[BV22.0096] Verslag commissie Ruimte van 4 oktober 2022
Tekst van het document
Waar gaat het nou fout? Onze gemeente ligt planologisch dwars ten aanzien van het afgeven van vergunningen voor nieuwbouw van huisvestingscomplexen voor flexwerkers c.q. arbeidsmigranten. Dat moet zeker mogelijk zijn. Zo nodig moet het toetsingskader worden aangepast. Dus de raad moet gewoon die 4 aanbevelingen volledig overnemen en het college gaat dat gewoon uitvoeren. Het is de stroperigheid t.a.v. de planologische zaken van zowel Kafra met 2 locaties als Greenhouse Campus van Bunnik, dat heeft verre van de schoonheidsprijs. Dan ga ik toch nog even in op sociale huurwoningen en bereikbare woningen, daar wil ik even een opmerking over maken. De bestuurlijke conclusie 1 hakt er goed in, ik citeer: Lansingerlands woonbeleid heeft in de periode 2015-2020 niet bijgedragen aan een verbeterde verhouding tussen vraag en aanbod. In deze periode bleef de inkomensamenstelling van Lansingerlandse huishoudens namelijk praktisch ongewijzigd, maar steeg het percentage dure woningen, terwijl het percentage middeldure woningen en het percentage goedkope woningen, sociale woningen, afnam. In de afgelopen periode is de wachttijd voor sociale woningen opgelopen tot 80 maanden.
Nu is dat weer wat afgenomen naar gemiddeld 4,5 jaar, nog veel te lang, maar er zit meer verbetering in bij de nieuwbouw 25-30% sociale woningen en 25-30% bereikbare woningen en huur, tussen maximale sociale huur en € 950/1.000 per maand. Daar moeten we vol op inzetten. Wij moeten sowieso bouwen voor eigen inwoners, met name jongeren geboren en getogen in Lansingerland, die het ouderlijke huis verlaten. Zeker ook voor senioren, die anders willen gaan wonen. Dank u wel. Mevrouw Verhoef, PvdA: We zijn blij dat de rekenkamer het woonbeleid van onze gemeente in de afgelopen jaren onder de loep heeft genomen, we hebben er zelf ook om gevraagd. Laat ik maar meteen zeggen wat ons opviel toen we het rapport ter hand namen. De uitkomsten verbaasden ons helemaal niet, we hebben er jarenlang op gehamerd. Onze gemeente heeft jarenlang verzaakt als het gaat om bouwen voor de huishoudens die naarstig op zoek zijn naar een huis, een betaalbaar huis wel te verstaan. Er werd vooral gebouwd voor mensen met een hoger inkomen. Een politieke keuze van eerdere colleges. Daar de woningmarktcrisis volledig de schuld van geven, dat is te kort door de bocht. De heer Blonk zei het al, de inkomensamenstelling van de Lansingerlandse huishoudens bleef ongewijzigd, maar toch steeg het percentage dure woningen, terwijl het percentage middeldure woningen en goedkope woningen afnam.
Dat is eigenlijk ongehoord voor een gemeente die het basisrecht wonen op orde dient te hebben. De gemeente hield ook niet bij wat de behoefte was aan sociale huurwoningen en woningen in het starterssegment. Dat hielden ze niet bij omdat de data er niet waren, maar er waren natuurlijk STEKrapporten, CBS-data en vooral de enorme wachtlijsten van sociale huurwoningen, dat lijkt me een heel duidelijk cijfer. Dus de politieke prikkel ontbrak en niet de cijfermatige prikkel. En nu zitten we dus met
12/22
een sociale woningvoorraad, nu ongeveer 4.800 woningen, terwijl er 6.770 huishoudens met lage inkomens zijn. De gemeente gebruikte ook niet de instrumenten voldoende, die er zijn om ook te sturen op de wat betaalbare bouw. De grondprijs voor sociale huurwoningen steeg juist, hebben wij ontdekt en ook tegen geageerd. Zo was er nog een aantal zaken, die juist niet stimuleerde om betaalbaarder te gaan bouwen. De huisvesting van arbeidsmigranten, de heer Blonk had het er ook al over, is hopeloos achter gebleven bij wat nodig is, nog zeker 1.000 bedden. U weet allemaal, dat er ook problemen omheen hangen zoals een volle N209 en ook uitbuiting en slechte woonomstandigheden, niet alleen hier maar juist ook elders. Gelukkig is er ook nog goed nieuws. Er zitten nu veel meer sociale huurwoningen in de pen, namelijk rond de 3.000. Dat is veel meer dan de 1.000 die het college ongeveer 3 tot 4 jaar geleden nog voor ogen had, dus dat is positief. Ook in het convenant dat net is vastgesteld wordt gesproken over 25-30% aandeel sociale huur, dat is dus hoger dan 25%. Wij vinden ook dat alle aanbevelingen moeten worden opgevolgd. We zijn ook heel blij met aanbeveling 2, dat de woonvisie gedurende de uitvoeringsperiode herijkt mag worden en wat ons betreft gaat dat gebeuren en gaan we naar 30% sociaal plus nog 30% betaalbaar en bereikbaar.
Dus 60% bouwen voor mensen met gewone inkomens, zo zal ik het maar noemen. Ook punt 4, flexwerkers, toetsingskader, dat moet precies zo worden opgevolgd. Meer vaart erachter zetten. Heel duidelijk sturen, faciliterend zijn waar kan. We moeten echt een inhaalslag maken. De marktpartijen moeten daar zeker aan de gang, maar wij moeten dat optimaal faciliteren. Daar wilde ik het bij laten voor nu. De heer Van Harn, CDA: De conclusie van het rapport is duidelijk, een viertal aanbevelingen. Echter, de CDA-fractie deelt de mening van het college, dat er in het begin van de periode sprake was van een woningmarktcrisis. Ten tijde van het opstellen van de woonvisie 2015-2020 bevond de woningmarkt zich op het dieptepunt. Het heeft jaren geduurd om de benarde financiële situatie van Lansingerland om te buigen naar de positieve kant. En dat niet in het minst door de inspanningen van toenmalig CDAwethouder Abee. Deze context is onvoldoende meegenomen in het onderzoek, zo zijn wij van mening met het college. De rekenkamer gaat naar onze mening erg gemakkelijk voorbij aan het gegeven dat bij woningcorporatie 3B Wonen in 2014 sprake was van beperkte investeringscapaciteit. Dat veranderde pas vanaf 2019. In de nieuwe woonvisie 2021-2026, zo weten wij, zijn de doelen veel duidelijker geformuleerd en ook de rekenkamer beaamt dit.
De aanbevelingen 1 en 2 worden door het college overgenomen en ook mijn fractie onderschrijft deze aanbevelingen. Aanbeveling 3, hier is mijn fractie het eens dat de afspraken en het regioakkoord steeds gebaseerd moeten zijn op kaders, die de gemeenteraad het college meegeeft. Dan nu aanbeveling 4, het betreft een smart geformuleerd doel m.b.t. huisvesting flexwerkers t.a.v. het aantal te realiseren bedden in de gemeente. De gemeente stelt zich hier in haar reactie zeer afzijdig op, zo menen wij. Ze laat de initiatieven vooral aan de marktpartijen, terwijl wij als raad toch duidelijk eerder hebben bepleit dat het college veel meer de regie moet pakken wanneer het om huisvesting van arbeidsmigranten gaat. College, neem regie. Wanneer het om het aantal bedden gaat voor arbeidsmigranten. De heer Blonk: Ik denk dat we het met elkaar eens zijn, alleen, die regie, die marktpartijen zijn er. Ze hebben plannen neergelegd, alleen is het college er niet mee aan de gang gegaan. Die regie lag al bij die marktpartijen en het college heeft het laten liggen. Bunnik en Kafra, ik heb ze vandaag nog aan de telefoon gehad, het is een stroperigheid, die is gigantisch. Daarin zijn we het met elkaar eens. De heer Van Harn: Ja, we zijn het zeker eens. Het college wil alleen maar faciliteren en assisteren, maar steekt niet haar nek uit. Daar zijn we het samen over eens.
College, durf af te dwingen bij nieuwbouw en/of renovatie van grote bedrijventerreinen, zoals ULC A12, voormalig Greenery in Bleiswijk, dat ook daar aan arbeidsmigranten huisvesting gedacht wordt. De heer Blonk: Nog een correctie voor de helderheid. Het betreft niet alleen dit college, ook het vorige college, ten aanzien van de stroperigheid en planologie, niet alleen dit college. Dat wil ik even vaststellen. De heer Van Harn: Heel fijn dat u dat vaststelt, maar we hebben een nieuw college en daar dealen we op dit moment mee. Graag hoor ik van de wethouder hoe zij hier tegenaan kijkt. Dank u wel. De heer Jumelet, WIJ: Bij de voorbereiding van dit onderwerp heb ik bedacht: welke koers ga ik nou varen in dit debat? Het is toch wel lastig, want je moet terug kijken, we kijken ook terug, maar we moeten ook vooruit kijken. Ze zeggen weleens: geen toekomst zonder verleden. Als je uiteindelijk toch ziet wat het rekenkamerrapport schetst, dan is het toch een vrij onthutsend beeld als het gaat om vraag en aanbod binnen onze gemeente op de woningmarkt. Mevrouw Verhoef gaf het al aan, ik heb het aantal keren niet terug gehaald waar we het debat hebben gehad in de vorige periode, maar ook in de periode daarvoor, maar we hebben menigmaal in onze rol en positie destijds heel erg aangedrongen op de betaalbaarheid, op sociale woningbouw.
Bij Wilderszijde zijn we als totale oppositie de barricade op gegaan om met name het percentage omhoog te brengen en dat is ons gelukkig ook gelukt. Maar het beeld dat je nu ziet is toch wel onthutsend. Ik vind het lastig, het is natuurlijk heel makkelijk om verwijten te maken, want je hebt het over vorige colleges. Je hebt het over vorige colleges en partijen die keuzes hebben gemaakt. Uiteindelijk dringt de vraag op: wat wil je nou eigenlijk? Het antwoord ligt hier. Het was: meer van hetzelfde, meer in het dure segment. Voor de lage en midden inkomens hebben we als gemeente, hebben vorige colleges, eigenlijk te weinig gedaan. Degene die zegt: dat is niet waar.
13/22
De feiten, de cijfers liggen er, daarover zijn we het snel eens. Wat ik wel jammer vind, we hebben ook gevaren zonder kompas. De feiten, de aantallen, kijk naar conclusie nummer 4, dat maakt het natuurlijk ingewikkeld. Ik ben blij, als je kijkt naar de reactie van het huidige college, dat we toch met elkaar zeggen: laten we alsjeblieft die aanbevelingen overnemen. Ik kom zo nog even op aanbeveling 4. Als ik het coalitieakkoord erbij pak, dan stemt het ook wel tot vertrouwen dat we onze koers gaan verleggen en dat we met elkaar vraag en aanbod goed in evenwicht gaan brengen. We zien dat de weg die we op gegaan zijn, jaren geleden, niet de weg is die passend is voor Lansingerland. De heer Van Harn: Ik ben eigenlijk toch wel nieuwsgierig hoe de heer Jumelet aankijkt tegen de huidige woonvisie. Hij kijkt vooral naar het vorige college, maar we hebben wel een actuele woonvisie. Wat vindt u daarvan? De heer Jumelet: We hebben ook een coalitieakkoord. De vraag is, dat is de basis van het verhaal: wat wil je? Ik denk dat dit college en deze coalitie heel duidelijk uitgesproken heeft wat zij wil, als het gaat over starters, jongeren, ouderenhuisvesting en de lage en midden inkomens. In die zin is het helder wat we willen. Binnen de kaders die we hebben gaan we proberen dat te realiseren, waardoor er meer evenwicht gaat komen. In die zin lijkt het mij helder.
Met compassie willen wij de behoefte die er in de samenleving is van een antwoord voorzien. De heer Van Harn: Mijn vraag aan de heer Jumelet was wat hij van de huidige woonvisie vindt en niet van het huidige coalitieakkoord. De heer Jumelet: Ik neem kennis van zijn vraag en ik heb antwoord gegeven, zoals ik gegeven heb. Dan kom ik bij de aanbevelingen. Ik ben blij dat het college de aanbevelingen overneemt. Ik ben het met de heer Blonk eens, dat aanbeveling 4 gewoon volledig moet worden overgenomen. Dat wij met elkaar actief moeten kijken: hoe zou je nou de markt de ruimte kunnen geven, de stroperigheid eruit halen en wellicht afspraken maken. Want we zien gewoon een probleem en een probleem moet opgelost worden. De heer De Graaf: Niet alleen een vraag aan de heer Jumelet maar ook aan een aantal eerdere sprekers. Misschien dat ik het niet goed lees of begrijp, maar ik begrijp het voorbehoud bij aanbeveling 4 niet. Het staat in de nota, maar in de voorliggende brief is de aanbeveling, de suggestie, het voorstel om puur hoofdstuk 3 over te nemen. De disclaimer in hoofdstuk 4 is volgens mij geen onderdeel van het besluit dat voor ligt. Volgens mij gaan we alle 4 de aanbevelingen onvoorwaardelijk doen, inclusief de toelichting. De heer Jumelet: Gezien mijn beperkte spreektijd nog, beperk ik mij tot 3 vragen.
Misschien dat de wethouder nog kan reageren op sociale woningbouw, of sociale koopwoning. Hoe blijft dat de sociale koopwoning van de toekomst? We hebben daar ooit een motie over ingediend, over het antispeculatiebeding, misschien kan de wethouder daarop reageren. Flexwoningen, hard nodig. Misschien kan de wethouder nog aangeven, naast de ontwikkelingen die nu gaande zijn rondom wonen of daar nog stappen worden gemaakt. De seniorenwoningen aan de Lijsterlaan, we hebben destijds een motie ingediend en unaniem gesteund. Ik heb de indruk, wij hebben de indruk, dat daar niet echt uitvoering aan wordt gegeven. Vraag: gaan we nu echt uitvoering geven aan een opdracht vanuit de raad? Wanneer kunnen we daar iets van verwachten? Mevrouw Maasland, CU: Fijn dat de rekenkamer zich heeft durven buigen over onze woonvisie. Tegelijkertijd moeten we misschien toegeven dat het een beetje mosterd na de maaltijd is met de nieuwe woonvisie, die er al ligt. Kort samengevat geeft het ons heel veel vertrouwen dat veel verbeterpunten uit het onderzoek eigenlijk al zijn doorgevoerd in de nieuwe woonvisie. Onze fractie kan zich grotendeels vinden in de aanbevelingen van de rekenkamer. De eerste aanbeveling die oproept de woonvisie aan te vullen met een cijfermatige inschatting, dat soort dingen, sluit bijvoorbeeld mooi aan bij de opmerking die wij maakten over de uitvoeringsagenda van de woonvisie.
Met de uitvoeringsagenda was weinig mis, behalve dat we toen al concrete informatie misten en nog zochten naar een manier om op basis van deze uitvoeringsagenda ook echt te kunnen sturen. We verwachten dat ook deze aanbevelingen ons meer handvatten zal geven om onze rol goed uit te kunnen voeren daarin. Ook de tweede en derde aanbeveling kunnen we goed volgen en ook in lijn met de reactie van het college. Wat betreft de vierde aanbeveling volgen wij ook de lijn van het college. Wat ons betreft is het de markt als het gaat om initiatieven voor huisvesting van flexwerkers in Lansingerland. Initiatieven die er, voor zover wij begrijpen, ook voldoende zijn. Daarbij is het wel belangrijk dat de gemeente goed faciliteert en de veiligheid en leefbaarheid op dergelijke locaties. De heer Blonk: Ik val in herhaling, want ik heb net ook al aangegeven: die marktpartijen zijn aan zet, zegt u. Ja, die hebben al een heleboel zetten gedaan. Het probleem ligt bij de gemeente, niet bij de marktpartijen, want die hebben van alles gedaan. Bel Houweling maar, die is al vanaf 2018 ermee bezig. Mevrouw Maasland: Ik ga door met mijn verhaal, dan geef ik automatisch antwoord op de heer Blonk. Gebrek aan concrete ontwikkelingen ondanks deze private plannen kan beter opgelost worden door de gestelde toetsingscriteria te evalueren.
Dat kan het mogelijk makkelijker maken om plannen doorgang te laten vinden. Het college heeft al toegezegd deze aanbeveling over te nemen. We vertrouwen er dan ook op, dat deze criteria op redelijke termijn onder de loep genomen gaan worden. Uit de reactie van de rekenkamer op de bestuurlijke reactie bleek echter, dat de methode van monitoren en onderzoeken die het college voorstelt de afgelopen jaren niet het resultaat heeft opgeleverd, waar we wel naar willen streven. Dus een cijfermatige onderbouwing ten behoeve van sturing door de raad. Hoe kijkt het college naar deze reactie? Is het college voornemens een andere manier van onderzoeken te gaan hanteren om de aanbevolen concrete informatie wel te kunnen
14/22
leveren? Is het college ook voornemens om woonvisie, voortgangsbrieven of rapportages met de raad te delen, waarin de voortgang ook cijfermatig wordt toegelicht? Daar wil ik het bij laten. De heer De Graaf, VVD: Ook dank aan de collega’s voor een klein stukje collegiaal bilateraal over de orde van deze vergadering en het voorstel dat nu voor ligt. Het is mij nu duidelijk, dus mijn interruptie moet u maar als niet gedaan beschouwen. Ik ben er wel mee geholpen, dank u wel hiervoor. Auw, het doet gewoon pijn, het stuk dat nu voor ligt. Wij hebben een visie geformuleerd en kort gezegd: als we het rapport van de rekenkamer lezen, dan kan je vaststellen dat we maar gedeeltelijk geslaagd zijn in het realiseren. Onderweg hebben we weinig kunnen bijsturen, omdat we relatief blind waren. Waar we maatregelen hebben kunnen nemen, was het maar de vraag in welke mate die überhaupt effectief waren om bij te sturen en de visie alsnog te realiseren. Dat we aan de slag moeten hiermee is helder. We kijken ook graag vooruit. De aanbevelingen, zoals ze er liggen, wat ons betreft allemaal overnemen, vooral de aanbevelingen m.b.t. informatie aan de raad om periodiek bij te kunnen sturen en tussentijds evalueren. Die vind ik zeer waardevol, dus laten we daar vooral mee aan de slag gaan.
Voor wat betreft punt 4 neigen wij, dat was uit de interruptie wel duidelijk, naar het standpunt om die onverkort inclusief alle toelichtingen en duiding die in het rapport staat over te nemen, maar we wachten nog even de reactie van de wethouder op dit punt af. Dank u wel. Mevrouw Den Heijer, D66: Ik kan het ook kort laten, veel is al gezegd hierover. Wij denken dat het goed is dat we dit onderzoek hebben laten doen, we zijn ook blij met de aanbevelingen. Er zitten echt pittige conclusies bij. We zijn er allemaal een beetje van geschrokken, ook al was het niet heel onverwachts. We hebben het allemaal kunnen lezen. We moeten dit rapport natuurlijk niet gaan gebruiken om sommige partijen op de borst te kloppen of colleges de schuld te geven. Dit is vooral een document om op te pakken en vooruit te kijken en samen de schouders eronder te zetten hoe we dit vraag en aanbod wel goed in balans kunnen gaan brengen. Het laat ook zien hoe complex die woningmarkt is met al die partijen samen, in deze regio en met alle cijfers en berekeningen, hoe je dat oppakt. Ook daarvan complimenten voor de rekenkamer om het zo uitgezocht te hebben. Ook fijn om te lezen hoe het college hiermee om wenst te gaan. Wij kunnen ons vinden in de aanbevelingen. We stellen voor om alle aanbevelingen over te nemen. Ik wacht nog even de reactie af op het laatste, over de arbeidsmigranten, hoe we daarmee omgaan.
Als we dit raadsvoorstel steunen, dan nemen we alle aanbevelingen over. De heer Ruijtenberg, GL: Dit rapport heeft ons verrast, zei mevrouw Den Heijer. Dit rapport heeft de fractie van GL in ieder geval niet verrast. Reeds in 2018 bij de verkiezingscampagne hebben wij er destijds voor gepleit, omdat we toen zagen dat er een groot gat was tussen vraag en aanbod op sociale huur, om de sociale huur te verhogen naar 25%. Daar stonden wij toen alleen in, andere partijen vonden dat niet nodig. Tijdens de afgelopen verkiezingscampagne hebben wij als partij ervoor gepleit om in ieder geval 1 op 3 woningen sociaal te maken, 1 op de 3 woningen moest bereikbaar zijn. Mevrouw Den Heijer: U zei dat ik verrast was, maar dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd, dat er pittige conclusies bij zaten, waar we misschien van geschrokken zijn. Maar ik was niet verrast, dat heb ik daarna ook gemeld. Ik heb gezegd: we hadden het allemaal kunnen weten. Dat wilde ik even recht zetten hierbij. De heer Ruijtenberg: Dank voor de correctie, ik heb haar woorden geïnterpreteerd als zijnde verrast, geschrokken in dit geval, van de conclusies. Ook dat zijn we niet.
Tijdens de afgelopen verkiezingscampagne hebben we ervoor gepleit dat 1 op de 3 huizen sociaal moet worden, 1 op de 3 huizen moet bereikbaar zijn en 1 op de 3 huizen mag duur zijn, omdat de praktijk toen al was dat er in Lansingerland maar 3 soorten huizen waren: duur, heel duur en extreem duur. We zien nu dat er een rapport is gekomen, waar mensen dan van geschrokken zijn. Wellicht zijn sommige mensen verrast. Het is niet dat wij andere colleges hierop willen afrekenen, maar er is voor gewaarschuwd, door meerdere partijen, niet alleen door ons, maar ook de PvdA heeft er al heel lang voor gewaarschuwd. De beslissingen die wij namen, dat zijn politieke keuzes geweest, om te bouwen wat we wilden bouwen, de beslissingen die we namen waren niet de juiste beslissingen. Ze zijn volledig democratisch genomen, het is genomen door de raad, de procedure was goed, maar qua inhoud waren het beslissingen die nogal wat te wijten over lieten. Gelukkig zien we nu dat er een rapport is gekomen. We zien ook dat het college de aanbevelingen wil gaan overnemen. Wat ons betreft, neemt het college alle aanbevelingen over, dus ook die van aanbeveling nummer 4 onverkort. We vinden dat een college, een raad, een gemeente, de overheid meer sturing moet nemen en meer regie daarin.
Als er al ondernemers klaar staan die al initiatieven hebben, dan moeten we daar niet op gaan wachten en roepen: we laten het jullie doen. Nee, we moeten het omarmen en daarna gaan meewerken om die hoge nood te verminderen. Dan wil ik me even aansluiten bij wat mevrouw Verhoef zei over de woonvisie. Ook wij vinden dat de woonvisie herijkt moet worden, eigenlijk dat het herschreven zou moeten worden. Er is immers aangegeven door minister De Jonge dat alle woningen minimaal 30% sociale huur zou moeten zijn. Er zijn wat ontwikkelingen gaande waarbij er wellicht wat meer toewijzingen kunnen zijn voor eigen inwoners, zelf koopwoningen. We vinden dat we niet achterover moeten leunen. We moeten de woonvisie opnieuw herijken, daar kunnen we bijsturen. Dank u wel.
15/22
De voorzitter: Ik heb het nodige gehoord, er zijn ook vragen gesteld over de sociale woningbouw, de flexwoningen, ik hoorde migranten, seniorenwoningen Lijsterlaan. Beantwoording college Wethouder Muis: Dank aan de commissieleden. Het is uw onderzoek, uw rapport. U bent zelf ook de portefeuillehouder, zo heeft u kunnen lezen. Tenminste, het presidium. Maar ik snap dat u vanuit het college nadere duiding wil over een aantal reacties. Maar ik wil eerste even een paar andere dingen zeggen. We hebben een goede beeldvorming gehad met de nieuwe directeur van de rekenkamer. Het is aan u te besluiten welke aanbevelingen u wilt dat het college gaat uitvoeren, daar gaat u helemaal zelf over. De meeste aanbevelingen voeren we nu al uit. We vinden het ook fijn dat de rekenkamer niet alleen heeft gekeken naar de vorige woonvisie, maar ook naar de huidige woonvisie. Ik heb ook een mooie discussie op RTV Lansingerland gezien tussen mevrouw Verhoef en de heer Van Harn. Dat kwam net ook min of meer even terug. Er waren omstandigheden, er was een crisis, de financiële situatie. Tegelijk kan je zeggen: het is ook een politieke keuze geweest.
Ik denk dat het niet heel veel zin heeft om daar heel lang bij stil te staan, misschien voor de geschiedschrijvers uit ons dorp interessant voer, maar ik denk dat wij als college, wat ik ook hier hoor, vooruit willen kijken: hoe kunnen we samen als college en raad onze gezamenlijke ambities die in de woonvisie staan goed in het oog houden. Niet alleen nu bij een rapport, maar vooral, die uitspraak in het engels weet ik even niet. Maar als het zich voordoet in de woningbouwplannen, dan is het goed om weer even de woonvisie erbij te pakken, want dat is het kompas, de koers. Dan is het goed om met elkaar te proberen die koers te houden en je niet te laten wegvoeren naar een andere bestemming. Dan ga ik naar de verschillende bijdragen, dan kom ik vanzelf een paar andere punten tegen, waar ik wat over had willen zeggen. Ik eindig met het belangrijkste punt dat ik terug hoor, de huisvesting van de arbeidsmigranten. De heer Blonk, dat ging over de urgentie van huisvesting arbeidsmigranten, daar kom ik zo op. Over sociale huurwoningen en bereikbare huur, de nieuwe woonvisie is daar juist op toegespitst. Volgens mij komen we daar helemaal in tegemoet, in de opmerkingen die daar gemaakt zijn. Mevrouw Verhoef gaf ergens aan: we hebben het allemaal niet goed bij gehouden.
Dat is ook maar ten dele waar, want we hebben wel gemonitord, we hebben onderzoek laten doen, ook door gerenommeerde bureaus. De rekenkamer heeft die helaas niet allemaal mee genomen in het rapport, maar er worden weldegelijk cijfers bijgehouden en ook naar u gecommuniceerd. Wat niet wil zeggen dat het natuurlijk altijd beter kan en frequenter en proactiever, helemaal eens. Ook heel goed dat mevrouw Verhoef noemt dat er 3.000 woningen sociale huur in de planning hebben. Het zijn er zelfs 3.100. Ik ben blij, dat mevrouw Verhoef dat ook heel positief vindt. Dan over herijken, dat het 30% sociaal zou zijn, 30% betaalbaar. Dat is echt aan de raad, een discussie bij de herijking. Dat is het nu niet. Daar zult u echt met elkaar de discussie over moeten hebben. Ik kom straks op wat Hugo de Jonge graag zou willen. Dat is misschien een mooi bruggetje naar de heer Van Harn. Hij gaf de context aan van het verleden, maar verwees ook naar het regioakkoord en vond dat wat de gemeente kan het kader moet zijn. Zo zit het college er ook in. We proberen in de regio te kijken: wat is een realistisch bod. Niet alleen met andere gemeenten, het is geen handjeklap, het is op basis van onze plannen. Het kader is de woonvisie, we blijven daarmee binnen de woonvisie.
Zodra wij niet meer binnen de woonvisie blijven, komen we naar u terug om voor te leggen: er wordt meer van ons gevraagd, buiten de kaders die we hebben gesteld, dus we komen naar u terug. Om eens even een andere benadering te kiezen, het rijk kan zeggen 30% sociaal van de totale voorraad. Ik heb het ook bij RTV Lansingerland gezegd: dat zou betekenen: heel Wilderszijde 2.400 woningen, allemaal sociaal, heel Bleiswijk 900 woningen, allemaal sociaal en dan zijn we er nog niet. Om maar aan te geven: het realiteitsgehalte van die wens is niet heel groot, wat niet wil zeggen dat we niet in die richting kunnen bewegen, maar je kunt niet ineens je totale woningvoorraad omkatten naar 30% sociaal. Ik denk dat iedereen dat snapt, maar dat we wel die beweging met elkaar aan het maken zijn. Dan de heer Jumelet van WIJ, hij gaf aan: het is goed om vooruit te kijken, het belang van betaalbare woningbouw. Het is niet alleen het coalitieakkoord. Het coalitieakkoord is gebaseerd op de huidige woonvisie, zo is de volgorde. We kunnen inderdaad niet varen zonder duidelijk kompas, dat ga ik net zelf ook aan. Het is ook heel goed dat de vorige raad heeft besloten, die heeft dat gezien en die heeft erop geacteerd, om bij Wilderszijde een hoger percentage sociaal en een hoger percentage middeldure huur erin te krijgen. Dus dat is te prijzen aan de vorige raad en dat deze raad daarmee verder wil.
De doelgroepen kunnen duidelijker, dat is ook benoemd, dat gaan we doen. Op aanbeveling 4 kom ik zo. Hoe blijft sociaal sociaal? Een vraag van de heer Jumelet. Ik heb het even opgezocht. Over betaalbaarheidsinstrumenten wordt iets gezegd in het rekenkamerrapport, wat we niet deden. Nu doen we heel veel van die maatregelen wel. Ik zou zeggen: pak het er zelf ook eens bij. Je kunt het niet overal toepassen, maar per project kan je kijken welke maatregelen waar van pas zouden kunnen zijn. Heel belangrijk is, wij bouwen natuurlijk heel weinig sociale koop. Over sociale huur hebben we met 3B Wonen afspraken. De woningen die zij bouwen, laten bouwen, die in hun bezit komen, moeten 25 jaar in hun bezit blijven en sociaal en dus bereikbaar blijven. Dat is heel belangrijk, niet alle gemeenten in de regio doen dat. Ongeveer de helft heeft daar geen afspraken over. Het lijkt heel mooi,
16/22
een heel hoog percentage, maar als die binnen een paar jaar allemaal worden verkocht, dan heb je daar eigenlijk nog niet zoveel aan. Er was nog een vraag over de Lijsterlaan. Ik denk dat ik even naar mijn collega Titia Cnossen moet kijken of zij er iets over wil zeggen. Ik kan er ook iets over zeggen. Ja? Dan doen we dat. Dat is allemaal in ontwikkeling. In het participatieplan is opgenomen: als wij beginnen, dan beginnen we daar. Dat even in het kort. We hebben dat echt als college heel scherp voor ogen, maar er moeten nog wat andere stappen in het proces gezet worden. We kunnen er niet morgen mee beginnen, maar als we gaan bouwen, dan willen we het liefst daar starten. Dan kom ik bij mevrouw Maasland van de CU. Dat ging over: hoe kunnen we sturen? Ik heb al gezegd dat wij monitoren en dat we dat nog beter zullen doen en u via voortgangsbrieven, zoals we 1 september een brief hebben gestuurd over de actualisatie van het regioakkoord. Op die manier willen we u up to date houden van alle ontwikkelingen, dat zijn er best wel wat de afgelopen tijd. Ik wilde nog zeggen dat ik het ergens mee eens was, maar ik weet niet meer wat, dus dat komt waarschijnlijk in de tweede termijn. De heer De Graaf van de VVD ging ook in op de informatie richting de raad. Ik kan er heel veel over zeggen, u heeft ook heel veel gekregen.
Ik weet van toen ik raadslid was, dat je je er niet altijd bewust van bent wat je allemaal krijgt, maar als je het op een rijtje ziet is het best wel veel. Ik denk dat we het explicieter moeten maken vanuit het college, dus ik steek de hand in eigen boezem door te kijken hoe ik u daar proactief in mee kan nemen, zonder elke week de discussie te hebben over herijking, maar dat is ook aan u, als u dat wilt dan mag dat. Mevrouw Den Heijer, complex, die woningmarkt. Dat is het zeker en dat blijkt ook wel uit zo’n rapport. Het lijkt soms heel simpel, maar de rekenkamer hanteert soms heel andere uitgangspunten. Sociale huurwoningen hebben bijvoorbeeld een heel hoge prijs, die worden afgetopt. De rekenkamer rekent ze wel mee voor die heel hoge prijs, maar dat is niet de huur die de woningcorporatie vraagt. Als je kijkt naar inkomen en WOZ-waarde, dan gaat het niet helemaal gelijk op. Zo zitten er meer dingen in, als je je er verder in verdiept, dan zie je dat het best complex in elkaar zit en dat het heel lastig is om zo’n rapport goed te duiden. Misschien dat we het op hoofdlijnen wel met elkaar eens zijn en dat we met de nieuwe woonvisie goede dingen aan het doen zijn. Dan de heer Ruijtenberg van GL, hij was niet verrast. Dat kan, sommige mensen hebben een vooruitziende blik of ze zijn hun tijd vooruit.
Je ziet dat het opschuift, de raad heeft dat ook gedaan, we hebben het aangepast, maar je kan politiek van mening verschillen dat het sneller moet of dat er nog meer urgentie op moet zitten. Dat moet u met elkaar bespreken, die herijking, of het 30% sociaal moet zijn of 30% bereikbaar. Alle aanbevelingen moeten we overnemen, meer regie, daar kom ik zo op. Het laatste punt is de huisvesting arbeidsmigranten. Ik heb recent begrepen, het heeft te maken met, we hebben een toetsingskader en we hebben beleid, dat heeft u zelf vastgesteld. Langs dat toetsingskader en het beleid en de uitgangspunten worden de initiatieven van die partijen getoetst. Het blijkt dat het heel lastig is om tot uitvoering te komen. Het is dus heel goed dat we in 2023 gaan evalueren waarom dit zo lastig is en waar het dan knelt, zodat we kunnen kijken wat we daarin aan kunnen passen. Maar goed, u gaat over dat beleid en die kaders. Ik denk dat het ook verstandig is, dat u zich dan realiseert wat dan de eventuele consequenties kunnen zijn. Er is niet voor niets gekozen voor bepaalde kaders. Het is prima om te kijken hoe we beter kunnen faciliteren, maar er zijn toch ook andere belangen die je hiermee wilt borgen in ruimtelijke kwaliteit en andere aspecten die van belang zijn voor het realiseren van dit soort huisvesting. Dat is ook een beetje het punt. Wij willen faciliterend zijn.
Als je als raad zegt: nee, er moet een andere rol komen vanuit het college, dat moet meer regisserend zijn. Kijk, wij bouwen die woningen niet, dus dan moet je goed nadenken over wat je precies bedoelt met die regie. Het lijkt mij verstandig om dat bij de evaluatie terug te laten komen, maar als u vindt dat alle aanbevelingen overgenomen moeten worden, dan zien we daar een amendement voor verschijnen. De heer Jumelet: De vraag is wel, de stroperigheid waar collega Blonk aan appelleerde, het werd een woordenspel van regisseren en faciliteren, maar uiteindelijk moet er een probleem opgelost worden. De vraag is dan: hoe los je het probleem op, waar wij als gemeente ervoor zorgen dat er aan het eind van het verhaal die woningen daar staan, die nodig zijn voor de arbeidsmigranten? Wethouder Muis: Natuurlijk, ik ga ook kijken. Een aantal plannen is in procedure, dus die komen ook bij mij en bij het college langs. Ik ga heel goed kijken waar het knelt. Ze hoeven niet allemaal te wachten tot de evaluatie, maar we hebben wel gewoon te toetsen. Als je een toetsingskader en beleid hebt en ruimtelijke randvoorwaarden, dan moet je daar natuurlijk wel aan toetsen. Als dat niet past, dan kunnen we ook niet zeggen: we vinden het zo belangrijk, we kijken daar niet naar. We moeten wel even heel goed met elkaar bepalen wat er dan moet veranderen om ervoor te zorgen dat de plannen wel passen.
Of de plannen moeten misschien anders, dan moeten we het goede gesprek hebben met deze aanbieders, deze initiatiefnemers, dat ze hele mooie plannen kunnen maken, maar als ze niet passen, dat geldt voor elke burger met hele mooie wensen en ideeën, vandaag bij het spreekuur fantastische ideeën, maar het kan niet altijd overal. Een particulier, een inwoner, heeft zich net zo goed aan de regels te houden als dit soort grote partijen. Ik ben wel op zoek naar: waar zit de ruimte? Wat we kunnen binnen de regels doen en daarnaast evalueren. De raad moet aangeven: wij vinden dat de regels soepeler moeten. De heer Jumelet: Er is een vraag van mij nog niet beantwoord, over de flexwoningen. Wethouder Muis: Die heb ik niet helemaal goed mee gekregen, misschien moet de heer Jumelet hem in de tweede termijn stellen. De heer Jumelet: De vraag was, het aantal flexwoningen, hoe ga je als gemeente daar antwoord op geven, in het kader van het rapport wat meer initiatief nemen, zodat die
17/22
fleswoningen ruimer beschikbaar komen? Wethouder Muis: Ik vind het voor mezelf nog niet helemaal smart. Hoe ga je ervoor zorgen dat die ruimer beschikbaar komen? Iedereen weet nu hoe die casus van Hoekselaan in elkaar zit. Daar krijgen we straks 80 plekken voor spoedzoekers. De Oekraïners komen er 3 tot 5 jaar in te zitten, we weten niet hoe lang, maar als zij er niet meer in zouden zitten, komen die ook beschikbaar. We gaan naar een tweede locatie kijken, we proberen natuurlijk eenzelfde soort businesscase te maken, dus daarin zoeken we wel meer ruimte omdat dit de lucht is die de woningcorporatie nodig heeft. Ik weet niet of dat antwoord geeft op uw vraag of dat u op specifieke doelgroepen zinspeelt, ik weet niet precies waar u heen wilt met uw vraag. De voorzitter: Ik hoop dat u allen goed gelezen heeft wat de gevraagde beslissing is: het college op te dragen uitvoering te geven aan de aanbevelingen. Ik hoor dus alle aanbevelingen, dat hoorde ik u duidelijk zeggen. Er staat nog in de samenvatting: het is aan de raad om deze aanbevelingen te bespreken, dat doen we nu, en om vervolgens te besluiten om deze over te nemen, dat heb ik ook gehoord. Maar dan staat er ook nog iets: aan te vullen of aan te scherpen.
Ik geef in de tweede termijn even deze overweging: wat gaat u doen? Tweede termijn De heer De Graaf, VVD: Misschien ten overvloede, maar ik denk dat het goed is dat we het college mee geven om niet alleen heel klinisch de vet gedrukte aanbevelingen op die 3 bladzijden mee te geven, maar ook de duiding in de tekst die erbij zit, expliciet onder de opdracht, want daar staan heel waardevolle dingen in ter precisering van wat er moet gebeuren. Die zou ik ook expliciet in onze opdracht aan het college mee willen geven. Mevrouw Maasland, CU: Ik heb nog een paar soort verhelderende vragen aan de wethouder. Wij vragen ons af of de wethouder dan helemaal geen toegevoegde waarde ziet in het smart doelen stellen, wat de rekenkamercommissie aanbeveelt. Gaan we daarmee echt niet bereiken dat er meer plekken komen voor arbeidsmigranten? Gaan we dat dan volgens het college met de evaluatie van de toetsingscriteria wel redden? Eigenlijk afhankelijk van deze beantwoording overwegen wij het raadsvoorstel te amenderen om de vierde aanbeveling half over te nemen, zoals het college zelf aangeeft. We zijn eigenlijk wel benieuwd wat de wethouder vindt van de brief van 1 september, waarin ook al cijfermatig werd onderbouwd hoe we ervoor staan, de ontwikkelingen. Voor ons gevoel is dat nog niet helemaal waar de rekenkamer op doelt met cijfermatige onderbouwing.
Dus we zouden eigenlijk wel graag een voorstel willen zien van hoe het college wil gaan rapporteren de komende tijd, zodat we daar wat van kunnen vinden en of het voldoet aan onze verwachtingen en of we daarmee inderdaad genoeg kunnen sturen. Dank u wel. De heer Blonk, L3B: Ik zal duidelijk zijn. Die vier aanbevelingen nemen wij over. Het college zal dat dan ook over moeten nemen, omdat de raad daarmee instemt, zoals het er nu voor staat. Ik zou dan toch nog willen toevoegen, om in te gaan op uw suggestie, dat evaluatie van het toetsingskader huisvesting arbeidsmigranten, de wethouder zegt dat het blijkbaar niet goed werkt, dat we dat heel snel op de agenda krijgen hier, een voorstel krijgen van het college, binnen 3 maanden. Dat we dan daarmee aan de gang kunnen gaan, omdat de nood hoog is. Dat hebben we ook gehoord 1,5 week geleden bij de glastuinbouw, toen we daar op bezoek waren op zaterdagochtend, zij hebben er heel veel behoefte aan. In het rapport staat ook: we hebben heel veel behoefte aan bedden voor huisvesting arbeidsmigranten. We moeten er echt heel hoog tempo in maken. Dat zou ik willen toevoegen bij het geheel. Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik mag toch ook een gewone tweede termijn doen? Iedereen gaat er gericht op. Ik wil de wethouder bedanken voor de beantwoording. 19% van de woningvoorraad in Lansingerland is sociaal, dat weet de wethouder ook.
Hugo de Jonge zegt niet: iedereen moet naar die 30%. Maar hij zegt: gemeenten met minder dan 30% sociale huur in de bestaande woningvoorraad moeten met hun nieuwbouwplannen dichter bij die 30% proberen te komen. Ik wil aan de andere fracties vragen, ik vraag dat ook namens GL denk ik: kunnen jullie alvast nadenken in de komende weken hoe jullie kijken naar het maken van die inhaalslag. Dus dat we in alle nieuwbouwplannen 30% sociaal zetten en ook daarnaast 30% betaalbaar en/of bereikbaar. Dan kan de wethouder misschien ook gaan kijken hoe het zit met subsidies, misschien uit de richting van minister De Jonge om dat wat beter of sneller voor elkaar te krijgen. De huisvesting van arbeidsmigranten, wij willen zeker die vierde aanbeveling aanscherpen. We willen ook net als L3B snel evalueren en daadkrachtig als het nodig is de nota of het kader aanpassen. Als ik zie wat we in korte termijn hebben bereikt met het bouwen van flexwoningen voor ontheemden, natuurlijk een heel andere situatie en veel urgenter, dan denk ik: we zullen daadkrachtig moeten kunnen zijn voor goede en veilige woningen voor flexwerkers, die hier heel belangrijk werk doen. Tot slot nog een wens, die ik mee wil geven, misschien hoeft er niet op geamendeerd te worden, maar ik geef het wel mee: mijn fractie hoopt dat dit college blijft werken aan een goede samenwerking tussen gemeente en
18/22
bovenlokale bestuurslagen met name de provincie. Mevrouw Maasland: Ik zou mevrouw Verhoef willen vragen of het snelle evalueren van de toetsingscriteria dan niet genoeg kan zijn op basis van de uitkomst van de evaluatie te zeggen: we hoeven niet die hele vierde aanbeveling over te nemen. Zou dat genoeg zijn om te zeggen: dan houden we het hier bij, dan hoeven we niet extra doelen te formuleren voor het college. Mevrouw Verhoef: Volgens mij gaan we sowieso die evaluatie doen. Ik wil het college juist nadrukkelijk mee geven, wij als raad moeten dat vooral ook doen: zorgen dat we maximaal faciliteren. Dat bepaalt hoe die kaders eruit zien, dus misschien moeten die kaders worden aangepast. Ik zou zeker dat vierde punt wel erin houden en waar mogelijk aanscherpen. Ik denk dat meneer Blonk dat met mij deelt. De heer Blonk: Ik heb dat zojuist aangegeven. Daarom heb ik de versnelling van de evaluatie genoemd. Als het nodig is om dat aan te geven in het raadsvoorstel, dan zal ik dat amenderen. De heer Ruijtenberg, GL: Ik heb nog even een checkvraag. De beslissing die we nu vragen is het college op te dragen uitvoering te geven aan de aanbevelingen opgenomen in hoofdstuk 3. Is dat inclusief het smart formuleren? Of de reactie van het college: de laatste aanbeveling doen we niet.
Ik hoor mevrouw Maasland zeggen, dat ze een amendement wil maken om maar een halve beslissing daarvan te doen. Mevrouw Bouman triggerde door te zeggen: je moet aangeven alle aanbevelingen. Bij deze formulering: wat stellen we vast? De aanbevelingen of de reactie van het college? De voorzitter: Ik zal kort zijn: het zijn de aanbevelingen. Als u wilt aanscherpen of aanvullen, dan zult u met een amendement moeten komen. Is dat helder voor een ieder? Heb ik iedereen gehad? De heer Van Harn, CDA: Op de valreep. Eerst nog even mijn excuus aan mevrouw Cnossen, want ik dacht in mijn vorige termijn dat zij verantwoordelijk was voor arbeidsmigranten, maar ik zag het al aan haar reactie, ze schrok er een beetje van, dus excuses daarvoor. Dat was hem. Wethouder Muis: Vanuit de VVD was er geen vraag, dan ga ik even naar mevrouw Maasland, zij had wel een duidelijke vraag, dat ging over het rapporteren de komende tijd. Ik verwees naar de brief, dat was meer in de zin van hoe wij u op de hoogte houden van de uitvoering van de woonvisie, hoe dat zich vertaalt in een regioakkoord en alle ontwikkelingen die er zijn. Maar we hebben natuurlijk ook een uitvoeringsprogramma van de woonvisie, ook vastgesteld door de raad. Dat bespreken we jaarlijks, dus dat doen we sowieso. Daarnaast krijgt u informatie als er onderzoeken zijn.
Als u nog meer wilt hebben, moet u er zelf met elkaar over nadenken wat dat dan zou moeten zijn, maar we bespreken het dus jaarlijks met elkaar. Mevrouw Maasland gaf ook de smart doelstellingen aan, dat ging over de huisvesting. We hebben de discussie gehoord, hoe je dat wel of niet kunt amenderen, als u dat wilt, dus daar gaat u zelf over. De heer Blonk wil snel evalueren. Ik wil dat ook snel, maar het is wel 2023, dus we gaan dat doen. Over 3 maanden is het 2023, maar ik ga geen 3 maanden zeggen, want ik weet het niet. Ik weet wel dat het pas volgend jaar is. Ik heb ook aangegeven, dat we een aantal casussen op basis van het huidige toetsingskader en de huidige ruimtelijke kaders en huidige beleid in procedure hebben. We kunnen heel veel tijd en energie stoppen in iets naar voren halen, maar we moeten natuurlijk ook capaciteit hebben om de plannen die er liggen goed tegen het licht te houden. Misschien, wie weet, passen ze nu wel. Dan gaan we alsnog die evaluatie doen, ook al zouden we er 1.000 plekken mee kunnen realiseren, dan gaan we nog steeds de evaluatie doen, omdat het de afgelopen jaren niet goed gelukt is. Het is wel fijn als u even iets ruimte geeft om te kijken wat er nu uitkomt, zodat we dat met elkaar goed in beeld hebben, of het structureel is of dat je je plannen wat beter moet maken.
Mevrouw Maasland: Mijn vraag was vooral of de wethouder echt geen toegevoegde waarde ziet in de aanbeveling van de rekenkamer om wel die smart doelen te formuleren, waar de commissie ook graag in mee zou willen gaan. Ik vraag me af in hoeverre het college zegt: daar zien wij echt geen toegevoegde waarde in, dat zouden wij echt niet aanbevelen. Of dat het meer praktisch is, moeilijk haalbaar, het kost bijvoorbeeld capaciteit, maar er valt wel wat voor te zeggen. Ik vraag me af hoe het college daar inhoudelijk naar kijkt. Wethouder Muis: Helder. Er is natuurlijk een soort inschatting van die behoefte. Maar als je als raad of als college gaat zeggen: het moeten er zoveel worden. Kijk, we willen het ook echt aan de markt laten. We moeten niet proberen het om te keren, dat wij gehouden gaan worden met elkaar aan zaken. Het is iets anders dan woningen voor inwoners van Lansingerland. Dit is economisch aangevlogen, dit zijn echt andere partijen, die vanuit het belang van de arbeid de huisvesting willen. Het staat wel in de woonvisie, maar het is wezenlijk iets anders. Je moet je afvragen of je daar eenzelfde soort targets en categorie voor wilt vaststellen, maar het is aan u ter overweging.
Mevrouw Verhoef: Ik wil aan de wethouder vragen: kan het college wel overwegen om een target te stellen, van: wij willen binnen een bepaalde termijn faciliteren dat er zoveel woningen aangeboden door marktpartijen gerealiseerd kunnen worden? Of aangeboden, initiatieven. Dan heb je wel een target, namelijk in het faciliteren van wat de markt doet. Wethouder Muis: Dat klinkt ook wel een beetje als een target. Volgens mij doen we dan niet heel veel anders dan we nu doen. We weten dat er een bepaalde behoefte is, we willen de initiatieven faciliteren, we hebben daar ook belang bij. Volgens mij gaan we de argumenten herhalen. Ik zou er niet voor pleiten om ze heel smart te gaan maken, omdat je daarmee partijen die initiatief nemen in de kaart
19/22
kunt spelen. Je moet ook zelf je handen vrij hebben om anders te willen besluiten in omstandigheden. Het is aan u. Dan gaan we door naar mevrouw Verhoef, zij had het over 19%. Ja, dat klopt. We bewegen met die afspraken naar 21%, dus we gaan dichter naar de 30%. Maar ik denk dat het ook heel goed is te realiseren, we doen ook heel veel kleinere projecten 100% sociaal. Alleen, om echt dat percentage te veranderen gaat het om hele grote aantallen. Bleizo-west is heel belangrijk, omdat je daarmee 30% van de 4.000-6.000 woningen sociaal wilt maken. We kunnen nu natuurlijk terug gaan ploegen en afspraken open gaan breken en proberen de percentages te verhogen, maar dan gaat het om tientallen extra woningen, de boel gaat vertragen en het gaat meer geld kosten, waarvan de rekening ook bij ons komt, want ik zie niet dat het rijk die oppakt. We moeten ons echt focussen op de grote projecten, die in ontwikkeling zijn, want daar zijn die grootste slagen te maken. We moeten het niet te moeilijk te maken door te proberen in bestaande afspraken nog weer iets te doen. Dus vooral waar het mogelijk is en de dingen die we hebben afgesproken, daar ook voet bij stuk te houden en te zorgen dat dat gerealiseerd wordt en niet minder wordt. Dat is belangrijk. We willen die kant uit bewegen, maar het is heel lastig, om van waar je vandaan komt heel snel bij die 30% te komen.
Het is ook in een aantal decennia ontstaan. Het zou heel bijzonder zijn als je dat in een aantal jaar recht kan breien door vanuit het rijk te zeggen: gij zult dit gaan doen. Dat is niet realistisch, maar dat had ik al aangegeven. Over de 4 aanbevelingen heb ik het gehad. Een goede samenwerking lokale overheden, ik zie het meer als nevenschikkend. Ik voel dat nooit zo met de provincie, dat zij boven mij staan of het rijk. Volgens mij zijn we allemaal overheden met bepaalde instrumenten, we gaan over bepaalde delen van het beleid en dat heb je van elkaar te respecteren. Volgens mij gaat het steeds beter met de provincie, ze kan het steeds beter vinden met Anne Koning, dus volgens mij gaat het allemaal de goede kant op. Dan de heer Ruijtenberg, volgens mij is dat al besproken, over alle aanbevelingen. Inderdaad, aanscherpen of aanvullen, houden zo of amenderen, als je denkt dat het college wat ruimte nodig heeft om het op een andere manier te doen. Dank u wel. De voorzitter: Volgens mij heb ik iedereen in de tweede termijn gehad. Er ligt nu het raadsvoorstel en het is aan u om nog nader te denken: gaan we het amenderen, ja of nee. Ik zag de heer Blonk al ja knikken, dus dat kunnen we verwachten. Bij deze. Daar wil ik het bij laten. 7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Dit is afgelopen maandag ontvangen.
Ik mag melden, dat vanaf november de voortgangsrapportage gesplitst naar de onderwerpen van de betreffende commissies, zoals RTHA. We gaan het zien, wordt vervolgd. De heer Jumelet sr, WIJ: Een korte vraag rondom de deelscooters. Wat ons triggerde als fractie, we lezen dat er gesproken wordt met wellicht een nieuwe aanbieder. Wij vragen ons af, gezien de overlast die toch wel ruimhartig wordt ervaren doordat die dingen overal te pas en te onpas worden neergezet: wordt dat meegenomen in de gesprekken met zo’n nieuwe aanbieder? Worden er voor die aanbieder bindende afspraken gemaakt over het voorkomen van overlast? De voorzitter: Ik zit met een probleem, want ik denk dat dat bij Simon terecht moet komen. De wethouders schudden nee. Uw vraag zal meegenomen gaan worden vanuit de griffie naar de heer Fortuyn. We hopen dat wij dan schriftelijk antwoord gaan krijgen. Wethouder Cnossen: Een hele korte actualiteit. Ik had u graag een raadsinformatiebrief gestuurd, het college had dat graag willen doen, over voortgang Parq Verde. Ik kan u vertellen dat er voortgang is. Ik heb met de ontwikkelaar gesproken. Voor de leegstaande woningen zijn we eruit, maar het moet nog juridisch gecheckt worden en via het college, maar ik wilde u deze actualiteit niet onthouden, omdat ik beloofd heb dat ik er achteraan zou gaan en dat heb ik gedaan. Het wordt u nog schriftelijk bevestigd. 8.
Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Er is een notitie van de heer De Graag en meneer Blonk, terugkoppeling adviescommissie vervoersautoriteit MRDH. Klopt dat? De heer De Graaf, VVD: Ik ga er niet al teveel woorden aan wijden, want u heeft het ongetwijfeld kunnen lezen, maar misschien toch een klein beetje extra duiding erbij. Aan de voorkant worden wij als vertegenwoordigers van uw raad goed gefaciliteerd door de ambtenaren van onze gemeente. We hebben de afspraak gemaakt dat wij gemeenschappelijk dit soort vergaderingen voorbereiden, we krijgen een keurige annotatie van hoe de gemeente in de verschillende dossiers zit, waar de risico’s, kansen et cetera zitten, dus in die zin komen we goed beslagen ten ijs. Het staat u natuurlijk ook vrij om ons dingen mee te geven voor die adviescommissie. De stukken zijn openbaar, beschikbaar via IBABS. We gaan er niet actief achteraan als leden van de adviescommissie, maar het staat jullie volledig vrij. We zien ook graag dat u ons voedt met standpunten of opinies t.b.v. de vergadering. Per saldo, met het voorstel dat nu naar de bestuurscommissie gaat, het advies, daar mogen we blij mee zijn. Het neigde
20/22
aanvankelijk afgelopen maanden verschraling van het openbaar vervoer in de hele regio vanaf 1 januari door coronamaatregelen en het uitblijven van coronasteun. Maar door het aantrekken van het vervoer, een beetje bijpassen van partijen en ook de rijksoverheid die met een uitgeklede versie van de steun volgend jaar doorzet, maakt het de puzzel kloppend, per saldo een vergelijkbaar niveau van openbaar vervoer volgend jaar als dit jaar. Gegeven de situatie waarin we zitten is het een mooi resultaat. Daarbij gloren natuurlijk wat risico’s aan de horizon en eventuele coronagolven, energieprijzen die de pan uit rijzen, waardoor de vervoerders klappen krijgen. Het zijn allemaal potentiële nieuwe crises, die hebben we nu even als risico geduid, daar hebben we nog geen oplossing voor, daar gaan we mee dealen als het aan de hand is, maar ik denk dat we voor nu een mooi resultaat hebben, de gemeente wordt goed bediend en blijft bereikbaar. Als er vragen zijn, dan vernemen we dat natuurlijk graag. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Niet zozeer een toelichtende vraag, maar een andere actualiteit, die ik even wil delen. De actualiteit over het voorgenomen bezoek dat uitgesproken is door verschillende personen aan de mensen van de Hoefweg. Ik had voor de vergadering al afgesproken daar vrijdag naar toe te gaan.
Ik heb de woordvoerders laten weten dat ze daarbij welkom zijn en overige leden van de commissie, die eventueel hun woordvoerder daar willen vervangen, zijn daar ook welkom. Dat even als actualiteit. 9. Verbonden partijen De voorzitter: Hier nog iemand iets over? Nee. 10. Rondvraag en sluiting De heer Van Harn, CDA: Ik heb een vraag, een vervolgvraag eigenlijk, over de MGE woning Orjanjetuin 19 in Bleiswijk. Deze is na verkoop door de vorige eigenaar aan 3B Wonen al meer dan 1 jaar onbewoond. Als antwoord heb ik gekregen van het college, dat ze nog bezig zijn met een aantal juridische aandachtspunten. Daarom de volgende vragen. Wat houdt dat in, bezig zijn met een aantal juridische aandachtspunten? Van 3B Wonen hebben wij gehoord, dat de woning inmiddels te koop wordt aangeboden en dat er al een bord ‘te koop’ in de tuin zou staan. Kunt u dit duiden, terwijl u nog met juridische aandachtspunten bezig bent? De MGE voorwaarden op deze woning lopen van 2005 tot 2025. Bent u, college, samen met 3B Wonen voornemens om het MGE-etiket van deze woning af te halen, zodat de woning ook aan niet-starters aangeboden gaat worden? Zo ja, wat is hiervoor de onderliggende reden? MGE-woningen waren toch bestemd voor een speciale doelgroep? In deze woning had al meer dan 1 jaar een jong gezin met kinderen kunnen wonen. Ik ben benieuwd naar de reactie van de wethouder.
Wethouder Muis: Dank, heer Van Harn. Ik vond het ook een niet heel veelzeggend antwoord, dus ik heb er ook naar gevraagd. Vandaag heb ik er een reactie op gekregen, dus ik zal u toelichten hoe het in elkaar zit. In grote lijnen klopt het met hoe u het schetst, maar ik zal het u even toelichten en ik wil het ook op papier zetten, als u daar behoefte aan heeft. Of terugluisteren, dat kan natuurlijk ook. De woning is destijds gebouwd volgens de MGE-regeling, maatschappelijk gebonden eigendom. Het gaat over eigendom. Van 2005 tot 2025, om starters de mogelijkheid te bieden om een betaalbare woning te kopen. Met de regeling zou de woning 20 jaar lang bestemd zijn voor de doelgroep starters. De bewoners van Oranjetuin 19 hebben voor afloop van deze regeling de woning aan 3B Wonen terug verkocht, dat is voor afloop van de regeling verplicht. De woningmarkt heeft zich in die jaren explosief ontwikkeld, waardoor de marktconforme waarde van de woning ver boven een starterstarief ligt. Wanneer je de woning dan nu op het eind van deze termijn zou verkopen voor een starterstarief, dan mogen de nieuwe bewoners die woning vanaf 2025 verkopen volgens marktconforme tarieven. Dan zou je zeggen: dat is heel fijn voor die bewoners, die maken dan enorme winst.
Alleen, het is maatschappelijk gebonden eigendom en je wilt eigenlijk ook dat het geld, dat het meer waard is, ten goede komt aan die starters en niet één toevallige starter, die dan het geluk heeft dat hij die woning op dit moment kan kopen en voor heel veel geld kan verkopen. Dat is niet het doel en ook niet de geest van die regeling. We willen de regeling niet zomaar opheffen, maar wel zoveel mogelijk zorgen dat die financiële meerwaarde in de sector blijft en dat die winst niet bij de eerstvolgende koper terecht komt. Daarom is geconcludeerd dat de MGE-regeling bij deze casus zijn doel voorbij streeft en daarom is besloten om die regeling voor deze ene woning op te heffen. Volgens mij is dat in grote lijnen met wat u zelf schetst. Dit is de toelichting en de onderbouwing. De heer Van Harn: Het verbaast mij niet, want het antwoord heeft heel lang op zich laten wachten, dus ik wist wel dat er iets zou spelen op de achtergrond. Wat me wel verbaast, is dat er destijds een besluit genomen is door de raad om voor deze woningen MGE-voorwaarden vast te stellen en te leggen op deze woningen. Wat er nu plotseling gaat gebeuren, u bent bezig samen met 3B Wonen, om dat etiket eraf te halen. Dat kan toch nooit de bedoeling geweest zijn? Dat zou toch ook niet gedaan zijn 10 jaar geleden, toen een woning 10 jaar onderweg was MGE te zijn.
Maar nu het kort voor de finish is, dan zou het in één keer gerechtvaardigd zijn om dat etiket eraf te halen. Kunt u dat meer toelichten? Wethouder Muis: Ik ben wel bang, dat ik in herhaling ga vervallen. Het liep van 2005 tot 2025. De bewoner heeft hem terug verkocht, het is niet dat het label eraf gehaald is, die is terug verkocht. Dan kom je dus op het punt: het is niet bedoeld voor 1 toevallige gelukkige opvolger daarvan om die winst
21/22
daar uit te halen. Dan hebben we liever dat die winst blijft binnen 3B Wonen, zodat het geïnvesteerd kan worden in woningen voor starters, die het wel heel hard nodig hebben. Het gaat hier om 1 casus. Anders kan ik het niet maken. Het antwoord blijft hetzelfde. Ik hoor ook eigenlijk niet een andere vraag, waar ik een toelichting op kan geven. De heer Van Harn: Toch nog even reageren op het antwoord van de wethouder. Hij zegt: we willen dat het geld bij de sector blijft. Maar ik bedoel, dat is toch oneigenlijk gebruik van het etiket MGE? Zo is het nooit bedoeld, want dat zou u 10 jaar geleden ook niet hebben gedaan. Ik vind het een heel vreemde zaak. Ik heb ook al horen fluisteren dat er nog meer woningen op deze manier behandeld zullen worden en dat vind ik wel erg zorgelijk. De voorzitter: Even op deze casus ingaand. Als u er vragen over heeft, dan kunt u eventueel via een bespreekpunt het naar voren laten komen, als u zegt dat er misschien meer gevallen zijn. Anders gaan we hier een dialoog krijgen en gedachtewisseling en ik denk niet dat dat de bedoeling is. Het antwoord hebben we gekregen van de heer Muis, u moet even kijken wat u daar verder mee wilt. Ik dat hij het hierbij wil laten. De heer Van Harn, CDA: Graag zou ik een actuele stand van zaken horen m.b.t. het plaatsen van de geluidsschermen langs de N209 bij Bleiswijk.
Wethouder Muis: Dat is de portefeuille van collega wethouder Simon Fortuyn. Al was hij hier geweest, had u ook niet de details gekregen, want het punt is dat het college de raad via een reguliere voortgangsrapportage op de hoogte stelt van de ontwikkeling en voortgang aanleg geluidsschermen langs de N209. De voortgangsrapportage Q3-2022 geluidsschermen N209 komt binnen 3 weken naar de raad, daarin wordt u geïnformeerd over de stand van zaken, over de geluidsschermen Bleiswijk en Bergschenhoek. U moet nog heel even geduld hebben, maar het komt eraan. De voorzitter, om 22.50 uur: Volgens mij zijn we aan het eind van deze vergadering gekomen, een kwartier voor de geplande tijd, dat is keurig. Ik dank u allen voor uw inzet en uw bijdrage. Tot de volgende keer. Wel thuis.
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
22/22