[BV25.0037] Verslag Commissie Algemeen Bestuur d.d. 2 april 2025
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Algemeen Bestuur Corsanummer
: BV25.0037
Datum vergadering
: 2 april 2025
Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Johan Philippens, Terry Duivesteijn WIJ Lansingerland : Mark Bik, Ton Jansen CDA : Jan-Willem van den Beukel, Job Halkes, Wouter de Ruiter VVD : Matthijs Machielse, Ed van Santen, Nathalie van Bakel D66 : Brecht Weerheijm, Erik Jonker CU : Kees-Willen Markus, Bram Oostdijk GroenLinks : Marko Ruijtenberg, Manon van Splunter PvdA : Hamid Azzouzi, Nanno Scheringa Burgemeester Wethouders
: Jules Bijl : Michiel Muis, Simon Fortuyn en Leon Hoek
Voorzitter Commissiegriffier
: Jan Jumelet : Lianne van den Houten
Afwezig VOOR Lansingerland : Petrine van Olst PvdA : Sonnie Biharie D66 : Bert Bakker 1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren, het is acht uur, we gaan starten. Als u uw plaats in zou willen nemen, dan heel graag. Dan kunnen we inderdaad aanvang maken met deze vergadering Algemeen Bestuur. Welkom, eenieder hier aanwezig, raadsleden, duoraadsleden, ambtelijke ondersteuning, de collegeleden, de burgemeester, de griffie, en de mensen bij de webcast, van harte welkom. Ik ben vanaf nu uw voorzitter voor de commissie Algemeen Bestuur. Dank u wel. Als opvolger van de heer Blonk. Dus er zijn grote schoenen te vullen, zeg ik dan altijd maar. Dus ik hoop dat ik een waardig opvolger mag zijn van hem. De tweede mededeling is eigenlijk dat ik een oproep wil doen in deze commissie voor de beeldvorming alvast op 9 april over het begrotingsproces. Er is voor gekozen om twee beeldvormingen te splitsen, en met name ook zodat een ieder in de gelegenheid is om de beeldvorming van 9 april te bezoeken. En ik wil u ook wel oproepen om uw fractiegenoten, die wellicht in andere commissies zitten, ook aanwezig te zijn, omdat het toch wel een bijzonder belangrijk onderwerp is voor de komende periode, op weg naar de begroting voor ‘26. Dat gezegd hebbende, en de heer Markus welkom hetende. 2. Inspreker(s) De voorzitter: Dan gaan wij door naar het volgende punt, de insprekers.
Die hebben zich niet gemeld.
1/26
3. Vaststelling verslag vorige vergadering De voorzitter: Dan komen wij bij het vaststellen van het verslag van de vorige vergadering. Er hebben zich geen mensen gemeld met wijzigingen of wat dan ook rondom het verslag. Dus we kunnen het verslag bij deze ook vaststellen. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Dan gaan wij naar het vaststellen van de agenda. Zijn er mensen die de agenda willen muteren of kunt u met deze agenda uit de voeten voor deze vergadering? Ja? Dan is er in ieder geval één rondvraag aangemeld door de heer Van den Beukel. En ik weet niet, wilt u hem kort noemen of? Even kijken. Gaat uw gang. De heer Van den Beukel: Dank u wel. Alleen het onderwerp en niet de vragen, voorzitter. Maar goed, om dat even inderdaad heel kort neer te zetten. Het gaat over de leges voor het organiseren van de Oranje Bazaar, dat is even het voorbeeld, door de Open Hof kerk in Bleiswijk. Maar in bredere zin over de leges. Na de vrijstelling die er was voor verenigingen en stichtingen zou er een compensatieregeling komen in het eerste kwartaal van 2025. Dat is net verstreken. Dus ik heb vragen aan het college hoe het daarmee staat. De voorzitter: Dank u wel. Dat is de enige aangemelde rondvraag, dus die zullen we aan het einde uiteraard aan de orde brengen. 5.
Bespreekpunten - geen De voorzitter: Dan brengt het ons al heel snel bij het volgende punt, de bespreekpunten. Die zijn er niet, dus die gaan we ook overslaan verder. 6. Stukken ter advisering aan de raad 6.a Zienswijze actieplan evaluatie Gemeenschappelijke Regeling MRDH De voorzitter: Dan komen we bij de stukken ter advisering aan de raad. 6.a Zienswijze actieplan evaluatie Gemeenschappelijke Regeling MRDH. Als kleine toelichting daarop is dat de deelnemende gemeenten zijn uitgenodigd om zienswijzen op het actieplan in te dienen. En er is een concept zienswijze beschikbaar. En uiteindelijk wordt de raad gevraagd om deze zienswijze op het actieplan evaluatie gemeenschappelijke regeling vast te stellen. Wie mag ik als eerste het woord geven op dit punt? Even kijken. Dan gaan we naar de heer Weerheijm. Eerste termijn De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag met uw toestemming ook een kleine actualiteit uit de commissie direct soepel in het agendapunt willen verwerken, gezien mijn rol als raadsrapporteur, met uw toestemming. De voorzitter: U mag dat heel soepel doen.
2/26
De heer Weerheijm: Dank u wel. Dan ga ik ook proberen dat heel soepel te doen. Laten we even beginnen bij het begin. Ik kan me voorstellen dat na alle verhalen uit de MRDH die u de afgelopen tijd heeft gehoord van mij of via andere kanalen, dat een kleine recap misschien wel fijn is. En hoe deze zienswijze tot stand is gekomen en de achtergrond van dat actieplan waar het op slaat. Allereerst, de MRDH bestaat nu zo'n tien jaar. En er is bij de oprichting van de MRDH gezegd, na tien jaar gaan we sowieso evalueren. Dus in het kader van dat tienjarig bestaan is er toen een evaluatie uitgevoerd door het bureau Berenschot. Een lijvig rapport van ongeveer een pagina of 100, 120, waarin het reilen en zeilen van de MRDH over de afgelopen tien jaar even tegen het licht is gehouden. Natuurlijk deze commissie specifiek kijkend naar het EV-component. Een beetje de bottomline die eruit kwam uit dat EV-component is, we zijn goed in de regio bezig geweest om met elkaar een netwerk te vormen. Er zijn bestuurlijk stappen gemaakt. Maar het is lastig om de inschatting nou te maken wat de concrete toegevoegde waarde is van het EV-component op dat economisch vestigingsklimaat, omdat het gewoon lastig te kwantificeren is en er weinig bruikbare indicatoren voor zijn. Zowel in de strategische agenda als in de begroting van de van de MRDH. Dus dat noopt eigenlijk tot een reflectie bij de MRDH zelf.
Ook een reflectie natuurlijk bij ons als deelnemende gemeente. En de MRDH is zelf aan de slag gegaan om een actieplan op te stellen op basis van de evaluatie en daarvoor zowel het EV als het VAcomponent een aantal actiepunten op te stellen. Die zijn beland in dat actieplan. We hebben vanuit de adviescommissie eerder op dit actieplan ook gereageerd en namens alle gemeenten daar het een en ander over meegegeven. En dat is voor ons ook hier in Lansingerland de inbreng die we hebben voorbereid in de klankbordgroep voor die adviescommissie hebben we ook gebruikt om deze zienswijze vorm te geven. Dus die hebben we gezamenlijk, heb ik samen met Jean-Paul Meuldijk vanuit EV en de heren Blonk en… Ik ben heel even de naam van Ivo vergeten, dat is heel erg onbeschoft. De Graaf. En de heer De Graaf hebben die zienswijze samen met de ambtenaren en het college opgezet. Eigenlijk in lijn met onze eerdere inbreng. Want wat voor ons in ieder geval vanuit EV een beetje de rode lijnen waren, in het actieplan van de MRDH nemen ze een aantal hele concrete stappen direct. Een soort van, we hebben geëvalueerd en we gaan direct voortvarend aan de slag met een aantal acties. Maar wat wij eigenlijk misten in het stukje was de daadwerkelijke reflectie.
Want er is een rapport, er is de evaluatie, die stelt best wel een aantal vraagtekens bij van, waar zijn we als MRDH de afgelopen jaren mee bezig geweest? Eigenlijk die vragen worden niet zo heel erg helder gesteld in het actieplan. Vandaar dus dat wij in de zienswijze, net zoals dat we ook in de adviescommissie eigenlijk oproepen van, MRDH, laten we eerst even goed met elkaar nagaan, wat willen we nou eigenlijk met elkaar? Wat is nou het soort regeling wat we willen zijn met elkaar? Wat is onze rol, wat is onze toegevoegde waarde? En op basis daarvan te bepalen van wat we nou eigenlijk gaan doen. En wat zijn dan subsidieregelingen die daarbij passen? Wat is een ambtelijke capaciteit die daarbij past? Wat is een inhoudelijke organisatie qua bestuur die daarbij past? En dat misten wij ook wel een beetje in het actieplan. Dat is dus enerzijds opgenomen. Een ander belangrijk punt die we hebben opgenomen, en dat is eigenlijk ook meer het vervoersautoriteitscomponent, is ook de versterking van de democratische legitimiteit en de rol van de adviescommissie daarin. U heeft misschien bijvoorbeeld gelezen dat problemen bij een Qbuzz-lijn in Zuid-Holland en hoeveel politieke aandacht daarvoor is en hoe ook bijvoorbeeld de Provinciale Staten daarin een rol spelen.
Dat is iets waarvan wij als Lansingerland denken van, dit soort democratische controle, dit moet je als adviescommissie ook gewoon doen en het niet zo helemaal op afstand plaatsen van de raden. Want uiteindelijk is de kwaliteit van het openbaar vervoer het allerbelangrijkste van de MRDH en het is ook belangrijk dat de democratische vertegenwoordigingen in de MRDH, dat zijn de adviescommissies, en daaronder de gemeenteraden, daar ook een actieve rol in
3/26
heeft. En ook meer in het algemeen, het versterken van de rol van adviescommissies, meer strategisch richting geven, we hebben het hier vaker over gehad, vinden we ook een belangrijk punt. Vandaar dat we dat ook in de zienswijze hebben opgenomen. Dat brengt me ook een beetje bij meer het MRDH-journaal component. Ik heb het met u vaker gehad over de pogingen die de heer Meuldijk en ik hebben gedaan om op basis van de motie die u heeft aangenomen december, een goed bespreekpunt te agenderen in de adviescommissie. Op basis van een aantal scenario's om daar meer strategisch na te denken, wat is nou de toekomst van dat EV-component. Ook eigenlijk omdat wij, wij voelen ons ook daarin gesterkt door de conclusies uit het rapport van Berenschot en de noodzaak om meer strategisch na te denken. Zoals ik bij de commissie van vorige maand al aangaf, dat liep niet helemaal soepel, onze poging om dingen te agenderen, met een aantal mails die niet werden beantwoord, de adviescommissie-vergadering werd geannuleerd vanwege gebrek aan agendapunten, terwijl wij zelf de agendapunten hadden ingediend. De voorzitter: Ik ga u even onderbreken, want we hebben een interruptie van de heer Ruijtenberg. Gaat uw gang. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Het is eigenlijk niet echt een interruptie, maar meer een ordevoorstel.
Want de heer Weerheijm is nu zijn volledige spreektijd aan het spenderen voor aangeven van de adviescommissie in zijn rol als rapporteur. En dat is heel waardevol, dus dat is heel belangrijk. Maar hij heeft dadelijk geen tijd meer om de rol van D66 te vertolken. Dus ik wil u eigenlijk vragen of u het hem wilt gunnen om dit niet als zijn spreektijd op te nemen, maar als rapportage. En dat hij daarna nog de gewone reguliere spreektijd namens D66 heeft, zodat we een goed debat kunnen volgen met ook de zeer waardevolle deelneming van D66 daaraan. De voorzitter: Ik vind het heel sympathiek van u. Ik ben nu tien minuten uw voorzitter en ik was al van plan om met de hand over het hart te strijken. Dus in die zin, maar dat gaat wel goedkomen. De griffier zal er in ieder geval twee minuten bijvoegen. Dus dan moeten we even kijken of dat zo of dat goed gaat. Maar dat komt goed. Maar in ieder geval sympathiek dat u dat even opmerkt. Mijnheer Weerheijm, gaat u verder. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter, dank u wel ook, mijnheer Ruijtenberg voor dit zeer schappelijke voorstel. Die minuten vliegen ook weg als je lekker over de MRDH aan het babbelen, aan het praten bent. Dus ja, dat ons agendapunt wat we natuurlijk zo graag willen agenderen, dat loopt dus niet allemaal heel erg soepel. Ik heb de afgelopen weken contact gehad met de voorzitter van de adviescommissie.
Ik heb ook contact gehad met de ambtelijke ondersteuning van de adviescommissie, of eigenlijk de ambtelijke ondersteuning van de MRDH die ook assisteert bij de adviescommissie, daar nogmaals ook uitgelegd wat onze intentie nou is met het bespreekstuk. Nogmaals aangegeven dat we heel graag ook met de MRDH meedenken over wat nou de rol is van het EV-component. Dus we hebben gevraagd nogmaals of een afspraak gepland kan worden met de heer Meuldijk en mij bij de MRDH. Niet om te gaan babbelen over welke vraag we nou aan de adviescommissie gaan stellen, maar hoe we er nou voor zorgen dat het bespreekpunt wat we zo graag willen, en waar u ook het mandaat voor hebt gegeven op een goede manier en een ordentelijke manier straks in de adviescommissie van juni komt. Dus we hopen heel erg, ik heb vandaag te horen gekregen dat als het goed is we deze week een voorstel krijgen voor een afspraak. Ik kijk daar zeer naar uit. En ook nog steeds, mocht dat allemaal niet van de grond af komen, dan gaan we alsnog natuurlijk dat bespreekpunt gewoon op de agenda zetten, want we hebben lang genoeg daarop gewacht. Dus dat is eigenlijk een beetje waar we staan in dat proces op
4/26
dit moment. Ik denk dat we, ik hoop dat op het moment, als dat bespreekstuk wat we in concept al een paar maanden klaar hebben liggen, dat we daardoor ook een goede bespreking zullen hebben met andere deelnemende gemeenten, over, hoe zitten die er nou in, hoe kijken die nou naar dat EV-component. Dus ja, goede hoop dat daar eindelijk wat schot in komt. Een beetje in het verlengde daarvan, een andere bijeenkomst die we hadden vanuit de MRDH afgelopen maand, was de, ik heb hem al eerder benoemd, de Droomsessie in het Jenever Museum, waar we met elkaar twee uur lang hebben gedroomd over van, hoe onze regio er nou uitziet in 2050. Ik kan u verzekeren dat ik niet aan de jenever ben gekomen die avond. Ik moet zeggen, die bijeenkomst liet mij een beetje met een dubbel gevoel. Er werden mooie vergezichten geschetst. Inspirerende sprekers waren er ook, van het havenbedrijf, vanuit het onderwijs. Mooie elementen, maar wel dat de concreetheid van, en wat betekent het nou eigenlijk waar we met elkaar mee bezig zijn, dat dat een beetje achterbleef. Dus mooi gedroomd, maar de volgende ochtend word je ook weer wakker en denk je wel, wat gaan we nu verder als actie ondernemen? Dus dit was pas de eerste sessie. Ik hoop dat daar nog wat meer vervolgsessies ook uitkomen, waar we iets concreter bij stil gaan staan wat nou de rol van het EV-competent is. De voorzitter: Ik ga u even onderbreken.
Mevrouw Van Bakel heeft een interruptie. Mevrouw Van Bakel: Dank voor dit verhaal. U begon volgens mij langzaam richting een afsluiting te gaan, volgens mij, dus ik vond het ook een mooi moment om eventjes een vraag te stellen. En ik ben eigenlijk ook wel benieuwd of onze zienswijze binnen deze club hier van wat we nou eigenlijk met de MRDH zelf willen. En dat gaat ons volgens mij, die input gaat ons helpen richting jullie om te kijken van, dan krijg je die concreetheid vanzelf wel. Dat is één. Bovendien, ook nog een keertje sturend wat wij nou willen en wat wij op die agenda willen krijgen en wat uiteindelijk ook moet passen. Maar ik merk wel een beetje dat het voor mij een beetje ook vaag blijft hoe dat zeg maar vorm krijgt. En misschien kunnen we een of andere sessie met elkaar organiseren om dat bij elkaar te brengen. De voorzitter: Mijnheer Weerheijm. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Een goed punt, denk ik. We hebben natuurlijk eerder vorig jaar een bespreking gehad in deze adviescommissie op basis van het bespreekpunt van de heer Meuldijk en mij van, wat ook een beetje provocerend bedoeld was om de gedachten een beetje op gang te krijgen hier in de commissie. En daar toen eigenlijk ook de suggesties vanuit de commissie hebben we van gezegd, laten we een aantal scenario's uitwerken welke kant we eigenlijk op kunnen gaan met de MRDH.
Die hebben we in het bespreekpunt ook als concept al bij de MRDH ook verder uitgewerkt. Volgens mij een vijftal scenario’s zijn het geworden. Zodra het bespreekpunt ook definitief op de agenda staat dan zorg ik er ook voor dat hij weer bij u terechtkomt. En dan lijkt het me inderdaad ook heel goed om een keer op basis van die scenario's ook hier intern te sparen van, hoe zitten we nou als raad en als verschillende partijen? Want ik praat inderdaad nu heel erg, ik probeer zoveel mogelijk de visie van de raad te vertegenwoordigen. Maar ik heb natuurlijk als D66 er ook wel bepaalde ideeën bij. En dat is wel een discussie die we inderdaad ook met elkaar moeten voeren. Voor nu is eigenlijk het, naar mijn inschatting, het kunnen opstarten van een proces binnen de MRDH en het bespreekbaar maken dat er verschillende opties zijn al een eerste spannende stap voor de gemeenschappelijke regeling. En ik denk dat we daar in het kader van dat we daarna ook weer met elkaar moeten nagaan, wat is dan de visie van de raad van Lansingerland daarin? En inderdaad dat we niet alleen het gesprek
5/26
willen voeren, maar dat we natuurlijk ook een bepaalde visie met elkaar hebben. En dat we daar misschien als partijen ook in kunnen en mogen verschillen. De voorzitter: Maar dan ga ik eerst even naar de heer Markus, want die heeft een interruptie. De heer Markus: Ja, voordat de D66-Weerheijm aan het woord komt, even een vraag. Dat actieplan, dat is één en op een gegeven moment gaat dat uitgevoerd worden. Wat voor rol krijgen de adviescommissies daar nog in als het gaat om controle en dat soort zaken? Of is het een mooi stuk papier? De voorzitter: Mijnheer Weerheijm, maar graag een beetje korter. Gaat uw gang. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Ik zie dat ik nog anderhalve minuut heb. Om het antwoord kort te geven aan de heer Markus, dat weet ik eigenlijk niet op dit moment. De controlerende rol van de adviescommissie is niet sterk op dit moment. Dat is het korte antwoord. Dan de visie van D66 op de zienswijze, prima zienswijze. De voorzitter: Fijn. Goed. Ik kijk even rond. Zijn er anderen die het woord willen voeren in eerste termijn op dit onderwerp? We gaan naar Leefbaar 3B. De heer Philippens: Dank u wel, voorzitter. Als Leefbaar blijven wij kritisch op het functioneren van gemeenschappelijke regelingen. Met name ook de MRDH, omdat we daar zo beperkt invloed op hebben.
De voorgestelde zienswijze is wat ons betreft zeer scherp en inhoudelijk sterk, verwoordt onze gevoelens goed en daarom kunnen wij er mee instemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Markus. De heer Markus: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, toen wij het actieplan lazen, bekroop ons toch een beetje een onbevredigend gevoel. We hebben ons eerder in de commissie, en de heer Weerheijm refereerde er, al ons afgevraagd wat nou de koers is van de MRDH. Met name als het gaat om die pijler economisch vestigingsklimaat. Want dat is ook de democratische legitimiteit van deze pijler. En we waren het misschien niet helemaal met elkaar eens. Maar volgens mij waren we het wel met elkaar eens, sterker nog, dat weet ik zeker, want er is een raadsbrede motie ingediend dat een goede evaluatie en zelfreflectie wel op zijn plaats zou zijn. En dat is niet zozeer omdat wij tegen de MRDH zijn, maar wij vinden wel dat dergelijke verbanden, en mijn voorganger zei het ook al, wel een duidelijke bijdrage moeten hebben aan onze samenleving, want we betalen er tenslotte ook voor. En wij vinden ook dat je als MRDH ook kritisch naar jezelf moet kijken of je nog functioneert zoals je ooit van plan was. En vanuit deze positief kritische houding richting de MRDH is ons dat toch wel onbevredigende gevoel bekropen.
Want het actieplan rept eigenlijk helemaal niet zo over die zelfreflectie waar we toe opgeroepen hebben, maar die roept tot allerlei nieuwe dingen. Actieplannen, visies enzovoort. Maar in hoeverre heeft die zelfreflectie nou echt plaatsgevonden? De heer Weerheijm gaf er al een antwoord op, volgens ons heeft die in ieder geval binnen het economisch vestigingsklimaat absoluut nog niet plaatsgevonden. En dat moet ook gebeuren. Wij denken dat die politieke zelfreflectie vanuit de adviescommissie er moet komen voordat we verder gaan denken over allerlei visies en onder de jenever met, dat is niet waar trouwens, onder het genot van een gezellig colaatje allerlei droombeelden met elkaar creëren. Dat is natuurlijk prachtig, maar laten we eerst
6/26
eens goed kijken wat we met elkaar nou willen en waar we heen moeten met elkaar en die zelfreflectie ook laten uitvoeren. Eigenlijk zouden we op dat punt die volgordelijkheid, dus eerst die zelfreflectie, dat missen we eigenlijk toch wel een beetje in de zienswijze. Want er wordt in de zienswijze wel gerept van, werk eerst die visie uit en kijk dan verder naar uitbreiding als het gaat om ambtelijk apparaat enzovoort. Maar wat ons betreft mag er best wel wat steviger in dat die zelfreflectie waartoe de motie oproept eerst moet plaatsvinden, want die is tot op heden gewoon nog absoluut niet uitgevoerd, die motie. En ik denk dat we daarmee ook een duidelijk verhaal laten zien. Dat andere punt, daar ging mijn interruptie ook even over, actieplan is één, maar misschien is het ook goed om in de zienswijze aan te geven, hoe gaan we dan vervolgens ook dat actieplan enigszins met elkaar in de gaten houden dat het ook uitgevoerd wordt en ook voortgang krijgt. En dat daar ook de adviescommissies ook een rol in krijgen. En dat past volgens mij heel goed in één van de actielijnen om ook de adviescommissies een belangrijke en een controlerende rol te geven. Dus wellicht kan daar nog een passage over worden opgenomen in de zienswijze. Dat was hem wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer De Ruiter van het CDA. De heer De Ruiter: Bedankt.
De zienswijze die voor ons ligt is wat het CDA betreft prima. Het genoemde te schetsen beeld met betrekking tot de politiek-strategische wens, dat zien we graag terug in de economische visie. Wel had ik nog een vraag met betrekking tot de laatste alinea. Daarin wordt de voorkeur uitgesproken om nog geen acties uit te voeren zonder dat de economische visie is vastgesteld. In het uitvoeringsprogramma Economisch Vestigingsklimaat 2025 staat dat in Q2 van dit jaar een economische top wordt georganiseerd. Die economische top komt ook terug in het actieplan. En daar gaat deze zienswijze over. Doelt deze, ik noem het even terughoudendheid in de zienswijze, ook op deze top of valt die daar buiten? Mocht dat zo zijn, dan zou ik als CDA willen zeggen, doe dat niet, voer gewoon de uitvoeringsagenda 2025 uit. En laat de economische visie in combinatie met het te voeren gesprek over de scenario's de koers voor 2026 bepalen. Tot slot wil ik nog even benoemen dat het CDA uitkijkt naar de resultaten van de vergaderingen van de adviescommissie in juni, mocht het doorgaan, dan zijn we benieuwd naar de resultaten. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Bik. Of had u nog een interruptie, mijnheer Markus? Gaat uw gang. De heer Markus: Ja, ik zat toch even te kauwen op die economische top. Ik snap best wel dat je die los hiervan ook eventueel kan laten plaatsvinden.
Maar het gevaar bestaat natuurlijk een beetje dat er allerlei droombeelden en ideeën worden geschetst waarvan later de adviescommissie zegt, dat is leuk, maar die koers willen we niet varen. Dus hoe ziet u die top in verhouding tot een koers die je ook gewoon als adviescommissie zelf ook moet uitstippelen? De voorzitter: Mijnheer De Ruiter. De heer De Ruiter: Waar ik voornamelijk op zat met die top is dat, wat ik me vooral afvroeg is of deze zienswijze ook ging over dat uitvoeringsprogramma. En dat illustreerde ik even aan de hand van die top. En ik snap dat die top eventueel kan conflicteren. Maar als wij nu deze zienswijze gaan indienen op dit actieplan, heeft dan die terughoudendheid, zoals ik net al noemde, heeft dat dan invloed op dat programma wat al is vastgesteld? Dus dat was
7/26
meer mijn vraag. Ik weet ook niet wie daar het antwoord op weet. Of dat de raadsrapporteur is of, ik zie in ieder geval wel een groen lampje bij de heer Weerheijm komen. De voorzitter: Dank u dat u mij helpt, mijnheer Weerheijm. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Ik ga maar even een gokje wagen. Ik zeg niet dat ik precies het correcte antwoord heb. Als er een uitvoeringsprogramma is vastgesteld door het bestuur van de MRDH, dan wordt dat natuurlijk gewoon gedaan. En daar gaat onze zienswijze geen invloed op hebben. Het is ook uiteindelijk maar een zienswijze en niet een middel waarmee wij een veto uitspreken over het uitvoeren van een bepaald punt. En ik denk het belangrijkste wat we bedoelen in de zienswijze is van, vooral die actiepunten die benoemd worden in het actieplan zelf en niet zozeer in al bestaande uitvoering ‘…’, in bestaand beleid. Maar vooral te denken van, ga nu niet overhaast allerlei zaken bedenken en doen waarmee je misschien een aantal van de problemen die uit de evaluatie naar voren zijn gekomen probeert te repareren. Maar inderdaad, bied wat ruimte voor de door de heer Markus genoemde zelfreflectie voordat je dat gaat doen. Dus dit gaat specifiek, het is een zienswijze op het actieplan en het is niet een zienswijze op het hele hebben en houden en de hele begroting van de MRDH zelf. De voorzitter: Dank u wel.
Ik ga u toch even attenderen op uw spreektijd. U had er drie minuten bij gekregen, maar u bent er alweer bijna doorheen. Dan gaan we naar de heer Bik. De heer Bik: Dank u wel, voorzitter. En dank ook voor de heldere informatievoorziening door de heer Weerheijm. Erg gewaardeerd. Goed om ook te zien dat in onze zienswijze wordt aangegeven dat we graag zien dat de adviescommissie in een vroeger stadium betrokken wordt bij de besluitvorming. Zeker gezien het feit dat het lijkt alsof onze afvaardiging wordt tegengewerkt in het proactief meedenken. Misschien zet ik dat wat te zwaar aan, maar zo lees ik het wel en zo voel ik het ook een beetje. Nog een vraag, en ik weet ook niet of dat door de raadsrapporteur of door de verantwoordelijke collegelid kan worden beantwoord, maar ik vraag me ook af of er in de, er is geëvalueerd, er is een actieplan opgesteld, maar is er ook gekeken naar de peers, naar de vergelijkbare organisaties, zoals vervoerregio Amsterdam of metropoolregio Eindhoven? Dank u wel. Oh, en wij kunnen ons verder vinden in de zienswijze. De voorzitter: Voordat u afsluit hebben we nog een interruptie van de heer Markus.
De heer Markus: U zegt dat u zich kan vinden in de zienswijze, maar ik vroeg me even af of u zich ook kan vinden in onze voorgestelde aanscherping om die zelfreflectie waartoe de raadsbrede motie oproept, om die duidelijker te verwerken in de zienswijze? De voorzitter: Mijnheer Bik. De heer Bik: Ja, daar kunnen we ons in vinden. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Ruijtenberg van GroenLinks. Gaat uw gang. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De zienswijze zoals die wat GroenLinks betreft voor ligt, is niet scherp genoeg. We kunnen ons daarom nu al vinden in
8/26
de aanscherping van de heer Markus. Maar we zullen wat mij betreft daar wel verder in gaan. We willen hier geen hele discussie hebben over de MRDH zelf, maar wat GroenLinks betreft zouden we op een later moment een keertje de hele MRDH goed ter discussie moeten stellen. Als we gaan kijken over het economisch vestigingsklimaat, men geeft zelf aan dat men wil dat het gewaardeerd wordt, maar dat echte resultaten niet te meten zijn. Men geeft zelf ook aan dat in de vervoersautoriteit, dat men daar succes heeft behaald, zoals de E-lijn, schreef men, en de Hoekse lijn. Maar nergens kun je constateren dat die successen ook niet behaald zouden zijn door de provincie. We kunnen constateren dat de ZoRo er nog steeds niet ligt. En we weten ook dat op een gegeven moment is er gekozen door gratis openbaar vervoer voor bepaalde doelgroepen. Maar dat is niet voor de MRDH gedaan door de provincie. Terwijl de juiste, de meeste Zuid-Hollanders die gebruik maken van het openbaar vervoer, wonen in deze regio. Dat zijn voor ons wel punten waaraan wij denken van, brengt deze MRDH eigenlijk wel wat wij willen? We missen dat min of meer in de zienswijze. Dus die zelfreflectie is heel goed, maar we missen ook voor een groot gedeelte die democratische legitimiteit. Uiteindelijk is het een bestuurslaag die ergens tussen hangt en waar wel met adviescommissies enige sturing op is.
Maar wat ons betreft onvoldoende. De zienswijze mag wat ons betreft echt veel scherper. Dus de zienswijze van de heer Markus kan erin, maar wat ons betreft ook nog wel een aanscherping over die democratische legitimiteit. Dus we zijn niet zomaar concreet tevreden met deze zienswijze. Dan heb ik tot slot nog één vraag. In de aanbiedingsbrief daar wordt gesproken dat we 7 april uitsluitsel moeten geven. Geheel formeel stellen we dit natuurlijk op 16 april vast. Hoe gaan we daarmee om? Ik hoor dat het prima is, maar misschien wilt u dat nog bevestigen. Maar dat hoor ik graag dan. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Azzouzi. Ik neem aan uw termijn? Ja, mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. De PvdA-fractie steunt het actieplan als stap richting een beter functionerende MRDH, maar dan moet het wel scherper, eerlijker en democratischer. Dan ga ik langs die drie componenten, democratische grip. De MRDH kan niet blijven besluiten over vervoer en economie zonder echt invloed van inwoners in gemeenteraden. Geef adviescommissies een rol voordat beslissingen vallen, niet erna. Betrek inwoners en vooral ook jongeren structureel bij plannen die hun direct raken. Dat stond wel in het rapport. Openbaar vervoer, OV, is cruciaal voor werk, school en gelijke kansen. Dan is het onacceptabel dat lijnen verdwijnen zonder overleg.
Geef gemeenten ook meer zeggenschap. Economische visie. Wij staan wel positief tegenover een regionaal economische visie, maar wel met een focus op goed werk, bestaanszekerheid en ruimte voor het MKB. Geen beleid op het automatisch piloot, maar keuzes maken met de regio. Als het gaat om de zienswijze, wij in lijn van GroenLinks vinden wij nog dat die scherper kan. We leggen wel de goede de vinger op de zwakke plekken als het gaat om democratische legitimiteit. Maar vooral het pleidooi dat wij meer invloed willen geven aan de adviescommissies steunen wij. Maar we missen wel de sociale dimensie dat wij willen dat de inwoners en de jongeren vooral betrokken worden. Dus de zienswijze van ChristenUnie steunen wij. Maar er moet nog iets ook gedaan worden met het betrekken van inwoners. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Azzouzi. Ik kijk even rond. Anderen nog? Nee? Dan zijn wij rond en dan kijk ik naar het college en volgens mij onze burgemeester, mijnheer Bijl. Gaat uw gang.
9/26
Beantwoording college De heer Bijl: Dank u wel, voorzitter. Het is de derde keer dat ik ga toetreden tot het algemeen bestuur van de MRDH. Het is ook de derde gemeente waar ik van allerlei opmerkingen hoor die ik hier ook vandaag weer hoor. Dus het is een herkenbaar geluid. Het is ook een behoorlijke zoektocht. En we hebben niet altijd het gevoel, ik denk ook in deze gemeente niet, dat bij de MRDH de koers die wij zouden willen bepalen ook goed begrepen wordt. Dus vanuit die optiek ben ik ook wel blij dat deze bespreking nu plaatsvindt, omdat aanstaande vrijdag voor de eerste keer het algemeen bestuur vergadert en ik daar zal zijn. Ik denk dat de aanscherpingen die gegeven zijn door diverse fracties, met betrekking tot onze zienswijze, dat dat geen probleem is. Het punt is, we moeten natuurlijk uiteindelijk met ongeveer twintig gemeenten dat allemaal bij elkaar leggen en kijken waar we dan staan. Maar daar zitten herkenbare zaken in. Dus democratische legitimiteit is sowieso een van de grondleggers voor de hele evaluatie. Dus daar moet je ook een antwoord op hebben uiteindelijk. Dat wordt allemaal niet komende vrijdag afgetikt, dus er zit nog een proces aan. Maar ik ben wel blij om in ieder geval hier de nodige voeding te krijgen om te weten vanuit welke sfeer ik vanuit Lansingerland in die vergadering ga deelnemen.
Nogmaals, ik denk dat die aanscherpingen gewoon aangebracht kunnen worden nog voordat de zienswijze eruit gaat. Maar mochten we daar komende vrijdag wel echt het een en ander over wisselen dan is het goed dat ik dat voor die datum ook bij me heb. Dank u wel. De voorzitter: Misschien nog heel even voordat u, de heer De Ruiter had volgens mij nog een vraag aan het college. Oh, u heeft wel beantwoord. Oké, dan kunnen we die afstrepen. Komen we bij de tweede termijn voor de commissie. Even de concrete vraag, er is een voorstel vanuit de heer Markus gedaan voor aanscherping en die wordt door een aantal fracties ook ondersteund. Ik heb net even met de griffier ook overlegd en uiteindelijk, op het moment dat het natuurlijk door iedereen wordt ondersteund, dan is het toch het voorstel om tussen nu en de raad wellicht tot een aangevulde zienswijze te komen. Mocht er nou een fractie zijn die zegt, ik vind het allemaal wel mooi, maar voor mij hoeft het allemaal niet, dan moeten we gaan amenderen. Dus mijn vraag is ook wel even in de tweede termijn of u zich daar even over uitspreken, want dan weten we een klein beetje aan het einde van deze discussie wat ons te doen staat. Oh, ik heb een interruptie van de heer Ruijtenberg. Gaat uw gang. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mijnheer de voorzitter.
Ik had namelijk één vraag gesteld over de termijn van 7 april en daarop heeft de wethouder wel knikkend gereageerd, maar nog niet de portefeuillehouder zelf. Dus ik zou dat toch ook graag van de portefeuillehouder willen horen voor we aan een tweede termijn beginnen. De voorzitter: Ik weet niet of de heer Bijl de opmerking nog voor de ogen heeft. De heer Ruijtenberg: In de aanbiedingsbrief wordt gesproken dat we voor 7 april onze reactie moeten geven hierop. Geheel formeel stellen wij de brief 16 april vast in onze gemeenteraad. Vloeit er bloed uit als we het later doen of is dat bezwaarlijk? De heer Bijl: Pardon, voorzitter, via u. Ik denk dat daar geen bloed uit voortvloeit. Want het wordt natuurlijk verzameld en allemaal bekeken. En dan wordt het uiteindelijk verwerkt. Maar nogmaals, ik denk dat ik gedurende de vergadering wel een gaatje zal vinden om iets te zeggen over mijn derde keer optreden in de commissie en wat me dan opvalt, vanuit de achtergrond van hier.
10/26
De voorzitter: De griffier wil graag even iets aanvullen. Gaat uw gang. Mevrouw Van den Houten: Vanuit de griffie heb ik tweejaarlijks overleg bij de MRDH met andere griffiers en daar wordt dan ook het programma en het kalender en alles wat de raden moeten doen gaat langs. En dan hebben we het ook over termijnen en dat die soms wel eens iets te krap zijn voor onze besluittermijnen bij de gemeente. En daar is heel duidelijk aangegeven dat als wij in deze situatie de concept zienswijze alvast opsturen, met wat er besproken is in de commissie, dat sturen wij naar de mail alvast naar hen toe. Dan is straks de raadsvergadering met het definitieve besluit, dat daarna wordt toegestuurd. Dat is prima en de MRDH kan daar goed mee leven zodat zij dan ook voort kunnen. Omdat zij ook snappen dat het niet altijd helemaal past bij gemeenten. Dus het is heel duidelijk aangegeven dat dit een goed beloopbaar proces is. De voorzitter: Dan constateer ik in ieder geval dat we twee routes hebben. Eén via onze afgevaardigde in het algemeen bestuur, die in het gaatje wat er valt daar iets kan zeggen en wat de griffier aangeeft. Maar goed, kunt u in tweede termijn ook reageren even op het voorstel van de heer Markus met allerlei aanvullingen vanuit alle andere fracties, of u inderdaad in gezamenlijkheid de zienswijze wilt aanpassen, of dat u via amendering.
Wie mag ik het? Oh, kijk, mevrouw Van Bakel. Gaat uw gang. Tweede termijn Mevrouw Van Bakel: Dank u wel. In het kader van choose your battles is het denk ik goed om te kijken van wat we dan ook vrijdag expliciet als boventoon willen laten door. Dat dat echt goed beklijft daar. En het woordje zelfreflectie, dat blijft maar een beetje bij mij hangen. We bespreken dit al een aantal jaar en ik heb nou niet het idee dat we stappen maken daarin. En ja, wat is dan onze toegevoegde waarde? Ik bedoel, ik hoor de burgemeester ook zeggen, de portefeuillehouder zeggen, ik hoor eigenlijk ook, het is mijn derde keer dat ik daar aansluit, ik hoor dezelfde beelden. Op zich is het toch wel opmerkelijk dat de gedeelde beelden dan niet uiteindelijk bij elkaar komen, die leiden tot een beter functionerend MRDH. Dus ik zou die zelfreflectie toch nog maar een keertje adresseren, als hier instemming ook voor is. Want daar begint het volgens mij, willen we echt tot volgende stappen kunnen, willen we echt volgende stappen kunnen zetten. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik één vraag nog even aan u stellen voor de duidelijkheid. Zegt u dan, het voorstel van de heer Markus kan ik steunen? Of zegt u, mocht er inderdaad iets veranderen, dan moet het via een amendering in de raad? Mevrouw Van Bakel: Als ik het goed begrepen heb, gaat de portefeuillehouder binnenkort in gesprek met het MRDH.
Volgens mij gaat hij binnenkort in gesprek. En volgens mij is het dan handig dat je al een aantal dingen adresseert, waaronder die zelfreflectie. En dat dat de basis is voor het vervolg. Maar als ik het niet goed heb begrepen, maar ik steun het voorstel van de heer Markus. De voorzitter: Maar dan toch even, er ligt nu een zienswijze voor die wij in de raadsvergadering moeten gaan vaststellen, al of niet. En nu is de vraag eigenlijk ook dat de portefeuillehouder daar inderdaad in het algemeen bestuur iets gaat zeggen met het gevoel wat hier natuurlijk leeft. Dat is hartstikke goed, maar uiteindelijk gaat de raad een besluit nemen over de zienswijze. Dus mijn vraag is toch nog even, wilt u de zienswijze op voorstel
11/26
van de heer Markus in gezamenlijkheid in aanloop naar de raad wijzigen? Of zegt u, dat wil ik niet en dan moet de heer Markus, ik focus maar even op de heer Markus, maar middels amendering dat gaan doen. Dus welke keuze maakt u daarin? Even voor het proces. Mevrouw Van Bakel. Mevrouw Van Bakel: De eerste, we steunen hem. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. De vraag is beantwoord. Maar de reactie op de zienswijze, GroenLinks had ook een reactie, niet alleen de ChristenUnie. Dus voor mij is het niet, en de PvdA ook, niet helder hoe het proces gaat verlopen. Worden al de reacties ook meegenomen in de zienswijze, of moeten we een amendement indienen? De voorzitter: Als ik het even, het is uw zienswijze als raad, dus in die zin moet u zelf aan de slag op het moment dat u zegt, we willen de zienswijze straks gewijzigd vaststellen. En er zijn twee routes, wat ik al aangaf. Als u zegt als aanwezige fracties, wij willen hem aanpassen in aanloop naar de raad, kan dat. Dan moet u als fracties even bij elkaar kruipen een avondje en dan komt u er hopelijk uit. En dan ligt er straks een gewijzigde zienswijze. Mocht u zeggen van, dat vind ik te ingewikkeld of dat vind ik wel lastig, dan komt het op de raad zelf aan om te amenderen. Dus het is de keuze die u zelf als commissie of als raad maakt. Maar ik ga heel even naar de heer Markus.
De heer Markus: Voordat alle eer naar mij gaat, er zijn meer aanscherpingen benoemd. Wat ons betreft kruipen we even met wat mensen bij elkaar en passen we de zienswijze aan als iedereen het daar hiermee eens is. En dan kunnen we het gewoon voor de raad aftikken. En dan kan er ook voor 7 april een gewijzigde zienswijze in concept naar de MRDH. Dus als de heer Weerheijm daar voortouw in wil nemen, dan zou dat fijn zijn. Dat is in ieder geval ons voorstel en als iedereen dat steunt, kunnen we dat zo doen. De voorzitter: Ik ga even naar de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel. Ik wilde eigenlijk zeggen dat het één het ander niet uitsluit, want na aanscherping zouden we alsnog kunnen besluiten om te amenderen natuurlijk. Maar met het nieuwe voorstel van de heer Markus denk ik dat het efficiënter is inderdaad om als de heer Weerheijm het voortouw neemt om bij elkaar te komen, om dan in gezamenlijkheid een aanscherping te maken. Dan hoeft het hele proces van amendering ook niet meer door te gaan mijns inziens. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Bik. De heer Bik: Ik kan kort en krachtig zijn, steun dan voor het idee van de heer Markus. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer De Ruiter. De heer De Ruiter: Daar sluit ik me ook bij aan. De voorzitter: Leefbaar 3B. De heer Philippens: Steun ervoor, voorzitter.
12/26
De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben wij… Oh nee, natuurlijk de heer Weerheijm zelf. Gaat uw gang. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Mijn laatste vijftien seconden. Ik heb ijverig mee zitten typen met de inbreng van andere partijen in de eerste termijn. En volgens mij zijn er drie hele duidelijke punten van verbetering ervoor gekomen. het stukje zelfreflectie en de daadwerkelijke vervolgens de controle op de impact en de versterking van de controlerende rol van de adviescommissie. Daarnaast het stukje democratische legitimiteit, aangezien de adviescommissie het enige daadwerkelijke democratische orgaan is. En inderdaad ook gehoord rond het schrappen van lijnen en ook de sociale impact daarvan dat dat ook een rol krijgt. En ook daarbij de rol van de inwoners. Volgens mij zijn dat hele duidelijke punten die we moeiteloos kunnen opnemen in de zienswijze. Dus met uw toestemming ga ik daar graag een tekstvoorstel voor doen en dat komt dan weer uw kant op. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik toch nog even voor de tweede termijn naar de burgemeester. Burgemeester. Beantwoording college De heer Bijl: Ik denk dat het een goede route is. Het is de zienswijze van de raad, dus die wordt dan aangesterkt op basis van de discussie. En welke gelegenheid ik precies krijg in het algemeen bestuur, maar ik zal wel zeggen dat ik nu voor een kritische gemeente mag deelnemen.
En dan maak ik het op die manier wel helder, denk ik. De voorzitter: Dank u wel. Dan constateer ik dat de raad zelf aan de slag gaat om de zienswijze onder de bezielende leiding van de heer Weerheijm om die aan te passen. En dat wij uiteindelijk straks in de raad een aangepaste zienswijze hebben. En natuurlijk, het staat u natuurlijk vrij om daar uw middelen te gebruiken als amendering, mocht het nodig zijn. Dan sluit ik dit punt af. Dan gaan wij naar het… Dat is nog even een beginnersfout die ik maak. Ik vergeet te vragen of het een hamerstuk is of een bespreekstuk. Maar ik neem eigenlijk een beetje aan dat het een hamerstuk mag zijn van u. En dan mag het altijd weer natuurlijk een… Maar goed, ik zie dat de heer Ruijtenberg daar iets over wil gaan zeggen. De heer Ruijtenberg: Dank u wel. Feitelijk kunnen we die beslissing natuurlijk nog niet nemen, of het een hamerstuk is. Want dat hangt heel erg van de aanscherping af daarbij. Dus die vraag, ja. Dat weet ik. Maar we kunnen nu niet beantwoorden dat het een hamerstuk is. De voorzitter: Dan gaan we het gewoon als bespreekstuk en dan kunnen we het altijd… De heer Ruijtenberg: Van de agenda afvoeren. De voorzitter: Hamerstuk brengen. 6.b Financiële kaders rioolbeheer 2026-2032 De voorzitter: Goed, dan gaan wij naar het volgende agendapunt, 6b. Dat is het financiële kaders rioolbeheer ‘26-‘32. Even een korte inleiding.
De gemeente heeft de zorgplicht voor
13/26
de inzameling van het afvalwater en het afvloeiend regenwater. Het huidige rioolplan van onze gemeente loopt van ‘21 tot en met ‘25 en eindigt op 1 januari ’26, waarmee dus de noodzaak is ontstaan om conform de Omgevingswet een nieuw asset beheerplan voor riolering op te stellen. Er wordt nu gevraagd aan de raad een drietal besluiten te nemen. Die ga ik allemaal niet herhalen, want die staan netjes in het stuk uiteraard. En dat is het. En wie mag ik als eerste het woord geven rondom dit onderwerp? Ik ga naar de heer Jansen van WIJ Lansingerland. Gaat uw gang. Eerste termijn De heer Jansen: Dank u wel, voorzitter. Het kostenbeheersplan wat voor ligt is duidelijk opgesteld. Dank daarvoor. De drie scenario's die voorgesteld worden en het voorkeusscenario van het college, daar kunnen wij als WIJ Lansingerland in principe in meegaan. De kostentoename voor de scenario's 2 en 3 zijn dermate hoog dat je, zeker gezien het ravijnjaar wat eraan zit te komen, dat we deze lasten nu niet door moeten belasten door flink te gaan sparen. Maar toch één vraagje erop, want aan het einde de laatste paragraaf in de samenvatting, daar staat dat het scenario 1 voor de korte en middellange termijn, en dat lees ik als de looptijd van ‘26 tot ‘31, het beste is voor de bewoners.
Tussen de regels door lees ik dan, misschien, en misschien verkeerd, maar dat hoor ik dan graag van het college, dat het na ‘31 drastisch anders zou kunnen zijn. Is er inzicht wat het lange termijn perspectief is bij scenario 1? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jansen. Dan gaan wij naar de heer Jonker, D66. Gaat uw gang. De heer Jonker: Dank u wel, voorzitter. Riolering is zoiets onzichtbaar, maar wat tegelijkertijd ook enorm onmisbaar is. Het is een weinig populair onderwerp en trekt geen volle zalen over het algemeen. Tegelijkertijd is het maatschappelijk belang van deze infrastructuur wel groot. Ik heb het nog eens opgezocht, maar heel veel wetenschappers zien riolering toch iets als fundamenteels voor onze beschaving. Dat realiseren we ons niet altijd, maar zonder riolering zouden een heleboel dingen niet werken. En ook op ons eigen terrein dingen als volksgezondheid, milieu en ook de stedelijke ontwikkelingen, de nieuwe wijken, zijn in hoge mate afhankelijk daarvan. Daarom zijn we blij dat dit voorstel er ligt. Tegelijkertijd, als je het leest, word je niet in alle opzichten zo vrolijk en blij. Als je terugkijkt, en daar zit niet een politieke zwarte piet in, maar daar hebben meer gemeenten last van, dan zie je dat we het een beetje hebben laten lopen, laten liggen.
En dat we nu in de situatie terechtkomen dat we worden geconfronteerd met forse stijgingen van de rioolheffing. Puur theoretisch, financieel had D66 graag gekozen voor een scenario 2 of 3. Omdat dat financieel er wat gezonder en degelijker uitziet. Tegelijkertijd zijn we ook gevoelig dat we de lasten van onze inwoners in deze toch al moeilijke tijden zoveel mogelijk willen beperken. Daarom begrijpen we de afwegingen van het college om op dit moment en in deze financiële onzekere tijden te gaan voor scenario 1. En kunnen we ook instemmen met het voorstel dat voor ligt. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Azzouzi van de Partij van de Arbeid. Gaat uw gang. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. De PvdA begrijpt dat goed beheer geld kost. Maar we maken ons zorgen over de keuze om alle investeringen te blijven activeren en zo de lasten vooral door te schuiven naar de toekomstige generaties. Een stijging van rioolheffing
14/26
met 5,3 procent per jaar klinkt wel behapbaar. Maar die lage lasten nu leiden tot een restschuld van bijna 300 miljoen euro later. Onze kinderen betalen dan straks de rente. Dat vinden wij niet solidair. Daarom pleiten wij om toch serieus te kijken naar dat spaarvariant of wij dat kunnen gebruiken. Ik snap wel, met het ravijnjaar en het sluitend krijgen van de begroting is dat lastig. Maar kunnen wij wel nadenken over incidenteel geld gebruiken voor het sparen? Of kunnen wij de kosten, ik begrijp dat er meer wijken komen, dan gaan de kosten oplopen. Kunnen wij die kosten niet in een andere dekking daarvoor vinden binnen die wijken? De PvdA vraagt echt serieus het college om toch na te denken over dat spaarvariant en niet makkelijk de schulden doorschuiven naar de volgende generatie. Graag een antwoord van het college hierover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Oostdijk van de ChristenUnie. Gaat uw gang. De heer Oostdijk: Voorzitter, dank u wel. De belangrijkste vraag die voor ligt is op welke wijze willen we zorgen voor het kunnen financieren van het onderhoud dat nodig is aan de riolering in onze gemeente. Gaan we hiervoor geld lenen of gaan we zelf deels of geheel sparen? De ChristenUnie is voorstander van goed rentmeesterschap.
In dit geval betekent dit wat ons betreft dat we uiteraard ervoor willen zorgen dat de riolering in onze gemeente tijdig wordt vervangen, zodat ook de toekomstige generaties geen last krijgen van rioleringsproblemen. Maar dat vraagt natuurlijk tegelijkertijd ook besluiten over de wijze van financiering. En dan zou je kunnen stellen dat goed rentmeesterschap betekent dat je de toekomstige generaties dus inderdaad niet opzadelt met een hoge restschuld en dat je daarom ervoor kiest om deels of geheel te gaan sparen. Dat is ook wat stichting RIONED adviseert. Toch kiezen we als ChristenUnie ervoor om in dit geval de lijn van het college te volgen. En de belangrijkste reden hiervoor is de lange looptijd waar het over gaat, ongeveer zestig jaar. Dat betekent een grote onzekerheid ten aanzien van de variabelen die een rol spelen, de technische kant van de riolering en de hoogte van de rente. Het is uitermate lastig om nu al inschattingen te maken voor over tien of twintig jaar, laat staan voor over vijftig of zestig jaar. En dat hoeft gelukkig ook niet. Het college geeft aan in de stukken dat per vijf jaar opnieuw een dekkingsplan wordt opgesteld en dat per vijf jaar kan worden besloten over de wijze van dekking van de benodigde financiën. Voorzitter, voorlopig, of voorlopig, op dit moment kiest de CU er daarom voor om in te stemmen met het voorstel om variant 1 vast te stellen.
En dat betekent dat de lastenstijging voor de inwoners beperkt blijft tot die 5,3 procent. En gelet op de lastenstijging die in de komende jaren ook op andere gebieden zomaar aan de orde zouden kunnen komen, kan dat voor onze inwoners een prettige bijkomstigheid zijn of worden. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van den Beukel van het CDA. De heer Van den Beukel: Dank u, voorzitter. Ook het CDA hecht aan riolering. Vinden we heel belangrijk. Ik sluit me ook aan bij de woorden van de heer Jonker over het belang van goede riolering voor volksgezondheid. En ook bij de heer Oostdijk, die zegt, goed rentmeesterschap is eigenlijk een uitgangspunt voor onze keuze. Alleen niet bij het punt van de heer Oostdijk waarin hij zegt, dat betekent op tijd vervangen. Voorzitter, ik breng maar even in herinnering dat op het eiland Kreta, zoals u wellicht weet en misschien ook niet, de riolering van 2000 jaar geleden nog in gebruik is. Dus kennelijk zijn er rioleringen denkbaar op sommige plekken. Als het erg veel zakt, zoals hier, wat minder, maar toch. Zijn er rioleringen denkbaar die buitengewoon lang meegaan. Dus vervangen, dat is iets wat je misschien wel in sommige gevallen kunt voorkomen. Vandaar mijn vraag, voorzitter, en
15/26
ook mijn verzoek eigenlijk aan de wethouder. Wij kunnen instemmen als CDA met deze wijze van financiering, mits we natuurlijk wel zodanig ontwerpen en beheren dat we inderdaad gaan voor maximale circulariteit. En daarmee bedoel ik, op zo'n manier ontwerpen en neerleggen dat het buitengewoon lang meegaat, of, als er vervanging aan de orde is, dat we dan circulair inkopen. Bij ons kwam recent iemand op bezoek, die houdt zich bezig met buisleidingen. Niet zo heel veel mensen in Nederland, volgens mij. Dus je leert nog eens wat op zo'n moment. Blijkt dat buisleidingen, zeker kunststof, maar ook beton, kunnen 100 procent circulair worden gemaakt. En die worden ook allemaal verkocht zo’n beetje aan gemeenten en andere overheden. En toch vraagt slechts een paar procent van die overheden om een circulaire oplossing. Blijkt dat de meeste overheden, en ik hoop voorzitter, dat de heer Muis kan bevestigen, niet de gemeente Lansingerland, de meeste overheden besteden puur aan op prijs. En dat zou buitengewoon zonde zijn. Want dan geven we het verkeerde voorbeeld als overheid. En dan gaan we uiteindelijk vragen om het verkeerde product. Dus voorzitter, CDA kan instemmen, als de wethouder ons kan verzekeren dat hij ten eerste ontwerpt voor een zolang mogelijke levensduur. En ten tweede, als er sprake is van vervanging of onderhoud, dat hij dan maximaal inzet op circulariteit. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Van Santen van de VVD. De heer Van Santen: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij met de inbreng van de heer Van den Beukel. Het gaat een stukje niet over de financiering, maar over wat eronder ligt. En dat mis ik een beetje in de discussie hier. Het besluit is natuurlijk zo opgesteld van drie varianten van 5, 11, 16. Ja, dan gaat het al snel naar 5. Ik bedoel, zo werkt het. En zeker bij de VVD ook, want we willen lage lasten voor onze inwoners. Hoewel wij 5 procent stijging geen leuke bijkomstigheid vinden, zoals net werd gezegd. Maar wat wij missen is eigenlijk de discussie daaronder. Wij kunnen nu instemmen, omdat we geen andere keuze hebben. De voorzitter: Ik ga u even onderbreken, de heer Azzouzi heeft een interruptie. Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Is de VVD akkoord met het verschuiven van de lasten naar de komende generaties? Stel voor dat na vijf jaar ook hetzelfde blijft, dan gaan we ook 4 procent en dan gaan we doorschuiven. Is de VVD ermee eens? De voorzitter: Ik ga weer terug naar de heer Van Santen. Gaat uw gang. De heer Van Santen: In principe niet, in principe niet. Is het veel solidairder om dat evenwichtig te doen. Alleen, dat betekent dat de lasten nu op korte termijn nog meer stijgen. En het voorstel wat er nu ligt, er ligt niet in een voorstel zoals u dat nu zegt.
En wij zijn niet voor nog grotere toename op korte termijn. Wat we wel willen is een discussie over, hoe wordt het nou aangepakt, zodat die kosten niet zo enorm hard stijgen. Dat is wat we willen. En de heer Van den Beukel die had ook een soort verhaal. Dus wij zouden graag willen, wij stemmen hiermee in, maar wij zouden wel een oproep willen doen om volgende keer een uitgebreide beeldvorming hierover te hebben van wat hieronder ligt, hoe nou tot kosten komen en of daar nog bepaalde keuzes in zijn voor de raad. Want nu worden we een beetje voor een voldongen feit gesteld. Dank u wel.
16/26
De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Van Splunter van GroenLinks. Gaat uw gang. Mevrouw Van Splunter: Dank, voorzitter. Er zijn belangrijke zaken gemeld door alle partijen. Ook vragen gesteld. Daar ga ik de antwoorden even van afwachten. Wat sowieso belangrijk is, is om te weten dat eigenlijk de meest belangrijke innovatie überhaupt in de gezondheidszorg de aanleg van het riool is geweest, naast alle mooie technieken die er zijn om je beter te maken of in ieder geval zo gezond mogelijk te houden. Maar is dat riool dus wel ontzettend belangrijk. In basis, nogmaals, wil ik graag even de antwoorden afwachten. Ik zou hier gaan zeggen dat wij voor scenario 1 voor de komende vijf jaar zouden kunnen gaan als fractie van GroenLinks. En daar ga ik in tweede termijn nog concreter over zijn als ik de antwoorden gehoord heb. De voorzitter: Dank u wel. En als laatste fractie volgens mij de fractie van Leefbaar 3B. Gaat uw gang. De heer Philippens: Voorzitter, ook Leefbaar kan instemmen met dit voorstel. Wij vinden het verstandig om de huidige financieringsstrategie voort te zetten en de investeringen te activeren, daarmee scenario 1, om de lasten in ieder geval op korte en middellange termijn voor onze inwoners zo laag mogelijk te houden. Tevens met het oog van het ravijnjaar, waar mogelijk nog meer lasten gaan stijgen.
Dus wat voor ons betreft nu de focus op korte en middellange termijn. En wel staan wij daarvoor open om over vijf jaar nog eens te kijken, afhankelijk hoe de financiering er dan bij zit, naar eventueel die spaarvorm. Maar voor nu akkoord op dit voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik volgens mij alle fracties gehad. Dan gaan wij naar de wethouder, wethouder Muis. Gaat uw gang. Beantwoording college De heer Muis: Dank u wel, voorzitter. Ik blader even terug naar het begin. Dank voor uw bijdragen. Ik zal even kort op de vragen ingaan. Maar ik hoor een voorkeur inderdaad voor het voorstel dat het college doet voor scenario 1. Dus dat ben ik blij te horen. Het is lastige materie. Het is best technisch, vandaar dat ik ook nog nadat de stukken er waren, de toelichting die u heeft aangetroffen erbij heb laten opstellen. Ik loop ze even langs, voorzitter. De heer Jansen van WIJ Lansingerland heeft het over, scenario 1, maar op langere termijn, hoe ziet dat eruit? U heeft ook kunnen zien op pagina 15 van het kostendekkingsplan dat eigenlijk alle scenario's komen ook bij elkaar. Dat is eigenlijk ook het antwoord op de heer, even kijken, van de VVD, sorry, Van Santen. Sorry, excuses. De heer Van Santen had het daar ook over.
Dus ik denk dat het goed is als we daar meer over willen weten inderdaad dat u, als u dat wenst, daar een beeldvorming verder over krijgt over hoe dat dan precies werkt op de langere termijn. Maar voor de langere termijn is het met name dat u, als u kiest voor lenen dat u dan minder risico hebt op en zorgen hoeft te maken over renteschommelingen. En dat is in het geval van lenen wel zo. Ik bedoel sparen. Volgens mij zei ik het net verkeerd om. Maar als u dus het advies op zou volgen. De heer Jonker, die stemt in, heeft volgens mij geen vragen. Ik moet wel even denk ik ingaan op het laten lopen in het verleden. Tuurlijk, met de kennis van nu zou je het wellicht heel wat jaren geleden tijdens de VINEX anders aangepakt hebben. De gemeente is natuurlijk ontzettend gegroeid. Dus we hebben ook heel veel areaal. En het gaat hier ook vanavond gaat het over de vervanging van het bestaande areaal als dat vervangen moet worden. Dus
17/26
in een nieuwe wijk, dat is eigenlijk het bruggetje naar de heer Azzouzi, die had het daarover, dan worden die kosten bij de initiatiefnemer neergelegd. Uiteindelijk moeten die dan natuurlijk ook op termijn weer vervangen worden. Alleen dat is dus op een andere manier gefinancierd. De heer Azzouzi pleit voor een spaarvariant. Nou goed, wij hebben dat ook onderzocht van, oké, als je dan wilt sparen, waar moet je dan aan denken? Dan gaat dus eerst gaan die lasten voor die inwoners heel hard omhoog en daarna stabiliseert het. En dan komt het eigenlijk weer op hetzelfde niveau als dat je zou lenen. Dus uiteindelijk in die lasten, het is niet een oplossing dat we uiteindelijk dan minder lasten voor de inwoners hebben. De voorzitter: Ik ga u even onderbreken voor een interruptie van de heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Misschien aansluitend, ik had ook gezegd, kunnen wij dan geen incidenteel geld gebruiken om dat te kunnen compenseren dat het voor de inwoners in de beginjaren wat zachter wordt? Kan dat? De voorzitter: We gaan terug naar de wethouder. De heer Muis: Voorzitter, dat is op zich een technische vraag, maar het is ook een gesloten systeem. Dus ik denk niet dat dat toestaat dat we dan dat incidenteel aan gaan vullen. En het zijn ook zulke bedragen. Ik weet ook niet hoe dat dan uit zou pakken. Maar volgens mij is dat geen optie.
Ik kijk even naar de overkant. Nee, ik zie nee schudden. Dus we kunnen misschien nog meer kleuring aangeven als u dat wilt. Maar omdat het een gesloten systeem is, is het niet verstandig om incidenteel dan dingen te gaan doen. De voorzitter: Ik ga even terug naar de heer Azzouzi, die heeft een interruptie. De heer Azzouzi: Voorzitter, volgens mij is het ook een keuze, dat gesloten systeem. Daar kunnen we ook van afwijken. De voorzitter: Ik ga terug naar de wethouder. Wilt u uw microfoon… Gaat uw gang. De heer Muis: Dan denk ik dat u dat in een beeldvorming naar voren moet brengen, want dat is wel redelijk ingrijpend wat u voorstelt dan, om het geen gesloten systeem te laten zijn. Ik weet ook niet hoe dat zit, want we hebben natuurlijk ook met heffingen te maken. Dat is in allerlei gemeenten volgens mij op een bepaalde manier is dat georganiseerd. Maar ik denk dat u dan vooral moet kijken of daar mogelijkheden toe zijn. Even kijken. Ik ga verder. De heer Oostdijk heeft volgens mij ook wel goed geschetst dat het natuurlijk lastig is om nu in te schatten allerlei factoren over een periode van zestig jaar. En het is inderdaad zo dat het verstandig is om natuurlijk, wanneer dit plan weer hernieuwd moet worden, om daar nog eens goed naar te kijken of nog steeds dezelfde grafieken eruit komen met dezelfde belasting voor de inwoners. En u kunt er dus altijd andere keuzes in maken.