[BV23.0075] Verslag Gemeenteraad d.d. 22 juni 2023
Tekst van het document
VERSLAG Gemeenteraad
Datum vergadering
: 22 juni 2023
Aanwezig in de raadszaal: Raadsleden: WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Chantal van Weede, Mark Bik, Bianca Boonstra, Leefbaar 3B : Don van Doorn (verlaat aanwezig), Jean Paul Meuldijk, Marjolein Gielis, Leon Erwich, Johan Philippens, Machiel Crielaard CDA : Dave Bergwerff, Job Halkes, Charles van Harn VVD : Matthijs Machielse, Marloes Draak, Ed van Santen, Ivo de Graaf D66 : Ineke den Heijer (verlaat aanwezig), Brecht Weerheijm, Eva Heijblom, Ronald van der Stad ChristenUnie : Kees-Willem Markus, Paul Lieverse, Arjen Hofman GroenLinks : Marko Ruijtenberg PvdA : Hamid Azzouzi Wethouders
: Leon Hoek, Simon Fortuyn, Michiel Muis en Titia Cnossen
Voorzitter Griffier
: Pieter van de Stadt : Eveline Hamelink-van Rens
Afwezig:
WIJ Lansingerland Leefbaar 3B CDA VVD VOOR Lansingerland
: Abdel Afalah, Jan Alsemgeest : Jan Pieter Blonk : Jan Willem van den Beukel, Nelleke Bouman, Frans Ammerlaan, : Christiaan Toussaint : P. van Olst
1. Opening en mededelingen De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond dames en heren, raadsleden, mensen op de publieke tribune en mensen die thuis mee kijken. Ik open de vergadering van de gemeenteraad van Lansingerland op 22 juni, het is acht uur ’s avonds. Dit is een speciale raad, waarin wij de verbonden partijen bespreken, om precies te zijn de zienswijzen die wij bij de verbonden partijen indienen bij hun begrotingen voor het komende jaar. Zo vroeg in het jaar gebeurt dat al. Mevrouw Den Heijer en de heer Van Doorn komen iets later. Afwezig zijn de heer Toussaint, mevrouw Van Olst, de heer Blonk, de heer Afalah, de heer Alsemgeest en mevrouw Bouman. De heren Van den Beukel en Ammerlaan heb ik nog niet gezien, is daar iets over bekend? Beiden afwezig, de heer Van den Beukel en de heer Ammerlaan zijn ook afwezig. Nieuwe verhoudingen, nieuw leven. 2. Trekken van het lot ter bepaling van het raadslid bij wie een eventuele stemming zal beginnen De voorzitter: Ik kan u vertellen dat de griffier de heer Van der Stad getrokken heeft en dat ben ik niet.
3. Spreekrecht voor niet-raadsleden De voorzitter: Niemand heeft zich hiervoor aangemeld. 4. Vaststelling van de agenda 1/29
De voorzitter: Ik heb heel specifiek voor u de vraag, er is geen signaal binnen gekomen, dat er bij één van u de behoefte is te spreken over 1 van de geheime bijlagen, die er af en toe bij zitten. Ik vraag u even of dit correct is, want als dit correct is hoeven wij niets te doen. Als u daar wel over wilt spreken, dan wil ik dat agendapunt tot het laatst bewaren, zodat we een besloten vergadering kunnen hebben. Is er iemand die erover wil spreken? Nee. Iemand nog over de agenda? Ook niet het geval, dan stellen wij de agenda vast zoals die voor u ligt. 5. Bespreekpunten: 5.a Factsheets Verbonden partijen 2023 De voorzitter: De factsheets of wat er van over is, we zullen de definitieve factsheets in september gaan vaststellen, maar deze factsheets zijn er om u de informatie te geven vooruitkijkend naar de risico’s en andere bijzonderheden, die bij de gemeenschappelijke regelingen aan de orde zijn, dus dat u bij de zienswijzen een gedegen afweging kunt maken. De heer Meuldijk, L3B: U schetst het inderdaad goed, we zitten specifiek bij elkaar als het gaat om de factsheets en eventuele zienswijzen t.a.v. onze gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen. Dat brengt mij even op de rol van deze raad, namelijk belangrijk, zijnde het budgetrecht. We weten allemaal dat een totale begroting voor een significant deel niet of nauwelijks beïnvloedbaar is door ons.
Het gaat om wettelijke taken en andere zaken die onontkoombaar zijn. Als we dan ook nog realiseren dat een belangrijk deel van die wettelijke taken wordt uitgevoerd door deze gemeenschappelijke regelingen en verbonden, ook wel verlengd bestuur of bestuur op afstand genoemd, dan heeft dat ook effect op ons budgetrecht daarop. We hebben daar nog minder over te zeggen. Dan is het goed om te realiseren, we hebben het hier constant over het geld van onze inwoners, van het rijk en van onze inwoners, bedoeld voor onze inwoners. Jaarlijks maken we weer miljoenen over aan deze organisaties die belangrijke taken voor ons uitvoeren. Uiteraard geven wij de kaders mee waarbinnen we willen dat het gebeurt, maar uiteindelijk zijn zij verantwoordelijk. De besturen van deze verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen hebben de taak om dat doelmatig uit te geven, om de door ons gewenste doelen te bereiken. En wij, die andere taak als raad, moeten dat controleren. Daar gaat het nu om. Naast dat budgetrecht is dus de controlerende taak van belang. We hebben natuurlijk een raadsrapporteur, het andere agendapunt, ga ik nu even niet op in, maar het gaat erom dat wij de factsheets krijgen, zodat wij kunnen controleren of die taak op afstand goed en doelmatig wordt ingevuld en dat ons geld, het geld van onze inwoners, op een goede manier besteed wordt.
Om dat te kunnen doen hebben wij die factsheets wel nodig, anders wordt het wel erg lastig om die controlerende taak goed uit te voeren. Dan helpt het, dat we tijdig die factsheets ontvangen en de tijd hebben om te reageren. Ik zeg iets wat we allemaal weten, volgens mij was de deadline 9 juni, we hebben geconstateerd dat we een deel pas vrijdag de 16e ontvangen hebben. Afgelopen maandag nog die van de GGD en MRDH, mind you, een miljoenslurper, die MRDH. En zelfs van Bleizo Hoefweg geen factsheet hebben ontvangen met als verklaring van het college dat er geen zienswijzen. Volgens mij gaan wij als raad over zienswijzen ja of nee en is er ook een afspraak, heb ik begrepen, dat we altijd een zienswijze indienen. Brengt mij op het volgende, de pijplijn. Ergens gaat het mis. Zit dat bij de bron? Zit dat bij die verbonden partijen, bij die gemeenschappelijke regelingen? Houden zij zich niet aan de termijn? Of zit het ergens anders. Ik schets even de pijplijn in het kort: via het ambtelijk apparaat naar het college, van college weer via het ambtelijk apparaat naar de griffie, ons primaire aanspreekpunt als raad, en van de griffie naar ons. Ergens in deze pijplijn gaat het fout. Ik heb de griffie gevraagd: hoe zit dat? Daar heb ik te horen gekregen dat men hand en spandiensten heeft verricht om te zorgen dat de obstructie niet daar in de pijplijn ligt.
Brengt mij dus op de volgende vragen, waar ik heel graag een antwoord op krijg van het college. Zijn er nou eerder signalen geweest vanuit die gemeenschappelijke regelingen of verbonden partijen, dat men de deadline niet 2/29
kan halen? Zit het bij de bron? Zo ja, wanneer krijgen we die berichten en wordt dat dan aan ons terug gekoppeld? Mocht het zo zijn, dat de bron niet de oorzaak is, dan ben ik wel heel erg nieuwsgierig, wanneer heeft het college de factsheets dan ontvangen en wanneer heeft het college het vervolgens weer verder in de pijplijn geduwd? Tot slot? Hoe gaat het college borgen in de toekomst, dat de informatie tijdig richting de raad komt, zodat wij tijd en gelegenheid met zijn allen hebben om onze controlerende taak goed uit te voeren, inhoudelijk erop in te gaan, tijd en ruimte tot onze beschikking te hebben om een goede zienswijze te schrijven en zo onze taken als raad goed uit te voeren. Graag hoor ik de antwoorden van het college. Dank u wel. De heer Van Santen, VVD: De VVD sluit zich van harte aan bij het betoog van de heer Meuldijk van L3B, zij zijn ook benieuwd naar die antwoorden. Ik ga inhoudelijk op 1 regeling in, omdat daar geen zienswijze op is, dat is de SVHW, dat is de partij die de OZB incasseert. Al de bezwaren die daarop ingediend worden, behandelen zij ook. We zijn tevreden over de dienstverlening van die partij. We zijn minder tevreden over de stijging van de bijdragen, het geld waar de heer Meuldijk aan refereerde.
Natuurlijk weten we allemaal dat er inflatie is en cao, dat het geen 1% meer is begrijpen we ook, maar nu al twee keer achter elkaar meer dan 10%, dat is wel fors. Nu is daar ook wel een verklaring voor, men is aan het automatiseren, hartstikke goed, maar dan gaan we daarna verwachten dat die automatisering wat op gaat leveren en dat er efficiency wordt gegenereerd en dat de bijdrage minder dan de inflatie gaat worden. De heer Markus: Bij agendapunt 5.f staan de zienswijzen m.b.t. de SVHW. Ik snap niet zo goed waarom u het hier behandelt, want wellicht kan het daar ook heel goed mee genomen worden, dan kan het toegevoegd worden aan de zienswijze. De heer Van Santen: Dank u wel, ik heb dat gemist, wellicht is het later toegevoegd, ik heb het in een eerdere versie dan gemist. Bedankt daarvoor. Dan kan het toegevoegd worden. Mijn oproep zou anders zijn geweest: laten we dat monitoren. Maar laten we kijken of we dat kunnen toevoegen. De voorzitter: Ik dacht dat u het over factsheet wilde hebben, maar het gaat dus weldegelijk over de zienswijze. Dan hevelen we dat over naar dat agendapunt. De heer Jumelet, WIJ: Mijn fractie was, evenals de fractie van L3B, verbaasd. Ik denk dat de heer Meuldijk het heel goed verwoord heeft, een aantal vragen. Daarbij is bij ons wel de gedachte: dit doen we niet voor het eerste jaar.
Je zou zeggen: het is een ingesleten proces dat je loopt, de pijplijn moet dan op diverse punten dan toch wel redelijk ervaring hebben. In die zin waren wij ook wel wat verwonderd over wat er nu voor ligt. We zijn heel erg benieuwd naar de beantwoording vanuit het college richting de vraag van meneer Meuldijk. We wachten die graag af. Dank u wel. De heer Azzouzi, PvdA: Heel kort een kleine bijdrage. Ik sluit me aan bij het verhaal van L3B met een opmerking, dat wij misschien niet moeten wachten tot er een begroting of tussenrapportage van een gemeenschappelijke regeling komt. We moeten het traject van grip op verbonden partijen oppakken als raad en kijken hoe wij in het proces niet wachten tot nu, maar proactief aan de voorkant dat oppakken. Dat hebben we in het verleden wel gedaan, maar het is ergens gestrand, dan moeten we hem weer oppakken. Een algemene opmerking aansluitend op het verhaal van de heer Markus. Straks, richting het college, we willen een denkrichting als het gaat om bezuinigingen richting de verbonden partijen. Wat kunnen zij ook betekenen als wij gaan bezuinigen, dat die instanties ook een bijdrage kunnen leveren aan onze begroting? Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: In het kader van de linkse samenwerking sluit ik me aan bij de vorige spreker.
De heer Weerheijm, D66: Een aantal opmerkingen is al gemaakt over het ontbreken van de factsheets, daar wil ik niet op ingaan. Ik wil wel gezegd hebben, dat het feit dat we die factsheets hebben, op dit moment nog niet, maar we krijgen ze nog wel, is wel iets waarvan we als raad moeten erkennen dat het heel fijn is dat we die dingen hebben. Heel veel gemeenteraden hebben 3/29
niet dit soort instrumenten. Het is jammer dat ze er niet zijn, maar ik wil gezegd hebben dat ik het heel erg waardeer dat ze er wel komen. Dat wil ik toch gezegd hebben. De heer Bergwerff, CDA: Scherpe vragen van L3B, dat hoef ik dus niet meer te zeggen, het ontbreken van de factsheets. Ook wij zien hier de waarde van in, dus wel nieuwsgierig naar de beantwoording van het college. Beantwoording college De voorzitter: Ik ben portefeuillehouder van de factsheets. Ik doe de beantwoording vanaf deze plaats omdat wij maar blijken 1 vice-voorzitter van de raad te hebben en u ziet zijn stoel leeg zijn. Hij is dus letterlijk onvervangbaar. We zullen wel maatregelen nemen om daar een rijtje reservevoorzitters in te zetten, want alles op de schouders van de heer Blonk te laten landen is ook wat veel, de arme man moet ook op vakantie kunnen. Vandaar vanaf deze positie. De belangrijkste inbreng, ik zal vragen aan de wethouder financiën om de vraag van de heer Azzouzi te beantwoorden, want dat is een inhoudelijke vraag, niet zozeer over de factsheets, een vraag waar de portefeuillehouder financiën voor verantwoordelijk is. Waar is het mis gegaan? Laat ik voorop stellen, dat ik het geheel eens ben met het belang en het belang van de tijdigheid, dat meneer Meuldijk zo mooi verwoord heeft. Ik val ook de heer Weerheijm bij, daarom hebben we ze ook.
We hebben ze ingevoerd en zo moet het werken en zo werkt het ook goed. Waarom zijn ze er niet? Dat ligt niet aan de verbonden partijen in beginsel. Het kan best zijn dat gegevens te laat zijn van verbonden partijen een keertje, maar meestal komt dat wel goed. Het is eigenlijk simpel, er ligt uiteraard een verhaal achter: we halen drie keer per jaar de informatie over de verbonden partijen op in de organisatie. Het wordt centraal verzameld ten bate van die factsheets. Ze zitten niet alleen nu ter vaststelling apart, maar ze zitten ook bij de begroting en jaarrekening. Twee keer daarvan is zogenaamd vooruitkijkend, die van de factsheets en bij de begroting is vooruitkijkend, zodat u kunt zien: wat zijn de risico’s, wat zijn de bedragen die er in de toekomst mee gemoeid zijn? En die bij de jaarrekening zijn terugkijkend: wat is er gebeurd, wat is er uitgegeven, is het allemaal op orde? Heel simpel, daar hoort een uitvraagformulier bij, dat door de coördinator verbonden partijen uitgezet wordt in de organisatie naar alle verantwoordelijke personen, die inhoudelijk verantwoordelijk zijn voor die verbonden partijen en daarmee is simpelweg het terugkijkende formulier verzonden in plaats van het vooruitkijkende formulier.
Toen dat geconstateerd werd en toen de informatie binnen kwam, dan moet ik ook zeggen, degenen die zich bezig houden met de verbonden partijen hebben daar echt een beperkte tijd voor binnen hun totale werkzaamheden, dus die vullen dat in, het wordt verzameld en tegen de tijd dat wij daar achter kwamen met zijn allen, was het te laat voor dat hele proces. Dan bedoel ik het proces om de stukken ordentelijk bij het college te krijgen en via het college ordentelijk bij de raad. Dus het is gewoon te laat ontdekt, maar het is op zich ook een strak proces. Waarom is die fout ontstaan of gemaakt, waarom hebben de controlemechanismen gefaald? Heel simpel, de verantwoordelijkheid ligt bij de bestuursondersteuning, die ondersteuning is 3 man m/v, daarvan is 1 een langdurige vacature en 1 medewerker is deels ingezet om een andere afdeling te ondersteunen met veel uitval en daarmee een hoge werklast bij het bestuurssecretariaat. Zo heeft die afdeling daar gewoon wat minder tijd gehad om het goed te coördineren. De controle op het proces is de controle die op alle processen hier liggen rond de stukken voor B&W die naar de raad gaan, het voorportaal van B&W en de griffie, ook daar 2 personen waar maandenlang een vacature is geweest.
Daar wordt nu op geworven, een tweede persoon is al ingewerkt en vervolgens is de ervaren kracht met welverdiende vakantie gegaan, ook in ons aller belang, want die heeft lang dat proces in haar eentje draaiende gehouden. De nieuwe medewerker doet de primaire processen, maar dit is wat we af en toe doen. Vacatures, uitval, onderbezetting leiden tot een simpele fout met grote gevolgen. Zo simpel is het enerzijds. Terecht werd de vraag ook door de heer Meuldijk gesteld: hoe voor de toekomst? Voorop staat, dat we afdelingen op orde willen hebben, zodat mensen de tijd hebben om hun primaire 4/29
werkzaamheden goed uit te oefenen, maar je moet altijd voorbereid zijn. De belangrijkste aanvulling die gekomen is, is dat vanuit het management, denk aan teammanagers en de directeur bedrijfsvoering, die we overigens ook lang niet gehad hebben, die is ooit weg bezuinigd, nu weer aanwezig, zij zullen er meer bovenop zitten om het primaire proces goed te laten verlopen. Maar we hebben onervarenheid in de functie, nieuw, wisselingen, vacatures, ziekte, nieuwe mensen, zo kan zo’n fout ontstaan. Wat we daarna gedaan hebben, primair kijken, dat werd door de heer Meuldijk nadrukkelijk aangegeven, bijgevallen door de heer Van Santen en anderen, dat u de informatie nu heeft alhoewel laat, waarmee u in mijn ogen wel verantwoord hier een besluit kan nemen over de zienswijzen. We zullen die factsheets uiteraard bij u aanleveren in de volgende vergadering, maar dat is pas september, en die vaststellen. Zo heb ik voor u verklaard waar het mis gegaan is en waarom dat was en wat wij doen om dat te voorkomen. Ook naar de heer Jumelet heb ik aangegeven, hoewel dit een proces is dat we elk jaar doorlopen, het voor nieuwe medewerkers het een nieuw proces is en de routine er nog niet inzit. Dat is het simpele verhaal, mooier kan ik het niet maken. Dit is hoe het hier af en toe gaat, ik denk dat elke organisatie dat weleens meemaakt. Ik hoop dat u met de uitleg genoegen neemt.
Dan ga ik nog even naar de heer Fortuyn, of hij een antwoord wil geven op de vraag van de heer Azzouzi, of de verbonden partijen een rol kunnen spelen bij de bezuinigen, die we nog voor de boeg hebben. Wethouder Fortuyn: Kunnen ze een bijdrage leveren aan de bezuinigingen, waar de diverse gemeenten voor staan? Dat varieert ook weer per gemeente, dus het is moeilijk te zeggen dat we het algemeen kunnen. Ik denk wel dat we even het beeld moeten hebben, we zitten nu in juni. Zes of vier weken geleden is de begroting ingeleverd en de week daarvoor hebben ze de begroting opgesteld. Dat is vorig jaar 2022 ook gebeurd. Toen hadden we het nog niet over een gas- of energiecrisis, we hadden het ook niet over een enorme inflatie, die zijn afgelopen jaar stevig aan de orde geweest, waarbij constant het gesprek hebben gehad, financieel: probeer eerst de tekorten op te lossen binnen je eigen vermogens of je reserve, want je loopt eigenlijk achter. Het is vroeg. We hebben allerlei elementen die bijdroegen aan vragen om meer geld. Diezelfde vraag hebben wij gisteren ook beantwoord richting het rijk, we hebben meer dekking nodig, want we kunnen het niet volhouden. De ene verbonden partij heeft meer buffer om een tegenvaller te verwerken dan een andere. U weet allemaal van de VRR, meneer Bik komt daar ook, uw raadsrapporteur, dat is het eigen vermogen en de buffer wel heel beperkt.
Dan kom je toch in discussie met de directies terecht: hoe gaan we dat opvangen, want we lopen in feite achter de feiten aan. In die discussies hebben wij scherp gekeken, wat men vraagt, kunnen we een helpende hand bieden om het later weer deels terug te halen, zodat de buffer weer terug is. Dit heeft geleid tot de voorliggende, aanvullende correcties, omdat men eigenlijk geconfronteerd is met een bijzondere situatie, want normaal had je gewoon een inflatie van 2 of 3%, dan had je een gangbare situatie gehad, los van het feit dat al die deelnemende partijen elke keer kritisch kijken: waar geef je het aan uit, wat gaat ermee gebeuren, hoe doe je dat? Dit is een beetje het vervolg. Om nu te zeggen: wij kunnen minder uitgeven. Dat hebben we eigenlijk al een beetje uitgeperst. Wij zaten wel met de kennis: wat is er gebeurd in de kostensfeer en prijsstijgingen? Die kennis hadden we. We moesten er iets mee, want ze hebben al een gat moeten vullen in de afgelopen periode, daarin is de balans gekomen in wat er nu voor ligt. De heer Azzouzi: Om het verhaal helder te maken. Die verbonden partijen, dat zijn wij, het zijn afdelingen die taken van ons uitvoeren. Als wij hier een taak snijden of dienstverlening omlaag gaan doen, dan verwacht ik dat dat daar ook landt. Hoe ziet de wethouder dat? Wethouder Fortuyn: Ik zie het hetzelfde als u.
We zien elkaar regelmatig ook vanuit wethoudersniveau, elke keer speelt dit een rol. Elke keer wordt die scherpte aangebracht. Uiteindelijk komt er dan een begroting uit, waar we een waardering aan geven, die de financiën hier beoordeelt, of het reëel is of niet, of de wethouder zich erin kan vinden. Zo komt het wel tot stand. Bij de VRR speelt het heel expliciet. We kijken er heel kritisch naar, dat doen we met andere collega’s die bij de verbonden partijen betrokken zijn, bij de MRDH of bij de DCMR. We zitten er scherp op. Inderdaad, het is geen blanco cheque. Ik ben het met u eens, wij delen ook onze zorg voor hun organisatie, maar we 5/29
hebben ook onze zorg en die delen we bij hen. We zitten er scherp bovenop. De heer Jumelet: Het lijkt een beetje een financieel verhaal te worden. Gisterenavond hadden we een goed debat over de kaderbrief. De heer Van Doorn gaf aan: op alle beleidsvelden 10%. Ik kan me voorstellen dat in het verlengde daarvan de verbonden partijen ook de vraag krijgen. Wij moeten bezuinigen, niet alleen wij maar ook andere gemeenten, dan niet zozeer vanuit financieel oogpunt, maar wel vanuit een taakopvatting en wellicht bedrijfsvoeringopvatting, ga nou eens kijken, percentage van 10%, maar het kan ook een ander zijn, om daarmee de discussie te krijgen om de bijdrage ook vanuit de verbonden partijen te krijgen. Ik kan me voorstellen dat zij zeggen: wij hebben het nodig, punt. Hier heb je de rekening en betaal maar. Terwijl wij moeten bezuinigen. Wat vindt u van de suggestie in het verlengde van de heer Van Doorn om als gezamenlijke gemeenten te zeggen: 10%. Wethouder Fortuyn: Ik vind het een lastige. Waarom? Gisterenavond hebben we ook besproken: je kan niet zondermeer zeggen: 10%. Als een soort generalistisch percentage. Op het ene onderdeel kan je makkelijker bezuinigen tot 20% en bij het andere is het wettelijk of een veiligheidstaak, daar kan je helemaal niet op bezuinigen. Dus het is wat lastig om dat te zeggen.
Als u in uw zienswijze, want het is uw zienswijze, wij hebben het opgewerkt met de kennis die we hebben en het feit zoals wij erin staan, maar als u vindt dat daar per reactie, zienswijze iets bij moet komen m.b.t. een passage van: wij moeten ook bezuinigen en we zouden het prettig vinden als u ook in uw eigen takenpakket met een voorstel zou kunnen komen, of iets in die geest, m.b.t. bezuinigen, want we krijgen het de komende jaren moeilijk. Dan zou ik zeggen: het is uw zienswijze, het is aan u om dat aan te geven. Ik ben er niet op tegen, maar om het nou generalistisch neer te zetten: ga 10% bezuinigen of met voorstellen komen. Dat gaat iets te kort door de bocht. De heer Jumelet: Uw voorstel om een zinsnede op te nemen of een passage, dat klinkt uiteraard sympathiek, laat de verbonden partijen ook voelen dat er toch wel een problematiek ligt. Ook wat de heer Van Santen aangaf, die verhoging bij de SVHW, je mist de efficiency winst die eraan gekoppeld is. Het lijkt een beetje rupsje-nooit-genoeg, het is 10% erbij en volgend jaar zien we wel weer verder, maar wij zitten hier met de ellende van bezuinigen. Wellicht kunnen andere fracties er ook op reageren in de tweede termijn om generaal in de zienswijzen een passage op te gaan nemen rondom hetgeen u aangeeft.
Wethouder Fortuyn: Misschien wel, maar ik wil voorkomen dat het binnen algemeenheid terecht komt, we moeten er echt over nadenken. Zo’n SVHW, u heeft ook vandaag in de krant kunnen lezen dat het aantal bezwaarschriften schandalig hoog is. Dat moet je wel afwerken en dat kost tonnen, u kunt dat ook bij de begroting terug zien. Er zijn dingen aan de hand, maar daar reageer ik straks inhoudelijk op. Generaliseren niet, maar het signaal, ik denk dat het goed is om dat op termijn erbij te betrekken. We zullen het straks bij de zienswijzen bespreken. Dat is even de achtergrond op de vraag van de heer Azzouzi. De voorzitter: Op basis van wat de heer Jumelet aangaf heb ik de algemene mededeling: als u een zin wilt toevoegen, dan moet u elke zienswijze amenderen. Een amendement per zienswijze, anders kan het niet. Even voor alle duidelijkheid. Dan moet de heer Jumelet hard gaan schrijven. Uiteraard is het onderdeel van de dagelijkse activiteiten van deze verbonden partijen om ook op de centjes te letten, want alle gemeenten spelen hiermee. Tweede termijn De heer Markus, CU: Even op dit punt inhakend. Ik vind het een lege huls als je in elke zienswijze toevoegt: gij zult 10% bezuinigen. Ik vind dat heel lastig, omdat het ook over beleid gaat. Moet je tegen de GGD zeggen: ik wil dat u een bepaalde preventieve taak niet meer gaat uitvoeren.
Als we dan toch iets willen met die oproep, dan moeten we misschien onze vertegenwoordigers in de verschillende AB’s oproepen, dat is veelal ons college, om het punt dat hier opgebracht is mee te nemen in de verschillende vergaderingen: luister eens, beste GGD, beste SVHW of wie dan ook, het is leuk, we moeten allemaal bezuinigen, we doen ook een oproep aan jullie om daar ook over mee te denken. Ik denk dat dat een beter amendement is dan de 10 los te schrijven. Ik denk dat we dan 6/29
ook meer recht doen aan het punt, om het op die manier bij de gemeenschappelijke regelingen in te brengen. Ik denk dat het goed is om er iets mee te doen, maar dan zou het sjieker zijn om à la minuut een soort van motie in elkaar te knutselen, waarmee we de vertegenwoordigers in de AB’s oproepen om dit mee te nemen. De heer Meuldijk, L3B: Op het gevaar af, dat ik schizofrenie aan het bevorderen ben, wil ik de voorzitter bedanken voor de beantwoording van de portefeuillehouder. Zo werkt dat nu even vandaag, het is niet anders. Even een paar belangrijke zaken, die ik wel wil benoemen. De waardering die onze fractie heeft voor deze methodiek van factsheets. Niet iedere gemeente doet dat op die manier. We begrijpen ook dat het een enorme ambtelijke input vergt, inzet vergt. Het helpt ons om onze controlerende taak beter uit te voeren. Daar nadrukkelijk waardering voor, want nogmaals, het instrument, ik leer er nieuwe kennis van, ik waardeer het ten zeerste. Dan spreek ik namens mijn hele fractie. Dan even ingaand op wat er aan de overkant gezegd is, de 10%. Ik wil er even iets nadrukkelijk over zeggen. Het is een misverstand, gisterenavond is een Babylonische spraakverwarring ontstaan over een kaasschaaf 10%. Nee, er is gevraagd door de heer Van Doorn gisteren om te kijken: kun je 10% van het beleid schrappen? Taken schrappen.
Aan 10% beleid kan misschien wel 20 of 30% geld zitten. Dus het is geen kaasschaaf, het is een bewuste keus: kijk nog een keer naar het beleid, zijn er onderdelen van het beleid die je kunt schrappen? 1, 2, 3, 5 of 10% van het beleid. Dat vertaalt zich in een ander bedrag. M. zou zeggen: se sie… kaasschaaf (sorry, ik weet niet wat hij zegt, MJ). Dan een ander punt. Om nu de zienswijzen aan te passen, volgens mij gaat het nu primair over verantwoording over 2022. Het wordt veel opportuner en belangrijker als we gaan kijken naar de toekomst, want daar zit ons probleem. Wat mij betreft hoeft er geen bloed uit te vloeien vanavond, dat we allemaal snel de pen in moeten gaan om het stantepede aan te passen. Er is alle tijd en gelegenheid en ruimte om het volgende moment de zienswijze aan te passen voor het komende proces. Volgens mij hebben we daar dit jaar meerdere gelegenheden of in elk geval ruim de tijd voor. Dat zou ik mee willen geven, dat we niet nu overhaast iets gaan opschrijven. De heer Markus: Het gaat juist wel over 2024. Er zit een begroting bij. Als we iets willen, moet het nu en niet pas over een half jaar, want dan is het al 2024. Als we iets willen, dan moeten we nu, dan herhaal ik mijn oproep voor een motie, waarmee we de leden van het AB oproepen om mee te geven. We moeten het nu doen en niet straks, want straks is al 2024.
De voorzitter: Dan zeg ik even technisch, dat moet dan een actuele motie zijn, omdat we geen raadsvoorstel bij de factsheets hebben. U moet dan een actuele motie maken. De heer Meuldijk: Dank, de heer Markus, voor de goede aanvulling. Ik ben ook wel zoekende, hoe kunnen we onszelf tijd en ruimte geven. Wat u zegt klopt, dan moeten we toch gaan schrijven. Dan hecht ik er wel waarde aan, dat we het anders formuleren dan de 10% kaasschaafmethodiek, dat wil ik dan wel even meegeven. Laten we met elkaar nadenken over hoe we dan een bepaalde fase in de zienswijze nu kunnen parkeren, bij een volgend moment is de boot dan wellicht al gevaren. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ik wilde eigenlijk geen tweede termijn, want het is vrij duidelijk. Ik ben het volledig eens met de heer Markus. Ik weet niet of we amendementen gaan schrijven, maar laten we dit bespreekbaar maken in het algemeen bestuur. Ik denk dat dat beter aankomt dan als je een dode letter stuurt. Geen amendementen. De heer Jumelet, WIJ: Op de eerste plaats: helder over het proces. Het is al gezegd door collega Weerheijm en collega Meuldijk, het is voor onze raad uitermate goed dat we de factsheets één maal per jaar voor hebben liggen, alle waardering. Rondom het signaal. Ik voel toch wel het gemeenschappelijke, dat we het met elkaar eens zijn, dat het goed is om het signaal af te geven.
De hoe-vraag, ik ben het eens met de heer Markus om dat middels een motie te doen. Als je alles moet gaan amenderen, dan is het maar de vraag of dat doel treft. Rondom de 10%, het gaat mij niet zozeer om die 10%, het gaat erom dat je het signaal afgeeft, dat het toch wel zwaar weer is binnen dit huis, niet alleen dit huis, maar waarschijnlijk binnen vele huizen in de regio. Het signaal is heel 7/29
belangrijk, eens met de heer Markus. U heeft het over een actuele motie, voor mij is dat een nieuw woord. U bedoelt een motie vreemd dan? De voorzitter: Ja, correct. Over een actueel onderwerp, dat is een motie vreemd. De heer Jumelet: Dan verstaan we elkaar. Dan stel ik voor, ik zit even te denken wanneer we dat zullen doen, vanavond natuurlijk, maar is het handig, een vraag via de voorzitter aan de griffie, is het handig om aan het eind van de tweede termijn te schorsen? Even heel praktisch, hoe we dit slim oplossen, want ik denk dat we het met elkaar eens zijn dat we dit willen. De voorzitter: Ik kan u een voorstel doen. De heer Van Santen, VVD: Ik weet weer mijn verwarring, die SVHW, hoe kon ik dat nu bij 5.a doen. Maar het was toch bewust, precies het punt van de heer Markus, ik was dat even vergeten. Ik wilde geen amendement indienen, want ik denk dat een oproep effectiever is. Ik merk in de breedte steun daarvoor. Nu is mijn vraag: waarom moet dat dan via een motie? Als die steun zo breed is, waarom kunt u dat niet via een toezegging doen? Dat scheelt dan een hoop papier. Dank u wel. De heer Bergwerff, CDA: Volgens mij zijn we constructief bezig, want we komen met elkaar tot oplossingen, dat is heel goed. Die 10% nam ik niet zo letterlijk. De intentie is goed, die begrepen wij. We hebben het allemaal over hetzelfde.
Of het nou een motie moet worden of een toezegging, ik denk dat een motie iets sterker is, dat zou wel mijn voorkeur hebben. Dank u wel. De heer Weerheijm, D66: Ik ben het eens met de heer Van Santen. Dit zou gewoon met een toezegging moeten kunnen. Aan de andere kant denk ik ook: het gaat niet alleen over onze collegeleden die in het AB en DB signalen af kunnen geven, maar ook onze raadsrapporteurs kunnen ook in vergaderingen waar ze bij zitten natuurlijk ook een dergelijk signaal afgeven in een adviescommissie: hé jongens, in onze gemeente is zwaar weer, kunnen we niet wat letten op de kosten? Om moties te schrijven waar we onze raadsrapporteurs aan willen houden, ik denk dat we ook vertrouwen moeten hebben dat d.m.v. toezeggingen en dit gesprek dat het bij iedereen op het netvlies staat. Het lijkt me een beetje over de top. De heer Jumelet: Een motie, daarbij kunnen wij de zin opnemen dat wij het college verzoeken de motie ter kennis te brengen aan andere deelnemende gemeenten. Wellicht kunnen we daar ook wat draagvlak mee creëren bij de collega’s. Een toezegging is wat moeilijker rond sturen, maar een motie kan in een aantal enveloppen geduwd worden met een postzegel erop. De heer Weerheijm: Dat klopt natuurlijk. Aan de andere kant denk ik: we zijn niet de enige gemeente die deze discussie op dit moment voert.
Ik denk niet dat er gemeenten zijn die denken: Lansingerland, die zijn slim, geld tekort en ze kijken ook naar de gemeenschappelijke regelingen. Ik zit een beetje in dubio. De heer Azzouzi, PvdA: Dank aan de raad voor het breed aandragen van dit idee. Een motie is een steuntje in de rug voor het college, dan kunnen ze altijd zeggen: onze raad heeft ons de opdracht gegeven om dit te doen. Dat gezegd hebbende. De voorzitter: Dan zal ik het beantwoorden. In de basis, als u wat wilt, zou dat handig zijn om dat aan het einde van de avond te doen, dan heeft u even de tijd. Het moet sowieso een apart agendapunt zijn, die kunnen we dan aan het einde van de agenda doen. Normaal gesproken zou die vooraf aangekondigd zijn. Dat zou ik u willen voorstellen. Inhoudelijk, ik heb er geen enkele moeite mee om een toezegging te doen, die doe ik hierbij heel graag, want ik denk dat we als college de opgave heel nadrukkelijk zien. Tegelijkertijd zijn er hier argumenten gewisseld, een motie is sterker. Als u de wens heeft die rond te sturen, dan is dat alleen met een motie mogelijk of u moet een brief schrijven, dat het college de toezegging heeft gedaan om, maar dat wordt wel heel raar, denk ik. Die keuze moet u zelf maken, maar het college zal het zeker als een steun in de rug beschouwen.
Zoals ik al zei, ik doe de toezegging graag omdat het college zich zeer bewust is van wat er in de verbonden partijen ligt. Over de inhoud ervan sluit ik mij geheel aan bij de woorden van de wethouder. Het is echt niet verglijkbaar. U moet de keuzes dan wel maken. Een algemene 8/29
oproep kan, maar het zijn keuzes. Even een voorbeeld zwaar gesimplificeerd. Als we 2 dingen zouden doen als gemeente, branden blussen en gras maaien, dan bij allebei de helft bezuinigen, dat lijkt mij niet uw keuze. De helft gras maaien is niet echt een probleem, de helft van de branden blussen wel, of de helft van de brandweerauto’s laten rijden. Er zit gewoon echt een verschil. De kaasschaafmethode is daarin riskant. Als u die oproep doet, dan moet u echt nadrukkelijk kijken naar het beleid. Dat geeft ook de flexibiliteit aan de wethouders en mijzelf om daarmee te kijken met de organisatie. Voor de veiligheidsregio kan ik u zeggen: die opdracht is al gegeven, daar zullen we het straks ongetwijfeld nog over hebben, over de financiële nood. Vanwege de inflatie is aangegeven dat er een bezuinigingsopdracht bij zit, die de veiligheidsregio gaat invullen. Dat staat bij ons allemaal op het netvlies. Vandaar de toezegging, die kan ik zo doen om de eenvoudige reden: zo zitten wij er ook in. Een motie, een signaal afgeven, beschouwen wij als ondersteuning, is sterker. Dan adviseer ik u om even te schorsen als we het laatste agendapunt gehad hebben, dan voegen we een agendapunt toe met een motie vreemd. De heer Markus: Ik denk dat we tijdens de vergadering een motie in elkaar kunnen knutselen, dan kan die rond gestuurd worden, dan kan de schorsing aan het eind minimaal zijn.
De voorzitter: Dank voor de praktische oplossing. 5.b Wijziging raadsrapporteur en vaststellen opdracht raadsrapporteurs 2023 De voorzitter: Ik ga een algemene mededeling doen voor dit agendapunt, maar ook voor de andere. De griffier en ik gaan er een beetje van uit, als u vooraf niets heeft aangekondigd in de sfeer van amendementen en dergelijke, dat u echt wat te zeggen moet hebben bij het agendapunt, want we hebben een lange vergadering. Of u echt wat te zeggen heeft, laat ik geheel aan u over, ik neem u niet de maat daarin, maar dat is wel mijn oproep in uw belang. Mevrouw Draak, VVD: Ik wil alleen kort iets positiefs zeggen. Dat ik het heel fijn vindt dat de heer Lieverse het stokje van de heer Alsemgeest wil overnemen. Complimenten daarvoor. De voorzitter: Dat is een belangrijke opmerking. Anderen? Dat is niet het geval. Kan ik dan overgaan tot de stemming? Dan open ik de stemming. Met algemene stemmen is het voorstel aangenomen. 5.c Jaarstukken 2022 gemeenschappelijke regeling Bleizo De heer Van Santen, VVD: Ik zal me richten aan degene die het opgesteld heeft. Eén ding dat mij opviel, is dat de accountant een opmerking maakt zowel bij Bleizo als bij Hoefweg. Dat gaat over de waardering van de gronden. Zolang er geen besluitvorming is omtrent de gronden, neemt de zekerheid over de juiste waardering van die gronden af of is klein.
Gelukkig is er duidelijkheid op komst aan het eind van het jaar, dus hopelijk is het volgend jaar gebeurd. Dat toch even gezegd hebbende. De voorzitter: De wethouder is het geheel met u eens, zeg ik voor de wethouder. Daarmee is het eind van de behandeling van dit agendapunt. We gaan naar de stemming hierover. Ik open de stemming. Die keurt u met algemene stemmen goed. 5.d Jaarstukken 2022 Bedrijvenschap Hoefweg De voorzitter: Wie daarover? Niemand. Dan gaan wij stemmen over bedrijvenschap Hoefweg. Ook met algemene stemmen vastgesteld. 5.e Zienswijze 1e begrotingswijziging 2023 en begroting 2024 Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond De voorzitter: Er zijn 2 amendementen aangekondigd, door L3B. De heer Van Doorn, L3B: Ik wil Terry Duivesteijn bedanken voor zijn werk, want ik lees voor uit zijn werk, dat is wel belangrijk om even te melden, anders lijkt het net of ik keihard heb zitten werken, 9/29
terwijl de credits ergens anders liggen. Met steun niet alleen van L3B, ook de heer Bik van WIJ, de heer Halkes van het CDA en de heer Machielse van de VVD. Het betreft een tweetal amendementen, 1 is een eenvoudige technische correctie omdat een datum verkeerd in de stukken staat. Dan is het van belang dat we dat via een amendement moeten wijzigen, omdat we dat aan de voorkant niet snel met elkaar hebben kunnen regelen in de commissie. Het tweede amendement is meer procedureel van aard, dat is een ingrijpen in het proces, zodat het één weer logisch volgt op het ander, dat zal ik straks verder toelichten. A2023-006 Correctie datum deadline zienswijze VRR De raad van de gemeente Lansingerland, in vergadering bijeen op 22 juni 2023. Indieners stellen het volgende amendement voor. Brief U23.02054 met de Zienswijze 1e begrotingswijziging 2023 en begroting 2024 VRR vast te stellen met dien verstande dat in brief U23.02054 de zin “Een zienswijze indienen is mogelijk tot en met 20 juni 2023.” wordt gewijzigd in “Een zienswijze indienen is mogelijk tot en met 20 juli 2023.” A2023-007 Volgorde beleidsplan en begroting zienswijze VRR Nog steeds op dezelfde dag bijeen, stelt het volgende amendement voor.
Brief U23.02054 met de Zienswijze 1e begrotingswijziging 2023 en begroting 2024 VRR vast te stellen, met dien verstande dat de volgende alinea wordt ingevoegd direct na het kopje “eerste begrotingswijziging 2023”: Vorig jaar heeft de VRR eerst een begroting opgesteld voor 2023 en pas daarna het beleidsplan 2023 – 2027 ter vaststelling aangeboden. Wij hebben toen aangegeven dat dit niet handig was. Nu moet de VRR noodgedwongen de ontwikkelagenda op een aantal punten temporiseren. We vragen u dit in het vervolg anders aan te pakken zodat nieuw beleid ook daadwerkelijk kan worden uitgevoerd na vaststelling. De toelichting zit al in het amendement verwoord. Het is van belang dat we de dingen in de juiste volgorde doen. Daar wilde ik het bij laten. Dank u wel. De heer Weerheijm, D66: Eén van de zinnen die mij in de zienswijze opviel, sinds ik in de commissie algemeen bestuur zit, de zin: de financiële situatie van de VRR ziet er op dit moment niet goed uit. Dat is iets wat wel heel akelig bekend voorkomt nu al een aantal jaar. Ik zou een korte reflectie willen vragen van de portefeuillehouder, of dit nou een uniek fenomeen is van onze veiligheidsregio of dat dit ook bij andere veiligheidsregio’s in zulke mate speelt. Welke zienswijze we ook indienen, met elke keer wel een zin van deze strekking, echt verbetering lijkt er niet in te komen, vandaar mijn vraag om een kleine reflectie.
De amendementen steunen we natuurlijk. De heer Markus, CU: Wij kunnen vrij kort zijn, wij zullen beide amendementen steunen. De toelichting is al gegeven door de indiener. De heer Ruijtenberg, GL: Nog korter. Wij kunnen beide amendementen steunen. Dat geldt trouwens voor alle amendementen vanavond. De heer Azzouzi, PvdA: Voor de PvdA ook. Wij steunen beide amendementen. De heer Bik, WIJ: Het zal u niet verbazen dat wij ook de amendementen steunen. Ik weet even niet hoe het procedureel werkt. Ik had nog een vraag over dit onderwerp. Op basis van de signalen als raadsrapporteur die ik uit de raad heb gekregen van o.a. ook Terry Duivesteijn heb ik de volgende vraag aan het college. Waarom wordt er door het bestuur van de VRR voor wat betreft de te verwachten tekorten voor de eerste begrotingswijziging 2023 en de begroting 2024 de keuze voor nacalculatie gemaakt? De tweede vraag is in lijn met de heer Weerheijm. Kan het college de raad
10/29
mee nemen in de ontwikkelingen om deze tekorten in te lopen of is dat meer iets voor de commissie AB? De voorzitter: Ik zal de beantwoording op me nemen. Het gaat met name over de financiële positie, daarna zal ik reageren op beide amendementen. Over de financiële positie, de reflectie die de heer Weerheijm vraagt en dat brengt me vanzelf bij de vragen van de heer Bik. Nee, hij verbetert niet, dus vandaar dat het er elke keer in staat. De zorgen zijn terecht, die heb ik ook, daarom adviseer ik u ook dat in de zienswijze op te nemen. De basis is, dat hebben we hier uitgebreid besproken de afgelopen jaren, in de veiligheidsregio is een bepaald bedrag vastgesteld toen de veiligheidsregio werd opgericht, 15 jaar geleden ongeveer. Dat budget is heel lang stabiel gehouden. Wel een inflatiecorrectie, maar geen aanpassing aan bijvoorbeeld bevolkingsaantallen. Er zijn wel in de moeilijke jaren, 10 jaar geleden, bezuinigingen toegepast, waarbij gewoon brandweerauto’s weg bezuinigd zijn, want daar komt het wel op neer. U moet zich voorstellen, even met afgeronde bedragen, je stelt vast: je hebt 100 miljoen nodig, je doet er 100 miljoen bij. Vervolgens gaan de kosten omhoog, met name door bevolkingsaantallen die stijgen, de bijdrage voor de veiligheidsregio gaat niet zo hard omhoog, want die gaat alleen maar met inflatie omhoog, die laag is, en vervolgens pas je een (..) toe.
Dus er is een gat ontstaan. Dat hebben we met zijn allen een jaar of 4 geleden al geconstateerd. Daaruit is het proces gerold om de veiligheidsregio in evenwicht te brengen. Het proces wordt opnieuw vastgesteld. Wat heeft de veiligheidsregio nodig, wat heb je nodig om de taken die daarbij horen goed uit te voeren? Wat is dan het budget dat erbij hoort? Willen we dat er dan ook voor geven? Daar is een aantal scenario’s op gedaan en daar is scenario 2 toen uit gekomen. In principe matcht dat. Het is een bepaald ambitieniveau met een bepaald bijbehorend budget. Daarmee dachten we het op goede orde te brengen, alhoewel het gat, je kan niet gemeenten in één keer confronteren met een extra last, omdat we voor ingroei hebben gekozen dachten we dat over de jaren recht te trekken, zodat de uitgaven die noodzakelijk zijn en het budget weer in evenwicht zijn. We hebben dat getoetst: hoe verhoudt zich dat nou tot de bijdragen van de gemeenten krijgen voor die taken? Er is door velen toen gezegd: als het budget niet toereikend is voor de taken, moet dan het rijk niet bijspringen? Allemaal extra taken door het rijk. We hebben dat ook naast elkaar gelegd. Uit controle is gebleken dat het rijk voor de extra taken weldegelijk de gemeenten geld heeft toegezonden, dat is één van de surplussen in het gemeentefonds, niet geoormerkt.
We hebben gezien dat de gemeenten meer geld kregen in zijn totaliteit dan doorgeschoven werd naar de veiligheidsregio. Dat is overigens tot op heden zo, want het budget bleek iets ruimer dan wij constateerden. Dat hebben we met zijn allen doorlopen. Inmiddels is dat vorig jaar door de raden heen gegaan. Iedereen heeft in feite ingestemd met dat nieuwe budget en die nieuwe bijdrage en de nieuwe systematiek, die daarbij hoort, namelijk dat we niet meer langer simpelweg indexatie toepassen, maar dat we heel nadrukkelijk kijken naar de bijdrage die de gemeenten krijgen en naar het budget dat nodig is. Iedere gemeente betaalt een gelijk percentage van onze bijdrage. Uit de totale pot heeft de veiligheidsregio 90% in de pot, dan geeft iedere gemeente 90% van zijn subcluster. Zo hebben we het afgesproken. Met die ingroei zouden we het been bij moeten trekken. Net toen we het hadden afgesproken, waren we op het punt van de inflatie van afgelopen jaar. Hoe werkt dat? We hebben een systematiek, dat geldt breed voor alle verbonden partijen, dat wij de inflatie, het ijkbedrag wordt vastgesteld onder leiding van de gemeentesecretaris van de gemeente Krimpen: wat is het inflatiepercentage? Daarbij hebben we lang geleden ooit de systematiek gekozen, dat we altijd 2 jaar terug kijken. Dus inflatie geven wij door 2 jaar vertraagd. Normaal gesproken gaat dat over 2%.
Je hebt weer die 100 miljoen aan uitgaven, 100 miljoen aan budget, als de inflatie 2% is, wordt het 102. Hier krijg je de inflatie pas 2 jaar terug, als de inflatie 2% was, ga je ook naar 102. Weliswaar zit daar oorspronkelijk een scheefgroei in, maar als je dat zo vastgesteld en ingecalculeerd hebt, dan maakt dat niet zoveel uit. Is de inflatie een keer 3%, dan loop je wat achter, dan loop je dat 2 jaar later in. Als de inflatie 1% is, dan heb je mazzel, dan gaat dat voordeel 2 jaar later weg. Zo heeft die systematiek altijd gefunctioneerd. Dat valt om op het moment dat je 10% inflatie hebt, want dan gaat het plotseling over 10 miljoen, je krijgt 2 miljoen 11/29
compensatie, maar dan gaat het over 8 miljoen 2 jaar lang. Dat gat van 16 miljoen op basis van het verhaal over de krappe financiële positie van de veiligheidsregio, dat was niet op te lossen. Dan krijg je: waarom de nacalculatie? Daar moesten we iets op verzinnen. Ik ben toevallig voorzitter van de auditcommissie, maar ook gesprekken voeren met de wethouders financiën van de deelnemende gemeenten: wat is het beste systeem.? Voor de veiligheidsregio geldt alleen dat gat op één of andere manier te dichten. Dat had ook met bezuinigingen gekund, maar vanuit de constatering van alle raden, we hebben net geprobeerd dat been bij te trekken, dan gaan we niet een nieuw gat laten ontstaan. Dat is door iedereen onderschreven. De wethouders financiën hebben in beginsel uitgelegd: nacalculatie is voor ons het makkelijkst. Dat heeft ook iets te maken met, maar als u dat precies wil weten, volgens mij zit onze wethouder er net zo in, ik praat even in het algemeen over de club van wethouders financiën, als je het op gaat lossen via de begrotingssystematiek, de ordentelijke oplossing, dan zou je te maken hebben met dat je het ten koste laat gaan van iets anders, een lastenverhoging of wat dan ook, dan wordt het ook mogelijk structureel, want de provincie, het is feitelijk incidenteel. Als het bij nacalculatie gaat, dan zijn er 2 voordelen.
Je kan opdracht geven, dat hebben we gedaan, daar wordt momenteel aan gewerkt, het gat kleiner maken. Dus je neemt niet meer in je begroting op dan noodzakelijk is. En het kan uiteindelijk uit het eventuele jaaroverschot, dat is in Lansingerland meestal positief. Dat zijn voordelen die door de wethouders financiën in brede zin aan dit systeem werden gekoppeld. U ziet de wethouder financiën knikken, dat gold ook voor Lansingerland. Dat is waarom het er nog steeds op staat. Omdat wij weer bezuinigingen neergelegd hebben, blijft het krap. Tegelijkertijd, de inflatie, we dichten het gat nu. De inflatiecorrectie komt over 2 jaar sowieso, dan moeten we dat weer gaan recht rekenen natuurlijk, dat hebben we afgesproken met de veiligheidsregio onderling. Het wordt niet en/en, het is vooruitbetaald. Dan is ook de ingroei van ons nieuwe budget aan zijn einde, want dan zijn we 3 jaar verder. Dan zou u deze mededeling niet meer hoeven neerzetten, als het goed gaat. Maar dat hangt ook weer af van de bezuinigingstaakstelling die u eventueel bij de veiligheidsregio wil neerleggen. Het is een ingewikkeld verhaal, maar volgens mij bent u nu weer helemaal bij. Dat is wel belangrijk, want het gaat echt ergens over. Ons budget van de veiligheidsregio is € 3,5 miljoen, ik kijk even naar de financiële mensen hier. Het is echt een substantieel bedrag, maar het is van belang.
We hebben nogal wat branden gehad. Ik ben blij en trots dat we die brandweer hebben. Dat is mijn beantwoording. Dan kijk ik naar de amendementen. De datum, de heer Van Doorn, uiteraard mee eens. Dit valt onder, juristen praten over juno en julij. Kennelijk kan schriftelijk die verwarring ook ontstaan, maar scherp gelezen door uw fractie. De heer Bik: Ik had nog gevraagd of u ons kon meenemen in de ontwikkelingen om deze tekorten in te lopen, concrete voorbeelden. De voorzitter: Daar kan ik zo nog wat over zeggen. Bedankt. Het andere amendement, over de volgorde, daar ben ik het gewoon mee eens. Er waren redenen waarom dat niet gelijk kon oplopen of in de gewenste volgorde kon lopen. Het is 4 jaar versus elk jaar de begroting. Maar liever, hebben we in het dagelijks en algemeen bestuur geconstateerd, hadden we het in deze volgorde gehad. Dus uw oproep ondersteun ik van harte en kan ik aan de andere kant ook weer gaan uitvoeren. Dat gaat mooi samen. Dan in de richting van de heer Bik. Wat om het tekort op te lossen? Er worden stappen gemaakt en die zitten met name in de personeelskosten. Daar zitten 2 componenten aan. Echt heel scherp kijken naar welke vacatures wel of niet moeten worden ingevuld. En heel strak kijken naar welke vacatures die moeilijk vervulbaar zijn, ook de veiligheidsregio heeft veel moeilijk vervulbare vacatures, waar wordt wel of niet ingehuurd.
Ik kan u zeggen: het gaat echt om behoorlijke bedragen inmiddels. Ik heb net de 4maandsrapportage doorgestuurd naar het algemeen bestuur. Ik durf niet te zeggen of die daarmee al openbaar is, maar hij wordt dat wel. Ik zeg dus even iets vaags, dat het in de orde aan het komen is van de 10% bezuinigen die u noemde. Ik denk dat ik niet uit de school klap, maar ik wil u toch een beetje een indicatie geven, wat iedereen echt wel mag weten, aan die orde van grootte moet u denken. Dat is de beantwoording in de eerste termijn. De heer Weerheijm: Om een tweede termijn te voorkomen. Ik had ook nog gevraagd of u kort kon reflecteren op of dit typisch iets is voor onze veiligheidsregio of dat het iets is wat ook speelt bij andere veiligheidsregio’s. De voorzitter: Ja en 12/29
nee. Ja, het is typisch voor onze veiligheidsregio, wij waren één van de weinige veiligheidsregio’s die deze systematiek hadden, waarvan we nu overgeschakeld zijn. We hebben het nu overgenomen van de meeste veiligheidsregio’s. Verder zagen we, de vergelijking is gemaakt, Berenschot heeft al die cijfers, die heeft dit soort exercities vaker gedaan, zij kunnen achter de cijfers kijken, zij kunnen in het gemeentefonds kijken. Het beeld is heel wisselend. Er zijn veiligheidsregio’s die echt meer geld krijgen dan de gemeenten in dat subcluster krijgen. Er zijn veiligheidsregio’s die geld overhouden. De analyse die Berenschot had, die heb ik gedeeld, is dat het rijksgeld vooral kijkt naar het brongebied en soms zitten de kosten in het effectgebied. Dat is ook een verhaal dat door de regio Zuid Holland Zuid naar voren is gebracht bij het ministerie. Die zei: met name Rotterdam krijgt heel veel geld, want zij zijn een belangrijk brongebied met uiteraard de haven en de industrie. Terwijl wij daar de last van hebben en de kosten opmaken. Bij de laatste herijking is daarom ook negatief voor Rotterdam, omdat het ministerie in dat subcluster gecomplenseerd heeft. Dat betekent dus ook dat de bijdrage van Rotterdam omlaag, terwijl die voor Lansingerland weer wat gunstiger is omdat de bijdrage omhoog gaat. Maar dat is wel synchroon met die systematiek. Dat is dus echt verschillend.
Zuid Holland Zuid betaalde aanzienlijk meer dan zij kregen. En wij betaalden aanzienlijk minder dan we kregen. Dat is een beetje de verhouding. Mijn reflectie daarop is: er zitten echt specifieke elementen in, maar de basis is een verkeerde vorm van kosten en baten bij de veiligheidsregio bij elkaar brengen. Dat gaat over een periode van 15 jaar echt om grote bedragen. Dank. De voorzitter: Nog een tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan gaan wij over tot de stemming. We stemmen eerst over de beide amendementen. A2023-006 Correctie datum deadline zienswijze VRR De voorzitter: Met algemene stemmen aangenomen. A2023-007 Volgorde beleidsplan en begroting zienswijze VRR De voorzitter: Die is ook met algemene stemmen aangenomen. De voorzitter: Dan het voorstel zelf. Ik open de stemming, de amendeerde zienswijze vast te stellen. Ook met algemene stemmen aangenomen. 5.f Drie zienswijzen met betrekking tot SVHW De voorzitter: Er zijn geen amendementen aangekondigd. Wil iemand hier het woord over? Dat is niet het geval. Dan gaan wij stemmen, met 3 beslispunten. Met algemene stemmen is het voorstel aangenomen en worden de zienswijzen verzonden. 5.g Zienswijze Begroting 2024 DCMR De heer Hofman, CU: We kunnen goed instemmen met de zienswijze en begroting. In het raadsvoorstel viel ons op, dat het werkplan van DCMR aan ons als raad ter goedkeuring zou worden voorgelegd.
Dat is niet gebruikelijk voor een uitvoeringsplan en ik zou aan de wethouder willen vragen om hierop te reageren. Dank u wel. Wethouder Muis: Het is een typefout geweest, dus heel scherp opgemerkt van de heer Hofman, dat er niet ‘ter goedkeuring’ moet staan maar ‘ter kennisname’. Het is inderdaad de bevoegdheid van het college om het werkplan vast te stellen. Dat is het korte antwoord. Excuses daarvoor. De voorzitter: Een tweede termijn, meneer Hofman? Nee, het antwoord was kort en helder. Dan zijn we aan het eind van de behandeling, nee sorry, we gaan stemmen over het voorstel. Dat is met algemene stemmen zo besloten.
13/29
5.h Zienswijze Ontwerpbegroting 2024 en ontwerp 1e Begrotingswijziging 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond De voorzitter: Er is een amendement aangekondigd. De heer Lieverse, CU: De zienswijze vinden wij overigens uitstekend in eerste instantie, want hij is heel erg concreet, dus graag onze complimenten in de eerste plaats. De diverse onderdelen van jeugdhulp, waar we de GR voor nodig hebben, zijn alle keurig vermeld ook met de financiële onderbouwing daarbij, maar we willen graag iets toevoegen. Dat willen we doen samen met de PvdA, die mede indiener is. Het gaat over de POH jeugd. Die betalen wij sinds 2020 toen het startte als een pilot vanuit de reserve sociaal domein. Wij zouden graag zien in het kader van optrekken, daar is de GR tenslotte voor bedoeld, dat ook de GR zich sterk maakt om de financiering te gaan beleggen bij het rijk via de zorgverzekeringswet. Een aantal gemeenten is ons voor gegaan, dus het lijkt ons zaak om het ook in onze GR te doen. Een bijkomend voordeel zou zijn, dat een aantal gemeenten die in de GR zitten ook op het idee komen om ook zo’n soort functionaris te gaan aanstellen en daar huisartsen mee te verrijken. We komen dan tot het dictum.
A2023-008 Financiering POH Jeugd Dat in brief U23.01886 onder de kop ‘Hervormingsagenda Jeugd’ na de zin ‘De raad verzoekt de GRJR om een efficiënte structuur te ontwikkelen waarin gemeenten samen kunnen optrekken op opgaven uit de Hervormingsagenda die zich lenen voor een gezamenlijke aanpak.’ (pagina 2)’ wordt toegevoegd: Een van de door ons genomen maatregelen is de succesvol gebleken inzet van de POH Jeugd. De financiering gebeurt nu uit de reserve sociaal domein. De raad verzoekt de GRJR zich sterk te maken voor structurele financiering van de POH Jeugd vanuit het Rijk via de Zorgverzekeringswet (Zvw). Mevrouw Draak, VVD: Net voor het dictum wilde ik de heer Lieverse nog een verhelderende vraag stellen. Hij zei namelijk: dit gebeurt al bij verschillende gemeenten. Ik vroeg me af: de oproep of de financiering? Wat bedoelde hij daar nou precies mee? De heer Lieverse: De oproep gebeurt al op verschillende plaatsen, zelfs in VNG-verband is erover gesproken vorige week of de week ervoor, dat zal de wethouder ook gaan toevoegen, om dit plan breder te gaan uitwaaieren. Mevrouw Draak, VVD: Ik begrijp de oproep zeker. Alleen, ik ben echt heel bezorgd over dit amendement. Stel, het zou waarheid worden. Ik haak eigenlijk op het stukje in het dictum: financiering via de zorgverzekeringswet. Ik wil graag even de tijd nemen om uit te leggen waarom.
Ik vind namelijk de praktijkondersteuner huisarts, hoe wij het hier doen in Lansingerland, dat is gewoon heel erg goed. Gebleken is dat dat succesvol is. Jeugd wordt sneller geholpen, vaak is aanvullende hulp niet nodig, dus dat we het doen, daar staat de VVD helemaal achter. Dat we zouden oproepen om dat in het land veel meer toe te passen, dat zou ik ook willen steunen. Alleen, ik vraag me af of wij ons hier moeten mengen in het financieringsmodel. Ik maak me namelijk zorgen. Als je weer zou gaan financieren uit meerdere bronnen, dat je dan dus weer krijg dat er gedoken gaat worden, omdat sommige gemeenten misschien denken: als het via de zorgverzekeringswet via de huisarts wordt betaald, dan komt het niet uit onze begroting. Terwijl die praktijkondersteuner van de huisarts juist is ontstaan uit inventiviteit omdat het water tot aan de lippen stond. Ik denk, dat heb ik ook in de commissie samenleving van dinsdag gezegd, dat het veel beter zou zijn om aan te sluiten bij Raden in Verzet en in het algemeen bij het rijk aan te dringen op betere financiering van de jeugdzorg, zonder dat we ons nu al moeten gaan uitspreken hoe de financiering tot stand komt. Dat gezegd hebbende is het op zich natuurlijk goed om te vragen om steun binnen de GRJR voor de praktijkondersteuner huisarts. Ik ben echt benieuwd naar de reactie van de wethouder over dit stukje financiering.
Voor mij is het een zorgpunt. Dank u wel. De heer Lieverse: Hoe vindt u het verschil te verklaren tussen de POH somatiek en de POH GGZ, die sommige huisartsen hebben en de POH jeugd, die sommige huisartsen nog maar hebben in onze 14/29
gemeente. Waarom zou er een verschil in systematiek moeten zijn in financiering? Op dit moment is het de gemeente, die met huisartsen moeilijke afspraken moet maken omdat de huisarts niet weet: wat haal ik in huis? Ten eerste: ik moet ruimte creëren, ik moet een administratie voeren. Maar hij gaat buiten de boeken om zoals die gewend is de administratie te voeren. Waarom zouden we zo’n verschil in systematiek zo lang handhaven, terwijl de POH jeugd voordelen heeft, die u zelf ook noemt. Mevrouw Draak: Dat is het, je kunt er op 2 manieren naar kijken. Volgens mij is besloten, of je het daar nou wel of niet mee eens bent, dat de uitvoering van jeugdzorg bij de gemeenten ligt en dat de gemeenten dat ook betalen. Ik heb altijd geleerd: wie betaalt, bepaalt. Op het moment dat de gemeente niet meer bepaalt hoe de zorg verleend wordt, als er niet één partij is die daar verantwoordelijkheid voor neemt, dan levert dat per definitie gesteggel op. Dat het in andere medische gebieden anders geregeld is, daar heeft de heer Lieverse veel meer verstand van dan ik, maar volgens mij hoort het financieringsmodel in de Tweede Kamer op tafel, denk ik, maar dat weet ik niet zeker. De heer Azzouzi: Mevrouw Draak triggert mij met de zin: wie betaalt, bepaalt. Kan je mij een toelichting geven, de gemeente kan het monitoren en volgen, afgezien van of wij betalen of het rijk.
Mevrouw Draak: Wie betaalt, bepaalt. Dat is in het bedrijfsleven een normale zin om te zeggen: het is mijn geld, dus ik bepaal het. Bij dit soort kwesties ligt het wel anders, maar als het onder de zorgverzekeringswet gaat vallen, terwijl we in de zorg al zoveel discussies hebben over wat er allemaal duurder wordt, dan heb je dus ook het risico, dat 2 jaar later weer andere keuzes worden gemaakt in zorgverzekeringen, wat er in het basispakket valt en wat niet. Het is helemaal niet erg als mensen het niet met mij eens zijn, maar door het zinnetje ‘financiering vanuit het rijk via de zorgverzekeringswet’ dat is in het amendement waarom ik het niet zou willen steunen. Als de zin eruit is, steun ik de rest. Daar zijn we het over eens. De heer Azzouzi, PvdA: De PvdA is mede indiener van dit amendement. We vinden het in lijn met wat wij net hebben gezegd over de gemeenschappelijke regeling, dat wij ook financiering ergens anders zoeken. Daarmee kunnen we de zorgen op het sociaal domein ook beter regelen. Daarom hebben wij het mede ingediend. Ook in de ontwikkelingen, als het rijk het kan financieren is het een bedrag minder bij de gemeente Lansingerland, dat kunnen wij gebruiken voor iets anders. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Ik ga van tevoren even een bekentenis doen, wat de heer Van Doorn ook al deed.