CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV24.0083] Verslag van de commissie Ruimte van 8 oktober 2024

Commissie Ruimte 12 november 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering14.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG Commissie Ruimte

BV24.0083 Datum vergadering

: 08-10-2024

Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Jan Pieter Blonk, Machiel Crielaard WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Bianca Boonstra, Paul Zantman CDA : Charles van Harn, Michiel Krieger, Rita Leijendekker VVD : Vincent Jumelet D66 : Ineke den Heijer CU : Arjen Hofland GroenLinks : Marko Ruijtenberg PvdA : Valmir Xhemali, Nanno Scheringa Wethouders

: Michiel Muis, Titia Cnossen

Voorzitter Commissiegriffier

: Nelleke Bouman : Karin Koemans

Afwezig Leefbaar 3B VVD D66 GroenLinks PvdA VOOR Lansingerland

: Jean-Paul Meuldijk : Ivo de Graaf, Christiaan Toussaint : Arjen van Berkel : Manon van Splunter, Selgei Gabin : Hamid Azzouzi : Petrine van Olst

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren, het is zo te zien acht uur en het is weer tijd voor een vergadering. Ik heet u mede namens de commissiegriffier van harte welkom op deze eerste vergadering na het zomerreces van de commissie Ruimte. In september hebben we de vergadering geannuleerd, dat heeft u allemaal begrepen, vanwege het ontbreken van agendapunten. Nou, zoals u vanavond heeft gezien zijn er ook niet zo heel veel maar er is toch wel het nodige te bespreken. Goed dat we bij elkaar zijn en bijna alle fracties zijn vertegenwoordigd, heb ik zo-even vlot geconstateerd. Zodat er ook ruimte is voor insprekers, die heb ik al daar iemand gezien, en actualiteiten met elkaar te delen. Welkom aan alle aanwezigen, de inwoners en de ambtenaren op de publieke tribune, de commissieleden, de wethouders aan mijn linkerzijde en de kijkers via de webcast. 2. Insprekers De voorzitter: Dan ga ik over naar punt 2 van de agenda. Wij hebben vanavond een inspreker en dat is de heer Kornelisse. Mijnheer Kornelisse, ik geloof dat u achter het spreekgestoelte zit. Ja. De heer Kornelisse is lid van het bestuur van de bewonersorganisatie de Rotte. Op 16 september heeft het bestuur aan de raad een brief gestuurd over de toenemende overlast die de bewoners ervaren door een aantal motoren en cum suis.

U krijgt de gelegenheid om de brief aan de commissie toe te lichten en u krijgt daar vijf minuten de gelegenheid voor en daarna krijgen de commissieleden de gelegenheid om nog aan u vragen te stellen. Ik zou zeggen, gaat uw gang. De heer Kornelisse: O, ja, dat moet ook. Ja, dank u. Het is ook alweer een paar maanden geleden dat de commissie bij elkaar is geweest, dat had ik begrepen. Dank u wel, voorzitter, dat ik vanavond hier mag inspreken. Wethouder, leden van de commissie Ruimte. Allereerst wil ik de brief voorlezen die op 16 september naar jullie is toegestuurd en die eigenlijk op 24 oktober volgens mij geboekt staat om besproken te worden maar we hebben hem iets eerder in de commissie Ruimte ingebracht. Geachte

1/18

leden van de commissie Ruimte, als bewonersorganisatie Rotte willen wij graag uw aandacht vragen voor de toenemende overlast in het recreatiegebied Rottemeren van luidruchtige motoren, crossmotoren, sportieve automobilisten en haastig woon-werkverkeer. Zowel bewoners als gebruikers vinden de verkeersdruk en de geluidsbelasting te hoog en hebben daardoor een negatief beeld van de ontwikkelingen in het recreatiegebied. In het in 2021 gepresenteerde ontwikkelplan landschapspark de Rotte is een aantal uitgangspunten te vinden die wij van harte onderschrijven. In het ontwikkelplan is onder andere te lezen dat de auto te gast is en een autoluw landschapspark gezien wordt als stip op de horizon. Ook het aan banden leggen van plezier voor enkelen en hinder voor velen, zoals luidruchtige motoren en daar horen ook trouwens boten bij, is een uitgangspunt waar wij ons helemaal in kunnen vinden. Deze maar ook andere uitgangspunten worden nu echter regelmatig geweld aangedaan en wij zouden dan ook graag met u willen overleggen over het terugdringen van de overlast die de genoemde uitgangspunten in gevaar brengt. Andere gemeenten zijn u voorgegaan met het plaatsen van waarschuwingsborden en lawaaiflitspalen tegen geluidshinder en meer controle op geluidsoverlast. Een waarschuwingsbord bijvoorbeeld zoals deze.

Andere voorbeelden van maatregelen van andere gemeenten tegen overlast van verkeer zijn het verlagen van de maximumsnelheid, betere verkeersdrempels en wegversmallingen bij kruisende fietspaden met voorrang voor de fietsers, het plaatsen van vaste flitspalen en het houden van periodieke snelheidscontroles en zelfs het plaatsen van borden om het autoen motorverkeer te ontmoedigen en eventueel het afsluiten van wegen voor motorverkeer en sluipverkeer. Ons verzoek is al verstuurd aan het college van burgemeester en wethouders met het verzoek om daarop te reageren. Wij brengen graag dan ook de gemeenteraad op de hoogte via de commissie Ruimte van deze door ons ervaren problematiek en zijn benieuwd naar de reacties. Dank u wel. De voorzitter: Blijft u even staan want misschien zijn er toelichtende vragen vanuit de commissie. Even kijken, mijnheer Blonk. De heer Blonk: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijnheer Kornelisse, dank voor uw inspreken. Ik moet zeggen, u gebruikt het woord lawaaiflitspalen. Ik moet eerlijk zeggen, daar had ik nog nooit van gehoord maar dat kan aan mij liggen. Maar dat was voor het eerst toen ik dit las vandaag van lawaaiflitspalen.

Maar betekent dat dan ook dat er in een bepaald gebied, bijvoorbeeld Rottemerengebied, zou moeten zeggen van een maximumaantal dB’s om dat vast, om dat zeg maar op te nemen? Zou dat een oplossing zijn? De heer Kornelisse: Lawaaiflitspalen, dat is een systeem, een tamelijk nieuw systeem denk ik dat in Rotterdam en Amsterdam al een aantal keren is gebruikt. Ik heb met deze brief al met twee leden van deze commissie contact gehad. Die vroegen mij van, waar is die geluidsoverlast dan? Dat is natuurlijk met name op de Rottebandreef. Dat is natuurlijk een ideale weg om daar de motor flink open te trekken. Er zijn in het verleden door een aantal bewoners wel onderzoeken gedaan en dan blijkt dus dat dat je op je terras 90 decibel hoort. En 90 decibel is echt een flinke lawaaioverlast en zeker als je dat tien, twaalf of vaker keer op één avond hoort. Dat gaat ergernis opwekken en we weten dat ergernis, als dat maar een aantal weken blijft bestaan en zeker in de zomermaanden, ja, dat leidt ook tot gezondheidsschade. De voorzitter: Mijnheer Blonk. De heer Blonk: Ja, dank u wel voor het antwoord. Maar mijn vraag is eigenlijk, zou het een, streeft u dat na om op die Rotterbandreef of op andere gebieden in het recreatieschap, om te zeggen van, als we daar nou eens op de vergelijkbaar wijze als milieuzones, dat we daar een geluidszone maken van bijvoorbeeld 70 dB.

Zou dat kunnen? De heer Kornelisse: Ja. Dat zou in onze ogen … Kijk, wij zijn natuurlijk niet de technisch ambtenaar die dat kan bepalen, daarom willen we daar graag mee in overleg. Maar dat zou bijvoorbeeld wat ons betreft een uitstekende oplossing zijn. De voorzitter: Ik ga naar de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Dank u wel, mijnheer Kornelisse voor het inspreken ook. Die overlast, ervaart u die op bepaalde momenten, bijvoorbeeld in de avonduren of in de weekenden of is dat eigenlijk 24/7 dat die overlast er is? De heer Kornelisse: Kijk, nu is de overlast uitermate gering tot nauwelijks aanwezig, zij het dat we het nu over de motoren hebben. De geluidsoverlast van de vele auto's die over de Rottebandreef rijden waarbij de Rottebandreef als een soort secundaire N209 wordt beschouwd, die is natuurlijk nog steeds aanwezig. Maar wat de motoren betreft is het met name natuurlijk als de bewoners ook buiten zijn, op de terrassen zitten en dergelijke, en dat heb je met name ’s avonds. In het weekend denk ik ook wel

2/18

maar persoonlijk heb ik daar 's avonds het meeste last van en dat hoor ik ook het meest. Het zijn natuurlijk niet alleen de bewoners die er last van hebben, het zijn natuurlijk ook de andere recreanten in het recreatiegebied. De joggers, de hondenuitlaters, de wandelaars, ook die vinden het niet prettig als daar tien, twaalf keer op een avond zo'n geluidsoverlastmoment is. De heer Ruijtenberg: Dank u. Dank voor het antwoord. Mag ik dan ook concluderen dat het met name in de warme dagen dat overlast meer is dan in de herfst en in de winter? De heer Kornelisse: Ja, ik denk dat u dat wel kunt concluderen. Ten eerste omdat dan het motorplezier groter is. En volgens mij zitten mensen ook meer buiten dan dus dan ervaar je de hinder ook meer. Achter driedubbel glas heb je daar gewoon minder last van. De voorzitter: Mijnheer Van Harn. De heer Van Harn: Ja, dank u wel voor het inspreken. Een vraagje naar aanleiding van uw antwoord. Ik rij daar ook vaak over die Rottebandreef maar ik heb dan altijd last van die verkeersdrempels. En blijkbaar het verkeer waar u het over heeft, heeft daar geen last van. Hoe kan dat? De heer Kornelisse: Ja, ik rijd er ook overheen want ik woon in Rotte en die verkeersdrempels die lokken met name motoren uit tot een klein beetje afremmen en daarna dubbel gas geven.

En juist na zo'n verkeersdrempel heb je eigenlijk meer geluidsoverlast als dat die verkeersdrempel, zoals die er nu ligt, er niet zou zijn. De heer Van Harn: Ja, moeten we dan concluderen dat het geen goede verkeersdrempels zijn of welke conclusie moeten we daaruit trekken? De heer Kornelisse: Ja, die conclusie wil ik niet trekken want dat is dan weer een technische vraag vind ik voor de mensen die daar meer verstand van hebben, de verkeerskundigen, ambtenaren. Maar wat ik wel kan beamen is dat de verkeersdrempels zoals ze er nu liggen voor mij als autobezitter enige rem geven op de snelheid op de Rottebandreef maar voor motoren eerder een uitdaging zijn en alleen maar meer lawaaioverlast geven. De voorzitter: Ik ga naar de heer Hofman. De heer Hofman: Ja, dank u wel. Dank u wel, mijnheer Kornelisse, voor het inspreken. Wij hebben de handhaving van dingen als lawaaioverlast als gemeente uitbesteed aan het schap en daarmee aan de uitvoerende organisatie Staatsbosbeheer. Toen wij contact hadden over uw brief, toen gaf u aan dat Staatsbosbeheer verwijst naar de gemeente Lansingerland. Nou, als ik dat dan lees dan denk ik dat het kastje en de muur op de loer ligt. Van wie verwacht u eigenlijk een actie? De heer Kornelisse: Ja. Nou, ik ben natuurlijk bewoner van Lansingerland dus dan is het duidelijk dat ik daar actie van verwacht.

Het is altijd een moeilijke afweging van, waar doet het recreatieschap nou precies iets aan? En het zal ons zeer welkom zijn als het recreatieschap hier ook een positie inneemt want volgens mij heeft het recreatieschap ook belang bij het feit dat andere recreanten nu overlast hebben van deze door ons geconstateerde motorenlawaai. Wij zijn nu de groep die dat ter sprake brengt. Dat kunnen we ook, tamelijk grote bewonersorganisatie met een goed bestuur. Maar er zijn natuurlijk veel meer, ja, dat zijn we op dit moment, maar er zijn natuurlijk mensen die daar wel wandelen, wel overlast ervaren maar niet weten hoe ze daarop moeten reageren. Dus dat doe je dan maar niet maar het zijn wel de mensen die wij ook spreken als we daar lopen te wandelen. Dus ja, wij vinden nadrukkelijk ook dat het recreatieschap daar ook een punt in zou moeten nemen. Ook al omdat de lawaaioverlast, ja, wij schetsen het hier nu aan de Rottebandreef, en dat is duidelijk voor ons het item wat het meest speelt. Maar het is natuurlijk niet zo dat aan de overkant van de Rotte geen motoren lawaaioverlast wordt ervaren, alleen daar horen we op dit moment niet van. De voorzitter: Mevrouw Boonstra. Mevrouw Boonstra-Becker: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, mijnheer Kornelisse, voor uw inspraak.

In het gesprek wat wij afgelopen vrijdag hadden gaf een van de andere aanwezigen aan dat specifiek op een stuk Rottebandreef in de buurt van de molengang een groot deel van de overlast ervaren wordt. Denkt u dat handhaving specifiek op die punten afdoende zou kunnen zijn op de korte termijn? De heer Kornelisse: U refereert aan het gesprek wat wij vrijdagmiddag hebben gehad, afgelopen vrijdagmiddag. Daar was Andre Van der Hoek ook bij.

3/18

De heer Hoek: Ik woon aan de molengang. De heer Kornelisse: En die woont aan de molengang. Ik moet zeggen dat Andre in dit geval ook de brief die ik net heb voorgelezen voor 90 procent zijn werk is want hij heeft dat weer voor ons als bewonersorganisatie op de kaart gezet. Dat is natuurlijk een heel specifiek gebied waar een soort springplank ontstaat waar die motoren extra activiteiten kunnen ontplooien maar de overlast wordt natuurlijk in een groter gebied ervaren. En dat zou wel een deeloplossing zijn maar dat betekent dat voor de buurtschap Rotte dat dat een onvoldoende oplossing zou zijn want dat wordt ook op andere plaatsen in de buurtschap zo ervaren. Mevrouw Boonstra-Becker: Ik heb ook … Mag ik nog een vraag stellen? Dank u wel. Ik heb ook begrepen van de ambtenaar met betrekking tot het Rottemerengebied dat er een gesprek gepland staat met wethouder Muis. Heeft u al een datum daarvoor? De heer Kornelisse: Nee, inderdaad, u heeft gelijk. Wat goed dat u daaraan refereert. Naar aanleiding van de brief die wij ook aan het college hebben gestuurd is er een gesprek in voorbereiding met wethouder Muis. Mevrouw Hereijgers die is daarmee bezig om dat te plannen en heeft daar al contact met mij over gezocht. Mevrouw Boonstra-Becker: Dank u wel. De voorzitter: Ik zag de heer Xhemaili. De heer Xhemaili: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor het inspreken, heer Kornelisse.

Ik rij redelijk vaak over, nou ja, de betreffende weg. Met de auto is het heel lastig om hard te rijden want dan breek je je auto maar met een motor kan ik me heel goed voorstellen dat daar flink wordt doorgetrokken om juist de adrenalinekick een beetje omhoog te krijgen. Nu gaat … Nee, maar dat is echt zo. Nu gaat de A13-A16 binnenkort open, verwacht u meer of minder sluipverkeer op de Rottebandreef? De heer Kornelisse: Ja, is ook weer een verkeerstechnische vraag vind ik die ik moeilijk vind om als een bewonersorganisatie te beantwoorden. We hebben daar wel een mening over maar de mening is natuurlijk dat er eigenlijk meer sluipverkeer gaat komen. Onze mening is gebaseerd op het feit dat volgens mij de N209, dat dat nog jaren gaat duren voordat daar een goede oplossing wordt gevonden. Ondertussen komen er op diverse plaatsen in de gemeente nieuwbouwwoningen, 500 woningen daar, 200 woningen daar. Ja, en die zullen toch een weg gaan vinden. En dan blijkt nog steeds de Rottebandreef een ideale sluiproute, want zo noem ik het dan toch maar, naar de Irenebrug. De voorzitter: Eens even kijken, wie van de raadsleden nog verder? Niemand meer? Ik kijk even naar mijn linkerbuurman. Wethouder Muis, is er misschien voor u aanleiding, gelet op hetgeen hier naar voren gebracht is, om hier ook even nog een reactie op te geven? De heer Muis: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ja, nee, het werd net al gevraagd door mevrouw Boonstra maar de afspraak die wordt gepland. Reden is ook natuurlijk dat we ook willen weten wat nu hier vanavond natuurlijk ook naar voren komt van, waar zit het dan precies, wat geeft overlast? Nou, en al die maatregelen of mogelijke maatregelen, oplossingen gaan we bespreken, zeker met de deskundigen gelijk daarbij. Dus vandaar dat het eventjes duurt voor die afspraak maar die komt er dus aan. En dan, het lijkt me goed dat ik daar, als we dit gesprek hebben gehad, weer een keer terugkoppelen in de commissie hoe het ervoor staat en wat de mogelijkheden of onmogelijkheden zijn. Dank u wel. De voorzitter: Het één en ander gehoord hebbend heb ik een toezegging van de heer Muis gehoord dat hij terugkomt in de commissie met het resultaat van … U heeft gezegd dat u terugkomt in de commissie. Met andere woorden, wij horen dan wat het resultaat is van het gesprek wat de heer Muis met u als delegatie van de bewonersorganisatie Rotte, wat daaruit naar voren komt. Ik dank u voor uw toelichting en wordt vervolgd. De heer Kornelisse: Nou, oké. Dank u wel voor het feit dat ik heb mogen inspreken en voor de vele vragen die gesteld zijn. De voorzitter: Dank u. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering

4/18

De voorzitter: Eens even kijken, wij gaan verder naar agendapunt 3, vaststelling verslag van de vorige vergadering. Volgens mij zijn er geen op- en aanmerkingen gekomen, waarbij dat dus is vastgesteld. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Punt 4 van de agenda en de inventarisatie van de rondvragen. Er zijn bij mij geen rondvragen en ook bij de griffie niet binnengekomen dus dat is al een item dat we heel snel kunnen overslaan. 5. Bespreekpunten 5.a Toekomstig bestendig bouwen (Groen Links, CDA, D66, Leefbaar 3B) De voorzitter: Dan gaan we over naar punt 5. Er is één bespreekpunt en zoals u heeft gezien dat bij de raadsagenda hebben we niets dus misschien het bespreekpunt is aan de orde vanavond. Het bespreekpunt. Tijdens de beeldvorming van 28 augustus jongstleden is de raad bijgepraat over de ontwikkelingen op het gebied van toekomstbestendig bouwen. Dit heeft geleid tot het opstellen van een bespreekpunt door de fractie van GroenLinks, CDA, D66 en Leefbaar 3B. Het doel is om te bespreken welke ambitie van toekomstig bestendig bouwen kan worden meegenomen in de omgevingsvisie 2.0. Ik denk dat u allen alles goed gelezen heeft met de diverse vragen aan de overige fracties en er zijn ook vragen gesteld aan het college. Ik kijk even naar de klok, het is voor u drie twee, want er zijn geen andere afspraken voor gemaakt.

Dus ik denk dat u gelet op de vragen die gesteld zijn, u even goed na moet denken dat u dat een beetje comprimeert. Maar ik geef allereerst het woord aan de heer Ruijtenberg van GroenLinks om de toelichting te doen. Mijnheer Ruijtenberg. Eerste termijn De heer Ruijtenberg: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik zal inderdaad een toelichting doen en niet alle achttien vragen meteen opnoemen want dan ben waarschijnlijk door mijn tijd heen. Deze beeldvorming hebben we inderdaad gemaakt in samenwerking met de collega's van het CDA, Leefbaar 3B en D66 omdat het wat ons betreft, en excuus vast voor het feit dat het veel vragen zijn, het had wellicht, er is wel de discussie over geweest of we het korter wilden doen maar wij vonden de vragen die hier waren zo essentieel en zo belangrijk ook om na te gaan voor, wat willen we in die toekomstvisie, dat we echt gemeend hebben dat dit zijn de vragen die we moeten stellen op deze manier om een goede discussie te krijgen, omdat toekomstbestendig bouwen is namelijk iets wat ons allemaal aangaat.

Het gaat wat ons betreft niet alleen om biobased bouwen waar we mee begonnen zijn maar het gaat ook om circulair bouwen, het gaat ook om, hoe ga je om met de energietransitie, hoe ga je om met dadelijk andere maatregelen die we moeten nodig hebben voor klimaatadaptatie? En dat allemaal om Lansingerland voor de toekomst beheersbaar en goed in te kunnen richten en wat gaan we daarmee doen? De vragen zijn wat mij betreft wel duidelijk, dertien aan de overige leden, vijf aan het college. Wat mij betreft, ik neem aan dat de heer Krieger, Blonk en mevrouw Den Heijer in plaats van de heer Weerheijm er ook wel een toelichting op willen geven. Dus wat mij treft kunnen we beginnen. Dank u wel. De voorzitter: We gaan eens even kijken. Wie neemt het estafettestokje over? Mevrouw Den Heijer. Mevrouw Den Heijer: Ja, ik hoef verder geen toelichting te geven op het stuk volgens mij dus volgens mij kunnen we gewoon van start lijkt mij toch? De voorzitter: Prima. Dus dan is de vraagstelling, wie o wie gaat de spits afbijten? Mijnheer Blonk. De heer Blonk: Ja, voorzitter, collega Ruijtenberg heeft het al aangegeven, het zijn natuurlijk heel veel vragen en die hoeven we ook niet allemaal te beantwoorden. Het belangrijkste is, de vragen moeten ons tot denken zetten waar we mee bezig moeten zijn.

En terwijl dat na die presentatie van 28 augustus eigenlijk ook, althans bij mijn fractie, met mij ook gebeurd is. Je gaat daarover nadenken van, joh, hoe moeten we daar in de toekomst mee omgaan? Naar verwachting worden er de komende tijd zo’n 8000 tot 11.000 woningen in Lansingerland gebouwd en de bouw van een huis kan je maar één keer goed doen. En ga je later verbeteren, dan kost dat bakken met geld en de kwaliteit komt dat ook niet ten goede. Dus een goed begin is het halve werk en goede materialen en een laag energiegebruik maken dus zo’n gebouw, zo'n woning of een bedrijfspand toekomstbestendig. Laten we dat doen met de bouw van zoveel mogelijk woningen van nu af ontworpen en gebouwd gaan worden. Bestaande contracten of die al lopen, daar moet je niet aankomen. Dat is niet goed, dan ben je onbetrouwbaar. Maar ga beginnen nu, vanaf nu met nieuwe ontwikkelingen om daar in ieder geval dat te doen. En dat alles staat of valt natuurlijk ook met de personele capaciteit, zowel binnen het gemeentehuis maar ook bij ontwikkelaars. Als je dat zo

5/18

doet moet je prioriteit geven aan zeg maar grote projecten. Als je moet kiezen, neem dan die grote projecten eerst in plaats van kleinere projecten. Wat ook een dilemma zou kunnen zijn is dat het bouwen van woningen belemmerd wordt door het treffen van duurzaamheidsmaatregelen. Dat vraagt dus om goed overleg met de ontwikkelaar maar Leefbaar 3B is er ook van overtuigd dat ontwikkelaars en aannemers niets liever doen dan toekomstbestendig bouwen. Vanwege de enorme tekorten aan woningen is de verleiding om maar sneller te bouwen met minder kwaliteit is er wel. En daar moeten we echt op opletten want daardoor word je ook minder toekomstbestendig en dat moeten we niet willen. Dat zijn problemen vooruitschuiven in de toekomst. Kortom, toekomstbestendig bouwen, doen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie volgt? Mijnheer Hofman. De heer Hofman: Ja, voorzitter, dank u wel. Dank aan de vier fracties voor het formuleren van dit bespreekpunt. Voorzitter, de ChristenUnie is positief over de ontwikkelingen op het gebied van biobased, toekomstbestendig bouwen, ook naar aanleiding van de goede beeldvorming. Het beeld wat bij ons beklijft is dat de urgentie in de markt gevoeld wordt en dat op basis daarvan ontwikkelaars al in grote mate zelf de transitie ter hand nemen. Daarin is stimulatie of enabling vanuit de overheid natuurlijk handig.

Maar de vraag die we onszelf vanavond hier stellen, is het eigenlijk ook randvoorwaardelijk en gaan wij daar randvoorwaarden voor opstellen? Nou, wij vinden het goed om biobased te gaan borgen in de nieuwe omgevingsvisie. Om duurzaam materiaal, hergebruik een onderdeel te maken van de manier van bouwen en de manier waarop wij als gemeente de markt bevragen. Of we onszelf daarin dan moeten vastleggen op percentages of op bouwvoorschriften zelfs. Nou, daar zijn we ietsje huiverig in. Want duurzaam materiaalgebruik is wel weer een extra topprioriteit in het lange rijtje van topprioriteiten die we al hebben op het gebied van woningbouw. Ik zal ze even opsommen. Meer woningen, sneller bouwen, betaalbaar bouwen, wat dat tegenwoordig ook maar betekent, en dan moeten we daar dus nu duurzaam en circulair bouwen als nieuwe topprioriteit aan toevoegen. Dat kan en dat doen we al in de huidige omgevingsvisie en dat is ook aangegeven bij de beeldvorming. Maar nu gaat het nog een beetje als een soort van organisch proces gepusht vanuit de markt en niet zozeer opgelegd door ons als gemeentelijke overheid. Ja, voorzitter in onderhandelingen met projectontwikkelaars kan je als gemeente niet altijd kiezen voor de rupsje nooitgenoeg strategie. We zijn niet altijd in de positie om alles te vragen.

En om dan nu te kiezen voor ander materiaalgebruik als topprioriteit boven betaalbaarheid terwijl woningen nu al, nou ja, soms onbetaalbaar zijn, dat vinden we lastig. We zien het de markt al doen en een goede beweging maken. Wat ons betreft benoemen we in de omgevingsvisie 2.0 deze goede ontwikkelingen en stimuleren we hem, zonder dat we daarbij de markt extra sturende beperkingen gaan opleggen. Ik wil eigenlijk een aantal vragen terugleggen aan de indienende fracties en aan de overige fracties. Want is het opnemen van verplichtingen over biobased bouwen belangrijker dan de snelheid van bouwen? Want stel een deel van die keten die ligt plat en hierdoor treedt er vertraging op in het bouwproces, bent u bereid om dat uit te leggen aan de burger? Aan de andere kant, biobased bouwen kost meer. Er werd wat schimmig over gedaan op de beeldvormende avond, wel, niet, wel, niet. Nou, puntje bij paaltje, als de aannemer zegt dat het meer kost, dan kost het meer denk ik. Bent u bereid om verplichtingen op te leggen aan bouwers die woningen, die al onbetaalbaar zijn, nog duurder te maken? Dan de laatste vraag, met welke agenda van topprioriteiten moet de gemeente volgens u aan tafel komen bij projectontwikkelaars? Voorzitter, ik ga afronden. Wij staan zeer positief tegenover biobased en toekomstbestendig bouwen maar niet ten koste van alles.

We willen niet extra regels opleggen aan het college met de mededeling, regel het maar, en dan een jaar later selectief verontwaardigd zijn dat het niet lukt of anders gaat dan je hoopt. We kunnen nu realistisch zijn over de richting die voorligt en ik hoop dat de rest van de commissie zich daar ook over uitspreekt. Dank u wel. De voorzitter: Even kijken. Een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Of mijnheer Hofman de derde vraag nog eens kan herhalen? De heer Hofman: Dat gaat eigenlijk over de topprioriteiten waarmee de gemeente aan tafel moet komen bij projectontwikkelaars. Met welke agenda moet de gemeente daar aan tafel komen? De voorzitter: Even kijken, wie volgt? Mevrouw Den Heijer. Mevrouw Den Heijer: Ja, dank u wel. Nou, een aantal collega's van mij waren ook bij de beeldvorming en die hebben dat erg interessant gevonden. Dus bedankt voor het organiseren daarvan, het was heel waardevol. Waarom is het zo belangrijk? Is natuurlijk, ja, we hebben natuurlijk een woningtekort en helemaal niet bouwen zou misschien nog wel de meest duurzame optie zijn. Alleen ja, dat is geen optie, we moeten blijven bouwen want het is een groot probleem, de woningnood. Maar we moeten wel

6/18

bouwen, ja, we moeten wel zeg maar die gezonde en duurzame wijken gaan bouwen waar niet altijd meer die auto helemaal centraal staat. En ook voor woningen moeten we natuurlijk richting veel energiezuiniger en we moeten ook nog kostbare materialen gebruiken. Dus het is een hele opgave en je ziet ook wel dat er heel veel gebieden zijn nu die, ja, waarvan je eigenlijk zou zeggen, ja, dat zouden we nu misschien wel heel anders hebben willen inrichten. Als je kijkt naar Berkel centrum bijvoorbeeld, denk ik als ik daar rondloop, vind ik dat altijd best wel nu nog een heel versteend gebied. En ik vraag me af, als we nu met de wetenschap van nu dat zouden gaan inrichten zou dat ook niet veel groener nog weer kunnen? En zo hebben we als D66 ons eigenlijk afgelopen jaren altijd ingezet voor veel meer groen en ja, zeg maar zo pakken wij dit onderwerp ook eigenlijk op. Het is niet alleen maar de materialen die je kan gebruiken natuurlijk maar ook veel meer de hele wijk die je kan inrichten op een andere manier en dan gaat het ook over het gebruik van de buitenruimte. Zo hebben wij ons de afgelopen, nou, dat is inmiddels ook wel wat jaren geleden, ingezet voor die groene schoolpleinen. Is natuurlijk ook een hele andere manier van niet meer een versteend gebied maar ook weer een heel groen gebied van maken waar iedereen veel blijer van wordt.

De voorzitter: Mevrouw Den Heijer, een interruptie van de heer Blonk. De heer Blonk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag over, u geeft aan, meer groen, er moet veel meer groen in de wijken komen. Maar gaat dat dan ook niet ten koste van het aantal woningen? Mevrouw Den Heijer: Nou, dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Waar wij, en dat is ook echt uit die presentatie gekomen, dat gaat natuurlijk ook echt over, hoe ga je om met de parkeerplaatsen in een nieuwe wijk? Als je daar niet zeg maar van af wil stappen naar een andere norm dan hou je ook natuurlijk heel versteende gebieden. Terwijl als je net wat anders gaat zitten of op een andere manier die inrichting doet, dan zou je ook die parkeerplaatsen kunnen gebruiken voor veel meer groen. Dus dat is, en dat hebben wij ook echt uit deze beeldvorming meegenomen dat de hele manier van bouwen en planologie wordt bepaald door de auto. Een niet-duurzame en toch ruimte opslokkende en zeg maar ongezonde manier van transport. Dus zolang we daar niks aan willen doen, ja, dan is het ook wel moeilijk om zeg maar zo'n wijk wat gezonder te maken. Wat we ook belangrijk vonden, wat ook uit die presentatie naar voren kwam is dat we ook meer collectief moeten gaan kijken. Het is niet zo dat je elke woning zeg maar nul op de meter zou moeten zijn maar je kan dat als hele wijk gaan bekijken.

Dus je moet ook naar die balans kijken tussen energieproductie en de consumptie. En ook het groen, de balans tussen privaat en het publiek domein moet je bij die inrichting meenemen. Dus dat betekent niet alleen maar een visie op dat ene huishouden maar een veel bredere visie. Nou, over de mobiliteit heb ik het ook al gehad, toekomstig bouwen betekent ook toekomstig bestendige mobiliteit in de wijk. Dus hoe zorg je ervoor dat niet iedereen de auto gaat pakken maar dat je ook veel makkelijker ter voet of met de fiets door die wijk heen kan? En daar kan je in je stedenbouwkundig concept natuurlijk heel goed rekening mee houden. Maar nogmaals, ja, ik denk, of ja, nogmaals, maar ik denk van, ja, we hebben in Lansingerland, is nog niet helemaal af maar bijna af, we hebben niet zo heel veel nieuwe woonwijken meer te bouwen. Dus dat is nog best een uitdaging zeg maar om deze nieuwe concepten daar weer een plek te geven. Dus dan is het ook wel de vraag van, in wat voor wijken of waar kunnen we dit nog doen? Ik denk dat er heel veel kansen liggen om kleinere aanpassingen te doen in de bestaande wijken. Wanneer je daar aan de slag gaat met de herinrichting is er natuurlijk van alles te doen. Maar het is natuurlijk vooral de kans die we hebben bij grotere nieuwe woonbouwprojecten en die hebben we natuurlijk niet heel veel meer op stapel staan.

Behalve nog misschien Bleizo-West maar dat heeft nog wel een heel andere dynamiek. Dus daar hebben we op dat moment, ja, daar moeten we dan nog heel lang op wachten. Dus ja, ik denk dat er heel veel kansen liggen en wij zijn er altijd heel erg voorstander van om hiermee aan de slag te gaan. De voorzitter: Ja, ik zie een interruptie nog van de heer Hofman. De heer Hofman: Ja, graag. Ja, dank u wel, voorzitter. Dank u wel, mevrouw Den Heijer, u hebt uitgebreid gesproken over nieuwe planologie en hoe u nieuwe wijken voor u ziet. Maar kunt u ook nog aangeven hoe D66 eigenlijk denkt over nieuwe materialen, de nieuwe manier van het gebruiken van materialen? Want daar heb ik u eigenlijk nauwelijks over gehoord. De voorzitter: Mevrouw Den Heijer. Let u op de tijd, kort maar krachtig. Mevrouw Den Heijer: Ja, kort maar krachtig. Ja, ook daar denk dat het een heel goed idee is om dat natuurlijk toe te passen. Het frame van, het is alleen maar duurder, lastiger en daarom moeten we het niet doen. Ik denk dat we daar zeker niet zo snel in meegaan zoals u het schetst, mijnheer Hofman. De voorzitter: Mijnheer Hofman.

7/18

De heer Hofman: Maar maakt u er een prioriteit van? Mevrouw Den Heijer: Ja zeker maken wij daar een prioriteit van. Ik denk ook zeker dat we niet de enige zijn want dit zijn natuurlijk ook topics die bij andere overheden hoog op de agenda staan. Dus daar zullen we zeker snel zelf ook mee geconfronteerd worden ben ik bang. De voorzitter: Eens even kijken. Mijnheer Scheringa. De heer Scheringa: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ten eerste, ja, de wooncrisis moet opgelost worden ten eerste. Ik bedoel, er zijn mensen die geen woning hebben en dat kan gewoon niet dus dat moet gebeurd worden. Maar ja, het klimaat kunnen we ook niet negeren. Dus ja, een idee van mijn fractie, dat hebben wij niet zelf verzonnen hoor, maar er moet gewoon een omslag in architectuur komen. Dat moet gewoon, hoe zeg je dat, ja, omslag in denken en architectuur. Als er een alternatief is, dan kan duurzaam, het niet duurzaam bouwen kan gewoon niet lonend zijn. In feite is dat gek. We hebben allemaal, de vervuiler betaalt. We weten allemaal, zeker als je kijkt naar klimaat, bakstenen, dat vreet energie, dat is gewoon nadelig. Dat kost geld, het levert schade op. Dus in die zin is het zeg maar heel gek dat we dan niet duurzaam gaan bouwen. Dus sowieso, dus als er een alternatief is, als het alternatief duurzaam bouwen is, dan moet dat gewoon gedaan worden naar mijn idee of naar idee van mijn fractie.

Als dat alternatief er niet is, ja, dan moet je even kijken wat dan het belang is. Ik bedoel bijvoorbeeld, ja, we hebben hier geen zeedijken maar als je een zeedijk hebt, die moet je natuurlijk wel bouwen want anders heb je een ander probleem. Ja, als ik even de vragen doorloop zeg maar, er staan wat open deur vragen in waar iedereen het denk ik wel mee eens is. Wat mijn fractie wel graag wil natuurlijk is die wooncrisis. Dus waar het college dus in zou moeten helpen bij duurzaam bouwen is zorgen dat er geen vertraging komt en dat we gewoon met dezelfde snelheid nog al die woningen kunnen bouwen maar dan duurzaam. En dan zijn, ja, de businesscase voor de, ik kwam het tegen, voor de bbb, de biobased building is dat, die moet gewoon positief zijn. En dan, ja, ik kan wel met mijnheer Hofman meegaan en ja, ik geloof ook niet zozeer in percentages en dat soort dingen in een omgevingsvisie zetten. Sowieso een omgevingsvisie is geldig voor meerdere jaren en zo'n percentage is toch een beetje fluïde denk ik. Dus het ene jaar wel, andere jaar niet dus ik zou dat niet één, twee, drie doen. Ik zou gewoon zorgen, en dat is een beetje de kern van mijn verhaal, we moeten gewoon zorgen dat het gewoon normaal wordt dat je biobased bouwt omdat niet biobased bouwen op lange termijn gewoon veel duurder is.

Nou ja, om dat eventueel op korte termijn te stimuleren zou je inderdaad wat met leges kunnen doen. Je zou ook kunnen denken van, waarom moeten wij goed bedrag belonen, we kunnen ook slecht gedrag bestraffen. Dus als je niet biobased bouwt dan worden leges duurder. Ik weet niet of dat mogelijk is maar lijkt mij een goed idee. Nou, voor de rest, mevrouw Den Heijer heeft al heel veel gezegd van D66 over de buitenruimte. Die is ook zeker belangrijk, parkeernormen, OV. Je kan ook de hoogte in met biobased, zeker op Bleizo-West zou dat goed kunnen. Groenere tuinen, gemeenschappelijke tuinen. Dus als mensen zeg maar geneigd zijn om hele tuinen vol te gooien, je ook een mooie gemeenschappelijke tuin maken voor iedereen en die groen houden. Even kijken, nou ja, voor de rest, ik zou denken, denk aan … Ja, ik heb nog wel een tip verder voor. Ik was van het weekend in het Nieuwe Instituut in Rotterdam tegenover Boijmans Van Beuningen en die hebben echt een hele mooie presentatie over dit onderwerp. Dus als iemand nog ideeën zoekt, dan zou ik zeker heen gaan. Eén van de dingen die ik daar nog opgestoken heb is dat we ook moeten denken aan geobased bouwen noemen ze dat, dus dat je de omgeving moet gebruiken. En blijkbaar hebben wij hier in Nederland hele goede grond en daar kunnen we gewoon mooi zongedroogde bakstenen van maken die weinig energie kosten.

Dus ik zou zeggen, dat soort innovaties, laten we dat vooral met zijn allen doen en hopen dat het snel mooi wordt en daar vertrouwen wij dan op. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Eens even kijken. Mijnheer Jumelet van de VVD. De heer Jumelet: Ja, dank u wel, voorzitter. Wat de VVD betreft is toekomstbestendig bouwen toekomstmuziek, maar die speelt dan wel al in het heden af. Wat de VVD betreft kijken we nu naar de toekomst hoe we omgaan met onze gebouwde omgeving maar doen we dat zonder overhaaste keuzes te maken. Want hoe meer we circulair produceren, hoe minder afval er belandt en ook zorgen daarvoor dat er minder nieuwe grondstoffen nodig zijn. Daar zien we als VVD kansen in om nieuw circulair te gaan bouwen en te gaan slopen met aandacht, zoals gevraagd, voor klimaatadaptatie en waterbewustzijn. Het toepassen van circulaire en toekomstbestendig bouwmethoden, een nieuwbouwproject is wat de VVD betreft een mogelijkheid om onze eigen voetafdruk te verkleinen. Echter moeten we hier er wel voor zorgen dat de huizenprijzen niet verder opgedreven worden en er rekening gehouden wordt met de financiële haalbaarheid om ervoor te zorgen dat de rekening uiteindelijk niet komt te liggen bij de gemeente en uiteindelijk dus bij de inwoner.

Wat de VVD hierbij heel belangrijk vindt is dat wij onszelf niet in een hoek gaan drukken door onszelf extra regels of percentages of wat dan ook op te gaan leggen

8/18

in de omgevingsvisie. Landelijk zijn hier al voorschriften voor, zoals al genoemd in de nationale aanpak biobased bouwen. Wat dat betreft is dat voor ons al helder genoeg en moeten we daar als lokale overheid wat terughoudend in zijn. We denken dat we terughoudend moeten zijn in die eisen, daar we de grondopbrengst zouden kunnen beïnvloeden, wat mogelijk kan leiden tot dus die extra kosten. En wat de heer Hofman net ook al zei, het is uiteindelijk gewoon nu nog duurder. En het is wat de VVD betreft dan aan de markt om eerst te laten zien van, joh, het kan ook goedkoper en het is uiteindelijk een goede businesscase, ook voor de gemeente om hiermee in zee te gaan. En wat de VVD ... De voorzitter: Mijnheer Jumelet, een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb de heer Jumelet net horen zeggen dat wat de VVD betreft zijn de percentages zoals die vanuit de landelijke overheid opgelegd worden voldoende. Dus dat betekent dat de VVD … Ik zie u nee-schudden. Oké, maar betekent dat dat de VVD dus zegt van, nou, die 30-30-30, in 2030 moet 30 procent van de bouw biobased gebouwd zijn qua gewicht. Dat is voor ons voldoende, daar moeten we ons aan houden. De voorzitter: Mijnheer Jumelet. De heer Jumelet: Nou, voorlopig wel, dat is tot 2030.

Ik denk bijvoorbeeld als je kijkt naar het probleem klimaat op zich, dat je dan moet kijken, ook verder moet kijken naar de toekomst. En dan ook moet herijken als Rijk zijnde en dan met nieuwe percentage kunnen komen en te zeggen van, joh, we hebben of meer nodig of we hebben het zo goed gedaan of er zijn nieuwe manieren om daarmee te gaan bouwen. Maar ik denk dat je als gemeente zelf moet kijken van, hoe kunnen we daar nou zelf passend ruimte aan geven? En ik denk niet dat we dan onszelf extra eisen moeten gaan zeggen dus dat we bijvoorbeeld zeggen van, joh, we gaan een schepje erbovenop doen. Ik denk als het Rijk aangeeft van, joh, we moeten het nu op deze manier doen en anderzijds ook door te zorgen dat we zelf ook niet onnodig kosten oplopen door maatregelen te noemen dat die grondexploitatie ons nadelig is, denk ik dat we het beter gewoon op dit moment op deze manier kunnen houden. Dan als het ware een extra schepje erbovenop te doen die ons later vanachter in de nek grijpt van, joh, wacht even, het is nu opeens wel heel duur. En dan komt die rekening natuurlijk bij de gemeente te liggen en uiteindelijk zelf bij de inwoner of bij de huizenkoper. De voorzitter: Even kijken, wie volgt? Mevrouw Boonstra. Mevrouw Boonstra-Becker: Ja, dank u wel voorzitter.

Ik kan mij al aansluiten bij een heleboel van mijn collega's die met betrekking tot de doelen duidelijk waren in het feit dat dat eigenlijk niet in de omgevingsvisie genoteerd hoeft te worden. Want de doelen, die zet je in het omgevingsplan en daar maak je de doelen concreet. Dat is wat dat aangaat wel van belang om rekening mee te houden met het feit dat als je huizen gaat bouwen, dat je daar in het bestemmingsplan vastlegt wat het percentage moet gaan worden waarin je wil dat er dus met biobased materialen of toekomstbestendig gebouwd wordt. Dat hoeft niet specifiek in de omgevingsvisie vastgelegd te worden. De voorzitter: Mevrouw Boonstra, een interruptie van de heer Hofman. De heer Hofman: Ja, ik ga u hier toch even op bevragen dat doelen niet in de omgevingsvisie terecht zouden moeten komen. We zijn er als gemeenteraad om kaders neer te zetten. Dat die kaders nader worden uitgewerkt in een omgevingsplan dat snap ik helemaal maar als u een kader wil meegeven voor zo’n omgevingsplan dan is de omgevingsvisie daar wel terdege het instrument voor. Bent u zich daarvan bewust? De voorzitter: Mevrouw Boonstra. Mevrouw Boonstra-Becker: Dank u wel. Jawel maar ook vanuit het Rijk worden in principe de ambities al in de omgevingsvisie vastgelegd en dat is ook een kader die we meekrijgen. En daar hebben wij ons ook aan te houden dus in principe liggen die kaders er al.

De voorzitter: Ik zag geen interruptie nog van de heer Krieger. De heer Krieger: Ja, dank u wel, voorzitter. Bent u dan van mening dat we ons altijd als raad alleen aan de kaders van het Rijk moeten houden of dat we als raad zelfstandig misschien ook iets op sommige gebieden vooruitstrevender zouden kunnen zijn? Of is het voor u, nee, het Rijk zegt dit dus doen we alleen maar dit of zegt u namens de raad kunnen we ook zelfstandig beslissen om iets vooruitstrevender te zijn?

9/18

De voorzitter: Mevrouw Boonstra. Mevrouw Boonstra-Becker: Dank u wel, voorzitter. Ja, dank u wel voor uw vraag. Hoe scherp wilt u ze stellen? Scherper dan scherp? De voorzitter: Mijnheer Krieger. De heer Krieger: Nee hoor, ik denk dat we daar met zijn allen als raad over kunnen hebben. Alleen u stelt van, ja, we hoeven in de omgevingsvisie niets op te nemen want dat doen we in het plan wat daarna komt en we hoeven geen kaders te stellen omdat het Rijk al kaders stelt. Dus vandaar mijn vraag. De voorzitter: Mevrouw Boonstra. Mevrouw Boonstra-Becker: In de omgevingsvisie 1.0 staan ook al kaders aangegeven en in de omgevingsvisie 2.0 neem ik tenminste aan, en daar hebben we op 4 september ook natuurlijk een beeldvorming van gehad, dat er ook over die kaders is gesproken. En ook van uit wordt gegaan van ten eerste wat er besproken is op 10 juni met de inspraak van de bewoners. En ook aan de hand van de sessie van 4 september wordt dan bepaald of die kaders scherper gesteld moeten worden dan dat ze waren. Die verplichtingen die moeten we … We kunnen ook eigenlijk even afwachten wat er daadwerkelijk in die visie komt te staan. Dat lijkt mij handiger dan nu stellen van, we leggen nu de kaders op, zoveel procent om dat te halen in 2030. De voorzitter: Mevrouw Boonstra, gaat u verder. Mevrouw Boonstra-Becker: Ja, dank u wel, voorzitter. Kijk, wij kijken op het punt ...

De voorzitter: Wacht, ik begrijp dat er toch nog een interruptie is van de heer Krieger? Het was niet duidelijk? De heer Krieger: Ja, sorry, voorzitter, toch nog even heel kort. Want ik hoor mijn gewaardeerde collega zeggen van, ja, we wachten af wat er in de omgevingsvisie komt te staan. Maar daar gaan wij toch over wat daarin komt te staan? Mevrouw Boonstra-Becker: Ja, dank u wel. Maar de omgevingsvisie 2.0 wordt geschreven, die krijgen wij op een ietwat later tijdstip voorgelegd en daar kunnen wij dan op dat moment over discussiëren. Ik ga verder, voorzitter. Als wij kijken naar wat er in ons verkiezingsprogramma staat dan willen wij graag dat de nadruk gelegd wordt op groene en duurzaam gebouwde nieuwbouwwijken. Ruimte voor natuurlijke variatie in groen met betrekking tot dieren, insecten, vogels. Maar ook kijken we naar de verduurzaming van bestaande woningen maar ook op het gebied van glastuinbouw en bedrijven. Maar dan verstandig, dat dat verstandig gestimuleerd wordt. Maar ook steunen we initiatieven voor lokale energieopwekking, dan moet je denken aan zonnepanelen en geothermie. En ja, kijk, als we nou kijken naar bijvoorbeeld het verstandig slopen, het oogsten zoals dat netjes genoemd werd van materialen die hergebruikt kunnen worden, gelukkig gebeurt dit al. Nul op de meter woningen, die worden ook al gebouwd in Lansingerland.

Dus wij kunnen wat dat aangaat wel stellen dat wij er in zekere zin als gemeente al volop mee bezig zijn. Als je kijkt naar wat er in de beeldvorming van 28 augustus naar voren werd gebracht wat er gebeurt in Wilderszijde, dan denk ik dat onze gemeente het helemaal niet zo slecht doet. Ik hoop dat het college samen met een markt dit voortzet in nieuwe projecten, zoals bijvoorbeeld de Lange Vaart en de Merenweg die eraan zitten te komen. De voorzitter: Mevrouw Boonstra, een interruptie van heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Even misschien ter verduidelijking, wij zeggen helemaal niet als vier partijen, indienende partijen, dat wij het heel slecht doen. Wij zeggen ook vooral dat we juist van de bestaande projecten, zoals u al dus zei, dat we daarvan af moeten blijven. Want zoals de heer Blonk ook al aangaf, dat geeft gedoe en dat wil je niet. Dus ja, denkt mevrouw Boonstra dat wij hierbij denken dat het slecht gaat met ons of is mevrouw Boonstra ervan op de hoogte dat we juist willen dat we handvatten willen even voor een omgevingsvisie 2.0 waarin we het nog beter kunnen doen dan dat we het nu al doen? De voorzitter: Mevrouw Boonstra.

10/18

Mevrouw Boonstra-Becker: Eigenlijk denkt onze fractie dat, wij zijn eigenlijk bang dat u gaat overvragen en dat daarmee het resultaat komt dat er straks niks meer gebouwd wordt doordat marktpartijen dan te bang zijn om in te stappen. Daar zijn we bang voor en dan gebeurt er niks. De voorzitter: Even kijken, de heer Scheringa, was dat een interruptie? Gaat uw gang. De heer Scheringa: Waar is die angst op gebaseerd zeg maar? Heeft u daar voorbeelden van? De voorzitter: Mevrouw Boonstra, ik zit even naar de klok te kijken maar u krijgt gelegenheid van mij om antwoord te geven. Mevrouw Boonstra-Becker: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, nog niet specifiek maar het kan natuurlijk wel zo zijn dat de kans dat het komt dat men zegt bijvoorbeeld als kader van, wij willen een etage lager, maar dat dan de case niet rondkomt omdat wij duurzaamheid willen en een etage lager. Terwijl als de businesscase rond moet komen misschien juist één of twee etages erbij moeten. En dat is eigenlijk de angst die onze fractie heeft, dat er straks niks meer gebouwd wordt omdat de businesscase niet meer rondkomt en dan hebben we straks helemaal niks. De voorzitter: Het antwoord is nog niet helemaal helder bij de heer Ruijtenberg? De heer Ruijtenberg: Nee, het antwoord is, nee, zeker niet, mevrouw de voorzitter. Goed dat u die vraag aan mij stelt. Dank u wel daarvoor.

Nee, de duurzaamheid gaat namelijk niet in dit geval over een etage hoger of een etage lager. Het gaat er in dit geval om, hoe kun je die etages hoger? Je kan zelfs twaalf, dertien, veertien of vijftien etages kan je duurzaam bouwen met een goede businesscase. Dus waarop, ja, u zal misschien, ik weet niet of u nog de tijd krijgt van de voorzitter, waarom de vrees er is waarom denkt u dat we een etage lager moeten doen om een businesscase te hebben of etages hoger? Want daar gaat het uiteindelijk niet over. De voorzitter: Nou, nog heel kort, uw angst. Mevrouw Boonstra-Becker: Bij de bespreking nota van uitgangspunten voor de Lange Vaart en Merenweg werd er echt op gehamerd door een van onze collega's dat om het dorpse karakter vast te houden dat er een etage af moest. Maar als je nu gaat kijken dat als wij het duurzaam bouwen willen doorzetten, als de etage eraf toe leidt dat er een aantal huizen minder gebouwd moeten worden, dan denk ik dat we niet op de juiste manier bezig zijn met het oplossen van de wooncrisis. Dan moet er een etage bij. De voorzitter: Volgens mij verschil van inzicht en verschil van mening. Maar we gaan weer vrolijk verder. Even kijken, mijnheer Krieger. De heer Krieger: Ja, dank u wel, voorzitter. Voor zover, volgens mij zijn we redelijk rondgegaan. Dank ook aan alle andere collega's van de andere fracties.

Van mijnheer Ruijtenberg weet ik zijn mening natuurlijk omdat we samen aan het bespreekstuk hebben gewerkt. Ik wou ook graag even het ambtelijk apparaat bedanken want daar hebben wij heel veel aan gehad tijdens het maken van het bespreekstuk. En uiteraard de griffie want zonder die ondersteuning had het een stuk moeilijker voor ons geweest. Voorzitter, voor het CDA is rentmeesterschap natuurlijk heel belangrijk en daar gaat dit ook een beetje over, bouwen voor toekomstige generaties. Het doet mij deugd om te horen dat andere partijen ook de noodzaak inzien van toekomstbestendig bouwen. En ik hoor veelal positieve geluiden van, goh, dat we daar misschien iets mee moeten in de omgevingsvisie. Wat we daar dan mee moeten en welke kaders we daar gaan stellen, daar kunnen we natuurlijk gezamenlijk overleg over voeren en dan eens kijken wat er allemaal mogelijk is. Zo hoor ik bij Leefbaar 3B, nadenken over de toekomst, nu handelen. Nou, wat mij betreft gaan we dat nu ook doen want de beslissingen die we nu nemen met betrekking tot toekomstbestendig bouwen, die hebben impact de komende jaren. Bij de ChristenUnie had ik de vraag even genoteerd want er zijn drie vragen gesteld, hoe het CDA aankijkt tegen verplichte en snelheid van bouwen? Dus biobased verplichtingen of toekomstbestendige verplichtingen opleggen.

Het hoeft elkaar natuurlijk niet te bijten en dat hebben we natuurlijk ook gezien op de beeldvormende avond. Daar was een marktpartij die kon garanderen dat die binnen zes weken een compleet houten flatgebouw uit de grond kon stampen. Wat daar dan van waar mogen zijn, het blijft een marktpartij. Maar het hoeft elkaar natuurlijk niet te bijten. Dus ook daar wil ik u uitnodigen om samen na te denken over hoe we dat zo kunnen implementeren in die omgevingsvisie dat dat elkaar niet bijt. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de kosten want dat is natuurlijk wel iets. Op het moment dat je iets niet implementeert en geen visie presenteert aan de markt, dan blijft de markt natuurlijk lekker doen wat die wil. Want dat is het makkelijkste, dan hoeven ze niet te innoveren. Ik zal als voorbeeld geven, sommigen van u, en ik ben 45, kennen de tijd nog dat je niet achterin of voorin de auto zelfs je autogordel om moest doen. Nou, en

11/18

uiteindelijk heeft de overheid daar kaders gesteld en verplichtingen en tegenwoordig zit ik in elke auto en doet iedereen netjes zijn gordel om. Trek dat gelijk met biobased en toekomstbestendig bouwen en het is natuurlijk wel aan ons als raad en als gemeentelijke overheid om soms kaders te stellen. Hoe breed we dat trekken, hoe streng we die stellen, daar gaan we samen over maar het is natuurlijk heel prettig om te horen dat veel partijen ervoor openstaan. Want als zelfs de VVD na gaat denken over toekomstbestendig bouwen, dan begint mijn groene hart natuurlijk wat harder te kloppen. Dus dat is alleen maar hartstikke mooi meegenomen. Van D66 nog even werd de opmerking gemaakt over collectiviteit. Het CDA denkt wel dat dat ook belangrijk is, voorzitter, voornamelijk op energiegebied. We zitten natuurlijk met het overvolle stroomnet en er zijn mogelijkheden natuurlijk om collectief in nieuwbouwwijken stroom op te wekken, op te vangen en daar samen iets mee te doen. Wat natuurlijk voor onze inwoners heel positief kan zijn en ook op hun eigen begroting positief uit kan pakken omdat dat voordeliger is. Bij de PvdA, ja, hoorde ik eigenlijk ook alleen maar positieve geluiden. Nou, de VVD heb ik al genoemd. Ik ben het met trouwens ook de collega's van WIJ eens dat we op de goede weg zijn, alleen het kan altijd beter, voorzitter.

En het is aan ons als raad om die kaders te scheppen en daar iets mee te doen. En voor zover. Ja, bij D66 hoorde ik ook iets van, ja, er wordt nog zo weinig gebouwd en ontwikkeld maar er zijn natuurlijk nog wel wijken in ontwikkeling. Ik noem het Wolfend, voor zover daar nog geen bindende overeenkomsten zijn gesloten. Want het CDA is er geen voorstander van om bestaande overeenkomsten open te breken. Voor zover dat juridisch mogelijk zou zijn natuurlijk want dat is meestal niet zo. Ik kijk even op de klok en dan ben ik rond. De voorzitter: Ja, maar er is toch even een interruptie van de heer Jumelet. De heer Jumelet: Ja, dank u. Ja, u heeft mooi onze visies samengevat maar ik heb alleen nog niet gehoord wat uw visie is? Dus dan wat er net gezegd werd, dus bijvoorbeeld 30-30-30 of een stapje meer of een stapje minder, dat kan natuurlijk ook. Maar ik heb het idee dat die niet die richting op gaat dus wat is uw visie? De voorzitter: Mijnheer Krieger. Ja, u krijgt van mij ook nog even de tijd. De heer Krieger: Ja, als de voorzitter, maar goed, ik zag dat WIJ Lansingerland 1.58 minuut heeft. Als u even kort door de vragen heen gaat, dat red ik binnen dertig seconden en dan weet u in ieder geval een beetje wat onze visie is. Dus leest u alleen mee met de vragen, ik geef alleen het antwoord. 1a, ja. 1b, een leidende en stimulerende rol. 1c, koploper. Vraag 2, ja. Vraag 3, ja.

Vraag 4, voor beide, gelijke monniken, gelijke kappen. Vraag 5a, hoe meer betrokkenheid hoe beter. Vraag 5b, collectiviteit is altijd beter en dan wel voor zover we het over energievoorziening hebben. Vraag 6, ja. Vraag 7, welke concrete maatregelen? Nou, ik zou het dan willen richten op stimuleren, reguleren en implementeren. Vraag 8, heel belangrijk. Vraag 9. De heer Jumelet: Ik … Nou, nee. Maar ik volg u niet meer dus laten we het maar schriftelijk doen. Nee, het is u wel helder ongeveer hoe u kijkt tegen dit onderwerp natuurlijk. Maar als u nou zegt, laat ik het heel simpel maken, alles wat beschreven staat in het nationale, moet ik het goed zeggen, nationale aanpak biobased bouwen, is dat voor u voldoende? Dus die 30 procent die, et cetera, die daar beschreven staan, als we die nou vertalen naar onze eigen omgevingsvisie zegt u van, daar doen we een stapje bij of laten we zeggen, we implementeren het zoals het Rijk zegt van, joh, dit moet je meenemen op een minimale manier? De voorzitter: Mijnheer Krieger, kort graag. De heer Krieger: Dank u wel, voorzitter. Dat is een heldere vraag, daar hou ik van.

Als het meer kan, voor zover verantwoord, en dan moeten we natuurlijk kijken naar de kostenkant en natuurlijk kijken dat het wel snel te implementeren is en dat er vanuit de markt ook meegedacht wil worden en meebewogen wil worden want die zul je wel nodig hebben, dan zoveel als mogelijk. De voorzitter: Even kijken, volgens mij heb ik dan iedereen gehad. Ja. En dan gaan we naar het college. Allereerst denk ik naar de heer Muis en dan vervolgens denk ik … Nee, u heeft … Oké. Beantwoording college De heer Muis: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, dank voor deze goede discussie. Dat helpt ons als college ook om te zien van, waar liggen de wensen, de uitdagingen, waar denken we dat we staan en waar willen we met elkaar naartoe? Ook dank voor het voorbereiden van de beeldvorming want we beginnen niet vanavond maar er was natuurlijk een hele goede beeldvorming en nu dit bespreekstuk. Vanuit de gemeente is natuurlijk ambtelijk toegelicht al bij de beeldvorming waar wij staan op het gebied van

12/18

toekomstbestendig bouwen. Dus maar het is ook heel fijn dat u ons vanavond ook als college gelegenheid biedt om nog even te reflecteren op, nou, en op de vragen want ik kan niet direct reageren op alles wat hier nu weer gewisseld is. Maar ik denk dat dat wel ook antwoord geeft op een aantal discussies die u onderling had. Allereerst, toekomstbestendig bouwen is heel veel omvattend. Hier vanavond ging het over verschillende stukjes daarvan maar het gaat over heel veel. Het gaat over energie, natuurinclusief, klimaatadaptatie, circulair, biobased en ook over gezondheid en zelfs in de discussie ging het nog weer verder over mobiliteit en preventie. Ja, je kunt het heel breed oprekken maar om maar aan te geven dat het echt wel een veelkoppig, nou, niet monster maar een veelkoppige uitdaging is. Alle woningen die wij nu bouwen die willen wij natuurlijk het liefst zo duurzaam en toekomstbestendig mogelijk bouwen omdat we bouwen de meeste in elk geval voor een hele lange tijd, voor decennia. Dat is niet iets wat wij alleen maar vinden maar dat hebben we ook zichtbaar gemaakt in beleid en ook echt concreet in aanbestedingen. Maar even terug naar het kader van de raad. De raad heeft, u heeft ook de visie Lansingerland duurzaam vastgesteld omgevingsvisie 1.0, daar is ook net aan gerefereerd.

Daarin staat ook dat wij vooruitstrevend zijn op het gebied van duurzaamheid maar of en tegelijk ook realistisch. Nou, dat hoor ik hier vanavond ook terugkomen. Daar zit natuurlijk wel spanning op, op hoe vooruitstrevend kun je zijn en hoe ver rijkt je polsstok? Dus dit zou je kunnen vertalen als, nou, ik hoorde net, koploper willen we zijn. Eén fractie noemde dat, dat kan en dat is een hele mooie ambitie. Wij zitten ongeveer middenmoot plus dus zeg maar net onder die koplopergroep dus zeker niet in de lage middenmoot of in de achterblijvers. En het kan altijd beter, dat ben ik helemaal eens ook met de heer Krieger. Wij willen nu die ambities die u heeft verder concreet maken door ze te vertalen in beleidsdoelen en acties. Ook wat mevrouw Boonstra zei, die moet in de uitwerking van het omgevingsprogramma komen en uiteindelijk doorwerken dan in concrete projecten. Wat dus niet wil zeggen dat we daar nu allemaal mee beginnen want we doen al heel veel. Dat is natuurlijk ook in de beeldvorming naar voren gekomen, zeker als voorbeeld Wilderszijde. Daar was ook nog een aparte beeldvorming eerder over, over Wilderszijde, dus ik denk dat u daar al voldoende over heeft gehoord. In de omgevingsvisie 1.0 is dus afgesproken dat we bij nieuwbouwontwikkelingen de nadruk leggen op gezonde groene omgeving en natuurinclusief bouwen.

Nou, dat heeft u ook echt allemaal heel concreet terug kunnen zien in de tekeningen en de plannen van Wilderszijde. Daarnaast hebben we als gemeente ook het convenant klimaatadaptief bouwen ondertekend. Dat is samen met de provincie, gemeenten, waterschappen, bouwers, et cetera. Dat gaat met name over groen en biodiversiteit, zijn daar belangrijke aandachtspunten in. Ook in de gebiedsontwikkelingen wordt standaard in de nota van uitgangspunten een hoofdstuk duurzaamheid opgenomen waar we op onderdelen ook hogere eisen stellen dan wettelijk voorgeschreven. We proberen, en zeker ook collega Simon Fortuyn, die waarschijnlijk mee zit te kijken, die heeft daar heel veel contacten natuurlijk over. Die probeert ook uit te dagen om met meer te komen. En daar heeft u het net ook over, wat kun je dwingen? Ja, moet je dwingen, moet je dit voorschrijven in percentages? Of moet je verleiden en moet je ook flexibiliteit laten om te zeggen, op dit thema doen wij heel veel meer, op dit thema is het moeilijker, doen we ietsje minder. Dat bleek bijvoorbeeld ook in de beeldvorming over isolatiematerialen van biobased materialen. Ja, dat dat nog heel veel volume heeft en dat dat niet altijd dan heel handig is om dat te gebruiken als je ook heel veel huizen wil bouwen maar dan maak je weer andere keuzes.

Alleen als wij voor gaan schrijven, het moet altijd dit soort materialen zijn, dan ga je dus die markt klemzetten in hun mogelijkheden. Dus denk goed na over dat je, als je eisen stelt, dat het flexibel is en dat er iets in te kiezen valt maar je daagt ze wel uit om tot een bepaald niveau te komen in totaliteit. Sorry dat ik er wat veel woorden voor nodig heb maar er waren ook behoorlijk wat vragen. Er is ook gevraagd naar het draagvlak in de samenleving en naar de gesprekspartners. Nou, goed, ik denk hetzelfde als wat u constateert, dat zowel inwoners als ontwikkelaars die noodzaak zeker zien. Dat bleek ook bij de beeldvorming. Alleen je ziet dus ook dat er wel verschil is in ervaring en kennis. De ene zegt, joh, ik heb de contacten met een fabriek en die zetten voor mij zo alles op transport en we bouwen hier dat gebouw. Terwijl een ander nog aan het denken is van, goh, hoe doe ik dat, en dan wordt het ook duurder. Dus van lieverlee zal het zeker gaan concurreren maar ik denk niet dat wij degenen zijn die dat voor kunnen schrijven. We onderhouden allerlei contacten met allerlei gesprekspartners, ontwikkelaars, bouwers, overheden, provincie maar ook Building Balance werd naar gevraagd. Die kennen we al langer en die speelt een belangrijke rol in het stimuleren van die duurzame bouwpraktijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=0b207cea-b1c6-446e-8625-4731a2cb2877