[BV25.0039] Verslag commissie Samenleving d.d. 3 april 2025
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Samenleving BV25.0039
Datum vergadering
: 3 april 2025
Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Marjolein Gielis, Leon Erwich WIJ Lansingerland : Jan Alsemgeest, Adelkarim Afalah CDA : Nelleke Bouman-Quist, Dave Bergwerff, Arnold Oosterlaan VVD : Marloes Draak, Eric Kampinga D66 : Ronald van der Stad, Sander Smolders CU : Paul Lieverse, Annette Molenaar-Van der Beek GroenLinks : Selgei Gabin PvdA :, Valmir Xhemaili, VOOR Lansingerland : Burgemeester Wethouders
: : Leon Hoek
Voorzitter Commissiegriffier
: Matthijs Machielse : Rianne Kokke
Afwezig Leefbaar 3B : WIJ Lansingerland : CDA : VVD : Boris Wezenberg D66 : CU : GroenLinks : Manon van Splunter, Marko Ruijtenberg PvdA : Hamid Azzouzi, Sonnie Biharie VOOR Lansingerland : Petrine van Olst
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Een goedenavond, dames en heren. Heel hartelijk welkom aan de kijkers thuis, de overvolle publieke tribune, aan commissieleden van acht partijen aanwezig deze avond. Hartelijk welkom ook, collegeleden en natuurlijk naast mij onze vaste commissiegriffier. Hartelijk welkom allemaal. Fijn dat u het allemaal heeft kunnen maken naar deze vergadering hier. Het is acht uur op 3 april en het was toch een heerlijk mooie zonnige dag. Maar gelukkig nog een paar weken, dan kunnen we om acht uur nog in de zon zitten. Kijken of we dan nog zulke volle zalen trekken hier. Vanavond in ieder geval wel en dat is maar goed ook, want we hebben voor u vanavond twee mooie agendapunten. Maar we gaan allereerst eens even beginnen met de mededelingen. Die heb ik verder niet. 2. Inspreker(s)
1/35
De voorzitter: Dus dan gaan we gauw over naar de insprekers. Die zijn helaas deze avond niet gemeld. . 3. Vaststelling verslag vorige vergadering De voorzitter: Gaan we over naar agendapunt 3, het vaststellen van het verslag van de vorige vergadering. Die is alweer van 6 februari 2025, dus dat is alweer een tijdje geleden. Er zijn geen opmerkingen over binnengekomen. Kan ik dat verslag vaststellen? Ik zie instemmend geknik, dus dat verslag is dan bij deze vastgesteld. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 4, het vaststellen van de agenda. Ik had het er net al even met u over, we hebben vanavond twee bespreekpunten. Allereerst een bespreekpunt op initiatief van het college en daarna een bespreekpunt op initiatief van de heer Lieverse als raadsrapporteur van de GRJR. Gaan we het met die twee agendapunten doen? Ik zie mevrouw Gielis nog uit mijn linkerzijde. Mevrouw Gielis. Mevrouw Gielis: Ik ben even niet helemaal, wanneer mocht ik iets agenderen voor actualiteiten uit het college? Actualiteiten, vragen. De voorzitter: Dan heb ik goed nieuws voor u, agendapunt 7 zijn de actualiteiten uit het college. Daar zit de voortgangsrapportage bij en daar mag u dan vragen over stellen. En dan kunnen we die op dat moment behandelen. Is dat helder? Andere opmerkingen nog over de agenda? Nee? Dan gaan we het met deze agenda doen.
Dan gaan we over naar agendapunt 5, die bespreekpunten. Sorry, mevrouw Gielis? Nee? Oké. Helder. 5. Bespreekpunten 5.a Uitgangspuntennotitie Opgave Volwassenen De voorzitter: Allereerst agendapunt 5.a, de uitgangspuntennotitie Opgave Volwassenen. Die titel zegt eigenlijk alles al, een uitgangspuntennotitie voor de opgave voor volwassenen. Dat is het vierde beleidsplan wat gaat volgen binnen de samenlevingsvisie, waar we de afgelopen jaren veel met elkaar over hebben gesproken. En vanavond legt het college aan u de uitgangspunten voor voor deze visie. En u wordt gevraagd om daar uw wensen en bedenkingen op te geven, uw input op mee te geven. Dus let erop, dat is ook vooral de bedoeling van deze bespreking. Het is pas de voorfase van het beleidsplan zelf, dat komt natuurlijk terug naar deze commissie over enkele maanden. Maar nu bent u in de gelegenheid om alvast mee te geven wat u in ieder geval in die visie terug wilt gaan zien. Daarvoor mijn vraag, wie mag ik daar als eerste het woord geven? Dat is de heer Xhemaili van de PvdA. U heeft het woord. Eerste termijn De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Vandaag uitgangspuntennotitie beleidsplan volwassenen. Zoals jullie weten staat de PvdA voor een sociaal en rechtvaardig Lansingerland waarin iedereen uiteraard mee kan doen. Dit waren ook mijn woorden in februari bij de commissie Samenleving over jongeren.
Dit beleidsplan is van groot belang omdat het richting geeft aan de manier waarop wij als gemeente onze inwoners ondersteunen en versterken. Ik ga gelijk door naar de uitgangspunten. De kritische
2/35
beschouwing. Veerkrachtige volwassenen zorgen voor een veerkrachtige samenleving. De PvdA is het eens met het belang van een sterke sociale cohesie en het stimuleren van betrokkenheid binnen de samenleving, maar dit uitgangspunt legt te veel nadruk op eigen kracht. Dit ondervond ook het ASD in hun advies en dat onderschrijven wij volledig. Want dit uitgangspunt legt onderlinge ondersteuning en zelfredzaamheid. Vooral dat deze laatste term zit behoorlijk in mijn allergie, want niet iedereen heeft het netwerk om daarop te bouwen en daarop terug te kunnen vallen. Wat mij ook altijd opvalt is dat het NSOBkwadrant in Lansingerland standaard verkeerd wordt gebruikt in deze context. Namelijk dat de burger zelf aan zet is en de gemeente achterover leunt. Dit werkt goed bij de mondige en deskundige burger, maar werkt niet bij een burger die niet mee kan door bijvoorbeeld de multiproblematiek in hun leven. Denk aan psychische problemen, lichamelijke problemen, drank- en drugsgebruik, vechtscheidingen, schuldproblemen, armoede, et cetera. En stel, men heeft het niet eens te maken met multiproblematiek, dan nog zijn er inwoners die hulp nodig hebben en die niet de hulp direct kunnen aanvragen of kunnen vinden.
Vragen die wij dan hebben aan het college, hoe gaat het college de burger, de kwetsbare volwassenen niet aan hun lot worden overgelaten? En hoe de gemeente in die gevallen een vangnet biedt? Denk aan armoedebestrijding en schuldhulpverlening. Uitgangspunt 2, volwassenen doen mee naar vermogen. Wij onderschrijven als PvdA dat ieder inwoner naar vermogen moet kunnen deelnemen aan de samenleving. Maar in hoeverre wordt er rekening gehouden met mensen die langdurig ondersteuning nodig hebben? Initiatieven vanuit de samenleving zijn waardevol, maar we mogen geen excuus zijn om als gemeente een stap terug te doen. Dat slaat ook terug op het eerste en de NSOB kritiek kwadrant. Wij vragen het college om bij de uitwerking concreet te maken welke rol de gemeente blijft spelen in het ondersteunen van inwoners die niet zelfstandig mee kunnen doen. Uitgangspunt 3, zichtbare en laagdrempelige voorzieningen. Dit uitgangspunt klinkt goed, maar de praktijk leert dat inwoners vaak moeite hebben om de juiste hulp te vinden. Wij pleiten voor een actieve rol van de gemeente in het bekendmaken van voorzieningen en een laagdrempelige toegang. In het stuk staat dat er beroep kan worden gedaan op vrijwilligers, ondernemersverenigingen, religieuze organisaties, dus kerken, moskeeën en andere bewoners. Ik vind het te veel, zoek het maar uit-gehalte hebben.
Daarnaast is het bij veel problemen schaamte een grote rol speelt dus dan en je wilt niet dat de omgeving weet met wat voor problemen je te maken hebt. Dus daar loop ik wel dan tegenaan, wanneer ga je naar je samenleving toe en wanneer is het juist goed om gelijk naar professionele hulp te gaan? Denk aan schuldenproblematiek. Vandaag las ik dus een artikel dat armoede ook wat meer onder de bevolking komt die ook het breed hebben. Dus niet alleen met een uitkering armoede bestaat, maar ook mensen met een middeninkomen en een hoger inkomen kennen armoede. Gepaard met schaamte. De voorzitter: Wilt u zo gaan afsluiten, alstublieft, mijnheer Xhemaili? De heer Xhemaili: Sorry? De voorzitter: Wilt u zo gaan afronden alstublieft? De heer Xhemaili: Afronden. Ja, ik ga mijn best doen. Hulp wanneer het echt nodig is. Ook daar heb ik een behoorlijke allergie voor. Want hulp is altijd nodig. Dus niet wanneer het echt nodig is. En daar moeten we echt iets in de uitwerking op gaan verzinnen, dat hulp geboden wordt aan de mensen die het nodig hebben. Dan ga ik door naar financiën. In het stuk staat, financieel kader, staat dat de uitgangspunten versobering en verschaling is, dat het uitgangspunt in het beleid staan en wordt verwerkt in de begroting van ‘26. Laat ik vooropstellen dat alle versobering en verschaling op het sociaal domein, gaan wij als PvdA amenderen bij de begroting.
Daar wil ik het voor nu bij laten.
3/35
De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Xhemaili. Dan heb ik hier mevrouw Molenaar. Mevrouw Molenaar van de ChristenUnie. Mevrouw Molenaar-Van der Beek: Dank u wel, voorzitter. Wat voor gemeente willen we zijn? Die vraag is de afgelopen periode vaker gesteld en de ChristenUnie heeft daar een duidelijke visie op. Zorgen voor elkaar in de eigen leefomgeving is de meest warme en betekenisvolle zorg. Het zorgstelsel, dus ook het beleid in de gemeente waar we het vanavond over hebben, moet aansluiten bij de veerkracht van de samenleving. Met goede zorg zo dicht mogelijk bij mensen en als aanvulling op wat mensen voor elkaar kunnen betekenen. Met bijzondere aandacht voor het kwetsbare leven. Tot zover. Gelukkig komen veel van deze elementen uit de ChristenUnie-visie terug in de notitie die we vanavond bespreken. We hebben een aantal aanvullingen en accenten bij de vijf uitgangspunten. Allereerst bij de eerste uitgangspunten, veerkrachtige volwassenen zorgen voor een veerkrachtige samenleving. Daar zouden we heel graag, positieve gezondheid aan toe willen voegen. Dus naast aandacht voor lichaam en geest, ook zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en het dagelijks functioneren. Dat betekent een goed armoedebeleid, een gezonde leefomgeving en een levendige samenleving. Dat is bij punt 1. Bij punt 2, meedoen naar vermogen. De allianties zijn bij dit uitgangspunt niet beschreven.
Er stond een hele summiere uitwerking bij. Hier graag concreet, verenigingen, kerken, moskeeën en ontmoetingsplekken en wat nog meer speelt, graag bij benoemen dat dat ook hier een rol speelt. Bij punt 3, de zichtbare en laagdrempelige voorzieningen die de gemeente wil aanbieden, hebben we nu geen aanvullingen. Bij punt 4, hulp wanneer nodig. Bij dit uitgangspunt willen we graag aanvullen dat hulp ook gastvrij moet zijn. Geen schuldgevoel of schaamte zoals net genoemd werd of dat je moet praten als Brugman om hulp te krijgen, maar welkom voor hulp waar nodig. Uitvoering is hierbij cruciaal. Dat betekent tijdig, in duidelijke taal en deskundig. Ten slotte, de passende dienstverlening met oog op de leefwereld. Net zoals bij jeugdzorg is ook hier het totale plaatje belangrijk. Dus eigenlijk praten we over gezinszorg. Inclusief het directe sociale netwerk. Dat zouden we graag aan willen vullen. En dan over het geheel van de uitgangspuntennotitie heb ik nog twee belangrijke aandachtspunten. Eén, deze aandachtspunten zijn belangrijk voor de communicatie van dit beleid naar de inwoners. De gemeente wil de sociale basis meer inzetten en de zorg toegankelijk houden voor wie het echt nodig heeft. Dat is goed voor de betaalbaarheid en de uitvoerbaarheid, maar zeker ook voor de inwoners zelf. Regie over je leven zolang het kan en anderen helpen, zolang als het kan. Dat wil toch iedereen.
Tweede aandachtspunt is de veerkrachtige samenleving als sociale basis. De gemeente heeft hier beperkt invloed op. Maar de gemeente kan wel sturen op voorwaarden, zoals subsidies, ruimtes voor activiteiten en eerder genoemde allianties. In de beeldvormende avond kwam naar voren dat hier geen concrete meetinstrumenten voor zijn. Wanneer vinden we de samenleving veerkrachtig genoeg? En wanneer is er een plan B nodig, omdat de samenleving het niet redt? In de uitgangspunten zouden we dit graag benoemd zien als een risico, dat al dan niet met cijfers of KPI's wel goed in de gaten gehouden moet worden. Dat was mijn bijdrage. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mevrouw Molenaar. Mijnheer Kampinga van de VVD. De heer Kampinga: Dank u, voorzitter. Nou merk je toch dat de VVD als liberale partij daar vaak iets anders in zit, nietwaar? De uitgangspuntennotitie opgave volwassenen. Waarom is het nu opeens opgaven Bij de jeugd is het gewoon jeugd, maar nu is het opgave volwassenen. Maar dat even als terzijde. De samenlevingsvisie, dat is eigenlijk de kapstok van deze beleidsplannen. En we zijn nu inderdaad, zoals de voorzitter al inleidde, aan de laatste toe. Althans, nu gaat het over volwassenen. Vandaag kwam het advies van de
4/35
Adviesraad Sociaal Domein beschikbaar en daar stonden veel toevoegingen en aanscherpingen in die in belangrijke mate ook wel door ons gedragen kunnen worden. Maar ik vind het al zo jammer dat het dan weer twee stukken zijn. En dan gaat het college, die komt dadelijk weer een keer met een reactie op de reactie van het ASD. Jammer dat het allemaal een beetje losse stukken zijn. Tot slot, de ASD heeft zelf ook meegedaan als steekhouder om die vijf uitgangspunten te formuleren. Wat ik net bedoelde is ook dit. Je kan wel zeggen van, volwassenen doen mee naar vermogen. Maar ja, wat is vermogen? Ja, nee, gewoon wat ze kunnen. En je hebt ook nog eens een keer de maatschappij, de algemene, die…Hoe heet dat? Dat doet er even niet toe. Ik vind eigenlijk dat die punten over het algemeen redelijk goed voldoen. En, daar zult u niet opkijken, het financiële kader, daar ligt een basis om de uitvoering van het beleid bij te stellen aan de hand van de financiële keuzes die de gemeenteraad bij de begroting maakt. Nogmaals, gelukkig wordt daar nu ook expliciet aandacht aan besteed. Niet van, the sky is the limit, nee, we staan voor het ravijnjaar en we hebben dus te maken met, kort gezegd, bezuinigingen. Tot slot, de ASD benadrukt… De voorzitter: Voordat u met uw laatste punt begint, heb ik nog een interruptie voor u van mevrouw Molenaar. Mevrouw Molenaar-Van der Beek: Dank u wel, voorzitter.
Begrijp ik het goed, en dan is de VVD inderdaad heel anders, dat uiteindelijk de financiën dan leidend zijn over wat we wel of niet gaan doen voor de volwassenen en in de beleidsplannen gaan zetten? Of heb ik het dan verkeerd begrepen? De voorzitter: Mijnheer Kampinga. De heer Kampinga: U hebt het verkeerd begrepen, want de volgende zin is, ASD benadrukt dat de gemeente een sterke visie moet uitstralen. Niet dat het allemaal minder moet, omdat er minder geld is, maar omdat het in ieders belang is om sterk en stabiel in het leven te staan. Juist niet, juist niet alleen maar geld. Maar geld is, dat kun je onzin in vinden, is toch een belangrijke voorwaarde, nietwaar? Het gaat naar… De voorzitter: Mevrouw Molenaar nog voor een interruptie. Mevrouw Molenaar-Van der Beek: Ik wou in dit geval een interruptie doen, omdat ik heel blij ben met deze toevoeging van de heer Kampinga, omdat dat precies is wat ik net probeerde te zeggen van, breng het in de communicatie en in het hele naar buiten brengen van beleid dit ook naar voren. Dat het ook gaat in het voordeel van de bewoners en niet alleen om geld. De voorzitter: Helder, waarvan akte. Mijnheer Kampinga, gaat u verder met uw betoog. De heer Kampinga: Daarom vond ik het ook een goede van de ASD dat ze dit zo expliciet opnemen. Het is niet alleen maar geld waar het om gaat, je moet een visie hebben.
Het gaat om allocatie van schaarse alternatief aanwendbare middelen. De VVD zal in de tweede termijn definitief kenbaar maken wat het standpunt is. Voorzichtig positief in elk geval. De voorzitter: Gelukkig hoeft u niet eens een standpunt in te nemen vandaag, mijnheer Kampinga. Dat maakt het weer makkelijker. Maar we blijven allemaal bij u voor de tweede termijn. Dan heb ik hier de heer Alsemgeest, WIJ Lansingerland.
5/35
De heer Alsemgeest: Voorzitter, onze fractie heeft aan de uitgangspuntennotitie an sich niet zoveel toe te voegen. Ons inziens steekt de notitie goed in elkaar en hebben we al voldoende gelegenheid gehad om hierover met elkaar van gedachten te wisselen in de beeldvorming. Waar we echter wel aandacht voor willen vragen, en dat heb ik ook al kenbaar gemaakt in de beeldvorming, is de vraag, hoe gaan die burgers die op de één of andere manier onze hulp nodig hebben, ons vinden? Er wordt namelijk bij de sociale basis geschreven dat het uitgangspunt is om te zorgen voor zichtbare en laagdrempelige voorzieningen. En als ik dan vraag, hoe kunnen die burgers ons vinden, dan kan ik zelf al een beetje natuurlijk het antwoord van de wethouder invullen, via onze gemeentesite. Maar u en ik en alle anderen hier in de commissie zullen ook beamen dat juist die groep die onze steun nodig heeft niet van die sitebezoekers zijn. En als ze dat dan wel doen, komen ze op een site waar ze eerst een hele tijd naar beneden moeten scrollen voor ze bij de onderwerpen hulp aankomen. Ik doe even een voorbeeld. Als ik als burger op mijn telefoon even google naar de gemeente Lansingerland, dan krijg ik een aantal keuzes. Contact, vacatures, mijn Lansingerland, servicevormen, politieke organisatie en nieuws. En ik wil iemand spreken, dus kies ik voor contact.
En dan kom ik ineens, kan ik kiezen tussen de populaire onderwerpen. Paspoort, identiteitskaart, rijbewijs, afval, melding doen. Nou snap ik wel dat de hulpvraag niet tot de populaire onderwerpen behoort. Maar dat ik bij de populaire onderwerpen naar beneden moet scrollen om bij het telefoonnummer van onze gemeente te komen, vind ik wel een beetje gek. En dat ik daarna nog veel verder naar beneden moet scrollen om bij Welzijn Lansingerland te komen. Even voor uw voorbeeld, voor ik bij Welzijn Lansingerland of Kwadraad uitkom, heb ik bijna alles gehad wat deze gemeente in zich heeft. Het afvalbrengstation, de gemeentewerken, het servicepunt, openingstijden en noem maar op. Laat ik duidelijk zijn, het is niet mijn bedoeling om nog meer mensen hulp aan te bieden dan we nu al doen. We hebben het druk genoeg en het kost genoeg. Maar ik zou voor diegenen die het nodig hebben, het wat laagdrempeliger willen maken. En iets laagdrempeliger dan we nu wel doen. En dan niet alleen voor volwassenen, maar ook voor degenen die in de andere categorie zitten, de jeugd of de ouderen. Ik hoor graag van de wethouder of hier iets mee gedaan kan worden. De voorzitter: Mijnheer Alsemgeest, voordat u verder gaat, heb ik een interruptie van de heer Smolders. Over de website, mijnheer Smolders? De heer Smolders: Eigenlijk ook wel over de punten. We zitten hier voor de uitgangspuntennotitie.
Dit gaat echt over hoe je de website opbouwt en communicatie doet. Ik neem aan dat dat ook in het beleidsplan wel ter sprake zal komen. Ik ondersteun dit wel, maar welk punt wil je nu maken door die hele…Google, er zijn ook slimmere methodes om het te vinden. De voorzitter: Mijnheer Alsemgeest. De heer Alsemgeest: Het enige wat ik onder uw aandacht wil brengen is dat we laagdrempelig willen proberen diegenen die hulp nodig hebben, dat ze ook hulp kunnen vinden. En dat is nu eigenlijk niet het geval. En dat wil ik aan de orde stellen. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Is dat nog een interruptie van één van u allen? Nee, dan ga ik naar de heer Erwich voor de volgende termijn. Mijnheer Erwich, Leefbaar 3B. De heer Erwich: Dank u wel, voorzitter. Leefbaar 3B, die maakt zich zorgen. De wachttijden voor hulp en de ondersteuning via de Wmo, die blijven oplopen. Hierdoor komt er steeds meer druk op de vrijwilligers en dreigen inwoners zonder de juiste zorg te blijven zitten. En dat is onacceptabel en moeten we voorkomen. We worden steeds meer afhankelijk van
6/35
vrijwilligers en mantelzorgers. Maar vrijwilligers en mantelzorgers doen dat fantastische werk en vangen steeds meer op, maar zij mogen geen vervanging worden voor de professionele hulp. De druk op hen groeit en dat is onacceptabel. Als de gemeente steeds minder ondersteuning biedt, haken vrijwilligers af en verliezen we de belangrijkste steunpilaren in onze samenleving. Dus de wachttijden moeten omlaag. Dit kan misschien met slimme digitale innovatie, ik heb het in de beeldvorming al gevraagd, zoals online hulpverlening of IT-gestuurde ondersteuning. We roepen het college op om niet te denken in beperkingen, maar in mogelijkheden die de IT biedt en wat kan er wel. We hebben nog wat vragen aan het college, want de wachttijden moeten actief teruggedrongen worden. Concrete stappen moeten gezet worden om de wachttijden ook te verkorten. Voorzieningen echt laagdrempelig houden voor mensen met een complexe hulpvraag. En niet eerst naar een website, als je belt, dan weer doorgestuurd worden naar een ander loket enzovoort, enzovoort. En direct investeren in de digitale innovaties. Een veerkrachtige samenleving is mooi, maar het mag niet betekenen dat de overheid zich steeds verder terugtrekt. Vrijwilligerswerk moet wel vrijwillig blijven en niet een noodzakelijk vangnet worden, omdat de professionele hulp tekort schiet.
We vragen het college daarom niet alleen de wachttijden in kaart te brengen, maar ook verantwoordelijkheid te nemen. Het is tijd voor concrete maatregelen. Ik hoor graag van het college hoe dit kan worden aangepakt, want de gemeente heeft ook een zorgplicht. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Erwich. Dan ga ik naar mevrouw Gabin van GroenLinks. Mevrouw Gabin: Dank u wel, voorzitter. Wij waarderen de ambitie om vanuit vertrouwen, gelijkwaardigheid en gedeeld eigenaarschap te werken aan een sterk sociaal fundament. Dus als GroenLinks steunen wij die richting. Maar juist omdat het plan ambitieus is, willen we er ook kritisch naar kijken. En ik wil graag stilstaan bij het begrip bestaanszekerheid. Want het klopt dat het in het stuk genoemd wordt, maar het voelt niet als het vertrekpunt van het beleid. Het staat er wel, maar het is niet de drager van de keuzes die gemaakt worden en daar zit voor ons het probleem. Bestaanszekerheid is wat ons betreft geen thema onder velen, maar een basisvoorwaarde. Dus voldoende inkomen, een dak boven je hoofd, toegang tot zorg. Als dat ontbreekt, dan is het simpelweg niet eerlijk om mensen te vragen om zelfredzaam te zijn, om deel te nemen of om hun netwerk te benutten. Dan praat je eerder over overleven en niet over meedoen. Het stuk benoemt maatschappelijke druk, stress, multiproblematiek, allemaal belangrijk.
Maar naar ons idee blijft het wat abstract, er is geen scherpe ambitie om dat te doorbreken. En daarmee lopen wij een belangrijk risico en dat is, het bestaanszekerheid is niet stevig genoeg verankerd. Dan dreigt er een verschuiving in het denken. Dus van ondersteuning als recht naar ondersteuning als gunst. En dan gaan we uit van de vraag, kunnen we het nog aanbieden in plaats van, hebben mensen er recht op? Dan wordt zorg een optie, afhankelijk van beschikbare middelen en geen garantie. Juist voor de mensen die het het hardst nodig hebben. Dus ondersteuning en zorg zijn geen extraatjes, wat ik ook bij andere bijdragen heb gehoord. Ze zijn fundamenten van een fatsoenlijke samenleving. We hebben als gemeente niet alleen de taak om mensen te helpen die het niet redden. Maar vooral om naast mensen te staan die het niet redden. En dat ook structureel het liefst. Dus onze vraag aan de wethouder, in het stuk wordt bestaanszekerheid wel benoemd. Maar het komt voor GroenLinks niet naar voren als fundament of vertrekpunt van het beleid. Kunt u toelichten waarom er geen concrete analyse of ambitie is opgenomen rondom armoede, inkomen of toegang tot basisvoorzieningen? Voorzitter, ik wil ook alert zijn op de toon van het stuk. Dus dat hoorde ik ook bij meerdere bijdragen.
Termen als, meer zelf doen, eigenaarschap en samen redzaam zijn prachtige woorden, maar ze kunnen ook de opmaat zijn naar bezuinigingen. Het stuk ademt op sommige plekken echt het risico van een sluipende verschaling. Onze vraag aan de wethouder is, hoe waarborgen we in dit beleid dat ondersteuning voor
7/35
inwoners met weinig bestaanszekerheid een recht blijft en geen gunst die afhankelijk is van budget of beschikbaarheid? De rest laat ik even voor de tweede. De voorzitter: Helemaal goed, mevrouw Gabin. Dank u wel. Dan de heer Smolders, denk ik nog? Zeg ik dat goed? Ja, u moet nog even drukken, denk ik. Mijnheer Smolders, D66, u heeft het woord. De heer Smolders: Na al die tijd weet ik nog niet hoe dat ding werkt. Dank u wel, voorzitter, dat ik ook even het woord spontaan krijg van u. D66 kan zich net als de vorige keren zich prima vinden in de uitgangspuntennotitie. We kennen ook de samenlevingsvisie en we kennen de omgekeerde piramide. Ik denk dat dat ook wel het idee van de samenlevingsvisie en uiteindelijk beleidsplan en uitvoeringsplan is om de druk op de zorg te verminderen. Want er is een demografische ontwikkeling dat er 35 tot 40 procent meer volwassenen komen en dat er meer onbekende en nieuwe problematiek in de gemeente komt in het sociaal domein. Dus die noodzaak zien wij ook wel. En we hopen dan ook dat de perspectiefnota die voor het zomerreces in een van die stukken staat, mogelijk financieel wat uitgangspunten biedt waar we wat aan hebben. Maar zoals ik de vorige keer bij de jeugd ook al aangaf, is het ook van belang dat we werken aan tijdige signalering. Ik heb nu een paar voorbeelden gehoord van hoe is het laagdrempelig en bereikbaarheid.
Maar er zit ook een vice versa kant in. Hoe kun je de mensen die kwetsbaar zijn ook signaleren? Hoe vinden we die? Hoe krijgen we die in beeld? En dat vind ik in dit stuk nog wat missen. Het is echt zo dat, daarom vroeg ik even aan bij de heer Van Alsemgeest, van, wat is nou de bedoeling? Er zijn mensen die inderdaad niet zoeken op een website. Er zijn mensen die achter de deur zitten en zich schamen, wat ook al genoemd is. Maar wij hebben toch ook een actieve rol, denk ik, te pakken als het gaat om die signalering. Dus dat wil ik even vragen aan de wethouder, hoe de wethouder ziet om op die kant van de samenleving, vanuit de gemeenterol, of daar ook mogelijkheden voor zijn in het instrument. Ik was van plan alle uitgangspunten na te lopen, maar toen zag ik het advies van ASD en het antwoord van de gemeente. En ik denk, als je dat advies gewoon goed overneemt en ter harte neemt en je antwoord ook serieus neemt daarin, dan heb ik er alle vertrouwen in. En dan hebben wij niet heel veel meer op te merken over die uitgangspunten, behalve dan de signalering. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Smolders. En dan nog de fractie van het CDA tot slot. Nog woordvoering? Ja, mevrouw Bouman, u heeft het woord. Mevrouw Bouman-Quist: Voorzitter, dank u wel.
De uitgangspuntennotitie volwassenen gelezen hebbend en daarna het advies van de ASD en dan de reactie van het college, dan kunnen we ons vinden wat daar allemaal in staat. Er is al gezegd, er komt nu de uitgangspuntennotitie, er wordt een vervolg aan gegeven via een beleidsplan en uiteindelijk op termijn X een uitvoeringsplan. De uitgangspunten die worden nog een keer vertaald in de beleidsprioriteit, dat is ook al even genoemd en dan krijgen we ook nog de perspectiefnota waar de financiën het één en ander uit gekristalliseerd worden. Wat dan de mogelijkheid, gaan we wat bezuinigen of kunnen we gelijk blijven, want er komen bedragen in te staan en dan zullen we bij de begroting, zullen we het een en ander moeten aangeven wat we beschikbaar gaan stellen. Als ik deze uitgangspuntennotitie verder lees, dan kan ik me toch niet aan de indruk onttrekken dat in de voorgaande notities, de vitaal ouder worden en kansrijk opgroeien, er dus veel overeenkomsten zijn. Onder andere over de communicatie en ook wat de ASD aangeeft. De ASD heeft bijvoorbeeld aangegeven dat, welke instanties, waar kan men een beroep op doen? Er is een sociale kaart. En dan denk ik, dat zou handig zijn als de dingen die in de voorgaande notities of beleidsplannen aangegeven worden, dat er een doorvertaling komt naar ook bij de volwassenen. Want anders gaan we allemaal weer hetzelfde doen.
En dan denk ik, daar moet een lijn in zitten. Communicatie, zeer
8/35
belangrijk. Veerkracht, dat is natuurlijk afhankelijk van de personen wie het om gaat. Er moet hulp komen, absoluut, maar we zullen ook niet aan de indruk kunnen voorbij gaan dat ze misschien wel met de financiële middelen rekening moeten gaan houden. Maar dat zullen we gaan zien bij de perspectiefnota en bij de begroting, want als je ergens op drukt, dan komt misschien ergens anders weer iets omhoog. Maar laat onverlet dat, we zullen keuzes moeten gaan maken en laten we eerst maar eens even kijken waar het beleidsplan toe gaat worden en wat het nu voortbrengt bij deze. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bouman. En keuzes maken zullen we zeker doen. Maar het is nu allereerst aan het college om eens wat keuzes te gaan maken uit uw inbreng. Bent u zover, wethouder Hoek? Ja? Dan heeft u het woord voor reactie in deze eerste termijn. Beantwoording college De heer Hoek: Goed, dat is fijn. In ieder geval, en ieder bedankt voor de waardevolle bijdrage. Ik zal de partijen even één voor één door lopen. De Partij van de Arbeid zegt, teveel nadruk op eigen kracht. Ja, dat klopt. Daar heeft u enigszins gelijk in. De burger is aan zet. Dat is ook een belangrijk uitgangspunt. En ik snap dat u zegt, wij vinden dat er een veel beroep gedaan wordt op zelfredzaamheid. Maar uiteindelijk hebben we het straks wel in de beleidsnotitie over de ambitieniveaus waar we het over gaan hebben.
Dus daar zijn verschillende gradaties in en daar moeten we het in ieder geval straks keuzes in maken. Dus het is aan u straks ook om uiteindelijk het ambitieniveau wat meer te duiden. En ja, we nemen uw opmerkingen uiteraard mee. U zegt, waar is het vangnet gebleven? Zichtbaar en laagdrempelig. De juiste hulp vinden. En u zei ook, en daar sla ik wel op aan, het zoek het maar uit-gehalte is erg hoog. Daar ben ik het wat minder mee eens. De ChristenUnie heeft daar wat meer nuance in aan gebracht. Dat er op zich niks mis mee is wanneer je het over een zelfredzame samenleving hebt. En dat het juist prettig is wanneer mensen vanuit hun eigen kracht kunnen opereren. Maar ik snap dat er verschillen in mening over zijn. Maar goed, wat ik al eerder zei, die ambitieniveaus daar komen we zeker nog op terug. Ik ben het met u eens dat armoede van alle niveaus is. Vandaag was ik samen met een vertegenwoordiger van de ChristenUnie D66 en GroenLinks bij het…Hoe heet het? Het menstruatie-uitgiftepunt, en daar kwam dit item ook heel erg aan de orde. Ik bedoel, armoede is niet alleen mensen die in een uitkeringssituatie zitten, maar ook mensen die ooit een te duur huis hebben gekocht en met de hypotheek zitten en geen geld hebben om te eten. U zegt, op het moment dat het gaat over versoberingen op het sociaal domein, dan zullen we dat amenderen en dat is uiteraard uw goed recht.
De ChristenUnie geeft aan dat zorgen voor elkaar in de eigen leefomgeving, dat ze dat als een pre zien met aandacht voor de kwetsbaren. En uiteraard vinden wij dat ook, want daar is nou juist deze uitgangspuntennotitie voor bedoeld. Dat we inderdaad er zijn voor de kwetsbaren en dat we eigenlijk de zelfredzaamheid meer stimuleren, zodat de hulp die we bieden bij de doelgroep komt waar die ook echt voor bedoeld is. ChristenUnie geeft aan positieve gezondheid toe te voegen en ik denk dat dat een goede toevoeging is. En die zullen we ook zeker meenemen. U heeft daar ook nog wat subdoelen in aangegeven, armoedebeleid en dat soort zaken. Die zijn in ieder geval genoteerd. Het concrete benoemen van allianties, waar denk je dan aan? Die heb ik ook opgeschreven en die zullen we ook meenemen. En hulp moet gastvrij zijn en daar ben ik het helemaal mee eens. Je moet je niet bezwaard voelen om een beroep te doen op datgene waar het uiteindelijk voor bedoeld is. Familiezorg, u noemde het gezinszorg, maakt ook onderdeel uit van dit verhaal. We weten allemaal dat uiteindelijk dat de beste remedie is, dat je het systeem aanpakt in plaats van de problemen wellicht van één persoon in dat gezin, want dan ga je het verschil niet maken. En dat is ook wel wat we op willen nemen. Aandacht voor communicatie, ik ben het helemaal met u eens. Verschillende keren ook gehoord, de heer Alsemgeest, de heer
9/35
Smolders hebben het hier over gehad, hoe gaan we nou die mensen bereiken die een beroep willen doen op het hulppalet? En de bijdrage van de heer Alsemgeest heeft me wel getriggerd, dat op het moment dat je inderdaad de website opzoekt en je gaat eerst compleet door de harde sector en je moet ik weet niet hoeveel klikken plegen om uiteindelijk bij hulpverlening uit te komen, dan ben ik het met u eens, dat moeten we in ieder geval meenemen. Subsidie voor allianties voor het verstevigen van de sociale basis. Ik denk, weet je, dat wordt nog best een discussie straks tijdens perspectiefnota. Maar ik ben het met u eens dat we het in ieder geval op moeten nemen. Ik zie een… De voorzitter: Ja, die ging nog over het vorige punt. Maar u ging zo snel, wethouder. Ik wil u ook niet gelijk onderbreken. Maar mevrouw Molenaar van de ChristenUnie. Mevrouw Molenaar-Van der Beek: Ja, sorry. Misschien is mijn vraag over de communicatie niet helemaal helder geweest. Maar bij de communicatie zouden wij ook heel graag onder aandacht willen brengen, niet alleen dat het bereikbaar moet zijn of dat je het makkelijk kan vinden. Maar ook de uitleg erachter waarom de gemeente die keuzes maakt. Zodat mensen zich niet in de steek gelaten voelen, maar dat de gemeente juist erop stuurt dat mensen zichzelf kunnen redden.
Dus het verhaal vertellen erachter, niet alleen, het moet niet alleen zichtbaar zijn, juist ook om de hulp bereikbaar te houden voor degenen die het echt nodig hebben. Dus dat je aangeeft, heb je dit en dat al geprobeerd? Want dat is de eerste lijn. Dat bedoelden wij. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Molenaar. Dan gaan we terug naar de wethouder. De heer Hoek: Dank voor deze toevoeging. Nee, hij is me duidelijk. En ik denk dat dat ook heel verstandig is om wat meer uitleg te geven waarom we de keuzes maken die we ook maken. Dan ga ik naar de VVD. Oh ja, u had het ook nog over de kengetallen. Dus hoe ga je het nou monitoren? En daar, die nemen we in ieder geval ook mee. Want dat vinden wij ook belangrijk. En u weet net zo goed als ik dat dat best een ingewikkelde is, want hoe ga je nou preventieve maatregelen, zeg maar dusdanig kwalificeren dat je ook één op één kan aangeven dat dat het effect ervan is. Dat is een hele ingewikkelde, maar moeten we zeker naar kijken hoe we dat vorm en inhoud geven. De VVD heeft het over het ASD advies en de strekking daarvan. Uiteraard, en dat heeft u ook kunnen lezen, gaan wij daarmee aan de slag. Volwassenen doen mee naar vermogen. Dan heb ik het ook weer over het ambitieniveau. Ja, dat is wel de bedoeling. Maar de één kan dat beter dan de ander.
En het is uiteraard zo dat degenen die dat absoluut niet kunnen, dat daar nou juist die hulp voor bedoeld is en dat de mensen die wat moeite hebben met dat eigen vermogen dat je die wat meer op de rails zet. Zodat de echte hulp bij die mensen terechtkomt die het ook echt nodig hebben. Financiële keuzes worden door u onderstreept. Daar gaan we het in de perspectiefnota over hebben. Dat zei mevrouw Bouma ook al. Zeg ik het goed? Ja, Bouman. Ja, sorry, mevrouw Bouman. Niet te verwarren met Mies. Maar in ieder geval, ik ben het helemaal met u eens dat die financiële keuzes, daar gaan we het in de perspectiefnota over hebben. Maar er is nog wel een uitdaging op dit dossier en dat is absoluut, schaarste aan mensen. Dus ik denk dat het met elkaar nog een behoorlijke uitdaging wordt. Maar u heeft het vooral over ook, laat die visie in ieder geval voor zich spreken en duidelijk zijn. WIJ Lansingerland, daar heb ik al iets over gezegd. Ik ben het met u eens dat we daar naar moeten kijken. Het moet eigenlijk een laagdrempelige zoektocht worden. Mevrouw Bouman, die zei ook al van, een sociale kaart wellicht toevoegen. Goed idee. Leefbaar 3B, die heeft het over de wachttijden. U heeft daar vragen over gesteld. En het zal u verrassen, de antwoorden, dat dat op dit moment reuze meevalt. En daar ben ik blij mee. De mantelzorgers moeten het niet over gaan nemen van de professionals.
Daar ben ik het helemaal mee eens. Wetenschappelijk is wel bewezen dat mantelzorgers over het algemeen
10/35
meer impact hebben dan professionals. Daar waar het gaat om laagdrempelige hulp. Dus we moeten de mantelzorgers zeker koesteren, omdat ze in dit palet ook een hele belangrijke rol vervullen. De voorzitter: Helder. Daarover de heer Erwich. De heer Erwich: Daar ligt ook precies onze zorg, wethouder. Dat dus de mantelzorger doet het beter dan de professional, omdat ze veel nauwer betrokken zijn. Maar die willen we er ook graag bij houden. Dus vindt u niet dat ze dan ook ondersteuning nodig hebben voordat ze dadelijk omvallen? En dan hebben we helemaal niks. De voorzitter: De wethouder. De heer Hoek: Volgens mij is daar in het huidige beleid al een visie op. Dus het is niet zo, die worden ondersteund middels cursussen, middels het mantelzorgcompliment. En het is zelfs zo dat er ook nog een soort pool is om mantelzorgers die het te veel wordt, dat die geholpen kunnen worden met een andere pool van mensen die daar dan op inspringen. Dus er is beleid voor mantelzorgers die het goede werk verrichten. En dus dat. De voorzitter: Daarover de heer Erwich nog. De heer Erwich: Dan vroeg ik me alleen af, hoe vaak wordt er dan van gebruik gemaakt dat u er zo van overtuigd bent dat het goed gaat? De voorzitter: De wethouder nog. Is daar een antwoord op? De heer Hoek: Daar heb ik geen antwoord op. Dat weet ik niet. Ik bedoel, we hebben regelmatig contact met mantelzorgers.
En ja, ik ben het met u eens, als je niet uitkijkt, dan draait de hele samenleving op mantelzorgers. Daar moeten we voor blijven waken. Dat vind ik een goede meegever als het gaat om de uitgangspuntennotitie en die zullen we dan ook meenemen. Maar het is niet zo dat we nu niks met mantelzorgen doen om te voorkomen dat het te veel voor ze wordt. GroenLinks, u heeft aangegeven, de bestaanszekerheid. Dat moet basisvoorwaarde zijn. Ja, bestaanszekerheid is ook een belangrijke poot in de samenlevingsvisie. Dus wat dat betreft zijn we het met u eens dat dat echt een belangrijke voorwaarde is, die bestaanszekerheid. Want inderdaad, als je geen dak boven je hoofd hebt, dan wordt het wel heel erg ingewikkeld. Maar dan durf ik de stelling wel aan dat je dan ook echt hulp nodig hebt. Dus wat dat betreft ben ik het met u eens dat we goed die basisvoorwaarden in de gaten moeten houden en volgens mij hoort daar ook bij dat iemand die op straat slaapt, weet je, laten we heel eerlijk wezen, daar is hulp echt noodzakelijk. Dus wat dat betreft denk ik dat u mij aan uw kant vindt en we zullen hem ook meenemen. De opmaat naar bezuinigingen. U zegt dat zo en het is ontegenzeggelijk zo dat we het wellicht met minder moeten doen, maar de insteek is wel dat we het met minder moeten doen, maar daar wellicht meer voor kunnen betekenen. En dat is ook een beetje de zoektocht die we met elkaar aangaan.
Dus wat dat betreft is minder niet altijd minder in zorg. Het kan ook wel eens zijn dat je met minder middelen toch meer kan doen. Door bijvoorbeeld groepsaanpak, door, nou ja, verzin het. En ja, u weet net zo goed als ik dat we zowel een financiële uitdaging hebben maar ook nog een uitdaging met betrekking tot, kunnen we de juiste mensen krijgen om hiermee aan de slag te gaan? D66 had ook het verhaal van, mensen die kwetsbaar zijn weten te vinden. Die is door verschillende partijen genoemd. Ik denk dat dat een goede is. En dan wel afgezet tegen de beginselen van een zelfredzame samenleving, denk ik. Want daar moeten we wel naar kijken. En u heeft ook, het CDA heeft hier op tafel gelegd dat het wel belangrijk is dat we een goede sociale kaart
11/35
hebben. En het liefst voor de verschillende beleidsvelden, zodat iemand ons makkelijk kan vinden en ook welke trajecten daarbij horen. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Dank u wel, wethouder Hoek. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze eerste termijn. En stel ik u even de vraag voor deze tweede termijn, welke zaken u nog absoluut aan het college mee zou willen geven voor dit beleidsplan? Want het is uiteindelijk de uitgangspuntennotitie. Want dit is uw laatste kans voordat over enkele maanden we het beleidsplan zelf bespreken. En mocht u alles al hebben meegegeven, dan is dat natuurlijk ook geen probleem. Is dat nog een punt van orde, mevrouw Bouman? Anders doe ik even rondje in dezelfde volgorde als u dat goed vindt. Ja, dan bent u de laatste, mevrouw Bouman. Maar wat zeiden ze ook alweer, zij die de laatste zijn...Ja, precies. Exact, wethouder. Mijnheer Xhemaili, u heeft het woord. Tweede termijn De heer Xhemaili: Dank u wel. Mijn eerste termijn ging voor mij zeer snel voorbij, voor mijn gevoel. Dus ik ga het niet lang maken hier. Voorzitter, wethouder, dank voor het beantwoorden van de vragen. En nogmaals, ik dank het ASD voor hun advies, die wij zeker ondersteunen. Voor de PvdA is het cruciaal dat dit beleidsplan niet alleen ambitieus en uitgangspunten bevat, maar ook leidt tot concrete verbetering in het leven van onze inwoners.
Wij roepen het college dan ook op om bij de verdere uitwerking hiermee aan de slag te gaan. Eén, de sociale basis en armoedebestrijding als speerpunt te nemen. Twee, zichtbare en laagdrempelige ondersteuning te garanderen. Drie, duidelijk te maken hoe maatwerk echt mogelijk wordt gemaakt. En vier, te zorgen voor een effectief en toegankelijke hulpsysteem zonder bureaucratische hindernissen. Dat hebben ook andere collega's reeds meegegeven. Wij zien er dan ook naar uit naar de verdere uitwerking van het beleidsplan en blijven we ons inzetten voor een sociaal en sterk Lansingerland. Met zeer kritische noten. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Xhemaili.. Mevrouw Molenaar, nog behoefte in deze tweede termijn voor verdere aanvullingen? Mevrouw Molenaar-Van der Beek: Nog even kort, als dat mag. Allereerst, dank u wel voor het overnemen van de aanvullingen. Voor het college, dank je wel. Toch even voor de zekerheid, want ik werd geciteerd als dat de ChristenUnie de zelfredzaamheid ook een heel belangrijk en goed punt vindt. Dat vinden we inderdaad wel. Maar wel binnen de sociale verbanden, die we ook heel belangrijk vinden. Dus zelfredzaamheid, maar niet zomaar. Want in je eentje kan je vaak niet zelfredzaam zijn. Zelfredzaam kan je zijn als je in een sociaal verband zit. En die zelfredzaamheid, er is al vrijwilligerswerk genoemd.
Ik bedoel, er is op een gegeven moment ook een grens aan vrijwilligerswerk en aan wat een sociaal verband kan. En dus, wat al benoemd is ook, de zichtbaarheid van hulp, wanneer de maatschappij of het sociaal verband je het niet meer redt, is superbelangrijk. We hebben het een tijdje geleden ook gehad over de toegang tot allerlei zorg die de gemeente aanbiedt. We kijken dan ook nog steeds met vol verwachting uit naar wat daarvoor geregeld gaat worden. Want ik denk dat een aantal punten die hier nu ook benoemd zijn, dat die aan de orde komen. Dus daar kijken we naar uit. En als laatste, we hadden iets genoemd over monitoren. En ik snap inderdaad dat het heel lastig is om te monitoren, wanneer lukt het nou met de zelfredzaamheid en wanneer niet. Maar ik ben op zich ook niet op zoek naar een tabelletje of een staatje met cijfers. Ik neem aan dat we ook best wel horen als er veel getelefoneerd wordt of als er veel klachten zijn of als mensen het niet begrijpen. En dan maakt het mij eerlijk gezegd niet uit of dat er 15 of 85 zijn, dat zijn dan signalen genoeg om er wat aan te gaan doen. Dat was mijn bijdrage.
12/35
De voorzitter: Helder. Dank u wel, mevrouw Molenaar. Dan komen we bij de heer Kampinga, VVD, nog. De heer Kampinga: Dank u. Ik moet onwillekeurig even denken aan de schuldhulpverlening. Daar ging het ook vanuit de VVD over toegang en monitoren. Maar goed, dat loopt allemaal nog, geloof ik. Ik wil heel kort even zeggen, het economisch principe is een optimale allocatie van schaarse alternatief aanwendbare middelen. Dat is niet alleen geld, dat kan ook arbeid zijn, dat kan van alles zijn. Je moet de middelen zodanig aanwenden dat je een optimaal resultaat krijgt. Ik hoor de wethouder net zeggen, misschien wordt het wel beter dan vroeger. De voorzitter: Dat is helder. Dank u wel, mijnheer Kampinga. Dan kom ik bij u nog, mijnheer Alsemgeest in deze tweede termijn. Geen behoefte meer. Nee? Helder. Even spieken, mijnheer Erwich, in deze tweede termijn nog een aanvulling? Let op, aanvulling op de uitgangspunten. De heer Erwich: Ik had een hele kleine aanvulling op de uitgangspunten. Want de samenleving veerkrachtig maken, dat is natuurlijk een hartstikke mooi streven. Maar Leefbaar 3B wil er wel op toezien en voor waken dat we niet doorslaan naar de situatie waarin de overheid zich steeds verder terugtrekt en de vrijwilligers en de mantelzorgers alles voor de kiezen krijgen. We moeten geen vrijwilligersorganisatie worden. Dat moeten we niet willen.
Er moet een goede balans blijven tussen zelfredzaamheid en de professionele ondersteuning. Ik had het al gevraagd en we roepen het hierbij nogmaals even, we willen heel graag kijken wat u dan heeft aan wachttijden en of u dat voor ons in kaart zou willen brengen. Dan maken we ons minder zorgen en de gemeente heeft namelijk nog steeds een eigen zorgplicht en het wordt tijd voor concrete maatregelen, vinden wij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Erwich. Dan gaan wij door met mevrouw Gabin nog in deze tweede termijn, GroenLinks. Mevrouw Gabin: Wij zouden nog een suggestie willen doen en een verhelderingsvraag hebben wij nog. De heer Erwich heeft het kort aangestipt in zijn eerste termijn en dat is de Wmo. Als we echt de keuzes willen maken die eerlijk zijn, dan is het wat GroenLinks betreft logisch om te kijken naar de invoering van een inkomensafhankelijke Wmo-bijdrage. Wij vragen het college of het mogelijk is om dit te verkennen. Of dit juridisch en beleidsmatig mogelijk is en wat het mogelijk zou kunnen opleveren. Dus zowel financieel als sociaal. En een verhelderingsvraag. In punt 5 van het uitgangspuntennotitie wordt het financieel kader als vijfde randvoorwaarden benoemd. Mijn vraag aan de wethouder is, voor ons is het eigenlijk niet duidelijk hoe we dit zouden moeten lezen.
Is dit bedoeld als realistische afbakening? Of fungeert het in de praktijk eigenlijk als een escape om ambities af te zwakken zodra het financieel ingewikkeld wordt? En hoe voorkomt u dat dit financieel kader dan in feite de motor wordt van een sluipende verschaling van ondersteuning? De voorzitter: Helder. Dank u wel, mevrouw Gabin. Mijnheer Smolders, nog behoefte in deze tweede termijn? Ik zie u naar de microfoon gaan. De heer Smolders: Ik ben eigenlijk getriggerd door de bijdrage van mevrouw Molenaar van dat moeilijk meetbaar zijn. Dus ik vroeg me af, per uitgangspunt, komen daar indicatoren of KPI’s, kernprestatie-indicatoren, om te kunnen meten wat het effect is van het beleidsplan richting uitvoeringsplannen enzovoorts?
13/35
De voorzitter: Technische vraag die goed bij de beeldvorming had gepast, mijnheer Smolders. Maar we gaan kijken of de wethouder daar een antwoord voor wil geven. De heer Smolders: Ik was toen wel bij de beeldvorming, maar toch. De voorzitter: Helder. Dan kom ik, even spieken, nog bij u, mevrouw Bouman. Mevrouw Bouman-Quist: Voorzitter, dank u wel. Ik was even getriggerd door de wethouder, de heer Hoek, over het woord schaarste. Heeft u dan over de financiële middelen of is het dan over het personeel? Of is dat, u zei op een gegeven moment, kunnen we de juiste mensen krijgen om hiermee aan de slag te gaan? Bedoelt u dan ook de lokale teams en de uitbreiding die analoog in de andere notities naar voren gekomen zijn, bijvoorbeeld bij vitaal ouder worden? Want dat is natuurlijk wel even de vraag. Daar moet wel een lijn in komen dat zowel in al die plannen hetzelfde gedaan wordt. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bouman. Dan zijn we aan het einde van de tweede termijn van de commissie. En gaan we voor een laatste reactie nog naar u, wethouder Hoek. U heeft het woord. Beantwoording college De heer Hoek: Dank u wel. De Partij van de Arbeid geeft nog een toevoeging van vier punten met betrekking tot de verbetering in het leven van inwoners. Die zijn opgeschreven. En nogmaals, het heeft ook met ambitieniveaus te maken.
Hoe ver wilt u daarin gaan? De ChristenUnie, de stelling die geponeerd werd, ben ik het mee eens. Zelfredzaamheid zonder sociale verbanden, dat wordt wel heel erg ingewikkeld. Dus dat is heel belangrijk. En met name de mensen die die sociale verbanden niet hebben, die zullen aankloppen voor hulp. Dus daar ben ik het helemaal mee eens. En ook, u zegt, als je het hebt over KPI’s of weet ik veel wat, dat is ingewikkeld, maar kijk ook vooral naar de reacties vanuit de samenleving over hoe dat zich ontwikkelt. En daar kan ik me prima in vinden. De VVD, schaarse middelen. En ja, ik ben het met u eens. We hebben natuurlijk met een financiële uitdaging te maken. En de perspectiefnota, op 7 mei gaan we daarmee aan de slag. En daarin wordt er wel van in iedere vraag om daarin keuzes te maken. En ik kan het niet onder het tapijt vegen dat we een hele uitdaging hebben met betrekking tot het financieel rondkrijgen van deze uitdagingen. Daarom vinden dit soort discussies ook plaats. En vooral hebben we uw inbreng nodig om te kijken, maar hoe kunnen we dat dan, ondanks die schaarse middelen toch een palet bieden waarin we mensen op een goede manier hulp verlenen en kunnen bedienen. En dat is de uitdaging die we hebben.
Maar ik wil geen winstwaarschuwing maken, maar als u zegt, die schaarse middelen, daar hik ik wel tegenaan, dat hoor ik GroenLinks ook zeggen, dan moet ik eerlijkheidshalve wel zeggen dat dat wel een onderdeel is van de uitdaging waar we met zijn allen voor staan. En tenzij u zegt, maar wij als GroenLinks, want er wordt gesteld, welke gemeente wil je zijn uiteindelijk. Als GroenLinks zegt, wij willen eigenlijk het hele sociale domein, het geld wat daarvoor bestemd is, houden zoals het is, dan is dat ook een mening. En daar kunnen we ook mee aan de slag. Mijn uitdaging is om met minder geld meer te doen en echt op een goede manier onze bevolking adequaat te helpen en ervoor te zorgen dat het geld echt terechtkomt daar waar de hulp ook echt noodzakelijk is. Dus dat. Geen interruptie? Goed zo. Nee, ik dacht dat u naar me keek van… De voorzitter: Ik keek vol verwachting of u aan het einde was gekomen van uw laatste reactie, wethouder.
14/35
De heer Hoek: Leefbaar 3B, u zegt, we moeten niet doorslaan, waarin de overheid zich helemaal terugtrekt en we alleen maar een beroep doen op zelfredzaamheid. Dat is ook niet de insteek van deze uitgangspuntennotitie, maar dat we er kritisch naar kijken, dat moge duidelijk zijn. De vraag over de wachtlijsten, daar heeft u schriftelijke vragen over gesteld, die komen, ik denk begin volgende week, maandag? Begin volgende week naar u toe. GroenLinks, de inkomensafhankelijke bijdrage van de Wmo, dat is landelijk beleid. Daar kunnen wij als gemeente niet zo gek veel mee, dus dat wordt een ingewikkelde. D66, die heeft het ook over de indicatoren gehad, daar heb ik net al iets over gezegd. Even kijken, het CDA vraagt, die schaarste, kan je dat wat meer specificeren? In die zin van, geldt dat nou voor alle beleidsvelden? Het is algemeen bekend dat we twee uitdagingen hebben, met name, en dat is inderdaad de mensen op de juiste plek krijgen, die de hulp kunnen bieden, en de financiën. Dat zijn wel de uitdagingen voor de toekomst. Waarbij ik me misschien nog wel meer zorgen maak over de juiste mensen op de juiste plek krijgen, dan over de financiën, omdat dat wel een hele uitdaging wordt, als ik het journaal mag geloven. De voorzitter: Mevrouw Bouman. Ik heb ook een interruptie van de heer Smolders, maar ik denk dat hij over een ander punt gaat.
Dus dan laat ik even mevrouw Bouman nog deze interruptie doen en dan komen we zo bij u, mijnheer Smolders. Mevrouw Bouman-Quist: Helder dat u zegt, het zit hem dus aan de personele kant. Wordt dat ook nog aangegeven in de perspectiefnota ten aanzien van het sociaal domein? Want dat is natuurlijk wel even noodzakelijk, dat als we minder geld te besteden hebben, of als we zeggen, we laten het sociaal domein zoals het zou moeten zijn. Hoe gaan we dat dan oplossen? De voorzitter: De wethouder nog in reactie daarop. De heer Hoek: Dat is natuurlijk een bijzonder interessante. Daar hebben wij als gemeente natuurlijk ook heel veel mee te maken, dat je de juiste mensen niet kan vinden. Dat betekent dat je de ene keer creatief moet zijn, de andere keer een interessante gemeente moet zijn om voor te werken. Dat is een heel palet van maatregelen waar je aan kan denken om inderdaad die schaarste het hoofd te bieden. Waarbij ik het niet bedoel als argument, nou schaarste, dat zou mooi zijn, want dan houden we geld over, omdat we bepaalde functies niet in kunnen vullen. Nee, natuurlijk niet. We moeten er alles aan doen om de juiste mensen op de juiste plek te krijgen, zodat we adequaat de mensen kunnen helpen die het nodig hebben. Dus, en dat is ook iets voor de uitgangspuntennotitie. Daar moeten we natuurlijk sterk op acteren. De voorzitter: Helder. En dan inderdaad voor het beleidsplan.
Mijnheer Smolders nog bij interruptie. De heer Smolders: Dank u wel, voorzitter. En bedankt aan de wethouder voor het beantwoorden. Maar ik vraag me af, want de wethouder geeft aan dat het ingewikkeld is om indicatoren te gebruiken. Maar mijn vraag is, gaat u indicatoren ontwikkelen of in beeld brengen, zodat we dit ook kunnen monitoren? De voorzitter: We gaan even naar de wethouder voor een antwoord, mijnheer Smolders. De heer Hoek: Ja, ik verifieer net even bij mijn buurvrouw hoe het zit. Maar dat zit in de beleidsnotitie.
15/35
De voorzitter: U wordt op uw wenken bediend, mijnheer Smolders. Geweldig, kijk. En met die mooie woorden en de laatste woorden van de wethouder is het college aan zet. Want u heeft uw input allemaal meegegeven deze avond. En hopelijk over enkele maanden spreken we met elkaar over het werkelijke beleidsplan. Dan kunt u hopelijk uw inbreng weer herkennen. Voor nu sluiten we agendapunt 5.a af. 5.b Kadernota 2026 GRJR - Paul Lieverse De voorzitter: Gaan we over naar agenda punt 5.b. Dat is de kadernota van de GRJR, de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rotterdam-Rijnmond 2026. Ingebracht door de heer Lieverse. Die heeft een aantal vragen aan u als commissieleden en een aantal vragen voor het college. Maar ik wil u vragen, mijnheer Lieverse, om uw bespreekpunt in te lichten en dan ook direct uw eerste termijn te doen. Ja? Mijnheer Lieverse, u heeft het woord. Eerste termijn De heer Lieverse: Dank u. Het is heel fijn, voorzitter, dat we de kadernota samen kunnen bespreken vanavond, alsnog. Dat heeft namelijk te maken met een zekere vertraging en overigens is het punt van die vertraging niet de essentie van het onderwerp wat mij betreft vanavond. De essentie is wel het bypassen van de raden.
De brief van de GR die in december opgesteld werd en die in de raadsinformatiebrief, wat die paragraaf betreft, in ieder geval overgenomen wordt door het college, is dat het eigenlijk niet nodig is om er een zienswijzeprocedure voor te volgen, maar dat als er ideeën zijn in de raad, dat ze natuurlijk altijd aan de portefeuillehouder kunnen meegeven die het dan in het AB kan inbrengen. Ik denk echter, voorzitter, dat de onderwerpen die in de kadernota staan van te grote importantie zijn om onbesproken te laten en om het alleen maar intern te bespreken en het niet ook daar iets over terug te koppelen naar de GR. Dat heeft met een aantal onderwerpen te maken. Dat zijn drie groepen eigenlijk. In de eerste plaats heeft het te maken met kostenbeheersing. In de GRJR wordt al heel lang gepuzzeld op regionale maatregelen die genomen kunnen worden om kosten te reduceren. Dat heet de zogenaamde regionale, RBOK, afgekort. Er zijn 51 maatregelen en daar wordt regelmatig over terug gerapporteerd. Maar die gaan niet alleen over geld, die gaan ook over maatregelen, ook over het zorgpalet, ook over wat het inhoudt en wat het zou kunnen betekenen voor hulpverleners en voor de hulpvragenden. Ofwel, het zijn onderwerpen waarvan eigenlijk wij het zouden kunnen vinden, dat moet regelmatig teruggekoppeld worden in onze commissie.
En hoe realistisch is het ook dat daar die bezuinigingen gehaald gaan worden die voorspeld worden. Een ander punt is de 5 à 10 procent terugbrengen van de subsidies op jeugdbeschermingsinstellingen en Veilig Thuis. Overigens lezen we in de voortgangsrapportage dat Veilig Thuis nu alweer 1,5 miljoen erbij krijgt want de waarnemend directeur heeft geklaagd, ik kom er niet uit, dus die krijgt 1,5 miljoen erbij. Ofwel, hoe zit dat precies? Belangrijker, wat is de impact op de kwaliteit van deze zorgvoorzieningen als die met 5 tot 10 procent verlaagd wordt? Is dat wel haalbaar? Dan de landelijk ingekochte jeugdhulp, dat is ver van ons bed misschien, maar de kostenstijging is daar immens. Ofwel, wij vinden als ChristenUnie dat we graag de portefeuille willen aansporen om het AB er toe te bewegen om meer te doen aan de stijgende kosten, om daar meer grip op te krijgen. Een tweede groep van onderwerpen is de kwaliteit van de zorg. Bijvoorbeeld de transformatie van JeugdhulpPlus, we hebben daar eerder over gesproken, uitgebreid. Maar hoe staat het daar eigenlijk mee? Het aantal pleeggezinnen, lukt dat om die te vinden? Hoe is het met de risico's voor de jeugdigen die dan niet meer opgenomen worden, maar die ambulant geholpen worden? Gaat het wel even goed? Of, wat we namelijk kunnen lezen in allerlei periodieken, zoals het AD bijvoorbeeld, die vertelt over kinderen,
16/35
over jeugdigen die helemaal de weg kwijt zijn, met verslaving te maken krijgen en helemaal niet meer zo goed bezig zijn als ooit bedacht was met deze nieuwe opzet. Lokale teams sla ik even over, want dat komen we vast over te spreken in andere besprekingen over jeugdhulp. Regionaal ingekochte jeugdhulp, dat is natuurlijk een taak van de GR. Dat hebben we ook aan de GR toebedeeld. Maar wordt bij die inkoop rekening gehouden met de wensen die wij als gemeente hebben op dat gebied? We hebben tenslotte allerlei plannen gemaakt. We hebben een soort taakstelling afgesproken. Wordt daar voldoende in meegenomen hoe dat met de inkoop staat? Derde, het laatste punt is rond taakverdeling. Er wordt gesproken over een veranderende rol van de GRJR. Het wordt dan genoemd de BBV, een landelijke regeling. Daar twijfel ik niet aan dat het zo is. Maar wat ik wel denk, is onze gemeente in staat om die taakverzwaring op zich te nemen? Tot slot de veiligheidsketen. De toekomst naar kind- en gezinsbescherming. Daar worden allerlei dingen over gezegd in de kadernota. Bij een recente vergadering hebben we gesproken over de wachtlijsten die er zijn bij Veilig Thuis. Recent hebben we gehoord over het drama rond het meisje die in de verpleegzorg verdwaalde en met mishandeling te maken kreeg.
Het feit dat er dit soort signalen opkomen is toch een reden om die zorgketen onder de loep te nemen en ook hier te bespreken op een manier dat het AB daar terugkoppeling van krijgt. Kortom, voorzitter, u hoort wel, er zijn allerlei aanmerkingen te maken en vragen te stellen, maar ook steun te geven aan een heleboel dingen die heel goed zijn in de kadernota. Ik ben met name benieuwd of de commissieleden het ermee eens zijn dat een zienswijzeprocedure het beste instrument zou zijn om een kadernota in de toekomst hier te bespreken. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Lieverse. En voordat we verder gaan, wilde ik de commissie nog even meegeven dat, nog even expliciet, vandaag eigenlijk de laatste kans is waarop u de wethouder nog input mee kan geven voor de bespreking van die kadernota. Want dat gaat de wethouder op 11 april al doen. Dus des te belangrijker om dat vanavond met elkaar te bespreken. En wilt u in ieder geval ingaan op de drie punten van de heer Lieverse, zodat de wethouder daar op de juiste manier gevolg aan kan geven. Dat gezegd hebbende, gaan we bij u beginnen, mijnheer Alsemgeest. Van WIJ Lansingerland. De heer Alsemgeest: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, er gaat geen of bijna geen commissie Samenleving voorbij zonder dat het onderwerp jeugdhulp op de agenda staat. En zo ook vanavond.