[BV23.0052] Verslag Commissie Samenleving d.d. 11 mei 2023
Tekst van het document
De drama’s op de Middellandsezee zijn het gevolg van ons stelsel dat mensensmokkel in de hand werkt, laten we er niet omheen draaien. Een beter immigratiebeleid is dus in het belang van de asielzoekers, maar ook voor de Nederlanders. Als er meer werk wordt gemaakt van remigratie, dan versterkt dat het draagvlak voor een nieuwe groep vluchtelingen, zoals Oekraïners. Maar een beter asielbeleid laat op zich wachten, veel en veel te lang. Wat ook op zich laat wachten is voldoende asielopvang. 5 jaar geleden sloot het COA op last van de politiek 11 AZC’s
28/36
en daarmee vele duizenden bedden aan reservecapaciteit. Kortzichtig, terwijl juist in die gemeenten waar ze gesloten werden draagvlak was voor die AZC’s. Die domme keuzes, ik kan het niet anders noemen, hebben gevolg voor de huidige asielcrisis, die hebben de huidige asielcrisis verergerd. We zijn hier aan het spreken over een probleem dat Den Haag mede heeft veroorzaakt. Nochtans, intussen zijn er asielzoekers in Nederland van wie de rechten geschonden worden, van kinderen op een goed onderwijs en een veilige leefomgeving, zoals de inspecties onlangs meldden. Om nog maar te zwijgen van het drama in Ter Apel vorige zomer. In andere provincies en gebieden is objectief gesproken veel meer ruimte voor asielopvang, maar ook wij als Lansingerland kunnen een bijdrage leveren, daarom heeft het CDA ingestemd met de opvang van 50 asielzoeker in de Tobias, naast het gemeentehuis vorig jaar en we staan ook open voor tijdelijke asielopvang op Wilderszijde. Besluitvorming moet zorgvuldig gebeuren, ik sluit me volledig aan bij de sprekers die hebben gevraagd naar opheldering over de vreemde tournures in het proces vanuit het college. Wij verwachten dus eerst een voorgenomen collegebesluit, zoals aangekondigd was, dat unaniem gedragen wordt door het college, gezien de maatschappelijke gevoeligheid hiervan.
Ten tweede willen we dat het financiële risico op Wilderszijde, dat potentieel tientallen miljoenen groot is, afgedekt is, juridisch. Als die 2 voorwaarden ingevuld zijn, zullen we met een positieve grondhouding kijken naar een voorstel. Dat hebben we destijds in het gesprek met wethouder Hoek duidelijk gemaakt en die herhalen wij hier in het openbaar. Beantwoording college Wethouder Hoek: In ieder geval wil ik een ieder bedanken voor zijn constructieve inbreng en ook de insprekers die betrekking hadden op met name dit onderwerp. Dat stemt mij positief. Ik wil toch nog even kort een reconstructie geven waarom wij nou voor Wilderszijde kiezen. Dat heeft alles te maken met dat de locatie nu beschikbaar is, nu we dus redelijk snel 300 asielzoekers kunnen huisvesten. Die optie is nu aan de orde, als we langer wachten, is die niet meer aan de orde en dan missen we dus een belangrijke kans. Deze locatie heeft ook een natuurlijk eind in zich, want over 2,5 of 3 jaar zal de projectontwikkelaar hier gaan beginnen om deze hoek te ontwikkelen, dus er zit ook een duidelijk eind aan. Daarnaast hebben we ook de beschikking over zorg en onderwijs, want dat wordt daar ook gerealiseerd. En we hebben bij het COA aangedrongen op plaatsing van gezinnen. Het COA zegt: we kunnen niet alles beloven. Dat snap ik ook, maar ze nemen het wel mee als belangrijk argument.
Dat betekent dus dat deze locatie er nu voor zorgt, dat we nu ook actief regie kunnen pakken en niet hoeven af te wachten. Dat spreekt het college aan, dat zal u niet ontgaan zijn. Ik heb al een paar keer de vraag gehoord: waar gaat jullie voorkeur naar uit? Als u de brief goed bekijkt, dan zal het u niet verwonderen dat het college met name de eerste 2 varianten het meest aanspreekt. Ja, we kunnen het natuurlijk hebben over aantallen. Ik zal straks ook terug komen op variant 3 en 4, waar we wat meer moeite mee hebben, maar dan heeft u in ieder geval een inkijk hoe wij erin zitten. Mevrouw Draak: Ik hoor de wethouder nu toch duidelijk zeggen waar de voorkeur van het college naar uitgaat. Waarom is dat raadsvoorstel er dan niet? Wethouder Hoek: Maar ik was nog niet klaar natuurlijk. Wat het college voor ogen had, dat we dit belangrijke onderwerp, dat gevoelig kan liggen, dat we dat zo breed mogelijk met de commissie en raad wilden delen. Daarom zijn we heel laagdrempelig begonnen met 2 voorlichtingsavonden. Ik heb de individuele fracties gesproken. Dat heb ik allemaal gedaan om het dossier langzamerhand te voeden. Tijdens die gesprekken werd duidelijk dat er behoefte was bij een aantal fracties om nog wat andere varianten uit te werken. Dan kan ik 2 dingen doen. Ik kan zeggen: dat doe ik niet, vind ik niet belangrijk.
Maar ik kan ook tegemoet komen, juist omdat je met dat draagvlak bezig bent, je kan ook tegemoet komen aan die wens en kijken: laten we die 3 alternatieven bij voegen om straks op een goede manier die discussie te voeren. Noem het maar nieuwe bestuurscultuur. Op het moment dat we vanavond een commissie hadden gehad, die zegt: we gaan met zijn allen, variant 4, achterover leunen en we zien wel wat er op ons afkomt. Dan is dat ook de realiteit. Ja, goed, dat is
29/36
ook voeding voor het college om na te denken hoe de volgende stap eruit zal zien. Die heb ik in ieder geval niet gehoord. Als je de discussie vanavond goed beluistert en ook de brief goed leest, dan denk ik dat het geen verrassing moet zijn dat alternatief 1 en 2 wat betreft het college, het college, als beste uit de bus komt. Maar we hebben wel deze discussie georganiseerd om te kijken: hebben wij het bij het juiste eind, creëren we daarmee draagvlak, kunnen we daarmee gezamenlijk, dat vind ik heel erg belangrijk, gezamenlijk de bevolking in gaan lichten over het goed afgewogen standpunt dat we hebben ingenomen. Daarom denk ik dat het belangrijk is, dat we niet wellicht al een schot voor de boeg hebben gegeven, maar u alle ruimte hebben gegeven om daar in mee te denken. Dat is de reden waarom het gegaan is zoals het nu gaat. Dan heb ik wat vragen van de verschillende fracties. L3B heeft duidelijk uitgelegd hoe zij in de wedstrijd zitten. Dat was ook de bedoeling van deze bijeenkomst, dus daar ben ik blij mee. Dat betekent ook, dat het kleur geeft aan de discussie en voor ons ook richting geeft, in de zin van dat we in ieder geval weten hoe jullie erin zitten. Jullie zijn voor variant 3, dat is wel een lastige, omdat variant 3 aangeeft dat je wel bereid bent om meer Oekraïners op te vangen in plaats van asielzoekers, maar ik moet u toch naar de brief verwijzen.
In de brief wordt duidelijk gesteld, op het moment dat ik straks aan de regionale regietafel zit het met name over asielzoekers gaat en niet over Oekraïners. Aan die tafel zal sec de opvang van asielzoekers ter sprake komen, dat maakt dit alternatief een lastige en dat wordt ook in de brief aangegeven. De heer Philippens: Wij hebben andere berichtgevingen. Onze fractievoorzitter zit ook in de VNG-commissie m.b.t. migratie. Daar is aangegeven dat we prima de discussie breder kunnen trekken. Dat wilde ik nog even toelichten. Wethouder Hoek: Ik hoor wat u zegt, dat is hier ook aan de orde geweest in een eerder stadium. Alleen, toen waren de aantallen wel iets anders. Ik kan me voorstellen, op het moment dat je aan de regionale regietafel zit en je hebt 1.300 Oekraïners opgevangen, dat het een iets andere dynamiek is dan wanneer je 300 Oekraïners hebt opgevangen. Dat is de richting waarin wij denken. U wilt geen Spartaanse locatie, ik ga u uit de droom helpen: dat willen wij ook niet. Tobias ziet er wellicht nu wat Spartaans uit, maar we willen ook een verplaatsing van de Tobias meteen aangrijpen om het er een stuk gezelliger uit te laten zien, want ik ben het met u eens, het moet geen Spartaanse locatie worden, zeker gezien het feit dat deze mensen hier 2,5 tot 3 jaar zitten.
De heer Philippens: Kunt u mij dan toezeggen dat wij niet over een half jaar in een rapport van Vluchtelingenwerk staan als locatie, dat die niet deugt? Vluchtelingenwerk heeft een rapport opgesteld van een aantal van dit soort locaties, niet deze, maar soortgelijke locaties, waarvan wordt aangegeven dat ze niet geschikt zijn, niet passend zijn en dat je het niet op deze manier moet doen. Belangrijk is, dat we niet in zo’n rapport terecht komen en dat we het wel goed uitvoeren. Wethouder Hoek: Er is zit een verschil tussen crisisnood en nood, dat moet u goed voor ogen houden. Ik vind het altijd heel lastig: kunt u een toezegging doen? We zijn in gesprek met het COA, natuurlijk probeer je altijd een aantal dingen vast te leggen. Alleen, ik heb geen glazen bol. Met alle goede bedoelingen merk ik wel, dat de hele dynamiek van het opvangen van asielzoekers redelijk grillig is. Natuurlijk, dat sluit ook aan bij wat de heer Van den Beukel zegt, natuurlijk, je wilt aan die voordeur zoveel mogelijk dingen regelen. Het zou raar zijn als we zouden zeggen: open eind, we zien wel. Nee, natuurlijk niet, het gaat om geld van de gemeenschap, dus ik ben het met een ieder eens, dat we dat zoveel mogelijk moeten dichten, moeten kortsluiten. Alleen, garantie daarop wordt heel erg lastig.
We hebben gisteren nog een voorbeeld gehad met Bleizo-west, dat is allemaal juridisch bekeken en toch krijgen we een enorme claim aan onze broek, terwijl we heel goed hebben nagedacht hoe we dit konden voorkomen. Dus ja, we blijven nadenken hoe we zaken kunnen voorkomen. Kan je daar 100% garantie op geven? Ik wilde dat ik het kon, maar de realiteit gebiedt dat het anders zit. De PvdA, de vraag: ik had liever een inhoudelijk voorstel gehad. Ik hoop dat met de uitleg die ik zojuist gegeven heb, dat u daarmee kunt leven. Dat wij uiteindelijk toch met een voorstel gaan komen, daar betrekken wij uw inbreng bij, uiteraard. Ik hoop dat ik de VVD ook tegemoet ben gekomen in het beantwoorden van hoe het proces gegaan is. Toen ik net in de politiek kwam, dat was in 1992, toen was Joop Huizers daar en hij zei: let op, Leon, als je iets niet wil, moet je over het proces
30/36
beginnen. Er liggen nu 4 opties voor, 4 alternatieven, we kunnen ze in alle eerlijkheid bespreken, dan denk ik: dat is een mooie aanvliegroute om te komen tot. Ik zie het juist als een toegevoegde waarde dat we dit dossier vanaf de basis vullen om met elkaar te discussiëren om tot goede besluitvorming te komen. De regionale regietafels, als we de spreidingswet afwachten, dat kan. Weet dan wel dat het mogelijke financiële risico groter is dan de financiën die we nu voor ogen hebben, omdat we dan de locatie achter Wilderszijde niet meer hebben. Ik denk dat de maatschappelijke discussie om ergens anders in Lansingerland nog een locatie te vinden waar we 300 asielzoekers kunnen huisvesten, dat is een aantal dat doorgerekend is, dat wordt een hele exercitie met meer kosten dan nu, wanneer het COA het waardeert dat wij in de regiestand staan en met het in de regiestand staan ook een substantiële financiële bijdrage willen leveren. Het is voor mij geen wet van Meden en Perzen, dat we nu meer financieel risico lopen dan wanneer we straks te maken krijgen met de spreidingswet. Ik heb vanmiddag nog contact gehad met iemand van het COA en hij zei, voor wat het waard is: ik kan niet in de toekomst kijken, houd er maar ernstig rekening mee dat die er toch gaat komen. Het is uw staatssecretaris, die een grote blame heeft en dat ook op moet lossen.
Ik denk dat het goed is dat we die stap naar voren, als we die met zijn allen zetten, dan staan we wel aan de basis van een oplossing. Het CDA heeft aangegeven, daar ben ik zeer blij mee: we zijn in principe voor opvang op Wilderszijde. We moeten het nog wel over de aantallen hebben, dat heb ik gehoord. Tenminste, kleinschalig heeft de voorkeur. Het COA zegt: 150 is wel een klein beetje, niet de grens, maar in ieder geval, op het moment dat het er meer worden, zal de hele casus voordeliger worden. We hebben de ruimte, dus waarom zouden we hem niet optimaal benutten. Ik hoor ook in dit huis, dat er stemmen zijn: wat ons betreft mogen het er meer dan 300 worden. Laten we ons in ieder geval focussen op de eerste 300 wellicht, dat lijkt me een heel goede. Als de behoefte er is om op 150 te gaan zitten en de 50 van Tobias, dan is dat ook een insteek waar we mee kunnen beginnen, maar dat laat ik aan u over. Dat was wat mij betreft de eerste termijn. Tweede termijn De heer Azzouzi, PvdA: Ik houd het kort. Ik heb geluisterd naar de argumentatie van de wethouder, het gaat om de procedure. We snappen de wethouder, maar dat geniet niet onze voorkeur in het vervolg. De wethouder zei: voor scenario 1 hebben we weinig tijd. Kan de wethouder concreter maken: hoeveel tijd hebben we? Wanneer komt dat voorstel dan? Dank u wel.
De heer Lieverse, CU: Ik wilde in de tweede termijn reageren op 2 fracties, de PvdA en CDA. PvdA, omdat ik tevreden ben en erg gelukkig ben met de analyse over de raadsbrief. De brief werd zo’n beetje gefileerd in de goede zin van het woord. Er werd aangegeven wat de nadelen zijn per variant. Variant 2 zou erdoor kunnen, maar heeft een aantal nadelen. Juist de complexiteit die de organisatie met zich meeneemt. Maar bovendien vond ik het erg sterk dat meneer Azzouzi aangaf, dat de aspecten van zorg, onderwijs, maatschappelijke voorzieningen meegenomen moeten worden. Ik heb de wethouder nooit anders horen zeggen, maar het is wel goed om dat in deze fase ook te blijven onderstrepen. Over het CDA was ik teleurgesteld. De reden is deze: als de analyse zo scherp is waar het drama om gaat, deels internationaal, deels intern in Nederland, als dat zo goed aangegeven wordt om dan toch te zeggen: achterover leunen, we gaan wachten tot er een voorstel ligt, dan laat ik wel een keer weten wat ik er precies van vind. Dat is eigenlijk een beetje minnetjes in deze fase van op een open manier kunnen spreken over de diverse opties. Dat moest even van het hart. De heer Weerheijm, D66: Allereerst dank aan de andere fracties, die in de eerste termijn over het algemeen duidelijke keuzes hebben gemaakt, dank daarvoor. Ook dank voor de beantwoording van de wethouder.
Ik wens het college heel veel wijsheid voor verdere besluitvorming, mede op basis
31/36
van de input die door de commissie is gegeven. Dan wil ik toch nog even nogmaals benoemen, het werd ook door de heer Alsemgeest gezegd: op dit moment vangt Lansingerland al 50 mensen op bij Tobias, hier om de hoek. Dit gaat goed, dit kunnen we dus. In variant 1 gaat het over 300 mensen voor een periode van 3 jaar. Ik heb er vertrouwen in op basis van wat we hier zien op de Tobias, dat we dat op een iets grotere schaal voor een periode, die ietsje langer is, dat we dat gewoon kunnen. Lansingerland heeft de mogelijkheid om een steentje bij te dragen, kan ook een steentje bijdragen, dus dit is het juiste om te doen, wel of geen spreidingswet. De migratiecrisis, werd terecht geïdentificeerd door mevrouw Draak, is een crisis die Lansingerland overstijgt. Het is een internationale crisis en ook een nationale crisis. Anderzijds, Nederland bestaat uit een aantal honderd gemeenten, die het hele Nederlandse oppervlak bedekken. De opvang van asielzoekers in Nederland is dus per definitie altijd een lokaal probleem, je zult altijd ergens in een gemeente moeten huisvesten. Eigenlijk, het feit dat er een spreidingswet nodig is, of die het nou wel of niet gaat halen, is eigenlijk al een blamage van onze gedecentraliseerde eenheidsstaat.
Ik wil niet bij een partij de schuld leggen, waarom die er komt, omdat we er niet samen uit kunnen komen, ik geef daar geen oordeel over, maar het is heel erg spijtig dat het zover gekomen is. We zullen er uiteindelijk toch als verschillende bestuurslagen gewoon uit moeten komen. Dus ja, als we als Lansingerland een beetje kunnen bijdragen, dat lijkt me het allerbeste om te doen. Dank u wel. Mevrouw Gabin, GL: Iedere gemeente heeft een taakstelling, naar mijn weten lopen we achter in het huisvesten van statushouders, daar wil ik graag een bevestiging op krijgen. Toch wil L3B meer statushouders huisvesten in plaats van asielzoekers opvangen. Hoe denkt L3B dit te realiseren? Passeert L3B hier niet juist de eigen inwoners, die op zoek zijn naar een woning? Asielzoekers worden gehuisvest in tijdelijke flexwoningen en worden zo niet voorgetrokken. Op het moment dat gemeenten meer doen dan ze zouden moeten doen, krijgt men geld en kan men ook tegen de bevolking die het er niet mee eens is, zeggen dat het meer werkgelegenheid oplevert. Het is niet alleen onze sociale plicht, maar het is ook nog eens voordelig, omdat we daarmee voorzieningen kunnen openhouden in de gemeente die anders niet open konden blijven. Dat in reactie op de bijdrage van L3B. De voorzitter: Ik gun L3B 20 seconden of een halve minuut, als u daar behoefte aan heeft, om er wellicht op te reageren.
U heeft het niet? Mevrouw Draak, VVD: Ik bedank de wethouder, dat hij is ingegaan op mijn vragen, dezelfde vragen die ook andere collega’s hadden. Ik ben misschien toch iets minder goed van vertrouwen dan sommige andere collega’s. Volgens mij is de agenda, dat kunnen we zelfs ook zien, in het presidium vastgesteld en daarna is besloten om het toch op een andere manier te doen. Ik waardeer dit nieuwe college enorm om de nieuwe open cultuur, of dat dat hier nou echt het geval is of dat er iets anders aan de hand is, ik heb daar grote twijfels over. Dan wil ik ook nog even ingaan op wat de wethouder zegt, het probleem waar staatssecretaris van de VVD Van der Burg mee te kampen heeft. Binnen de VVD is op het laatste partijcongres door driekwart van de leden voor de spreidingswet gestemd, dus er is binnen de VVD breed draagvlak om asielzoekers te spreiden over verschillende gemeenten. Er zijn ook leden, die het er niet mee eens zijn, maar de meerderheid is het er wel mee eens. Om daarmee af te sluiten, wil ik graag nog zeggen wat de VVD wel wil in Lansingerland: die variant staat er helaas niet tussen. Wij willen graag kleinschalige opvang, daarmee willen we graag bijdragen aan het probleem dat asielzoekers voor heel Nederland natuurlijk is. Een kleinschalige locatie midden in de samenleving.
We hebben dit in andere woordvoeringen ook al gezegd: de VVD zou best open staan voor kleinschalige locaties van asielzoekers, maar niet voor grootschalige. Voor ons is dat een probleem. Dank u wel.
32/36
Mevrouw Van Olst, VOOR: Ik heb eigenlijk niets toe te voegen. Ik hoop dat de wethouder zo voldoende input heeft en zie graag het voorstel tegemoet. Dank u wel. De heer Alsemgeest, WIJ: Het is toch heel goed om te horen dat er een aantal partijen kiest voor variant 1, om die stap voorwaarts te doen. De heer Weerheijm zei het al, we hebben de mogelijkheid, we hebben de locatie, laten we als samenleving van Lansingerland die stap vooruit doen en de kansen nemen. Een aantal partijen, zoals het CDA onder aanvoering van de heer Van den Beukel, wil best wel voor kleinere locaties gaan. Ook mevrouw Draak van de VVD wil wel voor kleinere locaties gaan. Ik denk dat dat een goede uitgangspositie is, dat we wel voor zijn, we zijn het alleen over de aantallen nog niet helemaal eens, maar ik denk dat dat wel gaat komen, dat verwacht ik dan. Ik vind het een heel positieve avond vanavond, dat we met elkaar op deze manier hierover kunnen praten en dat we dus eigenlijk het college een beetje steun geven in hun beslissing waar ze straks mee gaan komen. Dank u wel. De heer Van den Beukel, CDA: Fijn dat ik mag afsluiten vanuit de raad. Een paar dingetjes. In het vorige debat over Oekraïners had ik geen tijd meer, maar het ging over de noodzaak tot funderen.
Ik heb toch tijd over, dus dan pak ik dat even terug, want het heeft met elkaar te maken, met name bij flexwoningen, alle gekheid op een stokje. Volgens mij is funderen met name aan de orde, omdat wij meerlaags bouwen bij de Oekraïners, laten we dat niet als een harde waarheid nemen ondanks de technische deskundigheid, die ik de burgemeester wel toedicht. Volgens mij is het onjuist om ervan uit te gaan, dat je altijd moet funderen als je voor heel lang moet bouwen. Waarom zeg ik dat? Dat heeft te maken met het volgende punt. We hebben het bij de Oekraïners gehad over de ontzettende noodzaak om heel lang flexwoningen te gaan realiseren. Hoelang hebben we het nou hier op Wilderszijde? Exact, 1 tot 3 jaar, voor deze categorie. Voor 1 tot 3 jaar dus kennelijk een parkje met flexwoningen realiseren. Ik breng maar even in herinnering bij collega’s die ook zoeken om en/en te doen, aan de Merenweg en Wolfend. Fijn dat de burgemeester die varianten ook goed onderzoekt. Tot slot, de heer Lieverse maakte toch een wat bijzondere opmerking over dat het CDA wat minnetjes zou hebben gesproken. Ik trek me dat aan, ik denk erover na, volgens mij valt het best wel mee.
Volgens mij heb ik helder aangegeven namens onze fractie wat wij verwachten, dat wij een positieve grondhouding hebben, wat onze verwachtingen zijn van het college, hoe zij besluiten, wat zij besluiten en welke risico’s zij ook afdekken. Dat lijkt me zeer passend. Sterker, ik zou het eigenlijk niet passend vinden om hier nu te gaan zitten handjeklappen over aantallen, waar de wethouder eigenlijk een beetje toe uitnodigt: 50, misschien 50 erbij, 200. Dat is een nieuwe bestuurscultuur, maar een ongewenste bestuurscultuur. Als we hier met elkaar even een voorstel in elkaar frommelen. Er zijn veel zaken om rekening mee te houden, ik kan die niet hier op een avond bij elkaar verzinnen. 150 heeft misschien als voordeel dat het behapbaar is, maar misschien wel een financieel nadeel. Misschien heeft het wel als nadeel dat bestuurlijk in de regio de wethouder wordt weg gekeken. Dat zijn allemaal afwegingen die ik hier niet kan overzien, waar we juist een college voor hebben met deskundige ambtenaren. Dat is de waarde van een voorstel vanuit het college, dat zou ik echt niet hier willen doen met elkaar, ondanks de goede intenties. De heer Alsemgeest: Ik zou dan graag van de heer Van den Beukel willen weten, als het college komt met een voorstel ergens tussen de 150 en 300, wat zou daarop uw antwoord zijn? U wilt graag een voorstel.
De heer Van den Beukel: De heer Alsemgeest wil met mij handjeklappen, zo werkt het niet. Ik kan niet overzien, 160, 170, 140, wat daar alle aspecten van zijn, ik zou het echt slecht bestuur vinden als we hier met elkaar een voorstel vormen. Ik ga daar niet in mee, ondanks het feit dat ik een goed gevoel heb bij deze avond. De heer Lieverse: Ik besef dat het antwoord heel kort zal worden, gezien de tijd die hem rest. Het ging mij natuurlijk niet om handjeklap. Waar u over spreekt, het voorstel van het college afwachten, om nu te zeggen: daar kan ik niet over nadenken, over die 4 scenario’s, dan zou ik het uit moeten kleden in 110, 120 of 130. Het gaat juist om de principes erachter, die worden heel goed uitgelegd in deze raadsbrief,
33/36
daar heeft ook de PvdA uitvoerig op gereageerd, hoe te analyseren. Gaan we het complex maken door meerdere locaties te maken? Gaan we het doen met 1 grote locatie? Die nog steeds klein heet in termen van de overheid, 300 geldt niet als een grote maar als een kleine locatie. Daarover een grondhouding uitspreken zou ons met zijn allen kunnen helpen, daar is een commissievergadering ook voor bedoeld. Niet om handjeklap te doen, maar wel om aan meningsvorming te doen. De heer Van den Beukel: Ik heb wel langer dan 8 seconden nodig. Dank u. Ik vind het spijtig, want ik heb exact gedaan waar de heer Lieverse om vraagt. Hij suggereert dat ik geen duidelijkheid heb gegeven over wat wij verwachten van het college. Volgens mij heb ik duidelijk gemaakt: wij verwachten van het college een voorstel voor vestiging van asielzoekers op Wilderzijde. Dat is heel specifiek, dat is niet elders in Lansingerland, dat is niet scenario 4, op je handen zitten. Dus ik heb exact gedaan wat de heer Lieverse vraagt. Vervolgens is het aan het college om daar een passend voorstel voor te maken. Dank u wel. Wethouder Hoek: De PvdA vroeg nog: hoe zit het met de tijdspanne, u zegt haast te hebben. Ja, dat klopt, zeker als je praat over een locatie voor 1 tot 3 jaar, dan moet je niet een jaar aan het soebatten zijn om het te realiseren, want de tijd die dan nog resteert wordt steeds kleiner.
Ons streven is om in het vierde kwartaal van dit jaar dan echt de woningen te plaatsen. We moeten die vaart er wel in houden, want anders gaat het momentum voorbij. Ik heb gisteren op het journaal gezien. De heer Azzouzi: Corrigeert u mij als ik het verkeerd heb begrepen. Ik dacht dat wij kort tijd hebben om een beslissing te nemen voor scenario 1. Wethouder Hoek: Dat klopt. Dat betekent dat we de tijd dat we een beslissing nemen zo kort mogelijk moeten houden, zodat de termijn voor de realisatie ook niet al teveel uit gaat lopen, zodat we wel die 2 of 3 jaar kunnen garanderen om daar deze mensen te huisvesten. Hoe langer je wacht met de besluitvorming, hoe korter uiteindelijk de resterende tijd is om deze mensen te huisvesten. De heer Azzouzi: Dat is dan geen eis vanuit het rijk, dat wij die 300 moeten huisvesten? Wethouder Hoek: De VVD hoor ik zeggen: we zijn voor kleinere locaties. Volgens mij is dat variant 2, die zit gewoon bij de alternatieven. Het is ook een alternatief waar u voor kunt kiezen. Het CDA, er worden toch wat appels met peren vergeleken m.b.t. de bekostiging van de opvang Oekraïners en de opvang van onze asielzoekers, omdat het COA garant staat voor alle kosten voor de opvang van asielzoekers en dat ligt bij de Oekraïners iets anders. Wanneer je het dan over heien hebt, niet heien.
Op het moment dat het COA zegt: wij staan garant voor die kosten, dat is een iets andere dynamiek dan waar we met LOO2 mee te maken hebben en LOO1 trouwens ook. Resumé, ik denk dat we elkaar op een goede manier gevoed hebben, dat de meningen van weerskanten goed gehoord en gerespecteerd zijn, dat waardeer ik ook zeer. Het college zal nu met een voorstel komen, waarin aantallen genoemd worden. Uiteraard proberen we zoveel mogelijk risico’s kort te sluiten. Het is niet zo dat we met een soort open eind verhaal naar u toe komen. Het is ook onze taak om dat redelijk inzichtelijk te hebben, want het hoort gewoon bij een ordentelijk bestuur. Dus ik wil jullie vanaf deze kant bedanken voor de discussie. De voorzitter: Heeft u in uw hoofd een termijn? Wethouder Hoek: Het zal juni zijn. We zullen een besluit nemen en dat zal in juni met u gedeeld worden. De voorzitter: Dan wil ik hierbij de bespreking beëindigen. 6. Stukken ter advisering aan de raad: Niet van toepassing. 7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: U heeft stukken bijgevoegd gezien en een onderdeel voor de commissie samenleving. Het recreatieschap Rottemeren is per abuis opgenomen bij de commissie samenleving, het hoort bij de commissie ruimte, maar dat had u natuurlijk allang gezien als vaste commissieleden, dus het is een overbodige mededeling van mijn kant. Zijn er nog vragen of opmerkingen? Nee?
34/36
Wethouder Hoek: U bent het van mij gewend, dat ik u bijpraat m.b.t. de energietoeslag, dat zal ik ook deze keer doen. De verwachting is dat het tot het zomerreces zal duren, omdat dan de hele regeling achter de rug is. Het is wel een heel cijfermatig verhaal, dus ik weet niet of u nog de aandacht heeft, maar ik zal een begin maken. De energietoeslag 2022 kan sinds 30 april niet meer worden aangevraagd, daarmee hebben we wel de meest lange juridisch mogelijke termijn gehad in Lansingerland, die mogelijk was om een aanvraag in te dienen. Er komt een nieuwe energietoeslag 2023, maar het is helaas nog niet bekend wanneer het college deze beschikbaar kan stellen, omdat de landelijke wet die dit regelt nog niet ingetreden is. Maar om daarop vooruit te lopen hebben we in ieder geval de energietoeslag 2022 met € 500 verhoogd, zodat mensen niet in de problemen komen. Dit wordt later verrekend met de definitieve energietoeslag. Dat betekent dat we mensen tegemoet zijn gekomen met een voorschot. Bijna 1.900 huishoudens met een inkomen tot 140% van de bijstandsnorm hebben de energietoeslag ontvangen, dat betekent dat bijna iedereen die recht had op de energietoeslag 2022 deze ook daadwerkelijk ontvangen heeft. De heer Xhemaili: Een kort vraagje. U zei dat de regeling van 2022 afgelopen is, er komt een regeling voor 2023.
Moet voor 2023 een nieuwe aanvraag worden ingediend? Of geldt die van 2022 automatisch voor 2023? Wethouder Hoek: U heeft gelijk, een goede vraag. Die is ambtshalve toegekend. Tot 30 april hadden mensen nog de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag in te dienen, dus nieuwe mensen. Niet met terugwerkende kracht, maar voor komend jaar. Tot 30 april ook nog voor het voorgaande jaar. De heer Kampinga: Ik denk dat de regeling voortvarend is ingesteld en uitgevoerd. Is er al iets te zeggen over wat de gemeente gecompenseerd krijgt vanuit het rijk? Of moeten we het grotendeels zelf betalen? Wethouder Hoek: Dat is een goede vraag, meneer Kampinga. Nee, het is zo, het deel dat wij zelf extra in het leven hebben geroepen, dus tussen de 120 en 140%, dat hebben we zelf moeten betalen voor een deel, maar als we de rekensom maken, we gaan nu de evaluatie doen, dan is de verwachting doordat wij extra middelen ter beschikking hadden gesteld voor bijzondere bijstand, daar is veel minder een beroep op gedaan, dat als we de eindbalans opmaken, dat we budgettair neutraal zijn uitgekomen. Dat is voor de mensen die we bediend hebben natuurlijk een heel mooi resultaat. De 1.900 huishoudens heb ik gezegd, daar zijn we best trots op. Zo meteen, wanneer de definitieve regeling bekend is, gaan we ook nog evalueren uiteraard, dan zullen die financiën ook nog een keer aan de orde komen.
Wat dat betreft krijgt u daar nog bericht over. De energiecoaches van de Energiebox hebben inmiddels 79 adressen bezocht. Het betreft inwoners met een laag inkomen in huurwoningen. Verder zijn er nog 41 gesprekken ingepland voor mensen die zich hebben aangemeld voor een energiecoach, deze worden de komende tijd ook nog bezocht. Daarnaast hebben we ook nog inwoners in een koopwoning, daar hebben zich inmiddels 94 inwoners gemeld voor de collectieve inkoopactie isolatie. Bij 20 adressen zijn al deze isolerende maatregelen al uitgevoerd. Ten aanzien van de doelgroep huishoudens met een inkomen tot 140% van de bijstandsnorm, die in een koopwoning wonen, hebben zich 32 deelnemers aangemeld. Bij 13 adressen zijn al isolatiemaatregelen uitgevoerd. Dan moet u denken aan dakisolatie, glas- en vloerisolatie. Komende zaterdag staan we vanuit de gemeente met 2 kramen op de streekmarkt in Berkel en Rodenrijs, dan zullen we ook nog isolatie stimuleren en onder de aandacht brengen. In juni zullen de energiecoaches van Energiebox 2 keer aanwezig zijn tijdens het taalcafé voor vluchtelingen, zodat ook bij deze doelgroep de kennis en bewustwording over energiebesparing wordt verhoogd. Ik denk dat we een redelijk compleet pallet hebben aangeboden. De voorzitter: Mag ik aannemen dat dit ook nog op schrift naar de commissie komt? Wethouder Hoek: Geen enkel probleem, ik kan het nasturen.
Ik heb het altijd op deze manier gedaan, tot nu toe heb ik nooit het verzoek gekregen om het schriftelijk na te sturen, maar als die wens er is, is dat een kleine moeite. Mevrouw Biharie: U heeft het altijd zo gedaan, maar de vorige keer had u toegezegd, gezien al die cijfers, dat we een schriftelijk overzicht toegestuurd zouden krijgen. De voorzitter: De wethouder heeft er geen actieve herinneringen aan, hoor ik, maar mevrouw Biharie wel, dus ik stel voor dat we die afspraak gewoon maken. Als u het in een kort briefje kan vatten, dan denk ik dat de commissie heel erg blij is. De heer Lieverse: Ik had anders willen reageren. Ik vind namelijk de mondelinge
35/36
toelichting wel altijd waardevol, omdat het kans geeft erop te reageren. Zoals de heer Kampinga reageerde, zo konden we allemaal reageren. Ik stelde dit altijd zeer op prijs. De voorzitter: Misschien kunnen we het combineren. Wethouder Hoek: Met betrekking tot de belastingtoeslagenaffaire, daar krijgt u wel een schriftelijke toelichting, want het is een best complex verhaal. Die krijgt u in ieder geval voor het zomerreces, de stand van zaken tot dan toe. Die toezegging heeft u ook. De heer Afalah, WIJ: Ik wil bedanken voor die € 500 voorschot, die eindelijk betaald is aan de mensen, heb ik begrepen. Ik wil u vragen hoe u daar zelf tegenaan kijkt. Dat is misschien ook een politieke keuze. Er is wel iets ontstaan, een bepaalde disbalans. Er zijn mensen die het vorig jaar hebben gehad, die energietoeslag en die uiteindelijk boven de norm van 120% zijn gekomen, die hebben nu ook die € 500 erbij gekregen. Niet heel veel mensen. Maar er zijn ook mensen die vanaf januari onder die grens van 120% terecht zijn gekomen. Is de wethouder bereid om daar naar te kijken, om die mensen toch op één of andere manier tegemoet te komen, om ze toch in aanmerking te laten komen voor die € 500 voorschot? Aangezien het een mogelijkheid is vanuit het rijk, dat staat gewoon in de voorwaarden. Dank u wel. Wethouder Hoek: Ik weet niet hoe de regeling op dat punt in elkaar steekt.
Ik weet wel dat de termijn 30 april gesloten is om een aanvraag te doen, dus dat maakt het wel ingewikkeld. U zegt: gevallen vanaf 1 januari. Die hadden nog ruimschoots de gelegenheid tot 30 april om die aanvraag in te dienen. Als ze dat niet gedaan hebben, dan weet ik niet, maar ik verwacht, er zit een termijn aan regelingen, op een gegeven moment eindigt iets ook. Ik weet niet hoe dat zit, maar als u het op papier zet en aan mij mailt, dan wil ik met alle plezier even op de afdeling navragen hoe of wat. De heer Afalah: Dat zal ik zeker doen. Er is inderdaad een makke, als je het doet, moet je het betrekken bij 2023, dan kan die mensen die € 500 en wat erna komt, maar ik kan het ook op papier zetten. Dank u wel. 8. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Zijn er nog actualiteiten? Nee. 9. Verbonden partijen De voorzitter: Nee. 10. Rondvraag en sluiting De voorzitter, om 23.25 uur: Er zijn geen rondvragen. Ik wil u in ieder geval bedanken voor de constructieve discussie, die we gehad hebben vanavond. We hebben toch wel op een heel goede manier het gesprek gehad vanavond. Er rest, misschien een beetje raar uit mijn mond als vervanger, maar het was de laatste avond van mevrouw Heijblom, als raadslid hier aanwezig. Ik wil u namens de commissie bedanken voor uw inbreng tijdens de vergaderingen.
Tijdens de raad zal er uitgebreid afscheid genomen gaan worden, maar in ieder geval vanaf deze plek namens de commissie dank voor uw aanwezigheid en inzet. Dan sluit ik hierbij de vergadering, dan kunt u nog net voor de vrijdag thuis zijn.
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
36/36