CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV24.0077] Verslag Commissie Samenleving d.d. 12 sept 2024

Commissie Samenleving 14 november 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering26.458 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG Commissie Samenleving BV24.0077

Datum vergadering

: 12 september 2024

Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Marjolein Gielis, Terry Duivesteijn WIJ Lansingerland : Jan Alsemgeest, Adelkarim Afalah CDA : Jan-Willem van den Beukel, Arnold Oosterlaan VVD : Marloes Draak, Boris Wezenberg, Eric Kampinga D66 : Sander Smolders, Brecht Weerheijm CU : Paul Lieverse, Annette Molenaar-Van der Beek GroenLinks : Selgei Gabin PvdA : Hamid Azzouzi, Sonnie Biharie, Nanno Scheringa VOOR Lansingerland : Burgemeester Wethouders

: Pieter van de Stadt : Michiel Muis, Leon Hoek

Voorzitter Commissiegriffier

: Nelleke Bouman-Quist : Rianne Kokke

Afwezig Leefbaar 3B WIJ Lansingerland CDA VVD D66 CU GroenLinks PvdA VOOR Lansingerland

: Marjolein Gielis, Leon Erwich : Jan Alsemgeest, Adelkarim Afalah : Dave Bergwerff : : Ronald van der Stad : : Marko Ruijtenberg, Manon van Splunter : Valmir Xhemaili : Petrine van Olst

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren, het is volgens de klok 8.00 uur en hierbij open ik de eerste vergadering van de Commissie Samenleving na het zomerreces. Mede namens de commissiegriffier heet ik u, de aanwezigen op de publieke tribune, de kijkers thuis, het college, de commissieleden, de pers van harte welkom. U ziet mij hier zitten en normaal zit ik aan de andere kant bij de commissieleden. Echter, jullie voorzitter is afwezig en ik ben dus vanavond uw voorzitter. Dus dan zie ik het eens een keer aan deze kant met de commissie. Dit is wat mij betreft de opening en de mededeling. 2. Insprekers De voorzitter: Dan ga ik over naar punt twee van de agenda, de insprekers. Er hebben zich geen insprekers gemeld. 3. Vaststelling verslag vergadering d.d. 27 juni 2024 De voorzitter: Dan punt drie van de agenda, de vaststelling van het verslag van de vorige vergadering. Ik heb begrepen, dat er geen opmerkingen zijn ten aanzien van het verslag, waarbij de dus hierbij is vastgesteld. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen

1/40

De voorzitter: Dan gaan we over naar punt vier van de agenda, de vaststelling van de agenda en de inventarisatie rondvragen. Allereerst de vraag, bent u akkoord met de vaststelling van de agenda, zoals die zo zit? Ja. En dan bij de rondvragen. Er hebben zich, geen rondvragen zijn er ingediend. Dus dat gaat snel. 5. Bespreekpunten De voorzitter: Dan komen we bij de bespreekpunten c.q. de voorstellen aan de raad.

5.a

Voortgang van de taakstelling Jeugdhulp De voorzitter: Dat is dan allereerst punt 5.a, de voortgang van de taakstelling Jeugdhulp. Er staat vandaag één bespreekpunt op de agenda en dat betreft dus de voortgang van de taakstelling Jeugdhulp. Dat is ingediend door een aantal commissieleden, zoals u heeft kunnen zien. Het onderwerp Jeugdhulp is al veel vaker aan de orde geweest en aan bod geweest. De raad heeft namelijk in januari jongstleden nog het maatregelenpakket Jeugdhulp op weg naar de brede maatschappelijke opgaven, vastgesteld. En er zijn in de tussentijd ook nog de nodige beeldvormende avonden geweest. In het bespreekstuk van vanavond staan een drietal concrete vragen aan de commissieleden. Deze vragen bespreekt u vanavond met elkaar. Als eerste wil ik de heer Lieverse het woord geven met betrekking tot dit bespreekpunt, om dit in te leiden. Mijnheer Lieverse, u krijgt van mij één minuut extra spreektijd. Ik zou zeggen, ga uw gang. Eerste termijn De heer Lieverse: Daar wil ik graag eerst u bedanken, voorzitter, dat u zo welwillend bent geweest om in te vallen. Maar dat maakt het in ieder geval voor ons mogelijk, om deze vergadering ook door te laten gaan. Dat is heel plezierig. U zei het al, op 1 februari hebben we ingestemd met een omvangrijk maatregelenpakket, om de stijgende Jeugdhulpkosten te beheersen.

Maar naast kostenstijgingen zien we herhaaldelijk overschrijdingen, wat grote financiële druk op onze gemeente legt. Aanstaande vrijdag bespreekt de GRJR, dat is morgen een begrotingswijziging 2024 waarin voor Lansingerland een overschrijding van één punt zesentwintig miljoen is opgenomen. Dit gaat om zorg die we zelf afnemen, dus het is geen verwijtende GR. Ook een positief punt, onze ambtenaren informeren ons steeds goed met technische briefings en raadsinformatie brief. Maar de vraag blijft, waar blijven de structurele besparingen? De ChristenUnie ziet positieve resultaten in de inzet van de extra jeugdconsulenten en daarmee de kortere wachtlijsten. Toch moet de focus wat ons betreft, veel meer liggen op de lokale medewerkers. Wij pleiten voor het beperken van verwijzingen naar specialistische zorg en een sterkere inzet van eigen wijkteams. Dit kan de druk op externe instellingen, zoals het Erasmus MC en Parnassia verminderen en zorg dichter bij de inwoners brengen. Kijken we naar cijfers die er zoal rondgaan rond het probleem van problematiek, dan zien we bijvoorbeeld dat psychische klachten bij volwassenen in Lansingerland lager zijn dan in Rotterdam. De helft. Maar onder middelbare scholieren is het omgekeerd. De oorzaken worden vaak gezocht in smartphonegebruik en hoge verwachtingen zoals van de ouders.

Maar gezinsproblemen spelen ook een grote rol, zoals stress door geldzorgen of echtscheiding. Daarom pleiten wij voor gezinsgerichte hulp boven individuele jeugdhulp. Een sterkere focus op het gezin biedt meer duurzame oplossingen. We zijn ook positief over de zelfhulpprogramma’s van het CJG, zoals Vrienden maken en Je bibbers de baas. Dit soort initiatieven helpt preventief en verlaagt de noodzaak van specialistische hulp. Echter, specialistische hulp wordt vaak te snel ingezet, ook via het CJG. Wat leidt tot hoge kosten en leidt het tot stigmatisering van jongeren. Wij pleiten voor een sterkere inzet van de POH jeugd-GGZ. En we pleiten voor het normalisatieprincipe, zodat de zorg zoveel mogelijk in de dagelijkse omgeving plaatsvindt, bijvoorbeeld via scholen, de Jossers. Daarnaast vinden we het niet zinvol, om te blijven discussiëren over factoren zoals indexatie, de hoogte van het Gemeentefonds, demografische veranderingen. We hebben daar geen invloed op. Waar we wel invloed op hebben, zijn het volume van de zorg en de zwaarte van

2/40

de zorg. Daarom moeten we af van de vele verwijzingen naar zware specialistische zorg en we moeten af van stapeling van de zorg. Er moet stevig onderhandeld worden met de GRJR om zware zorg sneller af te schalen naar lichtere vormen, waarbij de Jeugdbescherming ontzien moet worden. De taakstelling heeft positief effecten, zei ik al, maar de beoogde besparing is nog niet gerealiseerd. De ChristenUnie pleit voor aanpassingen in de Verordening Sociaal Domein, zodat een eigen bijdrage voor lichte vormen van, zoals een eigen bijdrage voor lichte vormen van hulp en het vaststellen van een goed genoeg-norm. Tot slot, de maatregelen van 1 februari waren eenmalig. Alleen de inzet van jeugdconsulenten wil de ChristenUnie structureel doorzetten. Een vraag aan de wethouder is dan, hoe borgt het college dit beleid structureel? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik het woord geven? Ik zie de heer Alsemgeest. De heer Alsemgeest: Ja, voorzitter. De voorzitter: Er gaat even iets mis, want ik zie dat er het een en ander niet ... De heer Alsemgeest: Doet hij het? Doet hij het nu wel? Volgens mij, moet hij het nu doen. De voorzitter: Nu moet hij het doen. De heer Alsemgeest: Kijk, ja, ja, ja. Voorzitter, het komt niet vaak voor, dat er een bespreekpunt in de commissie aan de orde komt, wat door bijna alle fracties is aangedragen.

Het zegt iets over de noodzaak van het bespreken. Dit voorjaar hebben we een maatregelenpakket vastgesteld voor de jeugdzorg en incidenteel een bedrag van zevenhonderdvijftigduizend euro hieraan toegekend. Wat tot doel had, een structurele besparing, tot structurele besparing te komen. Na een beeldvorming van 13 maart en een vervolgbijeenkomst van 17 april werd de conferentie in het kader van een breed maatschappelijke discussie over de Jeugdhulp, van 3 juli verzet naar september. Wat onze fractie betreft, vinden we dit heel jammer. Want mogelijk hadden we die discussie, die nu volgende week plaatsvindt, vanavond in de discussie kunnen gebruiken. Door middel van raadsbrieven worden we op de hoogte gehouden van de voortgang van de maatregelenpakket en ons inziens, zien we ook wel voortgang. Het zijn hele kleine stapjes vooruit, maar ze zijn er. Ook levert het hier en daar al een besparing op. Of we de doelstelling gaan halen, ligt misschien niet in de lijn der verwachting. Maar de periode waarin we nu bezig zijn, is misschien wel te kort om hierover conclusies te trekken. We zijn iets meer dan een half jaar onderweg. Toch zijn er al positieve dingen te benoemen. In die tijd hebben we een groot deel van de wachtlijst weten te verkorten, wat onzes inziens positief is.

Als je als jeugdige met een probleem komt, wordt het tijdens het wachten op de wachtlijst niet kleiner en heb je mogelijk door de langdurig staan op die wachtlijst, meer of zwaardere hulp nodig. De aanstelling van een extra senior casusregisseur, waardoor we beter kunnen sturen op de hulp die een jeugdige en ofwel het hele gezin nodig hebben. En we zien een verschuiving van duurdere regionale hulp naar goedkopere lokale hulp. Ik zal zo dadelijk antwoord geven op de bespreekpunten, gestelde vragen. Maar wil dit stukje graag afsluiten met de woorden die ik simpelweg gelezen heb in de laatste raadsbrief en die wat onze fractie betreft, de spijker op de kop slaat. De taakstelling van 2024 is de eerste stap op weg. Dat is wat ons betreft, wel een beetje de manier om daarnaar te kijken. We moeten elkaar, met elkaar niet verwachten, dat we de laatste jaren, dat wat er de laatste jaren in de jeugdzorg is scheefgegroeid, we die in een tijdsbestek van een jaar kunnen draaien. We moeten heel kritisch blijven kijken naar de zorg, die we leveren en wat het kost. Antwoord op de eerste vraag … De voorzitter: Mijnheer Alsemgeest, er is een interruptie van de heer Lieverse.

3/40

De heer Lieverse: Ter verduidelijking kan het misschien helpen, mijnheer Alsemgeest, als u ook aangeeft of die eerste stap in de goede richting, of het voor u ook betekent dat die taakstelling of het maatregelenpakket wat daarvoor uit de klei getrokken is, of het ook door moet gaan. De heer Alsemgeest: Ja, dat is goed, daar wil ik antwoord op geven. Daar kom ik, bij de vraagstelling kom ik daarop terug. Het antwoord op de eerste vraag. Als ik dat niet doe, mag u nog een keer interrumperen. Het antwoord op de eerste vraag, heb ik denk al gegeven. We beoordelen die resultaten tot dusver positief. Op de tweede vraag zouden we willen zeggen, ga vooral met andere gemeentes in gesprek, ook buiten onze regio. Iedere gemeente heeft andere inzichten en door met elkaar in gesprek te gaan, kun je heel veel van elkaar leren. En dit kost niks meer, dan een beetje tijd. Op de vraag drie zou ik vanuit onze fractie mee willen geven, dat als het nodig is, we ook voor komend begrotingsjaar wederom een incidenteel bedrag zouden willen toekennen om in de, om de ingeslagen weg voort te zetten. Verkorten van de wachtlijst, passende hulp aan te bieden waar mogelijk, en besparingen te betalen. Heeft dat beantwoord, wat u wilde vragen, mijnheer Lieverse? Wilt u de vraag nog een keer stellen dan? De heer Lieverse: Nee, ik wil de vraag niet herhalen.

Maar wat u het noemt, u praat opnieuw over incidenteel en volgend jaar misschien weer incidenteel. Is dat mogelijk? De heer Alsemgeest: Ik denk, dat dat mogelijk is, ja. Ik denk, één keer per jaar is, zou dat incidenteel kunnen zijn en dat kunnen we misschien twee tot drie keer doen. Dat lijkt mij niet structureel. De voorzitter: Ja. Even kijken, wie kan ik verder het woord geven? Wie meldt zich? Mevrouw Biharie, ga uw gang. Mevrouw Biharie: Dank u, voorzitter. De PvdA-fractie vindt het belangrijk, dat onze jongeren in ons Lansingerland samen met hun ouders en verzorgers de juiste hulp, begeleiding krijgen, waar het nodig is voor het welzijn van onze jongeren. Ik wil namens mijn fractie de waardering uitspreken, voor welke stappen al gezet zijn vanuit het college. Alleen, een kanttekening. We zijn zoals eerder ook hier vorig, benoemd is, we zijn pas begonnen. Maar het is een begin. En wat in 2015 vanuit de Rijk naar de gemeente is gekomen, kunnen we niet in snel tempo terugdraaien, of weer in een andere pas gaan lopen. We zijn ook samen gaan werken met de regio. Terwijl, we vanuit de Rijk de opdracht hadden, dichterbij onze inwoners, in dit geval onze jongeren, onze kinderen. Het is goed, dat je samenwerking in de regio opzoekt. Maar belangrijk is om gezien de ontwikkelingen, de kosten en de wachtlijsten, om lokaal te gaan. Kijken naar, welke aanbieders we kunnen inzetten.

En daar hebben we ook stappen in gezet. Wat ons fractie betreft vinden we, dat we daar meer grotere stappen in moeten zetten. Daarnaast wil ik vanavond in deze hele discussie meegeven, dat vanuit onze fractie belangrijk is. Tuurlijk, we hebben geld nodig om te betalen, maar het gaat om onze kinderen. En hier begonnen we al over, onze begroting. Ik vind het belangrijk. Het zal je maar kind zijn. Je zal maar de oma en de opa zijn of de ouders. Onze kinderen zijn onze toekomst. Een gezond Lansingerland betekent gezonde kinderen in een goede welzijn. Laten we, een oproep aan u. We kunnen over de vragen discussiëren. We kijken, we kunnen in oplossingen denken, dat is goed. En niet alleen praten, maar ik wil ieder van u een oproep vanavond doen. Laten we de verantwoordelijkheid nemen. Niet alleen denken in geld, maar vooral in het welzijn van onze jongeren. Want dat is een investering en daar gaan we op den duur besparen. Dit heeft tijd nodig. Wij hebben, wij moet, is goed om ons tijd te geven, om de verandering in gang te zetten. Onze jongeren die hulp nodig hebben, die hebben die tijd niet. Dus laten we daarin scherpe, goede, menselijke afspraken maken en kijken naar, wat we met elkaar kunnen betekenen. En laten we vanavond hopelijk, ik praat ook namens mijn fractie PvdA, maar de politieke kleur voor onze kinderen niet een hoofdrol zijn, maar hun belang.

Ik wil het gewoon in algemeen hierbij laten in eerste termijn, voorzitter. Want de heer Lieverse en ook de heer Alsemgeest heeft grotendeels al op andere

4/40

punten, meegegeven. In tweede termijn zal ik verder op terugkomen. Ik had wel als het mag, het is een bespreekpunt met elkaar. Ik had wel een vraag aan de wethouder, als het al mag. Misschien heb ik met, in mijn informatie wat ik tot nu toe heb opgenomen, gemist en dan hoor ik dat graag. Want er gaat heel veel over 2023, 2024, welke kinderen, percentages in zorg, wat voor soort zorg. Maar het heeft verschillende factoren, dat maakt dat het een duur is, steeds meer kost het juist, hulp. En dat we, meer complexer zorg nodig zijn. Mijn vraag concreet aan de wethouder is, hoeveel jongeren tot negentien jaar is in 2023 woonachtig in Lansingerland? En op dit moment in 2024, hoeveel jongeren wonen nu tot negentien jaar in Lansingerland? Want als daar een ja, een duidelijke toename is, betekent ook, dat je gebruik maakt van de voorzieningen. Dus die vraag hoor ik graag straks van de wethouder. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Biharie, er is een interruptie van de heer Lieverse. De heer Lieverse: Ja, de interruptie gaat over, dat ik het wel wat makkelijk vindt om te zeggen, we praten niet over geld, we praten over onze kinderen. Natuurlijk praten we over onze kinderen. Terecht zei de heer Alsemgeest ook in zijn beginwoorden, daarom waren we het er zo over eens, om dit hier als bespreekpunt opnieuw op de agenda te zetten.

Maar als we het belang onderschrijven, gaan we toch niet onze kop in het zand steken en zeggen, dat geld er niet toe doet. We moeten het geld toch gewoon goed besteden. Zoals we het aan woningen moeten besteden, aan veiligheid moeten besteden, ook aan onze kinderen. We moeten daar toch wel degelijk over nadenken? De voorzitter: Ho, ho, ho, mevrouw Biharie. Mevrouw Biharie: Excuus, voorzitter. Dank u wel. Mijnheer Lieverse, heb ik me waarschijnlijk niet goed uitgedrukt. Wat ons betreft hangen we er niet een prijskaartje aan, aan het welzijn van onze kinderen. Dus daar staan wij open voor, in wat er straks bij de begrotingen komt. De voorzitter: Even kijken, wie volgt? Even kijken, wie volgt? Mevrouw Draak. Mevrouw Draak: Ja, dank u wel, voorzitter. Ondanks het feit, dat wij geen indiener waren van dit bespreekstuk en ik van tevoren ook een beetje sceptisch was. Ik dacht, ja, gaan we het er nu weer over hebben, is er nu echt veel duidelijk, heb ik gelukkig vanuit de commissie wel al het een en ander aan interessante gedachtewisseling gehoord. Vanuit de VVD-fractie ja, zou ik eigenlijk willen zeggen, wat best wel aansluit op de inleiding van de heer Lieverse, er bestaan nu eenmaal geen makkelijke oplossingen voor ingewikkelde problemen. En daar heb je hier gewoon mee te maken. Als ik dan kijk naar de drie opvolgende raadsinformatiebrieven.

Wat ik eigenlijk heel mooi vind, dat we met een tussentijd van twee maanden iedere keer een update krijgen. Waarin we dus ook best wel zien, dat de stappen die we zetten voorzichtig effect lijken te hebben. Denk ik tegelijkertijd, als ik naar die brieven kijk … Kijk, als je ze iedere twee maanden leest, dan denk je, er is best wel veel opgeschoten. Heel toevallig heb ik ze vlak voor deze vergadering nog even snel allemaal achter elkaar gelezen. En dan zit er toch wel heel veel overlap in. Dus de vraag die ik aan de wethouder, maar eigenlijk ook aan de commissie heb is, laten wij eerlijk naar onszelf zijn. Is het nu nodig om iedere twee maanden te rapporteren over dit onderwerp, op de manier zoals in die brieven staat? Of, zou die frequentie misschien naar beneden kunnen? Ik denk daarbij op zijn VVD’s heel pragmatisch. Wellicht zouden we de tijd die aan het schrijven van een brief besteed wordt, ook kunnen besteden aan de inhoudelijke problematiek van de jeugdzorg. Ik weet niet, of het zo simpel is. Maar ja, ik zou denken als we iets minder vaak hier met elkaar over praten, dan is die voortgang er nog steeds. Want ik denk dat je wel kunt zien dat we allemaal begrijpen, dat we maatregelen moeten nemen om de toename van de jeugdhulp af te laten nemen. Wij zijn vanuit de VVD groot voorstander van lokaal aanbod. Dat is eigenlijk al in de vorige raadsperiode ingezet.

Ik zie, dat daar resultaten op geboekt worden en dat vinden wij positief. En als ik even naar de vragen kijk, die worden

5/40

gesteld. De eerste heb ik beantwoord. Welke stappen achten wij wenselijk, om dit kalenderjaar nog op te nemen? Ja, ik denk, dat de stappen die we gezet hebben, dat we daar eens een tijdje mee door moeten gaan. Om te kijken wat het effect daar is en eigenlijk heel concreet op de cijfers bij te sturen. Want als je iedere keer iets nieuws bedenkt. Ja, volgens mij werkt dat niet. Volgens mij, hebben we hier te maken met een problematiek, die we niet zomaar door aan knopjes te draaien kunnen beïnvloeden, omdat er heel veel factoren zijn en omdat het een wettelijke taak is. En ondanks het feit, dat het heel veel geld kost en de VVD graag van een gezonde begroting houdt, kun je op een wettelijke taak niet zomaar zeggen, we doen het niet. Ik hoorde één van de commissieleden zeggen, ja, we gaan gewoon minder specialistische hulp toekennen. Volgens mij kan dat helemaal niet. We moeten doen wat nodig is. En vooral, heel veel blijven inzetten op preventie. Zodat we de jongeren op de scholen al snel in de smiezen hebben als er problemen zijn en we het kunnen aanpakken vóór het een probleem is. De voorzitter: Mevrouw Draak, interruptie van de heer Lieverse. De heer Lieverse: Ja. Mevrouw Draak is helder over de antwoorden, over die drie vragen.

Maar bij die eerste vraag, ben ik benieuwd of mevrouw Draak is opgevallen, dat u, wat zij een voorzichtige gunstige trend noemt, dat er wel sprake is van achterstallige betalingen, die nog moeten gaan gebeuren. En we weten, dat het met name bekend is van een organisatie als Parnassia, dat die soms heel erg laat is met de rekeningen in te dienen. Ofwel, dan zal het er wat minder gunstig uitzien, dan het nu papier lijkt. Mevrouw Draak: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik was daar niet van op de hoogte. Ik geloof de heer Lieverse op zijn woord, want ik weet dat hij de zaken altijd goed uitzoekt. Ja, ik zie dat stuk niet als onderdeel van het vraagstuk jeugdzorg. Volgens mij is dat onderdeel van een financiën vraagstuk en van financiële processen. Ik heb dit bespreekstuk geïnterpreteerd als, wat moeten we aan maatregelen nemen om de jeugdzorgkosten terug te dringen? Heb ik gericht op de jeugdhulp. Maar ja, als er in het factureringsproces of betalingsproces dingen moet verbeteren, dan moet daar natuurlijk ook aan gewerkt worden. Volgens mij, heb ik dan voor de eerste termijn het een en ander meegegeven vanuit de VVD-fractie. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Even kijken, wie kan ik het woord geven? De heer Oosterlaan, mijnheer Oosterlaan. De heer Oosterlaan: Dank je wel, voorzitter. Voorzitter, dit onderwerp is en blijft een ingewikkeld en heel complex gebeuren.

Een lastig financieel beheersbare Gemeenschappelijke Regeling, waar kwaliteit, goede jeugdzorg wordt afgenomen. Echter, de kostenbeheersing overschrijden, overschrijdingen lopen de pan uit. Meerdere gemeenten hebben met dit probleem te maken en dit brengt de lokale bestuurders tot grote zorgen, evenals de raadsleden uiteraard. Ook hier bij ons in Lansingerland. Deze week schenkt het Algemeen Dagblad veel aandacht aan het onderwerp. Een week lang staan er elke dag artikelen in de krant over situaties, die heel nijpend en ja, pijnlijk zijn. Geldstromen en de lokale zorgen, die dit allemaal met zich meebrengt. En die zorgen zijn ook hier in Lansingerland heel groot. Door eerdere gesprekken met elkaar zijn er al enkele maatregelen of taakstellingen doorgevoerd. Onder andere, extra consulent bij de huisarts, waardoor het lokaal aanbod beter kan worden gevonden. Een vraag aan de wethouder is, zijn er al resultaten te melden over de in gang gezette maatregelen? Het CDA erkent, dat goede oplossingen aanleveren niet gemakkelijk is. Jeugdhulp is zeer abstract, waarop sturing heel lastig is. Terugkoppeling naar de raad wordt gedaan via de raadsinformatie brieven.

En het CDA vindt het wel jammer, dat er geen duidelijkheid wordt gegeven in die brieven op het feit, dat er referentiegemeentes zijn zoals Schiedam, Pijnacker en zo zijn er nog een paar te noemen, ook hun overschrijdingen hebben, maar toch minder kosten hebben. In de raadsinformatiebrief komt men hier nauwelijks op terug. Behoudens dan, dat de gemeente dit beaamt. In het woordvoerdersoverleg kwam wat meer uiting en uitleg over deze bevindingen en

6/40

er verhelderde enigszins het een en ander. Ik moet opmerken, dat als betrokken wethouder van Lansingerland moet toch niet, dan moet het toch niet mogelijk zijn, toch niet moeilijk zijn om even te contacten met de collega's van de gemeentes aldaar, waar het een andere financiële uiting hebben? De gemeenten waar minder een zwaar beroep gedaan wordt op de gemeentebegroting. Dat zou voor ons ook heel belangrijk zijn. Waarop zou men ook op in kunnen zetten? Je wilt lokaal ingekochte jeugdhulp voldoende maken. Want specialistische jeugdhulp loopt via de Gemeenschappelijke Regeling en is erg duur. Suggestie mijnerzijds, meer mogelijkheden benutten om de begeleiding te bieden in het normale leven. Zou het mogelijk zijn om met bijvoorbeeld sportverenigingen te praten over mogelijkheden, om in groepsverband sommige situaties op te lossen? Dit in het kader van samen doen. Lokaal iets doen is prettiger voor de cliënt. Of misschien, wat minder inzetten op de cliënt en wat meer op de ouders. Er zijn praktijkvoorbeelden. Conclusie is, dat er behoefte is aan meer keuzes en wat zijn dan die consequenties? Misschien is het dan gemakkelijk om afwegingen te maken. Welke stappen, voorzitter, welke stappen zouden we nog dit kalenderjaar kunnen nemen? Volgens de commissie die dat ook zou willen weten, om nog meer doelstellingen dichterbij te brengen, die er afgelopen februari werd gekozen.

Tot zover even, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: Dank u wel, voorzitter. GroenLinks beoordeelt de resultaten van de taakstelling jeugdhulp, als gemengd. Enerzijds, zijn er positieve ontwikkelingen, zoals de verschuiving van regionale naar lokale zorg. Wat kosten bespaart en aansluit bij kleinschalige op maat gemaakte zorg. De brede maatschappelijke discussie met partners, zoals scholen, huisartsen, wijkteams en verenigingen wordt gesteund, aangezien zij een sleutelrol spelen in vroegsignalering en preventie. Verder steunt GroenLinks de herziening van de jeugdverordening. Want dit biedt kansen om als raad striktere eisen te stellen, zoals zorginkoopafspraken. Waarbij hulp aan zowel het kind als de ouder wordt geboden, aangezien ouders vaak een belangrijke rol spelen in de problemen van het kind. Toch blijven de kosten per cliënt stijgen, ondanks de afname van het aantal jeugdigen in de jeugdzorg. GroenLinks is benieuwd naar de aanvullende maatregelen van het college tijdens de begrotingsbehandeling en hoopt ook dat de koers blijft, kritisch kijken naar uitgaven, lokale zorg stimuleren. En ja, garanderen dat jongeren die zwaardere hulp nodig hebben, deze ook blijven krijgen.

Om de doelstellingen dichterbij te brengen, vindt GroenLinks het nodig om de preventieve inzet verder te versterken, met name de jeugdcoaches op school, oude initiatieven en wijkteams. Voor de begroting 2025 geeft GroenLinks de wethouder mee, dat beslissingen bij de begroting niet alleen op cijfers gebaseerd mogen zijn. Maar ja, zonder de gevolgen daarvan te overzien. Wat ook de boodschap van PvdA is geweest, in de bijdrage van mevrouw Biharie. Het uiteindelijke doel is om via preventie en sociale samenwerking, de druk op specialistische zorg te verminderen. Maar wel te garanderen dat ja, de jongeren die intensieve hulp nodig hebben, dat ook blijven krijgen. Ja, tot zover. De voorzitter: Dank u. Eens even kijken, de heer Smolders. De heer Smolders: Dank je wel, voorzitter. Er is al veel gezegd over de jeugdzorg door alle fracties. Wij hebben niet mee ingediend. Ik kan ook niet herinneren, dat we gevraagd zijn om het te doen. Dus die boot hadden gemist. Maar we zijn natuurlijk wel voor een goede jeugdzorg. En we weten ook, dat er een zware taakstelling ligt op de jeugdzorg, om die kosten in de perken te houden en ook de overschrijdingen tegen te gaan. Zoals ik al in, vaker heb gezegd, vinden we dat de jongeren die de zorg echt nodig hebben, die ook moeten blijven krijgen. Dat is door alle fracties wel gedeeld, als ik dat zo hoor.

En denk ik ook wel, dat er stappen zijn gezet in de taakstelling door het aannemen van jeugdconsulenten, door de casusregisseur. Je ziet het minder naar regionaal, meer dan lokaal, wat andere fracties ook hebben gezegd. Dus vooral ook inzetten op preventie, hoor ik een paar keer terugkomen. Daar is D66 ook voor. Wat we eigenlijk nog niet in een stuk zien, maar het kan zijn, dat het wel in verborgen zit, is ook de inzet van de

7/40

jeugdgezondheidszorg. Bijvoorbeeld in de, met de consultatiebureaus waar heel veel ouders komen. Daar kun je natuurlijk ook aantal voedingsadviezen meegeven en ook signalering doen. Dus ik ben wel benieuwd, of dat de wethouder hier misschien iets over kan zeggen, over de inzet van de jeugdgezondheidszorg. Eens even kijken, of we dan alles hebben gehad, wat … Denk het. Ja, voor nu wel. Dank u wel. De voorzitter: Ik ga over naar de heer Diepeveen. De heer Diepeveen-Van de Merwe: Ja, dank u. Ja, eigenlijk heeft iedereen alles al gezegd wat hij, wat wij als Leefbaar ook wilden zeggen. Het zou heel makkelijk zijn. Echter, kunnen wij ook zeggen, dat we zien dat we op de goede weg zijn. Grote veranderingen doe je niet in een paar maanden, dat heb ik ook eerder gehoord. Wij vragen ons wel af, waar blijven de grote veranderingen? En misschien, dat we die bij de komende begrotingsbehandeling in de gereedschapskist gaan zien. Ja, één vraag was ook van, wat acht de commissie nog wenselijk? Ja, op lokaal blijven inzetten, van regionaal naar lokaal. En verder zoals ik zei, is alles al gezegd. Kort. De voorzitter: Dank u. Eens even kijken. Volgens mij, heb ik dan iedereen gehad. Ja, dan laat ik nu overgaan tot de wethouder. Ik heb de nodige vragen gehoord, ook in uw richting. Bijvoorbeeld ja, mevrouw Biharie, ik zag wel een technische vraag langskomen.

Dus ik hoop, dat de wethouder die gaat beantwoorden over de jongeren met een leeftijdsgrens en dergelijke. Mevrouw Draak had het over, ja, moeten we zo twee maandelijks het een en ander nog laten rapporteren? Even kijken. Er was ook een vraag naar de differentiegemeentes. En, is het ook mogelijk, dat wij keuzes mogen doen straks? En, wat zijn de aanvullende maatregelen, onder andere? En er was ook een vraag over de inzet van de jeugdgezondheidszorg. En met slot, waar blijven de grote veranderingen? Misschien kunt u daar een antwoord op geven. Beantwoording college De heer Hoek: We gaan een poging doen, voorzitter. Ja, complexe materie, dat is hier vaker gezegd. Daar sluit ik me volledig bij aan. Het is weerbarstig, we schaken op drie borden tegelijk. Het lokale bord, waarin we inderdaad de wachtlijsten hebben teruggebracht, de casusregisseur hebben geïntroduceerd, we nu bezig zijn om sterke lokale teams te organiseren en onszelf vier deelopdrachten hebben opgelegd. Daar zijn we heel druk mee bezig. En dat kost veel tijd en energie, naast het normale werk. Maar het eerste resultaat is er al wel, daar kom ik straks op terug. Dus het lokale bord, spelen we op. De GRJR heeft vijftig verbeterpunten opgesteld, waar we in GRJR-verband mee aan de slag zijn. Dus daar wordt ook hard gewerkt om een vinger achter de oplopende kosten te krijgen.

En landelijk, is er een hervormingsagenda die ja, die heel veel zeg maar tools aanbiedt, om uiteindelijk ook in control te komen met betrekking tot de oplopende kosten. De heer Lieverse heeft in zijn inleiding al een hele hoop zaken genoemd die, waar we al mee aan de slag zijn. En die langzaam maar zeker, wel zorgen voor een trendbreuk. We zien nu dat de aanvragen richting specialistische ambulante zorg, dat die sterk afnemen, ook in financiële zin. En tegelijkertijd zien we ook, dat het lokale aanbod ook enorm toeneemt of enorm? Toeneemt. En we zien dat die twee elkaar een beetje opheffen. Op zich is dat een goede trend. Want onze taakstelling, die hield in dat wij met name die doorverwijzing naar die specialistische ambulante intensieve zorg, dat we die moesten ja, zien te veranderen. Dat is gelukt. Het lokale palet wat we nu aanbieden. Het voordeel daarvan is, dat we daar veel meer zelf de regie op kunnen uitoefenen. Dus daar verwachten we ook het een en ander van. Daarnaast, hebben we aankomende maandag een mooie conferentie georganiseerd, waarin alle stakeholders aanwezig zijn, ook de verenigingen om te kijken, hoe kunnen we met elkaar ervoor zorgen, dat we inderdaad zeg maar en lokaal, maar ook de GRJR veel meer in control komen. Dus er wordt door onze ambtenaren keihard gewerkt, om die verandering in gang te zetten. En het lijkt te lukken.

En wat de heer Alsemgeest ook zei, ja, je verandert dat niet in drie

8/40

maanden. Daar heb je echt langdurig de tijd voor nodig. We blijven in ieder geval hoopvol, dat het ons gaat lukken. Met betrekking tot de vragen. Even kijken hoor, dan moet ik even een bladzijde’tje terug. Ja, de, nee, hierheen, wacht even. Ja, de ChristenUnie vroeg, hoe borgen we het beleid structureel? Er is mij niet helemaal duidelijk, welk beleid bedoeld wordt. Ik dacht, van de Jossers. Omdat dat de laatste zin was, waarover u sprak. Ja, het, de Jossers, daar gaat u zelf over natuurlijk. We geven daar een behoorlijk bedrag aan uit. Ik ben ervan overtuigd, dat dat absoluut zijn meerwaarde heeft. Hoewel, en dat is het lastige in deze materie, je nooit helemaal hard kan maken, hoeveel je daarmee bespaart door in preventieve zin op een goede manier in te zetten. Vanmorgen … De voorzitter: Mijnheer Hoek, er is een interruptie van de heer Lieverse. De heer Lieverse: Ja, omdat mijn vraag blijkbaar niet helemaal voldoende duidelijk was. Even ter verduidelijking vul ik graag aan, als u het goed vindt, wethouder of voorzitter. Dat, mijn vraag was over het gehele beleidsveld. Met name ook, omdat we gaan praten over wel of niet een verlenging van een incidentele donatie, die we gedaan hebben als raad. Waarvan ik ook erg benieuwd ben, of de buurman van de PvdA-woordvoerder zojuist, of die inderdaad het logisch vindt om opnieuw een incidentele donatie te doen.

Of dat wel dat soort termen mag hebben. En omdat we daarover moeten gaan nadenken en over de verordening, daarom heb ik die vraag gesteld. De heer Hoek: Nee, helder. Ja, we hebben één keer incidenteel geld van u gekregen, daar zijn we mee aan de slag gegaan. Zoals het er nu uitziet, proberen we daar ook mee uit te komen. Want dat is ook wel de uitdaging, die we met elkaar hebben. En zoals het er nu, komen we niet met een nieuwe aanvraag voor incidenteel geld. We proberen het met dit bedrag echt te doen. En dat ja, dat bestendigt ook een beetje het beleid waar we bezig zijn, om die ommekeer zeg maar voor elkaar te krijgen. Dan de PvdA. Ja, inderdaad, het is een technische vraag. En ja, dit soort aantallen heb ik niet gewoon in mijn achterzak zitten. Hoeveel jongeren tot negentien jaar vanuit Lansingerland, een beroep doen op de regionale zorg? Ja, dat heb ik niet paraat. Als u daar echt in geïnteresseerd bent, dan kan ik u dat schriftelijk meedelen. En ja, als dat voor u van waarde is, dan gaan we dat regelen. De VVD, die zegt, daar spreekt wel vertrouwen in uit. Dat vind ik prettig. Die zegge, ja, jullie komen heel de tijd met die raadsinformatie brieven, om de twee maanden. En, is dat nou wel nodig? Goed. Ik heb, wij hebben goed onze oren open gehouden, toen dit onderwerp voor de eerste keer aan de orde was.

We hebben ook geconstateerd, dat een ieder in dit huis het heel belangrijk vindt, dat we A, goed onze jongeren bedienen, maar ook dat we een inspanning plegen, om de kosten terug te dringen. Daar hebben we goed naar geluisterd. En we hebben u voorgesteld, dat is een ingewikkelde materie, die nogal ja, fluctueert. We willen u op, we willen u in ieder geval goed op de hoogte houden. Van, waar we mee bezig zijn, wat de effecten zijn, zodat u straks niet voor verrassingen komt te staan. Als u met zijn allen zegt, joh, ja, eens in de vier maanden vind ik ook prima. Ja, dan vindt u mij aan mijn zijde, aan uw zijde. 7 oktober komt de volgende raadsinformatie brief. Ik zou ermee door willen gaan, om u gewoon op een goede manier van informatie te voorzien. En ook te laten zien, waar we mee bezig zijn. En ja, op het moment dat het tegen zit, dat kan ook, dan zijn we daar ook eerlijk in, in die raadsinformatiebrief. Ik wil u absoluut niet verrassen, het college wil u niet verrassen. We willen gewoon transparant met u delen, waar we staan en hoe de route eruitziet. Het CDA. Ja, bent u in referentiegemeenten wezen kijken? Goed idee, dat zijn we inderdaad. We zijn in Schiedam geweest, we zijn in Gouda geweest, we zijn in Pijnacker geweest, we zijn in Woudenberg geweest, we zijn in Krimpen geweest en we zijn in Voorne aan Zee geweest.

Er is heel veel contact met andere gemeenten, omdat we allemaal voor diezelfde uitdaging staan hè. Ik bedoel dit en waarbij het ook zo is, dat niet iedere situatie hetzelfde is. Dat de, best practice in Pijnacker-Nootdorp hoeft niet de best practice in Lansingerland te zijn. Omdat dat te maken heeft met de opbouw van je jeugd, de gemiddelde inkomens. Nou ja, je kan het zo gek niet benoemen, of het is van invloed. Natuurlijk zijn wij altijd op zoek naar, hoe een andere

9/40

gemeente dat doet en of we dat ook uit kunnen rollen in Lansingerland. Uiteraard. We spreken elkaar ook tijdens de GRJR-vergaderingen, waar alle wethouders aanwezig zijn. In de pauze wordt er heel wat gedeeld over, waar zijn jullie nu mee bezig? Zien jullie al veranderingen en kunnen wij daar wellicht iets van leren? Sportverenigingen, die komen ook aan de orde. Dat is een hele goede, want in feite moet onze samenleving zeg maar, ook een deel van het antwoord gaan opleveren. En sportverenigingen spelen daar echt een belangrijke rol in en die zullen ook bij de conferentie en ook in het verdere traject gehoord worden over, hoe of wat. Overigens, ook jongeren zelf. Ja, u heeft het over, heeft u nog meer keuzes? Ja, dat was nu juist de bedoeling van het bespreekstuk vandaag. Als u ideeën hebt, die goed zijn, dan hebben we u uit, of in ieder geval, de heer Lieverse met zijn bespreekstuk nodigt u uit van, joh, heb je goede ideeën? Kom ermee. En ja, ik beluister een beetje of in ieder geval, misschien mag ik dat niet hardop zeggen, maar dat u constateert wat, dat we weinig doen. Maar als ik zie waar we allemaal mee bezig zijn en dat heb ik u zojuist uitgelegd. Met name lokaal, want daar staan we voor aan de lat. Dan denk ik, dat het heel veel tijd en energie vergt, om dit op een goede manier uit te rollen. En ik zie, dat u iets wil vragen.

Voorzitter: Mijnheer Hoek, een interruptie van de heer Oosterlaan. De heer Oosterlaan: Nou, kort, voorzitter. De constatering van u, dat mag u constateren, maar dat is niet de juiste constatering. De heer Hoek: Dat is bijzonder prettig om … Sorry, voorzitter. Voorzitter: Mijnheer Hoek, gaat u verder. De heer Hoek: Dat is bijzonder prettig om te horen, mijnheer Oosterlaan. Dan heb ik het verkeerd geïnterpreteerd. Sorry daarvoor. Ik hou me altijd aanbevolen als iemand in dit huis goede ideeën tegenkomt in het veld. Natuurlijk, daar zijn we altijd naar op zoek, want het gaat tenslotte om onze jongeren. Even kijken hoor. U had het nog over de POH'ers. Ja, die vangen wel een hele hoop af. Ongeveer 67 procent van de dure doorverwijzingen. Dus dat is echt wel substantieel en daar zijn we ook ontzettend blij mee. We proberen ook de huisartsen die nog geen POH’er hebben, die te verleiden. Alleen sommigen zeggen ook: dat wil ik niet. En anderen hebben ook geen ruimte in een praktijk om daarvan gebruik te maken. We denken wel na hoe we de huisartsen die geen POH’er hebben, nog wat verder kunnen ondersteunen middels die casusregisseur wellicht, om te kijken of we wellicht iets meer het vierogenprincipe kunnen toepassen. Dat zijn dingen waar we nu mee bezig zijn, om te kijken of dat ook georganiseerd kan worden. D66 had een vraag over de jeugdgezondheidszorg.

Ik kan hem niet helemaal goed plaatsen. Uiteraard maken we gebruik van de jeugdgezondheidszorg als daar de mogelijkheid toe is. Het CJG, dat zit ook aan tafel bij de conferentie om te kijken: kunnen we goede zaken aankaarten om het te verbeteren? Dus we nemen alles mee wat in ons vermogen ligt, om inderdaad en het goede voor onze jongeren te doen en het betaalbaar te houden. Voorzitter: Mijnheer Hoek, een interruptie van de heer Smolders. De heer Smolders: Dank u wel, voorzitter. Ik bedoel met de jeugdgezondheidszorg bijvoorbeeld consultatiebureaus, waar de kinderen van nul tot vier jaar komen met ouders. Daar komen echt heel veel ouders. Daar kun je aan preventie werken, daar kun je aan signalering werken. Dat is een voorbeeld van een jeugdgezondheidszorg. De heer Hoek: Helder. Die worden meegenomen. We zijn erachter dat juist in de jonge jaren van het groot worden, dat daar de mens voor een groot deel gevormd wordt. Dus hoe jonger we de juiste dingen doen, hoe meer het oplevert als jongeren ook ouder worden. Dus u vindt mij

10/40

helemaal op uw weg als u zegt: die weg moeten we absoluut bewandelen, want het begint vaak heel erg vroeg. Dus wat dat betreft helemaal met u eens. Leefbaar. De grote veranderingen. Nou, ik vind de trendbreuk op zich een grote verandering, omdat … Je zag echt een bijzonder stijgende lijn en we zien niet dat die lijn afvlakt. Dus het is minder, meer. Dus ja, er zit nog groei in, maar het is een stuk minder als geprognotiseerd. Een gevolg daarvan is, dat heb ik al eerder aangegeven, dat je ziet dat er meer een beroep wordt gedaan op het lokale palet. En het prettige daarvan is, niet dat het heel erg stijgt hoor, maar dat we daar veel meer regie kunnen uitoefenen. En daarvan verwachten we, dat we op termijn daar ook een trendbreuk kunnen veroorzaken. Dank u wel. Tweede termijn Voorzitter: Dan gaan we over tot de tweede termijn. Eens even kijken. Wie meldt zich? Mijnheer Lieverse. En ik kijk ook even naar de tijden of u nog voldoende minuten heeft. Gaat uw gang. Dat is gewoon een juiste constatering. De heer Lieverse: Misschien houd ik die ene minuut die u cadeau gaf wel over, voorzitter. Want de beantwoording van de wethouder vond ik keurig en inhoudelijk sterk. Daar kunnen we wat mee met dat soort respons. Op een enkel punt wil ik graag reageren. Er werd gesproken over raadsinformatiebrieven, wel of niet doorgaan. Wat ons betreft heel graag wel.

Overigens vinden we het nog belangrijker om ook werk te maken van de verordening. We zullen het eind van dit jaar weer een verordening voor het komend jaar moeten vaststellen en wij vinden het zeker raadzaam om niet zoals nu in een van de laatste informatiebrieven staat, dat mogelijk toe te werken naar een aanpassing, maar wel degelijk in de verordening daar maatregelen voor te nemen, zoals die eigen bijdrage en dat soort zaken. Ik vind het terecht dat u zegt dat ook in regionaal verband wordt er gelukkig ook gewerkt, zoals de regionale bestuursopdracht kostenbeheersing. Ik zal er straks bij de verbonden partij nog wat over zeggen. Het woord trendbreuk. Dat vind ik wel iets te haastig gezegd. Ik snap dat u dat zou zo zeggen, maar dat moet nog een beetje blijken. Dank u wel zover, voorzitter. Voorzitter: Dank u wel. Even kijken. Wie volgt? Mijnheer Alsemgeest. De heer Alsemgeest: Voorzitter, dank u wel. In grote lijnen eigenlijk helemaal eens met de heer Lieverse. Wij willen ook graag die raadsbrief nog een tijdje aanhouden. Worden graag kort geïnformeerd. En natuurlijk als het plan langer loopt, kan daar wat meer tussentijd in komen. Dat is helemaal niet zo erg. Ook de ideeën over een eigen bijdrage spreekt ons zeer aan, want we willen niet dat de zorg minder wordt. Maar het moet wel betaalbaar blijven en we kunnen niet een blanco cheque afgeven.

In de eerste termijn sprak de heer Lievens ook over strakker afspraken maken over contracten en dergelijke. Vind ik een hele goede, want anders loopt het gewoon uit de hand. Dank u wel. Voorzitter: Even kijken. Wie? Mijnheer Smolders. De heer Smolders: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde de wethouder zeggen dat hij met de 750.000 euro dit jaar uit zou komen en dat er geen vervolg nodig zou zijn. Maar van die 750.000 is er een jeugdconsulent betaald voor ‘…’ 84.000, een senior casusregisseur voor 93.000 en twee jeugdconsulenten voor de wachtlijsten terug te werken. Denkt u dat dat na dit jaar niet meer nodig is? Want ik voorzie … Nee, dit is incidenteel en ik praat graag via de voorzitter. Ik voorzie dat dat nog steeds nodig is, dat het niet na een jaar klaar zijn met deze opgave, dat het echt wel een meerjarenplanning vergt om het voor elkaar te krijgen. Voorzitter: Mevrouw Draak.

11/40

Mevrouw Draak: Dank u wel, voorzitter. De beantwoording van de wethouder noopt mij toch om nog even te reageren op de rapportage. Ik realiseer mij dat wij als commissie hebben gevraagd om regelmatige rapportage. Ik ben ook heel blij dat het gebeurt en ik vind ook dat het goed gebeurt. Alleen mijn enige opmerking in deze was, als je ze allemaal achter elkaar leest, dan zie je in de rapportage, dat twee maanden ertussen best wel weinig is om voortgang te creëren. En ik vind dat wij als commissie schuine streep Raad ook wel echt kritisch moeten blijven naar onszelf wat wij vragen van het college. Dus dat was de achtergrond van mij om dat even te vragen. Ik hoor dat de meeste mensen graag door willen gaan met deze frequentie. Maar als ik naar mezelf kijk, als ik twee keer met mijn ogen knipper, dan is er alweer een kwartaal voorbij. En dat zou voor mij voor 2025 in ieder geval een prima frequentie van rapportages zijn: gewoon een keer in de drie maanden of eventueel een keer in de vier. Dat gezegd hebbende, nog even over de eigen bijdrage die ik nu hoor vallen. Het is wel belangrijk dat we dan in de verordening daar de dingen juist in aanpassen. Want mijn buurman naast mij heeft voor de Wmo regelmatig gepleit voor een eigen bijdrage en een van de redenen dat dat niet kon, is dat onze verordening en vervolgens de beschikkingen daar niet geschikt voor zijn.

Wij zijn helemaal niet tegen eigen bijdrage in dit soort dingen, maar laten we dat dan wel goed regelen en laten we dat dan ook voor onderwerpen zoals de Wmo regelen, als we toch over de verordening sociaal domein gaan hebben en niet alleen voor jeugdzorg. Dat was even mijn bijdrage voor nu. Dank u. Voorzitter: Dank u. Mijnheer Oosterlaan. De heer Oosterlaan: Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan de wethouder voor de uitvoerige beantwoording van de vragen die gesteld zijn vanuit de commissieleden. Ik moet opmerken dat de raadsbrieven, de informatiebrieven die met deze frequentie worden verstuurd, zijn wij het wel degelijk mee eens. Dat willen ook wel graag zo houden. Want als je wil ageren of attent wil reageren, dan moet je op zijn minst tijdig een informatie hebben of gekregen hebben en niet pas na vier maanden. Want dan loop je achter de feiten aan, vind ik. De tevredenheid van ons is ook uitermate groot dat de wethouder met een zo'n breed verband eigenlijk, in contacten met gemeentes spreekt, want eerlijk gezegd, we hadden het idee dat dat minder was. Maar als ik dit zo aanhoor, dan zijn we daar wel tevreden over. Ik heb overigens helemaal geen idee welke resultaten dat oplevert.

U hebt het over de brede contacten, maar ik hoor niet over resultaten en ongetwijfeld hebben alle gemeentes hetzelfde probleem en ongetwijfeld zullen er wel heel veel dingen met elkaar uit te wisselen zijn over een aanpak. En dat zou wel plezierig zijn, als we daar iets van helderheid in krijgen. Even kijken. Verder heb ik geen opmerkingen voorzitter. Dank u wel. Voorzitter: Even kijken. Mevrouw Biharie. Mevrouw Biharie: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch de wethouder bedanken voor de uitgebreide en heldere beantwoordingen van de vragen in de toelichtingen. Want dat nam bij mij een paar vragen, kon ik het wegstrepen. We hebben over de eigen bijdrage in wat we kunnen eventueel kijken bij de jeugdverordening. Daar wil ik wel bij zeggen namens onze fractie en voor onze ouders, dat er wel goed gekeken moet worden, dat de zorg toegankelijk is voor elk kind. Dus ook kijken naar inkomensafhankelijk, want dat we niet de mensen die dat niet kunnen betalen, dat daar de kinderen de dupe van worden. Dat vind ik heel belangrijk. En ook in de jeugdverordening lijkt me ook heel goed om met zijn allen naar te kijken, of er de … Er zijn heel veel ouders die zo betrokken zijn bij het zorg voor hun kind, maar we moeten het samen doen. Dus misschien kunnen we daar op een of andere manier kijken.

We hadden benen-op-tafel-overleg vorige week om te kijken of we daar ruimte vinden, kaders vinden, om de ouders nog meer bij te betrekken. Want als je gaat bijbetalen of eigen bijdragen, dan is het goed ook dat je daar echt ook meedoet. Dus dat wil ik even meegeven. Dan op een vraag van de heer Paul Lieverse over incidentele inzet, structureel. Heb ik even met financieel expert fractielid overlegd. Dat is niet juist. Het is goed om incidenteel te doen. En dan voor drie jaar, zodat we daarna met elkaar

12/40

kunnen kijken welke vruchten werpt dat af? Dus niet structureel. Ik hoop dat dat voor u afdoende is. Dat was het, voorzitter. Dank u wel. Voorzitter: Er is een interruptie nog van de heer Lieverse. De heer Lieverse: Ik hoop dat mevrouw Biharie begrijpt, dat als de ChristenUnie praat over een eigen bijdrage, dat het altijd inkomensafhankelijk is. Want we hebben niet voor niks gezegd, dat één van de stressfactoren die jeugdhulp beïnvloedt, is juist de armoede in gezinnen. Voorzitter: Ik ga verder. Even kijken wie nog meer in de tweede termijn? Mevrouw Gabin. Mevrouw Gabin: De wethouder geeft de indruk de uitdagingen in de jeugdhulp goed te willen bespreken en te begrijpen en dat stelt ons enigszins gerust. Wij willen de periode tussen de raadsinformatiebrieven wel korter hebben. Dus twee maanden. Ik denk dat dat ten goede komt voor de bewustwording. Voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de wethouder Hoek. Ik hoorde nog een paar vragen. Ik vergeet de heer Diepeveen. Nee. Eens even kijken. Mijnheer Hoek, het waren toch nog even een paar vragen, onder andere van de heer Smolders van hoe zit het met de financiën ten aanzien van de inzet van diverse mensen, want dat is toch incidenteel? En ik hoorde de heer Oosterlaan nog even vragen: heeft het nog het een en ander aan resultaten opgeleverd bij die andere gemeentes. Mijnheer Hoek. Beantwoording college De heer Hoek: Dank u wel.

Mijnheer Smolders, ik begrijp nu wat u bedoelt over die mensen die we extra hebben aangenomen. De kosten daarvan die zitten natuurlijk ook in de begroting voor volgend jaar. En we hebben toentertijd gezegd: we gaan extra mensen aannemen om de wachtlijst weg te werken en daarna houden we een flexibele schil over, om ervoor te zorgen, dat op het moment dat de wachtlijst op orde is, dat we niet ineens terugvallen. Dus dan gaan we een beetje wel qua personeel wellicht afbouwen, maar we hebben nog steeds die flexibele schil, om ervoor te zorgen dat de wachtlijst niet meer oploopt. Dus de eerste actie was het terugbrengen: is die op orde, flexibele schil, om ook … En daar zit nog steeds geld voor volgend jaar ook in de begroting. Dat klopt. Maar ik dacht dat er gevraagd werd om extra 750.000. Dat is niet het geval, want volgens mij zit hij al gewoon in de begroting van volgend jaar. Dan de verordening. Die zal uiteraard aangepast moeten worden. We zijn nu met het jeugdbeleid bezig, een herijking van het jeugdbeleid. Daar komen allerlei nieuwe zaken in aan de orde en die zullen dus uiteindelijk middels een verordening vastgesteld moeten worden. Want dan heb je het over de uitvoering, dus het klopt wat de heer Lieverse zegt, dat uiteindelijk de verordening vernieuwd moet worden, nadat we het herijkte jeugdbeleid hebben vastgesteld.

En dan gaan we het in de verordening richten op de uitvoering. Ik ben het eens met de Partij van de Arbeid en dat is wat de heer Lieverse ook al zei. Natuurlijk, als je een eigen bijdrage vraagt, dan moet dat wel naar vermogen zijn, want anders help je mensen wellicht nog meer de vernieling in. En dat is absoluut niet de bedoeling. De helderheid van andere gemeenten waar het CDA over vraagt: ik vind het te ver gaan om in de raadsinformatiebrief allerlei zaken uit andere gemeentes te noemen. Neemt u van mij aan, dat waardevolle zaken die we tegenkomen, die zullen we in ons eigen beleid inzetten. En het staat u vrij om iedere andere gemeente te bellen en te vragen: wat doen jullie nou? Maar het wordt wel erg veel werk als we alle goede zaken uit andere gemeentes in de raadsinformatiebrief moeten zetten. Maar ik beloof u, als er iets goeds bij zit, dan pikken we dat. Voorzitter: Mijnheer Hoek, een interruptie nog van de heer Oosterlaan.

13/40

De heer Oosterlaan: Voorzitter, ik vraag niet om die bevindingen allemaal op te schrijven in de raadsinformatiebrieven. Maar die zouden ook nu al een klein beetje geduld kunnen worden. Maar ik ga ervan uit, dat u wacht tot maandag de zestiende met de conferentie die dan belegd is, dat dan de aanwezige woordvoerders allemaal geïnformeerd worden over uw bevindingen bij andere gemeentes. De heer Hoek: Nou, best practices kan je altijd delen met de aanwezigen. Ik ken het programma niet van A tot Z, maar ik kan me voorstellen, dat goede zaken die in andere gemeenten zijn opgedaan, die zullen we delen. Dus wat dat betreft denk ik dat dat aan de orde komt. Voorzitter: Dank u wel, mijnheer de wethouder. Na dit bespreekpunt waar dus over en weer de nodige punten naar voren zijn gekomen, dan beëindig ik dit punt en het zal zeker een vervolg krijgen. 6.

Stukken ter advisering aan de raad Voorzitter: Dan gaan we over tot het volgende punt. Dat is stukken ter advisering aan de Raad. En dat betreft het investeringsvoorstel bouw- en woonrijp maken Noordpolder voor tijdelijke flexwoningen.

6.a

Investeringsvoorstel bouw- en woonrijp maken Noordpolder voor tijdelijke flexwoningen Voorzitter: Vanavond bespreken we dit voorstel en het is het investeringsvoorstel voor de tijdelijke flexwoningen. En zoals u gelezen heeft, daar zijn dus de nodige miljoenen mee gemoeid. De gemeente ambieert de realisatie van flexwoningen als flexibele schil. Dit in aanvulling op de reguliere woningbouw voor woningzoekenden die met spoed een woning nodig hebben en ter ontlasting van de woningmarkt. Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om langdurige opvang van 300 ontheemde Oekraïners te realiseren. We hebben daar een heleboel stukken bij gezien, bij dit raadsvoorstel en de vraag is: aan wie kan ik het woord geven? Ik begin bij de heer Lieverse. Mijnheer Lieverse. Eerste termijn De heer Lieverse: Voorzitter, het investeringsvoorstel voor flexwoningen Noordpolder verrast ons zeer. We zien een grondeigenaar die een ontsluitingsweg cadeau doet. Dat is wel heel leuk. De opvang van Oekraïners is vrijwel verdwenen uit het plan, dus plots heet het project ook geen LOO2 meer. Het project lijkt een houtje-touwtjevoorstel vol onzekerheden en open eindjes. Voor alle duidelijkheid vooraf: de ChristenUnie is voor de bouw van extra flexwoningen. We betreuren de gekozen locatie, maar dat is inmiddels een gegeven. Toch hebben we nu ernstige zorgen over de uitwerking van het voorstel. Ik noem drie punten.

De bijdrage van het Rijk is nog onduidelijk. We zijn dan ook blij met de technische vragen van het CDA en het juridisch advies van de griffie. Overigens is er ook een complicatie wat betreft de opvang van asielzoekers. De regeling voor de ontheemdenstatus vervalt op 4 maart 2025. Oekraïners vallen daarna onder dezelfde regels als andere asielzoekers en de rijksbijdrage voor hun opvang stopt dan ook. Twee: wat is het standpunt van de provincie over deze plannen? Ook dit blijft een groot vraagteken, of misschien niet eens een vraagteken. Derde punt: 3B Wonen, de corporatie die erbij betrokken is, nemen wij aan, die heeft nog niet aangegeven bereid te zijn om ook zo'n groot bedrag te investeren. Het gaat hier, u zei het al, voorzitter, om een investering van bij elkaar 5 miljoen, terwijl we te maken hebben met grote bezuinigingsdruk voor de komende begroting. Als dit voorstel doorgaat naar de Raad, zullen wij een amendement indienen met drie voorwaarden: de bijdragen van het Rijk moeten zijn toegekend, de provincie moet akkoord zijn met de plannen, 3B Wonen moet een gelijkwaardig bedrag toezeggen. Dank u wel. Voorzitter: Dank u wel. Even kijken. Mijnheer Van den Beukel.

14/40

De heer Van den Beukel: Dank u wel, voorzitter. De heer Lieverse heeft al hele … Voorzitter: Dat heb ik even niet gezien. Was er een interruptie van de heer Azzouzi? Nou, gaat uw gang nog even. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Ik had een interruptie op de heer Lieverse. Want ik snap wat u bedoelt. Maar in het voorstel staat, dat de financiering, die wordt dan via een afschrijvingsreserve geregeld. Dus alleen de rente raakt de begroting. Wat is nou belangrijker? Woningen bouwen voor de mensen die dat nodig hebben, dus spoedzoekers, voor de schrijnende gevallen die op zolder wonen, de starters die schreeuwen om een woning, of is dat die rente die in de exploitatie landt? Voorzitter: Mijnheer Lieverse. De heer Lieverse: Dank u wel voor de vragen, voorzitter. De ChristenUnie is voor de bouw van extra flexwoningen. Dat is het helderste antwoord. Maar het moet dan wel op een voorstel gebaseerd zijn wat solide is en niet houtje-touwtje zijn. Voorzitter: Even kijken. Dan gaan we toch door met de heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: De kwalificaties en de inbreng van de heer Lieverse zijn mij uit het hart gegrepen, voorzitter. Zijn het CDA Lansingerland uit het hart gegrepen. We hebben er andere woorden aan gegeven, maar het komt grotendeels op hetzelfde neer. Wij vinden het geen goed voorstel.

Voorzitter, anderhalf jaar geleden heeft mijn partij de steun uitgesproken voor de opvang van 300 Oekraïners in onze gemeente en die steun staat. We willen dat die flexwoningen er voor enkele jaren worden neergezet op plekken waar toch al gebouwd gaat worden. En nabij kernen. En dus niet in waardevolle groengebieden of in tuinbouwgebied, zoals de Noordpolder. Vandaag is de dag dat uw beste collega's samen met ons de conclusie zou kunnen trekken, dat de Noordpolder geen geschikte locatie is voor de bouw van flexwoningen. En daarom heb ik eigenlijk vier vragen. Ten eerste: ik vraag u, u bent toch ook, net als wij, voor het respecteren van de Omgevingsvisie? Daar staat toch in de verste verte geen bebouwing voor in de Noordpolder? Ten tweede: u heeft toch ook die mooie fietstocht gemaakt op onze groengebieden vorige week? U heeft toch ook geluisterd naar die inwoners, die biologen, die historici, die zeggen: dit groengebied, dit laatste doorzicht van het Lint op de landscheiding, die is heel waardevol. En ten derde. Anekdote: ik stond aflopen zaterdag langs de lijn van het voetbal te praten met een vader van een ander zoontje, die is projectontwikkelaar. Ik vertelde over de Noordpolder. Die zei: dat is lachen. Die truc pasten we ook altijd toe bij mijn vorige werkgever. Inderdaad, je belooft ergens flexwoningen. Na 15 jaar is iedereen het vergeten.

Kun je misschien nog 15 jaar rekken. Dat rekt de marge lekker op en als dat dan niet mag, dan kun je er permanent woningen bouwen. Kortom, BPD, die de grond gratis tussen haakjes ter beschikking stelt, lacht in zijn vuistje. Dat gaan we toch niet belonen, beste collega's. En tot slot, voorzitter. Dit plan is echt buitengewoon duur, kost vele miljoenen en bovendien ligt hier een voorstel – en de heer Lieverse haalde dat ook al aan – dat eigenlijk heel prematuur is. Er wordt geanticipeerd op een bijdrage van het Rijk, die er helemaal niet is. Is het niet ook heel ontijdig? Zouden we niet alleen om die reden dit voorstel nu niet moeten aannemen? Tot slot, voorzitter, heb ik een specifieke vraag aan de burgemeester. Een inwoner die aanwezig was bij de klankbordbijeenkomst voor de zomer, die vertelde dat ze daar haar zorgen uitte over de ontwikkelingen en over de ontsluitingsweg. En ze had haar, meende zij, van de burgemeester gehoord, dat als de gemeente niet zou besluiten tot de aanleg van LOO2, dat dan de provincie het wel zou doen. Dan zou de provincie de regie nemen en met een projectbesluit de bouw van flexwoningen ter hand nemen. Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat dat juist is, dat ze dat goed gehoord heeft, ook al omdat

15/40

de provincie überhaupt nog niet eens toestemming heeft gegeven voor dit project. Maar ik vraag toch de burgemeester om opheldering. Dank u wel. Voorzitter: Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Dank u wel, voorzitter. Het is een interruptie voor het CDA. Ik herhaal dezelfde vragen die ik aan de ChristenUnie heb gesteld. Wat is, wat weegt zwaarder voor het CDA. Het beantwoorden van de vraag van de spoedzoekers en schrijnende gevallen, of de discussie die hij altijd herhaalt over de Noordpolder en provincie. Wat weegt zwaarder? En heeft het CDA alternatiefoplossingen voor de spoedzoekers en de schrijnende gevallen. Voorzitter: Mijnheer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Voorzitter, de heer Azzouzi, die schetst een schijntegenstelling. Juist aan het begin van mijn bijdrage heb ik gezegd, het CDA steunt voorstellen voor de bouw van 150 extra flexwoningen, maar op die plekken waar al nieuwbouw gepland wordt. En u weet, dit college heeft plannen voor bouw van 11.000 woningen, dus me dunkt dat er voldoende van dat soort plekken zijn. En die plekken zijn niet de Noordpolder. Voorzitter: Mijnheer Azzouzi. De heer Azzouzi: Een aanvullende vraag: op welke plekken kunnen wij dan die woningen zetten? Bleizo-West? Voorzitter: Mijnheer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Nou, voorzitter, we kunnen hier de hele Omgevingsvisie gaan uitpluizen. U kent de plekken ook.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=d937c51a-05d9-4bfc-b90c-c59232e51a15