[BV22.0116] Verslag commissie Samenleving van 10 november 2022
Tekst van het document
Want er schijnt ook nog een mogelijkheid te zijn voor voorschoolse educatie en peuteraanbod, heb ik gelezen bij die kinderopvang regeling. Toen dacht ik: ik lees wel het e.e.a. over het SMI, maar ik mis die 2 andere items, die voorschoolse educatie en peuteraanbod. Komt dat nog? Of is dat ergens anders geregeld? Of heb ik het verkeerd gelezen? Het financiële traject, dan denk ik: hoe zit het daarmee? Het is natuurlijk een hot item. Het is heel triest als hier gebruik van gemaakt moet worden. Is het versleuteld ergens in de begroting? Ik kan me niet heugen dat ik het zodanig gezien heb. Komen we daar wel mee toe in 2023? Vandaar 2 vragen: hoe zit het met die andere regelingen, is daar wat meer helderheid over? Over de inhoud, SMI-regeling, prima. Hoe zit het met de financiën? Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik heb 3 punten en ik begin met het eerste punt. Natuurlijk altijd dank als er weer een nieuwe verordening ligt, maar dat moet nou eenmaal ieder jaar gebeuren. Het is voor de PvdA moeilijk om de inhoud van deze verordening te beoordelen, wanneer wij niet weten hoe de resultaten van de gemeente op het gebied van het sociaal domein in eerdere jaren waren. Tot op heden ontbreekt er nog steeds een evaluatie van de WMO en de participatiewet over het jaar 2021. Over het effect van de re-integratiemaatregelen bijvoorbeeld, die in de verordening staan, is de raad dus niet bekend.
Hoe
22/31
kunnen we dan instemmen met een nieuwe verordening? De vraag aan het college is dus: waarom is het verslag, de evaluatie WMO en participatiewet 2021, er nog steeds niet? Het tweede punt gaat over het feit dat wij heel weinig weten over hoe de re-integratiemaatregelen uitpakken voor bijvoorbeeld de in Lansingerland wonende statushouders. Landelijk zien we dat stap voor stap het aantal statushouders dat werk vindt snel groeit, maar hoe zit dit in Lansingerland? Tegen welke praktische en bureaucratische problemen lopen we op? De PvdA-fractie kan zich voorstellen dat het moeilijk is om het inburgeringstraject te combineren met betaald werk. Werken in deeltijd met een aanvulling via de participatiewet is bovendien heel erg ingewikkeld, zeker wanneer de inkomsten niet vast zijn. Het geeft ook gedoe met toeslagen. Door die hele lange en onzekere periode van de voorafgaande asielprocedure raakt betaald werk steeds verder uit beeld. Wat de PvdA-fractie betreft worden er op initiatief van de gemeente samen met statushouders en werkgevers met spoed creatieve oplossingen bedacht om vluchtelingen snel aan het werk te helpen. VNO NCW en MKB Nederland staan te popelen om dat te gaan doen.
Er is vorige week een initiatief uit die hoek gekomen, de Gouden Poort, dat is een centrale plek voor zij-instromers waaronder ook statushouders, die een overstap naar de technische sector willen maken met baangarantie in het vooruitzicht. Een beetje een lang verhaal, maar het is iets waar wij door het lezen van deze verordening op aansloegen. De vraag aan het college is dus: bent u bereid om hierover met een plan van aanpak te komen? Maar dat is wel een grote stap. Zo nodig wil de PvdA zelf wel met een bespreekstuk hierover komen en dat zullen we dan ook delen met de andere raadsleden. Maar wie weet, wil het college nu toch alvast op reageren. De slotvraag. Tot zover wij weten wordt de verplichting tot tegenprestatie in de participatiewet in de praktijk niet opgelegd, althans, dat was tot en met het jaar 2020 het geval. De vraag aan het college is: is dat nog steeds zo? Zo ja, waarom schrappen we die bepalingen rondom de tegenprestatie dan niet? Daar wil ik dan aan toevoegen: dan gaan we liever over tot het scheppen van een aantal hele mooie basisbanen. Dank u wel. Mevrouw Molenaar, CU: Ik heb een korte reactie, want wij hebben ons vooral gefocust op het nieuwe onderdeel, dat gaat over de sociaal medische indicatie. We zien daarin dat de gemeente voor de beoordeling van die indicatie advies vraagt aan een sociaal medisch adviseur.
We zijn heel blij met die keuze, dat dat een functionaris is van het centrum jeugd en gezin, want de deskundigheid en onafhankelijkheid is daarmee gegarandeerd. Daarmee ben ik gelijk aan het einde van mijn bijdrage. Daarmee is het verder voor ons akkoord. De heer Erwich, L3B: Bij de integrale verordening gaat het om aanpassing n.a.v. een wijziging in het beleid. Er is nieuw beleid ontwikkeld voor de tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang. Bij de huidige regeling viel een deel van de beoogde doelgroep buiten de regeling. L3B is dus blij met deze aanpassing. Met deze aanpassing kan de gemeente gezinnen tijdelijk tegemoetkoming geven voor de kinderopvang. Deze toevoeging is in lijn met het voornemen om alle regelingen onder te brengen bij een integrale verordening en zal met ingang van 1 januari 2023 gelden. We hebben 1 kanttekening. Er wordt voorgesteld om maximaal 3 dagen of 6 delen op te nemen in de verordening. Dat voorstel is in lijn met de aanstaande bezuinigingsopgave van de gemeente. In de praktijk, staat er, zijn er weinig tot geen kinderen die een indicatie hebben voor meer dan 3 dagen, gesubsidieerde kinderopvang. Als het hier dan toch om zo weinig gaat, vraag ik me af of het nou zo verstandig is om het te beperken tot 3 dagen. We hebben een vraagje aan de wethouder.
Valt dit nou niet onder ongelijke aanpak? Zouden we dit ook voor die enkeling per geval kunnen bekijken? Dat was mijn bijdrage. Dank u wel. Mevrouw Draak, VVD: Ik had eigenlijk een woordvoering voorbereid in lijn van mevrouw Molenaar. Ik heb me alleen even gefocust op de toevoeging van de regeling rondom de sociaal medische indicatie. Ik denk dat het heel goed is dat dat in de verordening wordt opgenomen vanaf 2023. Inhoudelijk heb ik daar weinig op aan te merken. Wat ons betreft akkoord. Mevrouw Heijblom, D66: Goed dat de verordening uitgebreid wordt met beleid voor de sociaal medische indicatie. Je zult het maar nodig hebben, dan is er toch heel wat aan de hand. De SMI hoort ook niet thuis bij het karakter van de bijzondere bijstand en hoort inderdaad in de integrale verordening sociaal domein. Goed dat de doelgroep verruimd wordt en dat de gastouders ook beschikbaar zijn via deze regeling. Tevens wordt het hogere uurtarief gecompenseerd voor de mensen die dat echt nodig hebben. D66 is het volledig eens met deze wijziging. Goed dat we evalueren over 2 jaar. Mevrouw Gabin, GL: GL vindt de huidige regeling te beperkend. Een deel van de beoogde doelgroep valt buiten de boot. Een verruiming van de criteria zien wij dus als een gunstige ontwikkeling. Heel goed dat het doel van de regeling wordt nagestreefd.
Er wordt erkend dat het niet wenselijk is om ouders met een laag inkomen op ongewenste schulden te jagen. Er staat dat als het uurtarief van de gekozen kinderopvang alsnog hoger is, dan moeten de ouders het verschil zelf betalen, want zij kunnen ook kiezen voor opvang met een lager tarief. Wij vragen ons af of dit niet tekort door de bocht is, aangezien kinderdagverblijven kampen met lange wachtlijsten. In hoeverre is die keuze dan geheel vrij? Is het niet
23/31
gekleurd en beperkt? We hadden eigenlijk ook dezelfde opmerking als de heer Erwich. Indien er in de praktijk zeer weinig tot geen kinderen een indicatie hebben voor meer dan 3 dagen, gesubsidieerde kinderopvang, waarom wordt dan het maximum aantal dagdelen aangescherpt? Is dat niet overbodig? Beantwoording college Wethouder Hoek: We zijn begonnen met de bijdrage van WIJ, dank daarvoor. Die 131 pagina’s gun ik u wel toe op een regenachtige zondagmiddag, bijzonder de moeite waard. Het aantal aanvragen stijgt, dat klopt. In het stuk staat dat het wellicht corona-gerelateerd is, maar het zou ook zo kunnen zijn, dat de regeling steeds meer bekend wordt en dat onze ambtenaren ook steeds meer wijzen op deze mogelijkheid, zodat het aantal mensen dat hier gebruik van maakt toeneemt. U geeft ook aan: hoe gaat dat dan met de financiën? Op het moment dat we deze verordening vast stellen, dan hebben we natuurlijk ook een financiële zorgplicht. Je kan niet halverwege het jaar zeggen: de pot is op, dus u komt er niet meer voor in aanmerking. Op het moment dat we deze verordening vast stellen, dan heeft dat altijd een soort financieel eind natuurlijk, want het is sterk afhankelijk van hoeveel mensen er de toekenning krijgen. Dat is eigenlijk bij al dit soort regelingen. We hebben een zorgplicht, die verankeren we in een verordening.
Op het moment dat we dat doen, dan moeten we daar ook het geld voor beschikbaar stellen. De voorschoolse en vroegschoolse educatie, dat wordt als optie in de gesprekken met deze doelgroep benoemd als zijnde een mogelijkheid. Maar als dat niet voldoende blijkt, dan vallen we op deze regeling, dan gaan we hiermee aan de slag. Dus ja, hij wordt genoemd, maar als dat niet voldoende is, dan gaan we met deze regeling van start. Dus dat wordt meegenomen. De evaluatie op de WMO en dan het participatiegedeelte, een vraag van de PvdA. Dat antwoord moet ik u schuldig blijven, waarom die er nog niet is, maar dat ga ik voor u navragen en ik ga dat terugkoppelen, want ik denk wel dat u een punt heeft, het is wel handig om af en toe dingen te evalueren. Het hele verhaal, de statushouders, dat wordt ook in het stuk benoemd. U focust op het vinden van werk en u vraagt zich ook af of werken en tegelijkertijd een inburgeringstraject volgen goed samen gaat. Ervaring uit andere steden, dorpen leert dat juist het gaan werken en de inburgering, als je dat tegelijk oppakt, dat dat goed is voor de taalontwikkeling en ook voor de versnelling van het hele inburgeringstraject. Er wordt gekeken dat het wel in verhouding moet zijn. Maar de combinatie werk en inburgeren blijkt een hele goede te zijn. Mevrouw Verhoef: Ik wil enige verwarring weg nemen, ook voor de kijkers thuis.
Wat de PvdA bedoelde te zeggen, dat heb ik ook gezegd, dat juist de combinatie inburgeren en werk een succesformule is, maar de combinatie inburgeren, een beetje werk, een beetje participatiewet of inburgeren en bijstand, dat dat minder positief uitpakt. De vraag was eigenlijk: bent u bereid om met een plan van aanpak te komen om juist ook met de lokale middenstand die statushouders sneller aan een baan te helpen, zoals in andere gemeenten dus wel gebeurt. Wethouder Hoek: U heeft aangegeven dat middels een bespreekstuk. Op het moment dat we die kant opgaan, dan moet er een meerderheid in de raad zijn om het op deze manier op te tuigen. Het idee, dat u oppert, om met een bespreekstuk te komen, dat vind ik een goede, want dan hebben we ook de mening van de raad. Ik kan het hier wel toezeggen, maar we moeten het bespreekstuk afwachten. Op het moment dat de goegemeente hier vindt dat dat een goed idee is, dan moeten we dat uitwerken. Of als u met een motie komt, dan moeten we daarmee aan de slag gaan. Dus ik hou me zeker aanbevolen. De tegenprestatie, dat vind ik ook een goede. Het klopt, we acteren daar nooit op. Het is dan ook een terechte vraag van u: moeten we hem er dan niet uit halen? Die vraag kan je je stellen en het is aan u om straks wellicht met een amendement te komen om hem eruit te schrappen.
Hij zit er nu nog in, maar het klopt dat wij daar niet actief op acteren, dus ik snap uw opmerking. Dan is de vraag: vinden we dat met zijn allen? De CU had geen vragen. De 6 dagdelen van L3B. Nee, ik ben het met u eens. Op het moment dat er meer nodig is, dan wordt er weldegelijk gekeken of we dat ook kunnen realiseren. Dat is altijd een beetje de methodiek geweest, alleen, je moet wel ergens vanuit gaan. Op het moment dat het aan de orde is, dan zal je eerst met die 6 dagdelen beginnen, maar als blijkt dat dat het gezin niet genoeg ontlast, dan is er de mogelijkheid om dat uit te breiden. Dus ja. D66, goed dat de doelgroep verruimd is, daar ben ik het helemaal mee eens, dat vind ik namelijk zelf ook. GL had het nog over het uurtarief. Het aanbod is nu duurder dan de tarieven die wij hebben. Dus als iemand voor duurdere dagopvang kiest, dan is dat een eigen keuze en dan moeten de meerkosten dus zelf betaald worden. Dus ja, in de verordening staat het heel stellig verwoord. Dat is ook een onderdeel van diezelfde verordening. Je kan het natuurlijk net zo breed maken als je wilt, maar ik denk wel dat het heel redelijk is dat als je al een behoorlijk breed pallet gepresenteerd krijgt, kinderopvangvoorzieningen en gastouders, en als daar niet jouw keuze tussen zit, dan vind ik het een legitiem verhaal dat je de meerkosten zelf betaalt.
Op het moment dat er heel grote wachtlijsten zijn, dat ben ik het met u eens, ja, dan denk ik wel dat we daar goed naar moeten kijken, zeker gezien het feit dat deze mensen gezien het feit dat de situatie dusdanig is dat dingen uit de hand dreigen te lopen, ja, dan denk ik dat we wellicht moeten kijken naar maatwerk. Maar in eerste instantie vind ik het een volledig legitieme regeling, dat we zeggen: als u meer wilt, naast het aanbod dat wij bieden, dat is een breed pallet, ja, dan moet u dat zelf betalen. Daar voorziet de verordening ook in. Dat was het. De heer Erwich: Ik had nog wel een vraagje, de wethouder zei: joh, maak je geen
24/31
zorgen, het komt allemaal wel goed. Maar is hij ervan op de hoogte, dat er onwijs veel wachtlijsten zijn? Wat moeten de mensen dan? Dan moeten ze misschien weleens uitwijken naar een duurdere mogelijkheid. Zijn we daarvan op de hoogte? Wat kunnen we daartegen doen? Wethouder Hoek: Ja, kijk, wat/als, dat zijn altijd moeilijke vragen. Als dit probleem zich aandient, dus dat mensen echt op een wachtlijst moeten en dat de problematiek ernstig is, dan ken ik de ambtenaren in dit huis wel dusdanig dat ze creatief meedenken over hoe we daar een oplossing voor kunnen bedenken. We zitten hier niet om situaties uit de hand te laten lopen. Maar je moet uiteindelijk wel een verordening vast stellen, waarin de grote gemeenschappelijke deler vastgelegd wordt. Dat er op onderdelen best ruimte is om te kijken: kan je creatief kijken naar hoe we iets kunnen tackelen? Daar ben ik altijd een groot voorstander van. Alleen, het moet wel binnen proporties blijven natuurlijk, want daarom stellen we een verordening vast. Tweede termijn De heer Alsemgeest, WIJ: Heel eenvoudig. Ik ben blij met de beantwoording van de wethouder. Dat we de financiële consequenties van al die aanvragen niet helemaal kunnen overzien, dat snap ik. Het is duidelijk dat we daar toch de verantwoording voor hebben. Het hele vraagstuk voor ons, het is gewoon een hamerstuk. Dank u wel.
Mevrouw Bouman, CDA: Ik hoorde de wethouder iets zeggen over de voorschoolse educatie. Ik heb ook begrepen het peuteraanbod, voordat je een beroep kan doen bij de gemeente, dan moet je dus wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Ik ga ervan uit, dat aan die voorwaarden voldaan gaat worden bij de uitoefening van deze verordening. Het recht hebben op moet wel even goed geregeld zijn, maar ik ga ervan uit dat dat zo is. Financieel zullen we even in de gaten houden hoe dat allemaal gaat lopen. Ik hoop dat dat ergens verwoord is in de begroting, alhoewel ik het niet heb kunnen vinden, maar het zal wel ergens in versleuteld zijn, maar we horen t.z.t. waar het allemaal in zit, want met allerlei mogelijkheden zouden we het allemaal kunnen gaan volgen. Ik ben benieuwd hoe het allemaal gaat lopen. Het is voor ons een hamerstuk. Mevrouw Verhoef, PvdA: Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Ik heb een toezegging gehoord, dat hij zal komen met een uitleg waarom de evaluatie er niet is, 2021 WMO en participatiewet. Maar ik zou eigenlijk liever een toezegging horen: wanneer komt die dan wel? Ik heb dat nodig om het bespreekstuk te maken, want ik wil weten: hoe zit het dan met de effecten van de reintegratiemaatregelen op de statushouders in Lansingerland.
Als het hier allemaal toppie loopt, dat hoef ik het hele bespreekstuk niet in te dienen, maar het zou zomaar niet kunnen zijn, dat het heel goed loopt, dus ik zou dat graag nog iets smarter van de wethouder hebben. Ik ga het geen hamerstuk maken, want ik denk, de wethouder suggereerde dat ook, om met een amendement te komen om die tegenprestatie te schrappen. Dan leg ik er misschien zomaar nog een motie van de basisbanen naast en dan gaat mevrouw Bouman misschien ook wel helemaal meedoen. Maar goed, ik doe het stap voor stap, ik kom met een amendement rondom de tegenprestaties. Mevrouw Bouman: U kunt zeker van ons verwachten dat t.a.v. de tegenprestatie ik daarop ga reageren. Mevrouw Molenaar, CU: Mijn eerste termijn was heel kort. Wat ik nog niet helemaal begrijp, met die dagdelen. Als dan toch op het moment dat het nodig is meer dagdelen aangevraagd kunnen worden, waarom zouden we het dan nu wel toevoegen aan de verordening. Dat was eigenlijk de enige vraag n.a.v. de bijdragen. Het is geen punt waar we iets voor indienen, verder akkoord, maar gewoon een vraag die in me op popte. De heer Erwich, L3B: Een hele tweede termijn hoeft niet, maar een klein gedeelte. We zijn blij met de wethouder die aangeeft, dat er meer mogelijkheden zijn als er in de praktijk meer dan 3 dagen kinderopvang nodig is als de situatie daar om vraagt. Ik zie dat dan ook als een toezegging.
Maar direct daar achteraan bedenk ik: betekent dit dan niet dat we in de praktijk met terugwerkende kracht voor volgend jaar de verordening weer moeten aanpassen? Wat ons betreft blijft ook even de tegenprestatie in de verordening staan, dat wilde ik toch ook wel even gezegd hebben. Als het blijft staan, is het voor ons een hamerstuk. De voorzitter: Een kleine verduidelijking. Een toezegging is een politiek feit, waarin de wethouder of het college toezegt iets te gaan veranderen of iets te gaan ondernemen. Het uitvoeren van beleid conform standaarden die de raad zelf heeft vastgesteld is per definitie daarmee geen toezegging. Het is ook niet mogelijk om het te noteren of op te volgen als toezegging. U kunt hem zelf als toezegging beschouwen, maar dat is dan aan u.
25/31
Mevrouw Draak, VVD: Ik was ook blij met de beantwoording van de wethouder. Nog even over de tegenprestatie. Als je in positieve zin kunt afwijken van bijvoorbeeld het maximum aantal uren in het geval dat het nodig is, dat geldt nu voor de tegenprestatie ook. Het wordt misschien niet altijd toegepast, maar de VVD-fractie zal zeker niet instemmen met een amendement om die te schrappen. Dus dat is handig voor mevrouw Verhoef om te weten. Mevrouw Verhoef: Even een checkvraag voor mevrouw Draak. Heeft u gehoord, dat de wethouder heeft gezegd, dat die tegenprestatie nog nooit is toegepast in Lansingerland? Mevrouw Draak: Jazeker, dat heb ik heel goed gehoord. U kent de opvattingen van de VVD hierover. Wat ons betreft zou die tegenprestatie best af en toe gevraagd mogen worden. Dat het hier in Lansingerland niet gebeurt, dat heeft redenen, daar heeft de wethouder in het verleden bij het onderwerp participatie best regelmatig over uitgelegd waarom er maatwerk wordt toegepast. Zodra je het schrapt, kun je het ook niet meer vragen. Om die reden vinden wij het belangrijk dat het erin blijft staan. Dit was mijn termijn. Voor ons is het een hamerstuk. Mevrouw Heijblom, D66: Ik ben het eens met deze 2 beslissingen en dit ene hamerstuk. Mevrouw Gabin, GL: Wij willen de wethouder bedanken voor de heldere uitleg. Wij zullen het amendement van de PvdA wel steunen m.b.t.
de tegenprestatie, omdat het niet uitgevoerd wordt en dus overbodig. Wethouder Hoek: Uiteraard, mevrouw Bouman, voldoen wij aan de voorwaarden, daar kunt u van op aan. Ik denk dat u de SMI, wat we nu uitgeven, bij de bijzondere bijstand moet zoeken, want daar zit die nu. Maar ik heb daar ook geen zicht op, maar ik geef u een tip. M.b.t. de bijdrage van mevrouw Verhoef over de evaluatie, ik ben het met haar eens, alleen, dat meen ik in alle oprechtheid, ik heb even niet paraat hoe die cyclus van evalueren in dit kader zit. Of het nou eens in de 2 jaar is of eens in het jaar, dat moet ik u een beetje schuldig blijven, vandaar mijn toezegging: ik ga dat uitzoeken en u hoort van mij waarom dat nog niet is gebeurt. Het kan zijn omdat de tijd daar nog niet rijp voor is, dat zou zomaar kunnen, omdat we eens in de 2 jaar evalueren. Ik heb het niet paraat, ik zoek het voor u uit, u hoort van mij. Over de dagdelen, ik blijf bij wat ik gezegd heb. Uiteraard, op het moment dat er echt iets aan de hand is, dat moet uitgebreid gemotiveerd worden hier intern in huis, waarom we afwijken van de verordening. Ja, dan moeten we dat wel op een goede manier kunnen onderbouwen. Om nou heel erg uitgebreid in de verordening te zetten, weet je, het aanbod schept ook vaak de vraag.
Ik vind gewoon, ja, er moet altijd ruimte zijn voor maatwerk, want we willen niet dat mensen onnodig in de problemen komen, maar we moeten er ook niet voor zorgen, dat het aanbod de vraag creëert, dus we moeten er wel terughoudend mee omgaan, in die zin dat we de verordening zoveel als mogelijk volgen en op het moment dat er excessen zijn, ja, dan moeten we ook motiveren waarom we in dat ene geval ervan afwijken, daar ben ik het helemaal mee eens. M.b.t. wel of geen tegenprestatie, ik heb er wel een persoonlijke mening over, maar die doet er niet toe. Ik snap dat er partijen zijn, die zeggen: als het in de verordening staat en we doen er nooit wat mee, dan snap ik dat dat een discussie op kan leveren, maar dat laat ik graag aan u over. We wachten het af in de raad. Dank u wel. De voorzitter: Dan zijn we aan het einde gekomen van de beraadslaging over agendapunt 6.c de verordening sociaal domein en stel ik vast dat in afwachting van een mogelijk amendement en daar wel of niet aan gekoppelde motie van de PvdA in ieder geval de verordening sociaal domein 2023 als een bespreekpunt naar de raadsvergadering van 24 november gaat. Mevrouw Verhoef: Een kleine correctie. U zei: de motie van de PvdA. Maar het wordt een amendement. De voorzitter: Ik zei: het amendement en mogelijk daaraan gekoppeld een motie, omdat u beide noemde.
Maar mocht ik u verkeerd hebben begrepen, dan kunt u dat in de raadsvergadering uiteraard recht zetten. 7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Er ligt voor een update t.a.v. Rotterdam The Hague Airport, dat proces. Dat heeft u allemaal kunnen lezen. Hierover zijn geen vragen aangemeld. Wil iemand daarop reageren? Nee, dat is niet het geval. Wethouder Cnossen: Ik dacht: ik zal eens even wat anders mee nemen. Er is een paar weken geleden op Parkzoom, het deel tussen de Berkelseweg en de Piet Kramerzoom, een proefopstelling geweest van een kunstwerk en ik had nog een aantal kaarten daarvan liggen. De buurt is uiteraard uitgenodigd, het is een lang lopend traject waarbij de buurt heel actief heeft mee gepraat: wat willen wij daar hebben, hoe moet het eruit zien. Leuke kunstenaar geselecteerd. Er is een mooie beschrijving van het kunstwerk, wat doet denken aan het historisch landschappelijk patroon. Ik dacht: misschien zijn er belangstellenden voor deze kaarten, ik heb er nog een stuk of 10, dus niet voor iedereen, want de rest is in de buurt uitgedeeld. U kunt hem bij me ophalen, want ik vind het echt een heel leuk voorbeeld hoe er met de buurt en hele inspirerende kunstenaars iets leuks gaat komen op dat ene stuk van de Parkzoom, de wijk die bijna afgerond is. Dan toch nog een nabrander. Ik heb ook nog 2 boeken liggen van de historische
26/31
vereniging in Bergschenhoek. Ik ben daar geweest, bij het straatnamenboek. Als iemand dat graag wil hebben: ik heb er nog 2. Kom gezellig bij me langs. Mevrouw Draak, VVD: Niet dat iemand op mijn mening zit te wachten, maar heel toevallig reed ik langs op de dag dat de proefopstelling er was. En ik moet echt zeggen, dat het er ontzettend leuk uitzag, zo boven op die dijk. Dus ik ben heel benieuwd hoe het in het echt gaat worden. Ik wil ook heel graag een kaart van u, want ik woon net aan de andere kant, dus ik heb hem niet gekregen. Heel leuk. De heer Erwich, L3B: Ik ben heel enthousiast over de culturele uitingen hier in Lansingerland. Toch heb ik een kleine, kritische vraag. Volgens mij heeft Lansingerland een heleboel makende kunstenaars. Ik vraag me af of eraan gedacht is om die mensen in te schakelen. Volgens mij kunnen die ook rondjes maken. Wethouder Cnossen: Zoals het de gemeente betaamt, hebben wij inderdaad een open inschrijving gehad van een aantal kunstenaars. Die werken zijn beoordeeld onder meer door de buurt, maar ook door een commissie die daarvoor in het leven was geroepen. Dus iedereen had de mogelijkheid. Dit is wel een mevrouw die van wat verder weg komt, maar het bijzondere van haar is dat ze zich helemaal heeft ingeleefd juist op deze omgeving. Misschien dat je juist van buiten het ook wel weer scherper ziet.
Wethouder Hoek: Ik heb een aantal mededelingen. Het uitstel van scholen het IKC Pallet van het Spectrum en het IKC het Avontuur van de Laurentius stichting waren voornemens om hier op 1 augustus een school te vestigen in Wilderszijde. Samen met de schoolbesturen hebben we ernaar gekeken. Wat blijkt? We hebben nog niet voldoende woningen om die scholen te vullen. We zouden dan noodlokalen neer moeten zetten voor een beperkt aantal kinderen. We hebben het met de schoolbesturen besproken en we hebben in onderling overleg besloten om uitstel aan te vragen bij het ministerie van OCW om te kijken of die scholen een jaar uitgesteld kunnen worden. Dat heeft een aantal redenen. De woningen staan nog niet in Wilderszijde, dus de kinderen zijn er nog niet. Het onderwijsaanbod kan prima opgevangen worden in de bestaande locaties. En ook, het bestellen van tijdelijke huisvesting staat op dit moment ontzettend onder druk. Gelukkig hebben we overeenstemming bereikt met de schoolbesturen en we hebben uitstel gevraagd om deze scholen te realiseren en dat zal dus een jaar later worden. Dan staat er een fysieke politieke bijeenkomst, of een politieke bijeenkomst, nee, ik moet het goed zeggen, een informatiebijeenkomst gepland op 29 november in het gemeentehuis van Capelle aan den IJssel over de GRJR, de hervormingsagenda, waar mogelijk nog andere onderwerpen aan de orde komen.
Alle commissieleden worden daarvoor uitgenodigd. Hij vindt plaats in Capelle en de deelnemende gemeenten zijn Capelle aan den IJssel, Krimpen en Lansingerland omdat deze 3 gemeenten in die GRJR ook altijd gezamenlijk optrekken. Dus ik nodig u echt met klem uit om hier te komen kijken, want natuurlijk heeft die hervormingsagenda nogal wat voeten in aarde. Daarnaast heb ik nog toegezegd om op 14 november met een brief te komen m.b.t. de maatregelen in het kader van de energiearmoede. Het doet mij bijzonder veel deugd om u mede te delen dat dat gaat lukken. Ik zal u een kleine doorkijk geven van de maatregelen. De maatregelen zien er als volgt uit. We hebben nu de energietoeslag voor de mensen, dat wordt vanuit het land geregeld, tot het bijstandsniveau van 120%. Dus dat is al afgekaderd, deze mensen hebben eenmalig € 800 gekregen en € 500, dus bij elkaar is dat € 1.300. Wij hebben nu gemeend om een generieke regeling in het leven te roepen voor de doelgroep tussen de 120% en 140%. Deze mensen krijgen eenmalig € 800, is het voorstel. We doen wel een moreel appel op deze mensen, als je het geld niet nodig hebt, dat kan omdat je een vast contract hebt, we doen wel een moreel appel om hem niet aan te vragen. Dat is logisch. Deze regeling is voor mensen die echt in de problemen komen.
Omdat je hem generiek aanvliegt, kan je niet voorkomen dat het altijd op deze manier geschiedt, maar we hebben wel gemeend om het op deze manier te regelen om de regeling zo snel mogelijk binnen de meest korte tijd uit te rollen. Als je een generiek deel organiseert, dan nog loop je het risico dat mensen toch buiten de boot vallen, daarom hebben we ook de bijzondere bijstand opgetuigd voor maatwerktrajecten. Dat is voor mensen tot 150% van het bijstandsminimum. Deze mensen kunnen op basis van maatwerktraject ook nog een beroep doen op de gemeente. Zij kunnen in aanmerking komen voor die eenmalige toeslag van € 800. Er is gekozen voor een combinatie van generiek en maatwerk om snelheid, doelmatigheid en capaciteit te waarborgen. We zullen de bestaande dienstverlening versterken. Zo stond het ook in de motie verwoord, daar hebben we rekening mee gehouden. Er komt een brede communicatiecampagne in de huis-aan-huis bladen en op social media om mensen in kennis te stellen van de regelingen. Met deze regeling waren we al bezig, volgens mij sluit het prima aan bij de geest van de motie die er lag. Onze plannen zijn financieel gedekt. De voorzitter: Het is helder, de brief komt volgende week. Wethouder Hoek: Ik ga u toezeggen om iedere maand een soort update te geven van hoe de regeling landt en wat de resultaten zijn.
Op voorhand wil ik, dat meen ik in alle oprechtheid, alle ambtenaren die hier echt met zoveel energie en drive aan gewerkt hebben, om het in zo’n korte tijd te realiseren, vanaf deze kant bijzonder bedanken. Dat is echt een unieke prestatie, want normaal gesproken zou hier veel meer tijd mee gemoeid zijn. De brief komt, dus daar kunt u kennis van nemen. De voorzitter: Er wordt mij ingefluisterd dat u nog iets moet zeggen over een collegevoorstel. Wethouder Hoek: Nee, daar hoef ik
27/31
niets over te zeggen, dat wordt in de brief verwoord. In principe is het een collegebesluit, dit voorstel, maar u kunt in de brief lezen waarom het een collegebesluit is. Wij denken dat het heel erg aansluit bij wat in de motie verwoord werd en om ook die snelheid te genereren, want op het moment dat het nog een keer terug moet in de raad dan zijn we weer 10 dagen verder. Op het moment dat u kennis neemt van de brief dan gaan we ervan uit dat dat in orde is en anders horen we dat vanzelf. Het is een mededeling, dus inhoudelijk gaan we niet erg veel discussiëren. De heer Xhemaili, PvdA: Ik ga niet op de inhoud in. Ik heb een tijdje terug gevraagd aan u om na te gaan of er signalen zijn van de samenleving of burgers moeilijk de aanvraag kunnen indienen voor de energietoeslag. U had toen aangegeven, dat u ging uitzoeken of er signalen zijn en hoeveel mensen dat zijn en of die mensen worden geholpen ja of nee. Ik vroeg me af of dat allemaal nog gaat komen. Mevrouw Bouman, CDA: Komt er de nodige voorlichting? U vertelt zoveel in een kort tijdsbestek. Er komt een brief, maar komt er ook goede voorlichting naar onze inwoners? Daar gaat het mij om. Wethouder Hoek: Ik heb gezegd dat er een communicatiecampagne komt, die wordt heel uitgebreid, dat heb ik net gezegd.
Ik snap dat het veel woorden zijn, maar uiteraard gaan we dat doen, want we willen zoveel mogelijk mensen bereiken, want we vinden het belangrijk. Op de vraag van de heer Xhemaili kan ik het volgende antwoorden. Ja, het is ons bekend dat het best een ingewikkelde exercitie is. En nee, we kunnen het niet heel veel versimpelen. Dat is het verhaal, omdat je wel een aantal bedragen moet overhandigen en dat soort zaken. Het vangnet daarin is dat je wel naar verschillende spreekuren kan gaan. Je kan hem digitaal aanvragen, maar je kan ook naar een spreekuur gaan om geholpen te worden. Dat is het aanbod dat er ligt. Daarmee proberen we het te tackelen. We hebben echt gekeken of het eenvoudiger kan, maar het moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen om ingevoerd te kunnen worden. De voorzitter: Meneer Xhemaili, ik ga uw vraag niet toestaan, want het agendapunt is actualiteiten uit het college. Als u hier verder een vraag over heeft, is het meer voor een rondvraag of andere actie van uw zijde, maar wellicht is de wethouder buiten de vergadering om bereid om uw vraag te beantwoorden. 8. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Eén van de commissieleden? Dat is niet het geval. 9.
Verbonden partijen Wethouder Cnossen: Jammer dat de heer Lieverse van de CU er niet is, want hij heeft mij wel op het spoor gebracht om zelf er gebruik van te maken om bij verbonden partijen wat te melden, over de GGD met name. De heer Lieverse stelde al een aantal keer een paar dingen voor in deze commissie, toen wilde ik graag reageren, maar dat kon op dat moment niet. Wij voeren op dit moment in het AB de gesprekken over de begroting, de vierjaarlijkse begroting 2024-2028, op 8 december de vergadering daarover. In de voorbereiding heb ik aan de directeur van de GGD gevraagd om snel in Lansingerland langs te komen voor een beeldvorming, omdat daar grote behoefte aan is hier, merk ik aan de heer Lieverse. U zit vaak nog in het GGD 3.0 verhaal van vorig jaar. Inmiddels heeft het rijk al het geld dat ze hadden toegezegd daarvoor, dat is weer verdwenen. Bij hebben bij de GGD echt een andere financiële positie. Het is fijn om dat in een beeldvorming eens even goed uit te leggen. Dus weet dat ik erop heb aangedrongen dat ze echt hier naartoe komen en het niet uitstellen tot volgend jaar in de zomer. 10. Rondvraag en sluiting Mevrouw Draak, VVD: Naar aanleiding van de inspraak van de heer Olieman in Bleiswijk in de raad van 20 oktober over de padelbanen in Bleiswijk, die staan gepland, stel ik deze rondvraag.
Ik excuseer me op voorhand, dat ik wel even een inleiding hierbij heb, maar het wordt wel duidelijk waarom dat is. De VVDfractie wil namelijk met deze rondvraag bereiken dat voor iedere betrokkene duidelijk wordt wat wel en niet meer beïnvloedbaar is in dit stadium en ook dat rollen en verantwoordelijkheden duidelijk worden. We willen bijdragen aan het gelijk zetten van de knoppen, zodat omwonenden niet telkens met de moed der wanhoop de raad benaderen, want ik heb het gevoel dat dat er mogelijk aan zit te komen. Deze rondvraag wordt goed gevolgd op een heel klein stukje in Bleiswijk waar mensen toch wel erg bezorgd zijn over de padelbanen, die daar zullen worden gecreëerd. Inmiddels is uit diverse situaties in Nederland duidelijk geworden dat qua geluidsnormen padel echt niet vergeleken kan worden met tennis. Als een padelbaan te dicht bij woningen ligt is geluidshinder meetbaar, die wettelijke normen ver overschrijdt. Omwonenden van padelbanen, die hun woning dichtbij hebben, worden letterlijk gek van het snelle bewegen van de ballen en daarbij ook nog het verbale enthousiasme van sporters. De sport is zo populair dat het van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat doorgaat. De omwonenden hebben grote angst dat die padelbaan hun woongenot zal verminderen en het geluid de wettelijk norm zal gaan overschrijden. Tegelijkertijd hebben we ook te maken met een tennisvereniging.
Tennis heeft landelijk
28/31
te maken met teruglopende belangstelling, waardoor ze padel willen aanbieden op hun terrein om zo hun club levensvatbaar te houden. Uiteindelijk heb ik begrepen dat de tennisvereniging in Bleiswijk bereid is geluidswerende maatregelen te nemen, maar er zijn ook nieuwe geluidsnormen in de maak. Wij vragen ons af wat er nu gaat gebeuren. Als er geluidswerende maatregelen worden genomen, die niet aan die nieuwe normen voldoen. De bewoners zullen dan ontevreden zijn en de tennisvereniging heeft een desinvestering gedaan. Door de inspraak hebben meerdere raadsleden contact gehad met de omwonenden in Bleiswijk en ook met de tennisvereniging. De omwonenden verwachten van ons als raad, maar ook van de gemeente als instituut, dat wij ons niet alleen maar achter regels en wettelijke normen verschuilen. Tegelijkertijd hebben wij ons ook te houden aan wettelijke regels en normen, dus de verwachtingen aan ons adres zijn heel hoog. De tennisvereniging heeft zich bereid getoond structureel met omwonenden in gesprek te gaan en ook blijvend oplossingen te bieden. Ondanks dit alles komen nu de vragen. Wij hebben toch het gevoel dat er een potentieel hoofdpijndossier hier voor ons ligt.
We willen eigenlijk aan de wethouder vragen of hij ons als commissie, maar dus ook de meeluisterende tennisvereniging en omwonenden in Bleiswijk, of de wethouder ons kan schetsen hoe de vergunningverlening nou precies is gegaan en op grond waarvan de vergunning is toegekend voor de padelbanen. Ook heb ik gehoord dat de DCMR hier een rol in heeft. Kan de wethouder zeggen wat DCMR hierover te zeggen heeft. En ik zou graag willen weten of bewoners nog steeds bezwaar kunnen maken. Of als dat niet kan, in welke toekomstige situatie dat dan alsnog wel kan. De één na laatste vraag is: zou het niet verstandiger zijn dat de tennisvereniging in Bleiswijk pas gaat starten met die padelbanen als duidelijk is aan welke normen de geluidswerende maatregelen aan moeten voldoen? Tenslotte, is misschien een gewetensvraag, maar ik zou echt aan de wethouder willen vragen: wat bent u bereid om te doen om dit dossier in goede banen te leiden? Wat kunt u doen? Tot zover. Wethouder Hoek: Toen de inspreker hier was geweest, heb ik dit meteen de organisatie in gezet, want ik zag de bui ook al hangen. Het is inderdaad best wel een ingewikkeld verhaal. Op grond waarvan is deze vergunning toegekend? In januari heeft LTV Bleiswijk een omgevingsvergunning gekregen voor het realiseren van padelbanen. Hierop is door omwonenden bezwaar gemaakt, maar dit is ongegrond verklaard door de bezwarencommissie.
De aanvraag paste in het bestemmingsplan en dan heb je eigenlijk geen grond om ze gegrond te verklaren. Er waren dus ook geen wettelijke weigeringsgronden. De gemeente heeft terecht de vergunning min of meer moeten verlenen. Uw tweede vraag: wat is de rol van DCMR in dit dossier? De tennisvereniging moet wel een melding in het kader van het activiteitenbesluit nemen, indienen, wat lopende de bezwarenprocedure ook inderdaad is gebeurd. Deze melding is door DCMR in ontvangst genomen, bekeken en geaccepteerd. Het activiteitenbesluit kent namelijk geen normering voor zogenaamde piekgeluiden, waar het geluid geproduceerd door padelbanen, het padel, onder valt. Wel dient de inrichting te voldoen aan de geldende normen voor het, nu een moeilijk woord, langtijd gemiddelde beoordelingsniveau voor geluidsproductie, maar dat is pas na realisatie vast te stellen. Dus dat maakt het ingewikkeld. Verder controleert DCMR op naleving van milieuregels. In dit geval de normering uit het activiteitenbesluit. De omwonenden kunnen nu dus geen bezwaar of beroep meer indienen, de beroepstermijn is verstreken en de vergunning is onherroepelijk. Klachten over geluidshinder kunnen ze indienen bij de DCMR. Op de startpagina van DCMR staat precies vermeld hoe dat dan in zijn werk gaat.
De tennisvereniging heeft een onherroepelijke vergunning en heeft de bewuste keuze gemaakt om te starten met de aanleg van de banen. Over het wijzigen van geluidsnormeringen in het activiteitenbesluit is ons niets bekend. Navraag bij DCMR leert ook, dat dit niet speelt momenteel. Mocht de normering in de toekomst ooit wijzigen, dan gelden deze nieuwe normen, overigens alleen voor nieuwe aanvragen. Reeds vergunde zaken vallen dan onder het overgangsrecht. Dan de laatste vraag: wat is de wethouder bereid te doen om dit dossier in goede banen te leiden? In feite is er op dit moment geen formele rol meer weggelegd voor de gemeente. Het vergunningentraject is afgerond en dit speelt pas weer op het moment dat er na gebruik klachten over het gebruik binnen gaan komen bij DCMR. DCMR voert namens de gemeente haar controlerende taak uit. Dit is in het kort het verhaal. Het betekent dat er niet zo heel veel meer mogelijk is. Maar als er straks overlast ervaren wordt en DCMR gaat zich er tegenaan bemoeien en er wordt geconstateerd dat geluidsniveaus worden overtreden, ja, dan zal gekeken worden hoe er gehandhaafd gaat worden. Dus dat. Mevrouw Draak, VVD: Ik was een heel klein beetje bang voor dit antwoord.
Overigens wel heel erg bedankt, wethouder, dat u het zo duidelijk heeft uitgelegd, want dat is wat ik namelijk precies graag wilde, ook al is de uitkomst voor omwonenden natuurlijk niet zo fijn om te horen. Het gevoel dat mij een beetje bekruipt is dat we hier te maken hebben met wet- en regelgeving waar we uiteraard allemaal aan gebonden zijn, dat is de systeemwereld, terwijl we in de leefwereld allemaal wel begrijpen dat het getik, gepok en geschreeuw dat gepaard gaat bij padelbanen vooral heel fijn is zoals het op het Hoge Land is of zoals het in Bergschenhoek is, lekker ver van de bewoonde wereld vandaan, maar dat dat in Bleiswijk toch echt wel anders is. In die zin, ik begrijp uw antwoord heel goed. U zegt: ik kan er formeel nu niets aan doen. Maar u bent wel de wethouder sport, dus ik hoop echt dat als bewoners klem komen
29/31
te zitten tussen die systeem- en leefwereld, dat u wel hun aanspreekpunt wilt blijven en wilt helpen de juiste wegen te bewandelen, want ik voel wel met ze mee. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik wil er geen bespreekpunt van maken en ik dank mevrouw Draak voor de vragen die ze heeft gesteld, maar het antwoord van de wethouder valt ook bij mij helemaal niet goed, want geluidshinder zorgt voor ernstige gezondheidsklachten, dat zegt de WHO. RIVM zegt dat de grenzen achterhaald zijn. Als de wethouder misschien heeft gehoord van het voorzorgsprincipe, dat kunt u googelen, dat je als overheid de plicht hebt om bij onzekere zaken. De voorzitter: U mag verhelderende vragen aan de wethouder stellen. De rondvraag is geen moment voor discussie en debat. Heeft u een verhelderende vraag aan de wethouder. Ik zie u knikken. Mevrouw Verhoef: Ik vraag de wethouder of hij van het voorzorgsprincipe heeft gehoord. Wethouder Hoek: Nee, ik heb van veel dingen gehoord, maar niet van het voorzorgsprincipe. Weet je wat het is? Dit verhaal is getoetst bij DCMR. Dan mag ik toch verwachten, dat de instantie die hier over gaat het dan heeft over het voorzorgsprincipe, maar dat hebben ze niet gemeld. Ze hebben gereageerd zoals ik het net heb weergegeven. Dat is wat ons betreft het verhaal. Dus dat. De heer Erwich, L3B: We kunnen eigenlijk heel kort zijn.
Naar aanleiding van de inspraak van omwonenden van de tennisbaan in Bleiswijk hadden wij een vraag aan het college. Mevrouw Draak heeft eigenlijk alles prima verwoord, mijn dank daarvoor. Toch hebben we nog een aanvullende vraag. Die padelbanen, dat is natuurlijk harstikke fijn voor de gebruikers, maar de omwonenden verwachten dat ze daar overlast van zullen krijgen. Dat heeft u keurig netjes uitgelegd. Maar we willen toch vragen of we toch niet iets met geluidswanden of wat dan ook dat eraan gedaan kan worden, of daar een mogelijkheid is om de overlast te beperken. Wel willen we vragen en oproepen om bij toekomstige aanvragen zeker voor de door ons ook gewaardeerde padelbanen voorzichtigheid te betrachten om deze dilemma’s te voorkomen. Dank aan mevrouw Draak, mijn vraag is netjes uitgebreid onder woorden gebracht. Wethouder Hoek: U stelt voor om voorzichtigheid te betrachten om dit soort dilemma’s te voorkomen. Ja, wij acteren op wet- en regelgeving. Er is bij de tennisvereniging bekend dat dit een probleem is. Je kan ook bedenken als tennisvereniging: dan moeten we misschien bedenken dat die padelbanen ergens anders op het terrein komen. Als u het heeft over geluidswerende voorzieningen. In feite neemt de vereniging het risico op klachten. Dat doet niet de gemeente, dat doet de vereniging.
Op het moment dat die klachten ontstaan, dan zal de vereniging dus ook moeten nadenken over hoe zij die klachten gaan tackelen. Zij zullen zelf dan moeten gaan bedenken hoe ze dat geluidsniveau naar beneden kunnen gaan brengen, want anders zou het weleens zo kunnen zijn dat er niet meer gepadeld kan worden. Op een gegeven moment neemt de vereniging, ze hebben een vergunning gekregen, laat dat ook duidelijk zijn, alleen, op bestaande wet- en regelgeving kunnen er klachten binnen komen, deze worden door DCMR beoordeeld. Op het moment dat eruit komt: ja, het geluid is teveel. Dan zal de vereniging maatregelen moeten gaan nemen. Ze weten het van tevoren. De heer Erwich, L3B: Als er vergunning wordt gegeven, wordt er dan ook nagedacht over de plek van die vergunning, dat we ze helemaal aan het einde van de tennisbanen hadden kunnen leggen. Dat advies had best gegeven kunnen worden. Wethouder Hoek: Dat snap ik, maar volgens mij zijn deze tennisbanen in het bezit van de tennisvereniging zelf. Dus het is voor hen de afweging: gaan wij een tennisveld opgeven dat nog niet volledig is afgeschreven om de padelbanen op een andere locatie te realiseren om zodoende dat geluid te dempen. Of doen ze dat niet, want het is een beetje weggooien van geld als je een tennisbaan vroegtijdig gaat vervangen. Dat is een afweging van de vereniging zelf. Dat is natuurlijk best een lastige.
De voorzitter: Een rondvraag over de WMO. De heer Kampinga, VVD: Vorige week zaterdag zat ik ’s nachts nog even tv te kijken, toen zag ik op teletekst de aankondiging van alle wijzigingen die eraan kwamen. Ik dacht: nu krijgen we het. Maar goed, ik ga even mijn verhaaltje houden. Echt hoor, ik kan het laten zien, ik heb er een foto van gemaakt. Het vaste abonnementstarief van € 19 per maand heeft een run op deze WMO maatwerkvoorziening opgeleverd. In 2022 werden de gemeentelijke uitgaven geraamd op € 4,2 mln. Een stijging van 8% ten opzichte van het jaar ervoor. Zoals bekend, bepleit de VVD meer nadruk op zelfredzaamheid en draagkracht. We kijken ook uit naar het rekenkameronderzoek over de kostenbeheersing. Misschien dat het college nog iets kan zeggen over wanneer het verwacht kan worden, de kostenbeheersing WMO. Inmiddels is bekend, sinds een week, dat het kabinet met een wetsvoorstel ingaand 1 januari 2025, komt dat draagkracht invoert en wel het huishoudinkomen hanteren als maatstaf voor de hoogte van de eigen bijdrage in plaats van het abonnementstarief van € 19. Hiermee zou het
30/31
volume verlaagd en de eigen bijdrage aanzienlijk verhoogd worden en daardoor de kosten voor de gemeente aanzienlijk lager worden. Bijdrage wellicht aan het voorkomen van het zogenaamde ravijnjaar. Bij een huishoudinkomen tot € 30.000 blijft de eigen bijdrage € 19 per maand, zoals nu gedacht wordt, het voorstel. Bij een huishoudinkomen van € 66.000 of hoger gaat het om € 255 per maand. Wat wij heel belangrijk vinden als VVD, dat staat ook in het coalitieakkoord landelijk, dat er gewerkt moet worden naar een eerlijkere eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp en met oog voor betaalbaarheid van lage en midden inkomens. Daarom is het abonnementstarief. We moeten er dus voor zorgen, dat iedereen er een beroep op kan doen en dat er een eigen bijdrage komt, dat is logisch. Daarom 4 vragen. Is het zuiver om het hogere jaarlijkse inkomen, dus als je € 1.000 meer inkomen hebt, dan ga je € 80 meer bijdrage betalen. Het gaat om de jaarlijkse bijdrage, 12 keer per jaar. De vraag is: is dat redelijk? Houd je dan rekening met de betaalbaarheid van de lage en midden inkomens? Drie. Is het college voornemens acties input te leveren aan de internetconsultatie, waar de wethouder laatst zelf van repte, gaat het college daar actief iets aan doen, rekening houdend met vragen 1 en 2, of het wel redelijk is en ook de betaalbaarheid van de midden inkomens. Vier.
Nu bekend is wat de contouren van de wet zullen worden, heeft het college plannen om onder de vigerende, dus nu, wetgeving richting de nieuwe wet na te denken en een voorschot te nemen om daarmee een bijdrage te leveren aan de betaalbaarheid. Dus een voorschot te nemen. Ik had het eerder gevraagd, maar nu weten we waar het naartoe gaat. Dank u wel. Wethouder Cnossen: Richting de heer Kampinga zou ik vanuit het college willen zeggen: dat wetsvoorstel wordt ontwikkeld, ik ken het nog niet precies. We zien wat contouren inderdaad op teletekst staan, maar voordat ik antwoord geef op die heel technische vragen zou ik echt vanuit de gemeente meer willen weten, het zijn voorzichtige contouren, hoe de uitwerking eruit gaat zien, dat weten we nog niet. We weten ook niet hoe de bekostiging vanuit het rijk eruit gaat zien. Ik wil ook niet aan de ambtenaren vragen om daar nu hele berekeningen van te maken. Uw vierde vraag gaat over het heden, u heeft dat vaker gevraagd aan mij als wethouder, daar blijf ik hetzelfde antwoord op geven, dat wij ons houden aan de wetgeving, ook omdat wij geen inzage hebben in inkomensgegevens en dat kunnen we niet juridisch afdwingen. Dat zou een hele rare beweging zijn van de gemeente Lansingerland om aan uw verzoek te voldoen.
De heer Kampinga, VVD: Heeft de wethouder kennis genomen van de officiële rijksoverheid stukken, die ook de griffier kent, waar dit allemaal in staat. Ik zeg niet iets globaals, dit is gepubliceerd door de rijksoverheid. Mevrouw Verhoef: Mevrouw Cnossen zegt: we kunnen niet afdwingen om het inkomen te laten zien. En meneer Hoek gaat een energiearmoede zaak optuigen, waarbij het tot de 150% gaat. Daar hoef ik geen antwoord op, maar het is wel iets wat ik de nacht mee in neem dadelijk. Wethouder Cnossen: Het antwoord op de vraag van de heer Kampinga is: nee. De voorzitter, om 23.40 uur: Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de rondvraag en daarmee ook aangekomen bij de sluiting van deze vergadering. Commissieleden, ambtenaren, inwoners, kijkers thuis en natuurlijk onze wethouders, hartelijk dank voor deze commissievergadering. Ik sluit de vergadering.
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
31/31