[BV23.0119] Verslag Commissie Ruimte d.d. 11 dec 2023
Tekst van het document
Het probleem onderkennen wij, het wordt in het integrale pakket meegenomen, specifiek ook Klappolder, maar ook andere onderzoeksgebieden. Dat doen wij ook mede, multimodaal hebben wij dat aangereikt, het is ook gebaseerd op de nieuwste rekenmodellen van de MRDH 3.0. Dit zal eerste kwartaal, begin tweede kwartaal hier bij u ter sprake gaan komen, wat de resultaten zijn van deze oplossingen of niet-oplossingen, want dat weten we namelijk niet. De zienswijzen die ingestuurd zijn, waren deels buiten dit plangebied, maar goed, dat kan, maar dan kan je geen antwoord geven, dus dan heb je iets ingebracht, maar dan krijg je geen antwoord, dus dan ben je ontevreden, daar kan ik me ook iets bij voorstellen. Dat geldt eigenlijk een beetje ook voor de verkeersveiligheid. We hebben het vanavond over een bestemmingsplan met verkeersintensiteit, daar is over gesproken, er zijn metingen gedaan, het wordt niet meer dan dat het in het verleden was. Waar wel de irritatie zit, dat onderken ik ook, er wordt door de drukte op de N209, die onderzoeken we nu juist, ook veel gebruik gemaakt van sluipverkeer en daar zit het probleem. Dat gaan we mede oppakken in de basis van het feit dat wij straks het integrale onderzoek hebben. Tegelijkertijd zeg ik ook naar de bewoners, daar zitten er 2: we hebben ook nog een gebied te ontwikkelen, dat is bij u aan de overkant, Chrysantenweg.
We hebben inmiddels al geregeld dat we met dezelfde ontwikkelaar waar we nu mee rond de tafel zitten, waar we vanavond bij meerderheid het bestemmingsplan gaan goedkeuren, dan betekent het ook dat we daar geregeld hebben dat de Chrysantenweg, als daar al een ontwikkeling plaats
15/29
vindt tot bedrijventerrein, de ontsluiting plaats vindt via het terrein van ULC. Ook daar hebben we rekening mee gehouden. We zien het probleem, we zien het sluipverkeer, we moeten het integraal afwegen en dan gaan we integraal beslissingen nemen. We zijn op dit moment niet in de situatie dat wij individuele oplossingen aandragen, die we straks weer terug kunnen draaien. Ik hoop op uw respect, u bent gehoord, dat hoort u ook hier in de raad, maar geef ons even de ruimte, kwartaal 1, begin 2, de eerste verkenning: hoe gaan we nu verder. Dat is een toevoeging, ik hoop dat ik de bewoners gerust gesteld heb, want we onderkennen het probleem. Wethouder Cnossen: Ik ga de punten langs rondom de bestemmingsplanprocedure, dat past bij mijn portefeuille ruimtelijke ordening. Meneer Ammerlaan, ik vond dat u best wel een punt had met: in een raadsvoorstel moet je toch ook iets vertellen over inhoud. Bij de toelichting op het bestemmingsplan staat een prachtige inleiding, die hadden we zo kunnen kopiëren en plakken, zo heet dat, daarbij. Dat vind ik een terecht punt, maar op dit moment nota van genomen. U en de heer Blonk hadden opmerkingen over de onvrede bij omwonenden over de participatie, wethouder Fortuyn zei er net ook iets over. Wij hebben dat in de reactienota ook erkend. De terugkoppeling had beter gekund, schrijven wij op bladzijde 7 van de reactienota.
Communicatie is altijd een heel belangrijke in dit soort zaken, de terugkoppeling kan beter. Bij de omgevingswet gaan we daar met u apart over spreken, we hebben al participatieavonden georganiseerd, die komen eraan, om dat goed te doordenken, hoe je dit goed doet. We leren ook van andere plannen, van logboeken en publiceren, dat dat goed werkt. Dus dat punt nemen we ter harte richting u beiden. Dan het muggenziften van mevrouw Boonstra, toch maar even zo opgeschreven. U haalde iets aan over bodemsanering, voor wie zijn de kosten. Dat is helder, dat is altijd voor initiatiefnemer. De beleidsmedewerker naast mij wil voor u nog nakijken of daar verkeerde nummers zijn genoemd. Wij willen voorstellen dat via de griffie aan de raad terug te koppelen. Dat is een technisch detail. U vroeg ook naar de hoge druk aardgasleiding en risico’s verkleinen. Uiteraard, de Gasunie is een belangrijk partner in dit bestemmingsplan, die aan moet geven welke maatregelen je moet nemen en dat is allemaal uitgebreid opgesomd in AMVB’s wat volgend jaar allemaal in die leuke omgevingswet zit. Daarin ben je gehouden aan allerlei wetgeving. Dat waren de punten, die ik genoteerd heb. Tweede termijn De heer Ammerlaan, CDA: Ik heb collega’s en de wethouders gehoord, allemaal zorgen. Worden die zorgen weg genomen met de woorden die gesproken worden? Daar heb ik nog wel mijn bedenkingen over.
Ik heb opgeschreven: een tijdspad onderzoek. Moet er weer een motie of amendement komen met een voorbehoud, zoals eerder gedaan is? Dat willen we natuurlijk niet. Er wordt gezegd: het verkeer neemt niet toe. Als ik het zo lees, neemt het verkeer wel toe. Ik maak me er zorgen om en dat doet iedereen eigenlijk, dus ik heb nog wel mijn voorbehoud of we ermee in kunnen stemmen. Dus er zou een motie of amendement kunnen komen. De voorzitter: De wethouder heeft gemeld: in Q1 2024 is de eerste reactie die er kan komen. Klopt dat? Ja. De heer Ammerlaan: Dat heeft de wethouder netjes gemeld, eerste kwartaal, tweede kwartaal. Maar hoe gaat dat verder uitpakken? Daar wil ik nog even goed naar kijken, of we daar tevreden mee kunnen zijn. De heer Blonk: Ik ben even het spoor bijster bij de heer Ammerlaan. Er komt een onderzoek, dat is al aanbesteed, dat loopt op dit moment al. Het resultaat van dat onderzoek komt in kwartaal 1, overgang naar kwartaal 2. Kunnen we niet gewoon afwachten wat eruit komt? Wat wilt u amenderen? Daar ben ik benieuwd naar, volgende week donderdagavond. Ik kan het niet volgen, ik weet het niet. Misschien kunt u mij uit de droom helpen. De heer Ammerlaan: U wordt ook weleens gevraagd wat u bezig houdt, pas ook gehoord. Wij zullen er gewoon even over denken. Daar moet u het mee doen, dat zijn mijn woorden.
16/29
Mevrouw Boonstra, WIJ: Wat betreft de verkeersveiligheid wachten we het onderzoek even af. In principe kunnen we dan verder wel instemmen met het bestemmingsplan. De voorzitter: De heer Ammerlaan gehoord hebbend is het vooralsnog geen hamerstuk. We wachten de raadsvergadering af. De heer Blonk: Er is geen amendement aangekondigd, alleen nog even denken. Normaal zeggen we dan: we doen een hamerstuk, tenzij later blijkt dat het alsnog naar de bespreekstukken gaat. Misschien dat u dat voor kunt stellen. De voorzitter: Wat heb ik nog te zeggen? De heer Ammerlaan: Meneer Blonk vraagt ergens om. Ik heb het woord muggenziften nog meer horen zeggen, maar ik houd het erop, dat er mogelijk een amendement of hamerstuk kan komen. Is dat duidelijk voor u? De voorzitter: Amendement c.q. hamerstuk, ik haal uw woorden nu even aan. De heer Ammerlaan: Meneer Blonk wilde duidelijkheid en wilde mij dwingen tot, daar heb ik nog even geen behoefte aan. Het wordt een motie of amendement, geen hamerstuk. De voorzitter: Helder, dan hebben we dit item gehad. 6.c Omgevingswet: omgevingsvisie 2.0 en programma's (beleidshuis) De voorzitter: De beleidsmedewerker schuift ook aan. Op 29 november j.l. is er een extra beeldvorming geweest over de rolverdeling en samenspel tussen raad en college als er wordt besloten om de omgevingsprogramma’s mee te gaan werken.
De eerste ging over de omgevingsvisie en verder is er gesproken over de omgevingsprogramma’s. Bij de stukken, die zeer lijvig zijn, heeft u ook nog een memo van de griffie gevonden. Een zeer omvangrijk onderwerp, 1 januari gaan wij starten. Dan is de vraag: hoe gaan wij dat allemaal handjes en voetjes geven. De heer Jumelet jr, VVD: Wat ons betreft komt er vanavond een mooi stukje raadswerk aan bod, namelijk het controleren. Wat gaan we doen met die omgevingsprogramma’s? Het instrumentarium wordt als raad uit handen gegeven, daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Daarom zijn we ook goed door de stukken heen gegaan en zijn we gekomen tot een aantal vragen betreffende 3 onderwerpen: de rol van de raad, de financiën en de zorgvuldigheid. Onze rol verandert, maar waarom is het dan niet meegenomen in de uitgangspunten van de omgevingsvisie 2.0 en omgevingsprogramma’s? De vraag aan de wethouder is dan ook: waarom is de rol van de raad niet meegenomen in de uitgangspunten, maar wel in het raadsvoorstel? Kan de wethouder toezeggen, dat wat in het raadsvoorstel is genoemd v.w.b. de rol van de raad en in de memo van de griffie hierover, overneemt uit de uitgangspunten. Het lijkt me niet meer dan fatsoenlijk.
Wat mij de verbazing schetste is, dat in de inhoudsopgave van de uitgangspunten de rol van de raad wel wordt genoemd, maar als ik naar pagina 6 vervolgens scrol, dan kan ik het nergens vinden, een beetje onzorgvuldigheid misschien, maar in het vervolg lijkt het me niet meer dan netjes om het erin te zetten en ik verwacht daarop een toezegging van de wethouder. Mijn tweede punt gaat over de financiering. U heeft net goed geluisterd naar de heer De Graaf, wij zijn scherp op de centen, dus nu ook. Er wordt gevraagd om € 250.000. Dit had de wethouder toch eerder aan zien komen? We weten dat bij het opzetten van bijvoorbeeld de programma’s en inrichting van het monitoringssysteem, dat er geld nodig is. Dat wisten we ook al voor de begroting. Waarom is dat niet meegenomen met de begroting? Als derde punt hebben we de zorgvuldigheid. De VVD vindt de manier waarop de beeldvormende avonden gebruikt zijn, of gebruikt voor meningen van raadsleden, niet oké. In de uitgangspunten op pagina 400 onder het kopje sturingsfilosofie staat, ik begin mijn citaat: de raadsleden gaven over het algemeen de voorkeur aan een samenwerkende en ondersteunende overheid. Daar waar dit gewenst of noodzakelijk is, ging de voorkeur uit naar de regulerende overheid. Einde citaat.
Het lijkt ons geheel onwenselijk om op basis van momenten, van een casusbehandelingen gedurende een beeldvormende avond de mening van raadsleden te peilen en dat te gebruiken. Dit hoort volgens ons te gebeuren in een raadszaal gedurende een commissie- of raadsvergadering, waarbij de raadsleden zich bewust zijn dat hun woorden leidend zijn voor beleid. Niet bij behandeling van een fictieve casus. Wat is de gedachtegang hierover en
17/29
deelt de wethouder de mening dat dit beter en anders kan, maar vooral moet. Waarom wordt er niet gekozen door de wethouder voor bijvoorbeeld een raadsvoorstel, waarin een bepaalde range van situaties bepaalde sturingsfilosofieën toepassen als deze volgens de wethouder van belang is in het stuk. Dat was hem voor nu. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Al een hele tijd worden wij als commissie meegenomen in de voorbereiding op en in de aanloop naar de invoering van de omgevingswet. Dat is goed en belangrijk, want het is een nieuwe en taaie materie, die we ons eigen moeten maken. Daarom is hier ook een welgemeend compliment op zijn plaats aan de wethouder en het team omgevingswet, die ons middels beeldvormende bijeenkomsten hierin tot zover goed hebben meegenomen. Dank daarvoor. Dat wil niet zeggen, dat er nu geen vragen of opmerkingen meer zijn. Het college is naar onze mening wel erg ambitieus om het jaar 2024 als transitiejaar te benoemen, terwijl de overheid daar zelf veel meer ruimte voor geeft. De vraag die hier dan ook op zijn plaats is, is: is het wel verstandig om dat in 1 jaar te willen realiseren? De valkuil is namelijk, dat het procesmatige, het vullen van het beleidshuis en het opstellen van programma’s en de implementatie van een nieuwe werkwijze de overhand zullen krijgen, terwijl uitvoeren van besluiten toch het voornaamste doel moet zijn.
En ja, ik weet dat het de bedoeling van de omgevingswet is, dat er een samenhangende manier van werken ontstaat, die zoveel mogelijk op uitvoering is gericht. Maar de valkuil blijft, dat men zich gaat verliezen in het procesmatige en de uitvoering van besluiten in de verdrukking zal raken. Graag een reflectie van de wethouder. De start van de omgevingswet is meerder keren uitgesteld omdat Den Haag nog niet klaar was, maar daar horen we niets meer over. Zijn alle problemen nu opgelost? Nog belangrijker, is de gemeente Lansingerland er klaar voor om mogelijke startproblemen, die vast zullen ontstaan op te vangen? Daar zou ik graag meer over horen van de wethouder. Tot zover. De heer Van Berkel, D66: Vandaag gaan we aan de slag met het dak van het beleidshuis van de omgevingsprogramma’s, de omgevingsvisie 2.0. Voor de gemiddelde inwoner is dit bijzondere, maar ook wel ingewikkelde beleidsproza. Als je hier dagelijks mee bezig bent, dat werd in de beeldvorming ook toegelicht, is het heel logisch, maar voor de gewone inwoner blijft dit taaie kost. Ik probeer het ook zo concreet mogelijk te maken in mijn inbreng. De wet gaat nu echt in per 1 januari, na 13 jaar voorbereiding weten we eindelijk waar we aan toe zijn. Het kan nog steeds spannend worden, ook zeker in de transitie, want het digitale stelsel, daar is echt de randvoorwaarde van het rijk nodig richting ons als gemeente.
Ik weet nog niet of het rijk ons heel erg gerust heeft gesteld met een goede implementatie, dus ik ben wel benieuwd of we het transitiejaar binnen 1 jaar kunnen doen of dat we daar langer voor nodig hebben. De wereld is ook sinds de omgevingsvisie 1.0 niet stil blijven staan. Het rijk en de provincie nemen eigenlijk een soort omgekeerde beweging naast de omgevingswet, meer centralisatie als we kijken naar wonen. Volgens mij, als je een beetje door je oogharen heen kijkt en je ziet wat de heer Plasterk vandaag heeft opgeleverd, komen de 3 partijen in ieder geval met elkaar in gesprek, waarbij ik niet meteen verwacht dat er heel veel decentralisatie op ruimtelijke ordening gaat plaatsvinden, misschien ook wat meer beweging richting het rijk. Dus het is goed om te blijven anticiperen op wat er in de buitenwereld gebeurt, met name in het samenspel met onze collega overheidslagen. Daarom vinden wij het ook mooi, dat dit een levend document is en ook goed dat we een versie 2.0 bespreken, wat ons betreft een 3.0 en een 4.0 zien we ook de komende periode graag tegemoet, maar niet binnen een jaar. Wat ik zei, de wereld is in beweging, ook door de regering ontstaan, de eerste stapjes worden gezet. Wat ons betreft is het daarom ook echt van belang, een voor ons belangrijke doelstelling ook zelf in onze omgevingsvisie vast te stellen.
Kijkend naar onze belangrijkste punten, bijvoorbeeld klimaat en milieu. We zijn blij als we kijken hoe dat nu opgenomen is in de omgevingsprogramma’s. Maar wat we wel opvallend vinden, dat was één van de doelstellingen bij de omgevingswet, om gezondheid centraal te stellen. Dat zien we ook wel licht de tekst heen, maar ik ben wel benieuwd, dat is een open vraag aan de wethouder, we zien 6 omgevingsprogramma’s,
18/29
maar in de toelichting wordt gezondheid niet genoemd. Is dat nou zo integraal, dat het in alles terug komt? Verliezen we daar niet de focus op die gezondheid? Is dat voldoende geborgd? Of kunnen wij als raad u daar nog wat in helpen? Dan sluit ik deels aan bij de VVD v.w.b. de sturingsfilosofie, dat zei de CU ook al tijdens de beeldvorming. Het viel ons ook op, dat in het raadsvoorstel staat dat de raad zich heeft uitgesproken over een bepaalde sturingsfilosofie. Ik onderschrijf de zuiverheid, die ik daarin wil houden, het is goed om in het proces in de beeldvorming op een open manier met elkaar te praten, maar zeker als het om fundamentele vragen gaat, zoals sturingsfilosofie. Dan vind ik dat we dat moeten uitspreken in het debat en dat we daar een standpunt over kunnen innemen en daar ook echt een uitspraak over doen, in plaats van een algemene lijn halen uit wat we noemen en dat is dan de sturingsfilosofie, terwijl het een heel cruciaal onderdeel is van die omgevingsvisie. Wat mij betreft leggen we dat nog niet zo op deze manier vast en gaan we daar graag op een andere manier met elkaar over in gesprek. Ik ben ook benieuwd hoe het college daar tegenaan kijkt. Tenslotte, de VVD refereerde er ook al aan, het voorstel van de griffie om het samenspel tussen college en raad goed te borgen, dat ondersteunen we van harte.
Wij zijn graag bereid om samen met andere partijen een amendement in te dienen om dat in het voorstel te krijgen. Dat is onze inbreng. De heer Zantman, WIJ: Ja, de nieuwe omgevingswet, interessant, toch ook wel een beetje spannend. We zijn bijgepraat middels beeldvormingen en ook bijgespijkerd daarin. Helaas heeft geen van ons hier ervaring mee, dus we zullen dat met zijn allen moeten leren, dat zal gaan met vallen en opstaan. Ik onderschrijf wel, 2024, het klinkt ambitieus, 1 jaar de tijd. Aan de andere kant snap ik ook wel heel goed, dat het lastig werken is met 2 systemen, deels het oude systeem en het nieuwe, hoe langer je dat voor je uitschuift, hoe vervelender dat is, lijkt mij, voor het ambtelijk apparaat. Wij kunnen ons vinden in hetgeen voor ligt, alleen hebben wij ook wel moeite met die € 2,5 ton. Wij hadden het ook liever in de reguliere begroting gezien en niet op deze manier. Dank u wel. De heer Scheringa, PvdA: Ja, de omgevingswet. Ik vond de beeldvorming, zeker van eind vorige maand, heel helder. Fijn dat er voldoende ruimte voor vragen was, waardoor het ook iets uitliep, maar op zich heeft dat mijn fractie vertrouwen gegeven in het voorgestelde proces dat we voor ogen hebben met de omgevingsvisie, de omgevingsprogramma’s en dergelijke. De rol van de raad, dat klopt, ik had ook gezien wat de heer Jumelet zei.
Het staat wel in de inhoudsopgave, maar niet in de tekst. Ik neem aan, dat dat vergeten is. Het voorstel van de griffie, dat bij het stuk zit, lijkt mij een prima suggestie om het zo alsnog in te fietsen, dus als het college daar een toezegging doet, dan is dat afgedaan, wat mij betreft. De sturingsfilosofie, ik kan meegaan in de gedachte dat je dat niet doet, maar aan de andere kant, de sturingsfilosofie staat er wel heel algemeen in, want het gaat nog 1 regel verder, waar staat: het hangt ook af van een casus, soms doe je de ene en soms doe je de andere. Ik vind dat nog zo algemeen, dat er niet echt een keuze gemaakt wordt. Maar ik wacht de reactie van de wethouder daarover af. Ambitieus, wat de heer Van Harn noemde, ja, dat is wel zo. Aan de andere kant, vanuit de beeldvorming heb ik er zeker wel vertrouwen in. De wethouder zal het beantwoorden, dat hoef ik niet te doen. Ik ben benieuwd, maar ik denk dat het kan, wij hebben er vertrouwen in. Ik vroeg me wel af, in het schema staat de rol van de raad, een evaluatie na 2 jaar. In de brief staat een evaluatie na 1 jaar, dus ik vroeg me af hoe de wethouder daarin staat. Dat was het voor mijn eerste termijn. Dank u wel. De heer Crielaard, L3B: Een belangrijk agendapunt vanavond, het is al gezegd, de raad gaat de uitgangspunten vaststellen voor de omgevingsvisie 2.0 beleidshuis.
In beginsel, laat ik zeggen dat wij het goed vinden dat je van centraal beleid meer naar het samenhangende beleid gaat, de integraliteit opzoeken, maar er zijn nog wel punten van zorg vanuit onze fractie, die ik met de commissie wil delen. Het eerste punt: we moeten oppassen voor doelredenatie. De papieren
19/29
werkelijkheid is mooi, maar de praktijk moet gaan uitwijzen of de omgevingswet daadwerkelijk zal bijdragen aan de vereenvoudiging van ons stelsel. We moeten ook een aantal verplichte omgevingsprogramma’s vaststellen. Krijgen we dan wel voldoende financiering vanuit het rijk om dit uit te voeren? Dat hebben we als L3B vaker genoemd, krijgen we wel de juiste dekking om hier goed mee aan de slag te gaan? In dat opzicht missen we in het raadsvoorstel een analyse van welke financiële risico’s we lopen als we deze exercitie met elkaar aangaan. Ik hoor graag van het college hoe zij nu kijken, of zij financiële risico’s op ons af zien komen. Het tweede punt gaat over de positionering en de rol en verantwoordelijkheden van gemeenteraad en college, dat heeft de VVD ook al aangestipt. Vanzelfsprekend hebben wij vertrouwen in dit college en gaan we er ook van uit dat we gezamenlijk het proces gaan uitlopen, maar we hebben geen glazen bol hoe de samenwerking met toekomstige colleges zal verlopen. Het lijkt ons daarom goed om met het advies van de griffie om dat op te volgen en de procedure om de raad te betrekken bij het omgevingsprogramma op te nemen in de notitie. Waarbij wij ons nog wel afvroegen of een toezegging voldoende sterk genoeg is en of het niet verstandiger is als we raadsbreed aan de slag gaan met het indienen van een amendement.
Dus ik zou graag de collega’s vragen om daar nog even op te reflecteren in de tweede termijn. Verder stipten VVD en D66 nog een punt aan over de sturingsfilosofie en dat er in de beeldvorming geen harde uitspraak wordt gedaan, ik vond dat een goed punt en daar sluit ik mij graag bij aan. Dank u wel. Mevrouw Van Splunter, GL: De beeldvorming in november over dit agendapunt was zeer informatief en gaf goed uitleg over de reden waarom een omgevingsvisie 2.0 versie moet komen, terwijl nog niet zo lang geleden de 1.0 versie goedgekeurd is, maar de voorgestelde uitgangspunten zijn ook toegelicht en in onze ogen een goed vertrekpunt voor de 2.0 versie. Ook de aanpak om via omgevingsprogramma’s te komen tot een meer samenhangend beleid en een aanpak om te komen tot een transitie van 1 jaar was helder, ambitieus, maar helder en nodig om versnipperd beleid integraal te gaan organiseren in minimaal 6 programma’s. GL is dan ook positief over het voorstel om conform de voorgestelde uitwerking met de opgave gerichte omgevingsprogramma’s aan de slag te gaan. Tijdens de beeldvorming werden echter wel veel vragen gesteld en nu ook over het samenspel tussen raad en college. De bevoegdheid van de omgevingsvisie en het omgevingsplan ligt bij de raad en het omgevingsprogramma bij het college.
Het is belangrijk dat deze verhouding helder en duidelijk is, zowel voor de raad om haar rol te kunnen pakken op controle en kaderstellende verantwoordelijkheid als ook voor het college om ruimte te krijgen voor hun taken binnen hun eigen bevoegdheden. De ambtenaar, ook nu aangeschoven, die de beeldvorming heeft verzorgd sprak zelf over een weeffout. Hij zei: de wetgever gaat ervan uit, niet helemaal letterlijk, dat wij straks een visie hebben waar alles in zit wat te maken heeft met de fysieke leefomgeving op strategisch niveau binnen de kaders die vast zijn gesteld door de raad en vervolgens komt het dan bij het college, die de visie gaat uitvoeren in omgevingsprogramma’s, waarbij je op een lager niveau allerlei keuzes zult moeten gaan maken en waarbij je wellicht als raad betrokken wilt zijn. Daar kunnen afspraken over gemaakt worden. De wet legt de bevoegdheid voor het vaststellen van de programma’s wel bij het college, maar de weg er naartoe dat heb je zelf in de hand. De beantwoording tijdens de beeldvorming gaven ons dan ook vertrouwen in de juiste procedure over goede verhoudingen en verantwoordelijkheid tussen raad en college. De sheet in de vergaderstukken gaven dat goed weer waar en wanneer er precies momenten liggen voor de raad. Echter, in de uitwerking van de uitgangspunten komt dit niet goed naar voren anders dan de zin: ook de rol van de raad verdient aandacht.
Hier is meermaals al wat over gezegd. Daar laat ik het bij. De heer Hofman, CU: Ik heb al veel langs horen komen en ik kan bij heel veel dingen aansluiten. De voorgestelde uitgangspunten voor de omgevingsvisie 2.0 zijn heel goed en akkoord. Over de omgevingsprogramma’s, dat is spannend, maar het is voor iedereen spannend. We moeten met zijn
20/29
allen een modus gaan vinden: hoe gaat dit nou uitpakken? Ik denk dat de werkwijze, zoals die ook in de memo van de griffie verwoord is, goed is, dat we als raad aan de voorkant erbij betrokken worden en dat we in de route naar het vaststellen van omgevingsprogramma’s daar een rol in krijgen. Dat lijkt me mooi. Tot slot wil ik even iets zeggen over de financiën. Sommige collega’s refereerden eraan van: had dat niet bij de begroting gekund? Volgens mij niet, want het gaat hier om een programmabegroting, maar het is wel een programmabegroting waar meermaals wethouders terug komen bij de raad van: er moet nog ietsje meer. Bij de bespreking over het punt Bosland legde de heer Fortuyn mij de woorden in de mond, dat we een fuik in getrokken werden. Dat zou ik hier niet willen zeggen, maar het komt wel vaak voor, dat er aan de raad gevraagd wordt om nog een klein beetje meer budget voor het realiseren van allerlei zaken rondom de omgevingswet. Dat is 6 jaar geleden een ton, 5 jaar geleden misschien anderhalve ton en nu ligt er een vraag voor tweeënhalve ton. De vraag die ik heb aan de wethouder is eigenlijk: is het programmabudget met die tweeënhalve ton voor de komende, wat is de duur van het programma, misschien nog 5 jaar, misschien nog tot 2030, is het dan voldoende.
Of verwacht de wethouder nog meer van dit aanvullende budgetaanvragen? Tot slot wilde ik nog een kleine reactie plaatsen op de heer Van Berkel. De heer Jumelet gaf goed aan: in de stukken zijn dingen gequot die in beeldvormingen gezegd zijn. De heer Van Berkel, u quotte mij, wat ik in de beeldvorming gezegd had. Het is goed, dat we dat nu even over tafel hebben, maar ik wil wel bevestigen inderdaad, dat wat u gezegd heeft, dat ik dat gezegd heb en dat hebben we nu ook in de openbaarheid gedaan. Dank u wel. De voorzitter: Er zijn de nodige vragen gesteld, de rol van de raad in relatie tot de memo van de griffie, de financiering, de zorgvuldigheid, de transitie 1 jaar, lukt dat, is Lansingerland er klaar voor? Er zijn natuurlijk 6 programma’s. Hoe zit het met de gezondheid? Is het budget voldoende? Beantwoording college Wethouder Cnossen: Dank aan de commissie voor het meedoen met de beeldvorming en ook vanavond weer reactie geven. Het college wil ook de griffie bedanken voor het maken van de memo, die erbij zit om u toch even door al die punten heen te leiden, waar die rolverdeling in samengevat is. Het college wil erop wijzen, dat de memo van de griffie direct afgeleid is uit het raadsvoorstel, dus daar staat weldegelijk, punt 2.2, de rol van uw raad verandert, waar al deze punten in staan.
Wat de griffie voor u heeft gedaan, is wat meer puntsgewijs, zodat u het op die manier kunt afpellen bij uzelf. Wat het college u ook wil voorleggen, is dat wij niet anders doen dan de omgevingswet ons voorschrijft te doen. Niet iets spannends, de omgevingsvisie is van u, de programma’s zijn van het college en met elkaar hebben we in de beeldvormingen verkend wat nou de weg er naartoe is, iemand gebruikte deze woorden, dat vond ik echt een mooie beeldspraak. Mevrouw Van Splunter zei heel terecht, die weg naar het programma, dat heeft de raad in de hand, terecht, daar hebben we het in de beeldvorming ook over gehad. Ik heb er als wethouder heel goed uit onthouden: een programma mag nooit een verrassing voor de raad bevatten, want dan hadden we het eerder met u moeten bespreken. Iets wat uit de omgevingsvisie vertaald wordt in een programma, dat moet u gewoon herkennen, hoe dat zit. Wat wij daarin ook gezegd hebben, dat ziet u ook terug, dat we de raad gaan betrekken bij het omgevingsprogramma, bijvoorbeeld door een startnotitie of nota van uitgangspunten, hoe dat heet, maar dat is zeker de bedoeling van het college, omdat we het heel erg belangrijk vinden.
Het college doet dat in de commissie samenleving ook vaak, we beginnen met een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld het vitaal en waardig ouder worden, dan gaan we eerst ophalen bij de commissie, maar ook bij de buitenwereld hoe ze daar over denken, wat er nodig is, wat erin komt en dat zullen we bij de start van de programma’s ook elke keer doen. Dat benoemde mevrouw Van Splunter ook heel goed, dat die verhoudingen helder moeten blijven. U hoeft niet een instemming, een besluit te nemen, maar het college wil heel graag weten hoe u daar in zit en waar we rekening mee moeten houden, zodat we elkaar niet voor
21/29
verrassingen zetten. Uiteraard blijft, als het college budget nodig heeft bij een programma, goed, dat is helder, het budgetrecht blijft altijd bij de raad. Dan even terug naar dat pijnpuntje, terecht dat u dat noemt. Bij de begroting hadden we gewoon dit bedrag mee moeten nemen. Punt. Mooier kan ik het niet maken. Dat was ook mijn reactie, maar het was niet gebeurd, dus we zullen dat op deze manier moeten doen. U mag daar zeker de vinger bij leggen, want ik vind een integrale afweging bij een begroting veel beter. We hebben voor de uitvoering van de omgevingswet ook een aantal financiële consequenties opgenomen, dat heeft u gezien, dit had erbij gemoeten en gekund, maar achteraf is het altijd makkelijk praten. Die sturingsfilosofie, dat punt, het dak van het beleidshuis. De omgevingsvisie 2.0, daar gaan we nu dus mee aan het werk, daar hebben we de buurman gelukkig voor in huis gekregen. Bij de beeldvorming heb ik onthouden, dat hij dit ook in Pijnacker-Nootdorp doet, dus het lijkt me mooi om die gebieden wat meer aan elkaar te verbinden, dat te laten zien. Dat is echt een traject waar u nou aan verbonden bent. Inderdaad, er zijn nu nog geen casussen, u kunt fictieve casussen bedenken, dat hebben we in de beeldvorming ook gedaan. Wat gebeurt er als? Hoe zou u daarin zitten? Wilt u meer die regulerende rol? Daar zijn verder nu helemaal geen besluiten over genomen.
Het idee is om, afhankelijk van de casus, dat ligt nu helemaal niet voor, het gaat er nu om, dat we deze programma’s met elkaar samenstellen. Het woord gezondheid, een heel belangrijke. De samenlevingsvisie, de omgevingsvisie, dat moet het totale verhaal van Lansingerland worden en gezondheid is daar een heel centraal punt. Misschien kent u het woord, de satéprikker door alle programma’s is onder meer het woord gezondheid. Dat wil ik in alle programma’s graag terugzien. Borgen we dat? Jazeker. Ik denk dat dat echt een voorwaarde is, dat lezen we ook overal. We hadden het bij het bestemmingsplan over: wat is de duurzaamheid, hittebestendigheid. Het heeft allemaal met gezondheid te maken. Die sturingsfilosofie, de omgevingsvisie 2.0 gaat er verder op in, daar zijn we nu nog niet zo ver in, dat het al helemaal vast ligt. Wat u nu doet in dit raadsvoorstel is dat ontwerp 2.0 volgens de uitgangspunten vast te stellen en om met die opgave gerichte programma’s te gaan werken. Dat is echt wat nu voor ligt en we gaan er volgend jaar hard mee verder. Gaan we die transitie in een jaar halen? Mooi dat dat gesprek ook in de commissie gevoerd werd, dat gesprek voeren wij ook. Aan de ene kant weet je dat het ambitieus is. Ik ben het geheel met u eens, dat uitvoering uiteraard voorop staat.
Het kan niet zo zijn, dat we een jaar bezig zijn met allerlei processen en dat we tegen de buitenwereld zeggen: u moet even wachten, nu even niet. U weet dat we daarover aan het nadenken zijn, hoe zit het met die 8 weken beslistermijn als de raad erbij betrokken moet worden. Dat is ook één van de andere trajecten, waar gewoon heel hard aan gewerkt wordt om dat goed met elkaar af te stemmen. Als het nodig is voor bindend advies, dat uw raad daar op tijd bij betrokken wordt en we zo min mogelijk om uitstel gaan vragen. Uitstel van de termijn kan bij complexe zaken, maar we moeten ons niet achter onze eigen processen gaan verschuilen, dus daar gaan we ons niet in verliezen. Transitie, is het verstandig in 1 jaar, ja, dat zien we volgend jaar. Eén van u zei ook, ik dacht dat het meneer Zantman was: je wilt zo kort mogelijk met 2 systemen werken. Dat is precies de reden waarom we toch maar de druk erop zetten om te kijken of we dit in 1 jaar kunnen doen. Volgend jaar spreken we elkaar weer, of het gelukt is. Meneer Scheringa stelde voor het voorstel van de griffie in het raadsvoorstel te verwerken. Dat zit erin, ik heb u op punt 2.2 gewezen, daar zit het letterlijk in. De evaluatie, daar verwijs ik naar het eind van de notitie van de griffie, dat we uiteraard aan het werk gaan met elkaar.
Met enige regelmaat evalueren, ik denk dat dit moment volgend jaar echt een mooi moment is om even terug te kijken. Maar mogelijk als we dat twee keer gedaan hebben, dat u zegt: het loopt goed, we gaan dat eens in de 2 jaar doen. Ook dat moeten we met elkaar elke keer bepalen. De heer Crielaard wilde nog weten wat nou de financiële risico’s waren, of we die geanalyseerd hebben. U heeft gezien in de begroting, dat we in de uitvoering voor de omgevingswet juristen een flink bedrag extra begroot hebben, dus daarin hebben we weldegelijk nagedacht over extra werk dat deze omgevingswet ook met zich meebrengt. Op die manier hebben we dat zo goed mogelijk ingeschat. Maar op de vraag van de heer Hofman, is dit budget toereikend tot 2030, daar ga ik geen ja op zeggen, maar mijn stelling is wel, de stelling
22/29
van het college: het wordt bij de begroting integraal meegenomen. Zeker op het moment dat je een krappe begroting krijgt, moet u ook de afweging kunnen maken: besteden we het aan de omgevingswet of heeft u liever een andere besteding? De heer Crielaard: Dat er in de begroting meer geld is vrijgemaakt voor juristen, ambtenaren. Waar het mij om gaat, krijgen wij vanuit het rijk de juiste dekking hiervoor? Dit komt nu onze kant op vanuit het rijk, die hele omgevingswet, die hele exercitie. Geven zij ons de toereikende middelen om deze juristen te betalen? Wethouder Cnossen: Wij krijgen van het rijk geld in het gemeentefonds voor de uitvoering van deze wet. Of het toereikend is, dat is vraag 2, daar heeft u gelijk in, meneer Crielaard. Ik heb gezien bij de bodemtaken, vorig jaar ofzo, die gingen opeens van de provincie naar de gemeente, maar dan brengt niet de provincie dat geld mee, nee. Dat punt blijft, dat is een pijnpunt, zeker voor uw fractie, dat weet ik. Maar aan de andere kant hebben we een omgevingswet die uitgevoerd moet worden en daar zetten we hier alles voor in de steigers. Mevrouw Van Splunter, ruimte voor taken, dat was de verhouding college, raad, helder houden. Ik dacht dat ik de vragen langs was gelopen en anders hoor ik het graag.
De voorzitter: Is Lansingerland er klaar voor? Wethouder Cnossen: Vanuit ons team omgevingswet, omgevingsvisie, is het antwoord daarop: ja. We zitten er helemaal klaar voor. Ook is getest dat digitale systeem. We hebben ook allerlei scenario’s opgesteld: wat gebeurt er als het uitvalt, wie is waar verantwoordelijk voor, wat gaan we dan doen? Voor zover we de dingen kunnen voorzien, is alles voorbereid. Dus we zijn er klaar voor, laat het maar 1 januari worden. Tweede termijn De heer Crielaard, L3B: Allereerst dat pijnpunt, dat de wethouder ook aanstipte. Ja, daar ga ik nog met de fractie op kauwen, wat we daar nou van gaan vinden. Nog even terugkomend op de directe afleiding uit het raadsvoorstel, dat in het advies van de griffie staat, in die memo. Het klopt, het is een directe afleiding uit het raadsvoorstel, maar het raadsvoorstel is van het college, dat stellen wij niet vast. Het lijkt ons daarom goed om dit op te nemen in de notitie. Wat ons betreft gaan we daarover een amendement indienen. Ik hoop dat dat op de steun van de collega’s kan rekenen. De heer Jumelet jr, VVD: De heer Crielaard was me net voor. Ik wilde zeggen: initiatief voor een amendement. Gaan we dan lekker samen doen, voor degenen die ook mee willen doen. Ik had nog een laatste vraag, over dingen opnemen die gezegd worden in een beeldvormende avond in de stukken.
Los van of dat wel of niet gebruikt wordt, het leek me uitermate onzorgvuldig om dingen die niet te controleren zijn, niet te herleiden zijn, niet openbaar te bezoeken zijn voor mensen uit de gemeente, voor zover ik weet konden alleen raadsleden deel nemen. Het lijkt me niet meer dan normaal dat dat niet in stukken wordt opgenomen. We zien ook bij andere overheden, als dat gebeurt, dat het voor raadsleden en bestuursleden zelf voor veel problemen kan zorgen en dat het flink het vertrouwen aan kan tasten tussen raad en college, maar ook tussen bestuur en algemeen bestuur, bijvoorbeeld bij het waterschap. Ik denk dat het niet meer dan normaal is dat we er zorgvuldig in zijn. Dat lijkt me een goed voornemen als we dat gewoon niet doen. Dank u wel. De heer Scheringa, PvdA: De motie of het amendement dat L3B meneer Crielaard wil indienen, dat ondersteunen wij. Ik heb de wethouder gehoord. Ze had er heel veel woorden voor nodig maar ik heb niet keihard een toezegging gehoord. En ja, ik heb misschien gezegd in het raadsvoorstel, maar ik bedoelde eigenlijk de notie, daar ging de memo van de griffie over. Het amendement zullen wij steunen daarin. Wij denken verder dat dit een levend document zal zijn. Ambitieus, dat gaat prima komen, want alles wat niet lukt, kan het jaar erop wel weer aangepast worden of niet.
De sturingsfilosofie, ik denk dat dat zeker in discussie komt bij de omgevingsvisie 2.0. Hoe de heer Jumelet dat uitlegt, om dat niet te doen, op zich lijkt het me verstandig dat te doen om deze discussie te voorkomen. Daar wilde ik het bij laten. Dank u wel.
23/29
De heer Van Berkel, D66: Wij sluiten ons graag aan bij het amendement. Volgens mij verstandig om dat zo vast te leggen in de notitie. Ik sluit ook aan bij wat de VVD net zei. Je moet echt uitkijken als je uitspraken in deze notitie gaat neerleggen als dat raadsleden voorkeuren uitspreken voor sturingsfilosofieën. Wij kennen nu de context, zeker met deze toelichting. Ik waak er echt voor om dat gebruikelijk te maken. Het zijn stukken die niet voor een jaar geldig zijn, daar zijn we langer mee bezig. Fijn om te horen, dat gezondheid in alle programma’s terug komt als satéprikker, dat stond ook in de toelichting als één van de pijlers. Daar blijven we continu aandacht voor hebben, zeker bij de nota’s van uitgangspunten, die wij voorgelegd krijgen bij de programma’s, dus dank. De heer Van Harn, CDA: Dank u wel, wethouder, voor de beantwoording. Het is duidelijk geweest. Een programma mag geen verrassing voor de raad bevatten, dat is helder. U heeft ook geantwoord dat Lansingerland er klaar voor is. Nou, dat is ook positief. Een amendement of motie van één van de andere fracties, die zien we graag tegemoet. Dank u wel. De heer Zantman, WIJ: Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Wij wachten het amendement rustig af. Daar wil ik het bij laten voor vandaag. Dank u wel. Mevrouw Van Splunter, GL: Dank voor de beantwoording, vrij helder. Wij wachten het amendement ook even af.
Alles wat bijdraagt aan extra helderheid en dat goed vast te leggen, is mooi. We hebben op zich vertrouwen in ambitieuze plannen van het ambtelijk apparaat. Dat het nodig is en dat het een effectiviteitsslag, een efficiencyslag gaat maken, daar zijn we wel van overtuigd. De heer Hofman, CU: Ik wil de heer Crielaard uitdagen tot het doen van een interruptie in de vorm van een vraag op mijn vraag aan hem. Het amendement, dat hij en wellicht de heer Jumelet en anderen gaan voorbereiden, ik wil een kijken, beoogt u daarmee om het besluitpunt uit het raadsvoorstel aan te passen? Of wilt u het stuk uit de uitgangspuntennotitie aanpassen? Succes. De heer Crielaard: De interruptie geeft me gelijk de gelegenheid om iets recht te zetten. Waar het om gaat is, in het raadsvoorstel staat een procedure geschetst die niet opgenomen kan worden in de notitie. Waar het om gaat, wij willen wat er in die memo staat van de griffie, wij denken dat het helderheid kan scheppen om het op te nemen in de notitie. En om daar dan een vraag van te maken in de interruptie: gaat de heer Hofman die steunen? De heer Hofman: Meneer Crielaard, wist u dat ik dit een heel goede interruptie van u vond? Dank u wel voor de toelichting, ik zie het amendement tegemoet, maar ik zie het met positief kritische blik tegemoet. Dank u wel.
Wethouder Cnossen: Ik ben inderdaad in de eerste termijn niet ingegaan op onzorgvuldigheid, om deze opmerkingen mee te nemen. De bedoeling is om te laten zien in deze stukken dat we gesprekken voeren met de raad, dat voorbeelden niet zomaar uit de lucht komen vallen, wat we u op dit moment zo voorleggen. Meneer Scheringa gaf aan: is het nou verstandig? Nu ik deze discussie zo gehoord heb, zal ik daar voortaan beter op letten, dat het niet op deze manier wordt opgenomen, maar het was vanuit de goede bedoeling om te laten merken: het is belangrijk wat u zegt als raad, we nemen dingen mee, we nemen dingen over. Dat was het gevoel dat het college daarbij had. Maar ik heb uw gevoel daarbij ter harte genomen. Over het mogelijke amendement, dat vind ik aan de raad. Het amendement is niet anders dan wat het college in het raadsvoorstel in punt 2.2, de rol van de raad verandert, heeft geschreven. De notitie van de griffie doet dat iets meer puntsgewijs. Als u daar behoefte aan heeft, kunt u dat amenderen, maar het voegt naar de mening van het college niet iets toe, want het raadsbesluit zegt wat u doet, het vaststellen. Wat er in het raadsvoorstel allemaal staat, ook wat wij hier bespreken, dat hoort allemaal bij de besluitvorming. Zo heb ik dat geleerd, dus zo kijk ik ernaar. Maar als het u comfort geeft om dat in
24/29
een amendement vast te leggen conform de notitie van de griffie, dan kan het college daar natuurlijk niet tegen zijn. Ik denk dat ik de punten heb behandeld. De voorzitter: Het wordt kort dag voor een amendement, want het is al volgende week, maar ik denk dat dat wel moet lukken. 6.d Benoeming leden Commissie Ruimtelijke Kwaliteit De voorzitter: Vanaf 1 januari start de commissie ruimtelijke kwaliteit. De commissie adviseert op basis van het vastgestelde erfgoed en welstandsbeleid. De advisering en bemensing wordt door de stichting Dorp, Stad en Land uitgevoerd. De benoeming van de leden ligt nu voor. December 2021 heeft de raad reeds de verordening op de commissie ruimtelijke kwaliteit vastgesteld. De heer Blonk, L3B: Wij kunnen instemmen met het benoemen van deze 3 architecten als lid van de commissie ruimtelijke kwaliteit. Ze waren al bekend, want ze zaten ook in de vorige commissie. Maar wij willen toch de collega commissieleden voorstellen om een bijzondere beeldvorming te doen met die nieuwe commissie ruimtelijke kwaliteit. Wij willen een toer door Lansingerland maken, langs gerealiseerde bouwwerken en locaties waar nieuwbouw gepland kan worden.
In een ver verleden heeft een dergelijke beeldvorming met een toer door de gemeente ook al eens plaats gevonden en ik stel voor dat een twee- of drietal commissieleden met de griffie en de commissie ruimtelijke kwaliteit een dergelijke beeldvorming voorbereid in de periode april, mei of juni, net hoe het uitkomt. Dat is mijn voorstel aan u als commissieleden. De heer Berkel, D66: Een sympathiek voorstel, dus daar gaan we in mee. We open dat de leden hun benoeming aanvaarden. Een hamerstuk. De heer Zantman, WIJ: Ook wij vinden het een sympathiek idee van de heer Blonk. Wij stemmen ook in met de benoeming van deze mensen. Dank u wel. De heer De Ruiter, CDA: Ik sluit me aan bij de vorige sprekers. Een sympathiek idee en een hamerstuk. Mevrouw Van Splunter, GL: Ook voor GL is dit een hamerstuk. De heer Scheringa, PvdA: Wij wensen de benoemde leden heel veel succes bij de uitvoering van hun functie. Verder een hamerstuk. De heer Jumelet jr, VVD: Ik wil bijna een Sinterklaasgrapje maken: hoeveel kost dat dan wel niet? Maar dat doe ik maar niet. Wat ons betreft ook een sympathiek idee van de heer Blonk. Het lijkt ons ook een goed idee. Wat ons betreft ook een hamerstuk. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Ik kan het niet mooier zeggen dan vorige sprekers, maar ik ga het toch herhalen. Hamerstuk. De voorzitter: Conclusie: hamerstuk. Dat gaat snel.
Er was nog een voorstel van de heer Blonk en ik beluister dat dat zeer geapprecieerd wordt. Het moet eens even bekeken worden met de griffie, want we hebben al het nodige in 2024 aan onze fiets hangen. Het begint al in januari met een toer, dus we gaan even kijken of het ergens invulling gegeven kan worden in de loop van het jaar. Ik denk dat het een leuk gebeuren zal gaan worden. In het verleden hebben we dat al eerder gedaan, dat was zeer prettig. Wordt vervolgd.
25/29
7. Actualiteiten uit het college Wethouder Muis: Het vorige onderwerp was van mij en mijn collega Titia Cnossen, maar dat is een hamerstuk, dus daar hoeven we het niet meer over te hebben. Iets anders. Vanmiddag zou het algemeen bestuur van het recreatieschap Rottemeren vergaderen. Dat is geannuleerd en dat heeft te maken met het feit, dat het dagelijks bestuur onderling nog niet tot overeenstemming is gekomen over wijziging van de WGR, met name het deel over de deelnemersbijdrage, daar heb ik u eerder al over geïnformeerd. Dat is de reden waarom het AB van vanmiddag niet is doorgegaan. Per 1 juli 2022 is de wet gemeenschappelijke regelingen op verschillende onderdelen gewijzigd. Een aantal zaken is direct in werking getreden, maar ook een aantal zaken moet binnen 2 jaar, dus voor 1 juli 2024 geïmplementeerd worden. Dus parallel aan dat proces, wat ook voor andere gemeenschappelijke regelingen geldt, speelt hierbij die herziening en de wens van de gemeenteraad en met name van de wethouder Karremans van Rotterdam om de deelnemersbijdrage tegen het licht te houden. Dit is al langer bekend en ook aan de orde gesteld. De raad van Rotterdam heeft bij hun zienswijze op de begroting hier ook weer expliciet om gevraagd. Inzet vanuit Rotterdam is helder, om te komen tot een andere verdeling. Afgelopen periode zijn hierover veel gesprekken gevoerd, zowel ambtelijk als bestuurlijk.
Vanuit Zuidplas en Lansingerland pleiten we wel voor een ordentelijk proces via het algemeen bestuur om dit uit te werken in een voorstel, dat vervolgens langs 3 colleges en 3 gemeenteraden kan. Ik wil u laten weten dat vanuit Rotterdam er de nodige druk op wordt gezet om nu bij de voorliggende wijziging van de WGR deze wijziging in de deelnemersbijdrage mee te nemen, wat leidt tot pittige gesprekken, waarbij we vanuit Lansingerland en Zuidplas ook willen voorkomen uittreedt uit de regeling. Dat klinkt heftig, maar het is wel een reëel risico, waar we hier wel heel zorgvuldig mee om moeten gaan. Vanuit het dagelijks bestuur willen we wel, dat er een voorstel naar het algemeen bestuur komt, zodat we voor 1 juli kunnen besluiten. Ik heb vanochtend uw raadsrapporteur, mevrouw Boonstra, ook geïnformeerd. Ik snap dat dit vragen oproept, ik wil u hier echt heel goed in meenemen. Zodra het algemeen bestuur is geweest, ik ga er wel van uit, dat we nog komen tot een vergadering van het AB voor het eind van het jaar, om u te informeren hoe dat is verlopen, of mondeling in de raad en anders via een raadsinformatiebrief. Een heel lange mededeling, maar ik denk dat het goed is, dat u zich hier van bewust bent en dat ik in het belang van u en van Lansingerland probeer het beste voor ons eruit te halen. Dank u wel.
Wethouder Fortuyn: Ik haal mijn tekst er even bij, nou, ik kan het ook wel uit mijn hoofd doen. Even een feestelijk, een heuglijk moment was deze middag. Ik heb de eerste paal mogen slaan, symbolisch uiteraard, maar ik heb hem echt de grond in geramd, dus het duurde wel even, maar het is echt, letterlijk gebeurd bij de ontwikkeling van het Kwadraat. Er worden daar 19 appartementen gebouwd. Nadat Casa Cadanza gerealiseerd is, is het gebied min of meer klaar met bouwen. Dat is natuurlijk een ontzettend mooi hoogtepunt. Het wordt een mooi appartementencomplex. Ruim 70% is verkocht, de bewoners heb ik ontmoet. Ongeveer 98% komt uit Berkel en Rodenrijs en een deel uit Bergschenhoek. Het is mooi om te constateren, want hiermee komt er wat ruimte op de huizenmarkt en krijgen we een stukje doorstroming op een mooi stukje van Berkel en Rodenrijs. Het was een fijn moment om mee te maken. Het ziet er gewoon fantastisch uit, daar kan je best trots op zijn, ook als het over een jaar of 2 helemaal klaar is. Ik denk dat we een mooie verrijking van het winkelcentrum hebben. Berkel centrum west loopt als een trein, het voorziet echt in een behoefte en dat blijkt uit de belangstelling, die er is. Ik was blij dat ik daar vanmiddag bij was, de inwoners waren ook heel erg blij dat ze die doorstroming konden maken naar gelijkvloers, wat ook in onze woonvisie staat.
Het tweede punt is dat er een update is gekomen over de geluidsschermen N209. De heer Van Harn, CDA: Mooi om te horen, 19 nieuwe appartementen. Kunt u ook zeggen of daar sociale huur bij zit? Wethouder Fortuyn: Nee, dit is allemaal koop, er zitten geen sociale
26/29
appartementen bij. Maar in de hele ontwikkeling van Berkel centrum west zit wel behoorlijk wat sociale woningbouw. Het is natuurlijk een heel project, het is niet alleen maar dit, het is één van de laatste gebouwen, die opgeleverd gaan worden. Er komt een pareltje bij, in ieder geval. Het tweede punt is over de geluidsschermen in Bergschenhoek. Dat is in de uitvoering bij de provincie, wij zijn mede in de vergunningverlening maar ook in de projectcontrol direct bij betrokken. Er is een bewonersbrief uitgestuurd door de provincie Zuid-Holland, die was helaas aan de verkeerde geadresseerd, want de bewoners van de Europasingel kregen de brief over de voortgang van een project in Voorburg. Het is maar een detail, maar goed, er is snel op geacteerd. Wethouder Fortuyn: De volgende informatie wil ik wel met u delen. Er zijn namelijk veel technische voortgangen geboekt. U kunt het ook zien, als u op de N209 rijdt, ziet u heel veel werkzaamheden. De geluidsschermen op de Bergschebrug zijn voor een groot deel gereed. De geluidsschermen langs het Wolfend bijna allemaal geplaatst, dat wordt straks groen ingepakt, zoals u weet. Nieuwe verlichting Europasingel, hele mooie verlichting overigens, is aangesloten. De oude wordt nog verwijderd. Een deel van het fietspad, inmiddels opnieuw geasfalteerd met rood asfalt, het ziet er gewoon fantastisch uit.
De werkzaamheden tot eind december, nou komt die: de afronding van plaatsing geluidsschermen voor de Kerst, dus we zijn echt bezig om het overal dicht te zetten. Dan krijgen we de verkeersmaatregelen, die daar getroffen zijn, waaronder de versmalling van de N209, die gaan opgeruimd worden. Maar, dit soort werkzaamheden voor de Kerst, als u even snel mee telt, we hebben maar 2 weken, dan moet het gebeurd zijn, dat zal leiden tot nachtelijke werkzaamheden, daar zijn de mensen ook voor gewaarschuwd, die gaan van acht tot zes, dus het wordt ’s avonds gedaan de komende 2 weken. Vanavond gebeurt het al, dus ik weet niet of de N209 afgesloten is, maar u weet de sluiproute. We hebben twee keer vijf nachten met overlast, de bewoners zijn in ieder geval geïnformeerd en de vergunning is door ons verleend. Medio december gaan we inventarisatie van de landschapsarchitect mede bekijken, dan worden de gaten in het groen beoordeeld om in het voorjaar de aanplant te gaan verzorgen. Wat we dan nog hebben te gaan tot in april is het herstraten van door bouwactiviteiten beschadigd straatwerk, dat kunt u allemaal zien als u eroverheen rijdt. Gedeeltelijke afsluiting van de Europasingel, maar de woningen blijven bereikbaar, hoe staat er niet bij. Aanplanten nieuw groen. Begin april opruimen bouwplaats en netjes achterlaten. Ik wilde het u niet onthouden.
Er kan best wel weer wat komen, maar uiteindelijk kunnen we straks hopelijk van de zomer feestelijk vieren en hebben we daar heel veel baat bij. De heer Xhemaili, PvdA: Ik heb een korte vraag. U gaf aan, dat de werkzaamheden in december klaar zijn, dat is heel fijn, heel mooi, voor Kerst. Wat ik me afvroeg, ik rijd daar geregeld overheen, het is een 50-weg vanwege de werkzaamheden. Er wordt geregeld te hard gereden, wat best wel gevaarlijke situaties veroorzaakt. Ik houd me netjes aan de regels, 50km/u, maar iemand die achter mij op mijn bumper zit en smal met de vrachtwagens links en rechts, dus ik vroeg me af: kunt u of de burgemeester iets met de politie organiseren, om het te controleren zo nu en dan. Nu komt mijn vraag in het algemeen, om dat ook bij andere werkzaamheden wat nadrukkelijker te gaan doen, niet alleen nu, maar in het algemeen. Wethouder Fortuyn: Dit probleem is hardnekkig en overal, dat heb je ook met rode kruisen op de snelweg, daar rijden ze ook door. Pasgeleden is op de N209 een auto op een vrachtwagen gedoken, waarvan men zei: je moet van baan wisselen. Het is nu met 2 weken bijna gebeurd, maar ik ben het wel met u eens, dat we hier wel aandacht voor moeten hebben, want het is natuurlijk levensgevaarlijk.
Die wegversmalling is er, er heeft een ongeluk plaats gevonden, waarbij een vrachtwagen lading aan het lossen was, met zijn kraan over de weg en er kwam net een vrachtwagen aan, ja, weet je, dat zijn allemaal dingen waar je niet op zit te wachten, maar het gebeurt. Maar het geeft wel de complexiteit aan. In ieder geval dank voor de aandacht, ik ga er zeker, bij dit soort werkzaamheden, ook bij Bleiswijk over een X-aantal jaren, zullen we er zeker op letten.
27/29
8. Actualiteiten uit de commissie Geen opmerkingen. 9. Verbonden partijen De voorzitter: Nee? 10. Rondvraag en sluiting De voorzitter, om 22.30 uur: Rondvragen hebben we niet. Dan zijn wij nu voor half elf gekomen aan het eind van de vergadering, dat is keurig. Dank voor jullie inbreng. Prettige avond. Binnenkort zien wij elkaar weer t.a.v. de omgevingswet. Tot dan.
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
28/29
29/29