CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV24.0021] Verslag commissie AB d.d. 6 maart 2024

Commissie Algemeen Bestuur 10 april 2024, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering19.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG Commissie Algemeen Bestuur

Corsanummer

: BV24.0021

Datum vergadering

: 06-03-2024

Aanwezig in de raadszaal Commissieleden Leefbaar 3B : Don van Doorn, Terry Duivesteijn WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Mark Bik, Ton Jansen CDA : Jan-Willem van den Beukel, Job Halkes, Wouter de Ruiter VVD : Matthijs Machielse, Nathalie van Bakel D66 : Brecht Weerheim, Erik Jonker CU : Kees-Willen Markus, Bram Oostdijk GroenLinks : Manon van Splunter, Marko Ruijtenberg PvdA : Hamid Azzouzi, Nanno Scheringa VOOR Lansingerland : P. van Olst Wethouders

: Simon Fortuyn, Michiel Muis en Leon Hoek

Voorzitter Commissiegriffier

: Jan Pieter Blonk : Lianne van den Houten

Afwezig Leefbaar 3B VVD GroenLinks PvdA Burgemeester

: Johan Philippens : Ed van Santen : Menno Duk : Sonnie Biharie : Pieter van de Stadt

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Goedenavond. Ik open de vergadering van de Commissie Algemeen Bestuur van de gemeente Lansingerland. Het is vandaag 6 maart 2024, mede namens de commissiegriffier hartelijk welkom in deze vergadering. Ook luisteraars thuis, kijkend naar de webcast, welkom en ook welkom wethouders en tot slot natuurlijk de ambtenaren die op de tribune zitten en u, mijn collega commissieleden, raadsleden die er aanwezig zijn. En in het bijzonder Wouter de Ruiter van het CDA en Bram Oostdijk van de ChristenUnie, die beiden vanavond voor het eerst in deze commissie zijn. Welkom heren, ik hoop dat u het een hele leuke commissie vindt. Althans dan zou u het met mij eens zijn. Oké, alle fracties zijn aanwezig, wat ik zo zie. Ja. En we gaan aan de slag. 2. Inspreker(s) De voorzitter: Agendapunt twee, insprekers die zijn er niet, dus we gaan snel door. 3. Vaststelling verslag vergadering d.d. De voorzitter: Agendapunt drie. Er liggen twee verslagen, een van 6 december en een van 17 januari, beide verslagen zijn in ieder geval geen wijzigingsvoorstellen binnengekomen. Dat betekent dat beide verslagen vastgesteld zijn. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Dan komen naar de vaststelling van de agenda. Ik heb begrepen dat mevrouw Van Splunter daar… De heer Ruijtenberg is ook goed.

1/25

De heer Ruijtenberg: Ja, mevrouw Van Splunter mag ook trouwens hoor. Dat maakt mij niet zozeer uit eigenlijk. Maar het gaat even om, dat op de agenda ziet u bespreek punt 5a, informatievoorziening en verloop van proces omtrent verduurzaming zwembad de Windas. Dit zou besproken worden door de heer Duk, maar de heer Duk is ziek en aangezien de woorden Duk, Windas en verduurzaming bijna synoniem zijn voor elkaar, willen wij dit eigenlijk wel door hem laten bespreken. Dus ik verzoek u en de commissie om dit nu van de agenda te halen en dit eventueel te agenderen voor de commissie van april. De voorzitter: Oké. Nou dat is een duidelijk voorstel en ik heb begrepen dat u alle fracties al benaderd heeft en dat u eigenlijk het al binnen heeft, maar ik ga het toch even vragen. Kunt u mij instemmen dat dit agendapunt doorgeschoven wordt naar de vergadering van april? Ja? Oké dan gaan we dat doen. Dan vervalt agendapunt 5a, vervalt. Ja. Oké, dan is er ook nog een rondvraag aangemeld van de heer Bik van WIJ Lansingerland betreffende auto inbraken parkeerplaats station Lansingerland, het zal station Lansingerland-Zoetermeer zijn, neem ik aan. Daar gaan we dan maar vanuit. Dus mijnheer Bik dat klopt hè. Ja, dan komt die aan het eind van de vergadering, gaan we die bespreken, die rondvraag en dan is agendapunt 5a, dat is dus vervallen. 5. Bespreekpunten a.

Informatievoorziening en verloop van proces omtrent verduurzaming zwembad de Windas (vervalt) b. Diverse brieven over locaties Windenergie (opleg met agendering volgt op 26/2) De voorzitter: Dan gaan we direct door naar, even kijken, 5b. Dat zijn diverse brieven over locaties windenergie. GroenLinks heeft een bespreek stuk geagendeerd betreffende een brief van het college aan de provincie over windenergie. In deze brief van 8 februari 2024 geeft het college aan hoe zij invulling hebben gegeven aan de discussie in deze commissie in januari over de locaties voor windenergie en een discussie hierover met de provincie. In de agenderende tekst heeft GroenLinks vragen gesteld aan het college en niet aan de commissieleden. Een bespreekstuk is in principe een gedachtewisseling tussen fracties, waarbij ook zo nodig de mening van het college betrokken kan worden. In die zin passen deze vijftien vragen van GroenLinks eigenlijk niet in het plaatje wat we afgesproken hebben, maar daar heeft het presidium anders over besloten. Die hebben gezegd dat kan wel besproken worden en dus dat gaat dan ook gebeuren en ondanks dat GroenLinks aan de leden van de commissie geen vragen heeft gesteld of meningen worden gevraagd, zal ik natuurlijk wel ruimte geven aan u om, als u dat vindt, daar vragen over te stellen.

En tenslotte maak ik nog even de opmerking dat het niet de bedoeling is om de discussie van 17 januari, om die te gaan herhalen. Ik geef graag het woord aan de heer Ruijtenberg voor de introductie van zijn voorstel. De heer Markus. De heer Markus: Ja, voorzitter, u duidt heel netjes dat er alleen vragen aan het college staat, dus ik vraag me eigenlijk af wat ik hier doe voor dit bespreekpunt, in alle oprechtheid, want er staan vijftien vragen die aan het college worden gesteld, wordt aan ons niet gevraagd. Dus ik heb geen idee wat wij met dit bespreekpunt aan moeten. Dus we kunnen rustig afwachten tot al die beantwoordingen zijn geweest, maar dat is een beetje zonde van de tijd, denk ik. De voorzitter: Ja, mijn introductie sluit aan bij wat u net aangaf natuurlijk, maar ik zit ermee dat het presidium heeft besloten dat dit wel door kan gaan. Ik ga even naar de heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: In het presidium zelf is onze fractie vertegenwoordigd geweest door collega Bouman. Maar ik heb daar verslag van gekregen en ook van tevoren input gegeven. Volgens ons zijn dit gewoon belangrijke brieven, die weer een volgende stap zijn in het dossier Bleizo Dus we waren er voorstander van in het presidium om dit te agenderen. Pas na het presidium is mijn lezing van de zaak, is het bespreekstuk aangeleverd door collega Ruijtenberg. En dat is heel prima.

Dat is wel wat smaller dan we het hadden geïnterpreteerd en ook ingestoken in het presidium. Want dat zijn natuurvragen aan het college. Wat ons betreft zou het gewoon wijs zijn om iets meer ruimte te geven aan elkaar, zonder herhaling van zetten inderdaad, maar wel iets meer ruimte te geven aan elkaar, in te gaan door stukken die voorliggen en daar ook gewoon van elke fractie een inbreng te verwachten. Maar met de focus wel te leggen op de vragen, maar nogmaals die zijn pas na het presidium zelf bekend geworden. Dus ik wil mezelf niet helemaal aangehouden achter. De voorzitter: Verder nog vragen? De heer Markus.

2/25

De heer Markus: Nou, volgens mij is het heel simpel, er is in presidium aangegeven, laten we die discussie inderdaad in presidium voeren. Maar dat er inderdaad een oplegstuk komt en een bespreekpunt met de commissie en niet met het college, want daar hebben andere middelen voor. Het college is te gast bij de commissies. Dus wij betreuren het uitermate dat er nu eigenlijk gewoon een soort technische artikel zevenendertig vragen voor liggen waar we naar moeten gaan luisteren bij de beantwoording. Dus dat vind ik jammer. Dat doet ook de discussie geen recht. En ik snap goed dat hierover gesproken moet worden, maar ik betreur het wel dat het op deze manier gaat want dit is gewoon zonde van de discussie en ook zonde van de voorbereiding die iedereen wel of niet hieraan gepleegd heeft. Dat is een gemiste kans. De voorzitter: Heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Voorzitter, dan even ter verdediging van collega Ruijtenberg. Die heeft hier energie in gestoken. Dit stuk is al voor mij meer dan een week bekend, ik neem aan dat de heer Markus dan van tevoren even contact heeft gezocht met collega Ruijtenberg om dit te benoemen en dan een bespreekstuk te verbreden. Dat had ook prima gekund, want nu overvalt hij volgens mij ook zijn collega ermee. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu toch naar de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dank u wel, mijnheer de voorzitter.

Ik vond het zich wel boeiend hoor, om dit even aan te horen. Zo vanaf het achterbankje, zal ik maar zeggen. Bespreekpunt, oplegnotitie, er is al heel veel over gesproken. Ik geloof net dat de heer Jumelet ook trouwens nog iets erover wilde zeggen, dus wellicht dat hij nu een interruptie meteen wil plegen hierover. Ik zie hem nee schudden, dus niet. Waarom wij dan toch dit gedaan hebben en ik begrijp inderdaad dat, de vragen die ik gesteld heb zijn voornamelijk aan het college gesteld, daar is echter ook bij de mogelijkheid voor overige partijen om daar te luisteren, om te vinden wat het college zegt en daar misschien ook nog een mening over te formeren. Die eventueel over zouden kunnen tot vervolgvragen. Ik zal niet de vijftien vragen die op schrift gesteld zijn herhalen. Iedereen heeft ze kunnen lezen, iedereen heeft ze ook gelezen, hoorde ik zojuist. Dat is heel erg goed. Waarom dan toch op deze manier dit graag agenderen? Het heeft ermee te maken dat wij voor… Wij hebben het in januari besproken en we gaan niet januari overdoen maar de inhoud van deze brief die het college heeft gestuurd naar de provincie met daarin de oproep tot bemiddeling tot BZK, heeft ons verbaasd. De timing van de brief, de inhoud van de brief. En daar wil ik graag in de openbaarheid met het college van gedachten verwisselen.

Voor u is het wellicht handig dat u dingen hoort die u nog niet gehoord heeft. Het is wellicht handig dat u denkt, oh dat wist ik niet, ik wil daar vervolgvragen over stellen. Dat is in de openbaarheid makkelijker dan met schriftelijke artikel zevenendertig vragen, waarvan we ook weten dat heel veel mensen die voor kennisgeving aannemen en niet zullen lezen. Ik vind het belangrijk, want dit is namelijk iets waar ook onze inwoners recht op hebben om dit in de openbaring te vernemen. En weten dat hierover gediscussieerd wordt. Het is inderdaad niet de bedoeling om januari over te doen, maar het is wel de bedoeling om een aantal helderheid te krijgen van waarom deze stappen. Waarom deze bemiddeling? Waarom bijvoorbeeld, ik heb de vraag niet gesteld in eerste instantie, maar bemiddeling door BZK en niet door economische zaken. Omdat het ook gaat over energieopwekking. Waarom is daarvoor gekozen en daar wil ik meer duidelijkheid over krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de commissie. Voor de eerste termijn. Geen behoefte aan? De heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Jawel hoor. Ja, ik wacht even af en ik ga wel verzoeken, voorzitter en in alle vrijheid hoop ik dat u me ook een beetje zult bijsturen, als u zegt nou dat vind ik buiten de orde, want volgens mij probeer ik me te richten op de stukken die voorliggen.

Ik zie daarin opmerkingen over bijvoorbeeld een bestuurlijke impasse, die woorden heb ik nog niet eerder op deze manier gelezen in de stukken, dus ik zal me daar oprichten. En ook langs de lijnen van het bespreekstuk van collega Ruijtenberg. Maar nogmaals, als u zegt als voorzitter van deze vergadering nou, ik vind het een herhaling, hoor ik dat ook graag. Maar allereerst, voorzitter, wil ik graag beginnen met felicitaties aan de Stolk Brothers. Het is namelijk de Commissie Algemeen Bestuur, die gaat over economie in Lansingerland en zojuist is bekend geworden volgens mij, dat de Stolk Brothers, een van de vooraanstaande tuinbouwbedrijven in Lansingerland, de tuinbouw innovatieprijs hebben gewonnen. En dat is iets heel bijzonders en daar mogen we trots op zijn. Dus bij deze de welgemeende felicitatie. Voorzitter, dan

3/25

Bleizo Dat is inderdaad wel debat nummer tien of iets dergelijks. En we moeten dat niet overdoen en we moeten wel de moed erin houden wat ons betreft. Ik heb me wel eens voorgesteld dat een nieuwe ambtenaar op dit dossier alle debatten moet terugkijken en vraag ik me af hoe zou dat gaan? Zou dat dan voelen als een soort bingewatching met elke keer een cliffhanger? Iets heel moois. Of zou dat meer voelen als Groundhog Day, dat je denkt, weer zo'n debat met weer eenzelfde uitkomst. Ik hoor graag, misschien anoniem, van een ambtenaar die het ooit eens gaat doen, hoe dat overkomt? Maar goed, voorzitter, even serieus. Vandaag wil ik proberen met een frisse blik naar dit stuk te kijken, want het zijn wel belangrijke brieven die die verstuurd zijn. De reactie van het college op een brief van GS en het college spreekt daarin, zoals ik al zei, van een impasse. Voorzitter, mijn fractie heeft de indruk dat we die impasse toch zelf hebben gecreëerd. Dus ik heb het er wat vragen over die woordkeuze aan het college, in aanvulling op de vragen van collega Ruijtenberg, want ik vraag me af of we die dus niet zelf hebben gecreëerd en hoe eigenlijk onze inwoners hiernaar kijken. Als ik luister naar Nieuwe Lansinger Stroom, dan zeggen ze nee, dat is geen impasse, we hebben een plan om windturbines te realiseren op Bleizo Geef ons die ruimte.

Als ik luister naar onze ondernemers, bijvoorbeeld de VSVK heeft pas ruimte moeten opzoeken in Pijnacker, had hier geen plek meer. Maar ook VNO-NCW die heeft een brief gestuurd naar het college. Ik hoor overigens graag zo meteen of daar een antwoord op is gegeven, of we daar een afschrift van kunnen ontvangen, hoor ik graag van het college. Maar ook die ondernemers die vragen geef ons de ruimte eigenlijk om te doen wat wij willen op Bleizo Namelijk bedrijven realiseren. Dus ook die hebben eigenlijk niet de behoefte aan die impasse die wij misschien zelf creëren. En tot slot als ik inwoners spreek, ik heb hier een technische vragen over gesteld namens onze fractie, dan maken ze zich ook zorgen over het financiële plaatje. We lezen in die antwoorden op de technische vragen dat we eigenlijk nu als we de bestemming zouden realiseren elf-en-een-half miljoen euro zouden kunnen verdienen als gemeente en uit die antwoord op de technische vragen blijkt dat die elf-en-een-half miljoen euro verdampen als gevolg van die impasse die we zelf hebben gecreëerd. Dat is vijfhonderd euro per huishouden die is verdampt. En die huishoudens, die hebben daar denk ik ook niet zo'n behoefte aan, aan dit soort inpassen dat we zelf creëren.

Dus mijn vraag aan het college, voorzitter, is waaruit zou nou die impasse nog bestaan als we zouden luisteren naar die ondernemers en die duurzaamheidsvoorvechters en naar die inwoners, dus die bestemming gewoon zouden realiseren. Nog een laatste vraag, voorzitter, ook in die beantwoording op de technische vragen ging het even over het getal waarmee geschermd is dat het besluit van de provincie zou leiden tot vijfenzeventig tot honderdtien miljoen euro afwaardering van de grond. Een enorm bedrag dat wel vragen opriep bij mijn fractie. Dus we hebben daar navraag naar gedaan en uit die beantwoording blijkt dat er een scenario is gemaakt en een schatting waarbij ervan is uitgegaan dat de huidige bestemming niet gerealiseerd mag worden. Ik begrijp dat zo, dat er dus geen enkel bedrijf mag worden gerealiseerd op de grond en er is er uitgegaan van afwaardering naar agrarische waarde. Dus naar afwaardering tot gewoon weiland, koeien laten grazen. Mijn vraag is, misschien aan het college primair, maar ook wel aan de collega's, is dat nu werkelijk een scenario dat reëel genoeg is om te gebruiken in de media of is dat meer een soort dreigen, bijna? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog in eerste termijn van de zijde van de commissie? Dat is niet het geval. Dan ga ik naar wethouder Muis.

De heer Muis: Ja, dank u wel, voorzitter en dank dat ik hier samen met Simon te gast mag zijn in jullie commissie. De voorzitter: U bedoelt wethouder Fortuyn. De heer Muis: Ja, wethouder Fortuyn. Ik zal een duiding geven van de brief inderdaad aan de hand van de vragen, voorzitter. De heer Ruijtenberg heeft ook niet alle vragen genoemd. We hebben ze natuurlijk wel gelezen. En volgens mij zijn alle antwoorden altijd al aanwezig, volgens mij is dat sowieso, zijn al alle antwoorden altijd al aanwezig. Maar ik denk dat er geen kwaad kan om even de duiding nog een keer te geven. En dan ziet u vanzelf dat het antwoord geeft op al uw vragen. Voor de financiën kijk straks eventjes naar mijn collega en die knikt ja, dus die kan daar wellicht iets over zeggen. We willen voorkomen dat we de discussie over gaan doen, maar ik merk toch aan de hand van de vragen, dat we toch een klein stukje terug moeten. En dat is oktober 2022. Daar heeft uw raad het ontwikkeld perspectief proeftuin Bleizo-West vastgesteld. Daarmee gaat Lansingerland, de raad van Lansingerland, de gemeente Lansingerland, het college, uw college voor een dynamische woon- en werkomgeving bij het station Lansingerland-Zoetermeer. Daarmee versterken we het Horti Science Park en het Dutch Innovation Park in Zoetermeer door deze topsectoren hier aan elkaar te verbinden.

Dit perspectief is natuurlijk niet zomaar tot stand gekomen. Er is een hele lange geschiedenis en er is ook een uitgebreid

4/25

traject aan voorafgegaan, waarin we hebben gekeken naar woningbehoefte onderzoeken, leefomgevingsaspecten, economische invulling en ook financiële haalbaarheid, wat net ook werd aangehaald. En sinds de vaststelling van het ontwikkelperspectief zijn wij ambtelijk en bestuurlijk met de provincie in overleg over de toekomst van dit gebied. En het is geen verrassing als ik zeg dat die gesprekken op zijn zachtst gezegd niet soepel verlopen. En zoals u raad, in alle brieven vanuit uw college en vanuit de provincie heeft kunnen lezen verschillen uw college en het college van GS op een aantal inhoudelijke en beleidsmatige zaken blijvend van inzicht. Het standpunt van het college van GS over windenergie kunnen wij niet los zien van deze discussie over Bleizo-West. Het standpunt van GS dat er hoe dan ook windenergie gerealiseerd moet worden in Lansingerland, sluit niet aan bij de gemaakte afspraken en belangrijker nog, is een zeer onorthodoxe en vooral onverstandig uitgangspunt. Inpassing van windturbines is, zoals u allen hebt kunnen lezen in de onderzoeken, onze onderzoeken, nog een keer in het provinciale onderzoeken, zeer complex, ruimtelijk beleidsmatig, financieel vraagt dit om een veel zorgvuldiger proces, dan dat er nu wordt gelopen.

Het vertrekpunt is dat er koste wat kost windenergie gerealiseerd moet worden en dit gaat voorbij aan de complexe werkelijkheid en laat dus ook geen ruimte voor zorgvuldige integrale afwegingen en daarmee ook niet voor een goed inhoudelijk gesprek. Het college deelt daarin uw zorgen, de zorgen van uw raad en daar hebben we natuurlijk uitgebreid met elkaar over gesproken en die hebben wij ook tot ons genomen als college. Daarbij komt dat GS met haar uitleg en interpretatie van het coalitieakkoord en het besluit van december de ontwikkeling van BleizoWest afhankelijk maakt van windenergie elders in onze gemeente. En zoals we met uw commissie hebben besproken, staan de gevolgen van het besluit niet in verhouding tot de onhaalbaarheid van windenergie in dit gebied. Ook vindt het college het niet passend dat het provinciebestuur het wijzigen van het omgevingsbeleid op het gebied van bedrijventerreinen beleid afhankelijk maakt van de realisatie van windenergie. Dit is een oneigenlijke koppeling die in de ruimtelijke ordening niet is toegestaan. Laat dat even op u inwerken. Is een precedent wat hier gebeurt. Voor bestuurskundigen is dat misschien heel interessant, maar voor ons is dat uitermate vervelend.

Met het besluit van het college van GS en de brief daarover heeft de provincie, de provincie, dus niet het college van Lansingerland, maar de provincie heeft gekozen en die heeft dit eenzijdig een besluit genomen en daarmee geen ruimte gelaten voor een goed gesprek. De voorzitter: Ik ga u even onderbreken voor een interruptie van de heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Dank, voorzitter. Ik was benieuwd, omdat ik de heer Muis de argumentatie van onze burgemeester hoor herhalen van de laatste vergadering, of de aangekondigde gang naar de bestuursrechter is doorgezet of wordt doorgezet vanwege inderdaad dit machtsmisbruik, zoals het wordt geformuleerd. De voorzitter: Wethouder Muis. De heer Muis: Voorzitter, wij kijken naar alles. Het staat verderop in mijn tekst. Maar alle opties liggen op tafel. Alleen u heeft ook kunnen lezen welke handreiking wij nu doen richting de provincie. Dus het lijkt ons heel verstandig om niet, daar gaan we straks ook als college niet op in, op alle alsdan vragen of ja, als BZK niet wil, als de provincie niet wil, dat zullen we dan zien en dan bepalen. Wij gaan nu, hebben nu een brief gestuurd daar heeft u kennis van kunnen nemen en dat is onze inzet om hier uit te komen. En ik kan me niet voorstellen dat een andere overheid zegt, nou dank, maar daar gaan wij niet op in. Ik ga verder, voorzitter.

Nou dus gezien die hele grote afstand, die er tussen beide besturen zit op deze onderwerpen en de zeer lange voorgeschiedenis, constateert uw college met steun van de meerderheid van de raad in elk geval, dat we in een impasse terecht zijn gekomen. Ja, ik kan het niet anders noemen. Er werd net echt expliciet naar gevraagd. Waarom impasse? Ja, ik denk als je de media heb gelezen, als je de brieven hebt gelezen, ik wil u ook wel zeggen, wij samen met wethouders van de gemeente Zoetermeer, we kunnen van alles vertellen maar als er niet serieus beweging is aan de andere kant dan spreek ik van een impasse de andere kant zal het wellicht anders zien. Dus in die zin is het altijd degene die het stelt die heeft dat gevoel. Een ander kan heel ander gevoel bij hebben. Dat begrijp ik, maar voor ons is het echt een bestuurlijke impasse waar een eind aan moet komen. Dit is dus niet in het belang van Lansingerland, deze impasse, niet in het belang van onze regionale samenwerkingspartners, zoals de MRDH. Het is ook niet voor niets dat zij dus ook een brief hebben gestuurd, want ook zij zien dat dit iets is wat opgelost moet worden.

En dat betekent niet direct inderdaad naar de rechter of armpje drukken, kijken wie de meeste instrumenten ter beschikking heeft, maar gewoon normaal, zou je haast zeggen, laten kijken, laten objectiveren, van zien wij het nou echt helemaal verkeerd hier in Lansingerland en Zoetermeer in de regio of is het de provincie die misschien eens na moet denken wat zij precies willen? Ik zat in het rijtje, MRDH, maar ook Samenwerkingsverband

5/25

Wonen, de wethouders wonen, maar goed het gaat veel breder, wethouders economie et cetera. En ten slotte vooral niet als laatste, het is niet in het belang van onze inwoners die wachten tot een aantal problemen worden opgelost die nu gewoon stil komen te liggen. Het college ziet het daarom als een gezamenlijke verantwoordelijkheid om tot een oplossing te komen en we pleiten daarom voor bestuurlijke bemiddeling met een onafhankelijk adviseur. Dat wij dit als een goede oplossing zien, is ook geen geheim. Ook vorig jaar rond deze tijd hebben we hier al voor gepleit. GS is daar toen niet op ingegaan. Nu zijn we een jaar verder en nog steeds geen centimeter vooruit. We vinden het tijd voor een andere route. Met dit aanbod doen wij nadrukkelijk een stap naar voren, een beetje analoog aan wat er in de formatie gebeurt, wij steken ook onze hand uit. En het doel van de beoogde bemiddeling is om tot een oplossing te komen. Was volgens mij ook een van de vragen. Het college, ook een van de vragen, steunt ons pleidooi hierin en wij hebben er vertrouwen in dat het college van GS onze uitgestoken hand aan zal nemen. Zodat we gezamenlijk naar het ministerie kunnen stappen met dit verzoek. En BZK heeft overigens nog niet eerder bemiddeld en het is ook dus een hele logische partij wanneer twee overheden er onderling niet uitkomen om daar de vraag neer te leggen, het verzoek.

Het lijkt ons niet verstandig om op zaken vooruit te lopen, dus voor een soort sorteren op uitkomsten op het onwaarschijnlijke geval dat onze hand niet door GS zou worden aangenomen en duidelijk mag zijn dat ik net al zei dat alle opties op tafel liggen. En dit is stap één daarin. Voorzitter, volgens mij is dit wel de samenvatting van waar we staan. En daar wou ik het even bij laten voor de eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Muis. Dan ga ik naar de heer Fortuyn. De heer Fortuyn: Dank u wel, mijnheer de voorzitter en dank u wel voor de vragen, de financiële doorkijk, gedaan door het CDA om, laat ik zeggen, de vertraging die er nu optreedt, dat het ongeveer vijfhonderd euro per huishouden gaat kosten, zo’n tien miljoen euro, waar u het over heeft. Nou, we hebben gezegd dat wij inderdaad twee miljoen per jaar aan derving hebben en renteverlies hebben en kosten die we moeten maken en dat komt inderdaad, als we het op drieëntwintig huishoudens houden, dat is ongeveer de lijn die we ook doen, want ja we hadden er graag 30.000 gehad, maar ja, dat gaat niet lukken op deze manier. Dan was het iets minder geweest. Waar het dat in de kern om gaat, we hebben vijfenzestig hectare grond liggen, daar ligt in de GR Bleizo, u weet, dat is een samenwerking tussen Zoetermeer en Lansingerland, dat er een grond waardering is op de kade van bedrijventerrein.

Dat weet u ook. Dat geeft een span breedte van pakweg vijfenzeventig tot honderdtien miljoen, hangt er een beetje vanaf hoe je het kan inrichten en wat er omheen zit. Maar dat is ongeveer wel de waarde die erin zit. Wat gaat er gebeuren als daar twee of drie windmolens gerealiseerd gaat worden? En waarvan we al zeker weten, door de doorrekeningen, dat de twaalf megawatt waar wij nog steeds aan gehouden worden en niet de bonus van vijftien megawatt, dat dat op die locatie niet te realiseren is. U weet ook dat de wet met de afstandscriteria aangepast wordt op dit moment en dat betekent dus dat in die afstandscriteria en veiligheidsnormen het gebied grotendeels, laat ik zeggen, niet meer geschikt is voor enige bebouwing dan ook en dat gaat dus om een gigantisch verlies lijden, want je kan er niks meer doen. En dat is het kader wat we geschetst hebben, dat dat tot een gigantisch verlies zou kunnen leiden. Of dat verlies is voor Zoetermeer en voor Lansingerland, dat is nog te bezien. Wij hebben zelf al bekeken, kunnen we dat rechtstreeks claimen als overheden onderling, maar we hebben ook nog een gemeenschappelijke regeling, dus we onderzoeken dat nog. En dit is dan vele malen meer dan de vijfhonderd euro waar we nu over praten.

In de kern genomen is het, dat dit soort afwegingen waar ik het een met u nu over heb, is dat überhaupt niet in de besluitvorming van de keuze waar we in het gebied iets willen gezamenlijk met de Gedeputeerde Staten mee hebben kunnen nemen. Dus los van programma wonen, los van programma economie, los van eventueel de financiële schade, los van de uitgangspunten die men zelf als beleidslijn heeft als provincie, dat is nooit te nimmer, ondanks inbreng van onze kant uit, op tafel gekomen. Het ging enkel om de vraag, gij zult eerst wind realiseren alvorens wij overwegen om een nieuwe blik op Bleizo-West te doen zonder nog een keer de toezegging, dat als wij wind realiseren, dan mag er ook gebouwd worden. Daar zit de impasse, het is geen dialoog, maar is gewoon een monoloog. Ik zeg het wat harder dan mijn collega Muis, maar ik zit al vanaf, namens u, vanaf februari 2022, ben ik bezig om het goeie gesprek te hebben in alle redelijkheid en er is maar één weg, eerst wind en dan kijken we verder zonder perspectief om de woningbouw rond een prachtige station Langeland-Zoetermeer met RET en HTM te ontwikkelen. Daar is de discussie over en dan vinden wij dat we een handreiking doen, want die discussie willen we ook niet meer hebben, de handreiking doen zet een adviseur in, laat die nou eens de weging maken en als daar een uitkomst uitkomt, accepteer die ook.

Dat is wel de inzet die we hebben. Mijnheer de voorzitter. De voorzitter: De heer Van den Beukel.

6/25

De heer Van den Beukel: Voorzitter, of ik ben gek en dan hoor ik het graag van de wethouder waarom dat zo is, of ik ben zwaar teleurgesteld. Ik zal zeggen waarom. De wethouder, die is in mijn beleving weer bezig met het strooien van zand in de ogen over de combinatie windturbine en bedrijventerreinen. Heeft hij eerder een keer gedaan, dat was ergens online. Maar we zitten nu hier in een commissie zaal en dan wil ik het graag eventjes gewoon uit kruisen met elkaar of we elkaar nou misverstaan of dat er toch een beetje een iets anders aan de hand is. Er zijn handreikingen, daar kun je de grachten mee dempen, over de mogelijkheden van de combinatie van bedrijventerreinen en windturbines, die mogelijkheden zijn er. Vijfhonderd meter verderop in Zoetermeer zie je dat gewoon in vol ornaat, windturbines en bedrijven. Die nieuwe afstandsnormen waar de wethouder het over heeft, voorzitter, die zijn er nog niet. Daar wordt over gesproken over de mogelijkheid, dus dat is geen feit, dat is iets wat wordt besproken. Op dit moment is mijn informatie, maar nogmaals ik geef het graag voor een betere, dat het prima te combineren is, bedrijvigheid die geen kwetsbare objecten zijn met windmolens.

En toch is de suggestie nu weer, net als in de beantwoord van onze technische vragen, dat we er rekening mee zullen moeten houden dat als er twee windturbines komen, dat er alleen maar koeien kunnen grazen. Zie ik dat nou verkeerd? Ben ik gek, voorzitter, of heeft u nog echte informatie die u met mij kunt delen waaruit blijkt dat het inderdaad een onmogelijke combinatie is, bedrijven en windturbines. De voorzitter: Wethouder Fortuyn. De heer Fortuyn: Ja, mijnheer de voorzitter, ik zou graag de bevestiging willen uitsturen, maar dat doe ik maar even niet. Het is gewoon een feit en u beweert elke keer dat het wel kan. Het kan dus niet. De huidige opwekking die we hebben op honderdvijfenveertig of honderdvijfennegentig meter hoog, met de wiekbreedte die we hebben, met de veiligheidsnormen die wel gaan gelden, dat is een kwestie van maanden, maar dan gaat het echt gebeuren, dan heeft dat voor ons gebied een gigantisch effect. En daar kunt u van zeggen, nou ben ik gek nee, ik zal niet zeggen dat u gek bent, maar we verschillen van mening. Het is gewoon een feit wat ik hier neerleg. Want het zou doodzonde zijn als ik u als wethouder verkeerd voorlicht. En dan trek ik ook de consequentie als het kan he. Zo simpel is het. De voorzitter: Ik heb interruptie van mijnheer Machielse. De heer Machielse: Dank u wel, voorzitter.

Buitengewoon interessante discussie over feiten, meningen en fictie, maar politiek gaat soms ook over een stukje relaties opbouwen en een stuk je vertrouwen. En ik ga u dezelfde vraag stellen eigenlijk, wethouder, ben ik nou gek of zei u hier twee maanden geleden nog in deze commissie, onder andere u en een ander lid van het college, dat de banden met GS uitstekend waren, het in goed overleg ging en er meer tijd nodig was voor het goede gesprek. Ik hoorde u buitengewoon optimistisch, opgewekt. Dat is natuurlijk een mening, dus niet feitelijk te duiden, dus dat ga u ik ook niet vragen. Maar wat is er nou zo veranderd in die afgelopen twee maanden, dat hier nu twee collegeleden deze avond eigenlijk de messen aan het slijpen zijn om het goede gesprek te gaan voeren met hulp van anderen, allerlei maatregelen overwegen waar ik de heer Muis zelfs hoor zeggen wij sluiten niets uit op dit moment, nou dat zijn totaal andere woorden dan twee maanden geleden. En als ik de openbare informatie erop na sla, is het enige wat er is gebeurd is dat er twee brieven over en weer zijn gestuurd. Dus vraag: Wat is er nou werkelijk zo veranderd de afgelopen twee maanden in de relatie tussen ons college en het college in de provincie, dat ik in ieder geval naar mijn eigen waarneming een totaal andere houding en emotie bemerk bij dit college. De voorzitter: Wethouder Fortuyn.

De heer Fortuyn: Ik vind het mooi verwoord, dank u wel voor deze vraag. Het klopt. We waren enthousiast in gesprek met elkaar, nadat we inderdaad ook gezegd hadden van jongens, we moeten dit nog eens een keer opnieuw wegen. Maar 19 december, vrijdagavond laat, voor het kerstreces, komt er een projectbesluit op ons af. En dat paste niet, en nogmaals niet, in datgeen wat in onze gesprekken had plaatsgevonden. En als je dan een projectbesluit krijgt, zoals u dat heeft kunnen lezen van 19 december, waar wij uitvoerig over gesproken hebben met elkaar in januari, waaruit eindelijk ook de brief een beantwoording van ons is gericht aan GS is daar de oorzaak van. De voorzitter: De heer Machielse. De heer Machielse: Mag ik dan correct concluderen dat er tussen de bespreking in januari, waarin u buiten en optimistisch was over het goede gesprek en bevestigde dat de relatie met het college in de provincie uitstekend was, er geen feitelijk nieuwe informatie is tot op heden?

7/25

De voorzitter: De wethouder. De heer Fortuyn: Dat is correct. Dat is correct en wij reageren op de brief die op 19 december vrijdagavond, om even te duiden voor het kerstreces, is binnengekomen. Toen was het een projectbesluit en daarmee was gewoon de zaak op slot. Dat heeft te kunnen lezen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Ruijtenberg, interruptie? De heer Ruijtenberg: Ja dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, mijnheer Van den Beukel die zei het al, de woorden zwaar teleurgesteld en die woorden, die mening van de heer Van den Beukel die deel ik. Zwaar teleurgesteld over dit en ik ga het ook maar gewoon op zijn Rotterdams zeggen, kul antwoord van het college over de vijftien vragen die gesteld zijn. Als we naar… En misschien moet ik ze dan maar gewoon voor gaan lezen want dat dusver doet u heel goed uw best om inderdaad, zoals de heer Van den Beukel zei, zand in de ogen te strooien. Ook met de heer Machielse, in januari wordt geroepen de relatie is goed, in februari is die totaal verziekt. Ook niet diplomatiek, maar ook gewoon op zijn Rotterdams, dat deze brieven moeten komen. Nu zegt u van we gaan niet reageren op wat als vragen, daarmee maakt u zich echt heel gemakkelijk ervan af met die vijftien vragen, dus laat ik het maar gewoon voorlezen. Misschien dat u dan wel een antwoord kunt geven.

Vraag één en vraag twee, nou daar ga ik vanuit dat u die beantwoord heeft, want namelijk daarop heeft u gezegd, ja vanuit de gesprekken, we kunnen concluderen dat die er niet meer zijn enzovoort. Wat mij verbaast is dat ik dan uit bronnen hoor dat het laatste gesprek door beide partijen niet afgezegd is, maar dat niet heeft plaatsgevonden, omdat beide partijen niet zwarte Piet wilde krijgen om op een gesprek te gaan, wat me dan daar heel erg in verbaast. Ja, pardon u mag dadelijk antwoord geven. U mag niet interrumperen, mijnheer Fortuyn, u komt dadelijk aan de beurt. Vraag drie, hoe komt dat reeds op zes februari, twee dagen voor de brief van het college van B&W, de MRDA een brief schrijft waarin men het voorstel doet om hierbij te kiezen voor de inzet vaneen gezamenlijk gekozen bestuurlijk bemiddelaar? Heeft het college van B&W op enige wijze aangedrongen op een dergelijk voorstel van de MRDH? Klip en klaar antwoord graag. De voorzitter: Ik ga even onderbreken, hoor. In uw woordvoering moet u wel, dat is afgesproken, via de voorzitter spreken en niet een wethouder direct aanspreken. Dat geldt ook voor collega raadsleden. Dat heeft te maken ook met mogelijke emotie, die daarin zit. Ik hoef u niet uit te leggen waarom heel lang geleden daarvoor besloten is. Gaat uw gang verder. De heer Ruijtenberg: Dan vraag ik via u, welke rol ziet het college van B&W voor de MRDH.

Voorzitter, welke rol ziet het college van B&W voor het ministerie van BZK. Oké, die is beantwoord min of meer, want we zijn allebei bestuursorganen. Voorzitter... De voorzitter: Ik ga u even onderbreken voor interruptie van de heer Markus. De heer Markus: Ja, ik vind prima als u die vragen voorleest, maar misschien kunt u even duiden wat er nou achter deze vragen zit, want die vragen we allemaal kunnen lezen, maar achter deze vragen voel ik dat er wat zit en ik zou het fijn vinden als u dat nou eens even duidelijk duidt. De voorzitter: De heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Achter deze vragen zit vertraging. We kunnen namelijk, er is de mogelijkheid om gewoon, we kunnen een onderzoek doen, nog een keer een onderzoek, waarin we aan kunnen geven er is wel degelijk windenergie mogelijk in Lansingerland. De Gedeputeerde Staten heeft ook al gegeven, die drie turbines in lijn, daar willen we eventueel vanaf zien. We willen daar flexibel voor zijn door op andere plekken daar wat te doen. De voorzitter: Ik heb nog een interruptie van de heer Markus. De heer Markus: Voorzitter, het gaat om de ontkoppeling tussen wind en Bleizo, dat is waar het college voor pleit. En dat krijgen we niet van de grond omdat er op dit moment, u erkent geen bestuurlijke impasse, dat erkennen wij wel, maar dat moet van tafel en dat krijgen we waarschijnlijk niet voor elkaar.

Dus hoe ziet u dan, zonder bemiddelaar, dat voor zich dat dat van tafel gaat, die koppeling. De voorzitter: De heer Ruijtenberg.

8/25

De heer Ruijtenberg: Dat krijgt u inderdaad niet van tafel omdat niet alleen dit college, maar ook de colleges daarvoor en de colleges daarvoor de colleges daarvoor sinds het convenant windenergie gesloten is, al twaalf jaar lang op de handen zitten, gehoopt hebben dat het allemaal voorbij zou waaien, dat we niet hoefden te doen. En de realiteit is gewoon dat we dat doen. Ook dit nieuwe college van Gedeputeerde Staten heeft duidelijk gekozen in het collegeakkoord er komt vijftien megawatt windenergie. Dan kun je pleiten wat je wil, je kunt zeggen we doen het niet, je kunt naar de bestuursrechter, kun je stappen, je kunt van alles doen, maar de realiteit is zoals de heer Duk ook in januari zei, de vraag is niet of er windenergie gaat komen in Lansingerland, de vraag is wanneer er windenergie komt. Dat kunnen we beter in eigen hand houden en zelf ontwikkelen dan dat we iets laten doen en ons door de provincie iets laten opleggen. De voorzitter: Interruptie van de heer Markus. De heer Markus: U gaat erin op de nut en noodzaak van windenergie. Maar dat was helemaal mijn vraag niet. De vraag is koppel nou die opgave van wind los van Bleizo, want u wil vaart maken. De enige manier om vaart te maken voor Bleizo is die ontkoppeling, want dan kunnen voor Bleizo verder met de onderzoeken.

Als je dat nou voor elkaar krijgt met een onafhankelijke bemiddelaar samen met provincie, dan kan die windopgave verder opgepakt worden los van Bleizo, Dan hebben we toch… Is toch prima. Hoe reageert u daarop? De voorzitter: De heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ik heb hier net al gezegd, toen u de eerste keer die vraag stelde over de ontkoppeling, die ontkoppeling ga je niet willen, want er zijn twee partijen voor nodig die dat willen ontkoppelen. En aangezien de ene partij het niet wil, wat je wel kan doen, is zelf dit gaan. En we kunnen ook, ook een van de vragen, ook geen antwoord op gegeven, tijdelijke huisvesting kan ook gewoon gedaan worden op Bleizo. Daarvan wordt altijd gezegd, kan niet. Daarvan zegt Gedeputeerde Staten, kan wel. Kun je gewoon doen, kun je, eer we het onderzoek hebben gedaan en er windenergie staat zijn we acht jaar verder, daar kan je tijdelijke huisvesting doen. Waarom is daarvoor niet gekozen? Waarvoor is daar geen onderzoek? Al twaalf jaar lang wordt er feitelijk niks gedaan en nu wordt er gezegd van, ja we zijn nu door de provincies zijn we verrast, want het is een monoloog, hoorde ik net zeggen. Ja, die monoloog die heb je zelf in de hand gewerkt door de afgelopen jaren niks te doen. Daar gaat het om en je kan wel zeggen we willen dat loskoppelen, maar gaat niet gebeuren. Daar heb je een andere partij voor nodig die dat wil.

Ik vind het prima dat er een bemiddelaar komt, maar bemiddeling werkt alleen maar op het moment dat je ook als gemeente Lansingerland zegt, wij willen iets loslaten. Want als je zegt we willen bemiddelen, maar die bemiddelaar moet ervoor zorgen dat wij kunnen bouwen op Bleizo en dat we geen windenergie krijgen, dat is geen bemiddeling. Dat is dat je je eigen zin wil krijgen. De voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Volgens mij heb ik de wethouder net horen zeggen dat hij zich wil committeren aan de uitkomst van de bestuurlijke bemiddelaar. Dus ik vraag mij af waarom u daar dan nog steeds zo tegen bent. De voorzitter: De heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Dat heb ik de heer Fortuyn horen zeggen, dat heb ik de heer Muis niet horen zeggen. Dus ja, het college spreekt met één mond, maar goed, uiteindelijk dus een van de vragen die er gesteld is en die ga ik dan nog een keer stellen: Op een moment dat uit bemiddeling dus komt dat er windenergie kan komen op een plek in Lansingerland, bijvoorbeeld Kruisweg, maar kan ook ergens anders zijn, en daarmee krijgen we akkoord om dan op Bleizo te gaan bouwen, kan het college dan leven met die uitkomst? En daar wil ik het dan maar bij laten. De voorzitter: Wie nog meer in tweede termijn? Niemand in tweede termijn? U heeft niet zoveel meer. De heer Van den Beukel.

De heer Van den Beukel: Voorzitter, ik heb nog geen antwoord op mijn vraag naar een afschrift brief die is ontvangen van VNO-NCW.

9/25

De voorzitter: De heer Markus. De heer Markus: Voorzitter, heel kort even in reactie dan toch op die brief. Wij juichen het van harte toe dat er wel een bemiddelaar komt, want ik denk inderdaad dat er sprake is van een impasse. Dat heb ik in de vorige commissie ook aangegeven. Op het moment dat beide colleges met elkaar communiceren via de krant zit je volgens mij niet meer om een bestuurlijke tafel en is het heel goed dat er een onafhankelijke bemiddelaar komt. En laten we hopen dat daarin in ieder geval vaart gemaakt wordt voor Bleizo. En we wensen daarbij veel succes en ik roep bij deze ook op Gedeputeerde Staten om ook echt te reageren op dat voorstel. En daar ook serieus op in te gaan en niet zoals de vorige keer, daar niet op in te gaan en het in het midden te laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bik. De heer Bik: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank voor de heldere beantwoording van de vragen door de wethouders. Onze fractie staat volledig achter de brief, de toon van de brief en de gekozen woorden in de brief, van college aan Gedeputeerde Staten. Een mooie handreiking om tot een oplossing te komen van deze impasse en het goeie gesprek te voeren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, gaan we naar heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Ons standpunt is helder.

In januari heb ik benoemd dat wij vierkant achter de standpunten van het college staan en dat het tijd is dat wij weer de baas worden in onze gemeente en dat we de regie terugpakken. Daarvoor hebben wij aangegeven dat college alle middelen mag overwegen die tot onze beschikking zijn. Nou, een bestuurlijk bemiddelaar vinden we voor nu een prima idee. Maar als die handreiking niet door de provincie wordt aangenomen is wat ons betreft ook de maat vol om er in overleg uit te komen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog? De heer Weerheijm. De heer Weerheijm: Dank u wel, voorzitter. Zal ik toch ook nog maar even reageren op alles wat er tot nu toe gezegd is? Nee, ook D66 kan de lijn van het college gewoon steunen. Ik ga zeker niet herhalen wat we allemaal in januari hebben gezegd. Ik wil wel graag even meegeven dat eigenlijk de brief die ons college heeft gestuurd uit college van Gedeputeerde Staten, volgens ons in ieder geval, heel mooi recht doet aan de discussie die we hier hebben gehad in januari en daarom waren we eigenlijk ook wel een beetje verbaasd dat het er nu weer op stond, maar we horen de vraag van de andere kant en daar hebben we ook wel ideeën over maar, dat was hem. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog, niemand meer? Nee. Dan gaan we naar het... wethouder Muis. De heer Muis: Dank u wel, voorzitter.

Ik heb nog een paar vragen gehoord, voorzitter, van de heer Ruijtenberg. Eigenlijk kwam, voorzitter, de heer Ruijtenberg zelf al tot de conclusie dat het nog maar een paar vragen waren die er eigenlijk resteerde. Dus ik zal een poging doen om daar antwoord op te geven zodat we… Ik zie een interruptie, voorzitter. De voorzitter: De heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Nee, die conclusie die is fout. Er zijn niet een paar vragen er zijn heel veel vragen, maar ik heb nog maar een minuut en negenenvijftig seconden over, ik wil niet alle vragen herhalen, maar die conclusie deel ik niet. Er zijn heel veel vragen niet beantwoord en maar een paar vragen wel beantwoord. De voorzitter: De wethouder. De heer Muis: Ja, dank u, voorzitter. Dan moet, denk ik, de commissie straks met elkaar maar in alle wijsheid kijken waar zij dan met elkaar antwoorden op willen hebben. Ik ga een paar antwoorden elk geval geven op de vragen die de Ruijtenberg er uit heeft gelicht. Omdat ik van mening ben, namens college, dat de rest in de eerste termijn is beantwoord. Maar goed, daar kun je ook over van mening verschillen blijkt. De eerste vragen van de heer Ruijtenberg gingen vooral over de MRDH. Ik heb er al in eerste termijn iets over gezegd.

Is een belangrijke regionale samenwerkingspartner, ook belang bij het multimodale OV knooppunt, volgt deze discussie natuurlijk ook op de voet, hebben een belangrijke rol in

10/25

de verdeling van werkmilieus, is vervoersautoriteit, het is logisch dat wij daarmee spreken. En ik werp de suggestie verre van mij dat wij hier, als het al zou kunnen, anderen op kunnen dragen iets te doen. En wat hun rol dan verder is? Volgens mij zijn hier ook raadsleden actief binnen de adviescommissies van de MRDH en ik zou zeggen, volgens mij is nagenoeg bekend wat de MRDH allemaal doet en welke rol zij spelen in de regio. Dan kom ik op het verhaal, dat is eigenlijk de laatste vraag. De voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Wellicht een verduidelijkingsvraag voor wethouder Muis. De vraag is natuurlijk niet wat is de rol die her MRDH voert, dat weten we wat de MRDH voert. De vraag is meer ter verdieping dan, welke rol ziet het college van B&W voor de MRDH op dit dossier? Los van de vervoersmodaliteit. De voorzitter: De wethouder. De heer Muis: Een beetje een herhaling, voorzitter. Kijk ze hebben een belangrijke rol in die verdeling van die werkmilieus. Dus het is logisch dat zij zich hier ook in roeren. Ze hebben ook belang bij bedrijventerreinen, bedrijvigheid, ontwikkeling van zo’n cluster, OV, om dat rendabel te laten draaien, dus uiteraard hebben ze dus ook belang bij de locatie Bleizo-West. Ja, meer kan ik er niet van maken. Dan ga ik verder, voorzitter.

Vraag vijftien, dat ging over de woningbouw op Bleizo-West en of dat tijdelijk is of permanent. Sinds de vaststelling van het ontwikkelperspectief willen we daar sociale woningbouw en woningbouw en ik heb niet formeel hier een verzoek ontvangen of wij daar tijdelijk iets willen. Dan is het denk ik ook aan u wat u daar dan zou willen. Nou, volgens mij hebben we in het kader van de huisjes van de Oekraïners hier ook met elkaar over gesproken en die keuze niet gemaakt, dus volgens mij moet er dan eerst formeel een verzoek komen, dat moet denk ik ook iets opleveren in deze hele discussie over Bleizo-West, want ja, leuk om het te hebben over tijdelijke huisvesting, of het nou eens in de Noordpolder of Bleizo-West, maar wat helpt dat ons verder in deze discussie? Dan wil ik eventjes iets rechtzetten, voorzitter. Ook de uitspraak dat het college of de vorige colleges, want het ging over twaalf jaar, dus dat zijn wel minimaal dan drie colleges op hun handen hebben gezeten, dat vind ik echt een soort minachting van bestuur van de ambtelijke organisatie. We hebben hier aan het begin van dit hele traject, met dit college in elk geval, een uitgebreide presentatie gehouden over de hele geschiedenis, welke afwegingen er zijn gemaakt en met alle liefde, voorzitter, organiseren we dat nog een keer voor de commissie, als daar behoefte aan is.

Maar dat er hier twaalf jaar door verschillende colleges op de handen gezeten is, dat werpen we verre van ons. Overigens, daar staat ook nergens wat wij uit die bemiddeling willen halen. Wij willen dat er bemiddeld gaat worden en wij hebben alle vertrouwen dat het klopt wat wij stellen. Daarom gaan wij vol vertrouwen met een bemiddelaar aan de slag. En dan is het wel opmerkelijk dat de andere kant dat niet wil. Dan hebben we nog de vraag van de heer Van den Beukel, de brief van VNO-NCW, daar wordt een afspraak gepland. Daar gaan we mee in overleg, zoals we dat met meer partijen doen. Dus dat dat komt. Even kijken. Volgens mij waren dat de belangrijkste die naar voren zijn gebracht, voorzitter, dus ik zou voor willen stellen dat de rest dan aangegeven moet worden waar dan nog geen antwoord op is gekomen. Maar ik wil ook de ambtelijke organisatie niet met nog heel veel herhaal huiswerk opzadelen, als u dat goed vindt. De voorzitter: De heer Ruijtenberg. De heer Ruijtenberg: Ik heb over een vraag die ik gesteld heb nog geen antwoord gekregen. Wat nu als uit de bemiddeling blijkt dat er op een andere locatie in Lansingerland windenergie te realiseren is van vijftien megawatt en dat we in ruil daarvoor woningen mogen bouwen op Bleizo. Bijvoorbeeld windenergie op Kruisweg. Gaat het college akkoord met die uitkomst van de bemiddeling? De voorzitter: Wethouder Muis.

De heer Muis: Voorzitter, als mijn schoonmoeder, die leeft helaas niet meer, vleugeltjes gehad dan vloog ze door de kamer. Maar ik wil echt geen antwoord geven op alsdan vragen en bovendien, om even zonder gekkigheid, wij hebben onderzoek gedaan. Daar blijkt uit wat er mogelijk is in heel Lansingerland. De provincie heeft naar de hele gemeente gekeken, komt op de drie locaties die u ook kent. En op geen van die drie locaties kan twaalf of vijftien megawatt. Ja, misschien op elkaar, maar goed, weet je… Laat maar aantonen wat er kan en dan gaan wij daarnaar kijken. Dan zullen wij niet in de weg staan. Maar het kan niet. En dat is de hele vermoeiende discussie die ik ook voer met collega wethouders in de regio, accepteer nou een keer dat iets niet kan en laten we van daaruit kijken wat er wel kan. En wij doen ook

11/25

heel veel op het gebied van de energietransitie en al die energie die lekt allemaal weg naar dit dossier. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Ruijtenberg nog. De heer Ruijtenberg: Ja, toch voor de laatste vijf seconden. Ik kan dus wel constateren dat de heer Muis niet op voorhand wil uitgaan van een uitkomst van bemiddeling en dat hij zich daar afmaakt met antwoorden op wat als vragen ga ik niet reageren, terwijl dat volgens mij de doelstelling is van de bemiddeling. De voorzitter: Wethouder Muis. De heer Muis: Ja dank, voorzitter. Nee dat is dat is natuurlijk niet zo. Wij committeren ons aan de uitkomst. Alleen ik geef nu al aan dat het zeer onwaarschijnlijk is dat er op een van de drie locaties twaalf of vijftien megawatt gerealiseerd kan worden. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Fortuyn nog? De heer Fortuyn: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. En ja, ik ondersteun even dat de uitspraak van mijn collega net zojuist. Wij accepteren, als er een bemiddeling is waarbij de weging gemaakt wordt in de belangen, zullen we daar ook die uitslag ook respecteren, maar ook met u delen. Kijk, uiteindelijk, wij kunnen het wel respecteren, maar u bent als raad wel aan zet. Laten we wel zijn. Er ligt ook nog een raadsbesluit, wat nog een beetje in de ijskast ligt, met betrekking tot de plaats van windmolens die nog steeds niet behandeld is.

En dat is maar goed ook denk ik. Dat ging over het advies van het college met betrekking waar wel of niet eventueel windmolens zouden kunnen staan. Maar wij zijn bereid om het goede gesprek te hebben. Zoals de ChristenUnie aangeeft, mijnheer Markus aangeeft, het gaat ons om die ontkoppeling, wij willen niet dwars liggen, we willen meezoeken, we willen eventueel ook verder onderzoeken doen, maar het gijzelen van Bleizo-West om het sparen diepe te gaan, dat zit ons als een graat in de keel, want dit kost ons geld, de vijfhonderd euro die gemeld is door het CDA, en het is ook iets wat we in de huidige situatie van de opgaven ook niet kunnen verklaren. Met een zeer modern hub, het station, HTM RET. We kunnen het niet. Ik kan het ook niet uitleggen. Maar dan nog is die bemiddeling een open hand, een open hand aanrijding om met elkaar in gesprek te komen. Dat willen we. Dat is het uiteindelijke punt. Ik wil wel een ding opgehelderd hebben en ik doe ook een handreiking naar mijnheer Van den Beukel van het CDA, u heeft het erover dat er zand gestrooid wordt in de beleving van wel windmolens bouwen, niet bouwen, bedrijvigheid en dat soort dingen. En dat vind ik jammer, want dan zitten we toch een beetje op een verschillende spoor en een verschillend beeld.

Kijk, als wij onderwijs, wonen of onderwijs en bedrijvigheid willen gaan combineren in dat gebied, beperken we dat zeer door het plaatsen van windmolens. Dat is gewoon een gegeven. En of dat nu het hele gebied is van honderd procent of tachtig of zeventig of zestig, als ik u daarmee een handreiking kan doen om hier eens een onafhankelijke uitspraak over te laten doen, want ik vind het niet goed dat wij elkaar bij wijze van spreken, ben ik nou gekke Henkie of ben jij het, ben jij nou gek of ben je knettergek, dat kan ik wel bevestigen, maar doe ik liever niet. Met andere woorden, ik zou best wel, als de raad het er ook mee eens is, want dan geven we gewoon een opdracht, kom nu eens even met een beeld van wat nu het effect is van die molens op dat terrein en wat een financiële klap dat betekent en dan hebben we ook het eerlijke verhaal. Maar daar zijn we ook niet op tegen, dan hebben we ook het eerlijke verhaal, want ik wil voorkomen dat we met elkaar een beetje hier een format neerzetten waarvan, ja wie heeft er nou gelijk, dan sta ik naast de GS met armpje drukken, ook met jou armpje te drukken en dat wil ik helemaal niet. De voorzitter: De heer Van den Beukel. De heer Van den Beukel: Zin om te reageren hierop, voorzitter. Dank, stap maar naar voren, dat is populair tegenwoordig in Den Haag, laten we het hier ook dan doen. Die uitslag neem ik heel graag aan, voorzitter.

Ik zou inderdaad ook wensen dat we hier gewoon over de feiten het eens kunnen worden. Moeten we even kijken dan naar opdracht formulering wat mij betreft. Maar ja, heel graag. De voorzitter: Dank u wel. De heer Fortuyn. De heer Fortuyn: Nou, de ambtenaren zitten daar, dan gaan we gewoon daarmee aan de slag. Want ik wil het gewoon uit de weg hebben. Ik bedoel, ik wil geen strijd hebben. Het moet gewoon helder zijn, het

12/25

moeten gewoon feiten zijn. Helpt alleen maar om de juiste keuzes te maken. Dus wat dat betreft gaan we het oppakken. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan komen we aan het eind van dit bespreek punt. En ik moet zeggen, het wordt positief afgesloten merk ik nu en dat vind ik altijd wel fijn hoor. Dus in ieder geval komt er binnenkort is er overleg of er komt een voorstel van het college ten aanzien van dat we dus een onderzoek hebben, een beeld moeten krijgen, wat betekenen nou windmolens op Bleizo-West, wat betekent dat voor woningbouw, bedrijven, noem maar op. Misschien nog andere dingen ook erbij en ik denk dat dat heel goed is omdat wij daar als raadsleden, commissieleden, daar beeld over hebben en dan ook duidelijk waarschijnlijk tot elkaar kunnen komen, van jongens, dat is wel en dat is niet mogelijk. Ik vind dat heel goed. En ik vind het ook een hele goede afsluiting van het geheel. Ik kan andere dingen nog samenvatten. Dat had ik eerst al, die laat ik nu achterwege, want ik wil dit positief afsluiten.

En toch heb ik nog een punt, dat gaat niet over de inhoud maar het gaat over de opmerking van de heer Ruijtenberg over artikel zevenendertig vragen in begin van zijn betoog, waarin hij eigenlijk wat min deed over het instrument wat wij als raad hebben van artikel zevenendertig, van ja daar wordt niet zo gekeken, de pers kijkt er niet naar, de raadsleden kijken ze toch niet naar, het is een heel belangrijk instrument, in mijn visie, van de raad om het college te controleren daarin en dus in die zin schrok ik een beetje, mijnheer Ruijtenberg, van de manier waarop u classificeerde wat nou eigenlijk dat artikel zevenendertig vragen inhoudt en ik hoop dat u dat niet zo bedoeld heeft als u dat zo gezegd heeft. Van mij mag u reageren nu. De heer Ruijtenberg: Nou, laat ik het zo zeggen, hoe ga ik mijn reactie netjes even… Ten eerste ik vind het jammer dat u mijn woorden een beetje uit context trekt. Artikel zevenendertig vragen zijn belangrijke vragen, is een belangrijk instrument. Ik zal ook naar aanleiding van deze discussie artikel zevenendertig vragen gaan stellen, dat zal u niet verbazen, wellicht na dit. De realiteit leert ons echter wel dat als je iets bespreekt in de openbaarheid dat het altijd meer gaat leven, dat er meer aandacht voor is, dat er meer mensen gaan denken, o ja, dat is waar ook, dan als je het schriftelijk af gaat doen, wat uiteindelijk minder is.

Artikel zevenendertig is heel belangrijk. De antwoorden die daarin gegeven worden door het college zijn ook altijd heel verhelderend. Dat is echt een goed instrument maar soms kan je ervoor kiezen om dat op dat moment in de openbaarheid te bespreken, het betere instrument is. De voorzitter: Dank u wel voor de nuancering. 6. Stukken ter advisering aan de raad a.

Strategisch informatiebeveiligingsbeleid 2023

De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende agendapunt. Dat is, even kijken, stukken ter advisering aan de raad, 6a, strategisch informatiebeveiligingsbeleid 2023. Het strategisch informatiebeveiligingsbeleid, een Scrabble woord, dat is een hele mooie, is van groot belang. Het gaat dan om onder andere tablets, het digitale raadsinformatiesysteem en toegangspassen. Het gaat dus om alle informatie- en toegangssystemen die gebruikt worden binnen de gemeentelijke organisatie en de beveiliging daarvan moet goed zijn. Wie mag ik daarover het woord geven? Heer Duivesteijn. De heer Duivesteijn: Dank u wel, voorzitter. Als ik het goed begrepen heb geeft het strategisch beleid richtlijnen voor de uitwerking van diverse andere beleidsplannen en kaders waar binnen deze organisatie werkt. Die kaders zijn wat ons betreft prima vastgelegd en bieden ruimte voor actuele ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie en aanstaande ontwikkelingen zoals de NIS2 richtlijnen. Ik heb wel een aantal vragen. Dat is maar goed dat de wethouder net is binnengelopen. De eerste vraag: Zijn we in control wat we nu opstellen? Is er op dit moment voldoende ambtelijke capaciteit, inclusief CISO, ISO en FG, en u weet allemaal waar die afkortingen voorstaan, om uitvoering te geven aan de jaarplannen en tactische beleidsplannen die er zijn en worden opgesteld.

Ten tweede: Wij willen benadrukken dat goede onboardings- en awarenesstrainingen, voor degenen die die termen die kennen dat in ieder geval het inwerkprogramma en trainingen dat mensen weten waar ze mee omgaan, cruciaal zijn voor nieuwe en bestaande werknemers. En nu het beleid ook gaat gelden op sommige onderdelen voor de raad, vragen wij ons af of ook de commissie- en raadsleden een awarenesstraining krijgen of dat er een hand-out informatieveiligheid voor raadsleden opgesteld wordt. Dan wil ik nog even aanstippen, artikel van binnenlands bestuur vorige week, dat driekwart van alle ambtenaren ChatGPT gebruikt, terwijl het volgens het beleid van de rijksoverheid niet is toegestaan. Fijn dat kunstmatige intelligentie in het beleidsrapport wordt benoemd. De vraag is, is de benoemde richtlijn intern al in werking en wordt hier

13/25

ook prioriteit aangegeven. En dan heb ik er nog eentje. De termen in informatiebeveiliging, dat zijn maatregelen, en informatieveiligheid, dat is het doel, worden door elkaar gebruikt in het stuk. Dat is op zich niet erg als ze in de juiste context wordt gebruikt, maar in het raadsbesluit staat vermeld dat het strategisch informatieveiligheidsbeleid vaststellen, terwijl het gaat om het informatiebeveiligingsbeleid. Ook wordt de term informatieveiligheidsbeleid gebruikt in hoofdstuk vier, terwijl dit weer informatiebeveiligingsbeleid moet zijn. Het lijkt me wel zo netjes als we het consequent goed toepassen. Dus daar overweeg ik een amendement voor. Maar mogelijk kan dat met de ambtelijke correctie en ik wil dan ook de wethouder vragen of hij dat kan aanpassen tussen commissie en raad in en of de commissie daarmee eens is. Er staat vervolgens ook nog in het raadsbesluit dat het beleid dat 2023 is. Ik weet niet of dat nog iets is wat achterhaald is en of dat niet inmiddels al 2024 moet zijn, omdat we het nu gaan vaststellen en in verband met evaluatie en herziening is het misschien ook kostenefficiënter om in ieder geval dat extra jaartje mee te pakken. En daar wil ik het voor nu bij laten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Jumelet. De heer Jumelet: Dank u wel, voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=b25b0d2f-375d-496f-b9ef-e1a22ad2cd82