[BV23.0109] Verslag Commissie AB d.d. 15 nov 2023
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Algemeen Bestuur
Corsanummer Datum vergadering
: BV23.0109 : 15 november 2023
Aanwezig in de raadszaal: Commissieleden: Leefbaar 3B : Don van Doorn, Johan Philippens, Terry Duivesteijn WIJ Lansingerland : Mark Bik, Jan Jumelet CDA : Jan Willem van den Beukel, Job Halkes, Michel Krieger VVD : Matthijs Machielse, Ed van Santen, Nathalie van Bakel D66 : Brecht Weerheim, Erik Jonker CU : Kees Willen Markus GroenLinks : Manon van Splunter PvdA : Hamid Azzouzi, Nanno Scheringa, Sonnie Biharie VOOR Lansingerland : Petrine van Olst Wethouders Burgemeester
: Simon Fortuyn, Leon Hoek, Michiel Muis : Pieter van de Stadt
Voorzitter Commissiegriffier
: Jan Pieter Blonk : Lianne van den Houten
Afwezig VOOR Lansingerland : Petrine van Olst WIJ Lansingerland : Ton Jansen GroenLinks : Selgei Gabin, Menno Duk
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond, ik open de vergadering van de commissie algemeen bestuur van de gemeente Lansingerland. Het is vandaag 15 november 2023. Mede namens de commissiegriffier welkom, inwoners thuis kijkend naar de webcast, welkom wethouders en natuurlijk u, commissieleden, hartelijk welkom in deze vergadering. Ik zie dat 7 van de 9 fracties aanwezig zijn. De heer Machielse zal iets later aanschuiven bij deze vergadering evenals de burgemeester, die ook iets later zal aansluiten. 2. Insprekers De voorzitter: Insprekers hebben zich niet gemeld, maar er is wel een inspraakreactie gestuurd door het bestuur van de BIZ bedrijvenpark Rodenrijs. Dat is in plaats van de insprekers, die niet konden komen, maar ze vragen het wel te betrekken bij agendapunt 5.a. 3. Vaststelling verslagen vorige vergaderingen d.d. 11 oktober en 25 oktober 2023 De voorzitter: Er zijn geen wijzigingsvoorstellen binnen gekomen, dat betekent dat deze verslagen zijn vastgesteld. De voorzitter: Inmiddels zijn er 8 van de 9 fracties aanwezig.
1/20
4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Kunt u instemmen met deze agenda? Dat is het geval. Inventarisatie rondvraag: De voorzitter: Er zijn geen rondvragen aangemeld. 5. Bespreekpunten: 5.a Bespreekpunt handhaving bedrijventerreinen De voorzitter: Kan met handhaving de uitstraling van een bedrijventerrein v.w.b. het openbaar gebied verbeterd worden? Het gaat om gedumpte of langdurig geparkeerde aanhangers, caravans, boottrailers en dergelijke. Mogelijk moet de APV aangepast worden, zoals in Pijnacker Nootdorp. In welke mate is er een relatie met ondermijning. Vragen waarover nu gediscussieerd kan worden. De heer Duivesteijn, L3B: Ik heb het bespreekpunt geagendeerd, omdat wij ons zorgen maken over onze bedrijventerreinen in Lansingerland. Ik zal niet allemaal voorlezen wat er in het bespreekpunt staat, want dat hebben jullie natuurlijk allemaal gelezen, daar ga ik van uit. Ik heb het ook voorzien van technische vragen, zodat jullie goed een oordeel kunnen vormen over de noodzaak van handhaving op bedrijventerreinen. Ik heb jullie ook allemaal uitgenodigd om een kijkje te nemen op de betreffende terreinen, ik hoop van harte dat jullie dat gedaan hebben.
De BIZ van bedrijvenpark Rodenrijs en de ondernemers van Hoefslag te Bleiswijk hebben ook een brief naar ons gestuurd met een oproep om te handhaven op oneigenlijk gebruik van de openbare ruimte door aanhangers, caravans, boten, trailers en andere vervoersmiddelen, waarvan sommige lijken te zijn afgedankt. De BIZ doet daarbij een handreiking om te delen in de kosten. Wij zijn van mening, dat uitgangspunt moet zijn overal te handhaven op langdurig stallen van aanhangers, caravans en dergelijke. Ik wil met de commissie 2 dingen verkennen. Ten eerste, of de andere fracties het met ons eens zijn dat het zo niet langer kan. Ten tweede, hoe we dat dan willen vormgeven. Dan wel het aanwijzingsbesluit laten aanpassen door het college, amendement voor de APV of opruimacties organiseren. In overleg met het college wil ik vragen of het college na de beraadslaging eindelijk de bedrijventerreinen gaat opnemen in het aanwijzingsbesluit. En zo niet, welke handvatten het college dan wil geven aan de commissie om dit mogelijk te maken. Voor nu wil ik het hierbij laten en ga ik aandachtig luisteren of de andere fracties ook vinden, dat onze bedrijventerreinen niet mogen verloederen. Dank u wel. Mevrouw Van Splunter, GL: Dank voor het agenderen van dit bespreekpunt door L3B. Het schrijven inclusief het beeldmateriaal is helder en spreekt voor zich.
Vanuit GL kan ik melden, dat wij het eens zijn, dat ogenschijnlijk niet handhaven op langdurig geparkeerde voertuigen, aanhangers, vrachtwagens en gedumpte wrakken ondermijning in de hand werkt. Ook de klachten van ondernemers over overlast door regelmatig overnachten in vrachtwagens op bedrijventerreinen moet serieus worden genomen. Zonder op alle vragen stuk voor stuk in te gaan, kan met deze reactie L3B opmaken, dat GL de geschetste situatie belangrijk vindt om te bespreken vanavond. Maar ook het college lijkt klachten serieus te nemen, althans, zo concluderen wij na de beantwoording van de gestelde vragen gelezen te hebben. We zijn dan ook erg benieuwd naar de oplossingen waar het college mogelijkheden ziet om hier iets aan te doen. Voor nu laat ik het bij deze reactie, ik ben in afwachting van de beantwoording vanuit het college op de vragen over de impact van het aanwijzen van alle locaties in Lansingerland t.a.v. langdurig geparkeerde aanhangwagens in de zin van APV 5.6.2, het aanpassen van de APV naar voorbeeld van Pijnacker Nootdorp en de jaarlijkse schoonmaak opruimactie.
2/20
De heer Bik, WIJ: Uit o.a. gesprek met ondernemers tijdens de Tour Lansingerland kwam naar voren, dat er een hoop ergernis en onvrede bestaat over de al jarenlang rondslingerende aanhangers, wrakken et cetera op met name onze industrieterreinen. Deze signalen nemen wij serieus, daarom dank aan de lokale broeders van L3B om dit bespreekpunt te agenderen. Ik ga in mijn beantwoording de vragen die gesteld zijn even af, zoals we die vanuit onze fractie hebben geformuleerd. Vraag 1, over het algemeen liggen de bedrijventerreinen er goed bij. Er is flinke bedrijvigheid en het is mooi om te zien dat onze gemeente veel kleine en grote ondernemers mag huisvesten. Mijn fractie, in de vorm van mezelf, heeft vandaag nog een rondje gemaakt langs de bedrijventerreinen en ik kwam inderdaad de situatie zoals aangegeven tegen. Over het algemeen zag ik wel een totaal ander beeld dan de foto’s en de uitgelegde situaties. Verzorgde bedrijven met prima onderhouden parkeerplekken en openbare weg. Een mooi voorbeeld daarvan is Havecon, die ook op het genoemde bedrijventerrein zit. Uiteraard sluiten we onze ogen niet voor zaken die voor verbetering vatbaar zijn, maar ik wil er alleen mee aangeven, dat de foto’s niet representatief zijn voor alle delen van alle bedrijventerreinen van Lansingerland. Dan vraag 2.
De meldingen van bezorgde ondernemers moeten we natuurlijk altijd serieus nemen en dat doen we ook, getuige het feit dat we hier vanavond een bespreekpunt over hebben. Onze fractie is van mening dat onze gemeente de juiste tools in handen moet hebben om de uitstraling van onze bedrijventerreinen te verbeteren. Preventie heeft bij het creëren van het gewenste gedrag bij ons altijd de voorkeur, dat zal geen verrassing zijn. Handhaving is op zijn plaats als preventie niet werkt. Onze fractie is benieuwd of en in welke vorm er preventiemaatregelen zijn ingezet de afgelopen jaren. Het resultaat mag duidelijk zijn, maar zijn er überhaupt preventiemaatregelen genomen? Waarom heeft dat wel/niet gewerkt? Daar zou ik graag een antwoord op willen hebben vanuit het college. De link die gelegd wordt tussen ondermijning en een langdurig geparkeerde aanhanger kan onze fractie niet zo snel leggen, een beetje kort door de bocht. Ik ben benieuwd hoe L3B deze 2 zaken aantoonbaar met elkaar kan verbinden. Ik wil voorkomen, dat het probleem door deze vergelijking uit zijn verband wordt gerukt. De heer Duivesteijn: De vraag is of WIJ het met ons eens is, als de gemeente ogenschijnlijk niet handhaaft op bedrijventerreinen, of dat dan ondermijning in de hand werkt. Niet dat er een aanhanger staat, maar dat die niet wordt weg gehaald als die er al heel lang staat, na veel meldingen van ondernemers.
De heer Bik: Ik schaar hem toch meer onder het kopje aanname en een richtinggevende gedachtegang. Wij kunnen op dit moment niet de link leggen tussen ondermijning en de vervuiling door aanhangers. Waar komt die aanname of constatering vandaan, dat niet handhaven ondermijning in de hand zou werken? Die link kan ik niet leggen. De heer Duivesteijn: Heeft de heer Bik de brief van BIZ bedrijvenpark Rodenrijs gelezen, die de criminologische theorie aanhaalt broken windows? Die schrijft voor dat als er op plaatsen ogenschijnlijk niet gehandhaafd wordt, dat daar dan meer criminaliteit ontstaat. De heer Bik: Ik schaar het onder het kopje verloedering en niet onder criminalisering of ondermijning, maar ik ben er geen deskundige in. Het is niet perse gelijk aan ondermijning, maar misschien kunt u ons daar verder in de tweede termijn wat over zeggen. Nogmaals, we vinden dat het een punt is dat aandacht verdient, maar we moeten het niet uit zijn verband rukken. Het strikte handhaven, zie vorige antwoord. V.w.b. het aanwijzen van alle bedrijventerreinen, of we voor of tegen zijn is nog niet te bepalen. Feit blijft dat we iets moeten bedenken om de aanhangers te weren. De jaarlijkse schoonmaak- en opruimactie, ik ben ook wel benieuwd hoe de indieners van het bespreekstuk dit zelf voor zich zien. Er zou dan ook duidelijk een aankondiging moeten zijn.
Als dat zou werken, had het in preventief beleid in eerdere situaties wellicht ook al kunnen helpen. Ik las in de stukken dat het opslaan van de eenheden € 14 per dag kost, klaarblijkelijk is de BIZ bereid om daar een bijdrage aan te leveren. Maar blijft dat het kosten zijn, uit welk potje moeten we dat dan financieren? Dat is de wedervraag aan de indieners. De voorzitter: U heeft nog 1 minuut bij elkaar. De heer Bik: Trap ik toch in dezelfde valkuil als één van mijn fractiegenoten. Dan ga ik in de tweede termijn in op andere dingen die ik belangrijk vind.
3/20
Mevrouw Van Bakel, VVD: Laat ik beginnen dat de huidige staat en uitstraling van het bedrijventerrein niet overal even wenselijk is. De VVD richt zich dan ook op een gezond ondernemersklimaat, economische groei en uitstraling zijn daar zeer bepalend bij. Dank daarom aan L3B voor het agenderen van dit bespreekstuk. Gelet op de beantwoording van dit college kunnen we constateren, dat het college zich bewust is van de geschetste problematiek. En heeft daarnaast aangegeven dat handhaving beperkt wordt door de geldende aanwijzingsbesluiten. Kortom: er zit momenteel een spanningsveld tussen de wens om strenger te handhaven en de praktische uitdaging, die dat met zich meebrengt, zoals mogelijk verplaatsingseffecten en voldoende handhavingspersoneel. Wat mij betreft is dit geen rocket science. Als het aan de VVD ligt, dan zetten we in om handhaving om langdurige en fout geparkeerde voertuigen, tenzij ontheffing is aangevraagd voor langdurig parkeren voor ondernemers, want ondernemers mogen hier niet de dupe van zijn. Er zijn verschillende gemeenten, waar het benodigde beleid al werkt, we hoeven het wiel dus niet zelf uit te vinden. V.w.b. het capaciteitsvraagstuk, zet naast de reeds beschikbare BOA’s vooral private partijen in. Daarmee leggen we dan ook de rekening bij de overtreder. Stel, dat we in de uitvoering tegen knelpunten aanlopen, dan lossen we dat in het probleemjaar op.
Dank u wel. De heer Halkes, CDA: Als eerste, bedankt L3B, voor het inbrengen van dit stuk. N.a.v. de reistips van Terry ben ik ook op pad gegaan en heb met wat ondernemers gesproken, die uitzicht hadden op wrakken en dergelijke. Die zitten daar mee, ze voelen toch een beetje de onveiligheid, het gevoel dat het verkeerd volk aantrekt soms. Wij zijn dus echt voor het handhaven. Daarmee hebben we meteen de tweede vraag beantwoord. We zijn het eens met de ondernemers, dat er gehandhaafd moet worden. Sommigen zitten er echt mee in hun maag en vinden het ontzettend vervelend, maar op sommige delen van het terrein heeft men geen last van de problematiek. Wij zijn ook voor het aanwijzen van langdurig parkeren, om dat zo te regelen. Een schoonmaakactie, ja, daar zien wij ook wel brood in, mits het duidelijk van tevoren wordt aangekondigd. Over de Pijnacker-methode, ik wil graag van het college weten welke impact dat heeft op de uitvoering, als het wordt overgenomen. Dat was het. De heer Weerheijm, D66: Ik kan het kort houden. Goed om dit bespreekpunt te hebben. Wij hebben er ook al vaker signalen over gehoord bij de rondgang op bedrijventerreinen, maar ook van stakeholders daar ter plekke, dus dit verhaal komt ons helaas niet onbekend voor. Het is voor mijn fractie vooral een uitvoeringskwestie.
Als het college wijziging van de APV nodig heeft om hierop te handhaven, zou ik zeggen: kom met een voorstel voor het wijzigen van de APV, dan gaan we daar natuurlijk gewoon mee aan de slag. Ik ga niet alle vragen langslopen, maar het lijkt me heel logisch dat hier iets aan gedaan moet worden, verder vind ik het niet zo heel erg politiek eigenlijk. De heer Markus, CU: Ik denk dat de eerste partij die voor verloedering van een bedrijventerrein is, nog opgericht moet worden. We kunnen helder zijn, ik denk dat je er alles aan moet doen om verloedering, overigens niet alleen van bedrijventerreinen maar ook van woonwijken tegen moet gaan. Daar zijn we het met elkaar over eens. Wij denken ook dat je als gemeente het aan de beleidskant moet organiseren om het goed te kunnen doen. Het Pijnackerse model spreekt ons wel aan. Wij geloven niet, dat het per definitie leidt tot meer handhaving. Natuurlijk kan je er heel erg op gaan handhaven, dat kost capaciteit, maar ik vergelijk het met te hard rijden, niet dat er op elke 100 meter een politieagent staat om te kijken of iemand te hard rijdt, maar er zijn wel de middelen om het te kunnen doen. Dat geeft een mogelijkheid en een afschrikkend effect.
Ik denk dat we daarmee laten zien aan onze ondernemers op die bedrijventerreinen, dat het voor ons niet uitmaakt of het een woonwijk is of een bedrijventerrein, het is ons allemaal even lief, maar dat we de middelen hebben om bij overlast te kunnen ingrijpen. Daar draait het voor ons wel een beetje om. Om elke fout geparkeerde caravan na 3 dagen te verwijderen, dat gaat ons wat ver, ik denk dat
4/20
je een middenweg moet zoeken in hoeverre er ook echt overlast wordt ervaren. En als die overlast wordt ervaren, dat je dan ook kunt handhaven. Wat betreft een jaarlijkse opschoonactie, ik mag toch hopen dat we na 1 opschoonactie wel een beetje klaar zijn. Wat ons betreft zetten we daarna in op meldingen van zaken die spelen en dat we dan kunnen handhaven. Nogmaals, ik denk dat we de APV in Pijnackers model moeten doen, ik denk dat dat voldoende handvaten biedt voor de gemeente om aan de slag te kunnen. Laten we op basis van meldingen acteren. Ik denk dat 1 opruimactie voldoende is en daarna gewoon de meldingen afgaan. Dank u wel. Mevrouw Biharie, PvdA: Het is goed om signalen van onze inwoners en ondernemers serieus te nemen, er goed naar te luisteren en te kijken. Mooi dat vanuit L3B nu een bespreekstuk is ingebracht. Verdiepend in de beantwoording van de technische vragen kunnen wij het waarderen dat het college het advies van L3B ter harte neemt om bij de buurtgemeente Pijnacker-Nootdorp gaat kijken hoe e.e.a. daar georganiseerd is. Wij van de PvdA, wij zijn erg van preventie, dat vinden we heel belangrijk. Ik ben heel erg benieuwd, nu ik van de andere fracties heb gehoord en de zorgen die er bij de ondernemers zijn, hoe de preventie eruit ziet en waar eventueel verbeterpunten kunnen komen de komende tijd.
Anderzijds zijn wij met zijn allen realistisch, dat we het moeten doen met de oren, de ogen en de handen, die op dit moment beschikbaar zijn om handhaving binnen onze gemeente toe te passen. Mijn vraag is, ik ben benieuwd naar de preventie, hoe dat is vorm gegeven, en dan de vraag dat het niet langer kan, dat vind ik een beetje voorbarig. Het is goed dat we nu met zijn allen goed stilstaan bij de zorgen van de ondernemers en hoe vorm te geven. Even afwachten wat het college hierop gaat beantwoorden. Daarnaast ben ik ook benieuwd welke vorm de heer Duivesteijn ziet. Dat was het. Dank u wel. Beantwoording college Burgemeester Van de Stadt: Met excuses aan de heer Duivesteijn, dat ik ietsje later binnen was, maar ik denk dat u weet dat ik daar een goede reden voor had. Zoals uit de beantwoording van de schriftelijke vragen al blijkt, er zit geen licht tussen het standpunt van het college en wat de heer Duivesteijn aangeeft. Waar zit eigenlijk in de praktijk het verschil? Het risico dat je wilt nemen, dat is het essentiële verschil. Als de commissie bereid is om meer risico te nemen, in juridisch en financieel opzicht, dan kan ik dat in het beleid, in de uitvoering opnemen. Ik hoor mevrouw Van Bakel zeggen: als we dan ergens tegenaan lopen, dan zien we het dan wel. Dat is een prima houding, dat kan ook. Maar de risico’s zijn wel aanwezig.
Er is niet zoveel wat wij nodig hebben, laat ik dat voorop stellen. De heer Duivesteijn: Als de burgemeester het over risico’s heeft, waar doelt u dan op, kunt u daar iets meer over vertellen? Burgemeester Van de Stadt: Natuurlijk, dat was ik ook van plan, want dat is waar we elkaar moeten vinden. Daarom ben ik blij dat de heer Duivesteijn het agendeert, omdat ik dat risico ook best wil nemen, want ik ben het met hem eens. Maar ik ben voorzichtig, want bij elk risico zit er ook een andere kant, dan wil graag expliciet bewust zijn van de raadscommissie dat we dat risico lopen. De basis daarvan, we praten over 2 zaken, we praten over de wrakken en we praten over het lang parkeren, dat is niet altijd hetzelfde. Als het gaat om de wrakken, zijn wij aan de voorzichtige kant bij het bestempelen van een voertuig tot wrak. Daar zijn we voorzichtig om niet het risico te lopen, dat we ten onrechte een voertuig tot wrak bestempelen. Als je het ten onrechte bestempelt, krijg je al snel alle zaken van schadeloosstellingen en dergelijke. We kunnen daar strikter in zijn. De BOA’s bewandelen de voorzichtige weg. Als de raadscommissie zegt: we willen daar best risico lopen, dat we misschien eens onterecht een wrak van de weg halen, maar we zien ook dingen, die we in strikte zin niet als wrak definiëren, maar wat ons betreft wel een wrak is, haal die maar af. We lopen het risico graag.
Het risico is doorgaans overzichtelijk, want als iets eruit ziet als een wrak, is geen dure Mercedes. Dus dat kan. Wat mij betreft zouden we dat kunnen doen, wat mij betreft doen we dat ook. Voor die wrakken, in de schriftelijke beantwoording staat dat het punt 5.5 van de APV voldoende is. Het
5/20
kan, het gaat meer om de interpretatie wat een wrak is en welk risico je wilt lopen. Twee is het lang parkeren, dan kom ik op de methode Pijnacker-Nootdorp. Het maakt niet zoveel uit hoe je het vorm geeft. Wat Pijnacker-Nootdorp doet is in feite makkelijk. Als je een nieuwe wijk bouwt, hoef je die niet vervolgens aan te wijzen. Maar we kunnen ook gebieden aanwijzen waar we overlast zien. Ik vind dat meer een principiële kwestie, de raad geeft de prioriteit aan. Zeg je: het mag gewoon niet, tenzij. Zoals Pijnacker-Nootdorp doet, dan geef je aan: we willen in beginsel niet dat voertuigen, aanhangers, caravans, boottrailers langer dan 3 dagen in de openbare ruimte staan, nooit niet, never nooit niet, nergens. Dat is het uitgangspunt, dan kan je het wel ergens toestaan. Wat wij hebben is in beginsel kan je een heleboel dingen wel in de openbare ruimte stallen op met name bedrijventerreinen, tenzij het problemen oplevert, dan halen we het weg. Die problemen zitten vooral in de toestand, in de uitstraling van de openbare ruimte. Het is meer een keuze, wat wil je als raad uitstralen, we kunnen dat straks gewoon bij de APV bespreken. U kunt nu ook aangeven welke richting u het liefst in de APV ziet opgenomen, als we die gaan aanpassen. De heer Bik: Ik vraag me af of de burgemeester de term ondermijning kan plaatsen in de context van deze discussie.
Ziet hij ondermijning als een risico van het wel of niet weghalen van aanhangers? Burgemeester Van de Stadt: Wat de heer Duivesteijn erover schrijft is in algemene zin waar. Schoon, heel en veilig is in alle opzichten iets wat met elkaar samengaat, dat geldt ook voor bedrijventerreinen. Verwacht ik nou direct ondermijnende activiteiten, een drugstransport van 7.000 kilo richting Bleiswijk is niet afhankelijk van een verkeerd gestalde aanhanger. Maar het gevoel van veiligheid op de bedrijventerreinen en de sfeer die daar hangt en uiteindelijk of dat ruimte geeft aan ondermijnende activiteiten, ja, in algemene zin kan ik me voorstellen dat het verband er is. Ik zou het niet als hoofdzaak bestempelen, ik heb ook niet de indruk dat de heer Duivesteijn dat doet. Het gaat in hoofdzaak om de uitstraling van het bedrijventerrein. Net zo goed als we zorgen voor een goede openbare ruimte, een straat zonder gaten, moeten we ook zorgen dat er geen wrakken langs de weg staan. Nogmaals, het is vooral de aanblik van de wrakken. Het gaat ook om lang parkeren. Lang parkeren, het is meer: wat wil je uitstralen? Daar zit wel een ander risico aan, namelijk dat ondernemers willen dat er gehandhaafd moet worden, maar ik verzeker u, op het moment dat we gaan handhaven, komen ondernemers bij u, die vinden dat hun aanhanger ten onrechte is weggesleept dan wel dat zij geen parkeerplaats hebben.
Dat is het probleem, dat zich op onze bedrijventerreinen voordoet. Voormalig wethouder Abee kon er nog over verhalen: dan koopt een bedrijf een stukje grond, dat bouwt hij van links tot rechts vol met zijn hal en vervolgens vindt hij dat wij parkeerplaatsen in de openbare ruimte moeten regelen. Daar nemen wij afstand van, we hebben dat met name op Oudeland beperkt. Als je een perceel koopt en je bouwt er wat, dan moet je zelf parkeren invullen. Op een deel van onze bedrijventerreinen is men afhankelijk van parkeerplaatsen in open terrein en veel ondernemers hebben nou eenmaal aanhangers. Als we daar strenger in worden, strenger beleid maken, dan moet u ook voorbereid zijn op klagende ondernemers. Het moet een bewuste keuze zijn. Wat daarin juist is, er is geen juist, wat u wilt, ook daar hebben wij tot nu toe de voorzichtige kant benaderd. Het geeft onze ondernemers wat ruimte om te parkeren in de openbare ruimte, tenzij het problemen oplevert. Dat heeft te maken met: hoe wilt u het in de APV opnemen? Het is een algemene houding. Ik heb niet de indruk dat het gelijk een probleem oplevert. Als je de omgekeerde Pijnacker-Nootdorp methode hanteert, dan kan je gebieden vrijstelling geven om wel je aanhanger neer te zetten. Wij zitten op de strakke uitleg, die zou je ruimer kunnen maken, maar er zit een risico in.
Als ik kijk naar de vragen die gesteld zijn, dan denk ik dat dat de basis is. Preventief zal uitstralen, dat je handhaaft. Mevrouw Biharie heeft het over preventief, ja. Willen we de bedrijventerreinen mooier hebben, heeft het in algemene zin een positieve uitstraling voor het bedrijventerrein en daarmee criminele en ondermijnende activiteiten zal tegengaan, ja, daar ben ik het absoluut mee eens. Kunnen we het met de huidige middelen doen, ja, dat kunnen we en we kunnen daar ook strikter in zijn. Maar we lopen daar een risico en ik hoor graag van u. Daar komen ook kosten bij, dat heeft niet zozeer te maken met handhaven an sich, die BOA is er toch wel, maar je kan die BOA ook maar één keer inzetten, dat
6/20
gaat altijd ten koste van een andere plek waar je hem inzet. Ik vind de jaarlijkse ronde buitengewoon creatief, dat wordt versterkt door het beeld van de Pijnacker-Nootdorp methode, dat ik zeer aansprekend vind. Zij slepen niet gelijk weg. We hebben hierover een paar jaar geleden ook gesproken en we hikten met zijn allen erg aan tegen de kosten van het opslaan en wegslepen. Pijnacker-Nootdorp doet dat niet. Hij laat hem staan, roept op: verwijder hem. Als dat niet gebeurt en er komt geen reactie op, dan halen ze hem weg. Dat is een risico. Als de eigenaar een half jaar in het buitenland verblijft en terugkomt en zijn trailer met boot van € 50.000 is verdwenen en vernietigd, hebben we een risico. Dat moet u wel willen. We zullen overigens een boottrailer van € 50.000 wel opslaan en niet in één keer vernietigen, maar we zouden de plank daarin mis kunnen slaan. Dat vind ik vooral aantrekkelijk aan de Pijnacker-Nootdorp methode, als je dat in een jaarlijkse actie doet, kan je dat heel goed aankondigen en dan nemen je juridische risico’s gewoon af. Maar je zal een keer ten onrechte iemands boot of auto vernietigen, ik weet niet helemaal wat het risico daarvan is. Het gaat niet perse om wrakken, het gaat om aanhangers die in de openbare ruimte geparkeerd staan op een plek waar u dat niet wil. Mevrouw Van Bakel had het over private partijen, dat wordt gewoon echt lastig en duur.
Ik denk dat het niet nodig is, zeker als je een jaarlijkse ronde doet, de uitwassen goed bestrijden, eerder tot wrak bestemmen, dan denk ik dat we het prima kunnen doen binnen de huidige mogelijkheden. Ik nodig de raad graag uit om aan te geven: willen we bij de APV de ene kant of de andere kant benaderen? Tweede termijn De heer Duivesteijn, L3B: Bedankt aan alle fracties die hun licht hebben laten schijnen. Ik heb veel geturfd, volgens mij is er raadsbreed het voornemen om in ieder geval iets te gaan doen, maar de manier waarop weet ik nog niet zeker. Ik hoor meerdere mensen zeggen: uitstraling van het bedrijventerrein. Die is in beginsel heel goed en dat komt omdat onze ondernemers daar alles aan doen. De BIZ bedrijvenpark Rodenrijs wil het heel mooi maken voor de ondernemers die er zitten. Het is een samenwerkingsverband, alleen, zij kunnen niets met de openbare ruimte. De openbare ruimte is echt een probleem van de gemeente. Op dit moment zit dat niet in het aanwijzingsbesluit van het college, daar komt het op neer. De burgemeester vraagt ons nu eigenlijk: willen wij dat er strikter gehandhaafd wordt op enerzijds voertuigwrakken. Mijn antwoord is: ja. Ik ben benieuwd of de andere fracties daar ook uitgesproken ja of nee op willen zeggen. Dat is mijn eerste vraag aan de andere fracties.
Het tweede punt, de burgemeester geeft aan: we kunnen onze grondhouding aanpassen in de APV, waardoor we in beginsel alles aanwijzen en dan eventueel uitsluiten. Ik hoor ook dat dat niet nodig is als we alles aanwijzen. Ik denk dat het makkelijker is om alles aan te wijzen dan de APV aan te passen. Laat mij dat als allereerste stellen, ik ben benieuwd of de anderen het met ons eens zijn dan. Ik hoor nog wat over ten onrechte vernietigen van boten van € 50.000, ik denk dat dat wel meevalt. Als we goed waarschuwen en van tevoren bestickeren en aangeven en proberen de eigenaar te bereiken, dan denk ik niet dat alle ondernemers in Lansingerland zo goed verdienen, dat ze een half jaar in het buitenland zitten en hun boot hier laten staan. Ik hoor hier veel rumoer op, verwerk het in uw spreektermijn. Ik ben benieuwd naar de andere fracties, hoe zij kijken naar de beantwoording van de burgemeester. Dank u wel. De heer Markus, CU: Allen bedankt voor de reacties hoe iedereen erin zit. Even kort een reactie hierop. Wat ons betreft ook gewoon de strengere aanpak rondom wrakken, dat lijkt ons niet zo heel spannend. Even in reactie op wat de burgemeester aangeeft, voelen wij er toch wel voor om het Pijnackerse model te hanteren en de APV aan te passen en de werkwijze, hoe je hiermee omgaat, spreekt ons wel aan.
We waren inderdaad niet zo’n fan van een jaarlijkse opruimactie, maar de burgemeester vindt het wel een goed punt en het heeft wel een effect naar buiten toe, zo’n jaarlijkse actie, het zou zomaar heel goed preventief kunnen werken. Vanuit die preventieve
7/20
werking is zo’n actie een goede actie om dat jaarlijks te doen. Wat ons betreft, doen we het op die manier. De heer Halkes, CDA: Ik dank de burgemeester voor de antwoorden. In antwoord op de vragen van de heer Duivesteijn, de strengere wrakken-aanpak, daar zijn we ook voor. Het Pijnackers model zien wij ook wel als duidelijker en iets makkelijker uitlegbaar naar buiten, zoals de andere variant wordt geschetst, maar daar moet wel een goed waarschuwingstraject zijn ingericht, zodat iedereen op de hoogte is van hoe dat werkt en wanneer iemand gebeld gaat worden et cetera, dat daar geen misverstanden over bestaan en die boot inderdaad niet de shredder in gaat. Een jaarlijkse actie, daar zien wij ook wel brood in. De heer Bik, WIJ: Mocht een wijziging van de APV nodig zijn om de uitstraling van de bedrijventerreinen te verbeteren, dan staan we daar uiteraard open voor. Een opschoonactie lijkt ons een goed idee om verder uit te werken, maar niet jaarlijks terugkerend. Dan nog even over het oude model, creëren we daar niet een vrijstaat voor aanhangertjes in gebieden waar dat wel mag en die zijn daar dan weer de dupe van. Strenger handhaven op wrakken, daar zijn we op dit moment ook voor. Mevrouw Van Splunter, GL: Ik heb net een nieuwe term gehoord: wrakaanpak. Ik vind hem strak, daar zijn we dus ook voorstander van. Een strakkere wrakaanpak. Opschoonactie top.
Model Pijnacker—Nootdorp, daar kunnen wij ook wel achter staan. Daar houd ik het bij. De heer Weerheijm, D66: Ik kan de dichtkunsten van mijn collega aan de overkant helaas niet nadoen. Bedankt voor het antwoord van de burgemeester. Inderdaad, een iets strengere aanpak op wrakken lijkt ons helemaal prima. Over de vraag: moet je het hele gebied aanwijzen of een deel van de gebieden? Ik durf er geen antwoord op te geven, wat nou het meest wijs is. Ook omdat de burgemeester aangaf: niet ieder bedrijventerrein is hetzelfde, op sommige zijn meer openbare plaatsen dan andere. Het lijkt me logisch, dat je per bedrijventerrein kijkt wat wenselijk is. Het is goed om hier met de ondernemers over te spreken. We hebben die brief natuurlijk ook allemaal gelezen. Dat kunnen we meenemen bij de vraag: wat is handig voor welk bedrijventerrein. Hetzelfde geldt voor de aanpak, of je nou een jaarlijkse ronde moet doen of één keer. Ook daar zou ik zeggen: kijk met de ondernemers. De heer Duivesteijn: Ik ben blij dat D66 het ook belangrijk vindt om het bedrijventerrein veilig, netjes en aantrekkelijk te houden, zoals in hun verkiezingsprogramma staat. U zegt: gemeente en ondernemers moeten daarin samenwerken. Maar u zegt niet of het moet worden aangewezen in het aanwijzingsbesluit. De gemeente kan niet handhaven op bedrijventerreinen als het niet is op genomen in het aanwijzingsbesluit.
Bent u daarvan op de hoogte? De heer Weerheijm: Als ik dat zei, was dat niet helemaal wat ik bedoelde. Ik bedoelde, dat het mij logisch lijkt dat je per bedrijventerrein kijkt: wat is hier het handigst? Ook omdat de burgemeester aangaf, dat sommige heel veel openbare parkeerplaatsen hebben en andere bijna niet. Vandaar dat ik het even noemde. Wat werkt is wat we moeten doen en dat is voor mij niet zo heel erg politiek. De heer Duivesteijn: Ik heb van u niet gehoord, dat er strenger moet worden gehandhaafd op voertuigwrakken, de wrakaanpak. De heer Weerheijm: Dan moet u toch iets beter luisteren, want ik heb gezegd, dat het zeker van belang is om dat te doen. Maar ik vergeef het u, omdat u zo goed ons verkiezingsprogramma heeft gelezen. Dank u. Mevrouw Van Bakel, VVD: Bedankt voor de beantwoording. Laat ik aansluiten bij de woorden van de heer Weerheijm, met name op het punt van de pragmatische aanpak t.a.v. de bedrijventerreinen. Dank u wel.
8/20
Mevrouw Biharie, PvdA: Ik zit te luisteren naar de toelichting op de vragen die zijn gesteld. Wij vinden de aanpakmethode van Pijnacker-Nootdorp voldoende. Daarnaast is het misschien wel goed om jaarlijks, als we het hebben over het college, de gemeente en de ondernemers, jaarlijks meer bewustwording te creëren: goede buur, houd elkaar in de gaten. En om daar als preventie meer op te sturen. Meer communicatie daarover jaarlijks, wie zit er om je heen, let op elkaar. Dat soort suggesties wil ik mee geven. Dank u wel. De heer Duivesteijn: Vindt u ook, dat er strenger gehandhaafd moet worden op voertuigwrakken. Mevrouw Biharie: Zoals het nu toegelicht is, vind ik, aansluitend op D66, de jaarlijkse ronde, dat vind ik goed en de preventie zo goed mogelijk uitvoeren. Dat is mijn antwoord op uw vraag. Burgemeester Van de Stadt: Ik heb de commissie gehoord en ik zou de volgende conclusie willen trekken, voor willen stellen. Waar het gaat om wrakken, dat wij een ruimere definitie gaan hanteren, dus je gaat wat sneller onder het begrip wrak vallen en als je onder het begrip wrak valt, word je in principe weg gehaald. Eén keer jaar gaan we dat grootschaliger aanpakken, want dat kunnen we ook goed waarschuwen.
Voor de twijfelgevallen helpt dat natuurlijk, want als het echt een wrak is, kan dat door het jaar heen, maar één keer per jaar gaan we een ronde maken, dan lopen we de twijfelgevallen langs, dan kunnen we daar publiciteit aan geven: ik zou even gaan kijken of er een sticker op uw wrak zit, want anders is die volgende week weg. Zoiets. Dat lijkt me niet ingrijpend. Het enige risico is, dat je iets onterecht doet en dat zou dus tot vergoedingen kunnen leiden. Daar is dan wel budget voor nodig, maar ik denk dat dat ook achteraf kan. Dan t.a.v. de Pijnackerse methode stel ik voor, ik kijk even wanneer de volgende update is, dat we bij de volgende APV-update hem zo aanpassen dat je nergens in de gemeente in beginsel een aanhanger van welke aard dan ook langer dan 3 dagen mag parkeren, tenzij er een vrijzone is. Die vrijzone is prima in overleg op het bedrijventerrein te doen, waar is wel behoefte aan, waar is geen behoefte aan. Het zal wel even tijd kosten om het goed te regelen, want je moet ze allemaal spreken, maar we hebben die BIZ’en goed georganiseerd op onze bedrijventerreinen, volgens mij is dat goed te doen. Met een beetje geluk kunnen we dat met de APV gelijk rond hebben. De voorzitter: De eerstvolgende APV-behandeling is pas over een jaar, december volgend jaar. Burgemeester Van de Stadt: Ja, dat weet ik, maar we doen het normaal gesproken ook tussendoor.
Per 1 januari, dus de grote update is volgend jaar, maar ik kijk even of we begin van het jaar de kleinere updates kunnen gebruiken, al is het alleen maar dit punt. Dan passen we hem aan. Dan moet ik ook even het tijdschema bekijken: kunnen we het op die bedrijventerreinen afstemmen, anders is er in één keer een algeheel verbod ingevoerd en dan heb je de volgende dag een heleboel boze ondernemers, vermoed ik. Dus even qua tijdsschema, maar ik kom er schriftelijk op terug, wat ik denk dat haalbaar is. Dan wordt het dus verboden in de hele gemeente, meer dan 3 dagen. Vervolgens, los van de uitzonderingen, vervolgens betekent dat dat we ook de Pijnackerse methode hanteren bij het handhaven. Dus sta je er langer dan 3 dagen, in beginsel krijg je er gewoon een sticker op. Het kan dus ook om een mooie aanhanger gaan, een caravan, dan krijg je er een sticker op en dan gaan we op een gegeven moment handhaven, zoals Pijnacker-Nootdorp dat doet. Dat betekent dat we inderdaad het risico gaan lopen duurdere zaken weg te slepen, mogelijk op te slaan tegen kosten dan wel te vernietigen en schade te lopen. Daar zit echt wel een risico in, maar dat ga ik ook met dat tijdschema voor u in kaart brengen. Want nergens parkeren, ook als het voor iedereen duidelijk is, ik weet niet of iedereen zich eraan houdt. Een trailer met boot, wethouder Fortuyn is net binnen gekomen, hij weet wat dat kost.
De heer Duivesteijn: Bij een Pijnackers-model is ook een ontheffing mogelijk voor ondernemers die ondernemen op het bedrijvenpark en daar een aanhanger voor nodig hebben. Is de burgemeester van plan om dan dat lid op te nemen in de APV? Burgemeester Van de Stadt: Ja, daar moet even het gesprek met de ondernemer over gevoerd worden, dat vind ik het belangrijkste. Zijn er bedrijventerreinen waar men in het algemeen zegt: hier moet het gewoon kunnen. Zijn er bedrijventerreinen waar men zegt: hier is het zo krap, hier moet het absoluut niet kunnen. Zijn er bedrijventerreinen waar om maatwerk gevraagd wordt? Het
9/20
gaat er vooral om, dat ondernemers op de bedrijventerreinen kunnen functioneren, daar komt ik altijd met ze uit. Je loopt het risico, dat een bedrijventerrein het er niet mee eens is. Dat de helft van de bedrijven zeggen: wij willen perse wel. En de andere helft zegt: wij willen perse niet. Dan heb je daarover discussie, maar dan heb ik wel van u gehoord, dat u in beginsel de strakke lijn wil hanteren: het kan nergens langer dan 3 dagen, tenzij. Dat is wel de insteek dan, maar daar kunnen we altijd wel uitkomen, zeker met maatwerk. Het risico is er en de kosten zijn echt wel hoger, want het gaat niet alleen om bedrijventerreinen, het gaat ook om iemand die zijn caravan in een woonwijk stalt. Je gaat meer risico lopen, dat we handhaven. Ik zie in wijken campertjes en dat soort dingen echt wel langer staan dan 3 dagen. De heer Markus: Dat klopt, maar dat is nu toch ook al handhaafbaar. In de woonwijken verandert er toch helemaal niets ten opzichte van nu? Burgemeester Van de Stadt: Nee, behalve het strakkere beleid, dat verandert. Nog steeds ben ik er niet voor om iedereen die zijn camper de vierde dag heeft buiten staan direct aan te pakken. Maar het risico op fouten wordt groter, we hebben nu een heel soepele lijn. De voorzitter: Dan zijn we aan het eind van dit bespreekpunt. Er zijn spijkers met koppen geslagen.
Het betreft een strenger optreden tegen wrakken, strikter handhaven, alle gebieden aanwijzen, een verandering in de APV, Pijnacker-Nootdorp methode en de jaarlijkse opschoonactie. Dat zijn punten die afgesproken zijn. Ik sluit dit agendapunt. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Privacybeleid Gemeente Lansingerland 2023 De voorzitter: Als je het over privacybeleid hebt, zegt iedereen direct de AVG, algemene verordening gegevensbescherming, die op heel Nederland van toepassing is. Binnen de gemeente Lansingerland wordt veel gewerkt met persoonsgegevens van burgers, medewerkers en ketenpartners. De AVG vraagt ook om een privacy beleidskader van de gemeente. Dat is in 2018 door de raad vastgesteld, in 2019 geactualiseerd, maar onze snel digitaliserende wereld vraagt om nieuw overkoepelend privacybeleid. De afgelopen 5 jaar is hier in het gemeentehuis veel kennis opgedaan en dat is nu verwerkt in het nieuwe privacybeleid en dat ligt nu voor ter oordeelsvorming. De heer Scheringa, PvdA: Ik weet niet helemaal wat ik hiermee moet. We gaan ervan uit, dat de gemeente gewoon de wet volgt. Als ik dat parafraseer is het alleen gegevens opslaan en gebruiken die nodig zijn en vooral niet meer. Zorgen dat de gegevens veilig zijn en alleen verwerkt worden door mensen die er wat meer moeten en niet door anderen nog.
Als de gegevens niet meer nodig zijn, dat ze gewoon weg gegooid worden als dat moet of als ze niet meer nodig zijn. Hoe het precies in de wet staat, dat moet de gemeente volgen. Dat is het kader en dat is waar de raad over gaat. De rest is uitvoering. Qua kader: hoe goed wil je dat dan doen? Blijkbaar is het ambitieniveau nu 3. Ik heb het oude privacybeleid nog even nagekeken en daar werd gesproken over ambitieniveau 4, dat bereikt moet worden. Nu gaan we naar 3, is dat dezelfde schaal of is dat een andere schaal? Wat nu bereikt is, is 1 of 2. Ambitieniveau van de vorige keer is dan niet gehaald, dan doen we nu 3. Waarom is het lager? Is dat een politieke keuze? Is het handig? Het beleid, ik ben geen privacy deskundige, wie ben ik om daar heel veel van te vinden? Ik denk dat de FG daar goed over nagedacht heeft. Het is nu nieuw beleid, een ander model. Is er ook nog iets van benchmarking en juridische toetsing? We zijn niet de enige gemeente in Nederland die dit heeft of de enige overheid. Is er niet iets vanuit de VNG, een model privacybeleid, waaraan we dit kunnen toetsen of gebruiken? Implementatie, daar staat: zie punt 9, zie hierboven. Er staat een hele hoop boven, maar ik weet niet precies wat over implementatie gaat.
Dat niveau 3, wanneer is dat dan bereikt? Ik neem aan, dat als het in de raad een hamerstuk is en de burgemeester slaat met zijn hamer, dat we dan zeggen: hoepla, we zitten op niveau 3. Kan de wethouder aangeven: wordt het nu al gebruikt? Wanneer is dit privacybeleid in werking? Voldoet het voldoende? De bottomline is, we gaan dit niet
10/20
amenderen, ik denk dat het prima privacybeleid is, er hebben mensen met verstand naar gekeken, daar ga ik niets van vinden, behalve goed gedaan. Ik zou wel graag jaarlijks geïnformeerd willen worden hoe het nou gaat met de uitvoering van dit privacybeleid. Gaat het goed? Halen we de ambitie die we gesteld hebben? Moet dat bijgesteld worden? Is daar hulp voor nodig? Moeten we als raad daar iets voor doen? Of als we zeggen: het gaat super en we hebben het ambitieniveau gehaald. Kunnen we dan nadenken dat we naar stapje 4 gaan? Dat mis ik een beetje in de raadsbrief, maar als we daar een toezegging op zouden kunnen krijgen, dat dat gebeurt, is het voor ons prima allemaal. Dank u wel. De voorzitter: Aan het begin van uw inbreng had u wat technische vragen. Ik wil u erop wijzen, dat u in het vervolg die vragen technisch stelt, die kunnen dan schriftelijk beantwoord worden voordat het in de commissie komt hier. De heer Scheringa: Ik snap uw opmerking, maar volgens mij waren mijn vragen niet technisch van aard. Wat ik echt gevraagd heb, de vorige keer niveau 4 en nu zeggen we niveau 3. Is dat op dezelfde schaal? Waarom is ervoor gekozen om het lager te doen? Dat lijkt mij politiek, dat kan geen ambtenaar beantwoorden. De voorzitter: We kunnen daarover van mening verschillen. Het geldt trouwens voor iedereen, niet alleen voor u, om daar goed op te letten.
Dat u echt over de oordeelsvorming gaat in deze commissie, dat is de O van de BOB, daar zitten we nu in het systeem. Mevrouw Van Splunter, GL: Het is belangrijk, dat de gemeente Lansingerland continu zoekt naar de optimale balans tussen de publieke waarden zoals borging van de privacy enerzijds en efficiënte en betrouwbare dienstverlening anderzijds. Met de ervaring en invulling van de AVG in 2018 en het in werking treden van de wet politiegegevens 2019 is het logisch, dat beleid herzien en aangepast wordt. GL kan op beide beslissingen die gevraagd worden positief reageren. Echter, we hebben nog enkele vragen, waarvan wij ook hadden ingeschat dat ze niet technisch waren. Bij de kanttekening staat dat ons huidige niveau tussen de 1 en 2 op de schaal van 5 zit. Onze vraag was dan ook, 3 nu het streven, maar is er dan nog wel een ambitie naar een hoger niveau te gaan en wat is daarvoor nodig? Dit vast te stellen beleid is gebaseerd op de veiligheidskaders van 2018. Wij mogen er dan ook vanuit gaan, dat dat kader gewoon nog staat. Deze laatste vraag omdat de ervaring en jurisprudentie van de afgelopen jaren ons beleid heeft doen aanpassen. Als laatste sluiten wij ons aan bij de behoefte ook uitgesproken door de collega’s van de PvdA over een jaarlijkse rapportage aan de raad. Dank u.
De heer Krieger, CDA: In tegenstelling tot de heer Scheringa kom ik beroepsmatig weleens privacyverklaringen tegen en ik heb het dus ook met veel plezier gelezen. Wel een paar puntjes, twee, eigenlijk drie. In de begeleidende brief heb ik dezelfde vraag als de heer Scheringa. Er wordt gezegd: we streven ernaar om niveau 2 te bereiken, maar eigenlijk zou het moeten zijn met het oog op het beschermen van de belangen van je burgers zeker m.b.t. Europese privacy wetgeving, dat je het hoogste niveau na moet streven. Misschien zit daar een staffel in, is de kennis niet aanwezig, dus graag even van het college het antwoord daarop, waarom daarvoor is gekozen. Niet kinderachtig bedoeld, maar in de begeleidende brief onder punt 4 waar wat gezegd over het toetsingskader, daar staat een klein taalfoutje. Er staat: de gemeente wilt in plaats van wil. In het Nederlands, in de derde persoon enkelvoud komt er geen t achter de stam bij het werkwoord willen. Niet kinderachtig bedoeld, maar als taalpurist moet ik daar even mijn vinger op leggen. In het privacybeleid zelf staat iets wat mij een beetje verontrust. Dat is dat het privacybeleid jaarlijks ambtelijk wordt getoetst. Misschien niet iedereen bekend, maar om een goed en deugdelijk privacybeleid te implementeren in welke organisatie dan ook, moet het onderdeel uit gaan maken van het DNA van je organisatie.
Dat betekent, misschien gek gezegd, van de koffiejuffrouw tot aan de burgemeester, op andere niveaus natuurlijk, iedereen zich bewust moet zijn van het privacybeleid en hoe daarmee om te gaan. Een privacybeleid doe je niet jaarlijks evalueren, dat
11/20
evalueer je dagelijks op de werkvloer met elkaar. Daar zijn korte lijnen voor nodig en ook een organisatie waarbij iedereen, de koffiejuffrouw de burgemeester kan wijzer op een fout m.b.t. privacywetgeving. Dat heeft natuurlijk tijd nodig en dat duurt lang om dat in het DNA van je organisatie te implementeren, maar ik wil dit het college wel meegeven. Dan de vraag aan het college of ze zich daarvan bewust zijn, dat het implementeren van privacybeleid niet ophoudt met het alleen vaststellen van dit privacybeleid, dat verder gewoon prima volgens de geldende standaarden is opgesteld en voldoet aan alle wettelijke regels daarvoor. Dat wilde ik nog even mee geven. De heer Scheringa: Dank voor uw heldere betoog. Bent u ook van mening dat we jaarlijks een monitoring moeten hebben? De heer Krieger: Nee, dat lijkt mij niet nodig. Elke organisatie moet zich namelijk zelf bewust zijn, of dat nou een bank is, een verzekeraar, een gemeente of de plaatselijke bakker, die er in mindere mate mee te maken heeft, dat het onderdeel uit moet gaan maken van je DNA. Zo moet je dat implementeren. Het is meer in de uitvoering gelegen, dat die beoordeling dagelijks plaats moet vinden, dan dat wij dat als raad moeten gaan doen. Maar het staat raadsleden natuurlijk vrij om daar kritisch op te monitoren. Dat was het. Dan kunnen wij ook instemmen met het besluit.
De heer Jonker, D66: Het zal u niet onbekend zijn, dat privacy een onderwerp is dat D66 na aan het hart ligt. Daarom zijn we ook heel blij met het stuk, dat voor ons ligt. Het is helder, goed leesbaar, er zitten veel bekende elementen in en best practices voor iedereen die in dit veld werkzaam en actief is. Het is gewoon een prima stuk. Bij voorbaat kan ik al zeggen dat we ermee kunnen instemmen. Ik heb echter nog wel een paar opmerkingen c.q. vragen. Mijn aanname is, dat bij het volwassenheidsniveau, dat niveau 3 de ambitie is voor 2024 en dat we daarna als een raket doorgroeien naar 4 en 5, maar dat die fasering voort komt uit dat je ambitie reëel moet zijn. Misschien kan de portefeuillehouder dat bevestigen. Een klein detail, ik heb het aandachtig gelezen, ik zie veel over een PDCA cirkel in het kader van het beleid zelf, maar het instrument DPA moet ook als instrument zelf een PDCA cirkel kennen. Daar bedoel ik mee, ik heb het helaas in de praktijk mee gemaakt, dat er 1 keer een DPA wordt gemaakt en dat 8 jaar later een accountant zegt: vreemd, het is al 8 jaar niet aangepast. Misschien kan dat in de werkinstructie worden meegenomen. Een wat meer fundamenteler punt. Ik denk dat het belangrijk is dat we onze burger en inwoners informeren op de wijze waarop wij zorgvuldig met persoonsgegevens omgaan. Misschien kan er aandacht aan worden besteed op de website.
Misschien kan een verkorte versie worden gecommuniceerd, dat de burger weet van: hé, dit is hoe de gemeente Lansingerland ermee omgaat. Dat hoeft niet het hele beleid te zijn in deze omvang, maar wel de hoofdlijnen. Dat geeft vertrouwen in de politiek en dat maakt ons ook navolgbaar. Het laatste punt, ook strategisch, dat zal iedereen verbazen, want privacy is hip en in om vooral te benadrukken hoe gevaarlijk de wereld is en dat privacybeleid zo streng mogelijk moet zijn en dat iedereen voortdurend daarop moet letten. Ik wil ook aandacht vragen voor de balans. Ik heb helaas ook in de praktijk, ook bij het rijk, veel voorbeelden gezien waar doorslaand privacybeleid leidt tot grote schade aan burgers. Er zijn voorbeelden van burgers, die niet werden gewezen op de mogelijkheid, die onder het bestaansminimum leven, die niet konden worden gewezen op een aanvullende uitkering, maar ook zorgfraudeurs die onder de radar blijven. Met andere woorden: het is een voortdurende afweging. In dat kader zou ik mee willen geven, niet geheel toevallig zoals de rekenkamer aan de Tweede Kamer schreef op 30 maart 2023: de vraag die nu vaak gesteld wordt is of verwerking van gegevens is toegestaan.
Terwijl de vraag zou moeten zijn: hoe kunnen persoonsgegevens worden gebruikt en gedeeld op een manier die redelijk is en het recht van burgers op privacy respecteren? Daar zit net een nuanceverschil in, dat D66 graag in de uitvoering ziet terugkomen. Daar wil ik het graag bij laten. De heer Jumelet, WIJ: Niet alleen D66 ligt het nauw aan het hart, maar iedereen in het openbaar bestuur en de ambtelijke wereld. Het kan niet anders zijn dan dat we privacy allemaal belangrijk
12/20
vinden. Ik ben het eens met de heer Krieger, dat het privacyverhaal inderdaad moet zitten in het DNA van de organisatie van het openbaar bestuur en eigenlijk van ons allemaal. Het mag niet zo zijn, dat het een soort kunstje is, we zijn door het hoepeltje gesprongen, we evalueren het één keer per jaar en dan hebben we het weer gehad. In die zin ben ik het met voorgaande sprekers van harte eens, dat dit echt in de vezels van de organisatie moet zitten. We moeten elke keer weer nadenken: wat betekent het? Dan ben ik het zeker eens met de heer Jonker, wat hij citeert vanuit de algemene rekenkamer. Ja, daar kan je haast niet tegen zijn, zeker niet als het als autoriteit wordt gezegd. Blijf met verstand kijken, ga niet blind als een raket naar niveau 5. Het is ook interessant om daar wel met elkaar het gesprek over te blijven voeren. Dan voel ik direct de vraag in mijn rug prikken van de heer Scheringa, moet je dan jaarlijks evalueren? Ik vind het iets van het college en de ambtelijke organisatie: hoe ga je daar nou mee om? Wat moet je als politiek met uitkomsten van een jaarlijks onderzoek over hoe er met privacy wordt omgegaan. Ik vind het lastig, de vraag stellen is makkelijk, maar het antwoord kan weleens heel ingewikkeld zijn: hoe ga je daar nou mee om? De heer Scheringa: Ik ben niet op zoek naar om de uitvoering in te prikken en te kijken of het DNA goed is.
Maar zou het voor WIJ ook voldoende zijn als er in de zomerrapportage een alinea aan gewijd wordt: het privacybeleid ligt op schema, het wordt goed uitgevoerd, het valt goed in de organisatie. Dat soort dingen. Dan hoef ik echt niet te weten: die afdeling heeft moeite en die niet. Dat is uitvoering, daar gaan we niet over. De heer Jumelet: Als daaruit blijkt dat we niet op koers liggen, wat kan je dan als politiek? Ik laat het een beetje aan het college om de uitgangspunten, die we met elkaar vaststellen in het beleid, uit te voeren. Ik zit op de wip. Wat kan ik met die informatie jaarlijks, wat moet ik daar dan mee? Op het moment dat blijkt, dat er extra op geïnvesteerd moet worden of extra menskracht, dan horen we wel bij de begroting of er extra moet worden geïnvesteerd om de afspraken te behalen. Wat kan ik eraan toevoegen? De heer Scheringa: Wat moeten wij er als raad mee? Wij moeten proberen eventueel bij te sturen. Als ik lees dat de vorige keer gezegd is: we hebben een ambitie van niveau 4. En ik lees nu dat we op 1 à 2 zitten, dan zijn we 5 jaar verder, ik weet niet wat er gebeurd is, misschien is het geen probleem. Het college maakt beleid en wij stemmen daarmee in, dan wil je toch wel iets van een vinger aan de pols houden, hoe dat gaat en als het niet goed gaat, of we dan het college kunnen helpen.
Daar ziet u toch ook wel een rol? De heer Jumelet: Ik ben het met u eens, we hebben een controlerende rol natuurlijk, maar aan de andere kant hebben we een college dat verantwoordelijk is. Ik vertrouw het college dusdanig ook bij de uitvoering van dit beleid. Op het moment dat er afwijkingen zijn, omdat er extra zaken nodig zijn om het te kunnen uitvoeren, dat zij terug komt naar de raad om dan extra zaken te vragen of wat dan ook. Dat was het, ik stop ermee. De heer Van Doorn, L3B: Voor ons is dit een mooi voorbeeld van een hamerstuk. Goede uitgangspunten, sterke argumenten, goede werkwijze. De derde keer dat het geactualiseerd wordt, dus de focus zit erop. Prima, ga het lekker uitvoeren. We kijken uit naar de volgende actualisatie. De heer Markus, CU: Ik sluit me geheel aan bij de woorden van de heer Van Doorn. Even in reactie op die terugkoppeling. Ik word een beetje moe van alle beleidsstukken die we vast stellen en dan vragen om een jaarlijkse terugkoppeling. We hebben gewoon een PDCA cyclus in deze gemeente, of PDCA (in het Engels, MJ) , zoals het ook weleens genoemd wordt. Laten we gewoon in de jaarstukken erop terugkomen. Als er iets aan de hand is, komt het er vanzelf in terug. Wij zitten niet te wachten op een toezegging om hier per definitie jaarlijks op terug te komen. Dank u wel. Mevrouw Van Bakel, VVD: Hamerstuk. Dank u wel. Beantwoording college
13/20
Wethouder Hoek: Bedankt door de complimenten en het gegeven dat het een goed stuk is. Ik zal een beetje in staccato door de vragen die er nog waren gaan. De ambitie was niveau 4, dat wordt door de PvdA aangekaart. We zitten nu op ambitieniveau 3, dat is al een hele exercitie, als je van 1,5 vandaan komt. We hebben nu 1,5 fte die er constant mee bezig is. Dit is op dit moment het max haalbare, wat overigens niet wil zeggen dat we daar genoegen mee nemen, want het is natuurlijk een dynamisch proces, het gaat gewoon door. Alles wat je nu op niveau 3 klaar hebt, ja, dan kan je je richten op niveau 4. Het is niet zo dat we stil gaan zitten, maar niveau 3 is voor dit moment een mooie verbetering. Benchmarking, ik heb dat bij de ambtenaren nagevraagd uiteraard: lopen wij uit de pas? Wij lopen absoluut niet uit de pas. Er is bijna geen gemeente die op niveau 5 zit, want dan is het bijna een dagelijkse taak van de gemeente en de vraag is of je dat zou moeten willen. Natuurlijk heeft de VNG een model m.b.t. privacybeleid, dat wordt bij alle gemeenten uitgerold. Dat is de leidraad die we ook volgen. Naast dat er ambtelijk getoetst wordt, vindt er ook zo nu en dan een externe audit plaats om te kijken: zijn wij op orde? Ik sluit me aan bij de woorden die links uitgesproken zijn. Je kan overal op ieder moment weer gaan evalueren, maar het maakt gewoon onderdeel uit van de P&C cyclus.
Volgens mij wordt er in de begroting ook altijd een kopje gewijd aan privacybeleid. Als u zegt: we willen toch evalueren. Dan heb ik daar wel moeite mee. We horen dat de gemeenteraad overspoeld wordt met best veel werk. Dan is er een aantal zaken waarvan we zeggen: je moet vertrouwen dat het goed is. GL had een beetje dezelfde vraag. Niveau 3 is nu de stand van zaken, maar de ambitie lag hoger. Ik hoop dat ik voldoende antwoord heb gegeven. De t van meneer Krieger gaan wij zeker aanpassen, dat is geen probleem. Ik ben het met u eens, het is geen kwestie van jaarlijks ambtelijk toetsen, het is een kwestie van het tussen de oren krijgen van de gang van zaken waarmee je dagelijks bezig bent. Dat is veel belangrijker. Ja natuurlijk is het ook goed dat je daar ambtelijk nog eens extra naar kijkt. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik ook weleens een bekeuring heb gekregen van de ambtenaren, omdat ik mijn pasje op mijn bureau had laten liggen. Dat is goed, maar het triggert mij wel, als ik mijn bureau verlaat, dat ik daarop moet letten. Dat is goed, dat is niet belerend, maar wel bedoeld: let nou op. Ik ben het helemaal met u eens. D66, daar ben ik het ook mee eens. Je zit nu op niveau 3, het is niet reëel om ineens door te stoten naar niveau 5, want het is echt een berg werk. Het college is allang blij, dat we straks niveau 3 halen en daar voldoende mee uit de voeten kunnen.
De DPA in de werkinstructie mee nemen. Dat wil ik even met de ambtenaren bespreken, maar ik denk dat dat een logische stap is en die kan ik u toezeggen. De heer Jonker: Om even uit te leggen wat u toezegt, misschien trekt u hem dan weer in. Wat ik bedoelde, het is echt heel klein, je maakt 1 keer een DPA, maar als je die dan 6 jaar niet bekijkt, dan is het een beetje kwetsbaar. Als je eens in de 2 of 3 jaar ze bijstelt, dat bedoelde ik. Wethouder Hoek: Ik heb hem goed geïnterpreteerd, hij moet ook op ons netvlies komen, hoor ik u zeggen. Aandacht op de website, ja, ik denk dat we dat toe kunnen zeggen, dat het goed is dat de gemeente Lansingerland daar weer een extra insteek heeft gepleegd. Aandacht voor de balans, dat ben ik het helemaal met u eens. Ik denk ook weleens, we maken het ons soms onnodig moeilijk op het moment dat we mensen adequaat willen helpen. Daar moet je ook balans in vinden en dat is soms best ingewikkeld. Ik onderstreep het helemaal dat we daar aandacht voor moeten hebben hoe we die balans zoeken. Ik kom zelf uit het onderwijs. Als je kijkt hoe je jongeren wilt helpen en ouders deelgenoot wil maken van en als je dan ziet waar je allemaal aan gebonden bent, dan denk ik weleens: onmogelijk. Van de andere partijen heb ik geen vragen gehoord, maar meer instemming, dus dat is prima.
Net kwam de burgemeester even naar me toe om te vertellen dat er een BOA bij mijn auto stond, dus ik houd mijn hart vast. Tweede termijn De heer Scheringa, PvdA: Ik heb nooit evalueren gezegd of in ieder geval niet bedoeld. Evalueren, dat zie ik dat wij een oordeel gaan vormen over hoe de gemeente het doet, dat ben ik niet van plan. Ik zou van het college graag willen horen hoe het gaat. Als dat bij de P&C cyclus kan en bij de
14/20
begroting opgenomen wordt hoe het gaat, dan zien we het wel. Op zich willen wij best het college vertrouwen, als het echt niet goed gaat, dat we dat dan tijdig horen. Dan vertrouw ik erop, dan is het voldoende. Voor de rest een hamerstuk. Wethouder Hoek: Ik kan daar één ding over zeggen: natuurlijk komen we bij u terug. Op het moment dat wij het idee hebben dat er echt serieus dingen fout gaan, natuurlijk moet ik u dan inlichten, ik heb een actieve informatieplicht. Maar het streven is, dat zult u ook begrijpen dat we dat weten te voorkomen. Uiteraard kom ik bij u terug, maar ik hoop het niet. De voorzitter: Dit agendapunt gaat als een hamerstuk naar de raad. De term ‘het moet in het DNA van de organisatie zitten en van de medewerkers’, ik denk dat iedereen dat wel ter harte neemt en het ermee eens is n.a.v. de heer Krieger in zijn spreekbeurt aangaf. 6.b Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2023 De voorzitter: Het inkoop- en aanbestedingsbeleid van Lansingerland geeft concreet invulling in de wijze waarop onze gemeente werken, leveringen en diensten inkopen binnen de kaders, die de wet geeft. Er wordt veel ingekocht, van de koffie en thee tot aan de WMO-voorzieningen en een heleboel dingen daartussen. Het huidige beleid is geëvalueerd en dat heeft geleid tot een nieuw inkoop- en aanbestedingsbeleid.
Dat nieuwe beleid ligt nu voor ter oordeelsvorming en besluitvorming in de raad van 30 november. Mevrouw Van Splunter, GL: Ik was vergeten dat we tegenwoordig een hele mooie inleiding hebben op de agendastukken, zodat het voor de thuiskijker ook wat duidelijker wordt. Complimenten voor de heldere uiteenzetting wanneer we naar een nieuw agendapunt gaan. De voorzitter: Dat hebben we afgesproken binnen het voorzittersoverleg, ik ben niet de enige die dat doet, de burgemeester doet het ook. Mevrouw Van Splunter: Ik moet daar nog wat aan wennen, maar houd vooral de complimenten vast, die ik u net gaf. Wat betreft dit agendapunt, een helder en overzichtelijk stuk. Op de gevraagde beslissing om het inkoop- en aanbestedingsbeleid 2019 in te trekken en daarmee de raad dan ook de bevoegdheid tot het vaststellen van het inkoopbeleid in de praktijk te beleggen bij het college van B&W en niet meer bij de raad zelf als ook het college het kader mee te geven, dat bij het vaststellen van nieuw inkoopbeleid er oog is voor onze lokale ondernemers en bij de drempelbedragen onder de Europese grens steeds de maximale ruimte gebruikt wordt, die de gids proportionaliteit biedt, kan GL op beide vragen een akkoord geven.