[BV25.0039] Verslag commissie Samenleving d.d. 3 april 2025
Tekst van het document
Bespreekstuk van de heer Lieverse over de kadernota 2026 van de GRJR. Laat ik maar beginnen met dank te zeggen aan de heer Lieverse, want hij laat geen kans onbenut om als raadsrapporteur ons als commissie mee te nemen in deze gemeenschappelijke regeling en alles wat eraan vast zit. En er zit nogal wat aan vast. Zo veel zelfs dat we het soms zelf niet meer snappen en we uit moeten gaan van de dingen die we aangeleverd krijgen. En dan ook nog zelfs zo dat ik na het lezen van al de aangeleverde stukken nog steeds geen antwoord kan geven, of geen antwoord heb, op de door de heer Lieverse gestelde vraag. Of vragen. Als de heer Lieverse mij vraagt, of ons vraagt, of wij kunnen beoordelen wat de effectiviteit van de voorgestelde maatregelen binnen de regionale bestuursopdracht kostenbesparing is en of de financiële inschattingen realistisch zijn, dan moet ik hem het antwoord schuldig blijven. Ook de andere vragen heb ik geen antwoord op. En als iemand is die er wel een antwoord op heeft, dan hoor ik dat graag. Wat ik wel denk te weten is dat een groot deel van de kosten van de jeugdzorg werkelijk door ons gemaakt worden. En de vraag is of dat wel nodig is. Zelfredzaamheid is voor sommigen een wat beladen woord. Maar zoals ik al eerder zei, we moeten hulp bieden aan diegenen die het werkelijk nodig hebben. En dat laagdrempelig aanbieden.
En misschien wat minder aan diegenen die vinden dat ze er gewoon recht op hebben. Komende maandag gaan we als commissie met elkaar in gesprek over mogelijke veranderingen in de verordening jeugdzorg. Misschien kunnen we daar input verzorgen die gaat leiden tot lagere kosten van de jeugdzorg. Verder denk ik dat we vertrouwen moeten hebben in de ingeslagen weg van
17/35
hervormingen binnen de jeugdzorg. Of vertrouwen moeten hebben in de door onszelf ingeslagen weg om meer lokaal op te lossen. Ik ga er in ieder geval van uit dat een ieder hier binnen ons gemeentehuis, binnen de gemeenschappelijke regeling en in de jeugdzorg zelf zich voor 100 procent inzet voor de zorg van de jeugdigen die de hulp nodig hebben. Ik heb verder geen vragen, maar mogelijk komen die nog nadat de wethouder de aan hem gestelde vragen beantwoord heeft. De voorzitter: Er is ook nog een vraag aan u, denk ik, van de heer Lieverse. De heer Lieverse: Ja, met name de vraag of u het een goed idee vindt of niet om die procedure te volgen, zoals dat ook geldt voor begrotingen. En waarom ik dat aan u vraag, nu is dit, u zegt, ik kan het niet beoordelen, die regionale bestuursopdracht, of dat wel of niet hout snijdt. Maar u kunt wel beoordelen dat dat in de kadernota gesteld wordt, dat het veel gaat opleveren. Terwijl we de afgelopen jaren hebben gemerkt dat het helemaal niet die goede kant op gaat.
Dus u kunt dan bijvoorbeeld vragen in de commissie, waarop is dat dan gebaseerd? De voorzitter: En dan even voor de scherpte, uw eigenlijke vraag is, vindt de heer Alsemgeest dan ook dat er een zienswijzeprocedure gevolgd zou moeten worden, zodat er aandacht is voor dit soort onderwerpen? Zeg ik het dan goed, mijnheer Lieverse? Dat is een heldere interruptie voor u, mijnheer Alsemgeest. De heer Alsemgeest: Daar kan ik ook een helder antwoord op geven, maar dat kwam in eerste instantie uit het bespreekstuk niet helemaal naar voren. Maar dan ben ik het helemaal met de heer Lieverse eens dat we daar toch mogelijk een zienswijze zouden moeten kunnen indienen. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Alsemgeest. Dan ga ik naar de heer Bergwerff van de CDA. De heer Bergwerff: Voorzitter, dank u wel. Dank aan de ChristenUnie. Nogmaals opnieuw weer een bespreekpunt over de GRJR, jeugdhulp. Wij vinden dat prettig. Het is goed dat dit onderwerp weer op de agenda staat. Er is genoeg over te vertellen. Ik loop de vragen uit het bespreekpunt wel even langs voor de structuur. Het CDA is in principe blij met de bestuursopdracht en de kostenbesparing. Ondanks het echt heel ambitieus is. 51 maatregelen om de kosten te reduceren en moet resulteren in een besparing van ruim 78 miljoen euro in 2028. Per definitie is het gewoon een opluchting dat er veel gebeurt, want er moet veel gebeuren.
Maar wij houden wel rekening met de effecten die dat met zich mee kan brengen. Noem even de punten op efficiëntere zorgbemiddeling, minder één op één zorg, ontwikkeling van alternatieve voor gesloten jeugdhulp. De heer Lieverse zei het ook al even, dat neemt risico's met zich mee. Blijken er bijvoorbeeld voldoende pleeggezinnen te zijn als dit dadelijk allemaal 100 procent van start gaat? De hervormingsagenda jeugd ondersteunt de besparingen door betere preventie en samenwerking met onderwijs. Klinkt allemaal heel goed. Maar ja, we houden het in de gaten. En dat is gewoon belangrijk, vinger aan de pols. Ik pak dit moment wel trouwens even gelijk om de wethouder een vraag te stellen. Sommige gemeenten hebben inmiddels inzichtelijk wat de Rijksbijdrage in 2026 zal zijn. Dus ook de Rijksbijdrage voor jeugdhulp. En wanneer worden die Rijksbijdragen voor de gemeente Lansingerland bekend gemaakt? In het bespreekpunt wordt ook gevraagd of de financiële inschattingen volgens ons realistisch zijn. Dit kunnen wij heel moeilijk toetsen. Dat zei WIJ Lansingerland ook al even, de inhoud is gewoon ingewikkeld en we zijn in die zin geen specialist of hebben geen specialistische achtergrond in de jeugdhulp. Wel kunnen we inschatten dat de mate waarbij met name de
18/35
hervorming van de gemeenten in dit beleid ondersteund worden door de GRJR gewoon heel belangrijk is. Ook de informatievoorziening die de gemeente blijft krijgen van de GRJR is gewoon essentieel. Hierbij ook nog even een vraag aan het college. Het wordt wel iets technisch, vergeef mij dat. Maar in de raadsinformatiebrief staat dat Lansingerland onderbouwd gaat afwijken van de begroting van de GRJR. Namelijk, de besparingen in de hervormingsagenda, de lokale opgave jeugd, de RBOK, verwerkt de GRJR niet in haar prognoses. Maar Lansingerland verwerkt dat wel in haar begroting. Dat betreft ruim 16 miljoen euro. De reden dat de GRJR deze besparing niet meeneemt in de begroting is omdat, ik citeer even, deze besparing nog niet per gemeente te voorspellen is. Maar wethouder, waarom kan Lansingerland dat dan wel al voorspellen? En hoe komen ze precies aan die ruime 16 miljoen euro? Het lijkt wel dat ik even iets mis in het stuk. Overigens, prima dat we afwijken als Lansingerland van de begroting van de GRJR, maar ik begrijp de onderbouwing niet helemaal. Dan nog even die 5 à 10 procent besparingen op subsidies. Ook dit neemt de nodige risico's met zich mee. We zien inderdaad al Veilig Thuis, daar blijkt het al niet realistisch.
In hoeverre wordt het dan wel realistisch voor andere organisaties, bijvoorbeeld jeugdbeschermingsorganisaties? En eigenlijk zou er iets van een begrotingsknop moeten zijn, wanneer er blijkt dat de wachtlijsten toch weer langer worden en de medewerkers overbelast worden, dat je dan aan die knop kan draaien en dat het geen 10 procent besparing zou zijn, maar 7 procent. En dat zou dus op regionaal niveau moeten. Conclusie, zorgkosten naar de gemeente betekent dat Lansingerland zelf keuzes mag maken. Betekent dat we de eerste jaren absoluut goede ondersteuning moeten krijgen van de GRJR. En goede informatie uitwisseling. En wie weet pakt het allemaal goed uit en zijn onze zorgen niet aan de orde uiteindelijk. Oh ja, overigens, Paul Lieverse van de ChristenUnie vroeg inderdaad, hoe staan jullie tegenover die zienswijzeprocedure? Wat ons betreft heeft dat wel de voorkeur, want er is gewoon genoeg te vinden over dit onderwerp. Dank u. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Bergwerff. Mevrouw Gielis, Leefbaar 3B. Mevrouw Gielis: Dank u wel, voorzitter. En dank aan de heer Lieverse om dit punt te agenderen. We vinden het wel heel moeilijk om hierop te reageren. En dank voor uw uitleg van daarnet. Want een korte samenvatting zoals daarnet helpt ons wel om dit beter te begrijpen. Het is zo'n ingewikkeld onderwerp.
En net als de heer Alsemgeest kunnen wij geen antwoord, of niet, geen, moeilijk antwoord geven op de door u gestelde vragen. Wij willen als raad graag sturen op afstand. Als raadsadviseur heeft u heel veel inhoudelijke kennis en kunt u ons daarmee adviseren. En ook vanwege uw professie heeft u zeker een beter inzicht dan wij. Uw vragen zijn vrij specialistisch en lijken ons meer gericht op het college dan op de rest van de raad. Dus wij zijn heel erg benieuwd naar de reacties van het college. En met name de vragen over de kosten vinden wij heel erg spannend. Zo ook de vragen over de regionale bestuursopdracht. Om de zienswijzeprocedure in de toekomst hier te bespreken, dat was uw vraag aan ons, dat vinden wij een heel uitstekend plan. Daar gaan wij graag in mee. En wij zijn vooral nu heel erg benieuwd naar de antwoorden van het college. Ik had nog een dingetje. Daar kom ik in tweede termijn wel op terug. Ik wacht heel even de antwoorden van het college af. Het is een moeilijk onderwerp. Wat ik wil benadrukken is dat het te specialistisch is voor ons om hier op detail op in te gaan. En wellicht kunt u daar op reflecteren. De voorzitter: Nog bij interruptie, mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Het zou in mijn termijn kunnen, maar misschien mag ik deze als vraag dan formuleren, voorzitter.
Helpt het u wel als we zo'n onderwerp aankaarten en de vragen stellen zoals die nu gesteld zijn? Helpt dat u?
19/35
De voorzitter: Helpt dat u, mevrouw Gielis, in uw denkproces? Mevrouw Gielis: Zeker. De voorzitter: Dat is een helder antwoord. Mevrouw Gielis: Dank u wel. Ik kom in tweede termijn weer terug. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Dank u wel, mevrouw Gielis. Dat is een nieuwe termijn, mevrouw Draak? Oké, dan heeft u bij deze het woord. Mevrouw Draak van de VVD. Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht, dit is even een goed moment voor de VVD om de termijn te hebben, want ik wil me eigenlijk aansluiten bij de woorden van de heer Alsemgeest en van mevrouw Gielis. Ik vond het ook erg gedetailleerd en heel lastig om in te schatten wat we daar nu van moeten vinden. Maar met alle toelichtingen erbij is het wel gewoon heel interessant dat de heer Lieverse door dit onderwerp te agenderen ons meeneemt in, wat speelt er eigenlijk allemaal. Dus dat vind ik heel erg interessant. Ik ga niet herhalen wat de heer Alsemgeest en mevrouw Gielis gezegd hebben, omdat ik me er grotendeels bij aan kan sluiten. Ik had eigenlijk twee punten. Voor wat betreft de zienswijze, de VVD heeft altijd gezegd, als we een zienswijze in kunnen dienen, dan willen we dat graag. Dus dat wil ik graag bespreken. Alleen, ik herinner mij, en ik heb niet de gelegenheid gehad om dat echt uit te zoeken, dat wij onlangs een verzoek hebben ingediend rondom de begroting bij de GRJR, om onze zienswijze te kunnen indienen.
En daar hebben natuurlijk alle andere gemeenten van de GRJR ook hun mening over gegeven. En daarin hebben wij niet geheel onze zin gekregen. Dat is wat mij bijstaat. Dus ik wil het er heel graag over hebben met deze commissie, maar de vraag is hoeveel zin dat heeft. Misschien dat de wethouder daar ook nog iets over kan zeggen. En een andere vraag die ik had, door dit stuk te lezen ben ik erachter gekomen dat een deel van de kosten die nu in de begroting van de GRJR zitten, verplaatst worden naar de begroting van de gemeente. En wij doen met zijn allen ontzettend ons best om de kosten van jeugdzorg binnen de perken te houden, niet verder te laten stijgen, hoe je het wilt noemen. Maar op het moment dat daar een flink bedrag bij komt uit de GRJR, is het natuurlijk tegen de stroom op roeien. Dus de vraag aan de wethouder is ook, of het bedrag dusdanig substantieel zal zijn dat het nodig is om dat in rapportages aan de raad te verbijzonderen. Zodat we wel trends kunnen blijven waarnemen, in plaats van dat die helemaal worden doorbroken door een extra bedrag dat erbij wordt gegooid. Dat was het even voor de eerste termijn. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mevrouw Draak. Dat is geen interruptie ook, mijnheer Van der Stad? Mijnheer Van der Stad, D66, u heeft het woord. De heer Van der Stad: Dank u wel, voorzitter. En ook dank voor het agenderen aan de heer Lieverse.
Ik denk dat de bottomline van de vragen en constateringen is dat we als raad een integraal debat over de kosten en de kwaliteit van zorg zullen gaan missen. Het lijkt nu een onderdeel te gaan worden van de algehele begroting, terwijl het wenselijk is om daar op een passende blijvende manier aandacht op te leggen. Interessant wordt het hoe alle op zichzelf staande begrotingen van deelnemende gemeenten straks de bezetting en het presteren van de GR gaan bepalen, alsmede of die begroting de vraag van de werkelijkheid raakt. Dat de gemeente gaat afwijken van begrotingsadvies op basis van trends, verwachtingen of inzet, is begrijpelijk. We kunnen dichter op het vuur zitten en met goede technische en functionele analyses, ofwel onderbouwd, moet het ook prima realistisch kunnen. Maar we moeten ook ervoor waken dat we ons niet voortijdig rijk rekenen. Het kan
20/35
invloed hebben op de uitvoering van de GR en de kwaliteit van zorg. De GR dient ons te blijven voorzien van informatie, als sturing op de verschuiving van middelen. Wat als alle gemeenten te krap gaan begroten? Halen we dan onze gezamenlijke doelen? Dan de kostenbeheersing en de subsidiebeperkingen. (…) aan de bijdrage van WIJ Lansingerland, min of meer. Het is lastig om daar als leek een goed antwoord op te geven, met de beperkt verschafte informatie uit de stukken en complexiteit. Maar toch een voetnoot. We zijn enthousiast begonnen met de kostenbeheersingen, maar we zien dat structurele besparingen langzaam op gang komen of extra investeringen benodigen. Dan moeten we waakzaam zijn. Rondom de subsidiebeperkingen lees ik terug dat er mogelijkheden gezien worden om te besparen, maar dan met name op de randzaken die de subsidie vereist. In hoeverre dit uiteindelijk de zorg raakt, is onvoldoende duidelijk. En ten slotte, eens met de heer Lieverse om de zienswijzeprocedure als kapstok voor het gesprek met elkaar aan te houden. Dank u. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Van der Stad. Dan ga ik naar de heer Xhemaili, PvdA. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik wil de heer Lieverse bedanken voor het agenderen van dit bespreekpunt. Heel belangrijk. Ook met zijn kennis en achtergrond, kan ik niet bij aansluiten uiteraard.
Want wat mij ook opviel bij het bestuderen van dit stuk, wat ook andere collega's hebben aangegeven, dat het heel ingewikkeld is om te doorgronden waar ik het nu over heb. Als ik terug ga naar de decentralisatie van de jeugdzorg, was het tweeledig. Dichter lokaal brengen, waar de jeugdigen wonen, en een verkapte bezuiniging. En daar zien we nu de resultaten van dat het echt de pan uitrijst met de uitvoering daarvan. Als ik kijk naar de drie vragen die de heer Lieverse stelt. Kostenbeheersing, hoe beoordelen we de effectiviteit van de voorgestelde maatregelen binnen de regionale, RBOK en de landelijke hervorming jeugd? Dat weet ik niet. Ik heb daar niet direct een antwoord op. Maar als ik kijk naar mijn eigen werk, wat ik doe naast het raadswerk als duo-raadslid, ben ik ook veel met financiën bezig. En dan doen we jaarlijkse tussenevaluaties om te kijken, wat verandert in de cijfers. Komt er wat bij of gaat er wat af? Dus dat kan misschien een oplossing zijn. Ik weet niet of dat een goede oplossing is. Vraag twee, de subsidiebeperking. Welke gevolgen verwacht ik? Als je iets gaat korten, dan kan je ook minder afnemen, dus ook minder zorg leveren. Tenzij je ergens een overschot hebt en die overschot gebruikt om het tekort op te vangen. Dat kan een oplossing zijn. En de nieuwe rol van de GRJR, dat kan positief uitpakken als de zorg dichter bij de mensen komt.
Maar in het algemeen heb ik niet per se goed beeld hoe en wat. En als ik de vraag mag beantwoorden over de zienswijze, daar kunnen we denk ik wel mee instemmen om dat te doen. En als laatste wat ik misschien wil meegeven aan de heer Lieverse, dan wel via de voorzitter of de wethouder, om zulke diepinhoudelijke technische bespreekpunten misschien vooraf in een beeldvorming met elkaar van gedachten te wisselen en een goede toelichting te krijgen waar we het over hebben. Ik weet niet of dat mogelijk is, om dan het goede gesprek te voeren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Xhemaili. Dan gaan we naar mevrouw Gabin van GroenLinks. Mevrouw Gabin: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht, ik ga als laatste, want ik dacht dat ik als enige het niet bepaald snapte. GroenLinks wil in ieder geval de ChristenUnie bedanken voor het bespreekpunt. Ik denk, herhaling is de sleutel tot succes, dus dank daarvoor. Het is een complexe, maar een cruciale opgave. Dus GroenLinks steunt de koers richting passende, nabije en houdbare zorg. Maar alleen als de kwaliteit voorop blijft staan. En als gemeenten de verantwoordelijkheid krijgen, moeten ze ook dus de middelen en de informatie krijgen
21/35
om dat waar te maken. De heer Lieverse had het even over de korting. De beoogde korting van 5 à 10 procent op subsidies voor instellingen als Jeugdbescherming, Veilig Thuis, baart ook ons zorgen. Vooral omdat deze organisaties al onder druk staan. We zijn het op zich eens dat een zienswijzeprocedure als een middel kan worden ingezet om de kadernota te beoordelen. Alhoewel wij denken dat een open politieke dialoog veel waardevoller kan zijn dan een juridische reactie in de vorm van een zienswijze. Een kadernota is richtinggevend, maar we horen graag wat de wethouder hierover te zeggen heeft. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Gabin. Er is nog een interruptie van de heer Lieverse daarop. De heer Lieverse: Kan mevrouw Gabin aangeven wat het verschil is tussen die open discussie. Want hoe moet die gevoerd worden om wel het AB dan die informatie te laten krijgen die in de raden verzameld wordt? De voorzitter: Mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: Zoals ik het heb begrepen is de GRJR en het college, het ontslaat niet de plicht om tot een goede en tijdelijke en inhoudelijke raadpleging van de gemeenteraad uit te voeren. Dus ik denk als de middelen er zijn, als er andere alternatieven zijn, waarom daar geen gebruik van maken alvorens we overgaan tot een zienswijze. De voorzitter: Mijnheer Lieverse nog. De heer Lieverse: Heel kort.
Ter verduidelijking, het verschil zou kunnen zijn, of ziet u dat anders, dat bij een zienswijzeprocedure ook de andere raden gevraagd worden om een reactie. De voorzitter: Tot slot denk ik nog mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: Ik moet u geloven dan op uw woord. Als dat zo is, is dat alleen maar een plus. Maar ik hoor het graag van een wethouder. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mevrouw Gabin. Dan zijn we aan het einde gekomen van deze eerste termijn van de commissie. Dan wil ik even als uw voorzitter reageren op de suggestie van de heer Xhemaili nog over de beeldvormingen. Ik denk dat het goed is om aan te geven dat we twee vormen van beeldvorming kennen in beginsel. Beeldvorming op initiatief van het college. Als college zegt, we hebben een dermate technisch stuk, dat moeten we toelichten. En beeldvorming op initiatief van de raad. En dat kan natuurlijk door een initiatiefnemer van een bespreekpunt worden opgepakt. Net zo goed, het is altijd wat kort dag met het publiceren van de agenda, maar kan natuurlijk ieder commissielid, raadslid op ieder moment zeggen, maar wacht eens even, is het niet verstandig dat we hier met elkaar nog een beeldvorming voor organiseren? Ik denk in dit specifieke voorbeeld dat het qua tijd wat kort had geweest. Maar ik zal als uw voorzitter niet op mijn eigen initiatief een beeldvorming gaan voorstellen, mijnheer Xhemaili.
Alhoewel ik af en toe tijdens de vergaderingen best de indruk heb dat dat nuttig zou zijn voor die en gene. Maar dat is niet aan mij natuurlijk. Wilt u daar nog op reageren als punt van orde, mijnheer Xhemaili? De heer Xhemaili: Dank u wel. Ja, zeker. Het was meer een voorstel, omdat ik meerdere geluiden heb gehoord van de collega-raadsleden, dat het ingewikkelde materie is. En dat was meer vanuit de praktische overweging. Dank u wel.
22/35
De voorzitter: Dat snap ik helemaal, mijnheer Xhemaili. Maar ik denk even goed dat het helder is, iedereen kan dat initiatief nemen. Was in dit voorbeeld wellicht qua tijd wat lastig geweest, omdat ook op 11 april de wethouder de kadernota al moet bespreken in het bestuur van de GRJR. Maar akkoord, het initiatief ligt altijd bij u om dat toch te doen, mocht u dat willen. Dan gaan we nu toch echt over naar de wethouder in deze eerste termijn. Dat is wethouder Hoek. En misschien, wethouder, is het handig dat u even een onderscheid maakt tussen het reageren op de vooraf aangeleverde vragen en op de bespreking. Dat maakt het wat makkelijker te volgen, maar het is aan u. Beantwoording college De heer Hoek: Ik denk dat het handig is als ik eerst de bijdrage van de ChristenUnie behandel, dan de vragen beantwoord die de ChristenUnie in het bespreekstuk heeft geagendeerd en dan vervolgens de verschillende partijen afloop, zodat we het beeld een beetje compleet hebben. In ieder geval heel hartelijk dank voor het inbrengen van dit bespreekstuk. Dat het een ingewikkelde materie is, dat hoef ik u niet uit te leggen, want dat heeft u allemaal zelf geconstateerd. En dat is ook best mijn constatering, dat het echt een weerbarstige materie is. Er is veel gesproken over de zienswijzeprocedure.
De heer Lieverse heeft daar in een eerder stadium ook al aandacht voor gevraagd om met name die zienswijzemogelijkheden uit te breiden. Deze raad had hij in ieder geval aan zijn zijde, want wij wilden dat allemaal. Alleen, dan moet het AB van de GRJR er ook nog iets van vinden. Ik heb toen mijn best gedaan om alle wethouders te vragen, dit is het voorstel van de gemeente Lansingerland. Ik ga er niet over of u het daarmee eens bent of het er niet mee eens bent, maar haal bij uw raad op wat u wilt, zodat we straks kunnen kijken van, hoe ligt dat in de regio? Er was in ieder geval geen behoefte om de zienswijzemogelijkheden uit te breiden. En een zienswijze op de kadernota is ook geen wettelijke taak. 11 april, dan wordt de conceptbegroting besproken. Dan kunt u wel allerlei zaken meegeven. En ik als portefeuillehouder ben natuurlijk te allen tijde bereid om uw inbreng daar te vertegenwoordigen. Want dat is mijn rol ook. En dat vind ik alleen maar goed. De heer Lieverse heeft het over een aantal belangrijke zaken gehad die best ingewikkeld zijn. En vandaar ook zijn verzoek om de zienswijzemogelijkheden uit te breiden. Ik noem een paar zaken. De 1,5 miljoen van Veilig Thuis. Ik snap dat dat echt een zaak is waarvan u zegt, dat komt zomaar uit de hoge hoed en ingewikkeld.
Ik wil u ook wijzen op het bespreekstuk wat hier een maand of drie geleden lag, waar het ging over Veilig Thuis, waar de wachtlijsten opliepen en waarbij we allemaal een beetje zoiets hadden, wat moeten we nou? Want het is wel dusdanig belangrijk dat we moeten acteren op deze ontstane situatie. De voorzitter, nee, de bestuurder van Veilig Thuis heeft in ieder geval een dringende oproep gedaan om die 1,5 miljoen ter beschikking te stellen, om in ieder geval ervoor te zorgen dat zaken niet omvallen of uit de hand lopen. De voorzitter: Wethouder, een interruptie van mevrouw Gielis daarop. Mevrouw Gielis: Dank u wel, voorzitter. Want de heer Lieverse heeft ook duidelijk gevraagd, wat kan het AB doen, nog meer doen, om de kostenbeheersing te stimuleren? De heer Hoek: Ik ben nog niet klaar. De voorzitter: De wethouder dan nog even, mevrouw Gielis. De heer Hoek: Ik ben nog niet klaar. Er is ook gesproken over landelijk ingekochte jeugdhulp. Dat is een ingewikkelde, dat ben ik met de heer Lieverse eens. En dat zijn natuurlijk een beperkt aantal ingekochte trajecten die vaak op basis van een medische
23/35
verwijzing worden ingezet. Dus daar hebben wij eigenlijk als gemeente heel weinig invloed op. Er zijn maar een aantal zaken die landelijk worden ingekocht. Dat zijn echt de meest, hoe moet ik het zeggen, schrijnende uitdagingen die we hebben. En die worden landelijk ingekocht, maar wel vaak op basis van een medische verwijzing. JeugdhulpPlus. Ik ben het met ieder eens. En als u de vergaderingen van het AB volgt dan kunt u ook zien dat ik mijn nek uitsteek om juist met betrekking tot de JeugdhulpPlus-voorzieningen een voorschot op de discussie te nemen door te pleiten voor een traject als school2Care, wat al is uitgerold in het Rotterdamse, in Utrecht en in Amsterdam om juist plaatsing in een driemilieuvoorziening te voorkomen. Maar goed, als je het rapport Groeipijn leest vanuit het ministerie dan wordt er ook gezegd, neem nou vooral je tijd om de afbouw van die driemilieuvoorzieningen om daar goede voorzieningen voor in de plaats te krijgen. Dus neem je tijd. Ik ben het met u eens. Ik wil ook sneller. En ik stoor me er ook aan dat het zo'n soort repeterende vraag is, waar staan we nu? Is er al iets ondernomen? Ik heb een aantal schoten voor de boeg gegeven. Maar het gaat mij ook te langzaam. Inkoopwensen. In feite bepalen wij dat als gemeente gezamenlijk. Want datgene wat de GRJR inkoopt daar zitten wij zelf voor aan tafel.
Wij bepalen samen met de twaalf andere gemeenten het regionale palet. En als wij zeggen, dat vinden we overbodig, dan moeten we dat vooral in het AB inbrengen om te kijken of we een ander palet kunnen samenstellen. Maar vooralsnog voldoet dat aan de wensen die wij stellen. Taakverzwaringen, dat zei de heer Lieverse ook met betrekking tot de begroting. Het is niet zo dat wij extra gaan betalen, maar het is zo dat wij de zorgkosten die wij zelf maken, die worden verwerkt in onze eigen begroting. Dat zorgt ervoor dat je een veel directer sturingsinstrument hebt. Dus het is niet zo dat we meer gaan betalen, maar het is wel zo dat we de zorgkosten die we zelf afnemen dat die direct naar onze eigen begroting worden doorgesluisd. De RBOK, de regionale bestuursopdracht, daar wordt 78 miljoen genoemd. En vooralsnog, tot op de dag van vandaag, wordt verwacht dat we dat ook kunnen halen. Dus wat dat betreft moet ik maar uitgaan van datgene wat er gepresenteerd wordt. Want ik kan moeilijk inschatten of dat ook daadwerkelijk echt het geval is. Ik ga ervan uit. Dan de vragen die in het bespreekstuk stonden. En dan zal ik gaan naar de bijdragen van de verschillende fracties. Vraag 1, kostenontwikkeling.
Welke concrete maatregelen neemt de GRJR om grip te krijgen op de stijgende kosten van de landelijk ingekochte jeugdhulp? En wat is het verwachte effect hiervan? De regionale bestuursopdracht kostenbesparing bevat ook de aanpak voor de landelijk ingekochte jeugdhulp. We zetten in op meer hulp regionaal organiseren in plaats van landelijk om zo de sturing te vergroten. Dus dat is al een traject wat is ingezet. De landelijk ingekochte jeugdhulp gaat veelal via de landelijke, of nee, de medische verwijsroute. En eigenlijk willen wij eerder aansluiten bij jeugdigen om goed te kijken of deze hulp ook het meest passend is. Het verwachte effect is een betere sturingsmogelijkheid. Dus daar hebben we aandacht voor. Kwaliteit van zorg. Hoe waarborgt de GRJR dat kostenbesparingen niet ten koste gaan van de kwaliteit en toegankelijkheid van de jeugdhulp? De RBOK-maatregelen zijn geclusterd. Er zijn ook clusters zoals passend zorgaanbod en passende zorgvraag die mede gericht zijn op kwaliteitsverbetering. Daar waar we het net ook over gehad hebben, een besparing hoeft niet altijd een verslechtering te zijn. Maar we hebben eigenlijk twee opdrachten. Dat is en een besparing, maar ook een kwaliteitsverbetering. Dus niet alleen meer voor meer, maar ook meer en beter.
Kostenbesparing en kwaliteitsverbeteringen, en dat heb ik getracht uit te leggen, dat zijn geen tegenpolen, maar kunnen goed samen gaan. Bijvoorbeeld het afwegingskader met betrekking tot de één op één behandeling van jongeren als alternatief voor opname in de gesloten jeugdhulp. Ik denk dat dat een hele, een verslechtering is van de zaken die we hadden, omdat het veel beter is om in groepsverband met jongeren aan de slag te gaan. Veel beter voor de jongeren ook. En om gezamenlijk, samen met die jongeren, een traject te doorlopen waarbij ze wel geholpen worden en ook daadwerkelijk iets gedaan wordt met deze jongeren. Tegelijkertijd is de RBOK, net als onze eigen lokale opgave jeugdhulp en de
24/35
landelijke ontwikkelingen, ook gericht op afbakening van de jeugdhulp. Waar doen we het wel en waar doen we het niet? En waar is het ook daadwerkelijk voor bedoeld? En dan de laatste vraag van het bespreekstuk, samenwerking en beleidsinvloed. Hoe wordt gewaarborgd dat beleidskeuzes van individuele gemeenten voldoende worden meegenomen in de regionale inkoop en het beleid van de GRJR? Het beleid van de GRJR wordt gemaakt door de regiogemeenten. Het is niet zo dat de GRJR op eigen houtje beleid maakt, maar dat wordt ingegeven door de wens van de regiogemeenten. Hier dragen de gemeenten allemaal aan bij. De GRJR maakt het beleid niet zelf, maar voert beleid uit. De GRJR is namelijk beleidsarm en werkt binnen de kaders van de regiovisie. Daarbij komt ook nog dat Lansingerland is aangesloten bij de beleidsontwikkelingen zoals de doorontwikkelingen van de regiovisie. Dus we zitten aan tafel. De voorzitter: Helder. Daarover een vraag van de heer Alsemgeest. De heer Alsemgeest: Voorzitter, ik hoor de wethouder spreken over gezamenlijkheid van aantal gemeenten binnen die GRJR. En dat wij met elkaar beleid bepalen. Hij had het ook over, toen had ik eigenlijk al een interruptie willen doen, maar dat heb ik even gelaten, over het zorgpalet wat wij samen inkopen. We doen een heleboel samen, maar het moet altijd, als ik het goed begrijp, langs dat AB.
En ook die zienswijze die wij ooit nodig vonden, die is bij dat AB terecht gekomen, maar dat wordt het dan niet, omdat andere gemeenten dat niet vinden. Ik neem aan dat het, wethouder, dat het met dat zorgpalet ook zo is. Als wij wat willen veranderen aan het zorgpalet, moet dat dan ook via het AB en kan het zijn dat het toch niet gaat gebeuren, omdat andere gemeenten het niet willen en meer van dat soort zaken. Want dan krijg ik een beetje het idee van verdeel en heers. En dat er eigenlijk nooit wat iets gaat komen wat wij zouden willen, omdat andere gemeenten het niet willen. Klopt dat? De voorzitter: Heldere vraag. De wethouder. De heer Hoek: Het werkt iets anders. Er vindt een inventarisatie plaats van de hulpvragen die er zijn. En dan met name de hulpvragen die regionaal ingezet moeten worden, omdat het gaat om zwaardere jeugdhulp die wij lokaal niet kunnen organiseren. En als je het palet hebt, dan is het maar net wat je als gemeente afneemt. Ik bedoel eigenlijk, op het moment dat we een heel breed palet hebben, is dat prima. De vraag is, ga je zorg inkopen, ja of nee? Dus eigenlijk hebben we er met zijn allen baat bij dat daar een breed zorgaanbod ligt. Maar of we daar daadwerkelijk ook gebruik van maken, dat ligt aan de individuele gemeente. Vandaar ook dat wij gezegd hebben, regionale hulp is over het algemeen duurder dan lokale hulp.
Laten we nou proberen de tendens te breken en ervoor te zorgen dat er meer beroep wordt gedaan op de lokale hulp, dan dat we veel een beroep doen op de regionale, intensieve zorg. Dus dat is eigenlijk hoe een gemeente daar enigszins op kan sturen. De voorzitter: Mevrouw Gielis, een interruptie. Mevrouw Gielis: Sorry, wethouder, u zei, regionale hulp is duurder dan lokale hulp? De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Ja, over het algemeen is regionale hulp ook veel intensievere hulp. En is de lokale hulp vaak laagdrempeliger en eenvoudiger. De inhoud van het traject is minder intensief.
25/35
De voorzitter: Mevrouw Gielis nog, een vervolg interruptie daarover. Mevrouw Gielis: Dank u wel, voorzitter. Dan zouden we ons dus kunnen afvragen of het misschien wel beter is dat we naar lokale afspraken gaan in plaats van regionale afspraken. De heer Hoek: Maar dat doen we. De voorzitter: Wethouder. De heer Hoek: Dat doen we, want die trend hebben wij ook gezien. En daarom hebben we met name, investeren we veel meer op aanbod in het lokale palet dan dat we doorverwijzen naar het regionale palet. Juist om datgene wat u stelt. Maar je blijft wel regionale hulp op onderdelen nodig hebben, omdat de lokale hulp gewoonweg niet toereikend is. Dus dat maakt dat je altijd wel een beroep moet blijven doen op regionale hulp en voor de meest intensieve gevallen op landelijke hulp. Het CDA, of de Rijksbijdrage al inzichtelijk is met betrekking tot de gemeentebegroting. Nee, dat zal in de voorjaarsnota bekend worden. Ik kan wel zeggen, en dat heeft u waarschijnlijk ook gelezen, in het rapport Groeipijn wordt gesteld dat er een 50-50 constructie bedacht wordt. Alleen, we moeten ons niet rijk rekenen, die 50-50 constructie wordt berekend op basis van de uitkering uit het gemeentefonds. En omdat wij geen hoge uitkering uit het gemeentefonds hebben, is die bijdrage ook niet bijzonder hoog. Of in ieder geval niet toereikend.
U vraagt ook, u zegt dat u onderbouwd kan afwijken van de voorbeeldbegroting die de GRJR presenteert. Dat klopt ook, dat hebben we het afgelopen jaar ook gedaan. En dat kunnen we op basis van data die wij beschikbaar hebben. En het is ook zo dat, de GRJR maakt een begroting op basis van het historisch gebruik. En dan zal je zien, als je dat de afgelopen twee jaar inzichtelijk maakt, dat dat een stijgende lijn is. En de provincie zegt, u mag geen…Hoe moet ik dat nou goed uitleggen? Je mag bezuinigingen die je voor ogen hebt, mag je nog niet inbrengen, omdat het dan nog niet een daadwerkelijke begroting is. Dus de provincie zal altijd uitgaan van een stijging. En nu zie je voor het eerst dat er een trendbreuk plaatsvindt. Dus ik ben benieuwd hoe dat er het volgend jaar dan uit gaat zien. Maar in ieder geval, een bezuiniging die je zelf voorneemt en nog niet ingeboekt hebt, mag je niet op die manier begroten. Dus dat betekent dat wij nu wel met een gerust hart durven zeggen op basis van data die we hebben, het gaat in ieder geval de goede kant op. Maar het betekent ook dat de voorbeeldbegroting van zo'n GRJR altijd hoger is dan wij zelf inschatten. En in feite maakt dat ook onderdeel uit van de bezuinigingen die je als gemeente wilt inboeken. Het zou raar zijn op het moment dat je met allerlei bezuinigingen bezig bent en daar geen vertrouwen in hebt dat het ook die kant op gaat.
Even kijken hoor. U stelt ook voor, kunnen we geen knoppen in het leven roepen op besparingen afhankelijk van de wachtlijsten? Dat antwoord moet ik u schuldig blijven. Ik merk wel dat in de praktijk op het moment dat wachtlijsten oplopen en een instantie doet een beroep op, weet je, nu loopt het uit de hand en nu moeten we wat, dan zijn we altijd wel bereid om daar op de juiste manier op te acteren. Je kan twee dingen doen en zeggen, dat is je eigen schuld. Maar dan weet je dat het ten koste gaat van jongeren en dat die met extra problemen komen te zitten. Je kan ook bedenken, moeten we wel of niet bijspringen? En dan ben ik er altijd wel een voorstander van dat je zorgt dat er geen individuele kinderen of jongeren daar de dupe van worden. Maar dat je ook wel zo'n organisatie de spiegel voorhoudt en zegt, wat ga je er zelf aan doen? Leefbaar 3B heeft het gehad over de zienswijze om die uit te breiden. Daar heb ik iets over gezegd. Daar heeft de VVD ook op geacteerd en het klopt wat u zegt, daar hebben we hier, in deze raad, waren we daar absoluut van overtuigd. Alleen, dan moet het ook nog wel landen in het AB. Even kijken, hoor. De huidige kosten, GRJR, gaan naar de gemeente. Daar heb ik iets over gezegd. En daarbij is het zo dat we betalen voor onze zelf afgenomen zorg. Dus, ik bedoel, dat zit nu in de begroting van de
26/35
GRJR. Daar krijg je later een afrekening voor. En nu gaan ze meer direct onderdeel uitmaken van je eigen gemeentelijke begroting. Even kijken, hoor. D66, even kijken. Je moet je niet voortijdig rijk rekenen. Zolang ik bij de GRJR zit heb ik me nog niet kunnen betrappen op het voortijdig rijk rekenen van ofwel de gemeente of van mezelf, omdat zolang ik bij deze vergaderingen zit, en ook ruim voor mijn tijd, is het niet aan de orde geweest dat we ook maar enigszins in de gelegenheid waren om ons zelf rijk te rekenen. U weet misschien, de heer Xhemaili die gaf daar ook, in 2015 is de hele jeugdzorg, Wmo die is naar de gemeente gegaan. En u stelde het juist, dat was enigszins om dichter op de bevolking te zitten. Dus meer maatwerk te kunnen leveren. Maar er werd gelijk ook, ik geloof, 30 procent van het budget afgehaald. De eerste jaren hebben wij daar geld aan overgehouden als gemeente Lansingerland. Dus wij dachten eigenlijk dat we het heel goed deden. Dat was de eerste jaren. Dat hebben we toen in een bestemmingsreserve gezet. Maar later bleek dat ook wij toch behoorlijk uit de pas zijn gaan lopen. U kent de cijfers, in 2000 maakte 1 op de 27 jongeren gebruik van jeugdzorg. En inmiddels zijn we nu zover dat dat voor Lansingerland, ik meen, 1 op de 12 is. En landelijk gezien 1 op de 7.
Dus dat betekent dat we eigenlijk in de afgelopen 24 jaar dat we steeds meer een beroep zijn gaan doen op jeugdzorg. De voorzitter: Ik heb eerst een interruptie van mevrouw Gielis, wethouder, en daarna van de heer Xhemaili. Mevrouw Gielis: Dank u wel, voorzitter. Nou kan ik het toch niet laten om mijn exfractiegenoot Don van Doorn te herhalen, geen geld, geen Zwitsers. Die kon ik even niet laten. Maar u heeft het over dat geld. Maar het is ook wel heel makkelijk. Is het niet mogelijk om op andere manieren alternatieve besparingen te verzinnen? Het is wel heel makkelijk om te zeggen, dit wordt ons in de mik geduwd, we kunnen hier niks mee. Maar misschien kunnen we wel overheadkosten besparen in plaats van directe zorg of andere dingen. De voorzitter: De wethouder nog een keer. De heer Hoek: Daar is natuurlijk die hele RBOK voor bedoeld. Dat zijn 52 maatregelen waar we op besparen. En dat zijn ook bijvoorbeeld organisatiekosten, dat zijn onderhandelingen met de zorgaanbieders. Al dat soort dingen zijn meegenomen. Het zijn 52 maatregelen. Dus ja, natuurlijk, er wordt heel breed gekeken op welke onderdelen we nog meer kunnen bezuinigen. Dat gebeurt, dat is de RBOK. De voorzitter: Mijnheer Xhemaili, PvdA. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik werd getriggerd door de wethouder met het feitje dat in 2000 minder kinderen gebruik maakten van jeugdzorg en vergeleken met nu.
Ik kan me voorstellen dat juist mensen of inwoners jeugdzorg beter vinden. Of komt het juist door omdat Lansingerland heel mondig is en deskundig en hoogopgeleid, waardoor zij eerder geneigd zijn om naar hulpingangen te zoeken? Dus waar ligt dat dan? De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Het is en-en. Het is ook ontegenzeggelijk zo dat we, juist omdat het naar de gemeente is gegaan, dat die lijntjes wellicht korter zijn geworden. Het is ook wel zo dat de afgelopen jaren de jeugd met wat meer uitdagingen te maken heeft gekregen dan toen ik jong was. Omdat de wereld gewoon toch veel complexer is geworden. Drillraps, je wilt bij
27/35
een peergroep horen. Dus dat maakt het wel een stuk ingewikkelder om groot te worden met alle verleidingen die op ons pad komen. De voorzitter: Mijnheer Xhemaili daar nog over? Nee, toch niet? Geen enkel probleem. Zijn wij tot een afronding aan het komen? De heer Hoek: Ja, ik ben bij de Partij van de Arbeid. De tussenevaluatie met betrekking tot de financiën. Die vindt in het AB natuurlijk regelmatig plaats, de financiële stand van zaken. De vergaderingen zijn openbaar. Ik weet van de heer Lieverse dat ze niet altijd op de juiste manier dat je hem kan bekijken, omdat de apparatuur ons dan in de steek laat. Maar financiën is een wezenlijk onderdeel van iedere AB-vergadering die er gehouden wordt. En daarnaast wijs ik ook nog op, u zegt, is het niet mogelijk om nog een keer een beeldvorming te doen? Daar heeft de voorzitter het een en ander over gezegd. Maar ik wil u toch ook wijzen op de raadsinfobrieven die wij regelmatig met betrekking tot dit onderwerp richting raad sturen. GroenLinks, ik waardeer uw eerlijkheid. Laat dat heel duidelijk zijn. Dat vond ik echt mooi. En ja, u bent voor een open politieke dialoog om die hier wellicht in dit huis eens te laten plaatsvinden. Ik zou zeggen, bespreek dat met de griffie, als daar behoefte aan is, kunnen we altijd kijken hoe of wat. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Dank u wel, wethouder.
Dan zijn we aan het einde gekomen van deze eerste termijn en gaan we over naar de tweede termijn. Waarbij ik misschien eerst toch u even het woord wil geven, mijnheer Lieverse, om ook even te verifiëren wat u nog van de commissie zou willen weten eventueel in tweede termijn. Ja? Mijnheer Lieverse, u heeft het woord. Tweede termijn De heer Lieverse: Iedereen dank voor de inhoudelijke bijdragen en ook de steun voor de laatste vraag die ik gesteld heb. Overigens, de wethouder zei dat hij in het AB regelmatig over jeugdhulp bespreekt. Dat is helemaal juist. De wethouder laat regelmatig zijn hart spreken in die vergaderingen. En dat komt ook echt over bij de collega-wethouders in de wijde regio van onze GR. Wat betreft het gedoe waar de VVD over sprak van, mevrouw Draak is nu even afwezig, maar toch ga ik er even op in, rond die zienswijze. Hebben we het inderdaad uitvoerig over gehad. Maar nu gaat het eigenlijk om iets nieuws. Namelijk de kadernota was voorheen altijd wel zienswijzeplichtig, of plichtig, we deden dat gewoon. Zoals de begrotingen wettelijk in de procedure vallen. Maar omdat nu de zorgkosten eruit gehaald worden, wordt het als een reden gezien om dat nu niet meer te doen. En dat vond ik zo spijtig, want de bespreking vanavond heeft toch voldoende opgeleverd.
Dus vandaag herhaal ik mijn vraag aan de wethouder, wil hij zich er sterk voor maken om in het AB ervoor te pleiten om de kadernota aan een zienswijzeprocedure te gaan koppelen voor de komende keren? De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Lieverse. Dan stel ik gewoon even de vraag in de commissie of er nog behoefte is aan verdere inbreng op dit onderwerp of dat we de wethouder nog even de vraag van de heer Lieverse kunnen laten beantwoorden. Ik zie niemand naar de microfoon vliegen. Dus dan stel ik vast dat wij naar de wethouder gaan in deze tweede termijn, voor de vraag van de heer Lieverse nog. Wethouder Hoek. Beantwoording college De heer Hoek: Het is niet zo dat ik dat niet wil voorstellen. Alleen, we hebben net de zienswijzeverordening aangepast. En ik hoor wat u zegt. In het verleden was dat wellicht
28/35
niet een verplichting, maar deden we het wel altijd. Nu dat die zorgkosten naar de eigen begroting gaan, heb je natuurlijk ook veel meer zicht op die kosten. Dus ik kan me enigszins de denkwijze wel voorstellen dat op het moment dat zorgkosten in je eigen begroting landen, dat je daar veel meer grip en zicht op krijgt, doordat je veel meer overzicht krijgt. De voorzitter: Dat is dan ook gelijk uw tweede termijn, wethouder? Ja? Oké, helder. Dan heb ik nog een interruptie voor u van de heer Alsemgeest. De heer Alsemgeest: Voorzitter, dank u wel. Als ik zo goed beluister van onze wethouder, kan hij natuurlijk toch weer proberen die zienswijze in te brengen. Maar zal dat waarschijnlijk weer niet doorgaan. En nu we een andere manier krijgen, zodat we die zorgkosten bij ons in onze eigen begroting krijgen, krijgen we natuurlijk wel meer zicht. En dat is geen verkeerde zaak. Maar het is wel weer het idee, heb ik dan, dat het toch weer het verdeel- en heerssysteem is van de GRJR. De verantwoordelijkheid gaat daar weg en wordt weer bij ons neergelegd. En dan kunnen we ook nog geen zienswijze daarop indienen. De voorzitter: En wat is dan precies nog uw vraag aan de wethouder daarover? De heer Alsemgeest: Of hij daar toch wederom de aandacht op wil vestigen. De voorzitter: Dat is in ieder geval een heldere vraag. Dan gaan we even naar de wethouder, want dat is een interruptie.
Dan kom ik daarna bij u, mijnheer Lieverse, want het is een interruptie nog op de wethouder, toch? Ja, helder. Eerst de wethouder. De heer Hoek: Nogmaals, ik wil het met alle plezier vragen, maar net wat de heer Alsemgeest ook zegt, we hebben dat de vorige keer ook geprobeerd, daar was geen meerderheid voor. Ik heb niet het idee dat de GRJR een verdeel en heers, dat is de gemeenteraad ook niet. In een gemeenteraad telt de meerderheid en dat is bij een AB van de GRJR ook zo. Dus het is echt niet zo dat daar nou spelletjes worden gespeeld of, absoluut niet. Ook het verzoek van de heer Lieverse om de zienswijzemethodiek uit te breiden is gewoon ordentelijk besproken en daar hebben mensen iets van gevonden. De voorzitter: Helder. Dan heb ik nog een interruptie van de heer Lieverse. De heer Lieverse: In twee seconden lukt net niet, voorzitter. De voorzitter: En dat was uw interruptie. De heer Lieverse: Maar misschien dat het de wethouder wel kan helpen als we dit dan in een motie gieten en op die manier bij hem neerleggen. Daar mag hij op reageren. De voorzitter: Dan is de vraag of dat hem zou helpen. Oké. Wethouder nog. De heer Hoek: Volgens mij hebben we de vorige zienswijzeverruiming ook in een motie hier vastgesteld. Tenminste, wij waren het allen eens met die motie. Die heb ik ingebracht, die heeft het niet gehaald in het AB. Dus ja, weet je, ik weet niet of het mij helpt.
Ik denk het eerlijk gezegd niet, omdat we het eerder geprobeerd hebben. De voorzitter: Helder. Dank u wel, wethouder. Dan zijn we aan het einde gekomen van deze tweede termijn ook en dan gaan we deze bespreking sluiten. Mijnheer Lieverse, nogmaals dank voor het agenderen. En dank allen voor de input. En wethouder, alle succes 11 april met die bespreking in het bestuur van de kadernota.
29/35
6. Stukken ter advisering aan de raad De voorzitter: In deze commissie Samenleving gaan wij gauw verder met agendapunt 6, stukken ter advisering aan de raad. Nou, dat wordt een kort agendapunt, want die zijn er niet vanavond. 7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: San gaan we over naar agendapunt 7, de actualiteiten uit het college. Er is weer voor u allen een overzicht aangeleverd. Dat overzicht beslaat alle commissies, maar de vragen van vanavond kunnen uitsluitend gaan over onderwerpen die de commissie Samenleving aangaan. Ik zie u al, mijnheer Xhemaili. Gaat uw gang. De heer Xhemaili: Dank u wel. Bij de commissie Ruimte ging ik de fout in om een Samenlevingsvraag te stellen in de commissie Ruimte. Daar werd ik terechtgewezen door de voorzitter die nu voor me zit. Dus ik hou het bij de commissie Samenleving. Ik heb een vraag over de participatie hersteloperatie toeslagen. We krijgen een beeldvorming op 10 mei. Het gaat naar het presidium. Maar ik ben toch wel benieuwd, kunt u misschien, de wethouder, via de voorzitter, toelichten wat er gaat komen? Waar moeten we aan denken qua beeldvorming? De voorzitter: Is daar een korte toelichting op te geven, wethouder? De heer Hoek: Niet meer dan dat het een beeldvorming is. Nee, nee, nee, dat is gekheid. Natuurlijk willen we aan en public de stand van zaken toelichten waar we tegenaan lopen.
En eigenlijk even het net ophalen, zodat u weer helemaal bij bent met betrekking tot dit dossier. De voorzitter: Mijnheer Xhemaili nog? De heer Xhemaili: Eén checkvraag, dit betekent ook hoeveel toeslagen operaties hebben plaats gevonden en wie ze wel en niet zijn geholpen? De voorzitter: De wethouder zegt nog ja, buiten de voorzitter om, maar u heeft het in de zaal gehoord en nu staat het ook op de band. Dus dat scheelt. Heeft u een vraag, mevrouw Gielis, over de actualiteitenrapportage? Ja, gaat uw gang. Mevrouw Gielis: Dat gaat over het recht van opstal. Mijn collega kon dat gisteren ook niet vragen in de commissie, dus heeft aan mij gevraagd, de heer Meuldijk heeft aan mij gevraagd of ik hem wilde stellen. Het recht van opstal is een zakelijk recht. De vraag is over de overeenkomsten die zijn gesloten met of gesloten gaan worden met de vereniging van de sportparken. Het is in het belang van zowel de sportverenigingen als van de gemeente dat er goede afspraken worden gemaakt over het juridisch eigendom, de huur, pacht, beheer, onderhoud en aansprakelijkheid. Zijn er op al deze gebieden afspraken met de sportverenigingen gemaakt? De voorzitter: Een zeer technische vraag, mevrouw Gielis. Wethouder, u heeft het woord. De heer Hoek: Zoals het er staat, is het ook. Het recht van opstal is inderdaad een juridisch uitgangspunt met betrekking tot de grond en het gebouw.
En met name als het gebouw op grond van de gemeente staat dan moet je dat recht van opstal op een goede manier
30/35
vestigen. Waarom zijn we dat nu echt aan het optuigen? Dat heeft alles te maken met de brand bij BVCB. Toen het een heel juridisch gevecht is geworden van wie dat clubhuis nou daadwerkelijk was. Aan weerskanten zijn juristen in de hand genomen om dat uit te knokken. Dus om dat nou te voorkomen, willen we dit gewoon op een goede manier regelen. En als u mij vraagt, klopt het dat dit het is? Ja, ik ben geen recht van opstal deskundige. Maar het recht van opstal is gewoon een wettelijk iets wat je op een goede manier moet vastleggen. De voorzitter: Er komen een hoop vragen hierover. Eerst mevrouw Gielis. Mevrouw Gielis: Dank u wel, voorzitter. Het is niet echt een antwoord. Ik begrijp dat het iets is wat goed vastgelegd moet worden. Maar wordt het goed vastgelegd, is de vraag. De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Ja, natuurlijk. Ik bedoel, dat doen wij niet als gemeente. Maar daar komt een notaris aan te pas. Dat moet allemaal officieel vastgelegd worden. Dus het is niet zo dat we zelf één of ander contractje maken. Nee, daar komt een notaris aan te pas. En dat moet op die manier ordentelijk vastgelegd worden. De voorzitter: Helder. Dat is dan beantwoord. Mijnheer Afalah, u heeft nog een vraag over de actualiteitenrapportage? De heer Afalah: Ja, ik heb een vraag over hetzelfde onderwerp.
Kan de wethouder aangeven dat het proces wat toen in gang is gezet na die brand bij BVCB, kan hij daar een indicatie aan geven van hoe lang we als gemeente nodig hebben om dat ook goed geregeld te hebben bij alle verenigingen binnen Lansingerland? De voorzitter: En dan bedoelt u het nieuwe recht van opstal? Want het moet natuurlijk wel gaan over de actualiteiten, mijnheer Afalah. Dus dit is een goede vraag. Dan gaan we naar wethouder Hoek. De heer Hoek: Het streven is voor het eind van dit jaar om alle rechten van opstal gevestigd te hebben. De voorzitter: Dat is een helder antwoord. Nog andere vragen naar aanleiding van de voortgangsrapportage? Mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Ik krijg er ook plezier in, voorzitter. Nee, het was voorbereid. Ik heb twee verschillende zaken. Moet ik ze in één keer of in twee verschillende? De voorzitter: Over de actualiteitenrapportage? De heer Lieverse: Jazeker. De voorzitter: Laten we ze dan één voor één doen. De heer Lieverse: Eén voor één. Over de pumptrackbaan voortgang. Met verbazing lezen wij het volgende, dat er namelijk gezocht wordt naar een geschikte locatie, terwijl we begrepen uit de bespreking tijdens de begroting op 7 november, vijf maanden geleden, dat er toen al zicht was op een locatie. Toen werd er gesproken over Annie M.G. Schmidt Park.
31/35
De voorzitter: En dan is uw vraag, klopte de bespreking toen niet of klopt de actualiteit nu niet? Mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Ik ben u ontzettend dankbaar, voorzitter. De voorzitter: Ik moet er altijd maar een vraag van proberen te maken, van uw inbreng. Goed, wethouder Hoek. De heer Hoek: Ik probeer het even terug te halen. Ik zelf ben nooit voor een pumptrackbaan in het Annie M.G. Schmidt Park geweest. Dus ik kan me moeilijk voorstellen dat ik dat gezegd heb, omdat ik juist vind dat we daar al een jongeren ontmoetingsplaats hebben met allerlei andere activiteiten en het juist belangrijk vond om te kijken naar andere locaties binnen de gemeente. Dus wat dat betreft zijn er nu twee locaties op het oog en die worden verder onderzocht. En afhankelijk van ondergrond, of het inpasbaar is, hoe de buurt reageert, worden daar nu verdere stappen ontwikkeld. De voorzitter: Dat is een helder antwoord voor hoe het nu in elkaar steekt. De heer Lieverse, voor de volgende vraag. De heer Lieverse: Dan is het toch…Mag ik citeren uit het verslag van de begroting van 7 november of vindt u dat nu buiten de orde? De voorzitter: Ja, een klein beetje wel, mijnheer Lieverse, want het is uiteindelijk een vraag naar aanleiding van de actualiteit. En de wethouder stelt vast, ik heb nu twee locaties in onderzoek. Dat is de actualiteit.
Als u een verdere bevraging wilt doen van de wethouder dan moeten we daar een agendapunt van maken. De heer Lieverse: Oké, ik heb voldoende helder gemaakt dat ik de… De voorzitter: En de actualiteit is, er zijn twee locaties in onderzoek. Dat is de feitelijke informatie. Maar dan mag u wel uw andere vraag stellen. De heer Lieverse: Ja, dat ga ik nu doen. Dat gaat namelijk over jeugd. Dat verbaast u waarschijnlijk niet. Maar dan in dit geval over het CEG. Enige verbazing over het feit dat er drie locaties zijn en dat het nu teruggebracht worden naar twee locaties. Terwijl, waarom me dat verrast, daar zou ik graag wat toelichting op hebben. Straks hebben we het ook nog op de GGD-rapportage. Onder andere over de mazelenuitbraak die er in Nederland is. De vaccinatiebereidheid van ouders wordt enorm beïnvloed door de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van CEG-locaties. Die hebben een sleutelrol in het zorgen dat mensen op tijd de vaccinaties halen. Ook voor volwassenen is dat belangrijk. Maar in dit geval voor jeugdigen. Dus ik ben benieuwd wat de achtergrond is om nu het naar twee locaties te doen, terwijl onze gemeente heeft drie dorpskernen en was er niet voor niks mee gezegend. De voorzitter: Een korte reactie van de wethouder. De heer Hoek: Daar kan ik heel kort over zijn, dat is een wens van het CEG zelf. Ze zitten nu op een dure locatie in Berkel.
Er kwam een verdieping vrij op de Noorderparklaan. En zij hebben gezegd, wij vinden het bijzonder prettig om dat te clusteren. Dan hebben we en meer vierkante meters, we kunnen gebruik maken van één kantine en het is voordeliger. Dus het is een wens van het CEG zelf. En buiten dat, weet je, denk ik op het moment dat het niet afhangt in een straal zoals we die hier kennen in Lansingerland of je wel naar het
32/35
CEG gaat of niet. Aan die indruk kan ik me niet onttrekken dat de afstanden hier in deze gemeente het probleem zouden zijn. De voorzitter: Maar, wethouder, helder, de actualiteit was, de locaties. Het antwoord is, CEG wilde het zelf. Dat is het antwoord, helder. Mevrouw Draak. Mevrouw Draak: Ik mag niks tegen de heer Lieverse zeggen, dus ik ga even de wethouder een vraag stellen. Dat mag wel bij interruptie. Is de wethouder ervan op de hoogte dat alleen kleine kindertjes tot vier jaar worden gevaccineerd in het CEG en dat daarboven vaccinatiecampagnes worden gedaan en dat die dan in Het Hoge Land worden uitgevoerd? De voorzitter: Ik verwacht dat de wethouder daar, ja, op gaat zeggen. Wethouder. De heer Hoek: Laat ik eerlijk zijn, dat wist ik niet helemaal. Maar dank u wel. De voorzitter: Helder. Dan hebben wij vanuit de actualiteiten uit het college ook stiekem nog iets aan het college meegegeven. Dank u wel, mevrouw Draak. 8. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Dan gaan we over naar de actualiteiten uit de commissie. Is één van u nog ergens mee bezig wat u vast wil meegeven aan de commissie? Komt er een leuk bespreekpunt aan? Bent u met een interessant onderwerp bezig? In ieder geval niet dat u het hier wilt melden. Dan gaan we over naar agendapunt 9. Is dat nog agendapunt 8, mijnheer Erwich? De heer Erwich: U gaat ineens heel snel.
U vroeg dat en ik dacht van, er is best wel wat te melden, want we gaan 4 mei nog een vlam ophalen in Wageningen. En van de 64 raads- en duoraadsleden heb ik er inmiddels al 3, dus misschien zijn er nog wat liefhebbers. Die kunnen nu nog aanmelden en anders niet. Dus dat even. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Erwich. 9. Verbonden partijen De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 9, de verbonden partijen. Daar heeft de heer Lieverse verslagen aangeleverd voor de bestuursvergaderingen van zowel de GGD als de GRJR. Allereerst de vraag aan de commissie, zijn daar op dit moment vragen over aan de heer Lieverse? Dat is niet het geval. Dan, mijnheer Lieverse, heeft u nog een mededeling naar aanleiding hiervan voor de commissie? Dat is het geval. De heer Lieverse: Ik hoop dat de commissie er niet overheen leest dat Veilig Thuis is bij het AB geweest, daar is al over gesproken vanavond, en heeft het te horen gekregen dat zij wat meer subsidie gaan krijgen. Wat ik spijtig vond, is dat het AB niet doorgezaagd heeft over een bepaald punt, namelijk waar ze de vorige keer zo positief over waren, is de zogenaamde proeftuin. Dat is echt spijtig, want die proeftuin zou juist heel veel zicht geven op een verbeterde werking van Veilig Thuis. Samen met mensen die iets meegemaakt hebben in de thuissituatie.
Dus ik hoop dat het toch nog op één of andere manier een keer terug gaat komen bij de... De voorzitter: Ik zet u weer even aan, mijnheer Lieverse.
33/35
De heer Lieverse: Ja, dat is mijn fout. Ik drukte op het knopje. Bij de GGD is, het is, ik heb een paar punten eruit gehaald uit die gezondheidsmonitor jongvolwassenen. Dat zijn een aantal monitoren die je online kan lezen. Dit gaat dan over de jongvolwassenen 16 tot 25 jaar. Het is wel interessante achtergrondinformatie voor als wij in de toekomst opnieuw komen te spreken over jongvolwassenen. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Lieverse. 10. Rondvraag en sluiting De voorzitter: Dan zijn we aan het einde gekomen van deze Commissie Samenleving van 3 april. Dan wil ik u nog even meegeven, nogmaals, dat 7 april u allen uitgenodigd bent voor een bespreking van de Cases Jeugdhulp, om daar wat meer beeld bij te krijgen. Dat is een bespreking met alleen de commissieleden, maar u bent daar allemaal voor uitgenodigd. En dan rest mij verder niets dan u allen hartelijk te danken. Oh, we hebben de wethouder nog voor de sluiting. Wethouder Hoek. De heer Hoek: Er is nog een actualiteit uit het college die ik namens mijn collega mevrouw Cnossen tot u wil laten komen. Misschien heb ik net even niet opgelet, maar in ieder geval, het is een actualiteit. Het gaat inderdaad, en de heer Lieverse had het er zojuist al over, over de uitbraak van de mazelen. En daar wil ik u toch een kleine update voor geven, als u mij dat toestaat.
De voorzitter: Laten we dat doen, dat lijkt mij belangrijk, wethouder. De heer Hoek: Ik lees het een beetje voor, want het gaat ook over aantallen en dat soort zaken. De eerste melding van mazelen kwam op 22 februari 2025. De huidige status is 44 bevestigde gevallen en 5 verdenkingen. Dat was op 26 maart ‘25. Hiervan hadden er 37 een direct of indirecte link aan één basisschool. De besmettingen zijn voornamelijk in Rotterdam en een klein aantal in Ridderkerk. De besmette kinderen zijn allen niet gevaccineerd tegen mazelen. De verwachting is dat het aantal besmettingen nog gaat oplopen en mogelijk meer gemeenten met een lage vaccinatiegraad gaan treffen. De GGD en de CEG werken goed samen en zij hebben nauw contact met huisartsen, kinderartsen en scholen. Lansingerland heeft een vaccinatiegraad van 85,4 procent en scoort hiermee het hoogst, het hoogst van de regio. Het regiogemiddelde is 73,5 procent en we scoren ook nog ruim boven het landelijk gemiddelde, wat 79,6 procent is. Kinderen die nog niet gevaccineerd zijn kunnen alsnog gevaccineerd worden via het CEG. Kinderen die al een eerste vaccinatie hebben gehad hoeven niet vervroegd voor een tweede vaccinatie te worden opgeroepen, omdat ze al voldoende beschermd zijn. Vaccineren voor de leeftijd van 14 maanden doen we liever niet, omdat het dan minder effectief is.
Met betrekking tot communicatie, vanuit de GGD en het CEG zijn er een aantal acties ingezet op het gebied van communicatie voor leerlingen en familie van de school waar de meeste besmettingen aan gerelateerd zijn. Zo is er een brief en een flyer en een poster vanuit GGD en het CEG Rijnmond aan alle scholen, basis, middelbaar, mbo, hbo, wo en kinderdagverblijven over de situatie en de te nemen maatregelen rondgestuurd. Er zijn persvragen beantwoord. Er is voorlichting in de buurt en vaccinatie is mogelijk voor leerlingen en familie van de school. En er was op 26 maart een spreekuur met betrekking tot het verkrijgen van nog een vaccinatie. Dus dit is het wat betreft de mazelen. De voorzitter: Helder. Dank u wel, wethouder. Nog een belangrijke mededeling, lijkt mij. Die kwam nog even bij de sluiting van deze vergadering. Dan rest mij nu echt niets dan u