[BV23.0027] Verslag Commissie Ruimte d.d. 14 maart 2023
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Ruimte
BV23.0027 Datum vergadering
: 14 maart 2023
Aanwezig in de raadszaal: Commissieleden: WIJ Lansingerland : Bianca Boonstra, Paul Zantman Leefbaar 3B : Jan Pieter Blonk, Machiel Crielaard, Jean Paul Meuldijk CDA : Frans Ammerlaan, Charles van Harn, Wouter de Ruiter VVD : Ivo de Graaf, Christiaan Toussaint, Vincent Jumelet D66 : Ineke den Heijer, Ronald van der Stad CU : Arjen Hofman, Lenneke Maasland GroenLinks : Marko Ruijtenberg PvdA : Valmir Xhemaili, Nanno Scheringa Wethouders
: Michiel Muis, Titia Cnossen
Voorzitter Commissiegriffier
: Jan Jumelet : Karin Koemans
Afwezig Voorzitter D66 PvdA Groen Links
: Nelleke Bouman : Arjen van Berkel : Petra Verhoef : Menno Duk
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond, het is acht uur, we gaan beginnen. Welkom in de commissie ruimte vanavond. Leden van de commissie, wethouders, griffie en mensen op de publieke tribune, van harte welkom. Een aantal verhinderingen kan ik u doorgeven. Normaal zou u Nelleke Bouman op deze plek aantreffen, maar zij moest helaas afzeggen. Van harte beterschap uiteraard. Arjen van Berkel van D66 is er niet en Petra Verhoef heeft afgezegd, de heer Xhemaili is haar vervanger. Of niet? Oh, standaard? U zit altijd achter me, dus ik zie u niet. Dus 3 afwezigen. Dat waren de mededelingen. 2. Insprekers De voorzitter: Er hebben zich geen insprekers gemeld. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 7 februari 2023 De voorzitter: Er zijn geen op- of aanmerkingen aangemeld bij de griffie, dus ik ga ervan uit dat het verslag hierbij, zoals het gepubliceerd is, vastgesteld kan worden. Dan is het bij deze vastgesteld. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Zijn er opmerkingen of aanmerkingen op de agenda, zoals die voor ligt? Zo niet, dan ga ik de agenda gewoon af zoals die gepubliceerd is. Inventarisatie rondvraag: De voorzitter: Er zijn geen rondvragen aangemeld, dus dat punt kunnen we snel passeren. Als we op dit tempo doorgaan, zijn we snel weer thuis. 5.
Bespreekpunten: 5.a Adviescommissie Recreatieschap Rottemeren Mevrouw Boonstra, WIJ: De reden om het onderwerp op de agenda te plaatsen is het volgende. Half januari kwam er vanuit de gemeenteraad uit Rotterdam het verzoek om te inventariseren of de raad van Lansingerland voor de vorming van een adviescommissie voor het recreatieschap Rottemeren zou zijn. Doordat Staatsbosbeheer afgelopen oktober een werkbezoek heeft georganiseerd voor de raadsleden van
1/20
de drie gemeenten vanuit vogelwacht Rotta hebben diverse raadsleden onderling gesprekken gevoerd en contacten gelegd. Hieruit vloeide bovenstaande vraag om te inventariseren hoe er in Lansingerland over een te vormen adviescommissie zou worden gedacht. Diverse partijen binnen de raad van Rotterdam dienden een motie in, die het college oproept om deze adviescommissie in te stellen. De motie is op 2 februari aangenomen. Zoals u weet werkt de raad van Lansingerland sinds de zomer van 2022 met raadsrapporteurs om binnen de gemeenschappelijke regelingen de raad sneller op de hoogte te kunnen stellen van besluiten c.q. veranderingen binnen de gemeenschappelijke regelingen. Voor deze gemeenschappelijke regeling zijn de raadsleden Boonstra en Erwich actief. Bij navraag bij leden van de commissie ruimte binnen de raad van Lansingerland ervoeren wij draagvlak voor het instellen van de adviescommissie. De raad kan hiermee de invloed vergroten richting het bestuur van het recreatieschap. Juist voor dit belangrijke gebied is een dergelijk bestuur heel belangrijk. De achtergrond, de wet gemeenschappelijke regelingen maakt publiekrechtelijke samenwerking mogelijk tussen provincies, gemeenten en waterschappen.
Per 1 juli 2022 is de WGR gewijzigd en krijgen volksvertegenwoordigers zoals gemeenteraadsleden meer invloed op de besluitvorming van dit soort samenwerkingen en kunnen ze die beter controleren. In gemeenschappelijke regelingen draagt het lokale bestuur bevoegdheden over aan het bestuur van een regionaal interbestuurlijk samenwerkingsverband. Met deze wetswijziging worden de mogelijkheden van volksvertegenwoordigers om de eigen controlerende en kader stellende rol bij gemeenschappelijke regelingen te versterken aangepast en uitgebreid. Ook wordt het democratische legitimatie van de besluitvorming binnen zo’n samenwerkingsverband vergroot. Voorbeelden zijn het recht een zienswijze in te dienen onder meer bij het treffen van een regeling en bij besluiten, het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie voor raadsleden en afspraken hoe om te gaan met burgerparticipatie. Ook krijgen volksvertegenwoordigers meer invloed op het functioneren van een regeling, bijvoorbeeld via verplichte afspraken over evaluatie van de regeling en een verplichting in afspraken te maken over financiële gevolgen van uittreding voor de uittredende deelnemers.
De definitie van de gemeenschappelijke adviescommissie: de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten krijgen de mogelijkheid om bij een gemeenschappelijke regeling, zijnde een openbaar lichaam, een gemeenschappelijke adviescommissie in te laten stellen, bestaande uit raadsleden van de deelnemende gemeenten. Door middel van deze adviescommissie kunnen gemeenteraden in een vroeg stadium worden betrokken bij geplande besluiten van het bestuur van een openbaar lichaam. Daarnaast kan de adviescommissie het bestuur adviseren omtrent voorgenomen besluiten en gezamenlijke standpunten van de raden van de deelnemende gemeenten t.a.v. de gemeenschappelijke regeling, openbaar lichaam, voorbereiden. De gemeenschappelijke adviescommissie is onderdeel van de gemeenschappelijke regeling en wordt daarom ingesteld door het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling, het openbaar lichaam, is verplicht om de commissie in te stellen als de raden hierom vragen. Er is geen sprake van delegatie van bevoegdheden aan de gemeenschappelijke adviescommissie. Uiteindelijk blijven de raden beslissingsbevoegd. De vragen aan de commissie.
Bent u het met Wij Lansingerland eens, dat de instelling van een adviescommissie voor het recreatieschap Rottemeren, waarin raadsleden van de gemeenten Rotterdam, Lansingerland en Zuidplas zullen plaatsnemen, van belang is voor een goed bestuur van dit recreatieschap? Wilt u uw antwoord motiveren? Bent u het met Wij Lansingerland eens, dat de regeling, zoals die nu is als collegeregeling, een pijnpunt vormt, waarin de raden beperkte tot geen invloed hebben, terwijl de besluitvorming iets is wat iedereen aangaat? En dat raadsleden, als gekozen volksvertegenwoordigers ook in de gemeenschappelijke regelingen meer invloed en betrokkenheid moeten hebben, dan dat nu het geval is? Hoe kunnen wij die betrokkenheid onderstrepen en verder verdiepen, dan enkel via raadsrapporteurs, wat meer vrijblijvend is? De opstellers van de motie in Rotterdam gaven aan, dat vooral de biodiversiteit belangrijk is in dit gebied en dat dit de hoogste prioriteit moet hebben. Wij Lansingerland is van mening, dat naast biodiversiteit er diverse andere onderwerpen van belang zijn. Denk onder meer aan verkeer en veiligheid van zowel bewoners als recreanten van dit gebied.
Kunt u een top 5 aan onderwerpen weergeven die voor u belangrijk zijn, die op het prioriteitenlijstje van de adviescommissie terecht zouden moeten komen? Gehoord hebbende de definitie met betrekking tot de gemeenschappelijke adviescommissie, hoe kijkt de commissie aan tegen de werking van een adviescommissie, zoals die bijvoorbeeld bij de MRDH functioneert? Hoe denkt u dat de in te stellen adviescommissie de contacten met onder meer Vogelwacht Rotta het beste kan onderhouden? De laatste vraag is er één aan het college. Bent u het met de leden van de commissie ruimte eens, dat er nut en noodzaak is gebleken voor de instelling van de adviescommissie ten behoeve van het recreatieschap Rottemeren? Dank u. De heer Hofman, CU: Dank aan WIJ voor het agenderen van dit bespreekstuk. Gemeenschappelijke regelingen blijven een moeilijk vehikel als het gaat om informatievoorziening naar de deelnemende raden. Hoe we het ook organiseren, we blijken er als raad maar moeilijk grip op te hebben. We hadden bij Rottemeren een raadsregeling met raadsleden in het bestuur van het recreatieschap. Door de raadsleden werd de raad maar matig geïnformeerd. Daarna werd het een collegeregeling en werden we door het college zodanig weinig geïnformeerd, dat Rotta bij een recente inspraak ons verweet dat we de touwtjes volledig uit handen hadden gegeven. Nu hebben we raadsrapporteurs en we hebben, eerlijk
2/20
gezegd, nog niet zo gek veel terugkoppeling gehad van onze raadsrapporteurs. Wel in financiële zin in een vergadering in januari, maar er is een aantal wezenlijke punten op inhoud, waar we eigenlijk niet zoveel over horen. Daarmee wil ik het harde werken van de raadsrapporteurs geen geweld aan doen, maar wellicht kan het wat meer en wat anders. Als er niets te melden is, dan is het misschien niet zo erg dat we niet zoveel geïnformeerd worden. Maar missen we iets als raad als we niet regelmatig een update krijgen van wat er allemaal speelt binnen het recreatieschap? Het antwoord hierop is volgens mij volmondig ja. Afgelopen vrijdag was ik geheel toevallig qua timing op bezoek bij het nieuwe bestuur van de BOR, de bewonersorganisatie Rotte. Geachte collega’s, ik mag van hen hier aan alle andere partijen de uitnodiging doorgeven om ook binnenkort eens kennis met hen te komen maken. Ze wilden graag dat ik dat doorgaf. Maar het punt is, dat alles waar zij mee te maken hebben op het gebied van openbare orde, ruimtelijke inrichting, niet bij ons als gemeenteraad terecht komt, maar bij het recreatieschap. En ja, dat hebben we allemaal zelf zo geregeld, maar ik schaam me er eigenlijk voor daar aan tafel als ik dan moet zeggen dat ik er zo weinig kennis van zaken van heb.
Als ik dus voor mezelf en mijn partij spreek, dan heb ik behoefte aan een iets actievere en meer proactieve informatievoorziening m.b.t. het recreatieschap. De vraag is alleen: gaat de voorgestelde adviescommissie ons dit brengen? De gewijzigde wet gemeenschappelijke regelingen m.b.t. die adviescommissies belooft ons dit wel. Raadsleden worden beter in positie gebracht met een betere informatiepositie en een actievere informatieplicht. Dat klinkt mooi, maar hoe gaat dit wezenlijk verschillen van het systeem dat we nu hebben met raadsrapporteurs? Hierop zou ik graag in de tweede termijn een reactie van mevrouw Boonstra willen. Tot slot is dan de hamvraag: beste meneer Hofman, hoe zou u dan geïnformeerd willen worden? Eerlijk gezegd, ben ik daar een beetje over in duo. Zelfs op de fiets hier naartoe was ik nog hierover aan het doorfilosoferen. Eigenlijk, de gemeenschappelijke regeling, zoals we die hier hebben, is een gemeenschappelijke regeling die iets te zeggen heeft over ons openbaar gebied. Ergens schuurt dat wel een beetje, want Lansingerlanders in dit gemeenschappelijke regelinggebied zijn allereerst inwoners van Lansingerland en moeten dus door ons vertegenwoordigd worden. Maar als er iets met ze is, of ze willen iets in een openbare ruimte, komen ze eerst bij het recreatieschap terecht en uiteindelijk dus pas getrapt bij ons.
Normaliter als er wordt geklaagd bij het bevoegd gezag over zaken als openbare orde of ruimtelijke inrichting komt er een punt dat daar volksvertegenwoordigers bij betrokken worden. Bij de Kooilaan hebben we dat recent gezien. Dat leidt dan eigenlijk tot een wat vreemdsoortige situatie. Wij gaan namelijk niet over de Kooilaan als gemeente, dat is de GR. We kunnen dan wijzen: u moet eigenlijk een gesprek met het recreatieschap. Maar dat schuurt. Ik worstel daar nog een beetje mee. Wat wil ik dan qua informatievoorziening? Want ik zit als raadslid ook weer niet te wachten op een maandelijks lijstje met overlastmeldingen vanuit het Rottemerengebied in mijn mailbox. Maar als je niets hoort, kan je ten onrechte een beeld krijgen dat all is quiet on the western front. Dat zijn zo een beetje bespiegelingen, ik weet het zelf dus ook nog niet helemaal. Of de adviescommissie echt gaat helpen, weet ik ook niet. Maar ik heb zo wat bespiegelingen in dit gremium met u gedeeld. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Dank aan WIJ voor dit bespreekpunt. Ze hebben ons een aantal vragen voorgelegd en aan de hand van de vragen zal ik reageren. Mijn eerste reactie op vraag 1 is: dat is nog maar de vraag. De vraag suggereert dat er op dit moment blijkbaar niet gesproken kan worden van een goed bestuur. Dat lijkt me wel erg zwaar aangezet, maar misschien kunt u daar later op reageren.
Bij vraag 2 wordt gesproken over een pijnpunt t.a.v. de huidige regeling. Dat roept dan op: geldt dit ook voor andere GR’en waar geen adviescommissie is ingesteld? Het spreekt voor zich dat de raadsrapporteur nu vooral de rol heeft van een doorgeefluik. Het door hen gehoorde wordt later gedeeld met de raad. De rapporteur heeft geen invloed op de inhoud van het onderwerp. Antwoord op vraag 3. Stel, dat er een adviescommissie komt, dan moet zij, zo ben ik van mening, kunnen meedenken en/of adviseren over allerlei zaken die spelen binnen het recreatieschap. Over alle zaken en niet slechts over een select aantal onderwerpen. Bij vraag 4: de CDA-fractie is van mening dat het beter om hier een eventueel aan te stellen adviescommissie de zienswijze van de volledige raad over een betreffend onderwerp vertegenwoordigt. Pas dan is er sprake van een echt advies. Dat in tegenstelling tot wanneer slechts bijvoorbeeld 2 personen hun mening geven richting het recreatieschap. De vraag die hier dan ook gesteld moet worden: hoe gaan we dat dan organiseren? Hoe krijgt een adviescommissie de zienswijze van de gehele raad mee? Ook daar worstelt de heer Hofman mee, zo heb ik net begrepen. Dan de vraag waar de MRDH genoemd wordt. Wij zijn van mening, nee, het gaat over Rotta, ik was een alinea te ver.
Wij zijn van mening, dat je niet speciaal een adviescommissie nodig hebt om goede contacten te onderhouden met natuur- en vogelwacht Rotta. Dat kan ook op een andere en minder formele manier. Ook is het belangrijk om goede contacten te onderhouden met organisaties zoals het waterschap of de fietsersbond. Waarom hier nu specifiek Rotta genoemd wordt, dat was mij niet helemaal duidelijk. Ter afronding. De CDA-fractie is ook benieuwd naar de mening van het college omtrent dit voorstel. Dank u wel. De heer Scheringa, PvdA: WIJ bedankt voor het inbrengen. Om te beginnen, mijn fractie is eigenlijk nog steeds benieuwd naar de aanleiding van het bespreekpunt. Een wijziging in een wet om een adviescommissie in te kunnen stellen kan natuurlijk niet de aanleiding zijn als dat geen meerwaarde
3/20
heeft. De Partij voor de Dieren heeft onder meer samen met de Rotterdamse PvdA de genoemde motie ingediend met als argumentatie het belang van biodiversiteit. Dat belang staat natuurlijk buiten kijf, maar kan dit belang alleen beschermd worden door een raadsadviescommissie of kan dat met de collegeregeling, die er is, nu net zo goed? Misschien kan mevrouw Boonstra nog even een motivatie geven waarom een raadsadviescommissie, wat de meerwaarde is. Het belemmerde mij ook een beetje om de vragen te beantwoorden, maar ik zal ze wel even doorlopen. Vraag 1, mijn antwoord is: ja, niet zondermeer. Goed bestuur is noodzakelijk, maar wij hebben niet zozeer signalen dat het mis gaat. Ik begrijp van de meneer van de CU dat het niet altijd lekker loopt, dus ik ben geïnteresseerd in die zin. Maar ik weet niet of een adviescommissie dat dan gelijk oplost en Haarlemmerolie is. Vraag 2 vond ik wat lastig, want gaat het nou alleen over deze gemeenschappelijke regeling of gemeenschappelijke regelingen in het algemeen? In het algemeen geldt voor mijn fractie, als een adviescommissie meerwaarde heeft ten opzichte van een collegeregeling, dan moet je het doen. Anders is het verspilling van tijd en ga je als raad op de stoel van het college zitten, denken wij. Vraag 3, prioriteiten. Deze vinden we leuk.
Dit was ook een onderwerp in onze nieuwjaarsreceptie, dat verslag kunnen jullie teruglezen in onze weekberichten, zoals jullie weten. Maar in het kort, voor het recreatieschap is voor ons het volgende prioriteit: biodiversiteit, waterkwaliteit, waterberging, toprecreatie met goede fietsen wandelpaden en veilige zwemmogelijkheden en geen nieuwe bebouwing / villawijken in dat gebied. Vraag 4 wil ik even overslaan, MRDH is wel een andere schaalgrootte dan het recreatieschap. Over contact met Rotta, wij vinden dat wel heel erg uitvoering. Er is ook nog geen adviescommissie, dus dat zou dan eventueel later kunnen. Vraag 5, ik hoor ook graag of het college nut en noodzaak hier bij Lansingerland ziet. Tot zover mijn eerste termijn. Mevrouw Den Heijer, D66: Wij zijn er wel voorstander van, van raadsbetrokkenheid, bij het Rottemerengebied. Het is een belangrijk gebied voor onze gemeente, dus daar moeten we zeker bij betrokken zijn. Ook onderwerpen als biodiversiteit, bereikbaarheid in combinatie met recreatie en drukte in het gebied, het is altijd goed om in de gaten te houden met elkaar. Een adviescommissie is dan wel weer voor ons, dat heb ik ook al bij de andere raadsleden gehoord, wel een middel. Het is een structuuroplossing voor iets wat je wilt bereiken.
Dan is het wel van belang om die doelen helder te hebben: wat wil je dan bereiken, wat zijn de pijnpunten waar we met elkaar aan willen werken? Welke punten willen we bespreken, om daar advies over te brengen? Waarom lukt dat nu in de huidige vorm niet? Ik heb niet het idee, dat we nou een dossier hebben opgebouwd, waarin we zeggen: het is nu zo vaak mis gegaan met onze raadsbetrokkenheid, dat moeten we echt op een andere manier organiseren. Dus daar ben ik eigenlijk wel naar op zoek. Wat is de aanleiding? Dat kan niet een motie zijn, die in een andere gemeente is ingediend. Dat moet ook vanuit onszelf groeien. We zijn er niet op tegen, maar we zien niet dat er een dossier is opgebouwd, waarin we nu gelijk zeggen: dit moeten we echt op een heel andere manier organiseren. Misschien moeten we gewoon zeggen: dit is een optie, die we tegen het licht kunnen houden. Misschien is het wel een optie als we heel vaak merken dat het niet goed is of gaat. Dan heb je het over de meerwaarde. Wat is de meerwaarde van deze structuuroplossing? Een oplossing zou ook kunnen zijn, dat we zeggen: we willen wel meer samenwerken met andere gemeenten. Want we doen dat nu nog teveel in onze eigen clubjes. Dan zou je wel kunnen overleggen of ook de andere gemeenten met raadsrapporteurs kunnen gaan werken en dat je die wat vaker bij elkaar zet.
En vanuit het raadsrapporteurschap met wat meer informatie richting de gemeente zou kunnen komen. Dat zijn wat laagdrempeligere oplossingen, waar ik dan aan denk, waar je aan zou kunnen werken. Maar dan moet je wel even dat doel goed voor ogen hebben. Bedankt voor het bespreekstuk, maar ik denk dat we onvoldoende dossier hebben opgebouwd, dit gaat nu helemaal mis, dit moeten we echt op een andere manier doen. Maar ik hoor graag of andere mensen er anders over denken. Dank u wel. De heer Crielaard, L3B: Dank aan mevrouw Boonstra voor de agendering. Natuurlijk is het wenselijk om te zorgen voor een goede waarborging van democratische legitimiteit, dat we als raad nauw betrokken zijn bij het recreatieschap. In dat licht vraagt onze fractie zich af of het wel verstandig was, dat we het van een raads GR een college GR gemaakt hadden. Als ik de heer Hofman beluister, dan heeft het ook te maken met matige informatie vanuit de raads GR. Maar ik heb vanuit een betrouwbare bron vernomen, een ex-lid, mijn buurman naast mij, dat het vooral schortte aan aanwezigheid van collega’s uit met name Rotterdam en dat Lansingerland geen blaam treft. Het blijft voor ons, ik merk dat ik daar niet de enige in ben, niet duidelijk of een adviescommissie perse een beter construct is. Er zijn 3 denkbare scenario’s.
Je kan het huidige construct met een college GR handhaven en kijken hoe je die kan verbeteren. Je kan inderdaad kiezen voor een adviescommissie, terugkeren naar een raads GR. Wij hinken vooral op die laatste gedachte, wij denken dat dat het beste kan voorzien in onze informatiebehoefte. Maar u hoort dat ik daarin nog twijfel en ik heb de indruk dat ik daar niet de enige in ben, wat is nou de beste manier om ons van informatie te voorzien? Ik hoop dat er vanuit de collegebank ook nog iets van een ambtelijk advies daarover kan komen. Ik denk dat dat ons in de tweede termijn kan helpen bij de overwegingen. Dank u wel.
4/20
De heer Ruijtenberg, GL: Ik wil mevrouw Boonstra bedanken voor het opstellen van dit bespreekstuk. Voor ik inga op de vragen, is me toch wel even iets opgevallen. In uw uitgebreide toelichting geeft u o.a. aan: bij navraag bij de leden van de commissie ruimte binnen de raad van Lansingerland ervoeren wij draagvlak voor het instellen van een adviescommissie. Als ik nu echter de collega’s voor mij beluister, dan heb ik twijfels over dat draagvlak. Hoe bent u gekomen tot die zienswijze? Wij van GL zijn niet bevraagd over een draagvlak. Dat verbaast me wel een beetje. Dan gaan we het wel hebben over de vragen, want uiteindelijk stelt u inderdaad 4 vragen aan ons, waarbij u er bij de vraag aan het college al wel vanuit bent gegaan, dat we het allemaal nuttig en noodzakelijk vinden. Ook die vraag verbaasde me. Vraag 1, bent u het met WIJ eens. Daar zijn we het in principe wel mee eens. We denken dat een adviescommissie als extra aanvulling kan werken. De motie in de raad van Rotterdam is mede ingediend door onze partijgenoot daar, dus wij delen uw mening. Wilt u uw antwoord motiveren? Eigenlijk geeft u zelf in uw beantwoording al de motivatie op vraag 1. Het kan een pijnpunt zijn, inderdaad, er kan minder invloed zijn en op deze manier kan je meer invloed hebben eventueel, dus ook daar denken wij dat het goed is. Dat betekent automatisch, dat we het met vraag 2 eens zijn.
De opstellers van de motie geven aan dat biodiversiteit belangrijk is, dat is voor ons ook belangrijk, dat hebben wij ook als punt 1 gezet. Daarnaast vinden wij duurzaam bosbeheer belangrijk. We hebben in het verleden geroepen dat we moeten kappen met kappen. Dat is niet altijd mogelijk, want je wilt ook goed beheer doen, dus duurzaam bosbeheer. We vinden dat de randen versterkt moeten worden van de Rottemeren. We vinden ook dat er geen verstorende recreatie moet zijn. Eén van mijn buren heeft het gehad over fiets- en wandelpaden. Wij vinden juist dat je heel erg voorzichtig moet zijn, want je wilt echt natuur maken en niet een soort veredeld park, voor zover dat mogelijk is in de regio Rotterdam. En verkeersveiligheid vinden wij een belangrijk punt, dat is al genoemd. Vraag 4, hoe kijken we aan tegen de werking van een adviescommissie? Dat is wel een beetje lastig. We denken dat het toegevoegde waarde heeft, alleen hoe precies, daar twijfelen we een beetje over. Hopelijk kan de wethouder daar meer antwoord op geven. Hoe denken wij dat de adviescommissie de contacten met o.a. vogelwacht Rotta het beste kan onderhouden? Dat zouden we echt willen laten bij de adviescommissie zelf. Als we ook nog moeten gaan dicteren hoe ze advies moeten geven en hoe ze contact moeten onderhouden, kunnen we het net zo goed helemaal zelf doen, dat wil ik echt aan hen overlaten.
Daar wilde ik het bij laten. De heer Toussaint, VVD: Allereerst wil ik mevrouw Boonstra bedanken voor het inbrengen van dit bespreekstuk. Het klinkt de VVD allereerst als een sympathiek voorstel. Het is natuurlijk ontzettend belangrijk om als raad betrokken te zijn bij de Rottemeren. Ik denk dat we daarin ook niet in mening van verschillen. Maar ik heb ook heel veel collega’s gehoord, die het gras voor mijn voeten hebben weggemaaid. De aanleiding, het is natuurlijk niet echt een aanleiding waarvan we zeggen: hé, we hebben nu iets meegemaakt en dit moet anders. Dat vinden we wel heel opvallend, want dit is een middel. Welk doel dient het? Wat is de meerwaarde? Waar we ook mee zitten, daar hebben we vorig jaar maart mee gezeten, toen we uit de verkiezingen kwamen en moesten gaan formeren en de commissies moesten gevuld worden. Er zijn ontzettend veel commissies binnen onze raad, het is een enorme uitdaging voor onze raad om die allemaal gevuld te krijgen. We hebben al een voorstel gezien van 2 namen, van u en de heer Erwich. Of heb ik dat verkeerd begrepen? Oh, die zijn al. Hoe gaan die plekken dan gevuld worden? Heeft u zelf de ambitie om die te vullen? Dan wil ik naar mijn volgende vraag.
Zodra die adviescommissie er is, wat is het eerste wat u voor onze inwoners gaat doen? Waar streeft u naar, wat zijn uw ambities, wat is uw plan? Een idee zonder plan, heeft mijn vader mij altijd gezegd, is slechts een wens. Verder ben ik heel benieuwd, voordat wij antwoord kunnen geven op de 4 vragen, zijn we heel benieuwd naar de mening van het college tot slot. Beantwoording college Wethouder Muis: Dank aan de indieners mevrouw Boonstra en de heer Erwich. Ik hoor ook nog niet heel veel enthousiasme in uw commissie over het instellen van een adviescommissie. Ik hoor het aan en ik hoor ook dezelfde argumenten die ik eigenlijk ook heb. Het zijn niet eens argumenten, maar het zijn meer overwegingen, die ook zijdelings hier voorbij komen. Wat is nu exact het pijnpunt, welk doel wenst u op te lossen, heeft u het daar met elkaar over gehad? Volgens mij niet en ook nog niet met het college of met mij als portefeuillehouder. Het kan natuurlijk, als de raad in meerderheid een adviescommissie wilt en ook de raden van Zuidplas en Rotterdam, dan moet het algemeen bestuur die ook instellen. Alleen, het is heel goed dat u deze discussie met elkaar heeft om af te pellen: wat betekent dit, hoe ga je dit dan vorm geven.
Wat door de laatste spreker is gezegd: wel doel dient het nou? Wat is de aanleiding? Waar zijn we dan minder blij mee? Wat zouden we graag anders zien? Extra bestuurlijke drukte. De heer Toussaint zei: hoe moeten wij dat bemensen? Dat geldt ook voor de ambtelijke organisatie. Er is namelijk al een ambtelijke adviescommissie vanuit de 3 gemeenten. Zij adviseren aan het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Als u vanuit de 3 raden ook nog een adviescommissie wilt, dan moet u nadenken: wie gaat precies wie daarin adviseren? Gaat dit nou helpen om zaken sneller voor elkaar te krijgen? We hebben een raadsrapporteur, daar zijn we nog niet zo heel lang mee bezig,
5/20
sinds de zomer. Bevalt dat? Waar loop je tegenaan? Zou het iets zijn voor de gemeente Rotterdam of Zuidplas om ook eerst zo’n vorm toe te passen? Er werd ook een vergelijking gemaakt met de MRDH. De MRDH heeft een ambtelijke organisatie. Voor de GR recreatieschap geldt dat we Staatsbosbeheer hebben en een aantal ambtenaren, die dit met elkaar doen, maar die daarnaast in de eigen gemeente ook allerlei andere projecten trekken op het gebied van groen en recreatie. U doet daar dan ook weer een beroep op, op diezelfde ambtenaar en diezelfde capaciteit. Dat kan, maar dan moet u ook nadenken over hoe je dat dan zo kunt faciliteren, dat het ook meerwaarde heeft. Welke onderwerpen? Dat is een volgende stap, als u zegt er met elkaar verder over te willen praten, waar we meer aandacht voor willen. Ik begrijp, ik hoor dat terug, bij een eerdere regeling kwam er weinig informatie, een collegeregeling misschien niet, vanuit de raadsrapporteur misschien ook niet. Dat geeft ook wel aan, dat er misschien niet altijd heel veel te delen valt. Hoewel ik weet, er komt wel het e.e.a. aan. Rotterdam wil het graag hebben over de financiering, dus daar gaan we u de komende tijd nadrukkelijk in meenemen. Ik denk dat daar verschillende aspecten in terug gaan komen: wie heeft nou zeggenschap over wat.
Wat ook gaat helpen, u als commissie en als raad, om aan te geven waar u dan beter over geïnformeerd wilt worden. Impliciet advies: ga met elkaar in de tweede termijn of na deze vergadering het er nog eens over hebben. Goed afwegen of dit nou het instrument is, dat u dichter bij uw doel gaat brengen. Dank u wel. De voorzitter: U ziet op het scorebord dat de tijd van WIJ doorloopt, maar dat is een technisch probleem, omdat ik geen pasje heb als waarnemend voorzitter. Daar moeten we mee omgaan, anders staat mevrouw Boonstra heel erg in het rood. Tweede termijn Mevrouw Boonstra, WIJ: Ik ben wel heel erg blij met de input van u allen, dat moet gewoon gezegd worden. Het punt is, als raadsrapporteur ben ik nog niet zo gek lang actief. Ik heb een vergadering digitaal meegemaakt en een vergadering fysiek. De 2 vergaderingen die het afgelopen half jaar geweest zijn van het algemeen bestuur zijn openbaar, die kunnen we meemaken. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar, die kan je dus niet meemaken. Eigenlijk moet je het doen met de stukken, die je krijgt voor de vergaderingen van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur vergadert 4 keer in een jaar en die maak je dus als raadsrapporteur niet mee en daar heb je dan ook geen invloed op.
Je kan dus niet de stukken van tevoren lezen, waar het college, het dagelijks bestuur, van Rottemeren mee moet werken en over gaat besluiten. Dat is iets waarvan ikzelf en onze fractie zoiets heeft: het zou anders moeten kunnen, beter moeten kunnen. Als raadsleden zijn wij verantwoordelijk ook voor het wel en wee van ons gebied, de inwoners. We zijn echt verantwoordelijk voor zowel natuur als het wel en wee van onze burgers. We moeten er in principe zijn voor iedereen. Dat zou beter moeten kunnen. Niet één keer in een half jaar een vergadering en dan met een half uur buiten staan. Zoals we hier met elkaar spreken, zouden we ook in zo’n vergadering moeten kunnen spreken namens de hele raad en ook de beslissingen voor moeten kunnen leggen aan onze raad. Dat is iets wat bij ons getriggerd heeft om te peilen, dan kom ik even terug op collega Ruijtenberg, de peiling is gedeeltelijk schriftelijk gegaan en meneer Duk heb ik mondeling gesproken, dat was vlak voordat (privé, MJ). Dat is de motivatie geweest om een bespreekstuk te maken, om te kijken hoe erover gedacht wordt. In eerste instantie was dat bij de meeste mensen positief, maar ik begrijp drommels goed de struggles waar u mee zit, daar zit ikzelf ook mee.
Eigenlijk hoop ik, dat wij tot de conclusie kunnen komen, zoals het nu gaat, dat wij eigenlijk te weinig informatie terug krijgen en dat eigenlijk de rol van de raadsrapporteur te klein is. Wij kunnen te weinig aan de raad terug geven van wat er in het college van Rottemeren wordt besloten. Zo simpel is het gewoon. Als je met een half uur weer buiten staat, dan bereik je niet veel. Als raadsrapporteur sowieso niet, want de wethouders hebben overleg en de raadsrapporteur luistert. That’s it. Dat is te weinig. Wij moeten gewoon als raad mee kunnen denken en een besluit kunnen vormen, zodat het college daar wat mee kan. De voorzitter: Ik kijk even naar de klok. Had u nog een aantal punten die u wilde melden? Mevrouw Boonstra: Ik laat het hier even bij. De heer Hofman, CU: Ik ben wel blij met de toelichting van mevrouw Boonstra. Wat ik in de eerste termijn een beetje weergaf, heel veel zaken over het wel en wee van het Rottemerengebied is vooral uitvoering. Vooral uitvoering, dat hebben wij belegd in de gemeenschappelijke regeling, dat voeren ze goed voor ons uit. Wat blijft er dan over aan besluitvorming? Dat is eigenlijk alleen maar financieel. Dat zo’n vergadering in een half uurtje met een paar begrotingswijzigingen geregeld is, dat snap ik wel.
De vraag om informatievoorziening zit hem dus niet zozeer in datgene wat er in vergaderingen besproken wordt, maar gewoon in zijn algemeenheid. Hoe gaat het in ons gebied? Dan moet je het jaarverslag er wat beter op naslaan één keer per jaar. Dat zijn de lijnen waarlangs ik zit te denken. Misschien zou u als raadsrapporteur ons daarin mee kunnen nemen. Als er iets buiten het financiële voorvalt in het Rottemerengebied, dat u ons daarover informeert. Of anderszins. Ik weet het nog niet zo goed. Tot zover het blokje bespiegelingen. Mevrouw Boonstra: Ik had een kleine reactie. Ik vind in dat geval dat de raadsrapporteurs gevoed zouden moeten worden uit het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Dus
6/20
niet alleen van de kant van de inwoners af, maar ook vanaf de andere kant. Anders ga je het niet trekken. Alleen kom je niet aan informatie. De heer Hofman: Als raadsrapporteur bent u niet alleen afhankelijk van wat u krijgt vanuit het dagelijks bestuur. U zou er ook aan kunnen denken, ik wil u geen last opleggen die u niet kunt dragen, maar u zou ook op een andere manier invulling kunnen geven aan een soort haalplicht van informatie i.p.v. dat u alleen een doorgeefluik bent van datgene wat tot u komt, dat zijn dus voornamelijk de financiële stukken. Daar laat ik het even bij. De heer Ruijtenberg, GL: Heel kort, even over het gesprek dat mevrouw Boonstra met collega Duk heeft gehad. Gisterenavond hebben wij het reguliere fractieoverleg gehad en de heer Duk heeft me daarover niet iets verteld, dus of het is hem ontschoten, ik weet niet hoe het gegaan is. In essentie ben ik het wel met u eens, hoor. Dat heb ik ook gezegd. Zeker met de Rottemeren, waar in het verleden veel bewonersgroepen zorgen hebben geuit over onderhoud. Het is wel goed om daar wat meer de vinger aan de pols te houden. Een adviescommissie kan daar helpen om dat te doen. Alleen, hoe exact. Ik zou bijna zeggen, de wijsheid van de vader van de heer Toussaint, een idee zonder plan is een wens.
In essentie ben ik het met u eens, alleen, het behoeft nog wel wat finetuning en afstemming over wat een adviescommissie gaat doen. Als u daar meer gedachten over heeft of invulling, desnoods een gesprek met de portefeuillehouder, dan zullen wij dat zeker steunen. Mevrouw Den Heijer, D66: Het is goed dat mevrouw Boonstra haar worstelingen deelt in die rol als raadsrapporteur, want daar moeten we u allemaal in zien te steunen. Misschien is het een idee om bij de griffie langs te gaan over hoe u die rol het beste kan vervullen. U zit in de situatie dat dit een gegeven is, de manier waarop we betrokken zijn. Dat we als raadsleden vooral sturen op die hoofdlijnen van dit gebied en niet zozeer op de uitvoering. Het is ook even een gegeven, waar we dan mee om moeten gaan. Dat neemt niet weg dat we altijd alle gesprekken in een gebied kunnen gaan voeren en aanleidingen kunnen gaan horen wat er aan de hand is. Ik hoor steeds uw behoefte aan informatie, meer informatie, maar ik hoor geen aanleiding van wat er nu niet goed gaat in het gebied. Je kan ook je zegeningen tellen en denken: prima, het loopt goed zo, we kunnen dit als raad op hoofdlijnen met veel vertrouwen los laten. Dat wilde ik nog even mee geven.
Het tweede, het raadsrapporteurschap ook bij de andere gemeenten in het leven roepen, ik weet niet hoe dat nu geregeld is, maar dat zou ook nog een oplossing kunnen zijn, zodat u kunt sparren ook met raadsleden van andere gemeenten op hetzelfde niveau als u doet om zo ook daar wat informatie vandaan te halen, hoe zij vinden dat het gaat. Dat is wat ik nog even wilde meegeven. De heer Crielaard, L3B: Ik heb de sprekers van D66 en GL een aantal overwegingen horen meegeven aan mevrouw Boonstra. Ik zit er zelf ook nog even op te kauwen. Ik zou eigenlijk mevrouw Boonstra willen uitnodigen om hier een vervolg aan te geven, in welke vorm weet ik niet. Of dat een nieuw bespreekpunt moet zijn in een volgende commissie, dat weet ik ook nog niet. Ik wil in elk geval een pleidooi doen om hier nog een vervolg aan te geven. De heer Scheringa, PvdA: Ik blijf het wat moeilijk vinden. Ik kan het verhaal van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur niet helemaal volgen, want volgens mij is het ook in de gemeenteraad zo, wij hebben ook een dagelijks bestuur, dat is het college, daar zitten wij ook niet bij. Soms denk ik: ik had erbij willen zitten. Ik snap dat u een worsteling heeft, ik heb er geen ervaring mee, dus misschien is het makkelijk voor mij. Voorlopig denk ik: een aanleiding zelf, een echte aanleiding heb ik niet gehoord, echt dingen die mis zijn.
Ik heb ook de beraadslagingen van de gemeenteraad in Rotterdam bekeken, daar ging het alleen over biodiversiteit. De PvdD was de oorspronkelijke inbrenger, misschien dat die het college niet vertrouwt en het daarom zelf wil doen daar, maar ik heb niet het idee dat dat hier het geval is. Ik vraag me ook af hoe je dat gaat organiseren. Dan heb je een adviescommissie, dan zullen 2 of 3 mensen vanuit deze raad daarin gaan, maar in feite hebben we dat al, want nu zit onze wethouder daar. Wordt het dan anders of beter? Dat zie ik nog niet helemaal voor ogen. Maar als we meer informatie hebben, of wat meneer Crielaard zegt over een vervolg, we kunnen er altijd verder over praten, maar op dit moment zien wij geen nut en noodzaak voor een adviescommissie voor het recreatieschap. De heer Van Harn, CDA: Afrondend, zou ik bijna willen zeggen. Wat de heer Crielaard naar voren brengt, ik denk dat dat wel correct is. Er zijn nog zoveel onduidelijkheden en vaagheden, het waarom en het hoe dan, dat blijft vanavond toch hangen. Ook ik ben van mening dat op dit moment de zaak nog niet rijp is. Mevrouw Boonstra heeft ook zelf aangegeven: ik heb nog maar 2 vergaderingen meegemaakt. Het is misschien nog wel erg vroeg om conclusies te trekken. Ik stel samen met wat de heer Crielaard naar voren bracht voor om dat op een later termijn opnieuw op te pakken. Dank u wel.
De heer Toussaint, VVD: In de eerste termijn had de VVD een aantal vragen gesteld, deels is daar antwoord op gekomen. Kort samengevat, we delen de mening van het CDA en D66. Kijk even naar de rol van raadsrapporteur, op welke manier wordt dat door andere gemeenten gedaan, kunnen we daar nog
7/20
iets aan toevoegen in die rol? Als ik dan kijk naar de adviescommissie, dat moet inderdaad nog verder uitgewerkt worden. We willen dit nog heroverwegen als VVD. Wethouder Muis: Ik ben in feite toehoorder, het is uw gesprek in de commissie over dit bespreekpunt van raadsrapporteur. In die zin heb ik er niet heel veel aan toe te voegen. Ik hoor wel goede suggesties. Altijd goed dat jullie er met elkaar over doorpraten. Inderdaad, de vergelijking werd gemaakt DB met het college. Je moet ook uitkijken dat je niet alles wilt zien en weten wat er daar dan wordt besloten over de uitvoering in zo’n gebied. Inderdaad, het staat iedereen vrij om in het gebied de gesprekken te voeren, die voeren wij ook, die discussies komen echt wel aan bod. De rol van raadsrapporteur, dat is iets waar u verder over na kunt denken. Het AB is openbaar. Als er meer raadsrapporteurs zijn en die willen daar inspreken, dan kan dat ook. Dat zijn allemaal zaken die we daar met elkaar moeten bespreken. Of u moet met elkaar bespreken dat u dat wilt. Dat zijn allemaal zaken waar je het over kunt hebben, welke informatie u dan specifiek zou willen hebben, want als we het omdraaien, ja, ik kan u van alles geven over de uitvoering, maar volgens mij krijgt u al heel veel informatie. Ga daar ook een beetje verstandig mee om, zou ik zeggen. Daar wil ik het bij laten.
De voorzitter: De conclusie is dat we een goed gesprek hebben gehad over de raadsrapporteur en de rol van de raad t.o.v. de gemeenschappelijke regelingen. Ik begrijp van de griffie dat er in mei een bijeenkomst is voor raadsrapporteurs. Wellicht is dat een mooi moment om daar nog eens verder te praten met elkaar over de rol van de raadsrapporteur en of er behoefte is aan versteviging van die rol. Ik kijk met een schuin oog naar mevrouw Boonstra, dat hetgeen vanavond opgehaald is stof genoeg is om na te denken over hoe hiermee verder om te gaan. Wat mij betreft laten we het even bij deze discussie. Er is veel gezegd, er is veel input geleverd, ik dat dat voldoende is om te kijken of er een volgende stap gemaakt kan worden, maar ik geef in ieder geval mee dat er in mei een bijeenkomst is van raadsrapporteurs, misschien is dat een mooi moment om er met elkaar over door te praten. Dan wil ik dit punt afsluiten. 5.b Participatieplan Driehoek Noordpolder n.a.v. collegebrief en beantwoording art.37 vragen De heer Blonk, L3B: Het is al zo’n 4 jaar bekend dat de verkeersontsluiting bij de Driehoek Noordpolder een essentiële rol speelt. L3B geeft al jaren aan: eerst een keuze maken over de ontsluiting en daarna de verdere ruimtelijke invulling. Uit de beantwoording door het college van schriftelijke vragen en uit de reactie van het college op de brief van belanghebbenden n.a.v.
het concept participatieplan wordt klip en klaar dat het college niet eerst aan de slag wil gaan met de ontsluiting en in de participatie dat ook mogelijk maakt door aan te geven dat belanghebbenden vanaf het begin van de participatie de ontsluiting kunnen bespreken in relatie tot alle overige ruimtelijke aspecten. Ik citeer uit het participatieplan: de ontsluitingsvarianten dienen integraal afgewogen te worden met alle ruimtelijke aspecten op het gebied van milieu, duurzaamheid, ecologie en water, stedenbouw woondifferentiatie, bodem, civiele techniek en verkeer en parkeren. Prioriteit geven aan verkeersontsluiting wordt zodoende losgelaten en daar is mijn fractie het niet mee eens. Ik hoor graag van de andere fracties of zij dit met L3B eens zijn. Een ander punt. Het lijkt dat met het participatieplan Driehoek Noordpolder de participatie nu begint. In feite is participatie al zo’n 4 jaar geleden begonnen. Er is o.a. de werkgroep verkeer geweest, waarin belanghebbenden inclusief inwoners van de Edelsteenbuurt hebben geparticipeerd. Wat wordt er gedaan met de participatie die tot nu toe plaats heeft gevonden, vroeg ik me af. Het lijkt het erop: niets. Want een door de gemeente ingehuurde extern bureau gaat een nieuwe start maken.
Hoe zat het ook alweer met die werkgroep verkeer? In de beantwoording van mijn schriftelijke vraag 2 wordt door het college gesteld, dat de werkgroep verkeer geen keuze heeft kunnen maken voor 1 van de ontsluitingsvarianten. Waarom kon die werkgroep verkeer dan eigenlijk geen keuze maken? De informatie die de werkgroep verkeer daarvoor nodig had, was niet compleet. Meerdere beoordelingscriteria konden voor de verschillende ontsluitingsvarianten niet worden gekwantificeerd. Daarvoor was aanvullend onderzoek nodig. Daarvoor heeft de werkgroep verkeer, voor zover ik gehoord heb, niet de ruimte gekregen van het toenmalig college. Vragen die o.a. in dit verband zijn blijven hangen zijn: de projectontwikkelaars waren in de werkgroep niet bereid om zich over alle zaken uit te spreken. Dat was behoorlijk belemmerend. Bij sommige ontsluitingsvarianten waren derde partijen nodig, maar die zaten niet aan tafel. Dan moet je denken aan de waterschappen, RET, ProRail, eigenaar van de weilanden Noordpolder en de gebruikers van de volkstuinen. Waarom zijn die partijen toen niet aan tafel gevraagd? Dat vraag ik me nu op dit moment af. Ons inziens moet de werkgroep verkeer de draad weer oppakken, maar dan nu wel voorzien van de benodigde informatie. Afsluitend.
Mijn verzoek aan het college is: roep de werkgroep verkeer bij elkaar en zorg dat alle info die de werkgroep verkeer nodig heeft er ook komt. En ten tweede, pas het participatieplan zodanig aan, dat er eerst helderheid komt over de verkeersontsluiting en daarna de verdere invulling van de stedenbouwkundige opgave. Mijn vraag is of de andere fracties dit met L3B eens zijn. Dank u wel.
8/20
De heer Van Harn, CDA: De heer Blonk heeft al het nodige verwoord, waarom wij dit bespreekstuk hebben aangekaart. De ontwikkeling Driehoek Noordpolder kent al een hele lange geschiedenis. Voor mij persoonlijk begon dat tijdens de beeldvormende avond voor raad en bewoners op 11 september 2019. Er werd toen door Blauwhoed samen met de gemeente al een bijna compleet uitgewerkt plan gepresenteerd. We vielen bijna van onze stoel toen we dat zagen. Hoe kan zoiets zonder inspraak gepresenteerd worden? Er was diezelfde avond nog een andere beeldvorming, daar kwam ik vandaag achter. De rekenkamer presenteerde daar haar rapport: met de beste bedoelingen. Het betrof het onderzoek naar burgerparticipatie in Lansingerland. Die avond, voor degenen die erbij waren, werd wel heel schrijnend duidelijk dat op het gebied van burgerparticipatie er veel moest veranderen. We zijn nu 2,5 jaar verder. We zijn opnieuw verrast en verbaasd, dat het concept participatieplan Driehoek Noordpolder niet op de agenda van de commissie is gezet, omdat het geen pilot betreft, zo werd achteraf door het college op schriftelijke vragen geantwoord. Ook bewoners van de Edelsteenbuurt zijn verontwaardigd, omdat de verkeersontsluiting niet behandeld werd voorafgaand aan invulling van het stedenbouwkundig plan. En dat is begrijpelijk.
Naar aanleiding van de commotie in het verleden werd er een werkgroep verkeer in het leven geroepen, die ervoor moest zorgen dat de storm die was ontstaan ging luwen. De verkeersontsluiting was namelijk een groot pijnpunt en werd zo op die manier als eerste gezamenlijk opgepakt. Nu de werkgroep verkeer haar werk heeft gedaan en het participatieplan Driehoek Noordpolder het stempel definitief heeft meegekregen, mag je toch verwachten dat dit onderwerp als eerste samen met de bewoners opgepakt wordt. Temeer omdat in de nota van wijzigingen onder het kopje zeggenschap als voorbeeld wordt gesteld, ik citeer: als omwonenden de verkeerssituatie van een weg mee willen laten wegen voor een ontwikkeling, dan mogen zij dit onderwerp naar voren brengen. Volgens mij is dat gedaan. Diverse bewoners geven aan, dat ze de verkeersontsluiting naar voren willen halen, maar daar is geen gehoor aan gegeven. De voorbeelden m.b.t. de verkeersontsluiting Merenweg in Bleiswijk en Wolfend in Bergschenhoek geven aan, dat er wel eerst gekeken wordt naar de verkeersontsluiting. Maar nu schuift het college liever deze hete bal nog even voor zich uit en gaat men eerst met een extern bureau kijken naar een werkvorm om de ontsluiting te kunnen bespreken. Wordt er hier met twee maten gemeten? Voor zover. Mevrouw Den Heijer, D66: Allereerst bedankt aan de partijen van het CDA en L3B om dit te agenderen.
Bedankt ook voor de heldere toelichting op het bespreekstuk. Eigenlijk zit er al verkapt een mening in, waarvan we alleen maar kunnen zeggen: zijn we het ermee eens of zijn we het er niet mee eens? De heer Van Harn gaf ook nog een mooi inkijkje in de geschiedenis, dat we al langer betrokken zijn als raad bij dit belangrijke gebied. Het is goed om het als raad weer te bespreken, daar zijn we het helemaal mee eens. Ik denk ook dat het goed is om van het college te horen waar we nou precies staan, want dat is mij nog niet helemaal helder. Ik heb ook veel vragen, maar die zijn allemaal gesteld, dus dat horen we zo van het college. Om maar een klein schot voor de boeg te doen, ook al wil ik nog afwachten hoe het college de toelichting doet, wij vinden het ook van groot belang dat we dingen in de juiste volgorde doen. Waar het gaat om woningbouw en bereikbaarheid geldt ook altijd de trits van eerst bewegen en dan bouwen. Dat is een belangrijk uitgangspunt bij woningbouwontwikkeling. Maar dit kan ook wel vanuit die integrale benadering. Dat betekent wel weer dat ontsluiting onderdeel uitmaakt van dat participatietraject, van die nota van uitgangspunten en ook van het stedenbouwkundig plan, waarin je dat gebied integraal bekijkt. Dat is natuurlijk wel van belang. Het helemaal los koppelen van elkaar, ik snap ook wel dat dat dan ingewikkeld is, omdat die 2 dingen bij elkaar horen.
Maar ik hoor ook heel graag van het college hoe zij daar tegenaan kijken. Ten tweede, wij vinden het eigenlijk niet perse dat dit participatieplan ook in de commissie had moeten worden besproken. We zijn er zelf bij om dat te agenderen, dat gebeurt nu ook. Het was ook wel verstandig geweest om het wel, het college had kunnen aanvoelen dat het belangrijk is, ter bespreking voor te leggen, maar het is niet zo dat ik het college nu op de vingers wil tikken. We hebben een paar aandachtspunten en die wil ik even benoemen. Is de basis voor de uitgangspuntennotitie voldoende? Voor de ontsluiting zijn al verschillende onderzoeken gedaan, maar er zijn ook aanvullende onderzoeken nodig, dat gaf de heer Van Harn ook aan. Krijgen die nou opvolging of niet? Wat is nou het verschil tussen de bouwlocatie Wolfend, waar dus nadrukkelijk die ontsluiting wordt opgepakt, en de locatie van de Driehoek Noordpolder, waarin we zeggen dat het een integraal verhaal is. Waar zit nou precies dat verschil in? Daar ben ik heel erg benieuwd naar.
Een derde vraag, waar we ook tegenaan liepen, ook in het gesprek met de inwoners van de Driehoek Noordpolder: hoe wordt de provincie nu hierin meegenomen? Wat gebeurt er als we de planning, zoals die is opgesteld, niet gaan halen? Is er dan afgesproken wat de provincie gaat doen? Gaan ze wel of niet ingrijpen in dit verhaal? Daar wil ik het in de eerste termijn bij laten. Dank u wel. De heer De Graaf, VVD: Dank u wel, CDA en L3B, voor het agenderen van het bespreekstuk. Over de Driehoek Noordpolder is in dit huis al veelvuldig over gesproken en gedebatteerd. Ik durf de voorspelling wel aan, dat we dat de komende tijd ook zullen gaan doen. Ook vanavond. Ik wil een aantal punten even raken, die zijn ingebracht via het bespreekstuk en door eerdere sprekers. Allereerst het participatieplan. Het college trekt wel een beetje grote broek aan door zelfstandig het plan vast te stellen en dat niet via
9/20
de raad te doen, via de raad te bespreken. Aan de andere kant is het wel een lijn waar we naartoe moeten. We hebben de pilots gedaan. We hebben daar ook gezien dat niet altijd alles even goed is verlopen, niet naar ieders wens is verlopen. Het is misschien wat vroeg om nu als college de verantwoordelijkheid naar je toe te trekken, maar dat is wel de kant die we op moeten met elkaar. We zijn niet in principe tegen dat het gebeurt, maar de verwachtingen zijn wel hoog gespannen, dus ik hoop dat het college die verwachtingen waar gaat maken. We gunnen hen het voordeel van de twijfel op dit moment. Het tweede punt betreft de ontsluiting. Wij als VVD hebben altijd gezegd, dat een goede ontsluiting belangrijk is, ook voorwaardelijk is voor het ontwikkelen van het gebied, zonder overigens een voorkeur uit te spreken over welke vorm dat precies moet. We kunnen ons een heel eind vinden in een integrale benadering, die het college voorstaat. Een beetje kip/ei verhaal. De stedenbouwkundige inrichting is van invloed op de ontsluiting, de ontsluiting is van invloed op het stedenbouwkundig plan. Dus integraliteit kan je niet helemaal los laten.
Waar we wel wat zorgen bij hebben, is het proces dat het college voor ogen heeft, zoals ook uit de beantwoording van de vragen blijkt, dat via een soort nota van uitgangspunten een variant, die daarin voorgesteld wordt en die we ter besluitvorming voorgelegd krijgen. Op dat moment de enige variant. Ik zie een proces voor me, dat een hele goede integrale afweging wordt gemaakt. De heer Blonk: De heer De Graaf zei dat hij wat zag in een integrale benadering. Heeft hij zich ook gerealiseerd dat bij de locatie Merenweg, de locatie Wolfend, de locatie Wilderszijde altijd eerst de ontsluiting is geregeld of dat het van belang is om dat eerst te regelen, zoals Wolfend en Merenweg. Dat is geen integrale benadering, eerst de ontsluiting en dan de verdere ontwikkeling van het gebied. De heer De Graaf: Ik zal kort reageren. We vragen ons af of de situaties allemaal 1 op 1 vergelijkbaar zijn, alle gebieden hebben zo hun eigen kenmerken. Ik wil ook even herinneren aan de bestuurlijke lenigheid van de eigen wethouder. Bij de Meren is de afspraak dat er een idee of plan moet zijn over de N209 voordat we gaan heien in de Merenweg. Daar zit een bepaalde tijdlijn in, die anders is dan u schetst of voor ogen heeft, ik weet niet of die situaties 1 op 1 vergelijkbaar zijn. Maar misschien dat de rest van mijn betoog u enigszins gerust stelt, als we het hebben over integraliteit.
Ik zie een proces voor me, op dit moment, zoals geschetst wordt, dat straks de ontwerpende partij en de ambtelijke organisatie en misschien het college, een soort keuzematrix krijgen, u kent dat misschien wel vanuit uw dagelijks werk, bij al die integrale aspecten, die staan in een matrix, dan staan er plusjes en dan zeggen we: ontsluiting via A levert 68 punten op, ontsluiting via B levert 71 punten op, dus dan wordt het die van 71. Dat is de optie die wij voorgelegd krijgen. Ik denk dat dat niet de juiste weg is. De discussie over de ontsluiting is een politieke discussie, we moeten die discussie politiek gaan voeren, die moeten we afronden in dit huis. Het is naïef om te veronderstellen dat die integrale afweging ambtelijk gemaakt kan worden en dat als 1 optie voorgelegd kan worden. Ik zie wel voor me dat we aanvullend of vooruitlopend op de nota van uitgangspunten ergens de discussie voeren met elkaar over de ontsluiting. De vorm laat ik nog even open. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Ik wil de heer Blonk en de heer Van Harn bedanken voor dit bespreekpunt, heel belangrijk. Door vorige sprekers al gememoreerd, Driehoek Noordpolder houdt ons al een tijdje bezig. Participatie is verwachtingsmanagement creëren. Voorkomen van verrassingen in het proces. Participatie werkt alleen als alle belanghebbenden in een vroeg stadium de gelegenheid krijgen om mee te doen.
De indieners van dit bespreekpunt vragen aan ons of wij het ook met hen eens zijn om de ontsluiting voorop te stellen op de rest van de punten, te denken aan stedenbouwkundige invulling, milieu, mobiliteit et cetera. De antwoorden die mijn fractie eigenlijk wilde geven, moeten eigenlijk door het college gegeven worden in de beantwoording van vraag 2. De ontsluitingsvarianten dienen integraal afgewogen te worden met alle ruimtelijke aspecten op het gebied van milieu, duurzaamheid, ecologie en water, stedenbouwkundig en dergelijke. De PvdA-fractie vindt dat dit communicerende vaten zijn. Als je aan 1 knop draait, dan betekent dat natuurlijk iets voor een andere knop. Denk aan een wiel dat draait, dat een ander wiel mee laat bewegen. Het college geeft verder aan, dat op dit moment een extern bureau is ingehuurd om samen te kijken met de belanghebbenden naar een werkvorm om het begin van de participatie, de ontsluiting, te kunnen bespreken naast de alle overige ruimtelijke aspecten. Volgens mij is dat een heel goed uitgangspunt. De heer Blonk gaf ook aan, dat dat in het verleden niet goed ging. Met deze nieuwe herstart wordt gepoogd om het verleden te vergeten en samen met alle belanghebbenden een nieuwe start te maken. Dat vindt mijn fractie alleen maar goed. Het doel is om helderheid te scheppen over mogelijke ontsluitingsvarianten en daarmee een goede keuze te maken.
Dit moet dus integraal. Dat gaf ook mevrouw Den Heijer aan, dat het niet perse slecht is als dingen integraal worden opgepakt. Die lijn kan mijn fractie volgen. L3B geeft aan en de heer Van Harn, dat zij het jammer vinden dat de raad niet is meegenomen in dit participatieplan en betrokken, maar slechts wordt geïnformeerd. De vraag aan ons hoe wij daar tegenaan kijken. Mijn fractie vindt het als volgt. Volgens mij is het in de geest van de omgevingswet, hoe het college nu acteert. Zij is het bevoegd gezag om dit initiatief op te tuigen. Dat vindt de PvdA-fractie alleen maar goed. Wethouder Muis is al bezig met het opstellen van het participatiebeleid, dit moet in elk project plaats vinden. In het verleden hebben we veelvuldig gezien dat het niet goed ging, participatie in dit huis. Nu wil ik nog even ingaan op het participatieplan an sich, de inhoud, nu ik toch de gelegenheid krijg om dat te doen. In het participatieplan worden er een heleboel
10/20
belanghebbenden genoemd. Heel mooi, een mooie lijst. Een suggestie die ik wil meegeven is om de fietsersbond erbij te betrekken. Ik weet niet of dat al wordt gedaan of niet, maar dat het zou een goede zijn om die mee te nemen in de participatie. Daarnaast is het ook goed om de verkeerskundige van de provincie en de gemeente erbij te laten aanhaken. Dat komt misschien ook tegemoet aan de wens van de heer Blonk om de verkeerswerkgroep niet te vergeten. Ik heb nog een tweetal andere suggesties. Bij de algemene afspraken over het participatieproces, punt 1. De heer Blonk: Ik begrijp even niet, wat bedoelt u met dat de werkgroep verkeer niet moet worden vergeten. Wat bedoelt u daarmee? De heer Xhemaili: Volgens mij gaf u in uw betoog aan, dat in het verleden een werkgroep verkeer is opgetuigd om over de ontsluiting te praten. U gaf aan, dat er niets mee wordt gedaan. De heer Blonk: Ik begin echt te twijfelen of u de stukken wel goed gelezen hebt. De werkgroep verkeer heeft een groot aantal varianten neergelegd (…). Ik werd weg gedrukt. Ik denk dat u niet begrijpt wat er gebeurd is, maar die werkgroep verkeer heeft een groot aantal varianten neergelegd. Zij konden daar niet mee verder, omdat er zij meer informatie nodig hadden. Het is niet zomaar een groepje, nee, er de ontwikkelaars zaten erbij, bewoners. De voorzitter: Ik hoor geen vraag.
De heer Xhemaili: Dank voor de toelichting, mooi. Ik was bezig met suggesties voor algemene afspraken voor het participatieproces. Alle belanghebbenden krijgen de kans om vroeg of laat mee te doen in het participatieproces. Mijn suggestie is om laat weg te halen en alleen vroeg op te nemen. Hoe vroeger, hoe beter. Punt 2. Uit alle documenten die ook op de projectwebsite worden neergezet worden persoonsgegevens weggelaten om privacy te borgen en aan de wet persoonsgegevens te voldoen. Heel goed. Mijn suggestie is dan voor de projectwebsite om daar vragen of suggesties van bewoners op te nemen en te voorzien van een antwoord dat anoniem is, dat het niet te herleiden is tot wie het heeft ingediend, maar wel van repliek te bedienen van de gemeente, waarbij alle bewoners kunnen lezen wat er is gevraagd en hoe de gemeente dit heeft beantwoord en wat zij vindt van de suggestie. Dank. De heer Ruijtenberg, GL: Ik ga voor de tweede keer vanavond iemand van de VVD citeren, het is bijna een links/rechtse wolk. In dit geval is het voormalig VVD-wethouder uit Zoetermeer, de heer Rosier. Hij zei: op het moment dat je ergens gaat bouwen, moet je zorgen dat de ontsluiting geregeld is en dan met name OV. OV ligt er al, want de Zorolijn ligt redelijk dicht in de buurt. Maar de overige ontsluiting is er gewoon niet.
Ik ben het volledig eens met de heer Blonk en de heer Van Harn, als er gezegd wordt: zorg eerst dat die ontsluiting goed is, dat dat geregeld is. Als je dat voor elkaar hebt, dan kan je verder gaan praten over de overige invullingen daarvan. Een andere route zal waarschijnlijk niet leiden tot een volledig gedragen proces. Van inwoners, die daar in de buurt wonen, heb ik gehoord dat zij zich met name zorgen maken juist over die ontsluiting, omdat het extra verkeer voor hun deur is. Ik kan het niet genoeg benadrukken: eerst die ontsluiting en alle modaliteiten, OV ligt er al maar ook voor auto’s, fietsen, wandelaars. Als dat er is, dan pas verder gaan denken. Dan over het participatieplan. De heer Van Harn heeft u meegenomen naar 2019. Ik ga u ook een heel klein stukje meenemen in de geschiedenis, alleen iets minder ver in de geschiedenis, om precies te zijn 24 februari 2022. Daar dienden de heer Muis, in een vorig leven raadslid, en ikzelf een motie in, dat ging over de actualisatie omgevingsvisie. Wij vroegen om de omgevingsvisie te actualiseren voor 1 oktober of 1 januari 2023, omdat de omgevingsvisie nog niet in ging, er moest nog aan gesleuteld worden.
Ik zal niet alles aangeven, maar één van de dingen die we daar aangaven, was: de invulling van de Driehoek Noordpolder en Bleizo-west zijn opgenomen, de beslissingsbevoegdheid van het college met de invoering van de omgevingswet toeneemt en deze bevoegdheden en begrenzing ervan dienen te worden behandeld door de raad. Met de implicatie dus, dat wij wilden dat er nog meer mogelijkheden waren voor de raad om bij te sturen op het gebied van eventuele participatie. De motie heeft het niet gehaald. Slechts het CDA heeft ons gesteund, D66 en GL. Wij hebben daar dus zelf eigenlijk de weg geopend voor het college om deze route te bewandelen, om de participatie ons ter informatie te geven en ons niet van tevoren deel te laten nemen. We hebben het zelf laten gebeuren, daar neemt het college helaas de ruimte die wij hen gegeven hebben. Daar laat ik het bij. Mevrouw Maasland, CU: Dank aan de fracties van het CDA en L3B voor het agenderen van dit punt. Ons was het doel niet helemaal duidelijk, omdat er specifiek 1 vraag staat over de inhoud, over de ontsluiting, terwijl we bij dit punt over participatie gaan praten, dus daar zochten we nog even naar. Maar alle andere bijdragen te horen, ga ik het allebei even aansnijden. Om de gestelde vragen in het bespreekpunt te beantwoorden: ook voor ons is een goede ontsluiting cruciaal om verder te kunnen met de woningbouw op de Driehoek Noordpolder.