CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV23.0068] Verslag van de commissie Samenleving van 20 juni 2023

Commissie Samenleving 14 september 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering18.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De beleidsmedewerkster: We nemen u de komen 15 minuten mee aan de hand van de technische toelichting, stukje bij stukje het proces over wat de vangnetuitkering eigenlijk is. We lichten graag toe hoe de zaken in Lansingerland ervoor staan. We kijken kort naar ons uitkeringenbestand, hoe ziet dat eruit, hoe verloopt dat over de afgelopen jaren. We kijken naar het BUIG-budget, het budget dat wij vanuit het rijk krijgen om onze uitkeringen uit te betalen. Hoe wordt dat budget bepaald, hoe ontwikkelt dat zich over de jaren? Kort vergelijken we even met andere gemeenten, vooral gemeenten die vergelijkbaar zijn of in dezelfde regio liggen, hoe presteren die dan t.o.v. hoe wij het doen. Daarna nemen we u even kort mee in de analyse die we gedaan hebben en waar het college een verklaring over aflegt. Wat zijn de oorzaken van het tekort, welke maatregelen hebben we daarop getroffen, wat is het effect geweest van die maatregelen. Het gaat allemaal over het jaar 2022, maar we willen u ook graag mee nemen in: hoe gaan we nu verder? We willen kijken hoe we dit in de toekomst beter kunnen gaan aanpakken, dus dat presenteren we u ook. En we sluiten even kort af met een samenvatting van de belangrijkste boodschappen. Even kort, de vangnetuitkering vragen we aan. Daarmee hebben we als gemeente recht op een bedrag van ruim € 3 ton.

We dienen die aanvraag in en als die wordt goedgekeurd dan wordt dat bedrag in de eerste helft van 2024 door het rijk uitgekeerd en komt het op de rekening van de gemeente Lansingerland terecht. Dit doen we dus, omdat we over het jaar 2022 een tekort hebben gehad. Als gemeente krijg je gewoon een bepaald budget. Houd je daar op over heb je geluk, dan mag je het houden. Heb je een tekort, dan is dat voor een goed deel voor eigen rekening, maar tot een bepaald bedrag, een drempelbedrag. Het maximale risico dat je als gemeente loopt is 10% van de overschrijding. Voor het jaar 2022 hadden wij een overschrijding van ruim € 1 mln. Dat houdt dus in dat daarvan € 844.000 ons eigen risico is en het overige, dus die € 314.000, dat is het bedrag waar wij aanspraak maken op die vangnetuitkering. Waarom zitten wij nou hier vandaag? De voorzitter heeft het al even kort gezegd, omdat de gemeenteraad moet instemmen met de verklaring van het college, waar is dat tekort door ontstaan, wat hebben we allemaal gedaan om dat te reduceren. De aanvraag moet uiterlijk 15 augustus bij de toetsingscommissie liggen, dus dat moet voor het zomerreces besloten zijn.

15/26

De beleidsmedewerker: Het uitkeringsbestand, dat is waar het BUIG budget voor bestemd is, om alle uitkeringen te bekostigen. Eigenlijk schommelt dat al jarenlang net rond de 600, we zitten er gemiddeld net boven. Voor deze slide hebben we de exacte aantallen op 31 december van ieder jaar getoond, maar gedurende het jaar zitten we net wat hoger of wat lager. Gemiddeld zit het altijd net boven de 600. Dat is ook wat we gemiddeld genomen kwijt zijn om te bekostigen. Ondanks dat de bevolking wel is gegroeid, is het uitkeringsbestand eigenlijk amper gegroeid. Hoe verhoudt zich dat tot het gemiddelde van Nederland. In heel Nederland heeft 4,7% van de huishoudens een bijstandsuitkering. In Lansingerland is dat 2,5%, dus bijna de helft van wat gemiddeld genomen gebruikelijk is in Nederland. In die zin doen we het in Lansingerland eigenlijk best goed. We hebben niet heel veel uitkeringen als je het vergelijkt met een gemiddelde gemeente, maar het rijk verwacht dat we nog minder uitkeringen verstrekken, ze verwachten dat we rond die 2,2% zitten. Hoe komt dat nou? Dat komt door hoe de BUIG wordt gefinancierd. Tot en met 2004 kon de gemeente gewoon alle uitkeringen die ze kregen declareren bij het rijk, ze kregen 100% alles vergoed. Toen was er dus geen enkele prikkel voor gemeenten om mensen aan het werk te helpen, want ze kregen toch wel alles vergoed.

Als je mensen aan het werk gaat helpen, kost dat inzet en dus geld. Vanaf 2004 zijn ze overgestapt op een verdeelsystematiek, waarin het rijk een volumeraming, dus een prognose, maakt voor iedere gemeente hoeveel uitkeringen zij redelijkerwijs zouden moeten verstrekken op basis van een hele lijst met indicatoren, die ze hebben opgesteld. Die indicatoren zijn: het aantal sociale huurwoningen, alleenstaande ouders, niet westerse migranten, herkomstlanden, medicijngebruik, leeftijd, van alles en nog wat om een risicoberekening te maken voor ieder huishouden: hoe hoog is het risico dat zij een bijstandsuitkering mogelijk nodig hebben. Dat bij elkaar opgeteld bepaalt het BUIG budget, dat de gemeente krijgt toegekend voor een jaar. Ook de conjunctuur van de economie nemen ze hierin mee. Als het goed gaat met de economie, als er veel banen beschikbaar zijn, gaat standaard voor elke gemeente het BUIG budget naar beneden, want dan verwachten ze minder uitkeringen. Dus ook als je denkt: er was afgelopen jaren veel werk beschikbaar. Dat is al mee genomen in die BUIG berekening, dus je krijgt bij voorbaat al minder budget. Wij krijgen dus een BUIG budget toegekend. In 2020 scoorden we beter, hielden we eigenlijk geld over, hadden we minder uitkeringen dan het rijk van ons verwachtte.

Maar vanaf halverwege 2021 zijn we meer uitkeringen gaan verstrekken dan het rijk had geprognotiseerd en in 2022 ook, vandaar dat we over 2022 die vangnetuitkering aanvragen. In 2020 ontvingen we ruim € 9 mln. Ons uitkeringsbestand is grotendeels gelijk gebleven, net boven die 600. De uitgaven waren rond de € 9 mln, in 2020 hielden we nog wat geld over. Maar het budget dat we krijgen toegekend is gedaald en de uitgaven zijn gelijk gebleven. In 2021 hadden we een heel klein tekort, niet genoeg voor zo’n vangnetuitkering. Nu voor 2022 kregen we nog minder budget en is het tekort dusdanig dat we wel in aanmerking komen voor zo’n vangnetuitkering. Hoe verhoudt dat zich tot andere gemeenten? Het totale budget dat voor de uitkeringen wordt toegekend aan alle gemeenten is grotendeels kostendekkend. Er zijn altijd wat gemeenten die over houden en er zijn gemeenten die tekort komen. In 2022 had 47% van alle gemeenten een tekort op de BUIG, waaronder wij. Den Haag is een beruchte gemeente, die heeft al jarenlang heel grote tekorten, in 2022 zelfs van € 10 mln. Ook Leidschendam is al 10 jaar lang achtereenvolgens een tekort-gemeente. De gemeenten vlak om ons heen zoals PijnackerNootdorp, een vergelijkbare gemeente, of Midden Delfland of Zuidplas hadden in 2022 geen tekort trouwens, break even.

Maar ook in 2023 zie je al dat ze meer uitkeringen verstrekken dan dat het rijk van ze verwacht. Gek genoeg zie je eigenlijk dat Zuid-Holland best slecht scoort. Van de toplijst van gemeenten die ieder jaar tekort hebben, 1/3 daarvan ligt in Zuid-Holland. Van de top 20 van gemeenten die altijd een overschot hebben, ligt er geen één in Zuid-Holland, waardoor je bijna vermoed dat het verdeelmodel van het rijk niet in het voordeel is van gemeenten in Zuid-Holland. Er zijn 2 gemeenten in de regio die wel een overschot hebben, Wassenaar en Delft, die houden wel budget over op de BUIG. Maar als je wat dieper in de cijfers duikt, zie je dat zij heel erg profiteren van het verdeelmodel van het rijk. Als je bijvoorbeeld veel niet-westerse migranten in je gemeente

16/26

hebt, denkt het rijk: die hebben een grotere kans om een uitkering te krijgen, dus dan krijg je bij voorbaat al meer BUIG-budget. Maar Wassenaar en Delft hebben ontzettend veel expats uit nietwesterse landen, maar die hebben allemaal een goede baan bij de TU Delft of ergens in de omgeving en geen uitkering. Daar houden die betreffende gemeenten heel veel geld aan over. De beleidsmedewerkster: Dan gaan we nu naar de analyse en de verklaring vanuit het college. Allereerst: wat zijn de belangrijkste oorzaken voor het tekort dat in 2022 in Lansingerland is ontstaan. We hebben gezien dat het BUIG budget steeds lager is geworden, maar tegelijkertijd is de taakstelling voor statushouders verdubbeld in die jaren. Waar het in 2019 en 2020 nog net boven de 40 lag, werd dat 87 en 85. We zien voor dit jaar dat het nog een keer heel hard stijgt naar zelfs 176. Op dit moment is ruim 1 op 3 uitkeringsgerechtigden een statushouder. De instroom en huisvesting vindt plaats in 2022, maar het budget daarvoor krijgen we pas 2 jaar later in de BUIG weer terugbetaald, dus je loopt sowieso een aantal jaar achter. Dat is door de systematiek vanuit het rijk. Dus eigenlijk kunnen we constateren dat dit de belangrijkste oorzaak is voor Lansingerland van een tekort in 2022. We hebben natuurlijk nog verder gekeken en nog 2 andere punten gevonden, waarvan we zien dat we daar ook oorzaken kunnen vinden.

Eén daarvan is: hoe streng controleren we eigenlijk aan de poort? Voor iedere aanvraag levensonderhoud wordt een rechtmatigheidsonderzoek uitgevoerd. Hoe streng dat wordt uitgevoerd daar zijn keuzes in te maken. We zien dat zeker in 2022 het percentage goedgekeurde aanvragen in Lansingerland ongeveer 10% boven het landelijk gemiddelde ligt. Dat kan dus ook meespelen in het tekort dat we hebben op het BUIG-budget, omdat wij dus vrij coulant zijn in het toewijzen van uitkeringen. De derde oorzaak is: hoe ziet dat uitkeringenbestand er eigenlijk uit? Als je kijkt naar de arbeidsmarkt, dan zou je denken: heel veel mensen kunnen op dit moment aan de slag. Waarom lukt het dan niet om het uitkeringenbestand verder omlaag te krijgen? Dat komt dus eigenlijk doordat een grote groep mensen, niet allemaal, maar een grote groep mensen die nu nog in de bijstand zit, niet zo makkelijk naar werk toe te leiden is. Zij hebben problemen, uitdagingen vaak op verschillende leefgebieden. Dat kan zijn trauma’s, een moeilijke gezinssituatie, mensen die schuldenproblematiek hebben en een combinatie van allerlei factoren. Voor die mensen is een langdurige re-integratie nodig, daar zijn heel veel stappen voor nodig, dus die heb je niet heel snel naar werk toe begeleid. We hebben natuurlijk wel van alles gedaan om te zorgen dat we uitkomen met ons BUIG-budget.

Naast de reguliere uitstroom hebben we een aantal specifieke maatregelen die we inzetten, waarvan niet alle maatregelen makkelijk te kwantificeren zijn. Ik noem een voorbeeld, beleidsregels kunnen we versoepelen, waardoor het voor mensen makkelijker wordt om naar werk toe te gaan. Het kan dan gaan om simpele dingen zoals de vergoeding van werkschoenen of reiskosten. Allemaal dingen die bijdragen aan het makkelijker naar werk toe leiden van mensen, maar die we niet makkelijk in euro’s kunnen uitdrukken: wat is het resultaat daar nou van? Maar we hebben wel een aantal maatregelen waar we dat wel van hebben kunnen zeggen. Als we die bij elkaar optellen dan komen we tot een totale fictieve besparing, het gaat altijd over fictieve besparingen, omdat we het hebben over mensen die niet in de bijstand terecht zijn gekomen, dus het is geld dat we zouden hebben uitgegeven, maar niet hebben uitgegeven. Het gaat over ruim € 2,5 mln. Als we meer kijken naar de kwalificatie, dan kunnen we constateren dat we ons totale uitkeringenbestand vrijwel gelijk hebben gehouden ondanks de verdubbeling van de taakstelling statushouders en het feit dat we een groeigemeente zijn. Tot zover de analyse over het jaar 2022, dat is waar het vanavond over gaat. Maar we willen u ook graag mee nemen in hoe nu verder, want voor 2023 ontvangen we ook te weinig middelen vanuit het rijk om onze taken uit te voeren.

Wat gaan wij de komende tijd doen? Wij gaan kijken naar wat we nu aan het doen zijn, welke maatregelen we nu al treffen. Behouden we die, intensiveren we die of constateren we dat sommige maatregelen eigenlijk te weinig effect hebben en schaffen we die af en kijken we naar wat er beter kan. We gaan onderzoek doen naar: zijn er nog aanvullende maatregelen denkbaar. We denken al in bepaalde richtingen, bijvoorbeeld toch weer wat meer maatwerk aan de poort. Kunnen

17/26

we misschien toch weer strenger gaan controleren? Kunnen we kijken naar verbetering van cultuursensitief werken? We zien dat vooral onze inwoners met een niet-westerse migratie achtergrond relatief moeilijker aan het werk komen en dat vergt een andere aanpak, daar kunnen we nog winst in behalen. En bijvoorbeeld het proces van toeleiding naar werk, ook daar kunnen we met aanbieders samen en met lokale ondernemers, waar we nu ook al mee in gesprek zijn, stappen in zetten. Daarnaast voeren we regionaal gesprekken met andere gemeenten, die ook tegen het BUIG-tekort aanlopen om te kijken of er eventueel een manier is om gezamenlijk op te trekken, sowieso van elkaar te leren en eventueel ook gezamenlijk een positie in te nemen eventueel richting het rijk. Wij stellen hier een soort plan van aanpak over op van: hoe nu verder. Wij informeren u en de raad daar graag in de tweede helft van dit jaar over. De beleidsmedewerker: Samenvattend. Het uitkeringenbestand is al jarenlang stabiel, net boven de 600 ondanks de steeds hogere taakstelling en groeigemeente. Het probleem is dat het bedrag, dat we van het rijk krijgen, in 2021 en 2022 gedaald is ten opzichte van de periode ervoor, waardoor we nu een tekort hebben. We zien een toegenomen taakstelling als grootste oorzaak van het tekort, omdat het budget daarvoor pas 2 jaar later tot ons komt naast de andere oorzaken die zijn benoemd.

In de komende maanden kijken we dus vooruit, we gaan verder kijken naar: wat kunnen we toch als gemeente doen, aan welke knoppen kunnen we draaien om toch nog verder het aantal uitkeringen naar beneden te krijgen en meer in de pas te lopen met de prognoses van het rijk. Die aanpak, daar willen we u na de zomer over informeren, we willen dan terugkomen naar de raad om dat ook met u te bespreken. De heer Bik, WIJ: Ik heb 2 vragen. U gaf aan, een rekentechnisch ding, ruim 1 op de 3 uitkeringsgerechtigden is een statushouder. De taakstelling 2022 was 85, hoe telt dat dan op tot een getal van meer dan 200? De beleidsmedewerker: Dat is het totaal van wat er de afgelopen 6 of 7 jaar is ingestroomd in de gemeente. De heer Bik: Het verdeelmodel lijkt voor heel Zuid-Holland niet te werken, dat blijkt uit de presentatie. U gaf aan dat er positie wordt ingenomen richting het rijk. Ik ben benieuwd hoe de samenwerking van regionale gemeenten dat doet. Wat doen ze precies? Wat is positie innemen? De beleidsmedewerker: De gemeente Den Haag is het echt niet eens met hoe het verdeelmodel in elkaar zit. Zij maken al 10 jaar lang op rij bezwaar tegen het BUIG-budget dat ze ontvangen zonder dat het ooit iets heeft opgeleverd. Er zijn heel veel gemeenten in het land die het oneens zijn met dat verdeelmodel.

Via een bezwaarprocedure levert het niets op, de rechter geeft altijd het rijk gelijk, want het model zit op een bepaalde manier in elkaar. Wel wordt er gelobbyd door gemeenten om toch dat verdeelmodel hier en daar aan te passen. Ieder jaar zijn er kleine aanpassingen in dat model, hoe dat werkt. Het is echter een proces achter de schermen. Voor Lansingerland is het eigenlijk nieuw, wij weten niet precies hoe we daar überhaupt invloed op kunnen uitoefenen. Wij willen daarom in gesprek gaan met andere regiogemeenten: heeft het überhaupt nut om positie in te nemen om iets kenbaar te maken? Dat gaan we verkennen, maar we hebben niet heel veel illusies als een gemeente als Den Haag al 10 jaar lang bezwaar maakt zonder resultaat. De heer Lieverse, CU: De laatste opmerking pleit ervoor om niet als individuele gemeente te gaan klagen, dat schiet niet op. Een andere vraag is over het volgende, op het gevaar af dat het een politieke kleur krijgt. Je zou je zorgen kunnen maken als je zoveel inspanning gaat doen om het aantal uitkeringen naar beneden te brengen, dat het ook heel veel kost aan capaciteit van onze gemeente, het heel veel energie kost, terwijl gebleken is dat het niet heel veel oplevert.

Waar ligt de grens? Is het verstandig om zo niet te werk te gaan? Plus het feit, het geluid laten horen, dat versterkt ook een beetje de beeldvorming alsof er mensen zijn die misbruik maken van een uitkering. Dat is iets waar ik huiver voor heb. De beleidsmedewerker: Het is zeker een afweging die we moeten maken, een kosten/baten analyse. Dat gaan we ook mee nemen de komende maanden

18/26

tijdens de analyse. Het moet niet meer geld kosten dan dat het oplevert. En het is inderdaad een politieke afweging: hoe streng wil je zijn? Dat moeten we zeker meenemen. De heer Scheringa, PvdA: Ik heb een vraag over de oorzaak. Ik heb er wat moeite mee om die met elkaar te rijmen. Aan de ene kant zegt u: we zijn te coulant geweest. Dan denk ik: we laten teveel mensen in de bijstand. Direct daarna: het merendeel van de mensen is niet makkelijk naar werk te begeleiden. Dan denk ik: dan zitten die mensen blijkbaar terecht in de bijstand. Maar we zijn te coulant geweest, ik kan dat niet met elkaar rijmen. Misschien kunt u dat nog even toelichten. De beleidsmedewerker: Inderdaad, de hoofdoorzaak om een bijstandsuitkering aan te vragen is het niet hebben van werk. Bij het toekennen van zo’n uitkering wordt echter naar veel meer dan alleen het niet hebben van werk gekeken. Ook naar het vermogen, het huishouden, soms ook de bankrekeningen, verdachte transacties. Het is een heel scala aan factoren waar ze naar kijken om uiteindelijk te bepalen: vinden wij het verstandig en rechtmatig om zo’n uitkering toe te kennen. Dat is waar mijn collega het over had, daar hebben we aan de coulante kant gezeten. Er zijn ook gemeenten die heel hard zijn, een verdachte transactie op de bankrekening, een te hoog risico op fraude, geen uitkering.

Dat soort zaken spelen allemaal een rol in het toekennen van die uitkering. Daar hebben wij aan de wat coulantere, vertrouwende kant gezeten de afgelopen jaren. Dat staat los van het toewerken naar arbeid, ondersteuning richting arbeid van de cliënt. Mevrouw Draak, VVD: Ik had nog even een vraag over de wijze van financiering, maar dan puur de overschotten en tekorten. Iedereen weet dat ik geen begrotingsspecialist ben, dus op het risico af dat ik nu iets doms zeg. Waarom zouden we niet een aparte spaarpot maken voor de overschotten die we hebben? Ik hoor net dat we over 2 jaar waarschijnlijk een hogere uitkering krijgen op basis van nu. Is dat doorgeschoven? Ik wil begrijpen hoe dat zit. Als we de overschotten opmaken op een ander deel van de begroting en vervolgens nu met een tekort zitten, dan hebben we dat misschien niet handig gedaan. De beleidsmedewerker: Hoe het zit met die 2 jaar, om het budget voor 2023 toe te kennen, kijken ze naar de bevolkingssamenstelling van 2021. Dus als je in 2023 heel veel statushouders huisvest en van een bijstandsuitkering voorziet, in 2022 waren die er nog niet, dus die zijn niet meegenomen in de begroting. Uiteindelijk in 2025 krijg je dan wel voor die groep toegekend. Wat we nu zien, is dat ieder jaar de taakstelling omhoog gaat, dus je blijft achter de feiten aanlopen.

Als in de toekomst de taakstelling naar beneden gaat, dan kantelt het. Het is niet een budget dat we kunnen opsparen, want we krijgen het pas in de toekomst. Zolang die taakstelling blijft stijgen, blijven we achter de feiten aanlopen. Mevrouw Draak: Dat is duidelijk. Een tweede vraag, in aansluiting op wat meneer Bik zei. Is dit ook een onderwerp, het financieringsmodel, voor Raden in verzet, daar zijn wij als Lansingerland bij aangesloten, de beweging van de VNG. De beleidsmedewerkster: Dat zouden we echt moeten uitzoeken, die informatie hebben wij niet. Nog wel even doorgaand op hoe zinnig het is om in verzet te komen, om even in die termen te blijven. Zelfs als je het voornemen hebt om binnen de regio met andere gemeente één front te vormen, dat is heel lastig, omdat de verdeelsystematiek uit zoveel indicatoren bestaat, dat als het voor Lansingerland positiever uitpakt, dan pakt het voor Pijnacker bijvoorbeeld negatief uit. Je kan bijna niet, door hoe die systematiek werkt, gezamenlijk optrekken. Het is heel erg lastig. De voorzitter: Dan wil ik de beleidsmedewerkers hartelijk danken voor de info, die jullie via de presentatie hebben gegeven en de antwoorden n.a.v. de vragen die gesteld zijn. Dan gaan we nu naar het oordeelsvormende gedeelte. Uw oordeel wordt gevraagd over het raadsvoorstel.

Politieke vragen kunnen aan de wethouder gesteld worden, de technische vragen hebben we nu afgerond. Mevrouw Molenaar, CU: Na deze heel duidelijke uiteenzetting is er volgens onze fractie sprake van een heel degelijke onderbouwing van deze aanvraag van het geld waar we aanspraak op kunnen

19/26

maken als gemeente, dus dat moeten we zeker doen. De maatregelen die benoemd zijn om het tekort naar beneden te brengen zijn heel duidelijk verwoord. We kunnen met het hele voorstel instemmen. We zijn blij met een aantal maatregelen, zoals ze net uitgelegd zijn. Daar heb ik niets aan toe te voegen. De voorzitter: Ik begrijp dat het voor u een hamerstuk kan zijn. Mevrouw Molenaar: Voor ons kan het een hamerstuk zijn. Mevrouw Draak, VVD: Eerst even het technische gedeelte van mijn woordvoering. Wat ons betreft is de aanvraag van de vangnetuitkering an sich een hamerstuk, want dat willen we gewoon hebben. Het is goed onderbouwd, uitgelegd. Op dat stuk heb ik niet zoveel te melden. Het is wel zo dat de VVD zich een beetje zorgen maakt over de ontwikkelingen, even los van het feit dat deze technische toelichting daar veel onderliggende informatie heeft gegeven. Wij vragen ons af of alleen een plan van aanpak ter informatie naar de raad voldoende is. Ik ben benieuwd hoe de andere fracties daar naar kijken, volgens mij leent het zich ook heel goed voor een beeldvorming, want als er dan knoppen zijn waar we aan draaien, dan lijkt de raad aan zet om bij te dragen aan die besluitvorming. Dat zou een grote wens van ons zijn. Daar wilde ik het voor nu bij laten. De heer Afalah, WIJ: Ik sluit me aan bij mevrouw Draak over het feit dat we het moeten aanvragen.

Dat moeten we vooral doen voor 15 augustus, € 3 ton is toch een hoop geld. Ik twijfelde of ik de vraag net moest stellen, maar ik stel hem nu politiek. Ik ga een beetje op mijn ervaring. In de praktijk zie je dat heel veel statushouders en mensen met een niet-westerse achtergrond in de uitkeringen komen. Dan ga je kijken: wat kan je doen om dat te voorkomen? Wat ik heel veel tegen kom, als ik met mensen daarover praat, bijvoorbeeld, mensen worden begeleid naar een baan, dan moeten ze taallessen nemen en dergelijke, ook statushouders moeten taallessen nemen. Mijn ervaring, ik ben benieuwd of de wethouder dat ook vindt, is dat de aanbesteding die er geweest is de afgelopen jaren, t.a.v. de taallessen, die werden gegeven in Schiedam, dan maken we het die mensen wel heel moeilijk, want ze moeten met openbaar vervoer, dat niet vergoed wordt, naar Schiedam om taallessen te volgen. Wat ik merk, is dat er heel makkelijk gedaan wordt. Mensen blijven weg, ze gaan niet naar die taallessen, ze doen geen examens, zonder gevolgen. Wat mij betreft, we hoeven niet streng te zijn voor de mensen die het nodig hebben, maar we mogen wel iets strenger zijn als het gaat om, als we taallessen aanbieden, dat we strenger zijn naar de aanbieder van die taallessen, dat het goed gebeurt, maar ook voor die mensen, dat ze er ook naartoe gaan. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we dat voor elkaar krijgen.

Dat is mijn enige vraag. Dat vond ik niet in het stuk, om dat te verbeteren. Dank u wel. De heer Bergwerff, CDA: Dat wij deze aanvraag willen goedkeuren, dat is duidelijk. Ik geloof niet dat hier een partij is die dat niet wil. Ik heb nog wel even een vraag. De eerste komt uit de technische toelichting van net. De heer Lieverse zei: het lijkt erop dat er misbruik van uitkeringen gemaakt wordt doordat het op die manier gebracht werd. Misbruik van uitkeringen gemaakt zou worden, die snapte ik niet helemaal. Heeft dat ermee te maken dat de statushouders expliciet genoemd zijn? Het tweede punt, wat WIJ net aangaf, dat lijkt het CDA ook een heel goede, om dat soort zaken, die taalles, waar gaat dat plaats vinden, wat zijn dat voor aanbieders, om dat nou na de zomer tijdens zo’n beeldvorming terug te laten komen en dat uiteen te zetten en ook meteen alle knoppen waar we aan kunnen draaien natuurlijk om uiteindelijk tot het gewenste niveau te komen. Ik hoor eigenlijk alleen maar goede dingen. Ik denk dat we na de zomer zeker dit onderwerp moeten vervolgen. Dank u wel. De heer Scheringa, PvdA: Aanvraag moet je doen, sowieso, dat moet je niet laten liggen. We hebben het uitgegeven, we hebben het terecht uitgegeven, dus het is goed dat we daarvoor ondersteund worden. Mijn fractie heeft toch een paar aanpassingen op het stuk, een opmerking.

Instroom statushouders als oorzaak, dat snappen we, geen punt. Controle aan de poort. Ik heb er

20/26

toch moeite mee, met het stoppen van die projecten met quick scans, dat dat dan een reden moet zijn. In het stuk staat ook: we vermoeden een causaliteit. Als iets op hetzelfde moment optreedt, wil dat niet zeggen dat er een verband is. Ik vind het ook raar dat er dubbel werk gedaan is. We hebben rechtmatigheidsconsulenten met participatie en daar bovenop nog quick scans. Mijn fractie zou haast willen voorstellen in de analyse om dit punt te schrappen als oorzaak, want we zijn er absoluut niet van overtuigd en het stuk zelf blijkbaar ook niet, want ze vermoeden het. Als je iets vermoedt, wordt het nog niet waar. Complexiteit, ja, dat is evident, ook voor mijn fractie super belangrijk. Ik zou zeggen: kijk het weekbericht april 2022 nog maar eens na, het staat uitgebreid beschreven daar. Daar kom ik straks bij de maatregelen ook nog wel even op terug. Toch denk ik, ondanks de technische uitleg, dat het toch verband heeft met rechtmatigheid. Zeker als mensen uitzichtloos in een uitkering zitten, uitzonderingen daar gelaten die de boel bij elkaar frauderen, maar dat komt bijna niet voor, want je zit echt niet voor je lol in een uitkering. Ik denk dat het allemaal rechtmatig is, dat is voor mijn fractie het belangrijkst om aan te pakken. Om gelijk even op mevrouw Draak terug te komen: beeldvorming vinden wij helemaal prima, dat zien we graag tegemoet na de vakantie.

Maatregelen statushouders, extra inzet cultuur, prima, lijkt ons goed. Verschillende doelgroepen, verschillende inzet. Controle aan de poort, wij denken dat controle aan de poort op zich goed is, maar die extra quick scan lijkt ons niet nodig. Sowieso is preventie belangrijk, er staan ook wat voorbeelden van preventie in. Als mensen een aanvraag doen, dat ze goed begeleid worden, zodat ze niet in een uitkering terecht hoeven te komen. Complexiteit, maatregelen inclusief de handhaving die genoemd wordt, dat lijkt ons goed, maar het is voornamelijk gericht op de uitstroom. Daarnaast hebben we natuurlijk nog maatregelen gericht op mensen die in een uitkering zitten en daar al heel lang in zitten en waarvan het uitzicht heel slecht is om te kunnen uitstromen. Wij denken dat geld voor begeleiding voor mensen die in een dusdanige situatie zitten, dat levert over het algemeen minder op. Het is al lang en vaak geprobeerd, je kunt wel blijven proberen. Als je het dan toch over maatregelen hebt, dan denkt mijn fractie: laten we eens naar basisbanen gaan kijken. Ik heb een andere samenvatting, ik heb andere fracties daar niet over gehoord, maar volgens mij moesten we ook nog kiezen hoe de raad dit besproken heeft. Als ik zou kiezen, zou ik zeggen: optie 4 en 5, onderdelen op globale analyse herzien, dus die quick scan projecten eruit als oorzaak.

En maatregelen schrappen en aanvullende maatregelen treffen. Wij denken basisbanen erbij en de quick scan niet meer invoeren. Een beeldvorming, dat vinden wij een prima idee. Dank u wel. De heer Diepeveen, L3B: Net als andere partijen kan je hier niet op tegen zijn, dus laten we zeggen dat het voorstel zelf een hamerstuk is. Ook wil ik de ambtenaren bedanken, want er zijn er kennelijk heel goed wakker geweest hiermee. Ik had bedacht, moeten wij niet een subsidie ambtenaar hebben in de gemeente, die meer dit soort subsidies naar boven kan halen, dan kan hij zichzelf terug verdienen in mijn ogen. Toen dacht ik dat ik dat zelf bedacht had, maar nu blijkt dat L3B daar al jaren om vraagt. De meicirculaire leert dat dat iets voor morgen is, denk ik. Daar gaan we om vragen, schat ik in. Het voorstel van mevrouw Draak v.w.b. de beeldvorming, daar kan ik me ook in vinden. Mevrouw Gabin, GL: In de toelichting werd aangegeven dat de helft van de instroom uitkeringsgerechtigden in 2022 bestond uit statushouders. Er zijn re-integratievoorzieningen apart voor statushouders ingekocht, las ik. Er wordt terecht gezien dat de obstakels waarmee statushouders te maken hebben op weg naar een baan anders zijn dan bij de overige uitkeringsgerechtigden. Taal, kinderopvang, het volgen van inburgeringscursus zijn ook heel belangrijke aandachtspunten.

We zijn erg benieuwd naar wat de werkwijze hiervan inhoudt en wat de effecten zijn van deze maatregelen. Ik las dat dat in Q4 2023 geëvalueerd zou worden, dus daar wachten wij op. Over de maatregelen en inhoudelijk hierover debatteren, daar willen we nog graag

21/26

over spreken. Dat kan middels een beeldvorming, zoals mevrouw Draak dat heeft voorgesteld. Voor nu kan GL met de aanvraag instemmen, een hamerstuk dus. De heer Van der Stad, D66: Wij zijn ook akkoord tot de beslispunten. Zoals mevrouw Draak voorstelde kijken wij ook uit naar een beeldvorming rondom de knoppen waaraan gedraaid kan worden. Beantwoording college Wethouder Hoek: Ook mijn dank voor de heldere presentatie. Ook dank voor uw bijdragen. Ik zal de partijen successievelijk aflopen. De CU spreekt over een degelijke onderbouwing, blij met de maatregelen. Dat kan ik alleen maar onderstrepen. Ik vind dat zelf ook. De VVD maakt zich zorgen over de ontwikkelingen. Uiteraard, er is veel geld mee gemoeid, dat doen wij, de ambtenaren, het college ook. Het moet geen open einde constructie worden, dus wij zijn er met zijn allen bij gebaat om daar uiteindelijk ook weer een vinger achter te krijgen. U vindt mij meteen aan uw zijde wanneer u zegt: wij willen hier een beeldvorming over hebben om eens gezamenlijk te kijken welke maatregelen we verder nog kunnen inzetten. Alleen, dat gaat dan wel over 2023. De aanvraag moet voor 15 augustus de deur uit, daar zitten al wat aanbevelingen in, wat schoten voor de boeg. Mijn voorstel is om die aanvraag gewoon door te laten gaan, anders gaan we in tijd uit de termijn lopen en lopen we het risico dat we dit bedrag niet binnen halen.

Mevrouw Draak: Het is geen vraag, maar dan besparen we tijd. Dit is precies hoe ik het had bedoeld, dan hebben we elkaar goed begrepen, fijn. Wethouder Hoek: Ik vind het een goed voorstel. Goed dat we dat commissiebreed aanvliegen. WIJ, statushouders met een niet-westerse achtergrond, de taallessen. U geeft aan, dat dat best wel een hobbel is. Ik kan vertellen dat er ook taallessen in Bleiswijk en in Bergschenhoek georganiseerd worden. Sinds september is het hele inburgeringsdossier ook naar de gemeente gegaan en hebben wij zelf veel meer invloed op de inhoud van de inburgering. Ik ben het helemaal met u eens, voor september, daar hebben we het hier in dit huis ook al een keer over gehad, werd die inburgering ook wel verzorgd door bedrijven die iets andere achtergronden hadden dan deze mensen echt daadwerkelijk helpen. De heer Afalah: We moeten wel oppassen dat we de taallessen niet met elkaar gaan verwarren. Wat gebeurt bij bibliotheken op vrijwillige basis, ik weet dat dat er is. Mensen krijgen hulp bij taal. Maar het gaat mij om de officiële lijn waar wat van mensen verwacht wordt. Die mensen worden heel ver weg gestuurd. Kan de wethouder bevestigen dat dat terug komt naar Lansingerland, ook dat andere traject? Wethouder Hoek: Ik kan dat bevestigen, het is al zo.

Het vindt al plaats in Bergschenhoek en Bleiswijk, niet op vrijwillige basis of door vrijwilligers, maar het is al op die manier georganiseerd. Meer kan ik u niet gerust stellen. Het CDA, u had een vraag aan meneer Lieverse, niet aan mij, over misbruik, dus dat moet u onderling uitvechten. De PvdA, u ziet controle aan de poort en het verband tussen het stijgen van de uitkeringen als niet bewezen, u heeft daar moeite mee. Feit is wel dat toen meer inhoudelijke controle aan de poort verviel, dat je daadwerkelijk vanaf dat moment ook een toename van het aantal uitkeringen zag. De heer Scheringa: Dat wil ik wel geloven, maar dan nog, als 2 dingen op hetzelfde moment gebeuren, wil dat niet zeggen dat het een relatie met elkaar heeft. Als je ook kijkt naar de cijfers van andere gemeenten, Pijnacker-Nootdorp wordt ook genoemd in de technische toelichting, daar gaat het nu ook omhoog, zijn die ook opeens gestopt met het project? Ik denk niet hetzelfde project als wij. Dat soort dingen, 2021, toen was er corona. Ik weet niet of er andere causaliteit zou kunnen zijn op dit punt. Ik vind het echt niet sterk dat in het document staat: wij vermoeden causaliteit. Als ik ergens lees: wij vermoeden causaliteit, dan denk ik: dan schrap ik het. Met vermoeden kan je niets, denk ik dan. Wethouder Hoek: Dat is uw interpretatie.

De eerlijkheid gebied te zeggen dat er toch op ambtelijk niveau een heel duidelijk verband is gezien m.b.t. wel of niet die controle erop toepassen. Ik kan het niet mooier maken dan het is. Extra inzet op statushouders, daar ben ik ook een groot voorstander van, om te kijken hoe we deze groep mensen op een adequate manier verder

22/26

kunnen helpen, want er is niets zo prettig wanneer je gewoon je in de samenleving opgenomen voelt en er onderdeel van uit maakt. Ik volg het helemaal wanneer u zegt: daar moeten we een inspanning op plegen, daar ben ik het helemaal mee eens. Preventie, op dit moment gebeurt en/en. Het is niet zo dat er een scheiding tussen zit. We proberen uiteraard ook op het gebied van preventie zaken op een goede manier uit te rollen, zodat voorkomen wordt dat mensen in een uitkering komen. L3B heeft geen vragen, die krijgen we morgen. GL is het eens met hetgeen gesteld werd. De heer Scheringa: Ik had nog een andere vraag. Ik heb gezien dat het aanvraagformulier basis, misschien begint u erover, volgens mij moet er nog een conclusie ingevuld worden. Kan de wethouder aangeven of hij nog ergens een kruisje gaat zetten of wordt het nog gedeeld met de raad? Wethouder Hoek: Ik kijk even naast me, ik kijk even wat u precies bedoelt. De heer Scheringa: Dan moet ik de pagina erbij gaan zoeken. Ergens aan het einde moet je verslaglegging doen van de discussie zoals die in de raad is geweest. Dan kan je kiezen: het is met luid applaus aangenomen of instemmen alleen een hamerstuk, dat soort dingen. Wethouder Hoek: Ik heb net even contact gehad met de ambtenaar, maar dat moet nog gedaan worden. Dat maakt onderdeel uit van de aanvraag, die dus voor 15 augustus de deur uit moet.

De heer Scheringa: Dat wordt dan vervolgens als voldongen feit aan ons gepresenteerd? Wethouder Hoek: Ja, dat wordt als voldongen feit aan u gepresenteerd. U bent het eens met de aanvraag, die gedaan wordt, tenzij u nu zegt: ik heb daar de meest grote moeite mee. Dan hebben we een ander punt van discussie, maar ik kan me niet voorstellen dat u heel veel aanpassingen zou willen m.b.t. het binnen halen van € 314.000. De heer Scheringa: Nee, met geld binnen halen geen bezwaar. Ik zou het wel fijn vinden als mijn opmerkingen als voetnoot in het verslag van de discussie erbij staan. Dat is het enige. De voorzitter: Laat ik helder zijn: als u dat wilt, moet u een bespreekstuk maken in de raad, u moet amenderen. Simpel. De heer Scheringa: Prima, dan ga ik dat met mijn fractie overleggen. Dank u wel. Tweede termijn Mevrouw Molenaar, CU: Er was hier even wat discussie over wat u net zei over hoe het vervolg is als de PvdA iets toegevoegd wil hebben, maar eerlijk gezegd weet ik het niet helemaal precies, dus ik neem aan dat we daar nog wel uitsluitsel over krijgen. Ik wil eerst even ingaan op de discussie, de dingen die genoemd zijn.

Mevrouw Draak heeft iets genoemd over een beeldvorming om hier verder over te spreken, want het is nu niet de plek voor een hele discussie over hoe we willen omgaan met alle dingen rondom de bijstand, dus het lijkt ons prima om dat op een beeldvormende avond te doen. Om even te bemiddelen tussen wat het CDA denkt wat mijn buurman heeft gezegd. Het ging over de vraagstelling aan de wethouder over de beeldvorming die er kan zijn, dat stereotype, mensen met een niet-westerse achtergrond maken meer misbruik van uitkeringen, dat wil ik juist ten enenmale voorkomen, daarom werd de vraag wat voorzichtig gesteld. Wij zijn heel erg positief over het stuk, dat hebben we al gezegd, juist ook dat stukje van die specifieke aanpak voor het naar werk zoeken en naar werk begeleiden van mensen juist met een andere achtergrond, de statushouders, maar ook andere inwoners van Lansingerland. Al met al denken wij dat de maatregelen die nu bedacht zijn een mooie aanzet zijn, maar ga er verder over praten bij een beeldvorming. Dat was het. Mevrouw Draak, VVD: Twee korte dingen wil ik nog even toevoegen. Wat me te binnen schoot op basis van de discussie over controle aan de poort. Ik wil even aansluiten bij mevrouw Molenaar, ik wilde daar bewust vanavond niet over discussiëren, ik denk dat we dat beter kunnen doen in de toekomst als we een beeldvorming hebben.

Maar ik vroeg me af, de controle aan de poort is toch niet hetzelfde als de brede uitvraag. Er is toch nog wel steeds capaciteit op het moment dat iemand een bijstandsuitkering aanvraagt, dat alle leefgebieden worden geïnventariseerd, zodat de persoon de best mogelijke ondersteuning van de gemeente krijgt die er is. Tenslotte wil ik de wethouder even bedanken voor zijn open houding naar de toekomst toe, dat we met elkaar gaan kijken wat we

23/26

voor 2023 en 2024 kunnen doen, ook in deze raadsperiode nog om rondom de bijstandsuitkeringen zonder te beknibbelen op hulpverlening, maar wel zo weinig mogelijk geld uit te kunnen geven, om die balans te zoeken. Dank u wel. De heer Afalah, WIJ: Ik wil de wethouder bedanken voor zijn beantwoording. Het is natuurlijk best wel raar gelopen, het hele stuk. Heel snel, op het laatste moment nog op de agenda, natuurlijk zijn we daar niet gelukkig mee, met hoe het is gegaan, maar uiteindelijk wil ik wel een compliment geven aan de wethouder, maar zeker de ambtenaren, complimenten mogen toch wel aan de ambtenaren, voor het feit dat ze zo snel onder tijdsdruk dit voor elkaar hebben gekregen. Ik snap echt wel dat er misschien her en der wat vragen zijn, voor ons willen we het als hamerstuk zien, maar laten we voor de toekomst een beeldvorming doen om eens te kijken: hoe gaan we in de toekomst nou dit voorkomen, dat dit nog een keer gebeurt. Maar voor nu, wat ons betreft, een hamerstuk. Dank u wel. De heer Scheringa, PvdA: Ik zit nog even na te denken. Als het stuk wordt aangevuld, omdat het niet compleet is, omdat er in ieder geval nog een conclusie in moet, als het aangevuld wordt voor de raad en we krijgen het toegestuurd, als het naar onze zin is, dan is het een hamerstuk natuurlijk, want geld aanvragen doen we sowieso.

Ik begrijp ook wat mevrouw Draak zegt, het is niet de bedoeling om nu een discussie te voeren over de uitkeringen, dat wil ik ook niet, dat gaan we bij de beeldvorming en eventueel daarna nog wat beraadslagingen voor gebruiken, dus tot zover wil ik het laten. Ik kijk aan hoe het stuk wordt aangepast, ik hoop dat het nog kan, omdat het nu een raadsvoorstel is, maar dat zal de voorzitter zelf beter weten, hoe het precies zit. De voorzitter: Dat zal ik gelijk uitleggen. Het stuk ligt bij de raad, dus het college kan er niets aan wijzigen. Zo simpel is het, het ligt bij de raad. U moet zich realiseren, u geeft zelf aan dat het een hamerstuk is, omdat u graag die € 314.000 binnen wil hebben, dat willen alle fracties. Je moet je afvragen of het zinvol is om dit te amenderen, want je zult uiteindelijk toch instemmen met het voorstel, omdat je die € 314.000 wilt. Dat wil ik u nog even meegeven. De heer Scheringa: Ik snap wel dat we dat geld willen, alleen, het document is helder, er wordt gewoon gevraagd om een invuloefening en er zijn dingen nog niet ingevuld. De voorzitter: Dan is het helder, dan moet u een amendement indienen. U kunt een amendement indienen en zeggen: ik wil dat ingevuld hebben op die manier. Zo simpel is het. Tenzij de wethouder aangeeft: ik geef het in overweging. Dan kan hij helpen met het schrijven van het amendement.

Ik ga er niet mee terug naar het college, zo zit het niet in elkaar. De heer Afalah: Is het voor u een hamerstuk, de dingen die ingevuld moeten worden gaan ingevuld worden, daar ga ik van uit. Is het voor u dan gewoon een hamerstuk, als het gewoon ingevuld wordt en netjes afgemaakt wordt, zoals net aangegeven? De heer Scheringa: Het antwoord is ja, maar de voorzitter geeft net aan dat het niet meer mag. De heer Bergwerff, CDA: Ik houd het kort, ik ga niet herhalen wat anderen zeiden. Fijn, dat de wethouder een open houding hierin heeft. Inderdaad, in september kwam het inburgeringsdossier naar de gemeenten. Er is wel een bepaalde vorm van bewegingsvrijheid, bewegingsruimte die wij nu hebben als gemeente, dus het is heel goed dat dit wordt vervolgd. Dank u. Mevrouw Gabin, GL: Ik ben even in verwarring gebracht door overige partijen. Ze geven aan: in de toekomst voorkomen en strenger toezicht houden. We hebben toch gezien dat het uitkeringsbestand van Lansingerland al jaren stabiel is gebleven ondanks de groei aan inwonersaantallen? De crux zit hem toch in de BUIG-regeling en de verdeelsystematiek. Ik wil dat even bevestigd hebben van de wethouder.

24/26

Wethouder Hoek: Nee, controle aan de poort, VVD, is niet hetzelfde als de brede uitvraag, die bestaan naast elkaar. Ik zal de complimenten van WIJ zeker aan de ambtenaren doorgeven en overbrengen. Ik ben het helemaal met u eens. De PvdA, ik wil echt goed naar u luisteren, misschien kan één van de ambtenaren nog een verduidelijkende vraag stellen, dan kunt u daar wellicht nog een interruptie op geven. Ik ben er wel bij gebaar dat u gewoon mee gaat, zodat we het in één keer af kunnen handelen. Ik zie die houding ook bij u, laat dat ook duidelijk zijn. Alleen, er is kennelijk wat verwarring over het proces an sich. Het proces, daar komen we altijd uit, maar laten we ook even kijken hoe we u dan tegemoet kunnen komen, want daar heb ik wel behoefte aan. GL, die crux gaan we straks in het bespreekstuk wat nader onder de loep nemen. Ik heb daar nu nog geen direct antwoord op, dat wordt nog nader uitgezocht, maar ik ben het wel met u eens, dat we dat goed moeten bekijken om ook de vinger op de juiste plek te leggen. Het heeft geen zin als we al heel veel goeds doen, u zegt: we zitten al jaren op die 600, dus we moeten echt even goed de vinger op de zere plek leggen, waar kunnen wij nou met zijn allen met een goed stuk maatregelen ervoor zorgen dat we nog betere slagen kunnen maken, zodat we nog meer mensen kunnen helpen om op een adequate manier in deze samenleving te functioneren.

U vindt me dus aan uw zijde. Ik vraag via de voorzitter of één van de ambtenaren wellicht nog een verduidelijkende vraag mag stellen. De voorzitter: Dat mag. De beleidsmedewerker: De laatste onderdelen van het aanvraagformulier zijn inderdaad nog niet ingevuld. Wij vonden het voorbarig om al vooruit te lopen op de conclusies voordat u het woord heeft gehad. Waar we vandaag en in de raad voor naar u toekomen is om een akkoord op de analyse. Nadat wij het akkoord hebben, ronden we de rest van het formulier af, laten we het aanvraagformulier ondertekenen en dienen we het in augustus in. Dus dan nemen wij de vervolgstappen, nadat de raad wel of niet akkoord heeft gegeven op de analyse, dat het college genoeg heeft gedaan en genoeg duidelijk heeft gemaakt wat de problematiek is. De voorzitter: Dan zijn we aan het eind van de bespreking van dit agendapunt. Ik weet dat 7 fracties hebben aangegeven dat het een hamerstuk zal zijn. Geldt dat ook voor de PvdA? De heer Scheringa: Ik ga het even met mijn fractie overleggen. Op dit moment niet, maar waarschijnlijk wel. De voorzitter: Ik beschouw het als een hamerstuk. Als later blijkt dat u toch nog wat wilt, dan brengt u het in bij de vaststelling van de agenda van de raad, dan brengt u in dat u het toch wilt bespreken. U kunt dat ook van tevoren bij de griffie aangeven, zodat anderen zich daarop kunnen voorbereiden.

Mevrouw Draak: U was me net voor, dat was precies het procesvoorstel dat ik wilde doen. 7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Is er iets? Dat is niet het geval. 8. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Nee. 9. Verbonden partijen De heer Erwich, L3B: Ik had een vraagje aan de wethouder, want hij zei: ik heb geen actualiteiten. Maar ik vroeg me af hoe het met de sportbox gaat. Dat is een actualiteit, want die zou eigenlijk al geplaatst zijn. De voorzitter: Een vraag bij actualiteiten uit het college. Wethouder Hoek: Ik heb geen actualiteit over de sportboxen. Ik weet dat u een vraag hebt gesteld, die zit ergens in de pijplijn, daar krijgt u antwoord op, laat dat duidelijk zijn. Juist omdat het een ingelaste vergadering was, heb ik voor de rest ook geen zaken, omdat het toch een extra avondje was, dacht ik: dat doen we in de reguliere commissie samenleving.

25/26

10. Rondvraag en sluiting De voorzitter, om 22.25 uur: Dan zijn we toe aan de sluiting. Hartelijk dank voor uw voorbereidingen voor vanavond en inzet voor vanavond. Voor dadelijk welterusten. Ik sluit de vergadering.

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

26/26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=ae1b92ca-7387-4297-a25d-2340e858300f