[BV25.0015] Verslag Commissie Ruimte d.d. 4 feb 2025
Tekst van het document
De woonruimtebemiddeling moet ook een transparant en toegankelijk urgentiebeleid bevatten. Met minder bureaucratie en hindernissen en onduidelijke criteria. Daarnaast moeten uiteraard ook meer sociale woningen worden gebouwd, dus hogere sociale woningvoorraad worden gerealiseerd om deze mensen ook meer kans te bieden om hier een huis te vinden. Nummer vier, betaalbare koopwoningen. Het college stelt voor om geen gebruik te maken van de mogelijkheid om een betaalbare koopwoning tot circa 400.000 euro te reguleren. Ik vind al 400.000 euro niet betaalbaar. Dat is ontzettend veel geld. In een eerdere beeldvorming werd al aangegeven, zelfs twee masterafgestudeerden kunnen niet aan betreffende prijs voldoen. Dus we moeten echt iets gaan doen aan de woningprijzen. De PvdA is van mening dat de regulering van deze woningen juist wel nodig is om te voorkomen dat beleggers en speculanten deze woningen opkopen, waardoor starters en middeninkomens minder kans krijgen op betaalbare woningen. Al is de vraag, is 400.000 betaalbaar? We stellen daarom voor om deze categorie alsnog in de woonruimtebemiddeling op te nemen. Als laatste wil ik voor mijn eerste termijn wel op oproepen, het college oproepen, wij roepen het college op en de raad om samen te zorgen voor een woonruimtebemiddeling die eerlijk is, sociaal en toekomstbestendig voor alle Lansingerlanders. Dank u wel.
De voorzitter: Mijnheer Crielaard. De heer Crielaard: Dank u wel, voorzitter. Voor Leefbaar 3B staat voorop dat er voldoende woningen moeten zijn voor eigen inwoners, waaronder starters en de middeninkomens. En bij deze verordening zijn er twee belangrijke punten die ik hier vanavond wil uitlichten. Het voornemen om, net als in de huidige verordening al het geval is, alleen de sociale huursector onder de WRB te brengen, daar wil ik toch nog vanuit Leefbaar 3B een kanttekening bij plaatsen. Het college stelt dat de regulering van midden huur en betaalbare koop weinig effect heeft vanwege de beperkte woningvoorraad in deze categorie en dat regulering veel tijd en geld zou kosten. Ook met de antwoorden gezien hebbende van het CDA wil ik dat het best aannemen van het college. Maar, dan wil ik wel het college uitdagen om aan te geven wat wel effectief is om te zorgen dat we voldoende midden huur en betaalbare koop hebben in Lansingerland. En onze fractie heeft ook vaker benoemd dat veel middeninkomens tussen wal en schip vallen. Inwoners die te veel verdienen voor sociale huur, maar ook te weinig koopkracht hebben voor een eigen koopwoning. Dus wanneer we in Q2 2025 een besluit moeten nemen over de nieuwe verordening, we verwachten dat het college niet alleen aangeeft wat niet werkt, maar dat er ook concreet wordt gemaakt wat wel werkt voor onze inwoners.
Dan wil ik ingaan op het tweede punt en dat is artikel 2.2.7 en die gaat over de voorrang voor mensen met een economische of
34/43
maatschappelijke gebondenheid. En hier staat een percentage genoemd van 50 procent voor eigen inwoners of mensen met die binding dus met Lansingerland. En ja, ik snap het hoor. Ik weet al wat de wethouder dan gaat zeggen in zijn eerste termijn van, de Huisvestingswet bepaalt dat en je kan niet naar 100 procent, beste Leefbaar 3B. En om daar nu gelijk alvast in mijn eerste termijn dan op in te gaan, wat ons betreft is 50 procent geen plafond, maar dat is de norm. Wij zien graag een gemeentebestuur dat het onderste uit de kan haalt voor onze inwoners en alle mogelijkheden die zich aandienen om een grote groep te bedienen, die moeten we aangrijpen en we hopen dat het college dat met twee handen beetpakt om echt voor alle Lansingerlanders te zorgen voor voldoende woningen. Dank u wel. De voorzitter: Even kijken, wie volgt? Mevrouw Leijendekker. Mevrouw Leijendekker: Dank u, voorzitter en ook dank aan het college voor het agenderen. Waarbij er voor onze fractie wel een aantal zaken onduidelijk bleven in de bespreekbrief. Vandaar dat ik vorige week die technische vragen heb gesteld, die vanmiddag gelukkig zijn beantwoord, net op de valreep. En waarvoor dank ook aan het college, want dat verduidelijkt wel het een en ander. Het gebruik maken van de kan bepaling in de verordening achten wij op zich een hele goede zaak. Te veel mensen en ook Lansingerlanders vallen tussen wal en schip.
Huurwoningen zijn schaars. Er zijn lange wachtlijsten. Een vraag aan de wethouder, is er ook een duidelijk beeld van de actuele huidige wachttijd voor een huurhuis in Lansingerland? Of is dat nog steeds die 8 à 10 weken? 10 jaar bedoel ik. 10 jaar, weken. Als het weken zou zijn, dan zou het geen probleem zijn. Goed dat die kan bepalingen worden toegepast voor het reguleren en verdelen van sociale huurwoningen. Met ook een uitvoeringsrol voor 3B-Wonen. Dat geldt dus dan niet voor die particuliere huurwoningen, de midden huurwoningen en de betaalbare koopwoningen. Het belangrijkste argument zit in de kosten per vergunning. En technische vragen geven antwoord dat dat tussen de 15.000 en 20.000 euro per vergunning gaat kosten. Maar daar missen we wel een sturing op circa 4.000 woningen, want dat blijkt uit dezelfde beantwoording van het college. Het college geeft verder aan dat het effect van die vergunningen klein is bij de toewijzing aan eigen bewoners. En dat er toch 50 procent naar de eigen bewoners gaat. Ik denk dat we dit dan maar van het college moeten aan nemen. We zien in de antwoorden wel terug dat er nog steeds beleid is om in de anterieure overeenkomsten bij grote nieuwbouwprojecten nog steeds aan te dringen op voorrang voor de eigen bewoners, de bepalingen.
Maar als we dan het effect zien, dan gaat het volgens de berekening van het college om circa 110 woningen, in de periode tussen 2022 en 2025. Dat vinden we toch wel een beetje weinig eigenlijk als het daar gaat om sturing op de eventuele bevoordeling van mensen die gebonden zijn aan onze eigen gemeente. Dus eigenlijk moeten we concluderen dat het effect van het gemeentelijk beleid, met uitzondering van de sociale huursector, daar is beleid prima op, verder nog heel erg beperkt is. En we kunnen de huidige afweging wel volgen, maar we willen toch wel kritisch blijven op het effect van het een en ander. Misschien kan de wethouder ook nog aangeven op welke wijze men dan toch, of welke wijze het college dan toch die meersturing ook eventueel zou kunnen aftasten. Of misschien toch nog een nadere afweging aan de orde is. Dank u wel. De voorzitter: Even kijken. Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Dank u wel, voorzitter. De VVD staat, zoals u weet, natuurlijk voor prettig wonen. En wat ons betreft is het de grootste uitdaging op het gebied van woningen en de bouw hiervan voor Lansingerland die diversiteit, zoals ook in het stuk benoemd. Want wat ons betreft is er steeds een grotere groei aan vraag en behoefte aan betaalbare woonruimte voor jongeren, starters en passende woonruimte voor ouderen. Inzet op woningen die passen en bouw daarvan is dan ook nodig in onze gemeente.
Wat ons betreft zit dan ook
35/43
vooral dat probleem en het knelpunt op de doorstroom en bouw van midden huur. Meer midden huur leidt ertoe dat doorstroming en scheefwonen tegengegaan wordt, wat de VVD betreft. Het niet sturen of reguleren vanuit de WRB op midden huur, maar ook niet op particuliere huur en betaalbare koopwoningen, vindt de VVD vanuit het standpunt van de mogelijke voorrangsregels voor mensen die enige binding met onze gemeente hebben, een goede zet. Echter vragen wij ons af met het groeien van de woningvoorraad, de gemeente toch overweegt de regeling te gaan beleggen. Zo bijvoorbeeld bij de WRB alsnog. Zo ja, waarom? En wat zijn dan de gevolgen voor mensen die hier willen komen wonen en al een binding met onze gemeente hebben? Een ander punt, wat betreft vergunninghouders, oftewel statushouders zoals genoemd in het stuk. De VVD is altijd tegen de standaard urgentie geweest. Zo hebben wij als VVD in de vorige periode al geprobeerd de automatische urgentiestatus eraf te halen. Omdat bijvoorbeeld huiselijk geweld, dakloosheid door scheiding of medische omstandigheden van een inwoner of iemand die hier woont, vaak urgenter is dan een statushouder die al een dak boven zijn hoofd heeft, weliswaar in een AZC. Waarom wordt er niet een extra punt ingenomen in de nieuwe verordening, betreft alternatieve huisvestingsmogelijkheden voor een groep van statushouders. Dus naast sociale huur ook flexwoningen.
We moeten voorkomen dat de formulering van dit artikel ertoe kan leiden dat statushouders een flexwoning niet accepteren, omdat die volgens deze verordening daar recht toe heeft. Zo komt het systeem dus alleen maar meer vast te zitten. Daarom is de vraag ook aan de wethouder, is het zo dat een statushouder een flexwoning kan afwijzen op deze gronden? Wat vindt de wethouder van dit… De voorzitter: Mijnheer Jumelet, de heer Hofman heeft een interruptie. De heer Hofman: Ik ben toch wel even benieuwd, vindt de heer Jumelet dat een flexwoning geen woning is? De heer Jumelet: Dan heeft u het niet helemaal goed gehoord. Het gaat erom dat een statushouder juist ook in een flexwoning terecht zou kunnen, niet alleen in een sociale huur. Dus in die zin het te uitbreiden het artikel door te stellen, een statushouder kan ook geplaatst worden in een flexwoning. En daardoor niet als die…Laat ik zo zeggen dat, onze inwoners kunnen in een flexwoning, zoals bijvoorbeeld vlakbij BVCB, gezet worden als daar spoed voor is. Dat zou dus ook moeten kunnen wat ons betreft qua statushouders, om juist die druk ervan af te halen en die sociale huur wat meer ruimte te geven. De voorzitter: Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Ik vind het toch wel een beetje wonderlijk, want een flexwoning kan heel goed een sociale woning zijn. Sterker nog, in de meeste gevallen.
Dus ik vind het een heel raar onderscheid dat u hier aan het maken bent tussen aan de ene kant flexwoningen en aan de andere kant andere sociale woningen. Kunt u dat toelichten? Waarom zou u daar überhaupt onderscheid in willen maken? En dat u dat dan betrekt op statushouders en dat die dan in de ene woningen wel en in de andere niet zouden mogen, dat vind ik helemaal een raar pleidooi. Maar dat verder terzijde. De heer Jumelet: Fijn dat u dat een raar pleidooi vindt. Wij vinden het een logische overweging om mee te nemen. Een sociale huurwoning is wel degelijk anders in een rijtjeswoning dan wat bijvoorbeeld bij BVCB gebouwd wordt. En wij vinden, in het artikel wordt het nu zo beschreven, dat een sociale huurwoning afgewezen kan worden als het niet voldoet. Maar wij zeggen ook van, kijk nou juist ook eens naar die flexwoningen zoals of tijdelijke woningen, spoedzoekers die daar nu bijvoorbeeld nu in zitten of daar ook die
36/43
statushouders terecht kunnen om juist de druk van het systeem af te halen. Dus breder te kijken en niet sec te zeggen van, het is dit of dat, maar het breed op te nemen zodat we meer ruimte creëren. De voorzitter: Wie volgt? Mevrouw Boonstra. Mevrouw Boonstra: Dank u wel, voorzitter. WIJ Lansingerland kan in principe dus de lijn van het college volgen. Alleen heb ik wel één vraag en dat betreft de regulering van de midden huur. Mevrouw Keijzer, de minister, die heeft aangegeven om te zijner tijd te gaan kijken of er ingegrepen wordt in de regulering van de midden huur. Heeft dit mede geleid tot het kiezen voor het niet reguleren van de midden huur voor Lansingerland? Dat is eigenlijk de enige vraag die ik heb tot nu toe. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Hofman. De heer Hofman: Voorzitter, dank u wel. We hebben de nieuwe verordening woonruimtebemiddeling bestudeerd en vergeleken met de vorige versie gezien dat er eigenlijk niet zo gek veel verschil tussen de twee zaten. En toen eigenlijk bedacht van, laten we nog eens even kijken naar wat we er destijds over gezegd hebben, vijf jaar geleden. Maar verder hebben we niet zo gek veel opmerkingen. Ik kwam erachter dat we de vorige keer dat we deze woonruimtebemiddeling verordening bespraken, dat het exact op de dag nauwkeurig vijf jaar geleden is. Het was 4 februari 2020.
Er was ergens sprake van een virusje in China. Was allemaal ver weg show. Dat zou wel overwaaien, dachten we toen. Over die tijd hebben we het. En wat we toen naar voren brachten, en ik denk dat dat voor de uitvoering, dat het nog wel een zinnig handvat is. Het gaat over woonruimtebemiddeling. En we gieten dat in een verordening. Dus dan hebben we regels. Maar bemiddeling is altijd mensenwerk. En bij die woonruimtebemiddeling was onze oproep van toen, en die wil ik nu herhalen, zorg voor de menselijke maat. Juist bij kwetsbare groepen, zoals mensen met een urgentieverklaring. En probeer binnen regels naar oplossingen te zoeken voor een probleem achter de urgentie. Het is ook altijd maatwerk. En in reactie op de heer Jumelet dan nog een keer, ook voor een statushouder is woonruimtebemiddeling maatwerk. En of die dan in een flexwoning terechtkomt of in een eengezinswoning met zijn hele gezin, daar moet altijd maatwerk van toepassing zijn. Daar is niet een one size fits all. Dat was hem. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Van Berkel. De heer Van Berkel: Dank, voorzitter. Er is al heel veel gezegd en de keuze die voor ligt is of we de verordening willen blijven beperken tot alleen het toewijzen van sociale huurwoningen of dat we het breder willen trekken.
We hadden ook aanvankelijk wat twijfels toen we lazen dat het college alleen maar voorstelt om de mogelijke voorrangsregels voor mensen met een binding aan de gemeente te willen inzetten, maar niet te denken aan het reguleren van particuliere midden huur en betaalbare koopwoningen. Dank aan het CDA voor de technische vragen. Daar is volgens mij het verhaal een stuk completer geworden. Want wij snappen wel de overweging als het tussen de 15.000 tot 20.000 euro kost voor de gemeente om zelf de organisatie op te zetten, dat is wel een lastig verhaal. Maar er zijn veel vragen over gesteld en ik stel hem eigenlijk heel open, wat kan er dan wel? Wat zijn dan nog wel mogelijkheden van de gemeente om daar iets in te betekenen buiten dan deze verordening? Dus ik sluit me aan bij veel van de vorige sprekers. En nogmaals dank aan het CDA voor de vragen. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg.
37/43
De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Sinds 2002 waait het gure spook van een neoliberalisering door het Nederland, waarin alles overgelaten werd zo'n beetje aan de markt. Het kon niet gek genoeg worden of de markt was wel de oplossing en marktwerking was wat we willen. De extremis daarvan was wel hoe wij omgaan met de schaarse grond die we hebben voor woningbouw. Dat moest de markt maar oplossen. Er werden heel veel maatregelen genomen, met name door minister Blok, die er eigenlijk voor gezorgd hebben dat de hele woonmarkt verziekt is. We zien er allemaal de gevolgen van. We zien in Lansingerland 18,7 procent van onze woningen is sociale huur. Maar 7,3 procent is overige huur. De gemiddelde hypotheekwaarde die we hebben hier in december 2024 was ruim 6 ton. Het is heel duur om hier in Lansingerland te wonen. Het is bijna onbetaalbaar, zoals de heer Xhemaili al zei. Ook voor mensen die net afgestudeerd zijn en twee masters hebben, kunnen hier niet terecht. We zien dat van de mensen die een huis kopen in Lansingerland, maar 57 procent van de mensen uit Lansingerland komen. De rest trekt weg. Wat ons betreft is het antwoord hierop, en nu ga ik een andere VVD'er maar even parafraseren, de heer Koerhuis, die had het over bouwen, bouwen, bouwen. Wat we hier moeten doen is reguleren, reguleren, reguleren.
En dat is niet alleen de sociale woningbouw, dat is de particuliere huur, dat is de midden huur, dat is de betaalbare huur. Willen we uit de woningcrisis komen die we hebben, dan zullen we als overheid meer sturing moeten geven, zullen we het voortouw moeten nemen. We zullen, en dat wordt steeds meer gerealiseerd al door Hugo de Jonge, de voorgaande minister van Volkshuisvesting, dat we niet alles aan de markt kunnen overlaten. Dus wat ons betreft gaan we zoveel mogelijk reguleren, juist om een goede spreiding te hebben. Een goede spreiding voor mensen die het nodig hebben, die urgentie hebben, maar ook voor die statushouders. Want heer Jumelet Junior heeft wel gezegd, een statushouder heeft wel een woning, weliswaar in een AZC, dus heeft daarbij een dak boven zijn hoofd. De voorzitter: Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Als u mij citeert moet u het wel goed zeggen. Ik heb niet gezegd dat hij een woning heeft, hij heeft een dak boven zijn hoofd. Dus ik vind een AZC vind ik geen woning. Ik denk dat u dat ook niet vindt. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: De heer Jumelet heeft gezegd, een statushouder heeft geen voorrang op urgentie, want hij heeft een dak boven zijn hoofd. Maar die dak boven zijn hoofd zorgt er wel voor dat een andere, iemand die in een asielprocedure zit, op straat slaapt. Daar moet hij zich van realiseren.
Dus wat dat betreft, we gaan zoveel mogelijk reguleren voor alles en iedereen. De voorzitter: Volgens mij heb ik iedereen gehad. Ja. Intussen is de heer Ter Braake aangeschoven. En mijnheer Muis, er zijn toch nog wel een paar vragen aan u gesteld. Bijvoorbeeld wat ik hoorde over de wachttijd, wat is de actuele wachttijd momenteel? En het onderwerp flexwoningen. Dat komt ook even een paar keer naar voren. Beantwoording college De heer Muis: Dank u wel, voorzitter. Dank aan de commissie voor alle bijdragen. Dat geeft een goed beeld waar uw wensen en zorgen liggen. Zoals u weet, en ook in de stukken natuurlijk heeft kunnen lezen, zijn wij al een tijdje met de gemeenten en de corporaties in de regio Rotterdam bezig met het maken van een nieuwe verordening
38/43
woonruimtebemiddeling. Die hebben we dus nodig om de schaarse goedkope voorraad sociale huurwoningen doelmatig en rechtmatig te verdelen. En u heeft dat ook zelf aangegeven, de problematiek van het tekort aan betaalbare woningen gaan we hier niet mee oplossen. En dat kan alleen maar door te bouwen. U weet ook, we hebben 11.000 woningen in de planning, waarvan 3.200 sociaal en 2.200 in het middensegment. We waren afgelopen jaar naar Rotterdam, ook de gemeente, met een toch behoorlijke opgave, maar ook de meeste sociale woningen die we hebben opgeleverd naar Rotterdam. Dus om maar aan te geven dat wij best met elkaar daar stappen op zetten. Alleen vanavond gaat het over de verdeling van de woningen die we hebben. En niet om de grote nieuwbouwontwikkelingen. Het is wel een bruggetje naar ook de vragen en zorgen die u heeft over die voorrang en waarom we dat niet opnemen in de woonruimtebemiddeling via een kan bepaling. Dat we ons alleen beperken tot die sociale huur. We reguleren dat niet daarin. U heeft inderdaad in de vragen aan het CDA kunnen lezen wat de overwegingen zijn om dat niet op die manier te doen. Wat niet wil zeggen dat we daar niet op sturen of op proberen te sturen. En daar kunnen we met elkaar denk ik wel de discussie over voeren of dat voldoende gebeurt en waar dat nog meer zou kunnen.
Maar bijvoorbeeld bij grote nieuwbouwontwikkelingen zoals een Berkel Centrum, Bleiswijk en straks ook hopelijk Bleizo West, passen we die voorrang voor onze inwoners toe door daar privaatrechtelijk afspraken met de ontwikkelaars over te maken. Stond ook een stukje over in de beantwoording aan het CDA. Zodat ze dus daar eerst aangeboden worden en na een bepaalde periode, als daar die behoefte niet meer is, dan vervalt dat en dan kan iedereen erop reageren. De concept verordening die dus voor ligt gaat over de verdeling van de beschikbare schaarse woningen. Voor de uitvoering in een regio is het van belang dat de corporaties die dat uit moeten voeren ook een identieke tekst hebben. Zoals gezegd, er zitten lokale keuzemogelijkheden in. Dat is ook goed om te weten, die zijn ook tot stand gekomen met input van al die regiogemeenten. Vorig jaar, mei en juni, zijn er ook regiobijeenkomsten georganiseerd met raadsleden en die input die daar gegeven is, is ook meegenomen in deze concept verordening. Deze verordening moet 1 juli 2025 in werking treden. Wij zijn volgens mij één van de eerste gemeenten die nu zo'n soort discussie voert. En dat doen we bewust om op te halen, zodat we nog tijd hebben tot 1 juli om eventueel nog andere keuzes te maken. Zoals gezegd, het college doet een aantal voorstellen om te kiezen en u heeft daarop gereageerd.
Er zijn vorige maand, afgelopen maand, drie regionale informatieavonden ook georganiseerd voor raadsleden. Ik heb ook begrepen, dat is natuurlijk lastig met twaalf gemeenten, dat dat niet voor iedereen even goed uitkomt. Zoals de digitale mogelijkheid afgelopen raadsvergadering, ik snap dat dat dan een beetje onhandig is. Het stafbureau van het samenwerkingsverband Wonen Regio Rotterdam, die biedt ook nog steeds de mogelijkheid om tot 7 februari, dat is aanstaande vrijdag, technische of inhoudelijke vragen te stellen. En ik snap, als u daar nu in verdiept, is dat een beetje kort dag, het loopt natuurlijk al een tijd. Maar ik wil u toezeggen dat wij gaan bespreken en kijken als daar behoefte is vanuit uw commissie, om iets te organiseren, digitaal dan wel fysiek, om nog vragen te stellen, ook aan de stellers en het onderzoeksbureau RIGO, over de woonruimtebemiddeling. Maar dat laat ik even ook bij u. Als u dat in meerderheid wenst, dan kunnen we daar nog iets voor organiseren, zodat u daar nog verder over door kunt praten. Sowieso alle vragen die zijn gesteld, voorzitter, tijdens die drie bijeenkomsten worden verzameld. En uiterlijk 28 februari wordt dat teruggekoppeld naar alle raden. Dus u kunt dan ook zien van, welke vragen hebben andere gemeenten gesteld en wat zijn daar de antwoorden op? Dus dat gaat u sowieso krijgen. Voor vanavond is dus het doel uw wensen op te halen.
Ik loop zo kort, voorzitter, even de vragen langs die daarin zitten. Ik ben blij ook met de vragen van mevrouw Leijendekker, omdat, ik ben het met u eens, als je nog een keertje terug de raadsinformatiebrief leest dan geeft dat te weinig beeld en geluid bij die keuzes voor het wel of niet aan- of uitzetten van die kan bepalingen. De regeling van de midden huur, dat is nog niet aan de orde. Maar het is ook geen overweging geweest bij de verordening zoals die
39/43
nu voor ligt. Dus dat is niet iets waarom wij nu een bepaalde keuze maken. Daar hebben we dat niet op betrokken. De heer Hofman, voornaamste punt van zorg is die menselijke maat. Daar zitten wij heel dicht op. Natuurlijk met de woningcorporatie, maar ook met onze eigen woonurgentieconsulenten. En daarnaast hebben we ook nog als college een mogelijkheid via een hardheidsclausule om daar van af te wijken als dat echt de situatie er om vraagt. Dus in principe hebben we dat op die manier wel in beeld. Het kan nog steeds zijn dat er dingen gebeuren. Maar in elk geval, er zijn mensen die daar heel nauw bij betrokken zijn en aan hun hart gaat. Dus dan hoop ik dat wij dat ook allemaal horen. Dan de heer Van Berkel, dat heb ik ook al benoemd, die twijfels bij de brief van waarom die keuze voor niet die particuliere huur en die midden huur op te nemen in die woonruimtebemiddeling. Wat kan wel? Daar heb ik ook antwoord op gegeven. En dan kom ik ten slotte bij de heer Ruijtenberg, die had volgens mij geen vragen, maar een pleidooi om wel te reguleren. Maar ik zou zeggen ook, bouwen, bouwen, bouwen moeten we vooral ook blijven doen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan ga ik nu toch nog even naar de heer Ten Braake over de vraag van de heer Crielaard, de 50 procent. Mijnheer Ten Braake. Even in, ja, gaat uw gang.
De heer Ten Braake: Het is zo dat voor de eerste 50 procent mag je echt controleren en mag je ook direct bemiddelen. Dus dan zie je dat daar al veel sturing op is en dat dat voor een groot deel mensen zijn die met urgentie ook aan ons worden toegewezen. Die hier ook al een binding hebben. Voor de andere 50 procent zie je dat daar ook, dat reguleren we niet met regels en houden we ook niet bij, maar zie je dat daar ook heel veel lokale woningzoekenden wel gewoon actief op mogen reageren. En hier meestal ook als eerste op de hoogte zijn welke woningen vrijkomen. En ook dan best wel veel woningen van dat tweede gedeelte van die 50 procent ook worden toegewezen aan onze lokale inwoners. Of dan wel mensen met binding die hier werken of een andere binding hebben door een maatschappelijke binding van bijvoorbeeld mantelzorg of andere zaken. Dus het klopt, het is echt geen plafond en dat we zeggen, daarna moet iedereen uit de regio hier komen. We zien dat het echt juist vaak meer is dan 50 procent en dat is denk ik ook logisch, omdat we ook veel bouwen voor onze lokale behoefte hier en dat we daarom ook zoveel woningen bouwen. De voorzitter: Dank u. We gaan naar de tweede termijn. Ik ga maar eens even de club langs. Mijnheer Xhemaili, nog een reactie? Tweede termijn De heer Xhemaili: Nee, dank u wel, voorzitter.
Wat ik ben vergeten mee te geven is mevrouw Leijndijk te bedanken voor haar vragen. Die waren ook heel zeer hulpvol bij het voorbereiden van het bespreekpunt. Dank u wel. De voorzitter: Verder, mijnheer Crielaard. De heer Crielaard: Dank u wel, voorzitter. Een korte tweede termijn. Ik heb in mijn eerste termijn aangegeven van, grijp alles aan om zoveel mogelijk voor de eigen inwoners te bouwen. En dat hoor ik eigenlijk ook terug in deze beantwoording, dat we echt alle mogelijkheden goed aangrijpen. En in aanloop naar de besluitvorming in Q2 zullen we daar ook zeker het college scherp op houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Leijendekker.
40/43
Mevrouw Leijendekker: Dank u, voorzitter en dank u, wethouder, voor de beantwoording. We krijgen nog het definitieve voorstel in Q2, heb ik begrepen. Waar mijn onduidelijkheid nog een beetje in zit, is de afweging tussen de kosten van de vergunning, maar ook de onderbouwing van het college, dat het effect op de toewijzing aan eigen bewoners klein is. En dat ook zonder regels circa 50 procent toch naar eigen inwoners gaat. Ik hoop dat dat eigenlijk misschien toch nader ook met cijfers onderbouwd wordt. Anders moet ik dit alleen maar gewoon aannemen. Maar misschien kunt u daar dan op dat moment ook nog meer duidelijkheid over geven. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Jumelet. Nee. Mevrouw Boonstra. Mevrouw Boonstra: Ja, heel kort. Dank aan mevrouw Leijendekker voor het stellen van de technische vragen. En dank aan de wethouder voor beantwoording ook van de vragen die gesteld zijn. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Hofman. Nee. Mijnheer Van Berkel. Nee. Mijnheer Ruijtenberg. Dat was een opmerking in de eerste termijn. Dan ga ik toch naar de heer Muis, want daar is toch nog wel een vraag gesteld. Onder andere door mevrouw Leijendekker. Beantwoording college De heer Muis: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Volgens mij was dat de enige vraag. Maar dan kijk ik even rond of niemand reageert. Over dat effect, dat is waarschijnlijk lastig om dat echt helemaal te kwantificeren.
Maar zoals mijn collega naast me ook heeft aangegeven, zien wij natuurlijk dat heel veel meer bij eigen inwoners terechtkomt, omdat die ook hier wonen. Die weten wanneer woningen worden verhuurd. Die horen dat, die zien dat, die houden de websites van de ontwikkelaars in de gaten. Maar we nemen het mee en we gaan kijken of we daar iets meer achtergrond bij kunnen geven. Maar wel een winstwaarschuwing, om dat helemaal te kwantificeren, dat zal waarschijnlijk niet lukken. Maar iets meer onderbouwing, dat zullen we meenemen voor het voorstel om daar dan op terug te komen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik begrepen dat we in Q2 het vervolg op deze woonruimtebemiddeling tegemoet kunnen zien. Dus een goede verstaander heeft een half woord nodig, dus wordt vervolgd. 6. Stukken ter advisering aan de raad De voorzitter: Even kijken, dan gaan we naar de stukken ter advisering aan de raad, hebben we niet. 7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Actualiteit uit het college. Ik ga gelijk toch maar naar mijn linker buurman. Mijnheer Muis, u had volgens mij twee mededelingen. Gaat uw gang. De heer Muis: Even kijken, momentje. In de voortgangsrapportage daar, heeft u kunnen lezen, stond informatie over opgehaalde ideeën uit de enquête en de bewonersbijeenkomst over de toekomst van de Bleiswijkse Zoom.
Dat heeft u kunnen lezen, dat wordt uitgewerkt door Staatsbosbeheer en in maart worden de scenario's voorgelegd aan het bestuur van het recreatieschap. Dat is niet mijn mededeling, maar ik denk, dat is wel het haakje naar mijn mededeling hierover. Op Facebook zijn er allerlei berichten gedeeld over de sloop- en
41/43
opruimwerkzaamheden bij ‘t Ezelsbruggetje. Naar aanleiding daarvan hebben we contact opgenomen met Staatsbosbeheer. Er is een bord bij ‘t Ezelsbruggetje neergezet en ook op de site van het recreatieschap is een tekst geplaatst. En de strekking daarvan is dat een aannemer daar nu bezig is met het opruimen van een deel van de opstallen en de verhardingen, zodat bij een eventuele nieuwe bestemming het terrein netjes opgeleverd kan worden. En het heeft te maken met de veiligheid, verloedering tegen te gaan worden de onderdelen die in slechte staat zijn verwijderd. Het hoofdgebouw en de daaromheen liggende verharding die blijft bestaan. En die werkzaamheden staan los van die toekomstige bestemming. Het is alleen dus ook voor de veiligheid, de verloedering en om het netjes op te leveren voor wat daar mag komen. Naar verwachting in deze maand, waarschijnlijk half februari, moeten die opruimwerkzaamheden op het terrein zijn afgerond. Maar dan bent u daarvan op de hoogte mocht u daar ook vragen over krijgen of op Facebook zitten. Dan, voorzitter, de andere mededeling. Die is van mijn collega Titia Cnossen. En dat gaat over de sloop van de maalderij aan de Rodenrijseweg. Die is deze week gestart. En in het wijzigingsplan van maart 2024 was de aanduiding cultuurhistorisch waardevol verwijderd en het sloopverbod opgeheven. Er is een sloopmelding gedaan, door de gemeente geaccepteerd.
Daartegen staat geen bezwaar en beroep open. En de ontwikkelaar die staat in zijn recht om te slopen, tenzij, u voelt hem al aankomen, de Raad van State anders beslist. Vanochtend is de gemeente gebeld door de Raad van State en de voorzieningenrechter heeft bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening getroffen. En dit houdt in dat per direct de rechtsgevolgen van het wijzigingsplan van maart ‘24 zijn geschorst. En de zitting is gelukkig al heel snel, op 11 februari. En dat betekent dus dat in deze situatie het bestemmingsplan uit 2021 herleeft. En dat er dus voor nu een sloopverbod en een sloopvergunningsplicht voor het bouwvak nodig is waar de maalderij in staat. Daarom moeten nu de sloopwerkzaamheden aan de maalderij zelf worden stilgelegd. En de ontwikkelaar die zegt hieraan gehoor te geven. Daar zullen we als gemeente op toezien. De wegomleiding wordt ook in de loop van de week ongedaan gemaakt. En het is dus een voorlopige voorziening, dus hopelijk horen wij in afwachting van die van die zitting die dus binnenkort plaatsvindt hoe wij hiermee verder gaan. En dan zal ook collega Cnossen u daar over die uitspraak en het vervolg informeren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. 8. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Dan gaan we over tot punt 8, de actualiteiten vanuit de commissie. Ik kijk even rond. Niemand. 9.
Verbonden partijen De voorzitter: De verbonden partijen, punt 9, ook niemand. 10. Rondvraag en sluiting De voorzitter: Dan komen we bij de rondvraag en de sluiting. Daar wil ik nog wel even iets zeggen. Bij deze vraag ik de aandacht voor het Tienskip. Volgens mij is daar al iets over rondgezonden. Donderdagmiddag 13 februari ontvangen we hier honderd studenten van mbo Oostland in het gemeentehuis. Tijdens deze Tienskipdag brainstormen de jongeren over oplossingen van maatschappelijke problemen die zij signaleren in hun omgeving. De jongeren presenteren hun oplossingen van ‘s middags 14.45 tot 15.15 tijdens de Markt van ideeën in de raadsfoyer. Alle raadsleden zijn uitgenodigd. Dus nog even attentie hiervoor. Ik
42/43
kijk even naar de klok. We zijn aan het einde van deze bespreekpunten gekomen. Dank voor uw inbreng en ik wens u een goed thuis en alvast welterusten.
43/43