[BV24.0061] Verslag van de commissie Samenleving van 27 juni 2024
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Samenleving BV24.0061
Datum vergadering
: 27 juni 2024
Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Marjolein Gielis, Leon Erwich, Roy Diepeveen – Van de Merwe WIJ Lansingerland : Jan Alsemgeest, Adelkarim Afalah CDA : Nelleke Bouman, Dave Bergwerff, Jan-Willem van den Beukel VVD : Marloes Draak, Eric Kampinga D66 : Ronald van der Stad, Sander Smolders CU : Paul Lieverse, Annette Molenaar-Van der Beek GroenLinks : Marko Ruijtenberg, Manon van Splunter PvdA : Hamid Azzouzi, Valmir Xhemaili VOOR Lansingerland : P. van Olst Burgemeester Wethouders
: : Michiel Muis, Titia Cnossen
Voorzitter Commissiegriffier
: Jan Jumelet : Rianne Kokke
Afwezig Leefbaar 3B WIJ Lansingerland CDA VVD D66 CU GroenLinks PvdA VOOR Lansingerland
: : : Arnold Oosterlaan : Boris Wezenberg : : : Selgei Gabin : Sonnie Biharie :
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Goedenavond, het is acht uur. Dan gaan we starten met de commissie Samenleving. Welkom mensen op de tribune, mensen aan de webcast, maar ook de commissieleden en de wethouders en de ambtelijke ondersteuning. Vanavond een volle agenda. We gaan proberen om elf uur een punt te zetten. En dat ligt niet alleen aan mij, maar dat ligt met name aan u. Als u daarin mee wil werken, dan kunnen we ook op tijd weer huiswaarts. We hebben in ieder geval een afmelding van de heer Oosterlaan en de heer Van den Beukel vervangt hem. Welkom in de commissie Samenleving. U bent normaal gesproken gewend dat de heer Machielse hier zit, maar die is verhinderd. Ik mag de honneurs waarnemen. Daarmee hebben wij de opening gehad. 2. Inspreker(s) De voorzitter: En gaan wij door naar punt 2, de insprekers. Er zijn geen insprekers vanavond. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering De voorzitter: Dan komen wij automatisch bij punt 3. Het verslag van de vorige vergadering. Bij de griffie zijn geen opmerkingen binnengekomen. Wat dat betreft kan het verslag ongewijzigd vastgesteld worden. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Dan gaan wij naar punt 4 van de agenda. De vaststelling van de agenda en inventarisatie van de rondvragen. Er zijn bij de griffie twee rondvragen aangemeld, door mevrouw Bouman van het CDA
1/33
en de heer Erwich van Leefbaar 3B. En die hebben allebei betrekking op ‘t Ezelsbruggetje. En die zullen straks bij agendapunt 10 aan de orde komen. Dan klopt dat ook. En dan gaan wij... De heer Kampinga: Ik ben sneller dan het licht. Sorry hoor. De voorzitter: Sorry? De heer Kampinga: Ik wilde zo meteen het spits op de spits afbijten. De voorzitter: Ik ben de commissie Samenleving niet gewend, maar als dat zo hier de mores is, dan doen we dat zo. 5. Bespreekpunten De voorzitter: We gaan door punt 5. De bespreekpunten. Er zijn twee bespreekpunten. En die hebben toevallig dezelfde oplegbrief, maar het zijn twee verschillende zaken. 5.a De Lansingerlandse Standaard 2024 De voorzitter: We beginnen maar bij het begin, bij 5A. En dat is de Lansingerlandse Standaard 2024. Bespreekpunt geagendeerd door het college. En het gaat over de doorontwikkelde Lansingerlandse Standaard ‘24 als fundament voor de plannen die er onder de Samenlevingsvisie komt te liggen. En die ook uitvoering geeft daaraan. En de vraag die het college vanavond stelt aan als commissie, en ik lees hem wel even voor, vindt u dat de uitwerking van het sturingskwadrant en het voorzieningenniveau in de Lansingerlandse Standaard ‘24 voldoende kaders biedt voor de uitwerking van het beleid en de uitvoering daarvan? U kunt daar uw inbreng op gaan brengen.
En de bedoeling is dat het college de overwegingen van de commissie gaat verwerken en de Standaard uiteindelijk ook gaat vaststellen. De raad ontvangt vervolgens de definitieve versie en daarbij de uitleg over de verwerking van de door u vanavond meegegeven overwegingen. Wij gaan voor de eerste termijn. En de heer Kampinga heeft zich al gemeld. De heer Kampinga, aan u het woord. Eerste termijn De heer Kampinga: Dank u, voorzitter. Met deze inleiding zou ik bijna zeggen hamerstuk, maar dat doe ik niet. Ik vind eigenlijk dat beide onderwerpen, 5A en 5B, heel nauw samenhangen. En daarom geven ik er dan ook voor samen, voor hun beiden, één reactie op. Een nieuw geluid. Bewust kiezen voor onze rol. We willen vooraf zo goed mogelijk bepalen op welke doelen we sturen. Verheugd te lezen dat hoe meer, hoe beter niet langer geldt. Realisme. Immers effectiviteit ofwel doelgerichtheid en efficiëntie ofwel doelmatigheid zorgen veel beter voor een optimale allocatie van schaarse alternatieve aanwendbare middelen. Niet meer, doe maar wat. Er wordt, dat klinkt te negatief, maar het kan niet op. Er wordt gewerkt aan een maatregelenpakket voor de begroting 2025. De uitgangspunten bieden nu nog te weinig houvast voor concrete maatregelen en financiële effecten. In aanloop naar de begroting 2025 maken we de eerste financiële duiding op basis van de uitgangspunten.
Vraag 1 van ons als VVD, zijn voor de begroting 2025 financiële effecten te verwachten? Vraag 2, zijn er ook kostenbesparingen te verwachten in de ambtelijke begeleiding? Ook hier geldt weer dat op te stellen beleid hangt aan de Samenlevingsvisie. Een heel mooi stuk, 23 pagina's. Vraag 3 is dan ook, zou het niet verstandig zijn om op een A4’tje de relevante... Er wordt altijd verwezen naar die visie, terecht. Maar om dat even aannemelijk te maken hoe dat dan werkt, dat zou ik heel erg op prijs stellen. Dank u wel. En dan het volgende punt over Kansrijk opgroeien. Dat hangt gewoon direct met elkaar samen, volgens mij. Door budgettaire uitdagingen, ook bij beleidsveld jeugd, is het van belang scherpe keuzes te maken. Onze inspanningen zijn erop gericht om realistisch beleid voor te leggen dat haalbaar is, maar ook optimaal gebruik maakt van beschikbare middelen. Hoera. Dit benadrukt de noodzaak om keuzes te maken door middel van de uitgangspunten in deze Uitgangspuntennotitie. Dan komt het eigenlijk. De hulpvragen van jeugdigen en ouders gaan we, meer dan nu het geval is, in de sociale basis aanpakken met lichtere/goedkopere vormen van hulp. In de 5 uitgangspunten van Kansrijk opgroeien kan de VVD zich goed vinden. Ik noem slechts het vijfde uitgangspunt, want die anderen kent u uit het hoofd ongetwijfeld.
Punt 5 luidt, jeugdigen krijgen jeugdhulp wanneer ze dit echt nodig hebben. De focus gelegd op sociale basis en samenleving. Prima. Zodat inwoners minder een beroep op hulp en ondersteuning hoeven te doen. De vraag blijft wel, wat is echt nodig hebben? Vraag 4. Al met al een goede opmaat naar het beleidsplan voor Kansrijk opgroeien. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, heer Kampinga. Ik kan me voorstellen dat de vragen met betrekking tot Kansrijk opgroeien, dat de wethouder die wellicht koppelt aan het volgende agendapunt. Maar dat is aan
2/33
haar even of zij dat doet of dat zij het in deze termijn ook gelijk meeneemt. Maar dat gaan we straks wel merken. De heer Smolders van de D66. De heer Smolders: Dank u wel, voorzitter. Ik zeg het niet vaak, maar voor een deel kan ik me eigenlijk prima vinden in de spreektekst die de heer Kampinga net heeft uitgesproken. En voor een deel zoek ik ook nog naar een sociale component. Want ik had ongeveer dezelfde vragen over, wat gaat het kosten? Levert het echt op wat we daarvan verwachten? Dat is eigenlijk het tweede deel. Ik wil eerst antwoord geven op de vraag, vindt u de uitwerking voldoende van de Lansingerlandse standaard? Ja, daar kun je ook niet op tegen zijn. Ziet er gewoon goed uit dat stuk. Maar ik heb wel wat moeite wat het echt toevoegt. Ik vind het heel moeilijk te duiden voor mij als duo-raadslid wat ik met dat stuk zou kunnen doen. Het lijkt me meer een stuk, sorry, dat ik het zeg, dat echt wel de ambtelijke organisatie gaat helpen om beleid te maken. Maar wat wij als commissie hiermee kunnen, dat vraag ik me af. Ik hoop van anderen te horen of ze daar misschien wel een goed antwoord op hebben. Dat heb ik gezegd. Wij zijn er niet op tegen. We zijn ook voor een standaard, maar het moet wel echt iets toevoegen aan wat er al is. Want samenleving heeft al een kompas en een afwegingskader, begrijp ik.
We hebben ook regelmatig beeldvormende avonden gehad en een technische briefing over de Jeugdwet en -hulp, -zorg, wat allemaal daarbij komt kijken. Wat voegt dit eigenlijk toe? Wat ik wel goed vind, is dat de basis is verbreed van de standaard. Er stond eerst preventief in die omgekeerde piramide. En nu staat een sociale basis. En die sociale basis dat is dat wij dat met elkaar moeten doen. De samenleving, daar beginnen we mee en daarna de sociale basis. En dan komen we bij het stuk over de individuele hulp. En die individuele hulp daar ik krijg elke keer als ik dat woordje echt lees een beetje de kriebels van. Want dat woordje echt daar gaat al een soort wantrouwen vanuit, dat er ook hulp wordt gezocht. Die mensen die dat niet nodig zouden hebben. Dat zou kunnen. Maar degenen die hulp zoeken, kunnen dat niet altijd weten. Het zijn geen professionals. Het zijn gewoon mensen die met vragen zitten. Dat woordje echt zou je er gewoon uit kunnen laten. Dan heb je nog steeds dat mensen hulp zoeken, zonder dat echt er tussenin zit. Dat is denk ik niet nodig. Dan nog een paar vragen. Hoe weten we wanneer ze de meeste hulp nodig hebben? Wanneer zijn de mensen het meest kwetsbaar? Waar maak je dat onderscheid tussen het meest kwetsbaar en kwetsbaar? Daar zou ik graag antwoord op willen hebbe.
Welke normeringen we daarvoor hebben, want dat kon ik niet uit de standaard één, twee, drie halen. En verder de naam standaard doet me toch aan een voetbalclub denken, Standaard Luik of Antwerpse Standaard, een dagblad. Als er een leukere naam is voor dit, dan zou het ook welkom zijn. De voorzitter: Dank u wel, heer Smolders. Even kijken. Dan ga ik naar de heer Bergwerff van het CDA. Gaat uw gang. De heer Bergwerff: Voorzitter, dank u wel voor het woord. Dit document is natuurlijk een parapludocument, boven allerlei andere documenten die hieronder gaan vallen. Dit is een soort richtlijnendocument. De kaders die we vaststellen. Zodat er daarna vervolgens meer de inhoud gezocht kan worden. Inderdaad er zijn al een hoop documenten opgesteld, die nog steeds van toepassing zijn. Ik neem aan dat die documenten die meer de inhoud zullen vinden een combinatie zijn van dit waar we het vandaag over hebben, maar ook inderdaad wat D66 zei, de documenten die we al hebben en al eerder hebben vastgesteld. En er wordt gevraagd of wij onze reflectie willen geven op drie kaders. Het eerste kader is de samenleving is aan zet. De titel deed ons even nadenken. Het impliceert dat de volgende zet niet door de samenleving gedaan moet worden, maar door een ander, bijvoorbeeld de gemeente. Want zetten gaan om en om. Wij vonden die titel niet helemaal passend bij hetgeen wat de uitleg van dat kader is.
Wij denken meer aan een titel van, de samenleving heeft de regie. Dat weerspiegelt de intentie beter, wat ons betreft. De uitleg is wel duidelijk. De samenleving ontwikkelt zich autonoom. En als overheid zijn we daarin volgend. We bieden ruimte aan maatschappelijk initiatief en we handelen op grond van vertrouwen, gedeeld eigenaarschap en op basis van duidelijke afspraken. Dat is heel goed. Dat is denk ik ook wel wat dat uitgangspunt zou moeten zijn. Ik heb wel een vraag over dat punt. Er staat op een gegeven moment, ons uitgangspunt is inclusief en daarnaast toegankelijk en beschikbaar. Maar wat wordt er bedoeld met het woord inclusief? We konden deze term niet helemaal duiden in de context. Tweede kader is niveau sociale basis. D66 zei het ook al, voorheen was dat het preventiebeleid. Deze titel is net eventjes wat chiquer, wat ons betreft. Complimenten daarvoor. En hier staat ook weer, dit kader is inclusief. Wat houdt dat in, dat inclusief? Wat ons ook opviel bij dit kader, is dat het gericht is op de Lansingerlandse buurten. Fijn dat dat hierin meegenomen wordt. We verwachten hier bij de uitwerking wel dat de verenigingen expliciet aandacht krijgen. Zoals u weet zijn de verenigingen onmisbaar voor een gezonde samenleving en voor behoud van de cohesie. Essentieel ook om een netwerk op te bouwen, waar het ook om gaat in dit document.
Mensen moeten een beroep doen op hun eigen netwerk. En ook bijvoorbeeld een kinderboerderij is een voorziening die dichtbij en toegankelijk moet zijn voor onze inwoners. Net als die verenigingen. En daarom kwam het, ik noem het toch even, voor ons als een grote klap dat ‘t Ezelsbruggetje in Bleiswijk aankondigt niet meer door te kunnen. Ik noem hem hier toch. Het valt een beetje buiten de scope. Maar hier gaan we later in deze vergadering nog op in.
3/33
Derde kaderniveau hulp. Wij hadden dat ook genoteerd toevallig, zei D66 ook, dat woordje echt voor mensen die echt hulp nodig hebben, dat komt toch een beetje gek over. Alsof mensen die nu beroep doen op hulp niet echt hulp nodig hebben of dat die groep best wel groot is. Dat klinkt niet zo sympathiek. Lezen we verder, begrijpen we wel dat dat niet bedoeld wordt. Maar die zin had iets anders geformuleerd kunnen worden, ook in de verdere uitwerking hiervan. Hier laat ik het even bij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, heer Bergwerff. Dan ga ik naar mevrouw Van Splunter van GroenLinks. Mevrouw Van Splunter: Dank u wel, voorzitter. Het is mooi om te zien hoe iedereen eigenlijk weer zijn eigen emoties ook heeft bij bepaalde woorden. Ik vind Lansingerlandse Standaard heel mooi klinken. Ik heb dan zoiets van, dat is de standaard die wij gunnen voor al onze inwoners. En het is al eerder gezegd, het is natuurlijk een besluit op de uitgangspunten. En de finesse en de uitwerking gaan hierna volgen. Wat ik dan heel mooi vind als het gaat om de sociale basis, de omgeving is aan zet, de mensen zijn aan zet. Dat vind ik juist weer heel actief. Waarin je heel duidelijk het verschil ook... En dan kijk ik even naar mijn overbuurman van D66, juist die verschuiving ziet van, we gaan niet als gemeente alles maar organiseren en regelen, maar we gaan mensen in hun kracht zetten.
En het werd net ook al gezegd, mensen voeren de regie. En ik denk dat dat het ook moet zijn. Wat GroenLinks betreft, zouden wij prima met deze uitgangspunten kunnen leven. We zijn wel heel erg benieuwd naar de uitwerking ervan. Er wordt vaak ook gesproken over, waar kan er bezuinigd en gekeken worden naar kritische uitgaven? Wij hopen dan ook dat we nog steeds bereid zijn om te investeren in die sociale basis. Hoe maken wij mensen ook krachtig om dat opvangnet van elkaar te zijn? Ik denk dat als het dan gaat om het buurtgevoel, over wat maakt een dorp zo uniek, dat we oog moeten hebben van, het is niet alleen dat we ze regie laten pakken of eigen regie laten nemen, dat vind ik nog veel mooier, maar ze ook sterken om die regie te nemen en elkaar verder te helpen. Daar krijg ik, terwijl ik het zeg, gewoon een warm gevoel van. Wij zijn erg benieuwd naar de uitwerking verder. En wij kunnen ons prima vinden in de uitgangspunten. De voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Kampinga, denk ik. De heer Kampinga: De kapstok is in veel opzichten de Samenlevingsvisie. Een document van, afgerond, 25 bladzijden. Hebt u altijd direct door wat dan bedoeld wordt? Mijn vraag was onder andere, moet je niet een soort toevoeging geven van, dit is de link met die Samenlevingsvisie? De voorzitter: Mevrouw Van Splunter. Mevrouw Van Splunter: Dank, voorzitter.
Ik verwacht die relatie in de uitwerking verder terug te vinden en heb wel de basispunten van die Samenlevingsvisie op mijn netvlies staat. En dat conflicteert niet met deze uitgangspunten. U hoeft me niet te vragen naar elke inhoudelijke pagina. Maar de uitgangspunten herken ik dan wel weer terug. Nogmaals, ik ben heel erg benieuwd naar de uitwerking. Maar als u een extra A4’tje wil, zou dat alleen maar misschien verduidelijking geven. De voorzitter: Een interruptie, heer Xhemaili? Dan ga ik naar die de heer Xhemaili voor de eerste termijn. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Als we kijken naar de uitgangspunten voor Kansrijk opgroeien in Lansingerland, kan je an sich niet op tegen zijn. Want het zijn vrij standaard uitgangspunten, vrij abstract en weinig concreet. Als we kijken naar het model van de NSOB, dan wordt daar eigenlijk gezegd, je hebt vier kwadranten waar een overheid in kan acteren. Eén waar de overheid in de lead is. Echt alles zelf regelt. De zorgdrager. De ontzorger van de burgers. Een zeer sterke overheid. Waar bij kwadrant twee de overheid een presterende overheid is. Alles aan de markt overlaten. Kwadrant drie is de samenwerkende overheid. Met ketens alles samen oppakken en oplossen. En de participatieve overheid, waarbij de burgers echt aan zet zijn.
De PvdA heeft in het vaandel heel erg hoog staan bestaanszekerheid, jeugdzorg, werk en inkomen, gezondheid, sport en noem maar op. En als ik kijk naar het stuk, dan valt het mij heel erg op dat we heel veel bij de burgers zelf laten. En ik ben oprecht van mening en ook de Partij van de Arbeid is daar echt van mening, oprecht van mening, dat als wij teveel bij de burger laten, dat zij niet alles zelf kan oplossen. En daar moeten we echt voor waken. Want je kan niet ervan uitgaan dat elk gezin een goed, sociaal netwerk heeft, die alles zelf kan oplossen. Of een goedgevulde beurs om alles zelf op te lossen en een eerste aanspreekpunt te vinden voor bepaalde problematiek. En als we kijken naar het stuk qua inhoud, dan missen wij voornamelijk de... Wat opvalt, is dat er geen sprake is van beschikbaarheid van cijfermatige data. Hoe zit het met het gebruik van jeugdzorg, niet volgen van onderwijs onder jongeren en armoede van de kinderen? Armoede is best wel een taboe onderwerp binnen een gemeenschap. En daar moeten we ook echt goed op inzette, om dat goed op tafel te krijgen. Het is verder ook niet volstrekt helder hoe de jongeren opgroeien in
4/33
Lansingerland en wat de vorm van het gebruik van middelen is die ze hier aanwenden. Dat moeten we goed in beeld brengen, willen wij een goede overheid en bestaanszekerheid goed creëren. En dat mis ik wel in dit stuk. Het is heel abstract, heel hoog over en ook niet echt duidelijk, waar kiezen we voor, behalve die abstracte termen? De voorzitter: Ik ga u even onderbreken, want ik zie een interruptie van de heer Smolders. De heer Smolders: Voorzitter, ik vraag me even af over welk agendapunt het nu gaat? Want ik hoor heel veel over jongeren en jeugd. En dat is volgens mij het volgende agendapunt. De voorzitter: Wij gaan terug naar de heer Xhemaili. Misschien dat hij daar een antwoord op weet. De heer Xhemaili: Volgens mij gaan agendapunten 5A en 5B best wel goed met elkaar samen. En ze hebben ook dezelfde brief. Het was ook verwarrend bij de voorbereiding. Hoe moest je het gaan insteken? Maar voor mij hebben ze dezelfde uitgangspunten, waarbij ik mis echt een goede sterke overheid die in de lead is. Niet te veel bij de burgers laten, maar wel zelf dingen oppakt en regelt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Alsemgeest. Gaat uw gang. De heer Alsemgeest: Voorzitter, dank u wel. Even aanhakend op wat de Xhemaili zei. De stukken lijken heel erg op elkaar.
En toen ik zat te lezen dacht ik ook, verdorie, zit ik verkeerd? En ik denk, nee, ik heb toch het goede stuk. En nog eens kijken. Toen heb ik ze uitgeprint. En gelukkig scheen de zon. Toen heb ik ze tegen het licht gehouden. En toen pasten ze precies op elkaar. Dat was wel heel erg mooi. Dat daar wat jeugd in voorkomt, dat snap ik wel. Voorzitter, in deze Uitgangspuntennotitie kunnen wij ons prima vinden. En we zien het als een mooie leidraad en een basis voor een sterke en veerkrachtige samenleving. Het is een prima fundament, denken wij, voor de beleidsplannen waar we mee aan de gang gaan. Voor de heer Kampinga, het is een bespreekpunt. U hoeft er geen hamerstuk van te maken. We hebben voor dit stuk geen verdere aanvullingen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Molenaar van de ChristenUnie. Gaat uw gang. Mevrouw Molenaar-van der Beek: Dank u wel, voorzitter. Ik doe een poging om toch het alleen met name over de Lansingerlandse Standaard te hebben. Wij vinden het van groot belang en we steunen ook van harte dat de gemeente opnieuw een Lansingerlandse Standaard heeft gemaakt. Dat lijkt ons een goede basis. Toch kunnen we de vraag van het college nog niet helemaal volmondig met ja beantwoorden, want volgens ons is de nieuwe standaard nog niet helemaal compleet. Op de vraag over echte hulp kom ik terug in agendapunt 5B.
Nu wil ik het vooral hebben over de sociale basis. In de vorige Lansingerlandse Standaard, die van 2018, werd als eerste punt genoemd, het bouwen en versterken van de samenleving. En dat zie ik nu niet terug, terwijl juist er een heel groot beroep op de samenleving en op de sociale basis wordt gedaan. Willen we elkaar in de kernen kunnen ondersteunen, dan zijn die verbanden nodig. En dan gaat het natuurlijk over familie, sportverenigingen, kerken, muziekverenigingen, noem alles maar op. Naast de laagdrempelige voorzieningen die de gemeente zelf gaat aanbieden. Bij de uitwerking en uitvoering van beleid, waarvoor deze nieuwe standaard het kader is, is er wat ons betreft meer aandacht nodig voor het versterken van de sociale verbanden. De ChristenUnie gelooft er echt in dat sociale verbanden mensen tot bloei laten komen. En de overheid kan daar ruimte voor bieden en kan dat versterken. Ons voorstel is dan ook, neem in de Lansingerlandse Standaard 2024 op wat er nodig is voor het in stand houden van alles wat er al is en het versterken van de sociale basis. Op een van de beeldvormingsavonden hebben we het ook gehad over normaliseren, over het zelf kunnen oplossen van problemen, het omgaan van verschillen, het omgaan met tegenslagen. Minder medicaliseren en psychologiseren. En precies daarvoor denken wij heb je die sociale verbanden ook nodig.
De voorzitter: Ik ga u even onderbreken, want de heer Kampinga heeft een interruptie. Heer Kampinga. De heer Kampinga: Dank u, voorzitter. Wat ik bij niemand bespeur, ook niet bij mevrouw Molenaar, is dat naar mijn mening het stuk heel sterk uitdraagt, jongens, we moeten gezien bezuiniging, enzovoort anders gaan werken. Het gaat alleen maar over meer, meer. Hoe reageert u daarop, mevrouw Molenaar. De voorzitter: Mevrouw Molenaar, gaat uw gang. Mevrouw Molenaar-van der Beek: Dank u wel voor de vraag. Mijn verhaal was nog niet helemaal af. En het is zeker niet de bedoeling van meer, meer, meer, want ik ben het juist heel erg eens of we zijn het heel erg eens met sociale verbanden die heel veel dingen kunnen ondervangen. Maar dan moet je wel
5/33
een sterke sociale basis hebben. Want als je die versterkt, dan wordt er ook minder beroep gedaan op de hulp. En dat is precies de hele insteek volgens mij van de standaard en van een aantal andere dingen die we vanavond bespreken. Daarom willen wij onze focus vooral leggen op een sterke sociale basis, want dat gaat dan wat mij betreft niet alleen om geld, maar het gaat om investeren in elkaar, in verbanden en in preventie. En dat kost misschien of dat lijkt soms geld te kosten, maar het loont niet alleen in geld, het loont zeker ook in het welzijn van al onze inwoners. En daarom voor dit deel van de Lansingerlandse Standaard vooral de nadruk op die sociale basis. Dan heeft u me goed geholpen om alvast gelijk mijn volgende stukje van het verhaal wat ik had nu te kunnen vertellen. In verband met het versterken van de sociale basis, is ons voorstel dat deze Lansingerlandse Standaard ook gaat gelden als het gaat om subsidieaanvragen van organisaties die de sociale basis versterken. Ik bedoel, als we willen dat er een sterke sociale basis is, moeten die clubs en organisaties die dat doen daar ook de gelegenheid voor hebben. Is mijn aanname juist dat daar deze standaard ook bij meegenomen gaat worden? We zijn heel benieuwd naar de uitwerking natuurlijk, want dit is inderdaad een hoog over en mooie woorden zijn geduldig. We zijn heel benieuwd naar de uitwerking.
En tenslotte nog het volgende. Dit kader is leidend voor heel veel beleid, huidig beleid, maar ook nieuw beleid van de gemeente. Neem de bewoners, neem de inwoners mee, maak een publieksversie hiervan en dan in eenvoudig B1 Nederlands, zonder alle ambtelijke termen. Dat doet niks af aan de kwaliteit van het stuk, maar gewoon om het begrijpelijk te maken voor iedereen. Want we hebben als inwoners hier uiteindelijk met deze uitgangspunten allemaal te maken. Dat was mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Diepeveen van Leefbaar 3B. Gaat uw gang. De heer Diepeveen-van de Merwe: Dank je wel. Voorzitter, wij zagen een stuk waarbij we het gevoel hadden dat er goed geluisterd was. Want tijdens beeldvorming hebben wij natuurlijk allemaal ons zegje kunnen doen. Wij missen wel een stukje betrokkenheid van scholen, zowel basisschool als middelbare scholen. Wij denken dat die ook verankerd kan worden in deze notities. Als er namelijk een partij is die laagdrempelige hulp kan bieden, zijn het wel de scholen. Scholen kunnen vaak geen hulp geven, zijn wij achter gekomen, dat horen we heel vaak, omdat er bepaalde stempels missen bij kinderen. Misschien moet daar ook een bepaalde basis in kunnen. Hadden we een paar vragen? Ja.
De eerste is dan vanzelfsprekend, hoe kunnen we de scholen meer hun rol laten pakken hierin? B, en dat komt dan toch weer terug op die financiën waar Leefbaar het altijd over heeft. Welke financiële besparing gaan we verwachten als het meer aan de samenleving komt? En we hadden ook dezelfde vraag als mevrouw Molenaar. Hoe houden we een sociale basis sterk waar die al sterk is en maken we hem sterk waar die nog niet sterk is? Want dat is natuurlijk de hele basis van deze kostenbesparing. Ook ik had net als mijnheer Kampinga wel eigenlijk twee stukken als één woordvoering gedaan, want het komt eigenlijk op hetzelfde neer. En ook wij kijken uit naar de uitwerking. En dan zijn we daar klaar mee. Hartelijk dank. De voorzitter: Mooi. Dan ga ik daar mevrouw Van Olst van VOOR Lansingerland. Gaat uw gang. Mevrouw Van Olst: Dank u wel, voorzitter. Ik wil ook graag de stukken tegelijkertijd behandelen. Ik had een beetje hetzelfde als mijnheer Alsemgeest dat ik dacht, dat heb ik al gelezen. Het lijken me prima stukken. Het gaat hier natuurlijk om inderdaad heel hoog over. Het is een kader. Wat mij aanspreekt, is dat de samenleving aan zet is. Dat we het zoveel mogelijk juist bij de burger laten. En dat de overheid ondersteunend is. Het lijkt mij een uitstekend uitgangspunt, waarbij we natuurlijk de mensen die het echt nodig hebben niet moeten laten vallen. Maar het is een kader.
De uitwerking zien we graag tegemoet. Het financiële stuk. Het gaat om realistische, doelgerichte inzet van middelen. En gezien vooral natuurlijk bij punt vijf van de Uitgangspuntennotitie Kansrijk opgroeien, zie je, daar ligt natuurlijk het zwaartepunt. Ik ben heel benieuwd hoe dat verder vorm gegeven gaat worden. Het is natuurlijk ook wel weer communicerende vaten, want als je punt één tot met vier goed inricht, heb je van vijf minder nodig. Ik ben heel benieuwd naar de uitwerking. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn wij volgens mij helemaal rond, als het gaat om de commissie, voor de eerste termijn. Dan gaan wij naar de wethouder. Ik zou bijna zeggen, twee handen vol met vragen. Gaat uw gang. Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Dank u wel voor het woord, voorzitter. En dank u wel commissie voor het reageren op bijna al deze twee documenten. We kijken zo nog even of het tweede document ook apart een bespreking nodig heeft. Maar u constateert terecht dat de documenten een grote samenhang hebben. En ik hoop ook dat u herkent dat de Samenlevingsvisie hier boven hangt. Er werd al gevraagd om een A4’tje Daar zit het A4’tje. Maar eigenlijk willen we ook proberen richting de ChristenUnie, voorzitter, mevrouw Molenaar, deze materie ook op die manier, niet eens zozeer B1-niveau, maar vaak met plaatjes en op
6/33
een schematisch niveau door te geven aan inwoners die daar geïnteresseerd in zijn. We kijken even of die standaard daar ook helemaal geschikt voor is. Want u herkent natuurlijk vanuit die Samenlevingsvisie, en we hebben ook met elkaar over het waardig ouder worden zeg ik, maar dat heet anders, maar dat herkent heer Lieverse wel... Daar hebben we natuurlijk ook over gesproken, dat we die punt, die piramide naar beneden... Dat u zich ook zorgen maakt, hoe zit dat in dat onderste puntje met de zorg voor de ouderen? En daar hebben we met elkaar uitgesproken, die zorg staat er gewoon. Die blijf. De Wmo verandert niet. Maar daarom was het wel nodig om bij al deze documenten die Lansingerlandse Standaard, want die bestond inderdaad al even, zoals u constateerde, te actualiseren en weer helemaal up-to-date met onze andere documenten te brengen. We proberen hier één pakket van te maken. Het Kansrijk opgroeien. Voor volwassenen komt er nog wat. Het integraal veiligheidsbeleid zit eigenlijk ook in dit stramien. En ook voor ouderen gaan we het op deze manier inrichten. Dat is de samenhang van alle documenten waar we nu weer een stapje verder mee komen, door het ophalen van uw reactie hierop. Een aantal vragen, voorzitter. Het financiële effect werd door verschillenden gevraagd, maar eigenlijk ook door anderen alweer antwoord gegeven.
Je voelt steeds meer dat je moet investeren in die voorkant. Hoe mevrouw Van Olst dat formuleerde, punt één tot en met vier bij jeugd, maar bij de Lansingerlandse Standaard in even die samenleving. Maar mevrouw Molenaar zei terecht, die sociale basis, daar moet je wel in investeren. En richting het CDA, daar horen verenigingen bij. Daar horen ook scholen bij. Dat zei u, dacht ik, mijnheer Diepeveen. Die zijn ook geraadpleegd als stakeholder. Want dat is die sociale basis. En waarom voor die term gekozen? We spraken voorheen over preventie. En preventie is toch wat magerder dan sociale basis. Het is gewoon een veel breder begrip. Maar we sluiten ons ook gewoon aan bij landelijke terminologie die gebruikt wordt, zodat we ook vergelijkbaar zijn. Want in de preventie doen we natuurlijk ook heel veel op regioniveau. Met zorgverzekeraars en allerlei partijen zijn we natuurlijk in het RIGA, in het GALA bezig. Excuus voor de afkortingen, maar ik ga ze even niet helemaal uitleggen. Maar we moeten ook een wat gemeenschappelijke taal zien te ontwikkelen, om ook richting de zorgpartijen duidelijk te maken, zij zoeken ook naar een manier om die zorg naar de voorkant te brengen, dat dat ook wel investeringen vraagt van de gemeente. Dat financiële effect heb ik dan nu iets over gezegd. Dat is niet nu in euro's uit te drukken.
Maar u heeft natuurlijk zoveel ook over jeugd gesproken, dat u begrijpt dat we die beweging moeten maken van die onderkant van die omgekeerde piramide naar de bovenkant, in elk geval de middelste vorm. Mijnheer Kampinga vroeg ook nog naar kostenbesparing ambtelijke begeleiding. Consulenten voor hulp blijven er natuurlijk gewoon. De professionals, werd door verschillenden van u gezegd, wat je echt nodig hebt, hoe bepaal je dat? En echt klinkt toch een beetje wantrouwend. Gwen is de ambtenaar die erbij is. Wij zeiden al even tegen elkaar, dat echt komt misschien niet helemaal goed over, maar het is wel terminologie wat we ook vanuit de Jeugdwet hebben overgenomen, omdat je daar die beweging ziet van, als je echt hulp nodig hebt, dan krijg je het natuurlijk. Het is positief bedoeld. Maar ik merk dat het toch wat negatief overkomt. Dat is een overweging die we eens even mee terug gaan nemen. Mijnheer Smolders, even kijken, u had het ook over, hoe weet je wanneer je de meeste hulp nodig hebt? Uiteraard de professionals in dat onderste stukje bij zorg, die blijven er gewoon hier op het gemeentehuis, de consulenten, de mensen die jeugdzorg verlenen, in de ouderen... Dat blijft. Dat bepalen gebeurt door professionals. Maar je probeert wel meer naar die bovenste stukken van de piramide te komen door echt te investeren in die sociale basis.
Want als wij een goed verenigingsleven hebben, de scholen spelen een hele grote rol, dan geloven we echt dat mensen daar ook wat meer op elkaar terug kunnen vallen en daar lichtere hulp aanwezig is. Ik noem bijvoorbeeld, niet helemaal dit onderwerp, maar de ouderenadviseurs die bij Welzijn Lansingerland werken. Als ouderen daar terechtkomen, komen ze misschien niet in dure Wmo-zorg terecht. Zo kunt u dat op de jeugd ook toepassen. Dat is onze gedachte achter echt. Maar ik maak de aantekening dat we er nog eens even over nadenken. En u vroeg ook, hoe weet je wanneer mensen het meeste hulp nodig hebben? Uiteraard gaan we de professionals daarover raadplegen. De naam van de standaard, mijnheer Smolders, is u door de andere commissieleden denk ik ook uitgelegd. Ga ik naar de heer Bergwerff. Samenleving aan zet. Dat is, mijnheer Bergwerff, wel een, kreet klinkt gek, maar de woorden die wij ook gebruiken in de Samenlevingsvisie. Dat we echt actief willen uitstralen, wij zijn de overheid, maar ik ga niet bepalen hoe een sportvereniging zijn leden moet benaderen, et cetera. Het is echt een actieve van, geloof in de samenleving, omdat er veel kracht zit in de samenleving. Hoor ik ook van u. En dat is eigenlijk wat we willen uitstralen met samenleving aan zet. En samenleving regie. Ik ga daar eens even over nadenken, maar weet dat dat bij ons het gevoel is bij samenleving aan zet.
En overheid is volgend, dat zei u ook daarop. Dat onderstrepen wij hier ook. Het punt inclusief had u het ook over, die term duiden. We hebben bij de Samenlevingsvisie natuurlijk over de terminologie ook uitgebreid met elkaar gesproken. En daar is inclusief er ook bijgekomen. En inclusief hebben we aan gekoppeld dat je daarmee bedoelt dat je mensen ook ongelijk wilt behandelen als zij in een achterstandssituatie zitten. Denk aan kinderen die het thuis arm hebben, waar mijnheer Xhemaili het ook over had, die misschien niet de taal al helemaal machtig zijn, die ga je extra helpen. De gezinnen, maar ook de kinderen in de voorschoolse educatie, om op gelijk niveau met de andere kinderen op de basisschool te komen en gewoon de samenleving in te kunnen als ze van school af komen. Dat inclusief heeft voor mij ook heel veel met dat ongelijk behandelen te maken. Dat we de mensen de kans moeten
7/33
geven om in elk geval op gelijke manier met elkaar mee te kunnen doen. Maar inclusief is natuurlijk een veel breder begrip. We zullen dat op dit moment niet helemaal uitspitten. Maar dit is echt wel de houding die gemeente Lansingerland heeft. Wij zijn inclusief. Wij zijn voor alle mensen, met welke beperking dan ook. Maar ook maakt niet uit. Dat moet echt wel het gevoel zijn wat deze gemeente uitstraalt. Uw punt van, zijn we gericht op buurten, ook die verenigingen worden genoemd in de notitie, bladzij 9 zag ik. Echt had u het ook over. Hebben we het over gehad. En mevrouw Van Splunter vroeg ook naar het A4’tje. Even kijken. Gekoppeld. Had ik verder geen echte vragen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Van Splunter. Mevrouw Cnossen: Excuus, wel een vraag. Mevrouw Van Splunter: Dank u, voorzitter. Ik heb eigenlijk indirect wel al een vraag gekregen, want het ging over het versterken van die sociale basis. Dat in het kader van, we willen naar kostenbesparingen en dergelijke in de toekomst gaan kijken, dat er wel geïnvesteerd blijft worden in preventie als het gaat om het versterken van die sociale basis, omdat die zo belangrijk is. Geen A4’tje, maar vooral de vraag om, investeren in preventie. Mevrouw Cnossen: Ik zie het staan in mijn aantekeningen, investeer. Maar dat investeren moet blijvend gebeuren. En dat is waar we met elkaar ook mee te maken hebben.
Bij een bezuinigingsronde is het altijd het allermakkelijkste om op dit soort dingen te bezuinigen, want dat is niet wettelijk verplicht. En dat zit mij het meeste dwars ook wel in alles wat er op ons afkomt. Want met de tijdelijke GALA-gelden van het Rijk doen we wat in preventie, maar preventie moet je gewoon tien jaar volhouden, op zijn minst. En niet die drie jaartjes van zo'n stomme SPUK-uitkering. Dat irriteert mij ook wel. Maar ik ben er echt wel van overtuigd dat we met elkaar die kant op moeten. En ook de zorgpartijen, zorgaanbieders, maar ook zorgverzekeraars zien, al zou je al het geld van de wereld hebben, dat de handen er ook niet zijn voor al die zorg. Dat aan die kant echt geïnvesteerd moet worden. Maar dat blijft een spannende. We hebben het nu ook weer over bezuinigingen. Maar fijn dat we dat met elkaar eens zijn hier. De voorzitter: Ik ga u toch even onderbreken voor een interruptie van mevrouw Molenaar. Gaat uw gang. Mevrouw Molenaar-van der Beek: Mag ik in aansluiting hierop dan toch vragen, mijn aanname, klopt die dan dat de Lansingerlandse Standaard ook gaat gelden als clubs en organisaties in Lansingerland een beroep doen op de gemeente als het gaat om financiën voor het versterken van die basis? De voorzitter: De wethouder. Gaat uw gang. Mevrouw Cnossen: Ik kom nog bij uw woordvoering, want u vroeg ook naar de subsidies. Heel terecht.
Ik was blij dat u daarnaar vroeg. Daar kom ik zo op, want anders ga ik een rommeltje maken. Doe ik toch al een beetje. Mijnheer Xhemaili, het woord bestaanszekerheid vind ik altijd een heel belangrijk woord waar we het ook over hebben. Want bestaanszekerheid is veel meer dan geld. Dat is het huis, et cetera. U heeft dat ook verteld. En natuurlijk, we zien dat niet iedereen alles zelf kan oplossen. En dat blijft gewoon ook staan in al het beleid van gemeente Lansingerland. En dan kom ik toch maar even met dat woordje van, als je echt hulp nodig hebt, dan krijg je het gewoon. Dat staat buiten de discussie. En u vroeg nog naar wat meer data. Bij jeugdzorg heeft u natuurlijk gigantisch veel getallen. U of uw collega vroeg vorige week ook naar het aantal kinderen in armoede. Daar heb ik ook het antwoord op gegeven dat wij als gemeente met name het aanbod richting mensen die het nodig hebben zo goed mogelijk willen organiseren. Want om elke keer al die data te verzamelen, daar zit ook een beetje mijn, misschien met u verschillend, rol van de overheid. Moeten wij alles weten van iedereen? Ik vind van niet. Maar we moeten mensen wel die open deur geven dat als ze het nodig hebben, dan moeten ze het kunnen krijgen. Maar ik vind dat soms moeilijk dat we zoveel van mensen willen weten om ze maar hulp te komen aanbieden. Dat vind ik lastig. Aantal dingen moet in beeld zijn.
En het komt ook in de uitvoeringsplannen terug, mijnheer Xhemaili, echt hoe we het aan gaan pakken. En u zei inderdaad die sterke overheid, daar moeten we het bij een drankje nog maar eens over hebben. Volgens mij zitten we in een wat andere situatie. Mijnheer Alsemgeest, dank u wel. En dan kom ik inderdaad bij mevrouw Molenaar. Want u sloeg ook de spijker op zijn kop met dit beleid, maar al met de Samenlevingsvisie richten we bij de subsidies ons daarop. Gaat de subsidievrager iets bijdragen aan de Samenlevingsvisie? We hebben de beleidsregels, een collegebevoegdheid, al dit jaar bijgesteld. Alle subsidies die nu aangevraagd worden, worden al geënt op de Samenlevingsvisie. En hoe verder we met deze documenten komen, hoe meer we die ook daar in kunnen zetten. Want daar ga je dan naar kijken als er hulp wordt gevraagd, financieel, aan de gemeente. De standaard had ik gehad. Het B1-niveau, we kijken even of we dat ook weer gewoon met een plaatje inzichtelijk kunnen maken. De heer Diepeveen, de scholen had ik gehad. Financiële besparing en hoe houden we de sociale basis sterk? Door met elkaar ervoor te staan dat
8/33
we daar niet gigantisch op bezuinigen. Gesproken met de stakeholder, heb ik ook gezegd. Mevrouw Van Olst, dank u wel. Dat noemde u terecht, het zwaartepunt zit bij vijf, wat naar één en vier terug moet gaan. Ik denk dat ik het beantwoord heb, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan gaan wij voor de tweede termijn. Dan neem ik aan dat wij dezelfde volgorde een beetje aanhouden. Dan ga ik naar de heer Kampinga. De heer Kampinga. Tweede termijn De heer Kampinga: Dank u wel, voorzitter. Het is momenteel mode, geloof ik, dat als een driehoek met de basis naar boven en de punt naar beneden, dan heet het opeens een piramide. Het is volgens mij gewoon een driehoek, waarin je een aantal lagen aangeeft. Maar dat ter informatie. En we hebben het aldoor over de Lansingerlandse Standaard. Ik weet niet wie van u zich weleens bezig heeft gehouden met de gouden standaard die in Nederland veel te lang aangehouden is, maar daar gaan we verder niet in. Dat is economie. Maar wat ik wel belangrijk vind, ik begon daar ook mee, ik zei heel vriendelijk en netjes, vanwege de grote samenhang heb ik A en B in één onderwerp, als één stuk behandeld.
Ik hoor iedereen eigenlijk zeggen, de één nog sterker als de ander, zijn dit twee stukken of moeten daar nog twee stukken van gemaakt worden? Naar mijn mening, ik zat in het begin gewoon te worstelen, want je zit het te lezen en dan ga je maar eens even naar die ander. Maar ik geef het mee, mijn mening, onze mening, als je het als twee stukken wil beschouwen, zou ik nog eens wat meer onderscheidend daarin zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, heer Kampinga. Dan kijk ik even naar D66. De heer Smolders. De heer Smolders: Ik kan nu ook gewoon agenda 5B even kort doen. Dan zijn we klaar. De voorzitter: We zijn nog bij 5A. Maar verschiet uw kruit nog niet voor 5B. De heer Smolders: Dan wacht ik nog even. De voorzitter: Even kijken. Dan gaan we naar het CDA. De heer Bergwerff, gaat uw gang. De heer Bergwerff: Voorzitter, even voor de duidelijkheid, ook om de VVD van toelichting te voorzien, wij hebben dat weer anders begrepen. Zeker bij punt B worden er natuurlijk allerlei uitgangspunten benoemd, die nog heel karig, zeg ik maar even, maar dat hoort bij zo'n overkoepelend document, zijn ingevuld. En wij als raadsleden, als commissieleden kunnen voorstellen doen naar het ambtelijk apparaat, naar het college om die kaders wat meer vet op de botten te geven.
Wat mij betreft, wat ons betreft wordt het wel apart behandeld en niet nu in de tweede termijn dat ik punt B erdoorheen fiets. Laat ik dat even gezegd hebben. Even kijken. De VVD noemde nog wel eventjes een mooi punt. Dat was al even in de eerste termijn, maar daar wilde ik eigenlijk nog op reageren. Dat was dat dit document toch wel in het kader staat van de financiële positie van onze gemeente. En daarbij natuurlijk ook meteen de koppeling jeugdhulp die ongelooflijk veel geld kost. Dat hoorden we eigenlijk niemand zeggen, maar dat klopt. Dat is ook zo. Ik denk dat we dat allemaal wel begrijpen en zien. En dat mag best benoemd worden. Heb ik nog een vraag die ik ook in de eerste termijn had willen stellen. De ASD komt hier niet terug. Bij punt B wel. Daar gaat de ASD in september wat van vinden. En wij hebben toch altijd wel interesse in wat de ASD voor terugkoppeling geeft. En klopt het dan dat de Lansingerlandse Standaard ook in september door de ASD bekeken wordt? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, heer Bergwerff. Dan kijk ik naar GroenLinks. Nee. Partij van de Arbeid? De heer Xhemaili. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. In mijn woordvoering was ik wat kritisch op de NSOB kwadrant, omdat ik daar toch mijn bedenking heb over, hoever moeten we dan gaan om de burger alles zelf te laten oplossen? Maar ik ga dan naar een conclusie.
De Partij van de Arbeid ziet de Lansingerlandse Standaard ‘24 als een positieve stap richting een inclusief en veerkrachtige samenleving in Lansingerland. Wij steunen de intenties van deze standaard, maar dringen aan op een zorgvuldige uitwerking en implementatie, met het oog voor praktische uitvoerbaarheid en financiële haalbaarheid. We blijven uiteraard graag betrokken bij verdere discussies en uitwerking van de plannen, om samen een sterke, betrouwbare overheid en gemeente Lansingerland te zijn voor alle burgers die hulp echt nodig hebben. Met echt, niet om mensen te bagatelliseren, maar die echt in de knel zitten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, heer Xhemaili. Even kijken. Dan kijk ik even naar de heer Alsemgeest. Nee. Dan mevrouw Molenaar. Gaat uw gang.
9/33
Mevrouw Molenaar-van der Beek: Ik heb nog een klein puntje. Wij hadden het voorstel of ik had het voorstel benoemd om ook echt in de standaard nu op te nemen wat er nodig is om de basis te versterken. En ik heb nog niet helemaal uit de beantwoording goed begrepen of dat ook echt in de standaard gaat komen. Ik bedoel, ik proef het uit de hele beantwoording van de wethouder dat dat zeker de bedoeling is. Maar in de vorige standaard stond het en nu niet. Gaan we er toch weer iets over in zetten? Dat is eigenlijk dan de concrete vraag. De voorzitter: Dank u wel. De heer Diepeveen? Nee. Mevrouw Van Olst? Nee. Dan zijn wij weer rond voor als het gaat om de tweede termijn in de raad. Van de commissie moet ik eigenlijk zeggen. Dan kijk ik even met een schuin oog naar de wethouder. Gaat uw gang. Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Dank u wel, voorzitter. Twee stukken, maar ze lijken zo op elkaar. U moet het zien dat die standaard ondersteunend is aan alle beleidsterreinen. Het integraal veiligheidsbeleid wat we hebben op ouderen, wat we hebben op jeugd, op volwassenen. Ik kan me voorstellen bij die beleidsplannen dat dit een soort bijlage is. Maar omdat we hem actualiseren, u heeft als raad hem in ’18 dacht ik vastgesteld, vinden we het toch nodig om wel even bij u op te halen wat u ervan vindt. Ziet u straks die standaard als bijlage, als onderlegger ook voor die andere plannen.
Richting het CDA, de adviesraad sociaal domein. We gaan ze in september spreken. Maar zoals we op dit moment heel veel doen, zijn we aan de voorkant ook al bij ze langs geweest om op te halen van, wat lezen jullie? Wat zien jullie? Wij betrekken hen ook bij dit stuk. De PvdA had ik geen vraag. Een vraag nog voor de ChristenUnie. Helemaal uitwerken in de standaard wat nodig is voor die sociale basis. Op dit moment zien we het voor ons dat we dat in die verschillende beleidsplannen verder uitwerken, omdat het voor ouderen misschien weer wat andere woorden vraagt dan voor jongeren. Maar dat is het voornemen. En daarom is het hier wat beknopt. Dat klopt. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan komen wij aan het eind van dit agendapunt. En zoals ik bij het begin aangaf, dat het college gaat de overwegingen die u meegegeven heeft verwerken in de standaard, of misschien wel een andere naam. Wie weet. En dan vervolgens ontvangt de raad de definitieve versie. En dan met de uitleg van de verwerking van de opmerkingen die vanavond gemaakt zijn. Hiermee sluit ik punt 5A af. 5.b Uitgangspuntennotitie Kansrijk opgroeien De voorzitter: Dan gaan wij naar 5B. En ik ga u toch vragen, want ik kijk even met een schuin naar de klok, en wij hebben nog een hele agenda te gaan, of u het, overeenkomstig de cursus die we gehad hebben, het wat puntiger wil doen.
En daarmee ook even zich realiseert dat wij nog heel wat punten te gaan hebben. Ook bij dit punt 5B zaken die u al genoemd heeft om die niet te herhalen, want die zijn al aan de orde geweest. Maar probeer het even kort te houden, rondom dit agendapunt. Ik zie dat wederom de heer Kampinga als eerste het woord vraagt. We gaan naar de heer Kampinga. Eerste termijn De heer Kampinga: Heel kort, voorzitter. Maar ik proef dat een aantal dingen niet overkomt. Nog even heel kort. De focus wordt gelegd op de sociale basis en samenleving. Prima. Zodat inwoners minder een beroep op hulp en ondersteuning hoeven te doen. De vraag blijft alleen wel bij de jeugdhulp, wat is echt? Dat heeft iedereen ook al herhaald. En dan tot slot, wat ons betreft is het stuk een goede opmaat naar een beleidsplan Kansrijk opgroeien. Dank u wel. De voorzitter: Dat is heel kort en krachtig. Mooi. Dan gaan we naar de heer Bergwerff. Gaat uw gang. De heer Bergwerff: Voorzitter, wij willen toch een aantal punten meegeven. De schrijver van dit document luistert mee. Die zit hier ook in de zaal. Bij het verder uitwerken hiervan is het denk ik best goed om te weten wat wij als commissieleden wensen in de verdere uitwerking. Laat ik beginnen met, een mooi opgebouwd document. Uitgangspunt één, preventie start het mee. En dat werkt door met vervolgstappen naar uitgangspunt vijf jeugdhulp. De laatste optie.
Heel duidelijk. Goed overzichtelijk. Laat ik beginnen bij punt vijf. Ik ga niet dingen herhalen die we al kennen. Woorden als maatwerk, gezinsaanpak, dat kennen we allemaal. Mooi dat het terugkomt. En de essentie is natuurlijk gewoon, er wordt hulp gevraagd momenteel voor jeugdhulp, voor begeleiding bij zelfstandig leren, bij hulp bij impulsief gedrag, hulp bij plannen. En dat moet natuurlijk bij die eerdere uitgangspunten eigenlijk over het algemeen getackeld worden. En dat kan natuurlijk een mentor van een school ook op zich nemen,
10/33
ouders of mensen in een eigen netwerk. Dat hoeft niet altijd bij jeugdhulp terecht te komen. Dan wil ik niks afdoen aan die problematiek. Als het niet opgelost kan worden, kan dat altijd natuurlijk. Maar dat moet wel echt een laatste optie zijn. De voorzitter: Ik ga u even onderbreken. Want ik heb een interruptie van de heer Kampinga. De heer Kampinga: Heel kort. Dank u, voorzitter. Ik hoor ook uw vroegere fractievoorzitter, die zit hoog ik de boom bij onderwijsorganisaties, je moet niet alles bij de scholen neerleggen. En nu gaat het weer heel gemakkelijk, die scholen pakken dat wel weer op. Hoe kijkt u daarnaar? De voorzitter: De heer Bergwerff, gaat uw gang. De heer Bergwerff: Nee, zo zie ik dat helemaal niet, heel gemakkelijk, die scholen pakken het wel op. Uitgangspunt één is eerst de ouders. Dan ga je kijken binnen het eigen netwerk. En dan als derde punt wordt er pas gesproken over... Sorry, vierde punt zelfs, wordt er gesproken over hulpvraag bij bijvoorbeeld een onderwijsinstantie of bij een vereniging. Dat is pas vier. En daarna komt de jeugdgroep. Het is absoluut zo dat het niet meteen bij de school belegd wordt. Maar als we het hebben over hulp bij plannen of dat soort zaken, is het natuurlijk helemaal niet zo gek dat je ook naar je mentor gaat van je klas, bij wijze van spreken, in plaats van meteen jeugdhulp in te schakelen.
Want we krijgen toch wel het idee dat dat soms weleens gebeurt wanneer het nog niet nodig is. Dat is even punt 5. Dat is het punt jeugdhulp. Wil ik even punt één uitlichten, uitgangspunt. En dat is een hele belangrijke, ook voor ons als commissieleden, want daar kunnen we echt wat van vinden. Dat is het stukje preventie, voorkomen. En dan praat je over de uitwerking. En dat verwachten we echt terug, uitwerking. Wat is de rol van verenigingen? Wat is de rol van inderdaad je eigen sociale basis? En hoe krijgen we die sociale basis binnen onze samenleving... Houden we die op orde en krijgen we die meer op orde? En daar wil ik ook benoemen, bijvoorbeeld ontmoetingsplekken voor de jeugd. Dat blijft een wens. We hebben gezegd als commissie, als raad, we gaan instemmen met die toen genoemde chillplekken oftewel ontmoetingsplekken. Maar die zijn bijvoorbeeld ook nog niet allemaal gerealiseerd. Maar dat zijn wel voorbeelden, opgestapeld, die die sociale basis voor de samenleving sterk en gezond houden. Ik wil even meegeven, neem dat mee. Wij verwachten echt wel’, met name die uitgangspunt één, een forse paragraaf waar dat allemaal wel in terugkomt. Hier laat ik het even bij. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, heer Bergwerff. De heer Smolders, gaat uw gang. De heer Smolders: Dank je wel, voorzitter. Preventie, waar de heer Bergwerff het over heeft, dat ondersteunen wij ook zeer.
Dat zal zeker een belangrijk stuurwiel worden, waar wij als gemeente aan kunnen draaien. Ik heb alleen ook andere dingen die ik mis in dit uitgangspunt Kansrijk opgroeien. Dat is onder andere signalering. En als je de samenleving op orde hebt en sociale basis ook wel, dan zal de signalering mogelijk wel wat verbeteren. Maar er zijn ook mensen die niet durven of niet bij machte zijn om hulpvragen te gaan stellen. Hoe gaan wij die mensen bereiken, als het gaat over het laatste punt, de jeugdhulp? De kinderen en de gezinnen die... En durft een sociaal domein wel aan te geven dat er iets aan de hand is bij de buren, bij wijze van spreken, als daar wat gestommel wordt gehoord en gegil? Dat zijn toch van die moeilijke overwegingen die je moet maken. En hoe kunnen wij daarin faciliteren dat signaleren toch makkelijk wordt? Dat mensen niet de hulpvraag zelf gaan doen, maar dat je ze wel kunt opzoeken. Dat je daar actief in gaat optreden. En dat los je niet alleen op met school, denk ik. Mijnheer Kampinga. Graag via de voorzitter spreken, denk ik dan. Andere punt is, de vraag is, ondersteunen we het? Ja, wij vinden dat het inderdaad een mooi uitgangspunt is om dit te doen. Er zit natuurlijk ook een bezuinigingsopgave, een taakstelling op.
En in het verlengde van dat signaleren, vraag ik me dan ook wel weer af, vallen dan niet kinderen buiten de boot die de hulp echt nodig hebben, omdat ze in die laag blijven hangen van het sociale domein of de samenleving en dat allemaal proberen op te lossen en te laat aan de bel trekken? Daar wil ik graag nog een helder antwoord op. Of in ieder geval meegeven om daar ook aan te denken. Want het is natuurlijk een bespreekstuk. Dat is het. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Alsemgeest. Gaat uw gang. De heer Alsemgeest: Voorzitter, dank je wel. Voorzitter, ik zei het al, de documenten leken heel erg op elkaar. Maar hier kom je toch wel de connectie tegen. Kansrijk opgroeien en dan komen we bij de Lansingerlandse Standaard. De vijf uitgangspunten die ik gezien heb, dacht ik, geweldig, het lijkt wel of ik thuis ben. Dat voelde heerlijk aan. Het sociale netwerk, de ouders die hun eigen kinderen op opvoeden, noem het maar op. En ik hoor eigenlijk een aantal mensen praten over, hoe kunnen we diegenen die het echt nodig hebben op ons netvlies krijgen? En hoe krijgen we die eruit? Hoe komen die bij ons? En dan denk ik, een groot aantal jaren ben ik lid geweest van het Parochiële Caritas Instelling. Oftewel de diaconie van de kerk. Er komt echt zich niemand zomaar melden, wij hebben het financieel
11/33
moeilijk en wij hebben een steuntje de rug nodig. Echt niet. En ook deze kinderen die hulp nodig hebben, zullen dat niet zozeer zelf komen zeggen of hun ouders. En meneer Kampinga, daar hebben we die scholen nodig of de verenigingen en noem het maar op. Die zijn de lijntjes. Die kunnen zien, misschien kunnen we daar een beetje aan trekken en doen. En die hebben we nodig om te kijken waar het wel nodig is, voor die kinderen die echt de hulp nodig hebben. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel, heer Alsemgeest. Dan ga ik naar mevrouw Molenaar. Gaat uw gang. Mevrouw Molenaar-van der Beek: Dank u wel, voorzitter. Bij dit punt inderdaad, over de echte zorg, hadden we in onze fractie toch wel gesproken. En vooral omdat tijdens één van de beeldvormingsavonden toch wel ook weer, wat mij betreft, het schokkende beeld naar voren kwam dat vijftig procent van de hulp die geboden wordt niet bij de kinderen terechtkomt die het nodig hebben. En aan de andere kant, vijftig procent van de kinderen die het wel nodig hebben de hulp niet krijgen. Die vraag over echte zorg hield ons ook wel bezig. En we snappen ook dat dit uitgangspunten zijn en dat er een kader is. En dat daar nog niet gelijk de oplossing zit voor dit vraagstuk.
Maar dat zat bij ons wel in het achterhoofd van, hoe goed ook de uitgangspunten, we zijn het eens met de uitgangspunten, maar gaan we dit probleem daarmee oplossen? We hopen het van harte. En we kijken ook uit naar de uitwerking in het beleid. Maar er zit nogal een mismatch op, wat is zorg en wanneer is het echt nodig? We hebben in een eerdere bijdragen ook aangegeven dat we bij jeugdzorg vooral denken aan gezinszorg/familiezorg. Laten we jeugdzorg ook vooral niet in die zin apart houden, maar inderdaad inkaderen ook in die sociale basis. Want het gaat niet alleen om het helpen van de jeugdige, maar ook vaak met de sociale basis eromheen. Dat wilden we ook graag nog onder de aandacht brengen bij dit punt. En het moet ons toch ook van het hart, ik bedoel, we zien dat de kosten van jeugdzorg enorm oplopen. En dat baart ons ook zorgen. Maar toch willen we het uitgangspunt hanteren dat kostenbesparing wat ons betreft niet het uitgangspunt is om deze wijzigingen en de verbeteringen in gang te zetten. Maar dat we met zijn allen toe willen naar dat jongeren gelukkig zijn op hun plek. Want wij denken ook dat een jongere niet gelukkig wordt per se als ze naar jeugdzorg moeten gaan. Maar juist dat we met zijn allen de jeugdzorg verbeteren, waardoor het inderdaad minder dokters of psychologen en zo wordt. Maar dat het gewoon is dat je een keer een probleem hebt en het ook gewoon oplost.
De vraag was heel erg van, beperken van de jeugdhulp? Wat ons betreft is dat niet zozeer een financieel dingetje, maar vooral ook een welzijnsdingetje. En dat zijn de dingen die we graag wilden inbrengen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Van Splunter. Gaat uw gang. Mevrouw Van Splunter: ChristenUnie lijkt hemelsbreed het meest ver van ons af te zitten. Maar dat is dan letterlijk en zeker niet figuurlijk. Want volgens mij zitten we best op eenzelfde lijn hierin. Ik ga het verder niet al te lang maken, want ik kan bijna aansluiten op hetgeen wat ik eerder heb gezegd bij agendapunt 5A. Anders dat ik met deze uitgangspunten, naast het investeren in die sociale basis, ook wel hoop dat we met elkaar een mindset kunnen creëren in onze maatschappij dat het niet zo is, de gemeente regelt het wel of daar moet je voor alles zijn, maar dat we ook gewoon oog hebben voor elkaar en de regie pakken in ons eigen leven. En nogmaals, daar moeten sommige mensen wat meer versterkt bij worden, maar dat is ook kansengelijkheid. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de heer Xhemaili. Gaat uw gang. De heer Xhemaili: Dank u wel, voorzitter. Als we het hebben over Kansrijk opgroeien, ga ik een persoonlijk verhaal vertellen. Ik kwam in 2001, uit mijn hoofd, in Bleiswijk wonen. Toenmalig gemeente Bleiswijk. Ik ging toen op voetbal, met mijn broertje samen, bij de Soccer Boys.
En op een gegeven moment moesten we contributie betalen, schoenen betalen. Mijn ouders moest op een gegeven moment ook gaan rijden om wedstrijden te bezoeken, uitwedstrijden. En op een gegeven moment, naarmate je ouder wordt, moet je ook meer betalen aan contributie. Dat betekende dat op een gegeven moment moesten wij van voetbal af, omdat het niet te behappen was in de kosten. En dat betekent Kansrijk opgroeien, dat iedereen dezelfde kansen krijgt in Lansingerland. En dan wil ik gelijk de stap maken naar de vereniging waar de heer Bergwerff het over had. Dat is juist een hele goede om mee te nemen, om juist aan de preventiekant te gaan zitten van armoede, huiselijk geweld, schulden, om die ook daar op zijn vroegst te signaleren, om juist te acteren, om gelijk in actie te komen, om erger te voorkomen. Niet alleen scholen, maar ook buurtcentra waar mensen op een laagdrempelige manier kunnen binnenstappen om hun problemen kenbaar te maken in een veilige omgeving. Want nogmaals, niet elk gezin heeft een sterke sociale omgeving. Of er is heel veel schaamte om bepaalde problematiek in het openbare mee te geven. En daar moeten we echt voor gaan waken, omdat niet te ver door te trekken naar zelfredzaamheid. Ik pleit nogmaals voor een sterke overheid. Iedereen interpreteert dat op zijn eigen manier uiteraard. Maar laten we daarop gaan inzetten, om dat goed voor elkaar te krijgen in
12/33
Lansingerland. En dit lijkt een beetje op mijn eerste bijdrage, maar deze twee agendapunten sluiten ook naadloos op elkaar aan. Hier wil ik het bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, heer Xhemaili. Anderen nog? Nee? Dan gaan wij naar de wethouder voor de eerste termijn. Gaat uw gang. Beantwoording college Mevrouw Cnossen: Dank u wel. Dank aan de commissie ook voor de reacties. Een paar puntjes licht ik er nog uit, voorzitter, want veel is al gezegd. De signalering, mijnheer Smolders, eigenlijk werd er al door andere fracties antwoord op gegeven. Is wel mooi om dit zo met elkaar te vertellen. Want wat gezegd wordt, scholen, verenigingen, daar wordt inderdaad ook heel veel gesignaleerd, maar daar moeten we als gemeente ook wel de handreiking doen om hen daarvoor toe te rusten. U weet dat we vanuit de combinatiefunctionaris ook een element hebben van het versterken van verenigingen. Het is vaak voor verenigingen lastig om een bestuur te hebben, het allemaal goed te organiseren. Daar investeren we als gemeente ook in. Maar ook in de voorlichting, hen helpen om dit soort dingen te signaleren. En kinderen, mijnheer Xhemaili moest van voetbal af, maar ik mag hopen dat nu elk kind wat het niet kan betalen hier... Nee, niet eens hier. Bij het Jeugd Sport en Educatiefonds gemeld wordt. Hoeft helemaal niet via de gemeente. Dan krijgen ze alle spullen, alle contributie.