CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV23.0016] Verslag van de commissie Ruimte van 7 februari 2023

Commissie Ruimte 14 maart 2023, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering21.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In de voorbereiding schoot de vraag door ons hoofd: hoe zou dit zich verhouden tot de nieuwe omgevingswet. Hoe relevant is het die vraag te stellen met de hele geschiedenis van die hele omgevingswet in het achterhoofd. De heer Duk heeft deze vraag gesteld en ik ben benieuwd naar het antwoord. Wellicht dat het als technische vraag terug verwezen wordt, maar laten we even het risico daarop nemen en de reactie van de wethouder daarop afwachten. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Allereerst graag een procesopmerking van mijn kant. Een aantal vragen vind ik toch wel redelijk technisch klinken. Ik ga ze uiteraard wel beantwoorden om de ambtelijke capaciteit weer in te perken, anders moeten de ambtenaren daar weer mee aan het werk. Misschien voor uw overleg met de griffie toch een idee. Meneer Duk vroeg naar een lagere drempel van 130kW. In de stukken staat dat je onder de 130kW alleen melding plichtig bent, dat kan je niet verbieden en je mag ook niet aan derden leveren. Je kunt het vanaf 130kW vergunning plichtig maken in het kader van de BOR. De omgevingswet, omgevingsplan, ja, op dit moment hebben we te maken met de huidige wetgeving. We hebben dit ingezet. Een voorbereidingsbesluit, u weet allemaal dat dat na een jaar weer afloopt, dus wij moeten nu een besluit nemen.

Op het moment dat het omgevingsplan aan de beurt is op dit onderwerp, gaan we dit gewoon overnemen. U kent uiteraard uit de beeldvorming ook, dat alles wat op dit moment besloten is gewoon meegaat in de nieuwe omgevingswet. Het bindend adviesrecht, dat gaat zo ver, dat moeten we maar eens aan een jurist vragen. En dan ook nog burgerparticipatie. U ziet in dit stuk, dat alle belanghebbenden zijn geraadpleegd. Ze hebben gereageerd. Eén iemand met een vergunning heeft deze ingetrokken. Dat is dat morele appel van meneer Van Harn geweest. Wat dat betreft is dit plan qua participatie prima gelopen. De heer Azzouzi had het er over, dat het via email is. De heer Duk: Ik begrijp dat het redelijk technisch van aard is, maar ik vind het echt wel een wezenlijke vraag, of het college nog langs de raad gaat komen op het moment dat er na het invoeren van de omgevingswet een verzoek wordt gedaan tot een bestemmingsplanwijziging of buitenplanse activiteit. Daar moet het college toestemming geven of ze wel of geen bindend advies vragen aan ons. Wethouder Cnossen: Meneer Duk, vanaf 130kW is het gewoon niet meer toegestaan. Punt. Daaronder is het meldingsplichtig, maar kan je het niet verbieden en mag je die centrale alleen gebruiken voor eigen gebruik. Dus de vraag heeft geen antwoord, want het gebeurt niet. Met dit paraplubestemmingsplan sluit u uit dat dit soort aanvragen komen.

Dit paraplubestemmingsplan gaat gewoon mee volgend jaar als de omgevingswet ingaat. In 2030 moeten we alle omgevingsplannen klaar hebben, dus dan zal dat daar ook in verwerkt zijn. Meneer Azzouzi vroeg of je via email participatie kon doen. Dat is inderdaad toegestaan, maar ik legde al uit dat dit een bijzonder geval is, dat je het op deze manier niet bij een ander plan zou doen, maar dit loopt al een poos. Het voorbereidingsbesluit loopt al een poos, dus voor nu is iedereen keurig geraadpleegd. Andere gemeenten, u weet, dat is ook bekend bij u als commissie ruimte, dat je voor bestemmingsplannen altijd vooroverleg moet plegen met allerlei wettelijke partners. Het is net of ik schooljuffrouw ben, maar dat weet u. Daar horen buurgemeenten ook bij. Een termijn van beroep is 6 weken. De heer De Graaf vroeg ook naar de omgevingswet. Ik denk dat ik voldoende beantwoord heb. Tweede termijn De heer De Graaf, VVD: Dank aan juffrouw Cnossen. Een hamerstuk voor ons.

12/24

De heer Azzouzi, PvdA: Tweede termijn, ook een hamerstuk. Voor de wethouder: we zitten hier niet om ‘hamerstuk’ te zeggen. We zitten hier om verduidelijkende vragen te stellen. We verwachten een redelijk antwoord vanuit de wethouder. Dank u wel. De heer Blonk, L3B: Het gaat nu niet over de inhoud, maar als ik zie dat er zoveel technische vragen gesteld worden, dan vind ik dat wij als raadsleden, als commissieleden, toch even goed naar onze eigen afspraken moeten kijken. Technische vragen kunnen na het eerste weekend dat het binnen komt aangeleverd worden, dan krijg je vrijdag de antwoorden. Dan heb je het hele weekend nog voor de commissie. Ik wil mijn collega’s vragen daar echt serieus mee om te gaan. De voorzitter: Dat geldt voor meerdere commissies en meerdere vergaderingen. De heer Van Harn, CDA: Ik had in mijn eerste termijn gezegd, dat het CDA positief was. Dat betekent dus een hamerstuk. De voorzitter: Kan ik hieruit concluderen dat het een hamerstuk is? Ja, zo te zien wel. Een hamerstuk. 6.b Onderzoekskrediet t.b.v. verkeerskundig knelpuntenonderzoek N209 De voorzitter: Het zal u niet onbekend zijn, dat wij in de commissie ruimte al ettelijke malen de nodige knelpunten enzovoorts besproken hebben. Het komt ook regelmatig in de actualiteiten van het college.

Dit voorstel gaat over het beschikbaar stellen van het budget voor een verkeerskundig onderzoek naar de knelpunten en oplossingen. Ondanks dat het een provinciale weg is, de N209, en de gemeente continu in gesprek is, is met de provincie toch het e.e.a. naar voren gebracht om een investering door de gemeente op zich te nemen. We gaan kijken hoe u daarover denkt. De heer Jumelet, sr, WIJ: Toen ik het voorstel las, dacht ik: een hoop geld. Maar dan ga je er toch nog eens over nadenken. Vanavond is al een keer de slagader genoemd. We hebben het hier over een verkeersslagader van onze gemeente. Ik heb weleens in een ander verband samen met de heer Alsemgeest in een vorige periode gezegd, dat er op verschillende plekken toch wel een groot infarct dreigt of al aanwezig is, om even in het beeld van de slagader te blijven. Het belang van de N209 is vrij groot voor Lansingerland. Als je het voorstel dat voor ligt op je in laat werken, dan vind ik wel dat de vlucht naar voren die gemaakt wordt door het college toch wel een bijzondere is in positieve zin. Want uiteindelijk kan je gaan zitten wachten totdat de provincie een keer aan zet komt, dan zijn we zo weer heel veel tijd verder, terwijl we heel veel knelpunten zien, ervaren. We spreken toch vaak in dit huis over de N209 als zijnde dat daar toch heel veel problemen zijn.

Het is jammer, dat wil ik toch gezegd hebben, dat de provincie in deze in mijn beleving het toch een klein beetje af laat weten. Ik had het toch wel fijn gevonden, de provincie is soms haantje de voorste, als ze nu ook een keer haantje de voorste waren geweest door te zeggen: we trekken de portemonnee, joh Lansingerland, het is onze weg, het is een probleem, het verhindert de ontwikkeling van Lansingerland, de inwoners hebben er flink last van, we trekken onze portemonnee, zodat we op termijn met een goed plan kunnen komen om die N209 weer een goede slagader te laten zijn. Mijn fractie is blij, dat het college een vlucht naar voren maakt. Blij dat ze toch wel het lef toont om te zeggen: laten we de portemonnee trekken in de hoop dat bestuurlijk gezien de provincie over de brug gaat komen. Er zal waarschijnlijk niemand van de provincie mee kijken vanavond, maar ik doe toch de oproep aan de provincie om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Anders komt het misschien wel via de wethouder daar. Maar: provincie, neem je verantwoordelijkheid ook in deze en trek je portemonnee. Wat ons betreft is het een hamerstuk. Ik wil 1 notie mee geven aan de wethouder in het onderzoek.

Dat is de notie die ik weleens genoemd heb bij de ontwikkeling van de omgevingsvisie, de gesprekken die we hebben gehad als raad of als commissie, dat is de notie: we kijken vaak vanuit het heden naar de toekomst toe. Dan gaan we aan de bestaande infrastructuur zitten sleutelen om het iets optimaler te krijgen. Maar eigenlijk zou ik de wethouder mee willen geven in het onderzoek, voor zover daar ruimte voor is, om vanuit de toekomst eens terug te kijken naar het heden. Wat hebben wij nou voor dat toekomstige beeld nodig aan ontwikkelingen rondom de N209 om het toekomstbestendig te maken? Dat is een andere benadering, maar wellicht brengt het ook wel tot andere ideeën en ook wel tot andere oplossingen in deze. Dank u wel. De heer Blonk, L3B: Ik kan helemaal aansluiten bij wat de heer Jumelet heeft aangegeven t.a.v. de provincie. Het is te gek voor woorden wat de provincie doet. Dat onderzoek moeten wij gewoon doen. T.a.v. die € 475.000, daar zijn we het volkomen mee eens, dat dat moet gaan gebeuren. Mijn fractie, na een positief punt wil ik een negatief punt neerzetten, is teleurgesteld over dit raadsvoorstel. Het college stelt in het raadsvoorstel, ik citeer even: de langs de N209 gelegen gebiedsontwikkelingen zoals woningbouw Bleiswijk en aanpak infrastructuur Klappolder, behoren niet tot de scope van de integrale aanpak N209.

Dus de gebiedsontwikkelingen zijn projecten op zich, die horen dus niet bij het onderzoek

13/24

van die N209. Zo lees ik dat. Je kunt bij een verkeerskundig onderzoek niet voorbij gaan aan die woningbouwontwikkelingen en de bedrijventerreinen langs de N209. Ik ga op een aantal punten in, waar dat terug komt, waar ik verbaasd over ben. Het eerste punt. Het is in tegenspraak met wat in het coalitieakkoord staat, want daar staat: de geplande woningbouw Merenweg en Lange Vaart, Wolfend en Wilderszijde vragen om een integrale aanpak van de N209 om de ontsluiting, de veiligheid en de doorstroming te verbeteren. Dat is alweer anders dan in het voorstel staat. Het tweede punt. Het college gaat ook voorbij aan het aangenomen amendement A2022-005, waarin staat, ik citeer weer: echter, de fasering van de bouw wordt daarna afgestemd op het tempo van de realisatie van de benodigde maatregelen op de N209 waaronder in het bijzonder de aanpassing van het kruispunt N209 / Hoekeindseweg en de geluidsschermen bij Bleiswijk. Hierbij wordt er zorg voor gedragen dat de inwoners van Bleiswijk geen onevenredige verkeersoverlast krijgen als de aanpassing aan de N209 onverhoopt nog niet is uitgevoerd terwijl de bouw al vordert. Einde citaat. Dit vraagt dus om een integraal verkeerskundig onderzoek betreffende die N209.

Ons inziens moet dat verkeersonderzoek van die N209 zodoende ook die ontwikkelingen van de Lange Vaart en Merenweg in Bleiswijk, Wolfend en Wilderszijde in Bergschenhoek, totaal hebben we het dan over 4.200 nieuwbouwwoningen, die moet je dus betrekken in de verkeerscapaciteit van het verkeersonderzoek voor die N209. Het derde punt. In de voortgangsrapportage, die we net behandeld hebben, schrijft het college, ik citeer weer: de noodzaak van een goede ontsluiting via de N209 ten behoeve van de ontwikkelingen woningbouwlocaties Merenweg en Lange Vaart. Dus ook weer wordt er verwezen naar de integrale aanpak, die ik dus mis in het voorstel. Een vierde punt: de verkeerskundige impact van de veelal grote bedrijvenlocaties langs de N209 moeten betrokken worden bij het onderzoek. Ook weer die integrale aanpak, die ik daarin mis. Verder nog, een ander punt. In het verkeersonderzoek zou ons inziens, zoals in het verkiezingsprogramma van L3B is opgenomen, ook de mogelijkheid onderzocht moeten worden om van de N209 in Lansingerland een 60km/u weg te maken voor de veiligheid, net zoals de provincie dat op de N288 van Gouda naar Utrecht heeft gedaan. Misschien kan de wethouder toezeggen dat in ieder geval dat onderdeel ook meegenomen wordt in het onderzoek, die 60km/u. Tot slot de MRDH. Mogelijk dat de MRDH wat kan betekenen voor de toekomst van deze weg.

Deze verbinding tussen de A12 en A16 is een regionale weg, een provinciale weg, met een nationaal karakter en van groot belang voor de huidige inwoners en de bewoners van de 4.200 woningen, die er nog aan komen de komende 10 jaar, en de enorme bedrijvigheid langs dit deel van de N209. Ik hoor graag van de wethouder wat de rol van de MRDH hierin kan zijn om de bereikbaarheid en het economisch vestigingsbeleid binnen deze regio aantrekkelijk te houden in relatie met de N209. Dank u wel. De heer Ammerlaan, CDA: Allereerst bedankt, Nanno Scheringa van de PvdA en Charles van Harn, voor de verduidelijkende vragen, want die waren nodig. Daar stond ook o.a. in over welke kruispunten het allemaal ging. Dan was het voor mij duidelijk dat we niet bij die weg stoppen, maar ook mee nemen wat er op en af die weg gaat, meneer Blonk. Dat wordt heel duidelijk aangegeven, dus ik kan het niet met u eens zijn. Ik denk dat duidelijk aangegeven wordt, waar het om gaat, dat staat heel duidelijk beschreven, om welke verkeerskundige knelpunten het gaat, welke problemen er zijn, welke kruispunten, dat het om de totale N209 gaat. Ik vond het ook een heel bedrag, maar het zijn 12 punten, dus het is best heel wat. We hebben meestal die 2 punten bij Bleiswijk, de Kulk, maar het zijn er 12, er komt best wat bij kijken. Dus dat is voor mij duidelijk.

Het is ook goed dat de gemeente, vanwege de urgentie die we allemaal hier hebben, het trekkerschap en de voorlopige financiering van het onderzoek naar ons toe trekt, een goede zaak. Het heeft lang geduurd, maar goed dat het nu gebeurt, wethouder. De N209 is echter wel een provinciale weg en daarmee de verantwoordelijkheid van de provincie. Dus moeten er met de provincie alsnog goede afspraken gemaakt worden over de verdeling van de financieringskosten. Conclusie: wat we gaan doen is inzichtelijk gemaakt, maar wie het gaat betalen is nog geheel onduidelijk. Daarom heb ik de volgende vragen. Als de gemeente de regie heeft en zelf gedeeltelijk of grotendeels betaalt, heeft de gemeente dan ook meer zeggenschap over de tijdsplanning en uitvoering? Als je iets naar je toe trekt, kan je het iets meer in de hand hebben. Hoe groot is het risico dat de provincie niet of weinig financieel bijdraagt aan de noodzakelijke aanpassing en verbetering van de N209, waar ze zelf eigenaar van zijn? In de beantwoording van de vragen staat: daarnaast is een ambtelijke toezegging gedaan dat de provincie de helft van de onderzoekskosten wil betalen. Dat is mooi. In de komende tijd wordt ambtelijk en bestuurlijk met de provincie gesproken over de provinciale bijdrage.

Wanneer verwacht de wethouder dat er een bestuurlijke toezegging hiervan komt? Ik snap dat het lastig is, maar ik stel de vraag toch even. Blijft wethouder Fortuyn gedurende het proces bestuurlijk betrokken en in overleg m.b.t. de voortgang en de verdeling van de kosten van het onderzoek en later de uitvoering? We praten ook even vooruit, vind ik. We willen graag van de wethouder een toezegging dat hij ons regelmatig goed informeert over de voortgang van het overleg en de toegezegde afspraken met de provincie over de mogelijke kostenverdeling. Ik heb nog een vraag aansluitend. In de stukken zie ik dat we maandelijks op de hoogte gehouden worden, per kwartaal op de hoogte gehouden worden, de voortgangsrapportage N209. Met welke frequentie gaan we die voortgangsrapportage houden? In één brief staat maandelijks en in één brief staat per kwartaal. Dat waren mijn vragen.

14/24

De heer Van Berkel, D66: Dank aan de wethouder voor deze brief. Ik ga niet heel veel herhalen, ik sluit me erg aan bij wat vanuit WIJ werd gezegd. Het CDA heeft ook veel vragen gesteld, die ik eigenlijk ook wilde stellen, dus die ga ik niet allemaal herhalen. Goed dat de gemeente dit onderzoek naar zich toe heeft getrokken, maar laten we er ook voor waken dat het geen precedent schept. We moeten de provincie blijven aanspreken. Ik heb nog even gekeken hoe de komende jaren de financiering van de provincie eruit gaat zien. Ze gaan ongeveer € 500 miljoen erop vooruit tot en met 2027, dus volgens mij krijgen ze er aardig wat geld bij. Er wordt op dit moment ook gekeken hoe ze gecompenseerd gaan worden voor de motorrijtuigenbelasting, dus volgens mij kunnen we nu even de provincie zielig vinden, maar het blijft niet zielig. Er staat een zin op pagina 4, dat de provincie de komende jaren zeer beperkte budgetten heeft. Dat is de situatie nu, maar laten we zeker met het nieuwe college blijven kijken, dat is volgens mij een beweging. Het kabinet kijkt er ook serieus naar. Dus die vind ik wel echt heel belangrijk om mee te geven. Door het CDA werd al gesproken over het opdrachtgeverschap.

Heeft de provincie toegezegd, dat zij de uitkomsten die uit het onderzoek naar voren komen ook zullen accepteren als onafhankelijk, dat ze niet nog een eigen onderzoek gaan doen als het ze niet gaat zinnen. Verder houd ik het hierbij. De heer Jumelet, jr, VVD: Het is goed dat er gekeken wordt naar de knelpunten en de analyse daarvan. Dat is goed met het oog op de toekomst met de bijkomende woningen en daarbij de toename van ons inwonersaantal. Het is dan ook logisch dat de oplossingen, als ze op tafel komen, samenhangen met de nieuwe en bestaande aantallen woningen die er komen en welk verkeer erbij komt kijken. De gemeente neemt het onderzoek en de kosten daarvan voor haar rekening, dit vinden wij een bijzondere gang van zaken, ook al is er een ambtelijke toezegging voor het dragen van de halve onderzoekskosten. Dan is het ook nog maar de vraag of de € 475.000 de helft is of dat het de helft van die € 475.000 is. Het lijkt ons dan ook logisch, dat hierin het bestuurlijk niveau de toezegging doet en niet de ambtelijke, ondanks dat er binnenkort verkiezingen aankomen. Hoe zorgt de wethouder ervoor dat we het geld gewoon krijgen en dadelijk niet met lege handen staan? Daarvoor is dus die harde bestuurlijke afspraak nodig. De N-wegen vallen onder het beheer van de provincie en het is dus eigenlijk niet onze taak als gemeente.

Wat zijn de overwegingen hier geweest van de wethouder om deze taak toch op ons te nemen? Waarom draait de gemeente dan toch echt op voor de taak van de provincie? Daarbij is € 475.000 een hoop geld voor onderzoek. Hoe gaat de wethouder onze inwoners nou eigenlijk uitleggen dat wij moeten opdraaien voor geld dat de provincie ons moet geven voor het onderzoek? Kan de wethouder daarbij uitleg geven waarom er in het raadsvoorstel wordt gesteld, dat een nakomend programma voor de oplossingen als apart project met eigen planning en financiën worden gezien? Waar vervolgens daarna wordt gesteld dat deze begroting het ontwerpen van verschillende oplossingsvarianten voor de knelpunten onder dit project vallen. Dit schept toch enige verwarring. Kan de wethouder er duidelijkheid over verschaffen? Na het onderzoek zullen er dus uitkomsten komen, na de uitkomsten zullen er oplossingen komen met de daarbij horende kosten. Komt dat dan ook op ons bordje? Dat staat nog niet duidelijk in het voorstel, ondanks dat de provincie meedoet aan dit onderzoek. De provincie geeft geen zicht op een mogelijke bijdrage door de beperkte financiële middelen. We hopen natuurlijk wel dat het in de toekomst mogelijk is en dat wij niet opdraaien en betalen voor die oplossingen. Dan nog een ander puntje, OV, dat ook in het raadsvoorstel genoemd wordt.

Er wordt mede geprobeerd oplossingen te koppelen aan mogelijkheden van deelvervoer en OV. Het OV verbeteren en het aansporen op het gebruik daarvan, is volgens de VVD een goede zaak, maar deelvervoer en het gebruik ervan neemt sterk af. Deelscooter aanbieder Go heeft zich terug getrokken uit verschillende gemeenten, ook die van ons. Daarnaast is deelautovervoer niet populair en wordt het nauwelijks gebruikt, blijkt uit verschillende onderzoeken o.a. kennisplatform voor mobiliteit CROW. De VVD ziet hierin niet de toegevoegde waarde van deelvervoer en wil hiermee strooiscooters voorkomen. Tevens ziet de VVD graag zo min mogelijk aanpassingen aan de parkeernormen, zoals het autogebruik laat zien. Er wordt meer auto gereden, maar de gemeente zegt: we gaan het verminderen. Graag de visie van de wethouder op het idee van deelvervoer op deze punten. Als laatste is er aandacht gevraagd om een koppeling te maken met een extra investering van de MRDH, zo’n € 37mln die uit de eigen bijdrage van de MRDH komt. Hoe kunnen wij als gemeente hier een koppeling mee maken? Heeft de wethouder hier onderzoek naar gedaan of wil hij hier onderzoek naar doen? Dank u wel. De heer Scheringa, PvdA: Ja, er moet wat gebeuren met de N209, vindt mijn fractie. Daarom steunen we ook dit onderzoekskrediet vanuit de algemene reserve.

Wij vinden de toezegging van de provincie zeer mager, maar de collega van het CDA heeft al voldoende vragen gesteld aan de wethouder, dus dat zal ik niet doen. Waar mijn fractie nog wel geïnteresseerd in is, gaat over de fase na het onderzoek. We denken dat aanpakken van de N209 om creatieve oplossingen vraagt, dat zal ook de verwachte uitkomst van het onderzoek zijn. Creatieve oplossingen als bijvoorbeeld ondertunneling, maar ook andere oplossingen zullen veel geld kosten. Ik denk dat op voorhand wel te stellen is, dat het een verwachting is. Is er iets te zeggen of er überhaupt wel geld beschikbaar is om na het onderzoek de knelpunten ook op te

15/24

lossen? Wie gaat dat dan betalen? Ik neem aan dat we geen onderzoek doen van bijna een half miljoen euro, terwijl we al weten dat we niets met de uitkomsten kunnen doen. Graag een reactie van de wethouder hoe groot hij de kans inschat dat we ook echt de problemen gaan oplossen en hoe dat betaald zou moeten worden. Tot zover onze eerste termijn. De heer Hofman, CU: Laat ik beginnen met de conclusie: wij gaan het raadsvoorstel voor financiering van het verkeerskundig onderzoek steunen. Dat onderzoek moet er komen, het is urgent, zelfs als de provincie er financieel niet in bijdraagt, vinden we het nog zodanig urgent, dat we het willen steunen. Toch een paar kanttekeningen waar we de wethouder graag nog over horen. Ze zijn eigenlijk een beetje in lijn met wat de heer Blonk al naar voren heeft gebracht. De scope van het onderzoek. Het voorstel heeft het over een integrale aanpak, over het afdoen van diverse moties. Maar gebiedsontwikkelingen worden expliciet uitgesloten van dit verkeerskundig onderzoek. Dat kunnen we niet helemaal rijmen met elkaar.

Want als we rondom de woningbouw in Bleiswijk zeggen, dat we de N209 niet bij het verkeerskundig onderzoek betrekken en we zeggen bij de N209 dat we de woningbouw niet bij het integrale verkeerskundig onderzoek betrekken, hoe gaan we dan ooit met zijn allen aan de raadsbreed gedragen voorwaarde voldoen dat pas gebouwd gaat worden in Bleiswijk als we zeker gesteld hebben dat de N209 dat aankan? Dat wordt een heel lastig verhaal op deze manier. Het raadsvoorstel is daar ook niet helemaal helder over. Aan de ene kant wordt gebiedsontwikkeling uitgesloten en aan de andere kant wordt Bleiswijk zuid wel als een belangrijk onderzoeksobject beschouwd. Daar komt bij dat de woningbouw Bleiswijk ondanks het zogenaamde dorpse karakter zogenaamd buitenstedelijk is, oftewel buiten de bestaande kern. Om die reden wordt een bestemmingsplan voor woningbouw strakker dan anders getoetst door de provincie op impact op het provinciale wegennet. Met andere woorden: als de knelpunten niet zijn aangepakt mogen huizen die daar gebouwd worden niet worden opgeleverd. Daar willen wij toch niet tegenaan gaan lopen. Graag vragen we aan de wethouder om hier meer helderheid over te verschaffen. Dan de rol van de provincie. Bij het lezen over de rol die de provincie hierin wil nemen, word ik teleurgesteld.

De N209 staat blijkbaar laag op de prioriteitenladder bij de provincie, wat maakt dat afspraken over financiering erg zacht zijn en wij de portemonnee maar moeten trekken. Let wel, we gaan het doen, want we vinden het erg belangrijk. Maar wat nu als uit het onderzoek blijkt, dat er allerlei kostbare aanpassingen nodig zijn? Dat zou zomaar kunnen. Dan kunnen we nu dus al bijna invullen, dat de provincie geen geld heeft voor die aanpassingen. Wat dan? Gaan we dan als gemeente de stekker trekken uit woningbouw Bleiswijk? Hier moeten we echt iets beters verzinnen met zijn allen. De provincie moet begrijpen dat zij moet handelen voordat wij in Bleiswijk kunnen handelen. Dat hebben we als raad als randvoorwaarde bestempeld en dat blijft zo. Ik wil de wethouder vragen hierin een stevig standpunt in te nemen richting de provincie. Ik wil ook in lijn met de heer Blonk vragen om in de lobby richting de provincie de MRDH te betrekken als partij die gebaat is bij de aanpak van de N209. Ik heb hierover contact gehad met onze provinciale fractie. Zij wees mij op de ondoorzichtigheid van het PZI, het zogenaamde programma Zuid-Hollandse infrastructuur. Dat is een grote pot met geld, waarvan onduidelijk is voor gedeputeerde staten wie wanneer toegang heeft tot dit geld. Onze fractie aldaar vraagt om meer inzicht hierin, zodat zij ook zelf invloed kunnen uitoefenen op de prioritering.

Het feit dat wij nu eigen initiatief nemen tot verkeerskundig onderzoek kan mogelijk helpen in de lobby en de prioritering bij de provincie. Ik hoor graag hoe de wethouder hiernaar kijkt. Tot slot nog een vraag aan de wethouder die betrekking heeft op het volgende agendapunt. In hoeverre is er nog in personele zin win/win te behalen door personele capaciteit van beide verkeerskundige onderzoeken te bundelen? Zou dat mogelijk nog voordeel in de businesscase kunnen opleveren? Dat was het in de eerste termijn. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Er is al heel veel gezegd door de 7 voorgaande sprekers. Bij de meeste dingen kan ik me wel aansluiten. Ik vond de bijdrage van de heer Scheringa van de PvdA bijzonder goed en in lijn met wat GL ook vindt. Dat kan je ook verwachten sinds afgelopen zaterdag. Complimenten vast, u heeft zich goed aangepast. De vragen zijn al gesteld. Door de heer Ammerlaan is gevraagd: wie gaat dit betalen? Het moge vrij duidelijk zijn: dit gaan wij betalen. Is het goed dat wij het gaan betalen? Nee, feitelijk niet, het is een provinciale weg, dus dit zou de provincie moeten doen, maar die doet het niet, dus gaan wij het doen. Ik denk dat dat heel goed uitlegbaar is naar de bewoners. Ik denk dat bewoners er niet zoveel belang bij hebben wie dit betaalt als er maar een onderzoek gebeurt, als ze eindelijk maar gaan zien dat er iets verandert aan de N209.

Als ze eindelijk daadwerkelijk een verbetering zien aan de weg, die niet alleen een belangrijke levensader is, zoals die genoemd is, maar ook die dicht geslibd is, maar ook een weg die ronduit gevaarlijk is en waar dagelijks ongelukken of bijna-ongelukken plaats vinden. Er moet iets aan gebeuren. Ik denk eerlijk gezegd, dat die 64.000 inwoners het een zorg zal zijn wie het betaalt, als het maar gebeurt. 64.000, dat is een mooi bruggetje, want dat is namelijk het aantal deelauto’s dat in Nederland rondrijdt. Dat is er dus voor bijna elke Lansingerlander eentje. Er 200.000 autodelers, dat zijn mensen die gebruik maken van een deelauto. Sinds 2019 is er een toename van 26% in het gebruik van deelauto’s. Als je gaat kijken naar het totaal aantal auto’s en het totaal aantal kilometers is dat nog klein, maar 26% groei in een periode van 2 jaar is ontzettend veel. Je moet dus juist

16/24

inzetten op die deelauto’s, juist op dat openbaar vervoer, juist op andere delen van mobiliteit en niet alleen maar op de auto. Uiteindelijk zal er een kentering komen, dat de auto als privébezit gewoon minder populair gaat worden. Dat zullen wij misschien niet meer meemaken, maar de N209 ligt er ook nadat wij er niet meer zijn, dus je moet ook daar wel op voorbereid zijn, want dat is de toekomst. Ik heb eigenlijk maar 1 vraag aan de wethouder, die ga ik voor dit punt en voor het volgende agendapunt stellen, want verder is het wel een hamerstuk voor ons. Waarom moet dit uit de algemene reserve? Waarom is dit niet eerder begroot? Ik kan me voorstellen, dat er al eerder gedachten waren, dat we dit onderzoek zouden gaan doen en dat niet plotseling na het opmaken van de begroting bedacht is van: laten we nog een onderzoek gaan doen. Dat is de enige vraag die ik heb. Ik zie knikken, dat het blijkbaar wel het geval is, dat is bijzonder, maar dat verbaast me. De voorzitter: Je weet niet waarover hij zat te knikken, dat gaan we zo beluisteren. Beantwoording college Wethouder Fortuyn: Dank u wel raad, voor al uw prachtige vragen. Ik zit ook even te kijken naar mijn ambtelijke ondersteuning, want ik denk dat zij het drukker hebben dan ik. Aan de overkant zit mijn ondersteuning, welkom overigens, maar ik denk dat ik het meeste wel kan beantwoorden.

Laat ik beginnen, dat heb ik bij meerdere fracties terug gehoord, dat er wat onduidelijkheid is over het onderzoek, de scope en het krediet, waar we dat voor gebruiken, welke onderzoeken daar aan ten grondslag liggen. Zojuist is door de heer Jumelet de N209 als slagader van de mooie gemeente Lansingerland genoemd, omdat hiermee de kernen verbonden worden, maar ook de economische bedrijvigheid en ook, niet onbelangrijk, het contact met de rest van de regio, de landen om ons heen en de wereld. Kortom, de N209 is één van de belangrijkste wegen die wij hebben hier in Lansingerland. Ik heb al bij een eerdere vraag m.b.t. de actualiteiten uit het college aangegeven, dat de N209 in de afgelopen jaren met name naast veiligheid en geluidsoverlast de toenemende druk van verkeer heeft ervaren en nog steeds ervaart en dat er in allerlei visies en ontwikkelingen, binnenstedelijke ontwikkelingen, er grote plannen zijn, door u ook aanvaard in de woonvisie, dat grote invloed heeft op de ontwikkelingen van de N209, die ooit in de jaren ’60 is ontwikkeld op een niveau en een horizon van misschien 2020. Met andere woorden: we staan nu voor een heel andere fase, waarin de opdracht heel groot is om een weg, die heel belangrijk is, nu zo aan te passen, dat hij minimaal toekomstbestendig is tot een horizon van 2040, dat wordt ook ergens in de stukken genoemd.

Waar gaat het fout, dat trek ik me ook aan, want dat is niet helemaal helder geworden? Dit onderzoek richt zich juist op al die ontwikkelingen, de 12 knooppunten die door meneer Van Harn genoemd zijn. Welke 12 zijn dat er dan? Ja, het zijn er 12. Die worden allemaal met een effect in de nieuwe situatie, dus woningbouw, andere activiteiten, meegenomen. We zijn niet zo geïnteresseerd in de huidige activiteiten, we zijn geïnteresseerd in de toekomstige verkeersbewegingen tot en met 2040. Daarin wordt uiteraard rekening gehouden ook met de toekomstbestendigheid en potentiële ontwikkelingen. Dat misverstand trek ik mezelf aan, want dat hebben we eigenlijk niet goed geadresseerd. Die € 475.000 is daar op geënt. Wat krijgen wij? We krijgen verkeerskundige berekeningen met alle ontwikkelingen die reeds bekend zijn, met ook autonome ontwikkelingen die automatisch ontstaan, die worden meegenomen. Die dimensionering gaat ook leiden tot een aantal schetsontwerpen per knelpunt. Dat zit in het onderzoek. Dat hebben wij geprobeerd, een extra waarschuwing te geven, die vraag is ook gesteld, over de kosten, van: let op, het is alleen tot en met het schetsontwerp.

Op het moment dat de N209 in het kader van het onderzoek laat zien dat de woningbouwontwikkeling en de verkeersafwikkeling van bijvoorbeeld Merenweg of Lange Vaart of anderszins voldoende capaciteit kan leveren om die woonwijk te ontwikkelen, dan krijgen we groen licht om dit te doen. Maar het kruispunt moet wel aangepast worden. Ik ga hier niet vertellen, dat de provincie of dat alleen de gemeente Lansingerland aan de lat staat voor die kosten, maar die kosten zitten niet in dit voorbereidingstraject. Dus per knelpunt, per kruispunt wordt een apart budget ontwikkeld en zal bezien worden wie daarvoor aan de lat staat. Of het nou subsidie is van de PZI, die net genoemd werd, of dat het nou de Zilvervloot is die naar de provincie vaart voor € 500mln of dat het een combinatie is van rijk, de opgave van woningbouw, de opgave van bereikbaarheid en een combinatie van de gemeente Lansingerland, dat zullen we nog moeten bezien. Ik ga er vooraf geen uitspraken over doen, zeker niet omdat ik de posities van de partijen nog niet ken. Dat moet even helder zijn in dit proces. Dat gezegd hebbende, wil ik toch benadrukken dat wij. De heer Blonk: Toch even voor mijn helderheid en duidelijkheid.

Zegt u nu: die gebiedsontwikkelingen, die woningbouw, bedrijventerreinen langs die N209, die worden integraal betrokken bij het onderzoek, dat u aangekondigd hebt, voor die € 475.000? Wethouder Fortuyn: Dat is precies wat ik zeg. Zoals u het uitlegt, lijkt het wel een koopje. Nee, even serieus. Het zit er allemaal in, het is integraal. De heer Blonk: Dan heb ik dat helder in beeld. Dat had ik namelijk niet tot voor kort, dat is nu net. Ik beschouw dit maar als een toezegging, dat u zegt: dat zit er dus echt in. Want ik wil die zekerheid hebben. Ik kan ook een amendement in gaan dienen in de raad, maar als u zegt: het zit erin, die zekerheid heb ik, dat geef ik aan nu. Dan zou dat voor mij voldoende kunnen zijn. Wethouder Fortuyn: Als ik naar de overkant kijk, naar die hoofden daar, die knikken allemaal ja. Ik zeg ook ja. Met 4 man op de tribune, die het ook nog

17/24

een keer bevestigen. Het klopt wat ik hier gezegd heb. Het klopt wat u vraagt. Het zit in het onderzoek. Het heeft geen zin om een onderzoek te doen zonder rekening te houden met de ontwikkelingen die er zijn. We kijken zelfs verder, we kijken naar 2040 minimaal. De heer Azzouzi, PvdA: Een punt van orde. Als ik het antwoord van de wethouder hoor, dan lijken de vragen van de heer Blonk technische vragen. Die had hij ook kunnen stellen. Dan herhaal ik zijn woorden van het vorige agendapunt. Wethouder Fortuyn: Ik probeer de technische vragen dan nu maar te ontwijken. Even terug naar het verhaal. Ik hoop dat het helder is dat we de scope nu goed te pakken hebben. Dus geen misverstand erover, wij gaan dit doen. Als ik even de vragen af ga, er zijn verschillende vragen gesteld, maar dit was de belangrijkste, dat we in ieder geval weten: wat doen met die € 475.000. Meneer Jumelet had het over: de provincie is altijd haantje de voorste, die wil overal bij zijn. Ik heb die ervaring ook wel in de afgelopen 8, 9 jaar, behalve als het erop aan komt om de portemonnee te trekken. Dat is altijd iets waar we nog de gesprekken over aangaan. Ik stel het ook zeer op prijs dat u met zijn allen zegt: u toont wel lef om dit alvast op te pakken en niet te wachten op de provincie. Ja en nee.

Ja, waarom? De motie over Merenweg, de nood die er in de woningbouw zit, de wens om snel te starten, maar ook mensen die een woningen behoeven, die is zo groot, dat wij gezegd hebben: we gaan starten. Want als wij op de provincie moeten wachten, dat neem ik ze helemaal niet kwalijk, want er liggen meer dossiers, dan lopen we weer zo 1 of 2 jaar uit en dat willen we niet. We willen de Merenweg, we willen Lange Vaart, we willen andere processen, die willen we versnellen. Dus dank voor het vertrouwen en de steun die ik gekregen heb om in ieder geval stappen vooruit te zetten en het voortouw te nemen in dit proces. De heer Blonk vroeg ook nog over de 60km/u. Dat zou zomaar één van de mogelijkheden kunnen zijn, dat wegvakken of delen van wegvakken of anderszins 60km/u, maar daar ga ik niet op vooruit lopen, maar het wordt wel mee onderzocht. De provincie heeft wel 1 voorwaarde: het is een provinciale weg en zolang het een provinciale weg is, zolang het doorstroomt, maar de doorstroomsnelheid die zij voor ogen hebben voor de definitie van een provinciale weg, ook kunnen nakomen. Dus er moet wel een bepaalde doorstroomsnelheid zijn, anders is het geen provinciale weg, want dan heb je iets anders dan een provinciale weg. De heer Blonk: Ik heb het voorbeeld genoemd van de N288 van Gouda naar Utrecht, dat is een provinciale weg. Hele grote stukken zijn 60km/u gemaakt door de provincie.

In die zin zie ik de parallel met de N209 wel. Wethouder Fortuyn: U bevestigt in ieder geval hetgeen ik ook zeg. Dus het klopt precies. Dan hebben we het even over de rol van de MRDH. De rol van de MRDH speelt ook hier mee. Eén van de rollen die we hebben, is dat we bij het verkeersmodel de berekeningen gebruiken van de MRDH. Het is echt een regionale ontwikkeling van verkeersmodellen. Tegelijkertijd blijft de MRDH aangesloten in het vervolgproces. Wat we nu doen is eerst alles goed in beeld brengen om vervolgens dan vervolgstappen te zetten. Het CDA, meneer Ammerlaan, u vraagt eigenlijk een paar zaken. Het gaat ook om de tijdsplanning. De eerste schetsen en uitkomsten verwachten we eind dit jaar. Van daaruit zullen we toch prioritering aan moeten leggen, waar gaan we beginnen. We hebben het over de geluidsschermen gehad, we hebben het over de Merenweg gehad. Merenweg is het meest potentieel, de meeste druk, want er is ook een motie van. Dat zal dan ook zo snel mogelijk met u besproken worden en gekeken worden hoe we dat op kunnen tuigen. U weet, dat parallel op dit moment een burgerparticipatie loopt, een pilot, daar is mijn collega wethouder mevrouw Cnossen druk mee bezig. We zijn natuurlijk al bezig om vorm te geven aan die wijk, voor zover het kan, de ontsluiting eventueel te bespreken, de wensen en bedenkingen op te halen. Dus we zitten niet stil.

We hopen dat al die processen bij elkaar gaan komen, zodat we wellicht tot stappen kunnen komen. Wat mij betreft zo snel mogelijk, maar ik kan moeilijk ijzer met handen breken. De heer Ammerlaan: Uw verhaal is duidelijk, maar mijn vraag is: als je eigenaarschap hebt, heb je dan het idee dat je sneller kan gaan. Dat was eigenlijk mijn vraag. Dat we niet alles tegelijk doen, is me duidelijk, maar naar je toe trekken betekent ook dat we een stukje regie in handen hebben en dat je het misschien wat naar voren kan trekken. Dat was mijn vraag. Wethouder Fortuyn: Ik durf daar geen uitspraak over te doen. Dat wij regie houden, betekent wel dat we druk op het bureau zetten. We zijn niet afhankelijk van allerlei interpretaties van de provincie, we hebben ook een eigen interpretatie en we hebben een bureau. Dat tempo hebben we wat meer in de hand dan dat we moeten afwachten, dat klopt, in die zin heeft u gelijk. De VVD, maar ook het CDA, heeft gevraagd wanneer de bijdrage bekend is. We hebben natuurlijk een ambtelijke toezegging, die is ook niet voor niets. Zevenberger spreek ik binnenkort weer. Ik ga ervan uit, dat we dit gewoon gezamenlijk gaan betalen, want het heeft hier met de provinciale weg te maken. Ik ga er zondermeer van uit dat we in de loop van dit jaar daar wat meer duidelijkheid over krijgen. Of ik bestuurlijk aangehaakt blijf? Ja, ik denk wel.

Ik ben projectwethouder namens mijn mede collegeleden. Mij is er ook heel veel aan gelegen om bestuurlijk heel erg aangesloten te zijn, zowel binnen het college maar ook buiten het college. Eén van de eerste afspraken die ik straks zal gaan maken na de Statenverkiezingen met de gedeputeerde die ook over verkeer en vervoer gaat. Tussentijds laat ik mij regelmatig informeren. Daar werd ook naar gevraagd, die voortgangsrapportage, die wilde ik zo eens in de 3 maanden houden en zoveel meer als er ontwikkelingen zijn die ik gewoon met u wil delen. Dat heeft ook te maken met de transparantie van het

18/24

bestuur, maar ook het actief informeren. Dan even t.a.v. D66, dank voor de informatie over de Zilvervloot. Ik begrijp dat de wegenbelasting afgeschaft gaat worden. Dat doet mij een groot genoegen, want ik betaal redelijk wat bij per maand aan deze provincie, dus ik zie uit naar die wetsvoorstellen in dat verband. Dan de VVD, kosten nadien en een visie voor deelvervoer. Meneer Jumelet van de VVD, om geen misverstand in het verslag te krijgen, we hebben 2 Jumelets in deze raad zitten. Meneer Vincent Jumelet van de VVD, u had een vraag over kosten nadien. Ik heb dat in een eerdere fase iets aangegeven. Elk project kent haar eigen kostenstructuur. Er is zojuist ook opgemerkt door de PvdA, zij hebben al jarenlang een wens voor een fietstunneltje bij de Merenweg. Ik sluit hem niet uit, het is een oplossing die potentieel zou kunnen zijn. Zo zijn er allerlei deeloplossingen, die dan wel de provinciale weg raken dan wel het onderliggend wegennet raken. Dus het is heel moeilijk te zeggen. Wat ik wel durf te zeggen, is dat de gemeente ook aan de beurt is. Het kan niet zo zijn, dat de provincie alleen maar deze opgave doet, omdat we ook naar het onderliggend wegennet kijken, ook naar fietsverbindingen kijken, ook naar eventueel andere oplossingen voor OV, als die er zijn. Dat betekent ook dat er ruimte is voor ketenmobiliteit. Daarin kan deelvervoer een rol spelen.

Mensen die op dit moment de E-lijn gebruiken en in Bleiswijk wonen, pakken een deelscooter of een deelfiets en rijden naar Berkel en Rodenrijs en pakken daar de E-lijn. Zo proberen we wel allerlei modaliteiten in de moderne toekomst met elkaar te kunnen verbinden. Dus in die zin kijken we er wel naar, nemen we het ook mee. De grootste zorg die hierin mee gaat spelen zijn met name de schoolfietsroutes, want daar ligt een heel groot probleem, ook op de Klappolder, het volgende agendapunt. Maar het is ongelooflijk belangrijk, dat we goed kijken naar doorstroming, leefbaarheid, kwaliteit, maar ook veiligheid. Dat zal investeringen vragen en die investeringskeuzes komen dan ook uiteraard hier bij u op de tafel om daar een keuze in te maken. Meneer Scheringa ook over de kosten en wie het betaalt, daar heb ik juist antwoord op gegeven. Daar komen we later op terug. Dan hebben we meneer Hofman, die zegt: wel leuk, dat je investeringen doet en onderzoek. U heeft het over buitenstedelijk bouwen, toen was ik even van slag af. Misschien dat u het in de tweede termijn kunt uitleggen, maar wij hebben geen buitenstedelijke locaties. Even nadenken of we allebei op hetzelfde spoor zitten, maar dat hoor ik in de tweede termijn wel. Dan als laatste de samenvoegingsvraag van het personeel. We hebben 1 bestuurlijke opdrachtgever en we hebben er een projectleider op zitten, die dit doet.

Dus de efficiency wordt maximaal nagestreefd om dit met elkaar te verknopen. Klappolder is wel een ander infrastructureel project. Dat misverstand dreigt een beetje. Dat heeft niet zoveel te maken, het volgende krediet, met de aansluiting van de N209 op de calamiteitenweg, maar dat ga ik zo uitleggen. Meneer Ruijtenberg vroeg: waarom kom je hiermee na de begroting, had je niet voor de begroting kunnen komen, waarom ten laste van de algemene reserve? Eigenlijk vrij eenvoudig. De scope en de bedragen waren nog niet bekend tijdens de begrotingsbehandeling. U weet dat wij in augustus al min of meer de begroting klaar hebben. We hebben de eerste begrotingswijziging morgen op tafel liggen. Dan had je dit eventueel mee kunnen nemen, maar het gaat van de algemene reserve af, had voor de begroting niet zoveel uitgemaakt. In die zin leggen we het nu apart voor om dit krediet aan te vragen. Aldus. Ik denk dat ik alle vragen gehad heb, maar ik hoor het graag in de tweede termijn. Tweede termijn De heer Scheringa, PvdA: Ik interpreteer het antwoord van de wethouder dan maar als toezegging misschien. Op het moment dat we het onderzoek gedaan hebben, dat er geld beschikbaar komt om het ook daadwerkelijk uit te voeren. Zonder die garanties, niets is zeker, maar zonder die garanties heeft het geen nut. Als dat er is, dan is het prima. Dan over de ondertunneling.

Een tunnel voor fietsers is goed, maar naar mijn mening moeten we groter denken en moeten we de gehelde N209 ondertunnelen, zoals de N14 vanaf de A16 tot de A12. Dan kunnen we het lint ook mooi in ere herstellen daar. Het scheelt een geluidsscherm, dus win/win zou ik zeggen. Voor de rest is het een hamerstuk voor onze fractie, dus GL begrijp ik. De heer Jumelet sr, WIJ: De kritische vragen die gesteld waren vanuit de kant van L3B, wij hadden het stuk al dusdanig gelezen, wij namen aan dat het er integraal in zat, maar blij dat we allemaal weer op hetzelfde spoor zitten. De wethouder is heel duidelijk geweest in zijn eerste termijn, dus ik zou haast zeggen: het staat onomstotelijk vast in het verslag, wat er allemaal onder valt en dat het allemaal integraal is. Ik voel ook wel een klein beetje met de wethouder mee als het gaat om de reikwijdte van het onderzoek. Eind van het jaar ligt er een aantal oplossingsrichtingen of duidingen en dan wordt het natuurlijk spannend: hoe ga je het vertalen richting uitvoering en oplossing? Dan wordt het interessant, wie gaat dan de portemonnee trekken? Is dat de gemeente, is dat de provincie, is dat het rijk? Kan de MRDH er nog een rol in spelen? We gaan het zien.

Ik denk dat het goed is dat we deze stap zetten, het is een eerste stap en soms moet je ook maar de vlucht naar voren maken, maar niet een te grote vlucht naar voren, dus we beperken ons tot het onderzoek en dan zien we eind van het jaar of misschien begin volgend jaar wel verder, hoe we daar dan staan. Ik ben blij dat we als raad of als commissie positief staan, hoe mooi dat we dit met elkaar gaan doen. Dank u wel.

19/24

De heer Ammerlaan, CDA: Wethouder, bedankt voor het beantwoorden van de vragen. Meestal mis ik er een paar, maar deze keer is het goed gegaan, dat wil ik even vermelden. Meestal is het een zoektocht. Uw excuses waren voor mij niet nodig, want voor mij was het helemaal duidelijk waar het om ging. Je kijkt toekomstgericht. Ik ben 67 jaar geleden geboren aan die weg en toen was het een heel andere weg. Er kwam af en toe een auto voorbij. Ik wil ermee zeggen: er is heel veel veranderd aan die weg, soms is het een beetje met zijn tijd mee gegaan, maar er moet echt wel wat gebeuren. Voor ons is het een hamerstuk. De heer Van Berkel, D6: Dank aan de wethouder voor de heel duidelijke beantwoording. Nog even een kort vraagje. U geeft aan: er wordt nog gekeken of misschien de provincie iets meer gaat bijdrage aan het onderzoek. Betekent dat dan ook wat in het opdrachtgeverschap? We hebben nu de regie in handen met het onderzoek. Als de provincie mee gaat betalen, gaan ze dan meer regie krijgen? Dat was het. Voor ons ook een hamerstuk. De heer Jumelet jr, VVD: Ik had nog een vraag aan de wethouder gesteld over de MRDH, de extra bijdrage die ze zelf hebben gedaan aan de eigen bijdrage van € 37 specifiek voor het OV, te investeren om het werk te herstellen. Misschien kunnen we daar een koppeling aan maken. Ik ben benieuwd hoe de wethouder daar tegenaan kijkt en of hij daar mee bezig is.

Dank u wel. De heer Hofman, CU: Het buitenstedelijk gebied wilde ik inderdaad naar voren brengen, laat ik hem maar gelijk beet pakken. Ik schetste dat ik contact heb gehad met onze provinciale fractie. In gesprek met de fractie heb ik de scope van de woningbouwontwikkeling geschetst. Wat er vanuit hen terug kwam, was dat als een woningbouwontwikkeling niet binnen de bestaande kern, maar aan de rand of buiten bestaande kernen gepleegd wordt, dan heet het volgens de definitie buitenstedelijk. Ik kende de term tot gisteren ook niet. Wellicht heb ik het mis, maar dat is de toelichting zoals ik hem gisteren gehoord heb. Met de schets van de woningbouw in Bleiswijk was de aanname bij mijn provinciale college, dat het hier om een buitenstedelijke ontwikkeling ging. Maar ik zie aan de wethouder, dat ik het blijkbaar mis heb. Ik krijg het graag even toegelicht zo meteen. Nog even aanhakend. Ik ben blij te horen van de wethouder, dat we geen onduidelijkheid meer hebben over de scope van het onderzoek. Om er nou voor te zorgen dat het raadsvoorstel in lijn is met wat de wethouder schetst, is het volgens mij nodig om het raadsvoorstel aan te passen. De laatste alinea van de samenvatting, lijkt mij, moet eruit geamendeerd worden, want daar staat precies dat de gebiedsontwikkelingen expliciet niet tot de scope van het onderzoek behoren.

Ik wil een dergelijk amendement alvast aankondigen in samenspraak met collega Blonk. Ik wil ook even bij de wethouder toetsen of hij een dergelijk amendement kan omarmen. Ik denk dat het voor ons als raad niet handig is om een raadsvoorstel aan te nemen, waarin iets staat waarvan de wethouder heeft gezegd: dat moet u maar vergeten, het is niet zoals het in het stuk staat. Daar hoor ik graag even de wethouder nog over. Misschien is het goed om erover met de griffie in conclaaf te gaan, hoe we daarmee moeten omgaan. We willen geen amendementen doen om het amendementen doen, maar als het handig is voor een goede besluitvorming, dan willen we dit amendement graag overwegen. Tot zover. Wethouder Fortuyn: Even in reactie op D66, meneer Van Berkel. Gesteld dat de provincie meer zou betalen, daarmee meer regie krijgt. Die indruk heb ik niet. Ik ben heel blij, laten we ook even de positieve kant bekijken, dat de heer Zevenberger de problematiek rond de N209 onderkent. Hij heeft op verzoek van ons een ambtelijk projectleider aangesteld. Ik denk dat dat belangrijk is om te weten, dat we nu een vast contactpersoon hebben om deze problematiek in gezamenlijkheid op te pakken. Dit dossier, ondanks dat we ook andere dossiers hebben, dit gaat eigenlijk best heel goed en daar ben ik best wel blij mee.

We werken goed samen met de provincie Zuid-Holland om gezamenlijk de problematiek in beeld te brengen. In die zin regie, we trekken samen op. Omdat wij de opdrachtgever zijn, kunnen wij wel wat meer druk zetten op de uitkomsten, althans, een versnelling van het proces. Even de vraag van de heer Jumelet van de VVD. Die € 37mln in het kader van OV, het zegt me eigenlijk niet zo gek veel. Maar mochten er daar mogelijkheden toe zijn, dan ga ik zeker, want u weet dat ik in de bestuurscommissie vervoersautoriteit zit, dan ga ik er zeker vraag naar stellen. Wij betrekken ook de MRDH bij deze processen. Zijn er potentiële subsidies te halen, dan doen we dat zeker. Het buitenstedelijke, want nou wordt het interessant, meneer Hofman. Ik sta morgen om half tien, kwart voor tien, de Provinciale Staten, althans, de commissie wonen, ruimte en economie te woord in het kader van Bleizo-west. Voorzitter, zeg ik dan, zoals inmiddels bekend is Bleizo-west een binnenstedelijke en vrij beschikbare ontwikkellocatie, direct gelegen aan het multimodale knooppunt Lansingerland Zoetermeer. Aldus. Het is binnenstedelijk, het is geen 3 hectaren kaart. Daar gaat een aantal dingen hartstikke fout. De voorstelling van zaken is niet correct, want het is een binnenstedelijke locatie. Dus die discussie is in ieder geval van mijn kant beslecht, nu nog aan uw kant. De heer Ammerlaan: Nu even van deze kant.

Ik was het niet eens met meneer Hofman. Ja, Merenweg, Lange Vaart, buitenstedelijk, hij

20/24

is de weg kwijt. Maar nu over Bleizo, daar kan ik wat anders over zeggen. Leg mij nou eens met droge ogen uit, dat dit binnenstedelijk is. Het ligt dichter bij Zoetermeer dan bij Bleiswijk, het ligt overal ver vandaan. Leg mij dan nog maar eens goed uit, misschien dat meneer Hofman kan helpen, wat nou de definitie is van binnenstedelijk. Er zit 2 kilometer tussen, tussen de kern en het gebied waar jullie willen bouwen. Dat meen ik serieus. Ik las het pas ergens, u kunt het wel mooi zeggen, maar dat zegt nog niet zoveel. De voorzitter: We gaan hier geen discussie voeren over wat binnenstedelijk en buitenstedelijk is. Laten we ons bij het onderwerp houden. Wethouder Fortuyn: Binnenstedelijk moet u niet alleen binnen de coördinaten van GPS bekijken, er zitten wat andere definities aan vast, maar we gaan er niet op in, we zullen er een keer op een andere manier over praten. Even over het amendement. Ik heb ook contact gehad met de griffie, maar de griffie ook met u meneer Hofman. Wij gaan met een tekstvoorstel komen om die laatste alinea aan te passen in het raadsvoorstel om er zodoende toch een hamerstuk van te maken. Die krijgt u uiteraard van tevoren te zien. We zullen ook u consulteren, maar we zullen de laatste alinea aanpassen, zodat het helder is en er geen misverstand is. De voorzitter: Het e.e.a. gehoord hebbend, ik had al veel opmerkingen over een hamerstuk gehoord.

De heer Hofman had het over een amendement en we hebben begrepen dat er een zinsnede aangepast gaat worden. Zeggen VVD en D66 ook een hamerstuk? Als u een amendement wilt, zult u even moeten aangeven over welk item dat is. De heer Jumelet jr, VVD: Dan zeggen wij ook een hamerstuk. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Wat ons betreft ook een hamerstuk onder voorbehoud van de tekstuele wijziging. De heer Van Berkel, D66: Ik sluit me aan bij de CU. De heer Blonk, L3B: Ik kan aansluiten bij de heer Hofman. De voorzitter: Een hamerstuk en de tekst wordt nog aangepast, dat gaan we zien. Dank u wel. 6.c Voorbereidingskrediet t.b.v. verkeerskundig onderzoek Klappolder De voorzitter: Ik hoorde de wethouder al zeggen, dat dit een heel ander gebeuren is. Laten we ons zeker houden aan het item Klappolder, voordat we in herhaling van zetten komen t.a.v. de provincie. De heer Hofman, CU: Deze keer kunnen we het kort houden. Dit is een hamerstuk, wat ons betreft. Ook dit onderzoek is belangrijk voor ons, net als het voorgaande. Even een kleine toetsvraag aan de wethouder. Ook in dit stuk staat, dat er ambtelijk een bijdrage vanuit de provincie is toegezegd. Maar in de technische vragen wordt gezegd, dat de provincie in dit onderzoek geen enkele rol heeft. Dat wil ik graag nog even verduidelijkt hebben. Dat is het wat mij betreft. Dank u wel.

De heer Scheringa, PvdA: Inderdaad, de rol van de provincie en de bijdrage, dat snappen wij ook niet. Voor de rest heeft mijn fractie eigenlijk dezelfde opmerkingen als bij het vorige punt. Het gaat over de fase erna. Ik hoop dat de wethouder gaat toezeggen, dat als we onderzoek gedaan hebben, dat er dan ook geld beschikbaar komt, hoeveel dat dan ook moet zijn, om de resultaten van het onderzoek te gaan uitvoeren. Als dat er is, vinden wij het verder een hamerstuk. De heer Jumelet sr, WIJ: Wat ons betreft, om maar gelijk bij de conclusie te starten, een hamerstuk. Maar wel nog één verduidelijkingsvraag, die nog niet gesteld is en dat gaat over de kosten, want het is een afgebakend gebied. Worden die kosten wellicht ook gedragen door de ontwikkeling daar, door het gebied zelf? Landen die ergens in de exploitatie of wat ook. Dank u wel. De heer Jumelet jr, VVD: Wij hebben dezelfde vraag als de heer Jumelet van WIJ: wie draagt de kosten op de privéterreinen? De ontsluiting bij calamiteiten heb ik bij het vorige punt niet meegenomen, hier wel. Eigenlijk is dit dan een derde knelpunt, een dertiende knelpunt. Eigenlijk is het ook een knooppunt op die lijst, eigenlijk moet het integraal bij de 2 agendapunten mee genomen worden. Vraag aan de wethouder hoe hij dit ziet.

De heer Crielaard, L3B: In algemene zin belangrijk om dit besluit te nemen, dat mag buiten kijf staan, dat de veiligheid en doorstroming aangepakt moet worden. Dan nog een paar kritische noten. In de eerste plaats hadden wij dezelfde vragen als de heer Hofman, dus daarop graag een toelichting. Het tweede punt gaat over Kafra, die schrijft op 19 mei 2022 over mogelijke huisvesting van 284 arbeidsmigranten in de Klappolder. Als huisvesting daar gaat plaats vinden van arbeidsmigranten, dan is het aannemelijk dat mensen veelal beschikken over eigen vervoer en dat de verkeersdruk daardoor ook verder toeneemt. Dus ik wil de wethouder vragen of huisvesting van arbeidsmigranten ook betrokken

21/24

wordt in het onderzoek. Zo nee, of dit alsnog mogelijk is. Tot slot, als het gaat om het participatieplan, dat wordt opgesteld, wat wordt genoemd in het raadsvoorstel. In het verleden zijn participatieplannen zoals bij Lange Vaart en Merenweg ook langs de raad gestuurd. Ik vraag me af of dit nu ook zal gebeuren. Als dat niet zo is, of de wethouder kan onderbouwen waarom niet. Dank u wel. De heer Van Berkel, D66: Ik kan ook heel kort zijn. Wat ons betreft ook een hamerstuk. Dit is niet vooruitlopend op een fusie tussen CU en D66, maar ik sluit me wel aan bij de vragen van de CU. De heer Ammerlaan, CDA: Mij viel het ook al op, die kosten van de provincie, maar dat is al genoeg gezegd. Het is een verouderd gebied. In december 2021 is al aangekondigd dat dit opgepakt moest worden, dus goed dat dit nu gebeurt. Er zaten oorspronkelijk 2 veilingen, vanuit de oude structuur waren het grote gebieden van de veilingen, die een eigen wegenstructuur hadden. Die wegenstructuur sluit aan op onze gronden. Als we dan onderzoek gaan houden, een integraal onderzoek over de infrastructuur, dan zit je ook gauw op de grond van de particulieren. Dan is uiteraard de vraag: betalen zij mee? Zij hebben er ook een belang bij. Ik heb zelf weleens een huis gebouwd en ik moest zelf betalen voor de wegen, dus ik denk dat het terecht is dat de eigenaren daar ook meebetalen aan de infrastructuur.

Bij de beantwoording van de vragen wordt gezegd, dat de calamiteitenontsluiting buiten het onderzoek valt. Maar in dezelfde alinea staat, dat de 2 verkeersonderzoeken, N209 en Klappolder, uiteraard met elkaar bekeken worden. Maar dan vind ik het toch raar, dat de calamiteitenweg erbuiten valt, terwijl bij de infrastructuur die calamiteitenweg er is. Ik snap het verhaal van verkeersonderzoek en kosten wel, maar om nou te zeggen: die houden we erbuiten. Meneer Blonk had pas problemen met de woningbouw die er ging komen, daar wordt wel rekening mee gehouden, maar ik vind het een beetje rare beantwoording, dat die calamiteitenweg erbuiten wordt gehouden. Er wordt gesproken over externe co-financiering. Betreft het dan de particuliere eigenaren? Of zijn er nog andere externe partijen waaraan gedacht wordt? Dat waren mijn vragen. De heer Ruijtenberg, GL: Er is eigenlijk niet zo heel veel aan toe te voegen, aan de vragen die gesteld zijn door de overige partijen. Dat zijn heldere en duidelijke vragen. Ik had er een vraag over, die had ik bij het vorige onderwerp al gesteld en die is toen al beantwoord door de wethouder. Ik zat alleen nog even te puzzelen, nee, laat maar, het is niet relevant feitelijk. Wat ons betreft een hamerstuk, ik hoef ook geen tweede termijn, het is klaar. Beantwoording college Wethouder Fortuyn: Er is een aantal vragen gesteld.

De belangrijkste was: wat doet de provincie in bijdrage of hun kennis en kunde te delen binnen het onderliggend wegennet dat zijnde Lansingerland is. Ik moet helaas bekennen, dat de zinsnede, die hierbij staat, niet correct is. Ik had hem ook niet gezien, dat het erbij was gekomen. We zijn volop bezig met de N209 en die zin is hier in geslopen. Die passage moet uit het raadsvoorstel vandaan. De provincie speelt hier geen rol. Ze zijn wel betrokken, uiteraard, want we zijn daar bezig, maar ze gaan er geen bijdrage leveren, want het is gewoon onderliggend wegennet en dat is de verantwoordelijkheid van de gemeente Lansingerland. De heer Scheringa vraagt hoe het zit met de kosten van de uitvoering. Het eerste wat we gaan doen is de infrastructuur in beeld brengen van de toekomstige ontwikkelingen op het terrein, wat er nu al is maar ook wat er gaat gebeuren. Waar kijken we naar? We kijken naar het deel waar Zalando zit, we kijken naar het deel waar de ontwikkelingen van Greenery zitten, we kijken naar de potentiële ontwikkeling van de Chrysantenweg naar de toekomst toe, we kijken naar de ontsluiting van de Hoekeindseweg, sorry, de Hoefweg, maar we kijken ook naar de verkeersveiligheid met name de fietsveiligheid van de schoolroute. Dus de hele infrastructuur van het bedrijventerrein wordt herzien.

In die planwerking zit ook de toekomstige potentiële ontwikkeling van het Chrysantenterrein. Dat betekent dus, dan kom ik ook op de vraag van het CDA uit, dat wij met de Greenery in gesprek zijn om in ieder geval een tweetal poorten en inprikkers te hebben over het VvE terrein om de Chrysantenweg potentieel als ontwikkellocatie de ontsluiting over dat VvE-terrein te realiseren. Tegelijkertijd zit er een heel gevaarlijke hoek in die Hoefweg vanaf de Klappolder, die gaan we eruit halen, althans, dat gaat in het onderzoek zitten. De fietspaden worden gescheiden en vervolgens kijken we ook naar een andere vorm van een rotonde, wat wij een ovale rotonde noemen. Al die onderzoeken gaan nu lopen in de uitvoerbaarheid. Afhankelijk van of het particulier of niet particulier is, vragen wij iets als gemeente, het is onderliggend wegennet, dan komt daar een kostenplaatje uit. Die combineren we met het groot onderhoud, die de komende jaren is voorzien. Dat is feitelijk wat hier voor ligt om een compleet plaatje te creëren. Even in reactie op die calamiteitenweg, waarom zit die er niet in? Dat is echt een aansluiting op de Hoefweg, het is een doorsteek naar de N209, wat een apart project is waar een apart budget voor is, waar apart overleg met de provincie over is en waar apart een gronddeal moet zijn t.a.v.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=ec0a4824-5d34-44f0-903d-4e6317297b0c