[BV25.0067] Verslag gezamenlijke commissie perspectiefnota 18 juni 2025
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Algemeen Bestuur, Samenleving en Ruimte Corsanummer Datum vergadering
: BV25.0067 : 18 juni 2025
Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Johan Philippens, Terry Duivesteijn, Marjolein Gielis, Leon Erwich, Roy Diepeveen WIJ Lansingerland : Ton Jansen, Mark Bik, Abdelkarim Afalah, Jan Alsemgeest, Bianca Boonstra, Paul Zantman, CDA : Job Halkes, Jan-Willem van den Beukel, Wouter de Ruiter, Nelleke Bouman VVD : Ed van Santen, Nathalie van Bakel, Eric Kampinga, Christiaan Toussaint D66 : Brecht Weerheim, Ineke den Heijer, Ronald van der Stad CU : Kees-Willem Markus, Bram Oostdijk, Arjen Hofman, Paul Lieverse GroenLinks : Marko Ruijtenberg, Manon van Splunter PvdA : Hamid Azzouzi, Sonnie Biharie, Nanno Scheringa, Valmir Xhemaili VOOR Lansingerland : Petrine van Olst Voorzitter Commissiegriffier
: Jan Jumelet : Lianne van den Houten
College van B&W
: Jules Bijl, Simon Fortuyn, Leon Hoek, Michiel Muis, Titia Cnossen
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Goedenavond, dames en heren. Het is vijf uur. Ik vraag u om eenieder uw plaats in te nemen en uw pasjes erin te doen. Dan gaan we starten met deze bijzondere vergadering. Welkom, iedereen van de commissie Algemeen Bestuur en de andere commissies, dus alle raadsleden en de duoraadsleden. De ambtenaren op de tribune, de wethouders, de burgemeester, de griffie uiteraard en alle andere belangstellenden hier live of anders via de webcast. We gaan zo meteen ons jaarlijks hoogtepunt beleven met de, in dit geval, perspectiefnota, voorheen de kadernota. We hebben wel een aantal praktische dingen vooraf. We gaan om half zeven gaan we schorsen en daar gaan we wel proberen met elkaar een beetje op koersen. Want anders wordt de catering ook een beetje zenuwachtig en dat zou niet nodig moeten zijn. Dus als we met elkaar een klein beetje daar rekening mee houden, heel graag. Dan schorsen we tot half acht om te eten. En dat geeft het college ook de tijd om haar termijn ook voor te bereiden. En voor de rest heb ik geen mededelingen. Ik kijk even naar de griffier. Nee. Dan kunnen wij van start. We hebben vanavond… Dat komt bij het agendapunt, als u het niet erg vindt. Alles op zijn tijd. 2. Inspreker(s) De voorzitter: We hebben geen insprekers. 3. Vaststelling agenda De voorzitter: Wij gaan de agenda vaststellen.
De agenda die nu voor ligt, kunnen we daarmee uit de voeten voor vanmiddag en vanavond? Ja? Dan gaan we hem zo volgen.
1/76
4. Stukken ter advisering aan de raad De voorzitter: Dan zijn we al bij agendapunt 4 aangekomen. De stukken ter advisering aan de raad. 4.a Perspectiefnota 2026 De voorzitter: Dan komen we aan bij punt 4.a, de perspectiefnota. Maar voordat we daar de aftrap voor doen, gaan we eerst naar de wethouder Simon Fortuyn, die een mededeling heeft vooraf. De heer Fortuyn: Dat wij nu aankijken tegen een tekort van vijf miljoen in plaats van zeven miljoen. Er volgt nog een raadsinformatiebrief, maar zoals u weet is het collegevoorstel er niet op veranderd om toch op twee scenario's te gaan koersen, maar daar bent u straks natuurlijk voor aan zet. Dat is namelijk die vijf en zeven miljoen. Dat geeft ook wat meer keuzevrijheid, denk ik ook voor u, om later in de begroting om daar eventueel op te amenderen of anderszins. Dus we willen toch die twee scenario's uit blijven werken. En er zitten natuurlijk, en dat is de winstwaarschuwing waarom we dit doen, er zijn nogal wat onzekerheden. Ten aanzien van die meicirculaire zijn we redelijk zeker. Maar zoals u weet hebben wij nog allerlei zaken over de doorbelasting, over het in de meerjareninvesteringsplannen. We hebben een personeelsbegroting, daar hebben wij ook de CAO in verwerkt en de CAO pakt iets gunstiger uit. Maar zo zijn er allerlei onzekerheden.
Areaal uitbreiding van de buitenruimte en andere zaken, zoals de participatie en ook de jeugd, wat nog verder uitgekristalliseerd moet worden. Dus wij zien nu vijf miljoen, maar met heel veel onzekerheden nog. En we willen toch vanavond misschien de koers hebben van u, dat we toch op vijf en zeven miljoen gaan koersen om daar de begroting op te gaan baseren. Dat is even de mededeling vooraf, omdat dit denk ik wel een majeure verandering is op dit moment. En zoals toegezegd in de beeldvormende avond, mochten er tussentijds tussen nu en 17 juli, of eventueel na 17 juli, want u weet dat de voorjaarsnota nu besproken wordt in de Tweede Kamer, mochten daar in augustus nog andere richtingen bijkomen in het kader ook van de Prinsjesdag. Maar goed, dat moet ook weer behandeld worden. En zoals u weet komt de septembercirculaire altijd weer op het moment dat de begroting al gemaakt is. Dus het is nog heel erg omgeven door vele onzekerheden. Maar goed, we houden u op de hoogte. Daar waar er majeure veranderingen zijn, zullen we ook tussentijds rapporteren. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Voordat ik dit agendapunt verder aftrap, ik zie op mijn magische scherm dat er nog een aantal mensen zijn die hun pasje er niet in hebben. En dat zijn ook, denk ik, de woordvoerders, deels van vanavond, dus misschien is het handig als u uw pasje erin doet.
En dat geldt ook voor de heer Bik, overigens. We gaan vanavond gaan wij het hebben over de perspectiefnota. En even voor de kijkers thuis, met deze nota geeft de raad aan het college de hoofdlijnen van het beleid voor de komende jaren mee. Het college kan na vaststelling van de perspectiefnota in de raad van 3 juli aan de slag met het opstellen van de begroting van het jaar ‘26. We hebben diverse beeldvormingen gehad en er zijn ook wat keuzes gemaakt en ook in de commissie AB van afgelopen 7 mei. Nu ligt de nota zoals die voor ligt ook ter bespreking voor. We hebben vanavond per fractie vijftien minuten spreektijd. Tien minuten, eerste termijn, vijf minuten, tweede termijn. Maar goed, u weet hoe het systeem werkt. We gaan, en dat hebben we ook afgesproken in het presidium, van klein naar groot, dus qua fractiegrootte. Dus we beginnen zo bij VOOR Lansingerland, mevrouw Van Olst. Ik heb al aangegeven dat wij om half zeven gaan schorsen voor het diner. Dus we gaan snel van start. Ik ga het woord geven aan mevrouw Van Olst. Even, even een seconde. Ja, gaat uw gang.
2/76
Eerste termijn Mevrouw Van Olst: Sorry, te enthousiast. Dank u wel, voorzitter. Heel bijzonder om als eerste te mogen beginnen bij deze kaderstelling. Ik dacht namelijk dat ik dat al eens eerder had gedaan en heb dit dus nog even nagekeken. Maar het is dus nooit eerder gebeurd. Want toen ik in 2022 de woordvoerder voor de grootste partij was en ik dus als eerste had mogen beginnen, was er geen kadernota of brief of perspectiefnota. Dit jaar heet het dus een perspectiefnota. De argumentatie om het zo te noemen vind ik prima, dus daarmee ben ik akkoord. En graag wil ik alvast gezegd hebben dat ik helaas niet bij de raadsvergadering van 3 juli aanwezig kan zijn. De vraag die voor ligt is, wat voor gemeente willen we zijn? VOOR Lansingerland, de naam zegt het al, is voor Lansingerland en voor Lansingerlanders. De inwoners van Lansingerland hebben wat mij betreft de eerste prioriteit. Dus grote wereldproblematiek als klimaat en oorlog komen wat mij betreft op de laatste plaats. Wat niet wil zeggen dat ik het niet belangrijk vind. Maar ik vind dat je zaken, ik vind dat zaken die je pas kan aanpakken als je het zelf op orde hebt. VOOR Lansingerland wil dus een gemeente zijn, wil een gemeente waar mensen omkijken naar elkaar, zorg hebben voor elkaar.
Familiestructuren die van oudsher heel hecht waren in de drie dorpen zoveel mogelijk behouden en het stimuleren van andere sociale structuren. De samenleving vorm je immers samen. Initiatieven zoals de knarrenhof zijn wat mij betreft zogeheten inkoppertjes. Ga hiermee aan de slag. Kleine compacte woningen toevoegen aan bestaande wijken, inclusief een wooncoach, geeft wellicht wel de gewenste impuls om de vastgelopen woningmarkt vlot te trekken. Als mensen in de buurt van hun sociale vangnet kunnen blijven wonen, of kunnen gaan wonen, dan is dat een win-win voor iedereen, ook voor onze begroting. Een ander onderwerp wat echt zou bijdragen aan mijn wens voor Lansingerland, is het intensiveren van burgerparticipatie. De democratie begint bij de inwoner. De inwoner komt echter steeds verder bij het bestuur af te staan en dit is niet de juiste beweging. De burger moet juist aan zet zijn en weten wat er speelt binnen de gemeente. Inwoners moeten meer betrokken worden bij keuzes. Aan de voorkant dus, en niet achteraf. Demonstraties, bezwaarprocedures, dat is niet de bedoeling. Je zou dat kunnen tackelen door meer beeldvormingen, hoorzittingen, et cetera, te organiseren. Zodat je bewustwording creëert bij wat er speelt binnen onze gemeente en hoe je daar invloed op kan uitoefenen. Nogmaals dus, aan de voorkant. Bijvoorbeeld bij het locatieonderzoek vluchtelingenopvang.
De grondboringen, de geothermie is een actueel onderwerp. Digitalisering van de buitenruimte, de woningnood. Niet om je gelijk te halen, maar om te informeren en mensen erbij te betrekken. Ik denk dat dit steeds belangrijker wordt. En door inwoners hierbij te betrekken krijgen we ook meer verbondenheid en gaat het democratisch gehalte omhoog. Dan de perspectiefnota zelf en de uitgangspunten. De lijn dat er bezuinigd gaat worden op jeugd en wel ingezet gaat worden op ouderen geeft mij geen goed gevoel. Onze bevolking bestaat immers voor 25 procent uit mensen onder de achttien jaar. Het is een stuk op grote lijnen, dat is helder. Maar wellicht kan het college hier meer duiding op geven. Het proces om te komen tot de perspectiefnota en de uitgangspunten is goed verlopen. Op 7 mei hebben we uitgebreid stilgestaan bij de verschillende scenario's. Hieruit is voorliggend scenario gekomen. Ik denk dat we hiermee uit de voeten kunnen. Waarbij ik voorstander ben om eerst te snijden in de uitgaven en dan pas te kijken of we de inkomsten kunnen verhogen. Het is niet onze eigen portemonnee, maar ik vind wel dat we er zo mee om zouden moeten gaan. Thuis zou je toch ook eerst kijken waar het wat minder kan. Bij mij thuis in ieder geval wel. Het OZB-tarief niet meer corrigeren lijkt mij op zich een logisch plan.
Ik vraag me alleen wel af wat de gevolgen dan zijn als de waarde van het onroerend goed gaat dalen. Hoe ga je dan dat gat opvangen wat er ontstaat? Hoe is hierover nagedacht? Het is een goed idee om op grote lijnen te sturen en niet te micromanagen. Een kanttekening hierbij is wel dat ik vind dat we voordat we gaan rekenen met OZB verhogingen, we moeten kijken naar kleine bezuinigingen. En dan heb ik het niet over alle zaken die werden genoemd in het gezamenlijk amendement van afgelopen begroting. Dus niet
3/76
bezuinigen op het verenigingsleven, maar wel bijvoorbeeld op kerstbomen. En zo zijn er meer van dit soort kleine dingen te vinden. Vooral zaken die mensen of bedrijven zelf kunnen regelen hoeft de gemeente niet te doen. Dus OZB aanpassen is prima, indien het echt niet anders kan. En dat is weer net zoals thuis, eerst bezuinigen op luxe zaken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de Partij van de Arbeid. Ik neem aan de heer Azzouzi. Gaat uw gang. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de perspectiefnota 2026 is eerlijk over de financiële werkelijkheid. We staan voor forse keuzes, maar als Partij van de Arbeid vinden wij dat bezuinigen geen doel op zich mag zijn. Juist nu moeten we kiezen voor mensen. Voor ons gaat het niet alleen om een sluitende begroting, maar om een rechtvaardige samenleving. Sociale basis is geen bijzaak, het is het fundament. We zijn blij dat de sociale basis in deze perspectiefnota zoveel mogelijk wordt ontzien. Want daar gebeurt het, daar vindt de ontmoeting plaats, de eerste signalering, de steun bij zorgen over geld, gezondheid of opvoeding. Denk aan jongerenwerk, buurthuizen, vrijwilligersinitiatieven, wijkteams, informele zorg. Kleine dingen, grote betekenis. We weten, een sterk sociale basis voorkomt zwaardere zorg, eenzaamheid, schulden, jeugdproblematiek.
Het is dus niet alleen sociaal verstandig, maar ook financieel slim. Toch baart het ons zorgen dat onder druk van scenario's van vijf tot zeven miljoen, de wethouder heeft het net gezegd, het wordt vijf miljoen, maar het kan wel uitlopen naar zeven miljoen, er alsnog maatregelen op de sociale basis genomen kunnen worden, dat vinden wij niet wenselijk en niet acceptabel. Kansrijk opgroeien, geen luxe maar een noodzaak. De bezuinigingen op het beleidsplan kansrijk opgroeien treffen precies de jongeren die het niet zelf redden. Juist daar moet de overheid het verschil maken. Elke euro die we daar schrappen is een gemiste kans op een veiliger, gezonder en kansrijker leven. Gebruik de algemene reserve om het ravijnjaar te overbruggen. Dan begin ik over de oplossingen, de voorstellen die de Partij van de Arbeid voorstelt. Wij stellen voor om het uitgangspunt toe te voegen dat een deel van de surplus van het algemene reserve ingezet wordt om het jaar 2026 te overbruggen. Als het niet noodzakelijk is en als er heel veel onzekerheid is over de uitgaven vanuit het Rijk en als het ravijnjaar opschuift naar 2028, waarom moeten wij nu bezuinigen als wij andere wegen hebben en dat is dan het gebruiken van incidentele middelen om 2026 of misschien 2027 te overbruggen.
De fractie van de Partij van de Arbeid gaat hierover een amendement indienen en nodigt de andere fracties om hiermee te tekenen. Eerlijke verdeling van de lasten. De Partij van VOOR Lansingerland had de voorkeur gegeven aan eerst snijden in de uitgaven, maar vergeet wel dat wij een deel van de OZB als inkomstenbron niet genereren. Een OZB-verhoging is wat ons betreft noodzakelijk en bespreekbaar, zeker met een goede kwijtscheldingsregeling voor inwoners met een smalle beurs. Bovendien gaat het Rijk ervan uit dat een bepaalde omvang van de OZB gegenereerd wordt door Lansingerland en die omvang wordt gekort in het gemeentefonds. Daarom moeten wij deze inkomstenbron serieus nemen en de rekening ook eerlijk verdelen. Wij stellen voor, zoals vorig jaar, vorig jaar was het jammer dat de andere fracties niet ermee hebben ingestemd de OZB te laten ingroeien naar het landelijk gemiddeld, zoals het niet hoeft… De voorzitter: Ik ga u even onderbreken, want ik heb een interruptie van de heer Van Santen. De heer Van Santen: Dank u wel. Even dat we het helder hebben, u heeft het over korting, als je de OZB niet op een dusdanig niveau zet waar het Rijk mee rekent. Bent u het met mij eens dat ongeacht wat wij doen, de uitkering uit het gemeentefonds niet wijzigt? De voorzitter: Mijnheer Azzouzi, gaat uw gang.
4/76
De heer Azzouzi: Nee, dat hebben wij vorig jaar ook een hele beeldvorming daarover gehad. Het wordt gecorrigeerd, niet in de omvang precies, maar het jaar daarna wordt hij wel gecorrigeerd in de algemene uitkering. Dus in die zin moeten wij die inkomsten genereren voordat wij aan bezuinigingen gaan beginnen. Dan ga ik het over de meicirculaire heeft de wethouder duidelijkheid geschept. Dank daarvoor. Wonen betaalbaar maken. Voorzitter, bouwen moet sneller. We staan voor grote opgaven. Meer sociale woningbouw, betaalbare koopwoningen, ruimte voor alternatieve woonvormen. Maar dat kan alleen als we kritisch durven kijken naar de grondprijzen die we als gemeente hanteren. Stijgende grondprijzen zorgen ervoor dat woningen duurder worden. En dat betekent dat we mensen die we willen helpen, starters, gezinnen met een modaal inkomen, ouderen, juist uitsluiten. Als PvdA hebben wij in 2021 daarvoor gewaarschuwd. We dienden toen een motie in samen met D66 GroenLinks en WIJ Lansingerland. Maar dat was niet aangenomen, helaas. Maar we zien nu wel de uitkomsten daarvan. En tijdens de beeldvorming die de ChristenUnie heeft georganiseerd, is wel duidelijk naar voren gekomen, bij monde van 3B-Wonen en andere initiatiefnemers, het signaal dat zonder realistische grondprijzen is betaalbaar wonen onmogelijk.
Daarom is de fractie van de Arbeid van plan om hierover een motie in te dienen, die het college gaat roepen om toch nog een keer te kijken naar die grondprijzen. Ik heb vorige keer bij de beeldvormen de wethouder gevraagd, wie gaat daarover? Is dat een bevoegdheid van de raad of van het college? Het blijkt dat het een bevoegdheid van het college is, maar dan moeten wij wel vanuit de raad kaders meegeven. Tot slot, voorzitter, de keuzes die we nu maken zeggen iets over wie we zijn als gemeente. De Partij van de Arbeid kiest voor samen leven, voor solidariteit en voor gelijke kansen. We willen ook expliciet benoemen, dat is inmiddels het vierde jaar, dat wij bezuinigingen proberen te blokkeren. En daarvoor vragen wij eigenlijk medewerking vanuit de raad, de hele raad, maar ook het college. Als dat niet nodig is, doe dat niet en zorg voor een toekomstbestendige begroting. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Voordat u uw microfoon uit doet, ik zou hem wel even uit doen, anders loopt uw tijd door. De heer Bik heeft een interruptie nog. En ik zie dat de heer Duivesteijn ook nog. Maar ik ga eerst even naar de heer Bik. De heer Bik: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel. Ik heb goed geluisterd naar wat de heer Azzouzi heeft verteld, denk ik.
Maar begrijp ik hem nou goed dat hij zegt, eigenlijk alles wat is opgeschreven over de komende tijd en over de komende uitdagingen die we de komende jaren met elkaar hebben, dat hij geen enkele ambitie in de koelkast wil zetten, dat hij alles kan betalen uit de algemene reserves en uit de verhogingen. Dus dat we gewoon eigenlijk helemaal geen probleem hebben? De voorzitter: Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Voorzitter, dat begrijpt de heer Bik verkeerd. Ik heb dat niet gezegd. Ik heb gezegd dat wij 2026 overbruggen. Dat wij structureel een toekomstbestendige begroting de OZB bespreekbaar willen maken, dat daar een deel ook gegenereerd wordt voor het sluitend maken van de begroting. Omdat er onzekerheid is over de inkomsten vanuit het Rijk en dat het ravijnjaar verschuift naar 2028, dat het niet verstandig is om nu al te bezuinigen op kwetsbare inwoners in ieder geval. De voorzitter: Dank u wel. Oh, ik zie dat de heer Van den Beukel nog, u, interruptie neem ik aan. Gaat uw gang.
5/76
De heer Van den Beukel: Dank, voorzitter. Op het punt van de heer Bik, dat is heel valide. De Partij van de Arbeid die zegt, we gaan de forse OZB omhoog schroeven en iets doen met de algemene reserve. En dan gaan we eigenlijk gewoon recht zo die gaat. Maar ruimhartig kwijtschelden. De vraag dan, wat is dan de inkomensnorm waar beneden de heer Azzouzi die OZB wil kwijtschelden? De voorzitter: Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Die kwijtschelden heb ik benoemd voor de kwetsbare inwoners en voor de mensen met een smal budget. Denk aan een politieagent, een buschauffeur die een huis heeft gekocht en hij komt in het probleem, dat wij daar naartoe moeten kijken. Dat kan het college gewoon onderzoeken en kijken of wij die kwijtschelden kunnen doen. En voor de rest die dat kan betalen, daar geldt het voor eigenlijk. De voorzitter: Ik zie dat het nog een aanleiding is voor een interruptie van de heer Van den Beukel. Gaat uw gang. De heer Van den Beukel: Voorzitter, kijk, in de wet kun je niet opschrijven, het inkomen van een politieagent. Dan moet je preciezer zijn. Dan moet je zeggen, het is een inkomen van zoveel duizend per maand, tweeduizend, drieduizend, vierduizend, wat u wilt. Maar het is uw voorstel, dus ik zou het wel op prijs stellen als u niet alleen de bal bij het college legt, maar ook zelf daar toch echt een concreet idee bij heeft.
Dus misschien dat u daar op tweede termijn nog eens op kunt terugkomen, dat zou ik echt graag zien. En waarom vraag ik dat, voorzitter? Het is natuurlijk heel sympathiek om te zeggen, we gaan arme mensen ontzien en overigens kunnen we alles blijven doen. Maar vaak is het zo in Nederland dat vervolgens de middeninkomens de klappen krijgen. En dat zijn buitengewoon veel mensen die dan net boven die armoedegrens zitten. De voorzitter: Ik ga toch even ingrijpen. De heer Van den Beukel: Dus ik vraag aan de heer Azzouzi van de Partij van de Arbeid hoe hij rekening houdt met de middeninkomens. De voorzitter: We gaan nog één keer naar de heer Azzouzi over dit punt. Gaat uw gang. De heer Azzouzi: Voorzitter, ik heb het net gezegd, dat moet worden uitgezocht. Ik kan het niet nu zeggen van welke inkomen, dat is echt een bevoegdheid, het is een rol van het college om te kijken daarnaar. De voorzitter: Hiermee sluiten we de bijdrage van de Partij van de Arbeid af. Dan gaan we naar GroenLinks. En dan gaan we naar mevrouw Van Splunter. Gaat uw gang. Mevrouw Van Splunter: Dank, voorzitter. Het doet mij deugd dat we vandaag de volgorde van de woordvoering eens hebben omgedraaid van klein naar groot, want dat geeft mij in ieder geval de wetenschap dat mijn eerste termijn in ieder geval zonder discussie en stemming voor het diner zal plaatsvinden.
En met deze volgorde als derde spreker mag het ook duidelijk zijn dat GroenLinks helaas niet in Lansingerland tot de grootste partijen behoort. Dat vind ik als links progressief bewoner jammer. Want in deze tijd van polarisatie en verharding kunnen we allemaal wel wat meer een sociaal en rechtvaardige besluitvorming gebruiken. Maar 18 maart volgend jaar biedt nieuwe kansen en ik vertrouw erop dat de bewoners van Lansingerland zullen
6/76
kiezen voor een gemeente waar we naar elkaar omkijken. Waar niemand aan de kant hoeft te staan en waar kwetsbaren niet worden vergeten, maar juist worden ondersteund. Tot zover mijn campagnevoering. Maar voor het zover is staan we vandaag stil bij de perspectiefnota. Het startpunt van een proces richting de begroting 2026-2029. Waarin we ons de vraag stellen, wat voor een gemeente willen we zijn, om de inhoudelijke richting te bepalen voor de keuze die we gaan maken. Die richting wordt bepaald door diverse opgestelde visies en zal per woordvoering vandaag ook gekleurd worden door ons eigen politiek DNA. En het mag duidelijk zijn dat dat vanuit GroenLinks op de kernwaarden berust, duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid, betaalbaar wonen en inclusiviteit. En ik heb voor mijn voorbereiding ook het coalitieakkoord 2022 en 2026 er weer eens bij gepakt om te lezen wat voor gemeente de coalitie bij aanvang van deze periode wilde zijn. In tijden van financiële en maatschappelijke uitdagingen staan gemeenten voor lastige keuze. De balans tussen bezuinigen en het genereren van extra inkomsten is delicaat. Bezuinigingen raken vaak degenen die het het minst kunnen missen. Maar kiezen voor verhoging van kosten voor onze inwoners maakt ook niet populair. Maar als we kiezen voor het snijden in uitgaven binnen het sociaal domein, snijden we in de kern van wat ons tot een gemeenschap maakt.
Zorg voor elkaar, solidariteit en inclusiviteit. Het mag duidelijk zijn dat de fractie van GroenLinks geen voorstander is van het snijden in de uitgaven die onze inwoners in een minder gunstige situatie het hardst raakt en zoeken voornamelijk oplossingen aan de inkomstenkant. Dat start bij de onroerendezaakbelasting, oftewel de OZB-belasting. In Lansingerland profiteren huiseigenaren van een relatief lage OZB. Ons tarief ligt onder het landelijk gemiddelde, wat jarenlang een voordeel is geweest voor onze inwoners met een koophuis. GroenLinks vindt het eerder genoemde model voor de OZB-verhoging van onze collega vanuit PvdA een zeer goed idee. Dat is nou het voordeel als je gezamenlijk gaat optrekken richting een gemeentelijke verkiezing, dan krijg je in ons geval van GroenLinks en PvdA het briljante cijferbrein van de heer Azzouzi gewoon gratis mee. En zoals hij eerder heeft bewezen zijn zijn adviezen best effectief geweest. Dus ik raad iedereen aan er vooral naar te luisteren. Duidelijke keuze kunnen wij nu niet maken. Er is nog veel onzeker en bepaalde posten zijn met de inzichten van vandaag niet in te vullen. Toen kwam er een stukje over vijf en zeven miljoen, maar dat sla ik na de informatie van de heer Fortuyn even over. Maar goed, dat neemt niet weg dat nu de hoofdrichting voor ligt en het college drie vragen aan ons stelt.
En daar kom ik op het eind van mijn spreektijd nog even op terug. Lansingerland is een gemeente waar mensen naar elkaar omkijken. Of zoals de eerste zin van de inleiding van ons coalitieakkoord zegt, waar we oog voor elkaar hebben. Laten we dat ook blijven doen, ook in moeilijke tijden. Niet door weg te kijken van de noden van anderen, maar door samen verantwoordelijkheid te nemen. En dat sluit ook mooi aan bij de titel van het coalitieakkoord, samen verantwoord verder. Want juist in tijden van crisis toont zich de ware kracht van een gemeenschap. Oh, wat poëtisch. Sorry. En de keuze binnen de perspectiefnota om de prioritering uit te laten gaan naar de thema's gezondheid, leefbaarheid en veiligheid en de pijler gezond samen leven, past hier mooi bij. Echter de keuze om fors te versoberen op de ambities voor bestaanszekerheid, het minimabeleid en kansrijk opgroeien baart ons zorgen. In een samenleving die streeft naar gelijke kansen en sociale rechtvaardigheid, is het onverstandig en zelfs risicovol om te bezuinigen op beleid dat gericht is op kansrijk opgroeien en bestaanszekerheid. Deze investeringen zijn geen kostenpost, maar fundamenten onder een gezonde, veerkrachtige en toekomstbestendige maatschappij. Over kansrijk opgroeien. Wanneer jongeren niet de juiste ondersteuning krijgen tijdens hun ontwikkeling ontstaan er op latere leeftijd vaak complexe problemen.
Denk aan schooluitval, werkloosheid, criminaliteit, verslaving, psychische klachten. De maatschappelijke onrust en kosten van deze problemen zijn vele maten groter en hoger dan de investering die nodig is om ze te voorkomen. En juist de jeugd kampt al met veel uitdagingen, zoals eenzaamheid, zorgen over hun toekomst, de ongelijke behandeling tussen mbo'ers en hbo en universitair opgeleiden en mogelijkheden tot het vinden van een woning. Over de bestaanszekerheid. Een samenleving
7/76
waarin mensen zich voortdurend zorgen moeten maken over hun inkomsten, hun huisvesting of voedselvoorziening is vatbaar voor spanningen, polarisatie en wantrouwen in instituties. Bestaanszekerheid biedt rust, vertrouwen en ruimte om bij te dragen aan de gemeenschap. Het is een investering in sociale cohesie en democratische stabiliteit. Bezuinigen op kansrijk opgroeien en bestaanszekerheid is kortzichtig beleid. Het leidt tot hogere kosten op langere termijn, vergroot maatschappelijke ongelijkheid en ondermijnt de veerkracht van onze samenleving. Investeren in jeugd en bestaanszekerheid is investeren in een toekomst waarin iedereen mee kan doen. En niet alleen verstandig, het is noodzakelijk. En voor de thema's kansrijk opgroeien en bestaanszekerheid sluit ik af met de laatste twee zinnen uit het coalitieakkoord. En dat is de paragraaf over de financiën. En ik citeer, een structureel sluitende begroting is een grote opgave en we zien onder ogen dat er moeilijke keuzes nodig zijn. Dit vereist keuzes waarbij we de inwoners met de laagste inkomens waar mogelijk willen ontzien. En dit is mogelijk, namelijk door onze inkomsten te verhogen.
En nu ik het coalitieakkoord toch in handen heb, blader ik ook even terug naar de paragraaf Lansingerland duurzaam, want daar wordt gesproken over de duurzaamheidslening die inwoners met een onvoldoende eigen middelen in staat stelt om hun woning te verduurzamen. GroenLinks vindt het belangrijk dat wij deze duurzaamheidslening voortzetten en deze niet sneuvelt in versobering en verschraling. Ook de energietransitie moet inclusief zijn. Het zal best een opgave worden voor het college en haar ambtelijk apparaat om tot een sluitende begroting te komen. Maar wij wensen dat onze inbreng wordt meegenomen bij het opstellen hiervan. Waarbij wij hen veel wijsheid en creativiteit willen wensen. En als inspiratie voor die creativiteit geven we nog het volgende mee. Verlaag de grondprijs om meer betaalbare woningen te genereren binnen Lansingerland. Niet de grondprijs waar de villa’s op gebouwd worden, maar wel daar waar de corporatiewoningen en betaalbare koopwoningen worden gebouwd. En ik had u nog drie antwoorden beloofd. Eén, GroenLinks stemt in met afwijken van de financiële verordening en vindt het prima dat er eenmalig een perspectiefnota is opgesteld in plaats van een kaderbrief.
Wij kunnen instemmen met de richting van de perspectiefnota indien onze inbreng over bestaanszekerheid, kansrijk opgroeien, voortzetten duurzaamheidsleningen, het verlagen van de grondprijs voor betaalbare woningen wordt meegenomen in de verdere uitwerking daarvan, uitgaande van het verhogen van de inkomsten. We kunnen ons vinden in de uitgangspunten voor de begroting met de aanvulling van de mogelijkheid om incidenteel een uitgave te doen vanuit de reserves, waarbij ik refereer naar de inbreng van mijn buurman. Dan sluit ik af met de zin, zeker in een gemeente als Lansingerland, waar het merendeel van de inwoners het goed heeft, mogen we ons sociale karakter niet uit het oog verliezen. Dank u wel. De voorzitter: Voordat u denkt dat u klaar bent, gaan we eerst nog even voor een interruptie naar de heer Duivesteijn. Gaat uw gang. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Het is toch fijn dat we van klein naar groot gaan. Dan lijkt het alsof we alles in stand kunnen houden. Dat is natuurlijk niet het geval. Gaan we voor vijf miljoen nu de algemene reserve inzetten? Is dat nu de boodschap van GroenLinks? Gaan we de OZB voor de helft verhogen? Wat is het concrete voorstel van GroenLinks om die vijf miljoen nu sluitend te maken? Wat geeft u mee aan het college? De voorzitter: Ik ga terug naar mevrouw van Splunter. Mevrouw Van Splunter: Dank u, voorzitter.
Wij geven mee de richting zoals zojuist het betoog is geweest. Er is nog veel onduidelijk. Wij hebben ieder jaar aan het eind van de rit toch meer over dan dat we dachten. En zolang wij de onduidelijkheden hebben, willen wij niet aan alle kanten in het sociale domein gaan versoberen, dan wel verschralen, dan wel gaan hakken, waarbij we
8/76
aan het einde van de rit eigenlijk tot de conclusie komen van, we hebben bezuinigingen doorgezet die niet nodig waren. Dus ik zeg niet dat we die vijf miljoen uit de reserves moeten halen. Maar ik zeg wel dat zolang we die onzekerheden hebben en we de mogelijkheid hebben voor het verhogen van onze inkomsten, we kritisch moeten kijken hoe dat gaat plaatsvinden. Dus nee, niet specifiek die totale vijf miljoen uit de begroting, maar wel eerder naar de inkomstenkant kijken dan de kwetsbare groepen in onze gemeente duperen. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga u er toch nog even op attenderen dat de duurzaamheidslening volgende week in de commissie op de agenda staat en bij de volgende raad ook aan de orde zal zijn. Dus in die zin wel de laatste raad voor de vakantie, maar dan neemt u daar vast een voorschot op. Wij gaan naar de volgende op de lijst en dat is de ChristenUnie. En ik kijk even, de heer Marcus waarschijnlijk. Gaat uw gang. De heer Markus: Voorzitter, dank u wel. Als een echte middenpartij ben je, als je nou bij groot of bij klein begint, altijd ergens in het midden aan de beurt. Dus dat is toch een beetje fijn dat er nog ergens een soort constante is in deze raad. Voorzitter, de perspectiefnota.
In eerdere besprekingen in de commissie Algemeen Bestuur hebben we aangegeven dat wij gaan voor een groen en duurzaam Lansingerland waar iedereen gezond samen kan leven en waar jong en oud mee kan doen. Vanuit dit perspectief, ons perspectief, hebben we gekeken naar deze perspectiefnota. En we kunnen ons in veel punten herkennen als het gaat over waardig ouder worden, gezond samen leven en leefbaarheid en veiligheid. Maar we zijn het op drie punten niet eens met het inhoudelijk kader wat geschetst wordt. En die willen we even benoemen. De allereerste, fors versoberen op bestaanszekerheid. Wat ons betreft zeker niet. We zijn een relatief rijke gemeente en dan past het niet om juist diegenen te raken die het al minder hebben. Echt een verkeerde en slechte keuze. En dit zeker omdat we weten dat juist het minimabeleid de kloof tussen arm en rijk kleiner kan maken. Dat juist dit beleid jongeren in arme gezinnen een gelijke kans geeft op goed onderwijs. Kortom, een slechte keuze waarvan de problemen ons later gaan inhalen en wat we zeker niet moeten doen. Dan het item fors versoberen op kansrijk opgroeien. We snappen heel goed dat ons jeugdbeleid onder druk staat, dat er forse overschrijdingen zijn. Maar ook voor deze versobering willen wij als ChristenUnie wel stevig waarschuwen. Dat raakt ons namelijk precies op de verkeerde plek.
Namelijk de plek wat een basis moet zijn voor gezonde jeugd in Lansingerland. We weten dat de wachtlijsten in de jeugdhulp recent weer zijn opgelopen. Na een periode waarin we juist een resultaat zagen waarin ze terugnamen als gevolg van investeringen en de toegang en inzet van consulenten. Dus geen moment om terug te schalen. Juist een moment om vasthouden aan wat werkt. We spreken daarom ook nadrukkelijk uit, bezuinig nog niet op uitvoerende jeugdhulp. Niet op jeugdconsulenten die dagelijks gezinnen begeleiden. Niet op het jongerenwerk dat preventief en dicht bij de jongeren aanwezig is. En niet op de jeugdcoach op school of praktijkondersteuners jeugd die in samenwerking met onderwijs en huisartsenhulp laagdrempelig en effectief hulp kunnen bieden. Hun bijdrage is bewezen en onmisbaar. Dat er op dit termijn keuzes gemaakt moeten worden, snappen wij. Maar kijk dan niet naar de uitvoering, maar naar de overhead. Kijk kritisch naar beleidscapaciteit, projectstructuur en overleglagen. Laat de middelen landen daar waar het verschil gemaakt wordt, in het directe preventieve contact met jongeren en hun ouders. Een derde punt waar we ons niet in kunnen vinden is het fors versoberen op vindingrijkheid en ondernemend. Waaronder ook duurzaamheid valt.
Met deze versoberingen halen we de doelstelling van ons duurzaamheidsbeleid in Lansingeland niet, zo werd aangegeven tijdens de presentatieavond. Oftewel, het CO2-neutraal zijn in 2050. Bedrijven en ook inwoners hebben de afgelopen jaren fors geïnvesteerd om aan dit doel te werken. Ook als gemeente hebben we hier ons beleid en actie op ingezet. Het lijkt ons dan ook een slechte keuze om de doel naar achteren te schuiven. Hiermee doen we onszelf, maar ook de bedrijven en inwoners
9/76
die al geïnvesteerd hebben, tekort. Kortom, in tegenstelling tot het college, geen versobering op het minimabeleid, ons duurzaamheidsbeleid en bezuinig bij jeugdhulp niet op de uitvoering. We wijken hier dus af van de perspectiefnota. En dan hoor ik al denken, dat is lekker makkelijk, al die miljoenen moeten we ergens anders zoeken. Twee reacties hierop. We hebben in ieder geval aangegeven wat ons inhoudelijk kader is wat wij vinden dat belangrijk is. Dat wil niet zeggen dat er binnen het sociaal domein of op andere vlakken bezuinigd kan worden, maar doe dat wel op een goede manier en kijk er ook bij naar de overhead. En de andere, en dat is door anderen partijen ook aangegeven, waarom maken we geen gebruik van de algemene reserve om een deel van het tekort wellicht hieruit te dekken. En laten we dit in de begroting goed tegen elkaar afwegen. En dit laatste ook in de wetenschap dat er elk jaar structureel geld over is. Of geld over is niet, dat er structureel meer geld over is. En het is toch altijd lastig uitleggen als je aan het eind van het jaar een paar miljoen overhoudt en je het toch bezuinigd hebt. Ik denk dat we hier best wel met elkaar wat creatiever mee om kunnen gaan. Vooralsnog kunnen wij met de overige punten uit de perspectiefnota akkoord gaan, maar we weten natuurlijk nooit wat het debat verder nog biedt. Dat krijg je als je ergens in de midden zit.
Dan nog even een oproep naar het college. De voorzitter: Voordat u de oproep gaat doen, ik heb een interruptie van de heer Bik. De heer Bik: Dank u wel, voorzitter. We hebben de afgelopen jaren, zoals u aangeeft, hebben we die tekorten gehad. Of in ieder geval aan het eind van het jaar bijvoorbeeld weer een aantal miljoenen extra gekregen. Maar waarom zou het dan dit jaar wel creatiever kunnen ten opzichte van de andere jaren? Want we hebben ook altijd geprobeerd om creatief te zijn. De voorzitter: Ik ga terug naar de heer Markus. De heer Markus: In de andere jaren was het nog mogelijk om zonder bezuinigingen die de punten raakten die we net benoemden, om de begroting sluitend te krijgen. Als het nou zou betekenen dat we wel maatregelen moeten nemen die bijvoorbeeld ons minimabeleid raken of de keuze om toch wat uit de algemene reserve te gebruiken, dan is onze keuze voor die laatste en gaan we zeker niet op het minimabeleid bezuinigen. Inderdaad, dan even nog de oproep. Dat is geen nieuwe, die hebben we andere jaren ook gedaan. Maar betrek bij de verdere uitwerking van eventuele bezuinigingen ook ons maatschappelijk middenveld en verenigingen en maak ook gebruik van hun kennis en creativiteit om te komen tot goede oplossingen.
En voor nu willen we in ieder geval het college, ons ambtelijke apparaat en de andere partijen veel wijsheid en Gods zegen toewensen bij het verder uitwerken van de perspectiefnota richting begroting. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Markus. Wij gaan naar de volgende partij en dat is D66. Mevrouw Den Heijer, gaat uw gang. Mevrouw Den Heijer: Dank u wel. Ook wij hebben als fractie natuurlijk stilgestaan bij de vraag van, wat voor gemeente willen we zijn. En daarmee kwamen we op de volgende hoofdzaken die even als input dienen voor hoe wij verder naar de perspectiefnota hebben gekeken. Wij willen een gemeente zijn die investeert om te kunnen blijven groeien en bloeien en daarmee ook toekomstbestendig is. We willen een gemeente zijn die de klimaatcrisis ook serieus neemt en er is voor jong en oud. We willen een gemeente zijn die niet alleen binnen de gemeentegrenzen kijkt, maar ook naar de regio. We willen initiatieven vanuit de samenleving ondersteunen en kritisch kijken naar eigen handelen en oplossingen zoeken met de samenleving in plaats van over de samenleving heen. En we willen betrouwbaar zijn als een partner van onze maatschappelijke
10/76
partners en één lijn uitzetten en die ook volgen. Vanuit die hoofdzaak hebben we verder naar de perspectiefnota gekeken en daarin hebben we een aantal concrete punten gehaald. En die ga ik gewoon even langs. Om maar gelijk met het meest beladen thema te beginnen, dat is de belastingverhoging of de lastenverhoging. Dat is natuurlijk nooit een leuke boodschap als we daaraan moeten beginnen. Maar wat ons betreft, en dat willen we wel gezegd hebben, is het moeten bezuinigen op maatschappelijke voorzieningen ook niet leuk. En is ook vaak kapitaalvernietiging. Denk aan het zwembad of die minder boa's of voorzieningen waar iedereen van profiteert. Dat soort dingen wegbezuinigen, daar kunnen we ook geen voorstander van zijn. Maar we zijn nog niet zo ver. Maar we zijn er wel van overtuigd dat het uitlegbaar is. En ook als we uit de participatiebijeenkomsten de verslagen lezen, zien we ook wel dat hier draagvlak voor zou kunnen zijn. Mensen zijn bereid om iets in te leveren voor het collectief belang. Maar ook daarbij het verzoek aan het college, als we daar zo ver komen, maak ook inzichtelijk wat het gevolg zou kunnen zijn van geen lastenverzwaring. Van een dicht zwembad tot minder boa's. En even naar de collega's van de PvdA toe, gelukkig bestaat er al een kwijtscheldingsregeling voor mensen met een kleine beurs, ook voor de OZB.
Dus u kunt daar nog even naar refereren volgende keer als u daarover heeft. Een ander punt, die uit de perspectiefnota is, die we even willen belichten, is dat wij achter het uitgangspunt staan dat we geen kleine bezuinigingsmaatregelen opnemen die raken aan sociale cohesie in onze gemeente. Het klinkt logisch, maar we noemen het toch maar even. Kijk bij bezuinigingen naar kostenbesparing over het hele domein en schrap niet arbitrair kleine posten die grote maatschappelijke waarden hebben. En we denken daarbij bijvoorbeeld aan die cultuursubsidies. Klein bedrag, maar grote impact. En zo kijken we ook naar duurzaamheid. En ik sluit daarbij aan bij de collega's van de ChristenUnie. We zien dat het college hier ruimte ziet om maximaal 11 procent te bezuinigen, voordat het minimum wordt behaald. Wij vinden dat een beetje lastig voor te stellen, want het minimum doen is ook de oorzaak dat we nu diep in deze klimaatcrisis zitten. Een ander punt is de jeugd. En zoals we in de commissie ook al aangeven, is het bieden van gelijke kansen voor jeugd, juist in een gemeente als Lansingerland, belangrijk. We hebben met elkaar al aan onze nieuwe burgemeester trots verteld hoe jong onze gemeente is en dat er zoveel moois te doen is. Dat willen we natuurlijk graag zo houden. En we willen gelijke kansen, ook voor preventie, maar ook voor jeugdzorg en voor veiligheid.
Lansingerland is een jonge gemeente en we vinden het belangrijk dat alle jongeren aangehaakt kunnen blijven. Als het aan ons ligt, als we zover komen, halen we dus liever een beetje middelen van de ouderen weg om te blijven investeren in onze jeugd. Een ander punt is, wat we ook vorig jaar al zeiden, kijk niet alleen naar minder doen, maar ook naar anders doen. Er zijn, zogezegd, meer wegen die naar Rome leiden. Probeer meer samen te werken met je buurgemeenten. Probeer sterk in die regio te staan. Zoals het invullen van verplichte, maar soms hele lastige vacatures. En zo kan je zoeken naar schaalvoordelen en ook diensten efficiënter leveren. Dan een ander punt, de algemene reserves. Ook dat is lastig, we hebben de discussie hier net gehoord, maar ook bespreekbaar. Maar we vinden het niet juist om structureel tekorten incidenteel te dekken. Het is gewoon een lastig dilemma. De inzet van algemene reserves kan, mits in zeer beperkte mate, en goed uitlegbaar. Wat ons betreft. Kortom, als je kijkt naar deze perspectiefnota, zien we veel van onze hoofdpunten terug. We zijn er tevreden over en we kunnen ons grotendeels hierin vinden. Er zijn dus een paar zorgen die we willen delen. Dat is die kansengelijkheid voor jongeren en de eventuele bezuinigingen op die duurzaamheid. En we vragen ons nog even af hoe we hiermee omgaan.
Is het nodig om hier een amendement voor in te dienen? Een motie? Of neemt het college deze punten mee naar de uitwerking richting de begroting? Dan onze laatste, even kijken. Een dringende oproep aan het college ook, maar misschien ook wel ons als raad. Blijf in contact met inwoners en met onze maatschappelijke partners. Hoe de begroting er ook precies komt uit te zien, dat weten we niet. Maar het zou uiteindelijk voor niemand echt een verrassing
11/76
moeten zijn. En we lezen ook wel dat het college in gesprek gaat met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dus dat lijkt ons echt uitstekend. Daarnaast ook de rol om voor… De voorzitter: Ik ga u toch even onderbreken. Ik dacht dat u wat langer adem zou halen, ik denk, dan kon ik u mooi. De heer Bik heeft een interruptie. De heer Bik: Dank u wel, voorzitter. Kan mevrouw Den Heijer iets meer duiden wat zij net bedoelde met de uitspraak, of het verband wat ze legde met meer naar jongeren en minder naar ouderen? De voorzitter: We gaan terug naar mevrouw Den Heijer. Gaat uw gang. Mevrouw Den Heijer: Wat ik bedoelde is, we vinden de jongeren belangrijk. We vinden nu dat er eigenlijk best wel veel op bezuinigd zou kunnen gaan worden. En we vinden, als je ergens geld vandaan moet halen, vinden we de balans belangrijk. Dus wat de jongeren krijgen en wat de ouderen krijgen. Dus daarin zouden we die schuif willen. Je krijgt natuurlijk altijd de opmerking, waar haal je dan het geld vandaan? Dan halen we daar het geld vandaan. De voorzitter: Ik neem aan dat u uw betoog nu… Oh wacht, ik zie al interruptie van de heer Van den Beukel. Gaat uw gang. De heer Van den Beukel: Voorzitter, op hetzelfde punt van het ouder worden. Ik hoorde u letterlijk zeggen, ik hoorde mevrouw Den Heijer letterlijk zeggen, haal het geld weg bij de ouderen.
Dat klonk nogal cru, zo heeft u het vast niet bedoeld, maar dat klonk cru, dus ik sloeg er wel op aan. Er zitten veel abstracte thema's in de perspectiefnota, voor een deel onvermijdelijk. Maar ik ben wel benieuwd of u concreet kunt benoemen op welk punt dan die ouderen moeten inleveren, wat D66 betreft. De voorzitter: Ik ga terug naar mevrouw Den Heijer. Mevrouw Den Heijer: Nee, zover zijn we nog niet. Dus ik kan geen concrete punten aanleveren. Maar het gaat ons om de balans. De voorzitter: Ik stel voor dat u voortgaat met uw betoog. Gaat uw gang. Mevrouw Den Heijer: En we denken ook dat het heel goed is dat het college de scenario's maakt, want we kunnen natuurlijk niet rekenen op allerlei duidelijkheid vanuit het Rijk, dus we moeten overal mee rekening houden. Dus onze slogan om mee af te sluiten is dan ook, prepare for the worst and hope for the best. Dank u wel. De voorzitter: Dank u voor deze goed Nederlandse slotzin. We gaan naar de VVD. Wie mag ik het woord geven? Ik zie dat de heer Van Santen. Gaat uw gang. De heer Van Santen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb de eer namens de VVD, de eerste keer en waarschijnlijk ook de laatste keer, maar ik ga proberen een onvergetelijke indruk achter te laten. Er worden drie besluiten gevraagd. Ten eerste, of we het eens zijn met het gebruik van de perspectiefnota.
Als we dat nou niet zouden vinden, dan wordt het wel heel lastig vanavond. Maar ja, dat is natuurlijk prima. En vervolgens, of we akkoord gaan met de nota en de uitgangspunten, dat komt zo dadelijk in mijn verhaal terug. Er zijn nog heel veel zaken onzeker en niet bekend. De heer Fortuyn zei het al in zijn inleiding. Dus ja, wij geven richting en kader
12/76
aan. De perspectiefnota die nu voor ligt, die is door het college is een variant gekozen dat niet onze voorkeursvariant is. Dat was wel duidelijk, denk ik, in de vorige commissievergadering. De VVD heeft juist haar voorkeur uitgesproken voor een variant van lage lasten voor onze inwoners, waarbij de voorzieningen naar een lager niveau gaan. Het is daarom moeilijk voor ons om deze nota geheel positief te beoordelen. Dat kunt u begrijpen. Voor de VVD staat prettig wonen en lage lasten voor onze inwoners voorop. Dat zijn onze uitgangspunten. En door deze bril kijken we dan ook naar de perspectiefnota. De voorzitter: Ik ga u al onderbreken, want er is een interruptie van de heer Azzouzi. Gaat uw gang. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Sorry dat ik gelijk… Prettig wonen triggert mij. Geldt dat voor alle inwoners? De voorzitter: Ik ga naar de heer Van Santen terug. Gaat uw gang. De heer Van Santen: Ja, daar sluiten we niemand in uit. Prettig wonen, dat betekent voor ons samengevat, veilig, schoon, heel, levendige dorpskernen en voldoende groene ruimte. En ondanks dat het college niet het voorkeursscenario van de VVD heeft gekozen, zijn we opgelucht dat een aantal belangrijke basiseisen overeind blijven. Inzake verkeersveiligheid zijn we nog niet geheel gerust, omdat er mogelijk op mobiliteit wordt bezuinigd.
En kan het college toezeggen dat als er bezuinigd wordt op de pijler mobiliteit, dat er geen bezuinigingen zullen zijn die de verkeersveiligheid negatief beïnvloeden. Dan het tweede stuk, naast prettig wonen hebben we het over lage lasten. Daar vinden we elkaar natuurlijk niet. Dat is duidelijk geen uitgangspunt voor dit college. We zien een mogelijke forse verhoging van de lokale belasting tot maar liefst 23 procent. Als het tekort natuurlijk meevalt, zal het wellicht lager zijn, maar zo staat het er nu. Extra wrang hierbij vinden wij dat het college zegt dat het financieel moeilijk is op dit moment. Maar toch kiest het college ervoor, ik heb er tot nu toe nog niemand anders over gehoord, om de ambtelijke formatie, net als in de voorgaande jaren, wederom fors uit te breiden. Met vijfentwintig tot dertig formatieplaatsen. En als je dan kijkt naar de afgelopen jaren dan is die formatie al bijzonder hard gestegen. Van 360 naar 560 formatieplaatsen. En als we dan kijken naar de uitgaven voor externe, dan is er helemaal een explosie geweest van zes naar achttien miljoen. VVD maakt hier duidelijk een andere keuze in. Kies voor de portemonnee van de burger. De formatie moet juist niet toenemen. Dat is heel apart als je tekorten hebt. VVD legt de rekening dus niet bij de burger en pleit voor begrotingsdiscipline.
We zien ons ook gesterkt door de observatie van de nieuwe accountant BDO die Lansingerland een financieel rapportcijfer geeft van een zes waar dat vorig jaar nog een acht was. Het college kiest voor de makkelijke weg van belastingverhoging in plaats van kritisch te kijken naar de overhead. Ik hoorde de heer Markus ook al over de overhead. Indirecte functies en het realiseren van meer efficiëntie. Door dit uitgangspunt nou juist wel mee te geven aan het college zijn we ervan overtuigd dat het college met een stevig kritische blik, creativiteit, maar ook vooral de wil het kan managen met de bestaande formatie. Vervullen van vacatures, een stuk of honderd of tachtig, is ook nog een kans om de bezetting op orde te krijgen. Wij weigeren te geloven dat er geen ruimte kan worden gevonden. Lansingerland is al veertig jaar een goede gemeente. Want dat is vaak het argument wat ik krijg van de heer Fortuyn, we zijn een goede gemeente. We zijn al veertig jaar een goede gemeente. Dus dat is niet nieuw. Maar colleges in het verleden lukten het zeer goed om de groei van de organisatie beheerst te doen. En niet zoals het nu gaat in dit tempo. Wij overwegen dan ook een amendement om bij de uitgangspunten de groei van de ambtelijke organisatie te verlagen.
13/76
De voorzitter: Ik ga u even onderbreken voor een interruptie van mevrouw Den Heijer. Mevrouw Den Heijer: Dank u wel. Ik vind het echt een heel goed punt van u. Dus deze vraag is ook meer om gewoon samen te zoeken. Want wij noemden dat natuurlijk ook al over creativiteit, samenwerking, efficiëntie. Maar heeft u concrete voorbeelden? Heeft u concrete voorbeelden gezien waar dat zou kunnen? De voorzitter: Ik ga terug naar de heer Van Santen. De heer Van Santen: Die vraag krijg je altijd als je dit zegt, dus daar was ik ook wel op voorbereid. Ik heb het nog geeneens over het wegbezuinigen of zo van formatie. Ik heb het over niet uitbreiden van formatie. En het invullen van vacatures. Dus dat lijkt me niet anders dan normaal. En als u mij gaat vragen op welke plekken. De afgelopen tweehonderd fte die erbij zijn gekomen, is ook nooit aan mij gevraagd, vindt u het goed dat die en die erbij komt? Dus dat laat ik aan het college. Ik ga niet op hun stoel zitten wat dat betreft. Ik doe meer de oproep van, kijk daar eens kritisch naar. Dat zou elke organisatie moeten doen in deze situatie. De voorzitter: Ik ga naar de heer Azzouzi voor een interruptie. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Ik wil de heer Van Santen vragen, die fte’s of die groei van de fte’s, die is gekoppeld aan taken die de gemeente gaat uitvoeren.
Kunt u benoemen welke taken worden dan niet meer gedaan om die fte groei niet in te zetten? De voorzitter: Ik ga terug naar de heer Van Santen. Gaat uw gang. De heer Van Santen: Niet alleen aan taken, mijnheer Azzouzi, ook aan de groei van het aantal inwoners. Dat is ongeveer een procent wat ik zo uitreken. We hebben het ook nog naar voren gehaald, de groei van het aantal inwoners. Het aantal ambtenaren groeit niet met 1 procent, maar met 5 procent. Dus je ziet dat we erop en erover gaan. En ook daar taken. Ik ga niet in op specifieke punten. Want dat is niet aan mij, dat is aan het college. De voorzitter: Ik ga toch nog even naar de heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Het verhaal klopt niet helemaal, want accepteert de VVD ook minder dienstverlening aan de inwoners? De voorzitter: Mijnheer Van Santen. De heer Van Santen: Dat accepteren we niet op alle fronten. Dus paspoorten moeten afgegeven. Zo snel gaat dat trouwens op dit moment ook niet. Maar dat moet gewoon blijven gebeuren. Maar als wij zeshonderd inwoners erbij krijgen, hebben we geen vijfentwintig mensen nodig om paspoorten uit te delen. Dus, weet u, wij geven een kader mee. En dat kader zou wat mij betreft zijn, geen groei van de ambtelijke organisatie. En ik kan me niet voorstellen dat de dienstverlening die we nu hebben ineens helemaal tot stilstand komt. De voorzitter: Ik ga voor een interruptie naar de heer Markus.
De heer Markus: Om het even scherp te krijgen, we hebben natuurlijk met elkaar in het verleden afgesproken dat, formatie volgt beleid. Dus als u beleid schrapt, dan schrap je wellicht ook formatie. Laat u dat uitgangspunt los en schrapt u, wilt u in die zin gewoon een soort norm
14/76
opleggen en dan zien we wel waar het schip strandt. Of bent u dan ook bereid om aan te geven welk beleid, ik snap dat dat nu nog niet kan, maar bij de begroting aan te geven welk beleid er dan niet uitgevoerd hoeft te worden om die groei niet mogelijk te maken. De voorzitter: Ik ga terug naar de heer Van Santen. Gaat uw gang. De heer Van Santen: We gaan sowieso minder uitgaven doen. Dus daar, als het goed is, zou dat dan tot een daling van de formatie moeten leiden. En niet tot een stijging. En wat ons betreft, op het moment dat er voorstellen zijn geweest in deze raad, waar wij onvoldoende met elkaar hebben kunnen vaststellen tot welke stijging dat heeft geleid, dan kan dat altijd nog eens een keertje terugkomen. Maar ik denk dat we met de huidige formatie dit makkelijk moeten aankunnen. Nu lukt het ook, dus waarom zouden we het, we bezuinigen niet op de ambtelijke formatie, laten het alleen maar niet stijgen. De voorzitter: Doet uw microfoon het. Gaat uw gang. De heer Van Santen: Want ja, we hebben de OZB als lasten, maar we hebben ook nog overige lasten. Kwam ook al even in de beeldvorming naar voren. In de perspectiefnota worden vele bezuinigingsopties genoemd die ook effect hebben op de bestedingen van onze inwoners. Bijvoorbeeld bezuiniging op sport en cultuur, waardoor de contributies van verenigingen worden verhoogd.
En tijdens de beeldvorming werd aangegeven dat dat effect nog niet inzichtelijk is. En we willen van de wethouder een toezegging om dit effect mee te nemen in het knoppenboek van de begroting, zodat de raad niet alleen schrapt in de gemeentebegroting, maar daarbij ook de lastendruk voor inwoners kan meewegen. Dan, tot slot, voorzitter, los van de beslissing van deze raad om de OZB al dan niet te verhogen, wil de VVD een voorstel doen voor de wijze waarop de OZB wordt vastgesteld. Wat wij namelijk niet begrijpen is het uitgangspunt om de OZB niet meer te corrigeren voor de waardestijging of -daling van de huizen. Mevrouw Van Olst begon er volgens mij ook al over. Dit uitgangspunt hanteren we al jaren, naar tevredenheid van de VVD. En als het college meent en de raad dat de OZB hoger moet, zoals u wel begrijpt heeft dat niet onze voorkeur, dan verhoogt het college toch gewoon het tarief. Dat is voor iedereen duidelijk, voor onze inwoners duidelijk. En het grote voordeel daarvan is, op het moment dat de huizen dalen, ook dat gebeurt namelijk weleens. We rekenen ons nu rijk met de stijging van de huizenprijzen, maar ze zullen ook wel weer eens dalen. Op dat moment is er gelijk een gat in de begroting en dan moeten we bezuinigen of wat dan ook. Plus het voelt misschien ook niet helemaal goed bij onze inwoners dat ze een soort van gestraft worden als hun huizenprijzen stijgen.
En zeker voor ouderen met kleine inkomens is dat misschien ook nog wel lastig. De voorzitter: Ik ga u even onderbreken voor een interruptie van de heer Markus. De heer Markus: Ik kan voor een groot deel volgen wat u zegt, maar andersom, wij worstelen ook een beetje met het uitgangspunt. Maar andersom, als je het koppelt, als de huizenprijs daalt, straf je inwoners ook voor het feit dat je hem vastzet. Dus andersom geldt die toch ook. Dus even, hoe kijkt u er tegenaan? De voorzitter: Mijnheer Van Santen. De heer Van Santen: Ik vind juist het huidige principe wat we al jaren hanteren, namelijk dat we altijd corrigeren voor een daling of een stijging. Daarmee blijft je aanslag feitelijk hetzelfde als je het tarief niet verandert. Ik denk dat dat een prima uitgangspunt is en goed verdedigbaar naar onze inwoners. Dus wij komen daarmee op een amendement. Dat amendement zal dus geen
15/76
effect hebben op de begroting. Het is puur het vaststellen van, hoe stijgt de OZB. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar het CDA. Mijnheer Van den Beukel. Gaat uw gang. De heer Van den Beukel: Voorzitter, als CDA Lansingerland trekken we de lijn door vanuit mei toen we hier ook over spraken. Toen zei ik namens mijn fractie, eerst de broekriem aanhalen en dan pas vragen om salarisverhoging. Daarom was dus ook onze zoektocht in de stukken de laatste weken, gaat het college, net als onze inwoners in deze dure tijden, de broekriem aanhalen? Voorzitter, ik zeg het maar ronduit. We zijn zwaar teleurgesteld over het eigenlijk nog steeds uitblijven van actie die werd beloofd in de begroting voor dit jaar. Ik citeerde toen, ik doe het nog een keer. Daarin staat, het onderzoek laat zien dat er voor 2026 huiswerk te doen is. Op het vlak van jeugd, participatie en Wmo. Daar gaat het college de komende maanden vol mee aan de slag voor de jaren ‘26 en verder. We bleken namelijk op dit terrein, voorzitter, fors meer uit te geven dan vergelijkbare gemeenten. Dat toonde die consultant aan die was ingehuurd. Dus er zouden besparingsmogelijkheden zijn. Dat stond in de begroting. Wat het onderzoek opleverde heb ik in mei gevraagd en er kwam toen geen antwoord uit. Wethouder Fortuyn verwees naar zijn collega's en die had eigenlijk geen antwoord.
Inmiddels weten we wat het antwoord is, van het onderzoek. Tenminste, ik lees cijfers in de perspectiefnota. Op het vlak van jeugd, plus 2,4 miljoen. Vlak van Wmo, plus 2 ton. Vlak van participatie, plus 4 ton. Dat is wel bijzonder, in plaats van een bezuiniging of een besparing, een forse lastenverhoging. De dringende vraag nu dus nogmaals aan wethouder Fortuyn van Financiën en Hoek van Jeugd en de collega's van Wmo en Participatie, hoe zit het nu? Heeft u bij nader inzien in de begroting eigenlijk een verkeerde melding gedaan? Had de consultant zijn werk niet gedaan? Of komt er nog iets? Ander punt voorzitter, de autonome ontwikkelingen. Heel mooi dat het aandeel steden, waar we ook preferente aandelen hebben gekocht, meer oplevert, vier ton. Laten we ook even wat dat betreft de positieve punten uit deze stukken halen. Ook wel jammer trouwens, dat de verblijfsbelasting, we hebben daar vorig jaar lang over gepraat, eigenlijk een half miljoen minder oplevert dan we hadden gedacht. Dat is wel zonde, een misrekening. Maar goed, dat zij dan nu even zo. Kunnen we niet heel veel aan veranderen op dit moment. Waar we wel kunnen kiezen in dat lijstje van die autonome ontwikkelingen is bij de indexaties van de gemeenschappelijke regeling jeugd. Daar gaat meer dan 5 procent bij, staat in de stukken. En voorzitter, dat is best wel moeilijk uit te leggen.
Andere gemeenschappelijke regelingen, we hebben het daar donderdag over, daar gaat niks bij. Bijvoorbeeld recreatieschap Rottemeren. Niks, geen inflatiecorrectie. Hup, opeten die inflatiecorrectie en besparen. De GRJR, 5,2 procent. Voorzitter, de VVD stelde daar vragen over, goede technische vragen. Die antwoorden waren helder. We hebben daar gewoon een beleidskeuze te maken als gemeente. Het lijkt ons wijs, en ik hoor ook graag van andere fracties, om dat dus niet te accorderen, die 5,2 procent, omdat er geen onderbouwing van is. Anders dan een circulaire van gemeentesecretarissen, maar geen inhoudelijke onderbouwing vanuit de gemeenschappelijke regeling. Graag reactie daarop ook van het college. Verder aan de besparingenkant, voorzitter. Met deze knoppen, die soms wat moeilijk te volgen zijn, omdat eigenlijk de termen niet aansluiten bij de programmabegroting, is eigenlijk mijn vraag aan het college, kunnen we er nu vanuit gaan dat alle franje wordt weggesneden? Ik heb daar eerder voorbeelden van genoemd, de servicebusjes, de sportboxen, het gratis OV, de peperdure participatie. Wordt daar nu echt op bespaard? Dat is niet herleidbaar in de stukken, maar dat is wel onze verwachting, ook onze hoop, voordat wij eventueel bereid zouden zijn de OZB te verhogen. En als we daarvan overtuigd zijn, prima, dan valt er met het CDA te praten.