CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV23.0095] Verslag Gemeenteraad van 28 september 2023

Gemeenteraad 26 oktober 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling van het verslag van de gemeenteraad van 28 september 202320.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Roept het college op om de raad na de zomer van 2024 een evaluatie/monitoring aan te bieden, met daarin specifiek aandacht voor de resultaten van vroegsignalering, ontwikkeling bereik mensen met problematische schuld en de resultaten van de uitvoeringsorganisaties en hun samenwerking. En gaat over tot de orde van de dag.

15/28

De heer Lieverse, CU: Deze motie spreekt over het belang van monitoring. Ik ben benieuwd wat de heer Van Santen vindt van het volgende. Zowel het beleidsplan van februari 2021 als het uitvoeringsplan van juni 2023 zeggen onomwonden: we gaan monitoren op deze vlakken. Dat is in het beleidsplan de hele paragraaf 5. Dat heet: monitoring, effectmeting en evaluatie. Dat is in het uitvoeringsplan de hele paragraaf 6: we monitoren en verantwoorden beleid en financiën. De heer Van Santen: Daar kom ik in mijn woordvoering op terug. De heer Van Santen, VVD: Er staat inderdaad vermeld in het uitvoeringsplan iets over monitoring en evaluatie. Waarom hechten we er dan toch waarde aan om via deze motie het college deze specifieke wensen van de raad mee te geven? Bij de vorige motie gaven we al het signaal aan, dat het college af toe prioriteit moet geven aan het op niveau brengen van de dienstverlening aan onze inwoners die in de schulden zitten. De urgentie hiervan is in de commissie samenleving indringend verwoord door mevrouw Van Olst. Ook het advies van de ASD, onderbouwd met vele voorbeelden, dat Lansingerland in de achterhoede dreigt te raken als het gaat om de kwaliteit van schuldhulpverlening.

Deze motie noemt specifiek dat wij graag aan het einde van de zomer van 2024, over een jaar dus, een rapportage willen over de rol en meerwaarde, niet van de ketenregisseur, maar van de resultaten van de vroegsignalering, het bereik van de doelgroep met problematische schulden en de resultaten van de uitvoeringsorganisatie. Deze motie geeft een richting aan van wat we dan terug willen zien in de monitoring. Monitoring an sich is wat abstract. De heer Lieverse: Een laatste interruptie om verduidelijking te krijgen bij wat precies benoemd zou moeten worden. Op 8 maart hadden we een beeldvormende avond, dat ging over de uitvoering van het sociaal domein en het ging o.a. ook over schuldhulpverlening. Daar werden cijfers genoemd en alle vragen die wij hebben konden gesteld worden. Op 23 augustus kregen we een keurig verhaal van de beleidsambtenaar en ketenregisseur, die weinig aan het woord was. Ook daar konden wij van tevoren en tijdens de meeting alle vragen stellen en kregen we daar ook antwoord op. Wat mist u in dit soort rapportages, wat u extra wilt gaan krijgen. Dat we met de P&C cyclus op de hoogte willen zijn van cijfers, getallen en financiële zaken, dat spreekt voor zich. Maar wat wilt u meer dan wat al gebeurt? De heer Van Santen: Kennelijk is het zo dat de resultaten van vroegsignalering ontbreken. Daar willen we graag actie op.

Ook in hoeverre de doelgroep nou echt bereikt wordt. Dat zijn zaken, die er kennelijk niet zijn en die willen we graag zien. Dan ga ik door en reageer op de motie die wij samen met de heer Lieverse indienden. De belangrijkste motivatie voor de VVD is dat het te lang duurt. In 2020 is er een kritisch rekenkamerrapport geweest en in 2022 een beleidsplan schuldhulpverlening en in juli 2023 een uitvoeringsplan. Dat geeft al een aantal jaren aan en vooruitlopend is een ketenregisseur gestart. In de commissie is het nog een keer aan de orde geweest en het heeft tot een aardig debat geleid. Wij denken dat het saneringskrediet één van de instrumenten is, die de gemeente Lansingerland kan inzetten. Wij zijn nog één van de weinigen die dat niet doen. Ik denk dat de heer Lieverse net een mooi betoog heeft gegeven. Een vraag van mijn fractie was: gaat het geld kosten? Dat is zeer overzichtelijk, zoals u dat net heeft toegelicht, daar zijn we blij mee. We denken dat het voor een bepaalde doelgroep echt een effectieve oplossing te zijn om een einde te maken aan onzekerheidsstress en gebrek aan overzicht. De wethouder heeft al toegezegd een inspanning te gaan doen. Wij zijn blij met het dualisme in deze raad, dat ook een coalitiepartij echt een deadline wil, daar sluiten wij ons van harte bij aan, namelijk 1 januari.

De voorzitter: Ik wil het met u hebben over de eerste bullet, die heeft u niet voorgelezen, daarmee heeft u hem bewust geschrapt. Bij afwezigheid van mevrouw Draak ik checken of u zich bewust bent, dat u deze daarmee geschrapt heeft. U kunt hem ook laten staan voor de zekerheid, want het is een motie, een oproep, dus als het overbodig is, dan kan de wethouder dat nog duidelijk maken. Als u hem al geschrapt heeft, kan de wethouder er niet op reageren. De heer Van Santen: Het antwoord van de technische vraag is afdoende geweest voor ons.

16/28

Mevrouw Van Olst, VOOR: VOOR is voor snelle en slimme oplossingen. Een saneringskrediet is zo’n slimme oplossing, daar zijn we het allemaal over eens. Nog slimmer wordt het als het snel wordt opgetuigd. Dat we het allang hadden moeten hebben, is evident. Daarom ben ik mede indiener van de motie saneringskrediet. Eerder stelde ik technische vragen omtrent dit onderwerp en deze zijn zojuist binnen gekomen, dank daarvoor. De antwoorden die ik heb gezien, is dat het saneringskrediet bij aanbesteding ergens in de eerste helft van 2024 van start zou kunnen gaan. Of er mee gelift kan worden met een andere gemeente is niet bekend, dit moet onderzocht worden. Dat kan dus wel, bijvoorbeeld Delft en Gouda laten hun saneringskredieten lopen via de Kredietbank van Den Haag. Ik denk dat snelheid ook veel waard is en dat dit een weg is die sneller gaat dan een aanbesteding. Ook stelde ik de vraag hoe het zat met doorverwijzingen naar de ketenpartners, zoals Schuldhulpmaatje en Humanitas in de tijd voordat de ketenregisseur er was. Uit de beantwoording blijkt dat er geen doorverwijzingen werden gedaan voordat er een ketenregisseur was, maar sinds deze er wel is, zijn er 11 doorverwijzingen geweest en is er door de ketenpartners geconstateerd dat er veel minder dossiers behandeld worden door hen dan voorheen.

Dat lijkt mij niet de bedoeling, want er zijn veel vrijwilligers, die staan te popelen om mensen te helpen en er komen dus geen dossiers. Het lijkt me niet in lijn met de doelstelling en het getal van de rekenkamer, mogelijk 1.200 mensen met problematische schulden. Vanwege deze onduidelijkheden ben ik mede indiener van de motie monitoring en evaluatie. Het is belangrijk voor ons als raad om te kunnen volgen hoe e.e.a. ook hier verloopt en of de gemaakte keuzes het gewenste resultaat opleveren. Dank u wel. Mevrouw Bouman, CDA: Wij zijn ook mede ondertekenaar t.a.v. de saneringskredieten, daarover hebben we al het nodige gehoord ook van de heer Lieverse, waarvoor dank, de uitgebreide toelichting daarbij. We hebben vanavond te horen gekregen hoe het college denkt over de saneringskredieten, om dat handjes en voetjes te gaan geven. Dus ik ben heel benieuwd hoe antwoord van de wethouder straks gaat luiden, want wij hebben de termijn van eind 2023 gezegd. Ik ben benieuwd wat de mogelijkheden zijn in deze. De commissie was voor mij aanleiding om de nodige technische vragen te stellen. Dat waren vragen over educatie, voorlichting m.b.t. omgaan met financiën, de toegang tot schuldhulpverlening, het herkennen van signalen en de rol van de ketenregisseur. Ik hoorde de heer Van Santen zeggen: dat item kunnen we laten vervallen. Maar ik heb op 27/9 antwoord gekregen van de wethouder.

Dit allemaal overziend, denk ik: is dan de motie nog wel ter zake? Is die niet overbodig? Als ik de antwoorden lees, dan denk ik dat er al het e.e.a. verwoord wordt, maar ik hoor graag de reactie van de wethouder in deze. De motie t.a.v. de monitoring, daar is al het nodige over gemeld. Er zijn paragrafen genoemd, daar wordt geroepen: we gaan het evalueren, we gaan monitoren. Dat kan bij de P&C cyclus, de zomerrapportage, de jaarrapportage enzovoorts. Ik vraag me af of het nog wel nodig is. Laat onverlet dat ik misschien nog wel een aantal vragen heb, maar ik wacht eerst maar eens even de antwoorden van de wethouder af in deze. Dat is het voorlopig in de eerste termijn. Mevrouw Gielis, L3B: Alles is al gezegd. Bijna alles. De heer Lieverse bedankte terecht de heer Kampinga voor zijn inzet over dit onderwerp, maar zijn eigen inbreng was minstens zo groot, waarvoor dank. L3B vond het aanvankelijk lastig dat bij deze motie de financiële dekking niet volledig te duiden is. De heer Lieverse is hier uitvoerig op ingegaan. De financiële risico’s zijn niet groot. Daarentegen is de maatschappelijke opbrengst niet meetbaar en naar verwachting wel groot. Wat we in ieder geval weten, is dat schuldhulpverlening steeds belangrijker wordt. Ieder dossier dat we missen, is er 1 teveel. Een groot deel van de ons omringende gemeenten werkt al langer met een kredietbank en is daar positief over.

Wellicht kan de wethouder een telefoontje plegen naar een verantwoordelijk wethouder in één van de bevriende of omliggende gemeenten, Pijnacker of Rotterdam bijvoorbeeld, voor tips and tricks. Alles overwegende hebben we uiteindelijk besloten om met deze motie mee te tekenen. Dank u wel.

17/28

De heer Azzouzi, PvdA: Ik ga de urgentie en de voordelen van saneringskredieten niet herhalen, dat hebben wij in de commissie uitgebreid naar voren gehaald. De heer Lieverse heeft het ook duidelijk aangegeven, ook de techniek van de uitvoering heeft hij goed uitgelegd. Daarom zijn we ook mede indiener van deze motie. De motie van de VVD, we hechten er veel waarde aan dat het college de monitoring goed regelt, dat staat ook in de plannen. De raad wordt volgens ons voldoende geïnformeerd hierover. We willen dat de energie van onze organisatie vooral moet gaan naar het helpen van de mensen en vooral preventief, aan de voorkant in voorlichting en educatie te investeren. We blijven dit volgen en komen hierop terug als het nodig is. Dank u wel. De heer Van Santen: Vindt u het dan niet belang om specifieke zaken mee te geven? Bijvoorbeeld dat er meer gekeken wordt naar hoe effectief we zijn in het bereiken van mensen die het nodig hebben, dat we daar meer cijfers over krijgen, meer inzicht, dan helpt het toch meer mensen. Het is toch mooi dat we dat mee kunnen geven aan de wethouder. De heer Azzouzi: Wij vertrouwen erop, dat het college dat doet. Dat is zijn werk, om dat goed te monitoren en dat de informatie terug komt naar de raad. We gaan niet op de uitvoering zitten, dat is mijn punt. Mevrouw Gielis: Wij praten over een evaluatie in het najaar en die P&C cyclus is er inderdaad.

Waarom wij de motie van de VVD zouden kunnen omarmen, is dat het niet gaat om een vaste monitoring. We zetten hiermee de ambtelijke organisatie niet onder druk, het kan bijvoorbeeld gewoon in een commissievergadering. We praten over een jaar verder, dan kan de wethouder wellicht in een gewone commissie samenleving een mini presentatie doen of een mededeling of een briefje sturen. Dan kunnen meteen de resultaten van de rol van de ketenregisseur worden meegenomen. Het is een vriendelijke motie, waarbij we terugblikken en een korte evaluatie alleen maar meer waarborgen. Het is gewoon een oproep aan de wethouder. De heer Azzouzi: Was dat een interruptie? Zoals ik heb gezegd: wij vertrouwen erop, dat het college dat doet, daar hebben wij geen motie nodig. Nog een keer: de energie moet gaan naar de mensen. Dank u wel. Mevrouw Den Heijer, D66: Wij zijn mede indiener van de motie over het saneringskrediet. Dat is net door de heer Lieverse en alle andere collega’s, die ook mede hebben ingediend, helemaal prima uitgelegd, dus daar sluit ik me bij aan. Dan de motie over de monitoring. Het klinkt op zich sympathiek, maar ook wij zien dat er al heel veel cijfers en gegevens zijn.

We denken dat de organisatie ook wel goed kan kijken wat er nodig is om daarop te monitoren en te sturen, maar we willen ook wel de reactie van het college afwachten, hoe zij dit eventueel toch zouden kunnen overnemen. Als dat niet kan, horen we dat graag van het college, wat er de nadelen van zijn. Dat wachten we af. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: De motie over het saneringskrediet van de heer Lieverse hebben we mede ingediend, iedereen hier, daar is al genoeg over gezegd. Wij staan eigenlijk op de schouders van de reus die dit gedaan heeft, de heer Lieverse, veel dank, en de heer Kampinga ook. De motie van de heer Van Santen of mevrouw Draak zullen wij niet steunen om de eenvoudige reden: er wordt al monitoring gedaan. Een monitoring op een monitoring lijkt ons niet heel effectief. Dank u wel. De heer Van Santen: Misschien dat het niet helemaal duidelijk is. Het is niet de bedoeling om een monitoring op een monitoring te doen. Het is de bedoeling om aam de monitoring, die gedaan gaat worden, richting te geven, wat we daar graag in terug willen zien komen. Dat staat in de motie. De heer Afalah, WIJ: Er is één fractie die niet heeft mee getekend, dat is WIJ. Aanvankelijk wilden we wel mee tekenen, maar waar wij moeite mee hadden is de grens van 1 januari, als harde grens om daarmee te starten. Wij wilden eigenlijk met elkaar hier in debat gaan.

Ik wil heel graag horen, ook vanuit het college, hoe zij daar tegenaan kijken. Ik wil graag een aantal dingen verduidelijkt hebben. Wat voor mij een trigger was, is dat de wethouder het in de commissie had over het feit dat niemand buiten de boot valt. Iedereen die in aanmerking komt voor schuldhulpverlening wordt geholpen binnen het nu bestaande traject. De heer Lieverse: De heer Afalah zegt iets over de termijn van 1 januari. Kunt u iets zeggen over de urgentie van het onderwerp? De heer Afalah: Daar 18/28

wilde ik net bij komen. De wethouder zei de vorige keer, dat er niemand buiten de boot valt. Ik ben ook van mening, dat saneringskredieten niet zozeer de mensen helpen die in de schuldhulpverleningstrajecten komen, want die worden uiteindelijk geholpen en die zijn verlost van de ellende. Maar het gaat met name om de groep, we hebben het niet over de problematische schulden, maar er zijn ook mensen die niet in aanmerking komen voor schuldhulpverlening, daar gaat het ons om, dat zij geholpen worden. Daarvoor is het wel van belang dat de saneringskredieten zo snel mogelijk op gang wordt gezet, want elke dag dat wij wachten, blijven die mensen in onzekerheid. Voor het college: is die scheiding duidelijk? Kunt de wethouder aangeven, dat dat daarin meegenomen wordt en of we over hetzelfde spreken. De heer Lieverse: Het moet me van het hart, in de commissie was u helderder. Ik begrijp uw antwoord op mijn vraag niet, of u wel de urgentie ziet van de mogelijkheid om het saneringskrediet te gebruiken als tool bij schuldhulpverlening. U zegt: niet alles is schuldhulpverlening. Ik begrijp niet wat u daarover zei. De heer Afalah: Nee, de urgentie zie ik. Ik wil het liefst dat morgen die saneringskredieten worden ingevoerd en dat we daarmee gaan werken.

Maar is het mogelijk om dat voor 1 januari voor elkaar te krijgen? Ik zag een antwoord op de vragen van Petrine van Olst binnen komen, dat het kan, voorjaar 2024. Dat heb ik zelf, persoonlijk, liever eerder, maar ik heb liever dat het goed gebeurt dan dat we overhaast dingen gaan doen. Ik hoor graag van het college hoe zij erin staan en hoe snel het kan worden ingevoerd. De heer Van Santen: Dat is toch een beetje op 2 gedachten hinken. Aan de ene kant wilt u het zo snel mogelijk en u ziet de urgentie, maar dan wilt u toch de reactie van het college afwachten. Toen WIJ in de oppositie zat, werd er toch een heel andere toon aangeslagen. De bedoeling van een motie is juist om het college op te roepen. Dat is het en daar ben je dan wel of niet voor. U zegt: ik ga vragen aan het college of ze het fijn vinden. U moet gewoon kleur bekennen. De heer Afalah: Het ging er meer om, waarom wij niet mee hebben ondertekend. Ik heb niets gezegd over of wij wel of niet de motie steunen. Wij steunen de motie, natuurlijk steunen wij de gedachte achter de motie. Voor ons is het: is het uitvoerbaar, kan het ook beloofd worden? Wat gaan we doen als het niet gebeurt voor 1 januari? Moeten we dan de wethouder weg sturen? Ik weet niet hoe dat hier werkt. Daar ging het mij om. Voor mij is het simpel: wij willen zo snel mogelijk het saneringskrediet, maar wel zorgvuldig. Daar gaat het mij om.

De heer Van Santen: Nu begrijp ik het beter. De heer Afalah: Dank u wel. Ik ben natuurlijk nog niet zo heel ervaren in deze kamer, dus misschien is dat de reden. De motie van de VVD. Ik heb paragraaf 6 van het uitvoeringsplan echt tig keer gelezen en ik kom niets anders tegen dan dat die monitoring gaat plaats vinden. Ook over de effectiviteit van het bereik van mensen, dat kwam al uit het rapport van de rekenkamer. Hiervoor werd dus helemaal niets bijgehouden. Er zijn geen cijfers bekend, dus het is logisch dat we dat willen, maar ik heb er alle vertrouwen in, zoals het staat in het uitvoeringsplan, dat we met de P&C cyclus daarin mee genomen worden. En dat ook de effectiviteit van het bereik van de mensen en alle andere aspecten gewoon terug komen. Ik ben benieuwd of de wethouder dat hetzelfde ziet. Dank u wel. Mevrouw Gielis: In de P&C cyclus en op de pagina die u noemde wordt niets gezegd over de resultaten van de rol van de ketenregisseur. Dat zou dan misschien meegenomen kunnen worden in een toevoeging van de wethouder of een mededeling. Is dat geen waardevolle aanvulling? De heer Afalah: Ik mag toch wel hopen, dat als wij straks gaan kijken wat de effectiviteit is van het hele schuldhulpverleningstraject dat wij hier doen, dat daar de rol van de ketenregisseur in mee genomen wordt. Als dat niet zo is, dan hoor ik dat graag van de wethouder. Dank u wel.

Beantwoording college Wethouder Hoek: Allereerst wil ik mijn excuses aanbieden aan VOOR voor de late beantwoording van de vragen. Dat is niet handig, dat trek ik me aan, excuses daarvoor. Dank aan de heer Lieverse en de heer Kampinga en iedereen die zeer betrokken is bij dit onderwerp, want ik ervaar dit als een zeer positieve motie en een stuk ondersteuning van het college om deze belangrijke zaak op een goede en ordentelijke manier op te lossen. Het college heeft in het verleden al toegezegd om 19/28

saneringskredieten in te voeren en daar staan we ook volledig achter, dat is in de commissie uitgebreid aan de orde geweest. Als versnellen de strekking is van de motie, dan vindt u mij meteen aan uw zijde en het college ook uiteraard. Alleen, ik maak wel een kanttekening, 1 januari 2024 wordt wel een heel lastige. Dat wil ik wel even mee geven. Op dit moment zijn er al verschillende instrumenten om inwoners te helpen in het kader van schulden. De heer Afalah zei net ook al: er valt niemand buiten de boot op dit moment. We kiezen daarbij voor het instrument dat het beste past bij de situatie van het individu, we zijn echt op zoek naar maatwerk. Schuldbemiddeling kennen we al en we voegen daar de saneringskredieten aan toe. Dat is echt een aanvulling op het pakket dat we kunnen bieden. Iedere inwoner in Lansingerland met schulden of dreigende schulden, helpen wij mits deze persoon zich meldt. Er worden allerlei acties ondernomen om dat te signaleren en om die toegang te verbeteren, want daar begint het mee. De heer Van Santen: Ik weet dat het de wethouder aan het hart gaat, dat hij wil versnellen, dat is al enige tijd bekend. Waarom is het dan toch niet mogelijk om dat voor 1 januari in te voeren. Wethouder Hoek: Dat ga ik u vertellen. Het inregelen van saneringskredieten moet zorgvuldig gebeuren, vandaar dat 1 januari een lastige wordt.

De Nederlandse Vereniging voor Volkskredieten adviseert gemeenten middels het handboek saneringskredieten. Daarin wordt aangegeven hoe je dit soort vormen van hulpverlening op een goede ordentelijke manier uitrolt. Gedegen onderzoek gaat hieraan vooraf. Hier is in het uitvoeringsplan rekening mee gehouden. Wat moet er dan zoal onderzocht worden? Ik heb het de vorige keer ook al gezegd. Het opstellen van een afwegingskader om goed maatwerk te kunnen leveren. De keuze voor de uitvoerder, daar zijn verschillende opties mogelijk. In dit kader heb ik al gekeken of we een slag kunnen maken met de aanbestedings- en inkoopregels en dat is het geval. We kunnen daarin tijdswinst boeken. Daarna komt het implementeren van deze saneringskredieten aan de orde. Waar moet u aan denken als we het hebben over het implementeren? Dan moet u denken aan het aanpassen van de werkprocessen. Alle ambtenaren moeten daarin bijgeschoold worden. Afspraken over aanmelding en doorverwijzing moeten er gemaakt worden. En het bevorderen van kennis en bewustwording over deze kredieten. Wanneer u de motie aanpast en 1 januari niet als harde datum hanteert, maar daarin stelt de eerste helft van 2024, dan doe ik u de toezegging dat we het voor 1 juli kunnen regelen, de invoering van de saneringskredieten. De heer Azzouzi: Ik hoor de wethouder heel veel procedures en implementatie noemen.

Is er geen verkorte procedure voor een aantal gevallen die urgent zijn? Wethouder Hoek: Ik snap wat u zegt. Zoals het er nu uitziet is ons niet bekend dat er hele urgente gevallen zijn. In het huidige pallet dat we bieden, kunnen we hulp bieden. Ja, een extra toevoeging is dat saneringskrediet en daar zie ik absoluut de toegevoegde waarde van. Ik zie echt dat het voor personen in kwestie een verbetering is. De heer Azzouzi: Ik snap niet helemaal de reden van de wethouder, dat er op dit moment geen urgente gevallen zijn. Dat kan ik me niet voorstellen. Mensen met 40k en 50k aan schulden, dat vind ik ook urgent. Wethouder Hoek: Dat vind ik ook urgent, maar dan moet ik toch vertellen dat met name saneringskredieten er zijn voor de wat kleinere bedragen. U noemt nu € 40.000. Mijn ervaring is, dat heb ik ook nagevraagd, dat dit soort bedragen bij schuldhulpbemiddeling aan de orde komen, maar niet bij de saneringskredieten. Dat zijn met name de kleine bedragen en ook voor de personen die een vaste baan hebben. Daar zijn deze saneringskredieten uitermate geschikt voor, maar de bedragen die u noemt, dat wordt al ingewikkelder, die worden nu dus wel geholpen. De heer Van Santen: U noemde een afwegingskader dat opgesteld moet worden.

Kunt u dat niet lenen/kopiëren van andere gemeenten? Wethouder Hoek: Er is natuurlijk regelmatig contact met collega’s uit andere gemeenten, laat dat duidelijk zijn. Alleen, wij laten ons leiden, daar is het uitvoeringsprogramma ook op geënt, door het handboek saneringskredieten, dat de Nederlandse Vereniging voor Volkskredieten adviseert. En ja, je kan op allerlei manieren dit tot een goed einde brengen, maar wij hebben hiervoor gekozen. Daarbij wil ik ook opmerken, dat secuur te werk gaan wat mij betreft de voorkeur heeft boven een grote versnelling. Ja, ik wil versnellen, dat wil ik ook absoluut, daarom heb ik ook de cruciale datum van 1 juli gezegd, u kunt me daaraan houden, dus dat is de toezegging die ik wil doen. Alleen, als we voor 1 januari de zaken geregeld moeten hebben, dan durf ik daar geen verantwoordelijkheid voor te nemen, want dan doen we het dus 20/28

gewoon niet goed. Daarom vraag ik aan u: geef mij de gelegenheid, geef mij die tijd en ik zeg u toe, dat 1 juli wat mij betreft de cruciale datum is dan. Dan de motie van de VVD. Mevrouw Van Olst: Ik heb toch nog wel een verhelderende vraag over het aanhaken bij een andere gemeente. Ik hoor u zeggen, dat er allerlei plannen gemaakt moeten worden, dat ambtenaren ingewerkt moeten worden. We weten met zijn allen dat er ambtenaren tekort zijn. Zou het dan niet veel gemakkelijker zijn om aan te haken bij een rijdende trein en mee te rijden, vooral als het om kleinere bedragen gaat. Wethouder Hoek: Natuurlijk, daar zou ik groot voorstander van zijn. Als we straks aan de gang gaan, kan je zeker de ervaring ophalen bij andere gemeenten die al verder zijn. Alleen, we hebben wel het handboek, dat moet uitgerold worden om de juiste dingen te doen. Mevrouw Van Olst: Ik bedoel niet afkijken bij een ander, ik bedoel: gebruik maken van hun faciliteit. Dat gebeurt namelijk in het land. Delft en Gouda liften mee op Den Haag. Het komt gewoon heel veel voor. Wethouder Hoek: Dat zit allemaal in het onderzoekmodel, ja. Dan de motie van de VVD en VOOR. Het college is een groot voorstander van monitoring en evalueren. Dat is logisch, ik ben daar altijd een voorstander van geweest. Tijdens de behandeling van de kaderbrief is daar ook al aandacht voor geweest.

Als we niet aan kunnen tonen dat we dingen goed doen of dat ze resultaat hebben, dan heeft het niet zo gek veel zin, dus ja, natuurlijk gaan we dat doen. Echter, het college en de VVD zijn voor het bestrijden van regeldruk, vandaar dat wij deze verantwoording willen afgeven in de P&C cyclus die we regulier hanteren om tijdens de jaarrekening een aantal zaken te verantwoorden, met name de jaarlijkse verantwoording op de uitvoering, de bereikte resultaten en de inspanningen op het gebied van jeugdhulpverlening. Uiteraard. Als we akkoord gaan met dat we de termijn ietwat naar achter schuiven, dan halen we zomer 2024 niet, dan moeten we dat ietwat naar achter schuiven, omdat het gemiddelde schuldhulpverleningstraject gemiddeld een jaar duurt. Op het moment dat je echt wilt monitoren heb je echt wel een tijd nodig, dat het hele plan geïmplementeerd is, om ook daadwerkelijk met de goede cijfers te komen. De heer Van Santen: Daar kan ik me wel in vinden, dat het samen met de P&C cyclus gaat, dat is niet het belangrijkste punt van de motie. Het gaat meer om de inhoudelijke punten, of u die mee wilt nemen in de monitoring. Wethouder Hoek: Helder, dank u wel. De inhoudelijke punten kunnen wij honoreren. Dat is niet heel erg schokkend, ik denk dat het goede punten zijn.

U heeft eerder al aangegeven dat de ketenregisseur daar buiten valt en dat is prima, dus de zaken die u noemt kunnen we gewoon in de P&C cyclus mee nemen. Op het moment dat er dan nog vragen zijn, dan kunnen we die te allen tijde beantwoorden. Dat is wat mij betreft geen enkel probleem. Dus die toezegging kan ik gewoon doen. Mevrouw Van Olst: Ik hoor u zeggen, dat de ketenregisseur daarbuiten valt. Volgens mij is er iets anders bedoeld bij de motie. Mijn punt ging ook over dat er minder werk ligt bij de ketenpartners, die staan te popelen om mensen te helpen. Volgens mij komt dat omdat er bij de ketenregisseur dus iets mis gaat. Ik zou toch graag van u willen weten hoe dit komt en wat we eraan gaan doen. Wethouder Hoek: In mijn optiek is dat niet het geval. De ketenregisseur is ook echt een ketenregisseur, die heeft een soort paraplu visie over welk traject het beste bij welke instantie uitgezet kan worden. Die vrijwillige hulpverlening bewijst nog steeds een gigantische dienst, daar maken we nog steeds dankbaar gebruik van. Alleen, de ketenregisseur is degene die overzicht heeft en ook inhoudelijk mee kan kijken, welk traject in welk geval het beste is. Dan hebben we het weer over het stimuleren van maatwerkprojecten.

Mevrouw Van Olst: Maar wat vindt u er dan van dat er maar 11 mensen zijn doorverwezen naar deze ketenpartners, waarvan maar 2 naar Humanitas? Wethouder Hoek: Dat is een gegeven. Ik ben het met u eens, als de ketenregisseur en het hele schuldhulpverleningstraject is opgetuigd, dan zal het waarschijnlijk een andere dynamiek krijgen, maar vooralsnog zijn dit wel de cijfers. Daarmee wil ik ook gezegd hebben, dat het niet zo is dat er ook maar 1 iemand tussen wal en schip raakt. Het lijkt nu net of we mensen laten liggen of dat mensen niet geholpen worden, dat is absoluut niet aan de orde, laat dat duidelijk zijn. Mevrouw Gielis: U zei: de ketenregisseur heeft de regie, die is overkoepelend en denkt inhoudelijk mee. Dat is uitvoerend, dat is niet overkoepelend. Wethouder Hoek: Ja, dat vind ik, dat kan u zeggen, maar, ik bedoel, als je een ketenregisseur hebt, dat weet u net zo goed als ik, die denkt ook mee op basis van inhoud, dat doet een regisseur: welke instantie 21/28

zou nou het beste passen bij deze problematiek. Ik bedoel, het zijn woorden. Dan nog een paar vragen. De vraag van VOOR heb ik beantwoord. Het CDA, is deze motie overbodig? Nee, ik vind hem heel waardevol, laat dat duidelijk zijn, want ik vind dat we door deze motie allemaal doordrongen zijn van het feit, ik ook, dat we wellicht wat meer tempo moeten maken in de uitvoering van dit onderwerp. Nee, ik vind de motie absoluut niet overbodig, ik vind het juist een soort katalysator, dat een ieder in de juiste stand komt om het zo goed mogelijk en zo snel mogelijk uit te voeren. Ik ben daar op zich blij mee. Mevrouw Bouman: Heeft u het nou over de motie over saneringskredieten of heeft u het over de motie van de VVD? Bij de vragen die ik gesteld heb na de commissie zit in de beantwoording wat in de motie staat. Wethouder Hoek: Ik snap het niet helemaal. Mevrouw Bouman: Ik heb technische vragen gesteld over een aantal items die verwoord staan nu in de motie van de VVD. In de beantwoording van 27/9 is in mijn optiek een antwoord gegeven op een aantal vragen die in de motie staat. Waarop ik zeg: is de motie dan niet overbodig? Wethouder Hoek: Nu snap ik het. Wat mij betreft wel. Als ik de toezegging doe, dat de 3 zaken die de VVD aankaart in de P&C cyclus aan de orde komen, dan kan de VVD zeggen: dat vinden wij voldoende. Of je kan alsnog de motie in stemming brengen. Dat kan.

Alleen, weet dat ik toegezegd heb, dat ik het op dat onderdeel eens ben met wat de VVD stelt. De heer Van Santen: Fijn dat het die kant op gaat, daar kan ik me in vinden. Wij trekken hem terug. De voorzitter: U trekt de motie in? Helder, dan is die met de toezegging van de wethouder afgedaan. Wethouder Hoek: Dit was het in eerste instantie. De voorzitter: In de tweede termijn ligt slechts nog de vraag voor of u bereid bent 1 januari in 1 juli te veranderen. Voor de rest is de wethouder het ermee eens. Tweede termijn De heer Lieverse, CU: Ja, de wethouder is het ermee eens, maar wel met zoveel omwegen, het is heel ingewikkeld, we zijn ermee bezig, het moet wel zorgvuldig. Het klinkt zo terughoudend, dat ik een beetje teleurgesteld ben over de manier van woordvoeren. Daarom wil ik de motie wel instemming brengen, maar inderdaad de aanpassing doen: 1 januari wordt 1 juli. Om het wel een minnelijke regeling te laten zijn, om het woord waar het saneringskrediet op gebaseerd is in stand te houden. Misschien ook plezierig voor meneer Afalah om te horen, dan hoeft u de wethouder niet weg te sturen, zodat hij ook in een soort saneringskredietregeling terecht zou kunnen komen. De voorzitter: Ik heb zeker niet voorgesteld dat u de motie zou intrekken, slechts de wijziging van de datum en dat heeft u hierbij aangegeven. Dus we wijzigen de motie: 1 januari wordt vervangen door 1 juli 2024.

De heer Lieverse: Dat zou wat mij betreft kunnen zonder schorsing. De voorzitter: Daar ga ik ook vanuit. De griffier heeft het inmiddels gewijzigd. De heer Afalah, WIJ: Wij hebben de motie niet mede ondertekend, maar met deze aanpassing kunnen we mee ondertekenen en hoeven we ook niet te stemmen, volgens mij. De voorzitter: U hoeft niet te ondertekenen, u mag straks gewoon voor stemmen. Dat scheelt werk voor de griffie. Mevrouw Gielis, L3B: Uiteraard kunnen wij ons hier ook in vinden, maar uiterlijk 1 juli of zoveel eerder als mogelijk is. De voorzitter: Er staat voor 1 juli. Ik ga ervan uit, dat ‘voor’ betekent ook zover mogelijk voor. De heer Van Santen, VVD: Daar kunnen we ons in vinden, omdat er dan een deadline is. Het is wel betreurenswaardig dat het zo lang duur. De suggestie van mevrouw Van Olst, ik had het idee dat de wethouder daar nog niet in thuis was. Kunnen we niet helemaal mee liften, zodat we niet alles zelf op hoeven te tuigen? Ik hoop dat die oproep goed aangekomen is en dat het nog een beetje de boel kan versnellen.

22/28

Wethouder Hoek: De oproep van de heer Van Santen is over gekomen. Sorry voor de heer Lieverse, kijk, op het moment dat ik niet had aangegeven, dat het op onderdelen best ingewikkeld is, dan had hier waarschijnlijk een aantal raadsleden gezegd: joh, waarom is het zo moeilijk om de datum van 1 januari 2024 te halen? Ik had er echt behoefte aan om een stukje uitleg te geven, waarom ik dan pleit voor 1 juli. Neemt u mij niet kwalijk, maar anders had ik nog veel meer vragen gekregen, vermoed ik. Dank u wel. De voorzitter: Er zullen maar weinigen hier aan uw inzet twijfelen. We gaan naar de stemming over de motie van de heer Lieverse. U kunt stemmen. Die is met algemene stemmen aangenomen. 8.c Motie vreemd: nachtbus op vrijdag- en zaterdagnacht weer te laten rijden De voorzitter: Dit na een oproep aan de raad van de jongeren in Bleiswijk. Misschien maakt dat Bleiswijk weer heel aantrekkelijk voor jonge mensen, meneer Ruijtenberg. De heer Blonk, L3B: Direct reagerend op wat u aangeeft, Blesewic, daar zitten een heleboel kinderen ook vanuit Bergschenhoek en Berkel. De motie heeft betrekking op heel Lansingerland en niet alleen op Bleiswijk.

M2023-018 Nachtbus op vrijdag- en zaterdagnacht weer laten rijden De raad van de gemeente Lansingerland, in vergadering bijeen op 28 september 2023 gehoord de beraadslagingen, overwegende dat de raad vrijdag 22 september 2023 een interessant werkbezoek heeft afgelegd in Bleiswijk; dat ook een gesprek heeft plaatsgevonden met ruim 30 leerlingen van 4 Havo van Melanchthon De Blesewic; dat nagenoeg alle leerlingen aangaven na uitgaan in Rotterdam op vrijdag- of zaterdagavond ’s nachts geen mogelijkheden zijn om met het openbaar vervoer terug naar huis kunnen gaan; dat Openbaar Vervoer de voorkeur heeft boven de fiets en (deel)scooter in verband met de sociale- en verkeersveiligheid; dat tot februari 2020, tot het uitbreken van de corona pandemie, de nachtbus vrijdag- en zaterdagnacht wel heeft gereden; dat jongeren tijdens de corona jaren behoorlijk zijn belemmerd in hun ontwikkeling; dat Openbaar Vervoer in de nacht bijdraagt aan het op een veilige manier thuiskomen van onze jongeren in Lansingerland; dat zowel tieners als twintigers in het weekend behoefte hebben aan veilig openbaar vervoer van Rotterdam naar de gemeenten rond Rotterdam. Het gaat niet alleen om onze gemeente, maar alle randgemeenten.

Verzoekt het college om in de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de MRDH, alles in het werk te stellen om de nachtbussen op vrijdag- en zaterdagnacht weer in het RET-gebied te laten rijden op de wijze zoals dat tot en met februari 2020 het geval was. En het resultaat terug te koppelen aan de raad. Draagt onze vertegenwoordigers in de Adviescommissie Vervoersautoriteit MRDH op de terugkeer van de nachtbus te agenderen in de Adviescommissie Vervoersautoriteit MRDH en gaat over tot de orde van de dag. Ondertekend door Jan Pieter Blonk, L3B, Bianca Boonstra, WIJ, Marko Ruitenberg, GL. Ik denk dat meer uitleg bij deze motie van mijn kant niet nodig is, dat iedereen wel in de gaten heeft waar het om gaat. Dank u wel. De heer Azzouzi, PvdA: Ik heb een vraag aan de heer Blonk. Ik snap de motie. Is dat een reactie op een vraag vanuit een bepaalde groep? Hebben we dit soort behoeften ook Berkel of in Bergschenhoek? Is het een reactie op een incidentele oproep? Hebben we een motie hiervoor nodig? Dat is mijn vraag. De heer Blonk: Ik ga u herinneren aan vorige week vrijdagmiddag. Van uw fractie was mevrouw Biharie aanwezig. Met die 4 Havo groep hebben we een mooi spel gespeeld met vragen, waarbij je in ja en nee vakken moest gaan staan. Heel goed, complimenten voor de griffie, hoe zij dat in elkaar gezet hebben. Dat is de aanleiding.

Het verbaast me een beetje dat u die vraag aan mij stelt, omdat uw fractie daar ook aanwezig was. De heer Azzouzi: Naar mijn weten hebben 23/28

wij de motie niet ondertekend. Ik ben voor dat soort dingen, ik ben voor dat het integraal opgepakt wordt vanuit het college, als daar behoefte aan is. Of het nou Bleiswijk of ergens anders is, dat we niet moeten wachten tot we een bezoek gaan brengen aan een bepaalde hoek en dan daarop reageren. Dat was mijn punt. De heer Blonk: Wij hebben als raad onze volksvertegenwoordigende rol vorige week opgepakt. Ik zie niet in waarom dat niet zou kunnen op deze manier. De heer Azzouzi: Begrijp ik het goed, als we ergens anders naartoe gaan en dan roept een groep dat er een bushalte moet komen ergens, dat wij dat ook gaan doen? De heer Blonk: Hier heb ik geen idee bij om daar een antwoord op te geven. De heer Jumelet, WIJ: Mijn fractie is blij met de motie die voor ligt. Om maar gelijk een interruptie van de heer Azzouzi voor te zijn, afgelopen vrijdag was een mooie aanleiding om deze motie te maken, dank daarvoor aan de heer Blonk. Maar er staat iets meer in die motie en daar wil ik toch even bij stilstaan. Bij de overwegingen staat ook wel iets wat mijn fractie heel erg aan het hart gaat, dat is de zin dat jongeren tijdens corona behoorlijk zijn belemmerd in hun ontwikkelingen. Dat moeten we niet onderschatten. WIJ en meerdere partijen hebben dat meerdere keren benoemd.

Als we onze oren goed te luisteren leggen, dan zien en horen we de enorme behoefte om het aan de ene kant in te halen, maar ook om het leven op te pakken, juist de leeftijdscategorie waar de motie over gaat, maar ook de categorie die daar boven zit. Ze hebben de behoefte om uit te gaan en de jeugdleeftijd te vieren. In die zin is het goed om te faciliteren in deze. Ik maak nog even van de gelegenheid gebruik om toch ook de raad uit te nodigen om in dit verband de brief van het college te lezen over de update van de jongerenparticipatie, die net verschenen is. Ik kan u vast aankondigen, dat WIJ in de raad van oktober met een motie komen over een aantal onderwerpen die in de brief staan, ook als het gaat om voorzieningen die jongeren vragen. Het is juist heel belangrijk om juist initiatieven als deze motie, maar ook hetgeen wat voort komt uit de jongeren zelf, om dat met voorrang op onze agenda te zetten en daar een positieve grondhouding bij te hebben. In die zin steunen wij deze motie van harte. We hopen ook van harte dat of de MRDH of het college hier uiterste best gaat doen. Mevrouw Van Olst, VOOR: VOOR is zeker voor de nachtbus en ik zal de motie dan ook zeker steunen. Wel nog even iets over de tekst van de motie. We spraken daar met kinderen uit 4 Havo, die zijn 15 of 16 jaar en die gaan helemaal niet uit in de stad.

Ze komen net binnen, want je moet 18 of 21 jaar zijn, maar goed, dat daar gelaten, over een paar jaar doen ze dat natuurlijk wel. Waar ik denk dat we het over moeten hebben, de heer Jumelet zei het ook al, ik denk dat dat in die brief misschien wel naar voren komt, deze kinderen gaven aan dat zij activiteiten missen in Lansingerland. Misschien moeten we het daar ook over hebben. Hier gaan we niet direct over, want we zijn afhankelijk van ondernemers die een feest willen organiseren. Iedereen was voor nog een Opperdepop. Als we daar de regeldruk wat kunnen verlagen, zodat kleinere feesten voor jongeren ook georganiseerd kunnen worden, dan denk ik dat we het goed doen. Hier moeten we het ook een keer over hebben. De voorzitter: De heer Jumelet bracht ook een nieuw onderwerp in, maar onderwerp van de discussie is de nachtbus. Dat er veel ideeën bij u leven, dat steun ik van harte, maar dit is niet het moment. De heer Ruijtenberg, GL: Eigenlijk heeft u mijn interruptie al gedaan. Ik wilde de heer Jumelet en mevrouw Van Olst oproepen om samen een bespreekpunt te maken en het nu vooral te hebben over de nachtbus, over de motie die voor ligt. De heer Ammerlaan, CDA: Sympathieke motie, heb ik vanavond meer gehoord, een sympathieke motie, is het ook. De heer Azzouzi vroeg waar het vandaan komt, dat had hij niet helemaal mee gekregen. Het komt van 20 leerlingen.

In de bakkerij werd ook weleens om gevraagd, toen ging ik 24/28

het maken, maar het moest wel verkocht worden. Ik heb wel een paar vragen. De heer Ruijtenberg: Met uw bakkerij staat u middenin de samenleving en ik neem aan, dat u weleens wat meer jongeren spreekt, dat het niet alleen om deze 20 jongeren gaat, het gaat om een breed gedragen wens bij jongeren, maar ook iets ouder, die er net boven zitten, zelfs nog ouder, zelfs mensen van mijn generatie, die ook weleens de stad in willen gaan, daar een biertje of iets anders willen drinken en dan ook met de nachtbus naar huis willen gaan. Laten we niet doen alsof het over deze 20 jongeren gaat, zie het alsjeblieft breder en zie het als iets waar we allemaal ja op moeten zeggen. De heer Ammerlaan: Ik begon nog maar net, u bent me een beetje voor. Ik wilde alleen maar zeggen: er wordt wat gevraagd en je kan niet op alle vragen antwoord geven, daar zitten wij hier niet voor. Dus ik had een paar vragen aan de wethouder: wat is de reden dat die bus nog niet rijdt? Is daar een reden voor, dat die niet terug gekomen is. Werd er wel genoeg gebruik van gemaakt? De voorzitter: U wilt technische vragen stellen. Dat is ook de reden dat we terughoudend moeten zijn met moties vreemd, want je hebt geen commissiebespreking, geen gelegenheid om met de wethouder technisch van gedachten te wisselen, terwijl daar wel behoefte aan is. Dat is even mijn algemene opmerking om terughoudend te zijn met moties vreemd.

Ik begrijp uw behoefte, maar in dit geval zult u het zonder de technische vragen moeten doen. Dat maakt het even lastig. De heer Blonk: Hoe komt het dat die niet meer rijdt? Dat was corona, dat heb ik ook aangegeven, dus ik ben heel verbaasd dat u die vraag neerlegt: waarom rijdt hij niet meer? Dat is gekomen door corona. Het heeft stil gelegen, dat was de oorzaak, de horeca ging dicht, ik weet niet hoelang het allemaal geduurd heeft. Op dit moment rijdt hij nog niet en dat heeft te maken met personeelsgebrek. De MRDH gaat erover, dus binnen de MRDH moet dit besproken worden: zijn er mogelijkheden om die bus weer te laten rijden, omdat het van belang is voor de jeugd, de tieners en de twintigers. De heer Ammerlaan: Even in reactie op dingen die niets met het onderwerp te maken hebben. Ik wil het juist over dit onderwerp hebben, ik vond dat ook afdwalen. Sympathieke motie, natuurlijk is er behoefte, maar er zijn veel behoeftes. Laat ik het dan kort en bondig zeggen: deze motie ligt hier nu. Ik vind het niet handig als je als gemeente bij de MRDH zomaar allerlei dingen gaat vragen, want daar word je ook niet populairder van. Korte vraag aan de wethouder: ondersteunt u de motie? Laat ik het dan zo zeggen. De heer Toussaint, VVD: De VVD vindt openbaar vervoer belangrijk voor keuzevrijheid in het verkeer.

Uit het werkbezoek van de raad aan Bleiswijk blijkt dat jongeren een behoefte hebben, dat er in de weekenden in de nachtelijke uren een bus rijdt. De VVD staat daar positief tegenover, want bij het aanbod van het openbaar vervoer moet de vraag van de reizigers centraal staan. De VVD wil wel mee geven, dat er met de frequentie, dus hoe vaak de bus gaat rijden en de daarmee gemaakte kosten verstandig wordt omgesprongen, want het rond rijden van lege bussen mag niet de resultante van deze motie zijn, want dat is zonde voor het milieu en van het geld. Dank. De heer Azzouzi, PvdA: In mijn interruptie heb ik een aantal dingen gezegd. Blijft wel de vraag of het college deze motie nodig heeft en of het financiële gevolgen heeft. Dat zijn misschien technische vragen, maar ze zijn bepalend voor de beeldvorming. De voorzitter: Ik denk dat u ze algemeen genoeg stelt, misschien dat de wethouder er antwoord op kan geven. De heer Ruijtenberg, GL: Het zal geen geheim zijn, wij zijn mede indiener van deze motie, we zijn eigenlijk voor alle initiatieven die het openbaar vervoer verbeteren. We moeten keuzevrijheid geven aan mensen om eerder de auto te laten staan en de bus te nemen, want dat helpt pas echt voor het milieu. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Ik kan wel aansluiten bij de vorige spreker. Dank u wel. De heer Weerheijm, D66: Een prima motie die we kunnen steunen.

Wel de opmerking, het openbaar vervoer staat al onder druk, zeker ook in onze gemeente. Het is goed om iets tegen de verschraling te doen, maar laten we niet in de illusie leven, dat dit vandaag of morgen geregeld kan worden 25/28

gezien alle personeelstekorten en dergelijke. Daarnaast ook de aantekening, de belangrijkste buslijnen zijn toch de lijnen die we overdag hebben in onze gemeente, zeker richting Bleiswijk, 170 en 173. Het zou niet de bedoeling zijn dat een nachtbus ten koste gaat van die lijnen. Vanzelfsprekend heb ik er voor de rest het volle vertrouwen in, dat de voorzitter van de adviescommissie vervoersautoriteit bij de MRDH wel een plekje gaat vinden voor dit punt, dus dat gaat helemaal goed komen. Dank u wel. De voorzitter: We gaan naar de wethouder die alles weet over stappen. Beantwoording college Wethouder Fortuyn: En openbaar vervoer. Dank aan de initiatiefnemers van deze motie. Ik worstel er wel mee. Ik begrijp de vraag, ik vind het ook hartstikke belangrijk, dat jongeren wat meer mogelijkheden hebben om zich wat breder te oriënteren op de uitgaansmarkt. Dat vind ik een belangrijk gegeven. Ik vind het ook belangrijk, dat we hen veilig van de plekken thuis kunnen brengen. Laten we daar geen misverstand over hebben. Ik vind het ook hartstikke fijn, dat jongeren meedenken en met een voorstel komen voor een nachtbus. Voor de goede orde: de nachtmetro rijdt weer, maar de problematiek zit echt bij de busverbindingen. Inderdaad, voor corona was de nachtbus redelijk succesvol, wel ter discussie, maar goed, hij was redelijk succesvol.

Ondertussen zijn mensen weer 3 jaar ouder geworden, dus het zou best zijn dat het een goede lijn zou kunnen worden. Het is voor heel Lansingerland en het noorden van Rotterdam, want dat is aan de orde. Heel veel sympathie en heel veel begrip voor de motie, die ingediend is en ook de reactie naar de jongeren. Want jongeren willen als er iets gezegd wordt vanuit de raadsleden, dat graag gehonoreerd zien. In die zin is het prima dat het hier ligt. Echter. Ik zit wel met een worsteling. Ik zit zelf in de bestuurscommissie vervoersautoriteit en ik zit ook in het presidium. Wij zien, dat ziet u ook, er zijn veel berichten over de problematiek rondom het openbaar vervoer. Dat is niet alleen maar personeelstekort, er is een gigantisch personeelstekort, er is ook een hoog ziekteverzuim waar hard aan gewerkt wordt. En er is ook een groot financieel tekort. Dat loopt in de tientallen miljoenen om het OV overeind te houden. De Tweede Kamer heeft besloten, moet nog wel bevestigd worden door de Tweede Kamer, om € 300 miljoen extra in het OV te stoppen om in ieder geval de prijs van het kaartje proberen te dempen, want een prijsverhoging zit eraan te komen, om die te dempen en het OV overeind te houden. Ik zit natuurlijk ook in de bestuurscommissie om prioritair het OV overeind te houden en prioritair ook de lijnvoering van voor corona weer terug te krijgen.

Zoals u weet, bus 170, bus 173, is naar 1 keer per uur naar station Lansingerland Zoetermeer gegaan. Eén keer per uur is geen dienstverlening. We hebben nu net bericht gekregen: twee keer per uur. Heeft ook alles te maken met personeel. Ik zit er wel een beetje mee, als ik kom en zeg: we willen de nachtbus terug, ik heb een motie en we gaan daar prioriteit aan geven. Ja, dan maak ik het mezelf wel heel erg lastig. Misschien vragen ze: joh, Fortuyn, waar heb je al die tijd gezeten. Dus ik zit daar een beetje mee. Maar als ik de motie mag interpreteren, dat wij dit toch op de agenda brengen om te kijken of we niet op creatieve manieren toch kunnen kijken of we voor de jeugd van omliggende dorpen, dan ga ik samen optrekken met de collega’s van Pijnacker Nootdorp of Rotterdam om Nesselande erbij te betrekken, om te kijken of we een creatieve manier kunnen vinden om die nachtbus te laten rijden. De huidige chauffeurs van de nachtbus zitten op de dagelijkse lijnen, dus dat wordt moeilijk. Maar ik heb begrepen, indachtig het vorige agendapunt over de saneringskredieten via de Kredietbank en de wisseling met meneer Afalah, dacht ik: als het zo door gaat, is de eerste chauffeur op de nachtbus meneer Afalah, want ik begreep dat u een buschauffeursdiploma heeft. Had zomaar gekund, u heeft mee getekend, dus blijf lekker zitten.

Ik wil ermee aangeven: ik wil het punt best wel agenderen, maar wel de creatieve ruimte, dat ik het kan brengen indachtig de problemen die er zijn om toch te kijken of wij iets kunnen betekenen voor de jeugd. Het kan alle kanten uitgaan, van vrijwilligers die zich aanmelden als chauffeur, we hebben overigens ook beveiligers nodig, om dat te doen. Om nu te zeggen en het keihard in te 26/28

brengen: we willen dit graag en MRDH, los dit op. Dat vind ik wel heel erg ingewikkeld. Neemt niet weg, als u hem aanneemt, ga ik het wel doen. Ik laat het even bij u liggen. De heer Toussaint: Er is nog een extra argumenten voor deze motie. Dat is dat er al meerdere aanvragen van meerdere gemeenten zijn, o.a. Vlaardingen en Leidschendam, om een extra lijn te laten rijden. Het zou mooi zijn als er geld vrij valt, dat er dan ook een aanvraag van Lansingerland bij zit. Dat is ook een extra argument om deze motie in te dienen. Wethouder Fortuyn: Dat zeg ik: ik wil de ruimte hebben om met elkaar het gesprek aan te gaan om te kijken hoe we antwoord kunnen geven op de vraag die er ligt. Maar je kan niet ontkennen dat de problematiek, die er is, dat die wel aan de orde is. Dat primair alles erop gericht is om het financieel overeind te houden, het OV overeind te houden en de lijnvoering weer op orde te krijgen. Dat is primair aan de orde, dat is een gegeven. Dan kan ik roepen: dat gaan we opzij schuiven. Maar dan maak ik mezelf belachelijk. Laten we zeggen zoals het is, zo ligt het wel. In het tweede dictum wordt gesproken om de adviescommissie op te dragen, daar ga ik niet over, daar gaat u zelf over, daar kan ik niets over zeggen. Misschien kan iemand namens de adviescommissie reageren, ik weet niet wat de procedures zijn, maar daar kan ik niet zoveel over zeggen. Ik vertrouw erop.

De heer Azzouzi: Ik had de vraag gesteld vanuit Lansingerlands perspectief, of het financiële gevolgen heeft voor ons. U heeft de vraag vanuit de ander beantwoord. Ik wil dat duidelijk hebben, gaan we iets betalen. Wethouder Fortuyn: Aan de nachtmetro betalen we mee, dat is helder. Ze gaan een keerlus gebruiken in Pijnacker, dus dat is makkelijk te organiseren. Bij de metro is er minder personeel probleem dan op de bus. Voor de nachtbus hebben we voor die tijd nooit betaald. Ik sluit niet uit, dat als wij met creatieve oplossingen zouden komen met een aantal andere steden en dorpen, dat er een prijskaartje aan hangt, dat zou zomaar kunnen, dat weet ik niet. De heer Azzouzi: Ik had ook de vraag of het college deze motie nodig heeft. Wethouder Fortuyn: Als de motie zo aangenomen wordt, zoals ik hem interpreteer, dan heb ik er geen moeite mee, dan is dat prima. De voorzitter: De wethouder geeft een aantal waarschuwingen. De motie zegt: alles in het werk te stellen. Ik hoor niet van de wethouder dat hij niet bereid is alles in het werk te stellen, hij heeft alleen een waarschuwing bij het resultaat, maar dat eist de motie niet. Die geef ik u maar mee, de inzet is waar de raad om vraagt. Tweede termijn De heer Blonk, L3B: U haalt de woorden uit mijn mond, want ik wilde zeggen: de wethouder heeft met wat andere woorden in feite het dictum herhaald.

In die zin is er geen enkele reden voor de raad om te zeggen: wij nemen die motie niet aan. Dat wilde ik nog even aangeven. De heer Ammerlaan, CDA: Allereerst, ik mocht niet teveel vragen stellen, maar ik heb duidelijke antwoorden gehad van de wethouder. Het woord creativiteit hoor ik graag. Ik heb vanavond mensen gehoord: sympathiek, maar ik stem tegen. Maar met creativiteit en u zegt dat er redelijk gebruik van wordt gemaakt, dat het moeilijk is met het OV, maar ik heb genoeg gehoord om de motie te kunnen ondersteunen. Het moet wel ergens op gestoeld zijn dat jongeren een bus krijgen en niet zomaar een vraag. Dus niet: sympathiek maar nee. Maar: ja. De heer Jumelet, WIJ: De beantwoording van de wethouder was vol vuur. Op de vraag die wij stelden is het antwoord gegeven. We hebben het volste vertrouwen dat de wethouder het heel goed kan verwoorden. En creativiteit, ja natuurlijk, als het niet linksom kan, dan moet het rechtsom. Dat is geen politieke uitspraak overigens. We hebben het volste vertrouwen dat de wethouder de strekking van de motie goed begrijpt en zal uitvoeren. Dank daarvoor.

27/28

De heer Azzouzi, PvdA: Ik heb geluisterd naar de antwoorden van de wethouder en ik begrijp dat het misschien ook financiële gevolgen heeft. Ik verzoek het college dat integraal in de begroting mee te nemen als dat zo is, dan kunnen wij die afweging maken. Dank je wel. De heer Hofman, CU: Ik kan me prima vinden in de lezing van de wethouder, het lijkt me uitstekend om de motie op die manier aan te nemen. De voorzitter: Tegen de heer Azzouzi zou ik willen zeggen: u gaat altijd over het geld. Als de wethouder geld nodig heeft, moet hij bij u zijn, anders kan het niet. Daarmee zijn we aan het eind van de behandeling van deze motie vreemd en gaan we over tot het stemmen over de motie. Met 29 stemmen voor, unaniem, is deze motie aangenomen. 9.

Hamerstukken: 9.a BR2300086 Benoeming extra waarnemend voorzitters gemeenteraad 9.b BR2300095 Verordening Rekenkamer 2024 9.c BR2300094 Benoemingen diverse verbonden partijen en commissies 9.d BR2300083 Raadsvoorstel vaststellen Leidraad aanbesteding Accountantsdiensten 9.e BR2300051 Verordeningen rechtmatigheid 9.f BR2300062 Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Lansingerland 2023 9.g BR2300080 Gebiedsvisie Bosland 9.h BR2300081 Saneringskosten woonwagencentrum Bosland 9.i BR2300079 Wijziging GRJR: Wet Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Dit zijn de stukken die in de commissie afdoende besproken zijn en waarvan niemand gezegd heeft, dat hij ten aanzien van dat agendapunt, dat onderwerp, nog nadere wensen heeft d.m.v. een amendement of een motie. We gaan deze stukken dan ook afhameren. Ik kijk rond. Niemand meer? Nee. Ik hamer de stukken af. 10. Sluiting De voorzitter, om 23.05 uur: Ik dank u wel. Af en toe heb ik op mijn telefoon zitten kijken, dat heeft alles te maken met de vreselijke gebeurtenissen in Rotterdam. Ook onze eigen brandweervrijwilligers van Berkelse Poort waren daar vandaag actief. Altijd belangrijk om te volgen. Ik ben trots op de vrijwilligers, dat ze dat doen, vandaar dat ik ze volg. Dank u voor uw aanwezigheid, goedenavond. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 oktober 2023. Griffier,

Voorzitter,

drs. Eveline Hamelink-van Rens

drs. Pieter van de Stadt

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

28/28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=aadb997e-ff1e-4355-be27-2c05c3e10893