CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV25.0045] Verslag Commissie Ruimte d.d. 6 mei 2025

Commissie Ruimte 24 juni 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering23.036 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG Commissie Ruimte

Datum vergadering

: 6 mei 2025

BV25.0045 Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Machiel Crielaard, Jean-Paul Meuldijk WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Bianca Boonstra, Paul Zantman CDA : Rita Leijendekker, Charles van Harn, Michiel Krieger VVD : Ivo de Graaf, Christiaan Toussaint, Vincent Jumelet D66 : Ineke den Heijer, Arjen van Berkel CU : Arjen Hofman GroenLinks : Marko Ruijtenberg, Manon van Splunter PvdA : Nanno Scheringa, Valmir Xhemaili, Hamid Azzouzi Burgemeester Wethouders

: : Simon Fortuyn, Michiel Muis, Titia Cnossen

Voorzitter Commissiegriffier

: Nelleke Bouman : Karin Koemans

Afwezig Leefbaar 3B : Roy Diepeveen PvdA : Hamid Azzouzi VOOR Lansingerland : Petrine van Olst

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren. Dames en heren, vooral de heren, het is acht uur en welkom mede namens de commissiegriffier, de commissieleden, het college aan de linkerzijde. Ik ben nog in stille afwachting van nog een wethouder. De ambtenaren op de tribune, we hebben vanavond een inspreker, andere belangstellenden op de tribune en degene die via de webcast deze vergaderingen gaan volgen. Even kijken, dat mededelingen heb ik verder niet. 2. Inspreker(s) De voorzitter: We hebben vanavond één inspreker, de heer De Gelder die heeft zich aangemeld als inspreker. Hij spreekt over het bespreekpunt behoud bomen, het project HOF Berkel. Dit punt staat op de agenda. Ik nodig de heer De Gelder uit om naar voren te komen. U heeft een inspreektekst, die hebben wij niet ontvangen geloof ik. En u krijgt van mij vijf minuten de gelegenheid. Mijnheer De Gelder, gaat uw gang. Inspreker: Van de commissie Ruimte en andere aanwezigen. Mijn naam is Peter de Gelder en ik woon aan de Noordeindseweg en ons woonperceel grenst aan het gebied van bouwproject HOF Berkel. Met dit inspreken wil ik mede namens een aantal andere bewoners

1/40

van de Noordeindseweg onze teleurstelling delen met u over het verloop van het proces tot het behoud van de boom aan de Noordeindsewegzijde bij het bouwproject HOF Berkel. Bij aanvang van het project hebben we als bewoners contact gezocht met de verantwoordelijke instanties om gezamenlijk te kijken naar de mogelijkheid tot behoud van de bomenrij. De gemeente en projectontwikkelaar hebben in alles de indruk gewekt hier aan mee te werken. Het is dan ook teleurstellend dat, nu het project gaat starten, op juridische gronden wij als bestaande bewoners met een kluitje in het riet worden gestuurd. De gemeente en projectontwikkelaar verschuilen zich achter het punt dat het eigenaarschap van de bomen een probleem is om daadwerkelijk het behoud te kunnen garanderen. Dat men zich nu wil inspannen door in overleg te gaan met de nieuwe eigenaren om achteraf te kijken of er medewerking is tot het behoud van de bomen.

Eén, hoe kan de gemeente in haar plannen zaken opnemen, zoals in dit geval bomen, waar men zelf geen eigenaar van is? Waarom hebben de gemeente en projectontwikkelaar het punt van eigenaarschap niet direct bij aanvang van de gesprekken aan ons kenbaar gemaakt? Waarom is de gemeente niet bij aanvang van de ontwikkeling van het project met de toenmalige eigenaar in gesprek gegaan? Waarom is aan de bestaande bewoners van de Noordeindseweg de indruk gegeven dat het behoud geregeld werd in de plannen in plaats van ons te wijzen op het probleem van het eigenaarschap? Samengevat, wij zijn door de gemeente en projectontwikkelaar in de wijze van aanpak naar ons beeld niet eerlijk behandeld. De reden die nu wordt aangevoerd waarom het een probleem is het behoud van de bomen te garanderen was ook in aanvang al bekend. Het feit dat de onbekendheid over bestaande gemeenteregelingen bij de gemeenteambtenaren mede moet leiden tot deze situatie is voor ons zeer teleurstellend. We willen de fracties van Leefbaar 3B en ChristenUnie bedanken voor hun inzet om dit punt alsnog onder de aandacht van de gemeenteraad en commissie Ruimte te brengen. En we zijn benieuwd naar de zelfreflectie van de wethouder en verantwoordelijke ambtenaren op het doorlopen proces. Bedankt voor uw aandacht namens de bewoners aan de Noordeindseweg bij het project HOF Berkel.

De voorzitter: Mijnheer De Gelder, blijft u even staan? Misschien komt er nog een vraag. Even kijken, linksom. Ja, mijnheer Van Berkel. De heer Van Berkel: Dank voor uw heldere betoog. Ik heb nog een kleine vraag. Ik neem aan dat u deze punten ook al aan de gemeente zelf heeft teruggegeven. Is daar een reactie op gekomen? Inspreker: Wij, wat ik al zei, wij hebben in het begin van de start hebben wij contact gezocht met de wethouder en ook de projectontwikkelaar. En toen was alles, we gaan in plannen, we gaan in plannen, we gaan het doen. En eigenlijk tijdens het project hebben we met iedereen continu contact gehouden van, jongens, let op dat het goed geregeld wordt. En op het moment dat de eerste huizen verkocht werden, werd ons duidelijk dat er eigenlijk op geen enkele manier, ook in juridische contracten, geen enkele behoud van de bomen is gegarandeerd. Waarbij we in gesprekken op een gegeven moment bleek dat in Berkel, en dat snap ik, er geen kapvergunning voor privégrond is. Die bomen staan straks op de privégrond van de kopers of van de Vereniging van Eigenaren en die zijn dan vrij om te doen wat ze willen. En we zullen natuurlijk af moeten wachten, dat snappen wij ook. Alleen we hadden in de hoop van de plannen dat dat nu al gewoon gegarandeerd was, tot uiteraard een boom omgaat of wat dan ook, maar dat we niet nu in een onzekere situatie zitten.

En de antwoorden van de gemeente die we kregen toen we dit erachter kwamen, dat werd vooral op het eigenaarschap gegooid. We kunnen niks. Daarom geef ik ook aan, had dat dan gelijk gezegd, dan hadden wij op dat moment met de eigenaar in gesprek kunnen gaan.

2/40

De voorzitter: Eens even kijken, wie nog meer? Aan de linkerzijde, aan de rechterzijde? Nee, niemand. Mijnheer De Gelder, dank. U hoort het straks. Inspreker: U ook bedankt. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering De voorzitter: Eens even kijken. We gaan naar het vaststellen van het verslag, punt 3. Er zijn geen opmerkingen gekomen, dus het verslag kan ongewijzigd worden vastgesteld. Akkoord? Ja. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen. De agenda, die heeft u allemaal gezien, die ligt voor. Ik zie verder dus… De microfoon van de inspreker, die moet even uit. Ja. De agenda, die is denk ik wel zodanig. Er is één rondvraag binnengekomen en ik heb het verzoek gekregen om de rondvraag naar voren te halen. De wethouder heeft me daar om verzocht en ik denk dat dat wel met uw toestemming zou kunnen. Dan kan de wethouder om moverende redenen even eerder weg. Mijnheer Van Harn, u heeft de rondvraag ingediend en aan u. De heer Van Harn: En die mag ik nu voorlezen? De voorzitter: Ja, die mag u nu voorlezen. De heer Van Harn: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het gaat over de bestuursovereenkomst ruimtelijke ontwikkeling Lansingerland. En in artikel 11 van dat document stond, partijen zijn overeengekomen dat de locatie Lange Vaart niet verder wordt ontwikkeld voor woningbouw tot april 2025.

Of, zoveel eerder als duidelijk is dat 36 hectare netto voor HMC-bedrijvigheid elders planologisch gerealiseerd kan worden. En daarom de volgende vraag. We begrijpen uit de wandelgangen dat de woningbouwontwikkeling op de Lange Vaart weer is opgepakt. En dan nu de vraag. Kunt u, wethouder, aangeven of de 36 hectare voor bedrijvigheid elders planologisch is gevonden? Zo ja, dan verzoeken wij u de uitkomst van het onderzoek daarvan met de raad of de commissie te delen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef het woord aan de wethouder, mevrouw Cnossen. Mevrouw Cnossen: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor de vragen richting de CDAfractie. Correct, mijnheer Van Harn, dat de locatie Lange Vaart inderdaad verder in het proces is gegaan conform de afspraak met de provincie. Wij hadden in dat gesprek inderdaad besproken een half jaar on hold om te kijken of wij voldoende hectares konden vinden voor die hoge milieucategorie, die HMC. Die tijd was voorbij en als het goed is, is vandaag de brief naar de raad gegaan dat het concept omgevingsplan conform de afspraak is vastgesteld door het college en morgen ter inzage wordt gelegd. Dus die raadsinformatiebrief die is onderweg. En u vroeg naar die 36 hectare bedrijvigheid. Daar is ook aan gewerkt en dat plan ligt op dit moment bij de provincie. Gedeputeerde Staten wil daarover vergaderen.

En de locatie Lange Vaart is hierin correct niet in opgenomen, maar blijft woningbouwlocatie. En de bedoeling is om u op een later moment te informeren over

3/40

die locaties van de 36 hectare, waar we de planologische mogelijkheden zien om die gemaakte afspraken over die bedrijventerreinen waar te maken. En uiteraard, als wij dat met u gedeeld hebben, worden voor die locaties de normale planologische procedures doorlopen. Een vaststelling van een omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Dat was het antwoord. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Dank, wethouder, voor dit antwoord. U gebruikt de woorden, op een later moment. Kunt u daar wat meer precies in zijn misschien? De voorzitter: Mevrouw Cnossen. Mevrouw Cnossen: Dank. Het latere moment zal in mijn beleving eind mei zitten. Want het college van Gedeputeerde Staten, wat zei die, die hebben deze week nog reces, wilde het volgende week op hun agenda zetten. En daarna lijkt het het college een goed moment om daar ook mee verder naar u toe te gaan. De voorzitter: Dank aan de beiden. 5. Bespreekpunten 5.a Geschepte verwachtingen voor behoud bomen Klein Berkeloo (Leefbaar 3B) De voorzitter: Wij gaan over naar punt 5. We hebben op de agenda drie bespreekpunten. Eén bespreekpunt uit de commissie en twee op verzoek van het college. En het college wil graag de mening van de commissie horen. We starten met het bespreekpunt waarover ook net is ingesproken. Dat gaat over de geschepte verwachtingen voor behoud bomen Klein Berkeloo.

Het bespreekpunt is ingediend door de heer Crielaard van Leefbaar 3B. Het gaat over het behoud van de bomen bij de woningbouwontwikkeling Klein Berkeloo. Deze naam is in 2023 gewijzigd in HOF Berkel en Rodenrijs. In 2024 is de omgevingsvergunning voor de bouw van woningen verleend, zodat met de bouw gestart kan worden. Ik ga verder en het woord is nu aan de heer Crielaard. Mijnheer Crielaard. Eerste termijn De heer Crielaard: Dank u wel, voorzitter. In juni 2022 hebben we met elkaar gesproken over de nota van uitgangspunten voor de woningbouwontwikkeling bij HOF Berkel. En ik wil allereerst in herinnering brengen dat ook toen bij de commissiebehandeling inwoners hebben ingesproken. En dat zij ons ook toen duidelijk maakten hoe waardevol de bomen voor hen aan de kant van Noordeindseweg zijn voor hun leefgenot. We hebben in de raad toen ook, unaniem zeg ik er maar bij, een amendement aangenomen om behoud van zoveel mogelijk van deze bomen expliciet op te nemen in de nota van uitgangspunten en om daarmee de zorgen die leefden bij omwonenden goed te ondervangen. Wat Leefbaar 3B betreft is het daarom pijnlijk om te moeten constateren dat door gebrek aan juridische borging de zorgen van inwoners onvoldoende zijn weggenomen. En dat is de reden dat onze fractie dit vanavond heeft geagendeerd.

Niet om elkaar of om het college vliegen af te vangen, maar om te kijken welke lessen we kunnen trekken. Hoe we zorgen van omwonenden goed kunnen ondervangen. En om als gemeentebestuur samen zorg te dragen voor goede processen waarin inwoners zich gehoord voelen. Ik ben daarom benieuwd hoe de

4/40

collega-commissieleden en ook het college terugkijken op dit proces. Dus waar dit bespreekpunt vanavond in essentie op neerkomt, voorzitter, is dat je denkt iets te regelen middels een amendement, maar in werkelijkheid blijkt het toch weerbarstiger. Naast reflectie op dit proces hoop ik dan ook vooral om te bereiken dat bewoners het vertrouwen krijgen dat dit gemeentebestuur er alles aan gaat doen om de zorgen in dit dossier weg te nemen. Tot zover mijn bijdrage in eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik vervolgens het woord geven? Ik zie al het één en ander komen. Mijnheer Zantman, gaat uw gang. De heer Zantman: Dank u wel, voorzitter. Klein Berkeloo was destijds het eerste onderwerp in deze commissie dat ik mocht behandelen. En ik weet toen ook nog heel goed dat de insprekers toen zo lekker constructief in de wedstrijd zaten. Dat deed ons toen veel deugd. Dat is later nog een aantal keren ook aangehaald als zijnde schoolvoorbeeld van hoe een participatieproject zou moeten verlopen. Ik wil collega Crielaard dan ook bedanken voor het agenderen van dit bespreekpunt. En ook de inspreker, uiteraard. Zeker daar waar het gaat om het vertrouwen van burgers in een dergelijk proces. Mijn fractie snapt dat het juridisch achteraf lastig te borgen is om al deze bomen te behouden en/of op de groene kaart te zetten. Echter moeten we hier wel lering uit trekken.

Om antwoord op de vragen te geven, wij vinden dat de verwachtingen richting de omwonenden niet geheel zijn waargemaakt. We kunnen immers niet van onze burgers verwachten dat ze bekend zijn met alle juridische procedures en/of regelgeving. De communicatie had dus zeker beter en transparanter gekund. Maar achterom kijken heeft alleen zin als we hier wat van opsteken. Ik hoor dan ook graag van de wethouder of het college wellicht zelf een idee heeft hoe we dit in het vervolg beter kunnen doen. We moeten in ieder geval in de toekomst het lot van dit soort zaken uit handen van de ontwikkelaar houden. Daar deze vaak, logischerwijs, tegenstrijdige belang heeft. We zien liever dat constructiviteit van burgers wordt beloond in plaats van dat ze nu zoals nu worden teleurgesteld. Dat was het voor nu. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Leijendekker. Mevrouw Leijendekker: Dank u, voorzitter. En ook dank aan Leefbaar 3B voor het bespreekpunt. Als CDA-fractie delen we de teleurstelling van de fractie van Leefbaar 3B ten aanzien van de uitvoering van dit amendement. Wij begrijpen eigenlijk niet waarom het college niet meer recht heeft gedaan aan de inspanningsverplichting die in het amendement zat. Als je een inspanningsverplichting verwacht je ook maximale inspanning. Ook als het gaat om het behoud van bomen.

Die inspanning komt ook overeen met ons beleid, zoals neergelegd in de groenstructuur Lansingerland van 2016 tot 2026. Daarin staat heel erg ten aanzien van bestaande en gewenste boomstructuren, bomen zijn belangrijk voor mensen en dieren. Waar wij van harte achter staan. Hetzelfde uitgangspunt komt ook weer terug in de ontwerp omgevingsvisie. Zo'n amendement tot het zoveel mogelijk behouden van bomen lijkt dus tot nu toe, ook in dit geval, niet effectief gerealiseerd. Dat doet ons als fractie ook hier twijfelen aan de inzet van het college ten aanzien van het behoud van de bomen. Dat zeg ik toch met een zekere teleurstelling. We hebben gelukkig nog wat trajecten te gaan. Lies Frankenweg, we hebben ook nog trajecten om eventueel weer bomen terug te krijgen aan de Zuidersingel. Wij verwachten denk ik toch nog meer inspanning van het college op dit punt. Eigenlijk is het beleid gewoon heel mooi. Echt eigenlijk heel mooi. Maar hoe garanderen we dus als raad dat die uitgangspunten nu daadwerkelijk worden vertaald in de praktijk en we niet achter de feiten blijven aanlopen? Ik weet het eigenlijk niet helemaal

5/40

precies op dit moment. Ik hoop dat de collega's, maar ook het college, wel een oplossing zien. Dank u wel. De voorzitter: Even kijken, mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Tijdens de inspraak net viel het woord zelfreflectie. En ik denk dat dat ook voor ons als raad geldt. Kijk, in mijn optiek is het zo, dat op het moment dat wij een nota van uitgangspunten vaststellen in dit huis, hebben wij een behoorlijk sterk instrument in handen. Namelijk een instrument waarbij we een signaal afgeven naar zowel het college als de ontwikkelaar, dat bij het uitwerken en het realiseren van de plannen er rekening gehouden moet worden met behoud van de bomen op dat moment. En dat is een vrij sterk instrument, want dat betekent ook dat als hier een bestemmingsplan ter tafel komt, wat daar niet in voorziet, dat als daar een huis geplot is op de plek waar de bomen staan, hebben wij voldoende titel volgens mij als raad om dat bestemmingsplan naar de prullenbak te verwijzen en het huiswerk opnieuw mee te geven aan de ontwikkelaar. Dus in die zin is de nota van uitgangspunten best wel een sterk instrument. Het garandeert niet het behoud van de bomen tot in lengte van jaren op die locatie.

Dus ik denk dat wij kritisch naar onszelf moeten zijn en wellicht moeten vaststellen dat we ons hebben bediend van een verkeerd instrument voor het doel wat we met elkaar als raad nastreven op dat moment. Dat zegt natuurlijk niks over hoe wij er nu als raad naar kijken. Ik kan me best voorstellen, als wij als raad vaststellen dat het behoud van de bomen naar de toekomst toe gegarandeerd moet worden, dat wij ons gaan bedienen van andere instrumenten en kijken of wij met de groene kaart of een motie of iets dergelijks alsnog iets in gang kunnen zetten. Maar dat is denk ik aan ons als raad om daar initiatief toe te nemen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Van Berkel. De heer Van Berkel: Dank, voorzitter. Ook dank voor dit interessante bespreekpunt, maar helaas wel met een hele vervelende uitkomst, zoals de inspreker goed heeft verwoord. Want we lezen inderdaad in de beantwoording dat het behoud van de bomen juridisch niet kan worden geborgd. En daarom beginnen we eigenlijk wel met de vraag aan het college. Want is dit nou de beoogde deregulering van de bomenverordening? Want daar wordt steeds naar verwezen.

Zijn we nou door die deregulering vanuit die verordening in deze situatie gekomen? Is dat nou, zal ik maar zeggen, ook het beoogde effect geweest? Niet zozeer in deze concrete situatie, maar hadden we dit kunnen voorzien? We lezen ook in de beantwoording, in de technische vragen, dat er maar drie of vier knotwilgen worden gekapt en dat deze ruimschoots worden gecompenseerd. Dus wat is nou de feitelijke situatie? Gaat er gecompenseerd worden? Kan het college daar iets over zeggen? En we snappen wel dat er verwachtingen zijn gewekt, ook bij ons als raad. Over de manier waarop het college heeft geïnformeerd, daar kan ik nog niet heel stevig over oordelen. Want we moeten de uitkomsten van de gesprekken ook met de toekomstige VvE ook nog afwachten. Maar die deregulering die zit ons wel een beetje als een graat in de keel. Want we hebben ook even de behandeling van de bodemverordening uit 2018 teruggelezen. We zagen toen helemaal niet dat deze discussie heeft plaatsgehad. Dus we vragen ons wel af, heeft het college deze verordening geëvalueerd? Gaat ze dat nog doen aan de hand van deze situatie? Want dan weten wij ook als raad of deze verordening goed aansluit bij wat we toen hebben beoogd. Dat waren even mijn vragen. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg.

6/40

De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb heel veel woorden gehoord hier over teleurstelling en we hadden het anders moeten doen en zelfreflectie. En ik wil de mensen hier aanwezig graag even meenemen naar 29 november 2018. De heer Van Berkel had het er al even over. Toen hebben wij de bomenverordening hebben wij besproken. In die bomenverordening daar heeft GroenLinks, ik zelf toen nog, heeft toen een amendement ingediend om daarin aan te geven dat er een extra artikel moest komen in die boom, in die verordening en dat had te maken met een kapvergunning. Kapvergunning voor bomen in privébezit. Voor het kappen van bomen op particulier terrein binnen de bebouwde kom met een stamomtrek van tenminste 100 centimeter op 130 centimeter boven maaiveld is een kapvergunning vereist. Behalve D66, die hebben toen meegestemd, maar alle overige partijen hebben toen daar tegen gestemd, tegen dat amendement, omdat het toenmalige college ons had gezegd, dit amendement is overbodig. Want namelijk kapvergunningen worden eigenlijk in de regel altijd gewoon afgegeven. Dus je doet er niks meer mee dan wat je eigenlijk al hebt. Nu, het is weliswaar zesenhalf jaar later, maar nu blijkt inderdaad dat die deregulering doorgeschoten is en dat we nu een onbedoeld effect hebben wat we eigenlijk toen niet wilden.

En wat alleen GroenLinks en D66 toen destijds waarschijnlijk gezien hebben van, hou hier rekening mee dat je voor situaties kan voorkomen die je liever niet wilt hebben. Helaas, we hebben gelijk gekregen. Want nu staan we voor een voldongen feit dat we weliswaar een nota van uitgangspunt hebben die hartstikke goed is, maar dat deze bomen waarschijnlijk toch tegen de vlakte gaan. En dat hadden wij zelf kunnen voorkomen. Dus iedereen die zegt zelfreflectie en teleurstelling, ga zesenhalf jaar terug in de tijd. Ga dan kijken hoe jullie toen als partijen gestemd hebben en ga die met die zelfreflectie hopelijk voor in de nieuwe termijn iets anders doen. Want dat is de enige manier hoe iets gedaan. Het college, ik heb er vertrouwen erin dat ze echt wel willen doen wat ze kunnen doen, maar ook het college is met handen en voeten gebonden aan regels, waar ze niks anders mee kunnen op dit moment dan dat het is. Voor de inwoners en voor de insprekers, ik begrijp hun teleurstelling als geen ander, want ik heb al heel vaak aangegeven dat bomen zijn ontzettend goed, niet alleen voor de bewoners, maar voor de hele biodiversiteit, voor de energietransitie, voor de klimaatadaptatie, voor allerlei andere dingen.

Ik heb daar heel vaak over gesproken, maar helaas zijn we nu op een punt dat deze waarschijnlijk toch gaan kappen en dat hebben we allemaal aan ons, nou ja, behalve D66 en GroenLinks, aan onszelf te wijten en naar het college nu wijzen is in dat geval niet helemaal juist. Dank u wel. De voorzitter: Een interruptie van de heer Crielaard, denk ik. Mijnheer Crielaard. De heer Crielaard: Ik ben dan toch benieuwd hoe de heer Ruijtenberg kijkt naar het antwoord op vraag acht van de bijgevoegde raadsvragen, waarin ook wordt ingegaan op van, moet die boomverordening al dan niet aangepast worden. En daar wordt aangegeven van, met de huidige deregulering en de huidige bomenverordening is er al de mogelijkheid om het op te nemen op de groene kaart om het die beschermstatus te geven. Dus we kunnen ook gewoon de vraag stellen van, waarom is dat niet gebeurd met de eigenaren die er op dat moment waren niet, waarom is dat niet voor de verkoop geregeld. Dus u heeft het over, de bomenverordening moet aangepast worden. Ik vraag me af, is dat echt nodig, ook met de kennis van wat er in de antwoorden staat op de raadsvragen. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg.

7/40

De heer Ruijtenberg: Sorry, ik moest even wachten. Mijn excuus. Daar kan ik een tweeledig antwoord op geven. Ten eerste, ja, ons inziens moet de bomenverordening aangepast worden. Die regel die we zesenhalf jaar geleden voorgesteld hebben, moet we wat ons betreft weer terug. En ten tweede, u zit in het college, niet ik. Vraag het uw eigen wethouder, uw eigen college of het aangepast kan worden. Lijkt me korter. De voorzitter: We gaan even verder. Mevrouw Leijendekker, heeft u ook een vraag? Gaat uw gang. Mevrouw Leijendekker: Ik begrijp wat u zegt. U geeft ook aan dat het eigenlijk te wijten is aan het niet ondersteunen van het amendement destijds. Maar als wij met elkaar een amendement aannemen waar we het college een inspanningsverplichting opleggen om te kijken hoe de bomen behouden kunnen worden, dan zijn er toch ook nog andere instrumenten dan alleen die verordening. Bijvoorbeeld een overeenkomst met een projectontwikkelaar of dergelijke. Ziet u dat niet als mogelijk instrument? De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ja hoor, maar een overeenkomst kun je niet afdwingen. Daar moeten twee partijen moeten daar allebei iets voor vinden. Dus dat bemoeilijkt het. En als je iets aanneemt in een verordening sta je gewoon juridisch veel sterker.

En over de inspanningsverplichting, we hebben een ander dossier hier, gaat iets met wind en dat soort dingen, daar staat ook iets van een inspanningsverplichting in. En daar hoor ik alle partijen hoor ik altijd roepen, inspanningsverplichting, we hebben eraan voldaan. We doen eigenlijk niks, want we hebben al genoeg gedaan. Die woorden en die instelling krijg je nu ook gewoon keihard terug. De voorzitter: Even kijken, mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik wil de indiener van dit bespreekpunt, de heer Crielaard, bedanken en ook de inspreker uiteraard. En eigenlijk kan ik heel ver meegaan op bijna alles wat de heer Ruijtenberg zegt. Echter, we hebben toentertijd 2018 niet meegetekend. Bij nader inzien hadden we dat wel moeten doen. Dus ik steek mijn hand in eigen boezem daarin. Om gelijk antwoord te geven op de vragen die worden gesteld. Vindt de commissie dat de verwachtingen die richting de omwonenden zijn gewekt met amendementen in de nota van uitgangspunten voldoende zijn waargemaakt? Antwoord, ja en nee. Je kan zeggen dat bepaalde verwachtingen zijn geschept. Maar bij nader inzien had er ook een betere toelichting kunnen komen, kunnen worden gegeven. Echter, in de nota van uitgangspunten staat het volgende, zoveel mogelijk bomen aan de kant van de Noordeindseweg, terrein van ontwikkelaar, worden behouden.

Hier hadden we op zich wel wat scherper in kunnen zijn als raad. Ik ga gelijk door naar vraag drie. Vinden wij dat het college in dit proces voldoende transparant is geweest over de beperkte mogelijkheden tot juridische borging? Ja en nee. Natuurlijk had het college meer duiding kunnen geven over de mogelijkheden en onmogelijkheden. Echter, wat de heer Ruijtenberg net ook zei, we zijn er allemaal zelf bij geweest. Dus ook wij moesten daarin scherper zijn om daarin de transparantie te bieden en wat wel en niet mogelijk is. De voorzitter: Mijnheer Xhemaili, een interruptie van de heer Crielaard.

8/40

De heer Crielaard: Even terug naar het eerste punt van de heer Xhemaili. Ik ben dan benieuwd van als het amendement scherper kon zijn, wat dan concreet hetgeen was in het amendement wat naar uw mening niet goed of scherp genoeg verwoord was. De voorzitter: Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Mijn antwoord ging voornamelijk op de nota van uitgangspunten waarin staat hoe wij daarmee omgaan. En daar staat wel in hoe de bomen worden gered of niet gered. En daar hadden we scherper in moeten zijn. Ook ik heb het vertrouwen in het college dat zij de goede dingen doen bij de ontwikkeling van Klein Berkeloo. Ik noem nog steeds Klein Berkeloo. En daar wil ik het bij houden voor nu. De voorzitter: Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan mijn buurman voor het indienen van het bespreekpunt. We hebben een amendement met zijn allen aangenomen over deze bomen. Ik denk dat dat amendement goed was. En in reactie op de heer De Graaf, ik denk ook dat het het juiste instrument was. Ik denk ook dat als het college destijds bij de behandeling van het amendement had geweten wat ze wel en wat ze niet kon waarmaken, dat het college er een andere appreciatie aan gegeven zou hebben. Dat het college het amendement misschien anders beoordeeld zou hebben of het ter plekke anders andere verwachtingen zou hebben gewekt ten aanzien van de uitvoering van het amendement.

Dat is later, waarschijnlijk ambtelijk, aan het licht gekomen. Wat ons betreft was dat het moment geweest dat we als raad en ook als betrokken omwonenden geïnformeerd hadden moeten worden middels een raadsinformatiebrief. Daarmee was wat mij betreft de inspanningsverplichting die mevrouw Leijendekker schetst daarmee was daaraan voldaan geweest. Wat mij betreft is er voldaan aan die inspanningsverplichting door het college, want het college is zo ver gegaan als dat ze juridisch gezien kan. En goed, ik hoor de heer Ruijtenberg hoor ik geluiden uiten als dat de bomen al gekapt zouden zijn. Volgens mij is er nog steeds een hele reële kans dat er tot overeenstemming gekomen gaat worden met partijen over dat de bomen alsnog behouden worden en op de groene kaart komen. Dus de strijd is nog niet verloren. Het is alleen jammer dat we nu in een positie zitten dat de duidelijkheid die het amendement leek te scheppen dat die in de uitvoering door het college niet geboden kan worden. En daar hadden we in een eerder stadium over geïnformeerd moeten worden, wat mij betreft. Ik denk dat de vragen van de heer Crielaard afdoende beantwoord voor nu in de eerste termijn, daar wil ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.

Mevrouw Cnossen, ik hoor inspanningsverplichting, ik hoor de verwijzing naar de bomenverordening, moet er onder andere geen evaluatie komen? En ja, en hoe zit het met de informatie daaromtrent, wat er allemaal bij Klein Berkeloo allemaal gebeurd is? Aan u het woord. Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor het bespreken van dit punt, waar toch enig ongenoegen uit klinkt van hoe het nou uiteindelijk gelopen is. En richting de raadscommissie wil ik wel volgen de woorden ook van de heer Hofman. En niet zozeer van, is ambtelijk later nou tot een nieuw inzicht gekomen? Dat geloof ik niet, want dat zijn wij als college natuurlijk gewoon zelf ook verantwoordelijk voor. Maar wel, destijds hadden we dat misschien scherper moeten formuleren dat iets wat van een particuliere eigenaar is, dat

9/40

was op dat moment zo, als de ontwikkelaar het overneemt, is het weer een particuliere eigenaar. En vervolgens koopt de VvE of de koper van de woning het. Dan blijft het nog steeds die particuliere eigenaar waarmee je kan proberen tot overeenstemming te komen. Maar ik dacht dat met name de woorden van de heer Ruijtenberg daar ook heel duidelijk in waren. Dat doet het college ook. Want tot op dit moment, dat lees je ook in de beantwoording van technische vragen, is het alleen de bedoeling om aan de kant van de Westersingel drie knotwilgen weg te halen om de toegang te regelen voor dit project. En op dit moment staan alle bomen nog gewoon ingetekend. Ze zijn er nog, ze blijven op dit moment daar staan. Maar het is wel afhankelijk van inderdaad de kopers en straks ook de VvE of zij op het verzoek van de gemeente in willen gaan om deze bomen, op die zogenaamde groene kaart, op te nemen, waardoor ze een beschermde status krijgen. Dus die inspanning blijft het college gewoon nakomen om dat te gaan regelen. En dan kijken we naar elkaar van, is dit nou het effect van die deregulering? Ik denk dat daar voldoende ook door de verschillende commissieleden met elkaar over gesproken is.

Destijds is het wel zo door de raad met elkaar afgesproken en zit je nu in een positie dat je niet rechtstreeks juridisch tegen de eigenaar van de boom kan zeggen, u moet hem laten staan, maar alleen in overleg kan proberen via die groene kaart die bescherming op te leggen. En ik hoorde ook iemand zeggen, je kunt ook niet garanderen dat ze tot lengte van dagen blijven staan. We kennen ook bomen waar je dan op een gegeven moment constateert van, die zijn aan het eind van hun levensduur, dat is hier niet het geval. Hebben we dan ook een ander instrument in de nota van uitgangspunten, denk ik dat we ook, u als raad, ook niet verder had kunnen gaan dan, zoveel mogelijk. Want wat kun je opleggen aan een ontwikkelaar als alle bomen behouden moeten worden en er blijkt toch, bijvoorbeeld aan de kant van de Westersingel wat nodig te zijn om de toegang te regelen of kabels en leidingen. Maar die achterkant aan de Noordeindseweg is wel degelijk altijd op tafel gebleven. En daar hebben we gewoon voor gezorgd. En als je, want de heer Crielaard vraagt in zijn bespreekpunt met name over die reflectie vanuit het college, daar begon ik eigenlijk mee. Achteraf zeg je, dat is die reflectie. Daar hadden we dan in het begin ook duidelijker over moeten zijn, dat uiteraard die inspanningsverplichting er was en dat dat gewoon goed liep, ook met de eigenaren, ook met de mensen in de omgeving.

Ik heb die bomen gezien, ook hoe de afscheiding was naar hun woningen. Dus vanaf dat moment liep het inderdaad goed. Het was een mooi project om te laten zien dat participatie ook goed kan gaan. En achteraf zeg je van, toen had je helderder, duidelijker moeten zijn dat het uiteindelijk altijd een particuliere grondeigenaar is. En mogelijk dat je als raad iets had kunnen vastleggen. Maar dan nog blijven de juridische regels gelden van uw eigen bomenverordening. Dus dat wil ik graag als reactie geven, voorzitter, op de vragen. De voorzitter: Dank u wel. Tweede termijn, mijnheer Crielaard. Tweede termijn De heer Crielaard: Dank aan de collega-commissieleden voor hun inbreng op dit bespreekpunt en ook de reflectie van de wethouder. Weet u, het is toch ingewikkeld vind ik. Want ik vraag me dan toch af van, het klopt, destijds had misschien dat scherper geformuleerd moeten worden. Want dan hadden misschien inwoners zelf ook iets richting de eigenaar kunnen proberen te ondernemen. En ik vraag me ook nog wel af, moet ik zeggen hoor, van had een vorige eigenaar het niet op dat moment al zelf op de groene kaart kunnen oplaten nemen? Waarom moet dat via degene die een woning gaan kopen? Dus ja, ik ben blij dat we dit proces met elkaar gereflecteerd hebben, voorzitter, maar ik constateer

10/40

ook wel dat ik het toch wel jammer vind hoe het uiteindelijk is gelopen. Maar ik hoop dat we daar dan wel lessen uit kunnen trekken voor een volgende keer. De voorzitter: Mijnheer Crielaard, interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: In zoverre, een verduidelijkende vraag. Stel nu even, ik weet niet of ik het ga doen, maar stel even, we zouden op een gegeven moment een bespreekpunt maken, want dat is de route die we moeten gaan lopen, over de bomenverordening. En aan de hand daarvan zou blijken dat er inderdaad een aanpassing van die bomenverordening nodig is om die kapvergunning er weer in terug te krijgen. Zou u daar dan, staat u daar dan positief tegenover of zegt u van, met de kennis van nu doen we het toch liever niet omdat we denken dat het niet nodig is? De voorzitter: Mijnheer Crielaard. De heer Crielaard: Zoals ik net in mijn tweede termijn ook aangaf, is met name een vraag die bij mij blijft hangen van, had het niet met die groene kaart en dat middel, dat instrument wat we hebben, beter geregeld kunnen worden? Maar als u de bomenverordening wilt agenderen, ik zou bijna willen zeggen, dan wil ik er best een boom met u over opzetten, over wat daarin wijsheid is. Maar ik ga u niet nu al een ja of een nee daarop geven. De voorzitter: En ik kijk even naar de heer De Graaf. Ook een interruptie? De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter.

Ik had eigenlijk een vergelijkbare vraag als de heer Ruijtenberg, die is wel impliciet beantwoord. Mijn vraag was geweest aan de heer Crielaard, na deze reflectie, wat let u om zelf dergelijke acties te ondernemen? Maar volgens mij is die impliciet beantwoord. Dank u wel. De voorzitter: Even kijken, mijnheer Van Berkel. De heer Van Berkel: Dank, voorzitter. Ik wist geeneens dat wij destijds voor de motie of het amendement hebben gestemd. Maar ik ben dus wel benieuwd, heeft het college nou deze bomenverordening zelf geëvalueerd en gekeken, is het wat we daarin hebben beoogd, behalen we dat dan nu? Bent u van plan om het binnenkort aan te passen? Misschien hoeven we helemaal geen bespreekpunt, kunnen we het binnenkort zelf amenderen? Komt er wat aan vanuit het college? En anders pakken wij graag de handschoen samen op. De voorzitter: Even kijken, wie volgt? Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Alles gehoord hebbende wil ik de wethouder bedanken. En voor mij is het voldoende zo. Dank u wel. De voorzitter: En dan ga ik naar de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik denk dat het goed is inderdaad dat mevrouw de wethouder nog even antwoord geeft op de vraag, de suggestie van de heer Van Berkel wat men hiermee wil.

Mocht men aangeven vanuit het college van, we zien dit niet nu als eerste prioriteit, dan zal ik de handschoen die mij geworpen is opwerpen om daar samen met de heer Crielaard een boom over te opzetten.

11/40

De voorzitter: We wachten de bomen af, als het maar geen wilg is of een populier. Want dat… Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Dank u wel voor het woord, voorzitter. De beantwoording van de wethouder die ontlokte mij nog een vraag. Die is wat technisch van aard misschien. Dus als het niet lukt om die te beantwoorden, dan kan dat ook op een andere manier. Maar de wethouder gaf in de beantwoording aan dat er eigenlijk drie momenten zijn dat die boom van eigenaar verandert. Namelijk de vorige particuliere eigenaar, dan komt hij in handen van de projectontwikkelaar en dan gaat hij weer in particuliere handen. En dan zat ik te denken, met de projectontwikkelaar maak je afspraken over dit hele traject. Is het dan niet in dat traject mogelijk geweest om, terwijl die boom eigenaar was van de projectontwikkelaar, om op dat moment op de groene kaart te zetten? Misschien mis ik het, misschien kon dat helemaal niet, zijn er moverende redenen voor. Maar zo tijdens de bespreking komt dat bij me op en ik denk, is dat dan een gemiste kans geweest? Ik hoor het graag. De voorzitter: Even kijken, aan de rechterzijde nog iemand? Nee. Mevrouw Cnossen, ik hoor toch nog wel een paar vragen. De evaluatie en de vraag van de heer Hofman, hoe zit het met de eigendom van de ene eigenaar, de projectontwikkelaar en dan misschien de groene kaart. Aan u.

Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Het woord groene kaart krijgt bij mij weer een andere invulling. Ik had altijd zo'n dingetje bij mijn autopapieren. Dat was voor mij altijd de groene kaart, maar ik heb nu een ander beeld daarbij. Dank u wel, voorzitter. Rechtstreeks antwoord op de vraag van de heer Van Berkel, heeft het college plannen om de bomenverordening te evalueren of aan te passen? Dat antwoord is nee. Dat staat zeker nu niet op het lijstje. De heer Hofman vroeg zich af op welk moment het eigendom bij de projectontwikkelaar misschien het moment was geweest om hem wel op de groene kaart vast te leggen. Dat had je ergens misschien moeten regelen. Maar dan blijft nog gewoon de juridische regel dat een private eigenaar, dat was nog steeds de ontwikkelaar, ook niet gedwongen kwam worden om dit zo te handhaven. Ik moet het dus even navragen bij de ambtenaren of dat had gekund, want dat was eigenlijk het meest kansrijke moment geweest, dat ben ik met u eens, om het vast te leggen op de groene kaart. Maar ik twijfel wel over dit antwoord of dat houdbaar is. Dus ik zal dat voor u nog eens navragen. De voorzitter: Mevrouw Cnossen, de heer Van Berkel, een interruptie. De heer Van Berkel: Toch nog even een vraag over de verordening. Want u wordt ook gevraagd om te reflecteren op wat er nou hier is gebeurd.

En als u nu zelf kijkt naar die verordening, is dit nou wat u wenselijk acht, zal ik maar zeggen, dat we in deze situatie zijn gekomen? Is dit nou het beoogde effect? Of zou u zelf eigenlijk ook willen als u de capaciteit of ruimte had om deze verordening nu aan te passen? De voorzitter: Mevrouw Cnossen. Mevrouw Cnossen: Voorzitter, in zijn algemeenheid, deregulering is gewoon een aantal jaren heel belangrijk geweest. En is het volgens mij nog steeds. We zien dat we als overheid

12/40

steeds meer naar ons toe halen en dat trekken we gewoon niet. Dus laat dat ook voor u dan helder zijn in de raad, als u op dat moment in de bomenverordening dit heeft opgenomen, dan moet u zich ook nu wel afvragen of u dat weer wilt veranderen. Dus ik weet het niet zo goed, mijnheer Van Berkel. Om nog meer regels op te gaan leggen aan inwoners, daar heb ik vanuit het college wel moeite mee. Niet zozeer omdat wij het werk niet aankunnen, dat is natuurlijk heel flauw. Maar wel omdat je de verantwoordelijkheid ook daar wil leggen, waar die hoort, bij de inwoners zelf. Dus zo kijk ik ernaar. En dat was het laatste antwoord. De voorzitter: Even kijken, verder niemand meer? Nee. Wat beluister ik? Dat er een bespreekpunt waarschijnlijk zal komen door de heer Van Berkel en aangevuld met de heer Ruijtenberg. En wat ik ook concludeer is dat het van de nieuwe eigenaren afhangt of de bomen er blijven staan, dan wel de ja of de nee. We gaan het volgen en we gaan het zien hopelijk. 5.b Bespreekpunt vanuit college: Verkenning Bleiswijkse Zoom en Verkenning ontwikkeling weide De voorzitter: Ik ga over tot het volgende agendapunt. De verkenning Bleiswijkse Zoom en verkenning van de ontwikkeling van de weide. Het recreatieschap maakt de verkenning voor de Bleiswijkse Zoom en richt zich op de weide. De locatie van het voormalige Ezelsbruggetje.

De verkenning moet kaders bieden voor een nieuwe invulling van het hele gebied. We hebben op 9 april hebben we een beeldvorming gehad en daar is de verkenning uitgebreid toegelicht. In de brief van het college van 23 april heeft het college een aantal vragen geformuleerd waar ze graag met de commissie over gedachten wil wisselen. Wie kan ik als eerste het woord geven? Meldt iemand zich? Ja, mijnheer Meuldijk. Eerste termijn De heer Meuldijk: Dank u, voorzitter. Dan zal ik de spits maar afbijten in deze. Ontmoeten is van groot belang voor de samenleving. En in ons mooie Lansingerland zijn een aantal waardevolle plekken voor ontmoeten, zowel indoor als outdoor. ‘t Ezelsbruggetje was zo'n plek voor jong en oud. En uit de participatie blijkt dat de behoefte voor deze locatie breder is dan alleen dieren. ‘t Ezelsbruggetje was meer dan de ezels. En vele generaties kinderen zijn ermee opgegroeid. En Leefbaar wil gewoon graag behouden wat er is, was en staat open voor nieuwe toevoegingen. En als we dan kijken naar de participatie, dan komen er een aantal punten naar voren. Dat is spelen, sport, honden, beleven en ontmoeten. Allemaal prima. En we zijn ook erg blij met de uitwerking van drie ontwikkelscenario's. En daar wil ik dan kort wat over zeggen, voorzitter. Spelen spreekt ons in eerste aanleg het meest aan. Dat doet het meest recht aan wat er was.

Alleen zouden wij daar graag een toegevoegd zien echt een functie van de kinderboerderij, dat die daar terugkomt. Want dat was juist zo kenmerkend voor het gebied. Buitensportscenario, wat overigens opvallend is, is dat we kiezen of sport of spelen. Ik ben van mening dat je dat prima kunt combineren, maar daarover misschien later nog meer. Kijk, en buitensport is een scenario wat voor ons goed scoort. Buitenruimte, in de buitenruimte sporten dat is iets wat we steeds meer willen zien. Het is wenselijk, het is gezond. En het betekent wel een iets andere invulling dan historisch bekend. Maar het wordt wel enorm gewaardeerd. Dan groenbeleving, voorzitter. Daar wil ik toch heel eerlijk over zijn, groenbeleving is belangrijk, maar juist dit stukje is daar niet voor nodig. Er is voldoende ten noorden en ten zuiden van dit gebied groenbeleving op loopafstand. En deze locatie, die moet je niet af gaan schalen naar louter een groenbeleving. Nee, dan doe je geen recht aan het recente en huidige gebruik van het

13/40

gebied. Je moet juist hier zorgen dat dat spelen en die beleving met die dieren en met die kinderboerderij dat die hier terugkomt. Vanuit Leefbaar 3B wil ik dan ook zeggen dat we graag zien dat de voorkeur wordt uitgewerkt met spelen als uitgangspunt, waarbij creativiteit gevraagd wordt om ook sport daarmee te combineren. Je kunt sportieve elementen prima combineren met spelen. Dus sport en spel. Dan moet ik altijd zeggen, hij die niet van spelen houdt, die spoort niet. Ik denk dat dat zo genoeg is om even mee te geven aan het college. En ik hoor graag de reflectie hoe het college daar, hoe de verantwoordelijke wethouder daarover denkt. Voor nu, dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Leijendekker. Mevrouw Leijendekker: Dank u, voorzitter en dank aan het college voor de nagezonden brief met expliciete vragen die aan ons als raad worden gesteld. Ik concentreer me vooral op de inrichtingsscenario van de weide, het voormalige Ezelsbruggetje. Gelet ook op de maatschappelijke vraag die er ligt. Het gaat daarbij om de mooie kanten van het Ezelsbruggetje, de dieren gecombineerd met spelen en de resultaten van de participatie. En de verontwaardiging die zich in de maatschappij voordeed bij het verdwijnen van ‘t Ezelsbruggetje. Dan zien we de keuze vooral terugkomen in scenario 1, spelen, gecombineerd met dieren. En een ontmoetingsplek voor bijvoorbeeld jong en ouder.

Minder zien we in het scenario buitensport, dat vooral tegemoet blijkt te komen aan een meer beperkte doelgroep. En het scenario groenbeleving, dat zoals het scenario ook aangeeft, niet echt tegemoet komt aan de doelgroep van het voormalige Ezelsbruggetje en de participatie. Op het uitgiftescenario wil ik eigenlijk niet zo ingaan. Ik zie hierin toch vooral ook een taak van de gemeente zelf. Zoals ook wij met het amendement bij de begroting van vorig jaar wilden bereiken, willen wij als CDA volop inzetten op de realisering van kinderboerderijen in elke kern. Met speelmogelijkheden. Wij hebben niet zoveel hoop op de uitgifte en de snelheid van uitgifte via het recreatieschap en de aanbesteding via Staatsbosbeheer. Kunnen we niet zelf de regie nemen als gemeente? Want wij vinden dit toch met zijn allen heel belangrijk. Nee? Oké. Ik hoor, nee, ergens. Er is al één raadslid wat reageert. Hoe heet het? Wij willen het college daarom vragen om in gesprek te gaan met de maatschappelijke organisaties. En we willen misschien ook met organisaties als Natuurstad Rotterdam om te komen tot een plan dat inderdaad ook uitgaat van een maatschappelijk draagvlak. En vervolgens dan naar de raad komen als hiervoor ook mogelijke financiële bijdrage moet worden gevraagd. Dan kunnen we ook met zijn allen een nadere afweging maken. Graag verneem ik de reactie van de mederaadsleden.

De verdere reactie van de mederaadsleden, kan ik best wel zeggen. En de reactie van de wethouder hierop. De voorzitter: Mijnheer Toussaint. De heer Toussaint: Dank voor het woord, voorzitter. Wat de VVD betreft is het natuurlijk hartstikke treurig dat ‘t Ezelbruggetje er niet meer is. Het was een hele mooie voorziening voor de jeugd. Ik denk dat elk raadslid het daarmee eens is. Er liggen een aantal scenario’s voor en wat de VVD betreft kiezen we duidelijk voor het eerste scenario, spelen. Ook om duidelijke herkenbare identiteit aan het middengedeelte te geven van het te ontwikkelen Bleiswijkse Zoom. Het sporten daarvan zeggen we, daar is al voldoende in Bleiswijk langs de Merenweg en ook overdekt in het zuidelijke gedeelte. Maar daarbij heeft de VVD wel een aanvulling dat er op het te ontwikkelen gebied, waarbij spelen centraal staat, er ook ruimte is voor, dan wel met vrijwilligers, dan wel door een commercial partij, ruimte is voor horeca. Dus ook dat als het zonnetje schijnt, dat je daar ook een ijsje kunt kopen, dat je daar wat kunt drinken. En niet dat je met je thermoskannen en koelboxen alleen daar iets

14/40

kunt nuttigen. En dat sluit ook aan bij eerdere sprekers waar het ging over het ontmoeten dus ook op mooie plekjes, dat je zowel in de ochtend als in de middag in het zonnetje kan zitten of juist verdekt in de schaduw. Dus dat soort randvoorwaarden scenario's willen wij meegeven. Daarbij zagen we ook iets over het parkeerterrein. Dat niet gebruikt wordt en misschien terug zouden moeten geven of zouden moeten gaan vergroenen. Daarvan zegt de VVD, het is heel belangrijk om te weten wat nou de oorsprong is van dat grote parkeerterrein. En dat heeft toch echt te maken dat dat het enige terrein is waar ruimte is in of om Bleiswijk om een evenement te organiseren. Bijvoorbeeld een circus, een kermis. Dus wat de VVD betreft, laten we vooral inzetten om te kijken of we juist dat terrein een nieuwe impuls kunnen geven, dat daar dat soort mooie mogelijkheden kunnen blijven bestaan. Dank voor het woord. De voorzitter: Ik denk een interruptie van de heer Ruijtenberg nog. Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Als u daar een extra impuls wilt geven aan een evenementterrein bij Bleiswijk, wat wilt u dan doen met het reeds bestaande evenemententerrein bij het Annie M.G. Schmidt Park? Want twee evenemententerreinen is dat misschien niet wat veel. De voorzitter: Mijnheer Toussaint.

De heer Toussaint: Het terrein waar we het nu over spreken bij de Bleiswijkse Zoom is vele malen kleiner. Dus daar zullen geen grote concerten gegeven worden. Het gaat echt om een kleiner circus, een kleinere kermis. Dat zou ook fantastisch mooi zijn, ook voor de inwoners in de omgeving Bleiswijk. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Nou ben ik geen echte kermis- of circusdeskundige, moet ik eerlijk zeggen. Hoewel, nee, laat maar. Hoe serieus denkt u dat een kleine circus of kermis nog überhaupt bestaat, gezien de situatie? Want circussen zijn volgens mij nauwelijks nog levensvatbaar. Die moeten echt schaalvergroting hebben. Circussen of kermissen, zelfs die op de Müllerpier in Rotterdam, die heeft last van teruglopende bezoekersaantallen. Dus in hoeverre ziet u dat als realistisch, dat daar een klein circus of kleine kermis komt? De voorzitter: Mijnheer Toussaint. De heer Toussaint: Het zijn heel veel vragen achter elkaar, maar wat ik het meest duidelijk mee kan geven is dat er nog voldoende kleine circussen zijn, ook voldoende kleine kermissen. Ik ben onlangs nog in Hoogvliet Rotterdam geweest bij een klein circus, bij een kleine kermis. En ook een overdekt circus in de Jaarbeurs Utrecht. Was ook heel compact en ook heel duur omdat het in de Jaarbeurs was. Dus als we zo'n soort circus daar kunnen krijgen, zou fantastisch zijn.

De voorzitter: Mijnheer Meuldijk, interruptie? De heer Meuldijk: Ja, dank u, voorzitter. Goed wat u zegt over het evenemententerrein, weliswaar klein. Maar kunt u zich ook voorstellen dat daar ook bepaalde andere evenementen plaatsvinden? Want hier zie ik een focus op kermis en dat soort zaken. Maar er zijn ook zaken als een brocante markt of oldtimers die daar geparkeerd staan om te

15/40

bezichtigen. Of andere kleinschalige evenementen. En bent u van mening dat dit terrein daar zeer geschikt voor is, los van kermis of circus? De voorzitter: Mijnheer Toussaint. De heer Toussaint: Zeker, allerlei evenementen wat Bleiswijk kan verlevendigen, dat is natuurlijk van harte welkom, wat de VVD betreft. De voorzitter: Ik ga verder. Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, er wordt ons gevraagd om een keuze te maken tussen die drie scenario's. Spelen, sporten en groenbeleving. Toen wij dit bespreekpunt als fractie bespraken, toen bekroop ons eigenlijk het idee van, waarom moeten we kiezen tussen deze drie dingen? Want je kunt toch ook prima varianten bedenken waarin het en-en-en is. Als je in een speeltuin een rekstok neerzet, dan kan je die prima ook voor buitensporten gebruiken. En de gemiddelde speeltuin, die leg je aan op een stuk grasland. Daar kun je ook een prima stukje groenbeleving in verwerken. Dus wat ons betreft gaat het niet om of. Als we dan toch moeten kiezen voor accenten, dan kiest de ChristenUnie in eerste aanleg voor groenbeleving als primaire accent. Met daarbij eigenlijk dat spelen op zijn minst daarin verwerkt moet gaan worden. Want dat is eigenlijk wat ons betreft met het niet meer aanwezig zijn van ‘t Ezelsbruggetje het meest teloor is gegaan en wat het meeste gemist wordt.

Maar een groene inpassing van wat er ook gespeeld moet gaan worden, is wat ons betreft de eerste focus. En of dat dan met een kleine, middelgrote of grote uitgifte gepaard gaat, dat is ons volledig om het even. En eigenlijk vroegen wij ons af, uit de beeldvorming en de stukken blijkt dat we die keuze blijkbaar nu moeten maken. Dat vinden we eigenlijk jammer, en misschien een vraag aan de wethouder waarom dat is, want eigenlijk zouden we veel liever die keuze pas maken op het moment dat je weet wat voor aanbod je hebt. Wellicht richting de wethouder, is het mogelijk om daar in een later stadium een besluit over te nemen? Als schap dan, want wij gaan er niet zelf over qua besluitvorming. Dat was hem even in de eerste termijn. Dank, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Bleiswijkse Zoom, ik kom daar al 25 jaar. Sinds ik in Bleiswijk woon, kom ik daar. Als een klein jongetje ging ik heel veel naar ‘t Ezelsbruggetje. Dus het was een heel groot gemis toen die ermee stopte. Voor de zoveelste keer, helaas. En nu staan we voor de keuze. Hoe gaan we om met de weide en ‘t Ezelsbruggetje die daarbij hoort? Wat PvdA betreft zijn alle opties mogelijk, waar ook de heer Hofman aan refereerde. Dus niet of, maar en. Wel is het zo dat wij voor optie 2 niet kiezen. Want buitensport valt in wezen af.

Ook al willen we de topsportgemeente zijn van Nederland. Maar als je kijkt naar de Bleiswijkse Zoom, dan zien we al dat er voldoende ruimte is voor buitensport om zelf initiatieven te nemen om te sporten. Je kan wandelen, fietsen, rennen en work-outs doen. Dus buitensport is niet de beste optie wat de PvdA betreft. Wat wel heel erg van belang is voor ons, is dat ‘t Ezelsbruggetje op enige manier terugkomt. Want de dieren die daar zaten waren heel educatief voor de kleine kinderen. Ook toen ik in coronatijd heel veel daar liep ging ik geregeld langs de diertjes langs om toch even naar te kijken, even te ontluchten van alleen maar de schermtijd te staren urenlang. Dus wat ons betreft is een combinatie van spelen en groen in combinatie met dieren de meest beste en praktische optie om de Bleiswijkse Zoom en weide her in te richten. En uiteraard dan moeten we ook kijken, wat doen de financiën. Wat betekent dit voor

16/40

financiën. En misschien kan de wethouder daar iets op toelichten. Hoe ziet hij de combinatie van de beste opties voor zich? En ook, ik ga mee in de woorden van de heer Hofman. Wanneer moeten wij een keuze maken? Nu of beter later, afwachten tot er echt iets te kiezen valt? De voorzitter: Even kijken, wie heb ik nog? Mijnheer Van Berkel. De heer Van Berkel: Ik heb tot het laatst gewacht, want mevrouw Den Heijer wou dit punt heel graag doen, maar we gaan zo snel door de agenda heen dat ik het voor haar overneem. En ik moet meteen bekennen, ik heb heel wat gemist, want ik ben nooit bij ‘t Ezelsbruggetje geweest. Maar ja, dat kan ook niet meer. Het spijt me, het spijt me. Shame on me. Maar dank aan het college en ook aan de wethouder als DB-lid van het recreatieschap voor deze bespreeknotitie. Goed dat we worden meegenomen, maar ik sluit me ook wel aan bij de vragen van en PvdA en ChristenUnie, moeten we nu echt al deze richting aangeven? Goed dat de verkenning zich ook helemaal richt op het hele gebied, want hoewel de Bleiswijkse Zoom nog altijd wordt gewaardeerd om zijn rustige, groene uitstraling, is de inrichting wel echt verouderd. Die is van jaren terug, is behoorlijk authentiek gebleven, terwijl het steeds drukker wordt en de tijden zijn veranderd.

De vraag is dan ook, blijft het vooral een rustige, groene oase of wordt het weer een plek waar kinderen spelen, mensen elkaar ontmoeten en dieren opnieuw een plek krijgen? Al dan niet in een circus. Dat mag niet meer volgens mij. ‘t Ezelsbruggetje wordt door heel veel mensen gewaardeerd, niet alleen voor de ezeltjes, maar ook omdat het een plek was om elkaar te ontmoeten en met andere dieren te spelen. En we staan achter de centrale gedachte dat het open veld slim benut wordt en dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de natuur en het karakter van de plek. Ook vinden we het helemaal geen gek idee om het aantrekkelijk te maken met iets met horeca. We vinden alle scenario's goed passen bij wat we met Rottemeren willen, dus ik voel ook best wel veel voor het en-en-en-scenario. Maar als we het toch een beetje of-of-of gaan doen, dan zouden wij ook in navolging van Leefbaar zeggen, het scenario spelen in combinatie met sportelementen, die spreekt ons wel het meest aan. Past goed in het karakter van wat eerst ‘t Ezelsbruggetje was, zei hij met al zijn wijsheid, en vormt een goede aanvulling op wat er in recreatieschap te beleven is. Zeker met onze grote bewonersgroei in de komende jaren, met heel veel nieuwe, jonge bewoners, past deze invulling het beste bij onze gemeente.

Wel belangrijk om daarbij dus ook die sportactiviteit mogelijk te maken, hoewel de renbaan dan misschien niet mogelijk is, kunnen er wel andere oude activiteiten plaatsvinden, bijvoorbeeld bootcamp-achtige ontmoetingen, zodat ook hier de voordelen van het tweede scenario geoogst kunnen worden. Zo krijgen ook andere gebruikers hier een plek, en dat is ook goed voor de eventuele horeca die hier kan komen. We zijn benieuwd wat de wethouder meeneemt, en wat ook met onze inbreng nu wordt gedaan vanuit deze vergadering. Dank u wel. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Leijendekker nog, denk ik. Mevrouw Leijendekker: Ja, ik heb in mijn inbreng aandacht gevraagd voor in hoeverre we varen op de initiatieven via de wethouder van het recreatieschap. En of we ook als gemeente daar zelf nog een rol in kunnen spelen door een meer actieve houding ook hierin te trekken. Heeft u daar ook nog een opvatting over? De heer Van Berkel: Dat vind ik lastig, omdat ook op dit moment natuurlijk dat hele grote participatietraject loopt. Dus ik ben ook wel benieuwd, eigenlijk in navolging wat PvdA en ChristenUnie vroegen, wat is nu, wat zeggen wij hier nu eigenlijk tegen de wethouder? Is dit

17/40

onderdeel, zal ik maar zeggen, van het bredere palet aan participatie-instrumenten, om het maar even zo te noemen? Of komt er nog een formeel moment dat wij bij wijze van spreken kunnen amenderen of er iets dwingender suggesties kunnen meegeven? Want volgens mij zijn het nu meer open vragen en geef wat richting mee. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg, nog een interruptie? De heer Ruijtenberg: Nee, termijn. De voorzitter: Termijn, gaat uw gang. De heer Ruijtenberg: Als het mag van nu. Wat zal ik hierop zeggen? Er is al heel veel gezegd eigenlijk, maar ik denk dat het duidelijk is. Onze partijnaam is nog steeds GroenLinks. Ik denk dat het dan ook wel duidelijk is voor welk scenario wij kiezen in dit geval. En dat zijn niet 1 en 2, maar wel die van de groenbeleving. Aan de andere kant, er is ook door andere collega's al gezegd, er zijn ook wel dingen, ook in die andere scenario's waar we wel in kunnen vinden. Met name scenario 1, waar wel dingen in staan die we ook wel mooi vinden. De combinatie met dieren, ook al benoemd, daar kunnen we in meegaan, omdat het ook goed voor de biodiversiteit is. Scenario 2, sporten, zien we wel wat minder in de zinsnede, ontmoetingen in de avond. Die deed bij ons wel hele wilde gedachten uitkomen, maar dat was blijkbaar niet zoals het bedoeld is. Dus dat vonden we dan wel weer jammer eigenlijk.

En een 400 meter baan, dat zagen we ook niet zo zitten, dus die viel voor ons eigenlijk gewoon af. Groenbeleving dus, in combinatie met dieren, zoals er ook staat, dat daar eventueel ruimte is voor een natuurvereniging of iets anders, lijkt wat ons betreft ideaal. Maar goed, ik heb geen echte bijzonder vreemde dingen hier gehoord. Dus ik denk dat het goed is dat de wethouder even goed gaat broeden en dan terug gaat komen met een goed idee hiervoor. Dank u wel. De voorzitter: Even kijken. Mevrouw Boonstra. Mevrouw Boonstra: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk zijn we wel blij met de geschetste verkenning met betrekking tot de Bleiswijkse Zoom en de ontwikkeling van de weide. Die hebben we natuurlijk met veel belangstelling gelezen. En de scheidingen in fiets- en wandelpaden, afremmen van de auto's op het noordelijk deel van de Kooilaan, en meer structuur in de Bleiswijkse Zoom, daar zijn wij voorstander van en dat juichen wij toe. Ook het feit dat er speelvoorzieningen bij de dagcamping kunnen worden geüpgraded. Dat vinden wij heel fijn. En wat de scenario voor de weide betreft, zou onze voorkeur uitgaan naar de buitensport. En dat eigenlijk ook specifiek, omdat we weten dat er ook in Bleiswijk heel veel mensen hardlopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=73f82eec-00b2-405e-a832-d967df7b913d