CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV25.0011] Verslag Commissie Ruimte d.d. 14 jan 2025

Commissie Ruimte 4 februari 2025, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering28.227 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De bomen die er stonden zijn wel groot, maar ook uit hun krachten gegroeid. De eerlijkheid gebiedt me dan wel weer te zeggen dat ik het terrein niet kon betreden. Dus de ecologische waarde kan mijn fractie hierdoor ook moeilijk op waarde schatten. Echter is de situatie nu daar ronduit onveilig. We zijn het zeker wel eens met de indieners dat historisch erfgoed bewaard en gekoesterd moet worden. Er is immers al genoeg verdwenen, met als meest recente voorbeeld de al eerder genoemde maalderij. Ook mijn fractie heeft een zwak voor het molenaarshuisje en de restanten van de molenstomp. Echter heeft de gemeente jaren geleden als eigenaar zoveel mogelijk afscheid genomen van publieke monumenten, omdat het onderhoud gewoonweg te zwaar drukte op de begroting. Nu zo’n avontuur dan ook aangaan, drijft regelrecht in tegen het huidige beleid. Het ravijnjaar 2026 komt eraan, dus de komende jaren zal er veel bezuinigd moeten gaan worden. Dit is dan ook moeilijk te verkopen aan de inwoners elders Lansingerland. Dus, maar voorzitter, onze fractie staat open voor creatieve ideeën. Ik zou de omwonenden, belanghebbenden en de indieners van het bespreekstuk dan ook willen oproepen om met een mooi plan te komen. Bijvoorbeeld samen met een private partij het pand kopen en opknappen. Zoals bijvoorbeeld gebeurd is met de boerderij op de kruising Anjerdreef-Rodenrijseweg.

Vervolgens vraag ik dan het college om hier creatief naar te willen kijken. Echter tot die tijd houden wij gewoon vast aan de lijn van het college en zullen we die zo lang steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Een andere de heer De Graaf vanavond. Dat is overigens geen familie, voor zover ik in elk geval weet. Mooi onderwerp vandaag op de agenda. Ik heb een beetje toch een soort van déjà vu, want we hebben het vaker over dergelijke onderwerpen gehad hier. Ik herinner me inderdaad de discussie, daar werd net al even aan gerefereerd, over de maalderij, maar ook De Wildert. Het is natuurlijk een dilemma als je voor dit soort keuzes en ontwikkelingen staat om je af te vragen, te besluiten, waar doen we nou verstandig aan? Wij vinden het als VVD natuurlijk ook wel belangrijk dat wij ons historisch erfgoed koesteren. Maar de vraag is, tegen welke prijs en valt er nog wat te koesteren als je op een gegeven moment de vervallen staat van bepaalde gebouwen ziet? En moet je dan toch niet gewoon voorrang geven aan de woningbouwontwikkeling en de integrale ontwikkeling van het gebied, waar we ook met zijn allen in dit huis toe besloten hebben? En dat is wel een beetje hoe we naar dit verhaal kijken. Hetzelfde geldt een beetje voor de bomen.

We hebben een wisselend track record in onze gemeente als het gaat over groen en bomen. We hebben natuurlijk de zeperd aan de Zuidersingel gehad, niet zo lang geleden. Ik hoop in elk geval dat het college ook daar lering uit getrokken heeft om daar wat zorgvuldiger mee om te gaan. Maar ik herinner me ook een discussie in dit huis over Klein Berkeloo, waar volgens mij met elkaar we een stukje succesvoller waren als het over het behoud van een aantal bomen en waarde ging. Dus laat dat dan een voorbeeld zijn. Als we naar deze specifieke locatie kijken, kunnen we ons goed voorstellen dat in zo'n wijk in ontwikkeling, zo'n nieuwbouwwijk, als je de opportunity hebt om daar een mooie stedenbouwkundig icoon te maken in de vorm van oude bomen en een oud pand. Een beetje, ik weet niet of het een goed voorbeeld is, maar het Pannenkoekenhuis hier in Pijnacker, dat is in zekere zin natuurlijk ook een bepaalde groene oase in een nieuwbouwwijk, met een gebouw met een hele andere bestemming. Als iets dergelijks in een integraal plan in te

14/36

passen is, dan zijn wij daar zeker voor. Ik denk dat ook de stedenbouwkundige waarde van zo'n wijk vergroot. Maar nogmaals, niet ten koste van alles. We zijn er ook zeker niet voor als gemeenschapsgeld vanuit algemene reserve zo wordt aangewend, om dat soort ideeën mogelijk te maken. Maar we willen wel het college uitnodigen om dit soort beraadslagingen mee te nemen in het ontwikkelen van het integrale plan, wat in ontwikkeling is, en wat ook in dit huis netjes voorgelegd en besproken gaat worden. Ik merk dat een aantal van de discussies vanavond in het huis misschien wat opportuun of voorbarig zijn. Er ligt natuurlijk nog steeds geen concreet plan voor. Die suggestie wordt wel af en toe gewekt. Ik denk dat we even moeten kijken en de ruimte moeten bieden aan het college om gewoon met een goed verhaal naar ons te komen. En nogmaals, ik reken er wel op dat het college, gehoord hebbende de beraadslagingen, gehoord hebbend de geluiden, de maatschappij en onze bewoners daar toch wel een bepaalde waarde aan toekent, aan hecht en dat ook in zekere zin in de plannen de vorming verder meeneemt. Maar ik wacht ook in dat kader de eerste termijn van het college graag even af. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Berkel, gaat uw gang. De heer Van Berkel: Dank, voorzitter en dank ook aan de indieners van dit bespreekpunt. Wij zitten hier ook een beetje lastig in.

Ik volg wel een beetje wat de VVD ook net aangaf. Het is heel goed dat er zoveel gebruik is gemaakt van het inspreekrecht. Maar we zitten in het participatieproces. En ik vind het dan wel heel ingewikkeld dat we als raad tijdens dat proces de paaltjes weer gaan verzetten. Ik vind dat wel echt ingewikkeld, moet ik eerlijk zeggen. Dus ik vind het heel goed dat deze punten zijn gemaakt. En het is ook goed dat het college dat heeft gehoord. En dat het kan worden betrokken. Maar om nu al standpunten in te nemen, ook voordat eigenlijk het hele traject is afgerond. Wij hebben geanonimiseerde gespreksverslagen gezien. We hebben nu wat insprekers gehoord. We hebben wat onderzoeken op de website gezien. Maar we verwachten eigenlijk ook gewoon een visie van het college, wat ook is toegezegd. De voorzitter: Er is een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Als de heer Van Berkel het nu niet het moment vindt om een bepaald standpunt in te nemen, wanneer wil hij dat standpunt dan wel innemen? Als alles al besloten is en afgetikt? Dan ben je best rijkelijk later daarvoor. De heer Van Berkel: Volgens mij heeft het college aangereikt dat die visie snel na dit proces aan ons wordt toegezonden. Volgens mij is dan het moment.

Dus we staan daarmee op het standpunt om het participatieproces niet te doorkruisen en uitkomsten daarvan ook af te wachten, maar ook deze signalen mee te nemen. We staan zeer sympathiek tegen de punten die vanuit stakeholders en ook vanuit insprekers worden aangedragen, maar we gaan dus nu geen standpunt innemen. We wachten de visie van het college af, maar we hopen wel dat het college daarmee wat haast gaat maken. Want we zien de zorgen, volgens mij moeten die ook snel besproken worden op deze plek. De voorzitter: Volgens mij heb ik iedereen gehad. Ja. Intussen is de heer Van Leeuwen aangeschoven ter ondersteuning van mevrouw Cnossen. Ik heb mevrouw Cnossen driftig zien schrijven. Mevrouw Cnossen, er zijn de nodige vragen gesteld naar aanleiding van dit bespreekpunt. Hoe zit het financieel, hebben we het een en ander nog niet gezien. Ik hoor, creatief kijken naar wat er allemaal vanavond naar voren gekomen is. Zowel van de insprekers als van degenen die het een en ander naar voren gebracht hebben. Hoe zit het met de plannen? Hoe zit het met de participatie? En dan zijn er ook in het bespreekpunt de nodige vragen gesteld. Onder andere over de participatie wat u net ook al gehoord hebt. En misschien kunt u daar ook even kort op ingaan. Mevrouw Cnossen. Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Ja, het is gelukt. Dank u wel, voorzitter, voor het woord.

En dank aan ieder voor zijn inbreng. Insprekers, maar ook de commissieleden. Begrijpelijk dat we dat vanavond op deze manier bespreken, maar toch wil ik wel graag aansluiten bij de laatste twee sprekers die zeggen, het is nog niet compleet, het verhaal. Het college heeft nog niet het complete beeld. We wachten nog het advies af van de commissie ruimtelijke kwaliteit bijvoorbeeld. Zoals u weet adviseren die ook over monumenten erfgoed. Dat moet eerst ook op tafel liggen wil een compleet beeld ontstaan vanuit de participatie, vanuit wat u nu inbrengt en alles wat er op tafel ligt. Het college is van plan in Q2, wil in Q2 want ik hoorde net het woord haast maken van de heer Van Berkel. Het lijkt me ook tijd dat er nu gewoon eens een ei wordt gelegd. Dat ben ik

15/36

helemaal met u eens. In Q2 komt er een visie van het college. En het college wil die visie aan de raad voorleggen, zodat u op dat moment ook uw zegje daarover kunt doen en eventueel ook kunt vinden dat het niet goed is. Of wat dan ook. Maar ik denk dat we op die manier het hele proces goed afsluiten. Want er is inderdaad al een heel verhaal vooraf gegaan. Het was wel aardig van de heer Blonk wat hij zei. Want we begonnen in Berkel inderdaad ook met dit perceel. Ik was daar toen ook bij betrokken. En nu kom je het weer tegen. De heer Blonk stopt bijna, ik vast ook wel. Dus het is ook wel weer een mooi plaatje om af te ronden. Maar wat ook wel gezegd werd door de insprekers, de gemeente heeft op een gegeven moment toch besloten, ik dacht dat de heer Hofman het jaartal noemde, ’22, om het aan te kopen om ook grip te hebben en er iets bijzonders van te maken. Hadden we het aan de markt overgelaten, dan was daar op dit moment geen invloed meer op. Dus laten we dat voorop stellen. Het college wil inderdaad een volledig verhaal hebben. En ik denk dat de bespreking van vanavond mij in elk geval, en ik ga ervan uit dat het hele college hier kennis van neemt, meeneemt. Ik kijk nog even langs een aantal vragen, voorzitter. Bij de heer De Graaf had ik vooral opgeschreven, het volledige verhaal.

Bij de heer Zantman, die wees inderdaad ook op de bezuinigingsronde die we nu aan het doen zijn. De heer Hofman dacht dat dit perceel buiten de grex zit. Nee, het zit gewoon in het hele Westpoldergrex verhaal. Dus het zit erin. U gaf, eventueel financieel verlies te willen nemen. Dat is dus een van de afwegingen die het college meeneemt uit deze bespreking. U noemde ook ‘22, waar we dus wel al een weg zijn ingeslagen die we nu eigenlijk voortzetten via dit hele proces. Dus het is goed dat u daar ook op wees. De heer Blonk had geen vragen aan het college, als ik het goed heb gezien. Ga ik naar de heer Ruijtenberg, die had een aantal suggesties. Ik kom zo ook even op de vraag van het college. Ik denk dat het handig is om die gewoon op die manier even af te lopen, voorzitter, maar ik kijk even of er nog andere vragen waren. Mevrouw Leijendekker wil een voorstel. Ja, dat komt er inderdaad aan. Een kans voor de gemeente, noemde u het ook. Weet u, die is er ook gewoon. Natuurinclusief bouwen, u zag het op LinkedIn, dat is inderdaad ook een van onze afwegingskaders. Dus weet u, alles wat ook aan ons gevraagd wordt, wij leggen dat langs het beleid wat al is vastgesteld. Dat gaan we niet negeren. En de heer Xhemaili vroeg aan het college, is er een alternatief plan mogelijk om uit te voeren? Ik verwijs toch even naar Q2. Het volledige beeld, volledige visie en dan met elkaar bespreken.

Dan ga ik naar de vragen aan het college. Die herontwikkeling haalbaar. Ja, bij heel veel punten zal ik zeggen, dat hoort nu allemaal bij de afwegingen, voorzitter. Ik ben daar misschien een beetje flauw in. Maar het is zo dat het totale beeld echt op tafel moet liggen voor het college om dan die afweging te maken. En dat wel of niet versterken van het bolwerk, ook dat is in de participatie genoemd. En daar hoorde ik een van de raadsleden ook over. Die kavels uitgeven. De participatie heeft al iets van een schetsje gezien. Ook daar kunnen we afwegingen maken en kijken. En ook afwegen wat de participatie daarin heeft opgeleverd. De C, die bestaande woning en historische elementen. Dat is denk ik bij verschillende woordvoerders goed aan de orde gekomen in welke staat die zijn. Maar daar gaat die commissie ruimtelijke kwaliteit nog ons advies geven. En dat moeten we uiteraard nog afwegen. De voorzitter: Mevrouw Cnossen, er is een vraag van de heer De graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik denk, ik wacht even een natuurlijk moment af. Ik slikte mijn vraag weer in, maar nu u mij het woord geeft, benut ik die kans. Wil de wethouder ook nog wat zeggen over die molenstomp die daar is? Want ik meen, volgens mij is er wat verwarring over.

Want ik meen dat ik in een van de beantwoording volgens mij van de eerdere vraag heb gelezen, dat als dat ding daar inderdaad ligt en aangetoond, et cetera, dat dat een plek gaat krijgen in de integrale ontwikkeling. Ik weet niet of de wethouder daar nog iets over kan zeggen of toezeggen, eventueel. Mevrouw Cnossen: Die wordt dan zeker meegenomen, mijnheer De Graaf. Ik was aangekomen bij natuur en biodiversiteit. Ik denk dat ik richting mevrouw Leijendekker daar al een reactie op heb gegeven. Die aantallen woningen, dat is inderdaad op dit moment ook nog de afweging in het totale plan. Dan zitten we bij twee, participatie is bijna afgerond en wat gaan we daarmee doen? Dat ophalen van al die meningen leidt uiteindelijk tot een visie die aan uw raad zal worden voorgelegd. Het vervolgtraject, Q2, tweede kwartaal in normale mensentaal, gaan wij dat in deze raadzaal met elkaar bespreken. En het college heeft inderdaad gedacht dat het gewoon verstandig is om, je zou zo'n visie ook aan het college kunnen houden en u achteraf daar een discussie over kunnen laten houden. Maar in dit geval, waar gewoon zoveel meningen over zijn, dat het heel erg goed is om juist de gemeenteraad dit voor te leggen. En dat u met elkaar bespreekt of dat de juiste koers is die het college op dat moment in die visie neerlegt. En zo gaan we het aanpakken, voorzitter. Dank u wel.

16/36

De voorzitter: Ik heb een vraagstelling van de heer Hofman aan de wethouder, denk ik. De heer Hofman: Ja, klopt. Dank u wel, voorzitter. De wethouder noemt bespreken in Q2, voorleggen aan de raad in Q2. Is dat dan voorleggen ter besluitvorming of is dat voorleggen ter advisering? De voorzitter: Mevrouw Cnossen. Mevrouw Cnossen: Zoals het college het nu ziet, ter besluitvorming. De voorzitter: Tweede termijn, even kijken. Ik begin maar even met de heer Xhemaili. Tweede termijn De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik ben namens de PvdA heel blij met de toezegging van de wethouder om de raad erbij te betrekken bij de besluitvorming. Dat is heel fijn. En ook heel fijn dat ook de geluiden van de insprekers worden meegenomen in het ontwikkelen van het plan. Even kijken. Ik had nog een extra vraag gesteld naar aanleiding van de insprekers. Op basis van de inspraak van de heer van de cultuurhistorie, want die wil met een eigen plan komen. Of die heeft hij al gereed en wil die gaan indienen. Gaat het college dit ook meenemen? En een andere vraag die daarop aansluit is, de insprekers geven aan dat de participatie, tussen aanhalingstekens, schijnparticipatie is. Dus wat wordt er met de eerdere participatie gedaan? En hoe gaat dat dus vorm krijgen in de volgende rondes participatie, om schijnparticipatie te voorkomen? De voorzitter: Ik ga verder. Even kijken. Mevrouw Leijendekker.

Mevrouw Leijendekker: Dank u, voorzitter, voor het woord. Ik ben echt heel erg benieuwd naar het voorstel van het college. En ik ben ook blij dat er wordt toegezegd dat er rekening wordt gehouden met de participatie, maar ook met de geluiden die wij hier vandaag hebben geventileerd. Ik hoop dat het een mooi voorstel wordt. Dat is het. Wel een vraag van de heer Blonk, denk ik. Mijnheer Blonk. De heer Blonk: Mijn tweede termijn, voorzitter. De voorzitter: Ik dacht eerst naar de heer Ruijtenberg te gaan, als een van de indieners. Dus vandaar dat ik dacht dat u een interruptie had. Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: De heer Blonk hoeft maar heel kort geduld te hebben, want hij is zo aan de beurt. Ik heb eigenlijk niks toe te voegen aan wat mevrouw Leijendekker en de heer Xhemaili hebben gezegd. Ik ben benieuwd naar de uitwerking van het college en welk voorstel er komt richting de raad. De heer Blonk: Dank u wel. Ik wil wel even verder gaan op die molenstomp, die fundering van die molen. Collega De Graaf begon er net ook al over. Er stond nog een molen in de Westpolder. En daar is nu bij het parkeerterrein van het winkelcentrum Westpolder ligt een prachtig kunstwerk waar die molen stond. En ik denk, of dat is of iets anders, dat maakt me niet uit. Ik zie wel wat dat gaat worden.

Maar daar wil ik toch eventjes de aandacht op vestigen om die mogelijkheid te bekijken of dat hier ook zou kunnen. En ten slotte, voorzitter, Q2 komt het college met een besluitvorming hierover. Dat vervolg zal ik als raadslid niet meer meemaken, want ik neem eind, in de raad van 27 maart neem ik afscheid van u. En dan verlaat ik de raad en de politiek daarmee. Dank u wel. De voorzitter: Maar dan zal zeker iemand anders van Leefbaar 3B zijn die dat overneemt. Ik ga verder. Misschien de heer Hofman. Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Misschien wel, voorzitter. Dank u wel. Voorzitter, ik ben blij met het proces zoals de wethouder het schetst. En dat we als raad in Q2 straks in positie worden gebracht om hierover te gaan besluiten, over de visie die hier voor gaat liggen. Kleine winstwaarschuwing naar alle omwonenden die dan denken van, dan wordt nu alles ten goede gekeerd. Ja, misschien wel, misschien niet. Het is niet zo dat als wij er met zijn allen over gaan besluiten dat er ineens een radicaal ander plan komt. Dezelfde uitgangspunten die het college had, die mogen wij gaan beoordelen. Eventueel aanpassen, amenderen. Maar ook in deze raad horen we vanavond

17/36

verschillende geluiden. Dus het is niet zo dat, ik kan het niet in mijn eentje beslissen. Dan komt er ongeveer wat ik in mijn eerste termijn heb geschetst. We gaan er met zijn allen uitkomen. Maar gebruik ons ook in de tussentijd gerust om uw meningen naar ons toe te ventileren over hoe wij zouden moeten besluiten. Dan nemen wij dat ook weer mee in onze besluitvorming in Q2. Dank u wel. De voorzitter: Een interruptie van de heer De Graaf? De heer De Graaf: Nee hoor, tweede termijn. Als u mij toestaat. Dank u wel. Ik kan het kort houden. Ik sluit heel erg aan bij de woorden van collega Hofman. Ik hoop dat het college niet een concrete suggestie overhoudt aan mijn eerste termijn dat ik een pannenkoekenhuis in een groene oase wil in dat gebied. Ik nodig daarmee het college wel uit tot creativiteit, maar natuurlijk binnen de kaders zoals we hier in dit huis hebben afgesproken. Ik zie heel erg uit naar het plan waar die creativiteit toe leidt in het tweede kwartaal. Dank u wel. De voorzitter: Ik ga verder. Even kijken, de heer Zantman nog? Mijnheer Zantman. De heer Zantman: Dank u, voorzitter. Ook wij kijken uit naar het plan in Q2 en zien het met interesse tegemoet. Dank u wel. De voorzitter: En dan nog even naar de heer Van Berkel. De heer Van Berkel: Voorzitter, daar sluiten we ons bij aan.

En ook even een boodschap via u namens de mensen op de tribune die misschien denken, we hebben anderhalf uur nu naar een debat gekeken en we komen met een soort procesbesluit, we gaan in Q2 verder praten. Het is fijn dat u heeft ingesproken en dat we het meenemen. Maar ik hoop dat u ook onze positie begrijpt dat wij het volledige besluit voor ons willen hebben om daarover te kunnen besluiten. Dus dat wil ik nog even meegeven. De voorzitter: Ik ga toch nog even naar mevrouw Cnossen, want er is nog een vraag van de heer Xhemaili, wordt er een plan meegenomen, van de heer Overmeer, dat was degene die dat bracht. En hoe zit het met participatie? Ik hoorde u zeggen iets van schijnparticipatie. En dat is even nog aan mevrouw Cnossen. Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Dank u wel, voorzitter. Uw eerste vraag meende ik in eerste termijn te hebben beantwoord, maar niet duidelijk genoeg. Toen vroeg u ook, kunnen die alternatieve plannen worden meegenomen in de uitvoering? Toen heb ik gezegd, ja, we nemen alles mee in die uitvoering. Dus wat er ook binnenkomt, de heer Overmeer mag plannen indienen, dat nemen we gewoon netjes mee in de totale afweging. En de participatie is bijna afgerond. Er komt nog een laatste sessie, maar die is dan vooral informerend voor iedereen wat het heeft opgebracht en waar we mee richting uw raad zullen gaan. En de kwalificatie, die laat ik bij u.

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik wil nogmaals benadrukken dat ik niet de schijn wil wekken van schijnparticipatie vanuit de gemeente. Maar dat was het gevoel bij de bewoners, dus daarom benoemde ik het. En ik ga met alle vertrouwen er vanuit dat de participatie goed wordt verzorgd. Dank u wel. De voorzitter: We zijn aan het einde gekomen van dit bespreekpunt. Ik heb de wethouder horen zeggen dat er eerst afgewacht wordt tot er een totaal beeld is ten aanzien van de adviezen. En dat er in Q2 dit agendapunt, dit bespreekpunt via een visie weer terugkomt in de commissie. Dus wij zijn vol spanning met betrekking tot wat er dan gaat voor liggen. Ik schors de vergadering even voor twee minuten, want ik denk dat degenen die hier ingesproken hebben nu de gelegenheid willen hebben om even de zaal te verlaten. Ik schors de vergadering voor een paar minuten. 5.a Zin in de toekomst: toekomstbestendig bouwen - door GroenLinks, CDA, PvdA en D66 De voorzitter: Dames en heren, het is vijf minuten pauze geweest. We gaan weer verder met het volgende agendapunt en dat betreft een bespreekpunt over toekomstbestendig bouwen. En het

18/36

onderwerp toekomstbestendig bouwen is al diverse malen aan de orde geweest. De indieners…Heren, mijnheer Hoek, mijnheer Hoek, mijnheer Blonk, wij zijn alweer begonnen. Ja, vijf minuten moet toch voldoende zijn, denk ik. We hadden het over toekomstbestendig bouwen. Er is al in diverse malen is daarover gesproken. En de indieners van het bespreekpunt willen vandaag met de commissie nogmaals spreken over het convenant toekomstbestendig bouwen. U heeft het allemaal kunnen lezen, wat het allemaal inhoudt. En ik wil allereerst het woord geven aan de heer Ruijtenberg. Mijnheer Ruijtenberg, gaat uw gang. Eerste termijn De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. U heeft het eigenlijk al voor een groot gedeelte gezegd. We hebben het hier al heel vaak gehad over toekomstbestendig bouwen. Ooit begonnen hier als biobased bouwen. Maar biobased bouwen is slechts een klein onderdeel, een belangrijk onderdeel, maar toch een klein onderdeel van het toekomstbestendig bouwen. Zoals u ook in het bespreekstuk kunt zien, in november hebben wij daar een motie voor ingediend. Die hebben we teruggetrokken op verzoek van uw raad, omdat u graag hier meer informatie over wilde en graag eerst het convenant wilde bespreken. Daarom is dit bespreekpunt.

Er zijn een aantal vragen geformuleerd, die zal ik niet herhalen, want ik ga ervan uit dat u die allemaal heeft gelezen en daar ook op uw mening kunt aangeven. U kunt zich afvragen, wat is dan de mening van GroenLinks over deze vragen? Over de doelstellingen in het convenant, of wij die onderschrijven? Uiteraard onderschrijven we die. We zijn ermee begonnen en we vonden al dat deze gewoon ondertekend moest worden. Het zijn goede doelstellingen, het zijn doelstellingen die realistisch zijn, het zijn doelstellingen die ook haalbaar zijn. De ambitieniveaus streven de fracties en het college na. Wat GroenLinks betreft is daar geen eenduidig antwoord op. Zoals ook in het stuk staat, het zijn zes thema's en dertig subthema ‘s die je eigenlijk allemaal individueel zou moeten behandelen. Het streven is, we beginnen bij brons en daar waar we het kunnen halen, daar waar we het goed zouden halen zijn, en dat is ter beoordeling eventueel van het college, eventueel ook het ambtenarenapparaat, kunnen we naar zilver of naar brons gaan. Of naar goud gaan, sorry. Er zijn een aantal punten, daar kun je gewoon heel simpelweg, ook in de mening van GroenLinks, niet naar goud. Ik noem maar bijvoorbeeld mobiliteit, de aantrekkelijkheid van het OV. Ja, het OV, daar gaan wij niet over, dat is nu eenmaal de MRDH.

Wat ons betreft is het onrealistisch om daar te zeggen, we gaan voor goud, we blijven dus zitten op brons. Echter, wil je dat allemaal bespreken, wil je daar allemaal naar kijken, dan zitten we hier wel tot twaalf uur. Dat is nou niet het streven wat we hebben, gezien het feit dat we drie, twee hebben. Dus dan bepalen we ons op die zes thema's, welk ambitieniveau wilt u daarvoor hebben in hoofdlijnen? Dan het convenant, het is duidelijk aangegeven waar dit voor is. Dit is eigenlijk bedoeld vanuit de markt, vanuit overheden, vanuit ontwikkelaars, om te zorgen voor een gelijk speelveld. Om te zorgen dat er zoveel mogelijk snel gebouwd kan worden, dat er goedkoper gebouwd kan worden. En dat is door wat hier opgenomen staat, die schaalvergroting, het feit dat je skeletbouw hebt, wat ervoor zorgt dat je sneller, makkelijker kan bouwen. Er was een vrees dat het in rechten afdwingbaar zou zijn, omdat je een convenant tekent. Ik heb het nadrukkelijk opgenomen, dit is niet afdwingbaar, het is een vrijwillig iets. Er is niemand die je op de vingers tikt als je het niet haalt. Alleen, het geeft wel tot doel om het speelveld zo duidelijk mogelijk te brengen. Ik hoop dat dat helder is. En de laatste vraag is aan het college, of men overweegt om dit te tekenen, en mocht men dat niet willen gaan, niet doen, waarom niet? En ik ben benieuwd naar de discussie. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Ik ga over naar mevrouw Leijendekker. Mevrouw Leijendekker. Mevrouw Leijendekker: Dank u, voorzitter. Ik neem het bespreekpunt over van de heer Krieger die dit heeft voorbereid. Het convenant toekomstbestendig bouwen streeft ernaar om bij sloop en nieuwbouw op een toekomstig bestendige manier te bouwen. Er horen allerlei ambities voor de kwaliteit van de leefomgeving bij, voor het milieu, klimaatveranderingen incalculeren en grondstoffen schaarste voorkomen. En dit wordt dan inderdaad ook gepaard aan het streven voor betaalbaarheid en ook de noodzaak van de snelheid van de woningbouwopgave die ik vandaag al eerder over de tafel heb zien komen. Ook de doelstelling zoals de heer Ruijtenberg aangaf om te komen tot een soort level playing field, gelijk speelveld. De ambities van het convenant sluiten volgens ons aan bij de ambities van Lansingerland. En we willen ook het college vandaag ook nog eens bedanken voor het toezenden van de decemberbrief over de actualiteiten in het kader van Lansingerland duurzaam. Mooie tussenresultaten, mooi streven. Ook daaruit blijkt dat het college, lijkt ons, ook deze richting heen wil. De ambities passen natuurlijk ook in de ambities vanuit het CDA-verkiezingsprogramma. Wij gaan voor duurzaamheidstransitie en klimaatneutrale maatregelen. Zoals de heer Ruijtenberg aangaf zijn de bepalingen van het convenant niet in

19/36

rechten afdwingbaar. Dat wordt ook in het bespreekstuk benadrukt. Maar, en dat is dan wel een kanttekening van mijn kant, ik ben te veel jurist op dat punt. We moeten wel betrouwbare overheid zijn. Dus als we als college ondertekenen, dan moeten we het ook wel waar kunnen maken. En wij vermoeden, daarbij wil ik eigenlijk ook nog wel een bevestiging van het college, dat brons op de maatregelen mogelijk is. Dat als we het ondertekenen, dat we dat dan minimaal tegemoet kunnen komen. Er was ook nog een vraag van mij, en dat kwam eigenlijk ook vanwege het vorige punt, omdat ik me daarin verdiept had, en zelfs geliked had op LinkedIn. Namelijk, hoe is de verhouding met het toetsingssysteem natuurinclusief bouwen, zit dat ook al in de voornemens van het convenant? Of heeft het college daar ook al naar gekeken? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar de heer Scheringa. De heer Scheringa: Dank u wel, voorzitter. Mijn collega's hebben al veel dingen gezegd, dus ik zal mij gelijk beperken tot de vragen die gesteld worden. Mijn fractie is voor het tekenen van het convenant. We hebben te maken met een woningopgave, blijft zo, dus we denken met dit convenant kunnen we regelen dat we dat in één keer goed doen. Dus op een toekomstig bestendige manier. We denken ook dat het convenant kan bijdragen aan goed, betaalbaar en veilig wonen in onze gemeente.

Laag energieverbruik in nieuw te bouwen huizen. Hittebestendig zijn in de zomer. Dus dat hebben onze bewoners en inwoners van die huizen hebben daar direct baat bij. Voor de rest, het draagt bij aan een groene, gezonde, prettige leefomgeving. Dus groen, blauw en biodiversiteit. Dan komen we bij het ambitieniveau. Ik zou natuurlijk gelijk zeggen, ga voor goud. Maar ja, we moeten wel realistisch blijven in die zin. En wat de heer Ruijtenberg ook aangeeft, het is ook een beetje afhankelijk van je invloed. Over sommige dingen kan je niks zeggen. Aan de andere kant luchtkwaliteit bijvoorbeeld. We hebben wel te maken met veel snelwegen hier in de buurt en een luchthaven om de hoek. Dus ja, top goud raken in luchtkwaliteit, dat lijkt een uitdaging dan. Dus daar moet je ook realistisch in zijn wat wel haalbaar is. Daarbij komt natuurlijk dat het ambitieniveau ook afhankelijk is van het bestaande beleid dat we nu hebben in de gemeente. Wat wij aan ambities hebben, moet natuurlijk wel passen in het beleid, lijkt me. Het lijkt me dus op zich als we dit gaan tekenen wel handig om een soort van nulmeting te doen van, in hoeverre past dit convenant nu op het bestaande beleid wat we nu hebben? En dan kan je dan naar een evaluatie, want dat staat ook in het convenant geschreven, wat evaluatiemechanismen zijn en leermethodes.

Dan zou je dus na een tijdje kunnen kijken van, wat zouden we ambitieuzer kunnen doen? En hoe lang, hoe makkelijk zal het zijn? Wat is laag hangend fruit om eventueel nog een extra stap te zetten? Als ik dan echt moet kijken naar wat we dan echt voor goud willen hebben, mijn fractie hecht toch voornamelijk aan een gezonde leefomgeving voor onze inwoners. Natuurinclusiviteit en biodiversiteit vinden wij belangrijk. En klimaatadaptatie zeker ook. En waarom nou juist die drie mogelijkheden? Dat zijn wel dingen die je in één keer goed moet kunnen regelen. Bijvoorbeeld klimaatadaptatie en waterberging, dat moet je wel aan het begin regelen. Het is lastig om te zijn als er eenmaal huizen staan om te zeggen van, er moet nog een waterberging komen, want dan moet je huizen slopen. Dus dat is wat ongemakkelijk. Ten slotte, resultaten van de convenant. Dat is een vraag die is een beetje open door. Ja, wij denken dat dat is, goed is. En in vier, in rechten afdwingbaar. Dat is niet waar, maar wat in beleid afgenomen, wat in beleid is opgenomen, uiteindelijk wel. Dus we denken, dit moet uiteindelijk wel in beleid terechtkomen en dan is het wel afdwingbaar, maar zover is het nu nog niet. En punt vijf, dat is voor het college. Maar ik hoop, ik ga ervan uit dat het college het sowieso overweegt. En dat ze dan positief besluiten. Dat is de afwachting.

Als het besluit negatief is, dan zou mijn fractie graag de afwegingen willen horen waarom dat zo is. Dat was het, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik even ook naar de indiener vanuit D66 en ik kijk even naar mevrouw Den Heijer. Ja, het kaartje moet er wel in. Mevrouw Den Heijer. Mevrouw Den Heijer: Zo, dit lijkt er meer op, ja. Even kijken, wij gaan ook even de vragen af. Vraag één, wij onderschrijven op zich ook de doelstellingen uit het convenant. Maar een convenant is voor ons wel een middel en op zich geen doel op zich. En we zijn ook heel benieuwd hoe dit verhoudt met het huidige beleid waar we nu mee bezig zijn. En we zijn ook benieuwd of het college dit ook als een hulpmiddel of als een goed kader ziet wat nu past bij waar we mee bezig zijn. Want dat we goed bezig zijn op het gebied van duurzaamheid, dat kunt u allemaal zien als u kijkt naar het mooie overzicht wat nu bij de commissie AB op de agenda staat, waarin we heel goed aangeven wat er allemaal op het gebied van duurzaamheid gebeurt. Dus daar kunnen we sowieso trots op zijn en moeten we kijken of dit convenant daar een bijdrage aan levert. En op vraag twee hebben wij ook geen eenduidige antwoord, net als

20/36

GroenLinks ook al aangeeft. Je kan natuurlijk zeggen, we streven naar het hoogst mogelijke niveau, maar je moet ook echt wel per thema gaan kijken waar we staan en hoe realistisch het is en ook welke afspraken we allemaal hebben en wat voor lopende afspraken. Dus ook daar zal je kijken naar maatwerk en voert het nu veel te ver om dit allemaal een voor een af te lopen. En ook vraag drie, we kunnen ook niet helemaal goed beoordelen of dit convenant nou direct tot deze drie doelen leidt. Want zo'n convenant is ook maar een middel en ook niet helemaal juridisch afdwingbaar wat er staat. Het is misschien meer een soort van checklist waar je rekening mee kunt houden. Waar we wel erg enthousiast van worden, wat zo bij dit convenant hoort, is dat je natuurlijk daar zit een soort van kennisdeling ook aan, met partijen die hier ook mee bezig zijn. Want duurzaamheid is gewoon geen lineair proces. Alle gemeenten worstelen met ditzelfde dilemma hoe je hier, welke oplossingen hier zijn. Dus het is natuurlijk, dat is het mooie als je dit met partijen samen kan delen en ook elkaars ervaringen kan delen. Dus dat is, dat is een doel wat ook binnen dit convenant aanwezig is. En volgens mij is vraag vier een vraag aan het college. Dus daar kunnen we het bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Voorzitter, dank u wel voor het woord.

Dank aan de indieners voor dit bespreekpunt. Goed dat we dit convenant nu uitvoerig bespreken. Ik zal namens onze fractie de gestelde vragen langs gaan. Voorzitter, allereerst de doelstellingen van het convenant. Die zijn scherp en die zijn ambitieus. Bij sommige doelstellingen heb ik vragen over de haalbaarheid en of het voor ons realistisch is om het zo scherp ook neer te zetten. Voorzitter, dan begin ik even met onbekend terrein voor mij. Want ik zie getallen en grenzen onder het kopje energie en circulariteit die ik niet kan verifiëren. Ik hoop dat er een specialist in de zaal is, want ik weet namelijk niet of een milieukundige kostenindicator per vierkante meter bruto vloeroppervlak per jaar van 0,45 of 0,5, waar de wet nu 0,8 voorschrijft, of dat nou veel of dat nou weinig is. Ik wil meestal wel weten waar we voor tekenen als ik ergens voor teken. Maar dat is misschien nog niet eens het grootste ding. Er staat iets in over deelmobiliteit. Daar staat een hele ambitieuze doelstelling. En ik ben heel benieuwd of dat al ergens in Nederland op deze manier wordt toegepast. Want 25 procent van bewoners van een nieuwbouwwijk die deelneemt aan deelmobiliteit, dat is volgens mij echt heel veel. Dat is een prima ambitie, ook in combinatie met de genoemde verlaging van parkeernormen wat ons betreft.

Maar in hoeverre is dat nou reëel om dat in een convenant te gaan zetten en dat te ondertekenen? Dan staat er ook bij brons 30 procent groen en blauw. En dat is meer dan we nu veel al doen. We gaan dat eigenlijk voor het eerst dan kwantitatief vastleggen in een convenant. En vergelijk even Wilderszijde hier. Daar hebben we nu 18 procent groen en 10 procent blauw in het bestemmingsplan vastgelegd. En dat was toen revolutionair veel. Daar gaan we nu 2 procent bovenop doen. Vanaf nu, elk plan. En het wordt wel gezegd, het is niet in rechten afdwingbaar. Maar, er is wel comply or explain. Dus, vanaf nu gaan wij dit convenant tekenen en dan gaan we bij elke nieuwbouwlocatie, gaan we al die 30 subthema ‘s af. En daar waar we niet doen wat er in dit convenant staat, gaan wij explainen waarom we het niet doen. Is dat de bedoeling? Ik heb wat twijfels. En of dat convenant nou leidt tot de onder vraag drie genoemde voordelen, dat weet ik niet precies. Ik denk niet dat het heel veel kwaad kan, een gezonde, hoge ambitie. Ik ben niet zo tegen die ambities waar ik net even op aanhaakte. Ik vind het goed om onszelf ferm uit te spreken at we hoge doelen hebben. Maar, het schuurt ook ergens. Wilt u even interrumperen? De voorzitter: Ja, volgens mij wel. Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ja, zeker wil ik interrumperen, want daarvoor drukte ik het knopje in.

Ik wil misschien ook wel proberen om een soort angst weg te nemen bij de heer Hofman. Er staat ook nadrukkelijk in het convenant, de ondertekenaars nemen het ambitieniveau brons als vertrekpunt voor alle thema's, onderwerpen en indicatoren. Partijen zijn vrij per indicator te kiezen voor een hoger ambitieniveau. U hoeft zich dus niet te vrezen dat als wij dit convenant tekenen dat we overal aan goud zitten. Nee, we kunnen ervoor kiezen om te zeggen van, hier halen we het niet. Deelmobiliteit bijvoorbeeld, daarvan heb ik zelf gezegd van, dit zou hooguit zilver worden als we hier heel erg onze best doen. Bij andere dingen weten we gewoon van, dit gaan we gewoon echt niet halen, dus dat houden we op brons. Dus u hoeft daar niet bang voor te zijn dat u ergens aan vastgehouden wordt wat u niet kunt afdwingen. Neem dit een stukje van uw vrees weg? De heer Hofman: Eigenlijk niet. Het is ook geen vrees, maar het is onszelf realiseren met wat voor ambitie we onszelf opzadelen. Want de genoemde voorbeelden die ik noemde, dat zijn voorbeelden van het ambitieniveau brons. En die vind ik al best pittig op sommige punten. En

21/36

qua proces, want wat gebeurt er op het moment dat onze wethouder namens ons dit convenant tekent? Even heel praktisch, hoe gaan we om met nieuwe versies? Hoe blijft deze raad in positie om te oordelen of in een nieuwe versie datgene wat erin staat, of we daaraan mee moeten blijven doen? Wat wordt de positie van dit document in ons beleid, daar waar het strijdig is met het beleid wat we nu hebben en andere visies, is dit dan nu ons nieuwe beleidskader als we getekend hebben? Het is niet in rechten afdwingbaar, dat weet ik ook wel. Maar is het dan niet veel handiger om punten uit dit convenant om te zetten in eigen beleid om zo te voorkomen dat we verschillende waarheden hebben. En dat onduidelijk is wat we wanneer moeten toepassen. Waar kan onze inwoner van op aan? Kan die op aan van een convenant dat wij getekend hebben? Of kan die op aan van het beleidskader wat we drie jaar geleden hebben aangenomen als raad? Wordt besturen met dit convenant niet eigenlijk lastiger? Ik heb dus nog wat aarzelingen die ik graag in dit debat beantwoord zie. Maar als die glad gestreken kunnen worden, dan voorzie ik zomaar dat mijn fractie kan instemmen met een eventuele motie die het tekenen van dit convenant mogelijk maakt. Maar het zijn wel plooien die, ik heb nog wat aarzelingen, voorzitter. Daar wil ik het even bij laten voor de eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Meuldijk.

De heer Meuldijk: Dank u, voorzitter. Medailles scoren, dat is altijd mooi. Of dat nou brons, zilver of goud is. Maar Leefbaar 3B gelooft meer in de Olympische gedachte, meedoen is belangrijker dan winnen. Daarmee willen we ook zeggen dat het belangrijker is om meer woningen te genereren voor onze inwoners dan dat je voor podiumplekken wil gaan. Dus als plek 4 tot en met 100 betekent dat we heel veel woningen kunnen realiseren dan laten we die bronzen plak liever schieten. De markt is bepalend. En de markt wordt zelf weer bepaald door de vraag. Maar we weten ook allemaal dat de ambitie in onze samenleving er is om steeds duurzamer te worden. En dat kan ook, maar met een geleidelijk…Ja, interruptie. De voorzitter: Ja, er is een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Even voor mij voor de verduidelijking, ik heb de heer Blonk, die hiervoor woordvoerder was op dit terrein, ooit horen zeggen, we hebben maar één keer de kans om woningen goed te bouwen. Want we hebben eigenlijk in het verleden te vaak woningen gebouwd waarvan we nu weten dat die kwalitatief niet goed zijn. Ik hoor u nu echter zeggen, wij vinden eigenlijk belangrijker dat we veel huizen bouwen. En wat die kwaliteit van die woningen is, die vinden we eigenlijk niet zo belangrijk, want we willen vooral geen medaille halen.

Heeft u daar een breuk mee met het verleden, met wat uw bijna expartijgenoot heeft aangegeven? De heer Meuldijk: Nee, voorzitter. Even voor de duidelijkheid, u heeft het erover dat ik het heb over slechte woningenbouw. Dat heb ik helemaal niet gezegd. Dat is uw aanname. Ik ga even verder met mijn betoog, dan wordt het wellicht wat duidelijker. De voorzitter: Er wordt even nog teruggehaald door de heer Ruijtenberg. Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Nee, ik heb niet gezegd dat u slechte woningen bouwt. Ik heb gezegd van, de heer Blonk heeft gezegd, we hebben maar één mogelijkheid om het goed te doen en we moeten leren vanuit het fout, vanuit het verleden. Nu geeft u aan, wij willen eigenlijk geen medailles halen, we willen vooral veel woningen bouwen. Zit u daarmee dus anders in de wedstrijd dan uw bijna toekomstige ex-fractiegenoot? Nu zeg ik het wel goed. De heer Meuldijk: Dank, voorzitter. Het gaat om de ambitie, er worden geen slechte woningen meer gebouwd. En zeker niet in onze gemeente. Dat weet u zelf ook. De wetten die allerlei eisen stellen, die zijn heel rigide, die zijn heel zuiver. En als je aan wet voldoet, dan is de woning per definitie een prima woning. Dus die valkuil, daar gaat niemand in trappen, want er worden geen woningen meer gebouwd die heel slecht zijn. Dan, het toekomstige bouwen, het toekomstbestendig bouwen, dat is een terechte route.

Dat is een mooie route. En dat moet ook duurzaam behaald worden. Maar dat betekent wel geleidelijk, betaalbaar en haalbaar. De wensen en de eisen die wij stellen aan onze woningen, die zie je iedere keer opschuiven. Het is nu heel normaal, er wordt geen woning meer opgeleverd zonder HR-triple plusglas. Vroeger was je al blij als je dubbelglas in je woning had. Dus ik bedoel maar, die standaarden groeien vanzelf met de markt mee, met de wensen van de eigenaren en de bewoners mee. Dus die ontwikkeling gaat vanzelf door. En daar is geen convenant voor nodig is onze stelling. Even een paar punten, want u heeft een aantal vragen gesteld en die moeten ook wel beantwoord worden. Kijk, de

22/36

doelstellingen die u hier stelt, daar kan niemand tegen zijn. Daar zit het probleem helemaal niet. Het is alleen, ga je ze afdwingen, ga je, en dan staat er, niet in recht afdwingbaar, maar we weten allemaal hoe het werkt. Als iets wat begint als een resultaat, als een inspanningsverplichting, dat vertaalt op een gegeven moment gevoelsmatig door naar een resultaatverplichting. We zien dat vaker gebeuren. En het is juist van belang om niet een convenant te tekenen, wat ook een afschrikwekkend effect kan hebben voor ontwikkelingen. En wat belemmerend kan werken, en laten we gewoon heel eerlijk zijn, en linksom of rechtsom, iedere eis die je stelt betekent kostprijsverhoging. Dat is wat het is. En dat betekent dat de woningen, die in onze gemeente al uitzonderlijk duur zijn, nog duurder worden, nog onbereikbaarder worden. Dus ik geloof er meer in om de markt naar de oplossing te laten zoeken, de markt zijn werk te laten doen en vanzelf in de weg van de geleidelijkheid te komen tot toekomstbestendiger bouwen. Voorzitter, ik wil de vragen nog wel even expliciet benoemen, want het is wel van belang om daar even op in te gaan. Kijk, al die zaken die genoemd zijn, de doelstellingen nogmaals, prima. Het gaat alleen om de route ernaartoe. En die moeten we niet afdwingen.

Die moet door de markt ontstaan en we hoeven niet voorop te lopen en de hoogste klappen vangen en de hoogste prijzen hier in rekening moeten gaan brengen voor onze woningen, omdat wij nou eenmaal die eisen hebben gesteld. En ja, brons, u leest ook in het stuk en ik heb zitten kijken, negen van de tien zaken die bij brons genoemd worden zitten al in wetten verplicht. Die liggen al vast. Dus we komen al zo'n beetje bijna op brons uit door gewoon de wetten te volgen. En ik vond ook de opmerking van mijn collega hier naast me, de heer Hofman, heel goed die het erover heeft om juist in ons beleid die kaders te beschrijven en daar die doelstellingen in te leggen. Daar hebben we geen convenant voor nodig. Dat kunnen we prima zelf in ons eigen beleid aanpassen aan wat dan geldend is in de markt. En daarin kijken, wat is daarin uitdagend en haalbaar en realistisch. En dan heb ik het liever gegoten in eigen beleid waar wij voor verantwoordelijk zijn dan dat we een convenant tekenen wat overkoepelend is en toch weliswaar niet in rechten afdwingbaar, maar wel enige druk erop geeft. Kortom, voorzitter, een convenant is niet nodig. En ik zou dan ook willen zeggen, bij Leefbaar 3B zouden we willen zeggen, we explain not to comply. Want dit is niet de oplossing om het op deze manier te doen. Veel liever in eigen beleid gieten, zoals heer Hofman aangaf.

En daar stap voor stap kijken, wat is realistisch, wat is haalbaar, wat heeft de markt al heel goed onder zijn vleugels gesloten, zodat we niet belemmerend werken en dat er dus geen extra drempels worden opgebroken om goede, betaalbare, toekomstbestendige woningen voor onze inwoners te bouwen. Dank, voorzitter. De voorzitter: Ik ga naar de heer Jumelet, Vincent. De heer Jumelet: Dank, voorzitter. Ik had het woordje sympathiek voorstel vanavond wel verwacht, maar ik heb het nog niet gehoord. Dus bij deze, want de VVD vindt het een sympathieke idee, voorstel, convenant. Maar het is sympathiek, maar wij hebben onze twijfels er wel bij. U had het niet verwacht. Tuurlijk hebben wij ook zin in de toekomst, maar wat de VVD is die toekomst is net iets anders dan hoe het in het convenant staat. Natuurlijk onderschrijven wij ook dat water en groen in onze wijken van belang is en dat we op een gezonde manier met elkaar samenleven. Goede buitenruimte, goed leefklimaat. Maar de VVD ziet toch wel dat het steunen van dit convenant ertoe kan leiden dat we onze handen binden. Het werd net al genoemd ook, het opzadelen met ambities. De VVD denkt door in zee te gaan met deze visie dat wij al invulling gaan geven aan onze omgevingsvisie en ander beleid.

En dan is de inhoud van de omgevingsvisie en zo ook die omgevingsprogramma's, die een stuk bindender zijn, al ingevuld voordat we überhaupt deze gaan behandelen. Zo vrijblijvend is dit convenant dan ook niet. En het is dan niet in rechten bindend, maar zo zetten we onszelf wel klem en sabelen we eigenlijk onze eigen politieke ideeën en debat neer over bijvoorbeeld de omgevingsvisie. Want wie A zegt, moet ook B zeggen. Als je instemt, hou je je eraan, zou je zeggen. Als tweede, de publiek-private samenwerking. Daar staan we als VVD niet negatief tegenover. Met een kleine efficiënte overheid die prikkels uitdeelt of een klein beetje sturing levert waar nodig, waar de markt behoefte aan heeft, kan zo'n samenwerking natuurlijk geen kwaad. De voorzitter: Mijnheer Jumelet, er is een interruptie van de heer Hofman. De heer Hofman: Ik was wel even benieuwd, de heer Jumelet schetst van, wij zijn natuurlijk wel ambitieus, maar we vinden het niet zo handig. Wat is eigenlijk de ambitie van de VVD als het gaat om toekomstbestendig bouwen? De voorzitter: Mijnheer Jumelet.

23/36

De heer Jumelet: Wat de VVD is toekomstbestendig bouwen niet alleen duurzaam in de zin van groen, maar ook dat die zo lang meegaat. Ik denk dat u daaruit wel kan proeven dat wij ons niet blind staren op bijvoorbeeld biobased bouwen, maar ook juist kijken naar die traditionele manier van bouwen, recyclen daarvan, zo breed mogelijk kijken. Hoe kunnen we nou toekomstbestendig bouwen en ook op die generaties daarna door blijven gaan. Wat ons betreft betekent dat dus niet alleen groen in de wijk, maar dat betekent ook gewoon een goede oplossing voor auto's in de wijk, goede parkeernormen in de wijk en daarbij een hoogwaardige woningkwaliteit. Dus dat is in die zin wat ons betreft, wat de VVD betreft, een stuk breder dan alleen dit convenant. En het convenant geeft dan bij ons ook al voldoende aan, de dingen die erin staan, die niet stroken met wat wij voor gedachtegoed aanhangen. De voorzitter: Mijnheer Jumelet, de heer Ruijtenberg heeft ook een vraag aan u. De heer Ruijtenberg: Sorry, dat klopt. Is de heer Jumelet zich ervan bewust dat circulariteit, juist het hergebruik dus van onderdelen, zoals genoemd een onderdeel is van dit convenant? En dat biobased bouwen waar hij het over heeft, dat dat maar een onderdeel ervan is. Dus wat u wilt, staat in het convenant. De heer Jumelet: Zeker. Maar het convenant schetst ook dingen waar wij het als partij niet mee in zijn.

Dus dat is heel simpel voor ons. En wat ik net al zei, het convenant is wat ons betreft te bindend, omdat we onszelf er in die zin natuurlijk gewoon aan moeten houden. We kunnen A zeggen, maar we moeten vervolgens ook B zeggen. En als we dan verder kijken of die publiekprivate samenwerking nodig is in deze casus, hebben we het idee dat dat niet nodig is. Want verschillende beeldvormingen, de verschillende bouwbedrijven zijn er langs geweest, die zeiden, we kunnen het prima zelf, we vinden onze weg. En ja, het is misschien nu nog niet betaalbaar, maar de vraag komt en daar hebben we niet extra prikkels voor nodig. De markt beweegt zich dan gewoon naar het speelveld. Oftewel, wat de VVD betreft, laten we het gewoon aan de markt. En we hoorden het net ook al even, het doel en de middelen moeten we hier goed scheiden. Het doel is een toekomstbestendige leefomgeving, waarbij de omgevingsvisie juist die lijnen uitzet als middel. Ons beleid, maar juist dat ook van het Rijk, provincie en waterschappen, borgt al veel over toekomstbestendig bouwen en een goed leefklimaat voor de toekomst. Waarom daar nog een schepje bovenop doen of ons aan iets extra's laten houden in dit huis? Het wordt dan behoorlijk dubbelop.

En in plaats van erover te gaan praten, kunnen we misschien juist eens kijken, in die omgevingsvisie die binnenkort behandeld wordt, wat kunnen we daaruit en hoe kunnen we daar nou net die scherpe randjes wat meer toevoegen of juist wat meer glad strijken? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu naar mevrouw Boonstra. Mevrouw Boonstra: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, convenant toekomstbestendig bouwen staat als bespreekstuk op de agenda. Dat hebben we ondertussen wel gemerkt. Maar in de afgelopen weken meldde de burgemeester in een interview en in zijn nieuwjaarstoespraak dat Lansingerland in de prijzen was gevallen. De duurzaamste gemeente van Zuid-Holland word je niet zomaar. En ook voor Wilderszijde, wat op dit moment wordt gebouwd, wonnen we een prijs. Winnaar word je niet zomaar. Je moet er wel wat voor doen. Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen is namelijk niet iets wat zomaar uit de lucht komt vallen. Er moet ergens een basis gelegd zijn. Iets van de vorige bespreking wat was blijven hangen is wat de wethouder zei, in zekere zin zijn we convenant moe. Dat was voor mij de reden om eens een keer te googelen en eens te kijken wat we aan convenanten getekend hebben. Google kwam zowaar met een pagina op de proppen waar alle convenanten die de gemeente Lansingerland getekend heeft op te vinden zijn.

Daar trok één convenant aandacht van mijn fractie en ik heb een aantal kopieën van dat convenant bij de griffie liggen. Dus als jullie die willen lezen, dan kan die uit worden gedeeld. Ga ik ondertussen even verder. Het convenant klimaatadaptief bouwen die door de… De voorzitter: Mevrouw Boonstra, ik denk dat er een vraag komt van de heer Scheringa. De heer Scheringa: Jazeker, voorzitter. Om te beoordelen of ik het wil lezen, zou ik graag willen weten wat voor convenant dat is. Mevrouw Boonstra: Dank u, dat wilde ik net even vertellen. Dat is het convenant klimaatadaptief bouwen, die door de gemeente Lansingerland is ondertekend op 13 september 2019. Heeft ook

24/36

een geldigheidsduur voor onbepaalde tijd. En nu geef ik dus de griffier even de gelegenheid om het convenant even door te geven. De voorzitter: Mevrouw Boonstra, gaat u verder. Mevrouw Boonstra: Dank u wel. Dank u wel, voorzitter. Ik heb dus sowieso aan de indieners de vraag, bent u op de hoogte van het bestaan van dit convenant? Hoe denkt u over de overeenkomsten tussen het, laat ik het maar oude convenant noemen, die van 2019, en het nieuwe convenant? En ik heb ook nog een aantal vragen aan het college. Is het convenant uit 2019 wel eens geëvolueerd? En is deze evaluatie met de gemeenteraad gedeeld? Wat zullen de effecten zijn van ondertekening van het convenant toekomstig bestendig bouwen, die van 2024, ten aanzien van het convenant klimaatadaptief bouwen, die uit 2019? Heeft het zin om twee convenanten, tussen aanhalingstekens, van gelijke strekking, want ze verschillen natuurlijk wel op bepaalde vlakken, te ondertekenen? Wat zullen de effecten zijn voor de uitwerking in de omgevingsvisie van eventuele stopzetting van het convenant uit 2019 om het tekenen van het convenant uit 2024 mogelijk te maken? Stel dat onze fractie akkoord gaat met een motie die oproept om het convenant toekomstbestendig bouwen, die uit 2024, te ondertekenen, met dien verstande dat het convenant klimaatadaptief bouwen 2019 op een ordentelijke wijze wordt stopgezet, wat voor gevolgen zal dit hebben

voor de partijen die het convenant uit 2019 hebben ondertekend? Hoeveel tijd denkt u dat het kost om het convenant uit 2019 ordentelijk stop te zetten? Dit was het voor mij voor de eerste termijn, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Er is toch nog even een interruptie van de heer Scheringa. De heer Scheringa: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Boonstra, u vraagt aan ons wat wij van het convenant vinden na 2019. Wat vindt u er zelf van? De voorzitter: Mevrouw Boonstra. Mevrouw Boonstra: Ik vond het eigenlijk, om heel eerlijk te zijn, een verrassing dat de tekst van het convenant uit 2019 grotendeels ook terug te vinden is uit het convenant van 2024. En dat maakt dat wij eigenlijk ons wel aan kunnen sluiten op bepaalde punten bij wat de heer Hofman en wat de heer Jumelet hebben gezegd in hun bijdrage. En ja, dat stemt tot nadenken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, volgens mij heb ik nu iedereen gehad. Dan gaan we over naar de wethouder, de heer Muis. In de tussentijd is mevrouw Dirks aangeschoven ter ondersteuning. En mijnheer Muis, ik hoor de nodige vragen.

Allereerst de laatste van mevrouw Boonstra, er is een convenant van 2019 en hoe is de relatie met 2024? Ik hoor, is alles wel haalbaar? Is het realistisch? Hoe zit het met het huidige beleid op diverse punten? Is dat allemaal aanpasbaar? Is het besturen, wordt dat niet lastiger? Met andere woorden, zomaar een paar vragen aan u. Beantwoording college De heer Muis: Dank u wel, mevrouw de voorzitter en dank voor uw discussie. En ook dank voor de gelegenheid om wat duidelijkheid te scheppen hier en daar in uw discussie. Vanuit het college begrijpen we heel goed de wens en behoefte om vanuit de raad aan te kunnen geven wat u belangrijk vindt met betrekking tot toekomstbestendig bouwen. Een aantal van u heeft er ook al aan gerefereerd, de heer Hofman, de heer Meuldijk en ook de heer Jumelet van de VVD, dat wij natuurlijk bezig zijn nieuwe kaders voor toekomstbestendig bouwen op te nemen en uit te werken in de omgevingsprogramma's dit jaar. En daar kijken we natuurlijk ook naar de normen uit het convenant wat u allemaal heeft bestudeerd, wat wij daar natuurlijk uit over kunnen nemen in ons eigen beleid. Een aantal van u vroeg daar ook om, misschien is het verstandiger om gewoon zelf te kijken van, wat kunnen we overnemen. De volgende tekst is een verslag op hoofdlijnen van de griffier. Dit in verband met de storing bij Company Webcast.

Wethouder geeft in de vergadering inzicht in de huidige stand van zaken, een soort “instant ometing”.

25/36

College wil zich niet op alle thema’s vastleggen en wil onder andere in omgevingsprogramma’s en plannen (in plannen wel dan wel juridisch afdwingbaar) vastleggen. De juridische haalbaarheid moet worden onderzocht voordat ambities worden opgenomen in het omgevingsprogramma (en op termijn in het omgevingsplan). De juridische haalbaarheid verschilt per thema. Voor zover we nu weten zijn de mogelijkheden om technische bouweisen scherper te stellen dan die in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) zeer beperkt. De ambities van het college zijn niet afhankelijk van het convenant. De omgevingsprogramma’s met daarin nieuwe kaders voor toekomstbestendig bouwen worden in 2025 uitgewerkt. Hiervoor kijkt het college naar het overnemen van de normen uit het convenant. Per thema Energie: - Beleid sluit aan bij niveau brons. - In het kader duurzame gebiedsontwikkeling (DGO) is een aanvullend niveau voor de energieprestatie vastgesteld: 25% meer t.o.v. vigerend bouwbesluit. - Er is ook een verbeterd aanvullend niveau vastgesteld: Nul-op-de-meter (NoM) volgens definitie RVO. Dit staat gelijk aan ambitieniveau goud uit het convenant. - In de praktijk zien we dat de energieprestatie eisen die we stellen verschillen per gebiedsontwikkeling. In Wilderszijde zijn afspraken gemaakt voor NoM woningen. In andere nota van uitgangspunten wordt BENG gevraagd, wat aansluit bij Bbl.

Het is sterk afhankelijk van de onderhandelingspositie van de gemeente welke energieprestatie er kan worden gevraagd aan de ontwikkelaars. Wanneer we grondpositie hebben, zoals in het geval van Wilderszijde deels het geval was, kan er hoger worden ingezet. Circulariteit: - Niveau brons is ambitieuzer dan ons huidige beleid. - In het beleid (DGO) staat dat we inzetten op een Milieuprestatie Gebouw (MPG) van 10% scherper dan het Bbl. -Niveau brons vraagt om een minimaal percentage van 25-30% hernieuwbaar, hergebruikt, gerecycled materiaal. Duurzame Mobiliteit: - Op 10 van de 12 punten op duurzame mobiliteit halen we minimaal brons, of halen we dat door beleid dat binnenkort zal wijzigen. - We halen waarschijnlijk voorlopig nog geen brons op twee onderdelen: op de dekkingsgraad van deelmobiliteitsconcepten en we laten nog niet standaard leidingen aanleggen voor laadpunten op de oprit van nieuwbouwwoningen en in parkeergelegenheden in gebouwen. Klimaatadaptatie: - Het beleid sluit aan bij de ambities uit het convenant (ambitieniveau brons, zilver en goud zijn in het convenant toekomstbestendig bouwen gelijk). - Ons huidige beleid is gebaseerd op het convenant klimaatadaptief bouwen. Natuurinclusiviteit en biodiversiteit - Het beleid sluit aan bij de ambities uit het convenant. Voor natuurinclusiviteit en biodiversiteit is een toetsingsdocument ontwikkeld.

Dit is onlangs vastgesteld door het college. Gezonde leefomgeving - Hier moet nog worden onderzocht hoe ons huidige beleid zich verhoudt tot het convenant. Dit gaat over luchtkwaliteit, geluidsoverlast, hitte en groenvoorziening.

In de tweede termijn geeft Groen Links aan teleurgesteld en droevig te zijn dat er geen draagvlak is. De wethouder heeft zijn ambitie uitgesproken en dit zal Groen Links scherp in de gaten houden. Voor nu is het dossier gesloten en er volgt geen motie vreemd meer over dit onderwerp. Er volgt een korte schorsing om de technische storing bij Company Webcast te laten herstellen. 5.c Aanbieden gespreksnotitie woningbouwprogramma Wilderszijde aan Commissie Ruimte De voorzitter: Dames en heren, we gaan weer beginnen. De webcast is weer in beeld. Met andere woorden, heren daar, we gaan weer starten. We hebben nog een agendapunt en dat is

26/36

5.c, de gespreksnotitie woningbouwprogramma Wilderszijde, op verzoek van het college. Velen heb ik vorige week gezien bij de woensdag, daar hebben we een uitgebreide technische toelichting gekregen over de mogelijkheden en dilemma's over het woningbouwprogramma op Wilderszijde hiernaast. Vandaag is het aan de commissie om aan de hand van de notitie van het college inhoudelijk te debatteren over het woningbouwprogramma in de toekomst. In de tussentijd heb ik ook nog gezien dat er vragen gesteld zijn door de ChristenUnie. En daar is ook al een antwoord op gekomen. En ik ga gelijk maar beginnen bij de heer Jumelet. Mijnheer Jumelet. Eerste termijn De heer Jumelet: Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de gespreksnotitie. Een bijzonder interessante notitie. En toen ik de eerste pagina zag, toen dacht ik, wat heeft een mens nodig? En uiteindelijk is wonen toch ook wel een primaire levensbehoefte. En dat sluit ook een klein beetje aan bij de gedachte die het college heeft rondom, laten we toch eens nadenken of hetgeen wat wij geprogrammeerd hebben, of dat inderdaad nog volledig aansluit bij hetgeen wat er gevraagd wordt. En mijn fractie heeft ook bij herhaling aandacht gevraagd voor enerzijds jongeren huisvesting en anderzijds voor senioren huisvesting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=5c5a8150-533d-461b-992c-c5c255e47527