[BV25.0035] Verslag Commissie Ruimte d.d. 1 april 2025
Tekst van het document
17/36
maar gelijk mee te geven, volgens mij moeten we dat ook erbij zeggen. Dus dat was het even van mij in de tweede termijn. De voorzitter: Ik ga naar de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Toen ik zo jong was speelde ik niet alleen met stokken en stenen, maar ook met pistooltjes. Die hadden we al. Dus even over, ik heb de wethouder vooral heel veel dingen horen zeggen die hij niet voornemens is. Ik heb hem eigenlijk minder horen zeggen wat hij wel gaat doen. Ik heb ook niet echt een concrete toezegging gehoord. Gezien het feit dat er toch wat verschillende beelden zijn tussen de diverse partijen over wat wel en niet zou moeten en met kaders, zou ik toch willen adviseren bijna, aan de indieners van dit bespreekpunt, om op 16 april met een motie vreemd te komen, omdat we daar dan echt kaders in kunnen stellen, wat we nou echt daadwerkelijk willen. Ik denk dat dat de handigste manier is. Ik probeer de tijd vol te praten. Ik denk dat dat de handigste manier is, toch. De voorzitter: Mijnheer Crielaard, interruptie. De heer Crielaard: Als de heer Ruijtenberg zijn tijd wil volmaken, wil ik hem helpen door een interruptie te stellen. En dat is dan dat ik toch nog een beetje op zoek ben van wat er dan in die motie voor kaders dan moeten komen.
Want ik heb nog niet helemaal voor ogen wat dan nog ontbreekt in wat de wethouder nu toezegt en wat u dan van zo'n motie verwacht. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ik stel voor dat u even met de ChristenUnie in gesprek gaat, die graag kaders wilde hebben voor de bewoners. Wat ons betreft gaan we het regelen. De voorzitter: Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Mijnheer Ruijtenberg, wat ons betreft hoeven er geen extra kaders verder te worden meegegeven. Ik wilde alleen aangeven, het moet wel ergens begrensd zijn. En ergens, je moet snappen dat je niet de hele wereld kunt vragen. Kunt u daar ook mee instemmen? De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ja. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Van Berkel. De heer Van Berkel: Dank, voorzitter. Volgens mij is een motie ook niet echt nodig als we gewoon even de handelingen erop terugslaan zo meteen. Wat de heer Krieger heeft gezegd, daar sluiten we ons echt gewoon volledig bij aan. En snel het gesprek aan met de inwoners. En waar ik eigenlijk ook al zei, volgens mij is nu tijd gewoon voor een oplossing. Daarvoor zitten mensen hier op de tribune. En laten wij nog eens op een later moment over natuurlijke speelaanleidingen en allemaal dat soort mooie begrippen praten. Maar laten we dit dan gewoon oplossen.
18/36
De voorzitter: Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Last but not least. Gelijk op de vraag van de heer van het CDA in te gaan. Krieger, excuses. Op zich kunnen we wel meegaan met uw voorstellen om daar werk van te maken. Maar we willen ook graag kijken waarmee de wethouder komt met de inwoners samen. En wat voor oplossingen er mogelijk zijn. Mijn oplossing is nog steeds, wissel speeltuinen met elkaar af te kijken waar de demografie passend is. En u stelt ook voor een veld. De enige kanttekening wat ik bij een voetbalveld heb is dat, stel we realiseren een voetbalveld, als het überhaupt komt, dat dan bewoners gaan klagen over geluidsoverlast en ballen die tegen de muren aankomen en balkons. Dus daar moeten we echt voor goed kijken hoe we dat met de buurtbewoners goede afspraken over maken. Stel er komt een voetbalveld. Maar we gaan het meemaken in de toekomst. Dank u wel. De voorzitter: Volgens mij heb ik iedereen gehad. Mijnheer Muis, ik hoor een aantal items. Pragmatisch, niet te veel kosten, depot, gesprek met de bewoners. Aan u nu het reactie op de tweede termijn. Beantwoording college De heer Muis: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij heeft inderdaad de heer Krieger het al getracht in elk geval samen te vatten met hier en daar nog wat bijval en wat extra suggesties.
Maar ik kan inderdaad toezeggen dat wij vanuit het college, in mijn persoon dan, dat we weer in gesprek gaan met de bewoners. Dat hadden we ook al aangekondigd natuurlijk vooraf, even afhankelijk van deze beraadslaging, dat we dat zouden doen. En dat we dan pragmatisch gaan kijken om iets aan te passen voor de jongste kinderen, dus zeg maar van ongeveer nul tot zes. Dat we enkele speeltoestellen toe gaan voegen. Ik hoor hier ook de wens voor gras. Ik heb aangegeven, een voetbalveld, dat moeten we inderdaad niet willen, want dan krijgen we wat de heer Xhemaili ook zegt. Dus we gaan wel kijken, kunnen we een stuk van het grind ergens aansluitend aan die speeltoestellen, moeten we even precies op de locatie natuurlijk bekijken, daar gras inzaaien. Water, heb ik aangegeven, dat is echt wel een gevoelig punt. Daar gaan we wel naar kijken. Maar ik wil u ook zeggen, nogmaals herhalen, we willen ook geen schijnveiligheid creëren. Je moet sowieso denk ik geen kinderen van een paar jaar oud alleen überhaupt bij water in de buurt laten spelen. Dus als wij daar dingen neer gaan zetten, dat wil ik nog even meegeven, voorzitter, dan ontneem je ook weer het zicht op water. Dus daar moet je heel zorgvuldig mee omgaan. Daar zullen we wel advies over vragen. Maar op zich voldoet dat. Leerpunt nemen we ook mee, heb ik volgens mij ook al gezegd, voorzitter.
Het is goed dat de heer Hofman tracht er nog wat begrenzingen in aan te brengen. Dus inderdaad, ik haal ook uit deze beraadslaging dat wij niet, ook niet op de langere of middellange termijn ineens daar de hele speelplek, de hele ruimte en speeltuin van gaan maken. Dus het zijn aanvullingen op wat er is. En het budget, daar heeft u niet naar gevraagd, maar ik wil u meegeven dat ik ga kijken dat dit binnen een overschrijding van max 10.000 euro past. Daar gaan we kijken of we het daarvoor kunnen doen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Muis, dank u wel. Dank u wel. De bewoners en de insprekers hebben het een en ander gehoord. Er komt nog een vervolggesprek met jullie. En wij gaan zien wat er allemaal gerealiseerd gaat worden. Dank hiervoor. 5.b 30 is de norm in Lansingerland (PVDA-GL)
19/36
De voorzitter: We gaan over naar het volgende agendapunt. Dat is, 30 is de norm in Lansingerland. Even, u kunt de tribune verlaten, want ik denk dat de kinderen, buitenspelen wordt het niet meer. Die zullen nu denk ik zo het bed in schieten. Goedenavond allemaal. Even kijken, 30 is de norm in Lansingerland. Een bespreekpunt van de Partij van de Arbeid en GroenLinks. En dan gaan we eens even kijken. Aanleiding voor de fracties zijn signalen van de inwoners over de verkeersonveilige situaties binnen de bebouwde kom, onder andere bij scholen. We hebben die inspraak ook gehad. De indieners willen met de commissie van gedachten wisselen over de vraag of 30 kilometer per uur als uitgangspunt zou moeten gelden in de hele gemeente en op welke manier dit vorm zou kunnen krijgen in beleid en uitvoering. Voordat ik het woord geef aan de heer Scheringa. Ik kan me herinneren dat wij vrij recent de omgevingsvisie gehad hebben en een en ander gelezen hebben op bladzij 34, ik heb het nog maar eens even nagegaan, dat binnen de bebouwde kom binnen Lansingerland is daarvan 30 kilometer in woongebieden de norm. Dus ik ben benieuwd hoe de discussie vanavond gaat lopen. Maar goed, mijnheer Scheringa, u krijgt van mij het woord. U heeft extra één minuut van mij gekregen. Gaat uw gang. Eerste termijn De heer Scheringa: Dank u wel, voorzitter. 30 kilometer per uur is veiliger.
Rotterdam gaat ook 115 straten 13 kilometer per uur instellen. 30 kilometer per uur, dank u. De reden is de veiligheid. Ik bedoel, dat staat boven kijf. Dat zal geen punt van discussie te zijn. Kijk, om nu te voorkomen, want onze eigen inwoners hebben in de commissie zoals u ook memoreerde, voorzitter, regelmatig aandacht gevraagd voor onveilige verkeerssituaties. We hebben er in februari nog over gesproken. Kijk, om nu te voorkomen dat we van incident naar incident hollen, willen we graag van de commissie weten, hoe kijken ze nou tegen die 30 kilometer per uur aan? Dat stond inderdaad ook in de omgevingsvisie. En waarom nu? Wat ik zeg, in de commissie van februari hebben we het gehad over de snelheid op de Stationssingel. En toen hebben we ook gesproken over een integrale aanpak. En de wethouder heeft daar toen ook over gesproken en ook dat het moment om dat aan te pakken is dan de mobiliteitsvisie en die in uit de omgevingsplan en dan kreeg je een mobiliteitsplan met een wegencategorisering. Dat was ook het document om dat te realiseren, heeft de wethouder toen uitgelegd. De discussie van vanavond zou naar ons idee moeten zijn, een eerste aanzet kunnen zijn van, hoe zien we dat dan, die 30 kilometer per uur, om dat in het mobiliteitsplan te gaan opnemen.
Uiteraard snappen we dat voor de precieze categorisering nog technische informatie van onder andere verkeersdeskundigen nodig is. En duidelijk moet zijn welke maatregelen waar en tegen welke kosten mogelijk zijn. De voorzitter: Mijnheer Scheringa, een interruptie van de heer Jumelet. De heer Jumelet: Dank u wel, voorzitter. Maar waar ik een beetje het spoor bijster raak is, en daar begon de voorzitter eigenlijk al mee vanavond, waarom heeft u dan niet bij de behandeling van de omgevingsvisie geamendeerd, zodat u hem daar scherper maakt? Want nu lijkt het een beetje mosterd na de maaltijd te zijn. De voorzitter: Mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Dat ben ik niet met u eens. Volgens mij gaat het omgevingsplan uiteindelijk, de mobiliteitsplan over de uitvoering. En is de omgevingsvisie op hoog over
20/36
gesproken en hoog over staat het erin. En ik zou wel benieuwd zijn in hoeverre de, ik kom er zo direct op. Misschien is dat voldoende en anders moet u nog even een vraag stellen. De voorzitter: Ik zie ook mevrouw Den Heijer, interruptie. Mevrouw Den Heijer. Mevrouw Den Heijer: Dit gaat natuurlijk een hele interessante discussie worden uiteindelijk. Maar is het niet beter als we dat gaan doen bij het mobiliteitsplan in plaats van nu? De voorzitter: Mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Als wij het van tevoren al eens kunnen over zijn, dan kunnen de ambtenaren gelijk een mobiliteitsplan maken waar wij mee in kunnen stemmen, zeg maar in die zin. In plaats van dat we dan moeten gaan amenderen. De voorzitter: Mevrouw Den Heijer. Mevrouw Den Heijer: Maar in uw bespreekstuk staat ook duidelijk het woord integraal. Dus als we een mobiliteitsplan moeten bespreken, willen we dat ook integraal bespreken. En niet alleen maar even één onderwerp eruit halen zoals u nu doet. Dus ik zou eigenlijk willen voorstellen dat we deze interessante discussie gaan voeren op het moment dat het ook echt ergens kan landen. De voorzitter: Mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Ik vind dat het op dit moment prima landt, dus ik zie geen reden om het niet te bespreken. De voorzitter: Mijnheer Scheringa, er is ook nog een interruptie van de heer Jumelet. De heer Jumelet: Dank u wel, voorzitter.
Ik heb toch even de omgevingsvisie, althans die in inspraak is gegeven, nu even bij gepakt. En daar staat, even kijken hoor, binnen Lansingerland is daarom 30 kilometer in woongebieden de norm. Alleen waar het vanwege de doorstroming en de ontsluiting nodig is, hanteren we nog 50 kilometer binnen de kom, onder de strikte voorwaarden enzovoort, enzovoort. Dan denk ik, maar dan had u daar een amendering moeten doen, dat u zou moeten zeggen van, niet in de woongebieden, maar gewoon in heel Lansingerland. Dan hadden we daar de discussie gehad en hadden we dit ook in de inspraak of in de visie voor bewoners kunnen geven en dan de uitkomsten straks mee kunnen nemen in de vaststelling van het omgevingsvisie. Dus waarom heeft u dat dan daar niet gedaan? Want daar stellen we de norm en nu gaat u feitelijk de norm buiten de omgevingsvisie doen. De voorzitter: Mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Ik wil de norm en ik wil ook gaan nadenken over de uitvoering. En het punt is gewoon, wat we zien hier in de commissie en de Stationssingel is daar een voorbeeld van, dat wij van incident naar incident hobbelen. We kunnen de volgende petitie verwachten over de Merenweg. En de bewoners hebben al ingesproken, of de scholieren. En daar gaan we met zijn allen over de Merenweg spreken.
Dus om nou eens te kijken dat incident hoppen voorbij te zijn eens kijken hoe we dit nu gewoon één keer kunnen oplossen en bespreken en dat gewoon ook vervolgens daar richtlijnen mee te geven, zodat we ook
21/36
dat kunnen gaan oplossen in die zin. En niet dat we gaan denken van, we moeten hier wat doen, we moeten daar weer wat doen. De voorzitter: Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Maar met de omgevingsvisie zoals die er nu ligt, heb je een norm. U had die norm kunnen aanpassen. En ik ben het met u eens, je moet het niet incidenten bestrijden. En daar zijn we gelijk over eens. Maar dat betekent ook dat we als politiek een rechte rug moeten hebben. Op het moment dat de inwoners hier komen spreken over een incidenteel geval, en dan moeten we ook het lef hebben om te zeggen, maar wij hebben een omgevingsvisie waarin staat dit en dit, en dan had u juist die norm die u graag wil erin moeten amenderen. Dan hadden we heel stevig gestaan, ook richting onze bevolking. En hadden ze ook de kans gehad om zich uit te spreken over die norm die u graag wilt. De voorzitter: Mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Dank u. Bij de bespreking van de incidenten is dat precies de lijn die wij gevolgd hebben. En van daaruit heeft het college ook aangegeven dat het moment om dat te bespreken, is het omgevings-, mobiliteitsplan. In die zin vragen wij nu om dit met u te bespreken, zodat dat eventueel als input kan dienen voor het mobiliteitsplan en ook over de uitvoering gaat.
En de uitvoering, zonder op details te gaan zitten en op straatnamen en weet ik wat allemaal, kunnen wij gewoon dat nu bespreken, naar mijn idee. En dat gaat verder dan een visie op hoog over. De voorzitter: Ik kijk nog even ook naar mevrouw Den Heijer, want nog een nadere reactie op uw inbreng naar de heer Xhemaili, de heer Ruijtenberg. Nou, Scheringa. Mevrouw Den Heijer: Dat maakt niet uit. Ik twijfel nog steeds of het echt wel nuttig is als we dat nu met elkaar gaan bespreken. Dit is vastgelegd. We hebben dit afgesproken met elkaar. Er komt nog iets aan waar het zou kunnen landen, maar dat is nu nog niet zo. Ik zie niet voor me waar we dit nu moeten laten landen, deze bespreking. De voorzitter: Ik ga, mijnheer Scheringa, ik ga nog even naar de heer Toussaint, die zag ik ook nog komen. Nee? Oh, nou. Mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Het verbaast me enigszins. Dit is gewoon het presidium afgestemd ook. Dat is niet dat wij dit vanmiddag hebben ingediend in die vergadering. Als u hier in het mobiliteitsplan, als u daarover kunt discussiëren, dan denk ik ook, dan kunnen we er nu ook over discussiëren. Zeker omdat dit input kan dienen voor het mobiliteitsplan. En alles wat wij nu mee kunnen geven, dat scheelt denk ik later werk. De voorzitter: Nog een interruptie van de heer Jumelet. De heer Jumelet: Dan toch even als lid van het presidium.
Kijk, het presidium gaat niet over de inhoud van de bespreekstukken. U bent zelf verantwoordelijk daarvoor. Dus in die zin moet u niet de bal bij het presidium leggen, maar dat moet u bij uzelf leggen. De voorzitter: Mijnheer Scheringa, gaat u verder.
22/36
De heer Scheringa: Ik snap dat, mijnheer Jumelet, maar ook in het presidium was de titel volgens mij helder en duidelijk genoeg. Dus in die zin kunt u ook niet verbaasd zijn, denk ik. Maar ik zou graag verder willen. De voorzitter: Ik geloof dat er toch nog een interruptie komt van de heer Toussaint. De heer Toussaint: Heeft de heer Scheringa gemerkt hoe dit bespreekpunt nu in de commissie valt? En overweegt u niet daarom uw bespreekpunt in te trekken? De voorzitter: Mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Ik voel wat weerzin, maar in die zin denk ik, ik kan er nog steeds over praten. Dus ik heb vooralsnog geen behoefte om dit terug te trekken. Ik weet niet of mijn mede-indiener daar anders over denkt, maar dan zou ik het even met hem willen overleggen. De voorzitter: Dan ik zie de heer Ruijtenberg zijn naam er ook onder staan. Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Het overvalt me een heel klein beetje. Zullen we dan even vijf minuten hebben voor een kleine schorsing? Dan kan ik meteen combineren met een sanitaire pauze. De voorzitter: Ja, ik vind het prima. Vijf voor half gaan we verder. Schorsing De voorzitter: Heren en dames, wij gaan weer verder. Ik zie dat er nog iemand en route is. Maar schoring is gevraagd door de heer Scheringa en de heer Ruijtenberg cum suis. En ik geef even het woord aan wie? De heer Scheringa. Mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Dank u.
Wij hebben even overlegd. Ik heb ook even mijn oor te luisteren gelegd bij de voorzitter. Kijk, het is gewoon ons bespreekpunt. Wij willen gewoon dit aan u vragen als fractie. Dus dat zou ik wel gewoon door willen zetten. En als u geen antwoord wilt geven, is dat ook een antwoord. Dan zien we het dan wel. De voorzitter: Even kijken, dat was de heer Scheringa. Ik zag ook de heer Ruitenberg hieronder staan. Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. We zijn mede-indiener van dit bespreekpunt en dat is heel simpel. Eigenlijk, ja, we hebben de omgevingsvisie vastgesteld, dat klopt. En daar staat het heel keurig in beschreven, 30 kilometer is de norm. En ja, de wethouder heeft ook aangegeven, dit moet terugkeren in het omgevingsprogramma mobiliteit. Klopt allemaal, u heeft daar allemaal gelijk in. Alleen wat het ons is, het gaat nu eigenlijk om het voortraject. Zo van, als het er inkomt, en er wordt inderdaad wat de heer Scheringa ook zei van, hoe gaan we dit dan doen? Het gaat ons dus meer om welke tijdsplanning heeft het? 2030 is hoog over, maar kan dat eerder? Hoeveel kan het eerder? Wat is er nodig om het eerder mogelijk te maken? En daar willen we graag het gesprek over voeren. Om te kijken van, is er mogelijkheden voordat wij die omgevingsprogramma hebben, om daar al het goede gesprek in te voeren? Ons belang is met name dus die vraag
23/36
twee aan het college, welke tijdsplanning is belangrijk? En vraag drie aan het college, welke belemmeringen ziet men eventueel nog op het pad te komen? Zodat we naderhand het nog betere gesprek kunnen hebben. Dank u wel. De voorzitter: Even kijken, mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Dank u wel, voorzitter. Ik kan heel kort zijn in die zin dat, wij zijn het wel met de indieners heel erg eens dat we naar een integrale aanpak willen. En af willen van inderdaad incidenten en dan toch inbreuk doen op de lijn die je als gemeente voorstaat. Daarbij hebben we vorige maand, vorige maand was, inderdaad de concept omgevingsvisie vastgesteld en vrijgegeven voor de inspraak, zoals die daar verwoord is en die net even in de interruptie ook heb geciteerd. Mijn partij is het daar roerend mee eens, want anders hadden we daar wel op aangeslagen en geamendeerd. Waar ik wel een beetje mee worstel is, en nog even los van de uitkomst van deze avond, maar ook even los van wat GroenLinks en Partij van de Arbeid vinden. Vind ik hem wel ingewikkeld, omdat we hebben de omgevingsvisie nu vrijgegeven voor de inspraak. Bewoners mogen daarop reageren en hun visie geven. En eigenlijk parallel daaraan gaan we waarschijnlijk, als je hier met elkaar zegt van, misschien komt er zelfs een motie uit, gaan we dan de norm aanpassen.
En dan denk ik, als we nou participatie serieus nemen, dan vind ik eigenlijk dat we op dit moment dat even niet moeten doen en gewoon de participatie rondom het omgevingsplan 2.0 nu zijn gang moeten laten gaan. Over zes of acht weken komt het weer terug, volgens mij, hier in de commissie en in de raad. En dan vind ik het, stel dat er in de inspraak ook uitkomt van, kun je op die doorgaande wegen of die ontsluitingswegen een andere norm zetten. Dan hebben we die discussie en dan vind ik hem ook gepast. Maar ik vind hem nu gewoon heel ingewikkeld, ook omdat wij de omgevingsvisie in concept in de inspraak hebben gegeven. De voorzitter: Mijnheer Jumelet, de eerste interruptie is van de heer Hofman. De heer Hofman: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor de heer Jumelet nu meermaals spreken over een andere norm die hier in het bespreekstuk zou worden neergelegd dan de norm die in de omgevingsvisie is neergelegd. Waar ziet u een andere norm? Want ik zie hem nog niet. De voorzitter: Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Hij staat er misschien niet zo expliciet in, maar impliciet lees ik hem wel, omdat er met name ook gesproken wordt over een aantal wegen. En kijk, ik voel natuurlijk ook wel aan mijn water, dat op het moment dat wij die discussie gehad hebben, dat er bij de eerstkomende raad wellicht een motie vreemd komt, die dan inderdaad zegt van, bent u het eens dat.
En met name gaat het om die ontsluitingswegen. Terwijl in de omgevingsvisie, zoals we hem nu vastgesteld hebben, daar hebben we een norm geformuleerd en ik heb, qua proces moet je dat eerst gewoon zijn gang laten gaan en de participatie ook de kans geven. En dan zien we wel over zes of acht weken, wanneer dat ding terugkomt, met alle participatie uitkomsten, of dat aanleiding is tot een nadere discussie. De voorzitter: En er komt een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik wil via u aan de heer Jumelet vragen waar hij de notie vandaan haalt dat er een motie uit zou komen. Noch de heer Scheringa, noch ikzelf hebben het over een motie gehad. We hebben het over gehad dat we dit een aanleiding zien voor het goede gesprek voor bij het omgevingsplan, mobiliteit om uit
24/36
te werken. Dus er is helemaal geen sprake van een motie. Ook wil ik aan de heer Jumelet vragen hoe hij er dan bij komt dat er een andere norm is. 30 kilometer is 30 kilometer en geen 13 of 31 of wat dan ook. Dat is vrij helder wat ons betreft. En de wegen die er benoemd staan zijn benoemd als voorbeelden, maar niet meteen als een soort uitwerkingsprogramma. Dus nogmaals, hoe haalt de heer Jumelet deze dingen erbij die er niet staan, niet geïmpliceerd zijn en ook niet uitgesproken zijn? Daar ben ik zeer benieuwd naar. De voorzitter: Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Dank voor uw nieuwsgierigheid. Kijk, we weten, dat is een aanname van mij, dat weet ik ook, dat er wellicht een motie uitkomt of een motie vreemd. En dan kunt u zeggen, dat is niet het geval. Dan is dat niet het geval. En waar ik vandaan haal dat er eventueel een andere norm. Kijk, op het moment dat u de vraag stelt welke wegen binnen de bebouwde kom zouden uitgezonderd zijn, enzovoort, enzovoort, dan lees ik daar impliciet in dat u wellicht op weg bent naar een andere norm dan dat we nu in de omgevingsvisie hebben staan. En dan zult u zeggen, het staat er niet letterlijk. Nee, het staat er misschien niet letterlijk. Maar ik ben natuurlijk ook niet helemaal van gisteren en op mijn achterhoofd gevallen, dus ik vul dat in.
En ik heb zelf zoiets, ik hou me vast aan de omgevingsvisie en het proces waar we daarin lopen en dat eerbiedig ik en dat wacht ik gewoon rustig af. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg, gaat u verder. Prima. En die is bijna op. Dan gaan we even kijken wie volgt. Mevrouw Den Heijer. Mevrouw Den Heijer: Dank u wel. Ik vind het heel moeilijk om hier een zinvolle discussie te voeren over dit bespreekstuk. 30 kilometer is de norm, dat vinden wij als D66 ook. Dat hebben we ook net zo vastgesteld in de omgevingsvisie, wat nu ter inspraak aan onze bewoners is meegegeven. Dit bespreekpunt komt daardoor te laat. Of het is te vroeg, omdat we nog geen mobiliteitsplan bespreken. Het noemen van wegen nu, expliciet, vind ik ook onverstandig. Dat gaat een eigen leven leiden, daar zijn we nog lang niet aan toe. Dus daar zou ik ook echt graag met zijn allen van weg willen blijven. We zijn geen verkeerskundigen, we moeten dit juist integraal met elkaar bekijken. Dus tot zover mijn bijdrage aan deze discussie. Dank u wel. De voorzitter: De heer Scheringa, een interruptie. De heer Scheringa: Ik zit nog even te denken hoe ik het in een vraag ga formuleren, maar dat komt wel aan het einde. Op zich, dat stuk was even geskipt in de interessante discussie die we eerder hadden. Kijk, we hebben feedback gehad op vraag twee. En wij snappen heel goed dat dit een tweetrapsraket is.
En wij hebben ook niet de kennis op pad. Ik ben ook geen verkeersdeskundige. Dus waarbij we willen dat op hoofdlijnen weten. En het is niet de bedoeling dat we nu gaan discussiëren. Dat is ook nooit de bedoeling geweest. Dus dat misschien verkeerd over gekomen of had je kunnen lezen, maar dat is niet de bedoeling geweest om hier over wegen te gaan praten. Dat is wat de heer Ruijtenberg ook zei, die is als voorbeeld opgenomen. Maar je kan wel hoog over daar wat over zeggen. Maar ik begrijp dat u dat niet zo begrepen had. Dus daar zullen wij de volgende keer misschien beter op letten dan, mevrouw Den Heijer. Ik hoop dat u dat tevreden stemt. De voorzitter: Ik denk dat ik verder ga met de heer Meuldijk.
25/36
De heer Meuldijk: Dank u, voorzitter. Vanuit Leefbaar 3B hebben we het aangevlogen als een soort ophaalsessie. Want het is nu niet rijp voor bespreken. U leest al de vragen die aan het college gesteld zijn. Die antwoorden hebben we niet eens. En ik kan me ook voorstellen, vanuit onze fractie zijn er ook nog aanvullende vragen die we aan het college zouden willen stellen. Dus als je het op een gegeven moment echt wilt bespreken, zie ik dit als een soort voorwerk. Noem het de voorwas, voordat de echte was begint. Maar dus niet om inhoudelijk te bespreken. Als je die weg inslaat, dan wordt het een road to nowhere. Dus dat lijkt me ook niet de bedoeling. De basisgedachten, de basisvragen, die zijn eenvoudig. Volgens mij kunnen we die als commissie wel beantwoorden. Alleen, ik hoop dat u ook ziet dat het louter input is voor een vervolg. En of dat dan in het mobiliteitsplan komt, of voor mijn part in een omgevingsvisie 3.0 dadelijk. Dat is allemaal van latere zorg. Maar het gaat mij erom dat we met elkaar een goed proces doorlopen en de goede informatie boven hebben. Ik kan nu niet inhoudelijk, ik ga dus ook geen wegen noemen. Want daar zou ik ook een specialist naar willen laten kijken. Dat is niet aan ons om die wegen te noemen. Dus met andere woorden, volgens mij hebben we aanvullende vragen. Is er huiswerk voor het college.
En pas als we die informatie hebben, dan kunnen we zinvol op inhoud een discussie voeren over hoe we hiermee verder willen. En dat lijkt me de goede volgorde om ergens te komen. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Even kijken, wie volgt? Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Voorzitter, dank u wel. Toen ik het bespreekstuk las, toen dacht ik van, deze indieners zijn op hun wenken bediend met de omgevingsvisie. En dat is al meerdere malen ook gememoreerd. En wat mij betreft staat daar in die omgevingsvisie ook volgens mij precies wat u wilt. En u wilt dat verder beetpakken, u wilt dat verder laten uitwerken. Wat mij betreft is de omgevingsvisie daarbij een heel goed leidend principe. Bij 30 als norm hoort 30 als weginrichting en daar ben je niet van vandaag op morgen. Dus dat zal een lange termijn pad moeten worden, waar ik nu niet hele concrete uitspraken over kan gaan doen op basis van dit bespreekstuk. 30 als norm, dan kun je ook denken aan, willen de indieners dan 30 borden bij de bebouwde kom gaan neerzetten? En dat dan uitzonderen met 50 borden opwegen die ze willen uitzonderen? Of, nou, hoe denkt u daarover? Ik ben gewoon mijn gedachten erover aan het vormen. Wat mij betreft, 30 als norm is prima. Daar hoeven we wat mij betreft nu niet direct iets voor in te grijpen. Maar ik wil wel meer wegen richting die 30 hebben. Dat is ook ons uitgangspunt.
Dus, wat mij betreft is dat het even. De voorzitter: Interruptie? De heer Scheringa: Ja, graag. U zei inderdaad, 30 kilometer, dat moet je ook met weg, technische voorzieningen natuurlijk op de weg. De weg moet dan ook 30 zijn, zeg maar. Maar aan de andere kant, denkt u ook niet dat op het moment dat wij echt, daar komt hij dan, 30 als een norm hebben, dat het op een gegeven moment ook normaal wordt. En dat mensen zich daar dan ook aan gaan houden. En dat dat ook gewoon een basis is. Want dat is ook een van de redenen wat ook denk ik in de omgevingsvisie staat. Ik zie de heer Jumelet al zwaaien van verbazing. Dus ik denk op zich dat dat al deels zal helpen, zeg maar. En inderdaad, misschien gewoon borden aan het begin van de gemeente. Dat is allemaal uitvoering, maar het maakt het normaal, denk ik. Net als met vuurwerk. Als je maar lang genoeg drukt, dan komt het vanzelf goed. Maar denkt u niet dat dat ook zou kunnen helpen? Dus dat niet alleen technische middelen voldoende zullen zijn.
26/36
De voorzitter: Mijnheer Hofman. De heer Hofman: U weet heel goed de actualiteit er even bij te pakken. Ik denk dat ongeacht of wij hier nu met zijn allen gaan beslissen dat 30 de norm wordt, dat handhaving altijd een ding is. En dat als op het moment dat je 30 meer afdwingt door middel van weginrichting, dat het normaler is om met 30 te rijden dan, ik noem hem maar even, de Rodenrijseweg, die je toch nog steeds als racebaan kunt gebruiken. Want daar is die gewoon niet ingericht als 30 weg eigenlijk. De voorzitter: Ik ga verder. Even kijken. Ik mis nog een paar. Wie? CDA, VVD? Geen reactie? Als er geen reactie komt, ik vind het ook prima hoor. Mijnheer Toussaint. De heer Toussaint: Ik wil wel uit beleefdheid aan de indieners toch even netjes antwoord geven. Er is genoeg gezegd over het proces. Misschien nog wel een klein haakje waar het gaat om incidentenpolitiek. Toen dacht ik, daar ga ik wel even op aanslaan natuurlijk. Doordat we de Stationssingel recentelijk behandeld hebben. Maar er zullen altijd incidenten zijn. Je bedenkt kaders met elkaar. En dat gaat bij 95 procent goed. En met heel veel geluk bij 99 procent. Maar er zullen altijd plekken zijn, en zeker waar het gaat om verkeersstromen, waarbij het toch niet zo werkt als dat je van tevoren bedenkt. En dan is het juist heel goed om daar met elkaar het gesprek mee te voeren.
Dus inderdaad, er is een mobiliteitsvisie straks, een wegencategoriseringsplan. Maar ik weet zeker, na het vaststellen zullen er ongetwijfeld wegen zijn waardoor er veranderingen zijn. Er wordt een wijk achter gebouwd of noem maar op. Waardoor we het toch ook in de toekomst gaan hebben over incidenten. En ik vind dat dat ook gewoon in een raad thuis hoort. De voorzitter: Ik ga naar de heer Van Harn. De heer Van Harn: Dank, voorzitter. Ik heb goed geluisterd, de meeste fracties verwijzen naar de omgevingsvisie waar natuurlijk al het een en ander vast is beschreven. Dus die discussie begrijp ik wel. De norm, 30 kilometer, de norm, daar horen altijd uitzonderingen bij. En zoals wij hier zitten, zijn wij geen verkeersdeskundigen. Dus het is al eerder gezegd, wij hoeven hier geen straatnamen te gaan noemen die daar niet bij passen. Dat laten we aan de specialisten over. Maar volgens mij is deze discussie toch een klein beetje ontstaan door het probleem op de Stationssingel in Berkel waar we graag die 30 kilometer zone hebben, of het liefst zelfs de hele Stationssingel. En de vraag is eigenlijk, hoe gaan we daar nu mee om? Want is daar nu een oplossing voor of hadden we dat ook vandaag moeten bespreken? Wat de norm betreft, ik begrijp wel dat als je een integrale norm probeert vast te leggen dat je dan misschien een efficiëntieslag kan maken.
In plaats van straat voor straat aanduiden met 30 kilometer kan je dan waarschijnlijk in één keer een veel groter gebied vastleggen, zonder dat je misschien al die wegen op een specifieke manier moet inrichten. Maar goed, dat is dan van later zorg. En dat moet dan denk ik naar voren komen in het mobiliteitsplan. En ja, nog één punt misschien. Toen ik in die voorbereiding toch met het bespreekpunt bezig was toen dacht ik wel, hoe doen we het nou met de nieuwe wijken? Worden de nieuwe woonwijken ingericht en dan kijkend door de bril van 30 kilometer en misschien een enkele uitzondering? Misschien dat daar nog een antwoord op kan gegeven worden door het college. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. We gaan eens even bij de heer Fortuyn te raden wat hij allemaal gehoord heeft en wat hij daarop gaat antwoorden. Mijnheer Fortuyn. Kaartje zit erin, als het goed is.
27/36
Beantwoording college De heer Fortuyn: Wat een luxe. Mevrouw de voorzitter, dank u wel. Even in de reactie. Ik heb eigenlijk geen vragen gehoord, behalve dan van de heer Van Harn in het kader van de nieuwbouwwijken. Daar kan ik wel direct op antwoorden. Ja, daar wordt rekening mee gehouden bij de inrichting al. Het is zo dat wij inderdaad afgelopen donderdag de omgevingsvisie hebben vastgesteld, 2.0. Ik hoorde al in de raad nu net misschien dat we straks een 3.0 krijgen. Het is natuurlijk een adaptief document. En daarin wordt zeer nadrukkelijk aangegeven dat 30 de norm is. Echter, dat kan je niet met een hek om Lansingerland doen. Bij dit onderzoek hebben wij een wegcategorisering nodig. En waarvoor hebben we een wegcategorisering nodig? Omdat wij in geheel Lansingerland alle wegen met haar functie bekijken. En dat we ook een doorstroming moeten hebben om in- en uitgaand verkeer moeten kunnen faciliteren. We moeten ook hulpdiensten kunnen faciliteren. We kunnen busdiensten, om een dwarsstraat te noemen. En dat heeft alles te maken met het ophoesten hiervan. En wij verwachten dat we het programma mobiliteit inclusief het categoriseringsplan eind dit jaar bij u kunnen presenteren. Dat is denk ik een belangrijk ijkpunt. In die tussentijd staan we ook niet stil.
En dat heeft u ook mee kunnen maken bij allerlei petities die we ook hier ondertussen ontvangen hebben rondom de herontwikkeling en de reconstructie van de Julianalaan – Hoeksekade, waarin we inderdaad ook zeer sterk gekeken naar 30 kilometer, fietsveiligheid en alles wat daarmee samenhangt. Uw vraag, u had er twee namelijk, of drie eigenlijk. Wat heeft u nodig om 30 kilometer de norm te realiseren? Onder andere over draagvlak, financiën, toestemming en de raad. Ik ga niet helemaal op detail in, maar het gaat om de financiële middelen voor infrastructurele aanpassingen. Want inderdaad, alleen een bord neerzetten, mijnheer Scheringa, natuurlijk, als je het maar lang genoeg volhoudt, dan gaat het een keertje lukken. Maar willen we handhaven en willen we hier ook eventueel op kunnen bekeuren, of in ieder geval anderszins, dan moet de weg er ook wel naar ingericht zijn. Kijk naar de Rodenrijseweg die net ook aangehaald werd, of dat nou de meest ideale oplossing is. Dus we hebben nog wel wat te doen in die openbare ruimte om dit te realiseren. Alleen een bord neerzetten gaat niet werken. En bovendien heeft het ook geen draagvlak bij de politie om daar op te controleren. Tweede punt is participatie. Het is vanavond ook al genoemd.
Het is wel zo netjes als je in een wijk, of in een buurt, of in een dorp, of anderszins, dit doet en kijk ook maar even naar je omgevingsvisie die nu ter inzage ligt, wel zo netjes om zienswijzen op te halen en eventueel ook in de wijken te participeren. Dus je zal ook moeten participeren als we dit hoog in het vaandel hebben zitten. We kunnen het ook van bovenaf afleggen, of opleggen, maar of dat de oplossing is, dat is maar de vraag. Dan hebben we juridische besluiten. Het is niet zomaar even dat we hier in de raad zeggen, we gaan er 30 kilometer van maken. Maar het heeft ook wel met de verkeersbesluiten te maken. Dus dat is natuurlijk ook wel, maar dan kan je dat doen met de massa besluiten. Dat doen we wel meer. Meer parkeerplaatsen of anderszins. Dat kunnen we met de massa besluiten doen, maar je moet het wel even doen. En dan hebben we ook nog eventjes de, laat ik zeggen, de handhaving en de monitoring. Je moet het ook wel even blijven volgen, anders is het een beetje een schijnoperatie. De tijdsplanning. Wat ik net aangeef, we zullen eerst even die mobiliteitsvisie naar een programma moeten uitwerken. En dan is de categorisering wel heel belangrijk. En dan kunnen we ook inderdaad meer op wijk- of straatniveau praten. Is dit een gebiedsontsluitingsweg? Hoe gaat de buslijn er lopen? Hoe kunnen we dit het beste organiseren? Hoe krijgen we doorstroming, et cetera.
Dat is even de, laat ik zeggen, de vragen die gesteld zijn via…Oh ja, er was nog één vraag over, of er belemmeringen vanuit Rijk of provincie zijn. Die zijn er in principe niet, want het is zolang het binnen de
28/36
gemeentegrens van de gemeente Lansingerland valt en geen N weg is, zoals hier bij wijze van spreken de N209, dan gaan we daar zelf over. Dus we kunnen het zelf wel als beleid op hoesten. Mevrouw de voorzitter, ik denk dat ik daarin de beantwoording heb gegeven. En in afwachting van de tweede termijn. De voorzitter: We gaan over naar de tweede termijn. Mijnheer Scheringa, ik zie dat u niet veel tijd meer heeft. Maar misschien gaat uw buurman dat overnemen. Mijnheer Ruijtenberg. Nou ja, ik kijk even. U moet heel kort zijn. Tweede termijn De heer Scheringa: Dank u wel, voorzitter. Ondanks deze verrassende wending in de avond ben ik toch dankbaar voor de input. Ik heb toch wat interessante dingen gehoord. Ik ben heel benieuwd naar de behandeling dan in december en welke incidenten we allemaal nog tussendoor gaan oppakken. Maar we gaan het zien. In ieder geval bedankt voor de moeite die jullie er allemaal in gestoken hebben. Dank u wel. De voorzitter: Ik ga naar de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Toch nog een vervolgvraag aan de wethouder. Er is eerder door uw collega is er geroepen, we gaan dit behandelen in het omgevingsprogramma mobiliteit. Ik hoorde u net zeggen van die hele wegencategorisering, die is eind dit jaar, is dat klaar.
Bijt dat elkaar? Komt de een eerder dan de ander? Of wachten we met dat omgevingsprogramma tot die wegcategoriering klaar is? Want dat is wat ons betreft wel antwoord op vraag twee, qua tijdspad. Dan nog even reagerend op de heer Van Harn, die had een vraag van, moeten wij het nog hebben over de Stationssingel? Nee, wat ons betreft moeten we het daar niet meer over hebben. En hoeven we het ook niet meer, in aanleiding op de heer Toussaint, te hebben over andere incidenten die er zijn. We hebben inderdaad de omgevingsvisie aangenomen. Als PvdA en GroenLinks hebben we jaren geleden al gepleit voor 30 kilometer is de norm. Wat ons betreft gaan we dat zo snel mogelijk doen, maar gaan we het inderdaad wel zorgvuldig doen. En gaan we nu afwachten tot die wegencategorisering er is en gaan we dan bespreken, wat gaan we wel en gaan we niet doen? Dus allerlei bespreekpunten, moties en dat soort dingen die nu ingevoerd gaan worden, die echt op incidentmanagement gaan, hoewel we erkennen dat het goed is en dat 30 kilometer het zou moeten zijn, willen we toch graag even afwachten om die integraliteit te bewaken daarin. Dat vinden we wel belangrijk en tot dusver zijn we zeer content met de beantwoording van de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: Ik ga naar de heer Jumelet, maar ik zie dat er ook nog heel kort de tijd is. U had het over participatie.
Nog heel kort een reactie in de tweede termijn? Ja, mag. De heer Jumelet: Misschien heel even naar de heer Toussaint. Kijk, een incident is een incident, maar een extra woonwijk is geen incident. Dat betekent dat je opnieuw een weging gaat maken. Een Stationssingel is geen incident. Dat heeft de wethouder in de vorige raad heel duidelijk uitleg over gegeven. Dus in die zin, en als wij zorgvuldig zijn in ons beleid, dan durf ik wel te zeggen dat wij op 99,9 procent komen te zitten. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Den Heijer. Oh, de heer Meuldijk. Ik zie de heer Meuldijk.
29/36
De heer Meuldijk: Dank u, voorzitter. Allereerst dank voor de beantwoording van de wethouder. Het licht al een stukje van de sluier op. U noemde ook participatie terecht. Dat zal ook tijd vergen. En als we kijken naar de handhaafbaarheid en de kosten van de uitvoeringen, en die hebben wel degelijk met elkaar te maken, want wil je het handhaven, zul je je weginrichting moeten aanpassen. Dat is nog aardig wat stappen verder. Het lijkt me voor nu ook handig om te wachten tot die wegencategoriseringsplan, als dat er ligt, dat we die input hebben. Volgens mij hebben we dan meer handvatten om verder te kijken met elkaar. Dus dank voor die beantwoording en we wachten geduldig af. De voorzitter: Even kijken, wie volgt? Mijnheer Hofman? Nee. Mevrouw Den Heijer, misschien nog? Ook niet. Mijnheer Van Harn? Ook niet. Mijnheer Toussaint? Ja. De heer Toussaint: De VVD is blij te vernemen dat het wegencategoriseringsplan is toegezegd dat hij dit jaar nog op de agenda komt. Dus daar is de VVD heel blij mee, omdat het natuurlijk een aantal jaren is uitgesteld. Dus in dat opzicht sluit ik me aan bij de andere commissieleden om dan daar ook wegen, incidenten als de Stationssingel te agenderen. Mocht die uitgesteld worden, dan sluit ik niet uit dat we een andere keuze maken uiteraard. Dank. De voorzitter: Volgens mij heb ik iedere fractie gehad.
Even kijken, nog een reactie van de heer Fortuyn? Beantwoording college De heer Fortuyn: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Er was nog een vraag van de heer Ruijtenberg. Als ik hem goed begrepen heb, we hebben de mobiliteitsvisie vastgesteld. Er is nu een omgevingsbeleidsvisie vastgesteld, waarin ook de 30 de norm is. We zijn natuurlijk wel met de uitwerking bezig van het programma, want de visie moet zich vertalen in het programma. Denk aan parkeerbeleid, denk aan wegcategorisering. De wegcategorisering die is inmiddels in werking gezet. Dus dat wordt ook echt gedaan. Maar we hebben dat integraal met het hele programma te pakken eind van het jaar. Dus er komt wat naar u toe. De voorzitter: Het één en ander gehoord hebbend is dat een toezegging dat we het één en ander kunnen verwachten. Dank u wel. Dan eindigen we hier dat tweede bespreekpunt. 6. Stukken ter advisering aan de raad 6.a Onttrekking aan de openbaarheid van parkeerterreinen Konijnenplaats, Vossenplaats en Eekhoornplaats (Lage Bergse Bos) De voorzitter: Dan gaan we naar de stukken ter advisering aan de raad. Dat is het raadsvoorstel, onttrekking aan de openbaarheid van parkeerterreinen Konijnenplaats, Vossenplaats en Eekhoornplaats in het Lage Bergse Bos. In het raadsvoorstel staat een fout. Daar heeft u een collegebrief over ontvangen.
De fout wordt hersteld tussen de commissie en de raad, zodat u straks over het juiste voorstel kunnen besluiten. Het college stelt voor om deze drie parkeerterreinen aan de openbaarheid te onttrekken in lijn met de eerder vastgestelde visie kwaliteitsimpuls Lage Bergse Bos. Doel is om het parkeren te concentreren bij drie hoofdentrees, zodat ruimte vrijkomt voor groen, voet- en fietspaden. De raad wordt gevraagd in te stemmen met het onttrekken van de genoemde parkeerterreinen. En volgens mij hebben we nog niet zo lang geleden al een voorstel in
30/36
deze richting over een andere parkeerplaats daar in de buurt gehad. Wie kan ik het woord geven? Mijnheer Van Harn. Eerste termijn De heer Van Harn: Dank u wel, voorzitter. Ik kan het kort houden, want ik vind het een heel logisch plan. Ik heb al parkeerplaatsen bezocht op de fiets, dus ik weet wat de toestand is. Wat ik al zei, een logisch plan om deze drie die nu vandaag besproken worden op te heffen. Eén hadden we al opgeheven. Heb ik gezien dat daar de verhardingen worden weggehaald. Ik heb nog wel een vraag, want toen ik bij het Lake House kwam, en daar is de Muizenplaats, en toen was die parkeerplaats prop en prop vol. Dus de vraag is, is er een capaciteitsonderzoek gedaan, zodat als we nu drie parkeerplaatsen opheffen, dat we dan zeker weten dat we het met die andere drie wil redden? Dank u wel. De heer (…): Voorzitter, ik moet opbiechten, ik ben niet langs de parkeerplaats gaan fietsen. Maar ik geloof het college en ik steun het plan, onttrekken. De voorzitter: Even kijken, wie volgt? Mijnheer Crielaard. De heer Crielaard: Volgens mij was collega Boonstra eerder, maar ik vind het goed. Nee, we hebben volgens mij inderdaad eerder, ik dacht januari, de Bokkenplaats besproken. Dat was voor ons een hamerstuk. Dus nu met de, wat is het, de Konijnenplaats, de Vossenplaats en, nou die derde ben ik even vergeten.
Maar het zal niemand verbazen dat ook dit maal het voor ons een hamerstuk zal zijn. De voorzitter: Mevrouw Boonstra. Mevrouw Boonstra: Dank u wel, voorzitter. Ik haal even een quote aan uit Democracity, waar de jeugd bezig is geweest met politiek. En één had de slogan, meer groen moeten we doen. En dat vind ik een goed plan, dus in ons geval ook een hamerstuk. De heer (…): Hamerstuk. De voorzitter: Korter kan niet. Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Dank. Wat ons betreft ook een hamerstuk. Eén vraag aan de wethouder is wel de overgang naar de nieuwe situatie inderdaad van, zit daar een capaciteitsgat in, noem ik het maar even. Dat is onze enige vraag. En dan wat ons betreft is het sowieso een hamerstuk, maar we zouden het nog wel graag even willen weten. Dank u wel. De heer Ruijtenberg: Dank u wel. Parkeerplaatsen opheffen voor groen is altijd een goed idee. Dus hamerstuk. De heer (…): Hamerstuk. Beantwoording college De heer Fortuyn: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Er staat ook inderdaad in die aanleiding, u bent er zelf geweest, en het succes van de Lake House, is ook wel, laat ik zeggen, geconstateerd. Het is daar behoorlijk druk, maar zoals het in de aanleiding ook
31/36
staat, staat hier letterlijk in dat de Vossenplaats, Konijnenplaats en Eekhoornplaats, gelegen aan de Bergsebosdreef, et cetera, aan de openbaarheid wordt onttrokken en wordt opgeheven. En dus wordt ook ingevuld en groen voorzien. Dus dat wordt inderdaad gewoon keurig netjes aan het bosareaal toegevoegd. En het onttrekken, er staat ook in bij de aanleiding dat het nog uit te breiden parkeerterrein de Muizenplaats, en dat kun je ook zien, want er wordt inderdaad vlakbij, wordt er inderdaad ook een herinrichting gedaan, wordt de uitbreide parkeerterrein Muizenplaats en die vervangt namelijk de Konijnenplaats en de Zwijnenplaats en de Vossenplaats. Dus er wordt inderdaad een verruimde Muizenplaats gecreëerd. Of dat voldoende is, want u vraagt een capaciteitsonderzoek, ze hebben er natuurlijk wel naar gekeken, want ze willen geconcentreerde koffers hebben om zoveel mogelijk verkeer in ieder geval een beetje buiten in de ring te houden en dan het recreatie daar de ruimte te geven. Ik moet er even van uitgaan dat de uitbreiding volstaat bij het opheffen van deze drie plekken. De voorzitter: Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Dank, voorzitter. Het zou natuurlijk toch jammer zijn, wethouder, dat we achteraf moeten constateren wanneer de Konijnenplaats is opgeruimd, dat toch die Muizenplaats te klein is. Dus ik zou hier toch wat voorzichtig mee omgaan.
De voorzitter: Mijnheer Fortuyn. De heer Fortuyn: Stelt u voor om deze dan niet op te heffen? De voorzitter: Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Dat heeft u mij niet horen zeggen. De heer Fortuyn: Ik ben gewend als de raad met iets komt, dat ze ook daar of dekking op hebben of een alternatief op hebben. De voorzitter: Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Daar kunnen we over praten. U zei zelf, er is geen capaciteitsonderzoek gedaan. We hebben het een soort van op het gevoel gedaan. En ik waarschuw, als dat gevoel niet klopt en die Konijnenplaats is opgeruimd en alsnog moet er uitbreiding komen, dan zijn we niet slim bezig. Dat wil ik u meegeven. De voorzitter: Even kijken, er is een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ik heb even een vraag aan de heer Van Harn. Want ik hoor het CDA nu elke keer zeggen van, we zijn de partij van het groene. We vinden dat zoveel mogelijk groen moet zijn en er moet een groene schil komen om Lansingerland. Maar eigenlijk hoor ik u nu iets zeggen wat u al de jaren, in ieder geval de afgelopen drie jaar, niet heeft gezegd. Dus het verbaast me een beetje dat u dit vindt. Want wilt u nu daadwerkelijk dus meer parkeerplaatsen in stand houden? De voorzitter: Mijnheer Van Harn.
32/36
De heer Van Harn: Ik begon mijn woordvoering, voorzitter, met te zeggen dat dit een heel logisch verhaal was. En ik hoop dat de heer Ruijtenberg dat ook heeft meegekregen. Alleen ik waarschuw de wethouder om niet voortijdig misschien iets te veel weg te halen, zodat we later alsnog moeten repareren. Maar dat heeft niets te maken met de vraagstelling van de heer Ruijtenberg of het CDA voor groen is of niet voor groen. Ik dacht dat u dat inmiddels wel wist. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dat weet ik wel, want die twijfel schept u zelf door eerst aan te geven dat u iets een heel logisch verhaal vindt en vervolgens allerlei mitsen en maren gaat benoemen. Dus de twijfel schept u zelf, mijnheer Van Harn, daarover. Dus of u vindt het een logisch verhaal, en dan gaat u mee met een hamerstuk. Of u vindt het geen logisch verhaal, en dan gaat dit besproken worden, de 16e. Dus wat is het in uw geval? De voorzitter: Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Voorzitter, wat is nou logisch en wat is nou praktisch? Ik heb de wethouder een advies meegegeven en ik wacht nog op zijn antwoord. De voorzitter: Het antwoord komt misschien nu van de heer Fortuyn. De heer Fortuyn: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik denk dat het voorstel zoals het hier ligt, dat die op een hamerstuk kan rekenen.
En ik zal het advies, ik zal nog even navraag doen, maar ik ga er wel vanuit dat er goed gekeken is, want de Muizenplaats wordt uitgebreid, dat dit voldoende capaciteit biedt. En het advies wat u meegeeft, om even nog extra na te vragen, ga ik even doen voor u. Mocht het niet zo zijn, kom ik terug. Maar nu ligt het besluit voor om drie parkeerplekken op te heffen. Punt. De voorzitter: Mijnheer Van Harn, ik zie dat, ja. De heer Van Harn: Dank, voorzitter. Dank, wethouder, dat u zegt van, we hebben het goede idee dat we met de uitbreiding van de Muizenplaats, dat we dan toch voldoen aan de benodigde capaciteit. Dat geloof ik, dus daar ga ik in mee. En dan is het ook voor het CDA een hamerstuk. De voorzitter: Ik zag de heer Jumelet, die had ook een vraag. Is dat ook beantwoord, mijnheer Jumelet? Ja, u had ook een…De overgang…Ja, zeker. Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Ik durf nu niks meer te zeggen, dus ik denk wel van wel, ja. Nee, tuurlijk. Dus dat komt wel goed. Dank je wel. Dat is voldoende. De voorzitter: Zo laat is het nog niet. Het een en ander gehoord hebbende, een hamerstuk. En de wethouder die heeft notie genomen van de opmerking van de heer Van Harn. 7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: We gaan over tot een volgend agendapunt, de voortgangsrapportage. Iemand daarover? Mijnheer Meuldijk.
33/36
De heer Meuldijk: Een korte vraag, voorzitter. Ik lees over de rechten van opstal, en dat raakt ook deze commissie, denk ik. Het gaat om de sportparken waar de rechten van opslag gevestigd worden. En het kan in een latere beantwoording, als nu de antwoorden niet paraat zijn, daar alle begrip voor, voorzitter. Maar ik zou graag willen weten, het vestigen van deze zakelijke rechten, is dat nooit eerder gebeurd? Want dat doe je normaal bij oplevering. En wordt er goed gekeken, rekening houdend met wet, markt en overheid, dat de retributie die in rekening gebracht wordt, wel daar binnen past? En/of is er in dienst van algemeen economisch belang een besluit genomen voor de sport? Dan kun je daar natuurlijk een korting op toepassen. Dus ik hoor graag of dat adequaat is toegepast. De voorzitter: Mijnheer Meuldijk, ik ga u even onderbreken en ik ga u verwijzen naar uw collega's in de commissie Samenleving. Want daar heeft het recht van opstal ettelijke malen de revue gepasseerd. Dus ik denk niet dat de heren links en rechts hier een antwoord op kunnen geven. Dus ik geef u advies, drop het bij uw collega. Mijnheer Meuldijk. De heer Meuldijk: Dank voorzitter, dan is dat de alternatieve route. Dank. De voorzitter: Iemand anders over de voortgangsrapportage? Niemand? Oh, ja, mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Dank, voorzitter. Twee korte vragen. Eentje over het Triangelpark.
Ik heb gelezen dat daar een gesprek is geweest met de grondeigenaren die destijds hebben ingesproken. En ik vraag aan de betreffende wethouder of daar financiële consequenties uit zijn voortgekomen, misschien voor de gemeente. En de tweede vraag gaat over de Rottemerentunnel, die hopelijk aan het eind van het jaar geopend wordt. En mijn vraag is, is er nog een apart bezoek gepland voor de commissie of voor de raad van deze gemeente? De voorzitter: Mijnheer Fortuyn. De heer Fortuyn: Het Triangelpark is voor mijn collega, maar ik ga maar even door Rottemeren door. Zoals u weet gaat de weg op 6 oktober open. Althans de planning. En dat is naar zuidelijke richting. En een week later gaat hij naar noordelijke richting. Voor die tijd gaan er wel enige evenementen plaatsvinden, met betrekking tot misschien wel een wielerwedstrijd, wandelen. Kortom, vorige week is er ook een cursus geweest voor mensen met tunnelangsten. Dus hebben ook mensen daar lessen gekregen. Dus ik zou u willen adviseren, blijf de A16 even volgen. Ik denk dat het nodige nog rond september, oktober gaat plaatsvinden. Als u zegt, wij willen als commissie graag of raad nog eens een keertje een aparte uitnodiging hebben om die tunnel nog eens een keer te bereiden, dan kan ik dat navragen. En dan kan ik dat ook wel organiseren, denk ik, als daar voldoende belangstelling voor is.
Want dan wil ik wel dat er een beetje voldoende belangstelling is. Maar dan hoor ik dat wel via de griffie. En dan kan ik dat wel namens u organiseren. Dat is geen probleem. De voorzitter: Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Dan ga ik het hoogtepuntje van de avond voor de heer Van Harn en Fortuyn. Ik ben al bezig met de griffie om op, moet ik het goed zeggen, 20 juni in de middag op pad te gaan met de tunnel en daar de combinatie van een stukje duurzaamheid, groen met het Bergse Bos, een stukje economie en mobiliteit. Dus u hoeft maar te roepen en wij draaien. Het is geweldig. Het wordt al geregeld. Mooi. Dus allemaal komen, allemaal komen.
34/36
De voorzitter: Dan is 20 juni, dat onthouden we, maar daar krijgen we nog wel bericht over. Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Mag ik van wal steken? De heer Van Harn: Ik had twee vragen gesteld, voorzitter. De voorzitter: We gaan even naar de heer Van Harn. De heer Van Harn: Dank, voorzitter. Ik had twee vragen gesteld waarvan de heer Fortuyn één antwoord heeft gegeven en dan komt denk ik nu de andere wethouder. De voorzitter: Er komt nog een antwoord van de heer Muis. Mijnheer Xhemaili, ik kom zo bij u. De heer Muis: Dank, mevrouw de voorzitter. Triangelpark, inderdaad, dat klopt. We hebben daar gesprekken gevoerd, ik samen met de projectleider, met beide grondeigenaren. En daar komen nu geen financiële consequenties uit, dat is het korte antwoord. We hebben ook gewoon toegelicht natuurlijk wat de status is van de gebiedsuitwerking. En wat dat betekent en wat daar dan vervolgens binnen die gebiedsuitwerking wel en niet mogelijk is. En die gesprekken worden voortgezet en mochten daar financiële consequenties uitkomen, komen we zeker bij u terug, omdat wij willen natuurlijk ook zorgen dat het Triangelpark ontwikkeld gaat worden. Dank u wel. De voorzitter: Dan naar de heer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag over de Participatiewet hersteloperatie toeslagen. Ik weet niet of het de juiste commissie is. Denk het niet. Dan wacht ik wel.
De voorzitter: Mijnheer Xhemaili, even de kopjes lezen. Verder niemand meer? Nee. Dan gaan wij over naar de voortgang…Mijnheer Krieger, toch nog een vraag over de actualiteiten? De heer Krieger: Oh, ik loop op de feiten vooruit, voorzitter, want u wou naar de voortgangsrapportage gaan. Daar had ik een vraag over, dus ik wacht even rustig af. Daar zijn we nu mee bezig, toch? Ja, dus omdat u zegt, vragen over actualiteiten. Nee, daar heb ik een vraag over. En even kort iets wat mij opviel. En dan richting het college misschien een gratis advies met betrekking tot de beslissing op bezwaar verkeersbesluit opheffen fietspaden Julianalaan. Daar zag ik, nou dat is natuurlijk hartstikke fijn, als er bezwaar wordt ingediend en de externe bezwaarschriftencommissie doet dat afwijzen. Alleen nou vroeg ik me af, was het college zo overtuigd van haar eigen gelijk en juridische positie dat ze dacht, laten we daar dan maar mee aanvangen voordat de beroepstermijn verstreken is? Dat lijkt me niet zo verstandig om te doen in het algemeen. Want als de bewoners wel in beroep zouden gaan en het kan zijn dat die beroepstermijn verstreken is hoor. Maar hier staat, gelet op de inhoudelijke sterke motivering van het besluit, dat is onderschreven door de bezwaarschriftencommissie, gaat het college door met de geplande herinrichting. Dus ik las, we wachten niet de beroepstermijn af.
En dat zou niet zo verstandig kunnen zijn, want gaan bewoners wel in beroep en de rechter wijst u terecht, dan bent u aangevangen met
35/36
werkzaamheden die u achteraf weer terug moet draaien. Dus het was meer even om mee te geven, misschien is het chiquer om dan maar even zes weken te wachten. Maar ik vroeg me gewoon af hoe dat zat. Want normaal wacht je toch af totdat de beroepstermijn is verstreken, want anders. Maar het is aan u. Het viel me op. En vandaar de vraag. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wie gaat die vraag beantwoorden? Mijnheer Muis. De heer Muis: Voorzitter, dank voor het gratis advies. Ik ben blij dat de heer Krieger het niet in rekening brengt. Maar al voor die bezwarencommissie waren wij natuurlijk overtuigd dat wij hier het juiste doen. Maar we nemen het mee. Maar we gaan ook gewoon door met de uitvoering, want daar hebben ook bewoners belang bij die daar wonen. Dank u wel. De voorzitter: Dat is al beantwoord, nu net geleden. Oké. 8. Actualiteiten uit de commissie 9. Verbonden partijen De voorzitter: De verbonden partijen. Mevrouw Boonstra volgens mij nog even. Gaat uw gang. Mevrouw Boonstra: Dank u wel, voorzitter. Kort en bondig, een vriendelijk verzoek om ook te komen naar de beeldvorming voor de commissie Ruimte van 9 april. Daar wordt het een en het ander aan informatie gedeeld over de Bleiswijkse Zoom en de Weide, wat eigenlijk voorheen bekend stond als ‘ t Ezelsbruggetje.
Maar ook wordt over bepaalde punten onze mening gevraagd en die meningen wil wethouder Muis meenemen naar het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling en te zijner tijd worden dan besluiten genomen in het algemeen bestuur. Dus het is wel zaak, vind ik, dat wij als commissie Ruimte daar gewoon tijd voor maken en er aanwezig zijn om de wethouder daarmee te helpen. De voorzitter: Dank u wel. 10. Rondvraag en sluiting De voorzitter: Even kijken. Dan gaan we verder, rondvragen. Hebben we niet? Sluiting. Kwart over tien, dat is nog netjes, dus met een aardige discussie zo links en rechts. Ik dank u voor de inbreng en wens u thuis. Tot de volgende sessie binnenkort.
36/36