CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV23.0065] Verslag van de commissie Samenleving van 8 juni 2023

Commissie Samenleving 14 september 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering32.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VERSLAG Commissie Samenleving

Datum vergadering BV23.0065

: 8 juni 2023

Aanwezig in de raadszaal: Commissieleden: WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Abdel Afalah Leefbaar 3B : Marjolein Gielis, Leon Erwich, Johan Philippens CDA : Dave Bergwerff, Rita Leijendekker VVD : Marloes Draak, Eric Kampinga D66 : Ronald van der Stad, Sander Smolders CU : Paul Lieverse, Annette Molenaar-Van der Beek GroenLinks : Marko Ruijtenberg, Selgei Gabin PvdA : Sonnie Biharie, Valmir Xhemaili VOOR Lansingerland : Wethouders

: Leon Hoek, Titia Cnossen

Voorzitter Commissiegriffier

: Matthijs Machielse : Rianne Kokke

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Een goedenavond, dames en heren, welkom bij de commissie samenleving van 8 juni, dat zou regulier de laatste zijn voor het zomerreces, maar daar kom ik zo meteen op terug, want u heeft wellicht allemaal de nieuwsbrieven goed gelezen. Laat ik beginnen met een heel hartelijk welkom aan onze inwoners op de publieke tribune, natuurlijk u, commissieleden, en ook collegeleden aanwezig deze avond. Fijn dat u op deze zonnige avond toch het gemeentehuis heeft weten te vinden. Een bijzonder welkom aan de heer Van der Stad, recent geïnstalleerd als gemeenteraadslid en nu ook voor het eerst aanwezig in de commissie samenleving. Hartelijk welkom, meneer Van der Stad. Ik wil u allen erop wijzen, dat deze avond ook de leden van de commissie algemeen bestuur uitgenodigd zijn voor de behandeling van agendapunten 5.a en 6.a, dus ook aan de leden van de commissie algemeen bestuur heel hartelijk welkom bij deze commissie samenleving. Ik heb voor u allereerst een andere mededeling en dat heeft te maken met die extra commissievergadering van 20 juni. Daar heeft u wellicht allemaal in de nieuwsbrief over kunnen lezen, dat vanwege een bepaalde deadline in een stuk wij 20 juni een extra vergadering zullen hebben de commissie samenleving. Mocht u het zich eerder niet hebben gerealiseerd, dan hierbij nogmaals de herinnering.

Maar er is nog iets anders aan de hand en dat gaat over de uitgangspuntennotitie Vitaal en waardig ouder worden. Ik ken u natuurlijk allemaal als betrokken commissieleden, die de bestuurlijke planning en de aangekondigde stukken buitengewoon goed kennen. Er was oorspronkelijk voorzien om deze uitgangspuntennotitie vanavond te bespreken in deze commissie en het doel zou zijn om input op te halen bij u als commissie voor die definitieve visie Vitaal en waardig ouder worden, die we dan direct na het zomerreces zouden kunnen gaan bespreken. Alleen, door een technische omissie is dit stuk nooit aangeleverd en op de agenda beland. Daarom wil ik u eigenlijk een voorstel doen. Om te zorgen dat dit dossier toch mooi voort kan gaan en we nu eenmaal vanwege een andere noodzakelijkheid een extra commissievergadering

1/45

hebben op 20 juni, om deze uitgangspuntennotitie Vitaal en waardig ouder worden ook te agenderen op 20 juni. Ik denk dat dat allemaal op uw instemming kan rekenen, maar dan is dat bij deze ook zo besloten. Dank u wel. Dat waren de mededelingen van mijn kant als uw voorzitter deze avond. 2. Insprekers De voorzitter: De heer Bloemhard als voorzitter van Volley2Be heeft zich gemeld. Hartelijk welkom, u heeft enkele minuten, ga uw gang. De heer Bloemhard: Beste leden van de commissie, graag begin ik met dankzegging voor de mogelijkheid om namens Volley2Be wat woorden tot u te mogen richten over de tarievennota, zoals deze nu bij u voor ligt. Uiteraard is Volley2Be blij met iedere tariefsverlaging. Zoals u wellicht weet heeft het register voor verenigingsbestuur een rapport aangeboden aan de Tweede Kamer voor het sportdebat van 5 april. Daarin werd aangegeven, dat maar liefst 5.000 sportbesturen vrezen voor het voortbestaan van hun vereniging. Eén van de redenen zijn de hoge en almaar stijgende kosten waarmee verenigingen te maken hebben. Voor mijn vereniging geldt, dat de hoge zaalkosten een permanente struggle zijn. Onze begroting behelst ongeveer € 150.000. Ongeveer 2/3 daarvan geven we uit aan zaalhuur, zo’n € 100.000 per jaar. Dat betekent zo’n € 200 per lid van de vereniging. Ik hoef u niet te vertellen wat betekent voor onze contributie.

We waren de afgelopen jaren dus al blij dat de huur bevroren was en zijn blij als in de tarievennota een lager tarief wordt vastgesteld. Toch sta ik hier niet zo uitbundig. Graag licht ik dat toe aan de hand van 4 opmerkingen m.b.t. de tarievennota. Als eerste de huurverlaging. De voorgestelde verlaging betreft voor sportverenigingen 7,5%. Voor Volley2Be dus een voordeel van € 7.500. De nota stelt dat het onderzoek heeft uitgewezen, dat de tarieven in Lansingerland ongeveer 20% hoger zijn dan gemiddeld in referentiegemeenten. Toch betreft de voorgestelde verlaging maar 7,5%, daarmee blijft Lansingerland dus toch een dure gemeente. Bovendien wordt het nieuwe tarief in het voorstel weer jaarlijks automatisch geïndexeerd. Dat betekent met de laatste indexaties dat de tarieven na 1 of maximaal 2 jaar weer net zo hoog of hoger zullen zijn dan de huidige tarieven. In dat geval zijn de verenigingen met het bevriezen van de tarieven voor de komende jaren, zoals dat de afgelopen jaren gebruikelijk was dus eigenlijk voordeliger af. Maar het blijft een molensteen om de nek van veel verenigingen. Natuurlijk begrijpt Volley2Be dat verdere verlaging en/of bevriezen leidt tot meer kosten voor de gemeente en dat dan de vraag speelt: wie gaat dat betalen? De gemeente heeft zich echter ten doel gesteld om meer mensen te laten bewegen en meer te laten bewegen.

Ik hoef u niet te vertellen waarom dat gezond is en welke kosten er bespaard worden als dat ook daadwerkelijk gebeurt. Dat betekent dat we ook bereid moeten zijn om erin te investeren, zodat een vereniging als Volley2Be niet langer de duurste volleybalvereniging van Nederland hoeft te zijn. Ik pleit dus voor een grotere verlaging van de tarieven en geen automatische indexatie. Daarmee kom ik ook bij het volgende punt. Om een aantal redenen leidt het huidige voorstel niet tot de beoogde verlaging van kosten voor verenigingen. De voorgestelde flankerende maatregelen als niet meer per kwartier huren, de hele zaal huren op zaterdagen, een wedstrijd voor veel verenigingen, ook als men niet de hele zaal nodig heeft, leiden ertoe dat onze club vaker tijd en velden moet gaan inhuren, terwijl ze die eigenlijk niet nodig heeft. Als de volleybal 1 wedstrijd vast stelt op een bepaalde tijd, betekent dat voor ons dat we er 3 moeten gaan huren. Op deze wijze wordt het voordeel van de tariefsverlaging dus weer ongedaan gemaakt. Als derde wil ik het graag hebben over dalurentarief, dat geldt op zondag voor een bepaald gedeelte van het jaar. Het argument daarvoor is dat op die dagen voldoende vraag is om zalen te verhuren. Onze informatie vanuit Sportfondsen, die afgelopen jaren de verhuur heeft geregeld, is dat de zalen op zondag bij lange na niet vol zitten.

Dat blijkt ook uit onze ervaring als we last minute nog velden of zalen willen huren. Juist in de maanden waarin het verlaagde tarief niet geldt, beoefenen wij onze sport en wij zouden dat ook graag willen uitbreiden naar de zondag, omdat we daar mogelijkheden zien om mensen dan

2/45

wel vaker te laten bewegen. We pleiten er dus voor om het daltarief op de zondag voor het gehele jaar te laten gelden. Tenslotte heb ik eigenlijk dezelfde vraag voor het vakantietarief. Volley2Be traint in de vakanties niet meer, omdat we het niet kunnen betalen, terwijl juist in de vakanties onze jeugd vrij is en dat graag nog wil doen en juist graag met hun vrienden en vriendinnen bij Volley2Be. Het blijkt ook wel uit het gegeven, dat de gemeente via Lansingerland Beweegt aan de clubs vraagt om juist die weken activiteiten te organiseren. Dat willen we ook graag. Van Sportfondsen hebben we begrepen dat er in andere vakanties altijd maar 1 zaal wordt gebruikt. Er is in die weken dus veel leegstand. De huidige nota kiest nog steeds voor leegstand voor gebruik. We pleiten er dan ook voor het vakantietarief ook in de andere vakanties te laten gelden. Ik vraag u met dit alles om echt invulling te geven aan de doelstellingen die genoemd staan in de nota. Niet alleen een tijdelijke huurverlaging om daarna weer te verhogen, maar een echte daling van zaalkosten, zodat wij en andere verenigingen de sportaccommodaties vaker kunnen huren om mensen vaker en meer te laten bewegen. Dat kan door verenigingen als Volley2Be te helpen met echt lagere tarieven op meer momenten.

Dan hoeven Lansingerlandse verenigingen zich niet aan te sluiten bij de 5.000 verenigingen die nu al vrezen voor hun voortbestaan. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Dank u wel voor uw inspraak, helder. We hebben gelezen in de stukken dat er een soort consultatieronde is gedaan richting de verenigingen. Heeft u daar ook gebruik van gemaakt? Zo ja, wat was de reactie van de gemeente op uw informatie? De heer Bloemhard: Wij zijn, voor zover ik weet, niet op alle uitnodigingen ingegaan, meestal ben ik daar dan zelf. De huidige nota is niet in deze vorm met verenigingen besproken. We hebben wel op eerdere avonden van de sport, ook n.a.v. de onderzoeken die een extern bureau toen voor u heeft gedaan, geweest om daar met elkaar de resultaten te bespreken. Daar is wel aangegeven, dat we struggelen met de hoogte van de kosten. Volley2Be is daarnaast de afgelopen 3 jaar, 4 jaar, bij alle 3 de zittende wethouders geweest om over al deze onderwerpen in gesprek te gaan. Die zien we dus wel terug, maar niet op de manier waarop wij ze hebben ingebracht, anders had ik hier nu niet gestaan. De heer Xhemaili, PvdA: Ik heb een korte vraag. Spreekt u vanuit uw eigen vereniging? Of bent u gebundeld in meer verenigingen die deze zorgen uiten? De heer Bloemhard: Dat had ik graag gedaan. Alleen, de nota zoals die nu voor ligt konden wij pas krijgen op het moment dat die naar u ging.

Dat is vrij kort om de verenigingen bij elkaar te krijgen. Verenigingen moeten zich wel weer in een soort koepel gaan verenigen. De heer Azzouzi, PvdA: Een korte vraag over de stijgende kosten. Kunt u een aantal oorzaken benoemen voor de stijgende kosten? De heer Bloemhard: Ik denk dat de grootste voor ons is, we hebben eigenlijk 3 grote kostenposten, de zaalhuur, die is gelukkig afgelopen jaar bevroren geweest, de trainers, we hebben alleen externe trainers voor onze eerste teams, maar je ziet ook daar dat de markt schaars is en dat de prijs omhoog gaat. De derde zijn de inschrijfgelden voor de teams. Bij ons geldt dan dat we behoorlijk meer teams krijgen ieder jaar, waardoor de kosten steeds verder oplopen. De heer Kampinga, VVD: In de stukken staat dat in zijn algemeenheid de kosten voor de gemeente hoger zijn dan voor beheer en onderhoud dan wat er werkelijk aan huur gevraagd wordt. Is daar met u weleens over van gedachten gewisseld? Is daar wat aan te doen? De heer Bloemhard: Het gegeven ken ik wel, dat wordt door de meeste wethouders iedere keer wel benoemd. Is daar wat aan te doen? Heel plat geslagen, kan je de contributie natuurlijk verder verhogen op het moment dat de kosten oplopen, maar dat houdt wel ergens op. Ik weet het niet. Als je binnensport doet, dat kost wat. Als we uitgenodigd worden om erover door te praten en te brainstormen, ben ik erbij.

De voorzitter: Meneer Kampinga, ik wil u verzoeken om een feitelijke vraag over de inspraak te stellen.

3/45

De heer Bergwerff, CDA: Dank voor uw inspraak. U geeft aan volgens de nota niet meer per kwartier te kunnen huren, maar de hele zaal in één keer. Daar heb ik toevallig een technische vraag over gesteld en daarin kreeg ik o.a. het antwoord: verenigingen kunnen onderling afspraken maken over gezamenlijk gebruik van de zaal, indien u de zaal niet helemaal voor uw eigen vereniging nodig heeft. Ziet u daar iets in? De heer Bloemhard: Het korte antwoord is eigenlijk: nee. Ik vind dat ik dan eigenlijk het werk van Optisport ga zitten doen. De voorzitter: Meneer Bloemhard, hartelijk dank voor uw inspraak. Het stuk staat later deze avond op de agenda, dus u bent van harte welkom. De heer Bloemhard: Dat kijk ik thuis. De voorzitter: Dat staat u vrij. Dank voor uw inspraak. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 11 mei 2023 De voorzitter: Daarover zijn geen opmerkingen binnen gekomen. Kan ik concluderen, dat we dit kunnen vaststellen? Dat is zo, dus dat is bij deze vastgesteld. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Daarover gesproken, we hebben een buitengewoon volle agenda en ik wil u voorstellen om daarom wat prioritering aan te brengen, zodat wij de zaken die in ieder geval besloten moeten worden binnenkort echt kunnen behandelen deze avond.

Wat ik u concreet wil voorstellen, is dat we eerst agendapunt 5.a bespreken, het collegebesluit noodopvang asiel Wilderszijde en direct daarna agendapunt 6.a, om dan ook direct in te kunnen gaan op de randvoorwaarden van die noodopvang asielzoekers. Dan eerst de stukken ter advisering aan de raad af te maken, dus 6.b en 6.c en vervolgens agendapunt 5.b te gaan behandelen, dat op verzoek van de heer Lieverse op de agenda staat vanavond. Dat verzoek is reeds met de heer Lieverse afgestemd. Ik geef u alvast mee, mochten we echt teveel tijd nodig hebben voor die andere stukken, het altijd nog een optie is om het bespreekpunt van de heer Lieverse de 20 e te gaan agenderen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, maar dat kan indien nodig. Kunt u instemmen met dit voorstel? Nogmaals, resumerend, beginnen met 5.a, dan geheel agendapunt 6 en verder gaan met agendapunt 5.b. Ja? Oké, dat is dan bij deze vastgesteld. Inventarisatie rondvragen: De voorzitter: Er zijn geen rondvragen ingediend. Mevrouw Draak, VVD: Ik heb nog even een vraag over de agenda. Ik weet dat u procedureel altijd goed op de hoogte bent. We hadden ook een inspreekster die niet aanwezig kon zijn over een onderwerp dat onze commissie best wel interesseert.

Wat is nu de weg, nu deze mevrouw heeft ingesproken maar wij geen vragen kunnen stellen? De voorzitter: Feitelijk, mevrouw Draak, is het zo dat voor inspraak iemand aanwezig moet zijn. Digitale inspraak of inspraak per tekst is geen mogelijkheid in de commissie. Het is natuurlijk wel zo, de inspraaktekst van deze mevrouw is rondgestuurd en bekend bij alle commissieleden en fracties. U kunt via de griffie met haar in contact treden, mocht u er vragen over hebben en wellicht zelf het initiatief nemen tot een hernieuwde poging tot inspreken of een bespreking in de commissie. Maar op deze avond is er geen bespreking over een inspraak die niet is geweest. De heer Lieverse, CU: Over hetzelfde punt. Ik denk dat het goed is voor commissieleden, die zich hierin willen verdiepen, in deze inspreekbeurt, kijken naar de voortgang van dit onderwerp in 2021. We hebben in april en september uitvoerig over het rapport gesproken, de scholen die al of niet gebeld konden worden. Het is ingewikkelde is dat we met oude en nieuwe regelingen te maken hadden. In de oude regeling nam de gemeente het voortouw, in de nieuwe heeft OCW het voortouw. We hebben er toen heel veel besprekingen over gehad en toen heeft deze zelfde

4/45

mevrouw ook ingesproken. Het kan zinvol zijn om de context te begrijpen door die stukken erbij te pakken. De voorzitter: Waarvan akte, dank u wel. Voor de kijkers thuis, als u volledig kwijt bent waar we het over hebben: het betreft de aangekondigde inspraak van mevrouw Anke van Vuren van Scholengroep Holland, die niet is komen inspreken deze avond, maar wellicht wordt dat dus vervolgd in de komende commissie samenleving. Dan hebben we de agenda vastgesteld. 5. Bespreekpunten: 5.a Raadsbrief (collegebesluit) noodopvang asiel Wilderszijde De voorzitter: Zoals u allemaal weet heeft het college besloten om noodopvang voor asielzoekers te gaan realiseren en ze hebben hiervoor een locatie op Wilderszijde aangewezen. Het college heeft de raad hier schriftelijk reeds over geïnformeerd en deze brief ligt nu ter bespreking aan u voor. Wat even belangrijk is, het is de vraag u hierop wenst te reageren. Uw reactie gaat dan over het collegebesluit, niet over de randvoorwaarden waarbinnen het gerealiseerd moet gaan worden, want dat is agendapunt 6.a. Om voor een beetje ordentelijke bespreking te zorgen deze avond, wil ik u echt op het hart drukken, dat agendapunt 5.a is: wat u vindt van het collegebesluit noodopvang asiel Wilderszijde. Nog vragen van technische aard? Dan open ik de bespreking. De heer Lieverse, CU: Het zou ondenkbaar moeten zijn, dat er in ons land mensen buiten slapen.

Gevlucht, hier aangekomen, niet eens een tentje. Dat staat los van hoe je denkt over migratie, over wat ons land aankan en welke mensen hier een veilig toevlucht moeten hebben. Het begint met erkenning dat het allen medemensen zijn, gemaakt door dezelfde Schepper, zeg ik er dan bij en zo hebben we elkaar te behandelen, ook als het je wat kost. Goed daarom dat we in beweging komen, zoals in het voorstel staat, in deze brief staat. Het is verleidelijk om in de raadszaal te debatteren over ons huidige asielstelsel, maar dat is aan Den Haag en aan Brussel en op dit moment ook aan Tunesië, als ik het overleg in de krant goed volg. Er zijn problemen. Hoe zorgen we voor goede aanmeldprocedures? Hoe zorgen we ook dat mensen die wel goed in hun eigen land kunnen leven, weer terug gaan? Er is te weinig geïnvesteerd in IND en COA, het CDA merkte dat vorige maand terecht op. Dat betekent dat mensen langer in procedures zitten dan nodig is, zowel als ze hier blijven als dat ze weer moeten gaan. Dat moet anders, omdat mensen lang onderbrengen voor wie de toekomst niet eens in ons land zal zijn ten koste gaat van de plaatsen die er ook op wachten. Het moet ook anders, omdat het uitzichtloze zitten op een veldbed dodelijk is. Daarom nu aan de slag met die opvang. Wij zijn ervoor om kleinschalig op te vangen. Kleinschalig in de zin dat ze kunnen integreren.

Dat zou ook met 300 prima gaan, maar gezien de inhoud van de vorige beraadslagingen, van een maand geleden, kunnen we de wijsheid inzien van het door het college gekozen groeimodel. Kernpunt bij asielopvang is dat het om kwetsbare mensen gaat en daarom zijn we bereid daar ver in mee te gaan. Wij hebben daarbij groot vertrouwen in onze gemeenschap, verdeeld over de 3 dorpskernen. We zijn een gemeenschap waarin men naar elkaar omkijkt. Als rijkere gemeente kunnen we ook meer doen dan een gemeente met achterstandswijken. Tot slot. Niet de rijksoverheid, niet de gemeente kan de allerzwaksten helpen, dat doe je als samenleving. De heer Azzouzi, PvdA: De PvdA onderschrijft wederom de motivatie van de CU wat betreft dit verhaal. Heel kort over het besluit van het college. Wij vinden het een goed besluit. De discussie over de aantallen komt straks bij het andere agendapunt. Ik heb wel een vraag aan de wethouder. Er staat in het stuk wat over het overleg met COA over kostendekking, kan de wethouder daar wat meer over vertellen? Hoe gaat dat in zijn werk? Wat zijn de stappen en afspraken die gemaakt zijn? Dank u wel. De heer Philippens, L3B: Op 11 mei hebben we als gemeentebestuur een goed gesprek met elkaar gehad over de scenario’s noodopvang asielzoekers. We hebben goede ideeën uitgewisseld, mooie

5/45

scenario’s en het college heeft daar goed naar geluisterd. Wij hebben als L3B gepleit voor een bredere interventie op migratieproblematiek, we willen breed naar migratiestromen kijken en passend inzetten op de kracht van Lansingerland. We doen wat meer voor Oekraïners en arbeidsmigranten, dat we daar op inzetten, maar helaas hebben we daar geen steun voor gevonden bij de rest van de gemeenteraad en daardoor pakken we het probleem niet helemaal optimaal aan. We hebben ook onze twijfels over de lijn, of deze gaat helpen in de positionering richting regietafels, echt de regie pakken. Tegelijkertijd zien ook wij de opgave voor asiel. L3B is niet tegen asielzoekers, maar wel tegen grootschalig asiel en dat pakken we agendapunt 6.a, de randvoorwaarden. Dank u wel. De heer Afalah, WIJ: Het is wel lastig om die 2 dingen uit elkaar te halen, zoals ik het heb bekeken, maar ik ga het proberen. Tijdens de laatste commissievergadering hebben we dit onderwerp uitvoerig besproken. Er is voor WIJ niet heel veel veranderd t.a.v. ons standpunt in deze. Mijn collega Jan Alsemgeest was toen onze woordvoerder en ik heb het debat met heel veel belangstelling gevolgd. Ik vond het ook een goed debat om te volgen, waarin duidelijk kon zien wat de lijn van de verschillende partijen was.

Eén van de dingen die kenmerkend zijn voor het DNA van WIJ is dat we moeten zoeken naar de overeenkomsten en niet teveel focussen op de verschillen. Eén ding was wel duidelijk tijdens die avond, de hele raad breed zag dat ze best wel willen helpen en iets willen creëren voor asielopvang en noodopvang. Sommigen wilden eerst een concreet voorstel van het college en sommigen gaven aan dat ze liever kleinschalig wilden en anderen wilden veel verder gaan dan het college. Ik wil hierbij het college bedanken voor het feit dat ze goed hebben geluisterd naar de verschillende geluiden uit de raad, coalitie, oppositie en ons voorzien hebben van de nodige overwegingen die zijn gemaakt. WIJ is nog steeds van mening, dat wij de regie in eigen handen willen houden en nemen, dat we niet halsoverkop gedwongen worden om opvangplekken te realiseren binnen de kaders die het rijk ons oplegt. Dus WIJ verwacht dat de spreidingswet er gewoon gaat komen en dat we minimaal die 300 asielzoekers moeten opvangen. Daar zoeken we draagvlak in de raad. Uit de vorige commissievergadering kon ik wel opmaken dat er partijen zijn die 300 te grootschalig vonden. Daarom kijken wij positief naar het voorstel van het college om die 150 extra plekken te realiseren met eventueel de mogelijkheid voor groei tot 300 als we daartoe gedwongen worden. Voor deze termijn wil ik het daarbij houden.

De heer Smolders, D66: Ik heb verschillende partijen al gehoord in de raad. D66 kan hier eigenlijk best kort over zijn, want er is al veel over gezegd en verschillende standpunten zijn al verschillende keren uitgewisseld. D66 ondersteunt ten volle het besluit van het college m.b.t. de noodopvang asielzoekers op de locatie Wilderzijde. Dat gezegd hebbende. De argumenten zijn helder, de randvoorwaarden, waar we het straks over hebben, zijn ook helder, worden nog wat meer concreet gemaakt in de loop van het proces o.a. bij agendapunt 6.a. Nogmaals wil ik namens onze fractie duiden, dat het een crisis in Europa is van ongekende omvang. Er zijn miljoenen ontheemde Oekraïners, die ze moeten opvangen, waar we het eerder over hebben gehad en daarnaast zijn er vele anderen die een veilig heenkomen zoeken in Europa. En ja, dus ook in Nederland. We hebben het hier over mensen zoals jij en ik, mensen die gevlucht zijn voor oorlog, geweld, politieke repressie, onvrijheid of sociale onveiligheid. Voor mijn fractie is er feitelijk maar 1 optie voor Lansingerland, dat is wat het college doet, namelijk kiezen voor een proactieve houding en niet afwachten tot we gedwongen worden middels de spreidingswet. Een houding die past bij een gemeente, die zich niet terugtrekt maar verder kijkt dan haar eigen gemeentegrenzen en internationale crises aanpakt.

Dit betekent dat Lansingerland hoe dan ook een bijdrage zal leveren aan de opvang van asielzoekers op grotere schaal dan we tot nu toe doen en voor een langere periode. Hier past het door het college geschetste voorstel goed bij. Echter, zoals mijn fractie al eerder heeft aangegeven, is voor ons meer asielzoekers opvangen dan de voorgestelde 150 geen probleem. Anderzijds hebben we ook de meningen van andere partijen gehoord vorige maand, wij

6/45

waarderen dat het college heeft gepoogd een compromis te formuleren, die tegemoet komt aan de wensen van de verschillende partijen. Dat is wat wij graag zien in de nieuwe bestuurscultuur als democraten. Zoals ik al eerder zei, moeten we de asielzoeker zien als mensen en niet als getallen. D66 vindt het belangrijk dat we regie houden en pakken. Door een stap vooruit te nemen bereiden we onszelf voor op wat er komt en houden we de hand aan de knip door goed de financiën in de gaten te houden en op onze voorwaarden en in ons eigen tempo opvang te realiseren. Mijn fractie kan zich daarom goed vinden in het besluit van het college, maar daar zullen we later verder op ingaan. Dat was het. Mevrouw Draak, VVD: In de vorige commissie heeft de VVD al laten weten, dat wij het niet verstandig vinden om zonder spreidingswet toch alvast stappen te nemen, daarin zijn we niet echt veranderd. Als je ook ons partijcongres van afgelopen weekend een beetje hebt gevolgd, dan bleek dat de VVD van mening is dat de asielcrisis op breed internationaal en Europees niveau moet worden aangepakt. De VVD wil graag dat er meer spreiding komt in aantallen asielzoekers over de wereld. Een vluchteling die in Nederland binnen is gekomen, moet naar onze mening zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen over of ze permanent in Nederland mogen blijven, ja of nee.

Ook vindt de VVD dat verblijfsvergunningen niet te laagdrempelig moeten worden verstrekt. Op die manier kunnen wij een goede integratie bevorderen. De heer Lieverse: Ik hoor mevrouw Draak zeggen, dat ze er geen voorstander van is om vooruit te lopen op het ingaan van de spreidingswet, waarvan in te schatten is dat die er wel gaat komen, misschien pas per 1 januari. Maar ze heeft de vorige keer wel verteld, dat ze wel voor de spreidingswet is, zoals de VVD betaamt als meerderheid vastgesteld. Wat zijn redenen om toch niet proactief te handelen en de regie in eigen hand te houden? Mevrouw Draak: Ik ga mijn termijn gewoon afmaken. Wat ik de vorige keer heb gezegd, staat nog steeds. De meerderheid binnen de VVD is wel voor de spreidingswet, alleen, mijn inschatting is dat het niet zo zeker is dat die spreidingswet het gaat halen. Ik heb het nu niet over de spreidingswet, ik heb het over het feit of de gemeente Lansingerland een stap naar voren moet zetten, ja of nee. Er is nog niet een duidelijk kader door het COA aangegeven en toch gaan wij alvast aan het werk voor deze noodopvanglocaties. De VVD ziet hier voor Lansingerland een aantal risico’s. De heer Lieverse: Mevrouw Draak gaat niet in op wat zij goed vindt aan de spreidingswet, waar ze dan toch als VVD’er voor gaat pleiten.

Mevrouw Draak: Ik kies ervoor om die vraag niet te beantwoorden, omdat we het nu niet hebben over de spreidingswet, die spreidingswet is er ook nog niet. De heer Lieverse weet dat binnen de VVD daarover niet op één lijn wordt gezeten. Er zijn mensen voor en tegen de spreidingswet en die is er nu nog niet. De reden dat wij het dus geen goed idee vinden, dan ga ik toch door met wat ik wilde zeggen, dat Lansingerland vooruit stapt, is dat er financiële risico’s zijn die we nemen met het belastinggeld van onze inwoners, omdat het niet zeker is, dat blijkt ook uit de stukken, of het COA onze gemaakte kosten wel of niet geheel of gedeeltelijk gaat vergoeden. Mevrouw Gabin: Mevrouw Draak geeft aan, dat de spreidingswet er waarschijnlijk niet gaat komen. Mag ik vragen waar dat op gestoeld is? Mevrouw Draak: Niemand van ons heeft een glazen bol. Een aantal in deze commissie denkt dat de spreidingswet er wel gaat komen, ik heb zo het gevoel dat met de nieuwe samenstelling van de Eerste Kamer het nog weleens krap kan worden. Dat is de reden waarom de wet er nog niet is, dat wij het niet verstandig vinden dat we nu vooruit gaan lopen daarop. Wij vinden het ook een risico, dat de benodigde ambtelijke capaciteit niet tijdig gevonden kan worden, zodat vooruit lopen op dit plan ten koste gaat van andere plannen.

En wij nemen ook het risico, dat onze locatie die wij naar onze inzichten gaan bouwen, straks niet aan de eisen van het COA voldoet. Het COA heeft zich al eerder kieskeurig getoond. Dat is voor ons de samenvatting waarom wij deze stap vooruit een risico vinden. Dit staat verder helemaal los van het feit dat de vluchtelingencrisis er wel is, dat ieder mens een dak boven zijn hoofd verdient, ook in Lansingerland. In dat opzicht sluit ik me aan bij de woorden van de heer Philippens. De VVD is helemaal niet tegen vluchtelingen, wij zijn alleen tegen grootschalige opvang in Lansingerland. Ik vond ook dat de heer Lieverse dat net mooi heeft verwoord aan het begin van het debat. Ik wil ook

7/45

graag met iets positief afsluiten, want de rest komt straks bij de randvoorwaarden. Het valt mij op hoeveel proactiviteit en creativiteit aanwezig is binnen de gemeente Lansingerland. Waar een vorig college nog heel stellig was over geen flexwoningen op Wilderszijde, blijkt dat nu dus wel tot de mogelijkheden te behoren. Ook de afschuwelijke oorlog in Oekraïne heeft geleid tot 2 mooie flexwoninglocaties voor ontheemde Oekraïners en ook voor Lansingerlandse spoedzoekers. Wij vinden dat op zich een heel mooie ontwikkeling, los van dat de oorlog geen mooie ontwikkeling is, maar dat deze woningbouwlocaties er nu komen, vinden wij goed. De VVD wil het college aanmoedigen deze spirit vast te houden en alle mogelijke en onmogelijk geachte locaties toch nog eens kritisch te bekijken, want wie weet kunnen we nog wel 1 of 2 locaties creëren. Dat wilde ik zeggen. De heer Afalah: Waar ik wel benieuwd naar ben, als ik uw verhaal hoor, dan gaat het heel veel over de spreidingswet, wel of niet onzekerheid, maar ik hoor de VVD toch ook heel duidelijk zeggen: de gemeente Lansingerland moet haar verantwoordelijkheid nemen. Dan is mijn vraag, als we toch onze verantwoordelijkheid nemen: wat belet ons dan om dat niet nu alvast te doen in plaats van te wachten dat de spreidingswet wel of niet er is.

Je kan toch nu alvast je verantwoordelijkheid nemen? Mevrouw Draak: We kunnen daar gewoon van mening over verschillend. Straks bij de randvoorwaarden zult u horen, dat wij over een aantal zaken hieromtrent best heel positief zijn, maar dit stuk van het debat gaat over het besluit om wel of niet nu alvast aan de slag te gaan en mijn fractie vindt dat geen goed idee. Het is gewoon niet anders. De heer Lieverse: Het mag zo zijn, dat er binnen de VVD verschillend gedacht wordt over de spreidingswet en over hoe vluchtelingen op te vangen, maar het zal niemand ontgaan zijn, dat juist de VVD staatssecretaris Van der Burg zo’n beetje continu, dag en nacht, aan de telefoon zit om gemeenten ertoe te bewegen om iets te doen aan deze opvang. De heer Bergwerff, CDA: Laat ik beginnen met te zeggen, dat het ook voor ons een moeilijk onderwerp is, net zoals het een moeilijk onderwerp is binnen onze samenleving. Een gedeelte van onze samenleving is zeer kritisch op de eventuele komst van 300 asielzoekers en wij als CDA begrijpen dat. De andere kant begrijpen wij ook, het voelt als een plicht om mensen in nood te helpen. Wij willen het collegebesluit dus onze steun geven, maar nog even een kanttekening. Juist door die verdeeldheid in de samenleving hechten wij eraan om een breed gedragen besluit te nemen.

We vinden het een slecht signaal aan de samenleving als we een uitkomst van de stemmen krijgen die ongeveer 50/50 is in deze. Heel concreet vraag ik hierom toch nog een keer aan L3B en de VVD of we het toch kunnen hebben over het aantal op te vangen asielzoekers, juist omdat wij een compromis zo belangrijk vinden binnen deze raad als signaal naar onze samenleving. Hieraan toegevoegd: wij respecteren ieders mening over dit onderwerp en ook absoluut die van de VVD en L3B. De heer Philippens: Ik ga graag met de heer Bergwerff in gesprek over de aantallen, maar ik zou dat dan graag bij het volgende agendapunt willen doen, ik denk dat mogelijk een compromis wel mogelijk is. De heer Bergwerff: Ik denk dat dat goed. De heer Lieverse: Het CDA verbaast me een beetje met deze inbreng. De vorige keer was het CDA het meest fel erop, dat het college niet met een voorstel kwam. Nu komt het college met een besluit en dan ga je je terugtrekken. Op mijn interrupties in de vorige vergadering was het CDA nogal: wij zijn tegen handjeklap. Nu gaat u voorstellen om deals te gaan sluiten over aantallen. Het is zeer verrassend wat u doet. De heer Bergwerff: Om even te reageren, in beginsel willen wij het collegebesluit onze steun geven, dat heb ik gezegd, wij zijn voor opvang. Handjeklap, ja, klopt.

Als het niet nodig was geweest, hadden we het liever niet gedaan, maar wij voelen toch een drang om een zo breed mogelijk draagvlak te creëren in onze raad, juist om een signaal af te geven in de samenleving, dus wij hebben toch gekozen om het gesprek aan te gaan met de partijen. Dank u wel. Mevrouw Gabin, GL: In 12 maanden tijd hebben we in Nederland bijna 100.000 Oekraïense ontheemden kunnen opvangen zonder al te grote problemen. In Nederland zagen we een solidariteit voor Oekraïners. Gemeenten in het hele land zorgen voor opvangplekken en er worden woonwijken

8/45

gebouwd. We hebben ook in Lansingerland gezien hoe bedrijven Oekraïense ontheemden in dienst nemen, scholen van lagere scholen tot middelbare scholen zorgen ervoor dat kinderen kunnen blijven leren. Een benadering zoals je vluchtelingen hoort op te vangen, ook andere mensen in vergelijkbare omstandigheden die niet uit Oekraïne zijn gevlucht, maar bijvoorbeeld uit Syrië. Zij dienen ook op dezelfde manier te worden opgevangen. Met de komst van de Tobias-vluchtelingen en de Oekraïense ontheemden zagen we in Lansingerland het enthousiasme van onze burgers, de betrokkenheid en creativiteit. Ik heb zelf aan een evenement kunnen deelnemen, dus ik kan erover spreken. De locatiemanagers bij de Tobias hebben inwoners moeten weren om spullen te brengen of omdat ze activiteiten wilden verrichten met vluchtelingen. Ik kan de uitlatingen van het CDA niet zo goed plaatsen over dat de helft van de samenleving hier ontevreden over is. Mijn fractie vindt dat wij laten zien waar een kleine gemeente groot in kan zijn, in medemenselijkheid en verbondenheid. Voor mijn fractie is dat precies het tegenovergestelde van ontwrichtende woorden, waar sommige partijen heel duidelijk op inzetten. GL is dus blij, dat het college haar verantwoordelijkheid pakt. Nogmaals, uitspraken dat de spreidingswet er niet komt, is klinkklare onzin.

Er zijn inderdaad wat uitvoeringsvraagtekens, het wetsvoorstel dat ambtelijk is voorbereid met de hele verdeling van de gemeenten en hoe dat systematisch verdeeld moet worden, dat ambtelijk concept is totaal aangepast in de coalitie. Dat concept is door politieke onderhandelingen zo ingewikkeld gemaakt, waardoor het heel anders heeft uitgepakt dan dat de wetgevingsjuristen op het departement zelf hadden bedacht met het oog op uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel. Echter, Nederland zit wel met een asielcrisis. Het is zo dat men een slechte wet beter vindt dan helemaal geen wet. Er worden dan politieke keuzes gemaakt door coalitiepartijen en ook door de VVD. De spreidingswet gaat er komen, hoe dan ook. Mevrouw Draak: Ik zou graag van mevrouw Gabin willen weten, zij spreekt op een afkeurende toon over de aanpassingen, maar als dat in de Tweede Kamer gebeurt en daar is een meerderheid voor en het gaat zo, dan is dat toch gewoon hoe het werkt? Mevrouw Gabin: U interpreteert het als een afkeurende toon. Het gaat meer om de wetgevingskwaliteit. De spreidingswet is er, er is een groot probleem, daar moet een oplossing voor komen. Nu heb je te maken met uitvoeringsproblemen, doordat de coalitiepartijen en de politieke partijen daar heel veel in hebben aangepast. Daar ligt meer mijn frustratie en niet zozeer waar u op doelt.

De heer Lieverse: Het is van mevrouw Gabin bekend dat Oekraïners een aparte status hebben gekregen van ontheemden, dat ze dat niet zo terecht vindt in vergelijking met andere vluchtelingen. Toch denk ik dat het voor de voortgang van het debat beter is om dat onderscheid wel aan te houden, anders doet u net zoiets als wat L3B doet, alle migranten op één hoop gooien, of het nou arbeidsmigranten zijn, Oekraïners of ander soort vluchtelingen. Mevrouw Gabin: Het kan zijn dat ik het niet goed heb vertaald of u heeft mijn woorden niet goed vertaald, maar de uitspraken die u maakt heb ik niet zo gewild. Wat mij betreft moeten en de Oekraïense ontheemden opgevangen worden, netjes, en ook andere asielzoekers en vluchtelingen. De heer Lieverse: Ter verduidelijking. U gaf aan, dat er zoveel draagvlak is in de samenleving, wat bleek bij de opvang van Oekraïners. Toen maakte u het overstapje alsof het leek, dat het dus vanzelfsprekend is dat andere vluchtelingen op dezelfde manier onthaald zullen worden en behandeld kunnen worden. Dat is misschien een brug te ver. Mevrouw Gabin: Ik wil even verduidelijken dat dat niet mijn bedoeling is. De voorzitter: Ik heb zo goed als geen vragen gehoord aan de wethouder. Ik wil de wethouder vragen om geen samenvatting van het debat te geven, maar enkel in te gaan op de relevante zaken die een reactie van het college vragen.

Beantwoording Wethouder Hoek: Dat zal ik zeker doen. Ik heb een vraag gehoord van de PvdA over de kosten die het COA voor zijn rekening neemt. In feite zijn dat alle kosten voor de opvang. Alleen, een aantal aanverwante zaken, dan heb ik het over de infrastructuur in en boven de grond en bijvoorbeeld een

9/45

stukje aftakking van een weg, daarover zijn we nog in onderhandeling. Uiteraard proberen wij de kosten te drukken voor de gemeente Lansingerland. Overigens kunnen we een deel van die infrastructuur ook weer gebruiken als we straks Wilderszijde gaan realiseren. Mogelijk dat het mes aan 2 kanten snijdt. 100% zeker hoe dat afloopt, dat zijn we nog niet. We hebben wel goede verwachtingen dat we in ieder geval een heel eind komen. M.b.t. de VVD, er werd gesteld dat wij mogelijk niet bouwen volgens de eisen van het COA. Wij bouwen niet, het COA bouwt dus wij voldoen aan alle eisen die het COA stelt, omdat ze zelf de regie hebben en bouwmeester zijn. De heer Azzouzi: Een stapje terug, ik heb geluisterd naar het antwoord van de wethouder, maar ik denk dat we weldegelijk ook compensatie krijgen voor de infrastructuur die wij gaan bouwen. Wethouder Hoek: Uiteraard, zeker. M.b.t. het bouwen van flexwoningen, we kregen een compliment, maar eigenlijk elimineer ik het compliment want de asielzoekerswoningen zijn geen flexwoningen, want die staan hier voor de duur van 3 jaar en een gemiddelde flexwoning heeft een levensduur van tussen de 10 en 15 jaar. Ik had het compliment graag in ontvangst genomen, maar helaas.

Mijn voorzichtige conclusie is dat in ieder geval de meerderheid in dit huis positief staat tegenover het voorgenomen besluit van het college om en asielzoekers op te vangen en de locatie aan te wijzen. Daar wilde ik het in de eerste termijn bij laten. De voorzitter: Voor de scherpte, het is geen voorgenomen besluit meer, toch? Nee oké, dan hebben we dat even correct vast gesteld, dat we het over een werkelijk genomen collegebesluit hebben vanavond. Een vraag van mij aan de commissie: heeft u behoefte aan een tweede termijn? Mocht u dat niet hebben, voelt u vrij om de tweede termijn aan u voorbij te laten gaan. Tweede termijn De heer Lieverse, CU: Ik wil met name reageren op de oproep om de ontevreden geluiden, die ik hoorde van mevrouw Gabin, om het rookgordijn om verschillende soorten migranten op één hoop te gooien. Als het gaat om arbeidsmigranten is dat een heel andere categorie dan als we praten over vluchtelingen. Arbeidsmigranten worden naar Nederland gelokt, verleid om hier te werken tegen salarissen, vergeleken met de salarissen die ze in hun eigen land konden krijgen, alleen maar van kunnen dromen. Dat we daar huisvesting voor moeten regelen is natuurlijk een normaal recht voor hen, dat hoort bij de zorg die we voor arbeidsmigranten hebben.

Maar dat is een heel andere situatie dan wanneer we het over vluchtelingen hebben, die nood ontvlucht zijn, die bommen ontvlucht zijn, die vervolgingen ontvlucht zijn, die een hongersnood ontvlucht zijn. Overigens is over arbeidsmigranten nog veel meer te zeggen, het zou ook nog een bespreekstuk kunnen worden, het is namelijk dat in hun thuisland grote problemen achterblijven, omdat gezinnen hun pa of moeder moeten missen, een gezondheidszorg die in elkaar kachelt, omdat verpleegkundigen liever op een IC in Nederland werken dan in Ghana blijven enzovoorts. Dat punt wilde ik graag gemaakt hebben in deze tweede termijn. Arbeidsmigranten en vluchtelingen zijn niet op één hoop te gooien. Mevrouw Draak, VVD: Ik wil nog een paar dingen kort de revue laten passeren. Wat ik in de eerste termijn niet gezegd heb, maar zeker wel vindt. Wij vinden het besluit dat het college neemt risicovol, maar zeker ook een moedig besluit. Wat voor mij nieuw is, is dat de wethouder zegt: het COA gaat bouwen. Naar mijn idee zouden wij alvast bouwen voor het geval COA zijn vinger op zou steken, dus ik zou heel graag willen dat de wethouder nog een keer goed uitlegt hoe dat zit. Misschien heb ik me er niet goed in verdiept of heb ik iets gemist.

Als derde wil ik toch nog even zeggen: jammer dat de wethouder het compliment dat ik geef zo terzijde schuift, want technisch gesproken snap ik heus wel het verschil tussen een opvang die 3 jaar blijft staan of een businesscase voor flexwoningen, maar waar het mij om gaat is dat er soms misschien te snel wordt geroepen dat dingen niet kunnen. Dat is nu gebleken. Ik zou juist graag willen dat we door blijven gaan met de houding van: misschien kan er iets wel. Zodat onze eigen inwoners daar uiteindelijk misschien ook

10/45

van kunnen mee profiteren. Dat was de achtergrond van mijn compliment, het was ook echt als compliment bedoeld. Dank u wel. Wethouder Hoek: Dan wil ik u met terugwerkende kracht bedanken voor het compliment. Vanaf het begin is duidelijk gecommuniceerd dat het COA zorgt voor de woningen. Als we het hebben over regie gaat het over de hoeveelheid, waar en dat soort zaken, maar het COA verzorgt de hele vestiging, daar hebben wij geen omkijken naar. Met regie nemen bedoelen we, zoals ik dat zojuist schetste. De voorzitter: Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit agendapunt over het collegebesluit noodopvang asiel Wilderszijde. Wij gaan direct over naar agendapunt 6.a. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Randvoorwaarden noodopvang asielzoekers en formalisering opgaveteam De voorzitter: Het college is weliswaar bevoegd om te besluiten over het al dan niet gaan uitvoeren van noodopvang, maar het is vervolgens aan de raad, en vanavond aan de commissie om dat voor te bereiden, om te besluiten over de randvoorwaarden en de benodigde financiële middelen. Dus deze 2 zaken liggen in dit deel van de bespreking voor aan u: welke randvoorwaarden geeft u mee en welke financiële voorwaarden geeft u mee? Om helder te maken wat van u verwacht wordt.

Voor de orde wil ik u voorstellen, omdat deze agendapunten een sterke relatie tot elkaar hebben, om het in dezelfde volgorde te doen als het vorige debat. De heer Lieverse, CU: Aan het handjeklap zullen we niet meedoen, meneer Bergwerff. Een beetje flauw dat ik het zo zeg misschien. We hebben de vorige keer uitvoerig gesproken over de 4 varianten. We hebben gepleit voor variant 1, dus om nu te zeggen dat we voor minder dan 300 gaan, is niet onze voorkeur. We hebben de wijsheid onderschreven dat het college komt met een tussenoplossing, een groeimodel, daar kunnen we ons in vinden. Wat financiën betreft, wij hebben gisteren kennis kunnen nemen van de jaarrekening 2022, het lijkt ons geen enkel probleem om deze kosten op te brengen zolang het incidentele kosten zijn. Ik hoor graag een bevestiging van de wethouder, dat het inderdaad op dit moment gaat over incidentele uitgaven. De heer Azzouzi: Weet de heer Lieverse dat deze kosten gecompenseerd worden? De gemeente gaat niet betalen. De heer Lieverse: Dat weet ik, maar er zijn aanloopkosten en misschien andere zaken, externe mensen worden aangesteld, dat vinden wij op zich ook een goed idee, want ondanks het nadeel van het weglekken van deskundigheid kunnen wij begrijpen dat het een tijdelijk project is van maar 3 jaar maximaal, dat er op die manier geacteerd wordt, dat vinden wij een wijze aanpak.

Over de randvoorwaarden, wij willen er 2 uitlichten en er 1 aan toevoegen. De randvoorwaarden 4 en 5 gaan over maatschappelijk voorzieningen, zorg en onderwijs. Daarbij willen wij beklemtonen de rol van vrijwilligers, die is bij de opvang van Oekraïners en asielzoekers groots geweest. Wij willen ervoor pleiten om hen, de vrijwilligers dus, tijdig bij de plannen te betrekken. Het diaconaal platform wordt ook genoemd in de notitie, hen er ook tijdig bij betrekken, zodat zij steun kunnen geven. Zo ook de moskee-vereniging, de vorige keer hebben we een medewerker ervan kunnen horen over de steun die zij willen bieden. Er is een andere randvoorwaarde, die er niet in staat, maar die ik wel wil inbrengen: werk. Wachten op je veldbed en wachten op de dag van morgen is dodelijk. De officiële regel nu is, dat een asielzoeker hier de eerste 6 maanden in het geheel niet mag werken, daarna slechts 24 weken per jaar, daarvoor moet de werkgever dan een tewerkstellingsvergunning aanvragen bij het UWV. Overigens is dat al eens door de rechter terug gefloten. Een Nigeriaanse vluchteling, werkzaam op een eendenslachterij in Ermelo vocht de restricties aan en werd in het gelijk gesteld. De 24 weken grens is in strijd, zei de rechter, met de Europese richtlijn dat asielzoekers effectief toegang te verschaffen tot de arbeidsmarkt. De Staat is in hoger beroep

11/45

gegaan, daarom gelden de restricties nog wel. Maar zowel in het belang van de vluchteling als om het gebrek aan personeel in onze omgeving pleit ik ervoor om de mogelijkheden van werk bij het UWV te verkennen. Uit sommige hoeken klinken soms geluiden dat asielzoekers profiteerders zijn, aan het werk helpen neemt dat bezwaar voor een deel weg. Graag hoor ik of de wethouder kan toezeggen dat hij op zijn minst een overleg met UWV wil aangaan. De heer Azzouzi, PvdA: Afgelopen commissie hebben we duidelijk als PvdA aangegeven dat wij voor de opvang van vluchtelingen zijn. We willen als Lansingerland een bijdrage leveren aan het oplossen van dit humane probleem. Dus vanuit de motivatie van het helpen van mensen en niet uit angst voor de spreidingswet. Daarom voldoet het voorstel van het college qua aantallen niet helemaal aan onze wensen, we hadden liever 300 vluchtelingen opgevangen, dat geven we nu ook mee in deze commissie. We blijven staan voor die aantallen, omdat wij van mening zijn dat we daarmee 100 mensen meer gaan helpen. We willen nu proactief die aantallen regelen, dan zijn we voorbereid en ook goed voor onze eigen inwoners, dat wij nu alles goed voorbereiden ook in samenwerking met de maatschappelijke organisaties. De heer Lieverse had het daar ook over, die randvoorwaarde steunen wij volledig, wat de CU benoemt.

De kosten, daar zijn we het mee eens, omdat de kosten gewoon gecompenseerd worden door COA. Een vraag aan het college: als wij die 300 nu gaan regelen, is dat een betere oplossing, zijn we dan goed voorbereid dan als we 200 gaan regelen? Dank u wel. De heer Philippens, L3B: Wij zijn wat kritischer op dit stuk gegeven de randvoorwaarden. Dat zit voor ons met name op de grootschaligheid, de impact op de maatschappelijke voorzieningen, de financiën en een vraag over de locatie i.v.m. de nabijheid van tijdelijke onderwijsvoorzieningen. De aantallen. Wij hebben als L3B altijd gezegd: we zijn niet tegen asielzoekers, maar tegen grootschalige asielzoekers. Daar is Vluchtelingenwerk ook voor, die zegt: maak het zo kleinschalig mogelijk. Wij hebben grootschaligheid gedefinieerd op 100, daarmee is ons kader ook max 100 voor de asielzoekers. Dus 250-300 is echt teveel voor ons, daar zullen wij niet akkoord mee gaan. Wij zullen een voorstel doen om het er anders in te krijgen. Punt 2, de maatschappelijke voorzieningen. Ik ben even benieuwd naar de wethouder, of hij wat meer duiding kan geven, zonder dat de druk op de voorzieningen te groot wordt. Ik ben even benieuwd wat ‘te groot wordt’ is. Even een stukje achtergrond. Vanuit de CU werd al aangegeven: L3B gooit alles op een hoop. Dit is geen hoop, maar het is wel belangrijk dat er veel verschillende groepen zijn, die we moeten helpen.

Waar wij ons als L3B ontzettend zorgen over maken, is dat de groep in de maatschappij die al in Lansingerland woont, het ontzettend lastig heeft. Er is ongekend hoge armoede in Nederland, ongekend hoge hoeveelheden mensen die gebruik moeten maken van de voedselbanken, ongekend hoge wachtlijsten voor de jeugdzorg. Al die maatschappelijke voorzieningen, deze asielzoekers gaan daar ook op drukken. Als ze er zijn, moeten ze er ook gewoon recht op hebben, dat is het probleem niet, maar je moet wel kijken om die groepen goed met elkaar te verdelen. Dus de druk op de sociale voorzieningen moet niet te groot worden, kan er duiding op gegeven worden wanneer het te groot wordt, hetzelfde als hoe we dat met de Oekraïners bekeken hebben. Ik ben benieuwd naar het college. De heer Afalah: Heel kort, over dat voedsel. Ik begrijp niet waarom u over de voedselbanken begint, terwijl het COA daarvoor zal zorgen, neem ik aan. Ik snap niet waarom de druk bij de voedselbanken verhoogd zal worden met zo’n opvang. De heer Philippens: Het punt dat ik probeer te maken, is dat heel veel mensen in Nederland en ook in Lansingerland het moeilijk hebben. Zij hebben dan maatschappelijke voorzieningen nodig zoals een voedselbank, waar ze gebruik van kunnen maken. Als je nou teveel mensen hebt, die maatschappelijke voorzieningen nodig hebben, dat heeft consequenties voor de maatschappij.

De heer Afalah: Met alle respect, dat begrijp ik wel, maar ik vind het heel makkelijk om de voedselbank te noemen, terwijl we allemaal weten, dat de mensen die daar gaan wonen geen gebruik gaan maken van de voedselbank. De heer Philippens: Dat is mijn punt ook helemaal niet. Samenwerken met het COA, die zit wat meer op de financiën. Ik ben benieuwd of de wethouder daar ook duiding op kan geven. In het stuk lees ik, dat

12/45

met name punt 2 en punt 3, het bouwrijp maken en personele inzet, dat daar nog geen afspraken op zijn met COA, zodat we dat aan de voorkant weten. U kent ons, u kent ook de motie: geen geld, geen Zwitsers. Onze lijn zal zijn: het is aan de voorkant afgesproken dat het financieel gedekt is of we doen het niet. Daar zullen we ook een voorstel toe in gaan dienen. De laatste, de kavel. Of de wethouder mij mee kan nemen, hoe ik dat een beetje moet duiden. De asielopvang komt dan op dezelfde kavel als tijdelijke onderwijsvoorzieningen. Hoe moet ik dat zien? De staatssecretaris heeft aangegeven, dat er niet meer voorgesorteerd kan worden op bepaalde asielgroepen. Even worstcase scenario, dan komt in de nabijheid van de asielopvang tijdelijke onderwijsvoorzieningen. Zijn dat kinderen, zijn dat klassen die daar zitten? Als je dan worstcase scenario, dat in de asielopvang toch veelal alleenstaande mannen zitten, wat toch het grootste deel van de asielinstroom is, hoe zit? Gaat dat in elkaar over, zit er een risico in dat ouders met kinderen zich daar geïntimideerd gaan voelen door die samensmelting. Nogmaals, het is een vraag, ik weet het niet, de vraag of de wethouder ons wat meer mee kan nemen. Als laatste, de samenwerking met de ontwikkelaars Wilderszijde.

Voor L3B is een harde eis, dat de asielopvang die we tijdelijk gaan doen niet ten koste gaat van woningbouw op Wilderszijde, anders gaan we het probleem groter maken, want er is juist geen doorstroom, dus je moet gaan bouwen. Lees ik dat goed in het stuk. Mevrouw Gabin: Ik heb zo de bijdrage van meneer Philippens aangehoord en ik vind dat hij heel veel valse frames aanhaalt. Zou de heer Philippens in het vervolg wat duidelijker zijn standpunt kunnen uitbrengen? U brengt zo valse sentimenten in de samenleving, die niet correct zijn, over alleenstaande mannen. De heer Philippens: We hebben in de raad heel netjes de discussie hierover gevoerd. Ik vind deze opmerking niet helemaal geplaatst. Wat ik probeer aan te geven, de asielgroep is een belangrijke groep, we zijn ook niet tegen asiel, maar je hebt zoveel andere groepen. Volgens mij zet ik geen frame neer, maar juist dat we voor al die mensen willen zorgen en dat je daar soms keuzes in moet maken, dat is het punt dat ik wil maken. En dat je ook moet kiezen voor de inwoners die hier zitten. Dan sluit ik hem af. De heer Lieverse: Een beetje doorgaand op iets wat mevrouw Gabin aankaartte. Over Tobias hebben we nooit de problemen gehoord, die door L3B nu gesuggereerd worden. Ook daar staat een school vlak naast.

Als u zegt: er zijn veel andere groepen, daar zouden we wat voor willen doen, terwijl u ervoor zegt: we willen best wat voor asielzoekers doen. Dan spreekt u zichzelf al in 1 zin tegen. Als ik me goed herinner heeft u bij de vorige beraadslagingen: als we het doen, moeten we het echt goed doen. Dat is belangrijk, dat we het wel goed uitvoeren. Ik hoor niets in wat u nu naar voren brengt hoe we het goed moeten uitvoeren. De heer Philippens: Volgens mij ben ik daar heel duidelijk over geweest. De aantallen terug brengen, dat is ook wat Vluchtelingenwerk aangeeft, zo kan je op een goede manier vluchtelingen opvangen. Ik suggereer niets, de Tobias loopt gewoon goed. Daarom geef ik aan: worstcase scenario. Maar ik maak hem even scherp, omdat ik ook van de wethouder wil weten. Mogelijk komen er nieuwe gezinnen, dat staat ook in het stuk, maar de staatssecretaris geeft aan: dat kan niet meer. De grootste instroom zijn alleenstaande mannen. Ik ga ervan uit dat dat niet gaat gebeuren, maar ik wil hem wel even scherp gehad hebben. Dank u wel. De heer Afalah, WIJ: Er is een hoop langs gekomen. Ik ben blij te horen aan mijn rechterzijde, het CDA, hoe ze erin staan, daar ik eigenlijk stiekem op gehoopt, het CDA kennende, maar ik was toch wel verrast, dat ze zo positief zijn over het stuk. Wat WIJ betreft, we hebben liever 1 opvang met 200 mensen.

Ik begrijp echt wel dat L3B in hun verkiezingsprogramma heeft staan: kleinschalige opvang en dat is 100 en niet meer. Maar ik wil wel meegeven dat draagvlak voor mogelijke opvang met 100 mensen ergens anders, want daar gaat het om, blijkbaar vindt u het niet erg om mensen op te vangen, maar liever kleinschalig, dat daar echt minder draagvlak voor zal zijn dan het op deze manier te doen. Wij zijn blij met het voorstel. Voor ons is 200 mensen op deze locatie prima te doen. De heer Azzouzi: Ik wil WIJ vragen: waarom niet 300? Waarom 200? De heer Afalah: Het voorstel is gedaan door het college om 150 extra te doen naast de 50 die we al hebben. Uiteraard steunen wij het als het richting de 300 gaat groeien en wij verwachten ook dat het naar 300 gaat

13/45

groeien. Maar ik denk dat het wel belangrijk is dat we draagvlak binnen het college hebben, dat we het binnen de raad hebben, dat vinden wij gewoon belangrijk als WIJ. Wij willen wel vast houden aan die 300, maar dan merk ik dat dat best wel lastig gaat worden. Ik ben voor een breed gedragen. De heer Azzouzi: Dat geeft mij de gelegenheid om te zeggen dat de PvdA niet voor compromis is, we willen eigenlijk de mensen helpen. Nu 200, straks 300, zijn we dan goed voorbereid of is het beter dat we nu 300 gaan opvangen, dan helpen wij honderden mensen meer. Of geeft WIJ meer voorkeur aan een compromis en draagvlak binnen de raad? De heer Afalah: Ons standpunt is heel duidelijk, wij gaan voor 300, dat is wat wij willen. Het college komt nu met een voorstel: 150-200 mensen. Dat steunen wij met duidelijk daarin de mogelijkheid om makkelijk en snel op te kunnen schalen naar 300. Natuurlijk, uiteindelijk zal het beter zijn om 300 te doen, maar op zich zie ik niet heel veel hobbels op de weg als wij eerst die 200 goed realiseren, dat gaat gewoon goed, dan kunnen we best over een jaartje als dat nodig is naar 300 toe, wel of niet gedwongen. De voorzitter: Ik wil nog wel van u horen welke randvoorwaarden u ziet en wat u van de financiering vindt. De heer Afalah: De randvoorwaarden, de heer Lieverse had al aangegeven over de kosten, daar gaan wij in mee.

Die randvoorwaarden zijn geschikt, die kunnen wij onderstrepen. Er werd gesproken over de infrastructurele kosten van een miljoen, daarover zouden wij iets meer duidelijkheid willen hebben van het college. Ik vind het eigenlijk van de zotte dat het niet betaald zou worden door COA, dat is toch iets in het midden gelaten. Daar zou ik graag meer duidelijkheid willen hebben. Wat ik ook wil, WIJ, als we er 200 op gaan vangen, stel dat dat het gaat worden, wij willen niet verrast worden. Het kan niet zo zijn dat straks het COA komt of het rijk: jullie krijgen er 300 bovenop die 200. Ik wil graag weten van het college, dat dat uitgesloten wordt. Als straks gezegd wordt: 300. Dat het er dan ook 300 zijn en niet bovenop die 200. Ik ga afronden. Laten we gewoon aan de slag gaan. De mensen worden onder heel slechte omstandigheden opgevangen elders in het land. Laten we gewoon aan de slag gaan, wij hier in Lansingerland, om die mensen een veilig onderkomen te bieden. Daar gaan we voor. De heer Smolders, D66: Ik hoor deze discussie aan, ik wil herinneren aan het vorige agendapunt waar ik zei dat we het hier over mensen hebben die in nood zijn en opvang nodig hebben. Daar is wel draagvlak voor binnen de verschillende partijen. Vervolgens gaan we het over aantallen hebben, maar voor D66 kan je mensen moeilijk in aantallen omzetten.

Of het er nou 100 zijn, 200, 300 of 400, D66 vindt vooral belangrijk: wat kan een locatie aan aantallen verwerken? Als de locatie op termijn geschikt gemaakt kan worden voor bijvoorbeeld 300, zoals op Wilderszijde, dan zou ik zeggen: waarom dan niet dat? De heer Philippens: Dan ben ik benieuwd, als we een locatie vinden waar je 10.000 asielzoekers op zou kunnen vangen, zou u daar voor zijn? De heer Smolders: Wat ik dus zei, je kunt het niet over aantallen hebben, want ik vind dat de discussie een beetje plat slaan. Het gaat erom dat mensen opvang nodig hebben, dat gebeurt elders in de wereld op grote locaties, dat zijn niet altijd de beste, maar ik ga niet over aantallen van 10.000 in discussie, want dat is niet reëel. Verder vind ik de geschetste randvoorwaarden, zoals het college die heeft voorgesteld, daar kan D66 prima mee leven. De financiering daarvan uit de algemene reserve halen ook. Ik ben wel benieuwd: in hoeverre gaat COA dat terugbetalen? De heer Azzouzi: U zegt dat we mensen willen helpen, maar we zitten hier om de randvoorwaarden mee te geven en ook de aantallen. Ik wil graag horen hoeveel vluchtelingen D66 wil opvangen in asiel. De heer Smolders: Volgens mij heb ik net gezegd: we kijken naar de locatie die het college heeft voorgesteld, dat is een adaptief model, om 150 op te vangen tot max 300. Per locatie gaan we dus wel die kant op.

Op de vraag: wil je dan 10.000 opvangen? Nee. Het gaat hier echt om mensen, dat vind ik het belangrijkste, dat we blijven realiseren dat we mensen opvangen die in nood zijn. Verder was ik erg benieuwd hoe het CDA er zelf in staat als het gaat over opvang, dat zullen ze zo meteen wel vertellen, i.p.v. met andere partijen samen gaan ben ik ook benieuwd naar hun eigen standpunt hierin. Dat was hem.

14/45

Mevrouw Draak, VVD: Ik wilde eigenlijk deze termijn beginnen om alvast het college aan te kondigen dat ik de kans groot acht, dat de VVD-fractie tegen dit voorstel zal stemmen. De reden daarvoor is, dat we het niet eens zijn met het collegebesluit, daar kunnen we niets aan doen. De randvoorwaarden, daar kunnen we wel tegen zijn. Ik zeg niet dat het gaat gebeuren, ik houd het even open. Zeker ook in aansluiting op wat de heer Bergwerff zei, wij gaan zijn oproep wel met elkaar bespreken binnen de fractie. Alleen, ik wil de heer Bergwerff er toch op wijzen dat wij hier niet altijd zitten voor compromissen, maar ook om onze achterban te vertegenwoordigen. Mensen stemmen op ons. Ik heb bij het vorige agendapunt al gezegd, iedereen weet dat ook in deze zaal: dit is een onderwerp dat lastig ligt bij de VVD. Wij vertegenwoordigen hier onze kiezers, dat nemen wij mee in onze afweging. Desalniettemin ga ik het over de randvoorwaarden hebben in het voorstel. Ik wil beginnen met complimenten aan het college, ik vind duidelijk zichtbaar dat er veel moeite is gedaan om de wensen van deze commissie in dit voorstel mee te nemen. Als ik ze dan even puntsgewijs afloop.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=8bedb7be-974c-4678-ae41-c4a39c403d34