[BV22.0062] Verslag commissie Samenleving van 9 juni 2022
Tekst van het document
Vraag 3, wat vindt de commissie van de beschreven succesfactoren, zoals de factoren die op pagina 15 worden benoemd? Prima, kort en krachtig. Wel als kanttekening, in de stukken wordt een aantal keer data gebruikt, digitaal mensen bereiken. De kanttekening die ik graag wil meegeven, is dat niet elke persoon data behendig is. Je moet er wel goed rekening mee houden, dat die mensen ook moeten worden bereikt. Volgens mij wordt dat wel onderkend in dit stuk, want er wordt gezegd dat er sleutelfiguren zijn in de wijk en een optimale samenwerking met huisartsen. Ik vraag me dan wel af wie die sleutelfiguren zijn. Misschien kan de wethouder dat toelichten. Dank u wel.
22/28
De heer Bergwerff, CDA: Ik wil mijn bijdrage starten met onze dank uit te spreken aan de CU, die dit punt op de agenda heeft gezet. Heel goed, dat we hierover even van gedachten wisselen. Wat betreft de eerste vraag, die de heer Lieverse stelt, wat wij vinden van de evaluatie. De 3 punten die genoemd worden in het stuk GGD 3.0 zijn niet meer dan noodzakelijk. De coronacrisis heeft gezorgd voor een leerproces en ervaring op het gebied van uitbraak van infectieziekten. Kort gezegd, conform aan het document, een schaalbare crisisorganisatie en meer inzetten op een gezonde levensstijl vanuit een adviserende rol. Daarbij zet ik gekscherend de kanttekening, zaken als de recent bekende maar omstreden discussie over onder de 18 jaar geen patat mogen kopen, vinden wij als CDA te ver gaan. Laat mensen in beginsel vrij in hun eigen keuzes en zet in op voorlichting hoe men gezond leeft en hoe men zichzelf gezond houdt. Zoveel mogelijk inzetten op die voorlichting in plaats van regels die gehandhaafd worden. Op de vraag of het beleid regionaal of lokaal moet worden uitgevoerd, een gezonde levensstijl en een gezonde leefomgeving geldt net zo goed voor iemand in Schiedam binnen onze regio, net zoals het in Lansingerland zelf geldt. Dus algemene zaken inzetten op regionaal niveau en specificeren op lokaal niveau waar we denken dat het ten goede komt van de efficiëntie en doeltreffendheid.
Klinkt eigenlijk allemaal heel logisch. Daarbij is het niet zo, dat wij in Lansingerland veel ruimte hebben voor extra bijkomende zaken binnen het ambtelijk apparaat, we hoorden het net al, dat die schaarste er gewoon nog heel erg is. Dit zal wel een knelpunt zijn als we op lokaal niveau e.e.a. willen realiseren. Wat betreft de 3 speerpunten, waarnaar gerefereerd wordt bij de vraag, ik lees geen dingen waar wij het als partij mee oneens zijn. Echter, het is vanzelfsprekend dat een goede uitvoering geld kost. Dat geldt voor ons als Lansingerland, maar dat geldt ook voor de regiogemeenten binnen onze regio, die het financieel nog veel slechter doen dan wij. U weet het, over Vlaardingen hebben we het vaak genoeg gehad. Dat ziet mijn partij echt als knelpunt. Wat betreft de succesfactoren, daar is ook niet een punt dat ik hier wil uitlichten. Wij begrijpen ze, een goede aanvulling van de PvdA, laten we wel rekening houden met de mensen die nog niet mee zijn binnen onze digitalisering. Daar lees ik niets over, dat is jammer. Voor de rest een goed stuk, prettig om het hier nog even over te hebben. Dank u. Mevrouw Van Splunter, GL: Ik ga in herhaling vallen als ik via de voorzitter meneer Lieverse wil bedanken voor het inbrengen van dit agendapunt.
Ik vind het niet saai, mijn hart gaat er sneller van kloppen, maar dat is omdat het iets is wat beroepsmatig al bij mijn dagelijkse werk past, preventie. Het is heel mooi om ook te weten waar dit stuk vandaan komt. Het is mooi om te zien dat de regio Rijnmond ambitieus is. Deze koers is ook gebaseerd op de landelijke nota gezondheidsbeleid. Als je kijkt naar wat daar de uitgangspunten zijn, dan is er natuurlijk getoetst, al die afkortingen, de volksgezondheid toekomstverkenning. Dat gaat heel erg over: wat speelt er landelijk, welke uitdagingen hebben we? Waar we op het journaal veel van horen: arbeidstekort, begrotingsproblemen, we hebben steeds meer zorgvraag en die moet ook betaald worden. Dus we moeten anders naar zorg gaan kijken. Er is niet voor niets een landelijke nota opgesteld en daar is dit een mooi regionaal plan voor. Ambitieus, maar wat gelukkig verder gaat dan het wettelijk minimum, want die vind ik wat beperkt. Als je namelijk ambities hebt om gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving te verbeteren, gezondheidsachterstanden te verkleinen, de druk op het dagelijks leven bij de jeugd en de jongvolwassenen aan te gaan en vitaal oud worden, wat eigenlijk 4 grote landelijke vraagstukken zijn, dan moet je daar ook op gaan handelen. Niet alleen crisismanagement doen als er een epidemie uitbreekt. Het mag wat ambitieuzer voor onze regio.
Met andere woorden, ik moet de tijd in de gaten houden, want als ik ga praten blijf ik bezig, maar dan kan ik niets anders zeggen dan dat het heel mooi is dat er geleerd is uit de coronacrisis. Dat houdt in dat we makkelijk moeten kunnen opschalen, maar ook data gedreven risicoanalyses kunnen doen. Niet alleen data gedreven of via data mensen informeren, maar ook gewoon veel meer prognoses kunnen maken, doelgroepen eruit kunnen halen en dergelijke. Dat zijn alleen maar mooie zaken. Ik kan de speerpunten alleen maar toejuichen, zoals ze in dit stuk staan. Als het gaat over lokaal versus regionaal, ja, ik zou hem zelfs door willen trekken, ik denk dat je landelijk beleid, regionaal beleid en lokaal beleid moet afstemmen op elkaar, want uiteindelijk zijn het communicerende vaten, het hele systeem en zullen we moeten gaan kijken wat we lokaal daarin als Lansingerland mee kunnen doen. Ik hoop dan ook dat straks bij de vaststelling van de gemeenschappelijke regeling, zoals die er nu ligt, in de begroting voor de raadsvergadering, ik denk dat daar weinig ruimte meer is, maar dat we voor de toekomst wat ambitieuzer mogen zijn voor het bedrag dat we per inwoner gaan inzetten op gezondheid en preventie, want uiteindelijk start alles daarmee. Het systeem moet wel veranderen, landelijk, regionaal en lokaal. Mevrouw Draak, VVD: Er is al heel veel gezegd.
Ik ben even in de documenten gedoken. Wat mij opviel en dat komt ook in de woordvoering van de andere partijen naar voren, het gaat wel over wat verschillende dingen die door elkaar lijken te lopen, want de GGD heeft natuurlijk meerdere taken: controlerende taken, preventieve taken. Maar we hebben ze de afgelopen tijd vooral leren kennen van het crisismanagement in de coronapandemie. We hebben als land een beetje zitten slapen voor wat betreft pandemieën, maar toen de crisisorganisatie op gang was, toen was het best goed georganiseerd en hebben we daarmee van de GGD toch wel expertise leren kennen. Vervolgens heb ik het gevoel dat die crisis nu wordt aangegrepen om een hoger budget te vragen, terwijl dat hogere budget volgens mij juist
23/28
niet nodig is voor de crisisorganisatie. Je kan er een mening over hebben of het wel of niet goed ging, maar in principe is dat gewoon goed opgepakt en daar zullen ongetwijfeld ook lessen uit geleerd worden. Ik ben even gedoken in wat andere GGD’s, toen viel mij sowieso op dat de GGD van onze regio eigenlijk één van de betere websites heeft, zelfs voor minder digitaal vaardige mensen, want de website van de GGD Rotterdam Rijnmond is gewoon heel duidelijk en toegankelijk en goed doorzoekbaar. Waar ik achter kwam is dat de GGD Rijnmond ook één van de grootste GGD’s is. Het bedrag van € 5,77 per inwoner wat inderdaad enorm laag is en waarvan je je afvraagt waarom het zoveel lager is dan gemiddeld, dat is iets wat ik ook graag zou willen weten, maar we hebben wel 1,3mln inwoners. Terwijl andere regio’s ook bepaalde basisvoorzieningen in de GGD moeten organiseren, ze krijgen misschien een hoger budget per inwoner, maar vermenigvuldigd met minder inwoners. Mevrouw Gielis: Mevrouw Draak praat over een hoger budget, een hogere bijdrage, maar volgens mij is dat door de GGD nog niet gevraagd aan ons. Mevrouw Draak: Nee, dat klopt. Daarom zei ik aan het begin: dat is het gevoel dat ik krijg, dat daarop wordt voorgesorteerd, wat op zich verder niet erg is, maar het houdt mij bezig. Ik heb de vraag meer gehoord, hoe dat kan, dat onze bijdrage laag is.
Als ik doorga naar de vragen van de heer Lieverse uit het bespreekstuk, wat vindt de VVD van de manier waarop de GGD de coronapandemie evalueert? Gewoon prima. Wat vinden wij van de formuleerde speerpunten? Daar kan je niets op tegen hebben, dat heb ik tot nu toe ook gehoord. Meneer Alsemgeest refereerde daar net op een andere manier aan, er zijn wel heel veel partijen in Nederland die met preventie bezig zijn op het gebied van gezondheid en uitgerekend de GGD staat best wel ver van de patiënt of de mens af. Preventie wordt door huisartsen gedaan, door allerlei fysiotherapeuten, door het centrum voor jeugd en gezin als het over kinderen gaat, door scholen gedaan, door werkgevers gedaan, de gemeente hebben we ook gehoord als partij. Waar ik me nog een beetje zorgen over maak, is of dat allemaal wel goed op elkaar afgestemd is en of er niet veel te veel dubbel wordt gedaan hiermee, los van het feit dat de geformuleerde speerpunten natuurlijk goed en belangrijk zijn naar mijn idee. En dan de succesfactoren, de regionale factoren. Die komen op mij meer over als algemene succesfactoren voor een organisatie, die in dit geval gaan over de GGD-regio Rijnmond, maar ik vond het niet echt perse regionale factoren. Dan zou je meer denken aan meer informatie over wat nou specifiek het probleem in deze regio is. Dat las ik er wat minder uit. Wat fijn is, is dat de GGD ambitieus is.
Wat mij betreft is dat alles wat erover te zeggen is. Mevrouw Heijblom, D66: Toch veel dank aan Paul Lieverse voor het agenderen van dit stuk. Hij had het over de GGD die saai is. Niet meer, wat mij betreft. Ze hebben een bewonderingswaardige taak gedaan de afgelopen 2 jaar. Het duurde even, maar geweldig dat je de gegevens toch maar in je corona-app kon zien, dat hebben we toch heel snel met elkaar voor elkaar gekregen. We zijn het in grote lijnen eens met de strekking van dit stuk. De GGD Rotterdam Rijnmond moet zich versterken en zich ook gaan richten op preventie en bescherming. Maar deze preventie en bescherming is niet alleen een regionale opgave, maar zeker ook een lokale en gemeentelijke opgave. Gezondheid is meer dan alleen niet ziek zijn. Schone lucht, goed werk, voldoende sporten en geestelijke gezondheid zijn het startpunt van een gezond leven. Voorkomen dat mensen ziek worden is het beste medicijn voor een vrije samenleving, dat vinden we heel belangrijk als D66. Samengevat: gezondheid raakt ook aan levensdomeinen zoals werk en inkomen, sport en cultuur, economie, duurzaamheid, veiligheid en het sociale domein. In deze domeinen heeft de gemeente een centrale rol. Met andere woorden: ook de gemeente heeft een belangrijke rol m.b.t. preventie en bescherming.
Inmiddels zijn er al 300 lokale gemeentelijke preventieakkoorden gesloten naar voorbeeld van het nationale preventieakkoord. Elke gemeente heeft daarom zijn eigen accenten. Op 29 maart 2021 heeft Paul Lieverse gevraagd naar de financiën omtrent het lokale preventieakkoord. Op 20 april 2021 is hierop gereageerd door het college en ik moet heel eerlijk zeggen: het is mij niet helemaal duidelijk hoe het hiermee staat. Er kan aanspraak worden gemaakt op een soort van subsidie, een soort bekostiging voor het maken van zo’n preventieakkoord. Ik weet niet wat daarvan overeind staat en ik kan dit eigenlijk ook nergens vinden, dus dit is een vraag voor de wethouder. Daarnaast is er door de gemeente niet gewerkt aan een akkoord vanwege capaciteitsprobleem in relatie tot de coronacrisis. De vraag aan de wethouder is of dit inmiddels is opgepakt. Met andere woorden: hoe staat het hiermee? Natuurlijk heb ik ook respect voor de beperkte huidige bezetting en de vele vacatures die we hebben binnen de gemeente, maar ik weet ook dat je voor het opzetten van een lokaal preventieakkoord nog steeds heel veel hulp kan krijgen bij de VNG en dat er inmiddels heel veel mooie voorbeelden zijn, die we misschien wel zo kunnen kopiëren. Mevrouw Gielis, L3B: Ik doe deze woordvoering namens Carin van Rooijen.
Zij heeft een hele grote stem in onze partij, maar helaas heeft ze vanavond even letterlijk geen stem. De CU heeft het koersdocument van de GGD op de agenda gezet en daar is ook L3B de heer Lieverse dankbaar voor, want dit document verdient inderdaad meer aandacht dan zomaar weg geschreven te worden als een hamerstuk. Dat blijkt ook uit het feit, dat we hier al bijna een half uur over aan het praten zijn. De eerdere sprekers, met name de heer Alsemgeest hebben al veel goede woorden gesproken, die wij kunnen onderschrijven. In de bijgevoegde oplegger voor het agenderen van het koersdocument wordt door de CU benoemd dat in deze notitie wordt gewezen op de zwakte van de organisatie, zoals is gebleken tijdens de coronacrisis en dat
24/28
het nodig is te leren van de afgelopen periode. Daar is L3B het volledig mee eens, tenminste, met dat laatste deel van de opmerking. Echter, wij zien dat niet terug in het koersdocument zelf. Op 1 zin na, die spreekt over geleerde lessen corona, maar er zijn geen directe pandemie leerpunten leesbaar in het stuk, terwijl er tijdens deze pandemie vooral gemis was aan draaiboeken voor een dergelijk grote en snelle uitbraak. De crisisorganisatie had erg veel tijd nodig om op te starten, wat ons betreft een gemiste kans van de GGD, maar wie weet komen we daar op een later moment nog over te praten. Dan gaan we in op de vragen de CU. Vraag 1, wat vindt de commissie van de manier waarop de GGD de coronapandemie evalueert? En de genoemde leerpunten, maar dat hebben we al eerder gezegd. Een echte evaluatie halen wij niet uit de tekst. Dit antwoord moet volgens ons gehaald worden uit de aanleiding: wat is de rol van de GGD die gedurende de coronacrisis klaarblijkelijk sterk veranderd is. Vraag 2, wat vindt de commissie van de nieuw geformuleerde speerpunten? Dan gaat het over lokale of regionale aanpak. De GGD verwoordt de 3 speerpunten met een wederzijdse afhankelijkheid die niet los van elkaar kan worden gezien.
Daar zijn we het helemaal mee eens, want bescherming van publieke gezondheid, een gezonde levensstijl, preventie en gezonde leefomgeving hebben allemaal met elkaar te maken, maar dat waren al de taken van de GGD, ook voor de coronatijd, dat is hun corebusiness. Ten tijde van de pandemie is maar weer gebleken hoe cruciale positie die GGD heeft. Ze is een spin in het web van ministerie, medici, gemeenten en bewoners. Taken kunne zowel regionaal als lokaal worden vorm gegeven. L3B veronderstelt dat lokaal meer ruimte biedt voor op maat organiseren, terwijl de verenigde krachten en inzichten weer zouden kunnen pleiten voor een regionale aanpak. L3B is daarom van mening, dat dit afhankelijk van de doelstelling en de schaalgrootte moet worden bepaald. Vraag 3, de omschreven succesfactoren. Dat zijn er 9. Wij zullen ons in de woordvoering focussen op de laatste 2 succesfactoren, die met name gaan over data en de verwerking daarvan. Hier is zeker aandacht voor nodig, maar wat L3B betreft wel vanuit een andere focus dan hoe het nu omschreven is. In het document gaat het vooral over optimalisatie van processen, analytische doeleinden en het zijn van een informatieknooppunt.
De GGD datalek uit 2021 is in omvang het grootste datalek dat Nederland ooit heeft gekend, dus L3B zou graag zien dat de GGD haar focus legt op data-veiligheid, zodat bewoners niet alleen van Lansingerland maar van onze regio weer gerust gebruik kunnen maken van de GGD-diensten zonder daarbij het risico te lopen dat persoonlijke gegevens op straat komen te liggen. Om die reden ziet L3B de digitale veiligheid van de GGD als speerpunt. Om af te sluiten, we zijn het volledig eens met de heer Lieverse om zonder papieren tijger nader met de GGD in overleg te gaan om verder te verdiepen op dit onderwerp. Dank u wel, meneer Lieverse. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Allereerst wil de commissie en de heer Lieverse bedanken voor het agenderen. Namens de gemeente ben ik lid van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling van de GGD en het is goed om vanuit de raad wat mee te krijgen, waar uw aandachtspunten zitten, wat u belangrijk vindt, dus daarom is dit bespreekpunt voor mij ook heel fijn. U zei: we moeten nader in overleg met de GGD. Het werd in die brief ook aangeboden, ik denk dat de directeur daar ook heel graag toe bereid is om hier in de commissie van gedachten te wisselen over deze punten, maar het is aan u en de griffie om dat te organiseren. Ik weet dat dat voor de GGD ook heel belangrijk is.
Ik ga niet op alle punten in, maar er waren een paar punten waarop aan het college, aan de wethouder, om een reactie werd gevraagd over de financiële middelen. Eigenlijk heeft u elkaar, dat vind ik altijd mooi, in de bespreking in de commissie daar al antwoord op gegeven. Mevrouw Draak, ik vond het een mooie analyse van u, juist omdat het een hele grote GGD is, zijn die algemene kosten wat beter verdeeld. Wethouder, wat ga je eraan doen? Het is inderdaad zo, we zitten in een gemeenschappelijke regeling met al die gemeenten. Ik heb pas een discussie meegemaakt over de kosten om te adviseren over de omgevingswet, wat voor Lansingerland heel vanzelfsprekend was om dat bij de GGD onder te brengen, omdat daar de expertise zit, dat werd door u ook genoemd, de luchtkwaliteit, de leefomgeving, daar heb je de GGD voor nodig. Maar dat werd elke keer afgestemd door de meeste gemeenten, omdat ze geen extra geld voor de GGD wilden voteren, raar woord, maar u begrijpt wat ik bedoel. De gemeente Lansingerland heeft gezegd: wij willen dat nu dus wel gaan inkopen bij u, want de GGD moet ook expertise opbouwen en daarvoor moet de gemeente over de brug komen met geld, want anders hebben we dat niet. Zo zit gemeente Lansingerland in deze regeling.
Dus, wethouder, wat doe je eraan? Ja, dat is ook wel het samenwerken binnen een gemeenschappelijke regeling, waar iedereen het erover eens moet zijn, maar waar je als gemeente naast de basistaken ook je eigen plustaken in kunt kopen en wij daar graag gebruik van maken. Meneer Xhemaili en anderen hadden het over de preventieve aanpak, preventieve leefstijl. Het college zelf, zoals de oude raadsleden, van de vorige periode, weten is de gemeente druk bezig met de nieuwe samenlevingsvisie voor de komende periode waar juist dit helemaal bovenaan staat. U heeft al een soort workshop gekregen over positieve gezondheid, dat hoorde ik in een aantal woordvoeringen ook terug, dat is veel meer dan niet ziek zijn, juist aan de voorkant het blijven meedoen in de maatschappij, dat is positieve gezondheid en daar zet onze gemeente uiteraard volop op in, omdat we aan zien komen dat de WMO-kosten echt heel explosief gaan stijgen en we dus aan die kant moeten gaan zitten, al is het
25/28
alleen maar om de kostenkant te kunnen beheersen, maar het allerbelangrijkst is dat het voor inwoners fijn is om in hun eigen kracht te staan, niet afhankelijk te zijn van allerlei zorgverleners, maar zelf hun leven te kunnen bepalen. De PvdA vroeg naar wat sleutelfiguren in de wijk zijn. Ik weet dat het met name in Rotterdam een aanpak is, dat was het al heel lang, om in wijken met veel achterstanden te zoeken naar buurtvaders als het gaat over veiligheid, over gezondheid. Ik zie vaak een huisarts uit Rotterdam op televisie, dat is ook zo’n sleutelfiguur die groepen bereikt die wij als overheid niet zo makkelijk bereiken. Dat zijn sleutelfiguren, die er op allerlei terreinen zijn. De heer Bergwerff heeft terecht geconstateerd, dat het inderdaad een gemeenschappelijke regeling is en dat er ook gemeenten zijn die geen extra geld op en begroting op kunnen nemen, dus ik ben er al heel blij mee dat we straks het geld voor de omgevingswet, daar loop ik op vooruit, maar dat we dat gaan opnemen in onze begroting, maar daar gaat u uiteraard over. Mevrouw Van Splunter is echt geïnspireerd door dit stuk, dus wij begrijpen elkaar goed en weten dat we als gemeente juist hierop in gaan zetten.
Doen we het dan dubbel? Nee, ik zie de GGD echt als het kennisinstituut voor bijvoorbeeld de advisering omgevingswet, heel veel regionale kennis moet daar zitten en opgebouwd worden, maar lokaal moeten wij al onze netwerken inzetten om dit voor elkaar te krijgen. Dus bij al je preventieve acties richt je je subsidies zo in, dat het daar op ingezet wordt. Je helpt je vrijwilligersorganisaties om hierop in te zetten. Daar ga je als gemeente op sturen. Daar komen we verder nog over te spreken in diezelfde samenlevingsvisie, waar dit echt het overkoepelende thema is. Ik heb wel gezegd: omgevingsvisie, samenlevingsvisie. Volgens mij staat het woord gezondheid daarboven, is dat waar we als overheid, als gemeente de komende jaren ons echt mee bezig moeten houden. Mevrouw Draak, dank u voor uw analyse, die hielp mij ook. Dat weet ik niet, hoor, mevrouw Heijblom, hoe het staat met het gemeentelijk preventieakkoord. Sinds ik hier in november begonnen ben heb ik daar nog niet over gehoord, maar ik denk dat uw analyse juist is, als die capaciteit er op dit moment nog niet is.
Ik kan het me voorstellen dat we het laten meegaan met de samenlevingsvisie, waar dit ook bij hoort, dus dat we dan niet onder de noemer gemeentelijk preventieakkoord hebben, maar wel met elkaar die speerpunten gaan vaststellen in de overkoepelende samenlevingsvisie, maar dat zeg ik nu even vanuit mijn idee daarover, daar gaan we naar kijken, maar fijn dat u dit aandachtspunt heeft meegegeven, dat gaan we zeker doen. Mevrouw Gielis, dank. Ja, dat datalek, dataveiligheid, oh, wat is dat belangrijk. Nu heeft u wel een aantal dingen genoemd waar niet alleen de GGD voor verantwoordelijk was, want corona was iets van VWS, maar dat hoef ik u ook allemaal niet uit te leggen. Het was gezamenlijk, grote inspanning gepleegd. Misschien mag ik 1 aandachtspunt zelf mee geven, de GGD had ook een succesfactor, een goede samenwerking met de JGZ. Ik had me erover verbaasd toen ik hier in november binnen kwam, toen dacht ik: waar is de JGZ hier? Dat zit hier dus in een andere regeling van de CJG, dan heb je een raad voor publiek belang, wat ik een ingewikkelde regeling vind. Als je het hebt over: gaat het geld naar overleggen en allerlei organen. Dan zou het voor mij persoonlijk een verbetering zijn als ze de JGZ gewoon bij de GGD onderbrengen, maar het is een heel persoonlijke noot, die wordt zeker niet door mijn collega’s in de regio gedragen, maar de GGD snapt mij wel.
Dat komt omdat ik uit een andere regio kom. Tweede termijn De heer Lieverse, CU: Dat wordt een korte tweede termijn, ook om het tijdstip. Overigens, ik had een opmerking over saai, maar dat was ironisch bedoeld, voor de helderheid. Ik heb met veel plezier 8 maanden gewerkt bij de GGD, zij het een andere GGD dan deze, tot afgelopen februari. Een aantal dingen om op te reageren. Er werd door de VVD iets gezegd over: hoe belangrijk is het eigenlijk, want huisartsen en fysiotherapeuten doen toch ook al iets aan preventie. Het is een heel andere soort preventie als je praat over publieke taken. Om een voorbeeld te noemen: een kind wordt gezien door het CJG, maar een kind dat naar de kinderopvang gaat of de kinderopvang hygiënisch in orde is, doet de GGD, dat is een publieke taak. Als het gaat over de huisartsen die zich op dit moment bemoeien met de medische zorg aan Oekraïners, dan loopt dat via de GGD. Ze moeten ook declareren via de GGD, dat is namelijk een publieke taak, om dat goed op gang te krijgen. Mijn vrouw deed vanmiddag spreekuur, ze zag een patiënt die ze verdacht van apenpokken, zij heeft ter plekke met de GGD overlegd: wat moet ik doen, wat is de richtlijn hiervoor? Dat is de kennis die gebruikt wordt om en zorg maar ook publieke taken te verenigingen.
Op dit moment speelt ook de apenpokken, het is maar wachten wat een vogelgriep gaat doen, wat de varkenspest gaat doen, of het overspringt van dier op mens. We hebben een krachtige GGD nodig om dat soort dingen voor ons in de gaten te houden. Ik ben vooral blij met de opmerkingen die gedaan zijn om de GGD hier een keer uit te nodigen. We hebben ooit een beeldvorming gehad, die niet door kon gaan wegens corona, maar ik denk dat het fijn zou zijn om opnieuw de directeur te vragen om alsnog die beeldvorming te doen met deze nieuwe raad. Dat zal natuurlijk niet meer voor de zomer zijn, maar het zou wel heel welkom zijn. Tot zover. Mevrouw Draak, VVD: Ik wilde alleen even heel kort reageren op de heer Lieverse. Als het overkwam alsof ik me afvroeg of het belangrijk was wat de GGD deed, dat was niet wat ik wilde zeggen. Mijn zorg zit er meer in dat als heel veel partijen zich met preventie bezig gaan houden of er dan niet overlappen
26/28
zijn en of je dan de capaciteit van de GGD niet beter op een andere manier kunt gebruiken omdat andere partijen ook al aan preventie doen. Het was meer een soort vraag, een open vraag waar ik het antwoord niet op weet, gewoon iets wat in mijn gedachten speelt als ik deze stukken lees. Zo was het bedoeld. Inderdaad, er lopen zaken door elkaar heen, de GGD heeft controlerende taken, heeft preventieve taken, heeft taken in gezondheidscrisis, het doet ook nog iets aan reizigerszorg, geeft allerlei adviezen over bijvoorbeeld ongedierte, hygiënecontroles, dus we weten hoe belangrijk de GGD is bij de VVD. Ik hoop dat ik hiermee de heer Lieverse heb gerust gesteld. De heer Xhemaili, PvdA: Ik wil de heer Lieverse en de wethouder nogmaals danken voor de beantwoording en agendering van dit bespreekpunt. Ik kan uiteraard niet overeenkomen aan de woorden van de heer Lieverse, zeker niet vanuit zijn deskundigheid en expertise als arts, dus heel mooi. Ik wil even terugkomen op de samenlevingsvisie, die de wethouder benoemde. Mooi, dat het er komt en dat daar aandacht is voor preventie en stimuleren van een goede leefstijl. Dat is heel belangrijk in een gemeente, zeker bij de mensen die een krappe beurs hebben, een sporttoelage, dat is wat bij me opkomt, maar ik vind het wel belangrijk dat dat komt en dat wij daar met zijn allen nog een ei over gaan leggen, ermee aan de slag gaan. Heel fijn.
Dank u wel. Mevrouw Van Splunter, GL: Dank wethouder, voor de beantwoording van de vragen. Als GL, groentje, ben ik heerlijk aan het grasduinen in alle visiestukken, overdrachtsdossiers, die hiermee te maken hebben, dus daar ga ik absoluut verder mee. Ik ben ook zeer groot voorstander van een gesprek met de GGD en volgens mij is in de brief van de GGD gevraagd om vanuit deze koers en ambities rekening te houden met wat erin staat als het gaat over een keuze maken in ons eigen beleid. Die wilde ik nog even graag benadrukken, want ik denk dat als we allen aangeven dat preventie belangrijk is en dat de GGD een mooi orgaan is met expertise, dat we aan die vraag moeten voldoen. De heer Alsemgeest, WIJ: Een paar puntjes, terugkomend naar de wethouder. Zij sprak van: wethouder, wat ga je eraan doen? Ik had een beetje het idee dat dat uit mijn mond kwam en dat kan nooit zo de bedoeling zijn geweest, dat dat zo overkwam, want dan moeten we de vraag stellen: wat gaan we eraan doen? En niet: wethouder, wat gaat u eraan doen? Verkeerd. Heb ik nog een opmerking naar mevrouw Draak. We hebben 1,3mln inwoners in deze regio en daarom zou het bedrag wel wat lager kunnen zijn. Dan heb ik het idee: massa is kassa. Maar dat kan natuurlijk niet zo zijn. Ik denk dat er binnen onze regio hele andere problematiek speelt dan bijvoorbeeld in de regio Drenthe, Groningen of Friesland.
Daar is bijvoorbeeld de luchtkwaliteit al heel anders dan bij ons, dus daar moet ook anders met het geld omgegaan worden. Voor de rest, het idee om de directeur van de GGD uit te nodigen om hier eens wat meer over te komen vertellen, dat lijkt mij een geweldig idee. Mevrouw Draak: Ook hier weer even ter verduidelijking, ik weet het echt niet beter ofzo, of het teveel of te weinig is, maar ook dit was meer een overdenking. Er wordt gezegd: ja maar de GGD Rotterdam Rijnmond krijgt zoveel minder geld. Aangezien dat gat zo groot is, ben ik wat onderzoek gaan doen en was het mijn conclusie dat het er mogelijk mee te maken heeft, maar ook hiervoor geldt weer dat het heel belangrijk is dat de dingen die u noemt goed gebeuren en goed georganiseerd zijn. De heer Alsemgeest: Heel goed, mevrouw Draak, dank voor de interruptie. Ik denk dat dit één van de eerste punten is die we kunnen bespreken met de directeur van de GGD als hij bij ons op visite komt. Dank u wel. Mevrouw Gielis, L3B: Gezien alles wat hier vanavond over gezegd is, onderschrijven wij heel erg van harte het idee om de directeur van de GGD hier uit te nodigen. De gedachte van de wethouder begrijpen wij, over het verbinden van de JGZ en de GGD, die zullen we dan ook zeker in de bespreking naar voren laten komen. Dank u wel.
De voorzitter: Er wordt nu geen beslissing gevraagd over dit agendapunt, dus dan sluiten wij hierbij het agendapunt af. 7. Actualiteiten uit het college De voorzitter: Heb ik het goed begrepen, wethouder Cnossen, dat u uw actualiteit reeds heeft gedeeld? Wethouder Cnossen: Dat heeft u goed begrepen. De voorzitter: Uitstekend. 8. Actualiteiten uit de commissie De voorzitter: Eén van de commissieleden met een actualiteit? De heer Lieverse, CU: Het is goed om te melden, wat ook in de IBABS-agenda staat, er is een Samen aan zet-bijeenkomst. De wethouder was er aanwezig en ook Leon Erwich. Het was heel vruchtbaar om met een heleboel organisaties bij elkaar te horen hoe zij het probleem eenzaamheid onderkennen, in kaart brengen. Het was over en weer heel leerzaam om met elkaar kennis te maken en erover te leren.
27/28
9. Verbonden partijen De voorzitter: Eén van de commissieleden die daar iets over wil zeggen? Nee. Dan wil ik er nog wel graag iets over zeggen tegen u allen, als uw voorzitter. In de commissie samenleving valt o.a. ook de gemeenschappelijke regeling jeugd. Dat is precies een gemeenschappelijke regeling waar op dit moment nog geen raadsrapporteur is aangesteld, geen van de fracties heeft daarvoor een kandidaat aangewezen. Ik wil u maar even meegeven namens het enthousiaste team en de wethouder, doe o.a. de GR jeugd in de portefeuille heeft, dat zij er enorm naar uitkijkt om samen te werken met een raadsrapporteur. Mocht u zich nog bedenken en het alsnog graag willen, dan kunt u zich melden bij de griffie. U heeft nog een paar weken om dat te bedenken. De heer Lieverse heeft gelijk, nog 1 week. 10. Rondvraag en sluiting De voorzitter, om 23.10 uur: Wij hebben vandaag een aantal insprekers gehad, wij hebben over 2 stukken ter besluitvorming aan de raad voorgelegd die als hamerstuk vast te stellen, we hebben een bespreekpunt van de heer Lieverse gedaan en we hebben gemerkt dat we op een nieuwe manier gaan samenwerken met uw voorzitter, dat wordt even wennen aan elkaar, daar gaan we een succes van maken. Ik wil u in ieder geval hartelijk danken voor deze vergadering. Ik sluit de vergadering.
Verslag opgesteld door Marianne Jansen, Lothassa Secretarie, met behulp van geluidsopname.
28/28