[BV23.0069] Verslag van de gezamenlijke commissies ruimte, AB en samenleving d.d. 21 juni 2023
Tekst van het document
De uitkomsten van de meicirculaire zijn bekend en daarmee is duidelijk geworden dat het rijk alleen een klein deel van de kostenstijging compenseert. Daarmee blijft het tekort wel aanzienlijk groot. De grootste vraag blijft of we niet veel te ruim begroten aan de kostenkant. Worden de prijsstijgingen die wij nu hebben opgenomen werkelijkheid? Dit vraagt van het college wat monitoring. Zoals bij het debat van de jaarstukken vragen wij het college om nog eens te kijken naar het begrip realistisch, behoedzaam en prudent begroten. Allemaal termen die lucht in de begroting veroorzaken. Daarnaast moet echt integraal gekeken worden naar de ruimte in de begroting, waarbij de vraag over nut en noodzaak aan budgethouders gesteld dient te worden, dit noemen we de zero based operatie, alvorens we over bezuinigen gaan praten. We zijn blij dat het college voorstelt om de stelpost herverdeling algemene uitkering te laten vrijvallen. Helaas heeft ons amendement de steun niet gekregen van deze raad toen wij dat hebben voorgesteld. Richting het college: graag van behoedzaam begroten naar scherp begroten, zeker voor jaarschijf 2024 en 2025, want voor de jaren 2026 en 2027 zou ik geen moeite doen, er is veel onzekerheid vanuit het rijk. Dus eerst de begroting 2024 sluitend krijgen.
Op financieel gebied willen we het college verzoeken om nog eens naar de investeringen te kijken en die te toetsen op nut en noodzaak en fasering. Dit kan zeker veel ruimte opleveren voor het jaar 2024. Ik heb de investeringen en de jaarstukken doorgenomen, daar schuift € 11mln door naar de € 34 mln die dit jaar in de begroting staat. Dit gaan we niet allemaal behappen. Je kan het ook niet behappen, want je hebt een tekort aan capaciteit en ook leveranciers hebben te maken met capaciteitsproblemen. Dus kijk of je dat kan herfaseren, zodat je ook wat ruimte in de kapitaallasten in de jaarschijf 2024 hebt. Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college en de andere fracties op deze punten. Het sociaal domein als uitgangspunt ontzien,
14/35
dat hebben wij vorig jaar ook gezegd, omdat wij de kwetsbare mensen in de samenleving willen ontzien. Een eerlijke verdeling, dus een echte eerlijke verdeling, dus niet eerlijk verdelen op iedereen, maar een eerlijke verdeling. Zoals bekend is de kaderbrief in deze vorm nog niet volledig. We zien dat de inkomstenkant nog niet helemaal ingevuld is, denk aan de actualisatie van belastingen, de indexatie hiervan. Dat hebben we ook bij de jaarstukken gezegd. Het is nu zaak om in aanloop naar de begroting te werken naar een scherper saldo, waardoor we straks als raad de juiste keuzes gaan maken als het gaat om de begroting sluitend te krijgen. Nu beleidsmatig. Voor de PvdA is het oplossen van de woningnood een prioriteit. Op papier voldoen de plannen aan onze wensen en komen er circa 11.000 woningen bij, waarvan de helft sociaal en betaalbaar. Maar we blijven hameren op snel bouwen en misschien strategisch bouwen, misschien sociaal bouwen naar voren halen in de planning. Zeker nu in het coalitieakkoord van de provincie Zuid-Holland groen licht is gegeven voor Bleizo. Hoe kijkt het college naar de passage uit het coalitieakkoord? Ik citeer: Bleizo-west, graag woningen realiseren. Als alternatieve locatie voor windenergie onherroepelijk vergund is, kunnen op Bleizo-west woningen en bedrijven worden gerealiseerd. Een reactie van het college over het coalitieakkoord.
Armoede bij kinderen. We weten nog steeds niet hoeveel Lansingerlandse jongeren in armoede opgroeien. De heer Jumelet: Een vraag aan meneer Azzouzi, ik ben het met u eens, Bleizo-west zo snel mogelijk in ontwikkeling brengen. Maar als ik goed geïnformeerd ben, stelt de provincie daar een heel harde eis aan in het coalitieakkoord waar uw partij en GL in zitten: er moet een alternatieve locatie komen voor wind. Misschien dat u daar antwoord op kunt geven, want in de beeldvorming over wind was toch wel duidelijk dat er geen alternatieven zijn. Ik ben wel benieuwd hoe u daar tegenaan kijkt. De heer Azzouzi: Die vraag heb ik bewust ook gesteld aan het college, omdat die voorwaarde ook is gesteld vanuit de provincie: hoe kunnen wij daarmee omgaan. De heer Jumelet: Volgens mij is het standpunt van het college vrij helder verwoord in de beeldvorming, die wij gehad hebben. Volgens mij komen we in een soort patstelling terecht door de provincie veroorzaakt o.a. uw partij en GL door zo vast te houden aan windenergie in Lansingerland, terwijl er gewoon geen plekken zijn, terwijl we wel enorm behoefte hebben aan woningen, wat u zelf onderschrijft. Wellicht een telefoontje naar Den Haag of het provinciehuis met de PvdA om daar wat beweging in te krijgen, want er worden eisen aan ons gesteld, die gewoon niet haalbaar zijn.
De heer Azzouzi: Dat klopt, maar ik praat vanuit het perspectief van Lansingerland. We willen op Bleizo-west bouwen, we zien een opening vanuit de provincie, vandaar deze vraag. We weten nog niet hoeveel kinderen met armoede te maken hebben. Vraag aan de wethouder: wanneer gaan we dit punt serieus oppakken? Ik zag in de meicirculaire dat er een klein budget vanuit het rijk is gekomen voor dit probleem. Als wij dit probleem niet onderzoeken, dan blijven wij een klein budget krijgen. Als wij de aantallen benoemen, dan kunnen wij meer geld vanuit het rijk gebruiken. Wachtlijsten jongeren bij GGZ. Jongeren die intensieve zorg nodig hebben, moeten vaak lang wachten op passende hulp, vooral voor GGZ-hulp. Wanneer kunnen wij de wachtlijsten minimaliseren, hoe ziet het college dit? Dit geven we mee aan het college om dat mee te nemen in het kader van de begroting. Ook de basisbanen. De PvdA staat voor werk. We hebben een aantal mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, waar wij weinig mee doen. We moeten deze mensen helpen, misschien is een basisbaan een oplossing. Als reactie op L3B de 10% kaasschaafmethode, daar zijn we eigenlijk geen voorstander van, omdat het een makkelijke oplossing is. Een moeilijk probleem vraagt om een moeilijke oplossing. Dus eerst onderzoeken en dan kijken: welke taken gaan we niet doen. En dan echt keuzes maken.
Richting WIJ, hoe kijken jullie aan tegen het uitgangspunt sociaal domein ontzien? Dank u wel. De voorzitter: Dan zijn we aan het eind van de eerste termijn van de zijde van de commissie. We gaan de vergadering een uur schorsen. Dat betekent dat we om kwart over zeven weer verder gaan. Ik schors de vergadering tot kwart over zeven.
15/35
Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Tweede termijn Wethouder Fortuyn: Dank u wel, geachte raadsleden, voor uw inbreng vanavond. Zoals we in een eerdere fase, bij de evaluatie besproken hebben, zouden wij vanavond praten over een kaderbrief en geen kadernota. Dat had te maken met het feit dat de volatiliteit in de inkomstenkant, maar ook aan de uitgavenkant, nog onduidelijk is, het met de uitharding van de cijfers altijd erg moeilijk is om een nota met elkaar te delen, die als een soort vaststaand gegeven wordt behandeld. We hebben ook een heel andere koers gekozen. Ik denk dat het heel erg goed is die koers met elkaar voort te zetten. Met de kaderbrief geven we de eerste contouren aan, zoals wij op dit moment met de huidige financiële situatie 2024 en verder. Dat is mooi, omdat je dan met elkaar de wensen en bedenkingen kan delen om in de komende 6 tot 8 weken tot een begroting te komen. Wij als wethouders, aan deze kant, het college, zijn uitvoerend aan hetgeen u als raad in meerderheid wenst en wilt. Dat is ook belangrijk, want dat geeft ons ook de gelegenheid om de goede invulling te geven. Daarvoor hebben wij de gereedschapskist ontwikkeld met taakstellingen of opdrachten om te kijken in de sector van groen tot en met grijs of oranje of rood om daar aan te geven en de consequenties ook te benoemen, in beeld te brengen, van de potentiële bezuinigingen.
Wat je niet kan bezuinigen zijn de wettelijke taken, dat is zo’n beetje 85% van je begroting. Je bewegingsvrijheid is ook weer niet zo gek groot. Aan de andere kant, als we tekorten krijgen van het rijk, dan kunnen we daar wel kritische kanttekeningen bij stellen. L3B heeft daar een vraag over gesteld, daar kom ik op terug. Want we zijn natuurlijk niet de enige gemeente. Gisteren was er een artikel van de gemeente Zuidplas, ik wil me niet direct met Zuidplas vergelijken, maar het is wel een beetje typerend dat het probleem waar wij tegenaan lopen op dit moment bij veel gemeenten speelt. Zuidplas heeft ongeveer hetzelfde beeld, zij komen 2024 € 6,7mln tekort oplopend tot € 14 mln. Zij laten 2025 en 2026 ook een beetje buiten schot, dat is door meneer Azzouzi ook al aangegeven. Als er zoveel onduidelijkheid is, een korting van € 3 mld op hetgeen we nu hebben, dan wordt het wel heel erg lastig om je taken uit te voeren. Er is ook in dat verband een commissie opgesteld, maar daar kom ik zo op terug. Goed dat we met elkaar hierover praten. Goed dat we ook zorgen hebben over de financiële ontwikkeling. Ik vond de opmerking van de CU van meneer Markus wel heel typerend: copy/paste. Ja, elk jaar eindigen we weer met een positief resultaat op 1 jaar na, ik dacht dat dat 2014 was, maar dat is een hele tijd terug. Maar we zijn altijd positief geëindigd.
Deels werd dat veroorzaakt, dat is ook een terechte opmerking: haal de lucht uit de begroting. Hetgeen je niet kan maken of realiseren in aankomend jaar, neem het niet op in je begroting. Dat is natuurlijk heel erg verstandig, dat is ook goed, maar veel investeringen worden een jaar na oplevering pas geëffectueerd. Of dat nou direct resultaat geeft, dat moet je maar afwachten, maar kijk uit met de meerjaren investeringsplannen. Wat je wel kan doen, is investeringsplannen die je al reeds gevoteerd hebt, misschien wel terug moet draaien. Dat zou een mogelijkheid kunnen zijn. Dat maakt het wel lastig, want er is ook gesproken over een pauzeknop. Hetgeen je aanbesteed hebt, valt niet meer terug te draaien. We zijn natuurlijk als college niet onverantwoord bezig om te stellen: we hebben er ooit een besluit over genomen of we hebben er amendementen over aangenomen, we hebben een aanbesteding nog niet gedaan, maar omdat het amendement er ligt, gaan we het toch uitvoeren, want we hebben het amendement uit te voeren. Maar als het financieel even niet past, dan willen we daar wel een pas op de plaats maken om daar bij de begroting daarop terug te komen. Er zijn natuurlijk zat voorbeelden te noemen, ik ga ze niet noemen, maar u sprak over OV voor minima of AOW’ers met een minimaal inkomen, dat was een pilot die 2 jaar of 3 jaar ingeboekt is.
Dat is een pilot, daar staan geen structurele kosten
16/35
tegenover. Maar als we het over fietsenstallingskosten hebben, om fietsenstallingen te gaan bemannen, dan ga je het wel structureel aanpakken. Dat soort dingen, daar gaan we wel het gesprek over aan en het zit dan ook in diezelfde gereedschapskist. Dat wil ik wel even meedelen. We kijken aan de kostenkant, maar we gaan ook aan de batenkant kijken. Er werd ook gevraagd naar indexatie. In de kaderbrief waar we eerst € 11 mln aan u presenteerden, hebben we een hele trits aan beïnvloedbare knoppen laten zien, waarmee we aangeven wat 1% verhoging bij indexatie of bij OZB oplevert, dat zou dan per inwoner € 4 per jaar zijn. Aan dat soort knoppen kan je wel gaan draaien. Ik zou het wel op prijs stellen als we een beetje mee krijgen, dat er echt geen taboe moet zijn. We moeten echt een afweging met elkaar gaan maken, dat we in balans zijn. Hetzelfde in balans zijn, geldt natuurlijk ook voor het rijk. Als wij, zoals meneer Van den Beukel aangaf, met een begrotingstekort van € 2 mln in 2023 of 2024 al € 2,5 mln, had je daar niet voorzichtiger in kunnen zijn? Ja, daar had je voorzichtiger in kunnen zijn. Maar afgelopen jaar kregen we opeens € 11 mln extra budget vanuit de lucht vallen vanuit het rijk. We zijn ook geëindigd met € 9 mln positief over 2022.
Kortom, het is met deze volatiliteit maar ook met de afspraken met het rijk die niet altijd even consistent is, heel veel met incidenteel geld werkt, is het gewoon lastig begroten. Voor u, voor het ambtelijk apparaat en voor het college ook. Het vraagt gewoon alertheid, monitoren, het vraagt scherp op de bal zitten, dat ben ik het helemaal met u eens, dat moeten we doen. Ons uitgangspunt is ook met elkaar dat we een sluitende begroting voor 2024 hebben, goed in beeld brengen wat incidenteel kan en eventueel structureel is, dat we aangeven dat we ook met de provincie het gesprek aangaan: joh, laten we kijken of we incidenteel wat op kunnen rekken, hoe hard zit je erin? Het is hun toezichthoudende rol. Wat willen wij met elkaar zien te voorkomen? Dat we zowel materieel als immaterieel schade aanrichten, waarvan we achteraf zeggen: dat hadden we beter niet kunnen doen. Lastig, voor u, het ambtelijk apparaat, maar voor ons ook. Weet wel, dat we met die intentie deze stappen gaan zetten. We gaan geen rare dingen doen, we gaan ook geen rare voorstellen doen. Zoals in de stukken staat: wij zijn nadrukkelijk bezig om het huidige pakket aan beleid, of het nou de woonvisie is, de mobiliteitsvisie, met elkaar te kijken: wat kunnen we uitvoeren, in welk tempo? Maar we gaan geen nieuw beleid invoeren.
Dat betekent ook discipline aan uw kant, want ja, u kunt vragen, kunt u alles terug brengen en in beeld brengen wat wettelijk is en niet wettelijk is en capaciteit en beleid volgen, beleid bekijken, heb je het niet nodig, dan houd je mensen over, dan kan je ze ergens anders op zetten. Dat is wel lastig, want daarmee ga je ook schade aanrichten. Het betekent wel, als je dit wilt, dat ik weer capaciteit nodig heb om dit te doen. Laten we de focus op de bal houden. We hebben zat uitdagingen, of het nou de energietransitie is of dat het de opgaven zijn die vanuit het rijk of provincie op ons afkomen, die hebben we gewoon maar uit te voeren. Dat is gewoon een taakstelling. Ik ben het eens met L3B, geen geld, geen Zwiters. Maar tegelijkertijd, geen geld geen Zwitsers, betekent ook dat je deels gaat snijden in hetgeen de mensen raakt. Die afweging is lastig. Dat even vooruit gezegd. Ik pak de tijd om met elkaar hetzelfde gevoel te hebben. We willen een mooie begroting neerleggen. Ja, er ligt een taak. Ja, we proberen schade in materiële en immateriële zaken te beperken. Ja, we moeten kritischer worden over investeringen of eventuele uitgaven, die we spontaan, sympathiek, linken om die wel te doen. Die discussie krijgen we echt in november. Eind augustus komt het college met een sluitende begroting, dat is een belofte, een toezegging.
U kunt het ook per motie doen, maar ik denk dat dat niet nodig is. Wij doen de toezegging voor een sluitende begroting. Ja, wij komen met een groot aantal knoppen, maar niet alleen aan de bezuinigingenkant. We gaan ook kijken naar de opbrengstenkant. Een deel van die opbrengsten kunt u ook zelf mee nemen in uw initiatieven aan de kaderbrief, waarin we voor het eerst alle percentages, invloed op bedragen hebben mee gegeven waar we invloed op hebben. Ik loop snel even wat vragen door. De heer Van Doorn: Ik zou toch aan de wethouder een iets concretere vraag willen stellen: wat voor gereedschapskist kunnen wij straks verwachten? Is dat een kist waarvan wij willen: daar zit per beleidsveld 10%, niet kaasschaaf, maar 10% reductie beleid in om re-alloceren dan wel om gaten te dekken of is het al een iets zwakkere vorm daarvan? Wethouder Fortuyn: Het is niet zwakker. Op
17/35
het ene veld kan je makkelijker 10 of 20% bezuinigen, denk aan de buitenruimte, ik zou het niet doen, maar het is een voorstel, dan in een bepaald deel van het sociaal domein of in de ICT. Dat kunnen we allemaal wel doen, maar we geven het wel aan. We gaan domein of beleidsveld uit de weg, waarin wij echt zien. Maar we kunnen niet zeggen: 10% op alles. Dat zou heel simpel zijn, want dan slopen we ook iets, wat misschien niet nodig is. Of waar de ruimte gewoon niet is. Ik zal een voorbeeld geven, de vrije ruimte van een gemeente om te begroten, het gaat om € 200 of 300 miljard, in Nederland van alle gemeenten, daar zit € 13 miljard vrije beleidsruimte in. Als wij € 3 mld moeten bezuinigen voor 2026, dan betekent dat een kwart, 25%. Dan kan je zeggen: ik ga aan de OZB-knop draaien, dat betekent 65% verhoging van de OZB. Dat soort rare getallen zien we. Je kan niet met percentages werken. Je kan wel, dat is ook gevraagd, nut, noodzaak, biechtstoel, die gaan we niet terughalen, dat zou ik niet adviseren, want daar hebben we de commissies voor, denk ik. De commissies hebben ook een verantwoordelijkheid samen met de wethouder over het beleid dat in de domeinen gevoerd wordt. Dat is ook de weg die we op gaan zoeken de komende jaren, dat de commissies nadrukkelijker bij de begroting betrokken worden op onderdelen die de commissies raken, want daar heb je ze voor.
De commissie samenleving denkt heel anders dan de techneut uit financiën. Het moet een goede discussie worden, een goed debat. We gaan echt voldoende knoppen aanbieden en we gaan u een sluitende begroting aanbieden met de keuzes die door het college zijn gemaakt met de wensen en bedenkingen die u vanavond heeft mee gegeven, eventueel ondersteund door moties en amendementen, dat kan, want die € 980.000 van het herverdeeleffect hebben we aangeboden, staat ook in de kaderbrief: maak er een amendement van. Dan is die in ieder geval weg, dan weten we dat zeker. U kunt ook met moties komen, dat kunnen we allemaal bespreken in de komende raadsvergadering hierover. Maar dat zijn wel de richtingen die we zoeken. Dus ja, een stevige gereedschapskist, die zal voldoen om in ieder de sluitende begroting te kunnen maken en waarin er nog keuzevrijheid is voor elk raadslid of fractie hier om daar verandering in aan te brengen. Dat is wel de bedoeling. De heer Van Doorn: Blijft mijn vraag staan, de vrije beleidsruimte. Wordt dat volledig inzichtelijk gemaakt. U wilt heel graag dat er met de raad keuzes gemaakt worden. Als er al een voorselectie in de keuzes zit, wij willen wel het hele pallet kunnen overzien om integraal te kunnen afwegen of wij tot dezelfde afstemming komen. Als we een deel van die keuzes niet in beeld brengen, dan kunnen wij die afweging niet goed maken.
Misschien vinden wij het wel prima om dingen te slopen, omdat we vinden dat het niet bijdraagt aan de doelen die we met elkaar stellen. Wethouder Fortuyn: Dan verstaan we elkaar goed. Ik denk dat het uw woordkeuze is, maar inderdaad, u krijgt het totale pallet te zien en uit dat pallet hebben wij als college keuzes gemaakt. Als u zegt: in het totale pallet heeft u verkeerde keuzes gemaakt, wij kiezen voor iets anders, dan be my geust, als u een meerderheid krijgt. Het is namelijk niet meer de begroting van het college, maar deze begroting is nu van u, oftewel van de raad. L3B, tijdige info voorziening, ik begrijp die vraag. Ook wij, gisterenmiddag hebben wij voor het eerst de uitwerking van de meicirculaire gezien. Het is lastig. We proberen daar tempo in te maken, maar het is gewoon zo kort op elkaar allemaal. Je kan ook zeggen: die kaderbrief doen we helemaal niet meer, maar dat lijkt me een al te grove of te snelle conclusie. Maar het zit zo dicht op elkaar, dat het bijna niet te doen is. Ik wil dit zorgvuldig doen, zeker die meicirculaire heeft ook weer invloed op het volgende agendapunt de zomerrapportage, daar zie je ook een enorme verschuiving plaats vinden. Het is gewoon moeilijk begroten, dat is het gewoon, dat maakt het wel lastig. Wij doen ons best, wij hebben uw oproep gehoord. Even over de VNG, een heel interessante vraag.
Wat is de opstelling van de VNG? Vorige week ben ik met het college in Groningen geweest, leuke stad overigens. We hebben daar een goede algemene ledenvergadering gehad. Er waren ongeveer 40 moties en amendementen en ook die 600 samengevatte resoluties. De VNG heeft resoluties samengesteld waarin inderdaad een aantal zaken aan de orde komt, dat heeft o.a. te maken met het feit dat er onbalans zit tussen de financiering van het rijk en hetgeen wij als gemeente moeten doen. Als we over 2022/23 al een tekort hebben in prijscompensatie van cao’s en prijsontwikkelingen, dan gaan we er al op achteruit. Dan heb ik dat gat al zitten, dat ik meeneem
18/35
voor 2023 en naar 2024 toe. U ziet in de meicirculaire dat we een beperkte verhoging krijgen, een accres correctie krijgen, maar die dekt de 2023 niet en zeker de 2024 niet, dus je loopt elke keer achter met de feiten. Er is ook gesproken over die opschalingskorting, daar is ook een motie over aangenomen, om die opschalingskorting definitief van tafel te krijgen, want dan is het drama helemaal niet meer te overzien. Zo zijn er allerlei oplopen op dit moment, vele gemeenten ondersteunen op dit moment dat de VNG nu al in actie moet komen. Waarom nu al? We hebben een task force taken en middelen, onder aanvoering van Alexander Rinnooy Kan, de meesten van u kennen hem wel, denk ik, is vanuit het bestuur van de VNG gevraagd om eens te kijken hoe wij het gesprek met het kabinet aan moeten gaan m.b.t. de taken en middelen in balans te brengen. Wat wij constateren, is dat er eigenlijk van een goede verhouding financieel tussen rijk en gemeenten geen sprake is. De instabiliteit, waar we nu elke keer mee knokken of worstelen, moet er uiteindelijk een keer uit. We krijgen teveel incidenteel en we krijgen te weinig structureel. Dat betekent dat je constant op drijfzand verplichtingen aangaat, die je eigenlijk niet aan mag gaan, want je weet niet of het structureel gaat worden. Dat is één van de elementen die mee spelen.
Er spelen ook wensen vanuit de gemeenten, die noemen het anders, die zeggen: we gaan taken terug geven, de teruggeefactie. Daar wordt door de taskforce gekeken: wat is het effect van hetgeen je terug geeft. Alles wat je bovenwettelijk terug geeft, want ja, wat je wettelijk moet doen kan je in beeld brengen, als we daar geen geld voor krijgen kan je het niet betalen, maar wat je bovenwettelijk doet, daar kan wel naar gekeken worden. Er is zeer nadrukkelijk gevraagd om concreet in beeld te brengen wat deze effecten zijn. Echter, dit is allemaal gericht op 2026 en later, het ravijnjaar. Wij hebben wel in de VNG en ook in de algemene ledenvergadering nadrukkelijk actie op gevraagd aan de VNG om richting Prinsjesdag, maar voor die tijd al, de gesprekken met het kabinet aan te gaan omdat bij een groot aantal gemeenten tekorten zijn. Dan zit je met name in het beeld van de prijscompensatie die niet volledig gecompenseerd wordt. Je zit ook in de grote lijn van de WMO en specifiek de volumes en de jeugdzorg, waar grote tekorten zijn en ook grote zorg is. En we hebben te maken met de overhead kant, dat is de cao en ontwikkelingen die zich op andere terreinen afspelen. Kortom, we beginnen al met een tekort van het rijk, er is geen goede samenwerking tussen rijk en gemeenten, maar de gesprekken lopen wel.
Het zou zomaar kunnen dat Prinsjesdag daar weer gelden voor vrij gemaakt worden en dat we in de septembercirculaire, die we eind september krijgen, we hopen hem tijdig met u te kunnen delen, om daarna weer de eerste begrotingswijziging te maken op de begroting. Zo zijn we met elkaar een beetje aan het puzzelen en het doen om een ordentelijke begroting te krijgen. Daarnaast gaan we uiteraard ook met de provincie in gesprek. Ik heb begrepen dat gedeputeerde Zevenberger dat niet meer doet, maar dat we nu bij de Boer Burger Beweging moeten aankloppen. Daar gaan we ook even actie op ondernemen, om te kijken, het valt me op dat de provinciale rol zo beperkt is, want je zou zeggen: provincie is toezichthouder namens het rijk. Als diezelfde provincie verantwoordelijk is mede voor de aansturing van de gemeenten in een provincie, dan zou je verwachten, als veel gemeenten binnen zo’n provincie financiële problemen hebben en die zijn legitiem, dat de provincie tegen het rijk zegt: ik ben toezichthouder, maar je vraagt iets van mij wat ik gewoon niet kan volhouden. Met dat soort dingen gaan we wel aan de slag. Dat t.a.v. de taskforce en de acties. Zoals u weet, er is ook de hervormingsagenda jeugd, die in eerste instantie resultaat geboekt heeft, maar de komende jaren verder moet gaan.
Ik loop het even snel door, ik ga niet op alles exact in, want ik heb in mijn inleiding al heel veel verteld. We kunnen nog wat zeggen over bouwen. Ik heb in de commissie AB enige tijd geleden een vlammend betoog gehouden om vooral een huis te kopen op Wildeszijde, ik ga dat niet herhalen, maar het was een vlammend betoog, meneer Van Santen weet het vast nog, het waren geen luchtkastelen, maar bouwen moet gewoon gaan. Ja, meneer Azzouzi, de programmering zal misschien wat aangepast worden, niet in de afspraken zoals in de woonvisie, maar je moet misschien eerst minder duur bouwen om later de dure woningen te bouwen, maar we gaan niet stoppen. Ik heb heel goede gesprekken gehad met de aannemers, de projectontwikkelaars die Wilderszijde doen en we zullen dat niet laten ook te doen voor Merenweg
19/35
en Lange Vaart. De heer Van den Beukel: Ik ben benieuwd of de wethouder het veranderen van de uitgangspunten qua inwoneraantallen, uw kaderbrief, waar om gevraagd wordt, als realistisch beschouwt. Wethouder Fortuyn: U loopt een beetje voor op wat de heer Jumelet vroeg, want die zei: inwonersaantallen aanpassen. Dat klopt, daar ga ik op in schieten, mooi dat u me daaraan herinnert. Hij is op nul gesteld. Wij zien op dit moment dat de instroom gelijk is aan de uitstroom. De uitstroom is heel vervelend, want dat is met name jeugd, jongvolwassenen. Dat is heel vervelend. Ik heb daar mijn vraagtekens bij, eerlijk gezegd. Wat mij betreft komt u met een initiatief, een motie, om het aan te passen, maar dan moet ik wel aantallen hebben. We kunnen ook zeggen, we kunnen een aantal opnemen en dan over 2 jaar, want die bouw gaat wel door, over 2 jaar hebben we er weer 1.000 inwoners bij, meneer de wethouder, neem het maar even over 2 jaar incidenteel op. Dat zou ook een mogelijkheid zijn. Dus je hebt wat meer mogelijkheden, u zit wat bedenkelijk te kijken, maar ik probeer het uit te leggen. Ik kan ook naar de provincie gaan en zeggen: ik heb in- en uitstroom, de oplevering van de huizen, in juni gaan we al de verkoop in van OCW, eind dit jaar gaat BBGZ de verkoop in.
Dat betekent dat we anderhalf jaar bouwen, een jaar, anderhalf of twee jaar bouwen, dan heb je er in 2026 1.000 inwoners bij. Het is tijdelijk, wat er hier gebeurt, die 1.000 gaan we gewoon inrekenen in de begroting, incidenteel uit de algemene reserve, vindt u dat goed, dat ik het aanvul. Kan. De heer Jumelet: Het is een uitgebreid antwoord op de vraag die wij gesteld hebben. Ik sloeg een beetje aan op de suggestie van de wethouder: kom met een amendement of een motie. We willen toch een zo realistisch mogelijk beeld hebben, dan vind ik het toch een beetje de omgekeerde wereld, wat de wethouder nu voorstelt. Misschien dat hij daar nog even over na kan denken en op kan reageren. Wethouder Fortuyn: Ik wil er wel over nadenken. Kijk, wij hebben die nul aangegeven, dat is realistisch, punt. Alleen, over 2 jaar zie ik er wel 800 tot 1.000 aan komen, dan geef ik dus een tweede lijn aan wat je zou kunnen doen. Dat is aan u, om daar richting aan te geven. We gaan er opnieuw naar kijken, want in augustus gaan we weer kijken hoe het dit jaar gelopen is. We kijken terug op de eerste 3 maanden.
De heer Machielse: Op ditzelfde punt vroeg ik mij af of de wethouder iets zinnigs kan zeggen over verhouding extra opbrengsten als we de inwonerprognose hoger zetten en extra kosten, want ik heb in mijn bijdrage uitgebreid gesproken over de niet noodzakelijke koppeling van groei en kosten en er is een noodzakelijke koppeling van opbrengsten en groei, namelijk het gemeentefonds. Hoe ziet de wethouder dat? Wethouder Fortuyn: Bij groei inwonersaantal, dan stijgt het gemeentefonds, dat klopt en het hoeft niet per definitie te betekenen dat ik zoveel meerkosten maak, dat hoeft niet. Er staat een bedrag in, bij 500 inwoners scheelt het € 300.000, € 600 per inwoner. Wij zitten in de top 10 aan de onderkant van de laagste bijdragen van het gemeentefonds van Nederland. De heer Markus: Ik probeer heel goed te luisteren, maar ik ben toch een beetje de weg kwijt. U heeft een kaderbrief opgesteld met allerlei uitgangspunten en vervolgens zegt u over dit uitgangspunt: haal er maar uit, dien maar een motie in. Er heeft toch een reden achter gezeten waarom u dit opgenomen heeft? Ik verwacht toch een beetje onderbouwing waarom dit er zo in staat, anders staat het er een beetje voor niets in, had het dan weg gelaten, dan hadden we deze discussie niet gevoerd.
Wat is de reden geweest dat dit als uitgangspunt opgenomen is in de kaderbrief? Wethouder Fortuyn: Als wij van een nulscenario uitgaan terwijl we de reeksen over de jaren wel met groei hebben geprognotiseerd, dan moeten we het wel melden. U mag er anders over denken, we kijken er ook in augustus weer naar. We hebben reeksen gehad, in alle jaren nemen we de bevolkingsprognose mee, omdat het invloed heeft op de algemene uitkering. Die is nu door ons op nul gesteld, de beelden die we nu hebben, nogmaals, we gaan monitoren, maar dit is wel het effect. We laten zien wat het per 100 of 500 inwoners scheelt als je achterloopt op de uitkering, dus we hebben voor de begroting nul gezet. Dat is het beeld, maar er zijn creatieve ideeën te bedenken. Maar als het niet creatief genoeg is, laten we het lekker liggen. De heer Jumelet, zero based begroten, uiteraard. Hetzelfde als de biechtstoel, nut en noodzaak, we moeten echt serieus kijken naar wat we kunnen doen, wat we moeten doen, is het noodzakelijk. Op die manier moeten we wel naar die begroting kijken, gaan we zeker doen. De heer Markus: U gaat hier heel makkelijk overheen, u zegt dus toe dat u zero
20/35
based gaat begroten. Wethouder Fortuyn: Wij kijken altijd naar de begroting met nut en noodzaak, ja. De heer Azzouzi: Krijgt de raad ook de resultaten daarvan? Wethouder Fortuyn: We hebben een begroting liggen, die we in feite al zero based hebben gedaan, nut en noodzaak. We gaan met bezuinigingen komen, dus het gaat wel ten koste van iets. De heer Azzouzi: Ik denk dat de wethouder zero based anders interpreteert. Er moet gekeken worden naar de budgetten, integraal kijken waar lucht in zit. Dingen die niet nodig zijn, simpel, niet doen als die niet nodig zijn. Rapporteren naar de raad lijkt me wel eenvoudig. Wethouder Fortuyn: De dingen die niet nodig zijn, geef mij eens een voorbeeld. De heer Azzouzi: Heel gek, een abonnement dat loopt en we krijgen de dienst niet. Of een budget dat wij te hoog hebben geraamd, aan de hand van de jaarstukken zien wij dat die uitgaven structureel, 4 jaar achter elkaar, minder zijn dan we hebben begroot. Dat. Wethouder Fortuyn: Ik vraag aan u een voorbeeld. De heer Jumelet: Voordat we in een soort wel of niet verhaal komen of een beetje in een spel, de vraag was, over het zero based begroten, is dat inderdaad een optie. Zo ja, op welke termijn zou dat een optie kunnen zijn? Ook tegen de achtergrond, daar steun ik de heer Azzouzi heel erg in, als je tegen de achtergrond van jarenlang geld overhouden aan de achterkant, dan is het lastig.
Stel dat we zeggen: we gaan bezuinigen. En straks blijkt dat we € 8 mln over hebben, ja, dan kunnen we de heer Azzouzi alleen maar gelijk geven over zero based begroten. Ik vind het dan flauw om te vragen: geef voorbeelden. De vraag is, het principe van zero based begroten, is dat een begaanbare weg voor Lansingerland in de aanloop naar de begroting 2024 of 2025? Ik kan het niet inschatten. Dat is eigenlijk de vraag en ik zou er graag een antwoord op willen hebben van de wethouder. Wethouder Fortuyn: Meneer Jumelet en meneer Azzouzi, wij doen al zero based. De overschotten waar ook meneer Markus het over had, u kunt het nakijken in de jaarrekening, er is nauwelijks een onderuitputting, er is nauwelijks iets wat we niet gerealiseerd hebben. Het wordt door de wiebelende inkomstenkant van het rijk beïnvloed en daar kan ik niets aan doen. Het zijn incidentele inkomsten, vind ik prima, maar daar kan ik niets mee. Wij kijken heel scherp naar de begroting en dat is zoals die nu voor ligt. Natuurlijk kan je zero based nog een keer kijken naar de lijst van de kaderbrief, je kan ook over indexaties een discussie aangaan. We hebben het op 4,5% gezet, we hebben de meicirculaire gevolgd, maar u kunt ook zeggen: volgens mij wordt het 2%. Maar ik houd me wel aan de regels. Inwonersaantallen hebben we gehad.
Incidenteel geld, dat begrijp ik ook wel, als het kan incidenteel budgetteren, want dan is de pijn minder, maar uiteindelijk moeten we wel oplossingen vinden. De heer Van den Beukel, woonlasten niet boven het landelijk gemiddelde. De heer Jumelet: U ging mijn vraag beantwoorden, maar ik had er nog 2 open staan, over de stelposten en de WOZ. Wethouder Fortuyn: Die € 730.000 WOZ inlopen belasting, dat is tekort van het rijk. Ik ga technisch worden, maar de korting die het rijk toepast heeft te maken met de gemiddelde WOZ-waarde die wij in Lansingerland hebben. Ze zeggen: u heeft zoveel WOZ-waarde, u kunt dat bij uw eigen inwoners ophalen. Dat is de korte klap, die ik even geef. Ze geven zoveel korting, dat betekent dat je hem in kan lopen door je WOZ extra te verhogen met die € 730.000, dat is ongeveer 4% boven de indexatie die we nu in de begroting hebben zitten. 1% is € 199.000, dat is uit mijn hoofd, dus prik me niet op een eurootje. Dat betekent 4% verhoging, dat betekent ongeveer € 16 per huishouden, als ik heel snel reken. Stelposten, die heb ik in mijn opening gehad. Maak een amendement, haal hem eruit. Het staat in de kaderbrief, dat is geadviseerd. Woonkosten niet boven landelijk gemiddelde, ik had eigenlijk een vraag aan meneer Van den Beukel.
Bedoelt u dat in tarief of in euro’s? De heer Van den Beukel: Ik heb aangegeven richting de heer Azzouzi dat ik open sta voor een gesprek daarover, dat het op die manier te definiëren valt. Het gaat erom, dat ik een ondergrens wil, nee, een bovengrens, van hoeveel het college uit belastingverhoging wil halen om een sluitende begroting te krijgen. Daar graag een reactie op. Bent u bereid daar een maximum aan te stellen? Wethouder Fortuyn: Het lijkt me een beetje vooruitlopend op een begroting die we nog maken moeten. Ik sluit het niet uit, laat ik dat voorop stellen, ik ga ook niet toezeggen dat ik het niet ga doen. We gaan gewoon kijken: waar gaat de pijn vallen? De keuzes die we maken gaan we gemotiveerd aan u overdragen tijdens de begroting en in de motivatiebrief. Dan de
21/35
gereedschapskist, de factsheets, incidenteel, structureel, OV-fietsenstalling, dat komt uiteraard op u af. Over de pauzeknop heb ik het ook gehad in de inleiding al. Als het aanbesteed is, kan ik het niet meer, als het nog aanbesteed moet worden, gaan we er wel even verstandig over nadenken, dat moge helder zijn. De VVD. De heer Machielse: Ik zou er echt wel waarde aan hechten als de wethouder financiën reageert op de opmerkingen van de VVD over het slechts deels verwerken van een amendement op de begroting. In mijn optiek, welk dossier of portefeuille het ook betreft, was het een amendement op de begroting waar toch echt de naam van de wethouder financiën op heeft gestaan. Wethouder Fortuyn: Kan. Het ging over de term groei. Wij hebben de discussie gehad vorig jaar over de groei in de vorm van personeel volgt beleid. Wat we niet gedaan hebben, dat het aantal inwoners de factor 7, 8 of 9 zou krijgen. Dat is ook niet gebeurd, klaar. Dus we doen nog steeds wat u gevraagd heeft. De heer Machielse: Dan zou ik nu natuurlijk ontzettend blij moeten zijn, maar toch lees ik in veel stukken overal die drieslag terug, dat formatie gaat volgen beleid, groei en wettelijke taken. Wettelijke taken, daar hoeven we het niet over te hebben. Beleid is het amendement dat we in deze raad hebben vastgesteld.
Maar groei is nergens door deze raad vast gesteld als ambitie om capaciteit op te baseren, dus waar komt die vandaan en waarom komt dat op allerlei plekken terug in de stukken zonder dat deze raad daar om heeft gevraagd. Wethouder Fortuyn: Ik weet niet of het een semantische discussie moet worden. Als wij een afdeling hebben waar de activiteiten toenemen, dan zou je daar ook je capaciteit voor moeten hebben, dat is gewoon feitelijk. Het is niet genormeerd van 7 per 1.000 inwoners. Maar als ik een taakverzwaring heb of een groei in aanvragen op vergunningen, ik kan ze ook laten liggen. De heer Machielse: Ik vind het prettig dat de wethouder zo uitgesproken is, ik vind het helemaal geen semantische discussie. De raad heeft vastgesteld dat door het niet te koppelen aan het aantal inwoners op een norm, dan blijft de raad maximaal in positie. Ik hoorde de wethouder een kleine 20 minuten geleden nog uitleggen, dat een groei van de inwonerprognose een positief effect teweeg brengt met een deel van het gemeentefonds dat we opeisen zonder dat daar noodzakelijkerwijs altijd 1 op 1 een verhoging van de kosten tegenover staat. Nu hoor ik de wethouder weer zeggen, dat er wel een verhoging van de kosten tegenover staat noodzakelijkerwijs.
Wat wordt hier nou bedoeld met groei en waarop is gebaseerd dat dit in alle stukken terug komt zonder dat de raad daar om heeft gevraagd? Wethouder Fortuyn: Ik vind het een lastige situatie worden op deze manier. Er zit groei in allerlei elementen van de organisatie of in de vraag of in de buitenwereld. Als wij een taak krijgen en er moet ook personeel aanrukken, dan heb ik dat wel nodig. U kunt ook de werkzaamheden laten opstapelen, zo simpel is dat. Er zijn autonome ontwikkelingen, maar die hebben niets met het uitgangspunt van zoveel per 1.000 inwoners te maken. Waar het zo in de teksten staat en dat u het zo leest, maar dat is niet direct de bedoeling, alsof wij op alles maar mee gaan hobbelen. Nee, we kijken zeer kritisch naar onze inbreng. De heer Machielse: Ik zal proberen het de laatste keer op dit onderwerp te laten zijn. Ik zou echt graag de bevestiging van de wethouder financiën willen, dat er geen norm is gebruikt en groei slechts een tekstuele speling is, om het maar even zo te noemen, en er geen koppeling is gemaakt tussen inwonergroei en kosten. Dat wil ik horen van de wethouder. Wethouder Fortuyn: Die bevestig ik. Er is geen norm gehanteerd. Het is echt een behoefte aan geweest. Mevrouw Den Heijer, een sluitende begroting.
Ik heb het niet iedereen horen zeggen, maar we zijn het er wel over eens, het is evident dat je met een sluitende begroting aan de haal gaat. Dan duurzaamheid ontzien, ja, weet je, er zijn heel veel opmerkingen gemaakt door iedereen en ik denk dat het belangrijk is. We gaan natuurlijk niet snijden in zaken waar we niet perse in hoeven te snijden. Wat ik al aangegeven heb bij de inleiding, wij willen graag voorkomen dat er materiële, denk aan buitenruimte en andere investeringen die we gedaan hebben, vernietigen misschien voor een periode van een paar jaar, of immaterieel dus echt het sociaal domein of wat schade brengt aan mensen, dat proberen we zoveel mogelijk te voorkomen. Echter, we kunnen niet uitsluiten dat het hier en daar pijn gaat doen, de broekriem moet aangetrokken worden. Ik was wel blij, hoor, mevrouw Den Heijer, u zegt: blijven investeren. Ik denk dat dat heel goed is, want dat is ook goed voor de samenleving. Dan de CU, die had een mooie opening, copy/paste, maar hij begon
22/35
met Halsema, ik vond hem wel leuk, ik wist het niet. Daar heb ik overigens al op gereageerd. Een inflatiecorrectie, is er eventueel ruimte, ja, er is ruimte om te kijken, we gaan monitoren: klopt het allemaal wel wat we nu aangenomen hebben in de inflatie? Is er ruimte voor? Ja, het zou kunnen. Wij zien natuurlijk op de verschillende onderdelen hele rare verschillen. Als je naar de buitenruimte kijkt, asfalt en kunstwerken, je moet raar staan kijken dat je 20% overschrijding hebt op je budgetten. Bij andere valt het weer wat mee. We zien nu de gasprijs weer wat stabiliseren, het blijft nog hoog. We zien op allerlei fronten beweging. Tegelijkertijd, het is lastig, het is inschatten. De ruimte waar meneer Azzouzi het over heeft, probeer zo scherp mogelijk aan de wind te zeilen, ik denk dat dat goed is, maar je moet wel realistisch begroten. Dat is een uitgangspunt. Over de stelpost herverdeeleffect heeft u het ook gehad. Ik ben wel blij dat u aangeeft in basis geen taboe te hebben bij het vullen van de gereedschapskist. GL, mevrouw Van Splunter is heel enthousiast om het OZB-tarief te gaan gebruiken. Laten we kijken hoe dat uitpakt in de uiteindelijke begroting. Windmolen, investeren in een windmolen, dan komen we ook terug op het CDA, verdienmodellen, jawel, we kunnen de Eneco-gelden gebruiken. Als mevrouw Van Splunter een goede plek weet, dan houd ik me aanbevolen.
De PvdA, ik denk dat ik heel veel antwoorden al gegeven heb. Scherp begroten 2024/25, de jaren 2026/27 heeft niet zoveel zin. Kijk naar je investeringen, je MIP, dat gaan we zeker doen, die wordt weer herijkt, dat krijgt u ook nog. Wonen plus, daar heb ik ook antwoord op gegeven. En nog een vraag over Bleizo-west en de tekst in het coalitieakkoord. U vroeg daar een duiding voor. We zijn eigenlijk gematigd positief. Waar zijn we positief over? In het coalitieakkoord van de provincie Zuid-Holland wordt Bleizo-west als potentiële woonlocatie gezien. Het wordt eindelijk een keer onderkend, dat wonen daar potentieel een mogelijkheid is. Wat jammer is, is dat men het koppelt aan de windopgave, we hadden liever gezien dat ze dat niet hadden gekoppeld. We hebben in een eerder stadium aan gegeven, dat we wel willen voldoen aan de windopgave, maar niet kunnen voldoen. De provincie zegt: nou, ik denk het wel, hoor, daar kunnen wij wel aan voldoen, wij gaan onderzoek doen. De bal ligt op dit moment bij de provincie om te onderzoeken of er een locatie zou zijn om de 12 megawatt, het is een verschrijving geweest, die 15 megawatt, dat we er opeens 3 bij kregen, een soort rente, maar dat hebben we niet gekregen. Ik heb het even nagevraagd, het blijft 12 megawatt. Zij doen onderzoek. Wat van belang is, is dat men voor het eind van dit jaar een keer helderheid wil scheppen.
Dan denk ik dat we vanuit die fase de nieuwe realiteit hebben en dat we met elkaar de stappen vooruit kunnen zetten. Vooralsnog blijven de besluiten van de raden van Zoetermeer en Lansingerland gewoon recht overeind, wij zullen nog steeds ons best doen om daar woningbouw mogelijk te maken. Maar we kijken gematigd positief naar de uitspraak, maar we hadden liever de koppeling niet gehad. Hiermee denk ik iedereen zo goed getracht heb te beantwoorden. Wethouder Hoek: Ik heb alleen wat vragen gehoord van de VVD. Dank voor de complimenten die u heeft uitgesproken m.b.t. de onlangs gehouden beeldvorming en het feit dat met onze recruiters toch een behoorlijke slag hebben gemaakt om met name vast personeel aan te trekken. Dat vinden wij bijzonder prettig, wij zelf ook natuurlijk. U weet ook, dat er altijd een relatie bestaat tussen inhuur en vast personeel. En ja, de recruiters zijn aangenomen om vast personeel aan te nemen, maar we ontkomen er niet aan dat bepaalde functies ook door tijdelijke inhuur worden ingevuld. A. omdat ze er soms niet zijn, maar B. ook omdat ze voor een bepaalde klus worden aangenomen, dus dan is dat een bewuste keuze. De verhouding tussen inhuur en vaste krachten verantwoorden wij op de manier zoals we met elkaar afgesproken hebben. Dat is mijn antwoord op deze vraag.
De heer Machielse: Meneer Hoek ging bijna antwoord geven op de werkelijke vraag, die ik had gesteld. Dat is namelijk: verwacht het college dat onderaan de streep een kostenbesparing gerealiseerd kan worden, omdat eigen personeel, als je dat langer aan je weet te binden, uiteindelijk goedkoper is dan veel externen en veel werving. Wethouder Hoek: Ons personeel is natuurlijk geënt op het werk dat er ligt, dus dat is redelijk moeilijk in te schatten. We bepalen dat ook op basis van capaciteitsbehoefte op dat moment. Dat is natuurlijk een dynamisch dossier. Besluiten wij
23/35
bijvoorbeeld om Oekraïners te huisvesten, dan zorgt dat ervoor dat de behoefte aan extra personeel aanwezig is. Of dat een besparing gaat genereren zal de toekomst uitwijzen. N.a.v. het amendement formatie volgt beleid voor een sterke organisatie, zo luidde dat amendement, dat heeft u goed gezien. Na afloop van het amendement, toen het aangenomen was, heeft de gemeentesecretaris een consultatieronde gehouden met alle woordvoerders en zelf fractievoorzitters om op een goede manier duiding te geven aan dit amendement: wat bedoelen jullie daar nou concreet mee? Uit die duiding is een soort commitment gekomen: dit is de duiding die we eraan geven en zo willen we het gerealiseerd zien. In de toelichting van de kaderbrief, dat sluit aan op dit commitment. U vroeg om uit te splitsen per domein wat dan de capaciteitsbehoefte is, dat hebben we op deze manier gedaan. Ik hoor bij andere fracties geen onvrede over: dat is niet op de juiste manier gedaan. Ik ga er dus vanuit, dat de duiding van het amendement op een goede manier inhoud is gegeven en dat het merendeel van de raad tevreden is over hoe het nu gaat. Is dat niet het geval, dan horen we dat, maar wij hebben sterk de indruk dat we zeer goed en wel tegemoet zijn gekomen aan hetgeen de raad van ons wenste.
De verwarring tussen groei en beleidsambities, daar heeft u een bevredigend antwoord op gekregen van de heer Fortuyn, dus daar hoef ik verder niet op in te gaan. Volgens mij waren dat de vragen die u gesteld had. Dank u wel. Tweede termijn De heer Van Doorn, L3B: Dank aan het college voor het beantwoorden van de vragen en het mee discussiëren over oplossingsrichtingen. Over capaciteit hebben wij u goed verstaan, wij zullen initiatieven nemen om te kijken of we op dit punt een amendement, motie of iets kunnen opstellen. We moeten ons verdiepen in wat er precies gezegd is en welke richtingen een optie zouden zijn, maar daar zullen wij op de lijn komen van hoe we dat het beste kunnen vormgeven. Ten aanzien van de opmerking van ons om het uitgangspunt ‘geen geld geen Zwitsers’ concreet een plek te geven, proef ik wel steun. Omliggende gemeenten lopen tegen dezelfde problematiek aan, er worden standpunten ingenomen: we willen wel uitvoeren, maar als we de middelen niet krijgen, kunnen we niet uitvoeren. Wij worden graag mee genomen door het college in de gesprekken die ik beluisterd heb, dat ze gevoerd gaan worden met omliggende gemeenten die tegen vergelijkbare problematiek aanlopen, met VNG, met provincie en rijk, om gezamenlijk deze verantwoordelijkheid te pakken.
Als je incidenteel geld geeft, moet je niet aan de andere kant mekkeren als wij incidenteel zaken proberen te dekken om de samenleving niet kapot te maken. Daar willen wij, als we toch elkaar in dat proces informeren, op die momenten een terugkoppeling krijgen over vorderingen en of we als raad in positie moeten komen om extra druk te zetten of om acties te ondernemen waar dat helpend is. Per beleidsveld een taakstelling van 10% aan beleid te schrappen, ik hoor in de toezegging van de wethouder dat die elementen erin zitten, hij sluit niet uit dat er per beleidsveld soms wel meer in beeld gebracht gaat worden dan alleen maar 10%, zodat wij als raad in positie komen om de juiste keuzes te maken, in ieder geval vanuit het perspectief van het coalitieprogramma en waar wij voor staan. We hebben echt gepleit in deze bespreking om aan de inkomstenkant creatief te zijn. Het CDA steunt die lijn, kijk naar erfpacht. Het gaat mij niet om de inhoudelijke voorbeelden, wij zeiden ook: investeer in kennis om subsidies vrij te maken, niet alleen voor de gemeente, maar ook in de samenleving bij verenigingen. Ik zou graag willen verkennen hoe we dat kunnen amenderen of inbrengen bij de uitgangspunten, dat daar de focus op komt te liggen. T.a.v.
de woonlasten, op een bepaalde ondergrens te borgen, dat valt in de lijn met wat L3B aangaf, het zwaartepunt moet zwaar aan de bezuinigingskant liggen en niet aan de lastenverhogingskant. Ik wil wel kijken naar tekst, maar dit is wel een lijn met hoe wij hiernaar kijken, dat het de laatste strohalm is die je moet pakken en dat moet redelijk zijn. Daarnaast zullen wij de lijn van de CU zeker steunen m.b.t. de stelposten, wij denken graag mee. Ik denk dat dit in deze fase het maximale is wat wij als raad kunnen doen om richting mee te geven langs welke oplossingslijnen deze problematiek opgepakt moet worden. In dat verhaal gaan we in dat proces
24/35
naar een volgende stap van steeds fijner worden en een beter beeld van de werkelijke problematiek, die uiteindelijk overblijft, want met dit rijk weet je het immers maar nooit, het kan zomaar na september allemaal weer anders zijn dan we nu denken dat het is. Op dat vlak met elkaar dit gesprek blijven voeren, dit is de kaderbriefbehandeling maar wat mij betreft ruimen we meer van dit soort momenten in om goed te toetsen: welke keuzes liggen er voor, wat komt er op ons af. Dan kunnen we het met elkaar oplossen. Het proces dat we nu met elkaar doen, ook dit debat, het is niet het oplezen, we zijn echt met elkaar aan het verkennen waar kansen liggen, dat vind ik wel een belangrijke, positieve ontwikkeling in deze gemeenteraad. Daar wilde ik het bij laten, dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Om onderscheid te maken tussen techniek en inhoud, ik denk dat er veel gewisseld is over de techniek vanavond. Er zijn toch aardig wat suggesties gedaan zijn rondom de stelpost et cetera. Op het moment dat de CU met een amendement of motie komt, dan zullen we zeker geïnteresseerd zijn. Rondom incidenteel ben ik het ook wel eens met de boute uitspraak van de heer Van Doorn, het kan toch niet zo zijn dat we het geld hebben incidenteel en het niet uit mogen geven en daarmee dingen kapot maken.
Maar dat beluister ik ook bij het college, dat we de grenzen opzoeken en misschien ook wel een klein beetje over die grenzen heen gaan en richting provincie aangeven: is het je waard om zo strak in de leer te zijn? Er werd aangegeven, over die biechtstoel, als goed protestant ben ik niet zo van de biechtstoel, maar waar ik wel van ben, is de gereedschapskist. Daar is al heel veel over gezegd, daar kijken wij ook wel naar uit, niet alleen naar de kist zelf, maar met name naar de inhoud. Ik hoor vanavond heel veel fracties zeggen: wij zijn bereid tot keuzes. Die tijd is wel aangebroken om keuzes te gaan maken, in die zin wint de gereedschapskist alleen maar aan waarde. Ook het college zal natuurlijk een voorschot geven van hoe je die gereedschapskist zou kunnen gebruiken. Dat wordt een heel interessante discussie in het najaar. Ik herhaal dat mijn fractie graag bereid is om echt met keuzes te gaan komen, waarbij het startpunt het coalitieakkoord is. Vanuit dat startpunt willen wij heel graag kijken. In tegenstelling tot wat de VVD in de eerste termijn aangaf, heb ik toch wel het gevoel dat het college toch echt wel overtuigd is van de problematiek die er ligt en de urgentie van het tekort. De suggestie die wellicht gewekt is, dat het college daar lichtvoetig overheen zo stappen, dat gevoel hebben wij in ieder geval niet.
Tenslotte, wat mij toch wel een beetje triggert is de maakbaarheid die de VVD aangeeft rondom het personeel n.a.v. de uitleg van het amendement van november vorig jaar. Het is ook een beetje de exegese die je eraan toekent, wat is je startpunt. Als je kijkt naar hetgeen de wethouder aangeeft, hebben wij toch wel het gevoel dat er een goede uitleg aan wordt gegeven. Kijk je er op een enge manier tegenaan of op een wat ruimhartige? Wij zien dat de geest van het amendement voldoende terugkomt, wat ons betreft zit daar geen spanning. Dat was het, voor het eerst in mijn carrière heb ik tijd over. De heer Van den Beukel, CDA: Dank aan het college voor de beantwoording van de vragen in de eerste termijn. Het was goed om zo de ronde te maken en van andere partijen te horen waar zij hun speerpunten zien en waar ze ook niet naartoe willen bewegen als het gaat om de begroting. Ik heb genoteerd dat het coalitieakkoord weliswaar een startpunt is, maar dat het niet wordt geamendeerd als uitgangspunt, dat lijkt me heel fijn en goed. Ik heb ook genoteerd dat er veel draagvlak is in deze raad voor zero based begroten. Tegelijkertijd heeft de wethouder, in mijn beleving, gezegd dat hij dat nu al doet.
Daar zit wel licht tussen, dus ik zie uit naar het amendement van collega Azzouzi of iemand anders en als het niet komt, ga ik het zelf opstellen om toch daaraan invulling te geven als uitgangspunt, want volgens ons is daar meer te halen. Idem voor het kritisch zijn op stelposten. Daar ligt wel een kans om samen op te trekken als raad. Blij ook te horen dat bij collega partijen duurzaamheid en groen als prioriteit is genoemd. Toch een vraag aan de heer Muis, of hij de ruimte voelt om bij de begroting met een voorstel te komen om zijn groenblauwe visie en het ontwikkelplan Rottemeren ook van een financieel kader te voorzien. Dat is
25/35
wel echt onze verwachting. Als hij er niet zelf mee komt, dan wil ik zelf met een initiatief komen, maar liever leg ik het bij het college neer, omdat het college beter inzicht heeft in de omvang van de middelen op basis van de voorbereidende projecten. Dan heb ik een toezegging gehoord, daar ben ik ook blij mee, op de pauzeknop, van de heer Fortuyn. Hij zei: alles wat nog niet aanbesteed is, daar kijken we wel integraal naar bij de begroting. Maar integraal ernaar kijken betekent wel dat je dus nu niet tussen eind juni en september alsnog uitgaven gaat doen, want dat zou die mogelijkheid ontnemen. Graag een toezegging dat ik die toezegging toch goed heb gehoord en genoteerd. Qua woonlasten, daar nodig ik graag andere partijen uit om samen op te trekken, richting de heer Van Doorn, hoe we ervoor kunnen zorgen dat bezuinigen eerst komt en daarna pas eventueel aan de lastenknop draaien, maar liever niet. Vervolgens over nieuwe inkomsten genereren, ook daar is steun bij andere fracties te bekennen en te kijken: wat kunnen we nog meer met subsidies, wat kunnen we met erfpacht, wat kunnen we uit instrumenten halen om ervoor te zorgen dat we meer inkomstenbronnen genereren en niet alleen maar afhankelijk zijn van het gemeentefonds, want dat is inderdaad zeer volatiel. Dus laten we dat als uitgangspunt erin brengen, zou ik denken.
Dan heb ik wel nog een vraag aan de heer Fortuyn, ik kijk even naar de klok, het gaat nog goed. De heer Jumelet: Het gaat om de vraag, die € 730.000, die feitelijk gekort wordt vanuit de uitkering, die we eigenlijk moeten inlopen. Hoe kijkt u daar tegenaan als het gaat om de WOZ? De heer Van den Beukel: Toch wel kritisch. Het rijk mag zeggen: dat is belastingcapaciteit, die moet je benutten. Maar iemand wiens salaris niet gegroeid is en tegelijkertijd in een huis woont dat meer waard is geworden, is niet vanzelfsprekend dat hij meer belasting af kan gaan dragen. Voor ons is het geen automatisme dat dat bedrag meteen op de belasting wordt gezet. Ik hoop dat dit uw vraag beantwoordt. Mevrouw Van Splunter: Ik ben erg benieuwd of we ook een andere kant op kunnen denken, namelijk, goedkopere woningen bouwen. Dan gaat de gemiddelde WOZ-waarde naar beneden. Ik heb net een heel technische uitleg gekregen, ik kan hem er nu wel in gooien. Dan gaan ook de woonlasten naar beneden. Sterker nog, we gaan ook een oplossing bedenken voor het aantal inwoners, dan gaat het ook lekker aan de batenkant omhoog. Jongeren hebben een perspectief. Ik zie hier echt iets moois, iets sociaals gebeuren. Ik zeg gewoon: heel veel bouwen. Minder korting, dat is uiteindelijk het verhaal.
Het mes snijdt wel aan heel veel kanten, hoe denkt u daarover? De heer Van den Beukel: Heel plezierig te horen dat mevrouw Van Splunter ons verkiezingsprogramma parafraseert. Dat meen ik in alle oprechtheid. We hebben als CDA het voornemen uitgesproken, ik wil er graag handen en voeten aan geven met mevrouw Van Splunter, om meer te bouwen voor jongeren met gedeelde voorzieningen. We zien nu dat we starterswoningen bouwen, die in veel gevallen gezinswoningen zijn. Terwijl, veel van onze jongeren willen tussen 18 en 28 prima wonen in een studio met een paar gedeelde voorzieningen. Dat zou goedkoop zijn, betaalbaar, het brengt de gemiddelde WOZ-waarde omlaag. Bovendien sluit het aan bij een grote behoefte in onze samenleving. Het is onze overtuiging dat we dat niet alleen hoeven te zoeken in flexwoningen, maar dat we er in de voorgenomen woningbouwprojecten echt ruimte voor gaan vinden. Of het nou in Bleiswijk is of in Bergschenhoek of in Berkel, daar zie ik echt kansen. De heer Jumelet: Hoe kijkt u aan tegen de suggestie van WIJ om met name de ouderenwoningen en huisvesting voor jongeren te versnellen? Daar is heel veel behoefte aan. De heer Van den Beukel: Met alle waardering die ik ervoor heb, heb ik een beetje een déjà-vu ervaring. Volgens mij is er een motie aangenomen in deze raad: versnel flexwoningen.
Afgelopen 2, 3 jaar hebben we er heel vaak over gesproken, dat we het allemaal belangrijk vinden. Als de heer Muis kans ziet om het verder te versnellen, dan zie ik daar zeer naar uit, maar ik heb nog geen nieuwe kansen geïdentificeerd om daar nog meer te doen dan het college al doet. Ik heb gehoord bij de wethouder, dat roept wat vragen op, dat hij in het licht van de financiële uitdagingen geen nieuw beleid voorziet. Of ik heb het verkeerd begrepen, maar dat heb ik beluisterd. Tegelijkertijd, als ik kijk naar de bestuurlijke planning, dan zie ik nog een plan voor vitaal ouder worden, voor leefbare en veilige wijken, voor waterbeleid, voor groenbeleid, kansrijk opgroeien, leerlingenvervoer. Dat komt op mij over als nieuw beleid. Zegt hij daarmee: ik veeg de
26/35
bestuurlijke planning weg, ik maak plannen die per definitie geen euro mogen kosten? Hoe verhoudt de bestuurlijke planning tot de uitspraak die ik heb gehoord. Tot zover. De heer Machielse, VVD: Ik zat nog na te denken over de uitstekende vraag zojuist van de heer Van den Beukel, ik ben ook erg benieuwd naar dat antwoord. Dat brengt mij met een mooi bruggetje bij antwoorden, want dat heeft het college wel gedaan in hun termijn, waarvoor veel dank. Het is goed te horen dat groei absoluut van het inwonersaantal geen uitgangspunt is geweest voor deze kadernota en ook niet zal zijn voor de begroting. Ik kijk ernaar uit om dat niet meer terug te lezen. Er zijn 2 echte aandachtspunten, die ik nog heb genoemd, waar ik wat extra aandacht aan wil geven. Het betreft enerzijds de beperking van de ongebreidelde groei van de lokale lasten, ik zou graag optrekken met collega Van den Beukel en een aantal anderen om te kijken of we daar een goede definitie aan kunnen geven hoe we dat willen meten. Het landelijk gemiddelde, wat neem je wel mee, wat niet, kijk je naar percentages, kijk je naar euro’s? Maar laat ik daar alvast bij zeggen, dat een percentage alleen het niet kan worden, omdat een woningwaarde niets zegt over iemand inkomen of iemands mogelijkheden.
Zonder dat de heer Jumelet mij hoeft te interrumperen, zal ik hem vast vertellen, dat ik het een zeer perverse prikkel vindt van de rijksoverheid om een korting toe te passen op de gemeentefondsuitkering als je een hogere OZB-waarde hebt in je gemeente, want daarmee dwing je een gemeente tot een bepaalde vorm van nivellering en inkomenspolitiek is niet aan de gemeente. Dat ook maar gelijk even gezegd hebbende. De VVD zal mee optrekken met de voorstellen van L3B en het CDA om die gereedschapskist uit te breiden, geen geld geen Zwiters krachtiger te maken naar deze begroting toe en om ook te kijken om alle lucht in de begroting helder gemaakt kan worden in het zero based scenario. We zijn erg blij met de toezegging om de pauzeknop dichtbij te houden de komende maanden, want we zullen over dun ijs heen moeten voor we een sluitende begroting hebben. Ik kijk uit naar het voorstel in augustus van het college. Tot slot wil ik er nog wel aan toevoegen dat ik hoop dat het college naast een betoog over lastenverzwaring, die ik links en rechts heb gehoord, toch ook de broekriem weet aan te trekken de komende maanden, want ik startte er al mee: solide financieel beleid gaat nodig zijn, want alleen dat zorgt voor lagere lokale lasten. Dank u wel.