CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV22.0105] Verslag van de raadsvergadering van 20 oktober 2022

Gemeenteraad 3 november 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling van het verslag van de vorige vergadering39.406 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De voorzitter: De wethouder vraagt om een korte schorsing. Dat gaat we doen. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Dank dat we even kort konden overleggen. We hebben 2 vragen in de tweede termijn gekregen. Mevrouw Verhoef vroeg om toch nog een keer te formuleren: wat als het niet door gaat? We hebben u dat in de raadsinformatiebrief n.a.v. de commissie ook laten weten, op een rijtje gezet. We weten met elkaar, dat deze plek dan weg is. We hebben deze plek niet meer, daar komt een appartementengebouw met een commerciële plint, zoals dat deftig heet. De bibliotheek Oostland past daar niet in. Al zouden ze erin passen, dan zit je met een commerciële huur en het hele effect van het samenwerken in een cultuurhuis ben je kwijt. Er is ook een aantal gebruikers, die al heel lang hier op wachten. Ik noem Helicon, toneelverenigingen, het jeugd- en jongerenwerk die er ook gebruik van zullen maken, die zullen allemaal een ander onderkomen moeten hebben. U heeft in die raadsinformatiebrief in een andere versie daarbij ook getallen gezien. Het centrumgebied, denk daar ook goed over na, wat het doet voor dit centrumgebied als er geen cultuurhuis staat. Dan komt er nog zo’n appartement met een mooi plint eronder, met winkels die er al zoveel zijn. Daar gaan we iets verliezen.

We zijn ook de fietsenstalling, fietsgarage heb ik gehoord, daar kwijt en we zullen een oplossing moeten vinden, mogelijk ten koste van een aantal parkeerplaatsen, maar mooi zal het niet worden. We zijn het effect van een mooie, bewaakte fietsenstalling daar kwijt. Als wij dit bij elkaar optellen, dat heeft u gezien, en we zetten het af tegen het jaarlijkse bedrag dat nu structureel op de begroting staat, dan zien we dat dit bedrag aanzienlijk hoger zal oplopen. Plus, dat we er voorlopig niet zijn. We zijn hier al een paar jaar mee bezig, dat heeft meneer Lieverse ook genoemd. Ga maar weer eens een nieuwe locatie zoeken, we zien bij andere projecten hoe moeilijk dat is. Als je ergens een school kwijt wil, moet je ook de hele gemeente rond. Dat als antwoord op uw vraag om dat ook richting de inwoners uit te spreken. Dan komt de heer Erwich met een andere vraag. Heer Erwich, ik kan vanuit het college toezeggen, dat wij onderzoeken die minimale 25 stoelen toe te voegen. Die toezegging staat. De heer Erwich: Ik had eigenlijk een andere vraag. Dat was om een toezegging op die 25 stoelen. U heeft het over een onderzoek. Wethouder Cnossen: Excuus, ik ben niet duidelijk. De toezegging, die ik in de eerste termijn 33/41

al heb gedaan, dat wij in het eerste kwartaal van 2023 daarmee terug komen, met die 25 stoelen. Dat is een toezegging vanuit het college. Mevrouw Verhoef: Ik wil het nu wel helder hebben. Doet u de toezegging dat u met 25 stoelen aankomt? Of dat u een onderzoek doet of dat mogelijk is? U wilt het natuurlijk graag in het midden houden, dat begrijp ik, maar het is niet helder. Wethouder Cnossen: De kool en de geit. Ik heb in de eerste termijn inderdaad richting de heer Erwich, richting L3B, gezegd dat wij dat gaan onderzoeken als interessante optie om de fractie van L3B tegemoet te komen. Dat onderzoeken moet wel eerst gebeuren, want ik kan niet beoordelen vanuit deze zaal hoe we dat precies gaan doen. Maar als de heer Erwich de toezegging wil hebben van die minimale 25 stoelen, dan krijgt hij deze vanavond. Ik kijk ook de zaal rond en weet hoe belangrijk het is dat we hiermee doorgaan. Knopen tellen, daar heet iemand het over gehad. Daar ben ik ook mee bezig, vandaar een iets hardere toezegging dan in de eerste termijn. Terecht, mevrouw Verhoef. Mevrouw Draak: Ik had eigenlijk dezelfde vraag als mevrouw Verhoef, maar misschien luister ik gewoon niet goed. In het eerste deel van de beantwoording zegt de wethouder: ik kan het niet zeggen, de toezegging is dat we onderzoeken of het lukt. Zo vertaal ik dat.

Vervolgens, in de volgende zin zegt ze toch: ik merk dat het belangrijk is, dus ik zeg die stoelen toe. Ik heb nog een vraag, die stel ik er gelijk achteraan. De tweede vraag is: stel je voor, ik ga er toch even vanuit dat het een onderzoek is. Vervolgens komt het college terug en stel, die 25 stoelen passen erin, gaat dat dan automatisch binnen het budget dat we nu vast stellen? Of komen daar ook weer wijzigingen voor? Wethouder Cnossen: Ik leer altijd, dat je niet teveel in als/dan moet praten. Ik probeerde aan te geven richting L3B dat ik nu niet kan overzien hoe die 25 stoelen nou precies in die zaal passen, daar ben ik totaal ongeschikt voor. Maar toch wel de toezegging dat we daar heel serieus onderzoek naar doen. Ik heb van tevoren al even gesproken met de mensen die er wel verstand van hebben: joh, wat zijn de mogelijkheden? Op basis daarvan zeg ik nu in de tweede termijn iets directer toe: als dit u over de streep haalt, dan zegt het college die 25 extra stoelen toe. Is dat meer budget? Nee, ik wil voorlopig niet meer naar deze raad. De heer Erwich: Ik dank de wethouder voor de toezegging, die 25 stoelen, dat is belangrijk. Wat u vergeet, is dat ik vroeg om een onderzoek voor 50. Als dat kan, ben ik harstikke blij. Wethouder Cnossen: U moet het college ook niet overvragen. Ik wil wel met droge ogen hier een belofte doen.

Als ik dat over die 50 stoelen moet doen, dan blijven mijn ogen niet droog en dat vind ik niet eerlijk. De voorzitter: Dan zijn we aan het einde van deze tweede termijn en gaan wij over tot de stemming. We hebben nog 1 amendement. De heer Bergwerff heeft de zijne ingetrokken. Het amendement dat ik in stemming breng: inzetten reserve Eneco-gelden voor bouw Casa Cadanza. U kunt stemmen. Dat is met algemene stemmen aangenomen. De voorzitter: Dan gaan wij stemmen over het voorstel zelf: financiën Casa Cadanza. Voor 19 stemmen, tegen 12. Het voorstel is aangenomen. Mevrouw Verhoef: Ik wil een verklaring geven. De voorzitter: U heeft in uw termijn heel duidelijk aangegeven wat u ervan vindt. Een stemverklaring is om een stem duiding te geven, die daar mogelijk niet duidelijk uit wordt. Anders zou iedereen na zijn tweede termijn nog een derde termijn kunnen toevoegen, vandaar dat ik streng ben, nog los van de timing, want ik weet: ben altijd bereid nog terug te komen. De voorzitter: We hebben nog 2 punten en ik ga ervan uit, dat u het af wilt maken. Het kan kort, los even van de indieners, u kunt echt in 3 zinnen, de moties zijn helder, aangeven wat u ervan vindt. Ik doe een beroep op u om dat ook te doen. 10.e Verordening nadeelcompensatie Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik ben zo vrij om de hele motie voor te lezen, ook de toelichting. De voorzitter: U heeft gewoon uw eerste termijn.

U kunt uw motie indienen en het toelichten met deze tekst of met uw eigen woorden, wat u wenst. Wel de tekst van het dictum uitspreken, de toelichting mag in uw eigen woorden. Mevrouw Verhoef: Het zal niemand ontgaan zijn, dat het centrum Bergschenhoek in het afgelopen half jaar of nog langer open lag, daar was veel overlast voor met name de bezoekers. Daar hebben de winkeliers last van ondervonden, dat is inmiddels wel helder. Het is zeer aannemelijk dat de ondernemers in Bergschenhoek, en sommigen meer dan anderen, minder omzet hebben gedraaid ten gevolge van die langdurige en ingrijpende werkzaamheden rond die herinrichting in centrum Bergschenhoek. Maar alleen de ondernemers die hier formeel zorgen hebben geuit, zijn door wethouder Fortuyn mondeling geïnformeerd over het feit dat men aanspraak kan maken op een vergoeding via de planschade verordening Lansingerland. Het is aannemelijk dat ook andere ondernemers schade hebben ondervonden in de vorm van inkomstenderving en die moeten dus ook die mogelijkheid hebben, dat is fair, om eventueel als ze daarvoor in aanmerking zouden komen ook die planschade aanvraag in te dienen. Gezien de lange duur en intensiteit van die werkzaamheden lijkt het ons ook attent om de ondernemers te faciliteren bij het indienen van hun aanvraag. Daarmee bedoel ik: uitleg te geven als dingen niet duidelijk mochten zijn. Dus het dictum luidt: 34/41

M2022-034 Verzoekt het college om zo snel mogelijk maar niet later dan 15 november 2022 álle ondernemers in Bergschenhoek zo helder mogelijk op schrift te informeren over de planschaderegeling. Hen daarbij aan te bieden om te faciliteren bij het indienen van een aanvraag, in ieder geval minimaal de toelichting geven. In de toekomst bij dergelijke grootschalige werkzaamheden in winkelcentra strakker te managen teneinde het nadeel voor ondernemers zo veel mogelijk te beperken. En gaat over tot de orde van de dag. Deze heb ik alleen ingediend, maar ook wel in de lijn van allerlei vragen die WIJ heeft gesteld, omdat die zich daar ook zorgen over maakte. Dat wil ik nog even gezegd hebben. Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Ik zal heel kort zijn. Ik heb het al vaker gezegd: MKB is de kurk waar de Lansingerlandse economie op drijft. We moeten die overeind houden, niet alleen in Covid, maar ook daarna vanwege werkzaamheden, dus wij zullen de motie van de PvdA ondersteunen. De heer Blonk, L3B: Wij gaan voor deze motie stemmen. Ik wil er toch een aantal dingen bij zeggen. Elke ondernemer die door de werkzaamheden aantoonbaar minder omzet heeft gedraaid dient te worden gecompenseerd volgens de regeling. De toetsing van inkomsten van meer of minder omzet lijkt nu te gebeuren op basis van referentie uit 2021.

Dat was een coronajaar en niet representatief voor de omzet in het geval van aanvraag planschade, zoals in Bergschenhoek. Ter vergelijking 2019 moet het zijn, of als het meerdere jaren moeten zijn 2019, 2018, dus niet 2020 en 2021. Dank u wel. De heer De Graaf, VVD: Ik heb eerder vanavond complimenten gegeven aan onze gemeente en de prestatie die wij in Bergschenhoek hebben geleverd, die verdient niet de schoonheidsprijs. Het heeft te lang geduurd, overlast veroorzaakt langer dan gepland. Dat we daar iets tegenover stellen als gemeente, daar kunnen we ons in vinden. We hebben veel sympathie voor de motie van de PvdA. Wel een verduidelijkende vraag aan mevrouw Verhoef: wij zitten wel te kauwen op het woord faciliteren bij punt 2. De rol van de gemeente is niet dat wij aanvragen vooraf gaan invullen en dat soort zaken. Dus als faciliteren ook is informeren of van informatie voorzien, een beetje begeleiden is tot daar aan toe, maar het actief actie nemen als gemeente, dat lijkt me niet onze rol, dus dat is voor ons geen onderdeel van punt 2. Als mevrouw Verhoef bevestigt dat dat inderdaad zo is, dan is het wat ons betreft akkoord. De heer Jumelet, WIJ: Dank aan mevrouw Verhoef om de motie in te dienen. Ze refereerde al even aan het feit dat mijn collega’s er al meerdere keren vragen over hebben gesteld. Wij staan uiteraard positief tegenover deze motie. Toch nog even n.a.v.

wat de heer De Graaf zegt, anders lijkt het of de gemeente erg in gebreke is gebleven. Wat wij begrepen hebben, is dat er allerlei dingen speelden met riolering en dergelijke, waardoor het werk uitliep. Het is niet altijd te voorzien, dat dingen uitlopen. De zwarte piet neerleggen bij de gemeente vind ik wel een beetje makkelijk. We moeten niet te snel de schuld op de schouders nemen, want er zijn omstandigheden die meer tijd vragen. De heer De Graaf: Daar heeft meneer Jumelet voor een deel gelijk in. Ik permitteer mezelf de vrijheid als civiel ingenieur van huis uit om op inhoud hier een mening over te hebben. Als ik zie wat daar gebeurd is, dan heeft de aannemer daar niet altijd de juiste dingen gedaan en niet op tijd. Dat gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente en ik denk dat ons daar wel enige zelfreflectie past. Dank u wel. De heer Jumelet: Zelfreflectie is nooit fout, maar aan de andere kant: het boetekleed aantrekken is ook soms goed. Soms moet je je het niet te snel aantrekken, er kunnen omstandigheden zijn. De heer Hofman, CU: We hebben de motie tot ons genomen. Sympathiek opgesteld, maar we lazen er vooral ook staand beleid in. We vroegen ons richting de wethouder af: heeft de wethouder deze motie nodig bij het faciliteren dan wel op tafel krijgen van planschades? Heeft hij het nodig voor de uitoefening van zijn taak? Dat is eigenlijk de vraag.

De heer Van den Beukel, CDA: Ik sluit me kortheidshalve aan bij de woorden van de heer Hofman. Beantwoording college Wethouder Fortuyn: Een korte reactie van mijn kant. Op zich is wat je doet actief gaan informeren in plaats van: de regeling is er al, daar kunt u op aansluiten. Het is min of meer actief informeren, dat wordt gevraagd, om dat in de toekomst te gaan doen. Wij zeggen als college: ja, er is wet- en regelgeving over, we hebben een verordening. Wij zullen dit actief naar ons toetrekken, ook in Bergschenhoek, om die ondernemers in het hele gebied, het is niet alleen de Dorpsstraat geweest, ook de Kulck en er omheen, te informeren dat deze mogelijkheid tot planschade er is aan de hand van de regels die we daaromtrent hebben afgesproken. Wat dat betreft omarmen. Het is aan u om daar de motie voor te gebruiken. Is het nodig? Die vraag is gesteld. In principe niet, maar wat u in deze motie vraagt is specifiek voor winkelcentra. Ik ben blij dat Berkel centrum grotendeels klaar is en ook Bleiswijk klaar is. Bergschenhoek is ook klaar, dus wat mij betreft heb ik hem niet echt nodig, maar als u zich er 35/41

comfortabel bij voelt om er een soort standaard van te maken om deze regel op te nemen in de informatie naar de ondernemers toe, dan hebben wij daar als college geen bezwaar tegen. De heer Blonk: Ik had een zijpad gemaakt, heel bewust ook. Binnen de uitvoering van planschade heb je referentiejaren nodig. Mijn vraag was om daar in ieder geval geen coronajaren voor te nemen. Daar bent u niet op ingegaan. Wethouder Fortuyn: Eens. We moeten wel een realistisch jaar hebben, laten we dat nemen. Je moet wel kunnen vergelijken. Er zijn ook ondernemers, die er maar 2 jaar zitten, dus daar moeten we ook anders kijken naar de situatie. We zullen altijd coulant kijken, er zijn ook loketten voor om iets te regelen. We kijken er altijd met een coulance naar, maar we hebben ons ook aan wet- en regelgeving te houden. De motie an sich geen probleem en neem een realistisch jaar, zover dat in het bereik ligt van diezelfde ondernemer. Tweede termijn Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik ben blij met de steun van, volgens mij, alle fracties. Ook blij met het antwoord van de wethouder, dat was heel duidelijk, daadkrachtig. Ook blij dat hij zegt dat de coulance wordt betracht, niet in een coronajaar. Nog even richting VVD en ook naar de andere fracties. Ik bedoel met faciliteren niet handje vast houden bij het indienen van de aanvraag en het opstellen. Maar inderdaad, mochten er vragen zijn die verhelderen.

Misschien valt dat onder de coulance, waar de heer Fortuyn het over heeft. Dank. De voorzitter: Dan gaan wij over tot de stemming, eerst het voorstel zelf. We gaan over het voorstel stemmen: verordening nadeelcompensatie. Dat is unaniem aangenomen. De voorzitter: Dan gaan we stemmen over de motie van mevrouw Verhoef, alle ondernemers informeren. Ook met algemene stemmen aangenomen. 10.f Motie vreemd aan de orde: Noodfonds ondersteuning bij Energiearmoede De heer Ruijtenberg, GL: Ondanks het late tijdstip wil ik toch deze motie in zijn volledigheid voorlezen. Het is namelijk een belangrijk onderwerp. Ik ga ervan uit, dat u het allemaal gelezen heeft en dat u er allemaal een oordeel over heeft kunnen vormen, maar toch ook voor mensen die eventueel nog kijken, dat kan ik me niet voorstellen, maar goed. Ik ga het toch helemaal voorlezen. M2022-035 Onderwerp noodfonds ondersteuning bij energiearmoede. De raad van de gemeente Lansingerland in vergadering bijeen d.d. 20 oktober 2022, gehoord de beraadslaging. Constaterende dat de rijksoverheid heeft besloten om in 2022 alle huishoudens ongeveer € 545 korting op hun energierekening te geven en naar lage inkomens ongeveer € 1.300 energietoeslag. Dat het college een plan van aanpak energiearmoede heeft ontwikkeld voor huurder en dat ook nog zal doen voor woningeigenaren, gefinancierd uit rijksmiddelen.

Overwegende dat de stijgende energieprijzen bij steeds meer huishoudens tot grote financiële problemen leiden, niet alleen de lagere inkomens maar ook de middenklasse inkomens hiermee te maken krijgen, generieke maatregelen vanuit het rijk en preventiebeleid vanuit de gemeente niet kan voorkomen dat individuele huishoudens acuut in betalingsproblemen kunnen komen. De gemeente een zorgplicht heeft voor haar inwoners. Gegevens van het CBS uit Q3 2022 uitwijst, dat 40% van de huishoudens in Lansingerland precies rond komt of spaargeld aanspreekt of reeds schulden maakt en er dus in potentie 9.931 huishoudens in problemen kunnen komen. Verzoekt het college om zo snel mogelijk maar niet later dan 31 oktober 2022 een noodfonds van € 800.000 ter beschikking te stellen voor inwoners die aantoonbaar door hogere energielasten in financiële problemen komen. Dit noodfonds te laten bestaan tot en met 31 maart 2023. De benodigde bestemmingsreserve en de storting van € 800.000 in het eerstvolgende P&C document te verwerken en indien nodig deels te onttrekken aan de algemene reserve. Indien er voor de termijn van 31 maart 2023 meer geld nodig is dan een nieuw verzoek te doen aan de raad van Lansingerland. Indien er op 31 maart gelden over zijn van dit noodfonds deze terug te storten in de algemene reserve.

Dit noodfonds beschikbaar te stellen voor alle huishoudens met acute betalingsproblemen en bovendien maximaal een verzamelinkomen van 1,5 keer een modaal inkomen zonder vakantiegeld. In samenwerking met o.a. Humanitas Lansingerland en Schuldhulpmaatje Lansingerland tot één loket te komen waar inwoners zich kunnen melden. Uitgebreid informatie te verstrekken aan inwoners van het bestaan van dit loket en noodfonds. Ik dien deze motie in tezamen met de heer Bergwerff van het CDA, mijn buurvrouw aan de linker zijde Petra Verhoef en mijn buurman aan de rechter zijde Paul Lieverse. De heer Lieverse, CU: Niet om voor te kruipen, maar we vullen elkaar aan. Achter 1 van de 5 voordeuren bestaan problemen met geld. Dat is een Nederlands cijfer. Geweldig dat er in onze gemeente hulp bestaat voor wie ernstig in de knel is gekomen op financieel gebied. Dat naast de gemeente zelf deskundige hulp is van Humanitas, Schuldhulpmaatje, Kwadraad en alle getrainde vrijwilligers. Deze 36/41

motie brengt deze laatste extra in beeld om in deze verwarrende periode de handen ineen te slaan. Samen met de gemeente. Deze motie beoogt dus steun voor het college. In de recente commissievergadering legde de wethouder keurig uit welke ijzers we in het vuur hebben, zoals dat er onderzoek wordt gedaan waar de problemen precies zijn, hoe nijpend ze zijn enzovoorts. Een uitvoering van bestaande regelingen, die er gelukkig zijn. De CU is blij met die grondige aanpak maar mist in de tools om nu wat te doen. Essentieel in de motie is verder het gemeenschappelijke loket. Deskundige hulp van de mensen die gewend zijn zich bij schulden hulp te verlenen en ook achter de voordeur komen bij deze mensen. Hierdoor is voor de ambtenaren alleen een eindtoets nog nodig. Tot slot. Onze motie geeft een bovengrens aan, namelijk tot 1,5 modaal. Maar er zijn mogelijk ook andere inwoners die geen uitweg uit de schulden meer zien, al dan niet door de energieprijzen. Laten zij zich vooral ook melden bij het loket. Wellicht komen ze niet in aanmerking voor hulp uit het noodfonds, maar begeleiding en advisering kan ook voor hen welkom zijn bij wanhoop en schaamte hierover. Mevrouw Verhoef, PvdA: De urgentie is al heel goed toegelicht en ook de strekking van de motie door de heer Ruijtenberg en door de heer Lieverse.

Wij hebben, de PvdA heeft inhoudelijk het voortouw genomen, maar de andere fracties, CDA en GL, hebben daar met ons mee gedacht en opgetrokken. We hebben het bespreekstuk aan de orde gebracht enkele weken geleden bij de commissie samenleving en daar hebben we een heel goed gesprek gehad onderling met alle fracties. Ook een reactie gehad van wethouder Hoek, die heel duidelijk liet zien: het college vindt dit belangrijk, het college wil hier ook echt wat aan gaan doen. Maar deze motie hebben we toch nodig geacht, omdat we het gevoel hebben, althans, mijn fractie heeft dat gevoel, net het gevoel van urgentie en nu wat kunnen doen, dat dat ontbreekt. De wethouder zegt: ik wil het eerst goed onderzoeken en ik wil de regeling goed inrichten. Dat is natuurlijk goed, maar wij willen eigenlijk met deze motie zorgen dat de wethouder ook geld heeft, een noodfonds, zoals het coronafonds, waarmee hij op korte termijn met het college stappen kan maken om de nood te gaan ledigen. Dat zit ook achter deze motie: vaart maken en u het budget geven om dit te gaan doen voor de inwoners. Daar wil ik het bij laten. De heer Bergwerff, CDA: Ik zal de vorige sprekers niet herhalen, ze hebben niks geks gezegd. Alles wat ze zeggen, daar zijn wij het mee eens. Ik benadruk nog wel even, het gaat hier om een tijdelijk gebeuren met een einddatum.

Het gaat om mensen, die nu niet rond kunnen komen en daarom tijdelijk hulp ontvangen van de gemeente. Dit noodfonds moet echt een uitweg zijn voor hen die anders in de schulden terecht komen. We weten allemaal, die mensen hebben een probleem, maar wij als gemeenschap, als gemeente, hebben gewoon een zorgplicht, dus wij zullen uiteindelijk het probleem oplossen. Als fractieleden van het CDA zijn wij gekozen om op te komen voor hen die hulp echt nodig hebben. Door dit noodfonds kunnen we aan deze plicht voldoen. Ik vond het wel goed, dat de PvdA benoemt dat de beantwoording van de wethouder dusdanig gericht was op preventiebeleid, dat natuurlijk ook heel belangrijk is en heel goed is. Maar wij willen beleid voor mensen die morgen in de schulden komen door de hoge energiekosten. Dank u wel. Mevrouw Draak, VVD: Ik denk toch dat ik iets anders heb gehoord in de commissie dan mevrouw Verhoef en de heer Bergwerff net schetsten. Meneer Kampinga heeft in de commissie samenleving goed gehoord hoe de VVD hier over denkt. Eigenlijk alles wat in de motie staat qua overwegingen en qua zorgen, dat delen we, dat bleek ook uit de commissiebespreking. Alleen, er zijn landelijk regelingen gemaakt voor de hoge energiekosten. De heer Jetten, de minister, heeft gezegd dat er niemand zal worden afgesloten. We hebben in echte gevallen van nood een bijzondere bijstandsregeling.

Daarnaast heeft de wethouder ook uitgelegd hoeveel mogelijkheden er al zijn om inwoners te helpen. De VVD wil ook graag dat mensen die schulden krijgen door energiekosten in beeld komen. Of daar het noodfonds voor nodig is, wij denken niet. We moeten juist wat er al is optimaal uitnutten. Ik dacht gehoord te hebben in de commissie dat de wethouder er ook zo in zat, maar dat ga ik straks graag horen. Ondanks de enorm goede bedoelingen erachter zal de VVD deze motie niet steunen. Mevrouw Heijblom, D66: Ik denk in dit geval heel erg in lijn met wat mevrouw Draak zegt. Ook wij vinden het een ontzettend sympathieke motie, waarvan we de bedoeling goed begrijpen. Ook wij vinden het belangrijk dat huishoudens niet in de financiële knel komen door hoge energiekosten en dalende koopkracht. Maar we hebben een noodfonds vanuit het rijk, een noodfonds energiearmoede. En ernaast trekt het rijk nog € 23,5 mld komend jaar uit om de koopkracht op peil te houden, dat is echt een ongekend groot bedrag. Af en toe denk ik ook weleens: die coronatijd was natuurlijk heel bijzonder, eigenlijk zijn we toen gewend geraakt aan al die grote compensatieregelingen, een fonds. Wij denken dat je het op een andere manier kan regelen met de regelingen die we al hebben. Wat wij hebben begrepen, is dat de wethouder hier al goed over nagedacht heeft of nog het e.e.a. wil uitzoeken.

Wij willen graag horen wat dat is. Mevrouw Verhoef: Een korte interruptie. De bedoeling van deze motie is niet om in het gat te springen, we willen aanvullend zijn op wat het rijk doet. Sorry, we willen wel in het gat springen waar het rijk eigenlijk tekort schiet. We weten dat dat weldegelijk mogelijk is. De heer Lieverse: Een vraag aan mevrouw Heijblom. Het voorstel wordt sympathiek genoemd, er komen miljarden aan volgend jaar. Maar wat is er nu voor mensen die in de problemen zitten? Mevrouw Heijblom: Dit jaar 37/41

wordt er ook behoorlijk wat gedaan voor de lagere inkomens. Deze maanden nog, november en december, ook vanuit het rijk. Inderdaad, zoals mevrouw Draak ook zegt, er zijn stevige toezeggingen gedaan door Jetten, die zegt: niemand wordt afgesloten deze winter. Wat ons betreft is dat voldoende. Daarnaast denk ik dat je ook moet gaan kijken naar de regelingen die allemaal opgetuigd worden, in welk eindplaatje die resulteren. De heer Ruijtenberg: Mevrouw Heijblom zegt terecht: er worden vanuit het rijk heel veel maatregelen genomen voor de lagere inkomens. Dat klopt. Maar deze motie gaat over de doelgroep van mensen met midden inkomens, die juist tussen wal en schip vallen, die niet met al die regelingen voor de lage inkomens kunnen meedoen. Beseft mevrouw Heijblom dat deze motie juist niet alleen, maar ook juist gaat over de mensen met midden inkomens, die nergens aanspraak op kunnen maken. Mevrouw Heijblom: Het is goed, dat u dat nog even expliciet uitspreekt, maar dan nog ben ik benieuwd waar de wethouder mee komt in zijn eerste termijn. De heer Lieverse: Misschien mag ik de vraag van mijn buurman dan expliciteren. We hadden deze week een bijeenkomst met meneer Dannenberg van Divosa, die legde uit dat juist de problematiek ligt bij de mensen die net buiten de categorie vallen, die hulp krijgen bij de problematiek.

Om een voorbeeld te noemen: van Schuldhulpmaatje hoorden wij dat van de vele mensen die zij nu onder begeleiding hebben, er maar 1 is die mag rekenen op de energietoeslag. Ofwel, het is juist een heel andere categorie waar zoal aan gedacht wordt. Mevrouw Heijblom: Laten we even wachten op wat de wethouder straks heeft. De heer Afalah, WIJ: Ik ga niet herhalen wat ik de vorige keer heb gezegd namens WIJ. Ik wil bedanken de partijen die deze motie hebben ingediend. Dat geeft het belang aan, denk ik. Ik ben eigenlijk best wel positief over de motie. Wat ik me wel afvraag is, gezien de beantwoording de vorige keer van de wethouder, dat zou ik graag willen weten van de wethouder: is deze motie nodig om de mensen in nood te helpen op dit moment? De zorgen die deze motie uit, delen wij. Ik denk dat we die breed delen. Ik maak me met name zorgen, als WIJ, juist voor die groep. Meneer Lieverse begon over de presentatie van gisteren, er is gewoon een groep die tussen wal en schip valt, die nu misschien in de problemen komt of al in de problemen is. Ik zou graag willen, dat er heel snel wat geregeld wordt voor die mensen. De heer Lieverse: Omdat meneer Afalah iets zegt over: is het wel nodig? Stel, een fictieve situatie, dat er heel weinig mensen zich zullen melden. Dan gaat het terug naar de kas waar het vandaan komt, de algemene reserve.

Het is niet zo dat wij beogen een soort uitkering te geven aan zomaar iedereen tot 1,5 modaal. Nee, het gaat om mensen in noodsituaties. De heer Afalah: Ik kom daar nog op terug in mijn verhaal. Wat ik me ook afvraag, de mogelijkheden die er nu zijn, welke zijn dat? Er is bijzondere bijstand. Ik weet dat de gemeente Nijmegen heel snel iets op poten heeft gezet, daar kunnen mensen met een inkomen tot 150% van de norm al aankloppen, specifiek voor dit soort dingen. Ik vraag me af, dat wil ik ook weten van de wethouder, dat ze het onderzoeken: hoe snel kan hij daarmee terug komen? Er staat een datum van 31 oktober. Met alle respect, dat zijn 7 werkdagen. Hebben we de tijd om dat voor elkaar te krijgen? Vraag aan de wethouder: hoe kijkt hij daar tegenaan? Is dat haalbaar? Zo niet, hoeveel tijd heeft hij meer nodig? Wat is een reële termijn om daarop terug te komen? De heer Ruijtenberg: Die termijn hebben we expliciet genoemd. Wij hebben veel respect en heel veel vertrouwen in onze ambtenaren, zij kunnen dat. Zij kunnen ijzer met handen breken en ze zijn in staat om dit te doen. Ten tweede, de wethouder heeft in de commissie inderdaad aangegeven, dat hij geduld vraagt aan ons om het op poten te zetten. Ik heb in de commissie gezegd: wij hebben wellicht het geduld, maar de deurwaarders hebben geen geduld.

Vandaar de termijn van 31 oktober om het echt zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen. Als morgen een deurwaarder aanbelt, kan je nu niets. De heer Afalah: Als het kan, heel graag. Als we voor 31 oktober iets op poten kunnen zetten, waar we die mensen mee kunnen helpen: ik sta aan uw kant, WIJ als partij staat aan uw kant, daar is geen misverstand over. Ik vraag me alleen af of dat haalbaar is, dat zou ik graag van de wethouder willen horen. Uiteraard wil ik natuurlijk niet dat we mensen in de kou laten staan. De mensen die gaan aankloppen bij de gemeente moeten we gewoon helpen. Hoe? Dat doet er eigenlijk niet toe, maar ze moeten die hulp gewoon krijgen, dat ben ik het absoluut met u eens. Maar op welke manier, dat zou ik graag willen horen. Ik had een vraag inhoudelijk over de motie. De pot van € 800.000. Ik vroeg me af, de onderbouwing daarvan, waar is het precies op gebaseerd? Dat is meer een vraag naar de indieners en ook naar de wethouder: hoe kijkt hij naar dit bedrag? Waar ik ook mijn vragen bij heb, een noodfonds is tot 31 maart 2023, vanwaar die begrenzing? Als we zo’n fonds gaan oprichten, dan zie ik niet echt een reden waarom we dat op 31 maart 2023 stop moeten zetten, want we weten natuurlijk helemaal niet waar we staan over een paar maanden.

Dat vind ik wel apart, waarom kunnen we het niet gewoon open laten, als we dat gaan doen? Ik ben benieuwd naar de indieners. De voorzitter: Om deze vraag te beantwoorden, daar heeft u een tweede termijn voor. De vragen die de heer Afalah stelt, kunt u in uw tweede termijn mee nemen, dan kan de heer Afalah zijn standpunt daarop vormen. De heer Afalah: Nog één punt. De motie betreft 1 à 1,5 keer modaal. Ook weer een vraag naar de indieners: waarom 1,5 keer modaal? De vorige keer begon de wethouder ook over maatwerk en daar ben ik het eigenlijk best wel mee eens. Er zijn mensen die door omstandigheden hun baan verliezen of wat dan ook, die ook in de problemen kunnen komen, ook al verdienen ze iets meer dan die 1,5 modaal. Als we al zoiets zouden willen optuigen, dan zou ik heel graag maatwerk willen leveren. Laat de mensen zich melden bij het loket, dat ene loket, dat vinden we wel belangrijk trouwens, dat het één loket is. Er zijn gewoon kleine ondernemers, ZZP’ers, mensen die hun inkomen zien dalen, die moeten we echt de mogelijkheid geven om zich te melden. Ik snap dus die begrenzing niet helemaal. Ik ben er echt wel van 38/41

overtuigd, dat we er wel uit komen, samen. Misschien hier en daar wat dingen aanpassen. Ik ben echt benieuwd naar de antwoorden van de wethouder. Dank u wel. Mevrouw Gielis, L3B: Heel veel is al gezegd, dus ik ga het kort houden. Laten we voorop stellen, dat L3B nog steeds van mening is, dat we niemand in de kou moeten laten staan, niet letterlijk en niet figuurlijk. Daar waar noodhulp nodig is, moet dat snel en laagdrempelig bereikbaar zijn. We moeten er ook voor zorgen, dat zei meneer Lieverse net ook, dat mensen niet schromen om schrijnende situaties zichtbaar te maken. Tijdens de commissievergadering over dit onderwerp heeft de wethouder heel erg uitvoerig verwoord wat er op dit gebied allemaal al gebeurt in Lansingerland. Ik zal het niet herhalen vanwege de tijd. En het rijk doet momenteel ook al heel veel, dat werd ook al gezegd door mevrouw Heijblom. Zo krijgt ieder huishouden in november en december de rijksbijdrage van € 190. Wij willen graag van de indieners weten hoe deze motie zich verhoudt tot al hetgeen wat al gebeurt op dit front. Hoe wordt het bedrag onderbouwd? We begrijpen dat als het over is terug gestort wordt, maar welke groep mensen zakt nu echt door het ijs? Die zijn er, daar zijn we ons terdege van bewust, dat ondanks alle regelingen er nog altijd mensen zijn die in de financiële problemen blijven of komen door de huidige situatie.

Inderdaad, dat is misschien juist een groep die niet zo heel zichtbaar bij ons is. Maar we vinden de onderbouwing in deze motie niet helemaal voldoende. Dus we willen graag van de wethouder weten of hij deze motie kan uitvoeren zonder bestaande processen in de weg te zitten, want er kleven ook administratieve en personele consequenties aan. Stel, iemand zit in de bijstand en krijgt een aanvulling en komt daardoor over zijn bedrag heen en moet hij het terug betalen. Hoe wordt dat gecontroleerd, hoe wordt dat geregistreerd? Kortom, komt hiermee de ambtelijke organisatie dan niet onnodig onder druk te staan? De vraag is dus echt: is deze zeer, zeer, zeer sympathieke motie praktisch uitvoerbaar? De datum, de heer Afalah zei het al, 31 oktober: is dat reëel? Haastige spoed is zelden goed. Onze vraag is: hoe komt het geld van zo’n noodfonds bij de juiste mensen terecht? Gezinnen die in acute nood zitten, kunnen immers altijd al een beroep doen op de bijzondere bijstand. Daar is dat ene loket voor nodig, waar aan gewerkt wordt, waar alles samen komt en waar maatwerk geleverd kan worden. Daar wordt al aan gewerkt. Korte lijnen besparen geld, maar vooral tijd in dit geval. Ik zal heel veel niet herhalen van de vragen die al gesteld zijn. De wethouder heeft in de commissie al een toezegging gedaan om alles in het werk te stellen mensen met aantoonbare energiearmoede te helpen.

Wij zijn erg benieuwd hoe de wethouder aankijkt tegen de uitvoering van deze motie en of deze motie hem helpt om te bereiken wat we allemaal willen: mensen helpen die in nood zitten. Beantwoording college Wethouder Hoek: Dank voor het opstellen van de motie. Ik vind hem sympathiek. En geloof me, het gevoel voor urgentie is absoluut aanwezig. We hebben ook echt oog voor de nood. Dat is ook de reden geweest waarom wij 3 weken geleden in het college al bedacht hebben: jongens, we moeten iets doen met een bepaalde doelgroep die buiten de boot valt. Dan moet je natuurlijk wel weten hoe die doelgroep eruit ziet. Het college heeft voorgesteld om een onderzoek in te stellen om te kijken om welke mensen het nu specifiek gaat. Dat kunnen de mensen tot 150% zijn, maar zoals de heer Afalah zegt, dat kunnen ook mensen zijn die boven die 150% zitten, dat kunnen ZZP’ers zijn. Dat is hetgeen we willen onderzoeken. Dus we willen eerst weten om welke groep het specifiek gaat, over hoeveel mensen we het dan hebben. Aan de hand van deze uitkomsten komt het college met een voorstel. Ik zeg u toe, ik vraag 2 weken van u. U komt met 31 oktober, medio november wil ik met een voorstel komen, want dan verwachten wij dat het onderzoek, dat wij zojuist hebben ingezet en wat al loopt, dat dat is afgerond.

De heer Lieverse: Omdat het woord onderzoek opnieuw valt, dat is in de commissie ook een paar keer benoemd, maakt u ons steeds nieuwsgieriger naar hoe dat onderzoek er precies uitziet. Als er zo’n loket is, waar mensen zich kunnen melden, dan zou het onderzoek weleens heel veel vlotter kunnen gaan. Is het niet? Wethouder Hoek: Dat vormt dus ook onderdeel van wat we nu aan het bekijken zijn. U kent mij, ik ben niet van het onderzoek om te onderzoeken, ik ga voor daadkracht. Binnen het ambtenarenapparaat is het absoluut bekend, dat wij echt slagen willen maken. Vandaar ook de bijzonder korte termijn als ik het heb over medio november. De heer Lieverse: Ik was eigenlijk benieuwd hoe het onderzoek wordt uitgevoerd. Wethouder Hoek: Vindt u dat nou werkelijk relevant, hoe specifiek? Dat gaat door de ketenpartners te spreken, het gaat ook om de signalen die op het gemeentehuis binnen komen. We hebben ook een aantal noodfondsen in het Delftse gesproken. We zijn gewoon breed aan het kijken om welke doelgroep het specifiek gaat. Inderdaad, ik ben het helemaal met u eens, dat moet niet te lang duren, maar ik denk dat als ik medio november zeg, dat dat bijzonder snel is, gezien de problematiek die we in beeld willen brengen. De heer Ruijtenberg: Ik heb 2 vragen aan de wethouder.

Hoe groot is de doelgroep? Is hij zich ervan bewust dat op dit moment 12% van de inwoners van Lansingerland reeds schulden maakt, dus die zitten in die 40%. Dat verklaart waarom die € 8 ton nodig is. Is de wethouder bekend dat het gemiddelde inkomen van een ZZP’er € 49.700 is en daarmee dus ruim binnen de doelgroep valt, zoals ik benoem? Wethouder Hoek: Dit soort gegevens komen in het onderzoek aan de orde. Inderdaad, met name de ZZP’ers, de mensen die we misschien niet direct op ons netvlies hebben, worden daarin ook meegenomen. Daarom doen we juist onderzoek. Laat duidelijk zijn, het college ziet absoluut noodzaak, dat er meer nodig is voor bepaalde groepen, daar twijfelen we in feite 39/41

niet aan. Laat duidelijk zijn, weet je, dat we daarvoor willen gaan. Hoeveel geld er dan nodig is? Dat kan ik op dit moment niet zeggen. Maar als we kiezen voor het helpen van de doelgroep, die in het onderzoek naar boven komt, dan hoort daar ook een bedrag bij dat ook de lading dekt. We willen niet over 1 nacht ijs gaan. Er zijn heel veel regelingen, dat heeft D66 ook al aangekaart, en die willen wel ook de revue laten passeren als wij specifieke groepen gaan ondersteunen. Mevrouw Verhoef: De wethouder zegt: hoeveel geld er dan nodig is, dat kan ik nu niet zeggen. Maar ik denk op basis van het onderzoek dat u beschrijft, dat u dat eigenlijk nooit kunt zeggen. Er ligt nu een handreiking met deze motie om een bepaald bedrag, net als bij het coronafonds, te geven want dit is een bijzondere situatie. Hoe kijkt u daar dan naar? Wethouder Hoek: Zoals ik net al zei: op het moment dat we besluiten om een bepaalde doelgroep te ondersteunen, dan hoort daar een bedrag bij. Ik kan niet inschatten hoe hoog dat bedrag nu is. U geeft wel aan, dat u een redelijke inschatting kan maken, maar tegelijkertijd zegt u ook: op het moment dat het teveel blijkt te zijn, dat we het dan terug storten. Goed, op het moment dat we bedenken: we gaan hulp bieden aan een bepaalde groep, dan zal er een bedrag bij horen. Natuurlijk, we kunnen geen hulp bieden zonder dat we daar geld voor apart zetten.

Ik hoop dat ik daarmee enigszins uw twijfel. Mevrouw Verhoef: Ik wil de wethouder meegeven, dat het onderzoek dat u beschrijft best dermate natte vingerwerk is of in ieder geval sporadisch is. Het gaat voor u heel lastig zijn om daar een budget voor vast te stellen. Wij hebben het budget gekozen op basis van vergelijkbare gemeenten van vergelijkbare omvang, die wel dit soort noodfondsen hebben ingezet. Wethouder Hoek: Helder. Wij hebben als college de verantwoordelijkheid om regelingen op een terdege manier uit te voeren en je kan het maar één keer goed doen. Ik wil het goed uitgezocht hebben. De heer Afalah zei het al, we praten over nog 9 werkdagen. Ik zeg u toe: over 2 weken kom ik met een voorstel. Van het voorstel kan ik u garanderen, dat het terdege is uitgevoerd en dat we dan met een terdege voorstel komen. Wij zitten niet anders in de wedstrijd. Het verhaal dat de heer Lieverse net vertelde, dat Schuldhulpverlening ons terug gaf, dat is voor mij ook de trigger geweest om te zeggen: jongens, hier moeten we iets mee. Maar wel op basis van goed onderzoek, een stuk duidelijkheid en ook een goede regeling die we met elkaar optuigen. Je kan het maar één keer goed doen. Je wil ook niet dat na afloop blijkt dat we het half hebben opgepakt, het moet op een goede, terdege manier in de markt gezet worden. 2 weken respijt, dat moet toch te overzien zijn, zou ik zeggen.

Mevrouw Heijblom: Ik vind die 2 weken nog wel kort, want het is echt ingewikkeld. Met corona konden ZZP’ers niet werken of de winkels waren dicht. De criteria waren helder, maar het is hier heel moeilijk om criteria helder te krijgen. Ik vraag me echt af of u het in 2 weken redt. Daarnaast, een gemeente, los van de regelingen die gerelateerd zijn aan inkomen, voert in principe geen inkomenspolitiek en je zit hier heel erg dichtbij. Ik moet eigenlijk een vraag stellen natuurlijk, maar het vraagt wel heel veel zorgvuldigheid, denk ik, om ergens uit te komen, wat hout gaat snijden. Wethouder Hoek: Daar onderzoeken we ook voor, want ik ben het helemaal met u eens. Dit soort vraagtekens moeten we beantwoord krijgen. Je kan het maar één keer goed doen. De heer Lieverse: Om een schorsing te voorkomen. Kan de wethouder toezeggen om rond 3 november iets gereed te hebben om het 10 november in de commissie te kunnen bespreken met ons? Wethouder Hoek: Nee. Ik heb duidelijk medio november gezegd, niet omdat ik dat bedenk, maar die tijd hebben we echt nodig. Medio november komen we met een voorstel en daar kunt u iets van vinden. Ik kan het ook zonder ambtenaren doen, maar dan kom ik met een halfzacht verhaal, waarbij ik u moet vertellen dat er nog heel veel vraagtekens in de uitvoering zitten.

Ik wil met een degelijk plan komen, waar u of ja of nee op kan zeggen, maar het moet wel een gedragen plan zijn, dat van A tot Z klopt. We willen niet doordat we allerlei regelingen nu gaan opzetten, dat mensen in een BKR-regeling komen of dat ze gekort worden m.b.t. huursubsidie of dat ze misschien een lening af moeten sluiten, dat soort dingen willen we gewoon uitsluiten. We willen echt voor de doelgroep gaan en ervoor zorgen dat deze mensen ook daadwerkelijk geholpen worden. Voor de tussentijd, daar zat een beetje de angst. De heer Ruijtenberg: Ik wil even van de wethouder een keiharde datum horen. Kan hij hier een toezegging doen dat hij op 14 november en niet later dan dat, wij een brief kunnen vinden waarin dit voorstel gedaan wordt, over hoe de problematiek aangepakt kan worden. Een keiharde datum. Wethouder Hoek: Meneer Ruijtenberg: medio november is ongeveer 14 november, dus die toezegging heeft u van mij. Dat willen we ook niet, dat mensen met een BKR-regeling te maken krijgen. We willen het goed en terdege aanpakken. En ja, uiteraard zullen we kijken naar bestaande partners in dit dossier, daar kijken we ook naar, want het is natuurlijk onzin om een compleet nieuwe organisatie op te tuigen voor de uitvoering. Dus ja, daar wordt weldegelijk serieus naar gekeken. Dus met klem vraag ik nog even geduld te hebben.

Had ik nog vragen? Ik ervaar deze motie wel als een bijzondere steun in mijn rug. Iets wat we zelf al hebben opgezet een week of 3 geleden, volgens mij zitten we helemaal op één lijn. Alleen het verschil zit hem in het gegeven dat de echte organisatie van het optuigen van de regeling iets meer tijd kost, 2 weken. Dan denk ik: dat moet toch te bespreken zijn met elkaar. Mevrouw Verhoef: Ik heb de toezegging, die de wethouder nu doet heel scherp. Ik heb alleen wel een vraag: wat gebeurt er in de tussentijd met urgente gevallen? Wethouder Hoek: Dat is een goede. U weet: wij zetten geen mensen op straat. U weet ook, dat mensen die nu in de schuldhulpverlening zitten er niet uit gezet worden omdat ze nieuwe schulden maken vanwege energietoestanden. En we hebben ook altijd nog het noodfonds, dat soelaas kan bieden. Wat dat betreft zal in de tussentijd, hebben we wel nagedacht over hoe we echt urgente gevallen op de bekende rails kunnen houden. Ik zou er niet trots op zijn dat door die 2 weken die ik vraag er onnodig 40/41

mensen echt in de moeilijkheden zouden komen. Dank u wel. De voorzitter: U heeft het tegen mij, dat weet u. U moet zeggen: de raad weet. Maar ik weet het, duidelijk. De heer Ruijtenberg, GL: Ik weet dat het vervelend is voor mensen, maar ik wil toch even een heel korte schorsing van maximaal 5 minuten hebben om even te overleggen met de indieners van deze motie. De voorzitter: Ik schors de vergadering en ik stel u voor om even te blijven zitten allemaal, behalve degenen die het even gaan bespreken, zodat we snel verder kunnen. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Tweede termijn De heer Ruijtenberg, GL: Dit is het snelste overleg ooit gevoerd in dit huis, maar ik spreek namens ons alle vier als ik de wethouder wil bedanken voor zijn gloedvolle betoog. De wethouder heeft gelijk als hij zegt dat we eigenlijk op één lijn zitten. Ik wil de wethouder ook bedanken, dat hij dit als steun in de rug beschouwt. Omdat de wethouder deze mooie en gloedvolle woorden heeft gesproken, hebben wij besloten om vertrouwen te schenken aan de wethouder: we gaan de motie niet indienen. We wachten op de uitkomst van het onderzoek en het voorstel op 14 november. De voorzitter: Een kleine correctie. U had hem al ingediend. U trekt hem weer terug, dat even voor het verslag, zodat het helder is. In principe is hij nu ingetrokken, dus is er niets meer om over te spreken.

Ik beëindig dit agendapunt. 11. Hamerstukken: 11.a Zienswijze 2e begrotingswijziging Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond 11.b Vaststelling Legesverordening Recreatieschap Rottemeren 11.c Raadsconsultatie Strategische agenda 2023- 2026 politie eenheid Rotterdam 11.d Vaststelling bestemmingsplan Woning achter Oosteindsepad 5, Bergschenhoek 11.e Benoeming lid commissie samenleving 11.f Bekrachtiging geheimhouding 11.g Tarieventabel legesverordening De voorzitter: Kan ik die afhameren? Hierbij afgehamerd. 12. Sluiting De voorzitter, om 00.20 uur (21 oktober 2022): Dan sluit ik de vergadering onder dankzegging voor uw inspanningen weer. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van Griffier,

Eveline Hamelink-van Rens

Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.

41/41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=5895fddf-3f1e-44bb-8ee4-b3eff0c4f1c8