[BV22.0062] Verslag commissie Samenleving van 9 juni 2022
Tekst van het document
VERSLAG Commissie Samenleving
Datum vergadering
: 9 juni 2022
Aanwezig in de raadszaal: Commissieleden: WIJ Lansingerland : Abdel Afalah, Jan Alsemgeest Leefbaar 3B : Marjolein Gielis, Carin van Rooijen, Leon Erwich CDA : Dave Bergwerff, Rita Leijendekker VVD : Marloes Draak, Boris Wezenberg, Eric Kampinga D66 : Eva Heijblom, Sander Smolders CU : Paul Lieverse, Annette Molenaar-Van der Beek GroenLinks : Selgei Gabin, Menno Duk, Manon van Splunter PvdA : Sonnie Biharie, Valmir Xhemaili Wethouders
: Titia Cnossen
Voorzitter Commissiegriffier
: Matthijs Machielse : Rianne Kokke
Afwezig WIJ Lansingerland CDA PvdA
: Chantal van Weede : Nelleke Bouman : Petra Verhoef
1. Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter, om 20.00 uur: Dames en heren, goedenavond, welkom bij de commissie samenleving. Hierbij open ik de vergadering. Ik wil allereerst beginnen met een aantal mededelingen. Alvorens ik alle mededelingen voorlees, wil ik alvast uitspreken dat ik het een bijzondere eer vind om de komende 4 jaar deze commissie te mogen voorzitten. Het is niet de eerste keer deze raadsperiode dat de commissie samenleving vergadert, maar het is wel de eerste keer dat ik hem mag voorzitten. In eerdere edities was of ik verhinderd of waren de commissies samengevoegd. Ik kijk er enorm naar uit om de komende 4 jaar gezamenlijk bij te dragen aan een mooier Lansingerland vanuit deze commissie. En dat gaan we samen doen, dat gaan we doen met het scherpe debat door naar elkaar te luisteren, door elkaar ruimte te geven, dat gaan we doen met inwoners, insprekers, vanavond al aanwezig, en natuurlijk samen met het college. Ik kijk er enorm naar uit en ik reken op al uw medewerking daarvoor. Over naar een aantal praktische mededelingen van de dag. Mevrouw Bouman van het CDA is afwezig en mevrouw Van Weede van WIJ is afwezig. Overige afwezigheidsmeldingen zijn mij niet bekend en ik zie ook geen verdere mededelingen van uw kant. 2. Insprekers De voorzitter: We hebben 2 insprekers deze avond.
Allereerst mevrouw Sacha Rutten over de werkwijze van de gemeente inzake de tijdelijke huisvesting van basisschool Treehouse aan de Zuiderparklaan te Bergschenhoek. Inspreker 1: Mevrouw Rutten: Dank aan de griffier voor het inpassen van deze inspreektijd. Goedenavond aan alle commissieleden. Mijn naam is Sacha Rutten, ik ben bewoner van de Zuiderparklaan en ik ben hier niet alleen namens mezelf, maar namens alle omwonenden van de begraafplaats. We hebben u al geïnformeerd in een brief van afgelopen dinsdag, over de plannen van de gemeente en over de werkwijze. De boodschap van deze brief gaat eigenlijk over burgerparticipatie, of eigenlijk het ontbreken daarvan. De gemeente en de politieke partijen hebben diverse fora aangegeven, dat burgerparticipatie heel hoog op de agenda van de gemeente staat en dat zij het belangrijk vinden. Het in de praktijk brengen van deze burgerparticipatie lijkt echter niet één van de sterkste punten van de gemeente, want in ons geval doen ze aan besluitvorming zonder met direct belanghebbenden te praten of bereikbaar te zijn voor de dialoog. Zoals in de brief ook al aangegeven, zijn wij op 17 maart geconfronteerd met een brief van de gemeente, waarin ze aangeven heel verheugd te zijn, dat zij tijdelijk een basisschool gaan vestigen op het terrein voor onze woningen. Ook werden de bewoners in
1/28
deze brief uitgenodigd voor een informatieavond. Als bewoners waren wij heel verrast over dit bericht en wij zijn nog steeds niet verheugd over de basisschool die midden voor onze deur komt. Bovenal zijn wij verbaasd waarom we niet betrokken zijn bij een besluit, dat zo’n grote impact heeft op de kwaliteit van onze leefomgeving. We hebben ons met een groot aantal omwonenden gemeld op de informatieavond en daar zijn wij door de wethouder en de projectleider geïnformeerd over de plannen. Tijdens de presentatie werden wij wederom verrast met het feit dat er al op 16 maart een aanbesteding was gestart voor de aanschaf van lokalen op de locatie. Maar ook dat er nog geen aanvraag tot een tijdelijke omgevingsvergunning was opgestart. Na de presentatie zijn veel vragen gesteld door de bewoners, met name vragen over de gevolgen voor bewoners en gevolgen voor de leefomgeving, o.a. over de toename van de verkeersdruk, de veiligheid van verkeersdeelnemers in de straat, want de infrastructuur past volgens ons niet, de toename van de parkeerdruk en de mogelijke geluidsoverlast, de positionering van de school en het aantal verwachte leerlingen. Daarnaast is er door de bewoners mee gedacht in oplossingen en die hebben we aangedragen tijdens de vergadering.
Echter, veel vragen die wij gesteld hebben bleven onbeantwoord en werden door de gemeente, door de wethouder en de projectleider, weer terug genomen. ’s Avonds toen ik thuis kwam bekeek ik de aanbesteding en toen dacht is: op de helft van de vragen die wij gesteld hebben, staan de antwoorden nu dus gewoon op internet. Is dit bewust gedaan? Is deze informatie bewust achter gehouden? Of waren de wethouder en de projectleider heel slecht voorbereid? Op 21 april hebben wij verslag van deze bijeenkomst gekregen en daarin stond dat de aanbesteding al liep en dat de tijdsdruk zo hoog is, dat de gemeente geen aanpassingen meer kon doen en onze suggesties niet meer meegenomen konden worden. Daarnaast gaf zij aan, dat er heel veel kosten aan verbonden zouden zijn en dat het daarom ook niet kon. Wat wij heel tekenend vinden, is dat de beheerder van de begraafplaats wel is mee genomen in de gesprekken vooraf en dat zijn suggesties en wensen wel zijn meegenomen. Om ook iets positiefs te zeggen: de gemeente heeft wel invulling gegeven aan de afspraak met de verkeerskundige. Wij hebben op 10 mei samen met de projectleider en de verkeersdeskundige een rondje gelopen om alles te bekijken. We hebben toen ook aangegeven, dat de berekeningen die zijn gemaakt voor de parkeerplekken volgens ons niet correct waren.
We hebben die berekeningen aan de verkeerskundige gestuurd en wij wachten na 4,5 week nog steeds op antwoord over de berekeningen. Om wel de informatie boven water te krijgen over de besluitvorming, op basis van welke feiten dit besluit genomen is, heb ik in het kader van de wet open overheid een verzoek ingediend bij de gemeente. Dit heb ik gedaan op 20 april en op 24 mei heb ik een reactie ontvangen dat de gemeente extra tijd nodig heeft en dat ze mij uiterlijk 1 juni mij zouden informeren. Ik heb tot op vandaag verder geen informatie mogen ontvangen. Mijn conclusie is dan ook, dat we ons niet serieus genomen voelen. We staan als het ware met de rug tegen de muur. We worden niet voorzien van de juiste informatie en de gemeente gaat gewoon door met de uitvoering van alle plannen. Wij zijn van mening, dat de gemeente onze belangen m.b.t. huisvesting van de school niet heeft meegenomen in het besluit en zeker ook niet in de uitwerking van het besluit. De bewoners hebben ondertussen vraagtekens bij de processtappen die door de gemeente zijn genomen, maar we hebben hier helaas dus geen inzicht in omdat de informatie nog niet is aangeleverd. We willen graag als bewoners met de gemeente in overleg om tot een door iedereen gedragen oplossing te komen. Dit is een oplossing waarbij het voor alle partijen de overlast tot een minimum beperkt wordt.
De voorzitter: Wilt u gaan afsluiten? Mevrouw Rutten: Ik heb nog 3 zinnen. De gemeente informeert ons slechts en slecht. Burgerparticipatie vinden wij dan ook ver te zoeken. Hierbij willen we daarom een beroep doen op de commissie om deze zaak verder te onderzoeken en de dialoog tussen de bewoners en gemeente te bewerkstelligen. De voorzitter: Voor de goede orde meld ik dat het niet de bedoeling is om vanaf de publieke tribune visueel of auditief bij te dragen aan de vergadering, maar het applaus is u wel toegekomen. Zijn er verhelderende vragen vanuit de commissie? De heer Alsemgeest, WIJ: Dank aan mevrouw Rutten voor het inspreken. Het spijt me, ik was ook uitgenodigd om die informatieavond, 11 april was dat neem ik aan, het was mijn verjaardag, ik was er niet, anders had ik ook gehoord wat daar allemaal gezegd is. Nu is mijn vraag wel een beetje, want dat komt niet uit uw inspraak. (…) (het geluid verspringt naar een volgende spreker, MJ) De heer Bergwerff, CDA: (…) Als ik het goed begrijp, bent u echt bezorgd enkel om die verkeersveiligheid, dat is de hoofdreden dat u hier inspreekt. Mevrouw Rutten: Nee, wij zijn bezorgd om de verkeersveiligheid maar ook om de toegenomen parkeerdruk. In het verleden is er weleens een dependance van het gemeentehuis tijdelijk aanwezig geweest op die locatie en toen hebben we heel veel last van wildparkeren en parkeren voor onze deur gehad.
Maar we zijn ook bezorgd over de geluidsoverlast, want de positionering van de school is nu zo ingepland dat alle geluid naar onze huizen wordt weerkaatst, dus het zijn meerdere factoren.
2/28
Mevrouw Biharie, PvdA: Dank u wel voor het inspreken. Sowieso was ik niet bij de presentatie, ik had voor vanavond ter voorbereiding staan hoe de burgerparticipatie was verlopen bij de tijdelijke huisvesting. Als ik goed naar u heb geluisterd, kunt u heel concreet aangeven, de wens van de gemeente is om daar tijdelijk Treehouse te huisvesten, wat zou voor u en samen met de andere omwonenden nodig zijn om wel gezamenlijk, kunt u dat concreet aangeven, om wel voor die tijdelijke huisvesting te gaan? Maar tegelijkertijd tegemoet komen aan wat ik hoor aan overlast, geluidsoverlast, verkeer en dergelijke. Kunt u dat concreet aangeven? Mevrouw Rutten: Goede vraag. We hebben daar natuurlijk over nagedacht. We hebben ook op de informatieavond van 11 april al aangegeven, dat de positionering op dit moment echt niet goed voor ons is. We hebben daar voorstellen voor gedaan, maar de gemeente heeft aangegeven dat dat niet mogelijk is. Dus daar zouden we dan wel verder over in gesprek willen. Mevrouw Biharie: Mijn vraag concreet, zoals ik gelezen heb en de informatie tot mij heb genomen, willen ze in september openen.
Gezien het tijdsbestek, zonder onder druk te zetten, bent u samen met alle omwonenden, nogmaals mijn vraag, misschien een verdieping erin: wat heeft u nodig vanuit de kant van omwonenden om wel op heel korte termijn hier samen uit te komen? Mevrouw Rutten: Ik vind het een lastige vraag die u stelt, want volgens mij heb ik al aangegeven dat het met name gaat om de positionering van de school. Als daar al iets in verandert, dan zijn we al wat meer gerustgesteld, maar ik denk dat er ook verkeersaanpassingen gedaan moeten worden. Wij hebben wel een rondje gemaakt met de verkeersdeskundige, maar ik denk dat er op dat moment een vertekend beeld was, maar daar zouden we dan verder naar moeten kijken, hoe dat opgelost kan worden. Mevrouw Biharie: Dank u wel, dat maakt het iets concreter voor me. Dank u wel. Mevrouw Heijblom, D66: Mevrouw Rutten, dank u wel dat u hier bent, dat is wel een stap. Ik vroeg me af, hebben jullie ook gekeken naar andere scholen in Lansingerland en hoe die een plek hebben binnen de wijken. Ik kan me zomaar een aantal scholen voor de geest halen, die eigenlijk ook heel dicht in bebouwd gebied, in wijken liggen waar eigenlijk weinig tot geen klachten over zijn. Inderdaad, waar wel wat aangepast wordt op het gebied van de verkeersveiligheid, dus dat punt herken ik wel.
Maar hebben jullie daar onderzoek naar gedaan? Mevrouw Rutten: We hebben daar geen onderzoek naar gedaan. Ik ben me wel bewust van het feit dat andere scholen midden in wijken staan, want daar zijn mijn kinderen ook naartoe gegaan. Wat ons daarin steekt, is dat wij en met name ook andere bewoners, daar zijn gaan wonen omdat de locatie de bestemming begraafplaats heeft en dat zou behouden blijven. Nu krijgen we ineens in plaats van heel rustige buren heel luidruchtige buren. Daar zijn we gewoon niet blij mee. Bij de andere scholen is het een keuze om ernaast te gaan wonen, maar wij hebben daar bewust niet voor gekozen. De heer Wezenberg, VVD: Allereerst, ik ben 21 november jarig, dus ik was er wel op die avond. Ik heb daarom de vorige commissie al wat vragen aan de wethouder gesteld en ik heb nu ook weer een rondvraag gesteld, omdat ik met de wethouder graag over het proces wil praten. Ik wil u bedanken voor het gebruik maken van uw inspreekrecht. De voorzitter: Dat is geen vraag. De heer Duk, GL: Ik heb wel een vraag, zoals het hoort. Ik begreep dat het college aangaf, dat de wijzigingen die u vroeg niet mogelijk schijnen te zijn. Hebben ze dat verder onderbouwd? Wat is daar uw reactie op? Mevrouw Rutten: Ja, wij hebben die vragen gesteld.
Wij hebben een antwoord gekregen, dat de aanbesteding al liep en dat gezien de tijdsdruk er geen tijd meer is om met die aanbesteding iets te doen, om het te verlengen. Dus daarom kon er geen wijziging meer plaats vinden. En uw andere vraag was? De heer Duk: Wat uw reactie daarop was, maar die heeft u eigenlijk al gegeven. Mevrouw Rutten: Wij hebben tijdens die informatieavond die suggesties aangegeven en in de loop van het proces kregen we bericht dat ook de notulen vertraagd waren en dat viel toevallig ook heel mooi samen met de sluitdatum van de aanbesteding. Daar heb ik ook op terug gereageerd richting de gemeente, dat is wel een heel conveniënt moment zo. Mevrouw Gielis, L3B: Mevrouw Rutten, bedankt voor uw inspraak. Er zijn al veel vragen gesteld. Ik denk dat mijn vraag aansluit op die van mevrouw Biharie, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Wat zou u op dit moment, het proces is al deels gelopen, maar wat zou u nu verlangen van ons om deze gemaakte start procedureel nog beter te kunnen vervolgen? Mevrouw Rutten: Ik vind het nog steeds een lastige vraag, omdat het proces natuurlijk al een heel eind loopt. Ik weet eigenlijk niet eens wat onze mogelijkheden zijn. Het is een ambtelijk proces, lijkt het. Het is heel moeilijk om daar tussen te komen.
Wij willen eigenlijk gewoon in gesprek om wel onze wensen te kunnen uiten en ook ervoor te zorgen dat we zo min mogelijk overlast krijgen. Maar het lijkt alsof het proces al gelopen is. Mevrouw Gielis: Mag ik het samenvatten? Als u concreet in gesprek kunt gaan met iemand uit de ambtelijke organisatie om dit proces anders te vervolgen of nader te vervolgen, dan bent u geholpen? Mevrouw Rutten: U heeft het nu alleen over het proces, maar het gaat natuurlijk ook om de dingen die concreet gaan gebeuren. Daar willen wij echt wel een verandering in zien. Dat is niet alleen het proces, we willen ook dat die school een andere positionering krijgt.
3/28
De voorzitter: Er zijn geen verdere vragen meer vanuit de commissie, dus dan wil ik u danken voor uw inspraak. Ik zou u willen uitnodigen om nog even de vergadering te volgen, omdat er later een rondvraag volgt op dit punt. Ik zie op de valreep nog een vraag. De heer Xhemaili, PvdA: Ik heb een heel korte vraag. Wat bedoelt u met een andere positionering van de school? Kunt u dat kort toelichten, want ik heb er geen helder beeld bij. Mevrouw Rutten: Ja, dat kan ik zeker. De school is nu zo gepositioneerd in een L, dat de geval voor onze deur komt en daarvoor zit een speelplaats. Al de spelende kinderen, al dat geluid sowieso al, dat weerkaatst tegen de gevel van onze huizen. Als er een draaiing zou plaats vinden van de school, dan zou het geluid een andere kant uit gaan. Dan zouden wij als bewoners minder overlast hebben. De voorzitter: Daarmee zijn we wel aan het eind gekomen van uw inspraak. Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Dieterich over het integraal kindcentrum en het integraal huisvestingsplan. U heeft 5 minuten. Inspreker 2: Mevrouw Dieterich: Ik wil graag vanavond gebruik maken van mijn spreekrecht inzake de IKC vorming binnen Lansingerland en daarbij indirect de huisvesting onderwijs. Ik spreek vanuit mijn functie als directeur bestuurder van de voorschoolse voorzieningen Bleiswijk, genaamd de Peuterhoek.
Ik denk dat het goed is van tevoren te benoemen dat ik besef dat het vormen van een beleidskader van een IKC een lastige kwestie is geweest, nog steeds is, waarbij veel zaken vanuit verschillende ooghoeken bekeken zullen zijn en moeten worden. Daarom betreur ik het ten zeerste dat wij als voorschool er niet bij betrokken zijn. Juist de voorscholen nemen naar mijn mening een belangrijke plek in voor de ontwikkeling van kwetsbare kinderen en ouders met één inkomen. Daarom vind ik het belangrijk dat wij een plek behoren te krijgen binnen de vorming van een IKC-beleidskader. Daarbij houden ouders ook een vrije keuze. Daarnaast vraag ik me af of de gemeente beseft, dat zij op deze manier huisvesting faciliteert voor grotere commerciële partijen, die vervolgens concurrerend op zullen stellen ten opzichte van de huidige eigen voorschoolse voorzieningen. Een voorschoolse voorziening waarin in elk geval al meer dan 50 jaar een nauwe en tevreden samenwerking is met de gemeente, een kwalitatief hoge pedagogische zorg wordt verleend aan de peuters binnen de gemeente. Maar naast investering in de pedagogische kwaliteit ook investeringen zijn gedaan op het gebied van duurzame huisvesting met zonnepanelen, warmtepomp en een goed ventilatieklimaat.
Daarnaast ben ik van mening, dat wanneer er meerdere voorschoolse voorzieningen opgericht zullen worden er juist versnippering zal ontstaan van de kwetsbare kinderen en dat dit de kwaliteit niet ten goede zal doen komen. Ik ben van mening dat het de kwaliteit juist zal bevorderen wanneer er een centrale locatie is die zich specialiseert op dit gebied, zoals wij op dit moment ook leveren. Een kanttekening daarbij, in verband met de huidige situatie rondom het tekort van pedagogische medewerkers, baart mij zorgen, waardoor voorschoolse voorzieningen mogelijk zullen zijn met zulke kleine aantallen, doelgroepkinderen voor commerciële partijen. Kortom, ik vind het belangrijk en noodzakelijk dat de positie van de huidige voorschoolse voorzieningen betrokken worden in de plannen van de nieuw te vormen IKC’s binnen de gemeente Lansingerland. Ik hoop dat er een notitie bij het voorstel opgesteld kan worden, waarin hier aandacht voor wordt gevraagd. Is het nodig om deze organisaties onder één dak te brengen bij het IKC of moet er worden geïnvesteerd in afstemming en samenwerking en vindt besluitvorming daarna plaats? Ik hoop dat dit per situatie kan worden bekeken. De heer Afalah, WIJ: Even een vraagje. U zegt dat u liever voorstander bent van 1 systeem voorschool voor alle scholen, dat is wat ik begrijp.
Hoe kijkt u er tegenaan, kijk, wij als gemeente gaan natuurlijk niet over de invulling van IKC, school en kinderdagverblijven, voorschool. Wij gaan alleen faciliteren, dat is nu wat we willen doen. Hoe ziet u dan de keuzevrijheid van schoolbesturen om zelf hun keuzes daarin te maken, met wie ze samenwerken en op welke wijze? Elke school heeft een eigen identiteit en ook de voorschool moet wel passen bij de identiteit van de scholen. Hoe kijkt u daar tegenaan? Mevrouw Dieterich: In de afgelopen jaren hebben wij er niet mee te maken gehad dat de identiteit of de verlenging van de voorschool naar primair onderwijs, dat daar problemen waren. Naar mijn idee moet dat geen probleem vormen. Ik denk juist dat die versnippering de kwaliteit van de voorschoolse voorzieningen zal doen verminderen. De heer Afalah: Op basis van wat denkt u dat die kwaliteit dan achteruit zal gaan? Ik neem aan, dat de kwaliteitsnormen gelden voor zowel voorschool maar ook voor een commerciële partij, die dat zou willen doen in een IKC. Mevrouw Dieterich: Ik denk dat als er versnippering ontstaat, dat er zo’n klein aantal doelgroepkinderen zal zijn, dat ik denk dat de kwaliteit zal verminderen, omdat je juist met wat grotere aantallen die kwaliteit beter kan regelen. Mag ik nog wat toevoegen? Ik denk ook wel dat het goed is, juist om dat per situatie dat te bekijken.
Dus per IKCvorming te kijken waar er behoefte aan is. Niet zozeer dat dit een strakke regel zal zijn, maar mijn vraag is meer: bekijk het per geval, per situatie.
4/28
Mevrouw Biharie, PvdA: Dank u wel voor uw verhaal. Als ik goed naar u heb geluisterd hoor ik 2 dingen die ik eruit haal: versnippering en uw zorgen en bedenkingen over de kwaliteit. Zoals mijn voorganger hier eerder heeft benoemd, wij zijn alleen de voorfinanciering van de ruimte. Op de wens van de ouders en de schoolbesturen, de voorschoolse opvang en de invulling met alle partijen in de locaties van de IKC, dat is aan het schoolbestuur in samenspraak met de betrokken partijen. Mijn eerste vraag is: bent u vanuit het schoolbestuur, of anderen van u, daarin meegenomen? Wij gaan niet inhoudelijk in de uitvoering daarover. Mevrouw Dieterich: Nee, wij zijn er niet in meegenomen. Dat is juist het punt dat ik naar voren wil brengen. Mevrouw Biharie: Zoals we aangeven, het is aan de schoolbesturen op de IKClocaties, is het misschien een idee dat u daar de contacten, het initiatief neemt om zelf in gesprek te gaan? Dat lijkt me een optie, want wij voorfinancieren alleen de locaties. Ik heb nog een vraag. U heeft het over de kwaliteit, als ik de informatie tot me heb genomen, de kwaliteit die kleine locaties biedt, het is aan u om de kwaliteit ook op andere locaties, over de pedagogiek voor onze jongste inwoners, ik begrijp even niet goed waar u uit opmaakt dat de kwaliteit zou verslechteren. De kwaliteit is in uw handen, u heeft ruimte, u maakt een deel van het totaalpakket.
Het woordje versnippering en dat de kwaliteit eronder zou lijden, dat is voor mij onduidelijk. Zou u dat kort kunnen toelichten? Mevrouw Dieterich: Ik wil even terugkomen op de eerste vraag. Het is inderdaad de ruimte die gefaciliteerd wordt, maar de gemeente is wel ook verantwoordelijk voor de voorschoolse educatie en het onderwijs afstanden beleid, dus daar heeft zeker de gemeente ook een verantwoording in. Daarom vind ik het jammer dat na zo’n lange samenwerking juist de huidige voorschool die er is niet wordt meegenomen in de plannen voor IKC-vorming. De tweede vraag, wat mijn visie zou zijn, wat mijn visie is, om juist één centraal punt te hebben en vanuit daar aan de doelgroep de pedagogische zorg te verlenen. Ik vind het lastig om in woorden te uiten hoe ik dat zie. Ik zou de centrale plek, die we hebben, willen behouden en onze expertise willen uitstrekken naar het primair onderwijs. Mevrouw Leijendekker, CDA: Ik had een vraag. Ik ken uw centrum, ik woon in Berkel en Rodenrijs dus ik ken uw centrum niet. Ik begrijp dat dit om peuters gaat, een deel van de voorschoolse opvang. Dit gaat om 2-4 jarigen, waar u het over heeft? Mevrouw Dieterich: Ja, dit is de voorschoolse voorziening, waar ook voorschoolse educatie wordt geboden. Dat is inderdaad de peuterleeftijd, 2-4 jaar.
Dan vooral de taalachterstand, de voorschoolse educatie, dus niet voorschoolse opvang, maar echt voorschoolse educatie. Mevrouw Leijendekker: Dat is iets anders dan wat ik nu uit de stukken rondom het integraal kindercentrum begrijp, dat de opvang van 0-4 wordt gezien als één. Daar zou soort onderscheid in moeten worden gemaakt. De crèche, de echte kinderopvang, maar ook het educatieve gedeelte. Dat maakt het voor de schoolbesturen wat ingewikkelder, denk ik. Mevrouw Dieterich: Ik wil in ieder geval dat er aandacht wordt besteed aan het feit dat er al voorschoolse voorzieningen zijn. Ik weet niet of het verstandig is om allemaal verschillende voorschoolse voorzieningen erbij op te richten. Mevrouw Leijendekker: Dan ziet u concurrentie? Mevrouw Dieterich: Precies. Het gaat om het bestaansrecht van de Peuterhoek, dat wil ik hierbij noemen. Mevrouw Heijblom, D66: Inmiddels zijn er al zoveel vragen gesteld. Ik begreep het niet goed. U heeft het over vanuit één locatie die voorschoolse opvang bieden. Inderdaad, je wilt ook dat primair onderwijs. Mijn vraag zou dan zijn: beginnen we nu met een aantal IKC’s? Dat gaan we uitbreiden de komende jaren. Het is natuurlijk ook maar de vraag of je de capaciteit hebt, dat dacht ik eerst, om op al die IKC’s dan effort, mensen, neer te gaan zetten. Maar jij hebt het over één locatie. Dan is het natuurlijk een speciale vorm van onderwijs.
Ik vraag me wel een beetje af: heb je nou echt te vrezen van die concurrentie? Het is ook een hele mooie voorziening, dus ik denk dat ouders er heel graag gebruik van maken en ook een ritje om maken. Het idee van zo’n IKC is dat je alles onder één dak hebt. Maar als je een kindje hebt, wat toch die zorg nodig heeft, die jullie bieden, dan denk ik: als jullie goede kwaliteit leveren. Ik denk dat er ook kindjes doorverwezen worden naar jullie door het consultatiebureau. Mijn vraag is: is de vrees die u heeft wel terecht? Mevrouw Dieterich: Dat blijft natuurlijk altijd de vraag. Ik wil daar wel vooruit op inspelen, om daar vooruit een analyse op te maken. Wat als daar een IKC wordt gevormd, welke gevolgen heeft dat voor de huidige voorschoolse voorziening? En daar een analyse op maken. De heer Wezenberg, VVD: Ik heb een heel eenvoudige vraag. U bent een stichting, neem ik aan, geen commerciële partij. Heeft u ook kenbaar gemaakt aan de gemeente en aan schoolbesturen, dat u die gesprekspartner zou willen zijn? U geeft eigenlijk aan: ik zou partner willen zijn. Ik hoor u niet zeggen, dat u tegen IKC’s bent en niet dat u zich zorgen maakt om uw eigen bestaansrecht. Mevrouw Dieterich: Ja, klopt inderdaad.
Ik heb inderdaad daarmee contact gezocht met degenen die een IKC willen vormen, maar daar was al een partij bij betrokken, daar was geen mogelijkheid meer voor mij om daar een vorm te kunnen bieden.
5/28
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Dieterich voor uw inspraak. U bent niet aangemeld, meneer Lieverse. Als u uw pasje erin steekt, kan ik u nog het woord geven. Ik zie u nu verschijnen. De heer Lieverse, CU: Het was een test van mij voor de voorzitter, kijken of hij weet hoe het allemaal werkt met de techniek. Meneer Afalah vroeg al iets over de verschillende schoolbesturen die een eigen wens hebben. Mijn vraag is: hoe verhoudt uw pleidooi zich met vrije schoolkeuze van ouders? Ik zal de vraag herhalen. U heeft een pleidooi, hoe verhoudt zich dat met een vrije keus van school door ouders? Mevrouw Dieterich: Ik denk juist dat de vrije keus door ouders breder wordt getrokken wanneer wij een rol daarin zullen spelen. Wanneer je al een keuze moet maken terwijl het kind nog niet verder ontwikkeld is vanaf nul tot 12 jaar bij een school aangemeld wordt. Juist de keuzevrijheid om van 2-4 jaar een onafhankelijke partij te hebben en vanaf dat moment te kijken waar een kind behoefte aan heeft, welke onderwijs het beste bij de peuter past. Met advies vanuit ons denk ik juist dat dat de keuzevrijheid van ouders bevordert. Mevrouw Leijendekker, CDA: Een verhelderende vraag. Ik ken uw school niet, is het een dagopvang of een aantal uren op een dag? Mevrouw Dieterich: Peuteropvang, een aantal uren op een dag, een ochtenddeel en een middagdeel.
De voorzitter: Daarmee zijn we dan aangekomen bij het einde van uw inspraak. Dank u wel voor het inspreken in de commissie samenleving. Ik zou u willen uitnodigen nog aanwezig te blijven in de vergadering, want het integraal kindcentrum wordt vanavond besproken. Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van agendapunt 2, de insprekers. 3. Vaststelling verslag vorige vergadering d.d. 18 mei 2022 De voorzitter: Daarover zijn geen opmerkingen binnen gekomen. Ik kijk nog even om me heen. Nee. Dan is bij deze het verslag vastgesteld. 4. Vaststelling agenda en inventarisatie rondvragen De voorzitter: Mevrouw Rutten, misschien is het interessant als u nog heel even blijft, want er is een rondvraag aangekondigd voor vanavond. Inventarisatie rondvragen: Mevrouw Gielis, L3B: De aanbesteding voor Sportfondsen, sportaccommodaties. De heer Wezenberg, VVD: Ik wil wat vragen over de vestiging van Treehouse. De voorzitter: Dan zijn deze 2 rondvragen aangemeld. Gelet op de publieke tribune ga ik u een voorstel doen voor de agenda van vanavond. We hebben 1 bespreekpunt, 2 stukken ter advisering aan de raad en tot slot 2 rondvragen.
Ik ga u voorstellen de agenda om te draaien, te beginnen met de rondvragen, vervolgens de stukken ter advisering aan de raad te doen, daaronder valt het beleidsplan integraal kindcentrum en de vergadering te besluiten met het bespreekpunt van de heer Lieverse over de GGD. Kan ik op uw instemming rekenen? Ik zie veel knikkende gezichten. Mevrouw Gielis, L3B: Ik zou graag een kleine schorsing willen en ik hoef u niet uit te leggen waarvoor dat is. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij het als volgt doen. We beginnen met de rondvraag van de heer Wezenberg, dan gaan we niet schorsen. Ik denk dat ik daarmee heb voldaan aan uw verzoek. Eerst de rondvragen, vervolgens de stukken ter advisering aan de raad en vervolgens de bespreekpunten. Geen opmerkingen meer over de agenda? Dan is de agenda bij deze vastgesteld en ga ik direct over naar de rondvragen. Rondvragen De heer Wezenberg, VVD: Op 14 april j.l. stelde de VVD een aantal vragen m.b.t. het proces rondom de vestiging van de tweetalige Montessorischool. De antwoorden op deze rondvraag in combinatie met de brief van de bewoners baren de VVD grote zorgen. Uit de brief van de bewoners blijkt dat de gemeente op geen enkele manier tegemoet komt aan de wensen van de bewoners.
De vraag van de VVD aan de wethouder is dan ook of hij dit beeld herkent en kan aangeven of hij bereid is om op zeer korte termijn, binnen 2 weken, een gesprek aan te gaan met de vertegenwoordiging van de bewoners. De behandeling in de raad van de brief staat gepland voor 30 juni en ondertussen is de aanbestedingstrein al vertrokken en er lijkt binnenkort geen weg meer terug. De VVD wil dan ook weten of de wethouder onderschrijft dat het bepaald niet getuigt van een nette gang van zaken en of hij bereid is de casus opnieuw te beoordelen en de missers van zijn voorganger in dit proces te herstellen. Dank u wel. De voorzitter: Ik geef even mee, dat het college heeft afgesproken dat wethouder Cnossen de beantwoording van uw rondvraag op haar zal proberen te nemen.
6/28
Wethouder Cnossen: Met uw goedvinden wil ik de vraag van de heer Wezenberg ook gebruiken om misschien nog iets breder in te gaan op een aantal punten, die ook door de insprekers zijn genoemd over het proces, toch wel een aantal zaken die wat langs elkaar heen lopen en wat langs elkaar heen praten. Wij hebben inderdaad, dat hebben we ook de vorige commissie besproken, de heer Wezenberg vroeg ernaar, op 11 april was de informatieavond. Het college heeft daar zeer duidelijk gemaakt, dat het informatie was. Op het moment dat er snel gehandeld moet worden, en dat was het geval omdat deze school gehuisvest moet worden, dat zijn we als gemeente verplicht, op 22 augustus begint de school, dan moeten de kinderen in een klaslokaal zitten, dan moet de school kunnen beginnen, hadden wij heel veel haast om dit nog te regelen. Het was gebleken dat er een ander schoolgebouw, het Startpunt in Bergschenhoek, waar we eerst gedacht hadden dat deze school kon starten, door de tijd ingehaald was doordat 2 scholen in het Startpunt aan groeien waren, maar ook deze 2-talige Montessori meer kinderen binnen kreeg dan verwacht. Daar moesten wij dus snel schakelen als college. We hebben in maart het besluit genomen om toch uit te wijken naar deze tijdelijke locatie. We hebben toen direct, bij het collegebesluit zat ook de uitnodiging aan de bewoners. Het klopt dat de aanbesteding toen al liep.
Wij hebben heel veel tijdelijke lokalen het komend schooljaar nodig en die aanbesteding was al eerder begonnen. Het kon nog net op dat moment mee genomen worden om ook deze lokalen voor Treehouse hierin mee te laten liften. Maar uiteraard, een aanbesteding kost ook tijd, dat weet u ook, dus ook daar was de tijdsdruk hoog. Op die manier hebben wij inderdaad de omwonenden geïnformeerd op die avond. Het was duidelijk informeren, heb ik ook heel helder gemaakt. Een verrassing dat de aanbesteding al gestart is, ja, dat was wat mij betreft niet de bedoeling, dat het voor u een verrassing was, want dat zat in de hele planning. Wij hebben die avond inderdaad naar de zorgen van de omwonenden geluisterd, het ging met name over het verkeer en parkeerdruk, hele gewone zorgen, zaken waar we in elk geval als gemeente mee aan de gang zijn gegaan en dat heeft geresulteerd in een bezoek van een verkeerskundige, bewust op een ochtend om 08.00 uur. Als wij er ’s morgens om 10.00 uur gaan staan dan is er misschien geen kip, maar om 08.00 uur is toch wel enigszins het spitsuur. Daar is met elkaar gekeken welke aanpassingen er gedaan kunnen worden en dat gebeurt ook. Parkeerdruk is ook besproken, op het terrein is ruimte. Ik heb op de informatieavond ook al gezegd dat het aan de school zelf is om het personeel bijvoorbeeld te verplichten op het terrein zelf te parkeren en zeker niet in de buurt.
Dat hebben we mee genomen. Er was ook een aantal mensen er tegenover, die vreesden voor de schittering van de school tegen hun huis aan. Er is toen gezegd, dat er beplanting bij komt. De positionering van de school is inderdaad ook in gesprek geweest. Er is uitgelegd, dat er ook weer eisen zijn voor hoe je een school positioneert ten opzichte van de zon. Een schoolplein mag niet op het noorden liggen, omdat er ook zon moet komen. Er is weldegelijk naar gekeken of dat nog mogelijk is, maar dat was niet meer het geval. Dus de draaiing van de school is wel bekeken. Daarmee hebben wij als gemeente geprobeerd zo goed mogelijk aan de zorgen tegemoet te komen, maar het is inderdaad redelijk staccato, misschien een hard proces van een besluit van het college, een omgevingsvergunning waartegen u volgens de wet algemene wet bestuursrecht bezwaar tegen in kunt dienen. Wij moeten ons werk goed doen, want stel dat de commissie beroep en bezwaar adviseert om dit te vernietigen of over te doen, zitten wij vooral met de gebakken peren. Daarin willen wij echt proberen een goed besluit te nemen en daar moet je kiezen tussen een aantal kwaden, maar in elk geval zijn we wettelijk verplicht de school daar te huisvesten. Dan ga ik nog even naar de concrete vragen van de heer Wezenberg, die ik deze avond geen Zevenbergen zal noemen.
De missers van de voorganger, daar kunt u mij rechtstreeks op aanspreken, ik vind het belangrijk om dat vanavond zelf te doen, want ik ben bij het proces betrokken geweest. Ik hoop dat ik u duiding heb kunnen geven in welke omstandigheden de gemeente dit besluit heeft genomen. Hoe het zit met een aanbestedingstrein, het zat gewoon in het traject van heel veel meer schoollokalen. Ik hoop dat ik daarmee uw vragen heb kunnen beantwoorden. Dank u wel. De heer Wezenberg, VVD: Allereerst bedankt voor het duidelijke antwoord en de duidelijke uiteenzetting. Het was fijn geweest als we deze uiteenzetting op de informatieavond ook zo helder was. Het verbaast mij dat bewoners niet geïnformeerd zijn over een aanbestedingstraject dat al gestart is. Het verbaast u, maar het verbaast me niet want u heeft het op die avond niet verteld. Als u het nou wel verteld had op die avond, dan was het echt een informatieavond geweest, maar dat heeft u niet gedaan. Op mijn vraag, die ik gesteld heb aan uw opvolger, maar die ik dus nu aan u ga stellen, ik heb gevraagd wat u van deze gang van zaken vindt. Of u dat een nette gang van zaken vindt, daar heb ik geen antwoord op gehad. En de vervolgvraag was, als u dat niet netjes vindt, wat u dan wel gaat doen. Als u het wel netjes vindt, of u dan kunt aangeven of dat ook uw beleid is voor de komende 4 jaar. Dank u wel.
De voorzitter: Ik ga ervan uit, dat u uw vragen via de voorzitter aan wethouder Cnossen heeft gericht. De heer Smolders, D66: Bedankt aan de inspreker op dit punt. De wethouder heeft net aangegeven, dat over de positionering niet te praten valt, omdat het naar het noorden is, maar er zijn natuurlijk ook tussenoplossingen te bedenken over die positionering. Zou daar ook nog over gesproken kunnen worden?
7/28
De heer Duk, GL: Is het mij ontgaan of heeft de wethouder niet aangegeven of ze bereid was het gesprek aan te gaan met de omwonenden? Wethouder Cnossen: Meneer Wezenberg, vind ik dit een nette gang van zaken? Wij hebben gehandeld volgens de algemene wet bestuursrecht en dat is niet altijd de meest aardige gang van zaken, daar ben ik het helemaal met u eens, maar op een bepaald moment moet je als gemeente wel een besluit nemen. Gaan we dat zo de komende 4 jaar doen? Ik ben van plan mij aan de wet te houden, waar ik kan haal ik heel graag op in de samenleving wat er leeft, dat weet u, dat kent u ook van mij. Vandaag een bijeenkomst over eenzaamheid, over alzheimer gehad, daar heb ik tussen de samenleving gezeten, dat is de voorkeur. Maar soms moet je een besluit nemen en daarvoor zitten wij hier ook in dit gemeentehuis, om de school te huisvesten. Meneer Smolders vroeg of er toch nog een beetje geschoven kon worden. Daar is naar gekeken en dat was niet mogelijk. Dat heeft ook iets met bouwvlak te maken op dat terrein, omdat dan daar de omgevingsvergunning opnieuw gedaan zou moeten worden. Aan de voorkant is gekeken naar de bezonning van het schoolplein. Op die basis is deze positionering gekozen.
Meneer Duk: wilt u alsnog het gesprek aangaan? Ja, maar, uiteraard, we willen altijd met iedereen het gesprek aangaan, maar op het moment dat er een bezwaar ligt tegen de omgevingsvergunning denk ik dat het correct is dat we eerst de adviescommissie zijn werk laten doen en daarna ook weer verder gaan. Maar ik ga graag het gesprek aan met de omgeving. De voorzitter: Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de rondvraag van de heer Wezenberg. We gaan naar mevrouw Gielis voor haar rondvraag. Mevrouw Gielis, L3B: Dank u wel, nieuwe voorzitter, het bevalt prima zo. Ik had een rondvraag. Ik heb technische vragen gesteld en die zijn vanmiddag ergens rond 17.15 uur beantwoord in mijn e-mail, morgen staan ze op IBABS. Ik wil u kort even mee nemen om te duiden waar mijn vraag over gaat. Sportfondsen MFA Lansingerland is verantwoordelijk voor het beheer van de contracten met de sportaccommodaties. Er was een aanbesteding voor uitgeschreven en die liep voor 3 jaar met een maximale verlenging van 1 jaar tot 31 december afgelopen jaar. Toen was het contract afgelopen en die aanbesteding was niet uitgeschreven. Mijn vraag was: wanneer gaat die aanbesteding uitgeschreven worden? Daarop is het antwoord geweest: kunnen jullie morgen lezen, ergens rond 27 juli. De vergunning staat gepland ergens medio november.
Dat contract is dus verlengd, maar niet officieel dat weet ik niet, maar in ieder geval, Sportfondsen doet nu het beheer van die accommodaties en of dat juridisch rechtsgeldig is weet ik niet, dat doet er niet toe, maar de grote vraag die overblijft na het beantwoorden van de technische vragen is: wie gaat dan nu de nieuwe contracten aan met de huurders vanaf 1 januari 2023? De contracten kunnen niet meer door de huidige exploitant worden ingeboekt. Dus mijn vraag is: kan dat probleem worden opgelost? Wethouder Cnossen: Ik neem dit waar voor collega Fortuyn, die daarover gaat. Terecht wat u zegt, mevrouw Gielis, heel goed opgemerkt, die aanbesteding, die termijn was verlopen van het contract met Sportfondsen. Op het moment dat de gemeente daar achter kwam was in 2021 nog te laat om het hele traject nog te starten. U moet ook beseffen, dat het ook hier wel aan het gebrek aan handen in de organisatie ligt. Wat je dan kunt doen is verlengen met het huidige bedrijf en dat is gebeurd. Daar heeft het college ook officieel een besluit over genomen. Dus de exploitatie en het contract, overeenkomst met Sportfondsen is voor 1 jaar verlengd tot 1 januari 2023, heeft u ook gezegd. Daarmee heeft Sportfondsen ook weer de positie om bijvoorbeeld huurcontracten af te sluiten vanaf 1 januari 2023 met de huurders.
De huidige exploitant is ook op de hoogte van consequenties voor het personeel als hij de aanbesteding niet wint. Wij hebben namelijk als gemeente opgenomen, dat de rechten van het personeel ook moeten worden overgenomen door de nieuwe exploitant. Dat vind ik eigenlijk ook wel heel belangrijk om hier te melden, want ik zit daar altijd het meest mee in mijn maag, of het nou leerlingenvervoer is of Sportfondsen, daar werken heel veel mensen en dat is toch altijd een onzekere situatie. Maar dat is het geval. U heeft de data genoemd, die gunning is in november gepland, de aanbesteding loopt, dus we hopen dat we in 2023 weer helemaal up-to-date zijn. Mevrouw Gielis, L3B: Dat betekent dat de contracten die voor september tot juli volgend jaar moeten worden aangegaan door de huidige exploitant mogen worden gedaan. Dat betekent dus, neem ik aan, dat ook eventueel de nieuwe exploitant, wie het dan ook wordt, die contracten overneemt. De heer Duk, GL: Ik ben de voorganger van de voorzitter van de Peuterhoek. Ik weet dat we sinds 2008 al geen huurcontract daar meer hebben. Ik weet dat dat ook bij een heleboel andere zo is. Ik zou heel graag willen weten of dat in deze aanbesteding met Optisport meegenomen gaat worden, dat alle huurcontracten daadwerkelijk worden verlengd of geactualiseerd. De voorzitter: Dat is een technische vraag.
8/28
Wethouder Cnossen: Mevrouw Gielis, het antwoord op uw vraag is: Ja. Zeker. De vragen van de heer Duk vind ik even buiten dit verhaal, maar het is prettig als u die vragen via de griffie schriftelijk kan stellen, per mail heet dat tegenwoordig, dan gaan we daar graag op in. De voorzitter: Wij specificeren dat niet apart, schriftelijk of per mail. Een klein beetje bestuurlijke vernieuwing in de commissie. Aan de inwoners op de publieke tribune: dank voor uw komst en een prettige avond nog. 6. Stukken ter advisering aan de raad: 6.a Vaststellen IKC beleid De voorzitter: We hebben hiervoor een spreektijd van 3 minuten in de eerste termijn en 2 minuten in de tweede termijn. Mevrouw Molenaar, CU: De fractie van de CU is blij met dit goed uitgewerkte voorstel voor de IKCvorming in Lansingerland. Er is goed geluisterd naar de vraag vanuit het onderwijs en de ouders. Er ligt hier weliswaar geen wettelijke taak voor de gemeente, maar het is wel iets waar de gemeente juist heel goed kan ondersteunen. Zeker gezien de regeringsplannen voor het verbeteren van de toegankelijkheid van kinderopvang. Wat de CU betreft wordt in gesprongen op het juiste probleem. De gemeente ontzorgt de scholen en kinderopvanginstelling voor wat betreft de huisvesting. De risico’s en de inzet van de gemeenteambtenaren worden hierbij goed afgebakend.
De schoolbesturen en kinderopvanginstellingen kunnen aan de slag met de gewenste pedagogische visie en het voldoen aan de wettelijke regels en kunnen wellicht gebruik maken van elkaars kennis en elkaars medewerkers. Dit biedt ook kansen voor bijvoorbeeld BSO-medewerkers, die breder inzetbaar willen zijn. De keuze om IKC-vorming te koppelen aan de scholen waar nieuwbouw of renovatie plaats vindt, kan ook rekenen op de steun van de CUfractie. Ieder schoolbestuur krijgt hierdoor de mogelijkheid om aan een IKC te bouwen. Zo sturen op de kosten van de IKC’s is voor ons een verantwoord financieel beheer. De terugverdientijd van de investeringen is weliswaar lang, 40 jaar, maar de risico’s zijn niet heel groot. Kinderopvang is een basisvoorziening geworden. De bevoegdheid van het college om per project het budget te verhogen is wat de fractie van de CU betreft akkoord. Onze vraag aan de wethouder is om de raad hier wel steeds over te blijven informeren. Tenslotte nog een vraag. Kan de wethouder aangeven of er op korte termijn gestart kan worden met de uitvoering van dit plan? Zo ja, dan wensen we de medewerkers van de gemeente, de scholen en de kinderopvanginstellingen heel veel succes. Dat was mijn verhaal. Mevrouw Leijendekker, CDA: Ook de CDA-fractie is van mening, dat het hier gaat om grondig voorbereide beleidsnotitie, een helder verhaal.
Het sluit ook aan bij ons verkiezingsprogramma, dat is ook altijd leuk om te lezen. We houden ook een pleidooi voor het stichten van dit soort integrale kindcentra. Ik vind dat het concept, zoals het neergelegd wordt, blijk geeft van een moderne maatschappijvisie met aandacht voor verantwoorde en doorlopende ontwikkeling van kinderen en ook voor de arbeidsparticipatie van hun ouders en verzorgers. Het helpt ook nog bij het terugbrengen van het tekort aan kinderopvangplekken, waar in deze gemeente veel vraag naar is. Ook ons Lansingerlands kleinkind gaat nu naar een kinderopvang in Pijnacker, dus die kan hier ook niet terecht. Ik hoop dat dat in de toekomst niet het geval zal zijn. Ik heb begrepen uit de stukken, dat er sprake is van een goed overleg met schoolbesturen. Ik zou daar graag een bevestiging van de wethouder op willen zien. Wij waren helaas niet bij de beeldvormende avond, dus misschien hebben we dat gemist, maar misschien kan de wethouder dat kort aangeven. De wijze waarop de financiering wordt aangepakt met (..) budgetneutraliteit vinden wij ook een goede aanpak. De aanpak loopt nu tot en met 2024, want dan zou er sprake zijn van een evaluatie. Wij begrijpen uit de stukken dat het gaat om lopende initiatieven in dat kader, niet om nieuwe initiatieven.
Wij vragen ons af als er zich eventueel nieuwe initiatieven aanmelden, hoe daar dan vanuit het college kan worden omgegaan. Betekent dat dan dat daar geen ruimte voor is? Kan het ook zo zijn, dat er niet een bestaand schoolbestuur maar een ander soortige instelling bij de gemeente aanklopt: ik wil ook een IKC hebben. Is daar dan ook ruimte voor? Kan de gemeente dat ook weigeren? Hoe speelt het punt van de rechtsgelijkheid daar een rol? Dat was mijn laatste vraag. Dus een aantal verduidelijkende vragen, maar op zich staat de CDA-fractie positief tegenover het voorstel. De voorzitter: Een klein punt voor de commissieleden. Als u uw microfoon op verzoek-stand zet, dan kan dat natuurlijk ook een interruptie zijn. Dus als een andere spreker van de commissie het woord heeft, verzoek ik u uw microfoons weer uit te zetten, zodat helder is wanneer u een interruptie wilt plegen. We zouden eigenlijk een knop extra moeten hebben, meneer Smolders, ik ben het helemaal met u eens. De conclusie is dat u nu de enige bent, die het woord vraagt, ga uw gang. De heer Smolders, D66 Over het algemeen gaat het u goed af met het voorzitterschap, bij deze al een compliment te pakken. Met de beleidsnotitie IKC-vorming Lansingerland, een paar collega’s zijn me al voor geweest, biedt het college een oplossing voor een maatschappelijke vraag van onze onderwijspartners en ouders.
D66 vindt het belangrijk dat de ontwikkeling van kinderen in een veilige
9/28
omgeving gebeurt en dat kansen ten volle worden benut. Ook voor kinderen die in aanmerking komen voor vroeg- en voorschoolse educatie. Ik heb begrepen uit het kennisdocument dat er 80 peuters zijn. Ik had ook van mevrouw Dieterich begrepen dat ze een aantal peuters doorverwezen krijgt met een taalachterstand, dat zal extra aandacht behoeven, dat moet geborgen blijven binnen de gemeente. Een kindcentrum integreert primair onderwijs met buitenschoolse opvang, BSO, KDV, VVE onder één dak voor kinderen van 0-12 jaar. Belangrijk hierin is te noemen, dat het om één pedagogische visie gaat, dat ook tijdens de beeldvormende avond werd verteld. De ingewikkelde eigendomsconstructie en economische claimrecht, we gaan even technisch worden, lijkt in het voorstel opgelost te zijn door schoolbesturen een financiering mee te geven, zodat zij de extra IKC ruimte kunnen bouwen. Een schoolbestuur zal dit via de integrale kostprijs op jaarbasis op termijn terugbetalen. Hiermee is voorfinanciering kostendekkend gemaakt, immers, de gemeente mag geen staatssteun verlenen, en budgetneutraal verwerkt. Echter, er bestaat de kans op leegstand. Als leegstand lang aanhoudt is dat in de boeken langdurig voelbaar, dus ik heb enkele vragen aan de wethouder hierover. Hoe schat de wethouder de risico’s in m.b.t. de voorfinanciering? Het gaat tenslotte om 7 scholen die een IKC willen beginnen op termijn.
Per IKC project zijn de kosten geraamd op circa € 1mln, zoals ik het heb gelezen, maar ik kan me daarin vergissen. De bedoeling is dat we dit eind 2024 evalueren. Welke langdurige termijneffecten zijn er door het hanteren van een voorfinanciering in 2022-2024 te verwachten? Wat gebeurt er met eventuele toezeggingen bij nieuw beleid vanaf 2025? Wat als uit de evaluatie blijkt dat het weinig zin heeft om IKC’s voort te zetten? Dus een negatief resultaat uit de evaluatie, wat betekent dat voor de reeds bestaande IKC’s? In aanvulling nog een vraag: in hoeverre is de gemeente verantwoordelijk voor de voorschoolse educatie, waar mevrouw Dieterich het over heeft? Mevrouw Gielis, L3B: Ik zal geen nieuwe voorzitter zeggen, ik ben het nu gewend. Dit goed uitgewerkte voorstel voorziet in een behoefte en lost een aantal problemen in één keer op. Ze zijn al genoemd: verbeteren van de basis- en ontwikkelingsmogelijkheden van de jeugd, er wordt voldaan aan een maatschappelijke behoefte vanuit de scholen, we lossen het tekort aan kindopvangplekken op in Lansingerland en er is een grotere kans op vroegtijdige signalering van problemen, zoals problemen met taalachterstand. Dit hele voorstel kan budgetneutraal geregeld worden. Meneer Smolders noemde al een ingewikkelde constructie, maar wat ons betreft is die prima uitgelegd in de achterliggende stukken.
En ja, er is een heel klein, minimaal risico op leegstand en dat hele kleine risico is uitgelegd in de stukken. Wat ons betreft weegt dat risico niet op tegen de enorme winst die we behalen met deze vorm van voorfinanciering. Het geld staat nu op de bank, staat daar niets te doen. Op deze manier stimuleren we alles waar wij als partij voor staan. Kortom: wat L3B betreft is dit een hamerstuk. De heer Afalah, WIJ: Een hoop is al gezegd. Ik zal even de punten langs lopen, zodat ik niet in de war raak. Al enige jaren zien wij een ontwikkeling waarbij de vraag naar kinderopvang groeit. Wachtlijsten groeien binnen onze gemeente Lansingerland, waar mensen maanden moeten wachten tot ze hun kind daar naartoe kunnen brengen. En een tekort aan goed geadresseerd personeel, maar dat tekort is overal. Ook scholen kampen met personeelstekort. Het is steeds moeilijker geworden om kwetsbare leerlingen goed te begeleiden en de juiste zorg te geven en ondersteuning. Ook de roep om minder langs elkaar heen te werken wordt steeds groter vanuit de basisonderwijs, kinderopvang, jeugd en gezin et cetera. Daarop heeft de gemeente ingespeeld door al deze organisaties bij elkaar te brengen om samenwerking te versterken.
Hieruit voortvloeiend de uitdaging om de komende jaren voldoende ruimte te creëren voor nieuwe en bestaande scholen vindt WIJ het een goede ontwikkeling om te starten met het beleid t.a.v. de IKC. Dit heeft wel grote gevolgen voor hoe een schoolgebouw eruit komt te zien. WIJ vindt het daarom logisch om huisvesting en IKC hand in hand te laten lopen. Hierdoor help je scholen hun wens uit te voeren waar het gaat om goede samenwerking met kinderopvang van 0-12 jaar en ook de logische opbouw vanuit peuters naar kleuters. Door de oprichting van IKC kan je veel beter personeel met elkaar uitwisselen. Je kunt mensen in hetzelfde gebouw allebei gebruiken en dat vinden wij absoluut een pluspunt. Ook het gedoe met ophalen en brengen van kinderen van en naar school en BSO behoort hiermee tot het verleden, hoop ik. WIJ ziet veel voordelen. Als het om de risico’s gaat wat betreft de voorfinanciering vinden wij minimaal, maar uiteraard moeten wij dat met zijn allen wel goed evalueren. Hopelijk worden we goed op de hoogte gehouden vanuit het college hoe dit verloopt. Wat WIJ betreft gaan we het beleid omzetten in daden en zullen wij de extra voorfinanciering voor de gebouwen absoluut steunen. Ik heb nog één vraag.
Die voorschoolse educatie, hoe gaan we dat betrekken binnen zo’n IKC? Ook het verhaal van de inspreker van vandaag, welke rol heeft een voorschool binnen een IKC? Daar was ik wel benieuwd naar, waarom zijn daar geen gesprekken mee gevoerd in het voortraject? Dank u wel. Mevrouw Gabin, GL: Er is een ernstig tekort aan ruimte voor de kinderopvang in Lansingerland. Met de ambitieuze plannen van het kabinet om de kinderopvang nagenoeg gratis te maken is het verstandig om alvast voor te sorteren op de ontwikkelingen. Het speelt in op de maatschappelijke vraag naar de combinatie van opvang en onderwijs. Wij zien er dus echt wel het belang ervan in, maar wij hebben wel serieuze vraagtekens bij het toekomstperspectief voor het ondernemersklimaat en de
10/28
investeringsbereidheid van ondernemers en financiers om nieuwe locaties te ontwikkelen en welk effect die ontwikkelingen op de rol van onderwijs en opvang heeft. Er wordt vermeld dat er een risico is op leegstand. In het voorstel staat dat kinderopvangorganisaties door de hoge vastgoedprijzen zich moeilijk kunnen vestigen in Lansingerland. Omdat de IKC-vorming geheel kostendekkend moet zijn voor de gemeente, worden de afschrijvingskosten en de bijbehorende rentekosten verwerkt in de integrale kostprijs. De OZB-kosten, het leegstandsrisico, verzekeringen en interne uren zijn daar onderdeel van. In hoeverre is dit voorstel dan wel financieel aantrekkelijk voor opvangende organisaties? Onze vraag is: is dit onderzocht? Op basis van de wet markt en overheid mag de gemeente geen staatssteun verlenen aan economische activiteiten zoals een kinderopvang. Het is erop gericht om oneerlijke concurrentie door de overheid die een onderneming bevoordeelt tegen te gaan. In hoeverre is onderzocht dat schoolbesturen of andere partijen onrechtmatige bevoordeling krijgen? Heeft de wethouder contact gehad met alle schoolbesturen en andere partijen die hiermee gemoeid zijn? Draagvlak is hier erg belangrijk, heb ik gezien.
Hoe is hiermee omgegaan? Hoe denken schoolbesturen en andere partijen, die niet in aanmerking komen voor een IKC-vorming, hier over? Uit het pleidooi van mevrouw Oosterhout hebben we kunnen constateren, dat zij zich gepasseerd voelt. Kan de wethouder aangeven of zij dit sentiment uit de samenleving weg kan halen? De heer Wezenberg, VVD: Ook de VVD is zeker geen tegenstander van IKC’s, we juichen dat ook toe, maar we hebben er wel vragen over. Bij de zeer duidelijke beeldvormende avond, waar wij wel waren, werd gesproken over prognoses en dat de groei van het aantal leerlingen afweek van wat er geprognotiseerd was. Ik heb daar een technische vraag over gesteld en ik zou toch wel graag van de wethouder willen weten, als de prognoses in 2017 groter waren dan dat ze nu zijn, oftewel, de prognoses zijn naar beneden bijgesteld, hoe ze dat uitlegt. Het lijkt mij tegenstrijdig. Ik heb ook een technische vraag gesteld over financiering van het implementatieproces. De heer Smolders: Ik heb een vraag aan de heer Wezenberg, of we het nu hebben over IKC of over het integraal huisvestingsplan. Want daar gingen die prognoses over tijdens de beeldvormende avond. De heer Wezenberg: U heeft gelijk, ik haal ze door elkaar. Ik kan erop reageren, dat komt omdat het op de agenda staat vanavond en ik heb het door elkaar voorbereid. Excuus daarvoor.
De voorzitter: Heeft u nog verdere inbreng over het IKC? De heer Wezenberg: Dan begrijp ik de vraag van de heer Smolders niet. Ik heb een vraag gesteld over de bijdrage in financiering implementatieproces. Het antwoord is: schoolbesturen moeten hier zelf voor opdragen. Is de wethouder bereid om met name de maatschappelijk betrokken instellingen die vaak niet het geld hebben, dus de niet-commerciële instellingen, om daar voor financiering te zorgen? Als laatste, meneer Afalah refereerde er al aan, de VVD heeft uiteraard ontzettend grote zorg over de huisvesting. We hebben pas een project gezien, ik wil er niet teveel op terugkomen, maar ik wil wel de wethouder vragen of ze van plan is om daar beleid op te maken. Dank u wel. Mevrouw Biharie, PvdA: Er is veel gezegd, dus ik houd het even kort. Mijn fractie de PvdA vindt het goed dat er naar de wensen van de ouders en hun schoolbesturen in onze gemeente is geluisterd. Wij vinden het belangrijk dat in samenspraak met alle betrokken partijen gekeken is, dat onze kinderen in een goed pedagogische omgeving verblijven tijdens hun eerste levensjaren op school. Hierin hebben we met zijn allen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. We hebben wel onze bedenkingen over de samenwerking, of beter gezegd, juist geen samenwerking met o.a.
ondernemerschap in economisch belang van kinderopvang binnen IKC, aangezien er geen wettelijke verplichting is om door onze gemeente kinderopvang te voorfinancieren. Daarom het verzoek namens mijn fractie PvdA of de gemeente en raad erop moeten vertrouwen dat de schoolbesturen zorgvuldig omgaan met de voorfinanciering met gemeenschapsgeld. Ik vraag de wethouder dan ook om goed toezicht te houden en indien nodig tijdig om de tafel te gaan zitten met de schoolbesturen om voortijdig problemen in beeld te krijgen. Dat was het voor nu. Dank u wel. Beantwoording college Wethouder Cnossen: Dank u wel voor het bestuderen en ook aanwezig zijn bij de beeldvorming over dit onderwerp. Een mooi onderwerp om deze periode mee te beginnen. Ik ga de verschillende vragen van de fracties af, nadat ik u bedankt heb voor uw complimenten en die gelijk naar de overkant doe, naar onze ambtenaren die hier heel druk mee bezig zijn geweest, straks ook met het IHP. Mevrouw Molenaar wilde weten of we op korte termijn kunnen starten. Ja, eigenlijk op het moment dat die nieuwbouw of renovatie van de scholen, die in het IHP staan, als ze daarmee aan de gang gaan, dan gaat gelijk de IKCvorming daar beginnen. Daarom is het belangrijk dat we deze combinatie besluitvorming nemen, dus dat gaat echt in tempo. Mevrouw Leijendekker, het goede overleg met schoolbesturen.
Mevrouw Leijendekker en alle commissieleden, de gemeente is verplicht via het OGO, overeenstemming gericht overleg, met alle schoolbesturen altijd in overleg te zijn. Daar is dit besproken. Het is een initiatief geweest van de scholen zelf. Zij vroegen aan de gemeente: denk met ons mee hoe we dit kunnen gaan organiseren. Want voor de scholen zelf was dat op dat moment niet mogelijk. Het is juist vanuit de
11/28
schoolbesturen gekomen, dat vind ik altijd heel erg mooi, vanuit de samenleving. Zo hebben wij het opgepakt als gemeente. U vroeg zich af: hoe ga je dan om met nieuwe initiatieven? De nieuwbouwplannen nu en de renovatieplannen kunnen meedoen. Juist in dat overleg met de schoolbesturen hebben we elk schoolbestuur de mogelijkheid gegeven 1 IKC in Lansingerland te starten, dat zijn ze ook zelf overeen gekomen. Als er nieuw initiatief komt, zal dat toch pas na 2024 zijn, dus dan gaan we met elkaar weer verder kijken. Maar het is niet zo dat we iemand uitsluiten. Het is juist het mooie, dat de schoolbesturen dit met elkaar besproken hebben. De heer Smolders, risico leegstand, de evaluatie, wat als de evaluatie negatief is? Op dit moment beantwoorden we inderdaad een vraag, een maatschappelijke vraag uit de samenleving, we zien ook de kabinetsplannen, kinderopvang gratis. Ja, we moeten dat allemaal nog zien. Mevrouw Leijendekker heeft dat gesignaleerd, op dit moment zijn er gewoon grote wachtlijsten bij kinderopvang, dus we hebben hier echt met een maatschappelijk probleem te maken, wat we op deze manier een zetje kunnen geven. Als de evaluatie negatief, dan zien we dat wel, laten we nu aan de gang gaan met deze plannen, die samen met scholen en kinderopvang tot stand zijn gekomen.
De heer Smolders: De eerste vraag ging over de voorfinanciering, waar een IKC toch een miljoen euro vraagt. Hoe verhoudt zich dat tot de financiële risico’s? Ik vond de paragraaf iets beperkt in het stuk. De tweede vraag ging over: wat gebeurt er als uit de evaluatie komt dat het dus niet goed gaat met die IKC’s? De derde vraag had betrekking. Wethouder Cnossen: Op de VVE. De risico voorfinanciering had ik niet zozeer als vraag genoteerd, meer als opmerking. Ik denk dat u in de stukken heeft kunnen lezen hoe we het contract met de scholen afsluiten. Dat zij de verplichting met de gemeente aangaan om die huur, die zij ontvangen, aan de gemeente af te dragen. Ja, zoals met heel veel zaken leg je dingen in een contract vast. Dan ga ik ervan uit, dat we elkaars verplichtingen ook nakomen, ook als gemeente zijn we dat verplicht. Op die manier kijk ik ernaar met heel vertrouwen in schoolbesturen waar we toch echt goed mee samenwerken. Wat als de evaluatie negatief is? Ik zei er net iets over, dat is echt dan een opgave voor die tijd. Ik vind een wat/als vraag altijd wat ingewikkeld. Ik wil op dit moment nu kijken naar de maatschappelijke behoefte en daar met dit voorstel in voorzien. De verantwoordelijkheid voor de voorschoolse educatie, daar vroeg u nog naar.