CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV23.0089] Verslag commissie Ruimte d.d. 12 sept 2023

Commissie Ruimte 10 oktober 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering29.860 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Verplaatsingskosten minimaliseren, sommige dingen wel, maar helemaal neutraal, ik denk niet dat dat gaat. Dat hoeft ook niet, maar we gaan wel kijken of we het zo aantrekkelijk mogelijk voor iedereen kunnen maken. Dan de samenwerking met GGD, DCMR: die is heel goed. GGD en DCMR hebben ook met de bewoners gesproken en ze blijven aangesloten in het vervolg van het proces. De effecten van de milieustraat: in 2025 is Renewi weg. Binnenkort komt er een raadsvoorstel naar u toe voor de inrichting van een nieuw ABS en dat zal mede bepalen hoe snel we het e.e.a. kunnen doen, maar eind 2025 moeten de activiteiten daar wel weg zijn. Ik ga in 2026 weg, dus ik hoop het allemaal nog mee te kunnen maken. Als ze een beetje meewerken, hebben we dat ook afgerond. PvdA kostenneutraal, heb ik beantwoord. GL sluit zich uiteraard aan bij de PvdA, de verkiezingen zijn begonnen. Dat is mooi. Mocht u nog belangrijke besluiten willen nemen, zou ik zeker gebruik maken van de combinatie. Ik denk dat ik de beantwoording afgerond heb. De voorzitter: U heeft een toezegging gedaan, dat het uit de algemene reserve gaat. Dat is genoteerd. E.e.a. gehoord hebbend is het een hamerstuk. Tweede termijn De heer Meuldijk, L3B: Om iets te preciseren. Wij hebben het iedere keer over kostenneutraal, zo goed als.

Maar mijn vraag was meer dan dat, het gaat niet alleen om kostenneutraal, maar ook om het daadwerkelijk organiseren en uitvoeren van de verplaatsing, want dat was wat inspreker noemde, om dat niet aan de woonwagenbewoners zelf over te laten, dat ze het kunnen indienen, maar dat wij het ook in de uitvoering voor onze rekening nemen. Dat is cruciaal. Nog een vraag, als ik het goed heb begrepen, eerst verplaatsing van het afvalbrengstation en dan pas gaat de sanering starten. Zo heb ik het goed begrepen? Wethouder Fortuyn: Nee, dat heeft u niet goed begrepen. We hebben nu het krediet, we gaan nu beginnen. Dus we gaan beginnen met de opdrachtverstrekking, aanbesteding. We gaan van achteren naar voren werken. Er komt nog wel het e.e.a. aan voor de inrichting, maar we gaan wel de opmaat maken om te gaan beginnen. Het afvalbrengstation is eind 2025 klaar en we hopen tegen die tijd het centrum ook klaar te hebben. Het gaat parallel lopen met elkaar. De heer Jumelet, WIJ: Een klein beetje in het verlengde van meneer Meuldijk rondom de kostenneutraliteit, wat wij bedoelen, of wat ik bedoel en ik denk dat anderen dat ook bedoelen, laten we daar nou niet als een kruidenier gaan zitten, maar wel met een warm hart, zorgen dat het in goed overleg gebeurt.

Natuurlijk, het gaat niet op de euro, maar in ieder geval wel dat we aan het eind van het proces met elkaar kunnen zeggen: het is goed gegaan. En dat de bewoners ook

29/42

kunnen zeggen: het is inderdaad goed gegaan. Een warm hart en niet als een kruidenier daar aan het werk. De voorzitter: Conclusie: een hamerstuk. 5. Bespreekpunten: 5.a Deelmobiliteit De heer Meuldijk, L3B: Misschien even kort een resumé, want ik neem aan dat u het allemaal gelezen heeft. In de zomervakantie heb ik van een aantal leden van deze commissie input gehad, dat heb ik zo goed als mogelijk proberen te verwerken in het voorstel. Even kort resumé. Het doel is juist het stimuleren en faciliteren van deelmobiliteit. Het middel kan zijn reguleren d.m.v. APV met een aantal regels, maar misschien zijn er andere opties. De acties die eruit voort vloeien zijn overeenkomsten met de aanbieders en buitenruimte aanpassingen. Dat is even om het plat te slaan. Daarbij komt om de hoek kijken: is er een wens en een gedachte vanuit de commissie en de raad voor beleidskaders met visie voor deelmobiliteit. En ik wil het hier ook op tafel gelegd hebben, ik hoor graag uw reflectie daar op, over parkeernormenaanpassing. Ik ga aan de voorkant zeggen, dat wij van L3B daar niet een groot voorstander van zijn, maar ik snap dat dat opkomt in de discussie daar waar je deelmobiliteit faciliteert, heeft dat dan effect op parkeernormen? Ik wil dat graag van de commissieleden horen.

Voor de rest is ook kenbaar gemaakt, dat zie je ook in het stuk, dat onze staatssecretaris Van As met een strandlaken een aanzet heeft gegeven om het te gaan regelen vanuit de landelijke doctrine. Het voorstel van L3B is om daar niet op te gaan wachten, maar zelf al de stoute schoenen aan te gaan trekken en te kijken hoe we dit met elkaar zo goed mogelijk kunnen regelen om tools te geven aan ons college om in de uitvoering slagvaardig te kunnen optreden. Er is een beantwoording van het college gekomen, ik denk dat het exemplarisch is waarom ik van mening ben dat wij er goed aan doen om hier kaders te geven en tools te geven aan ons college. Ik lees dan dat het op dit moment geregeld is, dat er onderlinge afspraken zijn en dat die zijn vastgelegd in emails. Volgens mij is dat kwetsbaar en moeten we het niet zo met elkaar willen regelen, dat de aanbieders op basis van een e-mails zeggen: dit zijn de afspraken. Ik zou dat goed willen vatten en gieten in een goede overeenkomst die vast gelegd is voor beide partijen. Nogmaals, zorgvuldig stimuleren van deelmobiliteit binnen onze gemeente. Ik hoor graag van de andere commissieleden. De heer Weerheijm, D66: Het is voor mij even wennen in deze commissie, maar er hangt hier een goede sfeer, hartstikke gezellig, prachtig hier. Ik zal proberen het een beetje kort te houden op dit tijdstip.

Allereerst dank aan de fractie van L3B voor het agenderen van het onderwerp en vooral ook de mooie, genuanceerde uiteenzetting over de voor- en nadelen van deelmobiliteit. Ik vind het echt goed dat het bespreekstuk is ingestoken: wat kunnen we hier nou met zijn allen mee, wat willen we hier mee? En niet een soort van voor of tegen. Dat vind ik heel mooi gedaan waarvoor mijn complimenten. Allereerst, deelmobiliteit is een vorm van mobiliteit die nog in ontwikkeling is, 20 jaar geleden hadden we er nog niet zo heel veel mee te maken, het heeft de afgelopen jaren echt een spurt genomen. Misschien logisch dat we daar als gemeente met het beleid nog niet altijd even klaar voor waren. Ik wil eigenlijk voorop stellen dat sommige problemen die we zien met deelmobiliteit, de manier waarop scooters soms her en der worden geparkeerd, dat het voor veel mensen gewoon een irritatie is. Als ik er langs loop vind ik het inderdaad irritant. Maar voor mensen die de stoep echt nodig hebben, die niet even een stapje opzij kunnen doen omdat ze met een rollator lopen of met een rolstoel, daar is het daadwerkelijk een probleem voor. Het kan een blokkade vormen voor daadwerkelijk mee kunnen doen in de samenleving. Dat wil ik even voorop stellen.

Ook belangrijk om te benoemen is dat de primaire verantwoordelijkheid voor de problemen of de uitdagingen die we zien met deelmobiliteit bij de bedrijven zelf liggen. Het is terecht dat zij aansprakelijk zijn voor wat er gebeurt met hun bezit. Het is echt zonde als wij veel van de capaciteit van onze ambtenaren, die misschien de telefoon aannemen als er een klacht binnen

30/42

komt, onze BOA’s die moeten handhaven, dat zij uren kwijt zijn met dit soort dingen, met het managen van het bezit van een commercieel bedrijf. Ze moeten in eerste instantie gewoon zorg dragen voor hun eigen bezit. L3B had een heel aantal vragen opgesteld in het bespreekstuk, ik ga ze niet stuk voor stuk langs lopen, zeker de meer juridische punten laat ik aan het college om te laten merken wat daarbij de mogelijkheden zijn. In de loop van mijn betoog geef ik de visie van D66 mee. Ik wil wel aanmerken, dat ik het idee van het inrichten van mooie hubs voor deelmobiliteit, in sommige steden zie je ze al meer met duidelijke markering, voor mijn gevoel, als je de lijntjes duidelijk trekt, mensen parkeren het liefst binnen de lijntjes, dus hoe meer lijntjes je tekent hoe netter mensen parkeren. Daar is eens onderzoek naar gedaan. Ook het idee, dat je zegt: verhuurders, jullie profiteren hier het meest van, hier kunnen jullie gewoon aan bijdragen, want het is jullie businessmodel. Ik vind het best een aantrekkelijk idee. Aan de andere kant, deze vorm van deelmobiliteit is vooral van belang voor de zogenaamde last mile, waar het OV je niet brengt waar je zijn wilt, dat je het laatste stukje dan nog even met een deelscooter kan afleggen.

Daarom is het van belang dat we niet met zijn allen zeggen: we maken alleen maar hubs waar we die deelscooters neer kunnen zetten en dat dat dan ook de enige plek zou zijn, want dan heb je nog steeds geen oplossing voor die laatste paar kilometers. Het is juist de bedoeling dat mensen in een bedrijventerrein daar terecht kunnen, bijvoorbeeld in een showroom van een bedrijf of dat je bij een klant langs kunt gaan, dat je niet steeds de auto hoef te pakken, maar dat je de laatste kilometer vanaf de metro op een deelscooter stapt. Een ander punt dat mijn fractie opvalt, is dat we het vaak hebben over de deelscooters en in iets mindere mate over deelauto’s, maar wat we eigenlijk missen in Lansingerland zijn de deelfietsen. In alle grote steden van Nederland zien we de prachtige OV-fietsen van de NS. Volgens mij moeten we kijken in Lansingerland en de samenwerking opzoeken met deze aanbieders om dat te realiseren. Een e-scooter is beter voor het milieu dan een scooter met een grote uitlaat en een benzinemotor, maar fietsen is nog veel beter voor het milieu. Het is ook minder gedoe voor gebruikers, een deelfiets is een stuk makkelijker, geen gedoe met helmen, kentekenplaten, rijbewijzen, het is gewoon een fiets. Ook nemen ze minder ruimte in. Dat is iets waar we met elkaar over na moeten denken, kunnen we niet iets meer kijken naar deelfietsen en hoe we dat kunnen faciliteren.

Ik werd getriggerd door de vraag over de parkeernorm, er werd gevraagd of we daar ook even onze mening over kunnen geven. Mijn mening staat in de krant van een paar weken geleden. Er zijn best wel plekken in onze gemeente waar de parkeerdruk hoog is, bijvoorbeeld rondom stations. Ik heb zelf ook in de buurt gewoond, een tijdje terug, van een OV-station. Als je ’s ochtends bijvoorbeeld boodschappen ging doen met de auto, dan had je de pech dat je niet meer kon parkeren in de buurt van je huis als je terug kwam. Er zijn plekken waar de parkeerdruk hoog is, maar er zijn ook zat plekken waar dat niet het geval is, waar heel veel parkeerplekken onbenut zijn hele dagen lang. Parkeerplekken zijn niet gratis, we betalen daar met zijn allen voor. Ik vind het zeker het overwegen waard om daar naar te kijken, door deelmobiliteit meer te stimuleren, maar ook om het OV natuurlijk te verbeteren en dat een goed alternatief te laten zijn voor de auto, wellicht dat we dan van een aantal parkeerplaatsen af kunnen en dat we daar mooi groen voor in de plaats kunnen brengen, zoals ik het graag zou zien. Ik hoop dat ik hiermee een klein inkijkje heb gegeven op onze visie op deelmobiliteit. Voor nu wil ik het daar bij laten, ik heb ook nog maar 10 seconden, dus laat ik maar snel stoppen. De heer Ruitet, CDA: Ik wil L3B bedanken voor het agenderen van dit punt.

Het CDA vindt dat er maatregelen moeten komen om de overlast van de deelscooters te verminderen. De overlast gaat ten koste van het gemak en de veiligheid van oudere inwoners, scootmobielen en mensen met kinderwagens. Het CDA heeft dit ook opgenomen in ons verkiezingsprogramma. De gemeente wijst speciale parkeerplekken voor deelscooters aan om de parkeeroverlast op stoepen op te lossen. Deelscooters worden in Lansingerland intensief gebruikt, maar het gebruik van deelauto’s blijft nog achter. Het CDA is vanuit rentmeesterschap voorstander van deelauto’s. Einde citaat. Met het beter reguleren van deelvoertuigen weten de gebruikers waar ze aan toe zijn en heeft de aanbieder een

31/42

beter overzicht en ervaart de samenleving minder overlast. Het CDA vindt dat de aanbieders van deelscooters nu maatregelen moeten nemen om te zorgen dat de scooters netjes geparkeerd worden om overlast te voorkomen. Als gemeente moeten wij de aanbieders een duwtje in de rug geven. Dit kan door de APV aan te passen en speciale parkeerlocaties aan te wijzen voor deze scooters. D.m.v. een vergunningsplicht zouden we dan van de aanbieders kunnen eisen dat ze hun software zo instellen, dat alleen op die parkeerlocaties geparkeerd kan worden. Ik las dat in sommige delen van Rotterdam al op deze manier dingen geregeld zijn. De gebruiker moet bij het parkeren een foto maken als bewijs dat de scooter netjes geparkeerd is. In de brief van de staatssecretaris, waar in het bespreekstuk naar verwezen wordt, staat dat goed gedrag beloond wordt en dat ongewenst gedrag gestraft wordt. Als ik terugkijk op het voorbeeld van Rotterdam, goed gedrag, dus het goed parkeren van de deelscooter, kan korting opleveren op een volgende rit. Ik weet niet in hoeverre het wenselijk is om dit in een vergunning te zetten, maar het klinkt veelbelovend. De kosten voor het inrichten van deze hubs, parkeervakken of parkeergelegenheden hoeven niet direct op de aanbieders verhaald te worden, maar wel zou via de vergunning met leges gewerkt kunnen worden.

De vragen in het bespreekstuk, onze fractie is van mening dat de parkeernorm niet aangepast hoeft te worden, daar vinden we het nog te vroeg voor. Wel nog een vraag richting de inbrenger van het bespreekstuk. Is u bekend hoeveel gebruik er wordt gemaakt van deelscooters in onze gemeente? Dat was het. Dank u. De heer Toussaint, VVD: Ik ben blij dat het onderwerp weer op de agenda staat. De VVD heeft in november 2020 al vragen gesteld over met name de overlast voor minder valide mensen met een rolstoel, een rollator, maar ook de jonge ouders met een kinderwagen. Zij moeten nu de rijbaan op of op het fietspad lopen om zo’n dwars geparkeerde deelscooter te ontwijken en dat is heel vervelend. Fijn dat we dat nu in brede zin kunnen bespreken in dit huis. Wat betreft de kaders in de breedste zin, niet alleen de deelscooters, is de VVD van mening dat we daar inderdaad in dit huis mee aan de slag moeten, we moeten niet afwachten tot waar het rijk mee gaat komen. De VVD heeft wel een aantal punten waar rekening mee gehouden moet worden. Er moet niet gemorreld worden aan parkeernormen. Het is heel belangrijk dat mensen gewoon voor hun deur kunnen blijven parkeren, dat dat niet toe gaat nemen, dat er op een creatieve wijze mee omgegaan moet worden. Waar het gaat om een vergunningsplicht, vindt ik dat zeker een interessante om dat nader te onderzoeken.

Het is belangrijk dat dingen niet alleen mondeling of over de mail worden vastgelegd, maar dat er duidelijke kaders en voorwaarden worden gesteld met aanbieders. Indien mogelijk zou het fijn zijn als de aanbieders een financiële bijdrage gaan leveren waar het gaat om het aanleggen van parkeervakken. Het proces daarin is ook uitgelegd zojuist door het CDA. Als iemand vragen heeft aan de VVD hoor ik het graag. Ik ben zo door de punten heen. Tot zover. De heer Zantman, WIJ: Dank voor het agenderen. Onze fractie juicht het gebruik van deelmobiliteit toe, zoals te lezen in ons verkiezingsprogramma. Het bevordert immers de mobiliteit van onze inwoners, zelfs van hen die het wat minder breed hebben. Hier komt nog bij dat het prima past in het beeld van een meer milieubewuste samenleving. Echter, we zijn niet blind voor de problemen die het soms met zich meebrengt. Letterlijk verspreid liggen de deelscooters op de meest onlogisch en soms ook gevaarlijke plaatsen, dat doet soms pijn aan de ogen. Zelfs het achterlaten van een deelscooter op een daarvoor geschikte plaats is voor een hoop gebruikers kennelijk teveel gevraagd. Onze fractie is het er dus zeker mee eens, dat de gemeente hiervoor het heft in handen moet nemen, voor zover ze deze nog niet heeft. Het feit dat er contact is met de aanbieders is een goede zaak, maar dit kan wellicht wat intensiever.

Wij denken ook dat het dit het best te regelen valt d.m.v. vergunningen in combinatie met een aanpassing binnen de APV. Op deze wijze kunnen we eerder genoemd probleem tackelen en tegelijk eisen stellen aan bijvoorbeeld duurzaamheid van deze bedrijven. Het financieel laten bijdragen van de aanbieders aan het inrichten van hubs en dergelijke lijkt misschien ideaal, maar wij zijn echter bang dat deze aanbieders onze gemeente dan

32/42

wellicht links laten liggen vanwege de extra kosten. Het zal meer een spelletje worden van geven en nemen, goed en regelmatig overleg in combinatie met een stukje regelgeving. Aangezien de andere vormen van deelmobiliteit tot op heden geen of nauwelijks overlast bezorgen, lijkt het ons niet nodig om hier verder veel tijd en aandacht aan te besteden. Tenslotte zijn we als fractie wel fel tegenstander waar het gaat om het aanpassen van de parkeernormen. Het aanbieden van deelmobiliteit is in onze ogen een aanvulling op en ter vermindering van het autogebruik. Het autobezit zelf zal dan ook niet dalen. Overigens vind ik het idee over de deelfietsen van de heer Weerheijm wel interessant. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ik wil collega Meuldijk bedanken voor het agenderen, hoewel ik wel moet zeggen, dat ik de vraagstelling wel heel erg algemeen vond. In sommige vragen wordt gesproken over deelmobiliteit, sommige vragen gaan over scooters, andere over auto’s. Het was duidelijker geweest, wat wil je nou eigenlijk hiermee bedoelen? Vraag 1 over overlast deelmobiliteit verminderen stoppen, ja, dat gaat echt over scooters. Mile wheels en Green Wheels geven geen overlast, dus dat had duidelijker gemogen.

Wat GL betreft, ik heb ons verkiezingsprogramma er niet op nagekeken, maar het is wel duidelijk dat wij wel voorstander zijn van deelmobiliteit, omdat wij denken dat het weldegelijk een aanvulling is. Waar we ons wel zorgen over maken, is dat nu wel blijkt dat deelmobiliteit niet autokilometers vermindert, maar dat juist kilometers die normaal met de fiets gemaakt zouden worden verdrongen worden. Daarom vinden wij ook dat de OV-fiets toegepast moet worden met name op het station Lansingerland Zoetermeer. Dat station ligt het verst van de kernen af met OV. De bus komt er regelmatig, maar je zult hem maar missen, dan moet je langere tijd wachten. Juist daar denken wij dat een OV-fiets een goede aanvulling is. Dan de vragen, ik ga ze alle 7 beantwoorden. Vraag 1, moeten we het heft in handen nemen als gemeente. Dat is wel een hele algemene vraag. Het heft in handen nemen kan zijn dat je het faciliteert, dat je het initieert. Ideologisch ziet onze partij dat een overheid leidend is, het heft in handen nemen, ja, dat zou wel moeten, maar je kunt erover discussiëren hoe je dat dan wilt gaan doen. Vraag 2, een vergunningsplicht voor aanbieders. Nee, wij vinden niet dat een vergunningsplicht nodig is, daar zijn wij liberaler in dan de VVD, wij denken dat je sommige dingen moet laten regelen door de markt. Een vergunningsplicht is daar misschien niet helemaal nodig.

Misschien moet je de rijksoverheid de ruimte en tijd geven om wel die kaders op te richten, anders gaan we iets optuigen wat achteraf helemaal niet nodig zou zijn geweest. Vraag 3, zijn commissieleden het eens met L3B? Ik ga die vraag beantwoorden met een wedervraag. Is L3B het eens, dat de eigenaren van motorvoertuigen financieel moeten bijdragen aan de inrichting van de parkeergelegenheid voor hun motorvoertuigen? Bent u het eens dat we betaald parkeren moeten gaan invoeren? Ik zie u nee schudden. Ik denk dat u dan ook het antwoord op uw vraag wel kan beantwoorden. Nee, we zijn het in dit geval niet eens, wij denken dat het onderdeel is van je inrichting, je moet dat op die manier doen. Vraag 4, zijn commissieleden van mening dat we aanbieders streng moeten controleren? Wij vinden inderdaad dat er wel degelijk meer controle zou moeten komen. Het voorbeeld van de heer De Ruiter, dat je moet aangeven dat je netjes geparkeerd hebt, dat is wel een goed iets. Je zit wel met privacy wetgeving. Waar ligt de controle? Bij politie? Bij handhavers? Wil je dat individuele marktpartijen zelf controles gaan doen? Ja, we vinden dat het meer moet zijn. Streng, ik weet niet hoe dat juridisch uitlegbaar is. Dat er meer moet kunnen, ja, daar zijn we het wel over eens.

Vraag 5, hoe kijkt de commissie aan tegen een vergunningsplicht voor meer dan alleen scooters? Als we niet voor de ene plicht zijn, zijn we ook niet voor de andere, dus dat lijkt me helder. Vraag 6, hoe denkt de commissie over aanpassing parkeernorm. Daar zijn we voor, mits we dan wel minder auto’s gaan parkeren, want ook aanpassen kan je op 2 manieren uitleggen. Hoe meer deelmobiliteit, hoe minder geparkeerde auto’s, hoe meer groen. Parkeren is niet gratis, uiteindelijk niet, iemand betaalt de rekening. Vraag 7, andere voorwaarden of wensen. U gaat er heel erg vanuit dat we naar een vergunningsplicht zouden moeten gaan. We zijn daar niet voor. Aanbieders die zich manifesteren op elektrische voertuigen,

33/42

die zouden voorrang moeten krijgen. Als er een aanbieder is, meer automobiliteit, een bedrijf dat alleen nog maar elektrische voertuigen doet, daar moeten we meer aan meewerken, ook met laadpalen. Daar wil ik het bij laten. De heer De Ruiter: Geldt dat dan ook voor elektrische fietsen tegenover niet-elektrische fietsen? De heer Ruijtenberg: (..) De heer Scheringa, PvdA: Volgens mij is de overlast al verboden. Je mag niet je scooter dwars op straat zetten. Je mag ook niet je privé scooter dwars op straat zetten. Als je dat doet en mensen hebben er last van dan moet er gehandhaafd worden. Dat is bij een privé scooter makkelijk, want die kan je op je eigen terrein stallen, dat is voor een deelscooter wat moeilijker, want die heeft geen eigen terrein. Om daar hubs voor te maken, dat lijkt ons een prima idee. Als een deelscooter bedrijf een hub wil hebben, dan zou die voor die hub een vergunning aan moeten vragen. Met die vergunning moet het wel eindigen, zodat de gemeente er niet extra veel werk aan heeft. Het lijkt me logisch dat niet iedereen zomaar wat lijntjes kan trekken en een hub maakt, dat moet gecoördineerd worden met de gemeente, maar dan is de rol van de gemeente wel uitgespeeld. Want ook wij zijn liberaler dan de VVD, laat de markt zijn gang gaan.

Op het moment dat je gaat handhaven, dan dwing je af bij een bedrijf, het bedrijf is verantwoordelijk voor zijn eigen scooters. Hetzelfde met mijn auto, als ik door het rood rijd, dan krijgt mijn auto een boete en komt het bij mij terecht. Als je een bedrijf beboet omdat een scooter dwars op straat staat, dan moet het bedrijf maar uitzoeken wie de laatste bestuurder is geweest en dat doorsturen. Of zelf betalen. Dat kost pijn, dan kunnen ze misschien nadenken over oplossingen. Die oplossingen hoeven wij niet voor het bedrijf te bedenken. Het CDA heeft mooie dingen, maar laten ze dat zelf maar lekker bedenken, er zijn technische oplossingen zat, GPS waar je hem wel of niet kan stallen. Ik kan de vragen nog snel doorlopen. Het heft in handen, ik zou zeggen: terughoudend, laat de markt zijn gang gaan. Wel proberen het ook niet moeilijker te maken, deelmobiliteit wel omarmen. Als je ze vrij laat en zorgt voor een hub en de wet handhaven. Dat je ze niet overal neer mag zetten is logisch, want auto’s mag je ook niet zomaar overal neerzetten. Vergunningsplicht, zo min mogelijk, alleen voor een hub, gelijk met een bouwvergunning. Financieel bedienen en bijdragen, daar ben ik dubbel in. De redenatie van de heer Ruijtenberg vind ik wel wat, daar volg ik hem in, zeker om het te stimuleren. Als er ruimte is, prima, het biedt extra mogelijkheden voor onze bewoners.

Streng controleren, het mag gewoon niet, je mag niet hinderlijk parkeren. Om daar nog extra regels voor te maken, dat vind ik niet nodig. De burgemeester heeft dat ook gezegd bij de APV. Parkeernormen, ik denk dat dat maatwerk is. Misschien dat deelmobiliteit nog niet dusdanig een vlucht heeft genomen dat het omlaag kan, maar op termijn hopen we dat het wel omlaag kan. Dat er minder auto’s zijn, ik denk dat dat de toekomst wordt, dan mensen over 10 of 20 jaar minder auto’s hebben, dan kan de parkeernorm omlaag. Andere voorwaarden, meer elektrisch is beter. Ik denk dat ik alles aangestipt heb. De heer Toussaint: De VVD staat voor vrijheid, die moeten we met zijn allen hebben. Het houdt op waar je de vrijheid van een ander inperkt. Erkent u wel de overlast die inwoners ondervinden? Dat hoor ik niet terug in uw verhaal. De heer Scheringa: Ik heb heel duidelijk gezegd, dat het niet mag. Je mag ook niet je privé scooter op straat parkeren. Je mag ook niet je auto dwars op straat zetten. Als dat zo is, moet er gehandhaafd worden. Een privé scooter kan je nog in je eigen tuin zetten. U zegt: de vrijheid van de één. Ja, daar is mijn partij ongeveer op gebaseerd. De heer Toussaint: U legt de regels uit, maar erkent u de overlast die inwoners ervaren? De heer Scheringa: Ja, ik zie ook die dingen staan.

De overlast, daar is al een regeling voor, om nog een extra regeling op een regeling te zetten, dat kan. Ik weet niet wat u wilt horen. Ja, die dingen staan in de weg, mensen moeten er omheen en dat is lastig, ja. Daar is iedereen het over eens, dat is geen discussie. De vraag is alleen: heb je daar een APV voor nodig? Ik denk niet, want het is al geregeld, het mag niet. Als we dat gaan handhaven, hoeven we ook niet een aparte APV te doen. De burgemeester heeft aangegeven bij de behandeling van de APV: er is geen onderscheid mogelijk in deelscooter en een normale scooter. Als je ervoor zorgt dat het voor deelscooterbedrijven dusdanig onaantrekkelijk wordt om dingen overal neer te laten zetten, dan

34/42

gaan zij er wel voor zorgen dat ze netjes op hun plek staan. Als wij als gemeente ervoor zorgen dat die plek er is, dat het ze geen geld kost, dan kan het een heel hoge vlucht nemen en is iedereen blij en wordt de overlast minder. De heer Hofman, CU: Deelmobiliteit, minder bezit stimuleren van vervoermiddelen, vervoer bereikbaar maken voor iedereen, we vinden het een goede ontwikkeling als CU. De keerzijde is de overlast. Die moeten we aanpakken, maar we staan niet alleen, we zijn niet de enige gemeente die hiermee te maken heeft. In aanvulling op de heer Scheringa, de eigen scooter en de deelscooter zijn hetzelfde, de minister gaat een eenduidig handelingskader en model APV in samenwerking met de VNG opstellen, dus de minister vindt wel dat deelmobiliteit in de APV een eigen paragraafje verdient. De model APV wachten wij graag af voordat we zelf maatregelen gaan nemen. Mocht die aan het einde van het jaar nog niet af zijn, dan verwacht ik van het college wel dat alvast wellicht een paar kleine beperkende maatregelen genomen worden vooruitlopend op de model APV, maar wat ons betreft gaan we niet heel veel ambtelijke capaciteit steken in een verordening, die mogelijk enkele maanden later als model of vanuit het rijk aangeleverd wordt. Uit de beantwoording van het college maak ik op dat de gemeente als tussenpersoon voor het doorzetten van meldingen best een grote rol heeft.

Wellicht zouden we kunnen kijken naar die inzet in relatie tot de leges die de aanbieder afdraagt. In tegenstelling tot deelauto’s is de overlast van deelscooters namelijk erg zichtbaar. Wel blij met de genoemde reactietijd op klachten door de partijen. De APV moet wel voorschrijven dat je die oplostijden moet vastleggen, maar met hoe het nu gaat kunnen we al aardig tevreden zijn. Ik ga in op de vragen. Ik ben niet begonnen met het bedanken van L3B voor het aandragen van dit bespreekstuk, dat doe ik nu bij deze alsnog. Vraag 1, het heft in handen nemen. Daar ben ik het deels mee eens. We moeten de overlast inperken, maar niet zelf het wiel uitvinden. Meegaan in een model APV is het devies. Vergunningplicht, ik vermoed dat een model APV die kant op zal gaan, maar ook hier: ik wacht het advies graag af. Financieel bijdragen. Net als dat de gemeente zorg draagt voor fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte, moet de gemeente dat ook doen voor dit soort hubs. Als je iets specifiek voor 1 partij optuigt, moet je kijken of je niet iets in de sfeer van leges kunt doen, maar in principe is mijn antwoord nee. Dan het controleren en sanctioneren van aanbieders, dat wordt mogelijk een onderdeel van de model APV, dat wachten we graag af. Vergunningsplicht van andere vormen van deelmobiliteit, ook hier weer de model APV afwachten, maar wel maatregelen nemen waar de problemen zijn.

Deelscooters, daar hebben we een probleem mee. Met deelauto’s hebben we geen probleem, met deelfietsen ook niet. Dus maatregelen daar waar je het moet doen. Parkeernormen, als je het voornamelijk over scooters hebt, is het een vlucht naar voren om het ineens over parkeernormen voor auto’s te hebben, maar zeker mogen we die gaan aanpassen. Bij de behandeling van het bestemmingsplan Wilderszijde en de mobiliteitsvisie hebben wij hier ook uitgebreid voor gepleit, voor de verlaging. Wat ons betreft moet verlagen van de parkeernormen dan ook de stip aan de horizon zijn en kunnen we dit voor nieuwbouwplannen realiseren met het oog op minder bezit van vervoersmiddelen. We moeten reëel naar vraag een aanbod kijken. Streep pas bestaande parkeerplaatsen door als je ziet dat ze niet meer gebruikt worden door een opkomend fenomeen als deelmobiliteit. Tot slot, de vraag over andere voorwaarden. Ik ben zelf wel benieuwd hoe L3B de vergunningplicht zou definiëren. Om dan te kijken naar aanvullingen, ik herhaal mezelf als ik zeg dat ik de model APV wil afwachten. Dat is het wat mij betreft. Beantwoording college Wethouder Muis: Dank aan de heer Meuldijk voor het goed onderbouwde bespreekstuk en voor uw discussie. Het is uw discussie, dus ik ga in op de vragen in het bespreekstuk aan het college.

Daarnaast zijn er suggesties gedaan, waar ik ook op in kan gaan, zodat u dat mee kunt nemen in het vervolg van uw bespreking. De eerste vraag ging over de afspraken: welke afspraken zijn van kracht

35/42

met aanbieders van deelmobiliteit in relatie tot de overlast. Dat heeft u allemaal schriftelijk gekregen. Het is inderdaad zo, dat die afspraken zijn gemaakt en via de mail zijn bevestigd. Je kunt je afvragen of dat op een andere manier kan of dat het alsnog kan. Het feit is, er wordt wel naar gehandeld van beide kanten op basis van die afspraken. Het is niet zo dat er wezenlijk iets gaat veranderen als we er een officieel document van maken, want die afspraken zijn er gewoon en die worden ook nagekomen. De rest van het antwoord over hoe het werkt heeft u kunnen lezen en kunnen betrekken in uw bespreking. Heeft het college behoefte aan meer instrumenten anders dan de huidige afspraken? Die behoefte hebben we nu op dit moment niet. Een aantal van jullie heeft er al aan gerefereerd, ook de indieners zelf, dat we ook uitkijken naar de contouren van het rijk van het handelingskader over deelscooters, waar zij mee komen. Dat wil niet zeggen dat we in de tussentijd niet handelen op overlast gevende situaties, dat we daarover in gesprek zijn. Zeker als het locaties zijn die regelmatig terug komen, dan heb je daar expliciet het gesprek over, wat er aan de hand is. Dat is één onderdeel, het andere is dat volgend jaar er een visie komt op deelmobiliteit in Lansingerland.

Ook daar wordt gekeken naar de instrumenten die u zelf ook aanraakt, zoals APV aanpassing, een vergunning, de hubs, parkeerverordening, parkeernormen. Parkeernormen komen eerder terug, daar kan de heer Fortuyn iets over zeggen. Op dit moment is die behoefte er dus niet. Ziet het college een meerwaarde om in de APV een vergunningsmogelijkheid op te nemen en nadere regels? Op zich, de heer Scheringa heeft het al benoemd, in de APV zijn al regels opgenomen over fietsen, die ook gelden voor bromfietsen en elektrische scooters. In die zin zijn er al regels in de APV. Vergunningen, het is wel de vraag: waarom wil je die vergunningsmogelijkheid? Is dat alleen voor de deelscooters en de overlast van de deelscooters? Het is wel belangrijk om te weten waarvoor je iets wilt. Waar wil je die vergunning voor? In grotere steden heb je een vergunningsstelsel omdat ze met veel verschillende aanbieders zitten, om dat te reguleren omdat ze wildgroei willen voorkomen. Die luxe positie hebben wij niet.

Hier is het eerder zo: hoe zorgen we dat we deelmobiliteit hebben, dat er aanbieders in Lansingerland willen opereren in plaats van dat wij de luxe hebben om te kiezen: met wie kunnen wij hier de beste afspraken maken, hoe kunnen we de markt reguleren? Je kunt er als commissie verder induiken, welke voordelen dat zou bieden, maar die overlast gaat er niet mee weg, dat parkeergedrag verander je niet met een vergunningstelsel. In het stuk werd gerefereerd aan: als we wat willen, het liefst budgetneutraal. Dat wil het college natuurlijk ook altijd. Daarin wordt gekeken naar de boetes, of die incasseerbaar zijn voor de gemeente. Dat is niet het geval. Daar is nog meer over te zeggen, maar het is geen mogelijkheid. Aanbieders van deelmobiliteit mee laten betalen, die kans achten we gering. Je zou daar het gesprek over aan kunnen gaan, de suggestie van de hubs wordt gegeven, daar kan je wel het gesprek over voeren, maar de vraag is, als dat teveel investering vraagt, dan is het de vraag of die aanbieder wel hier overeind blijft. Sowieso is dat wel een punt. We hebben nu Check en Felix. Felix is heel beperkt, die concentreert zich op 5 kleine servicegebieden: bij de metrostations, de 2 haltes van de Zorobaan en zwembad de Windas, circa 16 scooters. Het kunnen er iets meer zijn, maar het is maar heel beperkt. Daar zit ook niet echt het probleem. We hebben check gekregen.

Eerst hadden we Go Sharing, maar die is verdwenen vanwege het gebrek aan klanten. Dat is ook wat hier speelt met Check. Het gebruik is nog relatief laag, dus er is een risico dat het verdwijnt en dan hebben we helemaal geen deelmobiliteit meer. Volgens mij heb ik het meeste wel aangeraakt. Niet of wel wachten op een handelingskader. Het college zou daar wel graag op willen wachten, niet zelf het wiel uitvinden. Inrichten van de hubs, dat wil je niet overal doen. Het idee is juist die last mile, dus het zou beperkt zijn tot een aantal drukke plekken, bij stations, centra, of we willen die juist niet in de centra. Je moet goed nadenken waar je zo’n hub zou willen hebben. Maar daar los je niet het probleem in de wijken mee op, waar misschien verkeerd geparkeerd wordt, maar je kunt ernaar kijken. De deelfietsen, dat zouden we ook graag doen, maar wij hebben geen aanbieders die zich concreet bij ons melden. Er zijn aanbieders, maar die zien onvoldoende potentieel in Lansingerland. Als wij ze actief gaan benaderen, dan zullen ze zeggen, maar dan is de vraag andersom, hoe wij ze gaan helpen. In het kader van bedrijven die minder de auto gebruiken is het wel iets waar je naar

36/42

kan kijken. Hoe stimuleer je dat die de deelfiets gebruikt, kan de werkgever dan die stap zetten richting de aanbieders. De heer Ruijtenberg: Heeft u ook weleens het gesprek gevoerd met NS-fiets over de OV-fiets? Wethouder Muis: Wij hebben 1 NS-station. Je kunt hem alleen stallen bij een station, maar je kunt hem dan niet in Lansingerland neerzetten. Het is nu gericht op de mensen in Zoetermeer, die kunnen hem gebruiken en hem ook in Zoetermeer neerzetten. Die markt is er minder of niet. Parkeernorm, dat heeft hier mee te maken. Collega Fortuyn komt binnenkort met parkeerbeleid, parkeernormen zitten daar in. Dat heeft ook een relatie met dit onderwerp. Volgens mij heb ik de meest belangrijke punten wel gehad voor uw discussie. Dank u wel. Wethouder Fortuyn: Over de parkeernormen en wanneer dat aan de orde komt, dat werd net over de muur aangereikt. Komende B&W vergadering komt het op de tafel, de commissie ruimte kan er in oktober over praten, dan wordt het in de raad van oktober wel of niet gewijzigd vastgesteld. Tweede termijn De heer Meuldijk, L3B: Ik heb het allemaal aangehoord en opgeschreven. Het is lastig voor mij om daaruit te destilleren wat nu de route is. Sommigen geven aan: goed om door te pakken. Maar evenzoveel: wachten op de regeling vanuit het rijk. Ik moet eerlijk zeggen: ik worstel er op dit moment mee. Ik zou bijna zeggen: laten we het in stemming gooien.

Even pragmatisch, het is voor mij nog een worsteling. Ik weet niet waar we nu goed aan doen. Moeten we wachten op de staatssecretaris en kijken waar hij mee komt, dat er een modelverordening komt of dat we wel gaan doorpakken. Ik kan het u nog niet zeggen. De heer De Ruiter, CDA: Ik had nog een vraag aan de inbrenger van het bespreekstuk. Is bekend hoeveel deelscooters er gebruikt worden? De heer Meuldijk: Bij mij is het niet bekend. Van één van de 2 aanbieders maak ikzelf af en toe gebruik, maar ik denk dat het college iets op de hoogte is van de hoeveelheid scooters, ik hoorde al wat van de wethouder. Wat dan zegt over het gebruik, daar zal wel een kengetal op losgelaten zijn, maar dat heb ik niet voorhanden. De voorzitter: We laten het rusten. U legt het in de denktank en dan is het zo december. We zitten binnenkort bij elkaar over het parkeerbeleid. 7. Actualiteiten uit het college Wethouder Muis: Niet wat er in het overzicht staat, maar aanvullend daar op 2 actualiteiten. We zijn al een tijdje bezig met de waarschuwingslichten bij de ZoRo-busbaan zoals u weet. In de Heraut heeft er onlangs een stukje over gestaan. Ik wil u even mee nemen, waar we nu staan. Het niet werken van die waarschuwingslichten klinkt heel grappig, maar dat is het natuurlijk niet, maar dat was het gevolg van een muizenplaag. Ze knaagden de elektra door.

We zijn heel lang bezig geweest met de leverancier voor een offerte voor de reparatie. Ze zitten met veel werk, dus het heeft heel lang geduurd. Overigens, die verkeerslichten bij het zwembad deden het gewoon. Die zakken zaten over de waarschuwingslichten, juist om zichtbaar te maken: let op, dit werkt niet. Overigens moet je nog steeds zelf uitkijken en is het zicht daar voldoende om te kijken of het veilig is om over te steken. Desalniettemin moeten die lichten wel gemaakt worden. Omdat het zo lang duurde hebben we opdracht om de installaties te vervangen tijdens het zomerreces bij een andere partij weten neer te leggen. We hadden afgesproken en ook verwacht dat die werkzaamheden eind van de zomervakantie uitgevoerd zouden zijn. Helaas, de wet van Murphy, ligt het intern daar met hun planning niet goed, maar ik kan aangeven dat de aannemer deze week de werkzaamheden uitvoert. Als het goed is, eind van de week werkt het allemaal weer. Het heeft allemaal veel te lang geduurd, maar ik wilde u toch even mee nemen, omdat er vragen over gesteld zijn. Dan iets belangrijkers, vorige week vrijdag ben ik met collega Fortuyn samen met de wethouder Idema en

37/42

Weerwag van Zoetermeer naar de provincie geweest voor een bestuurlijk overleg met 2 gedeputeerden, de heer Potjer en mevrouw Koning. Aanleiding was het coalitieakkoord m.b.t. Bleizo en wind. We hebben daar benadrukt, dat wij het coalitieakkoord zien als hun politieke wens en hun politieke werkelijkheid, maar dat Lansingerland en Zoetermeer vooral kijken naar de acties die eruit komen en dat we daar iets van vinden. Net zoals wij een coalitieakkoord hebben met allerlei politieke wensen, hebben zij dat ook. We hebben nogmaals standpunten gewisseld. Aangegeven, dat de colleges van Lansingerland en Zoetermeer het niet eens zijn met de randvoorwaardelijkheid realisatie wind voor de realisatie van het ontwikkelperspectief Bleizo. Dat we het wel eens zijn dat de Staten een integrale afweging moeten maken over het ontwikkelperspectief, het liefst zo snel mogelijk. Gedeputeerde Staten, met name de 2 genoemde gedeputeerden, zijn bezig met een plan van aanpak locaties windenergie Lansingerland. Daar doen ze zelf onderzoek naar op basis van ons onderzoek. Ze doen een extern onderzoek. Dit najaar of eerste kwartaal 2024 moet dat leiden tot een uitspraak van Gedeputeerde Staten over de kansrijkheid van windenergie in Lansingerland.

Vanuit het college lijkt het ons verstandig om met elkaar te wachten op wat hier uit komt en op basis van de uitkomsten een standpunt en mogelijk eigen proces en reactie daarop te bepalen. In een bestuurlijk overleg is afgesproken dat we raden en Staten informeren over het bestuurlijk overleg en het vervolg. GS stuurt een brief naar de Staten, die deelt het met ons. Uw college zal uw raad op korte termijn een raadsinformatiebrief sturen, waarbij we mogelijk ook de Statenbrief van GS bij betrekken, maar we willen u verder informeren over het proces van GS m.b.t. het plan van aanpak locaties windenergie. Misschien moet ik morgen dit verhaal weer doen, want het valt tussen 2 commissies, maar dat zien we dan morgen wel, maar ik wilde gelijk terugkoppelen uit het bestuurlijk overleg. Wethouder Fortuyn: Door een omissie is in het actualiteitenoverzicht RTHA niet meegenomen, dat is een omissie, excuus daarvoor. In het kader van het luchthavenbesluit is er een advies van de commissie MER en een reactienota m.b.t. NRD van ministerie I&W is gekomen over dit notitie. De belangrijkste conclusies uit deze documenten zijn dat in de MER 2 extra alternatieven worden uitgewerkt, waarin verbetering van de leefomgeving centraal staat. Er komt meer aandacht in de MER voor geluid, geluidskwaliteit, natuur en gezondheid.

Een groot aantal opmerkingen, die wij zelf ingediend hebben, vinden wij terug in deze nota. De verwachting is dat de MER en het concept luchthavenbesluit in maart 2024 het levenslicht zal zien en dat dan weer een zienswijze et cetera hier in de raad ter bespreking zal komen. Dat is één kant van RTHA. Tweede is dat de CRO op zoek is naar een voorzitter. De vacature daarvan staat op de website van de CRO. Mocht er belangstelling zijn om voorzitter te zijn van dit prachtige samenwerkingsverband binnen de regio, dan bent u van harte uitgenodigd om daarop te reflecteren of te reageren. Dat was. De voorzitter: Komt u aanstaande donderdag ook in de commissie samenleving, want volgens mij hoort dat onderwerp daar thuis. Wethouder Fortuyn: Ik kom voor 1 puntje en blijf niet tot het eind, maar ik zal zorgen dat dit zwart op wit bij de commissie terecht komt. 8. Actualiteiten uit de commissie De heer Meuldijk, L3B: U heeft waarschijnlijk de krantenartikelen gezien, AD de 30 e vorige maand, over de straatraces. WIJ en L3B hebben eerder gekeken hoe we dat aan kunnen pakken. Daar is goed overleg geweest met het ambtelijk apparaat. Hier is uit voort gekomen, dat er maatregelen mogelijk zijn. Het gaat concreet om, we hebben een afweging te maken en ik wil hier dan ook de vraag bij de commissie neerleggen, want het gaat om een structurele kapitaalslast.

We hebben in deze vergadering een stukje kapitaalslast voorkomen, dus dat biedt perspectief en ruimte, daar is de ruimte aan de voorkant gecreëerd. In plaats van een motie lijkt het me zuiverder om richting begrotingsbehandeling dat om te zetten in een amendement. Ik hoor graag van de commissie hoe u ernaar kijkt. We hebben het over een kapitaalslast structureel van € 22.000 per jaarschijf, een

38/42

investering van € 4,5 ton, waarmee maatregelen genomen worden permanent in het wegdek, zodat straatracen op Prisma niet meer mogelijk is. Ik hoor graag van de commissieleden of men daar oren naar heeft en begrip voor heeft, of we dat amendement kunnen gaan voorbereiden. Dan stel ik voor dat L3B en WIJ het voorbereiden en aan u rond zenden. Dat hoor ik graag van de commissieleden. De heer Hofman, CU: Lijkt mij een uitstekend initiatief. VVD: Ik wacht af wat er staat te gebeuren, ik ben benieuwd. De heer De Ruiter, CDA: Ik sluit me aan bij de VVD. Mevrouw Boonstra, WIJ: Het is logisch dat ik samen met Jan Paul het amendement voor onze rekening ga nemen. De heer Ruijtenberg, GL: Ik ga geen ja of nee antwoorden, want de rondvraag is bedoeld voor een vraag aan het college en niet voor overige leden. De voorzitter: Dit is geen rondvraag, maar een vraag vanuit de commissie. De heer Scheringa, PvdA: Wij wachten het ook af. Het is een hele discussie, dat gaat mij nu te ver. De heer Weerheijm, D66: We zien het voorstel wel komen, dan bepalen we ons standpunt. De heer Meuldijk, L3B: Gelet op de reacties zullen we een amendement gaan voorbereiden. We hopen dat we degenen die nog twijfelen op andere gedachten kunnen brengen. 9. Verbonden partijen De voorzitter: Niemand iets te melden? 10.

Rondvraag en sluiting De heer Toussaint, VVD: De VVD heeft een aantal vragen aan het college omtrent de overlast, die inwoners aan de Kruisweg ervaren inzake straatraces op Prisma. Heeft het college ondernemers gesproken om samen te kijken naar passende oplossingen? Zo ja, wat is uit dit gesprek gekomen? Het college van Zoetermeer zou in gesprek gaan met het college van Lansingerland, wat is hier de uitkomst van? Wat is het college van plan om aan deze problematiek te doen, afgezien van het initiatief van de heer Meuldijk en mevrouw Boonstra? Tot zover. Wethouder Muis: Ik weet dat het speelt, daar werd net aan gerefereerd, een artikel in het AD. Volgens mij weet de hele commissie hier dat we best wel een uitgebreide discussie hebben gehad met de burgemeester over handhaving. Met mij vanuit het college over alle mogelijke fysieke maatregelen. Daarnaast waar de heer Meuldijk aan refereert, samen met mevrouw Boonstra, met ambtelijk advies te kijken: wat is er mogelijk, wat gaat het kosten? Om eventueel te komen met een voorstel richting uw raad. Ik vind het wel lastig, dat ik hem nu weer krijg vanaf punt 1. Ik wil u met alle liefde snel en kort de vragen langs lopen. Vraag 1: het college spreekt met ondernemers als zij dat willen en als er concreet aanleiding voor is, maar normaal loopt dat via de parkmanager.

Die werkwijze gaat al jaren op deze manier naar tevredenheid van de ondernemers. Er is niet over de overlast door straatraces of eventuele oplossingen gesproken, wat niet wil zeggen dat het niet kan, maar het is daar niet aan de orde geweest. De heer Toussaint vraagt of de colleges in gesprek zouden gaan. We hebben in februari een ontmoeting gehad, maar ik weet niet of de heer Toussaint daaraan refereert of n.a.v. het artikel in het AD, waar wellicht de VVD Zoetermeer opgeroepen zou hebben aan het college van Zoetermeer om in gesprek te gaan met Lansingerland, maar ik ben nu

39/42

aan het gissen. In februari hebben we er niet heel lang bij stil gestaan in het gesprek met het college. We hebben het wel gehad over andere onderwerpen, maar we hebben geen concrete afspraken gemaakt op dat moment. Als het college van Zoetermeer ons benadert, zijn we te allen tijde bereid om erover in gesprek te gaan. Wat is het college van plan om aan de problematiek te doen? Dat is waar ik mee begon. We hebben gekeken met partijen en ambtelijke organisatie, drempels, kosten, effect, verdere gevolgen. Ik denk dat het goed is via die lijn, zoals de heer Meuldijk schetst en mevrouw Boonstra, dat het bij u komt i.p.v. dat ik nu toe ga lichten wat daar de inhoud van is. Dank u wel. De heer Toussaint, VVD: Duidelijk. Verder geen vragen. Mevrouw Boonstra, WIJ: Ik wilde eigenlijk nog iets aanvullen. Het plan ligt er, de financiering is nog niet rond, daar zijn we mee bezig. Als de VVD Zoetermeer behoefte heeft om met ons contact op te nemen, dan zijn ze vrij om dat te doen. Ik wil heus wel met die mensen een kop koffie gaan drinken om ze in te lichten over de plannen die er liggen. Wij hebben een gesprek gehad met de parkmanager, zij zijn op de hoogte van onze plannen, ze juichen het toe. We hebben nog meer op ons wensenlijstje staan, maar we kunnen niet alles tegelijk. Dat is wat ik de parkmanager ook heb verteld.

We moeten bepaalde dingen stuk voor stuk aanpakken, want we kunnen geen ijzer met handen breken. Daar wil ik het graag bij laten. De heer Blonk, L3B: Sinds 18 juni 2020 ben ik bezig met het niet volgens het bestemmingsplan gebruiken van het voorterrein en de garage van CRM aan de Rodenrijseweg 457-459. Ik heb daarover in de loop der tijd regelmatig schriftelijk en onderling overleg gehad met de verantwoordelijk wethouders en de burgemeester. Nog steeds zijn die activiteiten ter plaatse niet in overeenstemming met het bestemmingsplan. Na 3 jaar en 4 maanden gaat het nu toch echt te lang duren en daarom stel ik nu mijn vragen wel in het openbaar. Dit sloopbedrijf van vrachtwagens en opleggers mag die sloopactiviteit daar niet uitvoeren, maar doet het wel. Er is erg veel overlast voor een tiental woonhuizen direct rond het bedrijf. Heel de juridische santenkraam is door zowel de gemeente als het CRM bedrijf open getrokken, maar het verboden gebruik van de grond, de geluidsoverlast, de brandgevaarlijkheid, de intimidatie van de bewoners rond het sloopbedrijf is er nog steeds. CRM blijft de illegale sloopactiviteiten voort zetten. De activiteiten op het voorterrein en in de garage zijn tot op de dag van vandaag niet in overeenstemming met het bestemmingsplan. Dat alles is vastgelegd op foto’s. Op 31 augustus j.l.

zijn foto’s gemaakt van het storten van sloopmateriaal op het voorterrein. Ook gisteren kreeg ik foto’s van illegale activiteiten. Wanneer houdt de al 4 jaar durende overlast voor de bewoners rond het CRM terrein eindelijk eens op? Ik heb de volgende vragen aan het college. Wanneer wordt een einde gemaakt aan de overlast van CRM voor de omwonende in de directe omgeving van het bedrijf? Wat is de huidige stand van zaken betreffende handhaving van het bestemmingsplan? Wat kan het college betekenen voor de gedupeerde bewoners rond het CRM-terrein? Dank u wel. Wethouder Muis: Het klopt helemaal wat de heer Blonk zegt. Helemaal, bijna helemaal. Hij is er heel lang mee bezig, de ambtelijke organisatie is er ook inderdaad heel lang mee bezig. Veel te lang, alleen, je moet dingen aan kunnen tonen en het moet juridisch stand houden, het moet kloppen. Daar zit het knelpunt, dat is ingewikkeld. In 2021 en 2022 heeft de heer Blonk soortgelijke vragen gesteld, over het handhavend optreden. Er is ook eerder een dwangsom opgelegd. Er kunnen dwangsommen opgelegd worden tot maximaal € 100.000. Er is één keer een dwangsom opgelegd van € 25.000, die is ook betaald door CRM.

Tijdens de juridische procedures is vast komen te staan dat kortdurend stallen, laden en lossen van transportmaterieel, zelfs als dit materieel niet ten dienste staat van CRM, volgens de regels van het bestemmingsplan geen overtreding oplevert. Het college kan daar niet tegen optreden. Verder is door de buiteninspecteurs tot op heden niet geconstateerd

40/42

dat CRM op de bestemming transportbedrijf onderhoudswerkzaamheden verricht aan materieel dat niet ten dienste staat aan het ter plaatste toegestane transportbedrijf. Dus vooralsnog houdt CRM op basis van de controle zich aan de tekst van het bestemmingsplan. Het hebben van een transportbedrijf ter plaatse, het mogen verrichten van onderhoud aan eigen materieel van het transportbedrijf, in het op het perceel legaal aanwezige bedrijfshal/garageruimte, het mogen stallen van eigen transportmaterieel op het voorterrein en daarnaast het kortdurend stallen, laden en lossen van transportmaterieel dat is aangekocht en nog niet ten dienste staat van CRM. Al met al is op het perceel nog steeds de dwangsom van kracht, op grond waarvan we nog steeds € 75.000 dwangsommen kunnen verbeuren. Onze inspecteurs blijven de situatie nauwlettend in de gaten houden en hebben contact daarover met de buurtbewoners. Alleen, je moet dus wel constateren. Niet in de zin van foto’s, het moet echt daar ter plaatse geconstateerd worden, wil je juridisch die dwangsom kunnen laten verbeuren. Dank u wel. De heer Blonk, L3B: Het is te triest voor woorden. Ik heb honderden foto’s, ook gedeeld met het college, in de loop van 4 jaar, met datums erbij. De foto’s die ik deze week heb gekregen, daar zie je het gewoon, het is geen transportbedrijf, het is een sloopbedrijf.

Het slopen van vrachtauto’s en opleggers, die daar uit elkaar gehaald worden. Dat levert zo verschrikkelijk veel lawaai op voor die mensen daar. Het feit dat ze zeggen dat ze een transportbedrijf zijn, komt ook niet overeen met hun website. Ik begrijp het probleem, daar was ik van op de hoogte, het college heeft mij dat in de loop der jaren aangegeven, maar ik vind het toch heel lastig om daarmee verder te gaan. Ik mis echt de beantwoording: wat kan het college betekenen voor de gedupeerde bewoners rond het CRM terrein. Daar bent u niet op ingegaan, daar zou ik graag een antwoord op hebben. Wethouder Muis: Ik snap uw irritatie, dat dit zo lang duurt. Maar dat geldt ook voor de mensen die hiermee bezig zijn. In uw contacten en uzelf, help de organisatie om wel op heterdaad iets aan te treffen wat niet kan. Als de inspecteurs dat daar niet aantreffen. Wat doen we voor bewoners? Toezicht houden en in contact staan met die bewoners. Dat het nog niet het gewenste resultaat oplevert, dat vinden we allemaal een zorg. De heer Blonk: Dan zal ik weer beginnen met het verzamelen van mijn foto’s en naar het college sturen. De voorzitter, om 00.00 uur, 13 september 2023: Volgens mij zijn we hiermee gekomen aan het eind van deze commissie ruimte. Het was een lange zit. Het is net twaalf uur, mooi. Ik dank u voor uw uithoudingsvermogen. We zien elkaar binnenkort terug in deze raadszaal.

Welterusten.

41/42

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

42/42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=b1bef262-3a46-4541-bcb0-abc016930a2c