[BV24.0084] Verslag van de commissie Algemeen Bestuur van 9 oktober 2024
Tekst van het document
Nu bespreken we het met u en hierna volgen misschien nog bepaalde vervolgstappen om dit standpunt echt een soort van mandaat mee te kregen van u als raad. En pas daarna zullen wij dit ook gaan bespreken met andere gemeenten. Want we willen wel zeker van zijn dat wat wij zeggen natuurlijk ook gedragen wordt door u en dat het niet gewoon twee toevallige raadsleden zijn die hun mening over dingen hebben. Dan nog even de vraag van de Partij van de Arbeid. De brandbrief over het ov. Een hele belangrijke brandbrief. Volgens mij is de deadline helaas verlopen, maar anders zou ik zeggen ondertekenen hem nog snel. Dat gaat echt over die vervoersautoriteit-poot. Dat is een hele andere poot, de financiële structuur van beiden zijn ze ook gescheiden van elkaar, zoals de voorzitter in de introductie ook aangaf. Van de ene kant hebben we de VA poot, gefinancierd vanuit de BDU-gelden van het rijk. En de andere kant de EV poot, gefinancierd door de inwonersbijdrage van de deelnemende gemeentes. Dat zijn dus echt twee gescheiden systemen van elkaar. Volgens mij heb ik daar alle vragen ook wel een beetje beantwoord en ik hoop op dit moment al een beetje iets van een plaatje mee te geven hoe wij er in zitten. En hopelijk ook een aantal van de
13/22
zorgen zo'n beetje weg kunnen nemen. Maar ik hoor heel graag nog meer opmerkingen in de tweede termijn. En dan komen we ook snel bij u terug met hoe we hier weer vervolg aan gaan geven. De voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u, voorzitter. Ik ben geen expert, maar mijn bedoeling was als op die poot wat minder geld komt. Wij doen dit voor iets om onze positie te versterken, om dingen om doelen te kunnen realiseren. Ook op openbaar vervoer. Lopen wij hier niet het risico dat wij hier meer moeten investeren omdat daarop bezuinigd wordt. Dus de uitkomst. Daar gaat het mij om. De voorzitter: De heer Weerheijm, De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Als ik uw vraag goed begrijp, stelt u moeten we eigenlijk niet meer onze inwonersbijdrage eigenlijk niet verhogen. Vanwege de bezuinigingen op de openbaar vervoer. Volgens mij zoals de huidige financieringsstructuur werkt in de MRDH, dus zouden wij onze bijdrage van drie euro per inwoner naar tachtig euro per inwoner doen, dan zou er heel veel geld zijn voor EV. Maar dat zou nog steeds niet ingezet kunnen worden voor het openbaar vervoersgedeelte. Dan lijkt dat me ook een heel onwijs idee om dat wel op zo’n manier te gaan doen, want dan zou het rijk ook heel makkelijk kunnen zeggen van zie je wel, we kunnen heel makkelijk bezuinigen want die gemeentes kunnen het zelf allemaal betalen.
En volgens mij is dat niet uw bedoeling en is dat ook zeker niet de bedoeling die de raad heeft. De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Ik heb ook een interruptie. Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag. Dank u wel mijnheer Weerheijm, voor uw samenvatting van de discussie die we in eerste termijn gehad hebben. Maar hoe staat D66 zelf na deze vragen? Want u praat als raadsrapporteur, maar wij horen ook graag de mening van D66 op deze vragen. De voorzitter: De heer Weerheijm. De heer Weerheijm: De heer Markus zegt net D66 is zijn stem kwijt. Ja, ik zou nu eigenlijk voor de zuiverheid van de discussie niet opeens een ander petje op willen doen. Dat is een beetje het nadeel van dat ik hier natuurlijk zo zit als D66 en als raadsrapporteur. Ik weet eigenlijk niet zo goed hoe ik daarmee om zou gaan. U weet dat mijn fractie soms een andere standpunten heeft dan andere partijen in de raad op bepaalde punten. En juist dat zijn dan de zaken waar we juist heel helder natuurlijk met elkaar, we hebben niet voor niets altijd een klankbordgroep voor de MRDH vergadering uit, waarin we met elkaar afspreken dit is de lijn van Lansingerland. In samenwerking met het college, wat was we als raadsrapporteurs van u ophalen en ook vanuit de ambtenarij.
Dus andere kant, de woorden van de heer Ruijtenberg over hoe we regionale samenwerking voor ons zien, als dat moet ook krachtig, democratisch en efficiënt zijn. Dat is ook zeker een motto waar mijn partij zich ook achter kan vinden. Maar meer ga ik niet zeggen om de discussie niet te vervuilen. Dank u wel. Tweede termijn De voorzitter: Dank u wel. Wie in het tweede termijn nog? De heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Voorzitter, dank u wel. Ik zal het kort houden, gelet op de tijd die me nog rest. Maar ook de goede discussie die we hebben gevoerd. Ik zal nog een vraag willen stellen aan de heer Weerheijm. En dat is ervan uitgaande dat we hier niet in ons eentje over besluiten en dat we hier 23 gemeentes eigenlijk hierin willen betrekken, kan hij het zo organiseren dat de MRDH zelf, en dan bedoel ik de commissie vestigingsklimaat, gewoon scenario's ontwikkeld naar aanleiding van de evaluatie over waar het heen moet in de toekomst. Dan zouden we op basis van gedragen plaatjes, die ook meer gemeentes kennen, kunnen spreken over de verschillende opties die er voor ons liggen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Weerheijm. De heer Weerheijm: Dan doe ik het even snel als een interruptie omdat het natuurlijk geen derde termijn is.
Ik denk dat het idee om met bepaalde scenario’s te werken inderdaad niet gewoon in de groep te gooien van nou, beste collega's, dit is wat Lansingerland vindt. Bent u het met ons eens. Dat het inderdaad goed is om dat natuurlijk op een meer inhoudelijke manier te doen. Ik vind op zich de suggestie om dat in een bepaald scenario te doen van waar vandaan gaan we hierheen met de MRDH zeer zeker een goede optie is. En daar gaan we ook denk ik over nadenken. Maar het is inderdaad zeker ons idee om naar de adviescommissie toe te gaan. Te zeggen van oké, wij hebben er over zitten babbelen met elkaar, over hoe wij het vinden gaan met elkaar. Hoe vindt u dat gaat? En ik denk dat bepaalde handvesten daarbij wel noodzakelijk zijn voor goede discussie, maar dat gaan we zien. Dit is ook niet iets
14/22
wat normaal in de adviescommissie gebeurt, dit soort discussies dat iemand iets inbrengt, dat we daar dan met elkaar een daadwerkelijk inhoudelijke discussie over hebben. Dus het is ook een beetje proberen, ben ik bang. Dank u wel. De voorzitter: Wie nog meer? De heer Jansen. De heer Jansen: Dank u wel, voorzitter en ook wethouder bedankt voor uw antwoord. In onze ogen zijn er dus inderdaad verborgen benefits aanwezig. En hoe die gewogen worden, dat is aan iedere partij zelf. Twee dingen. Als we minder eruit halen zullen we studies zoals we voor de …, die zullen we dan zelf moeten financieren. Dus dat lijkt me ook niet verstandig als we daar op deze manier een spin-off kunnen krijgen. En wat ik eerlijk gezegd heb, hervormen, ja. Maar laten we oppassen dat we geen oude schoenen weggooien voordat we nieuwe hebben. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie nog meer. Niemand meer. De heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, ik vind het een beetje moeilijk wat ik nu ga doen. Want we gaan nu toch weer een soort van, excuses vast aan de heer Azzouzi, een soort Bleizoachtige discussie krijgen. Maar ik heb tijdens deze behandeling heb ik even met twee mensen geschakeld die ik vrij goed ken binnen de provincie. Statenleden.
Om te kijken is er inderdaad communicatie geweest tussen de MRDH en de provincie over een brief die er is gestuurd. De voorzitter: Dit ga ik nu even afkappen… De heer Ruijtenberg: Maar mag ik een zin nog… De voorzitter: Nee, we gaan in een discussie komen, en daar geef ik de heer Azzouzi gelijk in, we hebben dat net afgerond en nu terugkomen en… De heer Ruijtenberg: Nee, ik wil graag refereren aan een uitspraak van de wethouder. Namelijk. Alleen ik heb even de inleiding nodig. Maar ik wil desnoods wel direct naar de uitspraak van de wethouder toegaan. De voorzitter: Als het een korte inleiding is voor een vraag die u nog heeft. De heer Ruijtenberg: De inleiding is heel kort. U zegt de MRDH heeft een brief gestuurd waarin ze verklaren dat ze het standpunt, dat ze ons standpunt delen. De brief die ik voor me heb die is van februari van dit jaar. Daarin is overduidelijk dat ze het standpunt niet delen. Dat ze aangeven ja, we achten dit geschikt voor woningbouw. Aan de andere kant achten we het ook geschikt inderdaad voor energieopwekking en dat soort dingen. Dat staat in de brief. Ik citeer hem niet even. Ik geef u de kans om uw woorden terug te trekken. Dat ze op uw standpunt staan. De voorzitter: Die brief ligt hier nu niet. Ik stel voor dat die brief in ieder geval even nog boven tafel komt op een ander moment.
Dus misschien van de week of zo en dat die dan even rondgestuurd wordt. En dan hebben we duidelijkheid over wat het standpunt is geweest van de MRDH daarin. Maar ik ga die discussie nu niet voeren want we hebben die info niet op tafel liggen hier. De wethouder wilde nog iets… Oh, de heer Markus nog. De heer Markus: Nog even over Bleizo…. Nee, nee, nee, ik zit even de discussie nog eens even in mijn hoofd langs te gaan. Ik denk dat het grootste deel van de raad inderdaad kritisch is en dat iedereen het met elkaar eens is dat we inderdaad naar effectiviteit moeten. En of dat dan meer of minder moet kosten, daar verschillen we dan wellicht over van mening. Maar ik zit even te kijken hoe gaan we nu met elkaar verder. Want we hebben een hele goede discussie met elkaar gehad. Het gevaar bestaat natuurlijk dat we zo meteen teruggaan naar die Poolse landdag en daar, ik schrik er overigens wel een beetje van, geen ruimte lijkt te zijn voor discussie over dit soort onderwerpen. Dan denk ik jeetje jongens, als je niet over je eigen functioneren durft te praten met elkaar. Daar vind ik wel wat van. Hoe gaan we nu verder? Want je wil wel die EV vinden we met elkaar, moet wel opgeklopt worden tot iets waar we het met elkaar over eens worden. En daar zijn we met deze discussie nog niet mee klaar. Dus wellicht kan de heer Weerheijm daar nog een tipje van de sluier in oplichten.
En ik heb ook even een vraagje aan de wethouder, want die zit wel eens bij de bestuurders gezellig aan tafel binnen de MRDH verband. En ik ben benieuwd, vindt hij nou dat we daar in moeten blijven. Wat is even zijn mening daarin? En vindt hij dat het ook effectief is voor Lansingerland? Dat vind ik wel even belangrijk om mee te nemen ook. Dank u wel. De voorzitter: Verder hebben wij dus… De termijnen lopen nu een beetje door elkaar heen. Zijn er verder nog vragen? Want ik ga dadelijk nog terug naar de heer Weerheijm. Maar ik ga dan eerst naar de wethouder. Verder geen vragen? De heer Van Santen.
15/22
De heer Van Santen: Kort vraagje. Die had ik in mijn eerste termijn gesteld en door de inbreng van de heer Markus kwam dat weer even terug. Ik zeg niet dat we dat nou direct moeten doen maar ik vraag gewoon naar wat kan er. Stel nou dat de andere gemeenten allemaal niet zo'n zin hebben en wij vinden op een gegeven moment massaal hier in de gemeenteraad dat we eruit zouden moeten stappen. Kan dat dan eenzijdig vanuit dat onderdeeltje van de MRDH? Beantwoording De voorzitter: Dan ga ik nu… Geen raad, dadelijk komen we nog bij de heer Weerheijm. De wethouder. Wethouder Hoek: Dank u wel, voorzitter. Moeten we erin blijven, of in iets mindere mate of een andere vorm? Ik denk dat we daar, als ik spreek voor Lansingerland, best mooie dingen hebben binnengehaald die van belang waren voor de ontwikkeling binnen onze gemeente. Dus wat dat betreft zie ik best voordelen. En ik ben het ook wel eens met de opmerking van de heer Jansen. Je kan wel oude schoenen weggooien, maar als u nog geen nieuwe hebt, dan wordt dat ingewikkeld. Ik denk wel dat het goed is om intern die discussie te voeren. Als we nu naar een netwerkorganisatie gaan, wat verstaan we daar dan onder en wat zien wij als een adequaat resultaat van een netwerkpodium. Want waar ik bang voor ben, is dat we eerst heel veel gaan terugschroeven om vervolgens erachter te komen, het had toch wel een meerwaarde.
En ja, we hebben allemaal onze eigen belangen in die regio en daarom is het juist zo belangrijk om met elkaar aan tafel te zitten. Om die belangen op een goede manier adequaat af te wegen. En ja, dat is een reuze ingewikkelde. Vandaag was ik er en in ieder geval zijn ze bezig met de strategische economische visie. Ze zijn ervan overtuigd. Ze hebben de op- en aanmerkingen van Berenschot goed ter hand genomen. Het moet een werkbaar document zijn en het moet voor de grote vakantie klaar zijn. Dus daar vind ik wel daadkracht uitspreken, mede ingegeven door het commentaar wat er natuurlijk regelmatig langskomt ook. Men is volledig doordrongen van het feit dat we stappen moeten maken, mede ingegeven doordat de ruimte die we nog kunnen bestemmen bijzonder schaars is en dat de vraag groot is. Dus wat dat betreft kan het misschien synchroon lopen. Dat we hier intern spreken over wat verstaan we nou onder een netwerkorganisatie en hoe zou die ons helpen met het verdelen van de schaarse ruimte en keuzes te maken? Misschien kon het samengaan. Ik vind het goed dat raadsrapporteurs het initiatief nemen om gezamenlijk te kijken misschien moeten we eens polsen bij de rest hoe we verder moeten. Ik hoor niemand zeggen dat we ermee moeten stoppen.
Ik denk dat het goed is om de optelsom te maken van wat levert het ons op? En misschien moeten we dan wel wachten tot aan de grote vakantie? Totdat die nieuwe economische strategie visie er ligt en dan eens bedenken kunnen wij hier iets mee. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan ga ik tot slot naar de heer Weerheijm. De heer Weerheijm: Ja, dank u wel, voorzitter. Wat een eer om een derde termijn te mogen voeren. Dat is lang geleden. Er zijn nog volgens mij drie vragen die even werden gesteld. Inderdaad de manier hoe nu verder. Allereerst, ik denk dat het belangrijkste is dat we de discussie die we eigenlijk zojuist hebben gehad, input die we hebben opgehaald met elkaar. Op een manier vastleggen waardoor het ook een soort formeel mandaat van de raad is richting ons als raadsrapporteurs. Dat wij ook weten waar u achter staat. Welke manier we dat doen, vind ik best een beetje een lastige. Of dat je zou kunnen zeggen misschien een vorm van een motie of iets dergelijks. Een motie is meestal dat je het college ergens toe oproept. Maar je kan natuurlijk ook iets uitspreken. Dus wat de juiste vorm is, ik denk dat ik daar even met de griffier over ga babbelen. En dat we dan, als we dat hebben, daar een vertaalslag van kunnen maken en het kunnen agenderen in de adviescommissie om daar het gesprek te voeren.
Misschien op de manier zoals de heer Van den Beukel het suggereerde aan de hand van scenario's. De opmerkingen over de optouts. Daar ben ik het eigenlijk gewoon wel eens met de wethouder. Het lijkt op dit moment niet een heel slimme optie, want dan heb je inderdaad helemaal niks meer. Heb je ook die netwerkfunctie niet meer, dan zit je helemaal nergens in. Dat lijkt ons dus niet heel erg wijs. Dus in eerste instantie gewoon proberen van binnenuit te hervormen. En dan van daaruit weer verder kijken. Dus dat standpunt delen we volledig dan. Inderdaad de strategisch economische visie is een belangrijk punt. Daar hebben wij vanavond als Lansingerland ook input op aangeleverd. Wel schriftelijk omdat ik hier zit. En hopelijk gaat dat inderdaad, die visie, een iets meer concrete kans geven van hoe we nou als regio kijken naar de regionale economie. En ook daarom hebben we dus juist ook weer het belang van Horti Science voor onze gemeente duidelijk gemaakt en hopen daar ook het verbinding te vinden met de andere gemeentes. Natuurlijk wordt de uitdaging vervolgens van hoe gaan we dan binnen het systeem, subsidie dat we
16/22
hebben, die op een goede manier koppelen dat ze daadwerkelijk uitvoering geven van die visie. Daar heb ik twijfels over, of dat gaat lukken. Maar dat gaan we dus zien. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we aan het eind van dit bespreekstuk. In ieder geval het heeft zijn tijd nog nodig, dus daar komt een vervolg. En dat zal zeker ook bij de raadsrapporteurs geagendeerd worden. Ook neem ik aan in de klankbordgroep om daar ook over te praten. Omdat het toch heel breed is, zowel college als raadsleden als ambtelijke ondersteuning. En dan komt dat ongetwijfeld terug. Ik wil in ieder geval de beide raadsrapporteurs hartelijk danken voor hun inzet. En met name ook de heer Weerheijm die hier dat met verve heeft behandeld, vragen beantwoord heeft en dat, mijns inziens, op een goede manier heeft gedaan.
6. Stukken ter advisering aan de raad 6.a Zienswijze Halfjaarnota Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, inclusief 3 e begrotingswijziging 2024 en 1e begrotingswijziging 2025 De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende agendapunt en dat is agendapunt zes. Dat zijn twee stukken ter advisering aan de raad en de eerste is een Zienswijze Halfjaarnota VRR. Het gaat hier om een halfjaar rapportage van de veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, dat zijn de brandweer en ambulancedienst. En deze rapportages, inclusief de derde begrotingswijze 2024 en de eerste voor het komend jaar 2025. De vraag is wat vindt u van de zienswijze die de raad naar de VRR kan gaan sturen Ik kan me voorstellen dat u zegt van dat is een prachtige zienswijze. Dus we voeren het woord niet. Gaat toch gebeuren. De heer Halkes. Eerste Termijn De heer Halkes: Ik zal het ook kort houden, dat beloof ik u. Want wij kunnen gewoon instemmen met deze zienswijze inderdaad. Alleen nog wel even een vervolgvraag. We hebben een tijd terug hebben wij als raad een brief gestuurd aan alle GR met de vraag het ravijnjaar komt eraan, wat kunt u doen om goedkoper te gaan werken? Ik vroeg me af aan de portefeuillehouder of daar al een beetje zicht op is. Of hij al iets heeft gehoord in de wandelgangen, of daar al actie ondernomen is. De voorzitter: Dank u wel heer Halkes. Heer Bik, WIJ Lansingerland.
De heer Bik: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal de trend voortzetten. Wij kunnen het ook kort houden. We kunnen ons vinden in de voorgestelde zienswijze. Een vraag wel. Er staat een positief resultaat van een miljoen plus. En het enige zinnetje wat mij daarin een klein beetje ergert, maar misschien is dat onterecht, is dat het mede komt door hogere rente inkomsten. Maar volgens mij is dat rente van ons geld wat op een andere rekening staat. Dus de vraag is, hoe kunnen we dat boekhoudkundig anders organiseren de komende jaren. De voorzitter: Dank u wel. Wie nog meer? De heer Jonker, D66. De heer Jonker: Heel kort, wij kunnen gewoon instemmen. De voorzitter: Mevrouw Van Splunter, GroenLinks. Mevrouw Van Splunter: Dank u, voorzitter. Ook de fractie van GroenLinks kan instemmen. Een kleine opmerking. Als de zienswijze verzonden wordt, misschien wel even goed om nog even naar de zin bij de procedure te kijken. Want volgens mij moet daar het woordje wij nog tussen. Of ben ik nou zo… De voorzitter: Dat was die? Mevrouw Van Splunter: Dat is hem. De voorzitter: Mevrouw Van Bakel, VVD. Mevrouw Van Bakel: Dank u. Ik heb nog een vraagje. Er wordt gesproken over de brede doeluitkering rampenbestrijding en dat dat geld terugvloeit naar het gemeentefonds. Ik vroeg me af in hoeverre daarover na wordt gedacht om dat te compenseren en hoe materieel dat is.
En een ander puntje is dat het meerjarenperspectief dat kan wat mij betreft ook wel iets meer toelichting en meer nadruk krijgen. Ik ben benieuwd hoe de burgemeester daar tegenaan kijkt of we dat nog nadrukkelijker in de brief kunnen opnemen of dat het advies van hem is we laten het hierbij en ik neem het mee naar de vergadering. En tot slot, we weten allemaal, er zijn wat internationale spanningen op dit moment en niet zo'n beetje ook, met grote gevolgen. En ik vroeg me af in hoeverre de VRR een risicobeheersplan deze punten veel meer kan adresseren. En de samenwerking met de bredere andere VRR’s kan opnemen, omdat dit ook nogal grensoverschrijdend is. Ik ben benieuwd hoe de burgemeester daar tegenaan kijkt. Dank u wel.
17/22
De voorzitter: Dank u wel. Wie nog meer? Heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik ga het iets langer houden. Niet te lang. De VRR heeft eigenlijk inspanningen verricht om financiële uitdaging te bestrijden. Wat ons betreft is de zienswijze dan ook gewoon een hamerstuk. Wel vinden wij het lastig om op deze manier grip te krijgen op deze GR als we telkens zulke schommelende resultaten gepresenteerd krijgen. En wat ons betreft breekt er dan nu ook een periode van structurele en financiële discipline aan. Voor de fractie van Leefbaar 3B is deze zienswijze op de halfjaar nota 2024 dan ook een hamerstuk, maar de halfjaarrapportage ARR daar ben ik wel van geschrokken. Wij zijn nog steeds van mening dat de aanrijtijden van ambulances in Lansingerland significant verbetert moeten worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog? Mevrouw Biharie, PvdA. Mevrouw Biharie: Dank u wel, voorzitter. Ik ben benieuwd naar de vragen van de vorige fracties die gesteld zijn. En verder is het voor ons een hamerstuk. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we kijken wie nog meer. Niemand meer. Nee. Dan gaan we naar de burgemeester. Burgemeester Van de Stadt: Ja, voorzitter. Om met de laatste schrik over de aanrijtijden ARR. De directeur komt hier. Of is hier al geweest, of komt hier dus volgende week.
Dus dat is het moment om dat met hem te bespreken. Ambulancedienst aanrijtijden worden zwaar beïnvloed door personeelstekorten in die markt. Maar dat kan de directeur allemaal beter uitleggen dan. Het geld daarvan, overigens, is niet van u maar van de verzekeraars. Dus in die zin gaan we echt over de aanrijtijden die wij goed wensen te hebben. Mocht u daar na het bezoek van de directeur over willen spreken, altijd welkom. Om bij de heer Duivesteijn te blijven, wisselende resultaten. Ja, voorzitter, dat is wel een beetje gemeen. Maar wij hebben van de gemeente opdracht gekregen als veiligheidsregio doe wat met die enorme tekorten die ontstonden omdat wij nou eenmaal twee jaar later indexeren dan de inflatie zich daadwerkelijk voordoet. En dat heeft de veiligheidsregio gedaan. Dus dan kunnen we niet zeggen dat de resultaten wisselend zijn. We hebben gewoon een begroting en wij zijn erin geslaagd over ‘23 naar zeven miljoen te verbeteren en in ‘24 nog zo'n viereneenhalf miljoen. Dat is niet gratis. Over ’23 hebben we gewoon de ontwikkelagenda uitgesteld en dat was echt noodzakelijk. En over ‘24 zijn het een aantal voordelen die ook extern zijn maar ook een aantal problemen zoals personeel... De voorzitter: Er is een interruptie van de heer Bik. De heer Bik: Kijkend naar het punt wat de heer Duivesteijn maakt, kan ik hem wel in vinden.
Mijn vraag is ook als je in juni een tekort van 1,8 miljoen over ‘24 communiceert en in september van 1 miljoen plus, dan is dat gewoon een gat van 2,8 in een vrij korte periode. Waar komt dat dan vandaan? Beantwoording De voorzitter: Burgemeester. Burgemeester Van de Stadt: Ja, voorzitter. Dat heeft simpelweg te maken met de systematiek. Je stelt de begroting gedurende het jaar een aantal malen bij. Maar je stelt niet elk moment, elke bijstelling, alle onderdelen bij. Dus op een gegeven moment heb je dat rentevoordeel en maak je dat ook zichtbaar. En op een gegeven moment zit je met je personeelsoverschot wat je van tevoren nog niet weet. Hoe gaat dat potje zich ontwikkelen? Gaan we nog wel mensen aannemen, nog niet mensen aannemen. Dan ontstaat er een voordeel. Dus een heel groot deel daarvan is niet toevallig. Het is ook niet zo dat dat niet bekend is binnen de financiële afdeling. Maar het is wel zo dat je op een gegeven moment een eik moment hebt waarin je zo'n tussenstand bekendmaakt. En we zien hier simpelweg dat het resultaat verbetert gedurende het jaar op basis van inspanning om het te laten verbeteren. Dus voorzitter, ik denk niet dat dat garantie is voor. Maar wel wisselende resultaten, net zo goed als op de gemeenteniveau, komt voornamelijk omdat je dingen die je je voorneemt te doen, vaak niet kan doen.
Langere levertijden, dingen die later doen, mensen die er niet zijn om iets uit te voeren, enzovoort, enzovoort. Maar het is hier wel redelijk consistent. Mevrouw Van Splunter, het woordje wij. Daar kijken we even naar, want dan verbeteren we hem voor de raad. De heer Bik had het over het rentevoordeel. Ja, dat is niet ons geld. Die zin. Zo moeten we het niet zien. Elke organisatie krijgt geld, wij ook, van het rijk. Daar doe je af en doe je voordelen mee. Want je zult ook ergens moeten zetten op het moment dat je nog niet uitbetaalt. En dan hoop je daarop rente te krijgen en die is meegevallen omdat de rente simpelweg gestegen is. Ik denk dat we als gemeente hetzelfde voordeel hebben en we willen ook niet dat de tweede kamer het terugvraagt. Dus in de basis rentevoordeel is gewoon gestegen rente. Dat is
18/22
eigenlijk heel simpel waar het over gaat. Mevrouw Van Bakel had het over de financiële perspectieven. Dat is niet onbelangrijk, ook in lijn met de vraag van de heer Halkes over het ravijnjaar en de inspanningen die er zijn. In algemene zin kunnen we stellen dat er voor de jaren die voor ons liggen, ’25, ’26, ’27, misschien ook ’28, er een positief saldo zal zijn. Klein positief saldo. Dat is niet daarna ook automatisch doorzetten. We verwachten dat we in een jaar of drie een positief saldo hebben. Dat heeft alles te maken met dingen als rentestanden, maar ook de moeilijke arbeidsmarkt, het invullen van personeel en dergelijke. Dat is ook onderdeel van waar kan je dan financieel voordeel halen? Als je zegt als gemeente kunt u een inspanning plegen. En dat kan je ook versterken. Dus je kan ook bewust functies wat langzamer invullen, zeker als ze moeilijk vervulbaar zijn of dergelijke. En we verwachten daar wel iets te kunnen redden. Dus zonder vooruit te willen lopen op de discussie die we in het Algemeen Bestuur op de drieëntwintigste, dus over twee weken, voeren. Ja, er is op de rekening van de veiligheidsregio begint zowel wat mogelijk, in het verlengde van dat beeld wat u hier ziet. Maar het is niet zo dat wat wel geopperd is vijf of tien procent tot de mogelijkheden behoren.
Los van het feit dat we twee jaar geleden net bepaald hebben wat er nou nodig is op basis van gedegen onderzoek. En dat heeft u ook, en alle raden hebben dat ook ondersteund. Er dreigt ook nog, en mevrouw Van Bakel vroeg er al naar, op de brede doeluitkering een korting. De SPUK-regelingen staat door het kabinet genoteerd voor overdracht naar de gemeentes met een bezuiniging van tien procent. Ga je dat één op één doorgeven, dan is een bezuiniging van tien procent op de deur, de brede doeluitkering van de veiligheidsregio. Dat komt neer op ongeveer twee procent op het totale budget van de veiligheidsregio, de deur is daar een onderdeel van. Dat is ook een bezuiniging van twee procent die sowieso al komt. En dan is het de vraag, als je die doet, wat blijft er dan nog over voor de gemeente? En dat is dan ook weer afhankelijk van het politieke spel. Het veiligheidsberaad heeft een harde brief gestuurd naar het kabinet. Bezuinig niet die tien procent op die brede doeluitkering. Als wij dan zeggen als gemeenteraden tegelijkertijd wij kunnen wel bezuinigen op de veiligheidsregio, dan weet ik één ding zeker wat het kabinet doet. En dan zijn we in ieder geval die twee procent gewoon kwijt zonder dat het de gemeente iets oplevert. Dus dan hebben we mindere brandweer en tegelijkertijd geen enkel voordeel.
Dus er zit ook wel wat strategie achter waar gewoon goed rekening mee moet worden gehouden, voorzitter. En dat is denk ik ook richting mevrouw Van Bakel wat een beetje … toekomst is. De vraag over spanningen waar mevrouw Van Bakel naar vroeg. Ik weet niet zeker of ik hem goed begreep. Maar als mevrouw Van Bakel bedoelt op het algemene beeld op het veiligheidsdossier, ook internationaal, zit druk. Dan heeft dat inderdaad ook gevolgen voor onze veiligheidsregio. We moeten ons goed bewust zijn van het bredere verhaal dat Rusland de regio Rotterdam Rijnmond als eerste doelwit ziet en dat ook gewoon uitspreekt, mocht het tot spanningen komen. En daar hoort dus een robuuste veiligheidsregio bij, want die zullen we dan hard nodig hebben. En dat is ook de reden dat ik denk dat u ook en ik het eens zullen zijn dat in beginsel voor Lansingerland bezuinigen op de veiligheidsregio geen prioriteit heeft. We begrijpen er moet wat gebeuren, we hebben dat ook uitgesproken, maar dat moet dan wel op een verantwoorde wijze kunnen gebeuren. En dat betekent niet zoals we dat ook intern hebben besproken, daar is overigens niemand binnen het Algemeen Bestuur voorstander van, niet bezuinigen letterlijk op de brandweer. Maar kijken naar wat kan je doen op gebied van alle vormen van overheid en dergelijke. En daar zijn we mee bezig. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.
Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval? Nee. Dan stel ik voor dat dit agendapunt als een hamerstuk naar de raad gaat. Bij deze is dat gebeurd.
6b. Vaststelling 3e wijzing Gemeenschappelijke Regeling SVHW 2023 De voorzitter: Dan zijn we bij het tweede stuk ter advisering in de raad. Dat is de derde wijziging Gemeenschappelijk Regeling SVHW. Het gaat hier dus om of de raad het college toestemming kan verlenen om in te stemmen met de derde wijziging GR SVHW 2023. En de reden is de toetreding van de gemeente Geertruidenberg in de in de GR. En de SVHW, even voor de luisteraar, stelt voor de gemeente de WOZ-waarde de vast en int voor de gemeente de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Wie mag ik daarover het woord geven? De heer Jumelet. Eerste Termijn De heer Jumelet: Dank u wel, voorzitter. Normaal gesproken zou je zeggen dat is appeltje eitje dit. Maar bij het lezen van het raadsvoorstel komt er toch een vraag naar boven. En met name als ik de tekst lees staat dan: daarnaast moet uitbreiding voordelen opleveren op bestaande deelnemers en passend zijn
19/22
binnen de ontwikkeling van SVHW. En later in de tekst op bladzijde twee wordt gezegd: de financiële gevolgen worden later in beeld gebracht middels de reguliere PUC-cyclus van SVHW. Uiteraard, en sommigen in deze zaal zullen die uitspraak wel herkennen, vertrouwen is goed maar soms is controle ook wel wat beter. En de macht van het grote getal lijkt altijd voordelen op te leveren. En misschien is de macht van het kleine getal in deze ook wel belangrijk. En waarom zeg ik dat? Omdat eigenlijk wij niet kunnen inschatten als raad dat de toetreding van deze twee gemeentes echt daadwerkelijk gaat leiden tot verbetering of tot lagere kosten. Want dat gaan we pas later horen. En dan ga ik toch wel een beetje refereren aan de woorden van de heer Halkes in het vorige onderwerp, de oproep van kostenverlaging in de gemeenschappelijke regelingen, als je die er dan naast zet… De voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Jonker. De heer Jonker: Tijdens uw betoog kwam een vraag bij me op en dan kan ik die maar beter gelijk stellen. U zegt ik weet niet of het toetreden van deelnemers schaalvoordelen oplevert. De doelstelling van de SVWH is het uitvoeren van gemeenten gezamenlijk om efficiency voordelen te behalen. Dan is de logica volgens mij dat als meer mensen deelnemen, dat er schaalvoordelen komen, dat je daar enig voordeel van geniet.
Of ziet u dat anders? De voorzitter: De heer Jumelet. De heer Jumelet: Dat ben ik van harte met u eens. Maar ik kan me ook voorstellen dat je een soort break-evenpoint passeert, waardoor je wellicht hogere kosten krijgt doordat je je systemen moet uitbreiden of wat er ook, omdat die omvang dusdanig wordt dat je hogere kosten krijgt. Dus in die zin had ik eigenlijk verwacht dat de SVHW eigenlijk wat meer informatie zou verstrekken waardoor je eigenlijk kan zeggen als raad van dat moet je zeker doen. Maar goed, mijn vraag aan de wethouder is dan eigenlijk ook een klein beetje van heeft u daar dan inderdaad vertrouwen in dat die doelstelling die de heer Jonker ook nog eens een keer even onderstreept, of die inderdaad bewerkstelligd wordt met de toetreding van deze twee gemeentes. De voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Van Santen. De heer Van Santen: En met die vraag, de heer Jumelet, zegt u dan ook als het antwoord daar nou negatief op is, gaat u dan afwijzen? Of dan bent u niet voor toetreding? De voorzitter: De heer Jumelet. De heer Jumelet: Dat is een als dan. Dat is natuurlijk een hele slimme vraag, maar ik wacht eerst het antwoord van de wethouder even af. De voorzitter: Dank u wel. Wie wil nog meer het woord hierover voeren? De heer Jonker. De heer Jonker: Ja, heel kort. D66 is vooral blij dat er een nieuwe gemeente toetreedt.
Wij denken dat dat kan leiden tot lagere kosten. Daar gaan wij ook vanuit, dat we daar resultaten van zien, zeker als er nog meer mensen toetreden. In algemene zin denken we wel dat ook op weg naar onze begroting ook zaak is om te kijken of we meer kansen zien op het gemeenschappelijk oppakken van taken met andere gemeenten in deze financieel zware tijden. Want ik denk dat als we ergens daar efficiency voordelen mee kunnen halen ook op andere velden, dat we dat niet moeten laten. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel, heer Jonker. Verder nog? De heer Van Santen. De heer Van Santen: Hamerstuk, voorzitter. De voorzitter: Een interruptie van de heer Jumelet op de heer Van Santen. De heer Jumelet: Ik ga eigenlijk dezelfde vragen aan de heer Van Santen stellen. Stel nou dat dat leidt tot hogere kosten, is het dan voor u nog steeds een hamerstuk? De heer Van Santen: Ik zal wel antwoord geven op de vraag, mijnheer Jumelet. Want ja, we zijn hier toch om elkaar te bevragen en antwoorden te geven. Ja, wat mij betreft wel, maar ik denk niet dat dat gaat gebeuren. De voorzitter: Dank u wel. Wie nog meer? De heer Scheringa. De heer Scheringa: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het op zich een interessante vraag van mijnheer Jumelet van WIJ, maar ik vraag me af in hoeverre dat toch wel verband houdt met an sich het besluit wat hier voorligt.
Dat gaat om het goedkeuren van dit document. En misschien dat we een keer in een ander termijn het over de SVHW en hoe de efficiënt die zijn kunnen hebben. Want ik zat toch ook te kijken, en als je naar dat lijstje kijkt wat andere gemeens afnemen, dan zouden we misschien ook nog keuzes in kunnen maken, maar dat ligt volgens mij hier niet ter beslissing. En op het document zelf vinden wij dat is een hamerstuk. Dus dank u wel.
20/22
De voorzitter: Dank u wel. De heer Diepeveen. De heer Diepeveen-Van de Merwe: Dank u. Voor Leefbaar 3B is het ook een hamerstuk. Wij gaan er inderdaad wel vanuit dat de schaalvergroting de kosten vermindert. Dat als antwoord op de vraag van mijnheer Jumelet die dadelijk komt. Als dan, dat zien we inderdaad dan. Als dan, ja. Dank u. De voorzitter: De heer De Ruiter, CDA. De heer De Ruiter: Voor het CDA is het ook gewoon een hamerstuk. Mevrouw …: Ook daar sluit de fractie van GroenLinks zich bij aan. De voorzitter: Verder nog? Heb ik iedereen gehad? Ik geloof het wel. Dan ga ik naar het college. De heer Hoek. Beantwoording Wethouder Hoek: De discussie wordt een beetje gedomineerd door wat als vragen, denk ik. Want ja, gaat het ook inderdaad efficiëntie opleveren? Ja, ik ga daar ook vanuit. De heer Jonker heeft daar antwoord op gegeven en ik ga er zomaar vanuit dat dat inderdaad aan de orde is. En mocht nou blijken, mijnheer Jumelet, dat in de toekomst wij volgend jaar met hele andere cijfers geconfronteerd worden omdat Geertruidenberg is toegetreden. Dan denk ik dat dat een winstwaarschuwing is voor de toekomst. Maar laten we eerlijk zijn, dat verwachten we natuurlijk niet. Ik bedoel de realiteit is over het algemeen dat dat niet het geval is en is ook in het verleden niet gebleken, want we hebben meer te maken gehad met gemeentes die er uiteindelijk ook bij kwamen.
De voorzitter: De heer Jumelet met een interruptie. De heer Jumelet: Dat wordt dan toch een interruptie, voorzitter. Want het college schrijft zelf bij de samenvatting in de tweede alinea: daarnaast moet uitbreiding voordelen opleveren bestaande deelnemers en passend zijn binnen de ontwikkeling van SVHW. Er staat dus letterlijk: daarnaast moet uitbreiding voordelen opleveren van. Maar denk ik waarom schrijft u dan niet gewoon in het stuk het levert voordelen op, punt. Dan is er geen enkele twijfel. En nu zegt u feitelijk ook, en dat zeggen andere fracties ook hoor ik, we zien het wel en we verwachten. Dan denk ik dan ben ik ook benieuwd op andere onderwerpen straks om de verwachting ook uit te spreken naar de toekomst toe. Maar goed, het lijkt heel klein, maar hier kan natuurlijk nog wel eens een keer een konijn uit de hoge hoed komen. En als we heel kritisch zijn op de kosten van onze gemeente, en dat zagen we ook bij het vorige onderwerp en bij het onderwerp daarvoor, dan mag je hier toch ook kritisch op zijn? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Hoek: Ja, ik volg uw gedachtegang. En eigenlijk zegt u als u het anders opschrijft, is voor mij wel acceptabel. Of in ieder geval, het blijft toch een beetje koffiedik kijken of iets daadwerkelijk ook een… Maar ik ben het met u eens. Op het moment dat we eraan twijfelen, moeten we het anders opschrijven.
De voorzitter: Is er nog een tweede termijn? De heer Jumelet. Tweede Termijn De heer Jumelet: Dan toch even een korte opmerking. Wij mogen toch veronderstellen dat de SVHW bij toetreding van een gemeente of twee gemeentes kan berekenen wat dit voor resultaat heeft. En dat zij daar ook inderdaad gerust kunnen stellen richting andere deelnemers van dit leidt niet tot de hogere kosten, maar juist tot lagere kosten, et cetera. Maar we moeten er vertrouwen in hebben, hoor ik, en dat zullen wij ook hebben. We gaan er voor de rest geen punt van maken maar ik vind het wel dat we wel kritisch mogen zijn op dergelijke uitbreidingen. En in het vervolg is het misschien handig dat de SVHW ook aan de voorkant gewoon die informatie verstrekt aan ons als gemeente. Maar goed, wij zullen het als hamerstuk ook accepteren. De voorzitter: Verder nog iemand in het tweede termijn? Dat is niet het geval. Er zijn geen vragen aan de wethouder gesteld. Dan stel ik voor dat dit als een hamerstuk naar de raad gaat. Hartelijk dank daarvoor. Na deze discussie. 7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Actualiteiten uit het college. Even kijken. Nee, die hebben we niet.
8. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Actualiteiten uit de commissie. Ook niet.
21/22
9. Verbonden partijen De voorzitter: Verbonden partijen. Volgende keer. 10. Rondvraag en sluiting De voorzitter: Dan zijn we toe aan de sluiting van deze bijeenkomst. Hartelijk dank voor uw inzet en voor uw aanwezigheid vanavond en uw inbreng uiteraard van vanavond. Ik wens u nog een fijne avond en tot de volgende keer. Sluit de vergadering.
22/22