Beek: Dank u wel, voorzitter. Het is eigenlijk niet eens zozeer een vraag, maar gewoon iets wat ik toch even graag onder aandacht wilde brengen. Want ik, vorige week bij de opening van het nieuwe gebouw van BVCB, wat ook in de voortgangsrapportage staat. Ik het wel heel leuk vond dat er ook benoemd werd hoe de gemeente uiteindelijk heeft kunnen bijdragen en meewerken aan dit geheel. En ik denk dat ik niet de enige was die daar aanwezig was, die dat toch heel fijn vond om te horen. We hebben hier best even daar wat over besproken met elkaar en dan is het ook leuk om terug te horen aan de achterkant, hoe dat allemaal goed is afgelopen.
En als je ziet wat daar nu allemaal gerealiseerd is, dan is dat iets om als gemeente ook heel trots op te zijn. Dus dat wou ik even zeggen. De voorzitter: Wat leuk, mevrouw Molenaar, waarvan akte. Dank u wel. Zijn er verder geen vragen naar aanleiding van de actualiteitenrapportage? Nog andere actualiteiten te melden, wethouder Cnossen? Nee. Wethouder Hoek? 8. Actualiteiten uit de commissie
30/31
De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 8, de actualiteiten uit de commissie. Mag ik daar iemand het woord over geven? Mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Ik had het eigenlijk verwacht bij actualiteiten uit het college, want ik kwam tot mijn positieve verrassing tegen een bericht over, herken ouderenmishandeling, op onze gemeentelijke website. Het is ook uitgebreid daar terug te vinden wat dat betekent, hoe het te herkennen en zo. En dan vind ik een hele positieve ontwikkeling dat dat aangepakt is, dit onderwerp. Want het is inderdaad een miskend probleem. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Lieverse. Nog andere actualiteiten uit de commissie? Nee, dat is niet het geval. 9. Verbonden partijen De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende agendapunt, de verbonden partijen. Ik heb van de heer Lieverse begrepen dat daar na het reces weer het nodige over te melden gaat zijn, maar op dit moment niet. Anderen? Nee. 10. Rondvraag De voorzitter: Dan rest mij niets dan over te gaan tot agendapunt 10, de sluiting. Maar dat wil ik niet doen voordat ik u allen een heel prettige zomer gewenst heb, want wij zien elkaar pas in september weer terug in deze commissie. Geniet van de zomer, geniet van de rust van het reces en ik kijk er naar uit om u in september weer te verwelkomen. Dank en ik sluit deze vergadering.
31/31