CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV23.0065] Verslag van de commissie Samenleving van 8 juni 2023

Commissie Samenleving 14 september 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering32.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Heel veel positieve dingen, we zien veel mooie dingen terug, die de sport goed stimuleren, die de plaatselijke verenigingen stimuleren, die de toegankelijkheid van sport bevorderen, we zien allemaal dat die uitgangspunten benoemd worden bij deze tarieven. Maar als het dan over de uitwerking gaat, met name ook wat inspreker noemde, wat ook door heel veel fracties benoemd is, dan denk ik: gaan we het doel, wat we zo graag willen, op deze manier wel bereiken? Het gaat heel veel over geld, sporten kost geld, daar besteden we ook geld aan. Geld is wel iets wat je bij een begroting en een kader bespreekt, dus de vraag is of je dat op dit moment al moet doen, dat is wel een aandachtspunt vanuit onze fractie. We zijn heel benieuwd naar de amendementen die komen, we hebben er nog niet direct een standpunt over. In principe zijn we niet tegen indexatie, omdat dat iets is wat erbij hoort, ook gezien de financiële situatie van de gemeente, maar we zijn ook wel heel erg voor het bevorderen van sport in Lansingerland, omdat sport niet alleen geld kost, maar omdat sport ook heel belangrijk is en heel veel oplevert, in positieve gezondheid, in zoveel aspecten, dus het mag ook wat kosten. Dat blijft even het hikken en het heen en weer hinken ook van onze fractie. Daar wil ik het voor nu even bij laten. Ik ben benieuwd naar de antwoorden op de vragen die de andere fracties gesteld hebben.

Beantwoording college

29/45

Wethouder Hoek: Ik zal eerst even een kleine terugblik geven. De tarievennota sport is in 2010 aangenomen, in 2018 geactualiseerd met goedkeuring van de raad. De tarieven waarvan nu een aantal fracties zegt dat ze te hoog zijn, zijn toen vastgesteld. In 2018 is ook het voorstel geweest om ze te bevriezen, dat heeft te maken met de gedachte dat ze wel te hoog werden geacht. In 2021 is het accommodatieplan sport vastgesteld, waarin een aanpassing van het tarievenstelsel is opgenomen. Als actiepunt, daar staan we nu voor, tijdens het plan is een aantal dingen aan de orde geweest, dat waren: de hoge tarieven, weinig flexibiliteit en geen differentiatie. Met name deze notitie is bedoeld om aan deze wensen van de verenigingen tegemoet te komen. Het stuk dat er nu ligt is een resultaat van wat verenigingen hebben ingebracht en is opgehaald bij de verenigingen. De regeling is rond gestuurd naar de verenigingen en 2 verenigingen hebben daarop gereageerd en vragen gesteld en die zijn beantwoord. De regeling ziet er ongeveer hetzelfde uit als regelingen in ons omliggende gemeenten. Om een voorbeeld te geven, wij zijn redelijk goedkoop, want voor verenigingen rekenen wij € 62 per sporthal huur. In de ons omliggende gemeenten is dat € 64. Ook de ons omliggende gemeenten hanteren de consumentenprijsindex.

In de regeling, dat heeft u ook kunnen zien, omdat we halverwege het seizoen met een verandering komen, zit een overgangsregeling. Verenigingen worden niet benadeeld, maar het voordeel is wel voor hun rekening, dus dat is een prettige bijkomstigheid. In 2025 zullen we deze zaken ook weer evalueren. Ik hecht er waarde aan om eerst te reageren op de opmerkingen van de heer Bloemhard, want ik merk dat hij jullie heeft ingelicht en ik zie heel veel overlap, dus als ik die beantwoord zijn we misschien al een stukje verder. De heer Bloemhard constateerde dat, dat wordt door verschillende partijen gezegd, dat de tarieven in Lansingerland in principe 20% hoger liggen, met een compensatie van 7,5% vermindering kom je er dan niet, maar die moet enigszins genuanceerd worden, want die 20% dateert uit 2021. Al deze verenigingen die toen een voordeel hadden van 20% hebben de afgelopen 2 jaar ook met die consumentenprijsindex te maken gehad. Dus het gat is al een stuk kleiner. Ik vind het een punt. Op het moment dat eruit komt dat het huren van kwartieren echt wel ingewikkeld is, dan ben ik er een groot voorstander van, ik kijk ook even naar mijn buurman, om dat te regulieren middels het verhuren van halve uren, dat moet niet heel erg ingewikkeld zijn en dat zal ook niet echt heel veel impact hebben op het geheel. Het dalurentarief het gehele jaar, ja, in de vakanties.

We hebben uiteraard navraag gedaan hoe het zit met die vakanties en daaruit blijkt dat met name de grote vakantie bijzonder geschikt is in het dalurentarief te verhuren. Dat geldt eigenlijk ook voor de andere vakanties, alleen overdag in de andere vakanties, behalve de Kerstvakantie, want dan zie je dat er veel oliebollentoernooien en dat soort zaken zijn. Maar overdag zouden we inderdaad in de vakanties dat dalurentarief ook van toepassing kunnen laten zijn. Het zomertarief, ja, dat bedoel ik, sorry. De zondagen, dat is een ingewikkelde, want de zondagen wordt nu veel gehuurd door verenigingen die buiten sporten en dat is ook logisch, want die willen in de winter naar binnen. Op het moment dat je zegt: daar moeten we een algeheel lager tarief voor gaan hanteren. Dat betekent dat alle zondagen dan in aanmerking komen voor dat lagere tarief. Dus de verenigingen die nu op zondagen sporten, die hebben een hoger tarief, omdat het die zondagen gewoon verhuurd is. Dat betekent wel, op het moment dat er een wens is, dat ook de zondagen het lage tarief van toepassing is, dat dat een behoorlijke deuk slaat in je uiteindelijke opbrengsten. Dat wilde ik wel even mee geven. Dan loop ik de verschillende fracties af.

Mevrouw Molenaar: Ik hoor eigenlijk nog niets terug over één van de grote dingen die benoemd zijn door inspreker, namelijk dat je hele zalen moet huren in plaats van gedeelten van zalen. Dat leek één van de grootste kostenposten te zijn in zijn betoog. Kunt u daar ook nog op ingaan. Wethouder Hoek: Het huren van hele zalen. Je hebt de bonden die het rooster voor de competitie vaststellen en daar kom je niet onderuit. Wij willen eigenlijk voorstellen om dan in ieder geval die regeling niet van toepassing te laten zijn, maar wel als verenigingen hun eigen trainingen inboeken, want daar hebben ze tenslotte zelf de regie over. Wat een bond beslist, daar heb je geen regie op, wat je zelf inplant, daar heb je wel regie op. Wij willen er wel naar kijken of we dat probleem kunnen tackelen. Terecht dat u dat aangeeft. Dan ga ik naar D66. Over de schoolvakanties heb ik iets

30/45

gezegd. De Kerstvakantie is ook aan de orde geweest, omdat daar toch heel veel verenigingsactiviteiten plaats vinden, oliebollentoernooien en dat soort zaken. De huren voor een half uur, daar heb ik ook op gereageerd in eerdere instantie. Over wedstrijden hebben we het ook gehad. De kwartieren, ik kan me voorstellen dat het een hele exercitie is om per kwartier een zaal of een deel te huren. Op het moment dat we dat naar halve uren zouden kunnen tillen, dan zou dat een stuk makkelijker zijn, waarbij het wel zo is dat met name de kwartieren vaak gebruikt worden om spullen klaar te zetten en op te ruimen. Soms kan het dan ingewikkeld worden, want over het algemeen worden zalen per uur verhuurd. De heer Ruijtenberg: Misschien heb ik het verkeerd gehoord, even een verduidelijkende vraag. U zegt nu dat verhuren per kwartier ingewikkeld is vanwege opruimen en klaarzetten. U heeft 2 of 3 minuten geleden gezegd dat als het per kwartier moeilijk is, dat het te regelen zou kunnen zijn, dan gaan we het aanpassen. Of ik heb het verkeerd gehoord, dat kan, of u spreekt zichzelf tegen. Wethouder Hoek: Ik hoop niet dat ik mezelf tegenspreek. Het laatste wat u zegt, daar wil ik naar kijken, dat je het tilt naar halve uren, omdat dat praktisch gezien beter in te plannen is. Zalen leeg of niet in de zomervakantie, daar hebben we het over gehad.

De zomervakantie kan tegen een lager tarief uiteraard gehuurd worden. Het CDA, gedifferentieerde tarieven, in principe zijn we daarmee akkoord. Het voorstel om bijvoorbeeld de consumentenprijsindex niet voor verenigingen te laten gelden, dan ga je natuurlijk wel een stuk ongelijkheid inbouwen. De commerciële partijen worden toch al redelijk verhoogd, als je dan ook nog de consumentprijsindex gaat bevriezen, dan worden de verschillen wel erg groot. Dat is een overweging die u zelf moet maken. WIJ stelt voor om de consumentenprijsindexatie bijvoorbeeld te maximeren op 5% per jaar. Dat zou kunnen, alleen, je weet nooit hoe het uit gaat pakken. Ik zou toch, dat is de opmerking die de CU ook maakte, dit soort zaken nog even in je achterzak houden en die bespreken bij de begroting. Zoals u weet, volgens mij heeft het CDA daar gisteren ook een opmerking over gemaakt, om de komende tijd in ieder geval goed na te denken waar we ons geld aan uitgeven. Ik kan me dus voorstellen dat deze maatregel ook een onderdeel uitmaakt van die afweging. Mevrouw Gielis: Stel dat we dit uitstellen tot de begroting, dan komen we bij mijn laatste vraag: wat als we de tarieven dan niet voor de zomer vaststellen, wat zijn de consequenties? Wethouder Hoek: Nee, u begrijpt het verkeerd. Het gaat niet om het hele verhaal uitstellen.

Het gaat erom, wat de heer Jumelet voorstelde, die bevriezing van de consumentenprijsindex. Dat is een financiële afweging, ik vind hem heel sympathiek, maar ik denk dat het verstandiger is om wat de CU voorstelt, dat je dat in een integrale afweging meeneemt met de begrotingsbehandeling. De VVD, hoeveel verenigingen hebben er nu gereageerd? We hebben de notitie rond gestuurd met alle bijlagen. Er zijn 2 verenigingen die een verhelderende vraag hebben gesteld en die hebben we beantwoord. De heer Kampinga: Heb ik het gemist of is die informatie niet bij de stukken aanwezig, dat verenigingen zijn gepolst in hun reacties. Dat is voor mij nieuw. Wethouder Hoek: We kunnen alsnog die reactie geven, we hebben de vraag op schrift, dat is prima. Ik zie wel dat de VVD een omkeer gemaakt heeft in zijn financiële aanvliegroute en dat is wel opmerkelijk, want je moet eerst zaken willen en dan nadenken over de dekking, dat is een heel nieuw inzicht voor mij van de VVD, want normaal gesproken was het eerst altijd de dekking en dan pas de plannen. Op zich opmerkelijk, maar dat is uw eigen route. Benchmark, natuurlijk, wat is de ambitie van het college om te benchmarken? De ambitie is natuurlijk om te kijken of je qua tarieven heel erg uit de pas loopt. Dat is wat we willen.

Met de nieuwe tarievennota hebben we gebenchmarkt, we lopen dus niet uit de pas, ook niet qua hoe we het aanvliegen m.b.t. de consumentenprijsindex, dat is niet uniek in de regio. Ik bedoel dit, het hele leven wordt duurder, dat geldt ook voor de gemeente, dat geldt voor je huishouden, dat geldt voor iedereen. In mijn optiek is het niet raar wanneer je dat verrekent in huurtarieven. Ja, dat moet wel binnen bepaalde marges, het moet wel mogelijk blijven, maar de regeling zoals die er nu ligt valt het echt niet uit de toon bij andere tarieven in de regio. De sportiefste gemeente van de regio worden. Ik heb weleens gezegd: we moeten toch eens uitzoeken of we dat al wel zijn. Dit argument wordt er altijd bij gehaald: we willen toch de sportiefste gemeente zijn. Ik denk dat we, als we het net ophalen, dat we al zover zijn. Wat dat

31/45

betreft doen we het erg goed, ook wanneer je ziet hoeveel jongeren en volwassenen er hier sporten. De VVD stelde ook nog: is het daadwerkelijk zo dat als de tarieven dalen, dat er dan ook meer gebruik van gemaakt wordt. Dat is wel wat verenigingen aangeven. Zij zeggen: op het moment dat u bepaalde daluren heeft of een lager tarief hanteert, dan zijn wij wel voornemens om meer gebruik te maken van die zaalcapaciteit. De heer Kampinga: Ik kom in dat verband letterlijk tegen dat als wij een tariefsverlaging bij de daluren doen, dat dat zal leiden tot een hogere opbrengst voor de gemeente. De vraag moet meer stijgen dan het tarief daalt. Dat is prijselasticiteit. Dan denk ik: is dat zo? U zegt: dat geven verenigingen aan. Niet echt heel hard is dat, of wel? Wethouder Hoek: Klopt, maar als verenigingen aangeven: op het moment dat de tarieven naar beneden bijgesteld worden, ben ik bereid om meer te huren. Nee, dat kan ik niet hard maken, of ze het daadwerkelijk doen, maar de eerlijkheid gebied wel te zeggen, als een vereniging dat aangeeft, ga ik ervan uit, daarvoor willen ze ook gedifferentieerde tarieven om tegen een goedkoper tarief op daluren te kunnen huren. De heer Kampinga: Dat zou betekenen dat tariefsverlagingen voor de gemeente alleen maar gunstig zijn, want dan krijgen ze meer opbrengsten.

Wethouder Hoek: Laat ik het zo zeggen: zo’n heel nieuwe tarievennota, je kan wel berekenen, dat is ook gebeurd van: wat gaat het nou aan het eind van de streep opleveren, komen we een beetje kostenneutraal uit? Maar na de eerste evaluatie zal moeten blijken of die aannames en ook datgene wat verenigingen hebben aangegeven of dat daadwerkelijk uit de verf komt. De heer Ruijtenberg: U verwacht ook meer inkomsten te halen vanuit commerciële huur. Is dat puur omdat de tarieven omhoog gaan of is dat omdat bedrijven en instellingen zeggen: we gaan meer huren. Hoe hard is dat? Wethouder Hoek: Ik begrijp uw vraag niet helemaal. Als gemeentelijke accommodaties wil je natuurlijk primair zorgen dat je eigen verenigingen op een goede manier bediend worden. Als je dan constateert dat het commerciële tarief, dat wij hanteren, in de regio erg laag is, dan denk ik: waar kies je voor? Waar ligt onze verantwoordelijkheid als gemeentebestuur? Die ligt primair bij ons eigen verenigingsleven. En zeker gezien het feit als je ziet dat de commerciële tarieven behoorlijk uit de pas lopen, in de zin dat we een stuk voordeliger zijn dan de ons omliggende gemeenten.

De heer Ruijtenberg: Heeft u dan de commerciële prijzen zo hoog gedaan in de hoop dat ze weg blijven zodat er meer ruimte ontstaat voor de eigen verenigingen? Wethouder Hoek: Nee, dat is in principe niet de insteek, maar ik sluit niet uit dat iemand zegt: de tarieven nemen echt wel behoorlijk toe voor mijn activiteiten en ik heb toch een verdienmodel, ik ga naar een andere gemeente. Dan kan de verwachting zijn dat die uren meer ingevuld worden door ons eigen verenigingsleven, maar dat is natuurlijk geen doel op zich. Met betrekking tot de culturele instellingen, de vraag was me niet heel erg duidelijk, maar wat ik begrijp is: hoe zit het nou met die tarieven, waar zijn die op gebaseerd? We kunnen voorafgaand aan de raadsvergadering een lijstje overhandigen. Ik hoor in de tweede termijn wel of ik goed begrepen heb wat de vraag was, maar dat laat ik aan u over. Ik heb al eerder gezegd, we hebben de regeling wel riant toegepast. Op het moment dat vanwege het feit dat verenigingen nu al uren hebben ingeboekt en daar in de nieuwe regeling wellicht duurder mee uit zijn, dat het oorspronkelijke tarief van toepassing is en als ze een voordeel kunnen halen omdat ze bijvoorbeeld meer daluren boeken, dan mogen ze het voordeel wel meteen incasseren. Ik denk dat dat een riante overgangsregeling is. De PvdA is tevreden met het voorstel.

Ik moest even lachen omdat u zei: u wilt de sportiefste gemeente van Lansingerland worden. Dat is een bijzonder interessante. Ik lachte u absoluut niet uit, maar ik vond het een mooie. Alle verenigingen hebben een memo gehad, waarin de wijzigingen tussen de oude en nieuwe regeling vermeld stond, die hebben ze gehad. Duurzaamheid is typisch iets voor de accommodatie en heeft weinig van toepassing met de tarieven. GL geeft eigenlijk aan, daar ben ik het wel mee eens, want ook ik heb geen glazen bol, dat inderdaad, je stelt een nieuwe tarievennota op en dan is het nog maar de vraag of datgene wat je berekent en aanneemt ook van toepassing is. Maar dat is altijd wanneer je een nieuwe regeling invoert, dat het altijd afwachten is of de aannames die je gedaan hebt ook redelijkerwijs uitkomen. En ja, als dat heel erg uit de pas loopt, dan vindt u mij aan uw zijde om er nog een keer naar te kijken. Het is niet de bedoeling. Ik denk wel, dat we met deze regeling in ieder geval een

32/45

tarievennota hebben die aansluiten bij de tarieven zoals die hier in de omgeving gehanteerd worden. Ik hoop, wat ik net zei, die 20% en 7,5% dat ik dat enigszins genuanceerd heb. Het is geenszins onze bedoeling om de duurste gemeente van Lansingerland te worden, sorry, van Nederland, nu maak ik dezelfde fout, hij zat in mijn hoofd. Nee, dat is geenszins de bedoeling, je wilt juist dat je m.b.t. de tarieven in onze omgeving in de pas loopt. Ik wil nog wel even vermelden, dat we in coronatijd de verenigingen ook riant ondersteund hebben. Ze hoefden geen huur te betalen, zelfs tot 2 maanden na de lockdown was dat niet aan de orde. Ik heb een oproep gedaan, als verenigingen in de problemen zouden raken, of ze mij wilden bellen. Dat is niet gebeurd. Ik heb de PvdA benaderd: jullie hadden een meldpunt ingericht, zijn er bij jullie berichten binnen gekomen, dat verenigingen echt heel veel problemen hadden. Dat was gelukkig ook niet het geval. En de energiecrisis is met het feit dat wij de tarieven hebben bevroren compleet aan de verenigingen voorbij gegaan, want zij hebben er echt niet veel last van gehad. Om maar aan te geven dat het niet alleen kommer en kwel is en dat we echt ons best doen om ook verenigingen op een goede manier te bedienen. Bijkomend voordeel is ook, dat de buitensportverenigingen op de huur van hun velden 7,5% korting krijgen. Hier wilde ik het even bij laten.

De voorzitter: Ik geef mee, beste commissieleden, dat ik in de eerste termijn alle uiteenlopende smaken heb gehoord van nog niet klaar voor besluitvorming tot aan hamerstuk, tot aan amenderen. Ik wil in de tweede termijn van u horen hoe u dit dossier zou willen voortzetten. Waarbij ik ook moet aangeven, dat als u echt van mening bent dat het niet gereed zou zijn voor besluitvorming dat u dan wel moet aangeven wat u wel wilt. Wellicht kunnen we het met de aangekondigde amendementen wel door doen naar de raadsvergadering. Het is aan u. Tweede termijn De heer Van der Stad, D66: Zoals WIJ zich al afvroeg of met verenigingen n.a.v. de conceptnota gesproken is, heb ik daar nog een aanvullende vraag op. Ik heb begrepen dat het binnensportplatform niet meer actief is. Zou de gemeente dan het initiatief willen nemen om daar weer vorm aan te geven en daarmee de binding weer aan te gaan. Daarnaast constateren wij dat de commissie met name gericht is op de tarieven en de indexatie, maar ik ben ook erg benieuwd of er andere partijen zijn die naar de extra voorwaarden met ons willen kijken, ook die hebben invloed op onze verenigingen. Bijvoorbeeld rond het kunnen huren van kwartieren. Dat doen wij reeds decennia naar tevredenheid zonder echte versnipperingen in het rooster. Wat betreft de nota, wij kunnen absoluut voor gaan stemmen, maar we zouden wel wat aanpassingen willen doorvoeren.

De heer Bergwerff, CDA: Ik bedank de wethouder voor de uitgebreide beantwoording. Ondanks de nuancering van de wethouder, dat het verschil in tarief uit die benchmark, die 20%, lager uitvalt, dat begrijpen we. Alsnog denken we, gaan we er gewoon vanuit, dat onze gemeente gewoon relatief duur is t.o.v. de referentiegemeenten. Hoogst waarschijnlijk zullen wij toch met een amendement in de raadsvergadering naar voren komen, even gelijk een antwoord naar de voorzitter, die dat wilde weten. Of dat dan met die 7,5% korting is of niet, dat weet ik niet, daar moet ik nog even op kauwen. Daarbij kan ik wel meteen melden, toen ik de verkiezingsprogramma’s door las, ik constateer dat als ik een amendement zou maken, dat ik eigenlijk volgens de verkiezingsprogramma’s een meerderheid zou hebben, dus dat kan ik wel even mee geven. Om te antwoorden op de vraag van D66, wij willen best meekijken naar de genoemde voorwaarden, waaronder die kwartier huur, natuurlijk, daar kunnen we het over hebben. Maar de bevriezing van de huidige tarieven, dat is voor ons nu wel een punt, vandaar dat het geen hamerstuk is. De heer Jumelet, WIJ: Ik ben blij dat de consultatieronde zorgvuldig is geweest, dat kan ik toch wel constateren. De zorg die wij met elkaar hebben wordt dan blijkbaar niet onderschreven door de

33/45

sportverenigingen. Het amendement dat ik aankondigde rondom het plafond, geen bevriezing maar een plafond, de wethouder noemde het getal van 5%, dat is een mooie suggestie, die zullen wij zeker in onze fractie bespreken. In reactie op mevrouw Gielis, op het moment dat wij nu besluiten, dan is alleen de korting voor het komende jaar van toepassing en niet de indexatie, want die gaat pas in 2024/25 van kracht zijn. Op het moment dat wij het niet voor de zomer zouden vast stellen, maar na de zomer, dan blijven de huidige tarieven gelden, dus dan doen we de verenigingen eigenlijk 7,5% tekort. Of is dat een foute redenatie? Volgens mij zijn die van toepassing voor het sportjaar 2024/25. We gaan die 7,5% voor de zomer. Het is techniek, dat weet u beter dan ik, maar ik doe als leek ook maar een gooi naar de waarheid. De heer Kampinga, VVD: In elk geval moet gelden, dat de tarieven hier te hoog zijn op dit moment en dat daar iets aan gedaan moet worden. In principe via die 7,5% korting en de vraag is wat je dan daarna doet. Ik heb de neiging om in te gaan op prijs, het is natuurlijk onzin om automatisch prijscompensatie toe te passen. Door efficiency verbetering heb je soms geen prijscompensatie nodig, maar dat even terzijde. Wat is het doel van deze hele sportnota? Ik denk om mensen te stimuleren veel te gaan sport, bewegen. Je moet een motief hebben en dat mis ik een beetje.

Je weet niet precies waar het om gaat. Het gaat om dit, het gaat om prijscompensatie, nee, wat is het leidende motief? Ik vind dat we bij besluitvorming daar een ei over moeten leggen. Dank u wel. De voorzitter: Ik wil ook nog een antwoord op mijn vraag. Heb ik goed begrepen dat we het met mogelijke amendementen naar de eerstvolgende raadsvergadering kunnen doorsturen? De heer Kampinga: Ik heb hoge verwachting van het amendement van de heer Bergwerff. Mevrouw Gielis, L3B: Er werd net een paar keer iets geroepen over de sportiefste gemeente van de regio. We hebben in februari 2019 de visie ‘sport en bewegen Lansingerland’ vastgesteld met als titel: de sportiefste gemeente van de regio. Daar kwam het vandaan, denk ik. Nu is het lastige van sport: wij kunnen nu beredeneren wat het kost, maar je weet niet wat het oplevert. Het levert op sociaal gebied van alles op, op gezondheidsgebied, het voorkomt wellicht een hoop ellende en dat is zo moeilijk meetbaar. Daar worstelen we allemaal nog een beetje mee, net zoals met de tarieven. Het voorstel van meneer Jumelet voor een plafond zullen wij zeker in overweging nemen. De wethouder vroeg wat ik bedoelde met cultuur- en maatschappelijke accommodaties. Er heeft nog geen doorrekening plaats gevonden, volgens uw eigen stukken, van de nieuwe tarieven voor cultuur en maatschappelijke organisaties.

Als er geen doorrekening is gemaakt en we moeten wel een kader stellen, weten we niet wat de consequenties zijn en die zouden wij heel graag voor de raadsvergadering willen weten van u. Met die toezegging en wellicht de amendementen die eraan zitten te komen, kunnen wij in de raadsvergadering tot besluitvorming komen. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Uiteraard, ik bedoelde de sportiefste gemeente van Nederland en niet van Lansingerland, dus ook deze correctie. Veel fracties geven aan dat zij de tarieven willen verlagen, daar staan we uiteraard zeker positief tegenover. Echter, het verlagen van de tarieven adviseren wij vanuit de PvdA bij de behandeling van de kadernota om een integrale afweging te kunnen maken. Denk aan het verhogen van de OZB. Elke euro kan je maar één keer uitgeven, dus de dekking moet er wel zijn. Mijn oproep is eigenlijk: laten we dit voorstel nu vaststellen en bij de kadernota kijken hoe wij de tarieven kunnen verlagen om echt een integrale afweging te kunnen maken om de juiste dekking hiervoor te vinden. Dat is mijn advies richting de commissieleden. Mijn fracties ziet de amendementen tegemoet. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: We moeten het zeker gaan behandelen in de raad, want we moeten een beslissing nemen om het in ieder geval per 1 augustus in te laten gaan.

Wat meneer Xhemaili zei, dat we het nu moeten gaan aannemen en dat we bij de kadernota een amendement moeten gaan indienen, als we dit aannemen gaan we sowieso verlagen, behalve voor de commerciële dingen. Ik

34/45

weet niet wat u dan nog meer wilt gaan verlagen. De heer Xhemaili: Ik bedoelde het aftoppen van de verhogingen, waar de heer Jumelet het over had. De heer Ruijtenberg: Goede aanvulling van de heer Xhemaili. We gaan het behandelen, dat sowieso, het is wel rijp voor besluitvorming. Alleen, of de besluitvorming er gaat uitzien zoals in het voorstel, dat weet ik niet, er komen een paar amendementen, er komt een brief van de wethouder in ieder geval over de koppeling met cultuur en multifunctionele ruimten. Om met iets positiefs af te sluiten: ik vind het heel goed dat er inderdaad geen bijdrage gedaan wordt aan het onderhoud van de padelbanen, want dat kunnen ze inderdaad zelf bekostigen. Een compliment daarvoor. Mevrouw Molenaar, CU: Dank u wel, PvdA, voor het nog een keer onder de aandacht brengen van het punt dat wij in de eerste termijn hebben genoemd, namelijk dat we de financiële consequentie van eventueel niet indexeren of lager indexeren bewaren voor het moment dat we het over de financiën van de gemeente hebben. Ik was zelf nog wel benieuwd, ik was blij met antwoorden en praktische punten die door de wethouder werden benoemd als zijnde: dat gaan we anders regelen dan nu in de nota staat. Hoe en wat zien we dat terug? Dat is voor mij nog niet helemaal duidelijk.

Komt er een aanpassing, komt er een brief over? Of moeten we daar zelf iets voor indienen? Dat is nu voor mij op dit moment niet helder. Wethouder Hoek: D66 stelde een vraag over het binnensportplatform, dat vinden wij ook belangrijk en daar gaan we mee aan de slag, want het zit al in de pijplijn. Het is veel prettiger als je met een platform overlegt dan wanneer je dat op individuele basis doet. Dus ja, daar gaan we mee aan de slag. Het CDA zegt: mogelijk dat wij met een amendement komen van financiële aard. Daarbij wil ik toch aansluiten bij wat de CU zei: laten we nou de hele financiële afweging onderdeel uit laten maken van de begrotingsbehandeling, want anders ga je nu schoten voor de boeg nemen. Het kan al meteen, als je zaken gaat bevriezen, dat je met een tekort komt te zitten van € 60.000. Dat is leuk, maar volgens mij wil je dat altijd meer integraal afwegen dan ad hoc die beslissing nemen. Volgens mij was dat met de wijkbrandweerman precies hetzelfde, dat er een oproep werd gedaan om met name deze specifieke uitgave onderdeel uit te laten maken van de begroting, zodat je die afweging op een goede manier kan maken. In het verlengde hiervan zou ik er ook voor willen pleiten om dat met amendementen van financiële aard te doen. U heeft de verkiezingsprogramma’s bekeken, dat is prettig.

Ik kan me niet voorstellen dat er in een verkiezingsprogramma staat dat we voornemens zijn om de tarieven te verhogen. Ik kan me wel voorstellen dat er in verkiezingsprogramma’s staat dat we de huren in overeenkomst brengen met de ons omliggende gemeenten en daar is deze notitie natuurlijk ook voor bedoeld, zodat we in de pas gaan lopen en niet om jezelf heel erg uit de markt te prijzen. De indexatie, de consumentprijsindexatie, daar was wat verwarring over, of die nou 1 augustus van toepassing zou zijn. In principe staat in het voorstel 1 augustus, maar gezien de tijd, de tijd dringt, je zou ook kunnen kiezen om het op 1 januari 2024 van toepassing te laten zijn, maar we moeten even bekijken of dat kan. De VVD, meer sporten, daar heeft u gelijk in, dat is de sportvisie en niet de tarievennota. Dit is echt een financieel verhaal. Het is niet zo dat we met deze tarievennota de insteek m.b.t. het sporten in een andere dimensie zetten, want het is precies hetzelfde. Alleen, je denkt na over hoe je sporten ook in de toekomst financieel technisch in een goede balans kan krijgen met omliggende gemeenten, maar ook prijs/kwaliteit. De voorzitter: Punt. De heer Jumelet: Heel kort.

Is het dan niet veel eleganter om, als je dat toch gaat onderzoeken, om de consumentenprijsindexering van 1 augustus te verplaatsen naar 1 januari, maar om het te verplaatsen naar 1 augustus 2024 te verplaatsen. In het stuk geeft u aan dat begrotingen van sportverenigingen vaak betreffende het sportjaar is en niet het kalenderjaar. Ik zou het een heel sympathieke gedachte vinden om dat op die manier te onderzoeken. Wethouder Hoek: Het is prachtig dat u dat een sympathieke gedachte vindt. Ik heb net even, dat gaan we doen. We gaan kijken of dat reëel is en wat dat dan voor consequenties heeft. Gezien de tijdsdruk vind ik het ook wel een heel reële. De heer Jumelet: Dan ga ik u aan uw rol herinneren. Het is een toezegging, bij

35/45

een ander onderwerp ging u hem heel smart maken. Ik zou het me voor kunnen stellen dat de luisterende sportverenigingen toch wel heel geïnteresseerd zijn wanneer dit bekend is. Ook de raad overigens. De voorzitter: Ik moet dat altijd aan het eind doen. Eerst is de wethouder aan het woord, dat is een spel met u en dan komt mijn procedurele rol weer. Maar uiteraard kan ik dat op ieder moment wijzigen en de vragen om de wethouder deze toezegging te specificeren. Wethouder Hoek: Wij komen voor de raadsvergadering met de open eindjes die er nu liggen, dat die op een goede manier met u gecommuniceerd worden om het verhaal compleet te krijgen. Ik kan me voorstellen, dat alle zaken die nu aan de orde zijn geweest, dat het heel fragmentarisch is, een kwartiertje, wel in de vakanties overdag, dat willen we op een goede manier met u communiceren. Dan zal de tarievennota er op onderdelen iets anders uitzien, maar het is ook een uitgangsdiscussie, dit. We halen het net op en we proberen dat zover als mogelijk weer aan te passen. De heer Azzouzi, PvdA: Een punt van orde. Ik merk dat bij verschillende commissies de tijd niet consequent toegepast wordt. Ik vraag daar aandacht voor, dat het consequent is bij alle commissies. Als iemand over zijn tijd is, is het klaar. Wethouder Hoek: Ik stel voor dat de heer Jumelet nu naar de gang gaat.

De voorzitter: Laten we daar geen discussie over voeren, het is mijn taak dat u tot een goede besluitvorming komt en daar maak ik afwegingen in. Wethouder Hoek: De sportvisie werd door L3B genoemd. Het was niet ‘Lansingerland sportiefste gemeente van Nederland’ maar ‘scoren met sport’ anders had u mij eraan kunnen houden natuurlijk. De doorrekeningen m.b.t. het culturele verhaal zeg ik u toe, dus die zullen ook bij die nadere duiding komen. De PvdA, u gaf het al aan, zaken van financiële aard, het is handiger om integraal de afweging te maken tijdens de begroting, dat lijkt mij handig. GL, ik heb geen vragen staan. De CU riep nog een keer op om de financiële consequenties bij de begrotingsbehandeling te doen en vroeg om een verduidelijkende brief in de aanloop naar de raad. Daar ben ik een groot voorstander van, want ik kan me voorstellen, gezien de discussie en dat hier nogal het e.e.a. over tafel is geweest, gelukkig heeft de beleidsmedewerker alles goed opgeschreven. We hebben samen kort gesloten dat die brief naar u toekomt. De voorzitter: We zijn aan het eind gekomen van deze tweede termijn, ook van het college. Onder de conclusie dat wij de tarieven sportaccommodaties met mogelijke amendementen en moties naar de eerstvolgende gemeenteraadsvergadering toezenden en een aanvullende brief van de wethouder met alle wijzigingen, die met u deze avond zijn besproken.

Ik wil u vriendelijk verzoeken dat dan allemaal goed te lezen voor die gemeenteraadsvergadering. De voorzitter: Ik heb even uw aandacht nodig voor het volgende. Er is een aantal woordvoerders en ondersteuning specifiek aanwezig voor de behandeling van agendapunt 5.b het bovenregionaal plan jeugdhulp plus. Het is tien over elf, maar mijn voorstel zou zijn om dat bespreekpunt wel nu nog te bespreken, juist gelet op die specifiek aanwezigen daarvoor, maar uiteraard is dat aan u als commissie. Mevrouw Draak, VVD: Ik heb in ieder geval een verzoek. Mocht de commissie besluit door te gaan, dan begrijp ik het helemaal, want zo laat is het niet. Zou ik dan als eerste het woord mogen, want ik moet echt om half twaalf thuis zijn. De voorzitter: Dat mag niet als eerste, want dat is de indiener, maar ik kan u natuurlijk wel na de indiener direct het woord geven. Kan iedereen instemmen met mijn verzoek om door te gaan? Dat is het geval. Uitstekend. 5.b Bovenregionaal plan JeugdhulpPlus

36/45

De heer Lieverse, CU: Voor de transitie, waar het stuk over gaat, de transitie van gesloten naar meer kleinschalige en open jeugdhulp, is groot draagvlak. Met name door tv-beelden van jonge mensen in een isoleer, die gepasseerd zijn in de media, dat is pijnlijk om te zien. Jeugdigen met zelfmoordgedachten in een gesloten instelling, dat is schrijnend. De steun voor de transitie is heel breed. Maar er is een keerzijde, dat is de reden om dit bespreekpunt in te brengen. Het gaat om jeugdigen met complexe en vaak meervoudige problematiek, ze hebben bescherming nodig en een veilige omgeving. Er zijn bijvoorbeeld kinderen die met seksuele uitbuiting te maken hebben gehad en niet zomaar naar huis terug kunnen. Of het gaat om jongeren die misdrijven begaan hebben en goed en fout niet hebben leren onderscheiden. Vaak kunnen ze wel terecht als het aantal plaatsen zo drastisch afneemt. In 2017 waren er in ons land 1.900 plaatsen in een gesloten jeugdhulp. Afgelopen jaar, 5 jaar later, minder dan 1.000, dus meer dan gehalveerd. Het is geheel onduidelijk waar ze nu terecht komen. Wat zijn alternatieve vormen van jeugdhulp? Zijn die er ook? Er zijn nu commerciële aanbieders van jeugdhulp die kwalitatief onder de maat zijn en hier hun kans zien. Gevaarlijk. Een ander essentieel punt is onderwijs, desnoods in de instelling.

Hoe wordt dat aangeboden als jeugdigen niet meer in de opvang zitten. De hervormingsagenda jeugd geeft financiële ademruimte voor jeugdhulp, maar daar valt de gesloten jeugdhulp buiten. Maar los vna geld, personeel is niet te krijgen. We zijn al met al bezorgd over de gevolgen voor de allerzwaarste jeugdzorg en de transitie die, vast goed bedoeld, vanuit de rijksoverheid ingezet is. Met te weinig personeel wordt er geploeterd. Er is bijvoorbeeld onvoldoende jeugd-GGZ, waardoor jongeren in de gesloten jeugdhulp verdwijnen, terwijl ze daar slechter af zijn dan bij de GGZ. We hebben 3 aanbevelingen. Onze fractie zou de wethouder graag willen meegeven om in de GR te pleiten voor een rustiger tempo van de transitie om steeds verzekerd te blijven dat de meest kwetsbare jeugdigen niet tussen wal en schip terecht komen. In de tweede plaats pleiten we voor een gedoogbeleid als gecertificeerde zorgaanbieders hun administratieve verplichtingen niet na komen. De tijdsdruk door tijdschrijven en andere administratie gaat 1 op 1 ten koste van zorg. En in de derde plaats zien we dat een landelijke aanpak van de meest ernstige problematiek de juiste is. Zorg voor anorexia of andere eetstoornissen moet je niet als gemeente of als GR willen oplossen, dat vraag hoog gespecialiseerde inzet. Mevrouw Draak, VVD: Ik zit een beetje dubbel in dit bespreekpunt.

Ik begrijp heel goed dat de heer Lieverse het punt op de agenda heeft gezet, wij weten ook allemaal dat hij heel betrokken is bij dit onderwerp en naar mijn idee ook wel bovengemiddelde kennis daarover heeft. Ik heb me door de stukken heen geploeterd, ik voel me eigenlijk totaal niet toegerust om over deze complexe transitie mijn mening te geven. Ik denk ook, dat een aantal zaken echt helemaal niet in deze commissie liggen om op te lossen, dat ligt op een ander niveau. Maar ik wil toch op een aantal punten even reageren. Ik denk dat de Tweede Kamer de tijdgeest goed heeft aangevoeld dat gesloten jeugdhulp gewoon niet meer van deze tijd is. Er moet echt wel heel erg veel gebeuren, wil je iemand, een mens sowieso maar een jongere helemaal, zoveel vrijheden ontnemen. Er is ook sprake van ernstige en complexe problematiek, die zo erg is dat de samenleving tot voor kort niet eens een andere mogelijkheid zag dan deze kinderen gesloten op te nemen. Ik weet gewoon echt niet wat wijsheid is. Als je dan kijkt naar deze transitie, als je dat rapport leest, dan zie je gewoon, daar komt ontzettend veel bij kijken. Welke organisatieverandering je ook doorvoert, in een organisatie, in een samenleving of in een proces van allerlei dingen die aan elkaar hangen, dan gaan er dus dingen mis, dan zijn er dingen niet goed op elkaar afgestemd. Je komt allerlei onverwachte wendingen tegen.

Ik vind het onwenselijk, dat ben ik het met de heer Lieverse eens, maar de vraag is of de problemen vermijdbaar zijn. Wat ik het meest belangrijk vind, zijn de vragen die aan het college zijn gesteld. Ik ben echt heel benieuwd naar de antwoorden en ook de reactie van het college op de aanbevelingen van de CU. Ik verwacht van de wethouder dat daar wel wat deskundigheid zit. Uiteraard onderstreep ik dat onze gemeenschappelijke regeling alles moet doen om te voorkomen

37/45

dat kinderen tussen wal en schip vallen. Hoe de wethouder daarop reageert, ga ik thuis verder kijken. Hartelijk bedankt. De heer Jumelet, WIJ: Ik ga tegen mevrouw Draak zeggen, dat haar bijdrage deels ook voor ons geldt. In die zin begrijp ik heel goed wat zij zegt. Het is ook goed dat het op de agenda staat, het is een heel belangrijk onderwerp. WIJ heeft jeugd en jongeren heel hoog in het vaandel staan, wij delen ook de zorg die de heer Lieverse met het bespreekstuk inbrengt, die delen wij ook. Ik ben het eens met mevrouw Draak, die zegt: het is wel heel specialistisch. Ik heb dit onderwerp even van mijn collega overgenomen i.v.m. haar afwezigheid, maar het is voor mij ook een soort spaghetti waar ik tegenaan zit te kijken, het is wel heel ingewikkelde materie. Dat zeggende, kan ik me ook voorstellen dat ouders of jongeren zelf ook wel iets hebben: het is wel heel ingewikkeld allemaal, die hele jeugdzorg, zeker als je dan in een heel complexe situatie zit. Vanuit mijn fractie hoor ik, de inzet vanuit het ambtelijk apparaat, de wethouder, de aanbieders, iedereen doet stinkende zijn best om het goede te doen, maar het systeem maakt dat het heel erg ingewikkeld is. Ik kan me herinneren dat het onderzoek van de rekenkamer, hoe kunnen we met elkaar de goede dingen doen, dat dat straks bijzonder belangrijk kan zijn om antwoord te geven op de vragen die de heer Lieverse stelt.

Hij heeft een aantal suggesties gedaan: rustiger tempo, gedoogconstructie en landelijke aanpak. Het klinkt ons heel sympathiek in de oren. Je ziet soms met andere heel grote dossiers dat je niet te snel en niet te rigoureus moet switchen in dergelijke voorzieningen, omdat je daarmee soms dingen, ik zou haast zeggen kapot maken maar dat klinkt een beetje raar in deze situatie maar ik zeg het toch, dat je soms dingen kapot kunt maken waardoor de gevolgen wel verstrekkend zijn. Het zijn constateringen rondom de gesloten jeugdzorg en het minder aantal plaatsen. Ik ben wel benieuwd wat de wethouder daarvan zegt, want die zit daar natuurlijk heel erg goed in. Maar in de voorbereiding heb ik ook wel moeten constateren dat de wachtlijsten in de jeugdhulp voor de laagdrempelige zorg hoger zijn, maar voor de gesloten jeugdzorg dat het allemaal meevalt, maar misschien dat de wethouder daar wat meer duiding aan kan geven. Ik ben het eens met de heer Lieverse, kijk, het grote probleem is toch, al zou je enorme zak geld neerzetten, als zou je het graag willen, uiteindelijk gaat deskundig personeel de grootste bottleneck worden in het hele verhaal in welke vorm van jeugdzorg je ook gaat zitten. Hierbij wilde ik het laten. Ik ben heel erg benieuwd naar de beantwoording van de wethouder op de 2 vragen die gesteld zijn.

De heer Van der Stad, D66: Dank aan de heer Lieverse voor de scherpe blik op dit onderwerp, want de situatie roept niet alleen vragen op rondom de financiële gevolgen maar ook rondom de kwaliteit en continuïteit van degenen die van de gesloten zorg gebruik maken en voor wie dit een uitkomst kan zijn. Goed dat er een behoefteanalyse is voor onze regio en dat deze helder aangeeft de transitie sturing en passende alternatieven nodig heeft. Over de afname van de gesloten plaatsen wordt behoorlijk gestuurd en dat lijkt op zich goed, maar gelijktijdig vraagt de D66-fractie zich af als wij dit soort brieven ontvangen of we het proces nog wel onder controle hebben. D66 wil een gecontroleerde afbouw om te voorkomen dat jongeren tussen wal en schip raken. Wij dienen als GR samen met de aanbieders te zorgen voor dat passende zorgaanbod tijdens die beweging naar beneden. Wij dienen als gemeente of als GR samen met de aanbieders te zorgen voor dat passende zorgaanbod tijdens die beweging naar beneden. De continuïteit van zorg voor kwetsbare kinderen is immers essentieel. Open jeugdzorg met aanvullende maatregelen als alternatief inzetten, prima. Uit de regio en bij zorgaanbieders uiteraard liever niet, maar tijdens de afbouw moeten we ook realistisch zijn en kan die zorg prima passend zijn. De bottomline is dat we het aan kunnen op kwaliteit van zorg en wachttijden.

Wij zijn zeer benieuwd naar een update van de wethouder over hoe hier invulling aan wordt gegeven.

38/45

Mevrouw Gabin, GL: Ik wil de heer Lieverse bedanken voor de agendering van dit onderwerp. Er is natuurlijk alle reden om zeer kritisch te zijn op plaatsingen in de gesloten jeugdzorg. Opsluiten en andere vrijheid beperkende maatregelen leiden tot extra problemen voor kinderen. Zo worden plaatsingen in gesloten jeugdzorg gedaan wegens gebrek aan betere alternatieven. Het is ongelooflijk belangrijk dat er alternatieven worden opgebouwd. Nu de staatssecretaris maatregelen heeft willen nemen zoals kleinschalige voorzieningen in de eigen regio zijn wij erg benieuwd naar het effect van deze maatregelen. Gaat de jeugdzorg effectiever worden, zijn er geschikte alternatieven voor handen? Wat betreft vraag 2 kaats ik de bal even terug naar de CU. De ambitie is dat een jeugdige met een machtiging gesloten jeugdhulp wordt geplaatst in een kleinschalige voorziening in de eigen regio. In de praktijk wordt een deel van de jongeren nog buitenregionaal geplaatst in grotere voorzieningen. Denkt de CU dat er behoefte is aan specialistisch alternatief naast de regionale voorzieningen? Zoals de CU het terecht heeft genoemd, kampt jeugdzorg natuurlijk met enorme personeelsproblemen. Het gevolg hiervan is dat er lange wachtlijsten zijn en te weinig tijd en aandacht voor kinderen in de zorg en dus ook kwaliteitsverlies.

Jongeren met problemen moeten soms maanden wachten op goede hulp en soms is het ook veel te laat. Dus wij onderschrijven het belang van dit onderwerp, maar kunnen nu geen aanbevelingen uit onze mouw schudden, maar opnieuw, wij onderschrijven het belang hiervan. De heer Bergwerff, CDA: Ik zal het kort houden en dat heeft niet alleen te maken met dat het vrij laat is, maar ging ons af en toe een beetje boven onze pet. Onze kennis en kunde over dit onderwerp kwam af en toe iets te kort. Ik loop die 3 punten even langs. Het is bekend dat de gesloten jeugdhulp best wel wat problemen met zich meebrengt. Als je googelt op internet zie je interviews, krantenartikelen, dat jongeren zo’n gesloten instelling vergelijken met een gevangenis. De conclusie is dan meteen: een pleeggezin, een gezinshuis is al een beter alternatief. Waar lijkt het dan op? De transitie, zou je zeggen als logische oplossing, zou wat minder snel moeten gaan, waardoor die alternatieven de tijd hebben om zich te ontwikkelen en ook te ontstaan. Goed dat de doelstelling is minder gesloten jeugdhulp. Aan de andere kant moet het wel kunnen, misschien moet daar dan toch meer op ingezet worden.

Na een klein beetje onderzoek gedaan te hebben, vond ik het wel heel interessant, ik zag een quote of een debat van de staatssecretaris, die zei: kinderen moeten minder vaak naar de psycholoog, want als kinderen op een andere manier worden geholpen dan wordt het systeem niet overbelast. Ik dacht: gaat dit over hetzelfde? Maar dit gaat over hetzelfde, over die lange wachtlijsten. Daar had de staatssecretaris later uiteengezet: er zijn ook andere zaken bij de minder zware of lichte jeugdhulp, die ook de zware jeugdhulp overbelasten, dat heeft direct en indirect invloed op elkaar. Dan bij mij meteen de vraag: hebben we de prioriteiten dan wel in orde? Bijvoorbeeld, die lichte jeugdhulp beperkt zich echt tot hulp bij weinig zelfvertrouwen, hulp bij impulsief gedrag, hulp bij leer planning, hulp bij vrienden maken. Dat is natuurlijk niet te vergelijken met die zware jeugdhulp. Dat is iets wat mij meteen opviel. De andere 2 punten, gedoogbeleid voor zorgaanbieders wat betreft hun administratieve verplichtingen, dat weet ik niet, daar kan ik geen antwoord op geven en dat geldt hetzelfde voor prioriteiten op orde. Sommige zaken doorverwijzen en niet in de regio gaan oplossen, dat weet ik ook niet. De vragen aan de wethouder vind ik interessant, ik ben benieuwd naar de antwoorden. De heer Erwich, L3B: L3B heeft ook zorgen over de problematiek in de jeugdzorg en in de jeugdhulp.

We hebben al eerder aandacht gevraagd voor een strakkere sturing op de samenwerking tussen de zorgaanbieders. De afgelopen jaren heeft de focus teveel gelegen op systemen en te weinig op inhoudelijke ondersteuning. We zijn bang dat deze grote veranderopgave in de gesloten zorg ook weer de aandacht gaat opvragen. Deze vastgoedtransactie naar kleinschalige woonvormen mag beslist niet ten nadele gaan van actieve jeugdzorg. Je kan je afvragen of de incidentele tien miljoen niet anders besteed kan worden. Voor L3B staat de concentratie op zorg voorop. Dan zijn er 3 vragen, snelle afname van gesloten plaatsing naar kleinschalige jeugd. Dat is aan de ene kant

39/45

positief, maar de vraag is wel of we door de snelle afbouw de focus niet verleggen en die gaan concentreren op de nieuwbouw. Dat zou eigenlijk een punt moeten zijn dat helemaal apart gedaan wordt en als het kant en klaar is, kunnen we overhevelen, want het belangrijkste is nog steeds de jeugdzorg. Wij willen niet te snel. Door het tekort aan open jeugdhulp en een deel van een doelgroep dat niet meer geholpen wordt of bij onbekende zorgaanbieders terecht komt, daar hebben wij toch wat minder moeite mee. Het niet helpen van een bepaalde doelgroep is natuurlijk voor ons erger dan onbekende zorgaanbieders. Want onbekend zegt eigenlijk helemaal niets over de mate van certificering of zorgverlening. Misschien is het wel beter dan een grotere aanbieder, dat kan ook, we willen niet voor niets naar kleinschaligere woonvormen. Wel gaan we er hierbij van uit dat de papieren en de kennis gelijk is. Dan vraag 3, de oplopende wachtlijsten. Een goede samenwerking met diverse zorginstanties is hierbij veel belangrijker. Met het huidige systeem en de houding die er momenteel is, werkt de zorgaanbieding ook niet goed. De afgelopen 10 is de oplopende wachtlijst niet afgenomen maar eerder toegenomen.

Wel kunnen we ons voorstellen dat kleine specialistische hulp met de focus op de aandoening van een persoon, waarbij meer aandacht voor preventie mogelijk is beter zou kunnen zijn, want de zorg voor een kind dat gespecialiseerde aandacht nodig heeft en uit huis wordt geplaatst kost ook geld, dan ben je ook gauw een ton kwijt, dus laten we daar op letten. Kortom, gemeenten moeten verantwoordelijk blijven voor de jeugdzorg, maar de rekening van zeer specialistische jeugdzorg moet gewoon niet meer op het bordje van de gemeente komen, dit moet gewoon weer door het rijk betaald worden. Misschien moeten we dan zelfs de focus gaan leggen op het centraliseren van de jeugdzorg. Dank je wel. Mevrouw Biharie, PvdA: Ik wil de heer Lieverse bedanken voor het bespreekstuk met de vragen aan de wethouder, waar ik heel erg benieuwd naar ben en daarnaast de suggesties om gefaseerd om te gaan met eventuele afbouw van de gesloten plaatsingen. Daarnaast heb ik verschillende fracties gehoord, dat waardeer ik, daar heb ik niet zoveel inzicht in, in het thema, in het dossier. Ik wil graag de commissieleden, met uw goedkeuring voorzitter, meenemen naar mijn verhaal over de jeugdzorg binnen de GGZ Delfland. Ik begin met een metafoor. De kleur rood is mijn lievelingskleur, de kleur rood staat voor sociaal, voor mijn fractie PvdA.

De kleur rood staat voor liefde, mededogen, compassie, voor medemenselijkheid. De kleur rood staat ook voor: stop. Nu is het helaas code rood voor de jeugdhulp en specifiek de jeugdhulp plus. Ik werk 40 jaar in de zorg, waarvan 35 jaar in de geestelijke gezondheidszorg. 15 jaar geleden lagen er op mijn bureau dossiers voor jeugdzorg met rode stickers. Slapeloze nachten had ik toen: hoe ga je de ouders, verzorgers bellen om te vertellen dat er een wachtlijst is en dat we ze niet kunnen uitnodigen voor een gesprek? Tijdens de voorbereiding voor vanavond kwamen de schrijnende gesprekken van jaren geleden, de machteloosheid die ik in de ogen van de ouders, de verzorgers zag, weer naar boven. Ik had afgelopen week trillingen en nu komen de emoties naar boven, maar emotie en medemenselijkheid vind ik goed binnen de commissie samenleving, die kwamen boven bij mij. De hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg, gezien mijn werkervaring afgelopen tientallen jaren, werken met onbeschrijflijke toewijding om onze jeugd te helpen. Onze kinderen, de kinderen van onze buren, de kinderen van onze familieleden, elk kind, ook elk kind in de gemeente Lansingerland. Meestal als ik woordvoeringen doe binnen de commissie samenleving over kwetsbare mensen, inwoners met de kleine portemonnee.

Ik kan u mede delen, en daar schrok ik van, toen ik bij de GGZ-instelling ging werken jaren geleden, dat hier binnen de geestelijke gezondheidszorg wat jeugd betreft, is er geen verschil tussen een kleine portemonnee en een goed gevulde portemonnee, het is in alle lagen. Dat vond ik schrikbarend, maar het is wel een feit. Het rijk heeft met de zogenaamde marktwerking van de zorgverzekeraar jarenlang niet geluisterd naar de oproep van de mensen in het werkveld. Onze jeugd, hun ouders en verzorgers, nu zijn we op dit punt beland, code rood, onze kinderen betalen de rekening van jarenlang beleid van het rijk, misselijkmakende bureaucratie van de zorgverzekeraars onder de paraplu van de marktwerking. Zorgverzekeraar staat voor mij voor: zekerheid van zorg. We betalen ervoor, maar de ouders,

40/45

verzorgers, het kind krijgen die zorg niet. We hebben het over de wachtlijsten. Ik heb één van mijn punten persoonlijk, waarom ik in de lokale politiek ben gegaan, om verschil te kunnen maken en bewustwording, maar namens mijn fractie is: preventie. Terecht, meneer Bergwerff, die simpele zorg waarmee de jeugd van ons kampt, als je daar niet preventief, voortijdig aan gaat werken, in die fase zitten we in code rood. 15 lagen ze op mijn bureau met de rode sticker, dan wordt het complexer en complexer. Ik benoem altijd: we letten op de euro’s, we letten financieel en op personeel, dat we beschikbaar hebben. Maar als je lang genoeg op je tenen loopt, dan ga je omvallen. Dat doen onze experts, onze helden, heldinnen in de jeugdzorg. Ik vraag de wethouder, de antwoorden op de vragen die gesteld zijn door de heer Lieverse. Wij moeten regionaal, helaas is dat door het rijk opgelegd, bij de gemeente, daar begonnen dingen mis te gaan mijns inziens. Dit is iets wat ik allang zag aankomen, als een gewone leek, maar ook mijn ervaring binnen de geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd. Gezien de tijd zal ik nu mijn vragen aan de wethouder hebben. We hadden het gisteren over vitale kernen. Over een paar weken hebben we weer een bijeenkomst en commissie samenleving over vitale ouderen, ik mis de visie, misschien heb ik het letterlijk gemist, over vitale jeugd in Lansingerland.

Hoe staat de wethouder daar in? Hoe ziet de wethouder de ontwikkelingen en wachtlijsten in de jeugdhulp met de overleggen in de regio? Ik hoor hier en daar: wat kunnen wij doen, het ligt bij het rijk, het ligt in de regio. Maar ik vind, als ik hier zit namens al die ouders, die verzorgers, als ik de pijn in hun ogen zie, dat wij als raad samen met het college alle steun, toewijding en verantwoordelijkheid moeten geven om aan de regionale tafel voor onze kinderen op te komen. Mijn vraag is dan: wat heeft de wethouder van de commissie en de raad nodig om samen deze schrijnende uitdaging aan te pakken? De PvdA staat er open voor om mee te denken. We kunnen kijken: regionaal staan we met de rug tegen de muur. Dat kan er bij de PvdA echt niet in. Voor nu wil ik het hierbij laten. De heer Erwich: Ik vroeg me af wat er precies bedoeld werd met een visie op vitale jeugd. De voorzitter: Laten we ons even beperken tot de vragen van de heer Lieverse en de vragen aan het college. Beantwoording college Wethouder Hoek: Ik zal niet ontkennen dat het best een ingewikkelde materie is, complex. Het gaat over kinderlevens, het gaat over perspectief in de rest van je leven, het gaat om de juiste keuzes maken, het gaat om in een warme omgeving opgroeien, het gaat erom dat je gewaardeerd wordt om wie je bent en dat de juiste mensen om je heen staan om je verder te helpen.

Dat is altijd ingewikkeld, want wat is nou goed en wat is minder goed? Ik kan u wel vertellen, dat er op dit moment genoeg plek is in de gesloten jeugdhulp. Alle jongeren die daarvoor in aanmerking komen, kunnen we op dit moment plaatsen. Je ziet ook dat er heel erg nagedacht wordt n.a.v. een aantal documentaires op tv hoe we de plekken in de gesloten jeugdhulp ook beter vorm kunnen geven, want gesloten jeugdhulp zal altijd nodig blijven. Ja, ik ben het met een ieder eens dat de insteek moet zijn dat je dat op een andere manier organiseert, daar zal ik straks iets over zeggen, maar deze plekken blijven nodig. De organisaties die deze plekken bieden, zijn ook bereid geweest om naar binnen te kijken en te kijken: hoe kunnen we meer adequaat, liefdevol, warm een omgeving bieden aan deze jongeren. In de gesloten jeugdzorg zijn nu groepen van maximaal 6 jongeren met 2 begeleiders. Dat is nieuw, dat hebben ze 1 april vorig jaar ingezet. Op Schakenbosch boeken ze daar al veel goede en veelbelovende resultaten mee. Ik kwam daar vroeger regelmatig en mijn indruk was altijd: wat gebeurt er nou eigenlijk met die jongeren? Ik was daar voor het onderwijs. Ze hingen in raamkozijnen, veel ramen kapot. Toen ik er laatst nog een keer was, zie je een compleet andere dynamiek op zo’n terrein ontstaan en dat is het goede van die hele transitie.

Ja, er gaat genoeg verkeerd, dat ben ik het met een ieder eens, maar laten we ook kijken naar de zaken die goed gaan. Wat je ook merkt is dat de druk op de gesloten bedden afneemt omdat bijvoorbeeld de

41/45

raad van de kinderbescherming met deze wetenschap al veel minder adviseert om jongeren in een gesloten setting te plaatsen. Wat wel het verhaal is, is dat een aantal plekken in den lande, onze regio koopt ook elders in omdat daar die voorziening is, daarvan zie je, bijvoorbeeld in Harreveld in het oosten van het land, dat daar veel minder jongeren geplaatst worden, gelukkig, want dat is onderdeel van het beleid. Maar je ziet wel dat het gemiddelde personeel in Harreveld niet bereid is om te verhuizen naar het westen van het land. Je hebt te maken met allerlei financiële regelingen om die mensen tegemoet te komen, dat is ook een bijkomende complexe factor. Verder zie je wel, dat de open jeugdzorg op een andere manier georganiseerd wordt. Ik sta daar heel erg achter. Dat is diezelfde groep van 6 jongeren met 2 begeleiders, maar dan in een gewoon woonhuis ergens in een wijk. Als je nu naar Schakenbosch gaat, dan zie dat het terrein omgeven is door hekken en daar spreken ze over pedagogische bewaking. Dat betekent, doordat je een warme omgeving creëert voor deze jongeren perspectief biedt en met ze op pad gaat, dat ze veel minder de neiging hebben om weg te lopen en het vertrouwen in de organisatie op te zeggen. Dat zijn heel mooie initiatieven, ik sluit aan bij mevrouw Biharie, dat het allemaal mensen zijn, die met het juiste hart die inspanning plegen.

Wat je ook ziet, dat met name de insteek om jongeren te plaatsen in een wijk veel op weerstand stuit binnen die wijken. Dat moet je wel communiceren met mensen en je merkt dat dat een remmende factor is. Op dit moment kunnen we op een goede manier zowel de gesloten als open jeugdhulp redelijk bedienen. Wat je wel ziet, wat hier ook aan de orde is geweest, we hebben de fysieke plekken in de open jeugdhulp maar je ziet dat personeel het grootste probleem is op dit moment. Dat heb ik gisteren hier ook al aan de orde gesteld. Kan je daar regie op voeren? Heel erg ingewikkeld. Dat zorgt er ook voor dat er soms aanbieders of ZZP’ers ingehuurd worden, die met de beste bedoelingen niet de juiste ervaring hebben om met deze jongeren te werken. Dan zie je dat je je toch op een hellend vlak gaat begeven, wat overigens niets zegt over de intentie waarmee ze het doen. Van die 135 gesloten jeugdzorgplekken willen we er 36 afbouwen en ergens rond de 99 uitkomen. Op basis van de ervaring zijn deze aantallen tot stand gekomen. Het is dan wel de bedoeling dat de gesloten bedden die nog wel blijven bestaan, dat daar een compleet ander regime gevoerd wordt dan we gewend waren, waar we verzeild in waren geraakt. Dat is een goede insteek, want dat betekent dat je wel het verschil kunt maken. Ja, er zijn heel veel problemen, de heer Lieverse gaf het ook al aan.

Het tempo waarmee het gebeurt, vooral het tempo waarmee de afbouw door de markt tot stand is gekomen, dat klinkt oneerbiedig maar zo is het niet bedoeld. Het is sneller gegaan dan gedacht en dat betekent ook, dat je voor extra kosten komt te zitten en dat is op dit moment het probleem. Gisteren nog gesproken met iemand van de GR en die sprak wel de legendarische woorden, ik heb het op de vrouw af gevraagd, heb je er nou vertrouwen in dat het goed komt? Haar woorden waren: ja, het begint wel licht te gloren aan de horizon. Dus dat is enigszins een geruststellende gedachte. De voorzitter: Zou u in kunnen gaan op de vragen van de heer Lieverse? Wethouder Hoek: Volgens mij doe ik dat nu. We hebben 135 plekken, die zijn voor het hele landsdeel zuid-west. Onze regio Rijnmond is één van de 5 regio’s, we doen dit dus samen met de hele regio in coördinatie met de andere landsdelen. De 2 aanbieders van gesloten jeugdhulp is IHUB en Schakenbosch maken nu exploitatieplannen, in het najaar wordt duidelijk wat de 99 plekken zullen kosten en waar deze gerealiseerd worden in onze regio. In 2023 is er geen effect op de GRJR begroting te verwachten, in 2024 mogelijk wel. Ondertussen wordt er gewerkt aan bedden in een open vorm in woonhuizen in de wijk. Dit doen individuele gemeenten en zorgaanbieders samen.

Het zou ook nog kunnen dat in Lansingerland een dergelijke locatie gerealiseerd zou worden. Er is wel schaarste aan plek zo hier en daar, met name in de open vorm, maar het wordt veroorzaakt door personeel en niet door de fysieke plek. Gesloten settingen, daar hebben we een gewone zorgplicht voor. We zullen er voor moeten zorgen dat deze jongeren opgenomen worden, wel binnen het nieuwe stramien waarvoor gekozen is. Ik ben blij, dat de rekenkamer ook zijn licht gaat werpen over de hele gemeenschappelijke regeling. Niet om een vinger op te steken, maar juist om te kijken: waar kunnen we nou op een goede manier de vinger op de zere plek leggen om de gemeenten maar ook de GR op een goede manier verder te helpen, want dat is wel noodzakelijk.

42/45

Maar goed, de eerlijkheid gebied te zeggen dat ze een onderzoek starten na de grote vakantie, voordat de resultaten er zijn, zijn we een jaar verder. Ik hoop werkelijk dat de mogelijke conclusies die dan getrokken worden voor een groot deel achterhaald zijn, want dat betekent dat we goede slagen hebben gemaakt. Ik ben het met een ieder eens, die zegt: dit soort instellingen zijn soort veredelde administratiekantoren geworden, ingegeven door zorgverzekeraars. Ik heb daar zelf ook nog een poosje mogen werken en in feite was ik meer tijd bezig met registreren van telefoontjes in het systeem om daarmee € 18 bij de zorgverzekeraar te kunnen declareren. Ik schaamde me daarvoor, want daar gaat het niet om. Maar het is een algemeen bekend gegeven, het is ook bij de GRJR bekend, dat we met dit gegeven iets moeten. Controleren afbouw, ja, daar ben ik zeker een groot voorstander van. Alleen, je hebt niet altijd vat op de markt. Dat klinkt lullig, maar op het moment dat de insteek is om minder gesloten opnamen te adviseren en de raad van de Kinderbescherming neemt dit heel serieus en gaat echt actief op zoek naar andere zaken, dan betekent dat wel dat het sneller gaat dan verwacht en dat daar ook een kostenplaatje aan hangt. Ik ben het ook eens met de heer Erwich, die zegt: we moeten van systeem weer terug naar de inhoud.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=8bedb7be-974c-4678-ae41-c4a39c403d34