[BV24.0102] Verslag van de commissie Ruimte van 3 december 2024
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Ruimte
Datum vergadering
: 3 december 2024
Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Jan Pieter Blonk, Machiel Crielaard, Jean-Paul Meuldijk, Roy Diepeveen-Van de Merwe WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Bianca Boonstra, Paul Zantman, Jan Alsemgeest CDA : Rita Leijendekker, Charles van Harn, Michiel Krieger VVD : Christiaan Toussaint, Vincent Jumelet D66 : Ineke den Heijer, Arjen van Berkel CU : Arjen Hofman GroenLinks : Marko Ruijtenberg PvdA : Nanno Scheringa, Valmir Xhemaili VOOR Lansingerland : Petrine van Olst Wethouders
: Simon Fortuyn, Michiel Muis, Titia Cnossen
Voorzitter
: Nelleke Bouman
Commissiegriffier
: Karin Koemans
Afwezig VVD GroenLinks
: Ivo de Graaf, : Manon van Splunter
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren, het is acht uur en ik zie dat de wethouder nog even wat handjes gaat schudden. Ja, die heeft me nooit…Ik heet u mede namens de commissiegriffier van harte welkom op deze 3 december, de vergadering van de commissie Ruimte. En ik zie tot mijn genoegen dat alle fracties vertegenwoordigd zijn. Dat is wel leuk. Welkom aan alle aanwezigen. De inwoners op de publieke tribune, de commissieleden uiteraard, de wethouders link, rechts. En ik zie er daar, ik zag er net ook nog één, maar die komt later aan bod. De ambtenaren, en die zijn rijkelijk vertegenwoordigd. En de kijkers via de webcast. Het is weer de laatste vergadering van 2024. De tijd gaat heel snel. En we hebben vandaag een drietal agendapunten die over de toekomst van Lansingerland gaan. Belangrijke onderwerpen, zoals de N209, de omgevingsvisie, waar de raad straks keuzes moet gaan maken. De omgevingsvisie gaat ook over onderwerpen die bij andere commissies aan de orde komen. Zoals bijvoorbeeld de energietransitie. Daarom is er vandaag de mogelijkheid om met vierleden per fractie deel te nemen aan deze vergadering. We hebben een uitgebreide vergadering. En de spreektijden zijn aangepast. En dat is met name bij de omgevingsvisie 5.3. Mededelingen, dat zijn er verder geen. 2. Insprekers De voorzitter: We hebben wel insprekers.
We starten als gewoonlijk met insprekers. Als het goed is, hebben er zich drie gemeld. Twee zie ik er sowieso al. En daar is één. Oh, nog een mevrouw. Ook welkom. We hebben van één inspreker een tekst van tevoren gegeven. En dat heeft u ook kunnen zien bij de agenda. Elke inspreker krijgt vijf minuten. En vervolgens kunnen de commissieleden vragen stellen. Ik verzoek de eerste inspreker, mevrouw Liebrechts, naar voren te komen. En die gaat iets vragen en melden over de verkeersveiligheid industriegebied en woningen Hoefweg. Mevrouw Liebrechts, u krijgt vijf minuten van mij. Gaat uw gang. Inspreker: Geachte commissie, aan de hand van verkeersonderzoeken is gebleken dat er sprake is van een verkeersonveilige situatie op de Chrysanten- en Hoefweg. Gelet op het belang van een goede en gezonde leefomgeving voor zowel omwonenden willen wij, wij zijn de beleggers en
1/51
eigenaren van Bleiswijk Real Estate, de Klappolder, het industrieterrein, willen wij nogmaals benadrukken dat uit recent onderzoek is gebleken dat deze weg als een sluipweg wordt gebruikt voor het vrachtverkeer naar de 209. De voorgestelde tijdelijke maatregelen bieden tot op heden geen enkele oplossing. Een zogenaamde harde knip, zoals voorgesteld in het rapport van Haskoning, is de enige oplossing die gaat helpen voor de bewoners van deze weg. Ook door de komst, mede van Zalando, is er een enorme druk op het verkeer en de afwikkeling hiervan op en rond de 209 ontstaan. De uitvoering van de werkzaamheden om dit aan te pakken stonden reeds voor 2025 gepland. Echter in het voorliggende raadsvoorstel wordt dit helaas weer doorgeschoven naar 2026. De ontwikkeling van onze nieuwbouwen op de Klappolder vordert zeer goed, maar de afwikkeling van het verkeer met de nieuwe rotonde, de zogenaamde variant 3, kan wel eens voor behoorlijke verkeersproblemen en opstoppingen gaan zorgen als de maatregelen alsmaar worden doorgeschoven. Uit eerdere gesprekken met omwonenden is ook gebleken dat een fietsverbinding vanuit de Klappolder naar De Rotte niet wenselijk is. Hiervoor graag aandacht in de verdere uitwerking van het langzaam verkeer.
Er dienen in de komende periode in nauwe samenspraak met stakeholders en met name de onderliggende eigenaren van de gronden waarop maatregelen gewenst zijn op korte termijn heldere afspraken te gemaakt te worden over planvorming en juridische kaders. Ik dring u dan ook dringend in overweging om de voorgestelde maatregelen goed te keuren en ten spoedigste ten uitvoering te laten brengen alvorens er ongelukken gaan gebeuren. Dank u wel. De voorzitter: Blijft u even staan. We gaan even kijken of er vragen zijn vanuit de commissie. Linksom. Mijnheer Zantman. De heer Zantman: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Liebrechts, ik had even een vraagje. U gaf aan dat ontsluiting voor de fietsen richting De Rotte niet wenselijk is. Kunt u dat misschien toelichten waarom u dat vindt? Inspreker: Ik vind het niet. De omwonenden hebben bij ons aangegeven dat zij een fietsroute dwars over de Klappolder zelf, het industriegebied bij ons, dat men dat niet wenselijk vindt. Ik denk vanwege misschien verkeersveiligheid, maar dat is bij ons aangegeven. Ik wil dat nog wel een keer precies na vragen, maar ik weet niet precies. Maar in elk geval, zij willen niet dat er fietsverkeer komt. En wij zelf willen wel fietsverkeer voor het personeel wat bij ons op de Klappolder werkzaam is. Maar niet in elk geval tussen alle vrachtverkeer, dat er in elk geval doorgereden gaat worden naar De Rotte.
Of gefietst in dit geval. De voorzitter: Even kijken. Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Dank u wel. U begon uw verhaal met de knip in de Hoefweg. En u zei dat die al gepland stond voor 2025 en nu wordt opgeschoven. Die planning van 2025, waar haalde u die vandaan? Inspreker: Uit de stukken van de gemeente. Uit het rapport van Haskoning. En de planning die we hebben gehad van de mensen van de gemeente. Daar staat in elk geval in realisatie Q4 2025. En nu zie ik staan dat het alweer Q1, 2 wordt voor de besluitvorming. Dus dan schuift het natuurlijk wel een behoorlijke tijd op. De voorzitter: Even kijken, verder nog iemand vanuit de commissie? Nee? Dank u voor uw inleiding. Dank u. Even kijken, inspreekster mevrouw Bal. Mevrouw Bal, u ook vijf minuten. U heeft het over de N209 en de geluidsschermen volgens mij. Inspreker: Dat is denk ik ook algemeen bekend bij iedereen. We zijn al vijftien jaar verder. Een tocht van inmiddels vijftien jaar gezamenlijk gevoerd door drie gremia zou moeten beginnen met een eerste echte stap. Wanneer we door de jaren heen kijken, dan gaat het over een voorlopig plan dat door de gemeente dient ingediend te worden en dat door de provincie zal worden omgezet in een definitief plan. Zolang het voorlopig plan niet bij PS is ingediend geeft PS aan niets te doen.
Voor 2014, waar de huidige wethouder graag aan vasthoudt is er zowel door bewoners als meer partijen de urgentie al aangestipt middels moties en artikel 37-vragen. Zie voor details alle info op het Woo-verzoek N209. Anno 2024 weten we heel goed waar we als burgers staan. De geluidswal staat er nog steeds niet. Ook is inmiddels gebleken dat het geluidsscherm bij Bergschenhoek voor een reducering van geluid heeft gezorgd van, mind you, 6 dB. 3 dB verlaging staat gelijk aan een halvering van het geluid. Hebben we het nog niet over de fijnstof waar jeugd aan bloot wordt gesteld bij de speeltuinen direct langs de N209. Met dit in ons achterhoofd vragen wij als burgers af, wat is er nu concreet gedaan in die vijftien jaar bij de
2/51
kom Bleiswijk om het geluid en de fijnstof te reduceren tot de menselijke maat? Voor de burger voelt het aan als, men heeft gebabbeld, maar niet gepraat. Wie zijn bestemming kent, vindt de weg. De burger langs de N209 wil dan ook de volgende vragen concreet beantwoord hebben. Op 7 september 2010 werden er door de VVD vragen gesteld over de geluidsplafonds. Is hier vanuit het college actieve herinnering aan? En is hier de afgelopen jaren verder op geacteerd aangaande de provinciale wegen? In 2012 werd er een motie vreemd aan de orde breed aangenomen door de raad. Kunnen alle partijen apart aangeven hoe actief zij nu nog bezig zijn de eigen fracties van PS nog steeds te benaderen gezien de urgentie van de geluidswal en de snelheidsbeperkende maatregelen toen en nu? In 2014 werd de raad geïnformeerd over de subsidie. In de beantwoording staat een splitsing aangegeven voor voorbereiding en definitieve uitvoering. In een informatieve brief aan de raad in 2017 wordt medegedeeld dat de realisatie van de schermen ter hoogte van Bleiswijk en Bergschenhoek volledig zijn gesubsidieerd. Er wordt dus telkens door het college aangegeven dat PS geen geld heeft. Hoe concreet is dat? En welk geld ligt nu al wel bij de gemeente op de plank en welk geld niet? Wanneer gaat de gemeente opnieuw in gesprek met PS over de 60 kilometer? Groep N209 wil daar graag bij helpen.
In de afgelopen beeldvorming werd aangegeven dat het geluidsscherm daadwerkelijk wordt losgekoppeld van het grotere geheel waar jullie het vanavond over gaan hebben. Hoe vast staat deze afspraak en waar is dit exact vastgelegd? Het voorlopig plan dient nog steeds van de gemeente uit te komen. Op welke termijn gaat de gemeente het voorlopig plan definitief afronden en naar de provincie sturen? Voor ons burgers is de tijd van babbelen voorbij. Het is tijd voor praten en die directe daadkracht. Wanneer exact gaat die spa erin? De voorzitter: Mevrouw Bal, blijft u even staan. Vragen vanuit de commissie. Rechtsom. Niemand zie ik. Linksom. Dan is uw inspraak duidelijk. Dank u. Dan ga ik over naar de volgende inspreekster, mevrouw Oosterlaan. Namens VNO-NCW. En u gaat het hebben over de bedrijventerreinen. Gaat uw gang. Inspreker: Geachte commissie, bedankt dat we hier even kunnen komen staan. Namens VNO Oostland wil ik graag een aanvulling en een handreiking doen over de overwegingen naar aanleiding van de dilemma's die gesteld zijn in de omgevingsvisie 2.0. Door schaarste en de druk op ruimte moeten er weloverwogen keuzes worden gemaakt over de benutte en aanwezige ruimte.
Hoe moet er omgegaan worden met de ruimte die vrijkomt na het beëindigen van een bepaalde functie of gebruik? De vraag naar woningen moet goed in verhouding worden gezien met de realisatie en het behoud van de gebieden waar gewerkt en gerecreëerd kan worden. In de enquête, gehouden onder bewoners van Lansingerland, wordt aandacht besteed aan wonen en werken. Op bladzijde 15 gaat het over ruimte voor bedrijven en geven inwoners aan bestaande bedrijventerreinen te willen herontwikkelen en/of verouderde glastuinbouwbedrijven te willen benutten. Maar een deel van de inwoners wil eigenlijk geen extra ruimte bieden aan bedrijven. Het is voor het bedrijfsleven van belang om ook bij deze discussies te worden betrokken en het belang van voldoende toekomstbestendige ruimte voor bedrijven te kunnen onderbouwen. Zorgen dat de bestaande bedrijven groeimogelijkheden hebben en houden. Maar zeker belangrijk dat de gemeente voldoende werkplekken biedt, zodat inwoners ook dicht bij huis een goede baan kunnen hebben en een toekomst kunnen opbouwen. Door een juiste zonering in type bedrijven ten opzichte van wonen en groen, kan er efficiënter gebruik worden gemaakt van de schaarse ruimte die er is. Daarbij dient ook aandacht te zijn voor verduurzaming, klimaatadaptatie en vergroening.
Zeker ook de laadinfrastructuur voor elektrisering, netcongestie en energiehubs moeten zorgen dat bedrijventerreinen bereikbaar blijven en een ontsluiting bieden voor zowel nieuw te ontwikkelen gebieden, maar zeker ook de bestaande bedrijventerreinen. Vergroening van het openbaar gebied, zeker op bedrijventerreinen, draagt bij aan een beter leefklimaat. Niet alleen voor de beleving van die bedrijventerreinen, maar ook voor het welzijn en welbevinden van werknemers. De dilemma's die worden geschetst in de memo Dilemma's omgevingsvisie 2.0 verdienen ook een nadere bespreking met het bedrijfsleven. Het feit dat inwoners in de enquête hebben aangegeven in de discussie over de schaarse ruimte de minste prioriteit te willen geven aan het bedrijfsleven, baart ons uiteraard zorgen. Dit vraagt wat ons betreft om een bredere discussie over het belang van het bedrijfsleven en onze bijdrage aan de brede wervelvaart die nu is in Lansingerland. VNO Oostland biedt aan om met de gemeente in gesprek te gaan, samen met andere partijen die de belangen van het bedrijfsleven vertegenwoordigen, zoals Glastuinbouw Nederland. Wij leveren graag een actieve bijdrage aan de totstandkoming van een definitieve versie van omgevingsvisie 2.0. Dus een uitnodiging. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken of er nog vragen zijn bij de commissie. Mijnheer Xhemaili.
3/51
De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Dank voor het inspreken. Begrijp ik goed uit uw betoog dat u nog niet bent betrokken in de participatie omtrent de omgevingsvisie 2.0? Inspreker: Niet direct vanuit VNO direct. Dat ging meer vanuit West. Maar het gaat eerder om de zorg vanuit VNO Oostland dat bewoners eigenlijk het belang van ondernemers minder in beeld hebben. Dus het is eerder belangenweging dat we graag inhoudelijk aan tafel willen blijven. De voorzitter: Even kijken, wie verder nog? Linksom, rechtsom? Nee. Dank voor de inspraak. Oh, mijnheer Krieger. Mijnheer Krieger nog. De heer Krieger: Dank u wel voorzitter. Dank u wel voor het inspreken. Dan had ik nog even een vraag naar aanleiding van de vraag van mijn collega. Dus eigenlijk is uw vraag dat u als ondernemers meer betrokken zou willen worden of blijven of inspraak zou willen hebben bij het tot stand komen van dat gedeelte van de omgevingsvisie. Begrijp ik dat goed? Inspreker: Ja, zeker weten. De voorzitter: Dat is kort, maar krachtig. Dank u . 3. Vaststelling verslag vorige vergadering De voorzitter: Dan gaan we over naar het volgende punt van de agenda. Het vaststellen van het verslag van de vorige vergadering. Er zijn geen opmerkingen binnengekomen op het verslag. Dus het is bij deze vastgesteld. 4.
Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Vaststelling van de agenda en inventarisatie rondvragen. Er is één rondvraag binnengekomen van de heer Blonk. En die gaan we behandelen bij agendapunt 10. Daar komen we straks nog wel even op terug. Iedereen akkoord met de agenda zoals die voor ligt? Mijnheer Crielaard. De heer Crielaard: Voorzitter, ik heb de indruk dat er vanavond meer mensen zijn voor de N209. Dus ik zou eigenlijk willen voorstellen om eerst 6A en 6B te behandelen en daarna 5A. De voorzitter: Ik schat in, als ik zo naar de publieke tribune kijk, dat er meer ambtenaren ter ondersteuning zitten dan inwoners uit onze gemeente. Dus ik weet niet hoe u erover denkt, maar ik leg het aan u voor. Het is aan u. Handhaven, zoals het nu is? Ja, prima. Dan gaan we over naar het bespreekpunt. En dat is de memo…Oh, mijnheer Hofman, ik had u niet gezien. De heer Hofman: Ja, ook nog even over de agenda. Dank u wel voor het woord, mevrouw de voorzitter. De agendapunten 6A en 6B hebben zoveel verwantschap met elkaar. Kunnen we die als één agendapunt behandelen? De voorzitter: Het is een verzoek wat u doet. Het is om moverende reden is dat twee agendapunten van gemaakt. Maar het is aan u om te besluiten om er één agendapunt van te maken. Weet wel dat er dan met de tijd wat beperkt gaat worden.
Dus het is nu 3-2,-3-2 en dan wordt het wat anders als er één agendapunt van gemaakt wordt. Dan wordt het 5-3. Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Dank u wel, voorzitter. Het is natuurlijk op zich een verleidelijk voorstel van collega. Maar gezien de aard van de twee aparte onderwerpen willen wij toch voorstellen het apart te blijven behandelen. Want ook de besluiten die gevraagd worden zijn dermate verschillend dat het toch denk ik verstandig is apart te behandelen. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Crielaard. De heer Crielaard: Ja, eens. En gelet op de spreektijden denk ik toch dat het handig is om ze niet gezamenlijk te behandelen. De voorzitter: Iemand anders nog? Mijnheer Van Harn.
4/51
De heer Van Harn: Dank. Waarom kunnen de spreektijden niet samengevoegd worden, voorzitter? Want het zou toch logisch zijn als je je A en B bij elkaar voegt? De voorzitter: Nee, we hebben voor elk punt 3-2 en als het samengevoegd wordt is het één agendapunt en wordt het 5-3. Ja, dat is de vergaderorde. Ja, iets minder. Nee, ik stel voor dat we het gewoon gescheiden behandelen en dat we het zo handhaven. 5. Bespreekpunten 5.a Memo dilemma’s Omgevingsvisie 2.0. Op verzoek college n.a.v. brief en bijlagen 13 november 2024 - afwijkende spreektijd 5' 1e termijn/3' 2e termijn De voorzitter: Dan gaan we dus nu over naar 5.a, de memo dilemma's Omgevingsvisie 2.0. Op verzoek van het college hebben de brieven en de bijlagen afwijkende spreektijden, dat heb ik al u gemeld, van 5-3. Dit keer is een bespreekpunt aangeleverd door het college. In de beeldvorming die we vrij recent gehad hebben, 4 september, bent u uitgebreid bijgepraat over de dilemma's die voorliggen om te komen tot de omgevingsvisie 2.0. Ook is er een uitgebreid participatieproces met de inwoners doorlopen. In voorliggend memo, dat heeft u waarschijnlijk gelezen, legt het college een aantal dilemma's aan de commissie Ruimte voor met het doel om richtinggevende uitspraken te doen voor de ontwerp omgevingsvisie 2.0. Dilemma's worden vanavond gesproken. De klimaatadaptatie, de energietransitie, economie en de linten.
Over deze onderwerpen is in de huidige beleidslijn nog onvoldoende koers vastgelegd om deze goed te kunnen borgen in de omgevingsvisie 2.0. of een aanscherping bijstelling van de lange termijnkoers behoeven. Van belang is dat de omgevingsvisie over de strategie voor de lange termijn, 2050, gaat. In de beeldvorming die we binnenkort hebben op 12, 11 december wordt er kort teruggeblikt op datgene, de bespreking van vanavond en een vooruitblik gegeven over het vervolg. De volgende fase is dus het opstellen van de ontwerp om de omgevingsvisie, het ontwerp 2.0. Als u nog kunt herinneren is het ontwerp te behandelen, dat is beoogd om dat in maart 2025 in de raad te behandelen. En u krijgt nu ook weer de tijd 5 minuten, eerste en de tweede termijn 3 minuten. We gaan het volgen. En wie kan ik als eerste het woord geven over deze uitgangspunten? Mevrouw Boonstra. Eerste termijn Mevrouw Boonstra: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, het college legt ons vier dilemma's voor, waarbij ze onze richting vragen om die vast te leggen in omgevingsvisie 2.0. Als we de eerste beet pakken, de klimaatadaptatie, dan denkt WIJ Lansingerland dat je er niet aan ontkomt. Het moet meegenomen worden in de ruimtelijke beslissingen die gemaakt moeten worden. We staan in de nabije toekomst voor de bouw van onder meer wijken als de Lange Vaart, de Merenweg en Wolfend, om maar een paar projecten te noemen.
Daar kun je in de planningsfase direct al kijken wat je moet doen, kunt doen en wilt doen, om er zeker van te zijn dat de toekomstige bewoners van die wijken fijn en prettig kunnen wonen. Dat zou als gevolg kunnen hebben dat er in die wijken meer in de hoogte gebouwd gaat worden om ruimte te kunnen maken voor groen en water. De grote uitdaging ligt in het zoeken van de juiste balans. Ook denkt WIJ dat het belangrijk is om maatregelen tegen hittestress voor nieuw te bouwen wijken direct te implementeren, en niet achteraf. Denk bijvoorbeeld aan luiken voor de ramen en groene daken. Maar laat dan ook goed voor die groene daken zorgen en borg dit. Verduurzaam met verstand. Wees zuinig met de weinige ruimte die er is. En benut die op de juiste manier. Tegelijk rijst er bij WIJ Lansingerland wel de vraag wat er is gebeurd met de locaties die in de ruimtelijke adaptatiestrategie staan aangegeven als hittestress en wateroverlastlocatie. Het kan toch niet zo zijn dat er sinds 2021 nog geen gevolg is gegeven aan het feit dat deze locaties al zodanig zijn aangemerkt, maar dat er nog niets is gebeurd om deze te verbeteren. Onze fractie zou er voorstander van zijn om die locaties die als wateroverlastlocatie te boek staan zo snel mogelijk aan te pakken en te kijken of daar oplossingen mogelijk zijn om water te kunnen bergen.
Waterberging zou een standaard moeten worden binnen onze gemeente naast groen in de
5/51
klimaatbestendigheidsopdracht die er ligt. Met betrekking tot de energietransitie, laten we één ding duidelijk voorop stellen, WIJ Lansingerland is en blijft tegen windmolens op Lansingerland grondgebied. We doen al heel veel in de energietransitie en nog niet alles is ten volle benut. Met betrekking tot de energietransitie ziet WIJ Lansingerland dat Stedin volop bezig is met het bijplaatsen van elektriciteitshuisjes en heeft onze raad vorige maand het bestemmingsplan voor het nieuw aan te leggen transformatiestation aangenomen. Stappen om de netcongestie tegen te gaan worden dus genomen en dat is positief. WIJ Lansingerland denkt dat met betrekking tot het opwekken van zonne-energie het potentieel van daken nog niet volledig is benut. Denk daarbij niet alleen aan woningen, maar ook daken van bedrijfspanden en zelfs van de glastuinbouw. Maar ook de woningbouwcorporaties kunnen hier een rol in spelen door zonnepanelen aan te bieden aan hun huurders. Dit gebeurt al in Lansingerland, maar zou nog beter benut kunnen worden. WIJ Lansingerland weet ook dat er naar aardwarmte in onze gemeente wordt geboord. Ook wordt er een aansluiting gezocht op het warmtenet. Zoals eerder gezegd, we doen al heel veel. Waar wij wel problemen gaan zien, is dat Lansingerland van het gas af moet in 2050.
Er zijn wijken aangewezen die als eerste van het gas af moeten, maar daar zul je woningeigenaren en de woningcorporatie voor aan je zijde moeten krijgen. Want anders gaat het niet werken. Wij zouden graag meegenomen willen worden in de stappen die het college hierin gaat nemen om dit te bereiken. Met betrekking tot de economie, inzetten op behoud van bestaande werklocaties is ook afhankelijk van wat er in de toekomst gebeurt. En dat laat zich lastig voorspellen. Het zou in onze optiek niet raar zijn als verouderde tuinbouwgebieden, die moeilijk verduurzaamd kunnen worden of aangesloten zouden kunnen worden op een warmtenet, zijn functie verliest en getransformeerd wordt tot bedrijventerrein. Dat levert dan weer een ander soort bedrijvigheid op. Maar ook dat moet gedaan worden met verstand. En zo mogelijk klimaatadaptief. Met betrekking tot de linten, er zal in de loop der jaren heus nog wel eens een huis toegevoegd worden of worden vervangen door een nieuwe ter vervanging van een oud huis. Daar zijn we niet bang voor. Mij is verzekerd dat er kritisch gekeken gaat worden naar de plaats, de functie en de bijbehorende ambities voor de linten. Daardoor kan het zijn dat er bepaalde linten een andere functie gaan krijgen in de toekomst dan andere linten. Daarnaast blijft ook het water bij de linten een belangrijke functie vervullen. Dat maakt de linten uniek.
Maar bebouwing aan de linten moet wel passen bij de linten en in samenhanging met de omgeving zijn. Dat was het voor de eerste termijn, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Even kijken. Mijnheer Meuldijk. De heer Meuldijk: Dank u, voorzitter. Ja, allereerst al om gelijk daarbij aan te haken bij de inspreekster, wat opvalt is deze enquête onder de panelleden. Daar wil ik eerst even wat over gezegd hebben. Want het gaat nadrukkelijk over inwoners, maar ik zie daar niets over ondernemers. Want vele ondernemers in onze gemeente hoeven niet per se een inwoner te zijn. Dus het is terecht dat daar aandacht voor gevraagd wordt. En ik denk dat in het verdere proces het ook belangrijk is om onze ondernemers van deze gemeente er nadrukkelijk bij te betrekken. Dan loop ik even de dilemma's met u langs, voorzitter. Ja, de klimaatadaptatie. Laat dat helder zijn, we willen heel veel functies op hetzelfde gebied. Dus we moeten naar creatieve oplossingen gaan zoeken als je van dezelfde ruimte gebruik wilt maken. We hebben hier niet zo ver vandaan in Rotterdam bijvoorbeeld woningen die boven op het water staan gebouwd. Of groene gevels om zo je groen en je bebouwing te combineren. Ik kan me voorstellen dat er nieuwe ontwikkelingen zijn en dat onze ambtenaren goed bij machte zijn om te volgen wat er allemaal mogelijk is om zo groen en blauw en toch bouwen.
Dus groen en blauw, niet tegen bouw. Dat zou een hele belangrijke zijn om daar naar te kijken. Waterberging in de kruipruimte is ook zo'n klein dingetje. Maar alle beetjes helpen om aan die normen en die eisen te voldoen die op ons afkomen voor de klimaatadaptatie. Dan de energietransitie, voorzitter. Er staat in de enquête, het mag niet ten koste gaan van groen. En wat mij opvalt is, wij zijn ons veelal, en dat is niet alleen deze gemeente, maar dat speelt in heel Nederland wel zo'n beetje aan het, excusez le mot, doodstaren op elektrificatie. En dat is niet altijd mogelijk en zeker niet op een hele korte
6/51
termijn. Want ons netwerk kan het voorlopig nog niet aan en dat gaat nog heel veel investeringen vergen. Dus laten we ook eens kijken, en ik weet dat er eerder naar gekeken is, de geothermie heeft mijn collega al genoemd. Maar zo kun je ook denken aan waterstof. Een netwerk, het aardgas wat er al ligt, dat netwerk kun je prima ombouwen en benutten. Dus ook hier, kijk naar oplossingen om van die netcongestie die we nu hebben andere oplossingen te zoeken. En niet rücksichtslos te snel van het gas af willen, want dan stuiten we op andere problemen. Ik zie een interruptie. De voorzitter: Mijnheer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Is de heer Meuldijk zich ervan bewust dat de meeste gasleidingen niet geschikt zijn voor waterstof op dit moment? En dat het ook heel veel investeringen kost om die geschikt te maken? De voorzitter: Mijnheer Meuldijk. De heer Meuldijk: Dank u, voorzitter. Volgens mij, ik ben geen techneut, u wellicht wel. Ik heb ook informatie uit het verleden dat dat met aanpassingen mogelijk is. Maar dat lijkt me verder hier een semantische discussie. Ik denk dat we dat aan de techneuten over moeten laten. Maar wat ik wil zeggen is, als je een infrastructuur hebt, er is geen land in de wereld die zo'n infrastructuur in de grond heeft liggen als Nederland.
Het zou zonde zijn als je een rücksichtslos eruit, laat loos laten liggen en niks mee doet. Dus als je het met kleine investeringen kan benutten, vind ik dat het onderzoeken waard. Ga ik verder, voorzitter. De economie, daar vallen een aantal dingen op en die moeten wel gezegd zijn. Mengen van bestemmingen, dat proberen we al toe te passen, dat kan soms werken. En wellicht kunnen we bestaand glas ook verbeteren en intensiveren. Er zijn al voorbeelden dat er drielaags glas geproduceerd kan worden. Je kunt je voorstellen dat je dan met een derde van de hoeveelheid vierkante meters dezelfde productie kunt blijven leveren. Dat soort ideeën zou ik ook mee willen geven in het vervolg. En natuurlijk de typologie van bedrijven, om dat regionaal in te delen. Bepaalde zware industrie of bijvoorbeeld high-end dienstverlening, om eens een voorbeeld te noemen, dat zijn de grote verzekeraars, de grote banken, die gaan echt geen hoofdkantoor hier neerzetten. Die zetten het dan in onze regio wel in Den Haag of in Rotterdam Centrum neer. Dus laten we goed kijken, voor welke bedrijvigheid gaan we wel ruimte creëren en gaan we wel kantoren plaatsen. Ik kan me voorstellen dat juist de moderne glastuinbouw gestimuleerd moet worden.
En ook onze kleinere ondernemers die in hun eigen omgeving wel naar de accountant kunnen of wel naar de verzekeraar kunnen, dat je die faciliteert en de grote jongens aan de grote steden overlaat. Dan tot slot, voorzitter, wilde ik nog wat zeggen over de linten. En we weten allemaal, de linten zijn historisch. En we vinden onze doorzichten erg van belang. En die willen we ook behouden. Maar we weten ook dat linten altijd aan verandering onderhevig zijn. Dus ik zou zeggen, als je überhaupt denkt aan toevoeging, wees heel beperkt. En ik zie het meer als functiewijziging. En als dat dan bijvoorbeeld een transitie is van een bestaand bedrijf die wat woning of recreatie kan worden. We hebben voorbeelden van Fattoria Naturale of andere soorten. Dan zijn dat functies die je misschien wel toe kan voegen. Maar we zien het meer vanuit Leefbaar als een transitie dat je het ombouwt. Dus dat je niet toevoegt, maar anders indeelt. En met de behoefte aan woningen kan ik me zo voorstellen dat bepaalde functies verdwijnen en daarvoor in de plaats woningen komen. En dat we daar naar kijken om dat ook mogelijk te maken. Daarnaast is het ook niet erg om die doorzichten die we hebben, die groene stukjes, dat je die wilt behouden. Maar dat je die duurzaam groen invulling geeft. Want we hebben behoefte aan groen en blauw.
Dus kijk dan naar die doorkijken dat je die op die manier kunt behouden voor de toekomst, met een groen blauwe invulling. Dan tenslotte was ik nog één ding vergeten, dat is wel belangrijk om te vermelden. Want als het gaat om de energietransitie dan hebben we geothermie genoemd. En laat ik daar heel duidelijk over zijn, en dat mag geen verbazing oproepen hier, vanuit Leefbaar zeggen wij, geen windmolens in onze gemeente. Pertinent niet. Ik zeg het nog maar even heel
7/51
duidelijk. Wat wel mooi is, zijn zonnepanelen. En dat is ook wel mooi om te weten, dat 3BWonen nagenoeg hun hele bezit al met zonnepanelen heeft bekleed. Dus ik zou zeggen, 3BWonen is, 3BW is PV oké, zou ik bijna willen zeggen. Voorzitter, ik denk dat ik het hierbij laat en dat ik zo voldoende heb meegegeven in de eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de PvdA Lansingerland staat voor een toekomstbestendige en inclusieve gemeente waarin we samen scherpe keuzes maken om onze leefomgeving leefbaar en duurzaam te houden. Dit bespreekpunt over de dilemma's binnen de omgevingsvisie 2.0 biedt een mooie kans om koers te bepalen voor de lange termijn die direct aan deze waarden raken en zijn van… De voorzitter: Mijnheer Xhemaili, ik ga u even onderbreken. Ik denk dat u even beter in de microfoon moet praten, dan kunnen de mensen op de achterste rij u ook horen De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht dat u mijn betoog niet mooi vond, maar dat is niet het geval. Gelukkig. Ik ga door. De voorzitter: Dat zou ik niet durven zeggen. De heer Xhemaili: Dank u wel. Waar was ik? Even kijken. Waarden raken en zijn van groot belang voor onze inwoners en toekomstige generaties. Wij als PvdA Lansingerland willen hierbij een aantal belangrijke punten benadrukken.
Nummer 1, klimaatadaptatie als leidende principe. Klimaatverandering vormt een van de grootste uitdagingen van onze tijd. Het wordt steeds warmer. Hittegolven, zware regenbuien en langdurige droogtes komen vaker voor. Van de afgelopen zes zomers waren er vier zeer droog, waarvan van die vier twee extreem droog, 2018 en 2022. De extreme worden dus groter, ook aldus het KNMI. Of KNMI-scenario's in dit geval. Wij vinden dat klimaatbestendigheid een leidend principe moet worden bij de herinrichting van openbare ruimte. Investeren in voldoende groenwaterberging en hittebestendige infrastructuur en biobased klimaatadaptieve woningen zijn cruciaal. Zowel voor de leefbaarheid als om de toekomstige kosten door klimaatschade, voornamelijk dat is heel belangrijk om te noemen, klimaatschade in de toekomst, te beperken. Wij als PvdA pleiten dan ook voor een groene klimaatrobuuste inrichting van wijken en bedrijventerreinen. Voorbeelden zijn groene daken, vergroenen van bestaande bebouwing. Punt 2, ruimte voor energietransitie. De energietransitie vraagt om ruimte. Wij vinden dat de gemeente innovatief moet zijn in het zoeken naar locaties voor duurzame energie. Het dak is al veelvuldig benoemd door de vorige sprekers. Maar denk ook aan infrastructuurzones en door het hergebruik van bestaande locaties.
Tegelijkertijd moet de impact op bewoners en recreatiegebieden zo minimaal mogelijk blijven. Dit vraagt om zeer scherpe keuzes en out of the box denken. Duurzame energieoplossingen zijn noodzakelijk, maar mogen niet ten koste gaan van betaalbare woningen. 3, behoud van werklocaties en economische vitaliteit. Lansingerland is een ondernemende gemeente en dat willen we zo ook houden. Horti Science en Oostland zijn wereldberoemd en we krijgen bezoek van heinde en verre. Volgens mij waren laatst ook Koreanen bij ons op werkbezoek. Dus dat zegt al genoeg hoe belangrijk wij zijn. Nee, dat is een andere orde bespreekpunt. Zuid-Koreanen heb ik het dan over. Maar die hebben hun eigen dilemma's momenteel. Wij staan achter het behouden van bestaande werklocaties en pleiten voor een slimme herontwikkeling van verouderde gebieden, zoals het glastuinbouwgebied, waar veel leegte is om ruimte te creëren voor nieuwe economische activiteiten of initiatieven. Herontwikkeling van bestaande locaties moet prioriteit krijgen boven uitbreiding. Wij streven er naar om balans tussen werk, wonen en groenen te creëren. Nummer 4, historische linten. Historische linten zijn een uniek onderdeel van de identiteit van Lansingerland. Echter, als het past binnen het straatbeeld zijn er wel degelijk mogelijkheden om historische linten te behouden en toch te ontwikkelen met behoud van kwaliteit door te
8/51
verdichten. Dus wat PvdA betreft, natuurlijk, historische linten zijn belangrijk. Maar als we kunnen verdichten en optoppen, is dat goed mogelijk. Als we kijken naar de prioriteitsstelling dan is het voor de PvdA heel belangrijk klimaatbestendig wonen voorop. De druk op de ruimte vraagt… De voorzitter: Mijnheer Xhemaili, er is een interruptie van mevrouw Boonstra. Mevrouw Boonstra: Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag van mijn collega willen weten, met betrekking tot het verdichten, ik zie geen flat van 10 hoog aan één van de linten staan. Ziet u dat wel? De voorzitter: Mijnheer Xhemaili. De heer Xhemaili: Nee, dat zie ik ook niet voor me. Heb ik ook niet gezegd. Verdichten kan ook één of twee lagen extra op bestaande bouw. Of maximaal drie. Maar niet tien hoog. Maar wel verdichten. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Xhemaili: Waar was ik? Ja, prioriteiten stellen. Klimaatbestendig wonen voorop. Dat is het belangrijkste wat PvdA betreft. De druk op de ruimte neemt dus toe en daarvoor moeten duidelijke keuzes zijn. Betaalbare woningen, voldoende groen en natuur. Economische groei is belangrijk, maar mag niet ten koste gaan van welzijn van onze inwoners. Alleen door scherpe keuzes te maken en te werken vanuit solidariteit en duurzaamheid kunnen we de toekomst van Lansingerland vormgeven tegen het licht van klimaatverandering.
Als PvdA blijven we ons inzetten voor een sociaal rechtvaardige toekomst waarin Lansingerland een fijne plek is om te wonen, werken en recreëren voor iedereen. Voorzitter, wij zien de verdere uitwerking van de omgevingsvisie 2.0 met vertrouwen tegemoet en zullen blijven bijdragen aan een evenwichtige en rechtvaardige uitwerking. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Berkel. De heer Van Berkel: Dank, voorzitter. We krijgen dilemma's voorgelegd om richtinggevende uitspraken te doen. En deze gaan over het wat en niet per se helemaal over het hoe. Het zijn ook abstracte uitspraken die richtinggevend moeten zijn voor een visie voor 2050. Voor de langere termijn dus. Maar dat is wat het commissiewerk juist zo mooi maakt, voorzitter. Veel inwoners zien de politiek soms als een ver van hun bed-show. En dit onderwerp klinkt ook misschien een beetje technisch en abstract. Maar het gaat om de grote keuzes voor mensen in hun leven. Wat voor plek willen wij voor onze toekomstige generaties maken? En de keuzes die we nu maken en waar we nu richting aan geven, die hebben een groot effect op de toekomst. We lopen even de dilemma's één voor één af. We zijn het eens met de stelling dat bij de herinrichting van de openbare ruimte klimaatbestendigheid het leidende principe is. We moeten een volledig klimaatbestendige omgeving ontwikkelen.
We begrijpen dat we hiervoor ruimte nodig hebben, zowel in de ondergrond als in de bovengrond. En dat kan soms met elektrificatie, maar volgens mij staat in het stuk ook, dat kan op meerdere manieren. Geothermie wordt ook genoemd. Maar dat betekent ook investeren in brede welvaart. Daarbij geven we invulling aan de behoeften van de inwoners en voorkomen we een hypotheek op toekomstige generaties. Zonder aanpassingen zal alleen al door de waterschade van onze gemeente tussen de 170 en 470 miljoen schade zijn tot en met 2050. En het kan soms moeilijke keuzes met zich meebrengen. Maar we maken hier beleid voor de generatie die hier in 2050 ook in een veilige, fijne en betaalbare omgeving moet kunnen wonen, werken en recreëren. Moet energietransitie altijd voorgaan op andere gebruiksmogelijkheden? Hier zijn we het in principe mee eens, want een goede energievoorziening is een randvoorwaarde om hier goed te kunnen wonen, werken en leven. Als
9/51
er geen energie is, dan komt onze manier van leven stil te staan. Maar dat maakt het ook een dilemma. Bijna drie kwart van de inwoners zegt dat het aanleggen van duurzame energie niet ten koste mag gaan van het groen in de gemeente. En tegelijkertijd zien we dat het groen en kabels en leidingen bijvoorbeeld niet eenvoudig zijn te combineren. Neem de Zuidersingel recent nog. Maar we zijn natuurlijk ook niet de enige gemeente in dit deel van Nederland waar dit speelt. We pleiten voor goede regionale samenwerking om onze doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn te behalen. En als er keuzes moet worden gemaakt, moeten die zo goed mogelijk ingepast worden in het groen. En waar dat niet mogelijk is, moeten we erkennen dat het belang van een warm huis en een goede energievoorziening voor onze inwoners en ondernemers ook soms voor moet gaan. We pleiten daarbij echter dat het verdwijnen van groen altijd gecompenseerd moet worden. Zo dicht mogelijk bij de locatie waar ingrepen noodzakelijk zijn. Stelling 3, bedrijventerreinen zijn vol en er verdwijnen werklocaties. Daarom moeten we bestaande werklocaties zoveel mogelijk behouden en uitbreiden. Met de groeiambities van onze gemeente op het gebied van wonen, energietransitie en groen ontkomen we niet aan moeilijke kwesties. Niet alles kan en niet alles kan overal.
D66 is van mening dat in Lansingerland moet worden ingezet op het transformeren van bestaande werklocaties. Daarbij zien we ruimte voor het benutten van de verouderde glastuingebieden om meer ruimte te bieden aan bedrijven. De focus moet liggen op het realiseren van zoveel mogelijk vierkante meter bedrijvigheid binnen de beperkte hectare grond die er zijn. We zijn ook blij met de oproep van VNO-NCW. We ondersteunen die ook echt. Maar ook voor een oproep om aandacht te hebben voor vergroening van bedrijventerreinen. En onze nationale economie maakt de komende jaren een transitie door. Mede door geopolitieke ontwikkelingen. En we vinden dat we daarbij, bij die transitie naar die nieuwe economie, ook goed moeten kijken naar welke uitdagingen er internationaal en nationaal zijn. Bijvoorbeeld het rapport Draghi dat in september is verschenen, geeft goede richtingen op nationale en Europese schaal. De inzet van de nieuwe Europese Commissie op duurzame welvaart en het versterken van het concurrentievermogen van Europa heeft ook zijn weerslag op lokaal niveau. Daarom zetten we in op transformatie van bestaande werklocaties en roepen de gemeenten op om goed te kijken hoe we aan kunnen sluiten bij wat er nu vanuit het Rijk met strategische regionale investeringsagenda's wordt voorbereid. Want zij bereiden zich ook voor op de nieuwe economie.
Dan de linten, daar kunnen we eigenlijk heel kort over zijn. Ja, we zijn het eens met de stelling. En alles wat er hiervoor is gezegd, daar kunnen we ons eigenlijk best wel goed bij vinden. Dus dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Leijendekker. Mevrouw Leijendekker: Dank u wel, voorzitter. In navolging van het goede voorbeeld van Leefbaar en 3B, waar ze in een duo antwoorden, gaan wij zelfs nu verder en wij antwoorden in trio-vorm. Ik zal het eerste dilemma voor mijn rekening nemen, de heer Krieger, tweede en derde, en de heer Van Harn sluit af. Wat betreft het eerste dilemma, het klimaatadaptief bouwen, daar kunnen we eigenlijk alleen maar ja tegen zeggen. Daar moeten we voorstander voor zijn. Als ervaringsdeskundige die voor heel veel geld haar huis heeft gebouwd om het souterrain droog te houden, en als het even gaat regenen, moet ik de pomp aanzetten om droge voeten te houden, wil ik dat eigenlijk niemand aandoen. En dat moeten bedrijven ook niet willen. We moeten gewoon proberen om die wateroverlast te voorkomen. Evenals de verdroging. En ik pleit dan ook inderdaad voor een goede samenwerking met ook het hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard en Delfland. Want we hebben nu in het kader van de Omgevingswet toetsing de weging van het waterbelang.
En ik hoop dat door een goede samenwerking ook met die hoogheemraadschappen daar ook goede stappen in op worden gezet en dat dat advies ook zwaarwegend gaat meewegen in het geheel. Hetzelfde geldt voor de aangedragen groene aanpak die wordt bepleit onder het dilemma. Dus ruimte voor groen blauwe oplossingen, ook voor groenstructuren, groene gevels en daken, verwijderen van tegels, wortelende bomen, waterbergende oplossingen, allemaal zaken waar we heel goed mee aan de slag moeten. Ook bomenkap voorkomen, het voorbeeld van de Merenweg waar we daar goede
10/51
stappen hebben op gezet of anders verder voorkomen, de discussie Zuidersingel of anders heel goed vervangen. En een andere discussie die speelt op de Lies Frankenweg waar we ook inderdaad aandacht moeten hebben voor behoud van groen en behoud van wortelende bomen. Dat was het eerste dilemma. De voorzitter: En dan wordt het vervolgd door de heer Krieger. Mijnheer Krieger. De heer Krieger: Dank u wel, voorzitter. Alhoewel het vaststellen van een omgevingsvisie, misschien voor buitenstaanders en mensen die dat dan in eerste instantie lezen, lijkt op het wereldkampioenschap open deuren intrappen, en dat bedoel ik niet verkeerd, is het dat natuurlijk niet. Ik ben eens met mijn collega van D66 dat we ons bezig gaan houden met het wat. Maar je bezighouden met het wat, dan is het wel belangrijk dat je al in je achterhoofd hebt, hoe. Wat dat betreft, voorzitter, benijd ik het college en ons als raad niet. Want we staan voor grote opgaven. En zeker met de energietransitie. Wat mij dan wel opvalt in de memo, is dat er redelijk laag wordt ingezet om duurzame…We hebben minimaal de ambitie om 25 procent van ons elektriciteitsverbruik duurzaam op te wekken. Dan rijst bij mij de vraag, waarom niet inzetten op 75 procent? Want als je inzet op 75 procent en je haalt het niet, maar je komt uit op 50, dan heb je altijd weer 25 procent winst.
Dus wat dat betreft staat het CDA open om samen met andere fracties daar serieus over na te denken. En dat ambitieniveau, die lat hoog neer te leggen. Want dat kunnen we nu één keer doen met het wat in de omgevingsvisie. En daarna kunnen we dan gezamenlijk kijken hoe we dat willen gaan doen. Maar als we die ambities laag inschalen, dan kunnen we natuurlijk met zijn allen er donder op zeggen dat we misschien wel laag uit zullen komen. Want als je de lat niet hoog legt voor jezelf, wat is dan de motivatie om daar vol voor te gaan? Dan, wat betreft de economie, heb ik zeer sympathieke voorstellen gehoord. En ook verstandige opmerkingen. Ook van collega Meuldijk, voorzitter. Wat wel belangrijk is, en dat gaf de inspreker vanavond al aan, betrek de ondernemers daar wel bij. Die oproep wil ik wel doen aan het college. Want op het moment dat je een omgevingsvisie neerlegt en daar een enquête houdt bij burgers en 15 procent van de burgers zegt, wij willen eigenlijk geen nieuwe bedrijventerreinen. Dat is begrijpelijk, dat sommige burgers dat zeggen. Maar het is wel vervelend als diezelfde burgers over 20 jaar geen werk hebben in de gemeente. En dat we met zijn allen in de file staan, omdat we buiten de gemeente moeten werken. Omdat het vestigingsklimaat achteruit is gegaan. Dus ook daar zullen we verstandig op moeten treden.
En ik roep het college dan ook op om ondernemers daar actief bij te betrekken. En dan had ik nog een kleine laatste opmerking, voorzitter. We hebben toch een laag leegstandspercentage. Het is minder dan 5 procent. Maar er is wel leegstand. Misschien zouden we daar eens over na kunnen denken waarom bepaalde panden of bedrijventerreinen leegstaan. Dat zal te maken hebben met de kwaliteit van dat stukje bedrijventerrein of dat betreffende pand. Als we daar ook in investeren, dan kunnen we in ieder geval de leegstand nog verder terugdringen. Wat betreft economie en energietransitie was dit het wel. Ik denk dat het punt van het CDA ook duidelijk is hoe wij in de energietransitie staan. Hoe groener hoe beter. Mooi in de partijkleur. En wat dat betreft wil ik het hierbij laten in de eerste ronde. En dan geef ik het woord aan mijn collega, de heer Van Harn. De voorzitter: Mijnheer Krieger, er is een interruptie van de heer Meuldijk. De heer Meuldijk: Dank u, voorzitter. Even op de heer Krieger, want u heeft het over die leegstand. Maar het is wel van belang om te weten dat 5 procent leegstand op bedrijventerreinen is zelfs te laag. Want leegstand is ook nodig om verschuivingen en mogelijkheden en herplaatsing van ondernemingen mogelijk te maken. Een kleine onderneming wil net een stukje groter, moet er wel ergens beschikbare locatie zijn.
Dus 5 procent leegstand is het minimale wat gezond is om bedrijven te laten ontwikkelen. Dat wou ik even meegeven. Dank, voorzitter.
11/51
De voorzitter: Mijnheer Krieger. De heer Krieger: Waarvan akte, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Dan gaan we verder naar de heer Van Harn, want die gaat het over de linten hebben. De heer Van Harn: Voorzitter, de linten. Voorzitter, we kennen dorpslinten, we kennen polderlinten en we kennen dijklinten. En de vraag die vanavond voor ligt is, hoe gaan we daar in de toekomst mee om? En dan is het antwoord van het CDA, dat zal per lint verschillend zijn. Omdat ze nu ook al zo van elkaar verschillen. En de uitslag van de enquête geeft ook niet overtuigend aan waar de voorkeur ligt. De voorzitter: Mijnheer Van Harn, even een interruptie. Ik zie de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Eigenlijk geen interruptie, maar een meer in ordevoorstel. Kunt u verzoeken aan de wethouder financiën die hier te gast is, of hij zijn telefoon op stil kan zetten. Dank u wel. De heer Van Harn: Ja, hoe er omgegaan moet worden met linten, dat zal verschillend zijn, zei ik zojuist. En de enquête geeft ook niet overtuigend aan waar de voorkeur ligt. Bouwen we wel of niet? Op dezelfde plek of nog op een onbebouwde plek? De CDA-fractie is van mening dat sloop en vervolgens vervangende bebouwing moet kunnen, zolang er rekening wordt gehouden met het karakter en de kwaliteiten van het desbetreffende lint.
En ook is de CDA-fractie van mening dat er wel gebouwd kan worden op plekken waar nu nog geen bebouwing is. Maar dan wel zodanig dat het vooral kwaliteit toevoegt aan de omliggende bebouwing. Bijvoorbeeld door ruimtelijke opzet. En zodanig dat de identiteit van het betreffende lint, niet in het gedrang komt. Dat wil niet zeggen dat al het bestaande groen, groen moet blijven. Maar wel zo dat op de te bebouwen groene plekken doorzichten van redelijke afmetingen blijven. Want, voorzitter, we moeten ervoor waken dat de linten niet dicht gebouwd worden. De voorzitter: Mijnheer Van Harn, een interruptie van de heer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Ik ben wel benieuwd, mijnheer Van Harn, wat vindt u schappelijke afmetingen? De heer Van Harn: Ik had het over redelijke doorzichten. Dan mag u invullen wat u redelijk vindt. De voorzitter: Geen woordspelletjes. Even kijken, dit is uw bijdrage of…Uw bijdrage, oké. Wie volgt? Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, allereerst even, in het stuk staat dat het een soort van uitprobeersel is om te kijken of het bevalt om dilemma's op een dergelijke manier als dat we nu doen in deze commissie te bespreken. Ik kan alvast vanuit mij zeggen dat ik het een goed idee vind. Ik praat hier veel meer vrijuit dan in een beeldvorming waar me gevraagd wordt om politieke uitingen te doen.
Nu hebben we het met de fractie besproken. Ik vind dit een goed idee. Dat even vooraf. Voorzitter, bij alle dilemma's die we hiervoor hebben liggen, geldt eigenlijk, we moeten ook vooral wel blijven nadenken over het leidend principe dat we nu aanwijzen dat het niet tot aanwijsbare verslechtering leidt in de openbare ruimte. Je kunt soms een keuze gemaakt hebben die in de praktijk niet blijkt te werken. Ik hoop dat we in dat soort gevallen daar wethouders hebben zitten die dan terugkomen naar de raad en die zeggen van, u hebt dit gekozen, maar nu hebben we dit geval hiervoor liggen en hier werkt het niet. Beste raad, wilt u samen met ons kijken wat er dan mogelijk is? Dat even ook nog vooraf. Dan de vier
12/51
dilemma's. Klimaatadaptatie. Dat is wat ons betreft uitgangspunt nummer één. Groen en blauw verkoelt, buffert en voert af. En dat is wat we nodig hebben. En wat daarvoor nodig is, is eigenlijk dat we minder ruimte gaan geven aan verstening. En verstening dat heb je op allerlei manieren. Je hebt verstening in termen van woonfunctie, mobiliteit, parkeren. Dan voel je al aan, daar moet je dan iets in minderen. Wonen willen we niet heel graag in minderen. Maar de ruimte voor de auto, die kan wat ons betreft best een tandje minder. Je ziet tegenwoordig hele mooie straten die vergroend worden op magnifieke wijze. Waarbij de auto echt minder ruimte krijgt, maar het straatbeeld, de leefbaarheid er enorm op vooruit gaat. Dat is waar wij in 2050 voor tekenen. Dan de energietransitie. Wat ons betreft, als we binnen de energietransitie afblijven van natuur en groen dan vinden wij het prima om daar ruimte voor te maken. Dat transformatorhuisje, dat mag wat ons betreft ook in die openbare ruimte ten koste van misschien een stukje mobiliteit worden ingepast, als dat nodig is. Dan ga ik naar de economie. Werklocaties hoeven wat ons betreft niet zozeer verruimd te worden. Inkrimpen ook niet. Want daar gaat de provincie voor liggen. In het kader van ontglazing en de ruimte die we nu al hebben, de provincie vindt dat ruimte voor bedrijven niet mag worden ingeperkt.
Maar waar wij op willen inzetten is dat we herstructureren daar waar bedrijventerreinen en glastuinbouwgebieden verrommeld zijn. Dus gebruik wat je hebt beter. En daarvoor kunnen we bijvoorbeeld, om een voorbeeld te noemen, handhaven bij caravanstallingen. Dat is iets wat we wat ons betreft te weinig doen. Daar zie je dat er gebruik is voor iets waar het niet voor bedoeld is. En die handhaving zou daarin beter mogen. En om daarin de stip aan de horizon te zetten van, hoe wil je dan verrommeling gaan tegengaan? We hebben voor de openbare ruimte beeldkwaliteitseisen. En ook voor bedrijventerreinen zouden we wat ons betreft toe moeten naar beeldkwaliteitseisen. En dan kunnen we ook gaan handhaven daar waar we vinden dat de beeldkwaliteit te slecht is geworden. Goed, voorzitter, tot slot, de linten. Ik wil daarin vooral heel erg veel aansluiten bij wat er al gezegd is. De doorzichten, die moeten wat ons betreft behouden worden. Functioneel vervangen kan her en der. Maar wat ons betreft behouden we vooral heel veel wat we daarin hebben. Voorzitter, dat was het wat mij betreft in eerste termijn. Dank u wel. De heer Jumelet: Dank u, voorzitter. Voorzitter, visie is als een olifant die zicht belemmerd, aldus Mark Rutte, onze voormalig politiek leider. Goed, u begrijpt natuurlijk als VVD Lansingerland dat we daar niet achter staan.
De Lansingerlandse VVD is wat dat betreft ook klaar om keuzes te maken en een visie te gaan delen. Ook al weten we niet altijd wat op ons afkomt, ik denk dat het goed is om ons zo goed mogelijk voor te bereiden. Zo staat de VVD natuurlijk voor prettig wonen voor nu en in de toekomst. Dat betekent voor ons wonen in een gemeente waar de buitenruimte op orde is, er doorgereden kan worden, waar klimaatadaptatie is aangepast in de omgeving, de energietransitie in verhouding staat met persoonlijke keuzevrijheid en leveringszekerheid en er voldoende ruimte is voor ondernemerschap en voldoende sprake is van economische voorspoed. Kortom, wat ons betreft zijn we dan klaar voor de toekomst als het allemaal geregeld is, maar zover zijn we helaas nog niet. Dus dat begint wat ons betreft met het aanpassen aan klimaatverandering. Als een van de natste gemeenten en een behoorlijk hete en droge gemeente in de zomer is klimaatverandering een onontkoombaar probleem wat ons betreft. Nu investeren betekent kosten besparen in de toekomst. Voor de VVD betekent dit dat ook klimaatbestendigheid één van de leidende principes is in de inrichting van de ruimte. Daarom zien we dat als één van de leidende principes.
Wat we ook aandacht moeten hebben voor economische ontwikkeling, vervoer of dat nu met de auto of het OV is, digitale infrastructuur en wijkinrichting om de leefbaarheid van de wijken te bevorderen. Daarbij vindt de VVD het inbreien van maatregelen des te belangrijker. Wij zien graag ruimte voor innovatie en werken op een realistische en financieel verantwoorde manier. Als we dan verder kijken naar onze energie is het ook weer een onontkomelijke transitie waar we in terecht gekomen. Wat de VVD betreft onderschrijven we dan in die zin ook het inzetten op groene energie. Dat is ook in die zin weer onontkomelijk. De energietransitie kan op diverse manieren uitgevoerd worden. De VVD kiest in die zin voor de belangen van huishoudens en hun ondernemingen. Met realistisch en
13/51
financieel verantwoordelijk beleid. We willen dat de gemeente haar plannen voor de energietransitie toetst op duurzaamheid, maar net zo goed op individuele keuzevrijheid en leveringszekerheid. Uiteraard geldt altijd, wat kost het? En wat levert het op? Zo stelt de VVD ook hoge eisen aan de inpassing in onze omgeving. Wat betekent die energietransitie dan voor ons landschap, de natuur, de wijk, het ruimtebeslag? Zo zien we voor nu geen heil in het voorgaan van de energietransitie op andere gebruiksmogelijkheden in onze buitenruimte. Brei in en wees innovatief. Hier zien we dus een oplossing voor inbreiding in de omgeving. Geen zonneparken en u verwacht het denk ik al, geen windturbines. De VVD is in die zin wel voorstander van verdere ontwikkeling van zonnestroom en wijkbatterijen in de wijk, in de gebouwde omgeving en in het kassengebied. Ook juist op waterbassins bij kassen. Wees als gemeente innovatief. Als we dan verder kijken naar ondernemende gemeente, dat staat dan natuurlijk perfect bij ons in het rijtje. Lansingerland is een ondernemende gemeente en dat moeten we zo houden of wat ons betreft nog beter maken. We hebben ondernemers hard nodig voor de realisatie van levendige dorpskernen, economische groei en werkgelegenheid. De gemeente moet ondernemerschap stimuleren door ondernemers de ruimte te geven, groot en klein, in de dorpen en op bedrijventerreinen.
Wat net al gezegd werd, leegstand moet voorkomen worden, maar een beetje leegstand is gezond. We denken hierbij ook aan innovatie. Denk bijvoorbeeld aan het ombouwen van lege panden en winkelruimte voor woningen, meer horeca, tijdelijke flexwerkplekken in gezamenlijke ruimte voor startende ondernemers. Zoals de VVD betreft inzetten op uitbreiding en behoud van werklocaties. Ten slotte de linten. Een hangijzer voor ons allemaal de afgelopen paar jaar. Maar wat betreft de VVD respecteren we de Lansingerland geschiedenis en identiteit, maar zijn we niet blind voor de toekomst. Met dit in het achterhoofd is de VVD van mening dat de aard van de linten behouden moet blijven en daar past prima nieuwe bebouwing indien nodig bij. Deze bebouwing moet dan natuurlijk wel passen in de omgeving. Maar laten we nieuw ondernemerschap en woningen de ruimte geven zich in te passen en samen te gaan met de omgeving. Waarbij we zorgen voor een gezonde mix tussen wonen, bedrijvigheid, groen, recreëren en natuurlijk doorzicht. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw van Olst. Mevrouw Van Olst: Dank u wel, voorzitter. Vanavond bespreken we de toekomst van Lansingerland. Hoe willen wij dat Lansingerland eruit komt te zien? Als belangrijkste uitgangspunt wordt gesteld dat er scherpe keuzes nodig zijn. Ik wil hier graag een aanvulling op doen.
Eerst zoom ik in op de gestelde vraag en loop de vier dilemma's langs. In volgorde van belangrijkheid. Het klimaatbestendig maken van Lansingerland lijkt mij van essentieel belang. De bescherming tegen wateroverlast in woonwijken lijkt mij prio nummer één. Dit lijkt me ook niet echt een dilemma. Volgens mij kun je de wijken prima vergroenen met bomen, struiken en gras. En het blijft een gek verhaal dat als het verschrikkelijk heeft geregend en dat we vervolgens weer kampen met extreme droogte. Volgens mij kun je dit oplossen door water op te slaan voor droge periodes. Dat kost ruimte inderdaad, maar is van essentieel belang. Dus dit heeft voor mij prio één. Wateropslag, groen in de wijken en zorg ervoor dat de inwoners, zeker in de betreffende stressgebieden, zich bewust zijn van de risico's die zij lopen en wat zij er zelf aan kunnen doen. Aan bomen groeien wortels en dat kost ook ruimte. Mensen hebben ook ruimte nodig in de natuur, dus dat is een win-win. Bestaande werklocaties moeten behouden blijven, maar mogen wat mij betreft flexibel worden ingezet. Hierop zou ook prima een woonbestemming kunnen komen. En dit kan dus best naast elkaar bestaan. Dit geldt ook andersom. Waar tuinderswoningen de normaalste zaak van de wereld waren vroeger, dus dat de tuinder bij zijn bedrijf woont, kan ook gelden voor de medewerkers die seizoensarbeid komen doen.
Wat ik van belang vind, is dat er oog blijft voor de familiebedrijven in Lansingerland. Dat deze kenmerkende bedrijven die er dan nog kunnen zijn, kunnen blijven in Lansingerland. Dit bepaalt, net als de linten, een deel van de cultuur in onze gemeente. Dan de linten. Die zijn ideaal om juist groen te houden en groener te maken. En misschien ook wel om wateroplossingen in toe te passen. Het behoud van de linten in uitstraling is juist de kans om het dorpse karakter te behouden en hierop
14/51
door te pakken met die wateroplossing en de nieuwbouwwijken die erachter liggen een beetje te verschuilen. Voor mij is energie het sluitstuk. Energie is namelijk een middel om ergens te komen en niet een doel op zich. Vooralsnog komen wij overal en functioneert alles. Door de keuzes die wij willen gaan maken in de toekomst, komt er meer vraag naar energie. Hier zit dus ook de oplossing. We moeten hier beter over nadenken. Niet onbeperkt alles maar willen digitaliseren en elektrificeren. In ieder geval niet nu. Dus de vraag moet omlaag. Of in ieder geval niet meer vragen dan nu het geval is. Niet denken aan smart cities, digital twins, zonnevelden, cetera. Maar denken aan verbinding, ontmoeten, verzorgen, bewegen, gezondheid. Je kunt alles wel vol zetten met duurzame energiebronnen, maar met welk doel? Voorsorteren op een mogelijk toekomstige vraag gebeurt allemaal op basis van modellen. En we moeten dit pas gaan doen als er echt een behoefte is. Daarbij wil ik een uitstapje maken naar een brief die wij ontvingen op 26 november jongstleden van het college. Hierin wordt de start van het visietraject digitalisering aangekondigd. De voordelen die worden genoemd zijn legio. Daarvoor verwijs ik u naar die brief. De keerzijde wordt hierin niet genoemd en dit zal ongetwijfeld gedurende het traject naar voren komen.
Maar alleen al deze digitaliseringsambitie, die blijkt uit de brief, zorgt voor zoveel meer energieverbruik. In de brief staat dat er een externe partij wordt ingeschakeld voor dit visietraject. Dan wil ik aan het college vragen welke partij dit is en waarom dit dan nodig is? Hebben we een bureau nodig om aan te geven wat wij willen en op te laten schrijven wat goed is voor inwoners? Want er is een enquête gedaan en de inwoner heeft duidelijk aangegeven dat de voorkeur uitgaat naar groen. En daar ben ik het dus helemaal mee eens. Want besef, wij zijn ook natuur. Wij zijn bezielde wezens. En wij hebben het groen nodig. Ook voor klimaatadaptatie, maar ook omdat wij ons opladen door ontspanning en natuur. Menselijk contact is van wezenlijk belang. Zeker als wij de hele dag bezig zijn met digitale zaken. De elektrificatie en digitalisering van alles heeft een keerzijde. Realiseert u zich dat eens. We hoeven hier nu nog niet aan mee te doen. Heeft u weleens nagedacht over data minderen? Dit komt ook helemaal overheen met de keuze uit de enquête voor het scenario regionaal geworteld. Elkaar kennen, onderlinge verbondenheid, trots, zorg dragen en oog hebben voor elkaar. Gecombineerd met groen land is dit de perfecte combi. Heb ik ook nog een soort oplossing. Ik wil pleiten voor een soort digitale overlay. Een digitale omgevingsvisie, waar langs we initiatieven kunnen toetsen.