CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV25.0068] Verslag commissie Samenleving d.d. 26 juni 2025

Commissie Samenleving 11 september 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering17.006 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG Commissie Samenleving BV25.0068

Datum vergadering

: 26 juni 2025

Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Marjolein Gielis, Leon Erwich WIJ Lansingerland : Jan Alsemgeest, Abdelkarim Afalah CDA : Nelleke Bouman-Quist, Dave Bergwerff, Arnold Oosterlaan VVD : Marloes Draak D66 : Ronald van der Stad, CU : Paul Lieverse, Annette Molenaar-Van der Beek GroenLinks : Selgei Gabin PvdA : Valmir Xhemaili, Sonnie Biharie VOOR Lansingerland : Burgemeester Wethouders

: : Titia Cnossen en Leon Hoek

Voorzitter Commissiegriffier

: Matthijs Machielse : Rianne Kokke

Afwezig Leefbaar 3B : WIJ Lansingerland : CDA : VVD : Boris Wezenberg, Eric Kampinga D66 : Sander Smolders CU : GroenLinks : Marko Ruijtenberg, Manon van Splunter PvdA : Hamid Azzouzi VOOR Lansingerland : Petrine van Olst

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Een goedenavond. Wilt u allemaal uw pasjes insteken? Wij gaan ieder moment beginnen. Een goedenavond, dames en heren, hartelijk welkom bij de commissievergadering van de commissie Samenleving van 26 juni. Het is alweer de laatste commissievergadering voor het zomerreces van deze commissie, dus fijn dat u hier allemaal bent. Hartelijk welkom, aanwezige insprekers, publiek op de tribune, kijkers thuis, commissieleden, collegeleden en natuurlijk onze griffier hier naast mij. Wij hebben voor vanavond een aantal berichten van verhindering ontvangen. En ik kan u melden dat op dit moment zeven fracties aanwezig zijn. De fracties GroenLinks en VOOR Lansingerland zijn nog niet vertegenwoordigd. En voor tenminste één van die fracties verwachten we dat wel,

1/31

dus dat komt later vanavond vast nog goed. Verder rest mij niets dan de vergadering hierbij te openen. 2. Inspreker(s) De voorzitter: Dan wil ik gauw door naar agendapunt 2, de insprekers. Voor vanavond is Suzanne Bakker aangemeld. Hartelijk welkom, mevrouw Bakker. En zij komt inspreken over het bromgeluid en trillingen. En ik wil u vragen om naar voren te komen. Misschien kan Tiffany even helpen met de microfoon. Het is al gelukt, zie ik. Uitstekend. Mevrouw Bakker, welkom. U heeft vijf minuten. Het woord is aan u. Inspreker: Oké, ik hoef niks te doen zie ik inderdaad. Er staat wel, indrukken om te spreken, maar volgens mij gaat het wel goed. Beste raadsleden, we zijn hier namens de brom in Lansingerland. De brom is niet alleen de brom. Het zijn trillingen, zoomen, wasmachinegeluid, vrachtwagengeluid, stationair draaiende motor, schudden, grondsgeluid, een hoge pieptoon en een hele erge druk op de oren. Dit gaat 24 uur per dag door. Harder en zachter, waarbij de piekmomenten in de nacht tussen elf uur en zeven uur ochtend zijn. Maar regelmatig gaat het ook gewoon 24 uur per dag heel erg hard. De gezondheidsklachten die hierdoor optreden zijn hartkloppingen, oorpijn, duizeligheid, last van het evenwichtsorgaan, hoofdpijn, slapeloosheid, druk op de oren en stress. Het zorgt voor een algeheel onwel gevoel. 24 uur per dag hoorden wij een machine draaien van een groot geschut.

Wij als inwoners van Lansingerland zijn het er dan ook niet mee eens dat het alleen gaat om een warmtepomp of een aircootje van de buren. Dit is een veel groter probleem. Een probleem dat veel inwoners van ons mooie Lansingerland hun gezondheid kost. Over de driehonderd mensen horen hetzelfde geluid, maar dit zijn er wellicht nog veel meer. Veel inwoners zijn in onwetendheid, weten niet altijd de juiste kanalen te vinden om de melding te maken. Inmiddels zijn er tot heden in 2025 al tegen de vijfhonderd meldingen gemaakt bij het DCMR. Dit is al meer dan de 312 meldingen in heel 2024. Als u daar een verklaring voor heeft, horen wij dat graag. Anders gezegd, wat is er nodig om gehoor te geven aan het leed van deze inwoners? Raadsleden, het zelf niet ervaren van deze klachten wil niet zeggen dat het er niet is. De inwoners hebben uw inzet en hulp nodig. Geef hier gehoor aan, probeer s.v.p. dit niet te bagatelliseren. Wat zouden wij graag willen als inwoners van Lansingerland die problemen hebben door de brom? We willen graag inzicht krijgen in de omvang van de overlast en de ernst van de gemeten trillingen. Informatie ontvangen over de genomen of geplande maatregelen ter beperking van de overlast. Te bespreken welke rol de gemeente speelt in de monitoring, communicatie en de bewonersbetrokkenheid.

Waar is de informatievoorziening voor de burger? Hoe inwoners structureel betrokken kunnen worden bij de verdere ontwikkelingen? Wij vertrouwen erop dat u het belang van dit onderwerp onderkent en hoor graag of en wanneer dit besproken kan gaan worden. Het is niet alleen de brom, het kost de gezondheid van uw inwoners. We hopen dat het probleem dan ook zo spoedig mogelijk wordt opgelost. We vragen u te kijken naar een veel groter probleem dan een warmtepomp of een airco. Laat geld niet boven de gezondheid van uw inwoners gaan. Wat hebben wij zelf al gedaan? Meldingen bij de DCMR. De media om aandacht gevraagd en in de media verschenen. Meldingen gedaan bij de Staatstoezicht op de Mijnen. De GGD geïnformeerd. Geflyerd in de omgeving. Facebook en WhatsApp groep gestart voor de mensen die problemen ervaren door de brom, zodat we het kunnen bespreken en bij elkaar ons hart kunnen luchten. Het enige wat dus ontbreekt is het grote stuk waarbij de gemeente Lansingerland ook laat zien dat zij er ook zijn voor onze inwoners. Buiten het feit dat er alleen wordt toegekeken hoe het DCMR aan het onderzoeken is. We zouden graag willen weten wat de gemeente doet voor de bewoners.

2/31

Denk hierbij aan een bijeenkomst. Kijk op het gebied van gezondheid. Is er hulp nodig? Meer betrokkenheid door de inwoners te informeren. Denk aan digitaal, maar ook per brief. We horen ook graag hoe jullie de bewoners tegemoet gaan komen en hopen dat jullie ook erkennen dat het meer is dan een simpele brom. Laat ook de groepen die zich minder kunnen laten horen, denk aan kinderen en de ouderen binnen deze gemeenschap, laat ze niet zitten. Het kan niet zijn dat kinderen niet kunnen slapen of laat in slaap vallen, lijden onder school, huiswerk, ouderen mensen, het op de leeftijd wordt geschoven. Dit moet stoppen. Dank jullie wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bakker. Dat is helder. Dan ga ik even kijken of er verhelderende vragen vanuit de commissie zijn. Allereerst mevrouw Biharie, PvdA. Mevrouw Biharie: Dank u wel, voorzitter. Goed dat u hier bent om de zorgen te uiten. En er stond op de gemeentepagina daarover. Maar ik wil aan u vragen, wat heeft tot nu toe aan communicatie naar de inwoners die hun zorgen hebben geuit, wat heeft u voor informatie al ontvangen? Want ik hoor heel veel opties die u aanbiedt. Daar ben ik benieuwd naar. Op welke manier heeft vanuit de gemeente betrokkenheid getoond naar de inwoners? De voorzitter: Mevrouw Bakker. Inspreker: Sprekend even voor mezelf, ik heb eigenlijk alleen eind februari de gemeente voor het laatst te woord gestaan.

En eigenlijk gaven zij bij mij eigenlijk aan, we geven het over naar de DCMR en daarmee is het voor ons af. En ik hoor van meerdere bewoners, inwoners van ons dorp, dat eigenlijk hetzelfde verhaal. Geen communicatie, niks laten horen, weinig feedback en eigenlijk doorschuiven naar de DCMR. De voorzitter: Helder, mevrouw Biharie? Andere commissieleden met een vraag? Mijnheer Lieverse, ChristenUnie. De heer Lieverse: Een beetje aansluitend bij wat mevrouw aan de overkant al noemde. Het DCMR is namelijk onze gemeentelijke instantie die ook in staat is, als het goed is, om te onderzoeken wat er precies gaande is. En dan ons ook, niet alleen u, maar ook ons als gemeente, te vertellen wat er gedaan zou kunnen worden. In de tussentijd, wat bedoelt u precies met maatregelen? Want ik neem aan dat u niet denkt dat er zomaar iets gedaan kan worden als het niet duidelijker is, bijvoorbeeld met hulp van de DCMR, wat ook de feiten zijn. De voorzitter: Mevrouw Bakker. Inspreker: Ik begrijp wat u bedoelt, maar eigenlijk een stukje, om de maatregel te kunnen gaan nemen is het wel belangrijk om de omvang van het probleem inzichtelijk te maken. En als ik inderdaad bij mensen van tachtig plus thuis moet komen om hun verhaal te laten vertellen aan mij en dat ze weten waar ze terecht kunnen, dan missen we een stukje.

Want waar is dan de gemeente in dit geval, onder andere maatregel zou ik zeggen eigenlijk op voorhand, je moet zorgen dat die mensen weten waar ze moeten zijn. Als de DCMR goed weet waar alle klachten plaatsvinden hebben ze een beter onderzoek. Maar als ik hoor dat heel veel mensen eigenlijk in onwetendheid zijn en het bij zichzelf zoeken of denken, ik weet het niet, dan gaat er ook iets mis. Dus vandaar dat ik eigenlijk ervoor wil weten, hoe gaan we zorgen dat we de maatregelen kunnen gaan nemen? Maar daar moet je wel onderzoek voor de DCMR voor doen, dat ben ik met u eens. Maar ik mis wel een stukje, wat

3/31

ik zeg, informatievoorziening. Al is het via Facebook, maar ook digitaal en via brieven. Want niet iedereen heeft natuurlijk de digitale media. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bergwerff, CDA. De heer Bergwerff: Mevrouw, dank u wel. Ik snap wat u zegt over informatievoorzieningen. Maar ik hoorde u ook zeggen over bagatelliseren en dat wellicht leeftijd de schuld gegeven kan worden. Zijn dat nou daadwerkelijk situaties die voorgekomen zijn of zijn dat meer angsten van u dat dat zou kunnen gebeuren? Dus ik heb het gevoel dat u zich niet altijd serieus genomen voelt en daar wil ik eigenlijk wel wat meer over horen. De voorzitter: Mevrouw Bakker. Inspreker: Ja, dat klopt. Helaas zijn het niet fictieve dingen die ik uit angst roep, maar wel inderdaad gewoon mensen die dat daadwerkelijk aangeven, de ervaringen zijn dat het op die manier wel gebagatelliseerd wordt. Zeker wat ik zeg, een heer van zeventig plus, u bent zeventig plus, wordt er dan gezegd, het zal wel in uw eigen gehoor liggen. En ik kan het natuurlijk niet helemaal zwart-wit maken, maar dat op voorhand al te roepen zonder eigenlijk verdere uitsluitsel. De voorzitter: Mijnheer Bergwerff. De heer Bergwerff: Dan toch een korte vervolgvraag. Want is dat dan de huisarts die dat zegt of de gemeente? Want dat vind ik toch wel even interessant om duidelijk te hebben. De voorzitter: Mevrouw Bakker.

Inspreker: Dat is wat ik te horen heb gekregen eigenlijk via een fysiopraktijk. Dat daar inderdaad ook meerdere mensen zijn gekomen. Dit geval is inderdaad een heer van zeventig plus, die kwam daar en er werd eigenlijk gezegd, de fysio en de huisarts hadden dat eigenlijk hem verteld. Waardoor ik inderdaad mijn verhaal heb gedaan om hem in ieder geval de DCMR te laten bellen. En dan natuurlijk twee sporen beleid in te zetten. Maar in ieder geval niet alleen maar daarop te gooien. De voorzitter: Dan ga ik verder. Mevrouw Draak, VVD. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Bakker, het lijkt me inderdaad heel vervelend om last te hebben van zo'n bromgeluid. Nu is het toevallig zo dat ik die brom ook wel eens ‘s nachts hoor. Alleen, u zei het ook al in uw verhaal, ik draai me om en ga weer slapen, dus ik heb er verder geen last van. Denkt u dat dat een beetje hetzelfde probleem is als met het vliegveld? In uw geval moet dan ook de oorzaak van het geluid nog gevonden worden. Maar dat het dus heel lastig is om maatregelen te nemen als een deel van de mensen er wel last heeft en een deel van de mensen niet. Kunt u daar misschien nog iets over zeggen? De voorzitter: Mevrouw Bakker.

Inspreker: Het is wel heel erg opvallend dat de klachten eigenlijk in de laatste maanden zijn toegenomen, wetende dat bepaalde zaken spelen precies in die periode, waardoor wij wel denken dat we ergens goed zitten waar het geluid vandaan komt. Dat is veel te opvallend.

4/31

Dat eigenlijk zo'n grote groep, ikzelf ben het in februari gaan horen. Ik zeg altijd, als de plantjes aangaan. En er zijn ook mensen inderdaad in november die last zijn gaan krijgen met bepaalde boringen. Wat is nou inderdaad het verschil misschien tussen een vliegtuig her en der, heb je tenminste natuurlijk nog bepaalde tijden dat er wel en niet wordt gevlogen. Maar dit gaat 24 uur door. En wat ik zeg als het lijdt ook voor kinderen en ouderen. En in mijn geval als ik spreek voor mijn gezin dan vind ik het niet normaal dat mijn kind eronder lijdt. En dan wil ik graag ook voor hem spreken en hier staan, om dat zeker te moeten doen, want hij kan dat niet. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bakker. U bent al geweest, mevrouw Biharie. Is het nog een zeer prangende vraag? Dan heeft u hem al gesteld, dan kan ik niet meer terug, mevrouw Biharie. Mevrouw Biharie: Ik was heel erg benieuwd, nu heeft u als voorbeeld over de ouderen, maar over de kinderen, kunt u concreet aangeven waar hebben de kinderen last van? De voorzitter: Mevrouw Bakker. Inspreker: Wat ik zeg, ik weet via-via dat een zoon inderdaad van de leeftijd tiener, zeg maar, aangeeft letterlijk, ik kan niet goed slapen, ik slaap onrustig. Dat hij af en toe ook inderdaad niet in staat is met zulke hoofdpijn om naar school te gaan. Dus daadwerkelijk het schoolwerk eronder lijdt.

Sprekend voor mijn eigen gezin, ik merk dat mijn kindje wakker wordt en die hoort een hele hoge fluit, zoals hij het noemt, een hoge toon. En die ligt tussen tien en elf uur wakker en helemaal van slag. En die moet de volgende ochtend weer naar school. Dus dat zijn onder andere concrete voorbeelden, ja. De voorzitter: Mijnheer Erwich. De heer Erwich: Dank u wel, voorzitter. Bedankt, je verhaal is duidelijk. We weten ook natuurlijk al wat langer wat er speelt bij jullie. Je had het even over de communicatie van de gemeente, dat mag misschien dan wat beter worden. Maar wat verwacht je eigenlijk nog meer dat de gemeente zou kunnen doen? De voorzitter: Mevrouw Bakker. Inspreker: Ik heb in februari dus, ik weet niet meer met wie precies, maar zo'n half uur, drie kwartier aan de lijn gehangen, om het even zo te zeggen, met de gemeente. En toen vroeg ik ook, kan er iets gedaan worden qua informatievoorziening? En toen werd er eigenlijk gezegd, niet misschien met die exacte woorden, maar daar kwam het wel op neer, we willen het niet te veel aan de man brengen, want dan maak je misschien ook slapende honden wakker. Toen dacht ik, huh? Maar wat is nou belangrijker? Dus dat is eigenlijk het laatste wat ik heb gehoord.

En wat ik zeg, wij zijn nu echt gewoon letterlijk van deur tot deur aan het flyeren, om dus ook vooral per brief het bij de mensen te brengen, om dat een grote groep te bereiken. Maar dan denk ik, waarom moeten wij dat doen? Ik vind het jammer dat we dat missen van de gemeente als dit te horen is gekregen, ook bij de DCMR, zulke grote meldingen, dat het eigenlijk niet voor is gekomen de laatste jaren in deze getallen, en nu al halverwege het jaar, waar zijn ze dan? Waarom blijft het stil? Want ook op Facebook geen reactie, niks niet. De voorzitter: Mijnheer Erwich nog.

5/31

De heer Erwich: Even voor de duidelijkheid, DCMR zou een onderzoek starten. Is dat inmiddels gebeurd? En heeft u daar verder nog iets van gehoord? Van hoe dat verder verlopen is? De voorzitter: Mevrouw Bakker. Oh, excuses, mevrouw Bakker. Mevrouw Bakker. Inspreker: De laatste stand van zaken moet ik inderdaad nog even afwachten. Het is inderdaad, bepaalde onderzoeken zijn gedaan, ook bij mij thuis, maar dat is inderdaad nog even in afwachting. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Tot slot, de laatste vragensteller, de heer Alsemgeest. De heer Alsemgeest: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Bakker, heel goed dat u gekomen bent. Want wij zijn ook wel eens vragende van, hoe zit het eigenlijk? We weten allemaal dat het er is en dat er last van is. Maar we weten niet precies wat het is. Wat de heer Lieverse al zei, daar hebben we natuurlijk de DCMR voor om dat uit te vogelen. Maar zou u zelf een idee hebben wat het zou kunnen zijn? Want het is bij u in de wijk. De voorzitter: Mevrouw Bakker. Inspreker: Ik denk in zoverre dat het wel in de media, ook door RTV Lansingerland, in artikelen is geschreven over de geothermie. Ik denk dat dat artikel vrij voor zich spreekt. We hebben ook inderdaad goed contact met Mark. Die is er vanaf het begin af aan bij. Weet inderdaad, ik woon letterlijk bekant voor de kassen, dat die buizen natuurlijk gewoon onder de huizen doorlopen.

Zowel de injectieput als natuurlijk de productieput. En zijn beide stukken eigenlijk daar door de grote straal zo verlast. En daar is in november geboord. En in februari, ik noem het, de plantjes aangegaan. Je merkt daadwerkelijk, naar mijn idee, dat kan niet anders dan we de pomp horen, het water suizen. Er zijn geluidgoeroe’s die ook zeggen, we horen het water suizen. Dus ja, ik volg hen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bakker. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van uw inspraak. Het is niet altijd gebruikelijk, maar ik heb hier het verzoek staan om de wethouder kort de gelegenheid te geven nog te reageren met een mededeling. Dat is feitelijk een mededeling aan de commissie. Dus uw inspraak, daarvoor dank ik u hartelijk. Maar ik geef even het woord aan wethouder Hoek. De heer Hoek: Dank u wel. Ik heb wat informatie. Bij de DCMR en de gemeente zijn meldingen binnengekomen van bromtonen. Dat is u bekend, dat heeft u ook gezegd. Laag frequent geluid. Leefbaar 3B heeft hier aandacht aan gegeven door met een eigen kaart op de website te komen. Deze kaart, waar meldingen op vastgepind staan, is aangeboden aan wethouder Michiel Muis. Die is ook de behandelend wethouder, alleen die is door omstandigheden vandaag afwezig. Hierbij is ook de DCMR aanwezig. Sinds februari van dit jaar ervaren inwoners in Bergschenhoek geluidshinder.

Deze hinder wordt omschreven als bromtoon, suistoon en de klachten concentreren zich in de wijk Oosteindsche Ackers. Sindsdien zijn er zowel bij de gemeente als bij de milieudienst DCMR meldingen gedaan door inwoners. Op basis daarvan is de DCMR in maart gestart met een onderzoek in de buurt, waarbij op verschillende momenten metingen zijn verricht. De aard van de metingen, de bromtonen, maakt dat het complex is om de bron te achterhalen. Daarvoor is dit onderzoek nodig. Het onderzoek van de DCMR loopt op dit moment nog. Naast metingen in de buurt, wordt er achter de schermen veel werk verricht, zoals het analyseren van de

6/31

meldingen en de locaties, om zo gericht te kunnen onderzoeken. De gemeente staat in nauw contact met de DCMR over het onderzoek. Volgens de laatste informatie is er voldoende data verzameld en wordt het uitgebreide onderzoek naar verwachting binnen drie tot vier weken afgerond. Op dit moment weten we alleen dat de bromtonen, een laagfrequent geluid, niet van één bron afkomstig zijn. Wanneer de onderzoeksresultaten bekend zijn, communiceren wij hierover naar de raad en met inwoners via de nieuwspagina op de website van de gemeente. Ook de GGD is betrokken bij het dossier voor mensen die fysieke en/of mentale klachten ondervinden van de geluidshinder. De voorzitter: Dank u wel, wethouder, voor deze mededeling. En daarmee zijn we aan het einde gekomen van agendapunt 2, de inspraak. Mevrouw Bakker, hartelijk dank voor uw inspraak. En voor u en wellicht de overige aanwezigen die voor dit onderwerp gekomen zijn, is het denk ik goed te melden dat het later deze avond niet meer aan de orde zal komen. Maar uiteraard bent u van harte welkom om de vergadering te blijven bijwonen. Ik krijg nog in mijn oor gefluisterd dat, mevrouw Bakker, u zou de inspreektekst, indien u wilt, nog kunnen mailen naar griffie@lansingerland.nl. Dan kunnen we deze nog toevoegen aan de vergaderstukken, mocht één van de commissieleden uw inspraak nog willen teruglezen.

En mevrouw Bakker geeft knikkend aan dat ze dat zal gaan doen. Dank allen. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering De voorzitter: Dan zijn we aan agendapunt 3 toegekomen. Dat is het vaststellen van het verslag van de vorige vergadering. Dat is een uitgebreid verslag, want dat was een vergadering van 8 mei, die wij hebben geschorst en hervat op 12 mei. Er zijn geen opmerkingen over het verslag binnengekomen. Kunnen wij het verslag dan hierbij ook vaststellen? Ik kijk even naar links, naar rechts. Ik zie voorzichtig instemmend geknik. Dus dan is hierbij het verslag ook vastgesteld. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 4. Het vaststellen van de agenda voor vanavond. Ik heb voor u geen bespreekpunten en twee stukken ter advisering aan de raad. Allereerst agendapunt 6.a, de reikwijdte jeugdhulp. En 6.b, de voorfinanciering IKC-meters. Bij het eerste deel, 6.a, is het voorstel om ook met verlengde spreektijd te werken. Kan deze agenda dan op uw instemming rekenen? Ja, ik zie wederom instemmend geknik. 5. Bespreekpunten De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 5, de bespreekpunten. Maar zoals ik zojuist al aangaf, hebben we die niet. 6.

Stukken ter advisering aan de raad 6.a Reikwijdte Jeugdhulp (aanpassen verordening) - verlengde spreektijd 5/3 De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 6, de stukken ter advisering aan de raad. We gaan beginnen met de bespreking van het raadsvoorstel over de reikwijdte jeugdhulp. In dit raadsvoorstel wordt voorgesteld om de verordening sociaal domein 2023 op enkele punten te wijzigen. De reden hiervoor is dat de kosten van de jeugdhulp blijven stijgen en de inzet van lokale hulp sterker is gegroeid dan verwacht. Om deze groei op te kunnen vangen en te

7/31

dempen, is een verkleining van de reikwijdte van jeugdhulp nodig. Zoals gezegd geldt voor de bespreking van dit agendapunt een verlengde spreektijd. Dus voor iedereen negen minuten op de klok, alstublieft, griffier. Dan wil ik de eerste termijn van de commissie graag openen. Wie mag ik daar het woord geven? Dat is de heer Lieverse van de ChristenUnie. U heeft het woord. Eerste termijn De heer Lieverse: Voorzitter, allereerst overigens dank aan het college en aan de ambtelijke organisatie voor de stukken en de beantwoording van de technische vragen. Juist ook in de extra ingelaste beeldvorming van 11 juni. Wat we hier bespreken is meer dan een technische wijziging in de verordening. Wat voor ligt is geen marginale wijziging, maar een fundamentele herijking van de jeugdhulp in Lansingerland. Niet alleen in regels, maar vooral in de onderliggende cultuur. De ChristenUnie steunt in de basis die beweging. De ChristenUnie onderschrijft de beweging die hier wordt ingezet. Normaliseren waar het kan, specialiseren waar het moet. Minder verkokering, meer samenwerking. En ja, het is verstandig dat we kijken naar wat de gezinnen en hun omgeving zelf kunnen dragen en dat we daar ook eerlijke verwachtingen over uitspreken.

Maar voorzitter, juist als je inzet op een cultuurverandering die gezinnen meer aanspreekt op hun eigen kracht en op wederkerigheid moet je dubbel alert zijn op wie die verwachtingen niet waar kan maken. En dan heb ik het niet over onwil, maar over gezinnen die door armoede, stress, taalachterstand of psychische belasting nauwelijks overeind blijven. Als we tegen hen zeggen, u moet eerst laten zien dat u zelf of uw netwerk dit aankan, dan haken ze af. En dan haken hun kinderen mee af. En dat mag niet gebeuren. Daarom wil ik als ChristenUnie twee zorgpunten inbrengen waar we in aanloop naar de raadsvergadering ook verder mee aan de slag zullen gaan. Eerste punt, over eigen kracht. Niet iedereen heeft die. De nieuwe verordening stelt dat hulp alleen aan de orde is als de eigen kracht onvoldoende is. Op zichzelf logisch. Maar wij maken ons zorgen over hoe die beoordeling plaatsvindt. Wat als een ouder niet goed Nederlands spreekt, in armoede leeft, geen netwerk heeft of zelf psychisch overbelast is? Wordt dan alsnog gezegd, u moet eerst zelf iets doen? We willen voorkomen dat gezinnen hierdoor uit beeld verdwijnen of afzien van hulp terwijl die juist nodig is.

Daarom willen we toe naar een toevoeging in de verordening die verplicht stelt dat bij de beoordeling van eigen kracht ook nadrukkelijk gekeken wordt naar belemmerende omstandigheden en dat er dan ook ruimte is voor aanvullende ondersteuning in plaats van afwijzing. Tweede punt, wederkerigheid. Daarbij zeg ik, het kind mag nooit de dupe worden. Bij een systeemproblematiek, zoals een vechtscheiding, wordt meer verwacht van de ouders. Dat ze meewerken, bereid zijn tot verandering. Ook dat is begrijpelijk, voorzitter. Maar soms kan een ouder niet meewerken. Door trauma, onvermogen of simpelweg doordat de situatie muurvast zit. Wat gebeurt er dan met het kind? Wij vinden dat jeugdhulp dan nooit mag worden stopgezet op basis van gedrag van ouders alleen. Het belang van het kind moet altijd leidend zijn. Als het stoppen van hulp leidt tot schade voor het kind, dan mag dat niet gebeuren. Ongeacht de opstelling van de ouders. Voorzitter, het is belangrijk dat we deze cultuurverandering zorgvuldig vormgeven. De koers van meer normaliseren is goed, maar het moet geen bezuiniging over de rug van de meest kwetsbaren worden. Juist zij moeten we in het oog houden. We overwegen daarom bij de raadsvergadering twee amendementen in te dienen die deze zorgen adresseren.

In de aanloop daarheen spreken we graag met collega-fracties over mogelijke verbeteringen van die amendementen of alternatieve formuleringen. Tot slot een opmerking waar we als fractie enorm van schrokken tijdens de laatste beeldvorming op 11 juni. Met het onderwijsveld is nauwelijks contact geweest. Met het voortgezet onderwijs in het geheel

8/31

niet. Terwijl met het primair onderwijs pas over een week of zo een eerste verkenning plaatsvindt. Ook de ASD heeft hierover doorgevraagd, voornamelijk, hoe die afstemming dan is met het onderwijs. Hoe voorkomen we dat naar elkaar gewezen wordt? We willen daarom nadrukkelijk vragen dat na het gesprek van 7 juli, als ik de datum goed zeg, dat we als commissie hiervan alvast een verslag krijgen, waarvan we weten dat het natuurlijk maar een eerste gespreksronde is, zodat we daar alvast mee rekening kunnen houden bij onze behandeling tijdens de raadsvergadering later die maand. Zover, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Lieverse, ik heb, denk ik, nog een interruptie voor u van mevrouw Draak. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. Ik zou via u aan de heer Lieverse willen vragen, misschien heb ik niet goed opgelet, maar de heer Lieverse wil twee amendementen indienen. En ik heb eigenlijk alleen gehoord een amendement voor een toevoeging naar belemmerende factoren, zeg maar onderzoek naar belemmerende factoren meenemen. Maar het tweede amendement, wat de Lieverse plant? De voorzitter: En dan is uw vraag, waar gaat dat over? Mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: De beide zorgen heb ik wel duidelijk, denk ik, uitgelegd, dat zal mevrouw Draak zeker gehoord hebben.

Dus zowel het waarborgen dat kwetsbare gezinnen niet aangesproken worden op eigen kracht, waar die eigen kracht niet toereikend is. En het tweede, het beschermen van kinderen wanneer ouders niet kunnen of willen meewerken. Het zijn twee verschillende onderwerpen. De voorzitter: Ik zie mevrouw Draak knikken, dus ik denk dat het is overgekomen, mijnheer Lieverse. Wie mag ik dan het woord geven in deze eerste termijn? Mijnheer Alsemgeest, WIJ Lansingerland. De heer Alsemgeest: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, vanavond wordt van ons gevraagd om de wijzigingen in de verordening van het sociaal domein vast te stellen. Een klein aantal wijzigingen zijn praktische wijzigingen, maar de meeste wijzigingen raken het onderdeel jeugdhulp en dan met name de reikwijdte van de jeugdhulp. Waar ik eerst even aandacht voor zou willen vragen is de manier waarop wij als commissie in dit hele verhaal zijn meegenomen. Van beeldvormende avonden tot benen-op-tafel-sessies waar we vrijuit konden praten met ambtenaren die onze jeugdzorg behartigen, met mensen uit het veld die echt het contactpunt zijn voor onze jeugdigen. De passie waarmee deze mensen praten en hun werk doen is veelzeggend. Het was in ieder geval voor mij en ik hoop voor meer commissieleden heel verhelderend. Ik heb er veel van geleerd. Nu naar de verordening.

De verordening waarin deze reikwijdte van jeugdhulp beschreven staat is een complexe, maar een hele belangrijke verordening. Het betreft namelijk hulpverlening aan iedere jeugdige inwoner van onze gemeente die dat nodig heeft in meer of in mindere mate. En de aanpassing in die verordening zit hem nu net in dat laatste stukje tekst. In meer of mindere mate. Inperkingen in die reikwijdte van jeugdhulp verlangt landelijke wetswijziging, maar die laat nog op zich wachten. We kunnen echter wel lokaal de reikwijdte aanpassen in onze eigen verordening en daarmee de instroom en de uitstroom beïnvloeden. De knoppen waaraan we kunnen draaien om die reikwijdte in te perken en alles wat daar aan vast hangt heeft een ieder kunnen lezen in het raadsvoorstel. Ik ga dat niet herhalen. De laatste jaren was er een sterke stijging van het aantal jeugdigen die in meer of mindere mate gebruik maakte van jeugdhulp. Een grote groep maakt gebruik van lokale hulp die naar verhouding

9/31

niet zo duur is. En een kleine groep heeft duurdere specialistische hulp nodig. Bij de eerste groep ontstond er de vraag, hebben al die jongeren nu echt hulp nodig of kunnen een aantal van deze problemen opgelost worden binnen het sociaal netwerk van deze jongeren? Bij de tweede groep kwam de vraag, wanneer is goed genoeg? Moeten we alle dure sessies opmaken of kunnen we, als het goed genoeg is, ook weer afschalen? Beide voorbeelden worden met wijzigingen in de verordening een beetje begrensd. In grote lijnen kan onze fractie zich vinden in het voorgestelde. Maar toch wel een paar vragen om de zaak heel helder op het netvlies te krijgen. In de laatste beeldvorming is duidelijk aangegeven dat deze wijziging in de verordening niet expliciet is gedaan om te bezuinigen. En als het toch zo is, is dat, om maar even te noemen, toch eigenlijk een soort bijvangst. Daar kunnen wij als fractie goed mee leven. Maar om even op de oneliner uit de verordening terug te komen, wanneer is goed genoeg? Met andere woorden, wanneer zijn we tevreden met de gedane wijzigingen in de verordening? En dat hoor ik graag van de wethouder. Het tweede punt waar ik graag antwoord op heb van de wethouder is het punt, of de punten, die het ASD in haar advies heeft aangekaart. Ze miste toch wel een heel stuk uitvoering in de verordening.

Kan de wethouder aangeven hoe dit tot stand gaat komen en of dit ergens beschreven staat? En het derde punt is mogelijk wel het belangrijkste, al hebben we er na alle gesprekken echt wel heel veel vertrouwen in en zeker in de uitvoerende mensen, wat als een jeugdige toch tussen wal en schip dreigt te vallen of valt? Wat is er dan? Wat is er dan het vangnet geregeld dat niet door Jan en alleman als hangmat gebruikt kan worden? Nog even voor de duidelijkheid. We mogen best de mogelijkheden om in het hulptraject te komen een beetje strakker neerzetten, zowel aan de ingang als aan de uitgang. Maar er moet wel, zonder dat de mensen er misbruik van kunnen maken, een vangnet zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alsemgeest. Dan ga ik naar de heer Erwich, Leefbaar 3B. De heer Erwich: Dank u wel, voorzitter. Leefbaar 3B vindt jeugdzorg erg belangrijk. Het gaat om kinderen en jongeren die hulp nodig hebben. En als gehele samenleving willen we dat die hulp goed geregeld is. Maar we zien ook dat de kosten de pan uit rijzen. En dat kan zo niet doorgaan. Voor goede zorg zijn goede afspraken nodig. Er zijn nieuwe regels om de jeugdzorg beter en betaalbaarder te maken. Leefbaar 3B steunt die aanpassingen grotendeels, maar wel onder duidelijke voorwaarden.

We moeten blijven monitoren, zodat we eind van dit jaar, dus eind 2025, ook echt kunnen zien wat de aanpassingen hebben opgeleverd. Hebben we de kosten dan beter onder controle? Maar vooral, krijgen de kinderen die het echt nodig hebben nog steeds, of wel, de goede hulp. Want als dit niet goed uitpakt hebben we weer een zoveelste disaster en moeten we bij kunnen sturen. Niet elk kind... De voorzitter: Ik ga u even onderbreken voor een interruptie van de heer Alsemgeest. De heer Alsemgeest: Voorzitter, even een vraag aan de heer Erwich. Als hij het heeft over de kosten onder controle hebben, bedoelt hij dan dat de kosten niet verder stijgen of wil de heer Erwich echt bezuinigen? De voorzitter: Mijnheer Erwich. De heer Erwich: Ik denk dat bezuinigen op de eerste plek gezocht moeten worden, maar als dat ten koste gaat van zorg, dan weten we het allemaal. En daar gaat het juist om. Daarom

10/31

rijzen die kosten ook de pan uit. Omdat we allemaal denken, het is onze jeugd en de jeugd heeft de toekomst, enzovoort, enzovoort. Voorzitter, wat ik… De voorzitter: Mijnheer Erwich, voordat u verder gaat met uw betoog, nog de heer Alsemgeest. De heer Alsemgeest: Toch even een vervolgvraag, voorzitter, want het was me niet helemaal duidelijk. Het zou fijn zijn als de heer Erwich daar iets explicieter in is. Mag de jeugdzorg nou niet meer gaan kosten of moeten we echt bezuinigen, ook al gaat dat ten koste van kwaliteit? Of juist niet? De voorzitter: Mijnheer Erwich. De heer Erwich: Voorzitter, ik ga even door en dit stukje kom ik zo in mijn tekst weer bij u terug. Want niet elk kind, zoals ik ook, past niet in een hokje. Soms twijfelt men of een kind recht heeft op hulp. Je moet dan niet blijven schuiven tussen instanties, maar gewoon kijken wat er wel nodig is. Want geen kind moet buiten de boot vallen. Het is echter wel nodig dat we weer meer normaliseren. En voorzitter, wat ik daarmee bedoel is een belangrijk punt voor Leefbaar 3B. Ouders zijn als eerste verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. We zien te vaak dat inwoners bij de eerste probleem meteen de gemeente aankloppen. Opvoeden hoort in eerste instantie wel gewoon bij de ouders. Dus eerst zelf als gezin proberen het probleem op te lossen. Alleen als het echt niet anders kan, hulp vragen.

En zo zouden we de zorg beschikbaar houden voor iemand die het echt nodig heeft. Ik zit ook nog te denken aan de jeugdcoach op school. Die kan misschien daarbij een hele belangrijke schakel zijn. Het is nu vaak onduidelijk wie nou precies waarvoor verantwoordelijk is. En daarom vragen we, maak eens duidelijk hoe de afspraken zijn met de JOS, zodat ouders, de scholen, de hulpverleners weten waar ze terecht kunnen. Want volgens mij wordt die JOS toch ook betaald door de inwoners en niet door het schoolbestuur of de ouders. We hebben een vraag aan de wethouder. Wat kan onze gemeente doen om te zorgen dat de hulplijnen korter worden? Er zijn nu te veel en te vaak vakjes waar men terecht moet voor hulp. Kan er op administratief of op een adviserend gebied vereenvoudigd worden? Tot slot, we snappen dat niet zomaar informatie gedeeld mag worden. Maar als kind gevaar loopt, zoals bij zelfmoord of mishandeling, dan moet je gewoon doen wat nodig is. Dus wat dat betreft de kostenvraag aan u. Dus doen wat nodig is en laat je dan niet tegenhouden door de AVG-regels. Zorg voor een aanpak die snel en werkbaar is, want zorg gaat altijd, voor ons, voor regels. Ook op dit front vragen wij niet voor de eerste keer aan de wethouder om hier met de ambtelijke organisatie te kijken en de raad te informeren over de mogelijkheden die er wel zijn.

Voorzitter, we steunen de koers, maar laten we scherp blijven, want het gaat niet alleen om geld of systemen, het gaat om kinderen, om gezinnen en om hun toekomst. De voorzitter: Mijnheer Erwich, ik heb een aantal interrupties voor u, denk ik. Ik ga beginnen bij de heer Lieverse. De heer Lieverse: De heer Erwich zegt, en dat zeggen wij graag na, zorg komt voor regels. Betekent dat ook dat de heer Erwich mee kan gaan met de zorgen die wij geuit hebben rond het punt dat kwetsbare gezinnen niet in de knel moeten komen door nieuwe regels? En het andere punt, dat bij, wat we dan systeemproblematiek noemen, dat het gezin helemaal in de problemen zit. Dat het dan niet zo kan zijn dat een kind geen hulp krijgt als ouders

11/31

weigeren of op een of andere manier niet meegaan met de vraag om hun eigen steentje bij te dragen. Die beide punten. Kunt u daar iets over zeggen? De voorzitter: Mijnheer Erwich. De heer Erwich: We hebben dat tijdens de beeldvormende avond besproken en toen viel me inderdaad op dat er gezegd werd van, soms mogen we niet meer doen dan alleen maar wat de ouders willen. En zelfs als dat slecht was voor het kind. Ik denk dat we daarin precies daarom deze vragen. Je moet niet vragen wat mag, maar je moet vragen wat moet. En als dat moet, moet je gewoon de dingen doen die voor het kind beter zijn. De voorzitter: Mijnheer Lieverse nog. De heer Lieverse: Om het goed te begrijpen, is dat een ja op mijn vraag dat u inderdaad vindt dat een kind niet de dupe mag zijn van als ouders weigeren hulp, hun eigen steentje bij te dragen. Dat betekent ook dat als kwetsbare gezinnen niet in staat zijn om eigen kracht te leveren of onvoldoende, dat dan hulp niet afgezegd mag worden. De voorzitter: Mijnheer Erwich, betekent dat een ja? De heer Erwich: Ja, in veel minder woorden, ja. De voorzitter: Helder. Was dat nog een interruptie, mevrouw Draak, voor de heer Erwich? Oké, dan ga ik naar… Ik zag nog twee andere. Waren dat interrupties nog? Nee? Oké, dan ga ik naar mevrouw Draak van de VVD. U heeft het woord. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter.

In de zoektocht naar grip op kosten van de jeugdhulp zijn we natuurlijk al jaren bezig met het college, met het ambtelijk apparaat en met deze commissie en raad om die kosten naar beneden te krijgen en tegelijkertijd goede zorg te leveren. De cultuurverandering zoals die nu in deze nieuwe verordening sociaal domein wordt gepresenteerd, kunnen wij als VVD van harte ondersteunen. De uitgangspunten om te zoeken naar de eigen kracht van het gezin en ook het hele gezin in principe aan te spreken en te behandelen of begeleiden, dat past gewoon heel goed bij onze uitgangspunten van eigen verantwoordelijkheid, maar ook van vrijheid om je leven in te richten zoals je zelf denkt dat goed is. Wat dat betreft denk ik dat de richting heel goed is. De heer Alsemgeest gebruikte de woorden, het kan en mag best wat strakker, daar zijn wij ook voorstander van. En wij zijn vooral nog steeds voorstander van laagdrempelige lokale hulp. Omdat problemen soms nog klein zijn en als je te lang moet wachten op een aanspreekpunt dat jou op weg kan helpen met een relatief klein probleem, voorkom je heel veel grote problemen. Ik ben ook heel blij dat deze richting al is ingezet door onze gemeente. De andere kant is dat sociale rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid, ook liberale principes zijn.

En wat dat betreft ben ik blij met de woorden van de heer Lieverse, om te kijken of we misschien iets kunnen toevoegen in de tekst van de verordening sociaal domein, zodat we in ieder geval zeker weten dat de kwetsbaarste gezinnen en kinderen niet buiten de boot vallen. Ik had het zelf niet zo gelezen, maar ik ben het met de heer Lieverse eens dat we dat voor de zekerheid zouden kunnen aanscherpen. Omdat het soms gewoon nodig is, om, daar hebben we het ook al eerder over gehad in deze commissie, een ongelijke aanpak te kiezen om uiteindelijk iedereen een gelijkwaardige kans te geven op een gezonder leven.

12/31

De voorzitter: Ik heb een interruptie voor u van de heer Erwich. De heer Erwich: Dank u wel, voorzitter. Ik heb even gewacht tot mevrouw Draak de zin af had, maar die werd erg lang. Het ging even over het vorige gedeelte. U had het erover dat het wel strakker kon en dan vroeg ik me af, wat bedoelt u daar inhoudelijk precies mee? Want misschien kunt u dat gelijk in de tekst meenemen. De voorzitter: Mevrouw Draak. Mevrouw Draak: Wat er strakker kan is precies wat er nu in de verordening sociaal domein wordt aangepast. Namelijk dat je bij de toegang en bij de duur van beschikkingen gewoon wat steviger toetst om te kijken of het ook in het eigen sociale netwerk kan worden opgelost of met laagdrempelige lokale hulp bijvoorbeeld, in plaats van gelijk allerlei trajecten in te zetten. Dus dat bedoelde ik met strakker. Dus een persoonlijke woordkeus, maar precies zoals, denk ik, wordt bedoeld. En ik was ook bijna aan het einde van mijn termijn, voorzitter. Wat we vanuit de VVD graag zouden zien is dat we gewoon gaan beginnen, ondanks dat ik ook wel risico's heb gehoord, met de lijn die hiermee wordt ingezet. We bespreken namelijk de verordening sociaal domein ieder jaar. Laten we tijdig evalueren en als de ingezette koers niet werkt of we lopen tegen dingen aan die we op dit moment niet voorzien, passen we het volgend jaar weer aan.

En zo kunnen we aan de knoppen blijven draaien om uiteindelijk te zorgen voor zo betaalbaar mogelijke jeugdhulp en tegelijkertijd goede jeugdhulp voor onze jongeren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Draak. Mevrouw Gabin, GroenLinks. Mevrouw Gabin: Dank u wel, voorzitter. Ook GroenLinks begrijpt de koerswijziging die deze verordening inzet. Het is terecht dat we uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid van ouders voor het gezond en veilig opgroeien van hun kinderen. Dat is stevig verankerd ook in het Burgerlijk Wetboek en ook onderstreept in de Jeugdwet. Ouders die staan in principe aan het roer van de opvoeding. En we vinden dat professionals horen die regie te respecteren en te versterken en niet over te nemen. Maar, verantwoordelijkheid veronderstelt ook vermogen. En juist daar wringt het soms. Want niet elke ouder of elk gezin beschikt over de draagkracht, het netwerk of de gezondheid om op eigen kracht die verantwoordelijkheid te dragen. Als GroenLinks missen wij dus in deze verordening de sociale ziel, zoals wij dat noemen. Wat je wel mag, wel kunt en waar je wel recht op hebt. Dat is voor veel inwoners nog steeds denk ik onduidelijk met deze verordening. De toegang tot hulp is niet alleen een technisch proces. Het is voor velen een kwetsbaar moment. We hebben het hier over jeugdhulp, over gezinnen in de knel, over jongeren die hun weg proberen te vinden.

En dan schrijven we een verordening die vooral benadrukt wat er niet meer kan. De voorzitter: Mevrouw Gabin, ik ga u onderbreken voor een interruptie van mevrouw Draak. Mevrouw Draak: Dank u, voorzitter. Ik heb even een korte verhelderende vraag. Ik ben groot voorstander van duidelijk taalgebruik. Alleen denkt mevrouw Gabin niet dat deze verordening vooral bedoeld is om het ook juridisch helder te maken en is het niet de taak van de jeugdconsulenten om inwoners uit te leggen waar ze recht op hebben? De voorzitter: Mevrouw Gabin.

13/31

Mevrouw Gabin: Ik denk dat de verordening een juridisch bindend document is en dat het ook in het kader van rechtszekerheid juist belangrijk is dat de inwoner zo'n verordening ook begrijpt en weet waar die recht op heeft. En dat het niet alleen vanuit de kant van de gemeente dient te worden. De voorzitter: Oké, mevrouw Gabin, gaat u verder met uw betoog, alstublieft. Mevrouw Gabin: Wij hadden een punt over artikel 5.3.7 en dan lid 4 sub c. Daar staat dat ouders hun werktijden moeten aanpassen of werk anders organiseren om hulp te krijgen. En dat baart ons zorgen. Vooral voor alleenstaande ouders, mantelzorgers en gezinnen met weinig financiële ruimte is dit een zware eis. In andere gemeenten wordt arbeid niet echt, niet expliciet genoemd of blijft de beoordeling vrij flexibel. In bijvoorbeeld PijnackerNootdorp en Westland ligt de nadruk op balans en niet op verplichting. Dus onze vraag aan de wethouder is, waarom kiest Lansingerland voor deze strenge benadering? Hoe wordt beoordeeld of werk aanpassen redelijk is? En hoe past dit bij het beginsel van maatwerk, zoals de Centrale Raad dat ook eist? Het punt over wederkerigheid, dat is al eens benoemd en daar staan wij achter. Op 29 mei 2024 deed de Centrale Raad drie uitspraken over de eigen kracht van de ouders. In één van die drie uitspraken stond de gemeente Vlissingen Centraal.

De gemeente Vlissingen heeft in haar verordening sociaal domein belangrijke sociale waarborgen opgenomen. Wij vragen aan de wethouder of het college bereid is om te verkennen of deze elementen kunnen worden toegevoegd. Het eerste element is het laagdrempelige toegang en cliëntenondersteuning. In de verordening van Vlissingen is in artikel 1 opgenomen dat het college kosteloos ondersteuning biedt bij de toegang tot hulp en bij het verhelderen van de hulpvraag. Daarbij wordt expliciet verwezen naar onafhankelijke cliëntenondersteuning. Dat voorkomt dat mensen dus verdwalen in procedures. Misschien zijn ze ondergebracht in beleidsregels, maar ik zou het college willen vragen of ze bereid zijn om alsnog te overwegen om dit ook op te nemen. Punt 2 gaat over de samenwerking tussen domeinen. De verordening van Vlissingen… De voorzitter: Mevrouw Gabin, excuus. Voordat u verder gaat met dat punt laat ik even een interruptie van de heer Lieverse toe. De heer Lieverse: Want het interessante is wat mevrouw Gabin zegt over het eventueel aanpassen van de verordening.

Bedoelt u dat u nu wacht op het college om alsnog een verandering in de tekst aan te gaan brengen? Of bedoelt u dat u zelf een amendement op dit punt wil voorbereiden? Het is onwaarschijnlijk toch dat het raadsvoorstel dat nu hier ligt tussen nu en de raadsvergadering aangepast gaat worden? Of bedoelt u iets anders met het onderzoek? De voorzitter: Mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: Dat ligt eraan qua beantwoording van de wethouder. Wellicht is hij bereid om een toezegging te geven en anders zijn wij bereid om een amendement in te dienen. Punt 2 gaat over de samenwerking tussen domeinen. Dus de verordening van Vlissingen bevat ook een duidelijke bepaling over de afstemming tussen domeinen. Dus Jeugdwet, Wmo, Participatiewet, passend onderwijs, schuldhulpverlening. Zo wordt samenwerking juridisch verankerd en wordt voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen, doordat wetten of loketten niet op elkaar aansluiten. Dit hebben wij ook niet terug zien komen in de verordening. Nauwelijks afstemmingsbepalingen, maar verlicht me vooral als dat wel zo

14/31

is. Onze vraag aan de wethouder is dan ook, waarom is er niet gekozen voor een expliciete bepaling over domein overstijgende samenwerking? En dan het derde punt… De voorzitter: Mevrouw Gabin, voordat u met uw derde punt begint. Mevrouw Draak voor een interruptie. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Gabin, heeft u ook overwogen om al deze vragen als technische vragen in te dienen? De voorzitter: Mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: Nee, dus ik heb nu ook een gelegenheid om dat te stellen. Dus mocht de wethouder daar antwoord op hebben, dan wil ik ze graag ontvangen. Punt 3, hardheidsclausule. Ik hoorde de ChristenUnie en de VVD, verrassend genoeg, ook daarover wat zeggen, dat kinderen niet tussen wal en schip dienen te vallen. De voorzitter: Mevrouw Gabin, ik heb een interruptie voor u van de heer Lieverse. De heer Lieverse: Het woordje, verrassend genoeg, intrigeert me. Wat bedoelt u daarmee? De voorzitter: Mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: Ik had het standpunt niet verwacht bij de VVD. Ik ga verder met mijn betoog. Er werd gesproken over een vangnet. Daar hebben wij dus in de fractie ook over gesproken. En ik heb lopen peinzen en gekeken, wat kunnen we betekenen? En wij zijn gekomen op een hardheidsclausule. De mogelijkheid om in bijzondere omstandigheden af te wijken van de verordening als strikte toepassing leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Ik denk dat de verordening daarmee socialer wordt en dat grensgevallen of schrijnende situaties daaronder kunnen vallen. De voorzitter: Mevrouw Gabin, wilt u wel echt uw eerste termijn gaan afronden, alstublieft? Mevrouw Gabin: Ja. Zo heb ik alles wel wat verteld. De voorzitter: Oké, helder, mevrouw Gabin. En voor de goede orde, mevrouw Gabin, moet ik u natuurlijk als uw voorzitter wel melden dat voor een aantal van uw vragen wellicht technische vragen toch wel een beter middel hadden geweest. Maar we gaan kijken hoe ver de wethouder zo meteen komt in zijn beantwoording. Ik ga verder in deze eerste termijn. Mijnheer Van der Stad, D66, u heeft het woord. De heer Van der Stad: Dank u wel, voorzitter. Voor D66 zijn de doelstellingen die beoogd worden, normaliseren en sturen waar het kan, geheel akkoord. We zijn vorig jaar geïnformeerd over trends en ontwikkelingen binnen het sociaal domein en daarvan is normaliseren een logische en nodige uitkomst. Dan nu die uitwerking. We willen dat er een goed sociaal vangnet is en blijft voor ieder die dat nodig heeft. En daar hebben we, vergelijkbaar aan de ChristenUnie, zorgen over. Het valt of staat met de invulling die gegeven wordt aan de kapstok, eigen kracht. En in de verordeningen is die vrij omvangrijk en/of wellicht detaillistisch uiteengezet. En op zich is dat goed. Maar het heeft voor- en nadelen.

Het lijkt alsof alles is afgedicht, maar de twijfel blijft of dat zo is. Wat we niet willen is dat een kind van een onvoorziene situatie in de regelgeving de dupe wordt en

15/31

belemmerd wordt om tot bloei te komen. De ASD benoemde rondom de verantwoordelijkheid hebben of pakken en samenwerking met het onderwijsveld, het detailniveau ook als een risico. Zij spreekt over grijze gebieden en het risico op naar elkaar wijzen. En datzelfde voorzien wij ook, maar dan rondom de definitie van de kapstok, eigen kracht. Een gericht amendement om zekerheid van zorg te garanderen aan degenen die dat nodig hebben, zullen we dan ook zeker steunen en daarbij meedenken. Het is ook van belang om de expertise en deskundigheid uit het veld daarbij te benoemen en een rol te geven. Juist op het grijze gebied is dat zo belangrijk. Dan nog een opvallendheid. Waarschijnlijk is het voor verdere uitwerking of voor een uiteindelijke werkinstructie zoals bij een vergelijkbare vraag aan de ASD werd geantwoord. Maar we missen niet alleen de duiding van de wijkteams, maar ook daarbij de rol- en verantwoordelijkheidsverdeling. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Stad. Dan heb ik nog het CDA of de PvdA. Ik zie mevrouw Biharie, PvdA, u heeft het woord. Mevrouw Biharie: Dank u wel, voorzitter. Veel is al benoemd en dat is goed om te horen wat de PvdA-fractie betreft. Het is goed dat er een wijziging hier ligt in de verordening. We hebben een hele lange weg met verschillende vormen van bijeenkomsten met diverse stakeholders, betrokkenen, zorgprofessionals afgelegd.

Maar ik wil toch daarover een paar opmerkingen hebben. De kosten zijn hoog, vooral in de specialistische zorg. Gelukkig hebben we als gemeente Lansingerland ingezet op lokale zorgprofessionals aanbieders, waardoor de kosten nu nog niet significant verlaagd zijn. Maar men moet ook denken dat de loonkosten en dergelijke daar heeft, ik ga niet financieel technisch erop, maar er is meer redenen waarom het nog niet heel drastisch zichtbaar is in de overzichten die we krijgen vanuit de wethouder. En wat ons betreft, dempen, daar had ik moeite mee met dat woord. Dempen vind ik, namens mijn fractie en namens onze jeugd, niet leiden dat kinderen geen hulp kunnen krijgen. Maatwerk is in de verordening, en daarom omarm ik de amendement voorstellen van ChristenUnie en van de heer Lieverse, een vereiste. Daarnaast grijs veld tussen gemeente en het onderwijs. Wat de verantwoordelijkheden betreft, daar is wel een toelichting gegeven waarom, dat gaan we kijken hoe we dat gaan invullen. Maar als ouders moet het niet zo zijn dat je heen en weer wordt gestuurd. Mijn verzoek is aan het college, aan de wethouder, ga proactief met de scholen, met het onderwijs, kijken en verwijs heel duidelijk laagdrempelig van de ouders, u moet daar zijn. Als in dat grijs gebied, laat niet aan hun over, want die hebben al genoeg zorgen aan hun hoofd. Dat wil ik graag meegeven.

Daarnaast, als we hebben over normaliseringen, vraagt dat investeren in het voortraject van onze inwoners, van de ouders, van onze jeugd. En waarom zeg ik dat? Preventie, preventie, preventie. Lokale maatschappelijke organisaties die heel laagdrempelig jeugd begeleiden, ouders begeleiden, op wat voor vorm dan ook, verzoek ik nogmaals, zet daarin in de sociale basis waar we hebben in de beleidsplannen van de volwassenen en van de jeugd. Dit voorkomt op den duur hoge kosten bij specialistische zorg. Daarnaast hoor ik hier zeggen, er is een cultuurverandering nodig over normalisering. Een cultuurverandering, dat weet ieder van ons, het is makkelijk gezegd, maar dat heeft ook tijd nodig. Anders denken, anders omgaan met problematiek, met manier van opvoeden in deze hectische tijd van jonge ouders. En het scheelt daar een hoop als we een goed luisterend oor hebben. Dat scheelt een stuk, en dat kunt u ook aan de zorgprofessionals vragen. Goed luisteren, goed horen wat er werkelijk is, scheelt een stuk van het hulp. Dus ook de kosten. En dat creëert ook draagvlak bij de ouders voor het samen doen, hun taak oppakken. En wat ik ook jullie wil meegeven, jeugdhulp betekent niet, je hebt problemen, je hebt zorgen, dat betekent het wel en je komt en je wordt geholpen met aantal sessie. Jeugdhulp heeft ook een diepgang.

16/31

Als ik als een jongere hulp nodig heb en ik dat krijg en daar kom ik in kaders waardoor ik buiten beeld val of niet in het hokje pas, de ChristenUnie benoemde dat heel mooi en ook VVD en GroenLinks, dat heeft zo'n impact. Het heeft impact op kansrijk opgroeien. Het heeft op schoolprestatie, schoolverzuim te maken. Het heeft te maken eenzaam met je relaties, met je vrienden, met volwassenen. Toekomst met een gezin. Duurzaam deelnemen in het arbeidsproces. Dus als we hebben over jeugdhulp, wil ik jullie meegeven, er zit een diepere betekenis. Hou alsjeblieft dat in achterhoofd. Dat we niet alleen, tuurlijk is het, elke euro moeten we zorgvuldig uitgeven. Maar denk aan het investeren met deze opmerking wat ik jullie wil meegeven waar we in investeren en als we daar keihard, of ik ben er keihard in, dingen laten liggen, dan gaan we de rekening gepresenteerd krijgen. Vroeg of laat. Dat wilde ik meegeven. Voor nu laat ik bij, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mevrouw Biharie. Dan tot slot in deze eerste termijn het CDA. Dat is mevrouw Bouman. Goedenavond. U heeft het woord. Mevrouw Bouman-Quist: Voorzitter, dank u wel. Ik hoop dat ik te verstaan ben, want mijn stem is laat te wensen over. Voor ons liggen een aantal wijzigingen in de verordening sociaal domein, de jeugd en een enkele bij de Wmo.

Ik heb begrepen en gelezen dat de ASD de nodige vragen heeft gesteld. Er is advies gevraagd en dat is deels overgenomen. En er is uitleg gegeven waarom het een of andere niet opgenomen is, want dat volgt dan in de uitvoering. Bij de jeugd wordt aangegeven waar de wijzigingen betrekking op hebben. Begrippen als eigen kracht, normaliseren, wederkerigheid en de afbakening Jeugdwet en de Wet passend onderwijs. Ik hoorde al het aantal jeugdigen, dat lees ik, dat is niet noemenswaardig toegenomen, maar de kosten die gaan toch zeker stijgen. En daar moet iets aan gedaan worden, dat heb ik ook wel begrepen. Maar het is niet leidend, wat ik ook begreep, uit de beeldvorming. Bij de artikelen 5 plus 1 en volgend wordt aangegeven wat onder deze begrippen moet worden verstaan. Ik vond dat zeer verhelderend, in die zin dat het ook zeer goed te lezen was wat nu geldt en wat het straks gaat worden, al dan niet uitgebreid via een amendement. Maar dat gaan we afwachten. En als ik dan het geheel bekijk, dan wordt er veel teruggebracht en teruggeleid naar de opvoeders. Want de opvoeders van de kinderen, die zijn toch in de eerste instantie verantwoordelijk voor de opvoeding. Al dan niet in samenwerking met het sociale netwerk.

En ik hoorde ook de heer Lieverse zeggen, en als dat allemaal niet mogelijk is en als dat allemaal niet gaat lukken? Want je hebt kwetsbare ouders, het kunnen mensen van buitenlanders zijn. Doet er niet toe, maar er zijn gewoon omstandigheden dat het een en ander niet gaat lukken. En ik lees dan bijvoorbeeld dat, ook de heer Lieverse zei het, overbelasting van de opvoeders. Bijvoorbeeld ook stress en er zijn nog meer items, vechtscheiding enzovoort, enzovoort. Dan lees ik in de stukken dat er een voorziening verstrekt kan gaan worden. En er zouden nadere beleidsregels worden opgesteld. De vraagstelling is aan de wethouder, wat wordt hieronder dan verstaan? Ik verwijs naar één van de artikelen. Veel zal afhangen van de communicatie in deze, want weet iedereen hoe de vork straks in de steel zit? De wijkteams die nog moeten komen, de gemeente zelf, de instanties die met kinderen bezig zijn of het onderwijs, noem maar op, de huisarts, weten die straks allemaal wat er allemaal gaat veranderen? Want informatie en communicatie is dan wel belangrijk. In de beeldvorming begin dit jaar en recent, 11-6, werd ook aangegeven dat er een risico kan ontstaan dat kinderen niet meer naar school gaan en misschien ook wel niet naar de opvang. En dat noemen dan de thuiszitters. Of dat er nog rechtszaken gaan komen, want de jurisprudentie op dit item is nog nihil.

Dus er kan nog het nodige gebeuren. Ik hoorde ook mijn linker buurman zeggen, wat als een kind tussen wal en schip dreigt te komen? Bijvoorbeeld uit kwetsbare gezinnen. En wij weten ook niet wat er allemaal achter de voordeur bij veel

17/31

gezinnen zich afspeelt. En hoe zit het met de verantwoordelijkheid ten aanzien van het onderkennen van deze problematiek? Bijvoorbeeld, we hebben natuurlijk recent wel de nodige, helaas negatieve, voorbeelden gehad. Bij de gemeente, bij instanties die al met een gezin bezig is, hoe gaat de wethouder borgen dat datgene nodig is, dat een kind dus mee geholpen kan worden. Maar ik vraag me af hoe je dat gaat borgen als je niet alles weet wat er achter de voordeur zich afspeelt. En dan heb ik een vraag over de TWK, de terugwerkende kracht. Dat is 1-1, 1-3,1-5 en 1-1-‘26. En dan lees ik dat, dat is allemaal niet nodig, want dat kan allemaal. Maar dan zeg ik, tussen nu en 1-1-‘26 kan natuurlijk nog het nodige gebeuren. We doen nu ook met TWK het een en ander regelen. Waarom is 1-1-‘26 opgenomen? Dus dat is even de vraagstelling. En dan kan je zeggen, dat is een technische vraag, maar ik ben u voor. En dan, stel dat we dit… De voorzitter: Bent u mij dan ook voor om te realiseren dat het zo tijd is om uw eerste termijn af te ronden, mevrouw Bouman? Mevrouw Bouman-Quist: Ja. Ja, dat gaat lukken.

En dan, hoe gaat de communicatie naar onze inwoners straks plaatsvinden? Want er staat nogal het nodige, zeker bij het passende onderwijs, waar nu de mogelijkheid is dat kinderen daar een beroep op kunnen doen, maar ook in het kader van de wijzigingen die nu in de verordening sociaal domein naar voren komen, om te zeggen, hoe wordt die informatie, die communicatie naar voren gebracht? Bij deze. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bouman. En uw stem was in ieder geval voor mij geen enkele beperking. Ik heb u goed kunnen verstaan. Mevrouw Bouman, het ging uitstekend. Wij gaan naar de eerste termijn van het college. Dat zal wethouder Hoek primair zijn. Wethouder Hoek, u heeft het woord. Beantwoording college De heer Hoek: Dank u wel voor een ieders bijdrage. Er is veel gezegd. Ik zal met de ChristenUnie beginnen. Hoe vindt beoordeling van de eigen kracht plaats? Dat doen we nu ook al middels het bekende afwegingskader. Dus dat gebeurt al om te inventariseren hoe die eigen kracht is. De Centrale Raad voor Beroep heeft daar ook iets over gezegd, hoe we dat moeten toetsen. We moeten in ieder geval op zoek naar die eigen kracht. Naar het feit of er een netwerk is. Of er een adequaat netwerk is. Raakt een ouder niet overbelast? Ontstaat er geen financieel probleem wanneer wij zeggen, u moet misschien minder gaan werken? Al dat soort zaken dat wordt meegenomen in het afwegingskader.

En inderdaad, het klopt wat u zegt, sommige ouders die kunnen dan ook niet bijdragen en daar zullen wij dus alsnog hulp voor moeten inschakelen. Het onderwijsveld. De voorzitter: Voordat u daarmee verder gaat, mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Ik hoorde de wethouder zeggen van, we doen dat al in de praktijk. We kijken altijd zorgvuldig, maar dat is juist daarom dat wij graag naar voren willen brengen, dat het belangrijk is om het expliciet te maken in de verordening. Juist bij zulke essentiële afwegingen wil je rechtszekerheid hebben. Vandaar de opmerking hierover. De voorzitter: De wethouder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=782dfb5b-80fb-493c-97aa-ec4090aa1143