CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV22.0121] Verslag van de raad van 24 november 2022

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling van het verslag van de vorige vergadering18.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Maar na die tijd zijn er vele logistieke bedrijven bij gebouwd, zoals Zalando, Jumbo in Bleiswijk, dus de behoefte zal alleen maar groter zijn geworden. Hoe vaak hebben we als commissie ruimte al gesproken over initiatieven van o.a. bedrijven als Bunnik en Kafra? Zelfs is er een bijeenkomst geweest met gesloten deuren waar diverse locaties naar voren werden geschoven als potentiële locatie om internationale medewerkers, want zo noemt Kafra de arbeidsmigranten het liefst, zouden kunnen huisvesten. Maar dit alles heeft tot nu toe tot niets concreets geleid. Nu blijkt, zo gaf de 11/19

wethouder onlangs aan, dat het toetsingskader niet werkt. Ik heb ergens gelezen, dat een jaar na de startfase er een evaluatie plaats zou vinden. Er zou geëvalueerd worden t.a.v. de effecten van het gemeentelijk beleid en kijken of er bijsturing nodig zou zijn. Maar dit heeft niet plaats gevonden. Om deze zaak vlot te trekken is het een goed voorstel van L3B, die met deze motie is gekomen, om zo snel mogelijk een aangepast toetsingskader ter vaststelling aan de raad voor te leggen, want er moet iets gebeuren. Daarom heeft de CDA-fractie deze motie mede ondertekend. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: De PvdA was ook bijzonder tevreden met het rekenkamerrapport ‘bouwen in beweging’, onderzoek naar het woonbeleid. De heer De Graaf sprak over: feedback is een cadeautje. Voor ons was het vooral een feest van herkenning. We herkenden het feit, dat er inderdaad toch enige achterstand is ontstaan als het gaat om het bouwen voor lagere en midden inkomens. Dus blij met de aanbevelingen en ook blij dat we nu vooruit gaan kijken en daarmee aan de slag gaan, ook op basis van de woonvisie die we hebben vastgesteld. De motie van de heer Blonk en de collega’s en mijzelf is al voldoende toegelicht, dus daar zal ik verder niets meer op zeggen, maar ook wij zijn natuurlijk van harte mede indiener.

Er is grote behoefte aan snel woningen bouwen voor de mensen, die hier hard werken in de kassen en op andere plekken. Dank u wel. Mevrouw Den Heijer, D66: Een goed rapport met goede aanbevelingen om op te pakken, die omarmen wij allemaal, daar gaan we ook mee instemmen. Wij waren eigenlijk van mening, met deze aanbevelingen moet het college verder en daar hebben ze hun handen al vol mee. Zo had ik ook een beetje die motie gelezen, zo van: moet dat ook nog een keertje, wordt dat niet een beetje veel. Maar nu ik uw uitleg hoor, van de heer Jumelet ook, dat we met elkaar dat gesprek aan moeten gaan, dat het toetsingskader nu teveel remmend is, terwijl je eigenlijk wil ontwikkelen, ja, zijn we toch wel van mening dat we die motie kunnen ondersteunen. Daar wil ik het bij laten. De heer Markus, CU: Inderdaad een prima rekenkamerrapport, met de conclusies en aanbevelingen kunnen we weer vooruit als gemeente, dan kunnen we vaart maken op dit dossier. Wat betreft de motie, die is prima in lijn met onze woordvoering in de commissie, daar heb ik niets aan toe te voegen, dus die zullen wij van harte ondersteunen. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ik zal het heel kort houden. Een prima rekenkamerrapport, prima aanbevelingen die het college over gaat nemen, een prima motie, die gaan we steunen. De voorzitter: Kijk, daar houd ik van. Heerlijk, hoor ik naast me.

Als de griffier tevreden is, dan is dat een groot compliment. Beantwoording college Wethouder Muis: Fijn te horen, dat u het zo met elkaar eens bent. Ook dank voor de motie. Ik zie het ook zeker als steun in de rug, maar misschien als een cadeautje, dat maakt het nog mooier in deze tijd. Maar goed, we zijn het met elkaar roerend eens, raad en college, dat wij zo snel mogelijk huisvesting voor arbeidsmigranten willen realiseren. Houd dat vast voor het vervolg zo, want ik wil u een meenemen in de overwegingen van het college en vanuit mijn portefeuille. De motie lijkt nu te zeggen: als we het toetsingskader aanpassen, dan realiseren we sneller de benodigde huisvesting. Als dat zo zou zijn, dan mag ik hopen dat het vorige college dit al heel snel had gerepareerd en dat we nu deze discussie met elkaar niet hadden. Aangezien we die wel hebben, dat is dus niet perse de oplossing. We gaan natuurlijk wel evalueren, maar om het kader aan te kunnen passen, het beleid aan te kunnen passen, moet je evalueren. Het is goed om te benadrukken, dat het niet zo is, dat je klaar bent met het toetsingskader. Dan begint het eigenlijk pas, want het is niet zo dat als een initiatief door het toetsingskader komt, dat we dan zeggen: die is goedgekeurd, u kunt het uit gaan voeren, want u betaalt het, u heeft de grond, veel succes.

Dan begint het, want dan moet het ook nog planologisch voldoen, milieutechnisch, infrastructuur en niet te vergeten, gezien ook recente discussies over opvang van allerlei doelgroepen, het maatschappelijk draagvlak waar dan vervolgens de raad zich net als vanavond eensgezind achter moet scharen. Dat is wel iets wat vervolgens in gang gezet wordt en waar we met elkaar voor moeten staan. Even los van deze overwegingen is het qua tijd niet mogelijk om 4 maanden beleid en te evalueren, nieuw beleid te maken en dan ook nog weten dat dit tot een snellere realisatie zal leiden. Dat is natuurlijk wel het doel, maar om alles in 4 maanden aan u voor te leggen, dat het goed en zorgvuldig is gebeurd, dat is eigenlijk niet mogelijk. Meer druk op snelheid zorgt ook voor behoefte aan meer capaciteit en ik denk dat die discussie u ook bekend is, daar wil ik het niet op gooien, want we zijn er al mee bezig, wij gaan evalueren, alleen, ik wil u wel even mee geven: niks is gratis en alles heeft prioriteit. Dat werkt natuurlijk niet, dus er moeten wel na de evaluatie keuzes gemaakt worden, die consequenties hebben. De heer Jumelet: Ik vind het toch een beetje ingewikkeld worden op het moment dat het toch wat verder in de tijd wordt gezet.

Maar ook dat er door de wethouder om het toetsingskader heen wordt bewogen, alsof er ook andere zaken zijn die dan wellicht aanleiding zijn voor het afwijzen van initiatieven. Volgens mij zijn wij als raad niet op de hoogte waarom die 8 initiatieven daadwerkelijk afgewezen zijn, dus daar tasten wij over in het duister. Daarom is het belangrijk, dat het woordje 12/19

‘mogelijk’ is aangepast. Het wil niet zeggen dat het aangepast moet worden, maar mogelijk aangepast kan worden. We zijn natuurlijk een beetje op zoek naar waar het aan ligt, dat al de initiatieven die genomen zijn en we komen maar niet van de kant af v.w.b. deze huisvesting. Wat ziet u dan als oplossing op korte termijn om toch op één of andere manier in gezamenlijkheid van de kant te komen? Om het verder in de tijd te zetten, de vraag is: wat ziet u dan als alternatief voor deze motie? Wethouder Muis: Allemaal terecht, wat de heer Jumelet naar voren brengt. Ik kom er ook op in mijn tweede stuk. Ik probeer u even mee te nemen in de overwegingen om vervolgens te komen tot een oplossing. Ik sta hier niet om dingen te ontraden en niets te doen, maar ik sta hier om u mee te nemen in de overwegingen en de aanpak, die hopelijk leidt tot het gezamenlijke doel en het zeker niet in de tijd vooruit te schuiven. Dat kan ook niet, want we hebben initiatieven, die zijn ingediend, waar we iets van gaan vinden, dus dat gaat sowieso niet gebeuren. Als u het goed vindt, dan vervolg ik en dan kom ik vanzelf op de punten van de heer Jumelet. Ik heb in zijn bijdrage ruimte gezien voor het voorstel waar ik zo mee ga komen. Cliffhanger. Ik was er al bijna. Het is inderdaad goed te weten, dat er meerdere initiatieven in de pijplijn zitten, meer dan de 2 die worden genoemd in de motie.

Die procedures moeten juist input geven voor de evaluatie van ons beleid, want je moet wel iets hebben om te kunnen evalueren. Dus we hebben er meerdere nu in de pijplijn zitten, dus ik kom tot ons volgende aanbod en advies. In het kader van samen besturen zou ik graag het aanbod aan de raad doen om in Q1 in een vertrouwelijke sessie, met u te organiseren, inzicht te geven in welke initiatieven er lopen, de status toe te lichten, in elk geval 1 casus daar in te brengen, hopelijk, die verder gaat in de procedure die wij hebben goedgekeurd en 1 die wij niet verder konden laten gaan. Deze sessie kan dan dienen als een tussenevaluatie, kan meer inzicht bieden in het vervolgproces dat daarna gebeurt, meneer Jumelet refereerde er al aan. Het is niet omdat ik er dingen bij haal, maar het zijn zaken die erop volgen, dus waar je mee te maken gaat krijgen. Het is goed dat iedereen zich ervan bewust is wat die volgende stappen in het proces zijn. Zo’n sessie geeft ook ruimte om wensen en bedenkingen t.a.v. het aanpassen van het kader mee te geven. Met dit aanbod is ons advies de motie voor nu aan te houden tot we die sessie hebben gedaan, zodat u kunt bepalen wat een redelijke termijn is en wat er nodig is om het beleid aan te passen. De heer De Graaf: Even voor mijn begrip, om hem even plat te slaan.

Wij stuurden met deze motie aan op een concreter resultaat en verbetering binnen de termijn in de motie, een aantal maanden. Wat u eigenlijk doet is een handreiking om een eerste stap in dat proces te zetten in plaats daarvan, zonder concreet resultaat. Wethouder Muis: Wij hebben nu initiatieven in proces, daar hebben wij een beleidskader voor en daar gaan we ze langs leggen. Die gaan er wel uit komen of niet uit komen. Kijk, de voorbeelden van 8 initiatieven of een initiatief dat 8 keer is aangeboden en 8 keer is afgewezen, ja, als ik 8 keer met een bouwaanvraag kom, die niet past, dan wordt die 8 keer afgewezen. Als je beleid hebt, als je een kader hebt, als het daar niet aan voldoet, dan kunnen we ook niet zeggen: weet je, vooruit, deze is zo sympathiek, die laten we wel doorgaan. Maar ik ben ervan overtuigd, dat er nu initiatieven bij zitten die wel de toets der kritiek doorstaan en daar kunnen we het dan juist met elkaar over hebben en ook over de initiatieven die er niet door komen. Dan is het aan u om aan te geven: dan willen we het beleid veranderen. Maar misschien, zou ook kunnen, komt u tot de conclusie dat het beleid misschien juist veel te ruim is en dat u misschien wel andere eisen wil stellen aan de locatie of de grootte of aan de maatschappelijke impact die het heeft. De heer Blonk: Ik ben een beetje stupéfait van dit antwoord.

Ik vind een aanbod om in Q1 vertrouwelijk te gaan praten over een procedure, ik kan me voorstellen dat dat tweede helft maart is, dan zijn we 4 maanden verder, dat zijn de 4 maanden waar we het nu over hebben. De stroperigheid van de afgelopen jaren zet zich nu door. In de tweede termijn van de raad ga ik een schorsing vragen, want ik wil even met de indieners overleggen hoe we hiermee verder gaan, maar ik ben dus niet tevreden met de antwoorden tot nu toe. Wethouder Muis: Dat vind ik heel erg jammer, want ik probeer nou juist u straks mee te nemen in die overweging. Maar als u zegt: dat willen we niet, graag al besluiten, leg het ons voor. We moeten sowieso evalueren, dat hebben we met elkaar ook afgesproken. Dat staat ook in het antwoord op het rekenkamerrapport, dus dat is sowieso een stap die we moeten zetten. Ik denk dat de raad daar graag de uitkomsten van wil weten voordat wij hier nieuw beleid neerleggen. De heer Blonk: Ik denk dat de wethouder de motie niet goed gelezen heeft. In de constatering staat, de laatste, dat de evaluatie nu dient plaats te vinden om te onderzoeken waar de mogelijkheden liggen. Daarin is het vervolg het toetsingskader. Daar hebben wij het dan over en u doet voorkomen dat wij zeggen: jullie hebben het verkeerd, we moeten eerst de evaluatie doen. Nee, dat hebben we al aangegeven. Wat u aangeeft, dat is niet helemaal correct.

Wethouder Muis: In de motie staat: blijkbaar is het toetsingskader niet adequaat. Dat moet je dus evalueren, of dat zo is. Misschien is het toetsingskader wel adequaat, maar hebben we andere gesprekken te voeren met elkaar of met initiatiefnemers. Ik snap dat u zegt: dit loopt al heel lang. Maar waar ik mee begon: als het zo simpel was, dan was het al opgelost, dan hadden we het er nu niet over. Klaarblijkelijk is er een mismatch tussen wat initiatiefnemers willen en wat wij als raad als kader stellen. Dat is nog niet eens wat ik aangaf, het proces dat erna volgt, want je hebt overal te maken met omwonenden en belanghebbenden, milieunormen et cetera. Het is niet alleen het toetsingskader. In de motie wordt het redelijk teruggebracht tot: als het toetsingskader nou maar oké is, stel dat opnieuw vast, dan gaat het allemaal goed. Nou, ik zou het ook willen, maar ik ben bang dat het niet zo gaat werken. De heer Jumelet: Waar ik toch een beetje mee worstel, dat is ook de worsteling van de heer Blonk, dat vermoed ik zomaar, dat is de tijdsspanne waarin dit plaats vindt. Ik kan me niet voorstellen dat het college, of u als wethouder, geen beeld heeft van wat er in de afgelopen periode op 13/19

dit dossier heeft plaats gevonden, de redenen van afwijzing. Volgens mij is dat toch vrij simpel op tafel te krijgen, daar ga je geen maanden over doen. Dat is wat de motie zegt: dat de evaluatie nu dient plaats te vinden, om te onderzoeken waar de mogelijkheden liggen. Laat ik een vraag stellen. Heeft u een beeld van waar het tot nu toe mis gegaan is bij de toetsing van de voorliggende plannen, waar het aan ligt waarom het niet gekomen is tot verder brengen van? De voorzitter: Ik geef even aan, dat er via de voorzitter gesproken wordt, beiden heeft u de neiging om je en u te gebruiken naar elkaar en niet in mijn richting. Even voor de helderheid, anders gaan we hier straks op de vuist. Wethouder Muis: Ik denk dat de heer Jumelet nu graag de discussie met ons aan wil, de evaluatie nu vanavond wil gaan doen. Ik denk dat het niet handig is om dat nu te doen. Ik wil juist in het nieuwe jaar op basis van de initiatieven die er zijn geweest, die er lopen, die er niet doorheen gekomen zijn met u kijken: wat betekent dit voor het beleidskader? Los daarvan, we hebben nu een beleidskader, dat is vastgesteld. Wij zullen de initiatieven die er nu liggen moeten toetsen, ik wil u daarin mee nemen. Het hoeft niet, het is een aanbod. Wij gaan sowieso evalueren, wij gaan sowieso initiatieven goedkeuren of niet goedkeuren en dan komt dat naar u toe.

Ik probeer u hier een handreiking te doen om meer inzicht te bieden. De heer Jumelet: Waar ik een beetje moeite mee heb, is dat de wethouder nu veronderstelt, dat ik nu op dit moment wil gaan evalueren, maar dat is helemaal niet aan de orde. Wat ik aan de orde stel, is dat ik vermoed dat de wethouder een beeld heeft van wat waarom zaken niet gegaan zijn zoals ze hadden moeten gaan of waarom ze afgewezen zijn. Ik vraag dat niet op dit moment, maar volgens mij kunt u tempo maken in het proces, want het moet toch gewoon op te vragen zijn bij de ambtelijke organisatie. Ik begrijp het probleem niet, waarom u zoveel tijd vraagt of wilt, terwijl wij eigenlijk het proces in 4 maanden gelopen willen hebben. Wethouder Muis: Ik vertel de raad niets nieuws als ik vertel dat de capaciteit natuurlijk beperkt is. Als we de mensen die nu met die verschillende initiatieven bezig zijn nu à la minuut op de evaluatie gaan zetten, dan gaan die initiatieven langer duren. Wij willen voortgang maken, wij willen aan de hand van de lopende initiatieven het net ophalen, wat er eventueel aangepast kan worden. We willen dat met u delen, zodat we goed, zorgvuldig nieuw beleid kunnen maken.

Ik ben er niet voor om dat hapsnap te doen en dat we dan over een aantal maanden weer constateren dat het niet werkt of dat het veel te ruim is of dat we allerlei ongewenste situaties krijgen, waar u zich vervolgens ook over moet buigen, waar de raad zich over moeten buigen, omdat het natuurlijk echt wel maatschappelijk impact heeft als je op een plek 300 arbeidsmigranten gaat huisvesten en de inschatting 1.200 die we ongeveer zouden willen huisvesten, dan heb je het over 4 locaties van 300 mensen of 8 locaties van 150 mensen. Ik wil u daar graag in meenemen, in die overwegingen. De heer Markus: Voordat we er nog meer woorden aan vuil maken, probeer ik het voor mezelf samen te vatten. U doet het aanbod om met een bespreking te komen, waar u de uitkomst van de evaluatie neerlegt en een voorstel doet of eventueel het toetsingskader moet worden aangepast. Dat hoor ik u zeggen. Als u zegt: dat ga ik binnen 4 maanden doen. Volgens mij komen we dan al heel erg bij elkaar, want als uit de beeldvorming blijkt dat het toetsingskader moet worden aangepast, dan kunnen we een maand daarna het toetsingskader vast stellen. Dan denk ik: 4 maanden moet dan toch lukken? Wethouder Muis: Ik volg het een heel eind tot het punt hoelang het kost om het beleidskader aan te passen. Maar inderdaad, zoals de heer Markus schetst, zo zie ik die aanpak ook voor me.

De sessie is eigenlijk een soort tussenevaluatie op basis waarvan we het beleid kunnen aanpassen. Dan is het goed, als we die sessie hebben gehad, om aan u aan te geven wat er voor nodig is om het beleid aan te passen. Ik vind dat ook heel vervelend, ik zou dat ook veel sneller willen, maar ik heb wel te maken met mensen en middelen, die ik van andere projecten af moet halen of dat we ergens bij moeten spijkeren, ook prima, maar dan wil ik dat wel graag aan u voorleggen, even separaat van die evaluatie. Dank u wel. De heer Blonk, L3B: Ik wil even schorsen. Ik wil even overleggen met de woordvoerders van de 8 fracties. De voorzitter: Heeft u aan 5 minuten genoeg? 10? We doen 10 minuten. Ik schors de vergadering voor 10 minuten, dat is tot 8 minuten voor tien. Schorsing De voorzitter: Er zijn 10 minuten voorbij. Ik heropen de vergadering. Tweede termijn De heer Blonk, L3B: De wethouder gaf in de beantwoording eerste termijn aan, hij heeft het over de evaluatie gehad. Wij hebben net in overleg met de woordvoerders gezegd: de toezegging van de wethouder dat hij binnen 4 maanden de evaluatie doet en naar de raad brengt en dat het mogelijk consequenties heeft voor het toetsingskader, dat het mogelijk wel of niet veranderd kan worden, dan denk ik dat we bij elkaar gekomen zijn. Dat is wat ik aan wil geven.

In die zin zijn we er samen uit, dat we binnen 4 maanden dat urgente probleem op kunnen lossen. De voorzitter: Heeft dat consequenties voor de motie? De wethouder stelde voor die aan te houden tot na die evaluatie? De heer Blonk: De motie houden we er gewoon in, die houden we niet aan. Ik heb net met de wethouder gesproken en die heeft het daarover met mij niet gehad. 14/19

De heer Jumelet, WIJ: Heel kort. Wij vinden het heel belangrijk dat dit onderwerp heel snel op de agenda komt en dat we tot iets gaan komen. In die zin ben ik blij dat we als raad richting het college, dat zit in ons DNA, wij zoeken graag de overeenkomsten, blijkbaar het college ook, dus dat is mooi. Dat we tot elkaar gekomen zijn en dat we de motie in stemming kunnen brengen. Ik vermoed zomaar dat er een meerderheid is en dat het een stok achter de deur is, want het uiteindelijke doel is om migrantenhuisvesting zo spoedig mogelijk van de grond te krijgen in onze gemeente. Het gaat niet om een evaluatie of toetsingskader of wat ook, maar uiteindelijk gaat het om goede huisvesting. In die zin ontzettend blij dat we eruit gekomen zijn en dat we wellicht heel snel naar de stemming kunnen. Dank u wel. Wethouder Muis: Dank voor de duidelijke, korte, tweede termijn. Met de toelichting van de heer Blonk denk ik dat we heel goed tot elkaar zijn gekomen. Ik kan zeker die toezegging doen, die ik in de eerste termijn ook heb toegelicht, dat we binnen 4 maanden gaan evalueren. Ik denk dat we die sessie zeker sneller kunnen organiseren, maart werd genoemd, maar zo snel mogelijk naar voren te halen. En ook zonder stok, maar met dit cadeau, denk ik dat we gezamenlijk stappen kunnen gaan zetten. Dank u wel.

De voorzitter: Dan kunnen we naar de stemming, allereerst over het voorstel en dan de motie. Ik open de stemming over het voorstel. Die is met algemene stemmen aangenomen. Dan gaan we naar de motie, ingediend door de heer Blonk. Ook die is met algemene stemmen aangenomen. Dat is het einde van agendapunt 8.b. 8.c Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen Regio Rotterdam De voorzitter: Zeven gemeenten hebben het initiatief genomen om een gemeenschappelijke regeling te maken, waarin de samenwerking juridisch vastgelegd wordt en de uitvoering van de WMO maatwerkvoorziening beschermd wonen wordt belegd bij de gemeente Rotterdam. In de commissie is dit besproken, daar was het beeld dat de commissie positief staat tegenover deze oprichting. Aan bod is gekomen of de vraag of er een raadsrapporteur moet worden aangewezen voor deze gemeenschappelijke regeling. Door het CDA is er een amendement aangekondigd over een aanvulling op de zienswijze en daarover gaat u vanavond besluiten, het amendement en de zienswijze. Mevrouw Bouman, CDA: Ik kom met een amendement, mede namens mijn linker buurman, de heer Alsemgeest van WIJ. Voordat ik op het amendement kom, wil ik even melden waar het over gaat, zeker voor degenen die thuis het e.e.a. beluisteren.

Het gaat over beschermd wonen, dat betreft bewoners die psychisch dan wel psychisch sociaal nog niet in staat zijn om zelfstandig te kunnen wonen en die daarin begeleid gaan worden. Het amendement gaat luiden. Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen Regio Rotterdam, waar wij in december vorig jaar en in de afgelopen commissie samenleving uitgebreid over hebben gesproken. A2022-053 De raad van de gemeente Lansingerland in vergadering bijeen, ondergetekenden stellen het volgende amendement voor. Het raadsbesluit vast te stellen, met dien verstande dat aan het slot van de zienswijze, met kenmerk U22.04679, de volgende zin wordt toegevoegd. 'Tevens vragen wij het college ons en omwonenden (waaronder ook bewoners van nieuw te realiseren woonwijken) te informeren als er een nieuwe locatie gevestigd gaat worden voor deze doelgroep.' Even een korte toelichting. Momenteel hebben wij 14 wooneenheden beschikbaar aan de Frans Halslaan te Bleiswijk voor de doelgroep beschermd wonen. Ongeveer 30 jaar geleden werden de senioren woningen beschikbaar gesteld voor deze doelgroep. Perspectief heeft in oktober 2019 deze wooneenheden overgedragen aan de Stichting Pameijer. Van de overgang van senioren woningen naar woningen voor beschermd wonen zijn omwonenden niet geïnformeerd.

Per brief heeft Pameijer omwonenden in oktober 2019 geïnformeerd; een telefoonnummer van de locatie en een kennismaking zouden nog volgen. Dit heeft nog niet plaatsgevonden. Wij hechten aan een goede communicatie en vinden dat omwonenden in de toekomst beter geïnformeerd moeten worden. Ik ben heel benieuwd hoe de overige fracties hiernaar kijken. Het gaat om de communicatie over een belangrijk onderwerp. En ik ben benieuwd naar de reactie van de wethouder. Dank u wel. De heer Lieverse, CU: De opmerkingen van het CDA vinden wij nogal een open deur. Dus oké, akkoord. Voor ons had het na de commissiebehandeling al geregeld kunnen zijn, zonder dat we daar in de raad nog eens op terug moeten komen. Mevrouw Verhoef, PvdA: Onze fractie vindt het ontzettend belangrijk, dat er voldoende woningen voor deze doelgroep zo snel mogelijk worden gerealiseerd. En dat er ook meer woningen zijn voor de uitstroom van deze personen als ze niet meer in deze woningen hoeven te wonen. Ik denk dat anderen dat ook met mij vinden. Natuurlijk is het logisch dat als er zo’n nieuw initiatief komt, dat omwonenden hierover worden geïnformeerd. Dus communicatie lijkt ook voor mijn fractie heel belangrijk, maar ook 15/19

wel een open deur. Wij willen ook zeker niet dat daarmee, we willen eigenlijk dat het ervoor zorgt dat huisvesting juist makkelijker, beter en beter ingepast wordt gerealiseerd. In die zin kunnen we het amendement wel steunen, maar het moet zeker stimulerend werken voor wat we uiteindelijk willen, namelijk deze mensen woningen bieden in een normale omgeving. Dank u wel. De heer Erwich, L3B: We kunnen kort zijn, want we hebben het uitgebreid in de commissie besproken. Omdat dit eigenlijk een verduidelijking is, heb ik toch nog wel een vraagje. Als ik de zin lees, die u bij wilt voegen: tevens vragen wij het college ons. Wie is dan ons? Ik zou dat graag duidelijker benoemd willen hebben. Als ik dan verder ga, over de locatie, dan zegt u: dat willen we verduidelijkt hebben, wat die locatie precies inhoudt. Het gaat over de gevestigde doelgroep. Ik lees even een zinnetje voor. Ongeveer 30 jaar geleden werden de seniorenwoningen beschikbaar gesteld voor deze doelgroep. En daarboven schrijft u: in Bleiswijk zijn in de Frans Halsstraat 14 woningen voor de doelgroep beschermd wonen. Ik vind dat nogal verwarrend. Dus ik zou ook willen zeggen: zet gewoon neer welke doelgroep u bedoelt. Dan is dat duidelijk, zeker omdat u duidelijkheid wilt scheppen. Ik denk dat daar nog wel iets te winnen valt.

Voor de overgang van de seniorenwoningen zegt u: bij de overgang van seniorenwoningen naar woningen beschermd wonen zijn de omwonenden niet geïnformeerd. Dan schrijft u direct erachter: per brief heeft Pameijer omwonenden in oktober 2019 geïnformeerd. Bent u nou het woordje ‘vooraf’ vergeten of is het mij gewoon compleet onduidelijk? Dat wilde ik eigenlijk even toevoegen. Dank u wel. De heer Alsemgeest, WIJ: Zoals u en een aantal anderen al memoreerden had dit voorstel al na de commissie eigenlijk als hamerstuk door kunnen gaan, ware het niet dat mevrouw Bouman graag een aanvulling wilde betreffende de communicatie over dit soort dingen. Onze fractie vond dat ook een heel goed punt. Sommige mensen vinden het een open deur. Soms is het goed om open deuren even beschreven te hebben, dan kunnen we daar de volgende keer gewoon rekening mee houden. Tot zover, dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Dit amendement heeft binnen de fractie van GL best wat discussie opgeleverd. Aan de ene kant begrijpen we dat je als gemeente open en transparant wilt zijn, dat je de bewoners wilt informeren, dat je goede communicatie moet hebben en dat je ook belang hecht aan veiligheid van bewoners, die geconfronteerd worden met beschermd woonprojecten. Aan de andere kant, mensen die in Pameijer beschermd wonen zitten, dat zijn gewoon mensen.

Weliswaar met psychische of psychisch sociale klachten, maar wel gewoon mensen. Ik spreek uit ervaring, ik heb een familielid die heel lang beschermd heeft gewoond in een Pameijer opvang. Daar is de buurt nooit geïnformeerd, daar is nooit een probleem geweest. Diep in mijn hart vind ik, als je mensen ervoor gaat waarschuwen, dan ga je eigenlijk een soort stigma opwerpen: kijk uit, dit zijn mensen met mogelijke aandoeningen, er kunnen misschien vervelende opmerkingen gemaakt worden en dat dit uist voor de mensen van de doelgroep, die beschermd zouden moeten wonen, een onveilig gevoel gaat opleveren en dat het daarom niet beschermd zou zijn. De heer Alsemgeest: Nu doet de heer Ruijtenberg het een beetje voorkomen als zijnde negatief, maar dat was vanuit ons oogpunt helemaal niet de bedoeling. Ik denk dat het goed is als je geïnformeerd bent over dit soort dingen, dat mensen beschermd wonen bij jou in de buurt, zodat je er wat meer zorg voor kunt hebben en dat je meer begrip gaat tonen voor mensen die op een andere manier zouden kunnen reageren dan als hoe wij dat zelf zouden doen. Dank u wel. De heer Ruijtenberg: Dat kan. Het kan ook dat mensen er negatief op reageren of die buurtje gaan pesten of belletje aan trekken om te kijken wat er gaat gebeuren. Dat kan. Het ene kan, het andere ook.

Hadden wij hier met zijn tweeën gezeten, dan zouden wij verdeeld gestemd hebben in deze kwestie. Nu hebben wij de compromis dat wij besloten hebben om het oordeel van de wethouder af te wachten en daarop baseren wij uiteindelijk onze beslissing. Mevrouw Heijblom, D66: Wat ons betreft was het eigenlijk ook een hamerstuk in de commissie, maar dat neemt niet weg dat ik het amendement van mevrouw Bouman en de heer Alsemgeest wel waardeer. Volgens mij willen we allemaal onze buren kennen, dat is best fijn. Ik ben het niet helemaal met GL eens, ik snap het wel hoor. Ik snap wel wat GL probeert te zeggen. Aan de andere kant denk ik: bij beschermd wonen kan het ook om mensen gaan, die daar tijdelijk even wonen, even een steuntje in de rug nodig hebben en uiteindelijk weer in een normale woning terecht komen. Het is juist heel belangrijk, dat we daarmee in verbinding staan, denk ik. Wat mij betreft steunen we dit amendement. De heer Machielse, VVD: Ik kan het kort houden, eigenlijk veel in aansluiting op wat de heer Alsemgeest zojuist zei. Het is goed dat we er in de commissie over gesproken hebben. Er is brede steun in de raad om wel communicatie te doen bij vestiging van beschermd wonen, dus laten we dat maar eens opschrijven voor het nageslacht en in ieder geval ervoor te zorgen dat het goed gaat gebeuren, maar daar hebben we alle vertrouwen in.

Dus dit amendement steunen we en het voorstel, de zienswijze verder ook. Beantwoording college 16/19

Wethouder Cnossen: Dank aan de verschillende fracties voor hun woordvoering en ook het gesprek in de commissie. Ik geef een reactie op het amendement, dat ingediend is door het CDA vanuit het college. U wordt als raad vanavond gevraagd om het college toestemming te geven om de GR in te stappen, vast te stellen. Daarbij geeft u een zienswijze mee aan het college richting de GR. Dus in die zienswijze staan ook dingen die belangrijk zijn voor de hele regio. De open deur of wat het ook moge zijn, de communicatie met omwonenden is altijd waar. In alle plannen, wat je ook gaat doen, of het hoog, laag, dik of dun is, hoe dan ook, moet je met de omgeving communiceren. Maar het is aan u, het is uw zienswijze. Ik geef alleen mee, dat ik het wel ingewikkeld vind om deze zienswijze dan mee naar het AB in de regio te nemen. Dat is mijn overweging. Maar verder is het aan u om uw zienswijze vast te stellen. Tweede termijn Mevrouw Bouman, CDA: Ik hoor toch wel enige positieve geluiden t.a.v. het amendement dat wij naar voren brengen. Even reagerend naar de heer Erwich. Meneer Erwich, de seniorenwoningen, dat zijn de seniorenwoningen zoals ze er altijd geweest zijn. Die zijn toen overgenomen door de stichting Perspectief, daar wisten wij niets van. Helaas hebben wij jaren, helaas moet ik zeggen, enige malen fors overlast gehad. Daarna is in 2019 de stichting Pameijer gekomen.

Die heeft ons wel geïnformeerd, maar verder hebben we niets meer gehoord. Het zou goed zijn als omwonenden regelmatig geïnformeerd worden over de stand van zaken: loopt u nog ergens tegenaan? Tot op heden hebben wij daar nog niets over gehoord. Het woordje ‘ons’, daar bedoelen we mee: de raad. Ons, de raad. De heer Erwich: Waarom schrijft u dan niet gewoon ‘de raad’. Dan is het duidelijk. Ook voor degenen die dit apart gaat lezen. Ook de omschrijving, ik snap het helemaal, ik ken de buurt, ik weet ook welke woningen het zijn. Ik zeg alleen: het is verwarrend. U zegt: er zijn 14 wooneenheden beschikbaar voor senioren. U geeft daar aan, dat het ook voor deze doelgroep is. Welke doelgroep is het dan? Als je het zo achter elkaar leest, kan dat gewoon verwarrend zijn. U wilt verduidelijking, dus als u zegt: die seniorenwoningen waren voor senioren en nu niet meer, dan is het voor iedereen klaar. Dat is alleen mijn vraag: verbeter die omschrijving, zodat het nageslacht ook nog weet dat u dat heeft bedoeld. Mevrouw Bouman: Het is aan de goede lezer om te kijken wat er staat. 2019 en 2022, dat is ongeveer 30 jaar geleden. Toen is er niets gecommuniceerd. Met andere woorden: de seniorenwoningen waren zomaar in één keer weg. Nu hebben we voor de tweede keer een stichting die zich daarmee bezig houdt.

De vraag is alleen, dat wij goed geïnformeerd worden over wanneer ergens, waar dan ook in de gemeente, dat kan een nieuwe woonwijk zijn, dat kan een bestaande woonwijk zijn, dat zowel wij geïnformeerd worden maar ook degenen die straks in de woonwijk komen wonen, want die kunnen ook weer geconfronteerd worden. De heer Erwich: Laat ik het zo zeggen: ik ben het met u eens, ik vind alleen de omschrijving onduidelijk. De voorzitter: U bent het met mevrouw Bouman eens. Mevrouw Bouman: Ik heb het nodige toegeven naar de heer Erwich. Ik heb verder geen vragen. We handhaven gewoon het amendement. Mevrouw Verhoef: Ik wil eigenlijk een interruptie doen op mevrouw Bouman. Op zich heb ik al aangegeven, dat ik sympathiek sta tegenover de motie. Maar ik vraag me af: hoort die in de zienswijze? U vraagt eigenlijk iets aan het college, terwijl de zienswijze zoals wij hem als raad aan het college schrijven bedoeld is om door te geven aan de gemeenschappelijke regeling. We willen eigenlijk de partijen die dit soort beschermd woonprojecten opzetten, aanspreken. Hoe kunnen we dat dan het meest effectief doen? Mevrouw Bouman: Wij reageren namens de raad met dit voorstel aan het college. Laat me even heel helder hebben. De wethouder heeft in de commissie al gezegd, dat het een andere gang van zaken is geweest, dat er nu gelijk een zienswijze bij deze gemeenschappelijke regeling voorstel ligt.

Dus daar reageren wij nu dus op, naar de wethouder, om hier duidelijk rekening mee te houden. We richten ons aan het college. De heer Erwich, L3B: Ik wil dan toch even vragen hoe het college het door gaat koppelen naar de GR, want ‘ons’ is voor mij ‘de raad’ en dat zou ik er graag in willen hebben. Wethouder Cnossen: De vraag van de heer Erwich. Ik heb in mijn eerste termijn aangegeven mijn twijfels bij deze zin bij de zienswijze, omdat het een zienswijze is die ik meeneem onder mijn arm namens u naar de gemeenschappelijke regeling. Om daar in het AB nu iets te vertellen over 30 jaar geleden en niet goed gecommuniceerd, dat is waar ik over twijfel. Maar als u als raad vindt, dat dat in deze zienswijze moet staan, dan zet u dat erin. De voorzitter: Dan zijn we aan het eind van deze bespreking en gaan wij over tot de stemming. In dit geval eerst over het amendement en daarna over het al dan niet geamendeerde voorstel, de zienswijze. Ja, u kunt gaan stemmen over het amendement. Het amendement is met algemene stemmen aangenomen. Dan gaan wij over tot de stemming over het voorstel, de zienswijze. Het voorstel is met algemene stemmen aangenomen. 8.d Motie vreemd aan de orde: Menstruatiearmoede in armoedebeleid De heer Ruijtenberg, GL: Sorry, ik ben wat traag, ik ben nog even het vorige agendapunt aan het verwerken, zoals de heer Philippens zei.

Ik wil graag een motie indienen: menstruatiearmoede in 17/19

armoedebeleid in Lansingerland. Zoals u terecht heeft opgemerkt aan het begin van de vergadering, het is eigenlijk niet de bedoeling dat we iets waar we het de vorige keer over gehad hebben binnen heel korte termijn, maar dan net iets anders, gaan behandelen. Echter, ik heb hier toch de regels ietwat gebogen. Het is namelijk een urgent iets, maar ook iets waar heel veel schaamte over is. Het zit nog steeds in de taboesfeer. We horen vanuit de organisaties die zich bezig houden met hulpverlening, dat hier echt wel vraag naar is. Dat er mensen zijn, meisjes zijn, vrouwen zijn, die vanuit schaamte niet meer deelnemen aan het sociale leven, omdat zij geen menstruatieproducten kunnen kopen. Dat er meisjes op scholen zijn, die niet deelnemen aan gymlessen, omdat ze op dat moment in hun periode zitten en niet aan de gymles deelnemen en soms helemaal niet naar school gaan. We horen vanuit de voedselbank, hoorde ik van mijn collega aan de rechterzijde, dat daar met name vraag is naar menstruatieproducten. Het is iets wat onder de oppervlakte blijft, als mannen weten we het niet, over het algemeen praat je er niet over, het zit echt nog in de taboesfeer. Het is belangrijk dat we dit wel gaan doen en dat we mensen hiermee gaan helpen. Ik wil de motie dan ook voorlezen, alleen het verzoek aan het college.

M2022-044 De aanpak van menstruatiearmoede een onderdeel te laten zijn van het programma Armoedebestrijding van de Gemeente Lansingerland. Indien het college dit noodzakelijk acht een onderzoek naar menstruatiearmoede te laten uitvoeren en in dat onderzoek SchuldHulpMaatje, Humanitas, Kwadraat, de Voedselbank en scholen te betrekken. De gemeenteraad te informeren over de verdere aanpak van menstruatiearmoede en dit niet later te doen dan 31 december 2022. Ik dien deze motie in namens mezelf uiteraard, maar ook namens mevrouw Heijblom van D66, de heer Alsemgeest van WIJ, de heer Lieverse van CU en mevrouw Verhoef van PvdA. De heer Lieverse, CU: Wij zijn mede indiener, zoals mijn buurman al aangaf. De toelichting is niet zo heel erg nodig na wat er de vorige keer al besproken is, maar ik maak graag gebruik van de tekst die ik geleend heb van collega’s van ons in Westland, het CDA Westland. Die stelde namelijk precies een jaar terug dit aan de orde op het moment dat wij het hadden over de motie vreemd Orange the World, dat noem ik toch maar even, anders zouden mensen dat zomaar kunnen vergeten. Toen was het CDA Westland hiermee bezig. Zij stelden toen in de raad. Je kunt het je misschien niet voorstellen, maar er zijn vrouwen en meisjes die geen geld hebben om tampons, maandverband of ander menstruatiemateriaal te kopen, zo’n 10% van de bevolking heeft hier geen middelen voor.

Wij denken dat het in Westland kan worden opgelost. We hebben daarom gekeken hoe omliggende gemeente het hebben gedaan en een vraag indienen bij het college. Ze vertellen vervolgens hoe het in Den Haag gaat, ze geven aan wat de voedselbank aangeeft en ze stellen het college een aantal vragen. Kort daarna besluit het college hier positief op te reageren met het instellen van 7 locaties als MUP: menstruatieproducten uitgifte punt. Wethouder CDA Piet Vreugdenhil ging zelf bij de voedselbank langs in Naaldwijk met de eerste levering producten. Hij zei daarbij: meisjes en vrouwen moeten gewoon kunnen blijven meedoen, welke periode van de maand het ook is. Ik kan de toelichting heel uitgebreid maken, maar om aan te geven dat het niet typisch een voorstel is van één politieke richting wil ik graag dit geciteerd hebben. Dank u wel. De heer Machielse, VVD: De VVD heeft tijdens de behandeling van de begroting al e.e.a. gezegd over hoe vreselijk we het vinden, dat menstruatiearmoede nog altijd kan voorkomen in Nederland. Laten we helder zijn, we hebben tegen het amendement gestemd op de begroting, omdat ons niet helder was hoe groot het probleem in Lansingerland specifiek was, de aannames over het bedrag dat benodigd zou zijn ons veel te hoog leken en we veel liever dit als onderdeel van het armoedebeleid zouden zien. Laat nou precies deze motie aan die punten tegemoet komen.

Dus de VVD zal deze motie steunen. Dank u wel. De heer Erwich, L3B: De heer Machielse zei het al, daar ben ik het mee eens. L3B vraagt zich alleen af in hoeverre het al in het programma is opgenomen in specifiek bestaand beleid. Zit het er nu in of zit het er niet in? Dat is niet helemaal duidelijk. We vinden het dermate belangrijk dat het erin zou moeten zitten. We vinden dan ook dat het de bijzondere aandacht wel verdient, die de heer Ruijtenberg heeft gevraagd, al is het voor de tweede keer. Als deze motie helpt om dit mee te nemen in armoedebeleid, dan gaan we deze motie zeker steunen. Voor ons, een onderzoek is niet direct nodig. Misschien zonde van het geld en van de tijd. We zijn benieuwd naar de reactie van de wethouder. De heer Alsemgeest, WIJ: Ik denk dat de heer Machielse het prachtig verwoordde. Ook wij waren een beetje sceptisch toen de heer Ruijtenberg in eerste instantie kwam tijdens de begroting met het hele verhaal, maar nu het opgenomen wordt in het algemene armoedebeleid van onze gemeente, denk ik dat dat een heel goed voorstel is. Wij zullen het dan ook van harte ondersteunen, we hebben het mede ondertekend.

18/19

De heer Van den Beukel, CDA: Erg blij te lezen dat de heer Lieverse tijd heeft om het CDA Westland te volgen. Ik hoop dat hij daar veel inspiratie en wijsheid vandaan haalt o.a. vanavond, dus dank daar voor. Anders dan andere partijen hebben we het nooit een vreemd onderwerp gevonden. Het was goed dat de heer Ruijtenberg het hier benoemde. Tegelijkertijd, de hele wisseling van de vorige keer zal ik niet overdoen. Volgens mij heeft de wethouder toen heel goed aangegeven dat het onderdeel is van het collegebeleid. Ik ga er nogmaals goed naar luisteren, of het college denkt dat het een steuntje in de rug is of dat het eigenlijk een overbodige motie is. Mocht het een overbodige motie zijn naar het oordeel van het college, dan zal mijn fractie zich beraden over hoe om te gaan met overbodige moties, maar het mogelijkerwijs alsnog steunen, want hij is kennelijk door iedereen zo sympathiek bevonden in deze raadszaal, dat die er misschien deze keer doorheen glipt. Beantwoording college Wethouder Hoek: Bedankt voor het indienen van de motie. Ik heb in ieder geval begrepen dat dit de laatste keer is, dus dat schept wellicht vertrouwen, laat ik het zo zeggen. Nee, op dit moment zijn er nog geen menstruatieproducten uitgifte punten.

We hebben contact opgenomen met de contactpersoon Armoedefonds om eens te kijken: wat is er nou voor nodig? Op basis van het inwoneraantal, dat wij hebben, denken wij aan 7 tot 10 MUP’s, menstruatieproducten uitgifte punten, plaatsen waar deze bewoners geregeld komen. Het opstarten van het hele verhaal zal rond de € 12.000 gaan kosten. Daarna zal het ongeveer € 20.000 op jaarbasis gaan kosten, maar de verwachting is, gezien de samenstelling van de bevolking in Lansingerland, dat dat mogelijk minder is. Onderzoek, dat gaan we niet doen. Waarom? Dat is hartstikke lastig. Je hebt met schaamte te maken. We gaan het gewoon uitvoeren. Dan kunnen we na een jaar evalueren: hoe vaak is hier nou gebruik van gemaakt en dient het echt het doel? Je kan allerlei onderzoeken eraan wijden, maar in dit geval is het veel beter om gewoon vooruit te denken, te starten en na 1,5 of 2 jaar eens te kijken: hoe is het uitgepakt. Dus we gaan beginnen, wat mij betreft. We omarmen dan ook de motie, maar dat had u al begrepen. Meneer Erwich, het zit dus nog niet in het armoedepakket. Het betekent wel, dat ik een potje moet gaan vinden om dat geld te vinden. Daar ga ik mijn best voor doen, hoor, want ik vind het ook erg belangrijk. Vind ik dat potje niet, dan kom ik toch bij u terug om mij te helpen om een potje te vinden. Maar ik denk dat het een mooi initiatief is.

Ook goed, dat het wel een tweede keer aan de orde is geweest. Het was ingewikkeld de vorige keer, want u wilde er een hekje om laten staan en u wilt het niet integraal onderdeel uit laten maken van het armoedebeleid. Ik ben blij dat u dat hekje heeft weggehaald. U ziet het, door het hekje weg te halen is er nu waarschijnlijk wel een meerderheid in de raad en kunnen we deze mooie motie uit gaan voeren. Tweede termijn De heer Ruijtenberg, GL: Vandaag twee keer iets uitstekend gedaan, de heer Hoek, dus die moeten we zeker houden de komende jaren. Ik wil de wethouder en de collega’s die hier bijna allemaal zonder uitzondering positief op hebben gereageerd ontzettend bedanken. Namens de dames die dit betreft ontzettend dank. De voorzitter: Dan gaan wij over tot de stemming over deze motie. Hij staat klaar. Deze is met algemene stemmen aangenomen. 9. Hamerstukken: 9.a Vaststellen Verordening werkgeverscommissie griffie 2023 9.b Vaststelling wijziging Gemeenschappelijke Regeling SVHW 2023 9.c Verlenging BIZ Bergschenhoek 9.d Verordening Sociaal Domein 2022 9.e Verordening Sociaal Domein 2023 De voorzitter: Kan ik die afhameren of heeft u nog nadere ideeën? Dat is niet het geval. Die hameren we dan af. Ik heb weer een hamer. 10. Sluiting De voorzitter, om 22.30 uur: Daarmee zijn we aan het eind van deze vergadering. Dank u wel, een heel goede avond.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van Griffier,

Voorzitter,

drs. Eveline Hamelink-van Rens

drs. Pieter van der Stadt 19/19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=4cb4f8d5-4bc6-42be-9b0b-db7b5ff43a64