[BV23.0016] Verslag van de commissie Ruimte van 7 februari 2023
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Ruimte
BV23.0016
Datum vergadering
: 7 februari 2023
Aanwezig in de raadszaal: Commissieleden: WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Bianca Boonstra, Paul Zantman Leefbaar 3B : Jan Pieter Blonk, Machiel Crielaard, Jean Paul Meuldijk CDA : Frans Ammerlaan, Charles van Harn, Wouter de Ruiter VVD : Ivo de Graaf, Vincent Jumelet D66 : Ronald van der Stad, Arjen van Berkel CU : Arjen Hofman, Lenneke Maasland, GroenLinks : Marko Ruijtenberg, Menno Duk PvdA : Nanno Scheringa, Hamid Azouzzi Wethouders
: Simon Fortuyn, Titia Cnossen Michiel Muis (t/m agendapunt 5, punt 7 naar voren gehaald)
Voorzitter Commissiegriffier
: Nelleke Bouman : Rianne Kokke
Afwezig Commissiegriffier
: Karin Koemans
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Het is acht uur, we hebben vanavond een commissievergadering van de commissie ruimte. Allereerst wil ik degenen die afgestemd hebben op de webcast bedanken dat zij weer willen kijken naar deze commissie. Ook degenen die op de publieke tribune zitten, ik zie een aantal ambtenaren. Volgens mij is er ook een inspreker met iemand ernaast, welkom, u krijgt straks het woord van mij. Ook alle leden van de commissie aanwezig, ik zie tot mijn genoegen dat alle fracties vertegenwoordigd zijn. Fijn om dat te mogen zien. Aan mijn zijde de griffie. U ziet een ander gezicht, maar er zijn omstandigheden die ertoe genoopt hebben dat er iemand anders is, maar we hebben ondersteuning. Ook mogen verwelkomd worden de wethouders, die in grote getale hier vanavond aanwezig zijn. 2. Insprekers De voorzitter: We hebben vanavond 1 inspreker en dat is de heer Van Berkel. Komt u naar voren. U zult begrepen hebben dat u weer 5 minuten de tijd krijgt om uw verhaal naar voren te brengen. Als het goed is heeft een ieder van de commissie uw verhaal ook gekregen. Ik heb u al eens eerder in dit gremium gezien, dat u er het e.e.a. over verteld heeft. Volgens mij gaat het nu ook weer de Klapwijkseweg. Ga uw gang. Inspreker 1: De heer Van Berkel: Geachte voorzitter, leden van de commissie en andere aanwezigen, mijn naam is Taco van Berkel.
Sinds 2008 woon ik langs de Klapwijkseweg. Ik sta hier namens de vaste kern vertegenwoordigers die optreedt namens omwonenden van deze weg. De reden dat wij u vandaag opnieuw toespreken is de nog steeds slechte tot zeer slechte geluidskwaliteit van de weg. Dit is niet alleen in opdracht van uw college officieel vastgesteld, maar blijkt ook uit het vanwege de ernstige geluidsoverlast niet kunnen openen van ramen en deuren in de nacht en in hete zomers, en uit het weg verhuizende buren. De basisbelasting is 62dB op de gevel, met tientallen uitschieters boven 80dB per etmaal. Het is simpelweg niet dragelijk. Hierover informeerden we u al eerder, daar we van mening verschillen. De directe aanleiding om hier opnieuw om uw aanhoudende aandacht te vragen voor de ernstige geluidsituatie van de Klapwijkseweg zijn de door het college ten onrechte afgedane toezegging van wethouder Fortuyn en de motie van 6 juni 2022 jegens wethouder Muis. In de uitvoering ervan staat namelijk een door het college uitgevoerde juridische analyse centraal, waarover wij u de volgende ernstige tekortkomingen kunnen melden. Waar de aanleiding van de analyse de ernstige geluidsoverlast
1/24
betreft, wordt er geen melding in de analyse gemaakt van het feit dat het college de geluidsoverlast al in 2014 in een heeft laten opnemen, een rapport waaruit in dezelfde analyse veelvuldig wordt geciteerd. Het college maakt in de analyse ook geen melding van de hoge geluidbelasting en slechte geluidskwaliteit zoals in opdracht van haarzelf is vastgesteld. Ook opmerkelijk. Daarnaast licht het college in haar analyse niet toe hoe zij op rechtmatige of niet rechtmatige wijze is afgeweken van een besluit van het bevoegd gezag waarmee de plicht tot uitvoering van de betreffende geluid reducerende maatregel in onze beleving niet is weerlegd. Het is allemaal vrij wollig beschreven, maar onze conclusie is dat het niet weerlegd is. Het college geeft ook geen inhoudelijke onderbouwing voor het afwijken van het in 2014 geplande uitvoering van groot-onderhoud. Bovendien maakt de analyse zelfs geheel geen melding van een motie uit 2015, waarin u het college opdraagt om geluid reducerende maatregelen bij de Klapwijkseweg te nemen. Verder tonen archiefstukken aan dat de geluidsoverlast van de Klapwijkseweg al minimaal sinds 2001 een thema is, wat niet in de analyse naar voren komt terwijl het college wel veelvuldig andere conclusies overneemt uit dezelfde stukken.
Mede gegeven het genoemde rapport uit 2014 is het extra opmerkelijk is dat het college meerdere keren officieel heeft aangegeven niet te hebben geweten van de geluidoverlast. Tenslotte is het relevant om u te melden dat uit niets blijkt dat de aan u en ons verstrekte juridische analyse daadwerkelijk onder leiding van een jurist heeft plaatsgevonden. Degene die dit heeft opgesteld is niet tot jurist opgeleid. Over al deze punten hebben we in december 2022 vragen gesteld aan het college. Tot nu toe hebben we geen antwoorden gekregen. Bovendien beschikken we na veelvuldige navraag ook nog steeds niet over alle onderliggende stukken van de juridisch analyse, u ook niet. Over uw motie en over fatsoenlijk bestuur in het algemeen valt er nog iets bijzonders te melden. In juni stelde u dat de communicatie tussen gemeente en bewoners weer dient te worden opgestart. Het college is die dialoog die zij 357 dagen geleden eenzijdig heeft gestaakt nog steeds niet opnieuw aangegaan. We zijn er van overtuigd dat we u verder niet hoeven te overtuigen of de toezegging en motie werkelijk zijn afgedaan en nemen aan dat u het college aanspreekt. Belangrijker echter dan het voorgaande is dat zowel het concrete resultaat als de grote lijn. Al met al voelen we ons als omwonenden, die al 3 jaar het gesprek proberen aan te gaan, heel beperkt serieus genomen.
We hebben nog steeds geen enkel zicht op welke geluid reducerende maatregelen de gemeente wil en kan nemen, we worden niet fatsoenlijk geïnformeerd en sinds bijna een jaar wordt ieder gesprek door het college geweigerd. We constateren echter ook dat u zich als raad herhaaldelijk direct en indirect heeft uitgesproken over geluid reducerende maatregelen. Met dit heldere dossier waar u al 10, zo niet 20, jaar uit lijkt te zijn, lijkt het ons dat het uw rol is om nu werkelijk daadkracht te tonen. Daarom verzoeken we u om het college op te dragen binnen 2 maanden een accuraat en samenhangend pakket van geluid reducerende maatregelen te presenteren die uiterlijk in 2024 worden uitgevoerd. Dit vragen we sinds 2020 en u heeft al besloten in 2014, zo niet eerder. Als omwonenden staan we weliswaar klaar om mee te denken, maar wetende dat het college u tracht te gijzelen in haar schrijven met de mededeling dat onze betrokkenheid tot een jaar vertraging leidt, zullen we ons vertrouwen nog meer in u moeten stellen. Met alle hoop op u gericht danken we u voor uw aandacht en inzet. Tot slot nog een laatste opmerking.
In de eerder aangehaalde motie 2015, volgnummer 16, van 21 december 2015, onderkent u als raad nadrukkelijk dat de ontsluiting van de A13 leidt tot een forse toename van geluidsoverlast aan de Klapwijkseweg, dat vanwege het dichte volksgebied prioriteit aan de verlichting van de geluidsoverlast dient te worden gegeven. Het resultaat van het aangehaalde DCMR onderzoek zijn u bekend. Een groot deel van u, raadsleden, inclusief de voorzitters van de raadsfracties, zijn bij ons thuis geweest en ze hebben zelf de ernstige geluidsoverlast mogen ervaren. De A13/A16 is nog niet ontsloten. U loopt 10 jaar achter, u heeft nog een jaartje om het in orde te maken. Al onze hoop is op u gericht. Dank u wel. De heer De Graaf, VVD: Dank u wel, meneer Van Berkel, voor uw inspraak. U heeft het in uw inspraak over een motie van vorig jaar, van 6 juni. Ik heb even een verduidelijkende vraag. Bedoelt u daarmee de motie 22-018 van 16 juni? Waarvan tijdens de behandeling is gezegd dat het overleg hersteld zal worden. Daar refereerde u al even aan. Dat er een agenda opgesteld zou worden, dat er met frisse moed en een open blik het gesprek aangegaan zou worden en het contact met de bewoners hersteld zou worden. Die motie, de behandeling op 16 juni. De heer Van Berkel: Het nummer dat u noemt klopt, dat is correct. De datum was niet volledig, maar dat is 16 juni.
De heer De Graaf: U heeft na verzending van die brief, die voorwaardelijk was, met die juridische analyse, op 7 september, geen gesprek plaats gevonden tussen u en iemand van het college? De heer Van Berkel: Nee. We hebben het college benaderd, maar daar werd niet op in gegaan. De heer De Graaf: Dan wil ik graag, ik kijk even naar de voorzitter, op basis van artikel 18.a lid 7 de wethouder uitnodigen om op dit specifieke punt een reactie te geven. Dank u wel. Wethouder Muis: Volgens mij hebben wij hier in de commissie, in de raad, heel lang en heel uitvoerig bij stil gestaan. We hebben ook heel veel werktijd en energie gestoken in de vragen en de beantwoording van de vragen, ook n.a.v. de motie. We hebben u daarover informatie gestuurd, als commissie en als raad, met het voorstel de motie daarmee af te doen. U heeft er bij een raadsvergadering mee ingestemd door niet aan te geven dat u het niet eens bent met die motie. Dat maakt dat het dan ook geen zin heeft om daar het gesprek over aan te gaan, omdat het met die motie is afgedaan. We kunnen natuurlijk wel in
2/24
gesprek gaan over de volgende fase, over het groot onderhoud, daarover willen we ook best in gesprek met de bewoners, maar we willen niet terug naar wat we allemaal hebben onderzocht en via u ook hebben teruggekoppeld naar de bewoners. De voorzitter: Meneer Van Berkel, dank voor uw inspraak. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 10 januari 2023 De voorzitter: Niemand? Geen op- en aanmerkingen? Mooi zo. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Iemand daarover? Rondvragen hebben ons niet bereikt. Echter, ik wil wel van deze gelegenheid gebruik maken. Ik heb het verzoek gekregen van wethouder Muis om de actualiteiten uit het college naar voren te halen vanwege moverende redenen. Dat heb ik gehonoreerd. Ik zal toestaan om de actualiteiten uit het college naar voren te halen. Ik geef ook mevrouw Cnossen en de heer Fortuyn de gelegenheid als zij actualiteiten uit het college hebben. 7. Actualiteiten uit het college Wethouder Muis: Dank, commissie, dat u mij in de gelegenheid stelt om even kort een paar terugkoppelingen te doen uit het college. Na het punt over de straatraces zal ik de vergadering verlaten vanwege persoonlijke omstandigheden, dus dank voor uw begrip daarvoor. Dan de terugkoppeling van een aantal zaken. De Kooilaan, dat gaat u allemaal aan het hart, mij ook.
We hebben contact gehad met de wegbeheerder, een goed gesprek gehad over wat daar mogelijk is. Er is gesproken met de initiatiefnemer, aan welke maatregelen wij denken. Morgen is er een bestuurlijk overleg tussen mij en de ambtelijke organisatie en initiatiefnemer om dat verder met elkaar te bespreken. Wij zien mogelijkheden om een aantal overgangen van het verkeer, dus voetgangers, fietsers en auto’s, veiliger te maken. We zien ook mogelijkheden om de struinpaden, die geen officiële kruisingen zijn, om die ook beter te markeren. U wordt er later over precies geïnformeerd, hoe dat eruit komt te zien, wat het gaat kosten en wie het gaat betalen. Het is wel goed voor u om te weten, dat we hier snel hebben doorgepakt en dat daar inderdaad maatregelen mogelijk zijn en dat we die ook uit gaan voeren. Dan het tweede punt, de statushouders die wij ieder jaar huisvesten. We hebben van de provincie te horen gekregen, dat wij afgelopen jaar, dus 2022, heeft de provincie beoordeeld dat onze taakstelling is volbracht. Dat betekent dat wij de volledige taakstelling die wij hadden plus een in te halen achterstand hebben opgelost, hebben gehuisvest. We stonden voor statushouders onder toezicht. Er is een bepaalde interventieladder, waar wij gedwongen waren tot het derde niveau. We zijn nu weer terug op nul, dus dat betekent dat wij niet meer onder provinciaal toezicht staan.
In totaal hebben we 103 statushouders gehuisvest, inclusief een achterstand van 18 statushouders uit 2021. Complimenten naar de organisatie, maar ook naar de samenwerking met 3B Wonen, die geholpen hebben om dit te realiseren. Komend jaar wordt nog wel een forse opgave, want het eerste half jaar moeten we er al 76 zien te huisvesten, dus dat wordt een aanzienlijk grotere opgave komend jaar. Met alle andere taakstellingen die op ons afkomen, wordt het een behoorlijke uitdaging, maar ook daarover zijn we goed in gesprek met 3B Wonen. Dank u wel. Wethouder Cnossen: Een aantal puntjes wilde ik vanuit mijn portefeuille uit het college aan u terug koppelen. De vorige commissie ruimte hebben wij met elkaar gesproken over de veiling van het KPNgebouw. Het is goed om u te vertellen hoe dat is verlopen. De gemeente heeft inderdaad via de makelaar deel genomen aan de verkoopveiling van het KPN-pand, maar op dat moment het pand niet kunnen bemachtigen. Maar de gemeente heeft uiteraard contact gelegd met de koper en is in gesprek gegaan om het pand alsnog aan te kopen. Doordat er nu een verkoopprijs op de openbare veiling is vastgesteld, kan die waarschijnlijk als marktconform worden beschouwd, dus we hebben een wat makkelijkere positie, als ik het zo mag uitdrukken. Een ander puntje, het vonnis kort geding Hoeksehof, mogelijk heeft u het in de pers al vernomen.
De rechter heeft besloten dat de ontwikkelaar de woningen zo mag verkopen, maar hij constateert inderdaad wel dat er heel veel nadelen zijn voor de startende koper om op deze manier in een woning te stappen. De gemeente ziet nu af van de bodemprocedure, omdat de woningen gewoon verkocht zijn, worden, en bewoond. Daar kunnen we nu mee stoppen. Dan een klein puntje over het concept Happy Italy, naast de HSL. Het gebouw is in aanbouw, maar het leek me goed om hier met u te delen, hoewel het niet onmiddellijk een bevoegdheid is van het college, dat er geen concept Happy Italy in komt. De eigenaar heeft iets anders in zijn hoofd. De ambtenaar die ermee bezig is, schrijft: het plan loopt met horten en stoten, maar de planning is dat het open gaat medio mei 2023. Dus dat gaat gebeuren. De speelplaats, zoals overeen gekomen, staat in het te maken plan. Maar zoals u weet is uiteindelijk de invulling van zo’n pand, dat is een exploitatievergunning, dus dat komt pas later aan de orde. Als laatste toch even iets over de voortgang van de 2 participatietrajecten. In Bleiswijk hebben wij een aantal avonden gehad, bij 1 was ik erbij. Daar gaan we mee door. Een hoop werk, maar een goede opkomst. Noordpolder, daar is ook een start mee gemaakt door het participatieplan aan
3/24
belanghebbenden toe te sturen met de vraag om een reactie. Die worden nu verwerkt, dan gaan we waarschijnlijk in maart aan de slag met de avonden. Maar eigenlijk wil ik dit vooral noemen, omdat er iets bijzonders is. Een inwoner van onze gemeente heeft bezwaar gemaakt tegen de aanwijzing van de provincie. Dan vraagt de Raad van State in een brief gericht aan de gemeenteraad om een reactie te geven aan de gemeente. Dat hoeven we niet, want de provincie is de verweerder en de inwoner dient het in. Ik stel me voor dat deze brief op uw lijst ingekomen stukken komt te staan en dat de afdoening door het college is, maar ik wilde u graag ervan op de hoogte stellen, dat het loopt. We hebben even tijd om te reageren, want we hebben vast pro forma laten weten dat we reageren. Dank. De heer Blonk, L3B: Het eerste punt dat de wethouder aangaf, de verkoop van het KPN-gebouw. Even voor de helderheid. Ik begrijp dus dat het KPN-gebouw is verkocht aan iemand die openbaar heeft meegedongen en dat heeft gewonnen. En dat er nu een gesprek is tussen de gemeente en die nieuwe eigenaar om het aan te kopen. Zo zit het in elkaar dus? Wethouder Cnossen: Ja, zo zit het in elkaar. Wethouder Fortuyn: Buiten de voortgangsrapportage heb ik geen mededelingen vanuit het college.
Ik heb wel een vraag gezien rondom de voortgangsrapportage, dus ik weet niet of dat tegelijkertijd afgehandeld wordt of dat we dat later terug krijgen. Dan wacht ik het raadslid af die met de vraag komt. De heer Blonk, L3B: Ik had de wethouder geïnformeerd over de vraag, vandaar. Ik doe dat wel vaker, hoor, ook met andere wethouders. Ik wil graag een opmerking maken over het project verkeerskundig onderzoek N209 en de geluidsschermen langs de N209. Dat staat in die actualiteiten uit het college. Ik begrijp heel goed, dat het project geluidsschermen een relatie heeft met het verkeerskundig onderzoek van de N209, het is voor mij wel logisch, dat je dat doet. Dit betekent wel dat het project van de geluidsschermen 6 tot 9 maanden vertraging oploopt. Ik kan dit niet met droge ogen uitleggen aan de Bleiswijkse bewoners in de woonwijken langs de N209, die al jaren met geluidsoverlast te maken hebben. Ik wil aan de wethouder vragen of hij dat wel kan op een fatsoenlijke manier. Ik zou niet weten hoe het moet. Wethouder Fortuyn: Ik moet even lachen, maar het is wel serieus. Met droge ogen, ik vind het wel een mooie uitspraak. Eigenlijk kan ik al vanaf 2014 niet uitleggen hoe het gaat hier met die geluidsschermen, met droge ogen. Nu speelt Bleiswijk al heel erg lang, dat weet u ook.
Ik vond uw opening eigenlijk wel heel mooi, want u begon uit te leggen dat u begrijpt waarom het eigenlijk uitgesteld wordt. Dus u legt eigenlijk al uit waarom het uitgesteld wordt. Als het scherm 6 jaar of 5 jaar of 4 jaar geleden had gestaan, had het wellicht misschien nu in de weg gestaan in de ontwikkeling van de N209 en alles wat er omheen zit. De Merenweg, Lange Vaart, Wolfend en de economische ontwikkelingen zijn echt de laatste jaren op de agenda gekomen en ook scherper in beeld gekomen. Wij hebben zo langzamerhand wel meer beeld van hoe die schermen geplaatst moeten gaan worden, dus we zijn al wel een fase verder. Maar nu ook de opdracht, die erbij komt, om de doorstroming van de N209 en de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, vinden wij het niet verstandig om tot een definitief ontwerp te gaan komen, terwijl het definitieve ontwerp nog aangepast kan worden door de oplossingen die rond de N209 in schetsontwerp, dat straks een agendapunt is, aan de orde komt. Dan ben je elkaar in de weg aan het zitten en je bent misschien ook kapitaalsvernietiging aan het doen. We zijn wel heel ver met de potentiële oplossingen, zowel met het waterschap als met de provincie m.b.t. de inpassing daarvan. Het is nog wel een geweldig complex verhaal. Hoe gaan we het uitleggen? Wij hebben uiteraard contact met de bewoners en de bewonersvertegenwoordiger van Bleiswijk.
We zullen het uit moeten leggen hoe moeilijk het ook is, maar ik denk wel dat we het uit kunnen leggen. Evengoed, ik deel met u mee, ook met de raad: het is triest dat we zoveel jaar na die tijd nog niet tot een goede oplossing gekomen zijn, maar ik heb wel te dealen met de feiten die er zijn. De heer Azzouzi, PvdA: Mijn vraag aan de wethouder: hoelang moeten de bewoners nog wachten? Heeft hij een idee, een planning? Wethouder Fortuyn: Ik ga er geen tijdstip op plakken. Wij hebben, zoals u bij het volgende agendapunt kunt zien, zien wij 2023 wel als een voorbereidingstaak om echt de aanpak goed te organiseren. Van daaruit kunnen we ook stappen zetten. Ik durf er niets over te zeggen, we zijn in 2023 met het definitief ontwerp bezig, dan moet je het allemaal nog gaan aanbesteden. Ik durf er geen tijdstip op te plakken. Ik vind het triest. Ik hoop voor mijn afscheid als wethouder alsnog het lintje te kunnen doorknippen. Als u een beetje mee gaat rekenen. De heer Jumelet, WIJ: Ik ken natuurlijk de agenda van de politieke carrière van deze wethouder niet, maar toen ik de actualiteit las, er wordt gesproken van 6 tot 9 maanden vertraging. In navolging op de beantwoording op de heer Azzouzi, dan blijft mijn vraag staan, die vertraging van 6 tot 9 maanden, in hoeverre is die reëel, gezien de problematiek die u schetst? Is dat dan niet heel erg optimistisch, deze
4/24
periode van 6 tot 9 maanden? Ik stel de vraag om aan verwachtingsmanagement te doen richting de mensen in Bleiswijk. Als we zeggen dat de vertraging 6 tot 9 maanden is, dan gaan mensen rekenen: dan kunnen we wat verwachten. Maar als je dan alsnog moet gaan zeggen: het wordt weer 12 maanden. Hoe reëel zijn die 6 tot 9 maanden? Wethouder Fortuyn: Kijk, het loopt natuurlijk wel parallel op. Er is al veel huiswerk verricht. We hebben nu een beeld van hoe het potentieel zou kunnen. We hebben 3 oplossingen die echt inpasbaar zijn bij het onderzoek van de N209. We hebben wel wat liggen. Het is niet zo dat we van de schets af aan beginnen. We hebben natuurlijk heel veel problemen gehad in het onderzoek. Dat varieerde van de breedte, de bomen tot en met de watergang onderdoor. Dus we hebben wel heel veel. Dit past straks ook in de opmaat van het onderzoek, waar ik u toestemming voor vraag, voor het krediet. Dit gaat wel meelopen. Het is niet zo dat het losstaande projecten zijn, het gaat echt meelopen in de inpassing van de weg. Als we eind dit jaar definitief de keuzes kunnen maken: in die richting moeten we oplossingen zoeken. Dan kan ook het definitieve ontwerp een zetje gaan krijgen om dit te gaan ontwerpen en te ontwikkelen.
Als ik mijn termijn uitzit met uw welnemen, naast mijn gezondheid heeft u het heft in handen, want zo werkt het nou eenmaal als wethouder, zou ik het net redden. Als je gaat rekenen, ik ga het niet uitleggen, ik ga het niet uitspreken, maar dan zou het ongeveer rond die periode moeten kunnen zijn. De heer Jumelet, WIJ: Een ander onderwerp van de actualiteiten, de HSL. Toen ik de actualiteiten las, dacht ik: ik ben geen deskundige, maar gewoon even met gezond verstand, dit was toch te voorzien. Op het moment dat je schermen in Berkel zet, dan neemt de overlast in Bergschenhoek toe, dat is gewoon logica. Nu gaan we het onderzoeken. Mijn vraag aan de wethouder is: we weten hoelang het geduurd heeft rondom Berkel, is er nou een indicatie te geven hoe snel wij dit probleem in Bergschenhoek gaan oplossen rondom die HSL? Wethouder Fortuyn: Ik vind het ook heel moeilijk. ProRail heeft onderzoek gedaan, TNO-onderzoek. Er is sprake van een belasting, klachten van inwoners. Dat wordt serieus genomen. ProRail is ook langs gegaan, ze hebben gesprekken gevoerd. Er wordt nu echt onderzoek gedaan: waar komt dit nou vandaan? Naarmate we meer klankkasten of tegenover elkaar klankkasten gaan zetten, dan krijg je een soort waterbed-effect van geluidsoverdracht. Geluid is één van de meest moeilijk te beheersen maatregelen. Wij wachten echt dit gesprek af. We wachten ook het TNO-onderzoek af.
Het ministerie is aangesloten, dat vind ik wel heel belangrijk, het is niet zo dat ProRail dit op eigen houtje doet, maar heeft ook het gesprek met het ministerie. Er lopen ook gesproken met de stichting Stop geluidsoverlast HSL, die weer enigszins nieuw leven ingeblazen is. Ze waren in principe klaar, dat had een feestelijk moment moeten zijn. Dat feestelijke moment is even uitgesteld tot we meer duidelijkheid hebben. Ik durf er geen uitspraak over te doen op dit moment. De heer Hofman, CU: Ik wilde nog even iets vragen over de eerste actualiteit, over het fietsvrij gemaakt zijn van de centra van Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs. We hebben daar in een vorige commissievergadering gevraagd naar maatregelen voor mensen die van een fiets afhankelijk zijn. We lezen nu in de actualiteit dat mensen met een beperking een ontheffing kunnen krijgen voor het gebruik van de fiets. Nu zouden wij het erg jammer vinden als daar ook leges voor geheven worden. Ik wil eerst open de vraag neerleggen bij het college: worden voor de ontheffingen ook leges geheven? Wethouder Muis: Ik moet het antwoord daarop schuldig blijven. Ik wil wel toezeggen, dat ik n.a.v. uw vraag ga kijken wat de regels zijn en hoe we dit zo, het tegenovergestelde van bureaucratisch, zo makkelijk mogelijk maken met zo min mogelijk administratieve rompslomp.
Ik kom erop terug, we gaan er naar kijken, maar ik heb geen exact antwoord, voor wie de leges gelden en of wij heffen of niet. De voorzitter: De toezegging is genoteerd. 5. Bespreekpunten: 5.a Passende ruimtelijke maatregelen om straatraces tegen te gaan in Lansingerland De voorzitter: Er is 1 bespreekpunt ingediend door 2 fracties: de fractie van WIJ en van L3B. Het gaat over de ruimtelijke maatregelen om straatraces tegen te gaan in Lansingerland. Ik heb begrepen dat het in de commissie AB aan de orde is geweest, een vraag over de openbare orde en handhaving. Dit gaat nu over de ruimtelijke maatregelen. Mevrouw Boonstra, WIJ: Ik zal het bespreekpunt even voorlezen, dat lijkt me handig. Het is mede ingediend door Jean Paul Meuldijk van L3B. De reden om het onderwerp op de agenda te plaatsen is het volgende. Straatraces zijn in de weekenden tijdens de nachtelijke uren een fenomeen dat voorkomt op meerdere plekken in Lansingerland. Tijdens de commissievergadering van de commissie Algemeen Bestuur is expliciet aandacht gevraagd voor de overlast van straatraces welke tijdens met name de
5/24
nachtelijke uren gehouden worden op het bedrijventerrein Prisma. Bij de gemeenteraadsfracties WIJ Lansingerland en Leefbaar3B is het bekend dat straatraces ook elders in Lansingerland voorkomen. Deze straatraces zijn illegaal en zeer risicovol en gevaarlijk voor onze inwoners, passanten op deze wegen maar ook voor de deelnemers. Vanuit het oogpunt van veiligheid en openbare orde wordt geprobeerd passende handhavingsmaatregelen te nemen. Helaas lijken deze handhavingsmaatregelen niet afdoende te zijn. De gemeenteraadsfracties WIJ Lansingerland en Leefbaar3B zijn van mening dat de bekende plekken in Lansingerland waar regelmatig straatraces plaats vinden ook de ruimtelijke indeling van deze wegen, straten en/of wegdelen aangepast dienen te kunnen worden om het houden van straatraces te ontmoedigen c.q. te voorkomen. Graag willen wij met de commissie van gedachten wisselen over de ruimtelijke aanpak van straatraces. De vragen die we aan de commissie hebben, zijn de volgende. Bent u het eens dat straatraces risicovol en gevaarlijk zijn en veel overlast geven? Deelt u met ons de mening dat naast handhaving er ook ruimtelijke maatregelen genomen dienen te worden om straatraces te ontmoedigen c.q.
te voorkomen? Bent u met ons van mening dat deze ruimtelijke maatregelen tijdelijk, betaalbaar en verplaatsbaar moeten kunnen zijn? Hoe kijkt u er tegen aan om het college te verzoeken een inventarisatie te maken van straten, wegen of weggedeelten in Lansingerland waar regelmatig straatraces worden gehouden, de frequentie hiervan, en deze periodiek te actualiseren? Te inventariseren welke betaalbare, tijdelijke en verplaatsbare, ruimtelijke aanpassingen aan de wegen en omgeving mogelijk zijn om straatraces te ontmoedigen c.q. tegen te gaan? Na indiening van dit verzoek zo spoedig als mogelijk de commissie Ruimte schriftelijk te informeren over de uitkomsten, maar uiterlijk in het tweede kwartaal? Als opmerking er nog bij: wij zijn voornemens om na deze bespreking een motie in te dienen, waarmee we gaan vragen om de inventarisatie, en om deze uiterlijk in het tweede kwartaal af te ronden. Als laatste vraag willen wij het college ook vragen om een reactie om uit te vinden hoe zij denken over de te nemen ruimtelijke aanpassingen om straatraces tegen te kunnen gaan. Dat was het. Dank u. De heer Meuldijk, L3B: Mevrouw Boonstra heeft het prima uitgelegd. Het zal u niet verbazen, dat L3BB er is om de veiligheid van onze inwoners te garanderen.
Het staat in de tekst, maar ik wil het expliciet mee geven: het gaat niet alleen maar om iemand die zijn hond aan het uitlaten is en de straat oversteekt, het gaat ook om de deelnemers zelf die in gevaar gebracht worden, die zichzelf in gevaar brengen. Het snijdt meerdere doelen. Ik hoor heel graag wat het college in petto heeft en kan. Of dat een chicane, verplaatsbare chicane of andere middelen zijn, maar ik hoor graag of daar een beeld bij is. De heer Jumelet jr, VVD: Het verminderen van de overlast van straatraces is wat de VVD betreft een nodige zaak, we stemmen ook zeker in met het idee van mevrouw Boonstra en de heer Meuldijk. Met name dat veiligheid voorop staat voor iedereen. Echter, de VVD blijft wel van mening dat handhaving hier essentieel is en graag sterke handhaving op straatraces graag ziet. Echter, de VVD ziet ook in dat alleen handhaving in deze niet voldoende zal zijn en er dus ook ruimtelijke maatregelen genomen moeten worden. Hierin is het voor de VVD wel essentieel dat dit niet ten koste gaat van de bedrijfsvoering van ondernemers en bedrijven op dit terrein. Het moet geen ondernemertje-pesten worden. Hierin is dus samenwerking met de ondernemers hard nodig om tot een goede oplossing te komen, zij kennen dit terrein immers beter dan wij dat doen.
We moeten wel in ons achterhoofd houden dat als wij hier maatregelen nemen, dat we ook op andere plekken iets moeten doen, anders verplaatsen we het probleem alleen en dat moeten we zien te voorkomen. Daarbij ook een vraag aan de indiener: hoe ziet u verplaatsbaar voor zich, wat voor dingen moet ik me daarbij bedenken? Ook een vraag aan de wethouder: is het aanleggen van maatregelen tegen straatraces dan te combineren met het wegencategoriseringsplan, hoe ziet de wethouder dit voor zich als dat mogelijk is? Dank u wel. De heer Van der Stad, D66: WIJ en L3B stellen aan de commissie een aantal retorische vragen over veiligheid en overlast in combinatie met straatraces. De eigenlijke vraag van de indieners van dit bespreekstuk is of er ruimtelijke maatregelen genomen zouden kunnen worden om straatraces te ontmoedigen c.q. te voorkomen. D66 vindt dat het hoofdzakelijk een handhavingskwestie is. Straatraces zijn simpelweg verboden en gevaarlijk. Regelmatig verschijnen er koppen in de media met dodelijke slachtoffers. D66 vindt dat illegale races opgespoord dienen te worden en dat de deelnemers aangepakt dienen te worden. Stuur aan op het ontnemen van de rijbewijzen, het verstrekken van boetes of celstraffen. Daarnaast kan je nog denken aan maatregelen in de meer preventieve sfeer door actief te zijn op online platformen, waar aankondigingen van races plaats vinden.
Op 16 maart 2022 beantwoordde het college de heer Philippens van L3B dat de politie extra aandacht en capaciteit heeft vrij gemaakt. Vraag van D66 aan de wethouder is: is dit gelukt, wat is hiervan in de praktijk gebleken en heeft het races weten te voorkomen? De roep om tijdelijke maatregelen jegens straatraces in publieke ruimte is niet nieuw. In het verleden is het ook toegepast op Prisma. Vraag van D66 aan de wethouder hierover: wat waren toen de resultaten? Bleef het rustig of leverde het een verplaatsing van de activiteiten op? Mocht uit onderzoek blijken of bijvoorbeeld in andere gemeenten voorbeelden zijn, dat tijdelijke maatregelen effectief zijn, dan zijn we best nieuwsgierig naar de mogelijkheden, maar we willen wel
6/24
zeker weten dat het geen verplaatsing naar andere straten oplevert, geen extra gevaar en overlast in andere gebieden. Pas als aan die randvoorwaarden wordt voldaan, willen we hierover meedenken. De D66 fractie gaat er verder vanuit, dat er een goed overzicht is van straten en wegen in Lansingerland waar deze praktijken plaats vinden. Dit op basis van meldingen, constateringen en ervaringen. Een verzoek bij het college neerleggen om dit te inventariseren, mogelijke maatregelen te inventariseren en hierover terug te rapporteren zien wij meer als een papieren tijger, want de mogelijkheden om maatregelen in te zetten zijn er reeds. Maar we willen graag onze aanname checken bij het college, daarom onze vraag: ervaart u ook dat er voldoende inzicht bestaat over de straten waar de straatraces plaats vinden? Natuurlijk wil onze fractie ook dat dit soort gevaarlijke en asociale praktijken stoppen. Mochten tijdelijke maatregelen effectief zijn, geen waterbed effect hebben, lage kosten met zich mee brengen, dan willen we hier best over meedenken. Maar we vinden wel dat de inzet en aanpak proportioneel moet zijn. Hardrijders in het dagelijkse verkeer, die onze rotondes, woonwijken en routes naar school onveilig maken, dienen de meeste aandacht te krijgen van handhaving en politie. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ik wil de fracties van WIJ en L3B bedanken voor dit bespreekpunt.
Aan de andere kant is het ook een bespreekpunt, zoals meneer Van der Stad zegt: er staat een aantal vragen in, die je eigenlijk alleen maar met ja kan beantwoorden. Vraag 1, het antwoord daarop is uiteraard ja. Overlast zou bestreden moeten worden, het is onveilig en onwenselijk. De vraag die verder gesteld wordt is: hoe denken wij dat iets aan het college gevraagd moet worden. Die keuze is natuurlijk aan uzelf. U moet zelf beslissen of u wel of niet iets aan het college stellen middels een motie. Daarvoor heeft u ons advies feitelijk niet nodig. Als u dat wilt doen, het staat u vrij om dat te doen. Dan de vraag: hoe kijken we aan tegen straatraces? Er zijn toch een paar punten in dit bespreekpunt die moeilijk zijn. U heeft het over betaalbaar en over tijdelijk en over verplaatsbaar. Daar zijn we het niet mee eens. Betaalbaar is namelijk heel erg moeilijk. Wat vindt u betaalbaar? Wat beschouwt u als betaalbaar? Verder op de agenda kunnen we zien dat er verkeerskundige onderzoeken gevraagd worden voor € 2,5 ton en, ik chargeer, voor € 5 ton. Vindt u dat betaalbaar? Vindt u een ton betaalbaar? Daar zou ik graag iets meer duidelijkheid willen hebben, wat u vindt dat betaalbaar is. Dan verplaatsbaar. Daar heb ik wel bedenkingen bij.
Verplaatsbare chicane klinkt heel leuk als Max Verstappen een keer op bezoek komt, maar ik denk niet dat het handig is als we hier overal verplaatsbare chicane gaan aanleggen in de gemeente. Als we iets willen gaan doen, ook tijdelijk, dan gaat het zich verplaatsen. Dus als je het weg haalt op de Klappolder, dan gaat het naar de Randweg. Als je het weg haalt uit de Randweg, dan gaan ze wellicht naar het Lage Bergsche Bos, waar je een fantastisch rallyparcours kunt aanleggen. Als je iets gaat doen, moet je zorgen dat er integraliteit is, zodat de hele gemeente aangepakt gaat worden. Dan moet je gaan denken aan straatinrichting, dan moet je het overal doen. Of doe het overal of doe het nergens, om dit tegen te gaan. Dan handhaving, ook daar heb ik wel bedenkingen bij. Van onze BOA’s kunnen we niet verwachten dat ze daar straatraces in de gaten gaan houden. Dan komt het aan op de capaciteit van de politie. Dan is de vraag: heeft de politie genoeg mensen daarvoor? Is het voor hen prioriteit? Wat voor gesprekken moet de burgemeester dan doen in de veiligheidsregio, om meneer Aboutaleb te overtuigen dat er meer politie moet komen? Al met al, het is heel mooi, het is een goed bespreekpunt, ik begrijp de zorgen, ik deel ook de zorgen.
Dat we straatraces zoveel mogelijk tegen moeten willen gaan, omdat het onveilig is en ook nog slecht voor het milieu, maar al met al zitten er hier iets teveel haken en ogen aan om nu zomaar te zeggen: dit gaan we doen. Dank u wel. Mevrouw Maasland, CU: Dank aan de fracties voor het agenderen van het bespreekpunt. Uiteraard zijn wij het er ook mee eens, dat de straatraces risicovol en gevaarlijk zijn, dat mag geen verrassing zijn. We zien mogelijkheden in het nemen van ruimtelijke maatregelen in aanvulling op de handhaving. We verwachten en hopen dat dit straatraces meer ontmoedigt dan alleen handhaven. We hebben begrepen dat handhaven alleen soms niet haalbaar is of gewoon geen oplossing biedt. We zien dan wel graag passende maatregelen, die verder gaan dan verkeersborden met snelheidsbeperkingen bijvoorbeeld. Het verzoek om tijdelijke en verplaatsbare maatregelen begrijpen we niet helemaal. Natuurlijk willen we ene waterbed-effect voorkomen en zien we het nut van flexibele maatregelen, maar tegelijkertijd betekent de aantrekkelijkheid van een gebied voor straatraces misschien wel dat er per definitie een probleem met verkeersveiligheid is. Het tijdelijk maken van verkeersmaatregelen maakt misschien wel meer dat we achter de feiten aan blijven lopen en geen langdurige oplossingen vinden.
We zijn benieuwd hoe de andere fracties en dan met name de fracties van WIJ en L3B die tijdelijke maatregelen dan voor zich zien. We steunen wel de oproep aan het college om te inventariseren waar dan regelmatig straatraces plaats vinden en vooral wat die passende maatregelen zouden kunnen zijn. We stellen daarbij wel voor deze inventarisatie mee te nemen in het verkeersveiligheidsplan dat voor het tweede kwartaal van dit jaar op de planning staat. We zien straatraces en maatregelen hiertegen graag integraal afgewogen in relatie tot andere verkeersveiligheidsmaatregelen in de gemeente. We gaan ervan uit dat verkeersveiligheidssituaties breder mee genomen worden in de uitwerking van de mobiliteitsvisie. Daar zijn de straatraces dan ook onderdeel van. Kortom, we steunen de oproep om een inventarisatie van het daadwerkelijke probleem en zien graag een integraal afgewogen voorstel voor passende, ruimtelijke
7/24
maatregelen. Deze inventarisatie hopen we terug te zien in de uitwerking van de mobiliteitsvisie. Dank u wel. De heer Scheringa, PvdA: Veel is al gezegd. Ik zou eigenlijk gelijk naar vraag 4 willen. De vragen 1, 2 en 3 hebben de vorige fracties al aangegeven. Ik denk dat vraag 4 de kern is van wat er nu is. De indieners van het bespreekpunt geven namelijk aan bekend te zijn met straatraces in de gemeente en dat geprobeerd wordt passend te handhaven, maar dat het niet afdoende is. Ik vraag me af: hebben ze daar onderzoek naar gedaan? Zouden ze dan die gegevens met ons kunnen delen? Of moet het probleem eerst helder worden en is er daarom een inventarisatie door het college nodig? Wat ik mis in het voorstel van die inventarisatie is onderzoek hoeveel overlast er nu is en wat er nog te verwachten valt aan overlast en ook hoe het met de handhaving gesteld is. Hoe efficiënt en effectief is die handhaving, kan dat nog verbeterd worden? Dat lijkt mijn fractie de meest geschikte manier om straatraces tegen te gaan, voordat je naar ruimtelijke maatregelen gaat kijken. Ik ben wel benieuwd hoe het college naar inzet van ambtelijke capaciteit, die benodigd is voor deze inventarisatie, kijkt.
Komen andere taken, zoals OV voor 65-jarigen of het onderzoek naar de N209, in de knel door deze extra inventarisatie? Graag een reactie van het college in hoeverre een inventarisatie belemmerend werkt voor andere taken en welke taken hier dan vertraging zouden kunnen krijgen. Vooruitlopend op het antwoord van het college lijkt een kleinere inventarisatie van straatraces in combinatie met overlast en handhaving ons voldoende. Mocht uit de inventarisatie de noodzaak komen voor ruimtelijke aanpassing, dan kunnen we die op dat moment bespreken. Ik ben ook benieuwd hoe andere fracties daarover denken, maar ik heb al wel het e.e.a. gehoord. Tenslotte vraag 5: ja, wij kijken ook uit naar de reactie van het college. Tot zover. De heer De Ruiter, CDA: Om gewoon de vraag te beantwoorden. We zijn het eens met de initiatiefnemers dat de straatraces gevaarlijk zijn en overlast veroorzaken voor de omgeving en voor de omwonenden. We hebben de films ook gezien. Het kan gewoon niet, dat geluid. We delen deze mening, vraag 2. Verkeerskundige maatregelen lijkt ons hier de meest effectieve. Op de vraag of het CDA het eens is dat deze maatregelen tijdelijk, verplaatsbaar en betaalbaar moeten kunnen zijn, is het antwoord: ja, daar zijn we het mee eens. We vragen ons echter wel af, net als GL, wat indieners van het bespreekpunt hier onder betaalbaar verstaan.
Om vraag 4 te beantwoorden, punt 1: ja, we zijn het hier mee eens. Punt 2, we zijn van mening dat er vooral aan tijdelijke en verplaatsbare oplossingen moet worden gedacht. Als laatste punt 3, hier sluit het CDA zich bij aan. Dat er haast moet worden gemaakt is duidelijk, vooral omdat ’s zomers deze straatraces plaats vinden. Dit is niet de enige plek in de gemeente waar geluidsoverlast veroorzaakt wordt door motoren en het ook wordt ervaren door omwonenden. Dat is des te meer reden voor het CDA om stevig in te zetten op het oplossen van het probleem. Wij zijn ook benieuwd naar de reactie van het college. Beantwoording college Wethouder Muis: Benieuwd naar de reactie van het college, ja, ik was ook benieuwd naar de discussie van de commissie. Die heb ik wel deels gehoord, maar ik denk dat als ik de reactie van het college geef, dat we wel met elkaar een stuk verder komen misschien richting een oplossing. Dus laat ik dat maar doen. Ik loop even de vragen af hoewel alleen vraag 5 voor ons is, maar het is handig opgesteld, dat het eigenlijk over alles gaat. Natuurlijk is het college het ook eens, dat het een risico is en een gevaar en niet in de minste plaats voor de deelnemers aan de races zelf. De tijdstippen, de locaties zijn zo uitgekozen, dat er zo min mogelijk mensen aanwezig zijn, die eventueel melding kunnen maken van illegale straatraces.
Overlast is wel storend, zo kan je het ervaren, en het geeft een gevoel van onveiligheid. Het mag ook niet, zonder vergunning is het gewoon niet toegestaan. Dan over de handhaving, dat kwam ook in uw bijdragen terug, die handhaving. Ik kan er nu niet op ingaan, want u heeft er een uur lang met de verantwoordelijk portefeuillehouder, de heer Van de Stadt, met elkaar over van gedachten gewisseld, wat hij allemaal doet, dus het lijkt me niet verstandig om dat er nu ook bij te betrekken. Natuurlijk wel straks in het uiteindelijke voorstel, dat u graag zou willen dat het college gaat uitvoeren. Volgens mij moeten we nu even inzoomen op de ruimtelijke maatregelen, dat is ook de insteek van het bespreekstuk, van de indieners. Ik zie de heer Meuldijk knikken, dus we gaan even verder met die ruimtelijke maatregelen. Moeten die genomen worden om die straatraces te ontmoedigen of te voorkomen? We zijn het eens dat bijvoorbeeld vrachtauto-vriendelijke verkeersdrempels en versmallingen het minder aantrekkelijk maken om op die locaties straatraces te organiseren, dus dat werkt ontmoedigend. Wel is daarbij het risico, dat men op zoek gaat naar alternatieve locaties. Om een kat en muis spel te voorkomen, is het ook wenselijk dat we op basis van omgevingsaspecten wegvlakken betitelen of aanmerken als risicovol voor straatraces en daar dan soortgelijke maatregelen treffen.
Nou is het gelukkig niet zo, dat we dat allemaal niet weten, of dat het overal in de gemeente maar plaats zou kunnen vinden. Er is wel een aantal kenmerken, die uitnodigen om races te houden. Lange rechte stukken zonder verkeersmaatregelen, overzichtelijke kruispunten, ver weg of uit het zicht van de bewoonde wereld. Het is aannemelijk dat dat alleen op bedrijventerreinen is. De klachten zijn alleen
8/24
bekend op bedrijventerrein Prisma en de Cyclamenweg in Bleiswijk. De wegen die zich hiervoor lenen zijn in principe beperkt. Dat maakt ook, dat een brede inventarisatie niet perse zinvol is, niet vanuit de kennis die er al is bij de ambtelijke organisatie. Dan tijdelijk, betaalbaar, verplaatsbaar. Daar is al op ingegaan: wat is dan betaalbaar, wat is dan tijdelijk? De ervaring is dat verplaatsbare maatregelen net zo duur zijn als permanente maatregelen. Dan zou je zeggen: dat is een gelijke keuze. Dat is ook weer niet helemaal waar, want verplaatsbare maatregelen zijn onderhoudsgevoeliger, dus daar heeft de organisatie meer omkijken naar. Vanuit het college zou de voorkeur uitgaan naar permanente maatregelen, die ook de regulier bedrijvigheid op een bedrijventerrein niet of nauwelijks negatief beïnvloedt. Dus als je het permanent doet, dan weet men daar ook beter mee om te gaan. Wil het college een inventarisatie maken van straten, wegen of weggedeelten? Ambtelijk is er dus al een goed beeld van de locaties waar het om gaat, dus wij zijn er niet voor om daar een heel uitgebreid onderzoek naar te doen. Dan kom ik ook op het punt van de capaciteit. Capaciteit kan je niet onbeperkt inzetten, dus het gaat ten koste van iets anders.
Ik kan nu niet aangeven ten koste van wat dan, maar het mag duidelijk zijn dat het zinvoller is dat de commissie het wat kleiner en meer behapbaard te maken. Met vraag 5 vraagt u het college hier bepaalde toezeggingen te doen. Ik denk dat het misschien verstandig is, dat geef ik u in overweging of in elk geval de indieners, om te kijken of ze het zelf al dan niet met ambtelijke ondersteuning, een slag verder kunnen krijgen om op basis van de bekende locaties, de mogelijke fysieke maatregelen en ook een kosteninschatting en dan daarna via een motie of een voorstel met de financiële gevolgen het college opdracht te geven om dit verder uit te gaan voeren. Neem dit in overweging. Het scheelt ook weer ambtelijke capaciteit als we het op deze manier misschien iets verder kunnen brengen met elkaar. Dan kijk ik nog even naar alle inbreng, of ik nog specifieke zaken heb gemist. Volgens mij tikt het wel een hoop van de vragen af. Meneer Van der Stad, de verkeerssituatie is een paar jaar terug aangepast op Prisma. Op de Cyclamenweg is in het verleden ook gewerkt met tijdelijke maatregelen, er zijn dus al wat dingen uitgeprobeerd, die ervaring zouden we mee kunnen nemen, zou u mee kunnen nemen in wat zinvol is om in deze fase te doen. Dank u wel. Tweede termijn De heer Meuldijk, L3B: Allereerst dank aan de wethouder voor de beantwoording.
Ik loop het even met u door, er waren ook vragen van de commissieleden over betaalbaar. Misschien moet ik preciseren wat ik daarmee probeer aan te tonen. Mevrouw Boonstra en ik hebben de gedachte dat we geen dure onderzoeken willen. U noemde het terecht, bij een verkeersonderzoek gaat de teller al lopen. Dat is voor dit soort situaties niet nodig. Ik ben ook blij om te horen, dat was onze verwachting wel, dat er al heel veel locaties in onze gemeente bekend zijn waar dit plaats vindt. Het kan niet overal, het zijn specifieke locaties. Volgens mij hoeft dat allemaal niet veel te kosten. Waar we concreet om vragen is: een samenspel tussen handhaving en verkeersmaatregelen. Wat is wel bijzonder vind, wat ik de wethouder hoor zeggen, dat permanente ingrepen net zo betaalbaar zijn als de verplaatsbare. An sich per investering kan ik me dat nog redelijkerwijs voorstellen, maar een permanente weginrichting aanpassen, dat zegt het al, dat is permanent en dat kan dus verkeershinder geven. Tijdelijke maatregelen kan je ook weer verplaatsen als het zich als een waterbed-effect verplaatst. Op de langere termijn zou dat dan goedkoper kunnen zijn. Wat ik een hele goeie vond is het verkeersveiligheidsplan in Q2, dat werd genoemd door mijn collega van de CU, om daar ook in mee te nemen.
Nogmaals, de locaties zijn bekend, in het verkeersveiligheidsplan kan je plaatsen die bekend zijn, waar je toch al iets wil gaan doen, mee nemen. Maar nogmaals, juist in die tijdelijke maatregelen is misschien wel wat te vinden. Ik wil dan ook graag de handschoen oppakken, ik kijk even naar mevrouw Boonstra, om samen met ambtelijke ondersteuning te kijken, om te verkennen wat dan de mogelijkheden zijn, om te kijken of we daarmee verder kunnen komen en of dat dan een motie moet worden, waarin we een oproep doen hoe we verder komen, dat zien we dan wel. Maar ik denk dat het goed is om met de specialisten binnen deze organisatie in gesprek te gaan. Ik kijk naar mevrouw Boonstra, ik zie haar knikken, dus ik denk dat zij dat steunt. De heer Ruijtenberg, GL: Dank aan de wethouder, dank meneer Meuldijk voor zijn toelichting m.b.t. wat hij betaalbaar acht voor onderzoeken. Hij heeft geen duidelijkheid gegeven m.b.t. wat hij betaalbaar vindt voor de weg-ingrepen, dat blijft als een vraagteken hierboven hangen. Daarbij, als de heer Meuldijk en mevrouw Boonstra een motie gaan indienen die rekening houdt met tijdelijke wegaanpassingen, dan gaat hij ons niet aan zijn zijde vinden. Of je doet het permanent of je doet het niet.
Bij permanente maatregelen, daar zitten wij als GL meer te denken aan het verlagen van de maximum snelheid naar 30km waar mogelijk, als het geen gebiedsontsluitingsweg is. In combinatie met aanpassingen aan de weg, zodat je daadwerkelijk niet harder dan 30km/u daar kan rijden. Dus niet alleen bordjes, maar ook bloembakken, verkeersdrempels. Je doet het of permanent, je doet het goed, of je doet het niet. De heer Meuldijk: Ik hoor het u zeggen en dat is nou juist de opzet. Het is niet de bedoeling om het met permanente ingrepen moeilijker te maken voor vrachtverkeer en ander doelverkeer. Dat is juist niet de opzet, dat is niet de reden van dit bespreekstuk. Ik begrijp wat u daarvan vindt, maar dat is niet onze
9/24
opzet. Onze opzet is echt om het daar aan te pakken waar het op dit moment nodig is, juist in tijdelijkheid. Permanente aanpassingen gaan te belemmerend worden voor het verkeer dat hard nodig is voor onze economie in deze gemeente. De heer Ruijtenberg: Op het moment dat je zegt: we hebben nu een probleem op Klappolder, we gaan daar dingen tijdelijk neerzetten. We hebben het er trouwens niet over gehad dat het vrachtwagens moet belemmeren, want ik begrijp ook wel, dat je het op een bedrijventerrein makkelijk wil maken voor vrachtwagens. Dus we gaan met een verkeerskundige kijken of het een goede verkeersbelemmerende maatregel is, die permanent is en de vrachtwagens niet doet. Maar stel, we gaan daar inderdaad een tijdelijke maatregel neerzetten. Dat doen we dan een jaar, anderhalf jaar. En dan hebben we besloten: nu zijn er geen straatraces meer, we gaan het weghalen. Ja, ik kan wel voorspellen wat er dan een maand later gebeurt, dan zijn die straatraces daar weer terug, want de mensen die dat doen zijn ook niet helemaal achterlijk. Het zijn niet alleen mensen uit Lansingerland, het zijn ook mensen uit Zoetermeer, Delft, noem maar op. Dus tijdelijkheid, het is een slagaderlijke bloeding bestrijden met een pleister, het stelpt misschien even, maar op den duur komt het er gewoon doorheen. Daar wil ik het bij laten.
Mevrouw Maasland, CU: Wij voelen ook niet zo heel veel voor tijdelijke maatregelen, zoals al eerder gezegd. Volgens ons zouden er permanente maatregelen mogelijk moeten zijn, die niet belemmerend zijn voor vrachtverkeer en de calamiteitenroutes. Dus die inventarisatie zouden we alsnog wel graag willen zien. Daarbij ook gelijk de vraag aan de wethouder of het inderdaad mogelijk is om dat mee te nemen in het verkeersveiligheidsplan samen met de analyse van de wegen, die hij zelf ook al noemde. Dank u wel. De heer Jumelet, jr, VVD: Wij zien ook meer in het permanent aanpakken en ook het integraal aanpakken van het probleem, want wat meneer Ruijtenberg al zegt: als ze tijdelijk zijn en we halen ze weer weg, dan zijn ze zo weer terug. Je rijdt op hoge snelheid een rondje door onze gemeente en ze zien zo waar ze wel of niet kunnen, dus ze zijn zo weer terug. Je kan het beter permanent en integraal aanpakken. Daarnaast nog wel een vraag aan de wethouder, want hij sorteert nu een beetje voor op een bepaalde aanpak, maar we horen graag zijn mening over de koppeling met de mobiliteitsvisie en het wegencategoriseringsplan. Dank u wel. De heer Scheringa, PvdA: We denken nog steeds dat handhaving echt het uiteindelijke probleem is, ook permanente en tijdelijke maatregelen. Permanente maatregelen, die je goed kan nemen en het past in je ontwikkelingen en projecten, natuurlijk, moet je doen.
Maar het waterbed-effect is al genoemd. Maar ik denk dat een tijdelijke of permanente chicane misschien voor dit soort mensen nog een extra uitdaging is om harder te rijden en het extra onveilig gaat maken, dus of het ook oplossingen gaat geven, dat weet ik niet. Ik denk nog steeds, de wethouder noemde het ook, de burgemeester heeft een heel verhaal gehouden over hoe hij het aanpakt, met handhaving, op Prisma. Dat klonk heel redelijk en plausibel. Ik denk: daar moeten we op in. Handhaving is een manier om het te stoppen. Als iemand een boete heeft, geen rijbewijs meer heeft, als de auto wordt afgepakt, daar heeft hij meer last van dat als er een plantenbak staat en dat hij denkt: ik ga het in Zevenhuizen doen of in Pijnacker of weet ik waar, en zich daar dood rijdt, God moge het verhoeden. Beetje gek om te zeggen als PvdA. Een inventarisatie vinden wij niet nodig, wij denken dat de wethouder aangeeft dat het goed bekend is. Om het mee te nemen bij verkeersveiligheid, dat we later gaan behandelen, dat vinden wij prima. De ambtelijke capaciteit, als laatste, wij denken dat er andere prioriteiten zijn in de gemeente waar we ons op moeten richten dan een onderzoek.
Maar als L3B en WIJ daar zelf een onderzoek naar doen, wij blijven uiteraard nieuwsgierig naar de uitkomsten, want straatraces mogen niet gebeuren en moeten zoveel mogelijk tegen gegaan worden, naar ons idee met handhaving. Dat was het. De heer De Ruiter, CDA: Ik hoor mijn collega’s praten over onderzoeken, maar aankomende zomer zijn de straatraces er weer en dan hebben we er last van. Dus is het misschien handig om die maatregelen op tijd te nemen? De voorzitter: Ik heb gehoord het verkeersveiligheidsplan, het mobiliteitsplan, misschien dat daar het e.e.a. in opgenomen kan worden. Beantwoording college Wethouder Muis: Dank in eerste instantie aan de heer Meuldijk en mevrouw Boonstra om het samen verder op te willen pakken, ik denk dat dat heel goed is, want ik hoor toch nog wel verschillende geluiden over wel of niet tijdelijk, wel of niet integraal, wel of niet korte of lange termijn. Ik denk dat het heel goed is om dat even naast elkaar te zetten en af te wegen wat de voorkeur heeft of waarvan u denkt dat er een mogelijke meerderheid voor is. Mevrouw Maasland, meenemen in het verkeersveiligheidsplan, die bekende locaties, dat gaan we zeker doen. Dan de vraag van de heer
10/24
Jumelet van de VVD, het mobiliteitsplan, het wegencategoriseringsplan, ja, het lijkt me logisch dat het ook daar een plek vindt, maar dat wil ik meenemen en opnemen met de wethouder verkeer en terug naar de ambtenaren en het college, maar daar gaan we ook naar kijken. De heer Scheringa gaf het al aan, handhaving, ja, volgens mij heeft de burgemeester aangegeven, dat hij er bovenop zit en dat hij in goed overleg is met de politie. Het blijft gewoon een hardnekkig probleem, dat lastig aan te pakken is, maar daar moet je ook op inzetten, dus het zal toch een combinatie moeten zijn. Meneer De Ruiter tenslotte, ook niet voor een grote, brede inventarisatie, liever een beetje lean and mean en snel, omdat we intern toch al weten waar precies de problemen zitten. Daar ben ik het helemaal mee eens. Mevrouw Boonstra, WIJ: Ik wil mijn collega’s van de andere fracties bedanken voor de input. Wij nemen de handreikingen van de wethouder aan en gaan met de ambtelijke organisatie aan de slag om uit te vinden wat het beste is om de straatraces tegen te gaan. Ik dank u wel. De voorzitter: Dat is een toezegging vanuit de commissie, dat is een hele goeie. Ik heb dat begrepen, we zien met veel belangstelling tegemoet wat dan het eindresultaat gaat worden. In afwachting. Dank u. 6.
Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Vaststelling paraplubestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Biomassa” De voorzitter: Even nog in herinnering roepend. In april 2021 hebben we als raad het handelsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland vastgesteld. Ook in de omgevingsvisie is het e.e.a. naar voren gekomen. Met andere woorden: het is niet wenselijk om een biomassa gestookte installatie te hebben. Met dit bestemmingsplan wordt het e.e.a. uitgesloten, zoals een ieder heeft kunnen lezen. Ik ben benieuwd naar de reacties van de fracties. De heer Duk, GL: Laat ik eens positief beginnen. Wat fijn dat het college nu de motie 2021-010 van GL uitvoert, waarin wij vragen om biomassacentrales te verbieden, ondanks dat hij nipt niet was aangenomen. Gezien de maatschappelijke discussie over de luchtkwaliteit, hernieuwbaarheid van de brandstoffen, de vraag of dit hout niet nuttiger kan worden gebruikt, de impact op natuur en alle vervoersbewegingen die nodig zijn om dit hout naar de verbrander te brengen, ben ik blij dat het college dit voorstel doet. Uiteraard had GL graag gezien, samen met Rotta, dat er voor een lagere drempel was gekozen dan de 130kW uit het voorstel. Mijn vraag aan het college hierover is tweeledig.
Waarom is er voor dit wattage gekozen? Wat zou er gebeuren als de raad dit omlaag brengt via een amendement? Al heb ik uiteraard goede hoop, dat er van uitstel afstel komt als het gaat om de omgevingswet, toch ben ik benieuwd wat er met dit bestemmingsplan gebeurt als deze wet wordt ingevoerd. Waarom is er voor gekozen om een bestemmingsplan te maken i.p.v. een omgevingsplan? Wie heeft er de beslissende bevoegdheid als er na de invoering van de omgevingswet een aanvraag komt voor een biomassacentrale via een buitenplanse activiteit? Heeft de raad dan bindend adviesrecht? Of ligt deze beslissing bij het college? Verder wil ik weten of er in zo’n geval burgerparticipatie moet plaats vinden. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: U zei het zelf al, voorzitter, tijdens het vorige college heeft de raad het handelsperspectief biomassaverbranding voor de glastuinbouw in Lansingerland vastgesteld. Daarin was ook opgenomen dat de bouw van de nieuwe, houtige biomassa gestookte installaties onwenselijk zijn. In diezelfde raad is ook een motie aangenomen. Dat betrof een moreel appel om biomassacentrales af te bouwen en uitstoot te reduceren. Het is mooi om te constateren, dat er na de aangenomen motie een gesprek is geweest tussen de vergunninghouders en dat zij ervoor hebben gekozen om de reeds verleende vergunningen niet te realiseren.
Ook de fractie van het CDA is van mening, dat de realisatie van nieuwe houtige biomassa gestookte installaties terecht niet passen in het energietransitieproces. Samengevat: de CDA-fractie is positief over het voorliggende paraplubestemmingsplan biomassa. Dank u wel. De heer Van der Stad, D66: Mooi dat na de unanieme uiting van deze commissie in 2021 omtrent het niet meer willen toepassen van nieuwe biomassacentrales op ons grondgebied, dat dit nu middels dit plan wordt afgedekt. Daarbij afgezien van 130kW, gericht op eigen gebruik. Dank gaat naar het college uit voor het in gesprek gaan met de sector en het delen van onze bezwaren omtrent de toepassing van biomassacentrales. Het stopzetten van de landelijke subsidies maakt dat de centrales sowieso geen goede investeringen zijn, maar toch. De boodschap is bij de sector goed aangekomen met wat wij vinden van onze omgeving en gezondheid. Wat betreft het plan kunnen wij kort zijn: het is wat ons betreft een hamerstuk. Dank u wel. Mevrouw Maasland, CU: We kunnen er heel kort over zijn. We zijn blij met dit paraplubestemmingsplan. Bij de bespreking van het handelingsperspectief biomassaverbranding hebben we uitgesproken dat we hoopten dat de gemeente wat scherper was geweest of zou zijn dan het morele appel van toen. Met dit
11/24
paraplubestemmingsplan wordt eigenlijk gehoor gegeven aan deze oproep, waarvoor dank aan het college. Voor ons is het ook een hamerstuk. De heer Zantman, WIJ: Wat mijn fractie betreft is inderdaad biomassa nog steeds een stap terug in de tijd. Het past niet echt in een duurzame transitie. Wij juichen dit paraplubestemmingsplan toe. Wat ons betreft een hamerstuk. De heer Blonk, L3B: Ik kan natuurlijk allerlei teksten die in het voorstel staan herhalen en oplezen, maar daar heb ik geen behoefte aan. Het is voor ons gewoon een hamerstuk. De heer Azzouzi, PvdA: De PvdA is ook blij met dit stuk. Echter, wij hebben nog 3 vragen. Bij de maatschappelijke uitvoerbaarheid valt op dat de participatie geregeld d.m.v. een email. Is dat de participatie die wij willen? Is dat gebruikelijk? Dat is mijn vraag. Tweede vraag: weten wij hoe andere gemeenten, omringende gemeenten, met dit thema omgaan? Weet de wethouder dat? Wordt dat ook afgestemd met de buren? De derde vraag is een juridische vraag over het proces. Na het nemen van het besluit is ook een termijn voor het indienen van een beroep. Uit de stukken was niet duidelijk hoeveel weken of maanden dat is. Dat is onze vraag. Dank u wel. De heer De Graaf, VVD: Het voorliggend paraplubestemmingsplan is logisch en volgt op eerdere besluiten die we hebben genomen over dit onderwerp, dus goed dat het er ligt.