CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV22.0096] Verslag commissie Ruimte van 4 oktober 2022

Commissie Ruimte 8 november 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering20.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG Commissie Ruimte

BV22.0096

Datum vergadering

: 4 oktober 2022

Aanwezig in de raadszaal: Commissieleden: WIJ Lansingerland : Jan Jumelet, Bianca Boonstra Leefbaar 3B : Jan Pieter Blonk, Machiel Crielaard, Jean Paul Meuldijk CDA : Charles van Harn, Wouter de Ruiter VVD : Ivo de Graaf, Vincent Jumelet D66 : Ineke den Heijer CU : Arjen Hofman, Lenneke Maasland GroenLinks : Marko Ruijtenberg, PvdA : Petra Verhoef, Valmir Xhemaili, Nanno Scheringa Wethouders

: Michiel Muis, Titia Cnossen

Voorzitter Commissiegriffier

: Nelleke Bouman : Karin Koemans

Afwezig WIJ Lansingerland CDA VVD D66 GroenLinks

: Paul Zantman : Frans Ammerlaan : Christiaan Toussaint : Ronald van der Stad, Arjen van Berkel : Menno Duk, Jorgen van de Burgt

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Dames en heren, het is acht uur, ik wilde gaan beginnen. Het is wennen voor me, na een paar maanden afwezigheid, maar we gaan ervan uit dat alles goed gaat. Iedereen hartelijk welkom, wethouder Cnossen en wethouder Muis welkom. Ook onze ondersteuning hartelijk welkom. Ook degenen op de publieke tribune, van harte welkom bij deze sessie van deze commissie. Er heeft zich helaas een aantal commissieleden afgemeld. Ik mis de heer Zantman, de heer Van der Stad, de heer Van Berkel, de heer Toussaint, de heer Ammerlaan, de heer Van de Berg en wethouder Fortuyn is afwezig. De heer Duk is ook afwezig. Voor de agenda zijn nog wat stukken later binnen gekomen, dat heeft u kunnen lezen. Voor vanavond elk agendapunt 3/2, houd dit in de gaten bij uw inspraak. Nog meer te melden? Nee. 2. Insprekers De voorzitter: Insprekers zijn de heer en mevrouw Van den Haak afzonderlijk. Mevrouw Van den Haak gaat iets melden over de bouwplannen en bestemmingsplanwijziging Hoefweg 184-186. U heeft 5 minuten de tijd. Inspreker 1: Mevrouw Van den Haak: Het gaat over de bouwplannen van Hoefweg 184-186. Daar zijn wij, zoals u heeft kunnen lezen, op tegen.

Waarom zijn we er op tegen? Het is ons wederom weer opgevallen met de laatste nota die wij hebben ontvangen, dat er weer dingen in staan die niet kloppen of veranderd zijn, terwijl de situatie hetzelfde is gebleven. Dat zal ik even toelichten. Er wordt een loods gebouwd als opslagloods en nu staat er ineens, dat er een onderhoudsloods komt. Dat vind ik toch weldegelijk een verschil, een opslagloods of een onderhoudsloods voor vrachtwagens, want dat betekent dus dat er op zaterdag en zondag aan vrachtwagens gesleuteld wordt in die loods met luchtdrukpistolen, banden oppompen en noem maar op. Daar is geen geluidsonderzoek naar gedaan, dat kan ook niet, want er staat nu geen loods. Wat wordt het? Een opslagloods of een onderhoudsloods? In alle andere aanvragen was het dus een opslagloods en ineens verandert het naar een onderhoudsloods. Wat ons ook tegen staat, is dat wij het gevoel hebben dat wij constant achter de feiten aanlopen. Alles wat wij aankaarten voor tegenspraak dan is het: nee, wij vinden het niet nodig dat dat veranderd wordt. Waarom niet? Wij hebben ook menig keer aangekaart: zet dat kantoor op een andere plek. Nee, de stedenbouwkundige

1/22

vindt dit de beste oplossing. Dan vraag ik nog een keer waarom. Dan is het: dat vinden wij de beste oplossing. Dan probeer ik mijn zin door te drijven en dan krijg ik als antwoord daarop: dan had u dat toentertijd moeten aankaarten. Het stoom kwam uit mijn oren tijdens dat gesprek. Als ik dan ga vertellen dat ik het niet eens ben met die uitspraak, dat werkt niet als iemand zich boos, gefrustreerd of niet gehoord voelt op dat moment, dus dat steekt ook. Het is ons ook niet duidelijk, het gebied wordt 1,20 meter opgehoogd, het kan niet afgegraven worden. Waarom niet? Nee, dat is de beste manier om het op te hogen. Maar dat is geen antwoord op mijn vraag. Waarom kan het afgegraven worden? Zo blijven wij hier constant maar tegenaan vechten. Dit kost echt heel veel energie voor ons. Dagen voor zo’n gesprek loop ik met hoofdpijn, slaap ik slecht, omdat het ons woongenot teniet doet. Wij hebben een vrijstaand huis gekocht met daarnaast kassenbouw bestemming. Die willen ze gaan veranderen naar transportbedrijf. Ze zeggen: u bent hier op tegen, maar voor hetzelfde geld heeft u hier een kas staan. Nee, er staat daar geen kas, dus die opmerking vanuit de gemeente slaat nergens op, want er staat nu geen kas, het gaat nu over een bestemmingsplanwijziging. Er zijn nog zoveel dingen onduidelijk vanuit de gemeente naar ons toe. Het werkt heel vervelend en storend, we voelen ons niet gehoord.

Alles wat wij aankaarten wordt naar de prullenbak verwezen: wij vinden dit beter. Ja, wij vinden dit beter, waarom? Onderbouw dat, want dat wordt ook niet gedaan. Ik hoop dat jullie zijn wezen kijken naar hoe de situatie nu is en hoe de situatie gaat worden, zoals het nu op papier staat. Ik kan ook op googlemaps kijken, dan lijkt de afstand groot, maar in werkelijkheid is de afstand niet zo groot. Ik hoop dat jullie echt willen luisteren, kom bij mij op de koffie om te kijken naar wat de situatie is, wat het gaat worden, hoe het gaat worden. Ik hoop dat jullie nu wel naar ons willen luisteren. Ik denk dat ik alles heb verteld, zoals ik het heb willen vertellen, maar misschien straks nog een keer. De heer Hofman, CU: Dank u wel voor uw inspraak. U zegt een gesprek te hebben gehad met de gemeente. Dat verliep niet helemaal naar wens. In hoeverre heeft de gemeente u proberen duidelijk te maken wat er in het bestemmingsplan wordt gewijzigd en welk deel van wat er nu gerealiseerd wordt eigenlijk een vergunningsaanvraag is, die helemaal niet binnen dit bestemmingsplan wordt geregeld? Is er iets van uitleg? Mevrouw Van den Haak: Nee, helemaal niet. Wat wij denken is dat het twee in één is, en een bestemmingsplanwijziging en een bouwvergunning. Wij zijn tegen die bestemmingsplanwijziging.

Tegen de vergunning zijn heeft geen zin, want de stedenbouwkundige heeft bepaald dat het daar moet komen te staan, dat pand. Ze zeggen: de gemeente vindt dat stuk grond waar nu de bestemmingsplanwijziging op is, te klein is voor een kassenbouwer om daar iets op te bouwen. Maar er heeft altijd een plantenkwekerij gestaan, die heeft daar buiten zijn planten gezet. De heer Ruijtenberg, GL: Dank voor uw inspraak. Ik heb u een aantal dingen horen zeggen, ik heb 3 hele korte vragen. U heeft gezegd dat u het kantoorgebouw niet op die plek wilde hebben. Waar zou u het kantoorgebouw wel willen hebben? U zegt: ik heb bezwaar tegen een loods waar gewerkt wordt, maar heeft u ook bezwaar tegen een opslagloods? Stel, er zou inderdaad een kas komen, zou u daar geen bezwaar tegen hebben? Mevrouw Van den Haak: Op uw eerste vraag: de tekening hebben wij ingediend. Dat is over de breedte van zijn nieuwe perceel. Daarvan is gezegd: nee, dat gaat niet gebeuren. Althans, de stedenbouwkundige heeft dat verteld, want het past niet in de historische lijn van de Hoefweg. Maar in de afgelopen nota Hoefweg wordt gezegd, hoe zeg je dat, omdat daar zoveel verscheidenheid aan bedrijven is, kan dat transportbedrijf prima op die plek blijven en uitbreiden. Terwijl wij zoiets hebben van: als je wilt uitbreiden, ga dan alsjeblieft naar het industrieterrein, ruimte zat om uit te breiden.

Uw laatste vraag was de kassenbouw. Liever niet voor mijn deur, maar als ik dan moet kiezen, heb ik liever een kas voor mijn deur dan een kantoor, want een kas weerkaatst het licht mijn huis in, wat door het kantoorpand toch redelijk ontnomen wordt. Waar wij op uit kijken is het raam op het noorden, waar het pand komt te staan. Daar is al geen direct zonlicht. Als er dan ook nog eens een gemetselde muur voor komt te staan, is er helemaal geen zonlicht binnen en dat heb ik met een kas dan wel. De heer Jumelet sr, WIJ: Dank voor uw inspraak. Wat ik me afvraag, als ik het bestuursplan raadpleeg, dan zit er een bedachte afstand tussen uw woning en de schuur van 15 meter en 18,5 meter van het kantoor. Wat zou u zelf dan een redelijke afstand vinden, stel dat men toch volhardt in de bouw zoals nu voorzien is? Wat zou voor u dan een redelijke afstand zijn, in plaats van die 15/18,5 meter? Mevrouw Van den Haak: Dat weet ik niet, maar het wordt toch niet in behandeling genomen als het er zo blijft staan. Dan heeft het geen nut, dan staat het pand midden op zijn perceel. Het is geen antwoord op uw vraag, dat weet ik. (…) Wat mijn man probeert te vertellen, is dat het kantoorpand 2 keer de grootte van ons huis wordt. Dat kantoorpand wordt twee keer zo groot als ons huis nu is. Of het nou verplaatst wordt of niet, het lost onze privacy niet op.

Er komt dan wel melkglas in te zitten, wat doen we dan van de zomer als die ramen open staan? De heer Jumelet: De situatietekening, zoals het nu in het bestemmingsplan staat, het stuk dat wij als raad toegezonden hebben gekregen. Voor de kijkers: pagina 4. Maar de vraag is, los van wat u vindt, van wat de ontwikkelaar vindt van de plaatsing op het perceel, dan zegt u: ik vind het bouwvolume te groot ten opzichte van ons huis. Mevrouw Van den Haak: Ook, maar ook de locatie is niet ideaal.

2/22

Inspreker 2: De heer Van den Haak: Ik wil gewoon vertellen waarom wij naar Bleiswijk zijn verhuisd 7 jaar geleden. Tot 6 jaar geleden hebben we hier heerlijk gewoond, tot afgelopen jaar ongeveer deze tijd, toen we te horen kregen dat ze bouwplannen hadden aan de Hoefweg. We werden gebeld door de gemeente, dus dat was wel netjes, moet ik eerlijk toegeven. Initiatiefnemer zou met ons gesproken hebben over de bouwplannen. Niet gebeurd, hij verdraait de waarheid nog weleens een keer. De stedenbouwkundige, die dit allemaal bedacht heeft en het op zich goed keurde, komt niet eens uit Bleiswijk, hij komt niet eens uit Lansingerland. Is die meneer ooit wezen kijken? Nogmaals, we nodigen jullie allemaal uit om te komen kijken waar het moet komen voordat we gaan stemmen, want we gaan niet vanaf papier stemmen, dat is echt oneerlijk naar ons toe. Ten tweede waarom wij tegen de bouwplannen zijn: ik heb geen dijkwoning gekocht, ik heb een boerderij gekocht. Als we daar de grond gaan verhogen naar 1,20 meter, dan woon ik in een dijkwoning in plaats van een oude boerderij die bij Bleiswijk hoort. Daar klopt geen zak van, excusez mijn woorden. De andere kant. Het pand, dat ze willen gaan neerzetten is veel te groot voor waar initiatiefnemer het wilt gaan gebruiken. Waarom moet dat zo groot? We hebben voorgesteld, inderdaad, om de gebouwen op een andere positie neer te zetten.

Dat werd allemaal weg gewuifd. We hebben een aantal dingen gezegd over wat er aan flora en fauna leeft op die positie, wordt allemaal weg gehoond. Die slang gaat wel weg als we met een bak grond komen. Schandalig, echt schandalig. Dat zijn mensen die voor ons werken, voor de gemeente, heel jammer. Over de bestemmingswijziging van de grond, ach, ik snap het op zich best wel, ik ben natuurlijk ook niet helemaal gek. Maar wij zijn daar gaan wonen voor mijn oude dag, ik werk ook voor mezelf, heel veel uren per week, we zitten hier niet op te wachten. Dit moet mijn pensioen zijn. Ik krijg ineens een heel groot bedrijf naast me, een transportbedrijf nogal liefst. Een transportbedrijf, dat helemaal niet hoort op de Hoefweg, want hier wonen mensen, ook kleine kinderen, dat zijn ook mensen, kleine kinderen. Wat gaan we daarmee doen? Zo’n bedrijf hoort thuis op het industrieterrein en niet aan de Hoefweg. Ik weet het, aan ons bedrijf zit ook een bestemming transportbedrijf, maar dat was niet voor ons, dat was voor de vorige bewoner. Hij heeft geprobeerd dat te veranderen, maar dat ging helemaal niet, daar was niet over te praten. De schuur, waar mijn vrouw het ook over had, zou in eerste instantie een opslagplaats zijn om vrachtwagens binnen te rijden. Nu wordt er ook al gesleuteld op zaterdag en zondag aan de auto’s.

Ik ben helemaal niet van de kerk, je mag best een keer wat doen, geen probleem, maar hallo, we wonen daar met heel veel gezinnen aan de Hoefweg. Het is een klein dorpje in Bleiswijk, let op, als jullie dit goed gaan keuren. We hebben ook zelfs een gesprek gehad met de wethouder. Dan kom je daar als 2 bezorgde mensen met 4 man. Nu sta ik hier ook, met lood in mijn schoenen, echt waar. Het irriteert wel. Er wordt niet geluisterd. We luisteren wel, maar we horen niets. Helemaal niks. Alles wat we aandragen wordt weg gewoven. Er klopt geen zak van. Nogmaals, kijken jullie nog eens heel goed naar de plannen, waar zoiets zou moeten horen. Ik denk niet daar. Wat wordt er gezegd, tenminste, dat gevoel hebben we: we duwen het gewoon door, dan ga je maar voor planschade. Dat is lachen. Bij wie moet ik aankloppen? Bij initiatiefnemer? De gemeente zal niet voor ons klaar staan. Ik kan in detail gaan over de bouwplannen, dat doe ik niet, maar gewoon een beetje wat er aan de hand is. Luister af en toe naar wat de bewoner te zeggen heeft. Het gaat om ons woongenot. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Dank u wel voor uw inspraak. U zei dat ook andere bewoners daar op de Hoekeindseweg wonen. Wat vinden zij van de plannen? Delen zij uw mening of is dat minder? Zijn ze ook bezorgd? De heer Van den Haak: Ja, natuurlijk. Natuurlijk zijn de mensen daar ook bezorgd om, we wonen daar allemaal.

Zeker de huizen die bovenop wonen, die zitten heel dicht aan de weg. (…) Mevrouw Den Heijer, D66: Ik lees in het plan dat het gaat om een stalling, een loods voor een stalling van vrachtwagens. Dat is wat er staat. De heer Van den Haak: In het laatste rapport is die tekst veranderd, die wij gekregen hebben. Mevrouw Den Heijer: Misschien kunnen wij dan even vragen of die beschikbaar is, die laatste wijziging. Ik hoorde iets over handtekening, kunt u daar nog iets over vertellen? De heer Van den Haak: Eerst hebben we zelf geprobeerd om dat voor elkaar te krijgen. We praten natuurlijk met een aantal buren, niet alle buren hebben hier last van, dit is natuurlijk een buitengebied, het zijn er maar een paar. Op een gegeven moment hebben we toch geprobeerd om te kijken of we ook medestanders hebben, die dan eventueel ook wat willen zeggen. Vandaag zijn er 2 bewoners met ons mee. We kunnen natuurlijk allemaal hetzelfde verhaal ophangen, maar het komt allemaal op hetzelfde neer. Deze 2 mensen zijn mee gegaan, dus het wordt zeker gedeeld de zorgen. De heer Xhemaili, PvdA: Dezelfde vraag als mevrouw Den Heijer, of die handtekeningen ook zijn aangeboden aan de gemeente. De heer Van den Haak: Dat is aangeboden, daar hebben we een ontvangstbewijs van. In eerste instantie naar de verkeerde, maar het is intern doorgestuurd naar de juiste afdeling.

Als u het precies wilt weten, zal ik dat aan mijn vrouw moeten vragen, waar dat heen gegaan is. (…) Mevrouw Van den Haak: Het staat in de laatste nota van 6 september, daar staat ook in

3/22

dat het ineens een onderhoudsloods is geworden. (…). Het staat in het verslag van 6 september, dat ook met de handtekeningenactie. De voorzitter: Heer en mevrouw Van den Haak, bedankt voor uw inspraak. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 6 september 2022 De voorzitter: Geen op- en aanmerkingen? Nee. Dan hebben we dat gehad. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De heer Ruijtenberg, GL: Gezien de mensen die op de tribune zitten, is het misschien een idee om agendapunt 6.c naar voren te halen en die te behandelen als 6.a en de rest op te schuiven. De voorzitter: Dat lijkt me een goed voorstel, dus dat gaan we even wijzigen, hups, naar boven. Inventarisatie rondvraag: De heer Van Harn, CDA: Ik heb 2 rondvragen. De eerste is eigenlijk een vervolgrondvraag, die gaat over MGE woning Oranjetuin 19 in Bleiswijk. En de tweede rondvraag is m.b.t. de geluidsschermen langs de N209 in Bleiswijk, de stand van zaken graag. 5. Bespreekpunten: De voorzitter: Bespreekpunten hebben we niet. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied Bleiswijk 1e partiële herziening Hoefweg 184-186 De heer Van Harn, CDA: Mijn fractie begrijpt dat vanuit het oogpunt van bewoners Hoefweg 182 het zwaar valt, dat er zo dichtbij een nieuwe hal en een nieuw kantoorpand wordt gebouwd. Zeker wanneer je altijd hebt kunnen genieten van een vrij uitzicht.

Het is op zich een goede zaak, dat het huidige kantoorpand, dat direct aan de parallelweg is gelegen, gesloopt wordt en dat er een modern, terug liggend kantoorpand voor in de plaats komt. Opmerkelijk hier is, dat in het beleidskader staat: het kantoor wordt in de toekomstige situatie mogelijk beperkt groter dan het huidige kantoor. Echter, in het bestemmingsplan staat dat de oppervlakte van het nieuwe kantoor 420m2 wordt. Het oude kantoorpand was 190m2. Dat is een factor 2,2 groter. Daarom de vraag aan de wethouder: hoe kan dat? Ik heb me bovenal verbaasd over het taalgebruik in de documenten m.b.t. de bewoording historisch lint Hoefweg. Als voorbeeld citeer ik enkele zinsnedes. De Hoefweg is een historisch lint en daarnaast een drukke verkeersweg. Of: bij de herontwikkeling locatie Hoefweg 184 is het herkenbaar houden en maken van het historische lint bij de Hoefweg het uitgangspunt. En: deze ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd, dat het oorspronkelijk karakteristieke van het historisch lint de Hoefweg onder druk is komen te staan. Nog eentje: de verplaatsing van het kantoorgebouw voldoet aan de provinciale richtpunten linten blijven linten. Het plan tast de openheid van het lint niet aan. Enzovoorts enzovoorts.

Maar hoe is in het verleden omgegaan met het historisch lint Hoefweg? Hoe heeft het zover kunnen komen? Ik denk dan aan Hoefweg 186, vlakbij het plan waar we het nu over hebben. Een lelijke metalen doos. Ik zie dan voor me de bedrijfsgebouwen van Zalando aan de oostkant van de Hoefweg, dan denk ik: niet bepaald een historische lintbebouwing. Daarom hierbij het pleidooi om zorgvuldig om te gaan met wat van historische waarde is, wat we willen beschermen en behouden. Dank u wel. De heer Xhemaili, PvdA: Ik wil allereerst de insprekers meneer en mevrouw Van den Haak bedanken voor hun inspraak. De heer Van Harn gaf het al aan: de Hoefweg is officieel een lint. Dat vergeet ik nog weleens door de drukte van de N209 en door Zalando. In het bestemmingsplan staat: de herinrichting van het perceel voorziet in een kwaliteitsimpuls voor het perceel en de omgeving. Maar nu de insprekers gehoord hebben, maakt het wel uit of het een onderhoudsloods is of een opslagloods voor vrachtwagens. Dat is wel een wezenlijk verschil. Ik heb ook een vraag aan de wethouder hieromtrent. Wat wordt het? Er is blijkbaar verschil van inzicht, het kan een onderhoudsloods worden of een opslagloods. In het voorstel wordt over duurzaamheid gepraat, maar dat vind ik en mijn fractie best wel summier.

Er staat: tussen initiatiefnemer en gemeente is afgesproken dat de duurzaamheidseisen naar aanvullend minimaal niveau gaan. Misschien kan de wethouder toelichten wat dat betekent. Insprekers gaven ook al aan dat bepaalde diersoorten door de herinrichting van het perceel ook weg gaan. Ik neem aan, dat er wel een gedegen milieuonderzoek is gedaan. Ik ben benieuwd of de wethouder het kan toelichten. Verder vroeg ik me af of de wethouder de handtekeningen heeft ontvangen en hoe daarmee is omgegaan. Dank u wel. Mevrouw Den Heijer, D66: We voelen eigenlijk allemaal dat deze ontwikkeling een hele grote impact heeft op die omgeving. We hebben precies dezelfde teksten gelezen als het CDA en PvdA nu aangeven. Dat je er inderdaad van uitgaat dat het een kwaliteitsimpuls zou moeten zijn, dat het beter zou moeten worden. Aan de ene kant snappen we dat ook wel, dat hier een nieuw iets komt en dat dat altijd beter is

4/22

dan wat er gestaan heeft. Maar aan de andere kant zien we ook de impact van deze ontwikkeling. Ikzelf stuit al op het idee dat vanwege de geluidsoverlast er een akoestisch onderzoek is gedaan. Er moeten geluidsschermen komen van 5 meter hoog. Ik heb de mensen daar nog niet over gehoord, maar ook daarvan dacht ik: hoe ziet dat er dan uit? Is dat nou de kwaliteitsimpuls, die we dan voor ogen hebben voor dit gebied? Dus we zijn nog niet op het punt van voor of tegen stemmen, maar we voelen wel dat het veel impact heeft. Aan de andere kant zien we ook een ontwikkeling, die ook weer wenselijk is, omdat het eigenlijk een gebied is waar geen glastuinbouw meer kan komen. Wat heb je dan voor andere opties om dit gebied te ontwikkelen? We missen ook echt een integraal plan voor dit gebied, we hebben het al eerder benoemd, nu wordt er toch geplakt en geknipt wat betreft alle bestemmingsplannen. Hoe kan je er nu toch een integraal verhaal van maken, zodat we duidelijker zijn: wat past er nu wel en wat past er nu niet? We hebben dezelfde vragen: hoe zit het met de opslag? Wordt het een opslagloods of wordt er ook onderhoud gepleegd? We maken ons ook zorgen over het verplaatsen van de dieren, dat wordt makkelijk benoemd: dan verplaatsen we die slangen en de vleermuizen. Dat zijn belangrijke medestanders, want we willen dat de biodiversiteit in onze gemeente op een goed niveau blijft.

Ook dat zijn belangrijke dingen om in de gaten te houden. Een ander punt, dat we lazen, zijn de duurzaamheidseisen. In het voorstel zelf staat: duurzaamheid niet van toepassing. Dan denk je: waarom niet? Dit zijn juist de plekken, die we op een duurzame, goede manier moeten gaan inrichten. Dan staat erbij, dat het over verharding gaat, even een voorbeeld, hoe werkt dat dan uit, minimaal aanvullend. In de stukken staat dat 100% geasfalteerd kan worden of verhard kan worden. Terwijl, als we het hebben over minimaal aanvullend, het zou betekenen dat minimaal 37% niet verhard zou mogen worden. Dat staat dan eigenlijk niet in het document zelf. Hoe houden we daar nou grip op, dat we dat echt op een duurzame manier gaan inrichten? Misschien willen we ook wel een hogere eis stellen aan duurzaamheid in dit geval. Je kan zeggen: we gaan naar 50% verhard, dat je veel meer met groen werkt, zodat het ook een betere inpassing heeft. Ik vind het wel een wake-up call: hoe gaan we nou om met duurzaamheid in dit soort gebieden, waar het juist zo heel belangrijk is. Wat ons betreft is het zeker nog geen hamerstuk. Ik ga misschien wel even in op de uitnodiging om langs te komen om eens ter plekke te gaan kijken. De heer Hofman, CU: Wij gingen naar deze vergadering toe met het idee: we gaan voor dit bestemmingsplan stemmen.

De nota van zienswijze, zoals wij hem lazen, zonder de uitvoerige toelichting die we nu gehad hebben, die gaf weinig aanleiding om te denken dat het aanleiding zou zijn om tegen te stemmen. De insprekers gehoord hebbende, wil ik toch wel even van de wethouder weten: welk deel van dit plan raakt nu aan de bestemming? We gaan een stukje bestemmingsplan wijzigen, een stukje kantoor wordt weg bestemd, een stukje bedrijvigheid eraan, dat is ongeveer de bestemmingsplanwijziging. Verder wordt het hele terrein her ontwikkeld. Volgens mij valt dat dan niet onder het bestemmingsplan, maar er zijn allerlei gemeentelijke vergunningen die daarin spelen. Ik zou graag van de wethouder willen weten welk deel van het plan dat voor ligt onder het huidige bestemmingsplan kan en welk deel niet. Hoe wordt dat overige deel dan vergund? Er werd net ook iets gezegd over opslagplek of een onderhoudsloods. Maakt dat voor de bestemming eigenlijk uit? In het ene geval is het een bedrijventerrein en in het andere geval is het bedrijventerrein. Kan de wethouder daar enige toelichting op geven? Dat helpt wellicht in het uitleggen aan bewoners: wat is nou eigenlijk het voorliggende besluit hier? Ik denk dat dat het even is voor mijn eerste termijn, dank u wel.

Meneer De Graaf, VVD: We hebben bij de behandeling van de omgevingswet in de vorige commissie al gezegd: we leven in een dichtbevolkte gemeente, een dichtbevolkt deel van het land. Elke ontwikkeling doet wel een burger pijn, omdat er in zijn of haar nabijheid iets ontwikkeld gaat worden. Hier vandaag ook een voorbeeld van wat er aan de hand is. Aan de andere kant, de oorspronkelijke bestemming glastuinbouw zal daar niet meer terugkomen. Glastuinbouw is enorm veranderd, percelen van deze omvang zijn totaal niet exploitabel te maken voor een gemiddelde tuinder. Dus dat het terrein gerevitaliseerd gaat worden en een andere bestemming zou gaan krijgen, ik denk dat we daar niet naïef in moeten zijn. Als we even kijken naar de rol die wij hebben als raad, zoals wij hier in zitten, gaat het niet zozeer alleen om het gebruik, maar ook om de juridische kant van het hele verhaal: hoe gaat het terrein bestemd worden? Waar kan gebouwd worden? Of er gebouwd kan worden, is dan vraag 2, maar waar zou gebouwd kunnen worden? Hoe delen we dat terrein in? Als we kijken hoe dat proces gelopen is, inclusief alle zienswijzen, het beeld dat wij krijgen, is dat de gemeente zich professioneel en zorgvuldig heeft opgesteld. De gemeente heeft gedaan wat wij van de gemeente mogen verwachten. Wat ons betreft, dat is heel zuur, is het een hard gelag voor de omwonenden op wie het een enorme impact heeft.

Al met al zijn wij van mening dat het voor ons gewoon een hamerstuk kan zijn. Ik denk dat het proces zorgvuldig is doorlopen, dat we dat kunnen stellen. Dank u wel. Mevrouw Boonstra, WIJ: Wij stonden er in eerste instantie net zo in als Arjan Hofman en Ivo de Graaf. Alleen zitten wij nu toch met een vraag aan de wethouder. Ligt de positie van het gebouw vast? Als de positie van het gebouw, dat gebouwd gaat worden, wat veranderd kan worden, zou het misschien de bewoners wat tegemoet kunnen komen. Dat was mijn vraag.

5/22

De heer Ruijtenberg, GL: Wat GL betreft is dit nooit een hamerstuk geweest. Wij hebben het vaak aangegeven, ook in ons verkiezingsprogramma: we willen een halt toeroepen aan de verdozing van Lansingerland. Op elk stukje bedrijventerrein of elk stukje dat geëxploiteerd kan worden, komt zo onderhand wel een doos te staan. Ook hier zou een doos, zelfs 2 dozen, terecht komen. De heer Van Harn heeft al gevraagd: waarom moet het zo groot? Waarom kan het niet wat kleiner worden? De heer De Graaf stelt: in een moderne ontwikkeling kan er eigenlijk geen glastuinbouw komen. Waarom niet? De ontwikkelingen in de glastuinbouw gaan zo hard, dat je misschien met horizontaal tuinieren daar andere bestemmingen kan doen. Waarom wordt de conclusie getrokken dat glastuinbouw niet kan? Daarnaast heb ik mevrouw Den Heijer en meneer Xhemaili al goede vragen horen stellen over duurzaamheid. Er staat letterlijk in het bestemmingsplan, dat duurzaamheid niet van toepassing is. Duurzaamheid is van toepassing op elk stukje bebouwing, je moet daar veel meer willen. Waarom stellen we als gemeente niet extra regels aan de bebouwing, die te maken hebben met duurzaamheid, over het niet bouwen, over het verplicht aanleggen van zonnepanelen of andere mogelijkheden voor het opwekken van elektriciteit? Duurzaamheid gaat alle aspecten aan.

Dat hier nu staat ‘niet van toepassing’ is voor ons al een reden om aan te geven: dit is wat ons betreft geen hamerstuk. Ik wil de insprekers bedanken voor hun inspraak. Ik denk dat zij hebben laten zien, dat er nog haken en ogen aan zitten. Het is niet zo duidelijk. U merkt: inspreken helpt echt, waardoor het in ieder geval geen hamerstuk gaat worden. Wat de mensen ook goed aangegeven hebben: in de laatste nota van 6 september staat in de beantwoording bij kopje G nadrukkelijk ‘onderhoudsloods’. Een onderhoudsloods is echt wat anders dan een opslagloods. Wat gaat daar gebeuren? Gaat er onderhoud gepleegd worden? Wat gaat er dan gebeuren met het geluidsoverlast? Dat zijn de vragen, dank u wel. De heer Crielaard, L3B: Zoals de heer Ruijtenberg net terecht correct schetst, blijkt na inspraak dat er toch haken en ogen aan zitten. Wij zaten eigenlijk ook op de lijn van de heer Hofman. Je leest een plan en denkt heel positief, want er staat: we doen een kwalitatieve impuls. We zijn het ook met de heer Van Harn eens, die zegt: goed dat dat pand gesloopt wordt, dat nu direct aan de verkeersweg zit. Wij vinden ook dat alles wat de verkeerssituatie zou verbeteren, dat zouden we toejuichen. Zoals ik al zei: nu blijkt dat er toch nog haken en ogen aan zitten.

De inspraak roept nog wel wat vragen op, het is door andere collega’s ook al gezegd: om wat voor loods gaat het nou? Er zit weldegelijk een verschil in. Daarop aanvullend: klopt het bestemmingsplan nog wel of is er inmiddels een meer actuele versie? Dat zijn allemaal onduidelijkheden. Ik heb mevrouw Van den Haak horen zeggen: er staan dingen in de stukken die niet kloppen. Wat klopt er dan niet? Hebben wij informatie als raad, dat niet meer up to date is, niet meer actueel, feiten die niet kloppen? Het roept onduidelijkheid op, ik hoop dat de wethouder zo een toelichting kan geven op deze stukken om ons als raad te helpen om tot betere besluitvorming te komen. Dat is de rode draad. Ik ben zoekende: waar zijn we nou echt aan toe? Tot zover mijn eerste termijn. De voorzitter: Ik heb het e.e.a. gehoord. De grootte van het pand, is het een opslag- of onderhoudsloods, daar wil men graag het nodige over weten. Ik hoorde iets over geluidsschermen, het verplaatsen van de dieren, de duurzaamheid is regelmatig naar voren gekomen. Raakt het de bestemming, wat is het bestemmingsplan, de positie van het gebouw, verdozing. Hoe zit het met het bestemmingsplan? De nodige vragen. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Dank aan de insprekers en commissieleden voor hun reactie op het voorstel van het college. Veel vragen. Als je het eerste leest denk je: een verbetering.

Maar dan zie je ook wat het doet richting de omgeving. Het is goed dat dat vanavond ter sprake is gekomen, wat we overigens ook terug zien in de nota zienswijzen met de reacties daarop. Een aantal vragen, ik ga ze langs lopen en ik hoop ze zo goed mogelijk te beantwoorden. Mogelijk dat ik de hulplijn, die daar aan de overkant zit nog moet raadplegen, maar ik ga het eerst zelf proberen. Meneer Van Harn, u had de opmerking over historische linten. We willen daar zorgvuldig mee omgaan en beschermen. Hoe is er in het verleden mee omgegaan? U zag een aantal lelijke ontwikkelingen, dat is niet bij dit bestemmingsplan ter sprake, maar ik ben wel blij dat het bestemmingsplan, het document dit wel zo benoemt, dat we wel onder ogen zien, dat dit één van onze linten is. Daarmee hebben we hier inderdaad een ontwikkeling die een verbetering is ten opzichte van de oude situatie. Er ligt een bestemming glastuinbouw op. Daar mag op dit moment geen bedrijf op, dus als hier een kantoor op gevestigd moet worden en deze activiteit, dan heb je een bestemmingsplanwijziging nodig. Overigens, een kas had meer bouwvolume op het hele terrein opgeleverd, maar de inspreker zei terecht een kas prettiger te vinden dan een kantoor. Dat kan. Maar zo is de situatie in vergelijking met het oude bestemmingsplan, het nu geldende bestemmingsplan. Duurzaamheid, u heeft daar terecht opmerkingen over gemaakt.

Het spijt me, dat ik dat bij de collegebehandeling niet opgemerkt heb. N.v.t. dat kan helemaal niet, net als bij juridisch, financieel, communicatie, het is altijd van toepassing. Helemaal met u eens. We hebben natuurlijk wel in het

6/22

document bestemmingsplan een paragraaf duurzaamheid opgenomen, dus daar staat wel het e.e.a. Meneer Ruijtenberg noemde: leg nou extra regels op. Je mag als overheid niet zomaar extra regels aan mensen opleggen, dat kan niet vanuit de gewone bouwbesluiten extra dingen opleggen, maar we hebben weldegelijk in het bestemmingsplan een stuk duurzaamheid beschreven, wat ook uitgevoerd moet worden in de ontwikkeling van dit perceel. In die duurzaamheid wordt toch ook iets gezegd, dat de kwaliteit, want duurzaamheid houdt ook een stukje kwaliteit in, dat je langs deze ontsluitingsweg toch een kwaliteit gaat toevoegen. Hoewel we erover kunnen twisten als je vindt dat het wel of niet op de goede plek staat. Van mevrouw Boonstra de vraag: ligt de positie van het gebouw vast? Tijdens het hele proces, we hebben nog meer fases gehad, het voorontwerp et cetera, is het gebouw weldegelijk verschoven n.a.v. de inspraak. Op die manier is er wel geluisterd en is het nu op deze plek terecht gekomen. Diersoorten, gaan we zomaar diersoorten verplaatsen? Dat klinkt heel makkelijk. De diersoort die is aangetroffen is de ringslang. Mevrouw Den Heijer: Er zit wat vertraging in, dus ik wilde u nu laten uitspreken over dieren. Het ging over duurzaamheid.

Klopt het dan, omdat we minimaal aanvullend vragen aan deze ontwikkeling, dat dan 37% niet verhard mag worden? Is dat dan de duurzaamheidsafspraak die we dan toch opleggen aan deze ontwikkeling? Wethouder Cnossen: De verharding had ik als apart punt, maar ik ga er gelijk op in. De verharding is afgestemd met het hoogheemraadschap, het gaat dan vooral over de waterdoorlaatbaarheid van het terrein en zit op 50%, dus daar is ook echt afstemming richting hoogheemraadschap. Is het nou onmiddellijk groen? Je ziet wel, ik heb het net ergens gelezen, dat het gebouw een groene aankleding krijgt, dus daar wordt weldegelijk rekening mee gehouden. Dan ga ik toch naar die ringslang. Dat is de enige soort die daar is aangetroffen na onderzoek. Die krijgt zijn tijd om te verplaatsen, dat zal met seizoenen te maken hebben, daar moet u mij niet speciaal op bevragen, maar daar zijn regels voor waar je je aan moet houden. De handtekeningen, dat was ook nog een vraag. De heer Crielaard: Ik hoor de wethouder zeggen dat er ringslangen zijn aangetroffen, maar in de nota van zienswijzen wordt in de reactie op de zienswijze gezegd: die ringslangen zijn op het veld niet aangetroffen. Dan ga je ervan uit, dat die er dan niet zijn. Maar nu begrijp ik, dat het weldegelijk aan de orde is. Wethouder Cnossen: Dank heer Crielaard, want dat heb ik in de nota van zienswijzen ook gelezen.

Het signaal dat de tijd gegeven wordt om te verplaatsen, dat kreeg ik van de overkant. Ik schep daarmee verwarring. Aanpak mogelijke aanwezigheid ringslang, ik heb het nu voor mij: tijdens het veldonderzoek geen ringslangen aangetroffen. Dat is de juiste informatie, excuus. De handtekeningen, daar wilde ik ook iets over zeggen. Mevrouw Boonstra: Het gaat even om de dieren. In het stuk ben ik wel tegen gekomen, dat er een hagedisje was, die dus beschermd moet worden en verplaatst moet worden. Niet een ringslang, maar een hagedis. Wethouder Cnossen: Ik heb nu de nota zienswijzen voor me. Daar zie ik aanpak mogelijke aanwezigheid ringslang, daar heb ik uit geciteerd. U heeft het uitgebreide rapport voor u, maar dat heb ik er op dit moment niet bij. Ik reageer op de reactie van insprekers, zoals wij die in de nota zienswijzen hebben gegeven. Aanpak diverse soorten waaronder de ringslang, die de gelegenheid moet hebben om zich te verplaatsen. Alle soorten moeten zich kunnen verplaatsen. Ik wilde iets zeggen over handtekeningen, dat ga ik nu doen. Ik heb de handtekeningen weldegelijk bij de collegebehandeling gezien, maar zoals u weet mag je persoonsgegevens, daarom zie je in de nota ook geen namen staan, maar ook handtekeningen nooit in openbare stukken vermelden. Als je een brief hebt met een handtekening, wordt die weg gelakt.

Dat is vanuit veiligheidsoverwegingen, omdat je handtekeningen anders zou kunnen misbruiken. Daarom kan het zijn dat u ze niet heeft, maar u kunt ze via het collegebesluit inzien, want daar zaten ze zeker bij, ik heb ze zeker gezien. Het integrale plan, mevrouw Den Heijer. Het is zo dat hier een eigenaar een initiatief heeft en naar de gemeente komt met de vraag of hij dit wel of niet mag doen, of zij, dat kan ook, maar op dat moment kan je niet eisen: wij gaan als gemeente eerst een integraal plan opstellen. Dan verleen je er je medewerking aan, dat is de enige uitleg. Maar ik ben het wel met u eens, het vraagt een totaalplan, maar op dit moment kan je niet aan deze mensen vragen om daar op te wachten. Welk deel raakt de bestemming? Ik denk dat ik dat net beantwoord heb. Er zit dus de bestemming glastuinbouw op. Door een aantal raadsleden is opgemerkt, dat staat ook in de stukken, dat je op dit perceel geen volwaardig glastuinbouwbedrijf neer kan zetten, daarom is meegewerkt aan de bestemmingsplanwijziging. Dat geldt uiteraard ook voor het hele stuk, het hele terrein. Glastuinbouw gaat eraf, er mag nu een bedrijf op. Dan nog het verschil tussen onderhoudsloods op opslagloods. De heer Ruijtenberg: U herhaalt de conclusie, dat er geen glastuinbouw mogelijk is op dat perceel. Hoe bent u tot die conclusie gekomen? Niet wat de conclusie is, maar hoe u tot die conclusie komt.

Is daar onderzoek naar geweest? Heeft de branche u dat verteld? Wethouder Cnossen: Eigenlijk blijkt dat uit de praktijk dat zich daar de laatste tijd geen glastuinbouw heeft gevestigd. Er zat iets bedrijfsachtigs, wat er niet hoorde. Daarmee kan je na een aantal jaren de conclusie trekken dat er blijkbaar geen glastuinbouwbedrijf is, dat zich daar wil vestigen. Onderzoek doet de gemeente niet, het is echt de belangstelling vanuit de ondernemer zelf, die bepaalt of je deze bestemming handhaaft. Was er een glastuinbouw gekomen met verticale initiatieven, dan had die zich er zo kunnen vestigen, hadden we er niet eens over hoeven praten. Maar er komt nu een vraag om een bestemming te wijzigen en dit is de conclusie vanuit het gebruik van de afgelopen jaren, dat glastuinbouw hier niet mogelijk is. Ik was bij het verschil onderhoudsloods/opslagloods. Daar ga ik een niet heel duidelijk antwoord op geven, dat spijt

7/22

mij. Het bedrijf krijgt 1 bestemming met activiteiten, op dit moment nog in milieuvergunningen gevat, maar volgend jaar omgevingswet. Activiteiten in de loods moeten binnen het activiteitenbesluit passen. Je moet met een onderzoek van Peutz dat aantonen. Het spijt me dat ik niet een duidelijker antwoord geef over geluid, dat heb ik op dit moment niet, maar het past binnen het activiteitenbesluit. De heer Xhemaili: Begrijp ik het goed, dat er geen onderhoudsgarage komt voor vrachtwagens, waar aan gesleuteld wordt in deze? Wethouder Cnossen: Bij het stallen van voertuigen in de loods kan je niet verbieden daaraan te sleutelen, maar het is geen garage. Het woord loods blijft wel loods. Als je buiten geen geluid maakt, maakt het niet uit of je je ramen wast of aan de motor sleutelt. Ik heb van meneer Hofman nog een puntje open staan, wat nou het verschil is tussen herontwikkeling en vergunningprocedure. Ik heb net al iets gezegd over het activiteitenbesluit milieu. Op het moment dat de bestemmingswijziging erdoor is, kan de omgevingsvergunning worden aangevraagd. Ik denk dat u daar op doelt. Dan ga je echt definitief de zaak hier vergunnen, met ook rekening houden met geluid, wat mag er wel en wat mag er niet. In de omgevingsvergunning komt bijvoorbeeld de bepaling vanuit het bestemmingsplan, dat je aan die kant melkglas moet hebben, die wordt daar uiteraard ook in mee genomen.

Zo zie ik het verdere proces. De heer Van Harn: Voordat mevrouw Cnossen eindigt met haar betoog, zou ik graag een reactie willen horen op mijn vraag: hoe kan het dat het kantoorgebouw 2,2 keer groter is geworden dan oorspronkelijk bedoeld? Wethouder Cnossen: Wat is de definitie van beperkt? Dat vroeg ik mij ook af toen ik dit las. Blijkbaar is dit passend op deze bestemming, een kantoor van deze omvang. Beperkt groter, daar heb ik ook aanhalingstekens bij gezet, dat ben ik het met u eens. Maar verder is het qua parkeren afgestemd op deze bestemming, dus er komt niet meer dan zou mogen. Meneer Crielaard, die vraag zou ik even na moeten vragen. U vroeg: klopt de bestemming, is er nog een andere versie? Dat weet ik niet. Volgens mij is de versie die wij voor ons hebben de versie. Misschien heeft u nog een onderliggend stuk gezien, een ontwerp bestemmingsplan, dat u dat bedoelt. De heer Crielaard: Nee, ik had het echt over het stuk zelf. Mijn aanvullende vraag is dan, of de wethouder zich herkent in het geschetste beeld van insprekers, dat er dingen in het stuk staan die niet kloppen. Wethouder Cnossen: Wat wij u voorleggen is zoals het vanuit de gemeente is opgeschreven. Ik snap heel goed dat je als inspreker, als buren, iets anders had verwacht, maar dit is zoals wij het hebben opgepakt, ook zo goed mogelijk rekening houdend met de opmerkingen die zijn gemaakt.

Tweede termijn De heer Xhemaili, PvdA: Wethouder, bedankt voor de antwoorden. Op zich wel redelijk duidelijk. Voor onze fractie is het nog niet een hamerstuk, we gaan ons beramen op amenderen, misschien met andere fracties, over de hoogte en plaatsing van het gebouw. En we gaan langs bij de bewoners. Dank u wel. De heer Ruijtenberg: Ik wil ook de wethouder bedanken voor de beantwoording. Het is voor ons ook zeker geen hamerstuk. Het antwoord over dat de praktijk uitwijst dat er blijkbaar geen interesse is in glastuinbouw, dat is voor ons onvoldoende. Duurzaamheid vinden we onvoldoende. Ik heb de wethouder horen zeggen dat we minimaal aanvullend niveau willen. Ik heb even opgezocht in het bestemmingsplan wat dat dan is. Er staat ook bij, dat het verbeterd aanvullend niveau is. Als we gaan kijken naar duurzame energie, minimaal aanvullend niveau is 50%. Maar we zien ook staan verbeterd aanvullend kan 100% zijn. We kijken naar hergebruik materiaal, minimaal 80, maar we kunnen ook 90% doen. Dat kan veel beter, we gaan daar zeker een amendement over indienen. Wat ons betreft is het goed om met zijn allen te gaan kijken, dan maken we er een soort fieldtrip van. De voorzitter: Op de fiets. De heer Crielaard, L3B: We hebben goed geluisterd naar de eerste termijn van de wethouder, we hebben ook goed geluisterd naar de insprekers.

Alles overwegend concludeer ik dat onze fractie nog niet nu het politieke oordeel kan geven over hoe wij uiteindelijk gaan stemmen over dit voorstel. Wij denken dat het een heel goed idee is om op de locatie te gaan kijken, misschien met zijn allen. L3B zal zeker vertegenwoordigd zijn. Het kan voor ons ook geen hamerstuk zijn, omdat wij in deze commissie nog geen definitief oordeel kunnen vellen. De heer De Graaf, VVD: Waar wij vorige commissie heel kritisch waren op de omgevingswet en het handelen in de geest van de omgevingswet, willen wij dat nu wel doen. We geven het vertrouwen aan het college om het ordentelijk af te wikkelen. Voor ons is het nog steeds een hamerstuk, ook na de beantwoording door het college en de opmerking van andere collega’s. Dank u wel. De heer Van Harn, CDA: Ik ben verrast door het antwoord van de wethouder, die een factor van 220% beperkt noemt. In mijn beleving is beperkt toch iets anders dan 2,2 maal groter dan het oorspronkelijke, maar dat is mijn verbazing en daarbij wil ik het laten.

8/22

Mevrouw Boonstra, WIJ: Ik wil graag weten wat de vorige situatie van het gebouw in de planning en de reden van de verschuiving van de positie naar waar die nu is, wat de vorige situatie was in de eerste planning. Wat is de reden van de verschuiving naar de situatie zoals die nu staat. Wethouder Cnossen: Ik kijk even naar de overkant. Zou u zelf het antwoord willen geven m.b.t. de verschuiving van die positie, dat u even naast mij komt zitten? De voorzitter: Als u maar de microfoon gebruikt. De beleidsmedewerker: De situering van het gebouw is aangepast op de nota cultuurhistorie. Hij ligt in de lijn van de bebouwing, zoals die in de historie gesitueerd zou zijn. Ook de vormgeving, ik hoor dat het dozig zou zijn. Eigenlijk heeft het de vorm van een schuur, het heeft aflopende daken, schuine daken, dus in die zin sluit het aan op de omgeving. De loods en het kantoorgebouw zijn afgestemd op de naastliggende woning, de bedrijfswoning 182. In het kader van de inspraak is het kantoorgebouw 2,5 meter verschoven en wordt het uitgevoerd met melkglas, zodat er geen zicht is op de naastliggende locatie. Dat is eigenlijk het verhaal als het om de situering gaat. De voorzitter: Dan is de conclusie helder. Ik hoorde 1 keer: het mag een hamerstuk zijn. Maar ik heb meer gehoord: we komen met 1 of meerdere amendementen. Dus dit wordt vervolgd.

6.b Verordening nadeelcompensatie De heer Jumelet sr, WIJ: We kunnen er heel lang over spreken, we kunnen er kort over spreken, ik kies nu voor de laatste variant. Het is feitelijk een beleidsarm overgaan van de huidige situatie naar de nieuwe situatie. Wat ons betreft kan dit een hamerstuk zijn. Daar wil ik het bij laten, dank u wel. De heer Jumelet jr, VVD: Ik kan het ook kort houden. Wat ons betreft is het ook een goede zet, een goede stap. Ik zou zeggen: hamer erop en door naar de volgende. Dank u wel. De heer Meuldijk, L3B: Ik ga het ietsje minder kort houden, maar ik ga mijn best doen om iedereen te accommoderen. Nee, kort en goed. Belangrijk om dit te regelen. Dat is natuurlijk vanwege de wetgeving die op ons afkomt, dat we dat op deze manier moeten repareren. Ik heb een vraag en één ding dat ik mee wil geven voor de behandeling, met een goede toezegging kan het een hamerstuk worden, maar ik wil het wel even mee geven. Allereerst de vraag. Ik lees hier: de kosten voor de opleiding zijn slechts € 5.000. Het lijkt me voor de implementatie, om het breed bij de medewerkers goed tussen de oren te krijgen wat dit nou betekent, dat het iets meer zou kunnen vergen. Dat is een vraag. Ik wil wel meegeven, misschien een belangrijk punt: we hebben een overgangsregeling dadelijk, die 5 jaar geldig is.

Daarbij mag ik hopen dat we wel ten gunste van onze inwoners en bedrijven de ruimte bieden de meest schappelijke wetgeving te hanteren om ze tegemoet te komen. Dat brengt me automatisch bij hetgeen ik mee wil geven aan het college. Dat is: daar waar mogelijk om zoveel als mogelijk gebruik te maken van een onzuiver schadebesluit. Dat vergemakkelijkt het, dan is de kans dat je naar het civiele recht moet kleiner, bijna altijd de bestuursrechter. Dan zit het al opgesloten in het besluit en dat maakt het makkelijker als onze ondernemers last hebben van een wegafsluiting, een verbouwing, een project of dat soort zaken. Dat kan je in het besluit mee nemen. Dat maakt de wereld handiger, makkelijker en het helpt onze ondernemers en inwoners. Dat scheelt een hoop administratie. Dank u. De heer Van Harn, CDA: Ook ik zal het kort houden. Ik heb gelezen, dat wanneer een aanvraag in welke regeling valt, vereist alertheid van de organisatie. Zo geeft het college aan. Dus dat is wel een punt van aandacht. Daarnaast dient de organisatie te leren hoe zij moet omgaan met de schaderegeling wanneer de omgevingswet wordt uitgerold. Maar hier is al een opleiding voor gepland. Mijn fractie wenst de organisatie wijsheid en alertheid toe bij de uitvoering van de toekomstige verordening nadeelcompensatie. Voor de CDA-fractie is dit een hamerstuk.

Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik heb een paar zinnen meer, dat is ook fijn voor de luisteraars, het is maar hoe je het bekijkt. Het gaat bij dit agendapunt om rechtvaardigheid. Als een enkele burger of een bedrijf schade ondervindt omdat onze gemeente in het kader van het algemeen belang iets doet, bijvoorbeeld een riolering vervangt of een nieuwe weg aanlegt, dat dan eventuele schade gecompenseerd kan worden. Het is fair als we samen lasten dragen, als we in het algemeen belang iets doen, maar als het te zwaar of onevenredig zwaar de schade of de lasten op één of enkele benadeelden drukt, dan vraagt dat om compensatie. Wat fijn is, is dat er ook zekerheid voor de eventueel benadeelden is: hoe kan je dat nou doen, zo’n verzoek indienen, volgens welke normen wordt er dan vergoed? Er zijn ook voorwaarden, dat is allemaal super belangrijk en dat staat er ook goed in. De verordening zelf roept niet direct vragen op, het is op zich een helder verhaal, maar er zijn 2 punten die ik toch wel mis met mijn fractie. Misschien lees ik erover heen, maar de eerste vraag is: hoeveel maanden of jaren na de handelingen die tot schade hebben geleid mag nog een aanvraag worden ingediend? Dat zag ik zo gauw niet. Dat zou ik wel toegevoegd willen zien.

En ik zou helderheid willen hebben: wanneer komt iets nou in aanmerking voor de verordening ondergrondse infrastructuur en wanneer zou het hier onder vallen? Of dat opgehelderd

9/22

kan worden. Wat mijn fractie ook heel belangrijk vindt is dat burgers weten van het bestaan van deze verordening, dat ze ook begrijpen hoe ze iets kunnen indienen, een aanvraag, en dat de gemeente dat ook faciliteert en goed uitlegt op de website, in begrijpelijke taal. Ik wil toch nog even teruggrijpen naar de situatie in Bergschenhoek, omdat dat een mooie casus is, denk ik. Nou mooi, een verdrietige casus maar het past hier wel bij. De nadeelcompensatie zou daarbij van toepassing kunnen zijn. Wethouder Fortuyn is er helaas niet, maar ik ben toch nieuwsgierig of de wethouder heeft gesproken met de winkeliers van centrum Bergschenhoek, die door de ruim uitgelopen werkzaamheden aan riolering en herstelwerkzaamheden van de weg en stoep in hun ogen onevenredig veel schade hebben gekregen in de vorm van inkomstenderving. Ik heb ook een vraag aan de wethouder die hier over gaat. Klopt het dat de huidige planschaderegeling van onze gemeente wat minder ruim is en dat die nadeelcompensatie dus wat ruimer is en dat het dus interessant zou kunnen zijn voor de winkeliers in Bergschenhoek om op termijn via die nadeelcompensatie toch een verzoek tot compensatie in te dienen in plaats van via de huidige planschaderegeling. Dan tot slot.

Gaat de wethouder de nadeelcompensatie inderdaad onder de aandacht brengen bij burgers en winkeliers, met name bij de winkeliers van Bergschenhoek? Dank u wel. De heer Ruijtenberg, GL: Normaal gesproken doet de heer Duk het woord over alles wat te maken heeft met de omgevingswet en wat daarbij komt. Hij kon er vandaag niet bij zijn. Ik doe het eenmalig, daarna doet hij het weer. Ik pak even de aantekeningen erbij, het verslag dat we hebben gemaakt van de voorbereiding, we kwamen eigenlijk tot de conclusie dat het voor ons een hamerstuk is. Dank u wel. De heer Hofman, CU: Ik kan ongeveer net zo kort zijn als de heer Ruijtenberg. We hebben het stuk goed bekeken, we hebben nog een technische vraag gesteld, of het tarief dat erin staat nog op één of andere manier geïndexeerd kan worden zonder de verordening te hoeven aanpassen. We hebben begrepen dat het niet kan, dan laten we het er ook maar bij. Wat ons betreft is het een hamerstuk. De voorzitter: Ik heb de nodige vragen gehoord. Hoe zit het met de kosten van de opleiding, als er schade is, kan dat ingediend worden over hoeveel maanden of jaren, welke termijn staat ervoor, hoe zit het met de ondergrondse infrastructuur, de communicatie een zeer belangrijk item, de planschaderegeling ten opzichte van de regeling die nu voor ligt. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Dank aan de commissieleden voor hun reactie op dit stuk.

Zoals we hebben afgesproken, brengen we de zaken zo beleidsneutraal mogelijk over naar de omgevingswet, dat is ook met dit stuk gebeurd. Ik zal ingaan op een aantal vragen. Opleidingsbudget, dat is inderdaad genoeg, zoals het hier staat beschreven. Dank voor de opmerkingen, meneer Meuldijk, over het onzuiver schadebesluit, dat niet aanmeten. Ik krijg van mijn ambtenaar te horen, dat ze dat graag meeneemt, dus dank daarvoor. Dat gaat mijn petje een beetje te boven. Hoeveel maanden en jaren, mevrouw Verhoef vroeg dat, kan je die claim indienen. Daar moet je echt wel even de hele wet op naslaan voor die termijnen. Het lijkt mij bijna een technische vraag, we willen die best graag via de griffie beantwoorden, maar dat heb ik op dit moment niet paraat. Uiteraard moet je bekendheid geven aan een verordening. Zeker planschade, de afgelopen jaren, weet ik dat als er een besluit wordt genomen waar mensen van op de hoogte worden gesteld, dat er op wordt gewezen, de mogelijkheid van bezwaar of beroep, maar ook de planschade die je kunt indienen. Dus dat zal zeker voortgezet worden, want mensen moeten dit weten. Mevrouw Verhoef: Het ging nog over de opmerking, na hoeveel maanden of jaren kan je dat nog doen. Misschien is het een technische vraag, maar het is eigenlijk gewoon een passage die ik mis in de verordening.

Ik wil dat er helderheid over is en dat dat wordt gegeven in de verordening. Wethouder Cnossen: We gaan niet de techniek in, maar over het algemeen is het zo, dat de wet boven onze verordeningen staat, dus als het in de landelijke wetgeving is geregeld, dan hoeven we dat niet nog een keer in de verordening te zetten, maar ik wil met liefde vragen om dat via de mail nog aan u mee te delen, of het correct is wat ik zeg en wat die termijnen dan precies zijn. U vroeg ook naar het bezoek van wethouder Fortuyn, ik kan daar op antwoorden, want in het college heeft hij daarvan verslag gedaan. Hij is inderdaad bij de winkeliers op bezoek geweest en heeft met hen gesproken over de mogelijkheden om iets te doen met inkomstenderving via welke regeling dan ook. Het lijkt me op dit moment voldoende dat zij daarop zijn gewezen. Meneer Meuldijk vroeg ook of je kan shoppen in de 2 regelingen, wat het gunstigste is. Daarvan heb ik begrepen, dat het moment waarop schadenadeel plaats vindt bepalend is voor de regeling die je moet toepassen. Dus als we nu een nadeel hebben, dat volgend jaar voordeliger verhaald zou kunnen worden, dat mag dus niet.

De heer Meuldijk: Ik bedoel niet dat onze inwoners of bedrijven kunnen shoppen, het gaat mij er meer om dat wij tijdens de overgangsregeling die geldig is, in die periode hebben wij de ruimte om te kiezen wat we van toepassing achten en daar is mijn verzoek of we naar de ruimhartige kant kunnen kijken vanuit deze organisatie. Dat is mijn vraag. Wethouder Cnossen: Nu kan ik niet zo snel de passage citeren, maar er staat in onze stukken dat de organisatie er alert op moet zijn dat ze de goede regeling hanteren. Ruimhartig,

10/22

uiteraard, maar het moet ook wel juridisch kloppen. De regeling moet wel echt van toepassing zijn. Dat is mijn reactie op deze vraag, waar meneer Van Harn al een beetje antwoord op heeft gegeven. Ik was bij de woordvoering van mevrouw Verhoef gebleven. De verordening ondergrondse infrastructuur is echt wel een ander onderwerp, voor mij in elk geval. Daar staat in wat de scope daarvan is, maar dat heb ik hier echt niet paraat op dit moment. U vroeg ook nog: is de huidige planschade minder ruim? Dat weet ik eigenlijk niet, mevrouw Verhoef. Ik denk dat het aan de ambtenaren is om dat uit te zoeken. Ik krijg de bevestiging: de lijn loopt mee. Bij de overgangsregeling kan je niet kiezen: deze zou handig zijn. Het moet echt passen in het moment. Ik heb niet alle vragen van mevrouw Verhoef kunnen beantwoorden, omdat ik ze erg technisch vind. Dank u. Tweede termijn Mevrouw Verhoef, PvdA: Ik wil de wethouder bedanken voor de beantwoording. Het was niet mijn bedoeling om het heel technisch te maken. Ik zal nog een aantal dingen op schrift stellen als dat nodig is. Wat ik bedoelde, misschien staat dat ook in een hogere wet: is het voor mensen duidelijk wat er in de verordening ondergrondse infrastructuur valt en wat onder planschade of onder de nadeelcompensatie zou vallen.

Misschien wordt dat allemaal heel helder uitgelegd als mensen iets gaan aanvragen, maar als je het omschrijft, is het meteen helder. Daar ging het mij eigenlijk om. Wethouder Cnossen: Ik wilde de checkvraag stellen of mevrouw Verhoef zelf even het initiatief neemt om te mailen naar de griffie, dan zorgen wij dat er antwoorden op komen. Dat klopt. Dan hoef ik het niet heel goed op te schrijven. De voorzitter: Ik zie mevrouw Verhoef ja knikken, dus dat wordt vervolgd. De voorzitter: Volgens mij hebben we alles gehad, ook de wethouder. Kan ik hierbij concluderen dat dit een hamerstuk wordt? Ja? Mooi zo. 6.c Vaststelling bestemmingsplan Woning achter Oosteindsepad 5, Bergschenhoek De heer De Ruiter, CDA: Volgens onze waarneming is een zorgvuldig proces gevolgd. We lezen dat het aan de actuele duurzaamheidsnormen voldoet en de buren zijn geïnformeerd, die hebben geen bezwaar dus dat is mooi. Wat ons betreft een hamerstuk. Mevrouw Boonstra, WIJ: Ook wat ons betreft is dit een hamerstuk. Meneer De Graaf, VVD: Ik ga er niet veel meer woorden aan wijden. Voor de mensen die het terreintje niet kennen, het is goed dat een zo verloren stuk terrein op deze manier een mooie invulling, een mooie bestemming krijgt. Ik heb wel een verzoek aan het college. Op het perceel ervoor is er recent een huis gebouwd, dat zit in de afronding van de bouw van die woning.

Dat heeft voor omwonenden wel wat overlast veroorzaakt m.b.t. de doorstroming van de Jacob Marislaan. Er heeft een stoplicht gestaan, dat soms voor spek en bonen op rood stond, terwijl er geen activiteiten waren. Misschien bij de uitvoering even alert zijn, dat de overlast voor de buurt een beetje beperkt blijft. Voor de rest een mooie ontwikkeling voor dit verloren stukje grond. Wat ons betreft een hamerstuk. Dank u wel. De heer Scheringa, PvdA: Over de inhoud kan ik ook kort zijn: voor mijn fractie is het ook een hamerstuk. Ik zou de wethouder alleen willen vragen of dit voorstel met de omgevingswet nog langs de raad zou zijn gegaan. Als ik het bij de behandeling van het bindend adviesrecht binnen de omgevingswet in de vorige commissie en raad goed begrepen heb, is dat niet het geval. Kan de wethouder dit nog even bevestigen voor mijn gemoedsrust? Mijn fractie vraagt zich dan af of er nog verschil is in inzet van de ambtelijke capaciteit tussen de oude manier via de raad en de nieuwe manier binnen de omgevingswet via het college. Ik kijk uit naar uw antwoord. Tot zover mijn termijn. Dank u wel. De heer Crielaard, L3B: In aansluiting op de vorige sprekers: hamerstuk. De heer Ruijtenberg, GL: Ja, gasloos bouwen, meer duurzaamheid in de woning die daar komt. Hamerstuk. Mevrouw Maasland, CU: Voor ons ook een hamerstuk.

Beantwoording college Wethouder Cnossen: Ik vond de vraag van de heer Scheringa echt technisch. Ik wil ook hem vragen om zijn vragen via de mail via de griffie naar ons toe te leiden. Ik krijg een gevoel van: of ik nou wel snap hoe de omgevingswet werkt. Dat mag, maar. De heer Scheringa: Het is absoluut niet mijn intentie om de wethouder te overhoren. Het kan misschien andersom zijn. Het was een oprechte vraag aan u. We

11/22

krijgen een omgevingswet, er komt een oude situatie, er komt een nieuwe situatie. Als ik het goed begrepen heb, zou dit bij de omgevingswet niet meer langs de raad komen, daar hebben we voor besloten de vorige raad. Ik vraag me alleen af of er een verschil is in ambtelijke capaciteit. Het omgevingsplan was 164 pagina’s, ik vond het een aardig boekwerk. Ik weet hoe lang mijn eigen scriptie geduurd heeft, dat was minder pagina’s. Het was een oprechte vraag. Als u dat niet kunt beantwoorden, dan heb ik daar begrip voor, dan kan ik het via de griffie spelen, maar het is niet mijn bedoeling om u te tackelen en te overhoren of iets anders. Bij deze. De voorzitter: Het antwoord van de wethouder was helder. De heer De Graaf had nog een verzoek. Wethouder Cnossen: De heer De Graaf krijgt het antwoord dat hij verwacht, denk ik. Dit is het bestemmingsplan. Bij de omgevingsvergunning moet je weldegelijk dit soort voorwaarden opnemen om de buurt niet onnodig te belasten. Mee eens. De voorzitter: Is er een tweede termijn nodig? Wat ik zo zag: een hamerstuk. Ja? Geen tweede termijn, een hamerstuk. 6.d Rekenkamerrapport 'Bouwen in beweging', onderzoek naar woonbeleid Lansingerland De voorzitter: De raad heeft ertoe besloten en er is een rekenrapport gekomen, er is een toelichting op gezien en gehoord door u allen.

De vraag is: hoe is dat bij u overgekomen? Hoe gaat u met die aanbevelingen verder? De heer Blonk, L3B: L3B is blij met het rapport van de rekenkamer. Vier hele goede aanbevelingen. Drie neemt het college over, de vierde slechts gedeeltelijk. Dat verbaast ons. De evaluatie van het toetsingskader huisvesting flexwerkers, waaronder arbeidsmigranten, neemt het college over. Maar op basis van die uitkomsten van de evaluatie een smart geformuleerd doel opstellen wat betreft het aantal te realiseren bedden in de gemeente, dat wil het college niet overnemen. Het argument van het college is, dat het aan de marktpartijen is om met initiatieven te komen en de financiering op zich te nemen alsmede de exploitatie. Nou, die plannen liggen er van de marktpartijen. De afgelopen 3 à 4 jaar is er heel veel over gesproken. Ondanks de bij het college bekend zijnde urgentie van het tekort aan huisvesting van flexwerkers, waartoe ook arbeidsmigranten behoren, is het bij woorden gebleven en daden zijn elke keer weer vooruit geschoven. De marktpartijen Kafra en Greenhouse Campus, we hebben van de week nog dit mooie boekje gekregen van Greenhouse Campus, zijn gekomen met initiatieven en nemen de financiering op zich, alsmede de exploitatie, en hebben beschikking over die grond. Dat weet het college.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=429448ec-e65f-4612-bbb7-4ec79306b3bd