CConstaterende datLansingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

[BV22.0088] Verslag commissie AB d.d. 7 sept 2022

Commissie Algemeen Bestuur 5 oktober 2022, gemeente LansingerlandBij agendapunt: Vaststelling verslag vorige vergadering26.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG Commissie Algemeen Bestuur

Corsanummer BV22.0088 Datum vergadering

: 7 september 2022

Aanwezig in de raadszaal: Commissieleden: WIJ Lansingerland : Jan Jumelet (va 20.30u), Ton Jansen Leefbaar 3B : Johan Philippens, Terry Duivesteijn CDA : Jan Willem van den Beukel, Job Halkes, Michel Krieger VVD : Ed van Santen, Theo van Son, Nathalie van Bakel D66 : Brecht Weerheim, Bert Bakker CU : Paul Lieverse, Sam van Egmond GroenLinks : Menno Duk, Selgei Gabin PvdA : Hamid Azzouzi, Nanno Scheringa, Sonnie Biharie Burgemeester Wethouders

: Pieter van de Stadt :-

Voorzitter Commissiegriffier

: Jan Pieter Blonk : Lianne van den Houten

Afwezig WIJ Lansingerland Leefbaar 3B VVD D66 CU

: Mark Bik, P. van Olst : Don van Doorn : Matthijs Machielse : Erik Jonker : Kees Willen Markus

1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Goedenavond, ik open de vergadering van de commissie algemeen bestuur. Het is vandaag 7 september 2022. Mede namens de commissiegriffier welkom commissieleden, burgemeester, ambtenaren, belangstellenden, kijkers thuis en uiteraard de media. De griffie heeft een aantal afmeldingen ontvangen. Mark Bik is aan het herstellen van 2 gebroken ribben. Hij wordt vervangen door de heer Jumelet senior. Gisterenavond was er wat verwarring met junior en senior bij hetzelfde agendapunt. Jan Jumelet kan pas om half negen aanwezig zijn. Verder hebben zich afgemeld Erik Jonker, Don van Doorn, Matthijs Machielse, hij wordt vervangen door Nathalie van Bakel. Kees Willem Markus wordt vervangen door Paul Lieverse. Dat is de opening van deze vergadering. 2. Insprekers De voorzitter: Er hebben zich geen insprekers aangemeld. 3. Vaststelling verslag van de gezamenlijke commissies d.d. 23 juni 2022 De voorzitter: Er zijn geen wijzigingsvoorstellen binnen gekomen. Dat klopt. Dan is het verslag vastgesteld. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Doordat de heer Jumelet pas rond half negen aanwezig kan zijn en hij de woordvoeringen bij punt 5.a en 5.b overneemt van collega Bik, wil ik voorstellen om eerst de agendapunten 6.a en 6.b te bespreken en daarna de agendapunten 5.a en 5.b.

Hij zal dan inmiddels wel terug zijn. Is dat akkoord? Ja. Zijn er verder nog voorstellen om te wijzigen? Nee. Inventarisatie rondvraag: De voorzitter: Er zijn 2 rondvragen aangemeld. Eén van de heer Jansen, voortgang werkzaamheden herinrichting Dorpsstraat Bergschenhoek. En de heer Azzouzi over de bouw van flexwoningen. Ik wil aangeven, heer Azzouzi, dat ik denk dat het beter is om die vragen mee te nemen in agendapunt 5.a, omdat daar ook gesproken wordt over de opvanglocaties Oekraïners en over mogelijke andere opvang. Daarover gaat juist ook uw rondvraag. Ik wil u vragen om die vragen dan mee te nemen. Dan zien wel of

1/28

het aan de orde is geweest. Ja? Oké. De heer Azzouzi: We hebben net overleg gehad, we gaan het betrekken bij agendapunt 5.a. De voorzitter: Dank u wel. De griffier: In de webcast van vanavond, als je die aanklikt op de site van Lansingerland, staan bij de stukken ter advisering aan de raad de stukken gevoegd. Op die manier zou u via een omweg de stukken kunnen raadplegen. Eventueel kan ik de brief van het college over de opvang Oekraïners even in de mail doen als mensen daar behoefte aan hebben. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Beleidsplan 2023-2027 Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond De heer Lieverse, CU: Het beleidsplan 2023-2027 van de veiligheidsregio vinden we indrukwekkend in zijn omvang en in zijn degelijkheid. De reikwijdte is imponerend. Brandweer en digitale veiligheid, hoogbouw, wat een zeer divers aantal complexe onderwerpen. Het plan overtuigt ons in zijn degelijke opzet. Ik noem 2 punten die er voor ons positief uitspringen en 2 kanttekeningen. De 2 punten die ons in het bijzonder aanspreken zijn de volgende. Ten eerste het multidisciplinair grootschalig trainen dat nadrukkelijk genoemd wordt in het plan. Daarnaast staan we heel positief tegenover de adviseur voor een veilige en gezonde leefomgeving. Het is niet louter omdat de omgevingswet erover spreekt, wij vinden het ook om andere redenen belangrijk.

Het plan noemt de fysieke leefomgeving het belangrijkste aandachtspunt van het vakgebied risicobeheersing. Daar zijn we heel tevreden over. Dan de 2 kanttekeningen. In het plan wordt tamelijk kort gesproken over ambulancezorg. Hoewel het mobiel medisch team, ook wel het traumateam, daar niet rechtstreeks onder valt, hebben we er toch een kritische noot bij. Wij hebben de indruk dat in onze regio het RMT veel laagdrempeliger wordt ingezet dan in andere regio’s in Nederland. Het plan daarvoor is namelijk verschillend. Het draagt bij aan de geluidsbelasting van RTHA en het brengt onnodig extra kosten met zich mee. Tweede kanttekening. Het plan is in lijn met de begroting, waarover we in juli een zienswijze hebben vastgesteld. Maar bij die behandeling hebben we vastgesteld dat er toen al hoge inflatie speelde. Wij nemen aan, dat het ook voor de lopende periode niet minder het geval zal zijn. Tot zover. De heer Duivesteijn, L3B: In de vorige commissievergadering hebben wij allemaal al uitgebreid stil gestaan bij het beleidsplan, dat inderdaad indrukwekkend is, van de veiligheidsregio. Onze kritische vragen en opmerkingen zijn verhelderd door de burgemeester, de beeldvorming van de VRR en de ARR. Ook is de zienswijze flink uitgebreid en aangepast op basis van de feedback uit die commissie. Hartelijk dank daarvoor, burgemeester.

L3B kan zich voor een groot deel in de voorliggende zienswijze vinden. Ten aanzien van de brandweerzorg zijn we blij dat het behoud van brandweervrijwilligers en gelegenheid tot opleiding en training is opgenomen in de zienswijze. Zo ook over de distributiecentra en andere stukken die zijn toegevoegd. De aanrijtijden van de brandweer in onze gemeente lijkt onder controle te zijn en te blijven. L3B maakt zich nog wel ernstige zorgen om de aanrijtijden van de ambulance in onze gemeente. In de zienswijze komt het mogelijk beter tot zijn recht als het gescheiden wordt van de opkomsttijden van de brandweer. Tijdens de beeldvorming van de ARR bleek nog eens te meer, dat de aanrijtijden in onze gemeente, met name Bleiswijk onder de maat zijn. In de zienswijze wordt een getal van 89% genoemd, dat de norm van 15 minuten haalt. Dat herkennen wij niet. D.m.v. de cijfers uit het dashboard van de VRR is voor de eerste 5 maanden namelijk 80,2%. In juni en juli zelfs flink onder het gemiddelde met 73,3% en 76,9%. Dat is 20% onder de norm. Ter illustratie: met 144 spoedritten in juni in Lanserland kwamen dus 38 ritten niet binnen de gestelde norm aan. Dat zijn dus 38 mensen waarvoor sneller hulp had moeten arriveren.

Vraag aan de burgemeester is: klopt het dat dit getal niet correct in de zienswijze staat? Kan dit nog gecorrigeerd worden door de burgemeester? Het is in ieder geval wat ons betreft een understatement om deze aanrijtijden als niet optimaal te benoemen. In lijn met de ambitie van L3B en het college om een hartveilige gemeente te worden, kan dit scherper geformuleerd worden wat ons betreft. We overwegen hiervoor een amendement. Uit de beeldvorming van de ARR blijkt verder dat de ambulancepost consequent niet bezet is. Deze post is momenteel tiende in de interne (..) meldkamer van de ambulancepost. Dat kan beter volgens objectieve maatstaven. Lansingerland is de zesde gemeente qua inwoners van de veiligheidsregio, maar scoort twaalfde op de aanrijtijdennorm. Bij de herijking van de opkomstlocaties in het zogeheten greenfield scenario dient wat ons betreft daarmee ook rekening gehouden te worden en mag Lansingerland zeker blij zijn dat ze als grensgemeente niet het kind van de rekening worden. We overwegen ook op dit punt een amendement. Tot zover. De heer Van Son, VVD: De VVD-fractie kan zich vinden het voorstel van de zienswijze van de raad op het beleidsplan van de VRR. De VVD wil bij deze gelegenheid nogmaals de actuele zorg met de raad delen. Vandaag kwam in het nieuws dat minister Kuipers zijn integraal voorstel tot een zorgakkoord naar de Tweede Kamer stuurt.

Dit is een vrijwel ongewijzigde versie van het concept dat al eerder publiek is geworden. In de Kamerbrief van 24 februari 2022 gaf hij al een voorzet. In dit vrijwel ongewijzigde concept en de Kamerbrief staan afspraken en voornemens die het risico vergroten dat de aanrijtijden van

2/28

ambulances opgerekt kunnen worden. In Lansingerland zitten we al aan de verkeerde kant van het gemiddelde, wat zojuist opgemerkt is. Deze ontwikkeling gaat er waarschijnlijk niet voor zorgen dat dit gemiddelde voor aanrijtijden verkort wordt. Natuurlijk zit er in het akkoord en in de brief meer maatregelen, die voor meer regie zorgen voor acute zorg, maar die moeten zich nog bewijzen. Daarom vraagt de VVD aan de burgemeester in zijn hoedanigheid als bestuurslid van de VRR hoe hij ervoor kan zorgen dat Lansingerland aan de positieve kant van het gemiddelde kan komen qua aanrijtijden van de acute ambulancezorg. Dank u wel. De heer Jansen, WIJ: Na een eerste behandeling van de zienswijze in de commissie van 8 juni j.l. hebben we de beeldvorming van de VRR en de ambulancezorg op 24 augustus gehad. Ik ga niet heel de inbreng van 8 juni hier herhalen. Het heeft ons veel inzicht gegeven in de complexiteit van de zaken waar de VRR en de ambulancezorg mee van doen hebben. We zijn blij dat de punten, die ingebracht zijn, door de burgemeester verwerkt zijn in de zienswijze. Wij herkennen onze punten, die we ingebracht hebben. Zijn we nu blij met deze zienswijze? Niet helemaal. Met L3B delen wij dat de aanrijtijden van de ambulancezorg niet goed zijn. We schrijven ‘niet optimaal’, maar we zouden gewoon moeten schrijven: onder de maat.

In de beeldvorming op 24 augustus kwam naar voren dat in de eerste 6 maanden, uit de actuele cijfers, dat we ergens tussen de 78 en 79% op de streefwaarde van 15 minuten zaten. Dat is dus gewoon onder de maat. Wij denken dat het beste is als we dit wat steviger verwoorden in onze zienswijze. We zijn blij dat we bij de ambulancezorg aangeven, dat vanaf 1 januari a.s. er een nieuwe categorie in het leven geroepen wordt, de zogenaamde A0-ritten, wat de echt levensbedreigende situaties zijn. We verwachten dan ook, dat voor de A0-ritten vanaf 1 januari zonneklaar 95% te allen tijde in onze gemeente gehaald gaat worden. Daar vragen wij de aandacht voor. Als L3B met een amendement komt, zullen we zeker kijken of we dat kunnen steunen. Iets anders wat in de beeldvorming van 24 augustus naar voren kwam en wat misschien niet direct van toepassing is op de zienswijze of het beleidsplan, is het feit hoe de ambulancezorg in Nederland bekostigd wordt. Dat wordt gedaan vanuit de zorgverzekeraars, alleen, dat is gebaseerd op een oude postcodekaart van het RIVM, waarbij ons geld van Bleiswijk in Haaglanden terecht komt. Nu heeft de voorzitter van de VRR burgemeester Aboutaleb hier aandacht voor gevraagd bij het ministerie, maar nul op het rekest gekregen.

Ik zou willen vragen of de portefeuillehouder als bestuurslid dit nogmaals binnen de VRR zou willen aan kaarten, dat misschien door burgemeester Aboutaleb het wat breder laten trekken naar de veiligheidskaart landelijk, omdat wij natuurlijk niet de enige gemeente zijn, die op een gegeven moment een herindeling hebben gehad, waarbij oude grenzen verschoven zijn naar nieuwe grenzen. De heer Lieverse: Een vraag over die postcodesystematiek. Zou het kunnen zijn dat Bleiswijk, omdat het heel erg moeilijk ligt, ambulances krijgt vanuit Zoetermeer of vanuit Haaglanden en dat dat de reden is voor deze kostenverdeling? De heer Jansen: Als wij de directeur van de ambulance goed hebben begrepen, valt Bleiswijk gewoon 100% onder de VRR. Als je in Bleiswijk belt, kom je bij de meldkamer Rotterdam. Er zijn afspraken met Haaglanden, omdat we in een uithoekje zitten, dat dat met burenhulp geregeld wordt. Maar het geld dat je ook voor trainingen nodig hebt, dat komt terecht in Haaglanden. De bekostiging is raar. Voor de zorgverzekeraars zou het niet uit moeten maken, die gooien het gewoon in een grote pot en het wordt volgens postcode verdeeld. Maar als daar aandacht voor gevraagd zou kunnen worden, dan heeft de VRR het hele budget van de hele regio in zijn eigen hand en kunnen ze het verdelen zoals zij het goed achten. Dank u wel. De heer Weerheim, D66: Ik zal het kort houden.

We zijn blij met alle beeldvormingen die zijn geweest n.a.v. de laatste keer dat dit agendapunt stond geagendeerd. Ook ik ga niet mijn bijdrage overdoen. We kunnen ons vinden in de nieuw opgestelde zienswijze, het is een heel stuk uitgebreider en doet recht aan de zorgen die zijn geuit in de commissie de vorige keer. Wij kijken en luisteren nieuwsgierig mee naar de beantwoording van de portefeuillehouder op de vragen die zojuist zijn gesteld. Daar wil ik het voor nu bij laten. Dank u wel. De heer Halkes, CDA: Als fractie kunnen wij instemmen met voorliggende beleidsplan en de zienswijze. Een aantal vragen, die we als fractie hadden, zijn al gesteld, over de aanrijtijden van de ambulances. We kijken ook graag mee met het amendement van L3B, dat er waarschijnlijk aankomt. Daarnaast maken wij ons zorgen over de stapeling van taken, die op het bordje van de VRR terecht komt, nu met de asielopvang. We zijn het dan ook eens met voorzitter Bruls van het veiligheidsberaad, die zei dat veiligheidsregio’s niet zijn opgericht om vluchtelingen op te vangen. Graag horen we of de burgemeester het eens is met de heer Bruls en dat de VRR zich moet houden bij de kerntaken, waarvoor ze is opgericht. Dat was het. De heer Duk, GL: GL is zeer tevreden over het voorliggende stuk.

We maken ons met mijn voorganger zorgen over de relatief weinige aandacht voor ambulances en vooral de aanrijtijden in Bleiswijk. We hopen dat hier in de uitvoering nog extra aandacht aan wordt besteed. We snappen dat we als grensgemeente een groter risico lopen op lange aanrijtijden, maar we hopen op creatieve oplossingen. Als gemeente in het centrum van de Randstad verwachten we dat de normen makkelijker moeten worden

3/28

gehaald dan elders in ons land. Waar we erg blij van worden, is de aandacht voor onze vrijwillige brandweer, hun opleiding en alles wat daarmee samenhangt. We kijken uit naar eventuele amendementen en wachten het antwoord van het college af. Mevrouw Biharie, PvdA: Namens de fractie van de PvdA willen we aangeven, wetende dat de VRR komende periode voor grote uitdagingen staat, wil ik namens mijn fractie onze waardering uitspreken voor hun inzet en betrokkenheid, voor de veiligheid en zorg voor al onze inwoners en hun verhelderende toelichting op de beeldvormende avonden. De PvdA-fractie kan zich vinden in de opmerking van de brief van 22 september, die klaar staat als reactie vanuit de gemeente naar de VRR. Op 2 punten kunnen we daar volledig achter staan, dat de begroting de volgende keer eerst goed wordt vastgesteld en dan pas het beleidsplan wordt opgemaakt. En ten tweede het behoud van de brandweerkazerne en de ambulancepost binnen onze gemeente als ondersteuning van de opkomsttijden van de hulpdiensten. De PvdA-fractie staat er anders in v.w.b. het verbeteren van de opkomsttijden van de hulpdiensten binnen onze gemeente Lansingerland, zodat het kan voldoen aan de gestelde normen. Tijdens de beeldvormingsavond door de ARR werd toegelicht over de aanrijtijden binnen onze gemeente. Het werd helder toegelicht hoe in het verleden men tot die 6 minuten-norm is gekomen.

Ik hoor van diverse fracties dat de nadruk wordt gelegd op de aanrijtijden, dat begrijp ik ook wel, het zijn feiten, het zijn cijfers. Maar de directie Arie Wijten van de ARR legde juist uit, dat de maximale 6 minuten aanrijtijd gebaseerd is op militaire slachtoffers in de 5-daagse oorlog en nergens op slaat. Bij een hartstilstand moet je er al binnen 3 minuten zijn. De heer Jansen: Het is niet mijn gewoonte om te corrigeren, maar naar mijn mening heeft de directeur gezegd: 15 minuten is de norm. De 6 minuten, waar u naar verwijst, is de aanrijtijd van de brandweer. De norm voor de ambulance is 15 minuten. Dat is inderdaad gebaseerd op de 6-daagse oorlog in het Midden Oosten. Mevrouw Biharie: Meneer Jansen, dank u wel voor de correctie. Wat de directeur ook uitlegde aan de aanwezigen tijdens de ARR beeldvorming, dat het behalve om de kwantiteit van de aanrijtijden en opkomsttijden het ook gaat over de geleverde kwaliteit. Dat vinden wij als PvdA-fractie ook heel belangrijk. En ze springen ook in het gat dat is ontstaan door het wegvallen van verzorgingshuizen met geriater en verpleegsters, waarbij zij de zorgen opvangen bij ouderen bij valpartijen.

De heer Duivesteijn: Ik ben benieuwd of de PvdA de zorg met ons deelt, dat als 24% van de ambulances niet binnen 15 minuten bij een spoedrit aanwezig is, of dat valt onder kwaliteit of kwantiteit, hoe ze ernaar kijken dat dat niet binnen die norm valt. Los van of het 15 of 16 minuten is, maar 15 minuten, daar komt 24% niet aan. Dat zijn onze zorgen, dat dat niet correct is. Mevrouw Biharie: Er kan altijd verbetering, maar ik denk dat het realistisch is om te kijken naar de huidige ontwikkeling m.b.t. beschikbaarheid van personeel en hoe dat met deze grote uitdaging op dit moment ingevuld kan worden. Mijn vraag namens mijn fractie is om realistisch te zijn en niet helemaal vast te pinnen op die tijden en te kijken wat er kan. Ons inziens wordt er alles aan gedaan. Er is zelfs toegezegd, dat ze heel creatief bezig zijn door tekorten aan gespecialiseerde specialisten in de ambulance, high care, ook mensen nu beschikbaar hebben gesteld van medium care, gezien de korte opleidingstijden. Wij staan er realistisch in: hoe haalbaar is het, de eisen die we stellen? Het kan altijd verbeterd worden, daar zal je ons zeker niet over horen, dat we daar niet achter staan. De heer Duk: Ik snap dat de PvdA er realistisch in wil staan. Alleen, er zijn hier gewoon mensen in levensgevaar, doordat de aanrijtijd te laat is.

U geeft zelf aan: die 5 minuten zijn eigenlijk al te veel bij een hartstilstand. Als dat 6 of 7 minuten wordt, dan is de schade dus nog groter. Ik snap heel goed, dat u er realistischer in wilt staan en ik kan me ook voorstellen dat het niet in één keer opgelost is, maar wij zullen er wel aandacht voor moeten blijven vragen, om die aanrijtijden te verbeteren. Mevrouw Biharie: Als u mij goed hoort, wij waarderen de inzet en betrokkenheid en wij delen de zorgen. Wat wij als fractie vragen: wees realistisch gezien de ontwikkelingen. Dat is het enige wat ik hieraan wil toezeggen n.a.v. alle opmerkingen van de andere fracties. De heer Jansen: Dan wil ik het ook nog een keer proberen richting de PvdA. Als er binnen andere gemeenten in de veiligheidsregio de strategische keuzes, die de ambulancedienst maakt, de aanrijtijden, die 95%, beter benaderd worden dan moet u het toch met ons eens zijn dat 78% een groot gat is richting die 95%. Dat we daar aandacht voor moeten vragen, dat we richting die 95% moeten. Mevrouw Biharie: Nogmaals, u hoort mij niet zeggen, dat we geen aandacht moeten vragen. U hoort mij wel zeggen, dat er altijd verbetering kan. Alleen moet het realistisch blijven. Daarnaast wil ik even mijn laatste punt toevoegen vanuit mijn fractie. De heer Van Son: Dan zou ik toch van mevrouw Biharie willen horen wat zij dan denkt wat realistisch is.

Mevrouw Biharie: Wat is realistisch? Dat weet niemand. Ik denk dat realistisch is de inzet en betrokkenheid is, die is heel goed en helder uiteengezet, van de diensten vanuit de ARR met name. De inwoners van Lansingerland, dat heeft de heer Jansen ook gezegd, dat was een aandachtspunt, of dat niet bij de veiligheidsregio Rotterdam ondergebracht kan worden, omdat ze nu, ik weet niet of dat cijfermatig wordt meegenomen, maar zij schieten heel vaak regio Haaglanden te hulp voor onze inwoners in Bleiswijk. Inderdaad, door een oude postcode-indeling van RIVM valt het onder regio Haaglanden. Misschien als dat recht getrokken kan worden, maar die vraag is al aan de burgemeester gesteld, daar ben ik benieuwd naar. Maar nogmaals, we kunnen een hele discussie bespreken, maar ik wil mijn spreektijd efficiënt inzetten. De heer Lieverse: Ik heb een vraag die meer tot steun is van de PvdA. Is mevrouw Biharie het met mij eens, dat het jammer is als de ambulance,

4/28

omdat we aan zien komen dat ze niet die 5 minuten halen bij reanimatie, waarbij het niet veel uitmaakt of je er binnen 15 minuten bent of erna, want ze hebben bij de presentatie aangegeven dat de eerste minuten tellen, dat het dan erg spijtig is dat ze een dure helikopter laten vliegen, waarbij het heel vaak gebeurt dat het nakijken is wat het ambulancepersoneel heeft gedaan, de persoon huiswaarts gaat. Mevrouw Biharie: Ja, daar wil ik op reageren. Het gaat om details, maar ik heb me goed voorbereid namens mijn fractie. Als men goed heeft geluisterd naar de directeur van ARR, Arie Wijten, dan is men ook bezig met een werkgroep om te kijken hoe in de toekomst gekeken gaat worden naar 112-meldingen, om dan het koren van het kaf te scheiden, waar wel noodzakelijke zorg en bij levensbedreigende situaties ingezet kan worden en wat niet. Daarmee zijn ze bezig. Daarom zijn we als fractie dankbaar en hebben we grote waardering, dat ze daar oplossingen voor zoeken. Daar moeten we hier echt bewust van zijn. Ik deel uw zorgen. De voorzitter: U bent door uw tijd heen. U heeft geen tweede termijn. Beantwoording college Burgemeester Van de Stadt: Allereerst dank voor de positieve woorden over het beleidsplan van de veiligheidsregio. Ik denk dat ik met u kan constateren: we hebben gewoon echt een goede veiligheidsregio. Er wordt hard gewerkt, ze kunnen veel.

Dat wil niet zeggen, dat het allemaal perfect is. Dat is ook onderdeel van het ontwikkelplan, dat we hebben opgesteld en waarvan we als regio hebben gezegd, er gaat € 9,5mln extra van de gemeenten naar de veiligheidsregio, om een aantal punten bij te trekken en te verbeteren. Dit beleidsplan geeft daar uitdrukking aan. Ik breng nog maar in herinnering, dat het extra geld vervolgens gepaard gaat met een vermindering van de bijdrage van Lansingerland, gezien de herverdeel-effecten, dus wat dat betreft krijgen we een betere veiligheidsregio voor minder geld, dus voor Lansingerland ziet het er heel goed uit. Eén van die zorgen is natuurlijk de opkomsttijd van de ambulancedienst. Het is heel goed, dat u met de directeur van de ambulancedienst Arie Wijten goed gesproken heeft, want hij kan het veel beter uitleggen dan ik. Voor de formele standaard 15 minuten zou het anders moeten, aan dat soort discussies waag ik me niet, daar hebben we experts voor, die daar veel meer verstand van hebben. Ik zou niet met de heer Lieverse over dit soort zaken in discussie willen, want dan denk ik: de arts heeft daar veel meer verstand van dan ik. Maar als we die norm vast stellen, dan moet je ze ook halen. Je kan met mij te allen tijde een discussie beginnen over normen, dan volg ik de experts, maar als we het afspreken dan moeten ze gehaald worden. Dat is met deze norm wel lastig. Hij is statisch.

Eén van de zaken die gebeuren, de heer Duk had het over levensbedreigend, dan zijn ze meestal wel op tijd. Dat is moeilijk in een algemeen cijfer uit te drukken, maar één van de zaken die gebeuren is dat een ambulance onderweg is naar iemand die met een beetje pech van zijn fiets gevallen is in het weekend en op dat moment is er een acute zaak van iemand die een hartstilstand heeft. Dan maak je een omweg, dan buig je af en ga je eerst naar die acute zaak. Meestal zal die daar dan wel op tijd zijn, dat betekent alleen dat er een nieuwe ambulance moet gaan rijden voor die gevallen fietser, dus die duurt langer. Dat is voor de opkomsttijden heel negatief. Maar tegelijkertijd wordt er wel flexibel invulling gegeven: waar is hij het eerste nodig? Als het goed is, maar ik kan dat niet bewijzen en aantonen, de heer Wijten kan dat beter uitleggen, dan zijn voor de acute zaken de opkomsttijden het beste en voor de minst acute zaken is de opkomsttijd het slechts. Als het systeem goed werkt. De heer Duivesteijn: Ik hoor de burgemeester zeggen dat bij acute zaken de ambulance meestal wel op tijd is. Op welke cijfers baseert de burgemeester zich? Burgemeester Van de Stadt: Daarom zeg ik: ik kan het niet bewijzen, ik heb die cijfers niet, die zijn er ook niet zo makkelijk.

Ik zeg alleen, dat het in beginsel zo is, dat als een ambulance onderweg is naar iemand met een niet spoed eisend ongeval en er is op dat moment een spoedeisend ongeval, dat hij dan afwijkt en eerst naar het spoedeisende geval gaat. Een nieuwe gaat dan naar het niet spoedeisende geval en die moet dus langer wachten. Dus als het goed is en het systeem werkt goed, dan zou je moeten kunnen constateren, dat in spoedeisende gevallen er een grotere kans is dat ambulances op tijd zijn dan in niet-spoedeisende gevallen. Cijfers daarover heb ik niet, ik kan het ook niet bewijzen. Dit is het verhaal dat ook de heer Wijten neerzet. Zo zou het moeten werken, maar nogmaals, hij kan het beter uitleggen dan ik. Dat is het gevaar van zo’n statisch cijfer. Het algemene principe is natuurlijk, daar hebben we het hier over: als de afspraak is 95, dan moet het gewoon 95 zijn. Daar zit wel een aantal beperkingen in, er zat een aantal beperkingen in. Eén van die beperkingen was, waar we het eerder over gehad hebben, het onderdeel van de ambulancedienst als privaat geregeld met de BIOS groep. Dat gaf ons als VRR minder invloed daarop. Een financiële invloed is er dan niet, want we zijn afhankelijk van de zorgverzekeraars. U kent ook de landelijke discussie: een zorgverzekeraar is gewoon heel zuinig.

Goed dat ze op de centen passen, maar bij discussies over verbeterplannen moet je wel heel veel aantonen, voordat zorgverzekeraars daar een akkoord voor geven, dus zo snel gaat het allemaal niet. De BIOS groep, een externe partij, ook lastig. Vervolgens had je ook nog eens dat er 2 cao’s van toepassing waren, dus je kon het ambulancepersoneel niet uitwisselen. Ook daar zijn grote personeelstekorten, dus dat hielp allemaal niet. Eén van de zaken die we gedaan hebben als bestuur van de veiligheidsregio is ingrijpen, de BIOS groep overnemen en onderbrengen bij. De heer Wijten gaat over het geheel en niet meer over de helft. Dat zal verbeteringen moeten opleveren, maar dat kost wel tijd plus nog eens die financieringsstructuur. Ik heb er, de heer

5/28

Wijten kennende, vertrouwen in dat het de goede kant op gaat, maar dat heeft tijd nodig. Het zal altijd nog geplaagd worden door ontwikkelingen op het personeelsvlak, hoewel ik begrijp van de veiligheidsregio dat het goed gaat in de werving en de opleiding. Maar er zitten gewoon tekorten, zowel bij chauffeurs als bij personeel. Als die niet opgelost worden, dan gaan ook die rijtijden het niet halen. Dan is het bij ons op dit moment slecht, dat is ook weleens anders geweest. Eén van de lelijke eendjes was lang Maassluis, daar is extra inzet op gepleegd. Maar in een tijd van schaarste gaat dat ook ten koste van en je ziet dat wij nu het lelijke eendje zijn. Dat is niet de bedoeling, dus er is echt verbetering noodzakelijk. De heer Duivesteijn had het over een amendement. Het zijn de woorden van de commissie, ik zeg altijd: gaarne de commissie gehoord hebbend zal ik aanpassingen doen. Dan krijgt u hem aangepast bij de raad. In dit geval is het lastig, want woorden luisteren nauw. Hoe wil je die zorg, die urgentie in de passage neerleggen? Ik heb 2 suggesties: ik probeer het met de adviseur veiligheidsregio mevrouw X om tot een goede passage te komen op basis van wat ik hier gehoord heb. Of u zegt: 2 man/vrouw van de commissie praten even met onze adviseur en kijken om op die manier tot een passage te komen. Of we laten het aan de heer Duivesteijn over om het te amenderen.

Mijn steun heeft hij, laten we dat voorop stellen. We verschillen daarover niet van mening, het wordt ook redelijk commissiebreed gedragen. Als u het aan wilt scherpen is het slechts de vraag: hoe komen we tot de juiste woordkeuze, want het moet de woordkeuze van de commissie zijn. De heer Duivesteijn: Dank voor deze suggesties. Suggestie 1, met uw veiligheidstopambtenaar zou u tot een voorstel kunnen komen. Ik vraag me af: op welke termijn zou dat kunnen? Om te overwegen of we zelf een amendement willen schrijven of dat we de eerste suggestie afwachten. De voorzitter: Laat ik helder zijn: voor 22 september. Burgemeester Van de Stadt: Ik wil alles proberen, maar ik vraag gewoon uw signaal. In de tweede termijn kunnen we daar een uitspraak over doen. U kunt ook zelf met een paar mensen om tafel gaan zitten. Dat kan ook met mij en de adviseur, dan zitten we er al in voor de raad. Een amendement is de formele weg, we kunnen het ook op die manier oplossen. Het gaat mij even om: hoe komen we tot de juiste woordkeuze? Als ik het ga invullen met mijn adviseur, dan is het toch een gokje wat de juiste woordkeuze is. Als u zegt: we laten het aan meneer Duivesteijn en hij maakt een woordkeuze, ik heb uw steun daarvoor gehoord, dan is het mij om het even. Het kan ook in de voorbereiding de komende dagen. Ik heb geen voorkeur, volgens mij zijn we het redelijk eens erover.

De zorg erover is groot. De suggestie van Duivesteijn was: haal hem er even uit. Ik zag al dat een woordvoerder het had over ‘geoptimaliseerd’ m.b.t. de ambulance en die is voor de brandweerzorg. Dus inderdaad, het is misschien verwarrend, die passage gaat vrij snel over. We willen ook niet teveel kopjes, maar ik wil wel graag kijken hoe we dat helder kunnen weergeven. Dit is de zorg over de ambulancedienst, die is groot. En over de brandweerzorg is die minder groot. Belangrijk om te behouden wat we hebben, maar daar maak ik me overigens geen zorgen over. Dan zijn er nog een paar algemene vragen en opmerkingen, die ik snel langs wil gaan. De heer Lieverse had het nog even over de inflatie. Inflatie wordt natuurlijk automatisch verwerkt. Het probleem daarvan is vaak achteraf, dus dan krijg je over jaar 2024 een inflatiecorrectie terug over het jaar 2022. Financieringstechnisch maakt dat niet uit, maar het is altijd wel even krap in het jaar waar het om gaat. De veiligheidsregio heeft op dit moment weinig vet op de botten, dat heeft alles te maken met de overname van de ambulancedienst. Dat maakt wel wat zorgelijk, ook bij mij. Dit moet gewoon recht getrokken worden. Als zich geen grootschalige rampen voordoen, dan ontstaat er ook helemaal geen probleem.

Er komt extra geld van het kabinet op basis van waar de heer Halkes het over had: het bredere takenpakket, dat de veiligheidsregio op dit moment uitvoert. Den Haag heeft € 83mln en € 100mln voor de veiligheidsregio’s. Daar zal de veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, één van de grotere, ongetwijfeld een flinke hap van krijgen. In die zin is het best even goed opletten met de cijfers en de financiën, maar je ziet dat het kabinet het been bijtrekt. De inflatie, achteraf zal het wel goed komen. Moet je morgen een rekening betalen, dan kan het krap zijn. Er was even sprake van een kortlopende lening, zeg ik maar even als penningmeester van de veiligheidsregio, van € 5mln, nu lijkt het op dit moment niet noodzakelijk te zijn, dus wat dat betreft loopt het goed, maar anders is het gewoon voor de hand liggend. De heer Jansen, postcodebeleid, dat neem ik graag over. Om nog eens de discussie te voeren, lijkt me heel goed, in een breder perspectief. Het is we zo, dat de ambulancedienst door verzekeraars betaald wordt, maar voor een beperkt deel krijgt de veiligheidsregio daar geld voor, dat is meldkamer gerelateerd, dus dat zal voor zijn geheel van de ambulancedienst niet alles betekenen. De heer Halkes over de kerntaken, ja, ik ben het daar zeer mee eens.

Ik heb zeer vele malen, dat wordt ook breed gedragen binnen onze veiligheidsregio gezegd, dat je niet alles kan vervuilen door beleidszaken die mis lopen om het dan maar een crisis te noemen. Die discussie wordt ook in de media gevoerd. Een crisis is iets waar je je niet op kan voorbereiden. Maar als we elk jaar teveel geld uitgeven en er is vervolgens geld tekort om dat een crisis te noemen, dat is niet helemaal waar. Je zou willen dat het kabinet een aantal zaken gewoon goed regelt, zoals de opvang van asielzoekers of andere ontheemden, we gaan het er straks over hebben. Het is gewoon een rijkstaak. Ik vind het prima als het rijk op korte termijn burgemeester te hulp vraagt, maar fundamenteel, als het rijk een nieuwe belasting invoert en daarvoor moet er regionaal een kantoor worden opgericht, dan gaat het rijk regionaal vastgoed kopen en kantoren doen. Dat moet voor de opvang ook. Het is gewoon een rijkstaak. Dus voor nood wel, maar om alles maar een crisis te noemen en bij de veiligheidsregio neer te leggen. Ook het veiligheidsberaad, de heer Bruls, neemt daar in toenemende mate afstand van. Daar zijn

6/28

we niet voor. Burgemeesters zijn ook geen politieke figuren, dat heb ik hier ook vaak uitgedragen. Dit is gewoon beleid en dat moet gewoon door de politiek verantwoordelijken uitgevoerd worden, landelijk of lokaal. Ik ben het daar van harte mee eens. Ik ben alles af geweest. Tweede termijn De voorzitter: Ik wil vragen in te gaan op de wijze, of een amendement of een aanpassing door de burgemeester, ten aanzien van de aanrijtijden ambulances. De heer Jansen, WIJ: Burgemeester, dank u wel voor uw beantwoording. Helde en duidelijk. Ik denk dat als wij zelf met een tekstuele aanpassing komen, dat we dan snel tot zaken kunnen komen. Dat bespaart ook weer een hele discussie in de raad van 22 september, als we de formele amendement-weg gaan. Gehoord hebbende de commissie zijn we het allemaal eens, dat die paragraaf wat scherper kan. Een paar woorden aanpassen, misschien één of twee zinnen, laten we zelf met een voorstel komen en dat met de burgemeester overleggen. Dan zou het een hamerstuk zijn in de raad. De heer Lieverse, CU: Ik laat het graag aan de heren Jansen en Duivesteijn over om zo’n soort tekst in elkaar te zetten, daar hoef ik niet perse bij te zijn. Dat is 1 opmerking. Het tweede, ik had nog een kanttekening gemaakt over de inzet van het mobiel medisch team, de traumahelikopter.

Dat is niet iest voor de zienswijze natuurlijk, maar ik zal het wel blijven herhalen dit punt tot ik antwoord krijg dat geruststellend is. De heer Duivesteijn: U heeft het over het RMT, de helikopter, waarvan u vindt dat die teveel geluid produceert en te vaak wordt ingezet. Mijn vraag is dan of u geluid boven acute zorg prioriteert. De heer Lieverse: Dat is een vraag die zo niet door mij beantwoord gaat worden. Waar het mij om gaat, andere regio’s hebben heel andere richtlijnen dan deze regio. Om een voorbeeld te noemen, een verkeersongeval met meer dan 1 slachtoffer, ernstig slachtoffer, vraagt om inzet van een helikopter en ondertussen is er alleen ambulancezorg nodig enzovoorts. Richtlijnen verschillen per regio en dat betekent ook een groot verschil in geluidsbelasting en kosten. De heer Jansen: Het mobiel medisch team, dat vliegt niet alleen door de VRR, dat vliegt gedeeltelijk ook voor andere regio’s, dus wij hebben daar niet altijd invloed op. Of ziet u dat anders? De heer Lieverse: Dat klopt, daar heb ik niets op te zeggen, dat is juist. Dat geldt voor alle traumahelikopters, dat is niet aan 1 regio gebonden. De heer Duivesteijn, L3B: Dank u wel, burgemeester, voor de beantwoording. Ook dank aan de andere fracties, die aangaven een mogelijk amendement te steunen, zodat we kunnen kijken wat we kunnen doen. Ik zal contact opnemen.

Voorts kan ik zeggen, dat wij er ook realistisch in staan, richting de PvdA, maar dat we ons toch ernstig zorgen maken over die aanrijtijden. Hoe je het ook wendt of keert, het gaat om levensbedreigende situaties. Daarom zijn we ook blij dat de directeur van de ARR heeft aangegeven dat de aanrijtijden van de A0-ritten, de echt spoedeisende acute zorgritten, per 1 januari 2023 worden gerapporteerd. Wij hopen ten zeerste dat het mee blijkt te vallen, maar we zullen in het nieuwe jaar wederom kritisch kijken naar de nieuwe aanrijtijden. Volgens mij streven we allemaal naar een hartveilig Lansingerland, waarbij reanimatie binnen 6 minuten gestart moet worden door omstanders, een AED op tijd kan worden ingezet en de ambulance op tijd arriveert. Ik ben ook blij met de opmerking van de burgemeester, dat hij ook vindt dat die 95% normaal gesproken zo zou moeten zijn. Dan wil ik nog een vraag stellen aan het CDA, want die had in de vorige vergadering een opmerking over de wijkbrandweerman. Ik ben benieuwd of ze nog terug komen op hun voorstel van een bespreekpunt. Dank u wel. De heer Weerheim, D66: In reactie op de vraag die wordt gesteld. Mijn fractie vindt het prima als de heren Jansen en Duivesteijn zich gaan verdiepen in de tekst en daar een wijziging op doen. Voor de rest geen opmerkingen. De heer Duk, GL: Wij sluiten ons daarbij aan, dus het was niet echt nodig om dit te zeggen.

Burgemeester Van de Stadt: Dan zou ik zeggen, als de heer Jansen en de heer Duivesteijn even elkaar bellen en mij hun zinnetje toesturen, dan nemen we dat over in de zienswijze, dan ligt die ruim voor de 22e gewoon bij de raad. Dan zou het een hamerstuk kunnen zijn op die manier, als iedereen het daarmee eens is. Het mag ook via een amendement, maar dan moeten we erover stemmen. Ik kies altijd voor de pragmatische oplossing, een belletje. Volgens mij is daar brede steun voor. Dan de heer Lieverse, ja, een typische discussie, hoe voorzichtig ik ook ben om de inhoudelijke discussie te voeren. Het mobiel medisch team, welke normen daarvoor zijn en wanneer die nodig is, dat laat ik echt aan de specialisten over. Ik ga niet zeggen: hij mag nu niet vliegen. Of: hij vliegt teveel. Ik begrijp wel uw zorgen. Ik wil graag de discussie overnemen en inbrengen in het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio en daar zeggen: hebben wij die norm goed op orde? Inzake de financiën zijn het de zorgverzekeraars die hem in beginsel betalen, dus ik ga ervan uit dat die er ook wel scherp op zijn, dat de normen streng genoeg zijn,

7/28

want dat is hun belang. Ik weet niet wat eruit komt, maar ik neem hem graag over. Ik kijk even of het schriftelijk verklaard kan worden, dat zal niet op korte termijn zijn, maar dat er een schriftelijke verklaring komt: hebben wij dat goed op orde? Ook voor het DB en AB is dat goed om te weten. Die neem ik graag over en zal ik inbrengen in de volgende DB-vergadering. De voorzitter: Concluderend: er blijft 1 punt hangen, een aanpassing van de zienswijze. Deze wordt voorbereid door de heer Duivesteijn en de heer Jansen in overleg met de burgemeester. Dan wordt het of door het college aangepast, dat zit er dik in als ik het zo hoor. Als blijkt dat dat niet de juiste weg is of als men het niet wil, dan zal het een amendement moeten zijn. We gaan dus voor de eerste mogelijkheid om dat te doen. Dat even samenvattend. Als dat het is, zal het een hamerstuk zijn. Wordt het toch een amendement, dan wordt het een bespreekstuk. Dan hebben we dit agendapunt afgehandeld. 6.b Zienswijze wijziging gemeenschappelijke regeling SVHW 2023 De heer Lieverse, CU: GR’en vallen weleens buiten het zicht van gemeenteraden, maar door de nieuwe opzet en regelgeving gaat het waarschijnlijk veranderen. Wij zijn erg blij met de zienswijze.

We vinden het sterk, het punt dat in de zienswijze is opgenomen, om de bepaling inzake het terugnemen van de bevoegdheden en het afschaffen van het overdragen van heffing, om dat anders te gaan zien. Dat speelt ook in onze gemeente m.b.t. de bedrijfsinvesteringszone, de BIZ. Het is niet irrelevant, deze aanpassing. We stellen voor om deze bepaling in de zienswijze op te nemen. Maar bovendien, voordat er besluitvorming plaats vindt in het bestuur van deze en gene, om het ook in andere gemeenten kenbaar te maken, dat we dit commentaar hebben, zodat zij dat ook in hun zienswijze kunnen meenemen. De heer Jansen, WIJ: Constateren we een trend? In de zienswijze van het vorige agendapunt moesten we vaststellen dat bij de VRR al een begroting was goedgekeurd, terwijl het nieuwe beleid nog niet was vast gesteld. In dit dossier zien we iets vergelijkbaars. Het concept GR is niet in een ambtelijke commissie behandeld. Tijdsdruk zou de oorzaak zijn. Een slechte zaak. Uit de concept zienswijze, die door onze ambtenaren is opgesteld blijkt namelijk dat zij een aantal dingen onduidelijk vinden en eigenlijk niet begrijpen. Dan voor hun opmerkingsvermogen en de vragen die zij in deze zienswijze stellen. Had de ambtelijke commissie hun werk kunnen doen, dan waren deze waarschijnlijk duidelijker in de GR 2023 beschreven.

Wat gaat er nu gebeuren? Lansingerland dient een zienswijze in, net als alle andere gemeenten in de GR. Krijgen we een antwoord van de SVHW als ze onze opmerking niet zo belangrijk vinden en zij het niet volledig gaan verwerken? Kan de portefeuillehouder aangeven wat er gebeurt als onze punten niet of onvoldoende aandacht krijgen in de definitieve versie van de GR, als wij als gemeente aan het eind van het jaar tot de conclusie komen dat we niet bij het kruisje willen tekenen. Is het mogelijk om de ambtelijke commissie alsnog naar dit stuk te laten kijken, zodat hun opmerkingen breed kunnen worden meegenomen? Dan zien we in art.26 lid 5 de bedrijfsinvesteringszone, waarin wij een uitzondering vragen. Wat zouden de gevolgen voor Lansingerland zijn als wij die uitzondering niet zouden krijgen? Als laatste opmerking. Het komende jaar gaan we over op diftar en de daaruit volgende variabele en vaste kosten worden door SVHW geadministreerd en uitgevoerd. Zijn ze hier wel klaar voor? Wij vragen dit omdat het volgens de GR niet eenvoudig is om eenmaal gedelegeerde heffingen terug te nemen. Bij diftar heeft de SVHW laten blijken dat ze met de WOZ beschikkingen niet adequaat gehandeld hebben en dat een aantal erg laat gekomen is, waardoor een substantieel deel van de bewoners van onze gemeente in het voorjaar dubbele WOZ-lasten zullen moeten dragen. Dank u wel.

De heer Philippens, L3B: Kort. Een prima zienswijze. Scherp opgemerkt door onze ambtenaren, complimenten daarvoor. Dat geeft vertrouwen. Ik denk een goed voorstel van de heer Lieverse om dat ook te delen met andere gemeenten, voor zover ze dat nog niet gezien hebben, om er samen sterker in te staan. Wat ons betreft is dit een hamerstuk. Dank u wel. De heer Van Santen, VVD: Erg eens met de mensen die al wat hebben gezegd. Wat meneer Jansen net zei over terugkoppeling op de zienswijze, dat geldt natuurlijk voor alle zienswijzen, ook de vorige. Dat vind ik ook. Het zo lezende dan denk je: een wetswijziging waardoor de positie van de raad wordt versterkt, mooi, hoera. Vervolgens zien we dan dat we alle bevoegdheden toch weer tot ons nemen. Ik vind het curieus. Wat dat betreft hetzelfde commentaar als de heer Philippens, de ambtenaren hebben het goed en scherp opgesteld. Ik ben ook erg benieuwd wat de reactie is. Dank u wel. De heer Weerheim, D66: Ik sluit me eigenlijk aan bij vorige sprekers. Scherpe zienswijze, complimenten daarvoor. Voor de rest: hamerstuk. De heer Azzouzi, PvdA: De fractie van de PvdA kan instemmen met het voorstel. We maken ons zorgen over de kanttekeningen. Er is een passage over de financiële consequenties, dat deze wijziging mogelijk financiële consequenties heeft. We vragen de portefeuillehouder om hier op te letten. Wat ons betreft kan het als hamerstuk.

8/28

De heer Duk, GL: Ook voor ons is het een hamerstuk. We hopen alleen wel ook als eruit komt, dat er uitstel komt, dat diftar niet uitgesteld gaat worden, maar dat ligt voor de hand. De heer Krieger, CDA: Een prima zienswijze wat het CDA betreft. Terechte kritiekpunten genoemd, ook door de collega’s hier, dus daar kunnen we ons volledig bij aansluiten. Eén opmerking. Wij zijn van mening, dat dit onder de verantwoordelijkheid valt van wethouder Fortuyn en die is vandaag niet aanwezig. Zou iemand ons kunnen vertellen waarom dat is? De voorzitter: Ik kan u gelijk uit de droom helpen, dat gaan we niet vertellen. Zo simpel is het. Het college is vertegenwoordigd door de burgemeester. Hij heeft aan het begin van de vergadering gezegd, dat hij namens de anderen aanwezig is. Beantwoording college Burgemeester Van de Stadt: Ik weet ook niet wat voor andere afspraken de wethouder heeft, maar er zijn gewoon soms dringende andere afspraken. Die afweging wordt gemaakt en het college is gewoon vertegenwoordigd. Soms zijn er kleine onderwerpen op de agenda’s, waar we soms voorzichtig zijn. Soms hebben wethouders 3 commissies achter elkaar met hele kleine agendapunten, dan is het ook gewoon efficiënt, gewoon voor de mens, als het overgedragen moet kunnen worden aan elkaar. Ik vind als voorzitter van het college: dat moeten ze ook kunnen.

Het hoort één te zijn, iedereen hoort zich goed in alle dossiers te verdiepen, want iedereen in het college besluit er ook over. Op die wijze moet het worden meegenomen. Maar in beginsel is een portefeuillehouder aanwezig, een portefeuillehouder kan echt antwoord geven op de discussies hier in de commissies. Daar zullen we allemaal voor waken. Als u daar iets anders van vindt in de commissie, dan kan er altijd een signaal richting die wethouder van: we hebben het niet op prijs gesteld dat u niet aanwezig was. Of iets dergelijks. De heer Lieverse: Ik vind het echt wel positief dat de heer Fortuyn afwezig is, want daarom konden wij de agenda aanpassen ten behoeve van onze collega Jumelet. Burgemeester Van de Stadt: Een praktische benadering, daar ben ik een voorstander van. Volgens mij is iedereen het eens met de zienswijze en de opmerkingen die er gemaakt zijn. Heel belangrijk is, ja, een goede voorbereiding is noodzakelijk. We kennen in ons vak allemaal een drietrapsraket: een ambtelijke voorbereiding, vervolgens is een wethouder of portefeuillehouder verantwoordelijk of college en vervolgens is de raad aanzet. Daar moeten we geen stappen in overslaan. Dat is niet handig, want dan schuiven we soms een hete aardappel vooruit. Hier geldt dat ook en dan blijven er vragen over liggen in deze commissie.

Dat is gewoon niet prettig, want we hebben maar één keer die zienswijze in te dienen. De heer Jansen vroeg terecht op een aantal punten: wat gebeurt er dan? Dat vind ik lastig om te beantwoorden. Er zijn vele reacties mogelijk van de SVHW en vervolgens moet je altijd kijken: hoe ga je daarmee om? De basis is, dat er straks, 5 oktober het AB vergadert over die antwoorden, de zienswijzen. Oftewel: de wethouder zit daar met zijn collega’s, die ziet al die zienswijzen en kijkt dan als AB hoe ze daarmee omgaan. Dus daar zijn we zelf bij. Dat zal afhankelijk zijn van wat er in die vergadering gebeurt, is er veel steun of weinig steun. In die zin is de opmerking van de heer Lieverse terecht, het is vaak handig om met een collega van een andere gemeente een signaal af te geven van: hé, wij maken ons hier grote zorgen over. Uiteindelijk ook richting dat AB. Ik zou dat wat/als een beetje willen overslaan. Volgens mij heeft wethouder Fortuyn straks de taak om op 8 oktober op basis van deze zienswijze maar ook op basis van zijn verantwoordelijkheid als bestuurder van de GR het juiste besluit te nemen. Hij zal kijken waar de steun en de problemen liggen van de gemeente. Vervolgens als bestuurslid van de GR die zienswijze beantwoorden aan de raad en daar kan de raad zich over opwinden zover als de raad wenst op dat moment. Anders gaan we hier alle scenario’s doornemen.

Dat zou ik zo even willen afdoen, als de heer Jansen mij vergeeft. Tenslotte de opmerking van de heer Lieverse. Ja, altijd een goed signaal om andere gemeenten en raden te zeggen: wij maken ons hier zorgen over, delen jullie die zorg? Dat gebeurt ook vaak in het bestuurlijk voortraject, dat hebben we ook als collega’s, burgemeesters, dat zal met wethouders ook gebeuren: hier maken we ons zorgen over, zetten jullie dat ook in je zienswijze. Heel belangrijk. In hoeverre de zienswijzen in al die gemeenten al voor liggen, zodat het nog meegenomen kan worden in de zienswijze, dat betwijfel ik. Er is bijna geen gelegenheid om als commissie het signaal te geven. Het is uiteindelijk een vraag van de commissie, dus als de commissie het wil, zal de griffie dat verzorgen. Ik vraag me op dit moment wel even de relativiteit bij. Iedereen in het AB ziet natuurlijk die zienswijze van al de gemeenten, je hebt gewoon een overzicht van al die beantwoordingen voor je en als het goed is neemt iedere wethouder van al die gemeenten daar kennis van en zeggen ze: dit vind ik reëel en dit vind ik niet reëel. Dan is het de taak van onze eigen bestuurder, of ik dat nou ben of een wethouder, om te reageren: dit is voor mij belangrijk, dit is voor de gemeente Lansingerland belangrijk, hier moeten we een antwoord op geven.

Dat is altijd een dubbelrol, want je bent enerzijds een wethouder van je gemeente en anderzijds bestuurder van de GR. Volgens mij was dit de beantwoording.

9/28

De voorzitter: Ik wil aan de heer Krieger mijn excuus aanbieden, want ik was erg kort door de bocht in de beantwoording van uw vraag over de afwezigheid van wethouder Fortuyn. Dat had ik ook op een andere manier kunnen zeggen, op een vergelijkbare manier zoals de burgemeester heeft gedaan. De heer Krieger: In mijn werk kom ik ook weleens pittige kantoorrechters tegen, dus ik kan wel tegen een stootje. De voorzitter: Dan nog een inhoudelijke mededeling: IBABS doet het weer helemaal. Dat gaf de griffier net aan. Tweede termijn De heer Jansen, WIJ: Dank burgemeester, voor uw beantwoording. U bent van ons nog verschuldigd wat wij vinden: het is een hamerstuk voor ons. De heer Lieverse, CU: Hamerstuk. De voorzitter: Kan ik concluderen dat het voor iedereen een hamerstuk is? Ik denk het wel. Ja. Oké, dan is het een hamerstuk voor de raad van de 22e. 5. Bespreekpunten: 5.a Stand van zaken opvanglocaties Oekraïense vluchtelingen De heer Van Egmond, CU: Laat ik duidelijk zijn: wij juichen als fractie toe dat wij als gemeente verantwoordelijkheid durven te nemen in deze crisis. Het is immers nodig en niet elke gemeente heeft de middelen of staat erom te springen. Er is namelijk een verschrikkelijke crisis gaande en wij zijn van mening dat Lansingerland haar nek moet uitsteken en haar steentje moet bijdragen.

Zoals eerder benoemd praten wij dan niet over getallen als 150 of 300, want dat vinden wij nog veel te karig. Wij hebben een drietal vragen voor de burgemeester. We lezen over allerlei voornemens en overwegingen, maar toch de informatievoorziening voor de raad best wel vaag en gering. Komt er nog een businesscase? Zo ja, wanneer? Tweede. Eerder gaf de burgemeester aan, dat er externe expertise wordt ingewonnen naar de juridische status en reikwijdte van de noodwet. Is daarvan de uitkomst al bekend? Derde, tenslotte, op 7 juli heeft mijn fractie in de raadsvergadering de moeite en de frustratie van de vrijwilligers rond Tobias en de Kulck benoemd. De burgemeester gaf hierover uitleg. Ook gaf de burgemeester toen aan, intussen al meer dan 2 maanden geleden, hierover met de vrijwilligers in gesprek te gaan. Is dit al gebeurd? Zo ja, wat is hiervan de uitkomst? De heer Philippens, L3B: Primair goed dat we als raad periodiek worden geïnformeerd en geconsulteerd. Dat hebben we ook met elkaar afgesproken. Daarnaast, formeel is dit natuurlijk een collegebevoegdheid, maar voor onze partij en ik kan me voorstellen voor meerdere partijen, voelt het als raadbevoegdheid gezien het belang van het onderwerp, ook voor de samenleving. Ik merk dat het college dat goed aanvoelt en dat vind ik mooi om te zien.

Tegelijkertijd maken wij ons ook altijd zorgen over de voortgang, een tweetal criteria, het college heeft zelf die criteria opgesteld in samenspraak met de raad. We hebben gezegd: het moet aan die criteria voldoen, anders doen we het niet. Over een tweetal criteria maken wij ons dus zorgen. Enerzijds de financieel neutrale effecten. Als ik het goed begrijp hebben we de garantstelling vanuit het rijk nog niet gekregen en gaan we die ook niet krijgen in de vorm zoals de gemeente Vlaardingen die heeft gekregen. Tegelijkertijd maken wij natuurlijk kosten. Dus enerzijds zien we kosten oplopen, maar de dekking blijft voor mijn gevoel nog heel erg onzeker. Het speelt al een tijdje, we zijn er al een tijdje financieel mee bezig, maar nu is mijn vraag, ook aan de raad, richting het college: is het nu het moment om een streep in het zand te zetten? Zoals de gemeente Vlaardingen dat ook zeer succesvol heeft gedaan. Dat we gaan zeggen: op datum X willen wij zekerheid hebben op die dekking, anders stoppen we met dit project. De kosten en risico’s nemen alleen maar toe, zeker het vervolg, dan gaan we richting uitvoering, richting grondexploitaties, bouwrijp maken van gronden, aankopen van flexwoningen, honderden miljoenen en grote risico’s. Ik ben benieuwd of nu het moment is om nu die streep in het zand te zetten om die financiële dekking geregeld te hebben.

Het tweede element, tweede criterium waar we ons zorgen over maken, zijn de gevolgen voor de maatschappelijke voorzieningen. We zijn recent bijgepraat door de ambtenaren. We zien in het sociaal domein dat er een speciaal team voor dit project is opgericht, voor de langdurige opvang Oekraïners. Operationeel is dat heel slim, om een apart team op te zetten. Wat we ook zien, is dat het team gevuld wordt met andere disciplines. Logisch gevolg is dan bij het sociaal domein dat andere teams verder onder druk komen te staan. De algemene gevolgen die je dan ziet, met een team dat onder druk staat, meer moet doen met dezelfde hoeveelheid mensen, achteruitgang in kwaliteit en kwantiteit van het werk, hoge omloop van personeel en een hoog ziekteverzuim. Deze elementen zien we terugkomen gemeentebreed. Ongetwijfeld gaan we daar de 28e met de gemeentesecretaris voor zitten, maar dit

10/28

algemene beeld zien we nu ontstaan. Anderzijds ook concreet, bij jeugdzorg zien we de tekorten voor personeel, oplopende wachttijden. Ze moeten langer wachten o.a. door dit project, dat ambtenaren uit andere teams wegtrekt. Wij krijgen als L3B heel sterk het idee, dat dit project of die langdurige opvang Oekraïners dus nu negatieve gevolgen heeft voor onze maatschappelijke voorzieningen. We zijn heel benieuwd hoe het college hiernaar kijkt. Maar ook de vraag richting het college, maar ook richting de raad, de vraag: hebben we achteraf niet te hoog ingezet op 300 vluchtelingen? Kunnen wij dat als organisatie wel aan? Welke interventies kunnen wij nu plegen om ervoor te zorgen dat we aan de criteria blijven voldoen? Daar wil ik het bij houden. Dank u. De heer Jumelet, WIJ: Dank dat de commissie zo bereidwillig was en u als voorzitter om de agenda iets aan te passen tijdens mijn af- en aanwezigheid. Dank daarvoor. Ik mag de heer Bik vervangen vanavond. In de lijn die hij al eerder namens de fractie heeft neergezet, wil ik toch 3 punten aanraken. Dat is de financiering, dat is het tijdspad en het zijn de flexwoningen voor onze eigen inwoners. Voordat ik daar inhoudelijk over begin, wil ik eigenlijk aansluiten bij wat collega Philippens aangaf m.b.t. de druk op het ambtelijk apparaat.

Ik wil hem in die zin vertalen, ook een stuk verantwoordelijkheid richting het ministerie van IND, want je kan wel zo’n gemeente aan het lijntje houden, laat ik het maar even zo zeggen, maar het trekt wel een wissel op zo’n organisatie en op zo’n samenleving. Dat is ook wel een punt, waarvan ik zeg: ook de minister moet haar verantwoordelijkheid nemen. Dat is ook een beetje wat collega Philippens ook zegt, die streep in het zand. Ik vind het een sympathieke gedachte, want de gemeente Vlaardingen heeft dat succesvol gedaan. Ik ben wel benieuwd naar de zienswijze van de burgemeester op dit punt. De plannen die er nu liggen rondom Bergschenhoek, de alternatieve locatie, je ziet dat Volley-2-be ook mee wil werken, je ziet daar op zich een heel mooi plan. De brief van 6 september krijg ik niet meer op mijn scherm, maar via internet, hij is niet geheim neem ik aan. Je ziet ontwikkelingen en allerlei stappen, dan lees ik over een subsidieregeling waar we dan gebruik van zouden kunnen gaan maken. Dan denk ik: het is toch eigenlijk wel triest dat je je nek uitsteekt en dat het ministerie dan zegt: joh, Lansingerland, hartstikke goed, wij gaan ervoor staan dat jullie dat doen, we gaan die financiering garanderen, we gaan dat netjes met jullie regelen. Dat vind ik jammer en dat betreuren wij.

Ik ben ook benieuwd naar de zienswijze van de burgemeester als het gaat om die streep in het zand. Misschien wel toepasselijk, omdat daar die beach-volleybalvelden liggen, maar dat terzijde. Het tijdspad, in de brief stond Q2 de oplevering. Op het moment dat de mensen daar wonen, is de zomer ook aangebroken. Je wilt eigenlijk toch een beetje tempo maken. Mijn vraag aan de burgemeester is eigenlijk: in hoeverre ziet u mogelijkheden om toch een beetje te versnellen? Ik realiseer me ook, de levering van die dingen, van die woningen, daar moet men ook niet al te lichtvaardig over denken. Tenslotte onze eigen inwoners. Als ik het goed lees in de brief, gaan we daar toch een extra stap in maken, flexwoningen. Misschien dat de burgemeester dat nog even kan toelichten. Het staat op zich wel in de brief, maar misschien dat hij het toch kan toelichten in de zin van: hoe zit dat nou precies? Ook in relatie tot de kosten die dan wellicht ten laste gaan komen van de gemeente. Hebben die dan betrekking op alleen het deel van flexwoningen van onze inwoners? Of strekt dat zich verder uit? Dan raakt het ook het punt dat de collega’s aangaven, het uitgangspunt van kostenneutraal. Dus ik ben benieuwd naar hoe dat zit. Tot hier. Dank u wel. Mevrouw Van Bakel: Ik ben toch een beetje verward, want er staat nadrukkelijk in dat we het over de Oekraïense vluchtelingen hebben.

Dan hoor ik dat de hele wereld erbij wordt betrokken. Dat snap ik ook allemaal, ik vind het ook erg vervelend, dat heel veel inwoners die hier graag willen wonen of op zichzelf willen wonen, dat we daar ook voor moeten zorgen. Dat vinden we echt allemaal, maar laten we nu even focussen op deze mensen, die een plek moeten krijgen hier. Vooral even focussen op de huidige 35. Natuurlijk vind ik het belangrijk dat onze kinderen die hier willen wonen allemaal hier een huis kunnen krijgen, dat vinden wij echt allemaal. Maar ik vind het prettiger om dat op een ander moment te doen, dan om oneigenlijk gebruik te maken, of om misbruik te maken, van deze situatie. Hoe kijkt u daar tegenaan. De voorzitter: Het lijkt wel of u met een termijn bezig bent, het was een interruptie. Mevrouw Van Bakel: Het was een vraag dus: hoe kijkt u daar tegenaan, om dit erbij te betrekken? Dank u. De heer Jumelet: Nou, ik ben er ontzettend blij mee, maar ik betrek het er niet in, dat zit in het collegevoorstel rondom die locatie. Volgens mij is het integraal onderdeel van het geheel. Het is niet aan mij om daarvan te zeggen: ik ben voor of tegen. Het is gewoon een integraal onderdeel. Misschien dat de burgemeester daar in zijn beantwoording op in kan gaan. WIJ heeft altijd gezegd: het zou een heel mooie win/win situatie zijn.

Dat klinkt misschien een beetje raar in dit geval, maar het zou wel heel mooi zijn als we ook die nood eraan kunnen koppelen. Het is ook juist het beleid van de rijksoverheid om die combinatie te maken. Volgens mij zit het gewoon in het voorstel, dus ik kan er voor of tegen zijn, maar de burgemeester kan er misschien op antwoorden in zijn termijn. De heer Weerheim, D66: Laat ik voorop stellen, dat we allereerst blij zijn met de extra informatie in de brief van gisteren. We zijn ook blij, dat we als raad en commissie steeds worden meegenomen in het dossier, blijf dat vooral zo doen, het gaat heel prettig op deze manier, zodat we allemaal een beetje up to date blijven van wat er allemaal speelt. We lezen in de brief van gisteren, dat er extra flexwoningen geplaatst kunnen worden op de plek van de eerste locatie. Dat komt mooi uit, dat betekent dat we meer

11/28

mensen daar kunnen huisvesten, of het nou gaat om Oekraïners, die op de vlucht zijn, of onze eigen spoedzoekers. Voor beide is het winst, om het zo maar te noemen. Het draagt ook bij aan de mix op die locatie. We hebben het eerder in deze commissie gehad over de magic mix en allemaal termen die daarbij komen kijken. Het gaat er natuurlijk niet alleen om dat we vinden dat spoedzoekers ook in onze eigen gemeente een plekje kunnen vinden, maar ook dat bij de flexwoningen die we creëren een gezonde, gezellige en sociale omgeving is. Een goede mix kan daarbij helpen. Daar hebben we het al vaker over gehad. Het werd net ook al even genoemd door de heer Jumelet, dat het toch iets later in het tijdspad zit dan we een paar maanden terug, toen we voor het eerst over deze onderwerpen praatten, hadden gedacht. Dat is jammer, maar aan de andere kant is dat toch ook wel een beetje te verwachten. De ambities waren natuurlijk heel erg hoog, zoveel honderden woningen bouw je ook niet zomaar even. We blijven het nauwlettend in de gaten houden, hoe eerder hoe beter, maar we kunnen het ons ook heel goed voorstellen dat het niet altijd sneller en makkelijker kan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lansingerland&id=e59e6559-0234-462a-b01c-181c8656fc68