CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV25.0018] Verslag Commissie Algemeen Bestuur d.d. 5 februari 2025

Commissie Algemeen Bestuur 12 maart 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering30.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Maar gaat het al iets ons opleveren? Dat denk ik wel. We moeten dit jaar nog gaan starten met voorbereidingen en zoveel mogelijk woningen gaan bestemmen voor onze eigen inwoners, jongeren, spoedzoekers en mensen met een economische of sociale band met Lansingerland. De wethouder zei dat hij morgen spade wilde gaan halen en dat in de grond steken op Bleizo. Om terug te komen op de vraag van GroenLinks of wij de wethouder naar huis willen sturen. Het antwoord is, ja. Wat ons betreft rijdt de wethouder zo meteen naar huis om een spade te halen in zijn schuur en die vanavond nog in de grond te steken op Bleizo-West. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duivesteijn. Mijnheer Ruijtenberg.

35/52

De heer Ruijtenberg: Ik had eigenlijk nog een kleine interruptie op de heer Duivesteijn. En dat is namelijk met wat hij nu net gedaan heeft, mag ik daaruit de conclusie trekken dat Leefbaar 3B ook uiteindelijk dit bestuursakkoord steunt? De voorzitter: Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Volgens mij heb ik op die vier punten zojuist een weging gedaan en daarbij geen beperkingen opgelegd aan het college. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Is het antwoord dus kortom, ja? De heer Duivesteijn: Dat kunt u raden. De voorzitter: Mijnheer Van den Beukel, interruptie van de heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Voorzitter, ik hou niet zo van raden. Ik heb liever heldere antwoorden. Ik heb hem twee vragen gesteld, voorzitter, collega Duivesteijn, kan hij daarop antwoorden? De heer Duivesteijn: Volgens mij ben ik op alle vragen van de commissieleden ingegaan. Dus daar ga ik niet verder op in. De voorzitter: Nog een keer, mijnheer Van den Beukel. Sorry. Even wachten, even wachten, het gaat hier even fout. Mijnheer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Voorzitter, dan herhaal ik mijn vraag of hij toch nog tevreden is met het feit dat de gemeente Lansingerland zijn recht op te procederen opgeeft? Hij zei eerder van niet. Is hij daar nu toch tevreden mee? De voorzitter: Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Ik heb procederen niet eerder genoemd.

We hebben wel vorig jaar opgeroepen om te procederen tegen de provincie om een doorbraak te forceren op BleizoWest. Het college heeft een doorbraak geforceerd op Bleizo-West. Daar zijn we enorm blij mee. Dat is voor ons de belangrijkste afweging. En de wethouder heeft zojuist aangegeven dat een eventuele procedure alleen technisch was. En als er bezwaren zijn om windmolens te plaatsen op bijvoorbeeld Kruisweg, dan gaan we vanuit dat daar diverse partijen gaan tegen procederen. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg, voor uw termijn neem ik aan. De heer Ruijtenberg: Nee, nee, nee. Ik was nog niet klaar met de interruptie. Ik had er nog eentje op de heer Duivesteijn. Dus, want ja, ik heb de heer Duivesteijn namelijk in het aanloop hier naartoe en in andere commissievergaderingen hele grote woorden horen gebruiken. En ook in de eerste termijn nog hele grote woorden, we gaan ons beraden, we gaan dit, we gaan dat. We weten van die steun, we zijn overal tegen, bladibladibla. Nou vraag ik hem gewoon een concreet antwoord. En als de heer Duivesteijn een beetje ballen heeft, op zijn Rotterdams gezegd, dan zegt hij ook nu concreet gewoon niet van, ga er naar raden of u kunt raden of, zeg gewoon ja of nee. Wees gewoon een vent en zeg het gewoon.

36/52

Dat zou u namelijk sieren, want dan toont u ook nu weer die grote woorden die u altijd heeft gezegd. Dus nogmaals, concrete vraag, steunt u het bestuursakkoord, ja of nee? De voorzitter: Mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Ik steun het ondertekenen van het bestuursakkoord. Ja, heel duidelijk. Dat heb ik zojuist ook nog uitgelegd. En het woord beraden heb ik niet opgenomen. Dus dat u daaraan refereert of iets dergelijks, dat is helemaal niet zo'n grote woorden. Nee, de zorgen heb ik uitgesproken van de fractie van Leefbaar 3B. En wat we nu gaan realiseren is 5000 woningen voor onze inwoners. En dat is het allerbelangrijkste wat we gaan doen. En ik heb aangegeven dat de fractie van Leefbaar 3B alle invloed gaat aanwenden om die windturbines te voorkomen. De voorzitter: Dank u wel. Naar wie gaan we? Wie nog in tweede termijn? Mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. De afgelopen periode hebben wij een aantal keer een soort gelegenheidscoalitie gevormd met GroenLinks en CDA. Met name om te hameren op tempo op dit dossier en zorgvuldige besluitvorming. Glas is wat ons betreft ook half vol. In die zin dat er licht aan het einde van de tunnel is en we nu uit een impasse lijken te komen. Maar half glas is voor ons ook half werk. Mijn vader zei altijd, geen half werk leven. Er ligt een overeenkomst voor die enig licht biedt aan het einde van de tunnel.

Maar wat ons betreft te veel open eindjes bevat en te weinig concreet is om daar nu mee in te stemmen. Dus dat doen wij op dit moment ook niet om die reden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Van Olst. Mevrouw Van Olst: Dank u wel, voorzitter. Het staat dus al vast en het kan niet meer veranderd worden. Ik begrijp dat het een enorm moeilijke puzzel is voor het college. Maar ik hoor wethouder Muis zeggen dat wind hiermee niet juist wel doorgaat of tegengehouden kan worden. Ook dat staat dus al vast. Waarom staat het er dan in? Wat heeft het dan voor nut? Ook dat er niet geprocedeerd kan worden, dat lijkt me voorbarig en niet juist. Ik kan hier dus niet mee instemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie heb ik verder nog? Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Nu wel voor de termijn. Ik ga hem heel kort houden, want ik heb nog maar 22 seconden. Ik proef hier in het huis, ondanks heel veel discussies erover, toch hele brede steun voor dit college. Ik wil ze feliciteren met dit bestuursakkoord. En ik roep u van harte op om aan die onderliggende dossiers, om daar werk van te maken. Maar vooral die N209, concretiseer dat, wees daar harder op. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan, wie nog meer? ChristenUnie nog? Dan heb ik iedereen gehad? Ja. Dan gaan we weer naar wethouder Fortuyn.

Beantwoording college De heer Fortuyn: Dank u wel, mijnheer de voorzitter en dank u wel raad en commissie in dit geval voor de brede steun. Die proef ik er dan wel uit. Er zijn wat vragen gesteld met name door het CDA over de financiële doorrekening. Uiteraard kunnen we die in geheim en in vertrouwen kunnen we die delen. Dus u begrijpt dat wij daar natuurlijk ook economische belangen bij hebben. Tegelijkertijd over die 36 hectare, ik heb al aangegeven dat wij

37/52

ruimte hebben gekregen ook vanuit de provincie vandaan om ook naar andere gebieden te kijken dan alleen maar Bleizo of Chrysantenweg. En andere locaties die hier nog voor in aanmerking komen. En wij komen met de lijst aan, de regie ligt bij ons. En we gaan daar de komende weken hard aan werken om dat te delen met de provincie. Daar moeten we ook samen met de provincie akkoord op krijgen. Maar we hebben er alle vertrouwen in dat op basis hiervan de 36 hectare ruimschoots is in te vullen. Wat betreft de procedure ga ik niet meer op in. Het is al aangegeven. En laten we inderdaad met elkaar ruim steunen dat het bestuur de ruimte krijgt om de onderhandelingen, het gesprek aan te gaan. En ook morgen te gaan beginnen. Het heeft al drie jaar geduurd. Ik heb het u net aangegeven. Het was een raadsbesluit van 2021. De nieuwe periode, we zijn drie jaar verderop. Volgend jaar hebben we verkiezingen. Laten we de hoepel nu nemen en de besluiten ook nemen. Het heeft lang genoeg geduurd. Ik ga die spade halen op advies van de heer Duivesteijn van Leefbaar 3B. En ik zal een persmomentje organiseren waarbij ik de eerste schop, althans spade, daar zal steken in de grond. En laten we eerlijk zijn, ik denk dat het heel mooi is die antwoorden, ik vind het ook heel mooi wat gezegd is ook door de heer Weerheijm en anderen van, we leggen de randen van de puzzel. Dat klopt.

En in die randen van de puzzel dan betekent het dat we naar een perspectief toe gaan werken. En als ik op deze wijze aan het einde van mijn periode in maart ‘26 afscheid kan nemen dat we de hoepels hebben genomen dan laten we met elkaar iets moois achter. Ik ben het met wat dat betreft met de heer Weertheijm helemaal eens. Weerheijm, sorry. Ja, Weerheijm. Excuus voor de T. Maar dat is een beetje Rotterdams, die T. Weerheijm, dat is waar. Ik zeg dan maar Brecht met een T. Maar het zou mooi zijn dat we dat perspectief achter kunnen laten. En dat we dan met elkaar een mooie toekomst met Lansingerland tegemoet gaan. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Ja, maar ik heb toch nog een interruptie. Dat zal een hele korte zijn, gezien de tijd die hij nog heeft, mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Een korte vraag aan de wethouder. De wethouder proeft duidelijk brede steun in deze commissie. Trekt u daarmee de conclusie dat u meteen morgenochtend bij het wakker worden de overeenkomst kan tekenen? Of betracht u nog even de zorgvuldigheid om de mogelijke motie vreemd van de heer Van den Beukel in de komende raad af te wachten? De voorzitter: Wethouder Fortuyn. De heer Fortuyn: Het zijn wensen en bedenkingen. En wat ik eerder aangegeven heb, we nemen de wensen en bedenkingen mee. Er is ook een vraag gesteld door GroenLinks, of door, nee, door de heer Azzouzi.

We nemen gewoon mee het sentiment. En we gaan de gesprekken aan, ook in het kader ook van het sentiment. En we gaan ook de belangen met elkaar delen. En we zullen tot een gezamenlijk besluit moeten komen. Het valt niet bij een motie of een amendement te amenderen of de motie in te brengen. Dus fijn dat we dat in de komende raad krijgen, maar, ja, ik ben van plan om morgen te tekenen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan zijn we nu aan het eind van dit…Oh, mijnheer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Kan de wethouder nog even reflecteren op of de verstandhouding nu beter is geworden met het college van Gedeputeerde Staten? De voorzitter: Wethouder Fortuyn.

38/52

De heer Fortuyn: Ik wil natuurlijk niet direct terugwijzen naar het feit dat wij het bestuursakkoord presenteerden bij RTV Lansingerland. U heeft mij zien staan daar met mevrouw De Koning. En het leek wel eigenlijk een soort huwelijksaankondiging. En dat is nog steeds dezelfde sfeer heeft dat nog steeds. De voorzitter: Oké, dan zijn we nu echt aan het einde. En ik moet zeggen, ik vond het een hele goede debat, een discussie. En ja, we zijn in ieder geval, de overeenkomst is voor minimaal vijf jaar. Of nee, voor vijf jaar. Het zou eerder afgelopen zijn als alle dingen voor elkaar zijn. Kan ook iets uitgesteld worden nog. Staat er allemaal in. Maar die vijf jaar, we zijn natuurlijk al heel lang bezig. Heel kort hoor, want we gaan zo weer verder. Maar toen deze gemeente ontstond in 2007 toen hadden we een waarnemend burgemeester Bas Eenhoorn. En die is in feite al begonnen met die Bleizo. Die is die gesprekken met Zoetermeer gestart. Dus zo lang loopt dat in dat gebied al de discussie. Dus daar komt nog een jaar of vijf bij. Dus dat is blijkbaar nodig in Nederland om dat op die manier te doen. Dat wou ik dan nog even gezegd hebben. En dan gaan we naar het volgende agendapunt. En dat is 5.b. Oké, ik ga even op verzoek van de wethouder ga ik even vijf minuten schorsen.

Schorsing 5.b Werkwijze voor het vormen van begrotingsvarianten De voorzitter: Wilt u de plaatsen weer innemen? Collegae, graag de plaatsen innemen. Ik heropen de vergadering. Aan de orde is agenda met 5.b werkwijze voor het vormen van begrotingsvarianten. Het betreft de voortgang van het proces voor de begroting 2026-2029. Tijdens de commissievergadering van 4 december heeft de raad het plan van aanpak voor dit begrotingsproces besproken. Vanavond staat de voortgang op de agenda waarbij wordt ingegaan op de werkwijze voor het opstellen van de begrotingsvarianten, het participatieplan en het benodigde projectbudget. In de beeldvorming van 29 januari heeft u een technische toelichting gekregen. Het college vraagt de commissie om haar zienswijze op voorgestelde aanpak. Dus, wie mag ik daarvoor het woord geven? Mijnheer Van Santen, VVD. Eerste termijn De heer Van Santen: Dank u wel, voorzitter. We hebben al eerder aangegeven dat wij, er zijn meerdere wegen naar Rome. We gaan het ravijnjaar tegemoet. En als dit een goede manier is om tot een goede begroting te komen, dan hebben we al eerder gezegd, dan steunen we die. Er staat, inhoudelijke ambities gaan primair en financiën zijn secundair. Het zal iets minder zwart-wit zijn, denk ik, zoals het er staat.

Want uiteraard, en zo is het ook toegezegd, alle financiële effecten met de cijfers uit de begroting van ‘25 staan er natuurlijk bij. Anders kunnen we geen enkele afweging maken. Dus zo lees ik dat maar. We gaan het ravijnjaar tegemoet. We zullen de broekriem moeten aantrekken. Dat vraagt ook een andere mindset in dit huis. En dan vinden we het wel een beetje jammer dat voor dit traject toch mogelijk 175.000 euro wordt uitgegeven. We hadden dat graag anders gezien, maar alla. Eén punt daar hebben we wel, dat willen we wel anders en we zijn ook benieuwd hoe andere partijen er tegenaan kijken. Dat gaf al wat discussie in de beeldvorming, of in ieder geval, het leidde tot vragen. En dat is dat het ambtelijke werkgroep heeft een maatschappelijk minimum gedefinieerd, boven het wettelijk minimum. En wij zouden graag het volledige inzicht willen hebben, ook in dat wettelijk minimum. Ik vind het prima om het maatschappelijk minimum ook te zien. Maar wij willen graag dat inzicht hebben, zodat we als raad de keuzes kunnen maken. En niet al gelijk bij het maatschappelijk minimum beginnen. Dus mijn verzoek aan het college, maar is ook aan andere partijen, of zij dat ook

39/52

zien zitten, dat het wettelijk minimum ook vermeld wordt voor het inzicht en de keuze die we kunnen maken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Santen. Dan gaan we naar mevrouw Van Splunter van GroenLinks. Mevrouw Van Splunter: Dank, voorzitter. Wij vinden het als GroenLinks goed dat we het op een andere manier gaan aanvliegen. Wij zijn ervan overtuigd dat, zoals het nu wordt voorgesteld, dat we veel betere integrale afwegingen kunnen gaan maken met elkaar. Om antwoord gelijk maar ook te geven op de vraag van de VVD, zoals wij het begrepen hebben is het wettelijk minimum moeilijk vast te stellen, omdat dat vrij interpretabel is. Dus wij gaan ervan uit dat als het gaat over dat maatschappelijk minimum, dat dat de basis is die in ieder geval een antwoord geeft op de minimale basis van welke gemeente wij willen zijn. Er kwam tijdens de beeldvorming nog wel een discussie op gang van, maar gaat het ambtelijk apparaat dan eigenlijk al politieke kleur geven aan dat maatschappelijke minimum? GroenLinks is ervan overtuigd dat eigenlijk met alle visies die wij hier hebben liggen, dat dat het uitgangspunt is om tot dat maatschappelijke minimum te komen. Dus nee, wij hoeven dat inzicht niet. Wij gaan uit van die maatschappelijk minimum en de varianten en kijken uit naar wat er in dit proces gaat gebeuren.

En het is een nieuwe exercitie waar wij vertrouwen in hebben. Ik had nog één vraagje, die 175.000 euro, is dat over de jaren heen of is dat per jaar? Gewoon even als idee. Oh, eenmalig. Check. Oh ja, tuurlijk, want dat gaat voor 2000. Laat maar, ik trek mijn vraag in. Hoeft niet in het verslag. De voorzitter: Even stop, even stop. Zo discussiëren we niet, wethouder. Oké. Dus die vraag ligt daar gewoon nog. Dat was het einde van uw…Oké, gaat uw gang. Mevrouw Van Splunter: Nee, mijnheer de voorzitter, ik wilde toch even in mijn termijn alsnog mijn vraag terugtrekken. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Jonker. De heer Jonker: Dank u wel, voorzitter. Het is al door collega's gememoreerd en ook in de commissie hebben we het uitgebreid besproken waarom we een andere werkwijze hanteren ten aanzien van de begroting. Dus dat ga ik niet herhalen. Wel heeft D66 ten aanzien van het voorstel wat er ligt nog een aantal opmerkingen en vragen. En dan ga ik ook gelijk in op het punt van de heer Van Santen.

Allereerst, wat is de reflectie van het college op het verloop van de participatieavond op 27 januari? En hoe zorgen we ervoor dat die uitkomsten goed worden meegenomen in de verschillende varianten? En daar bedoelen we mee, hoe maken we expliciet wat vanuit de organisatie komt en wat vanuit de maatschappij komt met betrekking tot input? En maken we daar onderscheid in of zitten daar verschillen in? Maken we dat zichtbaar? Dan ten aanzien van een vraag die wij ook hadden ten aanzien van de basislaag. Er staat nu dat de basislaag staat voor het maatschappelijk minimum. Wat ons betreft is het maatschappelijk minimum, wettelijke taken plus een aantal andere onderdelen. Want heel vaak is het wettelijk minimum voor mensen zoals hier wonen, onze inwoners, helemaal niet een acceptabel minimum. Dus misschien kunnen we daar ook in de voorbereiding nog wat meer inzicht in geven, zodat we goed met elkaar snappen wat het maatschappelijk minimum is. Voor ons is het maatschappelijk minimum een goed uitgangspunt. Want ik weet niet, een wettelijk minimum kan ook heel theoretisch zijn. Het kan iets zijn wat juridisch dan het minimum is, maar wat echt totaal onwerkbaar is. Dus ik sluit me graag aan met de eerdere woorden dat het maatschappelijk minimum, wat ons betreft, het moet zijn. Maar misschien dat dan wel goed toelichten ook in de verdere uitwerking.

Dan nog een vraag ten aanzien van het weegbaar maken van de varianten. Zoals

40/52

aangegeven, die financiën worden in eerste instantie niet meegenomen. Daar hadden we toch nog wat discussie over van, hoe gaan we dan die varianten wel vergelijken in dat hele proces? Want die financiële kant is toch wel een belangrijk punt. Misschien kan daar kort op gereflecteerd worden? 175K, ik vind dat we moeten stellen in onze rol als raad, is zoveel echt nodig? Misschien kan nog enigszins ingevuld worden, toegelicht worden wat dat omvat. En of dat niet minder kan. Dat klinkt misschien wat zuinig, maar ja, we leven nu eenmaal in financiële krappe tijden. En als laatste, in het stuk staat beschreven dat er een heleboel varianten worden ontwikkeld. Er wordt gesproken over acht varianten. We vinden dat toch wel erg veel. Want A, maakt het kiezen moeilijk. Maar de keuzes maken dat ook niet scherper. Ik denk, misschien moeten we wel terug naar minder dan acht varianten. Wij zelf zouden meer in de richting van vijf varianten denken. Want dan heb je gewoon iets grotere, iets duidelijkere keuzes. Minder discussie. En dan wordt het debat denk ik gewoon wat scherper en wat beter. Maar misschien kunt u daar nog op reflecteren. Los van genoemde opmerkingen en vragen zien wij uit naar de verdere uitwerking en werken we natuurlijk enthousiast mee aan verdere vervolgstappen om dit met elkaar tot een succes te maken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jonker.

Dan gaan we naar de heer Jansen van WIJ Lansingerland. De heer Jansen: Dank u wel, voorzitter. WIJ Lansingerland is ook voor het maatschappelijk minimum om dat aan te houden, met wat inzicht, wat dan echt de toplaag daarop is. Dus we hoeven niet het wettelijk minimum compleet inzichtelijk te hebben. Ik sluit me aan bij de heer Jonker, ook acht varianten, dat is te veel. In onze ogen vier, vijf, maximaal. Want we moeten een integrale afweging kunnen maken als raad. En daar zal zoet bij zitten, net als in het vorige dossier, en daar zal zuur bij zitten. En als je te veel varianten hebt, dan heeft iedere fractie zijn eigen variant en dan gaan we er niet uitkomen. Dus een echt beroep op de wethouder en de organisatie om terug te gaan naar een minimum aantal varianten. En vier, vijf lijkt ons een goede richting. 175k, het is 175k, maar soms moet je ook een spierinkje uitgooien om een kabeljauw te vangen, om er nog maar een ander spreekwoord in te gooien. Dus het is wat het is en wij kunnen er op dit moment mee leven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Azzouzi PvdA. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Wat betreft het proces, daar staan we achter. En we vinden het goed dat wij dat gaan doorlopen op een andere manier. Want de uitdagingen zijn groot die ons te wachten staan.

Ten aanzien van dat maatschappelijk minimum, we zaten zelf te worstelen daarop. Maar we zien hem eigenlijk als dat wettelijk minimum is heel discutabel. Dus het gaat erom dat wij wettelijke verplichtingen hebben. En de manier waarop wij dat uitvoeren kan verschillen. Daar zit ook een grijs gebied. Dus we zien dat maatschappelijk minimum ook aan de hogere kant, maar kan ook aan de lagere kant zitten. Dus dat is minder of meer. Dus beide kanten. Dus vandaar dat wij erop vertrouwen dat de organisatie een maatschappelijk minimum gaat presenteren en dat ik heb begrepen dat wij nog de mogelijkheid hebben om dat te kunnen aanpassen of amenderen. Dus die keuze is er nog. Wil ik ook vragen aan de wethouder of dat nog zo is? Voor het aantal varianten, hoe meer hoe beter. Dan kunnen wij wel keuzes maken en dan worden wij niet beperkt dat wij voor een variant of vijf varianten, één variant gaan kiezen waarin ook andere componenten zitten die wij eigenlijk niet willen. Dus we zijn eigenlijk voor die acht varianten. De voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Jansen.

41/52

De heer Jansen: Een vraag aan de heer Azzouzi. In vergelijking met het vorige agendapunt, waar we vijf dingen zagen die integraal bezien moeten worden. Als we vijf dingen los gaan zien, dan kom je tot een heel andere conclusie dan dat je iets integraal gaat afwegen. En dan is het samenvoegen van bijvoorbeeld wonen en bereikbaarheid of wonen en werken, ziet u niet dat u dan een betere integrale afweging kunt maken dan dat u alleen naar wonen kijkt of alleen naar werken kijkt of alleen naar sociaal kijkt? De voorzitter: Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Ik zie het eigenlijk als argument voor wat ik zeg, want elke fractie heeft zijn accenten. Voor ons is het sociaal domein is onbespreekbaar en voor anderen is het fysieke domein of veiligheid. Dus op die manier willen we eigenlijk meer varianten hebben. Dan kunnen wij dan ook nog combineren met varianten. Dus niet dicht gooien in een aantal varianten, want dan moeten wij kiezen voor één en de rest niet. Dus ik wil gewoon die mogelijkheid blijven houden. De voorzitter: Ik heb nog een interruptie van de heer Jonker. De heer Jonker: Ik heb ook wat methodologische twijfels bij wat u nu zegt. Want in feite, als we dan even doorredeneren, dan kunnen we het heel simpel doen, dan maakt iedere fractie gewoon zijn eigen variant. En dan stemmen we allemaal voor onze eigen variant. Nee, ik wil er geen parodie van maken.

Ik wil het niet gekkigheid doen. Maar het idee van een variant is juist dat je dingen integreert en dat je met elkaar een aantal hoofdkeuzes met elkaar kunt bediscussiëren. Dus dan snap ik niet dat u zegt, we willen tien varianten of acht varianten. Dan wordt het proces toch niet beter? Ik snap dat niet helemaal. De voorzitter: Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Volgens mij wat ik bedoelde, dat wij meer keuzes hebben. En varianten, als je minder varianten gaat opstellen, dan word je beperkt. Dan moet je het, take it or leave it. En wat ik dan begrijp, meer varianten, dat je meer keuzes hebt. De voorzitter: Mijnheer Jonker. De heer Jonker: Als het nog één keer kort mag, maar het is meer een opmerking dan een vraag. Ik denk niet dat we het helemaal eens worden. Maar ik ben bang dat we dan gewoon terug gaan naar het knoppenboek wat we vroeger hadden en waar we aan konden draaien. De voorzitter: Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Voorzitter, de organisatie zegt dat zij acht varianten kunnen voorbereiden. Dan ga ik ervan uit, dan wil ik dat zien. Het is niet tastbaar, ik zie het niet, ik weet niet hoe dat eruit komt, dus ik wil het wel zien. En u wilt het nu gaan beperken, daar sta ik niet voor. De voorzitter: Een interruptie heb ik nog van de heer Jansen. De heer Jansen: Dan wil ik nog even wat verder duidelijkheid van de heer Azzouzi.

Ik hoop dat de heer Azzouzi beseft dat we in mei, juni een beslissing nemen over de variant of de variant of over de varianten en dat daarmee in principe de weg naar de begroting vast ligt. Dus als we geen duidelijke integrale afweging kunnen maken in mei, juni, dan hebben we

42/52

een probleem. Dan moet er toch een breed pakket liggen van een gecombineerd pakket en niet van pilaren. We leven toch niet in de verzuilde samenleving meer. De voorzitter: Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Ik weet heel precies hoe dat werkt. In mijn beleving, er komen gewoon varianten en dan kunnen we ook een integrale afweging maken. Ik snap de interruptie van de heer Jansen niet. De voorzitter: U was klaar met uw termijn, mijnheer Azzouzi? Dan gaan we naar de heer Oostdijk. De heer Oostdijk: Voorzitter, dank u wel. Allereerst complimenten voor het college en de ambtelijke organisatie voor het voortvarend oppakken van deze forse klus. ChristenUnie kan zich in grote lijnen vinden in de voorgestelde aanpak. Het is voor ons allemaal een nieuw traject en we zullen dus ook moeten gaan ervaren in de praktijk hoe het gaat verlopen. En dat betekent dus ook, wat ons betreft, dat je niet alles precies van tevoren kan weten of moet dichttimmeren. Niettemin willen we wel een paar opmerkingen maken. In de brief van het college wordt ingegaan op drie onderdelen. Wat de werkwijze betreft hebben we, net als een aantal van mijn voorgangers, vraagtekens vooral bij het bepalen van het maatschappelijk minimum.

Wat is dat nou precies? En hoe voorkom je dat je straks niet alleen over de verschillende varianten gaat discussiëren met elkaar, maar ook over dat maatschappelijk minimum? Bij voorkeur zouden we dat moeten voorkomen wat ons betreft. En ons beeld is dat dit maatschappelijk minimum het minimale is wat de wet voorschrijft. Maar daar waar de wet ruimte biedt voor eigen interpretatie, moet dit wel duidelijk worden aangegeven in het maatschappelijk minimum. Verder begrijpen we dat in de eerste fase de financiën niet leidend zijn. Maar een grove doorkijk naar de financiën zou wat ons betreft wel een belangrijke voorwaarde moeten zijn voor een goede discussie. Het participatieplan ziet er wat de CU betreft prima uit. En goed om te horen dat er veel belangstelling was op de beeldvormende avond van 27 januari. Waar we in dit verband nog wel benieuwd naar zijn is hoe de opbrengst van die avond, iemand anders zei het ook al, wordt meegenomen in het bepalen van de verschillende varianten. Onze indruk is namelijk dat met de inwoners en organisaties vooral is gesproken over hoe bepaalde voorzieningen anders georganiseerd zouden kunnen worden als er minder geld beschikbaar is. Maar dat is in onze beleving nog net wat anders dan het bepalen van een aantal varianten.

Of gaat het college de input vanuit inwoners en organisaties straks ook vermelden bij de verschillende varianten? Bijvoorbeeld, variant A is de variant waarbij het meest wordt bezuinigd, maar vanuit inwoners en organisaties worden wel mogelijkheden gezien om dit op te vangen en dingen anders te organiseren. Misschien kan de wethouder wat toelichten hoe die input bijdraag in het bedenken van de varianten. En dan tot slot over het projectbudget, dat is wat ons betreft akkoord om dat zo te doen. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Philippens van Leefbaar 3B. De heer Philippens: Dank, voorzitter. Ook bij ons algemene tevredenheid over het proces. We zien veel ambtelijke inspanning, maatschappelijk middenveld wordt betrokken. We hebben als Leefbaar het gevoel dat hiermee de onderste steen boven komt qua informatie en dat we hierdoor zo optimaal de juiste keuzes kunnen maken richting de toekomst. We zijn ook wel blij met het gebruik juist van het college van de financiële ruimte die we als raad bieden. We denken dat we dit bedrag dubbel en dwars terug gaan verdienen door de juiste keuzes die we gaan maken. Tweetal spanningen of risico's wat we als het Leefbaar zien en die we toch even mee willen geven. De eerste is al benoemd, het voorwerk wat

43/52

gedaan wordt. We hebben het over maatschappelijk minimum, de verschillende varianten. Er zit gewoon een risico op als er al grote politieke keuzes misschien al in gemaakt worden of er weinig ruimte wordt gegeven. Dat is het grootste risico in dit traject als er in de raad dan twijfel daarop ontstaat, dan krijg je een moeilijk debat in 7 mei. Maar tegelijkertijd willen we als Leefbaar ook de ruimte aan het college geven en de ambtelijke organisatie en de expertise maximaal inzetten. Dus vertrouwen dat dit goed uitgewerkt wordt, maar let hier dus ook goed op. Dat is ook een reactie op de VVD, dus het verder inzicht op die maatschappelijk minimum hebben wij niet nodig op dit moment. Richting D66, die hoeveelheid varianten. Wat mij betreft leggen we dat vooralsnog even in de ambtelijke organisatie die daar een goede inschatting op kan maken. Laatste risico, door de heer Oostdijk ook al benoemd, financiën. Belangrijk dat ook dat mee wordt genomen. Inhoud is leidend, maar financiën absoluut mee, want we hebben als Leefbaar geen trek om luchtkastelen te gaan bouwen. Dus dat we beslissingen nemen die uiteindelijk gewoon niet realiseerbaar zijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Philippens. Dan gaan we naar, verder nog iemand? Mijnheer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Klopt, voorzitter. Kort.

In grote lijnen steunen we het voorstel van het college als CDA. Prima. Sluit me aan bij de heer Van Santen over het wettelijk minimum. Sluit me ook aan bij de vraag van de heer Jonker over de bijeenkomst 27 januari en wat ermee gebeurt. Ik heb daar wel wisselende verhalen over gehoord. Er waren mensen die erbij aanwezig waren die enthousiast waren over de geboden mogelijkheid, dat het goed was. Maar ook mensen die zeiden, ik heb het als sturend ervaren. Ik heb daar zelf geen, ben er niet bij aanwezig geweest. Maar ik wil maar eventjes aangeven dat het, mijn beeld is wisselend. Ik vind het vooral belangrijk dat inderdaad de input op een goede manier gebruikt wordt. Daar gaat het uiteindelijk om. Voorzitter, het is even gegaan over geld. Ik heb twijfels erbij of dat nodig is. En niet zozeer vanwege het geld zelf, maar het wordt wel rijk opgetuigd. Eerder al, toen het eerste voorstel kwam hiervoor, hebben we ons daar schoorvoetend bij aangesloten, omdat we het belangrijk vinden om de maatschappij te horen. Maar wel met die zorg dat het te groots en meeslepend zou worden. En als dan die financiën daar een uiting van zijn, dan zijn we daar ook wel kritisch op. Dus we zouden ook wel de wethouder willen vragen om het niet te groot op te tuigen. We gaan het anders doen dan voorheen. We gaan de maatschappij met name horen. Dat is voor ons belangrijk. We gaan over varianten praten.

Dat is voor ons belangrijk. Maar ik hoop dat verder niet teveel drukte wordt veroorzaakt, met name intern. Omdat ik goed weet hoeveel tijd het ook vraagt, ook van beleidsambtenaren die eigenlijk bezig zijn met het uitvoeren van de begroting die we hebben vastgesteld voor dit jaar. Ik zou het jammer vinden als zij veel van hun tijd hieraan moeten besteden. Ik deel overigens niet de vrees die ik hier op de linkerzijde hoorde dat het jammer zou zijn als we terug gaan naar het knoppenboek. We hebben goede ervaringen met het knoppenboek. Het biedt juist inzicht en grip aan de raad op uiteindelijk de impact van financiële keuzes. Dus we kijken daar helemaal niet kritisch naar. Sterker, we zouden het heel zonde vinden als we dat instrument hier van de tafel laten vallen. Dat is niet onze inzet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we aan het eind van de eerste termijn van de zijde van de commissie. Dan gaan we naar wethouder Fortuyn. Beantwoording college De heer Fortuyn: Dank u wel, mijnheer de voorzitter en dank u wel commissieleden voor uw inbreng. Ik beluister ook grote steun voor de aanpak die wij voorstaan met elkaar. Daar ben

44/52

ik heel blij mee. Dat geeft ook ambtelijk een ruggensteun. En er zijn een aantal kritische vragen gesteld die denk ik ook terecht zijn. Even ten aanzien van wat u allemaal aanduidt is over, wat nou die maatschappelijke minimum is. Ook dit onderwerp komt aankomende donderdag in de commissie samenleving boven water. Dit heeft wel wat teweeg gebracht, het maatschappelijk minimum. Het wettelijk minimum, ik probeer het ook hier even voor u uit te leggen, want u bent niet allemaal bij de commissie samenleving, bestaat in principe niet. Wettelijk minimumloon, dat wel. Dat is keihard. Het is omkaderd en dat heb je uit te keren. Zo simpel is dat. Maar in allerlei uitkeringen binnen het algemeen, algemene uitkeringen, denk aan Wmo of Jeugdwet, zijn het kaderwetten. En die zijn ook deels lokaal in te vullen. Wat is dan adequaat niveau? Wat verstaan we onder veiligheid? Welk niveau van veiligheid wil je hebben? Voorbeeldje te noemen, als wij voor de ouderenzorg, vervoer ouderen, je zal in de stad wonen en je hebt een bushalte voor je deur. Of je zal op het platteland wonen en je hebt geen bushalte voor de deur. Dan is denk ik in de stad een andere manier van vervoer regelen aan de orde dan degene die op het platteland woont. En gaan we die op het platteland gaan we die halen met een limousine en privéchauffeur of wordt die met paard en wagen weggebracht.

Ik bedoel, ik chargeer, ik maak het een beetje extreem om aan te geven wij zijn verantwoordelijk voor het ouderenvervoer naar X, Y of Z toe. En daar zit die ruimte in. Dat is het grijze gebied. Wat vinden wij adequaat? Met andere woorden, u krijgt straks met elkaar richting perspectiefnota en de scenario's, de discussie eerst inhoudelijk, wat voor gemeente willen wij zijn? En dat is denk ik door dit soort aanduidingen die we doen. En daar waar we het wettelijk minimum kunnen kwantificeren in geld, dan doen we dat ook, want dan heeft het ook een basis. Maar het zal heel veel gaan om een budget waarvan een soort kern is om die zorg te verlenen, maar er zit een extra surplus op wat het grijze gebied is wat ik u net heb aangegeven. Dat geldt ook voor je dienstverlening. Er zegt niemand dat wij vier dagen, vijf dagen in de week open moeten zijn. En ook twee avonden. En nog een bus moeten hebben om even naar de inwoners te gaan. Dat zijn precies diezelfde verhalen. Je hebt een budget en willen we met die bus naar de inwoners? Of willen we twee avonden open zijn? Daar gaat het straks om, maar het gaat uiteraard om die grote stappen. En wij denken met vijf, acht varianten, dat zal zich moeten uitkristalliseren, u in ieder geval voldoende instrumenten te geven.

En in antwoord ook op de heer Van den Beukel over knoppenboek of andere, het zal niet meer zo uitgebreid zijn, het zal meer geclusterd zijn, maar u krijgt het knoppenboek. U krijgt het instrumentarium om, wat houdt het in, wat voor gemeente willen we zijn? En u krijgt ook de financiën erachter. En dat wordt vertaald in de perspectiefnota. En die perspectiefnota, die is uiteraard met moties te larderen. En ook met amendementen, zoals het voorheen ook was. Want uiteindelijk, u kent mijn standpunt, de hygiëne van Plu, deze begroting is niet meer van het college, maar nou van u. U bent budget. De voorzitter: Ik ga u onderbreken voor een interruptie van de heer Van Santen. De heer Van Santen: Altijd goed om die laatste zin te horen. Maar u zegt gelukkig, want er waren een aantal partijen die ernaar vroegen, dat de financiën er wel degelijk bij zitten. Dat kan ook bijna natuurlijk niet anders, dus dat is fijn. Alleen, ik vroeg me nog wel even af, ook zo door alle vragen van iedereen, daalde dat even bij me in. De cijfers van de begroting ‘25 worden gebruikt. Dan wordt er een soort eerste keuze gemaakt voor een variant, college en raad doet dat op 7 mei. Dan gaan we een aantal maanden verder en dan blijkt ineens dat de cijfers van in ‘25, dat is heel anders richting ‘26.

Wat voor effect heeft dat dan op zo'n variant? Want dan krijg je waarschijnlijk, als we dat hadden geweten, dan et cetera. Dat wil je denk ik niet. Dus hoe gaat u om met die cijfers die heel anders kunnen gaan worden? De voorzitter: Wethouder Fortuyn.

45/52

De heer Fortuyn: Als u het weet, weet ik het ook. Het is natuurlijk een geweldig ingewikkelde puzzel, als je inderdaad een begroting maakt die deels op drijfzand gebaseerd is. Dat is natuurlijk helemaal zo. U weet zelf ook wel, we hebben net de decembercirculaire met elkaar gedeeld en dan komt er uit de verrassing uit de hoed over ‘23, ‘24 en in richting ‘25 komt er 1,3 miljoen extra uit. Als we dat geweten hadden in september, oktober, november afgelopen jaar, had u misschien wellicht andere keuzes gemaakt. Maar zo zit eenmaal die Rijksbegroting op dit moment in elkaar. Wij gaan naar beste eer en geweten met u de juiste informatie delen. En gaandeweg ook, dat hebben we altijd gedaan, in de maanden augustus verder fijn slijpen. En we zullen met u alle informatie delen om tot de juiste keuzes te kunnen komen. De voorzitter: Dan ga ik weer naar de heer Van Santen voor een interruptie. De heer Van Santen: Van dat drijfzand, daar word ik niet echt gelukkig van. Kijk, wat toch wel een verschil is met de vorige keer, denk ik, maar misschien heb ik het mis, nu gebruiken we de cijfers van de begroting ‘25. En natuurlijk weet je niet alles, ook niet in het oude jaar, maar er werd een inschatting gemaakt van, hoe gaan we richting ‘26, zou dat dan nu zijn. Dus dat is wezenlijk anders, lijkt me. Dus dat is mijn vraag van, hoe ga je met dat verschil om? De voorzitter: Wethouder Fortuyn.

De heer Fortuyn: We zullen sowieso ‘26 en verder, want daar gaan we het inderdaad over hebben, zullen we mede baseren over de informatie die we hebben, ook nu hebben, in de decembercirculaire, dat gaat zich verder verwerken. Er staat ook in de septembercirculaire wat de effecten zijn richting ‘28. We gaan zelfs verder kijken dan ‘26, we gaan zelfs richting ‘28 kijken. Dat is ook van die varianten. We gaan echt rekening houden met de potentiële kansen die er financieel al op ons afkomen. En we zullen zo goed mogelijk op een actuele basis de varianten met u delen. En dat zal uiteindelijk tot een begroting leiden, ‘26 en verder. Nog even een belangrijke vraag. Er werd ook een vraag gesteld door D66. Die was een groot voorstander van de burgerparticipatie. De voorzitter: Ik heb nog even, voordat u verder gaat, een interruptie van de heer Oostdijk. De heer Oostdijk: Ik zei net zelf in mijn termijn, we moeten niet alles willen weten aan de voorkant, maar toch nog even een verduidelijkende vraag over dat maatschappelijk minimum. Begrijp ik het nou zo dat, u zei, soms zijn het kaderwetten en is niet gewoon heel strikt duidelijk wat je moet doen, dan kun je het adequaat invullen.

Zijn dan de verschillende varianten, geeft dat dan aan de manier waarop dat adequaat wordt ingevuld? Moet ik het zo zien dat variant A bij wijze van spreken de 10 kilometer is vervoer, variant B de 20 kilometer? Levert dat de verschillende varianten op of zie ik het dan verkeerd? De voorzitter: Wethouder. De heer Fortuyn: Ik kan daar nog even onvoldoende inkleuring aan geven, want dan zou ik al de antwoorden hebben. En in de commissie Samenleving wordt hier ook weer over gediscussieerd. Het zal natuurlijk langskomen. Dat denk ik wel. Het gaat ook om dienstverlening. Hoe ver ga je met je dienstverlening? We hebben natuurlijk met elkaar ook gesproken over allerlei andere bezuinigingen in het verleden. Dit zal inderdaad wel geadresseerd worden. Maar hoe exact en welke kleur…Maar goed, ik kan het ook straks even

46/52

vragen via de voorzitter aan de ambtelijke ondersteuning rechts van mij. Maar ik heb daar niet eenduidig een antwoord op. De voorzitter: Ik heb nog een interruptie van de heer Jansen. De heer Jansen: Dank u wel, voorzitter. Dan probeer ik de vraag van de heer Oostdijk misschien even anders te stellen om tot hetzelfde antwoord te komen. Als we een aantal varianten hebben, is het maatschappelijk minimum in iedere variant hetzelfde? Of varieert het maatschappelijk minimum per variant? Ik denk dat dat de vraag van de heer Oostdijk was. De voorzitter: De wethouder. De heer Fortuyn: Er wordt in mijn rechteroor geroepen dat het overal hetzelfde is. Dus we gaan wel appels met appels vergelijken en peren met peren. En inderdaad, we gaan de trap naar beneden af. Dat klopt. Maar het heeft wel verschillende scenario's met verschillende effecten in de verschillende domeinen. Dat wel. Als dat het antwoord is wat u zocht, dan is dat bij deze gegeven. Ik was één vraag verschuldigd. Dat ging over die participatie. Er is 27 januari participatie geweest. Ik ben er zelf bij geweest. Ik vond het een zeer levendige avond. En ik was ook blij met het feit dat er een hele brede vertegenwoordiging was uit heel veel geledingen van onze samenleving. Daar was ik sowieso al blij mee. Dat valt niet altijd mee als je het over een onderwerp hebt. Breed vertegenwoordigd.

Sterker nog, de 70 waar wij voor opgeroepen hebben, leverden zelfs een soort semi-wachtlijst op. Dat was op zich natuurlijk al fijn om te horen. We gaan dit per groepje, we hadden iets van acht werkgroepen, gaan we dat in verslag ook terugkoppelen ook aan u. Wij gaan de rode draad proberen te pakken uit die gesprekken. En die rode draad is ook een leidraad, omdat wij bij Lansingerland Peilt, gaan we ook een enquête uitzetten. En het zou natuurlijk vreemd zijn als we deze enquête en de antwoorden daaruit en de wellichte conclusies die we kunnen trekken, onvoldoende meenemen in het verdere verloop van dit proces naar de perspectiefnota en de verdere opbouw naar de begroting. Dat even in antwoord op die vraag. En ik denk dat ik alle vragen op dit moment beantwoord heb, behalve de 175.000 euro. Daar waar we het niet nodig hebben, zullen we het ook niet inzetten. Maar er is voorlopig een budget opgenomen voor burgerparticipatie en de enquête en het laten vertalen van die enquête naar A, de juiste vragen, maar ook B, welke conclusie kun je trekken. Want daar zijn we niet altijd even goed in, dan moet je echt een specialist laten doen. En B, wij hebben natuurlijk ambtelijk extra inzet nodig om het hier ook goed voor elkaar te krijgen, want alleen maar op de afdeling financiën leunen, dat gaat niet. Dus dat is de reden.

Maar hebben we het niet nodig, dan zullen we het zeker ook niet inzetten. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Gaan we naar de tweede termijn? Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Ja, wel het geval. Mijnheer Van den Beukel. Tweede termijn De heer Van den Beukel: Ja, één opmerking nog. Dank u wel, voorzitter, ook voor de toezegging, voor de verduidelijking dat er alsnog een vorm van een knoppenboek gewoon wordt gemaakt. Dat zeg ik ook omdat ik me toch wat zorgen maak over discussies over, wat voor gemeente willen we zijn. Eerder aangegeven in dit traject, we hebben gewoon veel beleid op vlak van mobiliteit, de voorbeelden van de wethouder, wat we willen met OV, wat we willen met leerlingenvervoer en dergelijke. En als je het tot een nog hoger abstractieniveau tilt dan dat, ga je voor je het weet al ons beleid ter discussie stellen en ga je ook uiteindelijk heel veel filosofische gesprekken hier voeren die vast zinnig zijn, maar

47/52

niet als we het hebben over uiteindelijk een begroting sluitend maken. Dus die waarschuwing die geef ik hier en daarmee dank ik u. De voorzitter: Ik denk dat die wel overkomt. Dan is duidelijk dat de fracties hun zienswijze ten aanzien van dit voorstel, ten aanzien van dit onderwerp, hebben meegegeven aan het college. 5.c Brief college uitvoering motie 80 jaar vrijheid De voorzitter: Dan kunnen we doorgaan naar agendapunt 5.c. Dat is de brief van het college uitvoering motie 80 jaar vrijheid. Dat is tijdens de gemeenteraadsvergadering van 19 december jongstleden is deze motie unaniem aangenomen. De raad heeft het college verzocht om in samenwerking met Historische Verenigingen en Oranjeverenigingen een passend programma op te stellen voor de viering van 80 jaar vrijheid op 5 mei. Daarbij is een financiële richtlijn meegegeven van 80 cent per inwoner, wat neerkomt op een bezit van zo'n 50.000 euro. Wie mag ik daarover het woord geven? Eerste termijn De heer Halkes: Dank u wel, voorzitter. Het CDA Lansingerland is tevreden met de brieven van het college en het voorstel om ontbijten in de kern plaats te laten vinden en niet hier voor op de parkeerplaats. Maar, voorzitter, in onze eerdere inbreng hebben we ook gezegd dat we de vrijheid niet alleen moeten vieren, maar ook moeten herdenken. Door bijvoorbeeld in aanloop naar 5 mei iets te doen met de scholen in onze gemeente.

Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat de Historische Verenigingen een goed verhaal kunnen houden op de scholen over hoe de bevrijding van onze dorpen eruit hebben gezien. Zou het college die vraag nog kunnen meenemen richting de verenigingen? Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Markus. De heer Markus: Voorzitter, wij hebben die moties van harte ondersteund en we hebben er alle vertrouwen in dat het college dit naar alle wijsheid die zij bezit, dit goed gaat inzetten. De voorzitter: Wel, dan gaan we naar de heer Jansen. De heer Jansen: Dank u wel, voorzitter. Goed dat er geld is vrijgemaakt voor 80 jaar vrijheid te vieren. Ook goed dat er een beperkt kader is meegegeven, namelijk het organiseren van het ontbijt. Voor onze fractie is dit een hamerstuk. Wel een vraag aan het college, is er onderzocht of er een beroep gedaan kan worden op het zogenaamde V-fonds, het Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranen, die dit initiatief volgens ons subsidieert? Dank u wel. De voorzitter: Even voor de helderheid, het is geen raadsvoorstel hoor. Mijnheer Philippens. De heer Philippens: Voorzitter, twee vraagjes voor het college. Er wordt nu een decentraal ontbijt gerealiseerd. Een reden, er zouden te weinig mensen komen. Ik begrijp dat tien jaar geleden dat er erg veel mensen en dat het een groot succes was, het centrale ontbijt.

Dus waarom nu niet? Of het college daarop kan reageren? Voorheen was de reden, beperkte politie-inzet. Maar nu lijkt het, weinig mensen. En ook is daar met de partners overleg over geweest? Dat is vraag één. En vraag twee is, tien jaar geleden zijn we ook bezig geweest

48/52

met het bevrijdingsvuur. Dat zie ik nu niet terugkomen, is dat ook overwogen? En eventueel ook in de afstemming met de partners? Daar wil ik het bij laten, voorzitter. Dank. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Weerheijm. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Vanuit onze kant eigenlijk geen opmerkingen, behalve dat volgens mij de tijd niet terug is gezet van het vorige bespreekpunt. Dus ik wilde eigenlijk zes minuten lang hier over volpraten, maar dat kan niet, dus ik heb nog maar twee minuten. Nee, maar voor de rest geen opmerkingen. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mevrouw Van Splunter. Mevrouw Van Splunter: Ook wij, bedankt voor de update. Mooi vooruitzicht en aan de Oranjeverenigingen en de Historische Vereniging om er iets moois van te maken. En ik voel de vrijheid om dit initiatief enorm te steunen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Dank u wel, voorzitter. We hebben er alle vertrouwen in dat het college samen met de maatschappelijke organisaties hier een mooi feest van maakt voor de hele gemeente. Dank u wel. De voorzitter: Wie mis ik nou nog? VVD? Mevrouw Van Bakel: Natuurlijk van harte. Ik hoop dat er een mooie dag van wordt gemaakt. En dat er ook stil wordt gestaan bij het feit dat onze jongeren niet altijd alle informatie meer geloven uit de geschiedenisboeken, maar met name TikTok.

Dus wellicht dat daar ook nog een beetje aandacht voor kan zijn. En daarbij wil ik het bij laten. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan ga ik naar wethouder Cnossen. Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Dank u, voorzitter. Dank aan de commissieleden voor hun commentaar op de brief. Daarom hebben we hem ook even voorgelegd om te checken van, is dit wat u verwachtte? De heer Halkes gaf aan een suggestie om aan de Historische Verenigingen mee te geven. Dat is wat mij betreft ook echt een suggestie. Want het college heeft wel gemeend de Oranjevereniging en de Historische Verenigingen zelf te laten bedenken hoe ze het willen doen. Behalve dat kader van het ontbijt. Maar we zullen dat meegeven. De heer Jansen van WIJ vroeg ook naar het V-fonds. We zullen dat nog eens even bekijken of daar nog een beroep op kan worden gedaan. De fractie van Leefbaar dacht toch weer terug aan het centrale ontbijt. Vanuit het college is erover nagedacht van, hoe kun je de samenleving nou het beste in positie zetten om iets te regelen? Als je dat hier centraal gaat doen, dan zal er toch ook hier vanuit het huis meer geregeld worden. En ik weet niet hoe u het vindt, maar ik vind in Bleiswijk op Koningsdag fantastisch. Dat gebeurt gewoon. Hoeven wij geen vinger voor uit te steken. Dus op die manier willen we het graag wegzetten.

Ook de Oranjeverenigingen en de Historische Verenigingen zelf hun dingen te laten bedenken. Het bevrijdingsvuur vroeg u nog naar. Mijn ervaring is dat het altijd een initiatief uit de samenleving is. Maar de burgemeester gaf net ook al aan, als daar weer politiebegeleiding voor nodig is, dan mag dat dus niet. Maar goed, het moet uit de samenleving komen om dit op te halen uit Wageningen. Dus daar gaan wij niet over. En er loopt een initiatief. Want

49/52

vorig jaar deden ze dat ook? Oh nee, dat was mijn vorige gemeente. Oh, de burgemeester gaat meelopen als hij geen burgemeester meer is. De voorzitter: Oké, dank u wel. Is er een behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Het college is goed bezig om de motie uit te voeren, dus dat, heb daar alle vertrouwen in. 6. Stukken ter advisering aan de raad 6.a Reactie gemeenteraad op toezichtsbrief Begroting 2025 Provincie Zuid-Holland De voorzitter: Dan zijn we nu aan…Er is één stuk, agendapunt 6. Een raadsvoorstel op de agenda van vanavond. Dat is 6.a, de reactie gemeenteraad toezichtsbrief begroting 2025 provincie Zuid-Holland. Het betreft een reactie op de toezichtsbrief van de provincie over de begroting 2025. De provincie heeft op 20 december vastgesteld dat de begroting voldoet aan de criteria voor regulier toezicht. Dit betekent dat de gemeente haar beleidsvoornemens zonder aanvullende goedkeuring kan uitvoeren. Wel uit de provincie, net als de vorige jaren zorgen aangegeven over zorgen over de structurele financiële positie op langere termijn. En het college stelt voor om de door de provincie gevraagde reactiebrief te sturen naar Gedeputeerde Staten, waarin de raad de opmerkingen van de provincie onderschrijft en toelicht hoe de gemeente verder werkt aan een sluitende begroting 20262029. Is er behoefte aan een woordvoering over deze? Mijnheer Azzouzi.

Eerste termijn De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. De brief van de provincie was helder. De reactie vanuit de gemeente is ook helder. Alleen, al jaren zit ik te vragen waarom maken we geen gebruik maken van het aanbod van de provincie om een takenvelden analyse of een financiële scan. Dat kost de gemeente geen geld. De provincie betaalt dat. Dat kan ook helpen met de zero-based en met het onderzoek naar de financiën. Kan de wethouder dat toelichten? Waarom hebben wij dat niet aangegrepen? Dank u wel. De voorzitter: Verder nog vragen? Nee. Ja. Mijnheer Van Santen. De heer Van Santen: De heer Azzouzi die triggert mij. Ik ben natuurlijk ook benieuwd naar de reactie. Maar als u denkt dat dat wat gaat opleveren, waarom zou u dan niet met een voorstel komen, dan kunnen we ons daarover buigen. De voorzitter: Dat was eigenlijk een interruptie, merk ik nu. Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Ik had een vraag gesteld aan de wethouder, dus ik wacht even wat de wethouder zegt. De voorzitter: Verder vragen? Nee. Dan gaan we naar wethouder Fortuyn. Beantwoording college De heer Fortuyn: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Die vragen en het aanbod vanuit de provincie, we hebben sowieso het Cebeon onderzoek. Dus dat weet u, daar drijven we ook op verder en daar gaan we ook mee verder in het onderzoek.

En zover ik weet, maar ik moet het even voor zekerheid navragen, is die vraag ook uitgezet bij de provincie ZuidHolland. Want het is natuurlijk een aanbod, het is nooit weg om het gesprek aan te gaan. En

50/52

naar mijn idee is die vraag uitgezet, maar ik moet hem even navragen. Ik durf het niet met 100 procent zeker te zijn, maar ik denk dat ik wel gelijk heb. Maar even voor de zekerheid, ik reageer er even schriftelijk op om dat te bevestigen. De voorzitter: Dank u wel. Nog behoefte aan een tweede termijn? Nee. Ik registreer hem als een hamerstuk voor de raad. Dat heb ik wel goed gezien, toch? Ja, dat dacht ik al. 7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Actualiteiten uit het college, agendapunt 7. Schriftelijk waren er niet, maar wethouder Fortuyn die heeft een actualiteit te melden. Gaat uw gang, wethouder. De heer Fortuyn: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik wilde even aan de raad of de commissie mededelen dat er een langlopende, althans tienjarige, lening is afgesloten van 30 miljoen. Die wij in gang gaan zetten omdat de kastritme en de financiële behoefte, financieringsbehoefte over een langere termijn van tien jaar in ieder geval een structurele behoefte van 30 miljoen aangeeft. Dus die hebben we afgesloten aansluitend op een lening die wij op 20 miljoen gedaan hebben in september afgelopen jaar. Die terugwerkende kracht nog door het college bevestigd moet worden, want dat is in mandaat wel uitgevoerd, maar daar hoorde wel een collegebesluit aan ten grondslag te liggen. Dat was niet gedaan in september door een omissie en een misverstand in het mandaatregister.

Dat wordt ook verder gecorrigeerd. Maar ook bij deze neem ik u mee en deel ik u mede dat we deze leningen aangegaan zijn. En de laatste van 30 miljoen wordt voor tien jaar lineair aangegaan en het heeft geen begrotingsconsequentie, zoals het er nu voor ligt, omdat de rentepercentages van dien aard zijn dat die afgedekt worden in de begroting die al reeds gemaakt was. Dat wilde ik even mededelen om in ieder geval het college rechtmatig handelen even gedekt te hebben in dat geval. Anders krijgen we in de BAC krijgen we weer een discussie. Dat was even mijn mededeling, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Leidt het nog tot een vraag aan de wethouder? Dat is niet het geval. 8. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Dan zijn we agendapunt 8, actualiteiten uit de commissie. Dat is niet het geval. 9. Verbonden partijen De voorzitter: Verbonden partijen. Mijnheer Weerheijm. De heer Weerheijm: Het is geen commissie Algemeen Bestuur zonder dat we op de valreep van de woensdagavond nog even over de MRDH babbelen. Bij de vorige afgelopen commissie AB van januari had ik u meegegeven wat onze inbreng zou zijn rondom de gezamenlijke vergadering over de evaluatie. De gezamenlijke vergadering van zowel de adviescommissie EV als VA.

Dat ging toen vooral over dat we vanuit het EV-component logische volgordelijkheid wilden van evaluatie, tijd nemen voor reflectie en dan pas weer verder stappen nemen, vanuit het vervoersautoriteiten component, vooral meer invloed voor de adviescommissie rondom dienstregeling en dergelijke. Dat had nogal wat voeten in de aarde in de MRDH. Voor MRDH begrippen hebben we een zeer, zeer, zeer uitgebreid debat gehad. We liepen zelfs uit in de tijd. Dat is wel echt nog nooit gebeurd, volgens mij. Maar uiteindelijk zijn wel alle punten die wij als Lansingerland hadden ingebracht in het

51/52

preadvies niet unaniem helaas, maar wel gewoon aangenomen en die zijn dus naar het algemeen bestuur verstuurd. In het verlengde daarvan, een van de dingen die in de economische visie zit waar de MRDH aan het werken is, is het zogenaamde Droombeeld 2050. En op 19 maart is daar een bijeenkomst over, ik hoor al een gniffel aan mijn rechterzijde, is daar een bijeenkomst over in Schiedam om daar met elkaar over te dromen in het Jenever Museum. Dus ik denk, dat dat moet goed komen, denk ik. Nee, als ik heel eerlijk ben, ik heb op basis van de uitnodiging die ik van de afgelopen week heb ontvangen, nou niet een heel concreet beeld wat we daar met elkaar gaan doen. Dus ik ga me ook nog even, buiten iets met betrekking tot jenever. Nee, maar even in alle serieusheid, ik ga me zo nog even beraden, ook met collega Meuldijk en ik denk ook even met de griffie van, hoe we u daarin kunnen meenemen, wat onze inbreng daar gaat zijn. Natuurlijk neem ik ook zaken als de samenlevingsvisie, de omgevingsvisie, daar natuurlijk mee. Maar ja, gezamenlijk met elkaar gaan dromen over 2050 met heel de regio op een avond in Schiedam, dat is wel een uitdaging denk ik. Maar daar kom ik dus nog bij u over terug in, ik denk, de commissie van april. Dus tot dan. De voorzitter: Dank u wel. Nog vragen daarover? Nee? Dan zijn we…De joligheid neemt toe, aangezien het later wordt. 10.

Rondvraag en sluiting De voorzitter: Maar we zijn bij agendapunt 10. Rondvragen zijn er niet. Maar nog even uw aandacht voor een tweetal zaken ter afsluiting van deze avond. Ik vraag graag uw aandacht voor Tienskip. Donderdagmiddag 13 februari ontvangen we zo'n 100 studenten van het mbo Oostland in het gemeentehuis. Tijdens deze Tienskipdag brainstormen de jongeren over oplossingen van maatschappelijke problemen die zij signaleren in hun omgeving. De jongeren presenteren hun oplossingen van kwart voor drie tot kwart over drie tijdens de markt van ideeën in de raadsfoyer hier. Alle raadsleden en duoraadsleden zijn uitgenodigd. En het zou heel fijn zijn als daar veel raads- en duoraadsleden aanwezig zijn. Gisteravond heeft mijn collega Nelleke Bouman diezelfde tekst voorgelezen in de commissie Ruimte. Morgen zal dat ook gebeuren in de commissie Samenleving. Dus komt allemaal. En dan ten slotte, graag wil ik nog memoreren dat vanavond de laatste vergadering van de burgemeester hier is. In de commissie AB. Ik ga nu niet toespreken, dat soort dingen, die afscheidsfestiviteiten gebeuren allemaal op donderdag 20 februari, ‘s middags en ‘s avonds in de raad. Maar ik denk dat nu in deze commissie Algemeen Bestuur, waar die voor het laatst nu is, toch wel een applausje voor hem op zijn plaats is. Ik sluit de vergadering.

52/52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=eb0e6cd7-be3e-46de-ac9b-db3b0bbb106a